CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

10202022 Q&A vragen 3.1 compleet

Commissie Ruimte 20 oktober 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Programmabegroting 2023.18.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

30. Pag. 61, par 5.2.12, eerste beleidsindicator. Wat wordt verstaan onder “…op een verantwoorde manier zelfstandig in de wijk wonen”? Wat is verantwoord? En is dat uit perspectief vanuit die bewoner, de omwonenden of beide? Heeft de gemeente aandacht voor de effecten van een beschermde woonvorm op de buurt?

Toelichting bij ‘op een verantwoorde manier zelfstandig in de wijk wonen’: Bij ‘op een verantwoorde manier zelfstandig in de wijk wonen’ wordt uitgegaan van het perspectief van de cliënt (de cliënt is eraan toe om de overstap terug naar de wijk te maken en de aanbieder acht deze stap ook verantwoord). Om te kunnen garanderen dat deze terugkeer naar wijk daadwerkelijk goed zal verlopen met voldoende ondersteuning voor de cliënt én aandacht voor de wijk, worden afspraken gemaakt tussen de zorgaanbieders, de woningcorporatie en de gemeente. In het traject ‘Weer Thuis op Walcheren’ zijn we (samen met de gemeenten Middelburg en Veere) bezig om bezig om deze samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties en de zorgaanbieders voor te bereiden. De specifieke voorwaarden die (tijdelijk) gekoppeld worden aan de huurovereenkomst van de inwoner/cliënt, maken een belangrijk onderdeel uit van deze afspraken. Daarnaast is het behoud van het evenwicht tussen de draagkracht en de draaglast in de wijk een belangrijk aandachtspunt. Dit evenwicht is vaak het beste gegarandeerd in een gemêleerde wijk. Er zijn (landelijk) voorbeelden waarbij ook de fysieke inrichting van de wijk meegenomen wordt bij de opgave om de sociale cohesie (inclusief sociale veiligheid) te versterken, zo mogelijk maken wij ook gebruik van deze kennis en ervaring.

Beschermde woonvormen in de buurt: uiteraard is ook hierbij het evenwicht tussen draagkracht en draaglast in de wijk van groot belang. Momenteel wordt het onderzoek naar het ideale zorglandschap in Zeeland uitgevoerd. Dit onderzoek zal meer inzicht geven in de verhouding tussen de zorgvraag en het aanbod. Hieraan wordt vervolgens een plan gekoppeld om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen én een meer optimale spreiding van voorzieningen in Zeeland te realiseren. De gemeenten hebben afgesproken om in afwachting van dit nieuwe spreidingsplan, zeer terughoudend om te gaan met nieuwe initiatieven.

31. Pag. 69, par 6.2.1.1. Complimenten voor uw invulling van de genoemde beleidsindicatoren!

Bedankt voor het compliment.

32. Pag. 74, par 7.2. Het hybride werken vergt een investering van 3,1 miljoen euro. Wanneer ligt dat besluit ter

In de programma begroting 2022-2025 blz 104 is deze investering opgenomen en als onderdeel van de vaststelling van de investeringsplanning goedgekeurd.

goedkeuring voor aan de raad? In de jaren 2020, 2021 en 2022 is er al veel hybride gewerkt. Hoeveel meer gaat de ambtelijke organisatie presteren als de raad besluit om de organisatie voor 3.1 miljoen te faciliteren? 33. Pag. 74, par 7.2. Als het college toch een miljoenenverbouwing uit wil voeren; waarom wordt de raadszaal dan niet gelijk meegenomen? (bijvoorbeeld als extra vergaderzaal, of als de raad hybride moet vergaderen bij een volgende pandemie of noodsituatie).

Beide projecten komen voort vanuit een verschillende vraag, maar hadden zeker gelinkt kunnen worden. Een werkgroep bestaande uit de voorzitter van de raad, drie raadsleden en de griffier hebben inmiddels een ruwe schets van een programma van eisen opgesteld en een aantal schetsontwerpen van commentaar voorzien. De externe projectleider van het hybride werken is na het zomerreces ook aangehaakt bij deze werkgroep waardoor de twee projecten (hybride werken en renovatie raadzaal) wel met dezelfde uitgangspunten worden aangepakt.

34. Pag. 75, intro hst. 8 Dividend. Hoeveel dividend ontvangt het college (na evt. verplichtingen a.g.v. doorstorten) over de aandelen a. BNG, b. Evides Aqua, c. PZEM? d. Hoe kunnen we het effect zien van de, naar onze verwachting, hogere dividenduitkering als gevolg van de hoge energieprijs?

1. BNG voor 2023 € 160.000 Evides, Aqua voor 2023 is 650.000 euro begroot. PZEM: dividend van de PZEM € 5.000.0000 is conform afspraken nodig om de aandelen van Evides te verkrijgen. Deze wordt volledig toegevoegd aan de reserve GBE Aqua. De hoogte van dividenduitkering door PZEM is onzeker en sterk afhankelijk van ontwikkelingen op de energie markt. De winsten zijn hoog maar ook de risico’s zijn hoog, deze risico’s moet de PZEM met cash middelen afdekken. Met al deze onzekerheden kunnen we geen uitspraken doen over de hoogte van eventuele dividenden van de PZEM. Eventuele hogere dividenden moeten we wel eerst gebruiken voor de aflossing van de lening om aandelen van Evides te verkrijgen.

35. Pag. 81, Marktgelden. Waarom kiest het college er voor om de marktgelden te indiceren en juist niet voor een beleid (lees: o.a. betere faciliteiten zoals stroomvoorziening) dat meer marktkraamondernemers trekt?

Alle leges worden jaarlijks verhoogd met het inflatiepercentage en dit wordt jaarlijks vastgesteld door de raad. Momenteel loopt landelijk het aantal marktkooplieden sterk terug wat het lastiger maakt voor kleinere markten om ondernemers aan te trekken. Door het teruglopende aantal ondernemers in de sector is er volop keuze voor standplaatsen. Hierdoor zijn betere faciliteiten niet altijd doorslaggevend, omvang van de markt en de rijafstand voor marktkooplieden waarschijnlijk wel. De gemeente Vlissingen benadert actief ondernemers voor de markt in Vlissingen middels de Centrale Vereniging Ambulante Handel.

36. Pag. 86, Binnenhavengelden. Wordt er actie ondernomen om de kostendekking van de havengelden te verhogen? Zo ja; welke acties en zo nee; waarom niet?

De huurprijzen van de kades/steigers die permanent verhuurd worden zijn gebaseerd op de onderhouds- en vervangingskosten van deze objecten. Deze zijn dus afzonderlijk wel kostendekkend. Uit sommige havenobjecten kunnen geen of worden nog niet voldoende inkomsten gegenereerd waardoor de exploitatie van het gehele areaal niet kostendekkend is. Verhogen van de binnenhavengelden om het geheel kostendekkend te krijgen is daarom niet ingezet.

