3.1 rvs Nota kwaliteit openbare ruimte bijlage 1 nota
Tekst van het document
Nota Kwaliteit openbare ruimte
Gemeente vlissingen maart 2024
2
Inhoud 1 - inleiding
4
1.1 Toekomstigbestendige openbare ruimte 1. 2 Ambitie 1.3 Veiligheid, funcionaliteiten visuele kwaliteit 1.4 Regulier en groot onderhoud 1.5 NKOR in context 1.6 Proces NKOR 1.7 Leeswijzer
5 5 6 6 6 7 7
2 - Staat van de straat
8
2.1 Inleiding 2.2 Kwaliteitsniveaus 2.3 Huidige werkwijze 2.4 Wijkgerichte aanpak en participatie
9 9 14 14
3 - opgaven in de openbare ruimte
15
3.1 Inleiding 3.2 Energietrasitie 3.3 Klimaatbestendige stad 3.4 Circulaire economie 3.5 Natuurlijke en groene leefomgeving 3.6 Duurzame mobiliteit 3.7 Inclusieve samenleving en toegankelijkheid 3.8 Gezondheid en sporten 3.9 Kunst
16 17 18 19 20 21 22 22 22
4 - Kwaliteitsgestuurd & toekomstbestendig werken
23
4.1 Inleiding 4.2 Kwaliteitsniveaus 4.3 Nieuw gedachtegoed
24 25 28
5 - Uitvoering
31
5.1 Doorwerking 5.2 Kwaliteitsteam
32 32
bijlage
33
Kwaliteitskaart
34
colofon DOCUMENTGEGEVENS Titel Nota Kwaliteit Openbare Ruimte Rapportnummer 000848 Datum Maart 2024 Status Concept OPDRACHTGEVER Naam Gemeente Vlissingen Contactpersoon Corné van de Ketterij Adresgegevens Paul Krugerstraat 1, 4382 MA Vlissingen OPDRACHTNEMER Naam Juust BV Adresgegevens Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle 0113 - 405051 info@juust.nl Auteur(s) Ilse van der Venne Wilco Doldersum Gerard Verweij Contactgegevens ilse@juust.nl
3
01 Inleiding
inleiding 1.1 TOEKOMSTBESTENDIGE OPENBARE RUIMTE
1.2 AMBITIE
Vlissingen werkt voortdurend aan het aantrekkelijker, duurzamer en groener maken van de openbare ruimte. Dit met de wetenschap dat een goed functionerende openbare ruimte een belangrijke voorwaarde is voor fijn wonen, werken en recreëren. Dit doen we voor de huidige en toekomstige generatie Vlissingers, maar zeker ook voor de bezoekers van de gemeente. De openbare ruimte is immers een visitekaartje van onze gemeente. In de Strategische visie 2040 hebben we opgenomen dat de gezondheid van de Vlissingers hoog in het vaandel staat bij de inrichting van de openbare ruimte. Bewegen wordt bijvoorbeeld gestimuleerd. Dat alles schoon, heel en veilig is spreekt voor ons voor zich. In en om de stad wordt natuur ontwikkeld en waar dat mogelijk is, verdwijnt de auto uit het straatbeeld. Bij de inrichting van de openbare ruimte letten we op het creëren van een groene, schone, hele en veilige omgeving. In de omgevingsvisie ‘Vlissingen in verbinding’ zetten we eveneens in op een gezonde, toegankelijke en (sociaal) veilige openbare ruimte. Daarnaast leggen we ook specifiek de focus op klimaatadaptatie, vergroening en het creëren van voldoende ontmoetingsplekken en speel- en recreatiemogelijkheden.
Vlissingen is een gemeente in ontwikkeling. Dat zie je, dat hoor je en dat voel je. Daar willen we ons nu en in de toekomst verder voor inzetten. De kust, het groene buitengebied en onze mooie kernen zijn de plekken waar we trots op mogen zijn. De openbare ruimte is de verbindende factor tussen deze waardevolle plekken. Dat betekent dat we de komende jaren ambitieus zijn en de openbare ruimte naar een hoger niveau willen tillen. Met respect voor het verleden en aandacht voor de uitdagingen van de toekomst.
Om deze ambities en opgaven daadwerkelijk te realiseren, is het wenselijk om een beleidsdocument voor de langere termijn te ontwikkelen waar ingegaan wordt op de gewenste inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Deze Nota Kwaliteit Openbare Ruimte (hierna: NKOR) is een strategisch document voor de komende 10 tot 15 jaar. Het is een kaderstellende nota waarin we onze ambitie uitspreken, waarin de integraliteit tussen de verschillende thema’s in de openbare ruimte wordt geborgd en waarin de opgaven van de komende decennia worden benoemd. Om meer samenhang te krijgen bij de werkzaamheden in de openbare ruimte, worden de verschillende beleidsvelden samengebracht en de bestaande (beleid)documenten gebundeld. Het doel van de NKOR is het realiseren van een ‘toekomstbestendige openbare ruimte’.
Om een toekomstbestendige openbare ruimte te realiseren is het van belang de huidige kwaliteit minimaal te behouden en waar mogelijk te versterken. De ambitie van de Nota Kwaliteit Openbare Ruimte is om kwaliteitsgestuurd te werken aan de openbare ruimte vanuit drie samenhangende principes: gebruik, inrichting en beheer. Voor het gebruik van de openbare ruimte betekent dit dat gefocust wordt op de gebruiksmogelijkheden voor niet-gemotoriseerd verkeer (zoals fietsers en voetgangers), het faciliteren van recreatiemogelijkheden en het bijdragen aan bewegen en ontmoeten. Wat betreft de inrichting van de openbare ruimte wordt aandacht besteed aan meer rust en samenhang, bijvoorbeeld door het toepassen van één type bestrating in een samenhangend gebied.
Voor het beheer is het van belang om het onderhoud van de openbare ruimte betaalbaar te houden en te streven naar uniformiteit in producten. De keuzes die gemaakt worden bij het gebruik, inrichting en beheer geven de openbare ruimte van Vlissingen een eigen identiteit en herkenbaarheid. Het kwaliteitsgestuurd werken betekent ook dat gestuurd wordt op doelstellingen. Wat is de beoogde functie en uitstraling die je wilt bereiken in een bepaald gebied? En wat betekent dit voor de aanleg, onderhoud en beheer? Hierbij is de leidende gedachte dat niet normgestuurd wordt gewerkt, maar kwaliteitsgestuurd en toekomstgericht. Onze gemeente heeft momenteel een artikel 12 status wat zijn weerslag heeft op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. In deze nota wordt echter onze ambitie en visie uitgesproken voor de langere termijn. We zijn er ons van bewust dat er meerder jaren nodig zullen zijn om deze ambitie waar te maken. Het is de ambitie om met de kaders die in deze nota worden geschetst de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren dan wel te behouden. De nota vormt tevens de verdere basis voor bijvoorbeeld de verwerking van de vereisten uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het hebben van een nota Kwaliteit Openbare Ruimte is vanuit het BBV een verplichting voor een gemeente.
Openbare ruimte De openbare ruimte kan gezien worden als het geheel van alle voor publiek vrij toegankelijke ruimten zoals straten, pleinen, parken, parkeerplaatsen en winkelcentra. De openbare ruimte bestaat uit diverse zogenaamde kapitaalgoederen (groen, wegen, riolering, verkeerslichten e.d.) die door de gemeente zijn aangekocht of aangebracht. De gemeente is verantwoordelijk voor het in stand houden van de kapitaalgoederen, door zowel regulier als groot onderhoud toe te passen, of waar nodig elementen te vervangen wanneer deze aan het einde van de levensduur zijn gekomen.
5
inleiding 1.3 VEILIGHEID, FUNCTIONALITEITEN VISUELE KWALITEIT
1.4 REGULIER EN GROOT ONDERHOUD
1.5 NKOR IN CONTEXT
De openbare ruimte is altijd aan verandering onderhevig. Klimaatverandering, nieuwe (gebieds)ontwikkelingen, verandering in het gebruik of aangepaste eisen zorgen ervoor dat de openbare ruimte moet meebewegen. Op deze veranderingen moet de gemeente zorgvuldig reageren in zowel beheer als onderhoud. Hierbij zijn drie kernverantwoordelijkheden te onderscheiden: • Veiligheid • Functionaliteit • Visuele kwaliteit
In de openbare ruimte van Vlissingen zijn duizenden kapitaalgoederen aanwezig. Al deze kapitaalgoederen vragen om onderhoud en beheer om de openbare ruimte veilig, schoon en aantrekkelijk te houden. Het verschilt per kapitaalgoed wanneer onderhoud noodzakelijk is. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen regulier en groot onderhoud. Regulier onderhoud betreft relatief kleinschalig onderhoud, zoals het herstellen van gaten in de weg. Groot onderhoud is nodig wanneer een kwaliteitsimpuls nodig is of wanneer regulier onderhoud niet meer toereikend is. Dit is vooral van toepassing aan het einde van de levensduur van de kapitaalgoederen. In dit geval heeft de gemeente de keuze om het kapitaalgoed te vervangen of de functionaliteit aan te passen. In het laatste geval wordt bijvoorbeeld het gebruik aangepast, waardoor er minder slijtage plaatsvindt.
