3.1 rvs Nota kwaliteit openbare ruimte bijlage 1 nota
Tekst van het document
Naar verwachting wordt er meer ingezet op deelmobiliteit en via realisatie van mobiliteitshubs zal het gebruik van andere modaliteiten (bus, trein, fiets) toenemen. Dit kan betekenen dat er in de toekomstige situatie minder parkeerplaatsen nodig zijn dan we op dit moment realiseren. Daarom denken we nu al na over het vrijhouden van de ondergrond onder de parkeerplaatsen zodat deze gemakkelijk omgezet kunnen worden naar bijvoorbeeld groen.
28
Het is lastig om in de toekomst te kijken en de openbare ruimte moet ook zeker voldoen aan de wensen van vandaag. Echter, als we bij de inrichting al kijken naar mogelijke wijzigingen kunnen we daar al op inspelen. Zo kunnen we parkeerplaatsen, waar mogelijk, vrijhouden van kabels en leidingen, zodat het op een later moment makkelijker is om hier bomen te planten. Kortom, bij herinrichting kijken we voortaan met deze bril en benoemen we kansen voor de toekomst en houden daar, waar mogelijk, ook rekening mee. Dan het nog meer integraal kijken naar de inrichting van een gebied en de opgaves. Zoals hiervoor benoemd staan we de komende tijd voor een aantal grote opgaves waar we invulling aan moeten geven. Dit heeft zonder meer effect op de inrichting van de openbare ruimte waarvan we op dit moment nog niet concreet weten wat dit betekent. Het is daarom van belang om telkens te toetsen wat de stand van zaken binnen de verschillende beleidsvelden en opgaves is en waar mogelijk te anticiperen op nieuw beleid. Het is ook vice versa noodzakelijk om vanuit de openbare ruimte mee te denken in de opgaves die er zijn. Hierdoor kunnen kansen sneller worden gezien en beter worden benut. Deze manier van denken betekent dat we niet zonder meer uit moeten gaan van een bepaalde inrichting gekoppeld aan de kwaliteitsniveaus.
Bij de inrichting van een gebied moet het gaan om het totaal van het gebied; welk doel streven we na en welke invulling past daarbij binnen het kwaliteitsniveau. Dit vraagt om een andere manier van denken. Dit geeft ons de ruimte om te experimenteren en maatwerk toe te passen als het gebied, de buurt of de wijk daar om vraagt.
Kwaliteitsgestuurd & toekomstbestendig werken in vlissingen In de praktijk Een voorbeeld van het nieuwe gedachtegoed is het beheer en onderhoud van gras. Traditioneel gezien valt (te) lang gras onder kwaliteitsniveau D (zeer laag). In het kader van biodiversiteit is het wenselijk om het gras ongemoeid te laten, te voorzien van een bloemenmix en/of minder vaak te maaien. Door niet of minder vaak te maaien krijgen bloemen de kans om te bloeien. Na verloop van tijd ontstaat er een diversiteit aan bloemen waar insecten ook van profiteren. Door minder of niet te maaien, dragen we bij aan de opgave om de biodiversiteit in Nederland te vergroten. In deze optiek is daarom geen sprake van een lage kwaliteit, maar juist van een hoge kwaliteit (afbeelding 13). Gras wat minder vaak of niet wordt gemaaid wordt daarmee, in de nieuwe systematiek, beheerd op een hoog kwaliteitsniveau. In dat geval is het van belang te motiveren dat hiermee wel het gewenste kwaliteitsniveau behaald wordt, maar door een andere invulling die gekoppeld is aan het doel.
TRADITIONEEL A+
A
B
C
D
≤ 400 MM
≤ 600 MM
≤ 800 MM
≤ 800 MM
≥ 1000 MM
Het gras is voldoende kort voor het gewenste doel
Het gras is voldoende kort voor het gewenste doel
Het gras is voldoende kort voor het gewenste doel
Het gras is voldoende kort voor het gewenste doel
Het gras is te lang of te kort gemaaid voor het gewenste doel
A+
A
B
≥ 1000 MM
≤ 800 MM
≤ 600 MM
Het gras is voldoende lang voor het gewenste doel
Het gras is voldoende lang voor het gewenste doel
Het gras is te kort voor het gewenste doel
NIEUW GEDACHTEGOED
AFBEELDING 13 | TRADITIONEEL VERSUS MODERN
29
Kwaliteitsgestuurd & toekomstbestendig werken in vlissingen Naast biodiversiteit kunnen we het nieuwe gedachtegoed ook toepassen op de andere opgaven die zich voordoen in de openbare ruimte. Een boom waaruit, na een stormachtige dag, een aantal takken zijn gerukt heeft een lager kwaliteitsniveau. De uitstraling is minder aangezien de kruin niet meer vol is. De boom geeft echter nog wel schaduw en draagt daarom bij aan het reduceren van hittestress. Lage takken moet ook alleen gesnoeid worden als het gebruik van de openbare ruimte hierdoor belemmerd wordt. Wanneer dit niet het geval is, kunnen ook lage takken behouden blijven.