37. Pag. 144. Muziekschool. Het college heeft het onderdeel

In het kader van het terugtreden van de gemeente Vlissingen uit de Gemeenschappelijke Regeling

“muziekschool” volledig afgehandeld. Maar de kinderen, tieners en volwassen die muziekonderwijs willen volgen daardoor naar de Muziekschool ‘moeten’ (omdat het niet in Vlissingen wordt aangeboden) betalen honderden euro’s per jaar extra t.o.v. van personen uit de omliggende gemeenten. Waarom heeft u geen compensatieregeling per inwoner van de gemeente Vlissingen?

Muziekschool Zeeland, enkele jaren geleden, was een compensatieregeling voor cursisten uit Vlissingen geen onderdeel

38. Pag. 169. Waar is de ambitie van het college voor de fietsers in onze stad? Wanneer het college de stad autoluw wil maken, meer mensen wil laten bewegen, veiliger verkeerssituaties wilt bewerkstelligen enz. dan is de fiets(er) van groot belang. Is het college het daar mee eens? En zo ja, waarom staat het (deel)woord fiets dan maar 2x in deze begroting? (de enige maatregel die u beschrijft zijn het opnieuw afstellen van (i)VRi’s van grote kruispunten waarbij u de fietser meer voorrang geeft).

Als college willen wij de fietser meer aandacht en prioriteit geven binnen het mobiliteitsnetwerk. Voor 2023 staat echter eerst de vaststelling van het Gemeentelijk Verkeeren Vervoerplan op de agenda. Hier maakt u ook keuzes over de beleidslijn en de opgaven. Wanneer deze duidelijk zijn zullen we in de volgende begrotingsronde extra middelen vragen om hier een slag te maken. Voor de begroting 2023 zien wij enkel mogelijkheden om een slag te slaan met het verbeteren van de verkeersregelinstallaties waardoor er zeker een eerste winst voor de fietser zal ontstaan.

Fractie FVD

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.1 – Rvs Programmabegroting 2023-2036 Vraag Blz. 3: Daarnaast kijken we wat we als gemeente kunnen betekenen naast de maatregelen van het Rijk om in 2023 de koopkracht voor zowel de inwoners als de bedrijven te compenseren. Welke verantwoordelijkheden zijn hierin voor de gemeente?

Antwoord Bij de samenstelling van de begroting 2023 zijn door de rijksoverheid diverse compensatieplannen aangekondigd. Voor veel maatregelen is de concrete uitwerking nog onduidelijk. Op dit moment (medio oktober 2022) wordt een aantal maatregelen voor huishoudens en ondernemers voor de stijgende energiekosten door de rijksoverheid uitgerold. Voor de MKB is dit nog onduidelijk. Ook Vlissingen is in brede zin aan het onderzoeken welke maatregelen ter ondersteuning aan diverse doelgroepen aangeboden kunnen worden. Zodra daarover duidelijkheid is zullen we u informeren.

2.3.1 Kosten bijdrage OZO Expat centrum voor alleen kost Vlissingen al 35.000 per jaar. Alle gemeentes + Provincie en waterschap doen hieraan mee en betalen hieraan mee. Wat levert dit per saldo op voor Vlissingen?

Het Expat center zet in op een zachte landing voor (internationale) werknemers en studenten. Beide doelgroepen hebben we hard nodig om de (lokale) arbeidsmarkt op peil te houden.

2.3.2 Formatie team WMO/Jeugd; Erg makkelijk om slechts te zeggen dat “ het noodzakelijk is om de basis ook echt op orde te krijgen met structurele formatie. Welke acties worden er ondernomen om de structurele formatie op orde te krijgen? Moest daar niet al veel eerder bij stil gestaan worden?

De structurele formatie is voor de komende 2 jaar geregeld door het aanbieden van langere contracten in dienst van de gemeente Vlissingen. Hierdoor wordt gezorgd dat er veel minder verloop zal zijn, wat betekent dat er meer stabiliteit binnen het team ontstaat Vanwege de artikel 12 status hebben we steeds gekozen voor tijdelijke inhuur.

2.3.3 Beëindiging van de financiering van voortzetting Kunst- en Cultuur Onderwijs in Vlissingen betekent, dat de Vlissingse leerlingen (gemiddeld 4.500) kunst- en cultuuronderwijs zullen ontberen en hiermee t.o.v. leerlingen in overig Walcheren in een achterstandspositie komen. Het gaat om een grote groep leerlingen die de kunst- en cultuuronderwijs zullen missen. Op welke termijn gaat dit gevolgen hebben voor de leerlingen? En welke alternatieven zijn er voor deze leerlingen?

Indien leerlingen kunst- en cultuuronderwijs moeten missen heeft dit gevolgen voor alle 4.500 leerlingen in het Vlissingse onderwijs. Allereerst in de ontwikkeling van hun creatieve talenten. Maar ook met betrekking tot de inzet van kunst & cultuur bij andere vakken, zoals taal, geschiedenis, aardrijkskunde en maatschappijleer en aan een terrein als burgerschapsvorming. In een brede opvatting van cultuuronderwijs hebben kunst & cultuur (waarbinnen ook erfgoed inbegrepen) binnen alle leergebieden een plek. Dat wordt momenteel ook sterk gestimuleerd in het Vlissingse onderwijs, onder meer via de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit. Cultuur is een proces van omgaan met en interpreteren van de ons omringende wereld. KEW helpt de scholen hierbij en heeft hierbij als visie dat creativiteit en verbeelding kernkwaliteiten zijn voor de samenleving van morgen. Naast die oriëntatie op de wereld via kunst en cultuur, bevordert het cultuuronderwijs ook samenwerking en andere sociale vaardigheden, stimuleert het probleemoplossend vermogen van kinderen en jongeren en brengt hen mediawijsheid. Scholen tonen zich steeds enthousiaster over een brede inzet van kunst en cultuur. Er is momenteel geen alternatief voor de advies- makelen ontwikkelfunctie die KEW voor de Vlissingse scholen inzet.

Hier wordt de landelijke trend benoemd dat er meer jeugdwetaanvragen zijn. Die hadden wij ook al benoemd (verdaagde artikel 34 vragen). Daar moet meer aandacht naar toe. Zijn de genoemde financiële middelen (680.000 per jaar) wel toereikend voor deze plannen?

De genoemde financiële middelen zijn voldoende.

Samen zijn we verantwoordelijk voor een schone en leefbare straat, buurt en wijk. Voor een goede leefbare stad, dorp, buurt of straat is een prettige omgeving om in te werken, leren of ontspannen een belangrijke basisvoorwaarde. Net als een fijne, gezonde en veilige wijk om in te wonen. Samen kunnen we meer! Straling? Hoeveel masten 4G/5G staan er in of nabij woonwijken?

Binnen de gemeente bevinden zich 10 antenneinstallaties binnen woongebieden. In Oost-Souburg staat een mast tussen Bastion en Spaarnestraat en op de hoge gebouwen (de flat aan de Wilgenstraat en op de oude watertoren) staan installaties. In Vlissingen zijn installaties op daken van hoge gebouwen (een flat in Paauwenburg, Ter Reede, ziekenhuis, Stadhuisplein, Van Dishoeckstraat en uitkijktoren Arsenaal). De andere 13 antenne-installaties staan rond sportvelden of op bedrijventerreinen, in het Nollebos, op strandpaviljoen Panta Rhei en op Vlissingen-Oost. De antennes bieden zowel 4G als 5G aan.