We staan aan de vooravond om de beheer- en beleidsplannen en de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP) voor de kapitaalgoederen wegen, groen, riolering, openbare verlichting en civiele kunstwerken te actualiseren. Hiervoor is een overkoepelend beleidskader nodig. Dit overkoepelend beleidskader leggen we vast in deze nota. De nota is een strategisch document voor de komende 10 tot 15 jaar. We hebben de wens uitgesproken om voor de langere termijn beleid te ontwikkelen voor de inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De ambities die in de NKOR worden vastgesteld worden verder uitgewerkt en vormgegeven op tactisch niveau in de beleidsplannen en op operationeel niveau in de concrete beheerplannen, handboeken en projecten.
Bij beheer en onderhoud van de openbare ruimte is veiligheid de basis. Hierbij wordt gekeken naar de technische kwaliteit van de zogenaamde kapitaalgoederen. Bij de aanleg van de openbare ruimte hebben de kapitaalgoederen de hoogste kwaliteit. Naar verloop van tijd neemt de kwaliteit af. Dit heeft te maken met de factor tijd, het gepleegde onderhoud en de intensiteit van het gebruik. Voor het merendeel van de kapitaalgoederen is, naast een ontwerpkwaliteit, een normkwaliteit vastgesteld waaraan het kapitaalgoed minimaal moet blijven voldoen. Als deze norm overschreden dreigt te worden, is onderhoud noodzakelijk. Naast veiligheid speelt functionaliteit een belangrijke rol. Elk object in de openbare ruimte heeft een functie. Als het gaat om riolering moet dit te allen tijde goed functioneren. De technische staat moet altijd op orde zijn. Tot slot speelt de visuele kwaliteit een belangrijke rol. Bij visuele kwaliteit gaat het om de uitstraling van de openbare ruimte. Een schone en goed onderhouden openbare ruimte is direct zichtbaar voor de gebruiker. Voor het onderhoud van de openbare ruimte kunnen keuzes gemaakt worden. Een voorbeeld hiervan is het maaibeheer. Op de ene locatie wordt frequent gemaaid en op een andere locatie wordt cyclisch maaibeheer toegepast.
6
inleiding 1.6 PROCES NKOR
1.7 LEESWIJZER
Deze nota is het resultaat van een zorgvuldig doorlopen proces. In eerste instantie is in november 2021 een beknopte NKOR (lightversie) door de gemeenteraad vastgesteld, zodat de interne werkwijze geborgd werd. Voorafgaand aan de NKOR is een uitvoerige analyse uitgevoerd van de status van het huidige areaal, het bestaande beleid en de opgaven. De uitkomsten van deze analyse zijn opgenomen in ‘De Staat van de Straat’. Deze Staat van de Straat vormt zodoende een 0-meting van het huidige areaal van de gemeente Vlissingen. De Staat van de Straat is voorgelegd aan diverse stakeholders waarmee individuele gesprekken zijn gevoerd. In totaal zijn er 41 stakeholders uitgenodigd en met 33 stakeholders is gesproken. Het doel van deze gesprekken was tweeledig. Enerzijds om te toetsen of de mening van de gesprekspartners overeenkomt met het beeld dat geschetst is in de Staat van de Straat en anderzijds om specifieke aandachts¬punten vanuit de gesprekspartners op te halen. Met de rode draad uit deze input is de Staat van de Straat verder verrijkt.
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige status van het areaal van de gemeente Vlissingen. Daar waar over Vlissingen wordt gesproken wordt zowel Vlissingen, Oost-Souburg als Ritthem bedoeld. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de verschillende opgaven en transities benoemd die een ruimtelijke weerslag hebben en daarom ook gevolgen hebben voor de aanleg, beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Nadat zowel de huidige situatie van de openbare ruimte beschreven is alswel de toekomstige uitdagingen binnen de openbare ruimte benoemd zijn, wordt in hoofdstuk 4 inzichtelijk gemaakt op welke wijze Vlissingen kwaliteitsgestuurd en toekomstbestendig werkt aan de openbare ruimte. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de borging en inzet van de NKOR.
Op basis van de Staat van de Straat en de gesprekken die zijn gevoerd is onderhavig document, de NKOR, opgesteld. De concept-rapportage is getoetst in het kernteam, gepresenteerd aan de leidinggevenden, wethouder en directeur, DMT en college. Vervolgens is in meerdere werksessies toegewerkt naar een model waarin de kwaliteitsgebieden zijn bepaald en vastgelegd. Dit model, met bijbehorende tabel, vormt de basis van de NKOR.
7
02 Staat van de straat 8
Staat van de straat 2.1 INLEIDING We kiezen voor een beheer- en onderhoudssystematiek die past bij het kwaliteitsgestuurd werken aan de openbare ruimte. Daarbij is het van belang eerst inzichtelijk te krijgen wat de huidige status van het areaal binnen de gemeente Vlissingen is. De status van de kapitaalgoederen is inzichtelijk gemaakt in de ‘Staat van de Straat’ (momentopname 2022). In dit hoofdstuk worden de resultaten van deze analyse weergegeven. Per kapitaalgoed gaan we in op het kapitaalgoed zelf, wat het vastgestelde kwaliteitsniveau momenteel is en evalueren we de status van het kapitaalgoed. Hiernaast bezien we hoe het beheer en onderhoud momenteel gemeentebreed is geregeld. 2.2 KWALITEITSNIVEAUS Onze openbare ruimte bestaat uit duizenden kapitaalgoederen (afbeelding 3). Onder kapitaalgoederen verstaan we verschillende objecten en civiele kunstwerken, zoals wegen, bruggen, groen en lichtmasten. De kapitaalgoederen zijn deels ons eigendom en deels eigendom van o.a. de Provincie, het Waterschap of Rijkswaterstaat. De kapitaalgoederen worden door de gemeente aangekocht en aangelegd in de openbare ruimte. De objecten worden, ongeacht het type materiaal dat toegepast wordt, op een hoog kwaliteitsniveau (A of A+) aangelegd. Na verloop van tijd treedt er verval of slijtage op en is er onderhoud nodig. Niet elk kapitaalgoed heeft hetzelfde onderhoudsniveau.
Ook hoeft niet op elke locatie hetzelfde onderhoudsniveau gehanteerd te worden. Daarom hebben we, voor wat betreft het onderhoudsniveau, onderscheid gemaakt in verschillende kwaliteitsniveaus, conform de richtlijnen van de CROW (zie kader).
CROW CROW is een afkorting van Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Na verloop van tijd werd deze organisatie steeds meer een kennisplatform en netwerkorganisatie voor onder andere infrastructuur, verkeer en de openbare ruimte. CROW is om deze reden geen afkorting meer, maar een eigennaam. CROW heeft een Kwaliteitscatalogus openbare ruimte (2023) opgesteld waarin beschreven wordt wat beeldkwaliteit is en waarvoor de beeldsystematiek bedoeld is. De beeldsystematiek bestaat uit verschillende beeldmeetlatten, meetinstructies, definities en rekenmethodes. Het onderhoud van de openbare ruimte kan, volgens de richtlijnen van de CROW (zie tabel 1), worden ingedeeld in de volgende kwaliteitsniveaus: A+, A, B, C en D . De kwaliteitsniveaus zorgen voor standaar¬disatie van de kwaliteit van het beheer voor grote delen van de gemeente. Dit zorgt voor uniformiteit in de openbare ruimte en leidt tot een goed basisbeheer. Het maakt voor bewoners, ontwerpers en andere belanghebbenden transparant waar welke kwaliteit gehanteerd wordt en wat dit kwaliteitsniveau concreet inhoudt.