Dit zorgt een extra verkoelend effect en meer groen(beleving). Een laatste voorbeeld is het straatwerk. Straatwerk met open voegen en onkruid zijn esthetisch gezien minder wenselijk, maar verhogen wel het klimaatadaptieve vermogen van straten maar ook van bijvoorbeeld parkeerterreinen. Bij herstructureringsopgaven komt normaliter veel materiaal vrij. Voorheen werd dit afgeschreven of verkocht aan een andere partij. Nu proberen we steeds vaker materialen een tweede leven te geven. Goede voorbeelden hiervan zien we bijvoorbeeld in het Scheldekwartier (afbeelding 14).
Deze nieuwe manier van denken vraagt flexibiliteit en vooral integraal werken en afstemmen. Op dit moment zijn hiervoor nog geen standaarden beschikbaar. Deze zullen de komende jaren meer en meer vorm krijgen. Gelet op de grote herinrichtingsprojecten waar we de komende jaren mee aan de slag gaan, zou het echter een gemiste kans zijn om die standaarden af te wachten. Daarom gaan we hier zelf mee aan de slag. Dit betekent het volgende: • De genoemde kwaliteitsniveaus zijn leidend; • Per project benoemen we actief kansen voor de toekomst en passen we de inrichting daar op aan; • Per projectstemmen we structureel af wat de status is van de opgaves waar we voor staan en welke invloed die op het project kunnen hebben en leggen we vast welke doelen we willen bereiken en hoe we daaraan invulling geven. • We onderbouwen op welke wijze we met de benoemde doelen (o.a. circulair, klimaatbestendig) en de invulling voldoen aan het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau. • We leggen de uitvoeringsmaatregelen vast, zodat we op die manier toegroeien naar standaarden die benut kunnen worden bij volgende projecten. Op deze manier leggen we een beeldmeetlat vast met foto’s, beschrijvingen en eisen om het beheer- onderhoudsniveau meetbaar te maken. Bij de herziening van het Handboek Openbare Ruimte worden deze kwaliteitscriteria en de beeldmeetlatten opgenomen.
AFBEELDING 14 | TOEPASSING VAN OUDE MATERIALEN IN HET SCHELDEKWARTIER 30
05 Uitvoering 31
Uitvoering 5.1 DOORWERKING
5.2 KWALITEITSTEAM
Na het vaststellen van de NKOR actualiseren we de beleid- en beheerplannen met betrekking tot de openbare ruimte, het constructiehandboek en het Handboek Openbare Ruimte. Met deze NKOR leggen we de uitgangspunten vast voor het borgen en verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Het model, de tabel en de drie kwaliteitsniveaus nemen we op in het Handboek Openbare Ruimte. Deze nieuwe manier van werken wordt de komende periode uitgewerkt als uitgangspunt voor werkprocessen en plantoetsing. Zoals eerder beschreven is er sprake van een groeimodel en zodoende geen statisch document. Gaandeweg groeien we toe naar het gewenste kwaliteitsniveau en leggen we daarnaast steeds concreter vast wat we daaronder verstaan, afgestemd op de toekomstige ontwikkelingen. In ons beheersysteem leggen we vast: • Welke kapitaalgoederen maken hier gebruik van; • Hoe is de koppeling met het handboek openbare ruime; • Hoe vindt implementatie vanuit opgeleverde projecten plaats; • Hoe is de koppeling met het systeem en financiën?
RO-projecten, TOR-projecten en initiatieven derden hebben een grote invloed op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het is daarom van belang dat iedereen die betrokken is bij het beheer en onderhoud of de vernieuwing van de openbare ruimte de NKOR gebruikt als leidraad. Samen met het Handboek Openbare Ruimte en het Constructiehandboek leidt dit er toe dat de openbare ruimte van Vlissingen veilig, duurzaam en toekomstbestendig wordt ingericht. De werkwijze in de NKOR met bijbehorende afspraken dragen we verder uit in de organisatie. Het is van belang dat de leeren verbeterpunten tijdens het gebruik van de NKOR worden geïnventariseerd, geborgd en worden meegenomen in de periodieke evaluatie van de NKOR. Zodat deze up-to-date is en de integraliteit waarborgt. Een actuele NKOR draagt bij aan de kwaliteit van de openbare ruimte.