Blz. 26: Het onderhoud van openbaar groen, straten en riolering moet in orde zijn. Nu en in de toekomst. Om dat betaalbaar te houden, maken we keuzes. We maken een flinke inhaalslag met het wegwerken van onderhoudsachterstanden van onze kapitaalgoederen wegen, groen en kades. Dat doen we met eenmalig extra geld van het Ministerie van BZK en extra investeringen. Uit welke pot komen die extra investeringen?

Uit de voorziening die uw raad in juni 2019 heeft vastgesteld. Hierin zitten de bedragen voor het wegwerken van achterstallig groot onderhoud.

2.3.9 Afsluiting Boulevard Wat is dit eindbeeld en hoe definitief is deze?

2.4 Going concern De loonkosten worden in 2024 en 2025 verwacht lager te zijn en nemen per 2026 weer sterk toe. Graag ontvangen wij de onderbouwing hiervan.

Op 9 november 2021 heeft uw raad ingestemd met de Notitie verkeersregime boulevards. Het eindbeeld zoals hierin beschreven is: -Boulevards Evertsen en Bankert zijn tussen 1 april en 31 oktober dagelijks gesloten voor gemotoriseerd verkeer tussen 12:00 en 08:00 uur. -Boulevard de Ruyter is tussen 1 april en 31 oktober op zon- en feestdagen gesloten voor gemotoriseerd verkeer tussen 12:00 en 08:00 uur. Op basis van de ingediende moties is er besloten de komende jaren hier naartoe te werken en jaarlijks te evalueren zodat noodzakelijke wijzigingen en effecten meegenomen kunnen worden in het definitieve eindbeeld. Voor de ontwikkeling van de loonkosten is onderstaande tabel opgenomen. Uitgangspunt was de ontwikkeling zoals deze in de kaderbrief was opgenomen. Door de recente ontwikkelingen is het beeld gewijzigd en dat heeft er toe geleid dat de ook loonkostenontwikkeling aangepast moest worden. De totale wijziging is financieel vertaald in de programmabegroting bij punt 2.4.1 .

Welke cao-ontwikkelingen worden er nog verwacht?

2.4.3 Ontwikkelingen energiekosten: Inwoners met lagere inkomens worden door de overheid gecompenseerd met subsidies, toeslagen, belastingvoordelen en kwijtschelding. Is er ook aandacht voor inwoners met een modaal inkomen? Zo ja, op welke wijze?

Dit betreft Rijksbeleid. Bestuurlijk worden er op dit moment gesprekken gevoerd óf en hoe de gemeente zich voor deze groep kan inzetten.

2.4.7 Nieuwe structuur met buurtteams Hoe past de nieuwe structuur met de buurtteams in de door het Rijk voorziene bezuinigingen? Is een afname van kosten vanaf 2024 realistisch? En hoe rijmt dit met de geraamde begrotingstekorten?

U verwijst naar hoofdstuk 2.4.7: dat gaat over de uitgaven voor geïndiceerde jeugdhulp. We verwachten dat de inzet op preventie, vroegsignalering en laagdrempelige ondersteuning voor inwoners van 0 tot 100 jaar ertoe leidt dat er minder individuele (maatwerk)voorzieningen ingezet worden, ook voor jeugdigen. Maar er zullen meer maatregelen nodig zijn om de uitgaven voor geïndiceerde jeugdhulp te beperken.

2.5.12.5.1 Er is in 2023 een besparing nodig op Sociaal Domein (7,1 miljoen). Dit terwijl dat jaar ook de nieuwe aanpak start. Hoe realistisch is een besparing van ruim 7 miljoen?

Ten opzichte van de huidige kostenontwikkelingen in de zorg lijkt dit vooralsnog niet haalbaar. Op dit moment zijn we in gesprek met de inspecteur over deze problematiek, en de hoogte van de taakstelling.

2.5.2 Voortgang taakstelling op basis van ambitieniveau artikel 12-inspecteur Er wordt een flinke stijging verwacht vanaf 2024. Welke toename in taakstelling wordt er verwacht vanaf 2024? In het schema wordt de komende jaren

We zijn op dit moment in gesprek met de inspecteur over de taakstelling. Door de nieuwe organisatievorm van de buurtteams realiseren we eveneens een extra besparing, doordat we niet meer verschillende organisaties subsidiëren in het voorliggend veld. We gaan terug naar 1 organisatie. De jaarlijkse besparing bij Stichting ROAT

ook taakstelling verwacht van ROAT, ondanks het stopzetten van de subsidies. Welke taakstelling zal ROAT nog uit gaan voeren vanaf 2023?

betreft de beëindiging van een deel van de subsidie aan ROAT per 2022, die betrekking had op de deelname in de 'oude' gebiedsteams i.c.m. de coördinatie van de wijknetwerken.

2.7.1 Totaaloverzicht baten en lasten In de programmabegroting 2023 verwacht men de grootste baten in algemene dekkingsmiddelen en zijn amper mutaties in reserves, wat is hier de reden van? Het verschil kan ons inziens niet enkel door artikel 12 status zijn.

Op bladzijde 22 kolom baten programmabegroting 2023 is een totaal baten opgenomen van € 186,685,000 (= 69,6% van de totale inkomsten) Verder verwijzen we naar bladzijde 162 van de programmabegroting. Hier is een specificatie opgenomen van de inkomsten zoals opgenomen in samenvatting in hoofdstuk 2.7.1

2.8 Bij de begroting in 1 oogopslag De afvalstoffenheffing stijgt. Heeft dit te maken met het nieuwe pand?

Nee, want de verwachting is dat de lasten daarvan vanaf 2025 tot uitdrukking komen in het tarief. De inzet is dat het pand dan is gerealiseerd. De stijging van de afvalstoffenheffing heeft te maken met de indexatie, de verwerking en de investeringen die gedaan moeten worden om het nieuwe afvalinzamelsysteem in te voeren (o.a. aanvullende inzamelvoorzieningen, communicatie en extra handhaving).

Blz. 32: Het huishoudelijk restafval in onze gemeente bestaat nu voor 87% uit herbruikbare afvalstromen. Door deze afvalstromen beter te scheiden, kunnen ze worden hergebruikt als grondstoffen voor nieuwe producten. Zo verdwijnt minder restafval in de verbrandingsoven. Dit is beter voor het milieu en voor de portemonnee. Het verwerken van restafval is namelijk duurder dan het verwerken van herbruikbare afvalstromen. Waar komt die 87% vandaan? Hoe hard is dat gegeven?

Jaarlijks laat de gemeente Vlissingen een sorteeranalyse uitvoeren door een gespecialiseerd bureau. Uit de sorteeranalyse blijkt dat het merendeel van het restafval in 2021 bestond uit herbruikbare afvalstromen.