KWALITEITSNIVEAU OMSCHRIJVING
INDICATIE TECHNISCHE KWALITEIT
INDICATIE NETHEID
A+
Zeer hoog
Er is geen schade
Nagenoeg ongeschonden
A
Hoog
Er is enige schade, maar de waarschuwingsgrens mooi en comfortabel is nog niet verschreden
B
Basis
De waarschuwingsgrens is overschreden: er is Functioneel klein onderhoud nodig of binnen vijf jaar is groot onderhoud nodig
C
Laag
De richtlijn is overschreden, er is binnen twee jaar Onrustig beeld, discomfort en enige groot onderhoud nodig vorm van hinder
D
Zeer laag
De richtlijn is meer dan één klasse overschreden: Kapitaalvernietiging, uitlokking van er is direct groot onderhoud nodig. vernieling, functieverlies, sociale onveiligheid TABEL 1: KWALITEITSNIVEAUS CROW
9
Staat van de straat Sinds 2014 heeft de gemeente Vlissingen een zogenaamde artikel 12 status. Eén van de consequenties daarvan was dat het onderhoudsniveau in 2014 één niveau omlaag werd gebracht. Met als doel een kostenverlaging op het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen. In de huidige situatie hanteren we voor het onderhoud van de openbare ruimte verschillende niveaus (afbeelding 1). Onderhoudsniveau C (laag, oranje) is het basisniveau en op sommige locaties hanteren we niveau B (basis, blauw) en A (hoog, grijs). Vooral bij onderhoudsniveau C treedt een onrustig en rommelig beeld op, wat over het algemeen niet positief wordt ervaren.
KAPITAALGOED
NIVEAU
OMSCHRIJVING
Openbare ruimte geheel (wegen etc.)
C
Laag
Beeldbepalende plekken
Boven niveau C
Basis tot hoog
Plannen van aanpak kapitaalgoederen
-
Minimale kwaliteitseisen
Beluifelingen
C
Laag
Openbaar groen, zichtloca- B ties
Basis
Openbaar groen, overig
Laag
C
LEGENDA A B C
AFBEELDING 1: STRUCTUURELEMENTENKAART MET HUIDIGE KWALITEITSNIVEAUS
10
Staat van de straat We onderscheiden 9 verschillende kapitaalgoederen: afval & straatreiniging, groen, wegen, water, kabels & leidingen, riolering, verlichting (en straatmeubilair), spelen/sport en kunst. In de NKOR gaan we voor de diverse kapitaalgoederen, voor zover deze vastgesteld is, afzonderlijk in op de kwaliteitsniveaus. Dit is afgestemd op het type kapitaalgoed, de impact op de openbare ruimte en de specifieke locatie. Dit betreft de thema’s/kapitaalgoederen afval en straatreiniging, groen, wegen en verlichting. De kapitaalgoederen waar dit betrekking op heeft zijn hierna eerst toegelicht. Voor sommige kapitaalgoederen is het niet mogelijk om er op die manier een kwaliteitsniveau aan te koppelen. Zo is de kwaliteit van bijvoorbeeld het rioleringssysteem niet afhankelijk van de locatie, maar dient dit altijd en overal te functioneren en veilig te zijn.
AFBEELDING 2: OPENBARE RUIMTE IN CIJFERS (BRON: JUUST)
11
Staat van de straat Afval en straatreiniging Bij afval onderscheiden we verschillend soorten afval: zwerfafval, (fijn en grof) huishoudelijk afval en bedrijfsafval (zeer beperkt van toepassing). Het doel is om afval te verminderen, zowel in de openbare ruimte, als qua huishoudelijk afval (en in mindere mate bedrijfsafval hier heeft gemeente geen verplichte taak voor de inzameling). Om het zwerfafval te voorkomen in de openbare ruimte zijn er openbare afvalbakken. Straatreiniging gaat over de periodieke reiniging van straten, wegen en pleinen met behulp van veegmachines. Voor zwerfafval zijn ook de CROW-normen van toepassing. Straatreiniging wordt over het algemeen op kwaliteitsniveau C beheerd. Dit met uitzondering van de gebieden met een centrumfunctie en de begraafplaatsen. Ieder gemeente is verplicht om huishoudelijk afval bij haar inwoners in te zamelen. Hierbij maakt gemeente Vlissingen gebruik van inzamelvoorzieningen (bijvoorbeeld ondergrondse of bovengrondse containers) en inzamelmiddelen (bijvoorbeeld 140 liter rolcontainer). Gemeente Vlissingen heeft zich evenals de andere Zeeuwse gemeenten gecommitteerd aan de Van Afval naar Grondstof doelstelling (VANG doelstelling).
Om het huishoudelijk restafval zoveel mogelijk te reduceren, wordt het afval zoveel mogelijk gescheiden in herbruikbare afvalstromen (gft-afval, PMD, oud-paper, glas, textiel et cetera) door verschillende inzamelmiddelen of voorzieningen (afhankelijk van woonsituatie). Aan de ingezamelde afvalstromen zijn strenge kwaliteitseisen aan verbonden wil het kunnen worden gerecycled. Ook aan de inzamelmiddelen en voorzieningen zijn kwaliteitseisen aan verbonden. Op de locaties van de inzamelvoorzieningen wordt op dit moment gemiddeld genomen gestreefd naar kwaliteitsniveau B. Op dit moment zijn we bezig met het uitrollen van een nieuw inzamelsysteem. De verwachting is dat dit in 2025 afgerond is. Bij dit inzamelsysteem wordt de service op restafval beperkt en de service op herbruikbare afvalstromen vergroot.
12
Groen Onder groen in de openbare ruimte verstaan we plantsoenen, openbare tuinen en natuurspeelplekken. Binnen deze ruimtes zijn verschillende bomen, struiken en planten aanwezig. Het overgrote deel van het groen wordt op kwaliteitsniveau C (Laag) beheerd. Slechts enkele specifieke groenobjecten worden op kwaliteitsniveau B (Basis) beheerd. Vanuit het Groenbeleidsplan zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: • Het tegen maatschappelijk verantwoorde kosten in stand houden en ontwikkelen van het openbaar groen in het algemeen, en een gezonde hoofdgroenstructuur (HGS) op stedelijk, wijk- en buurtniveau. • Binnen groenrenovaties (groot tussentijds onderhoud), integrale en nieuwe (RO-)projecten wordt de inrichting van openbaar groen zo vorm gegeven dat beheer op kwaliteitsniveau C uitvoeringstechnisch mogelijk blijft. Het groen, uitgezonderd de bomen, wordt elke vier jaar geïnspecteerd. Voor bomen wordt jaarlijks een gefaseerde Boom Veiligheid Controle (BVC) uitgevoerd waaruit maatregelen voortvloeien. Daarnaast wordt jaarlijks een inboetronde uitgevoerd, waarbij schade of ontbrekende beplanting wordt ingeboet of vervangen. Als we kijken naar de huidige staat van het groen zien we dat er op meerdere plaatsen sprake is van te kleine ondergrondse groeiplaatsen voor de aanwezige bomen.
Dit zorgt voor overlast en onveilige situaties door wortelopdruk onder wegen, fietspaden en trottoirs.
Wegen Onder wegen verstaan we verschillende verharde oppervlaktes, zoals wegen, fietspaden, wandelpaden en trottoirs. In het Wegenbeleidsplan is opgenomen dat het onderhoudsniveau voor alle verhardingen laag (niveau C) is. Op dit moment is er een grote onderhoudsachterstand op het wegenareaal. De afgelopen jaren is geïnvesteerd om deze achterstand in te lopen (van 20% tot 5%). In 2021 is een weginspectie uitgevoerd. Op dit moment heeft 15,8% (ca. 400.000 m2) van het wegen areaal een kwaliteitsniveau D (zeer laag). De wegen worden 1 x 2 per jaar door middel van inspecties geïnventariseerd. Dat betekent dat we de komende jaren nog veel groot onderhoud gaan plegen. Verlichting en straatmeubilair Het beleidsplan Openbare Verlichting 2021-2025 draagt in belangrijke mate bij aan de kwaliteit en veiligheid van de openbare ruimte. Het beleidsplan maakt geen onderscheid in deelgebieden, maar geldt voor de gehele gemeente. De lichtmasten worden onderhouden op kwaliteitsniveau C. Naast het beheren op kwaliteitsniveau C worden er ook andere eisen gesteld aan de openbare verlichting. Bij het onderhouden of vervangen van de verlichting dienen we rekening te houden met de Elektriciteitswet, de Wet Natuurbescherming en de Arbeidsomstandighedenwet. Doordat we rekening dienen te houden met verschillende belangen en eisen is maatwerk per locatie dus zeer wenselijk.