STAP
WANNEER
PRODUCT/RESULTAAT
ROL NKOR
Initiatief
Bestuurlijke wens Grootschalig onderhoud/herinrichting Ontwikkelingslocatie Overig
Startnotitie/projectopdracht met reden, consequenties, intenties, ambities, haalbaarheidsonderzoek
Kader Richtlijnen Kwaliteitseisen
Ontwerpen
Na goedkeuring startnotitie Wenselijk: budget Praktijk: dekkingsbronnen
Goedgekeurd ontwerp Beheercalculatie: bij afwijkende situaties, bijzondere plekken Beheerparagraaf: bij standaard situaties
Toetsingskader (ambities en catalogus voor maatvoering en materiaal keuze in voorwaardendeel
Uitvoeren
Na vaststellen ontwerp en toekenning budget
Uitgevoerd ontwerp, projectevaluatie
Raadplegen bij acute, niet in ontwerp voorziene uitvoeringsmoeilijk-heden
Beheren
Na overdracht einde onderhoudstermijnen
Het beheer en resultaten worden gemonitord
Geeft kaders voor beheer (richtlijnen) Raadplegen bij vervanging en groot onderhou
Evalueren
Na realisatie en een termijn van beheer (ca. 1 jaar)
Rapport met plussen en minnen (inhoudelijk, procesmatig, beleidsmatig)
Actualiseren NKOR en HIOR indien nodig
TABEL 3 | STAPPENPLAN ROL NKOR IN PROCES LEVENSCYCLUS OPENBARE RUIMTE 32
Om dit te borgen zijn we voornemens te werken met een kwaliteitsteam (Q-team). Hierin worden de meest relevante teams/beleidsvelden (Stadsbeheer, team Leefbaar, RO, Civiel, Sociaal) vertegenwoordigd. Het Q-team heeft als taak om bij projecten in de openbare ruimte de afstemming op de NKOR en bijbehorende beleidsdocumenten te borgen, de check op de integraliteit uit te voeren en de onderbouwing met betrekking tot kwaliteit vast te leggen. Daarnaast verzamelt het Q-team aanpassings- en actualiseringsvoorstellen op de beleidsdocumenten en draagt ze éénmaal per jaar zorg voor het bundelen en vastleggen van wijzigingen en aanvullingen in de vorm van een addendum. Aanpassingen aan de NKOR worden als actualisatie ter vaststelling voorgelegd aan de raad. Uitwerkingen in beleid worden voorgelegd aan het college. Om dit te bewaken is het verstandig een verantwoordelijke aan te wijzen die zorg draagt voor het consequent en juist gebruik van de NKOR in de planvormingsprocessen. De opgaven uit hoofdstuk 3 zijn onderdeel van de agenda van het Q-team In onderstaande tabel is per stap aangegeven welke rol de NKOR speelt en wat het product of het resultaat van die stap moet zijn. Hierbij zijn de uitgangspunten uit de NKOR van toepassing, maar dit is geborgd in het Handboek Openbare Ruimte.
bijlagen 33
Zinder
N288
o
To r
Ber gwe g
eg rsw
eg
Vrij
g
burg
stra
at
sin uwe
Nie
Vlis
weg
vliet
Oost-Souburg
g
Bermwe
eg
N288
ge
A58 l
Ritt
hem
ses
traa
t
E312
N288
eg
in
Zuide
ks
ij
an
ew
la ew
N288
g
rsluisw
at
Ze
ch
Slo
ew
l s t ra
We l z i n g s e w e
Weye
eg
Kanaa
N288
Sloeweg
Zand w
Slo
g
L an d bo uwweg
nw
n
le
laa
brandystraat
pin
Mo
Ger
Ba
Cho
we
E312
gse
N288
oe
Lekstra
we
Nie
J a c o b a v a n B eiere n
eg
Wildbaan
Ga
eg
l
w ge
uwe
fw
r ch
at
Vlis
S
weg
nd
sin
bra
gse
Ve r Ho
gw
11 m
eg
Vrijburg
e
enw
ije Re
rtw
in
M
weg
Spo
er
ng
Poort
eg
lseweg
a t erga
g
ee
weg
we
singsestraat
K
s ok
Groen e w
Te r
Vlis
Kwaliteitskaart
Ab
eg
Vlissingen
N662 Baskensbrug I Buitenhaven
Anjelierenlaan
Kou
Za
g
w
ac
we
Gl
tra iss
de
er
m
at
Schotteweg
at Binnenhaven Het Dok
eg
Binnenhaven
t
Oos t
el
d Com ma n
11 m
oweg
g
so
nk
ko
t ra
we
enweg
ui
Ba
el
enweg
Sp
u
rd
iss
Sing
Oosterhav
eg
Bo
LEGENDA
va
hu
gel
We s t e r h av
ksew Sin
Bad le
Vi
deker
Baskensbrug II
nd
ijk
e
Be
rm
we
g
Ritthem
Omdat morgen mooier mag
Juust(e) gegevens: Goessestraatweg 17a 4421 AD Kapelle info@juust.nl +31 (0)113 40 50 51 35