Blz. 27: Een uitblijvende of geringe stijging van de gemeentelijke bijdrage aan de VRZ. Waarom moeten de inwoners altijd maar opdraaien voor oplopende kosten van samenwerkingsverbanden? Zijn daar geen bezuinigingen mogelijk?

De Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) is een gemeenschappelijke regeling, opgericht door de dertien Zeeuwse gemeenten. De VRZ is verantwoordelijk voor de Zeeuwse brandweerzorg en voor de Zeeuwse rampenbestrijding en crisisbeheersing. De dertien Zeeuwse gemeenten zien er via de gemeenteraden en de burgemeesters in het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio op toe dat deze belangrijke veiligheidstaken worden uitgevoerd binnen financieel verantwoorde kaders. De oplopende kosten voor de VRZ zitten hoofdzakelijk in de loon- en prijsontwikkelingen en oplopende kapitaallasten. De loon- en prijsstijgingen drukken in deze tijd van hoge inflatie ook bij de VRZ op de begroting. De tweede stijging ligt vooral in oplopende kapitaallasten bij de VRZ. Deze stijgende kapitaallasten komen grotendeels voort uit de noodzakelijke vervanging van het huidige, verouderde brandweermaterieel en -materiaal. Het niet doen van deze vervangingen leidt tot vermindering van de operationaliteit en de slagkracht van Brandweer Zeeland. Dit is overigens niet alleen in Zeeland aan de orde. Ook in andere veiligheidsregio's zijn deze effecten zichtbaar. De VRZ is kritisch op vervanging van brandweerauto’s en ander materieel en heeft om die reden al een paar afschrijvingstermijnen verlengd. Desondanks blijven de

kapitaallasten oplopen. Daarnaast zit daar ook een grens aan om de veiligheid van de inwoners te kunnen waarborgen. Deze stijgende kosten drukken op de begroting van de VRZ. Bezuinigen of inzet op een verminderde stijging van de kosten is om die reden lastig te realiseren. Blz. 30: We actualiseren het parkeerbeleidsplan. Zo geven we uitvoering aan een betere verdeling van de parkeercapaciteit, gedifferentieerde parkeertarieven en een uitwerking van het parkeren aan de rand van Vlissingen. Betekent terugdringen parkeerdruk tot 85% niet dat er ook 15% minder inkomsten zijn?

Nee, het terugdringen van de parkeerdruk is vooral gericht op de parkeerdruk in de woonstraten. Hier is geen betaald parkeren maar vergunninghoudersparkeren. De 85% norm staat ook opgenomen in het huidige vastgestelde parkeerbeleidsplan.

Blz. 33: De gemeente Vlissingen heeft een ontvankelijke aanvraag voor het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW III) ingediend. In 2022 is deze aanvraag toegekend en hebben wij een subsidie van ca € 4 miljoen ontvangen voor de uitvoering van dit programma. In 2022 is gestart met een traject van 8 jaar om de eerste buurten in de bestaande omgeving aardgasvrij of aardgasvrij- ready te maken. Zo is de uitvoering van de PAW ook meteen een eerste Wijkuitvoeringsplan (WUP) vanuit de gemeentelijke Transitievisie Warmte (TVW). In een nieuwe auto zijn ook al bepaalde faciliteiten voorbereid maar om ze daadwerkelijk te activeren moet extra betaald worden. Wordt dat bedoeld met aardgasvrij-ready? Hoeveel bedragen die kosten en is daar rekening en gehouden? In welke verhouding staan de aantallen aardgasvrij en aardgasvrij-ready tot elkaar?

Aardgasvrij-ready betekent dat een woning op een bepaalde isolatienorm heeft, zodat een aansluiting op een alternatieve warmtebron praktisch en financieel mogelijk is. Dat wil zeggen dat je dan voldoende/net zoveel comfort hebt als dat er met gas gestookt wordt. De aardgasvrij-ready woningen worden voorzien aardgasvrij te raken tussen 2030 en 2050.

Blz. 34: Wij voeren energietransitie pilots uit. Wij moedigen de inwoners en bedrijven aan om zelf aan de slag te gaan met energiebesparende maatregelen en ondersteunen hen hierbij. Welke maatregelen en ondersteuningen zullen er door de gemeente worden uitgevoerd in het kader van energietransitie pilots?

De invulling hiervan is nog niet bekend. In het kader van de RES 1.0 (Regionale Energiestrategie 1.0 ) wordt Zeelandbreed samengewerkt en in dit gremium zal besproken worden welke gemeente met welke actie aan de slag gaat.

Blz. 34: De RUD-Zeeland is een wettelijke verplichte omgevingsdienst. De omgevingsdienst is als gemeenschappelijk regeling vormgegeven. De deelnemers dragen op basis van PxQ via een jaarplan bij in de uitvoeringskosten van de omgevingsdienst. Voor het jaar 2023 is een kleine verhoging van de gemeentelijk

RUD Zeeland voert taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor onderdelen van de Omgevingswet en bijbehorende weten regelgeving, de Wet milieubeheer en het Omgevingsbesluit. Er wordt een jaarlijks een dienstverleningsovereenkomst gesloten met de provincie, de gemeenten en het waterschap met betrekking tot de uit te voeren taken, zowel structurele als incidentele

Het betreft een inspanning om dit minimaal te bereiken. Immers organiseren we het zo dat daadwerkelijk aardgasvrij mogelijk is, maar niet af te dwingen is bij bewoners binnen de projectperiode. Uiteraard stimuleren we een zo hoog mogelijke participatiegraad. De aanpassingen om aardgasvrij-ready te zijn hebben waarde in zichzelf. Immers gaat de energierekening omlaag a.g.v. de door te voeren verduurzamingsoplossingen. De additionele kosten om daadwerkelijk aardgasvrij te raken zijn afhankelijk van het tzt gekozen alternatief. In totaal vallen er 654 woningen in het selectiegebied. Het aantal woningen dat minimaal aardgasvrij-ready wordt gemaakt is 221. De overige 433 woningen worden aardgas vrij.

bijdrage berekend. Deze wijziging van de uitvoeringskosten doet zich op 2 verschillende onderdelen van het jaarplan voor. Ook hier weer: waarom worden kostenstijgingen doorberekend aan de inwoners en wordt niet in eigen huis naar opvang van de stijgingen gekeken?

taken, de financiële vergoeding daarvoor en eventuele aanvullende afspraken daaromtrent. Als opdrachtgever verlenen we aan de RUD Zeeland de opdracht tot het uitvoeren van basistaken en plustaken aan de hand van het dienstverleningsmanifest. Via het algemeen bestuur en het ambtelijke afstemming zien we er op toe dat deze taken worden uitgevoerd binnen financieel verantwoorde kaders. Wijzigingen in de deelnemersbijdrage is onderhevig aan meerdere invloeden. Dit is onderhevig aan de taken die we als gemeente, als bevoegd gezag, bij de RUD Zeeland beleggen. Ten aanzien van de begroting 2023 is er sprake van een kleine verhoging, welke toe te rekenen zijn aan de raming van kosten voor generieke producten in het jaarplan en een toename van adviesvragen ruimtelijke plannen en taakuitoefening bevoegd gezag. We houden er rekening mee dat per 1 juli 2023 de Omgevingswet in werking treedt. De Omgevingswet is een complexe wetswijziging die zowel de deelnemers als RUD Zeeland niet alleen confronteert met andere regels, maar ook met een andere manier van werken én met ingrijpende veranderingen in taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Op dit moment is het effect op RUD Zeeland en de dagelijkse werkzaamheden nog niet geheel inzichtelijk. Partijen zullen hierover nadere afspraken maken.