Over het algemeen geldt dat het toepassen van de juiste verlichting bijdraagt aan de zichtbaarheid van de openbare ruimte, door verblijfsplekken en routes duidelijk aan te geven. Hiermee wordt ook de sociale veiligheid op straat bevorderd. Op dit moment is er nog sprake van achterstallig onderhoud aan de openbare verlichting. Door middel van een projectplan zijn we bezig met een inhaalslag. Door het versneld uitfaseren van halogeen voor LED moeten de armaturen eerder vervangen worden dan de masten. Dit vormt een uitdaging. Belangrijk is dat er gekozen wordt voor lichtmasten en armaturen met een lange levensduur. We vinden voldoende en goed onderhouden verlichting belangrijk voor een veilige openbare ruimte. Op sommige plaatsen is de verlichting ontoereikend en/of wordt dit niet snel genoeg hersteld. Voor lichtmasten geldt dat deze te allen tijde moeten functioneren. Er is wel onderscheid te maken in hoe scheef een lichtmast mag staan voordat deze recht wordt gezet.
Staat van de straat Met betrekking tot straatmeubilair kan gesteld worden dat de situering van het straatmeubilair van invloed is op de flexibiliteit van hulpdiensten. Daarnaast zijn veel straatnaamborden slecht te lezen, dit is bij het melden van een ongeval of brand soms lastig voor de melders. Ook de bereikbaarheid van brandkranen is soms onvoldoende. Voor straatmeubilair is geen kwaliteitsniveau afgesproken. Straatmeubilair dient te allen tijde te functioneren en veilig te zijn. Ook in de toekomst wordt hier geen nader kwaliteitsniveau voor afgesproken. Water Als gemeente hebben we geen beheerplan stedelijk water. Tot waar rioleringssystemen het oppervlaktewater bereiken (overstorten) zijn deze opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Waterschap Scheldestromen is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het is noodzakelijk dat deze ‘systemen’ functioneren en veilig zijn. Tevens hebben wij een inspanningsverplichting voor het inzamelen en transporteren van afval- en hemelwater. Zie ook het thema riolering. Aangezien het waterschap verantwoordelijk is voor het oppervlaktewater is, hebben wij geen kwaliteitsniveau gekoppeld aan het thema Water.
Riolering In Vlissingen liggen twee typen rioolstelsels. Een gemengd rioolstelsel en een gescheiden rioolstelsel. Zo’n 80% van de riolering bestaat uit een gemengd rioolstelsel. Het afvalwater uit het gemengde rioolstelsel wordt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Waterschap Scheldestromen getransporteerd. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2021 gaan we in op de gemeentelijke watertaken, zoals afvalwater, hemelwater, en grondwater. Het geactualiseerde GRP is in 2023 ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Het gemeentelijke rioolstelsel is door de jaren heen aangepast en steeds robuuster geworden. We zijn er dan ook van overtuigd dat het rioolstelsel regenval bij extreme buien (zoals in 2020) goed kan afvoeren. Het is noodzakelijk dat rioleringssystemen functioneren en veilig zijn. Tevens hebben wij een inspanningsverplichting voor het inzamelen en transporteren van afval- en hemelwater. Daarom kozen we er voor hier geen kwaliteitsniveau aan te koppelen. Kolken, putdeksels of andere bovengronds zichtbare delen van de riolering zijn onderdeel van de kwaliteitsbeoordeling van de wegen. Kabels en leidingen Voor het thema kabels en leidingen hanteren we het Handboek Kabels en Leidingen Zeeuwse Gemeenten (2016). Doel van het handboek is om o.a. de veilige ligging en ordening van de ondergrondse infrastructuur te kunnen borgen.
In het handboek zijn afspraken opgenomen over het aanleggen van kabels en leidingen, zodat de kans op schade aan kabels en leidingen kleiner wordt. Ook is in het handboek de procedure omschreven waaraan netbeheerders zich moeten conformeren zodat er niet zonder toestemming door derden in de openbare ruimte gegraven wordt. De ligging van kabels en leidingen wordt in samenspraak bepaald, zodat de juiste ligging in de openbare ruimte voor een groot deel geborgd is. Nutsvoorzieningen dienen ten alle tijden te functioneren en veilig te zijn. Om deze reden is hiervoor geen kwaliteitsniveau opgenomen. We hebben ervoor gekozen om het herstel, onderhoud en beheer na aanleg van kabels en leidingen onder onze verantwoordelijkheid te nemen. Dat betekent dat het (her)straatwerk door ons zelf uitgevoerd wordt.
Spelen We hebben geen actief speelbeleid, maar beschikken wel over een nota Speelruimtebeleid 2012-2016. De uitgangspunten van dit beleid zijn nog van toepassing. Het Speelruimtebeleid maakt geen onderscheid in deelgebieden, maar geldt voor de gehele gemeente. Het Speelruimtebeleid maakt onderdeel uit van het onderhoudsbudget voor groen. De kwaliteit wordt geborgd door het laten uitvoeren van periodieke controles door erkende keuringsinstellingen. Speelvoorzieningen dienen te allen tijde te functioneren en veilig te zijn. Derhalve is hier geen kwaliteitsniveau aan te koppelen. Ook in de toekomst worden hier geen kwaliteitsniveaus voor afgesproken. Wel moeten speelvoorzieningen passen in de omgeving en hebben zodoende een bepaalde ontwerpkwaliteit. Verder moeten speelplekken voldoen aan de Warenwetbesluit attractie/ en speeltoestellen. Kunst We hebben een onderhoudsbudget voor onderhoud en beheer van culturele kunstwerken die door de gemeente zelf zijn opgericht of in het verleden zijn geschonken. Het initiatief en onderhoud tot oprichten van (nieuwe) kunstwerken ligt bij particulieren. Kunst dient te allen tijde veilig te zijn, aangezien het niet wenselijk is dat onderdelen van kunstobjecten schade toebrengen aan mensen en kapitaalgoederen Derhalve is hier geen kwaliteitsniveau aan te koppelen. Ook in de toekomst worden hier geen kwaliteitsniveaus voor afgesproken.
13
Staat van de straat 2.3 HUIDIGE WERKWIJZE
2.4 WIJKGERICHTE AANPAK EN PARTICIPATIE
De basis voor werkzaamheden in de openbare ruimte wordt op dit moment gevormd door verschillende beheerplannen in combinatie met de door de gemeenteraad vastgestelde onder¬houdsniveaus. Daarnaast is een nota Onderhoud Kapitaalgoederen vastgesteld die elke 4 jaar geactualiseerd wordt. Verder hanteren we het Handboek Openbare Ruimte en het Constructiehandboek. In het Handboek Openbare Ruimte zijn algemene eisen en principes opgenomen m.b.t. de kapitaalgoederen, terwijl in het Constructiehandboek de technische eisen, maatvoering en detail(tekeningen) zijn opgenomen. De straten die de afgelopen jaren vernieuwd zijn, zijn over het algemeen aangepast conform het Constructiehandboek.
Sinds 2013 werken we met de systematiek ‘Wijkgerichte aanpak’ door de kwalitatieve opgaves vanuit de kapitaalgoederen wegen, riolering en groen te koppelen. Deze aanpak is in 2020 uitgebreid door de openbare ruimte nog meer integraal te benaderen. Ook wel de Toekomstbestendige Openbare Ruimte (TOR) aanpak genoemd. Hierbij werken we met de zogenaamde Heatmap structuur waarbij onderscheid gemaakt wordt in de Kwaliteit Heatmap, Prioriteit Heatmap en de Integrale Heatmap. Vanuit deze Heatmaps wordt geborgd dat over de grenzen van de (technische) beheerplannen heen gekeken wordt. Zo worden risico’s en kansen in beeld gebracht en wordt, waar mogelijk, ingezet op koppelkansen. Deze werkwijze is uitvoerig beschreven in de voorgaande beknopte Nota Kwaliteit Openbare Ruimte (light versie, november 2021). Per project wordt ook een keuze gemaakt welke wijze van participatie het meest geschikt is. De heatmaps worden periodiek aangepast. De voorbereiding voor de eerstvolgende update loopt. Het Participatiebeleid, wat in 2023 is vastgesteld, geeft een overzicht van de bestaande (juridische) beleidskaders met betrekking tot participatie. In De Vlissingse Participatieleidraad is uitgewerkt hoe bij een project het participatietraject vorm gegeven kan worden.
Uit de gesprekken met de stakeholders is naar voren gekomen dat er steeds meer gedaan wordt aan participatie en dat de gemeente benaderbaar en aanspreekbaar is. Er is waardering voor de inzet om, ondanks de beperkte middelen, op een integrale wijze kwaliteit te realiseren.