Daarnaast moeten we werken aan duurzame energie en het veranderende klimaat het hoofd bieden. (uit coalitieakkoord 22-26) -Van wie of wat moet dat? -Wat als we dat niet doen? -Wat is de (wetenschappelijke) onderbouwing?

Het coalitieakkoord is reeds vastgesteld en staat hier niet ter discussie.

4.1 We geven ondernemers de ruimte om duurzaam te ondernemen -Deed de gemeente dit voorheen niet? -Zo ja, wat is er veranderd? -Is er sprake van enige dwang (omgevingswet- terugverdientijd;5 jaar verplicht)?

Dit deed de gemeente voorheen ook. Dit is niet veranderd maar er komen wel voortdurend nieuwe visies en inzichten waardoor dit belangrijker wordt. Er wordt op dit moment geen dwang uitgeoefend op ondernemers.

Stationsgebied: het gebied transformeert in een levendig, duurzaam en klimaat robuust mobiliteitsknooppunt. -Wat wordt bedoeld met klimaat robuust? -Wat moeten we terug doen voor de Wind in de Zeilen 5 miljoen euro? -Wanneer komt er meer uitleg over dit plan?

Een klimaat robuuste inrichting betekent dat er rekening gehouden wordt met de effecten van het klimaat (hevige regenval, grotere periodes van droogte, meer hitte golven en een stijgende zeespiegel). Voor het Stationsgebied is de hitte het grootste probleem. Op dit moment zijn er weinig natuurlijke plekken voor verkoeling. Het gebied is nu in een grote mate versteend. Tevens hebben we in Vlissingen – door de nabijheid van de kust - te maken met een versterkt hitte-eiland effect. Hitte blijft langer hangen. Om het Stationsgebied in de toekomst een aangename verblijf en recreatie-plek te maken is het nodig om het arsenaal groen en bomen flink te vergroten. Daarnaast worden de droge periodes langer. Wanneer er meer

groen wordt toegevoegd in het gebied dan is het belangrijk dat dit groen van kwaliteit is. Hiervoor is het belangrijk om de uitdagingen op het gebied van droogte mee te nemen. Voor het Stationsgebied is het daarom van belang om bij vergroening ook na te denken over waterberging/opslag. Wateroverlast door hevige regenval en overstromingen lijken geen grote klimaatopgaven in het gebied. Het Waterschap heeft een risicoanalyse van de primaire waterkering in het Stationsgebied uitgevoerd en daar lijken vooralsnog geen vergrote risico’s uit te komen en de afwatering, grondwaterstanden en infiltratiecapaciteit in het gebied lijken ook afdoende. -Bij de start van het traject ‘Wind in de Zeilen’ is een Plan van Aanpak per fiche opgesteld, zo ook voor het Fiche Stationsomgeving. Dit Plan van Aanpak is goedgekeurd door de Stuurgroep Wind in de Zeilen, waar we periodiek verantwoording (in planning en besteding budgetten) aan afleggen. - Op 2 november worden de (basis)uitgangspunten voor de herontwikkeling Stationsgebied besproken met enkele stakeholders (NS, ProRail, Provincie). Vervolgens wordt gestart met de ontwikkeling van een Masterplan Stationsgebied. Daarbij betrekken we de raad graag in Q4 2022 / Q1 2023. m.b.v. stakeholders in de stad gebruiken we citymarketing om het wonen, werken, recreëren en studeren in Vlissingen nog beter op de kaart te zetten.

-Wie zijn de Stakeholders? -Wat is citymarketing? - Wanneer komt er meer uitleg over dit plan?

De stakeholders zijn de verschillende partijen in de stad waarmee we samenwerken om de doelen te bereiken (bijv. HZ, Damen, L’Escaut). Deze stakeholders worden vertegenwoordigd door de leden in de, nog op te richten, stuurgroep citymarketing. Citymarketing is zorgen dat meer mensen (bewoners, bedrijven, bezoekers, studenten) voor je stad kiezen. De stuurgroep citymarketing Vlissingen bepaalt de strategie op hoofdlijnen. Meer uitleg volgt als we de citymarketing verordening bespreken in de raad.

4.2 in balans brengen van de bevolkingssamenstelling, onder meer door imago versterking -Wat is er mis met de huidige bevolkingssamenstelling? -Hoe wil men het imago versterken? -Uitvoering plan van aanpak; welk plan?

Citymarketing volgt hier de door de raad goedgekeurde strategische visie waarin het trekken van jonge gezinnen (beroepsbevolking en gezinnen met kinderen) als speerpunt is gekozen. Het uitvoeringsplan citymarketing wordt nu gemaakt. In dat plan komen de concrete acties voor de gewenste imago versterking.

4.2.4.1 Stimuleren van cultureel ondernemerschap. Welke acties worden er ondernomen om het cultureel ondernemerschap te stimuleren?

Met culturele instellingen wordt momenteel nagegaan welke initiatieven via het ondernemerschap kunnen worden gerealiseerd. In overleggen met culturele instellingen (onlangs met Stichting Oorlogsjaren Vlissingen, KIPVIS, Stichting Bunkerbehoud Vlissingen, Stichting Instandhouding Sint Jacobskerk, Stichting Vlissingen Klassiek) wordt het cultureel ondernemerschap aan de orde gesteld, waarbij suggesties worden gegeven en mogelijkheden worden doorgenomen.

4.2.6.4 Visie Arsenaalgebied Gaan we direct dijken verzwaren of gaan we wachten op een onderzoek?

Er is een bestuurlijk overleg ingepland met het Waterschap om meer duidelijkheid te krijgen over hun planning m.b.t de Vlissingse dijken.

4.3.1 Binnenstad Hoe denkt de gemeente het organisatorische vermogen van ondernemers in de binnenstad te versterken als die de energie niet eens meer kunnen betalen? Sociale samenhang Welke risico’s ziet men bij het stopzetten van de subsidies van het voorliggend veld per 1 januari 2023 mocht het streefdoel van de implantatie van de buurtteams niet haalbaar zijn per 1 januari 2023?

Versterken van het organisatorisch vermogen van ondernemers in de binnenstad dient er ook toe om de veerkracht van de binnenstad te versterken zodat ondernemers gezamenlijk naar oplossingen zoeken voor onverwachte problemen.