De beheerdata van de kapitaalgoe¬deren wordt opgeslagen in een beheersysteem. Deze data kunnen digitaal of via kaartmateriaal ingezien of gedeeld worden. Zo zien we wat er zich in de buitenruimte bevindt en in welke staat dit verkeert. Met deze data stellen we rapportages op en worden analyses gemaakt. Onderhoud, vervanging of renovatie met de benodigde investeringen worden hiermee in beeld gebracht. Met betrekking tot het beheersysteem streven we ernaar om de resultaten van de opgeleverde projecten en renovaties tijdig over te dragen aan de beheerders, zodat deze doorgevoerd kunnen worden in het beheersysteem. Het is belangrijk dat data actueel blijven. Wanneer er bijvoorbeeld een bankje wordt verwijderd moet dat ook in het beheersysteem worden aangepast.
14
03 opgaven in de openbare ruimte 15
opgaven in de openbare ruimte 3.1 INLEIDING We staan voor grote transities: de overgang naar een duurzame, circulaire en klimaatadaptieve gemeente. De openbare ruimte vervult hierin een belangrijke rol. Hier spelen deze transities zich grotendeels af en zijn deze ook ruimtelijk zichtbaar. Vooral de energietransitie en het klimaatvraagstuk eisen veel (ondergrondse) ruimte op. Voor al deze transities is het belangrijk dat de verschillende opgaven integraal aangepakt worden en vanwege de schaarste in de openbare ruimte is meervoudig ruimtegebruik ook wenselijk. Belangen in de ondergrond en bovengrond kunnen gecombineerd worden door te zoeken naar slimme oplossingen en innovaties. Op deze wijze wordt de openbare ruimte zorgvuldig ingericht, zowel ondergronds als bovengronds. Thema’s als energietransitie en klimaatadaptatie zijn verweven in alle werkzaamheden van onze gemeente en ook bij de inrich¬ting van de openbare ruimte. Van het gebruik van materialen tot de keuze van materieel (minder/geen uitstoot van schadelijke stoffen), tot het toepassen van groen met een concreet doel (biodiversiteit, klimaatadaptatie, waterberging, etc.) of het verbeteren van de bodemkwaliteit. Belangrijk is om met een integrale bril naar de openbare ruimte te kijken en meer in te zetten op de kansen die hier liggen.
16
De basis voor het duurzaamheidsbeleid vormt het Milieu¬beleid Klimaat en Energie 2016-2019. Dit beleidsplan geeft ons kaders om invulling te geven aan de verschillende aspecten van klimaat en energie. Dit beleids¬stuk wordt de komende jaren geactualiseerd. De Routekaart Klimaat en Energie (2021-2031) geeft een overzichtelijke weergave van gemaakte afspraken en beleid inzake energie en klimaat. De Routekaart Klimaat en Energie gaat in op verschil¬lende duurzaamheidsthema’s. In de Omgevingsvisie zijn 9 verschillende opgaves uitgewerkt. In dit hoofdstuk worden de verschillende opgaven uit de omgevingsvise die een ruimtelijke weerslag hebben op de openbare ruimte verder uitgewerkt. Aangezien de NKOR zicht uitsluitend richt op de openbare ruimte is gekozen om een aantal opgaven wat meer uit te splitsen of samen te voegen.
opgaven in de openbare ruimte 3.2 ENERGIETRANSITIE De transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare en duurzame brandstoffen heeft grote gevolgen voor de openbare ruimte. In de ondergrond liggen, naast drinkwaterleidingen en riolering, een groot aantal kabels en leidingen. Maar het wordt steeds drukker en voller in de ondergrond. Door de energietransitie moeten ook warmtenetten en WKO-systemen in de ondergrond ingepast worden. Niet bij alle alternatieven van aardgas moet de grond geroerd worden. Groen gas kan via het bestaande gasnetwerk worden vervoerd, maar voor warmtenetten moeten nieuwe warmteleidingen aangelegd worden. Bij all electric betekent dit dat er extra transformatorruimte nodig is in de vorm van transformatorhuisjes. Deze transformatorhuisjes hebben op hun beurt bovengrondse ruimte nodig. Ook het elektriciteitsnet moet worden verzwaard wanneer er meer behoefte is aan elektriciteit. De aanleg van energievoorzieningen vormt een logisch moment om in een gebied ook andere maatregelen te nemen, zoals klimaatadaptieve maatregelen of maatregelen die de veiligheid of ontmoeting bevorderen. Dit noemen we koppelkansen. Om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving in goede banen te leiden heeft de gemeente een Transitievisie Warmte opgesteld.
In de Transitievisie Warmte (TVW) zijn de alternatieven voor aardgas en het handelingsperspectief per wijk of buurt uitgewerkt. Per buurt is inzichtelijk gemaakt welk alterna¬tief het meest kansrijk is (afbeelding 3). In de Transitievisie Warmte (TVW) is specifiek opgenomen dat de warmtetran¬sitie gekoppeld wordt met opgaven en thema’s die spelen in specifieke buurten, wijken en dorpen als er sprake is van een gebiedsgerichte aanpak met koppelkansen. In de buurten waar gestart wordt met een traject richting aardgasvrij wordt een uitvoeringsplan (WUP) opgesteld op wijk of dorpsniveau. In het uitvoeringsplan wordt bepaald hoe de uiteindelijke warmtevoorziening voor bijvoorbeeld een dorp of wijk eruit komt te zien.
AFBEELDING 3: TRANSITIEKAART GEMEENTE VLISSINGEN
17
opgaven in de openbare ruimte 3.3 KLIMAATBESTENDIGE STAD Het klimaat verandert. Doordat de gemiddelde temperatuur stijgt, krijgen we te maken met zachtere winters en hete zomers. Er valt meer neerslag in de winter en intensieve buien in de zomer. Door deze extreme neerslag neemt de kans op wateroverlast toe. Door een stijgende zeespiegel is er meer kans op overstromingen. Naast wateroverlast, is er kans op perioden met veel droogte en hittestress. De hittestress doet zich vooral voor in de gebouwde omgeving waar relatief veel verharding aanwezig is en weinig groen. Doordat de temperaturen in de zomer steeds hoger worden groeit ook de behoefte aan plekken met verkoeling zoals parken en(overdekte) terrassen. We hebben nog geen gemeentelijk beleid voor klimaatadaptatie, maar werken samen met de andere Zeeuwse gemeenten aan de uitvoering van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (KasZ). Het doel van de KasZ is om in 2050, conform het beleid van de rijksoverheid, klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. Dit is ook ons doel. In de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021-2026 worden de Zeeuwse uitgangspunten beschreven. De belangrijke klimaateffecten zijn wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming. Diverse opgaven en uitdagingen dwingen tot het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte.
Er moet dan ook meer aandacht zijn voor klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte, maar ook voor mitigerende maatregelen. De trend is dat, ondanks dat het binnen het bestaand woongebied een grote uitdaging is, de straten steeds groener worden ingericht, conform het principe ‘groen voor grijs’. Ook het klimaatadaptief inrichten van speeltuinen of het realiseren van natuurspeeltuinen wordt steeds belangrijker. Voor de toekomst geldt dat waar mogelijk klimaatadaptieve maatregelen en materialen worden toegepast voor een gezonde, veilige, toekomstbestendige en aangename leefomgeving. Een goed voorbeeld binnen de gemeente Vlissingen waarbij rekening is gehouden met klimaatadaptie is de wijk Claverveld. Naast dat meegewerkt wordt aan het uitvoeren van de KasZ zijn een aantal aspecten van klimaatadaptatie verankerd in het GRP en in het Groenbeleidsplan. Ook in de omgevingsvisie wordt ingegaan op de kansen die er zijn om de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten. In de gebiedsuitwerking/kompassen is uitgewerkt welk thema binnen welk gebied belangrijk is. In de komende jaren werken we ons beleid met betrekking tot klimaatadaptatie verder uit. 18
AFBEELDING 4: KLIMAATADAPTIEF EN NATUURLIJK SPELEN IN CLAVERVELD
opgaven in de openbare ruimte 3.4 CIRCULAIRE ECONOMIE Een relatief nieuwe opgave binnen de openbare ruimte is de circulaire economie. Een circulaire economie is een economisch systeem waarin de kringlopen gesloten worden. Grondstoffen, onderdelen en producten behouden hun waarde zo veel als mogelijk. De transitie moet de lineaire instelling (‘take-make-waste’ systeem) veranderen in een circulair systeem waarbij grondstoffen en producten in een kringloop blijven. Nederland wil in 2050 een volledig circulaire economie zijn. Hiervoor is het programma Nederland Circulair opgesteld waarin uitgegaan wordt van drie belangrijke aspecten: efficiënter gebruikmaken van grondstoffen, grondstoffen zoveel mogelijk duurzaam produceren en het circulair ontwikkelen van nieuwe productiemethodes en producten. In de Strategische Visie zijn circulaire ambities opgenomen. Wij, als beheerder van de openbare ruimte, beschikken over veel materialen: elementenverhardingen, straatmeubilair, riolering, verlichting. Elk jaar wordt een deel van de openbare ruimte opnieuw bestraat en rioleringen vervangen. Deze materialen hebben een levensduur van ruim vijftig jaar en worden normaliter pas na deze termijn vervangen of hergebruikt. In het beheer van de openbare ruimte moeten we vooruit kijken.