Het college heeft reeds op 21 december 2021 besloten om de subsidie aan MWW, Stichting ROAT, Stichting Manteling en Emergis Preventie te beëindigen per 1 januari 2023. Mocht de implementatie van de buurtteams vertraging oplopen - wat we momenteel overigens niet verwachten - moeten we ervoor zorgen dat de inwoner hiervan geen nadeel ondervindt. Maar dat kan nadrukkelijk n iet door alsnog subsidie te verlenen aan bovengenoemde organisaties.

Hoe wordt er toezicht gehouden op de uitvoering van de WMO-taken en op naleving van de gemaakte afspraken met de twee hoofd zorgaanbieders over de te leveren kwaliteit?

Contractueel gezien is afgesproken dat de hoofdaannemers garant staan voor de kwaliteit van diensteverlening. De gemeente heeft daaruit voortvloeiend afspraken gemaakt met beide combinaties over het monitoren van de rechtmatigheid en kwaliteit van de zorg. Onderdeel hiervan is o.a. een cliëntervaringsonderzoek door een externe partij.

Met welke periodiciteit gaat men steekproeven uitvoeren om de kwaliteit van zorg te kunnen borgen? Zijn deze criteria gericht op de financiële rechtmatigheid, gepaste zorg en professioneel handelen om resultaten te kunnen meten?

Contractueel gezien is afgesproken dat de hoofdaannemers garant staan voor de kwaliteit van diensteverlening. De gemeente heeft daaruit voortvloeiend afspraken gemaakt met beide combinaties over het monitoren van de rechtmatigheid en kwaliteit van de zorg. Onderdeel hiervan is o.a. een cliëntervaringsonderzoek door een externe partij.

Wordt er een uitvoeringsprogramma vastgesteld gericht op de jeugdaanpak?

Er wordt geen apart "uitvoeringsprogramma "jeugdaanpak" vastgesteld. Vanuit het uitgangspunt positieve gezondheid wordt het jeugdbeleid integraal meegenomen in de Vlissingse ondersteuningsstructuur van buurtteams, het buurtsportwerk en de samenwerkende lokale partners. De aanpak risicojeugd wordt beschreven in beantwoording van de art. 34 vragen over jeugdcriminaliteit.

Hoeveel aanvragen worden jaarlijks verwacht men te voorkomen vanaf de invoering van de wijziging van het WMObeleid?

Dit kan vooraf niet worden vastgesteld. Veel factoren zijn immers van invloed op het aantal aanvragen naast ons gemeentelijk beleid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan demografische en landelijke ontwikkelingen en wijzigingen in wet- en regelgeving.

Het inrichten van een datawarehouse kost tijd en geld. Het verzamelen, combineren en aanbieden van alle data is een omvangrijk proces. Met welke informatie wil men starten en welke bruikbare inzichten lever het op voor de organisatie?

Wij willen starten met informatie over de aanvullende zorg Wmo. Onder aanvullende zorg Wmo wordt schoon en leefbaar huis, begeleiding en dagbesteding verstaan. Hiermee willen wij (meer) inzicht verkrijgen met betrekking tot de ontwikkeling van de omvang van cliëntgroepen, cliëntstromen en bijbehorende kosten. Door deze inzichten kunnen we gerichter onderzoek doen naar de oorzaken, gevolgen en mogelijke beïnvloeding van de ontwikkelingen.

Is er sprake van regievoering in de Vlissingse zorgdriehoek? Zo ja, wie voert

Voor wat betreft de aanvullende zorg (WMO) en het voorliggend veld (Buurtteams) ligt de regie volledig bij de

deze regie uit? Hoeveel instroom verwacht men te voorkomen naar individuele maatwerkvoorzieningen op grond van de WMO & jeugd door in te zetten op preventie en vroeg signalering middels het Buurtbedrijf?

gemeente. Het is niet mogelijk om hier harde cijfers aan te koppelen. Dat zal in de komende jaren duidelijk moeten worden. Wel is er een ambitie om de doorstroom naar maatwerkvoorzieningen tenminste met 20% te laten afnemen.

5.2.1. ontwikkelagenda sociaal domein wordt gesproken over gedragsverandering. Hoe ziet men dit voor zich? Op welke wijze en door wie worden inwoners betrokken & geactiveerd?

De vastgestelde leidende principes sociaal domein dragen bij aan de beoogde manier van werken en denken. De leidende principes zijn: inwoners aan zet, oplossing centraal, gemeente is regisseur en opdrachtgever, leren door te doen, integraal werken. Gedragsverandering bij de inwoner vloeit voort uit interactie van de uitvoeringsorganisaties met de inwoner in de buurten. Een voorbeeld van gedragsverandering is de omschakeling van de huishoudelijke hulp in uren naar een schoon en leefbaar huis. Hierbij gaan we in samenspraak met de inwoner kijken welke werkzaamheden er worden verricht. Dat doen we o.a. door de inzet van een ergotherapeut (pilot) om mensen die op de wachtlijst staan te helpen om zelf (weer) werkzaamheden in huis te kunnen doen. Dit principe heet reablement en is tot een succes gemaakt in Denemarken.

Blz. 53 wordt vermeld dat e.e.a. veel tijd en geld kost. Is een besparing op dit vlak dan realistisch aangezien ook onderschreven wordt dat er juist geïnvesteerd moet worden?

Met behulp van investeringen wordt gewerkt aan het efficiënter inrichten van de zorginfrastructuur hetgeen leidt tot een verlaging van de kosten per product. Deze aanpak moet leiden tot betere kostenbeheersing c.q. besparingen.

5.2.4 Onderwijsbeleid en leerling zaken In dit stuk wordt niet gesproken over ouders of verzorgers. Hoe ziet de gemeente hun rol in deze?

Ouders of verzorgers zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van kinderen. Kinderen groeien op in verschillende omgevingen en onder verschillende omstandigheden. Daarmee ontstaan ook verschillen in kansen om te ontwikkelen en mee te doen in de maatschappij. Wij vinden het van groot belang te stimuleren dat kinderen al in een vroeg stadium zoveel mogelijk gelijke kansen krijgen. Zonder voorbij te gaan aan de rol en verantwoordelijkheid van de ouder.

5.2.5 Sportbeleid en activering Krijgen de buurtsportcoaches een actieve rol in (vroeg)signalering? Gaan zij scholen/ schoolbesturen opleiden, of zullen zij fysiek aanwezig zijn bij de scholen?

De buurtsportcoaches werken vanuit de nieuwe visie en dat betekent dat zij preventief werken en een actieve rol hebben in de vroegsignalering. Dit vindt vooral plaats tijdens de activiteiten die zij organiseren voor de doelgroepen. Dit kan fysiek op school zijn, maar ook op andere locaties. Afhankelijk van de activiteit.

Er wordt voor de combinatiefunctionaris (buurtcoach) 200.000 per jaar uitgetrokken. Dit zou dan zijn voor buurtcoaches. Hoe beperkt vinden we de kosten dan als dit het bedrag is en dan nog wordt aangevuld met rijkssubsidie?

Buurtsportcoaches organiseren een sport- en beweegaanbod in de buurten en het maken een verbinding tussen sport- en beweegaanbieders en andere sectoren zoals zorg, welzijn, jeugdzorg, kinderopvang en onderwijs. Daarnaast hebben buurtsportcoaches specifiek aandacht en een aanbod voor de kwetsbare jongeren en jongeren en jongvolwassenen met risicogedrag. We denken dat de inzet van buurtsportcoaches een

Is dit geld niet beter te besteden? Is dit meegenomen in de nieuwe strategie die 2023 in zou moeten gaan?

belangrijke preventieve werking heeft die zich op termijn 'uitbetaalt' in de vorm van fysiek en mentaal gezondere (jonge) inwoners. Voor de financiering van de inzet van de buurtsportcoaches maken we gebruik van de rijkssubsidieregeling 'Brede impuls combinatiefuncties'. Het bedrag van 200.000 per jaar is nodig om te kunnen blijven voldoen aan de cofinancieringseisen die het rijk hieraan stelt.

Blz. 57 “we blijven de scholen monitoren” Onlangs is uit een rapport van Orionis gebleken dat er nogal wat schoolverlaters buiten het zicht zijn. Zou dit dan niet verbeterd moeten worden in plaats van slechts gecontinueerd? Vooral omdat men richt op vroeg signalering en preventie.

RBL heeft alle vervroegd schoolverlaters (VSV-ers) in beeld en monitoren iedere maand de voortgang richting werk of opleiding. Een gedeelte hiervan is werkzaam zonder startkwalificatie omdat de werkgever minder waarde hecht aan een startkwalificatie door de personele krapte op de arbeidsmarkt. Deze groep is dus ook niet in beeld bij Orionis.

Blz. 61 over preventie, vroeg signalering en toegang sociaal domein Gaat er niet een perverse prikkel vanuit, om te sturen op kwantiteit?

Het effect op het aantal maatwerkvoorzieningen is een harde indicator ten aanzien van de mate waarin we invloed hebben op de instroom in deze voorzieningen en geeft ook inzicht in de ontwikkeling per type voorziening. Daarnaast zullen wij steeds ook relevante beleidssinformatie en beschikbare data blijven monitoren en werkendeweg andere indicatoren gaan ontwikkelen. De mate waarin een interventie resultaat is van vroegsignalering zou een voorbeeld kunnen zijn. Daarnaast kan ook worden gedacht aan het nagaan van ervaringen van inwoners en professionals. Dergelijke meer kwalitatieve indicatoren zijn een ontwikkelpunt.

Wordt er ook gekeken of mensen inderdaad wel hulp nodig hadden, maar dit elders (dichterbij) hebben gevonden? Als vroeg signalering zo belangrijk is, waarom is dat geen effect indicator? Blz. 64 Implementatie Woo Waarom is er een maximum Woo verzoeken waarnaar gestreefd wordt? Waarom is het aantal verzoeken een effectindicator voor het voldoen aan de verplichting Woo? Denk eerder dat het moet zijn het aantal verzoeken waaraan ook (vooral ook in voldoende mate) gehoor is gegeven (t.o.v. waaraan geen gehoor is gegeven).

Het aantal Wob/Woo-verzoeken is de laatste jaren toegenomen. Wij verwachten echter, dat het aantal Woo verzoeken afneemt zodra meer gemeentelijke informatie actief openbaar gemaakt wordt. Ons streven is om daarom, nog maximaal 30 Woo verzoeken te ontvangen. Als meer Woo verzoeken worden ontvangen dan het maximum dat we nastreven, worden deze uiteraard met dezelfde zorg en zoveel mogelijk binnen de wettelijke termijn afgehandeld.

Burgerparticipatie Referenda? (dan is 3000 participerende inwoners als streefwaarde wel weinig)

Het is niet de bedoeling om referenda uit te schrijven. Wij nodigen mensen uit om mee te doen en denken over visievorming, beleidsontwikkeling, ruimtelijke plannen en het onderhouden van onze kapitaalgoederen. Als onderdeel van onze standaard werkwijze bepalen we steeds op welke manier en op welk niveau participatie mogelijk is.

Blz. 68: Samen met de regio willen we het stedelijke gebied op Walcheren versterken en binnen het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) de bestuurlijke krachten bundelen, gericht op de thema’s wonen, economie, arbeidsmarkt, sociaal domein, milieu, energie en klimaat. Kan dit niet dichter bij huis opgepakt

Middelburg en Vlissingen zijn samen een stedelijke regio. Met een regiofunctie voor geheel Walcheren. Daarom is het wenselijk op die schaal afstemming te zoeken. Ook op de Zeeuwse schaal wordt (ambtelijk en bestuurlijk) sinds 3 jaar samengewerkt in OZO-verband. Dit is een samenwerking van de Zeeuwse gemeenten, het Waterschap en de provincie. De samenwerking richt zich op thema’s met een Zeeuws brede scope, gezamenlijke

worden? Vanwaar deze schaalvergroting?

lobby en om kennis en kunde te delen. Het betreft een bestaande samenwerking, die op basis van een vorig jaar uitgevoerde evaluatie wordt gecontinueerd.

Blz. 64 Volksgezondheid. GR GGD is grootste speler in dit domein, maar zo zegt men: “waar ruimte ontstaat voor nieuw beleid, zal de gemeenteraad aan de voorkant van processen worden betrokken” Hoe is dit afgelopen tijd gebleken?

In de gemeenschappelijke regeling die van toepassing is op de GR GGD Zeeland is bepaald in welke gevallen de Zeeuwse gemeenteraden om een zienswijze moet worden gevraagd, voorafgaand aan besluitvorming in het algemeen bestuur van de organisatie. In de meeste gevallen betreft dit begrotingswijzigingen of het vaststellen van stukken uit de P&C cyclus. Indien er sprake is van nieuw beleid, dan is dat verwerkt in de voorstellen waar het algemeen bestuur over besluit en waar de gemeenteraad een zienswijze op kan geven.

Is men het eens dat erbij betrekken meer is dan achteraf informeren? Blz. 68: We zijn in deze rolverdeling transparant over de manier waarop we met bevoegdheden omgaan. Op welke manier gaat deze transparantie tot uiting komen?

De laatste zin in deze alinea slaat op hetgeen in de regels ervoor wordt beschreven over de rolverdeling. Door deze beschrijving is duidelijk (‘transparant’) wie welke rol, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft. Door een zorgvuldige besluitvorming, goede (actieve) informatie en bijvoorbeeld verbetering van de beeldvorming en kaderstelling voor de gemeenteraad kunnen we elkaar versterken in de rollen. Een raadswerkgroep werkt op dit moment ook hiervoor plannen uit.

Blz. 69: De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden ter vervanging van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het grootste verschil tussen de Woo en de Wob is de verplichting om overheidsinformatie actief openbaar te maken. Wat betreft de passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) is de Woo niet veel gewijzigd. Vanaf 2023 zal geleidelijk aan steeds meer overheidsinformatie actief openbaar moeten worden gemaakt. Welke informatie (en welke niet!) denkt men te gaan publiceren en hoe? Wat betekent dit voor de als ‘geheim’ gekenmerkte zaken?