In het beheersysteem brengen we in beeld over welke bouwstoffen de gemeente beschikt en wanneer deze vrijkomen, maar er is niet inzichtelijk gemaakt uit welke materialen de bouwstoffen bestaan en op welke wijze deze materialen hergebruikt kunnen worden. Om dit inzichtelijk te krijgen kunnen we bijvoorbeeld gaan werken met materiaalpaspoorten waarin precies staat waaruit een product bestaat en hoe deze hergebruikt kan worden. Op een circulaire wijze beheer uitvoeren betekent dat niet alleen gestreefd wordt naar het schoon, heel en veilig houden van de openbare ruimte, maar dat ook gekeken wordt waar de grondstoffen vandaan komen (en hoe deze geproduceerd zijn) en waar deze na gebruik naar toe gaan. In plaats van voornamelijk te letten op de levensduur, moet ook gekeken worden naar nieuwe (toekomstige) toepassingsmogelijkheden. Dit en andere aspecten met betrekking tot de opgave ‘circulaire economie’ werken we verder uit in het nog op te stellen beleid.
AFBEELDING 5: HERGEBRUIK VAN MATERIALEN
19
opgaven in de openbare ruimte 3.5 NATUURLIJKE EN GROENE LEEFOMGEVING De natuurlijke en groene leefomgeving bestaat uit alle natuur en al het groen in de gemeente. Belangrijke onderdelen binnen dit thema zijn biodiversiteit, bodem, water en landschap. De laatste jaren neemt de biodiversiteit wereldwijd drastisch af. Oorzaken voor deze afname zijn onder andere veranderingen in landgebruik, klimaatverandering en vervuiling. Biodiversiteit wordt veelal omschreven als de ‘verscheidenheid aan leven, in allerlei vormen, op aarde’. Het gaat niet alleen over het aantal soorten, maar ook over de genetische variatie binnen de soorten en de variatie aan ecosystemen. Biodiversiteit en natuurversterking (verbeteren ecosysteem of aanleggen ecologische verbindingen) is belangrijk voor onze stad, omdat het zorgt voor schone lucht, vers water, een goede bodemkwaliteit en bestuiving van gewassen. Bomen zorgen bijvoorbeeld niet alleen voor het afvangen van C02, maar zorgen ook voor verkoeling tegen (extreme) hitte. Daarnaast heeft groen ook een waterbergende en regulerende functie. In de omgevingsvisie is opgenomen dat we het groenblauwe netwerk willen versterken door bij de inrichting van de openbare ruimte in de stedelijke omgeving uit te gaan van het 3-30-300 principe. De eerste regel is dat iedereen minstens drie bomen moet kunnen zien vanuit huis.
De volgende regel is 30 procent bladerdek per wijk. Dit zorgt voor voldoende koeling, een beter microklimaat, het verbeteren van de luchtkwaliteit en het absorberen van geluid. De laatste regel is dat iedereen op maximaal 300 meter moet wonen vanaf een groene plek van minstens 1 hectare om te recreëren of af te koelen. Dit moet een hoogwaardige groene verblijfsplaats zijn, met veilige wandelroutes ernaartoe. Daarnaast streven we ook naar meer en multifunctioneel groen. Groen kan namelijk meerdere functies dienen, zoals een leefgebied voor soorten, recreatie, natuurbeleving, waterberging, opslag van C02 of tegengaan van hittestress. Naast het werken met het 3-30-300 principe en het toekennen van meerdere functies aan het groen, kunnen we ook met het beheer en onderhoud bijdragen aan meer groen en het vergroten van de biodiversiteit. Bijvoorbeeld door het toepassen van jaarlijks of cyclisch maaibeheer in plaats van periodiek maaibeheer. Hierdoor krijgen grassen en bloemen de mogelijkheid om te bloeien. Het beleid met betrekking tot groen wordt de komende jaren verder uitgewerkt.
20
AFBEELDING 6: BIODIVERS BEPLANTING ALS RESULTAAT VAN HET TOEPASSEN VAN AANGEPAST MAAIBEHEER
opgaven in de openbare ruimte 3.6 DUURZAME MOBILITEIT Het stimuleren van duurzame mobiliteit heeft ook gevolgen voor de openbare ruimte. Hierbij kunnen we onderscheid maken in elektrisch vervoer en het fietsen of wandelen. We hebben nog geen specifiek gemeentelijk beleid op duurzame mobiliteit. Bij de aanleg, beheer en onderhoud van de openbare ruimte moet echter vanuit de opgave duurzame mobiliteit rekening gehouden worden met de plaatsing van laadpalen. Voor het plaatsen van laadpalen gelden een aantal criteria. Deze zijn vastgelegd in de Beleidsregels oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Vlissingen. Het doel van de beleidsregels is om naast duidelijkheid te geven over de criteria en voorwaarden waaronder de gemeente medewerking verleent, ook aanvra¬gers en aanbieders te informeren over de te volgen procedure. Binnen de gemeente merken we dat het fietsgebruik toeneemt en de verwachting is dat dit nog verder toeneemt. Cijfers tonen aan dat de veerpont Breskens-Vlis¬singen steeds meer gebruikt wordt door fietsers. Toch ligt de nadruk nog vaak op gemotoriseerd verkeer en zijn fiets¬paden onvoldoende ingericht op het toenemende gebruik. Het wordt steeds drukker (ook met e-bikes) en het is belangrijk fietsgebruik te stimuleren.
Om fietsen te faciliteren kunnen de fietspaden bijvoorbeeld meer met elkaar verbonden worden, zodat er een goed en duidelijk fietsnetwerk ontstaat. De opgave wordt verder uitgewerkt in het nog op te stellen beleidsplan. AFBEELDING 7: HET AANTAL LAADPALEN IN DE OPENBARE RUIMTE BLIJFT GROEIEN
21
opgaven in de openbare ruimte 3.7 INCLUSIEVE SAMENLEVING EN TOEGANKELIJKHEID
3.8 GEZONDHEID EN SPORTEN
3.9 KUNST
Vlissingen is een inclusieve gemeente. Alle inwoners moeten optimaal mee kunnen doen in de samenleving, ongeacht leeftijd, culturele achtergrond, gender, seksuele voorkeur, inkomen, talenten of beperkingen. Voorzieningen moeten (in brede zin) toegan¬kelijk zijn. Uitgaande van het VN Verdrag voor gelijke rechten van mensen met een beperking moet de openbare ruimte toegankelijk zijn voor mensen met een beperking, zodat iedereen (drempelloos) mee kan doen. In 2023 wordt een Lokale Inclusie Agenda vastgesteld. Verder is er een checklist openbare ruimte beschikbaar van de werkgroep gehandicapten Walcheren. Deze moet nog geactu-aliseerd worden, maar is een goede leidraad. Tot slot biedt de ontwikkelagenda sociaal domein goede handvatten. Bij de renovatie en aanleg van de openbare ruimte houden we rekening met de toegankelijkheid. De toegankelijk¬heid wordt gewaarborgd door een goed beheer en onderhoud. In de huidige situatie zijn veel trottoirs en fietspaden eigenlijk te smal voor gebruik ervan met een rollator of scootmobiel. Met name het centrum is lastig begaanbaar voor de oudere doelgroep. Dit zijn aspecten waar we aandacht aan gaan geven. Het verbeteren van de toegankelijkheid binnen de openbare ruimte dient een groter doel, namelijk het creëren van sociale veiligheid. Denk hierbij aan uitgangen en vluchtroutes.
Sociale veiligheid willen we, naast te letten op toegankelijkheid, bevorderen door bij de (her)inrichting van de openbare ruimte aandacht te besteden aan zichtbaarheid, eenduidigheid en aantrekkelijkheid.
Het toewerken naar een gezonde en vitale leefomgeving is een belangrijke opgave voor de komende jaren. Een groene openbare ruimte nodigt uit om naar buiten te gaan en om elkaar te ontmoeten, te bewegen of te ontspannen. Bij de aanleg, inrichting en het beheer van de openbare ruimte besteden we aandacht aan mogelijkheden voor ontmoeting, bewegen en sporten. Dit doen we door het toepassen van voldoende groen, natuurlijke elementen of plekken, zoals parkeren, sportvelden en faciliteiten voor sport- en recreatiemogelijkheden. Ontmoetingsplekken dragen ook bij aan het geestelijk welzijn en vermindert eenzaamheid.
Vlissingen is een stad met een rijke historie. Daarnaast is Vlissingen één van de steden van Nederland met de meeste kunst per vierkante meter in de openbare ruimte. Dat maakt de stad zelf een grote expositie. Naast bekende beelden zoals Michiel de Ruyter (L. Royer) en Pieter Louwerse (P. Puijpe) heeft Vlissingen verschillende sculpturen en muurschilderingen in de openbare ruimte. Naast het onderhoud van de kunstwerken die door de gemeente zelf zijn opgericht of in het verleden zijn geschonken, willen we kunst actief gaan stimuleren. Kunst verrijkt namelijk onze openbare ruimte en trekt ook nieuwe (creatieve) doelgroepen aan.
Daarnaast gaan we meubilair (lichtmasten, paaltjes, prullenbakken, etc.) zoveel mogelijk bij elkaar plaatsen, zodat de obstakels op het trottoir minder verspreid staan. Ook zorgen we voor goede oversteekmogelijkheden op strategische plaatsen. Bij beplanting houden we rekening met wortelopdruk van grote bomen, want dit zorgt vaak voor gevaar¬lijke situaties.
AFBEELDING 8: BIJ DE AANLEG VAN OPENBARE RUIMTE WORDT AANDACHT BESTEED AAN TOEGANKELIJKHEID 22
04 kwaliteitsgestuurd & toekomstbestendig werken
23
Kwaliteitsgestuurd & toekomstbestendig werken in vlissingen 4.1 INLEIDING In de voorgaande hoofdstukken hebben we de huidige systematiek en de status van de verschillende kapitaalgoederen beschreven. Ook hebben we gezien dat we voor grote ruimtelijke opgaven staan die zich zowel ondergronds als bovengronds afspelen en de druk op de openbare ruimte vergroten. De opgaven die zich voordoen vragen om een andere manier van denken. Denken buiten de traditionele indeling en beheersystematiek. Denken buiten de hokjes. Daarnaast vraagt het ook om een multidisciplinaire aanpak, waarbij alle beheerdomeinen zijn aangesloten om de verschillende opgaven slim te combineren. Immers, de beschikbare openbare ruimte is vaak beperkt, het budget is gelimiteerd en de maatregelen kunnen elkaar versterken of juist tegenwerken.
24
De ambitie van de NKOR is om kwaliteitsgestuurd te werken aan de openbare ruimte. Dit betekent dat er gestuurd wordt op doelstellingen. Wat is de beoogde functie en uitstraling die we willen bereiken in een bepaald gebied? Welke opgaven spelen binnen een bepaald gebied? En wat betekent dit weer voor de aanleg, onderhoud en beheer? Hierbij is de leidende gedachte dat niet zozeer normgestuurd wordt gewerkt, maar kwaliteitsgestuurd en toekomstgericht. We streven naar het zoveel mogelijk combineren van werkzaamheden en het creëren van koppelkansen.
Zoals eerder aangegeven heeft onze gemeente momenteel een artikel 12 status. Dit heeft onder andere gevolgen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. In deze nota spreken we echter onze ambitie en visie uit voor de langere termijn. We zijn ons er hierbij van bewust dat er meerdere jaren nodig zullen zijn om deze ambitie waar te maken. We zien dit daarom als een groeimodel waarin we toegroeien naar het doel dat we willen behalen.
o
weg
To r
Ber
gwe
rtw
g
sw
eg
gse
J a c o b a v a n B eiere n
eg
we
Vrij
g
burg
stra
at
sin uwe
Nie
Vlis
weg
vliet
Oost-Souburg
g
Bermwe
N288
g N288
in
ge
A58
l Ritt
hem
ses
traa
t
E312
N288
g we
Zuide
ks
ij
an
ew
la we
g
rsluisw
at
Ze
ch
Sloeweg
e
l s t ra
We l z i n g s e w e
Weye
eg
Kanaa
N288
e Slo
Zand w
Slo
g
L an d bo uwweg
nw
an
le
nla
brandystraat
Ba
pi Cho
Mo
Ger
weg
we
E312
gse
N288
oe
Lekstra
ew
Wildbaan
Ga
eg lg
uwe
fw
hr
at
Vlis
Sc
Nie
Ho
weg
nd
sin
bra
eg
Vlissingen
N662 Baskensbrug I Buitenhaven
Anjelierenlaan
Kou
Za
ac
iss
g
at
Ritthem
we
t ra
Gl
w
g
de
er
m
we
so
nk
ko
nd
enweg
Sp
u
ui
Ba
el
enweg
Bo
rd
iss
Sing
Oosterhav
eg va
hu
gel
We s t e r h av
ksew Sin
Bad
le
Vi
deker
Baskensbrug II
S c h o t t ew e g
tra a t Binnenhaven Het Dok
eg
Binnenhaven
t
Oos t
el
LEGENDA
Com ma n
dowe
g
ijk
e
Be
rm
we
g
AFBEELDING 9 | KWALITEITSKAART
er
di
en
st
Vl
is
si
ng
en
-
11 m
Ve
Galge
ijer
11 m
eg
Vrijburg
e
en
Re Spo
gw
M
Poort
Zinder
N288
in
ng
g
er
g we
a t erga
we
lseweg
weg
ks
ee
eg
Ve r
Om de beeldkwaliteit helder te beschrijven, is gekozen voor drie onderhoudsniveaus: Basis, Basis + en Basis. Met deze drie Vlissingse kwaliteiten versterken we de samenhang in gebruik, inrichting en beheer van de openbare ruimte. Bovendien standaardiseren we waar mogelijk de inrichting en het beheer. Dit leidt tot een goede basiskwaliteit, een goed basisbeheer en schept duidelijkheid voor bewoners, gebruikers en professionals. Dit doen we door voor elke plek in Vlissingen, waarvan we grondeigenaar zijn (bebouwde kom), het kwaliteitsniveau te bepalen (afbeelding 9 en bijlage 1). Voor de delen binnen de gemeentegrens waar we geen eigenaar van zijn, zoeken we actief de samenwerking op met de grondeigenaren. Door regelmatig met elkaar aan tafel te gaan en onze ambitie/ visie uit te dragen, proberen we er naar te streven dat er een eenheid komt binnen de gemeente Vlissingen. De kwaliteitskaart is een eerste vertaling van de beheersystematiek die wij gaan hanteren. Deze kaart wordt in de loop van de tijd verder aangescherpt. Deze kaart is een schetsmatige uitwerking van de verschillende sessies om tot de kwaliteitskaart te komen. De exacte grenzen (en dus de inschatting van areaal) moeten nader gedetailleerd worden.
Ko
singsestraat
In Vlissingen maken we gebruik van de indeling conform de CROW-systematiek. Dit is een bekende en beproefde systematiek die een goede basis vormt voor het kwalificeren en standaardiseren van het beheer en onderhoud in de openbare ruimte. We hebben ervoor gekozen het gebruik van deze systematiek te handhaven, maar wel een nieuwe betekenis en invulling te geven aan de klassieke kwaliteitsniveaus (A+, A, B, C en D). In paragraaf 4.3 gaan we hier verder op in.
Ab Groen e w
Te r
Vlis
4.2 KWALITEITSNIVEAUS
eg
ewe
g
Kwaliteitsgestuurd & toekomstbestendig werken in vlissingen
25
Kwaliteitsgestuurd & toekomstbestendig werken in vlissingen Het basisniveau ‘Basis’, is een standaard voor algemeen gebruik, inrichting en beheer. ‘Basis +’ geldt voor de structuren en plekken in de stad met een bijzonder karakter of bijzondere functie waar standaardoplossingen onvoldoende recht aan doen. ‘Basis *’ is het hoogste kwaliteitsniveau, dat past bij de uitstraling en de (inter)nationale visitekaartjes van de gemeente Vlissingen. Voor het toekennen van de kwaliteitsniveaus (Basis, Basis+ en Basis*) hanteren we drie criteria: bovenwijks, intensief gebruik en beeldbepalend. Voor het gehele ambtsgebied van de gemeente geldt als uitgangspunt kwaliteitsniveau Basis. Met deze indeling wordt de openbare ruimte binnen de gehele gemeente minstens beheerd en onderhouden op kwaliteitsniveau basis. Het overgrote deel van de openbare ruimte valt binnen dit kwaliteitsniveau. Als een locatie of structuur van bovenwijks niveau is en intensief wordt gebruikt, wordt kwaliteitsniveau Basis+ toegekend. Als aan alle drie de criteria wordt voldaan, wordt kwaliteitsniveau Basis* (oranje) toegekend. Op basis van het toepassen van deze criteria komen we gemeentebreed tot aanwijzingen voor de verschillende kwaliteitsniveaus. Deze zijn verder uitgewerkt in tabel 2. Daarnaast zijn een aantal ontwikkelgebieden opgenomen.
Binnen deze ontwikkelgebieden zijn de kwaliteitsniveaus niet (volledig) aangeduid. Zodra de plannen voor de ontwikkelgebieden verder zijn uitgewerkt, worden deze verwerkt in de kwaliteitskaart. Zodoende wordt met deze kwaliteitskaart geen voorschot genomen op toekomstige ontwikkelingen. De kwaliteitsniveaus gelden voor de aanleg, beheer en onderhoud. Het kwaliteitsniveau voor het onderhoud wordt verder uitgewerkt in de verschillende beleids- en beheerplannen. De verdere uitwerking (materialisatie, technische detaillering etc.) van de verschillende kwaliteitsniveaus wordt opgenomen in de herijking en verrijking van het ‘Handboek Openbare Ruimte’
26
VLISSINGEN BASIS
CRITERIA Geen criteria, wordt standaard toegekend aan een locatie
VLISSINGEN BASIS +
CRITERIA Bovenwijks Intensief gebruik
VLISSINGEN BASIS *
CRITERIA Bovenwijks Intensief gebruik Beeldbepalend
SPECIFICATIE Woongebieden Werkgebieden
SPECIFICATIE Hoofdstructuur groen (lokaal & algemeen belang) Parken Wegen bovenlokaal niveau (gebiedsontsluitingswegen) Wegen aangrenzend aan voorzieningen (bijvoorbeeld scholen, gezondheidscentra, ziekenhuis, gemeentehuis, sport)
SPECIFICATIE Winkelcentra (beeldbepalend, als hart van de wijk) Gebied overstijgend (aanzuigende werking uit andere wijken) Winkelstraat Oost-Souburg Kernwinkelgebied Begraafplaatsen Historisch bebouwingslint in de binnenstad Boulevard Directe omgeving Oranjemolen/Uncle Beach Stations TABEL 2: KWALITEITSNIVEAUS
Kwaliteitsgestuurd & toekomstbestendig werken in vlissingen Kwaliteitsniveau Basis Voor het overgrote deel van de gemeente, de gebieden waar vooral wordt gewoond of gewerkt, is het kwaliteitsniveau Basis (grijs in de kaart) van toepassing. Locaties waar dit niveau geldt zijn bijvoorbeeld de woonwijken. Hiervoor geldt een standaardinrichting en basisonderhoud. We kennen een verscheidenheid aan bebouwing en inrichting die mede wordt bepaald door de tijd waarin de bebouwing is opgericht en de inrichting plaatsvond. Het is daarom van belang bij de toekomstige inrichting goed in te spelen op de specifieke situatie. Daarom nemen we in het Handboek Openbare Ruimte een aantal mogelijke opties in materialisering op. Dit maakt het mogelijk om verschil te maken per locatie, afgestemd op de specifieke kenmerken en binnen de financiële kaders van beheer en onderhoud. De samenstellingen zijn per gebied uitgewerkt in het ‘Handboek Openbare Ruimte’.
Kwaliteitsniveau Basis+ Een aantal belangrijke verbindingen (wegen en groen), voorzieningen en beeldbepalende plaatsen vallen onder het kwaliteitsniveau Basis+ (blauw in de kaart). Deze worden anders gebruikt dan de woon- en werkgebieden en vervullen een andere functie. Hier wijken we af van het kwaliteitsniveau Basis. Vaak zijn standaard oplossingen niet voldoende vanwege het intensieve gebruik, de bijzondere bovenwijkse functie of de wens om het gevoel van de (historische) waarde van een plaats of een structuur zichtbaar te maken. Kwaliteitsniveau Basis+ geeft voor bijzondere gebieden of lijnen extra ontwerp- en/of beheervrijheid om een alternatief materiaal of element toe te passen. Op de overzichtskaart is weergegeven welke locaties onder dit niveau vallen, het gaat hier bijvoorbeeld om de Paul Krügerstraat en de Spuikomweg.
Kwaliteitsniveau Basis* Voor de Vlissingse hotspots (o.a. kernwinkelgebied, boulevard, Bellamypark) geldt het kwaliteitsniveau: Basis* (oranje in de kaart). De bestrating, het straatmeubilair en het groen voldoen aan hoge eisen van uitstraling, functionaliteit en duurzaamheid, vaak in samenhang met een bijzondere detaillering. Deze locaties hebben een unieke inrichting en een onderhoudsniveau dat daarbij past. Ingrepen in de openbare ruimte met dit kwaliteitsniveau vragen om maatwerk. Voor alle hotspots is in de toekomst een project beschikbaar waarin het gebruik, de inrichting en het beheer zijn uitgewerkt. Een aantal plekken in de gemeente zijn al op dit hoge kwaliteitsniveau aangelegd. Voorbeelden hiervan zijn de Lange Zelke, het Bellamypark en de Boulevard ter hoogte van de Coosje Buskenstraat. De projecten worden onderdeel van het ‘Handboek Openbare Ruimte’.
AFBEELDING 10 | BURGEMEESTER STEMERDINGLAAN ALS VOORBEELD VAN KWALITEITSNIVEAU BASIS (BRON: JUUST)
AFBEELDING 11 | DE DEMPOSTRAAT - SINGEL ALS VOORBEELD VAN KWALITEITSNIVEAU BASIS+ (BRON: JUUST)
AFBEELDING 12 | VOORBEELD VAN KWALITEITSNIVEAU BASIS* IN LANGE ZELKE, EEN TOERISTISCHE TREKPLEISTER WAAR HOOGWAARDIGE MATERIALEN ZIJN TOEGEPAST
27
Kwaliteitsgestuurd & toekomstbestendig werken in vlissingen Beheervrijheid De beschreven kwaliteitsniveaus zijn het uitgangspunt bij werkzaamheden in de openbare ruimte. Afwijken van het vastgestelde kwaliteitsniveau is mogelijk, maar dit dient wel zorgvuldig gemotiveerd te worden. In deze motivering moet ingegaan worden op welke wijze toch wordt bijgedragen aan de doelstellingen van het gebied. Kwaliteit kan namelijk zitten in de doelstelling en past zodoende niet altijd binnen de vastgestelde kwaliteitsniveaus. Op deze manier werken we kwaliteitsgestuurd in plaats van normgestuurd. Dit betekent ook dat de kwaliteitskaart (afbeelding 10) niet statisch is, maar gaandeweg op basis van nieuwe opgaven en uitdagingen aangevuld en verrijkt zal worden. De kwaliteitskaart is daarmee een groeimodel, dat bij een herijking aangepast kan worden.
4.3 NIEUW GEDACHTEGOED De opgaven en uitdagingen van deze tijd vragen van ons op een vernieuwende manier de kwaliteitsniveaus te bepalen. Vanwege herkenbaarheid en uniformiteit hebben we gekozen gebruik te maken van de klassieke kwaliteitsniveaus. Dit maakt het mogelijk om op een efficiënte en effectieve manier de openbare ruimte in te richten en keuzes te maken. Deze traditionele manier van werken is echter niet langer toereikend. Het is noodzakelijk om hier een nieuwe betekenis en invulling aan toe te kennen. Dat kan niet in één keer en ook daarin is sprake van een groeimodel. We noemen dit daarom het ‘nieuwe gedachtegoed’. Dit houdt in dat we nog meer integraal gaan kijken naar de inrichting van een gebied, naar de opgaves die we kennen en welke invloed die op een project hebben. Ook kijken we nog meer vanuit een toekomstgerichte en flexibele bril naar de inrichting van de openbare ruimte. Wat betekent dit concreet? Allereerst de toekomstgerichte en flexibele bril. Bij de inrichting van de openbare ruimte richten we ons over het algemeen op het huidige gebruik of het in de nabije toekomst verwachte gebruik. We verwachten echter de komende jaren vanuit de verschillende opgaves ontwikkelingen die effect hebben op de openbare ruimte. Zo verwachten we dat het gebruik van de auto, zoals we dat nu doen, de komende jaren gaat veranderen.