De Wet open overheid schrijft voor welke informatie actief openbaar gemaakt moet worden. Voor gemeenten gaat het om 11 informatiecategorieën, die via een Koninklijk Besluit gefaseerd verplicht gesteld worden. Momenteel zijn er nog geen categorieën aangewezen. De verwachting is dat in de loop van 2023 het eerste KB wordt gepubliceerd.

Blz. 69: De wijkcoördinator is makkelijk te benaderen voor advies en informatie van wijkbewoners en een goede stimulator voor bewonersparticipatie. De tabel met spreekuren (enkel voor ‘Zuid’) op internet eindigt in mei 2020….. Verder alleen verwijzingen naar een emailadres en gerelateerde internetpagina’s. Is er rekening gehouden met de ouderen (vaak niet internetcapabel)? wijkcoördinator.

Met de extra personele capaciteit van wijkcoördinatoren wordt het nog meer mogelijk om in de wijken aanwezig te zijn. De afgelopen jaren was het door corona niet mogelijk om fysiek aanwezig te zijn in de wijken, maar kon er naast e-mail contact ook telefonisch contact worden opgenomen met de wijkcoördinatoren.

Blz. 70: Maximaal benutten van externe (Europese) financiële middelen voor de realisatie van projecten, die we al ambiëren en waarvoor dus

Wij streven er naar om bestaande projecten of projecten die passen binnen de ambities van Vlissingen te realiseren binnen zo gunstig mogelijk financiële kaders. Hiertoe worden alle subsidiemogelijkheden aangewend inclusief de Europese subsidies. Wij vinden het logisch

cofinanciering Waarom streeft men ernaar, de EU te plezieren door aan hun regels te voldoen, om subsidie binnen te halen?

dat daar bepaalde voorwaarden bij horen waaraan wij moeten voldoen.

Blz. 70: In 2023 organiseren we twee verkiezingen op 15 maart 2023; die voor Provinciale Staten en voor het algemeen bestuur van het Waterschap. De aanpassingen in de Kieswet worden daarbij meegenomen: op 13 en 14 maart 2023 zijn er extra verkiezingsdagen. Hiervoor wordt een gemeentelijk stembureau ingesteld. Op basis waarvan is dit drie dagen?

Het advies van de Raad van State is tot op heden nog niet opgevolgd. Wel krijgen we vanuit de Kiesraad door dat de extra verkiezingsdagen hoogstwaarschijnlijk niet doorgaan.

De Raad van State was eerder nog tegen (8 juni 2022)

Blz. 71: de baten Hoe komt het dat de baten in 2023 bijna € 250.000 lager zijn begroot dan in 2022? Van € 799.000 naar € 557.000.

Voor Paspoorten en rijbewijzen worden jaarlijks bekeken wat de opbrengst gaat worden. Omdat het aantal verleningen en aanvragen jaarlijks sterk fluctueert, zit er een jaarlijkse fluctuatie in de opbrengsten

Hdst. 9: De paragrafen. Voor alle verhogingen van heffingen de vraag: als er al wordt verhoogd met de inflatiecorrectie van 3,9% Waarom is dan op diverse onderdelen nog een extra verhoging nodig? En waardoor worden bijvoorbeeld in het geval van de afvalstoffenheffing de kosten niet met die 3,9 % gedekt?

Als we de afvalstoffenheffing slechts met de index verhogen is er geen sprake van 100% kostendekking. Dit is het gevolg van het feit dat de kosten gestegen zijn. Het inzamelen van huisafval is een wettelijke taak die de gemeente uitvoert. De algemene uitkering uit het gemeentefonds is een algemeen dekkingsmiddel en dient niet ter dekking van de lasten afvalstoffenheffing.

De gemeente gaat er bij de diverse heffingen vanuit dat de dienstverlening ‘kostendekkend’ moet zijn. Serviceverlening aan de burger is toch de taak? Waar dient de uitkering van het Rijk voor? Blz. 82-86L Heffingen. De aan inwoners opgelegde heffingen (Riool en afvalstoffen) moeten kostendekkend zijn. De aan ‘buitenstaanders’ opgelegde heffingen (marktgelden, lijkbezorging, binnenhavengelden) daarentegen zijn kosten latend. Vindt de gemeente het fair dat inwoners voor het verschil op moeten draaien? Immers is de gemeente niet verplicht om belastingen te heffen, de mate van kostendekkendheid bepaalt de gemeente zelf.

De 100% kostendekkendheid afvalstoffen- en rioolheffing wordt niet door de gemeente bepaald. Door het art. 12 voorschrift is voorgeschreven dat deze heffingen geheven moeten worden op basis van volledige kostendekkendheid.

Fractie CDA

Behandeld door wethouder Sips

Onderwerp: 3.1 – Rvs Programmabegroting 2023-2026 Vraag 1. Blz 16 2.4.6 De extra benodigde middelen etc: kosten 6,7 fte € 1.043.000 per jaar? Hoe moet dit gelezen worden? 2. Blz 17: 2.4.7 De aframing is voor 50% in de begroting verwerkt: welke 50%? Van de vermindering van de baten of van de te besparen lasten? 3. Blz 17: 2.4.8 De kosten voor de Islamitischeschool is dat structureel ca € 111.000 per jaar? Gaat het ook om een nieuw gebouw? Is al duidelijk waar hoe de school gehuisvest gaat worden?

Antwoord Dit betreffen de totale kosten van intern en extern personeel voor de uitvoering van het plan van aanpak artikel 12. Het gaat hier om te besparen lasten.

4. Blz 18 2.4.14 1,1 mln minder OZB-niet woningen lijkt fors! Is dit het bruto bedrag? (Een hogere WOZ-waarde geeft toch ook een lagere uitkering Gemeentefonds en andersom een lagere een hogere uitkering Gemeentefonds?

Dit betreft het Brutobedrag van de verwachte meeropbrengsten OZB voor het realiseren van diverse bouwprojecten (industrie, zorgcomplexen, hotels etc etc) zoals bijv de Waterstoffabriek. Omdat de verwachte bouw realisaties achterblijven is deze correctie opgenomen. In de algemene uitkering wordt rekening gehouden met de werkelijke WOZ waarde.

5. Blz 21: Verloop Algemene Reserve: door wijzigingen in de parameters van de GREXen fluctueerd de Algemene Reserve enorm. Zou het ons helpen om de reserve gesplitst te presenteren in een “gewoon” (=klassiek) en GREX deel?

Tot op heden is dit onderscheid in onze P&C-documenten niet gebruikelijk. Als gemeente streven we namelijk voor de toekomst naar een voldoende weerstandscapaciteit met als belangrijkste onderdeel daarvan de omvang van de totale algemene reserve. Overigens splitst de artikel 12-inspecteur vanwege (het ontstaan van) zijn onderzoek de stand van de algemene reserve in de inspectierapporten telkens uit in drie onderdelen. Voor uw beeld: Per eind 2021 bedraagt de algemene reserve (voor bestemming resultaat 2021) € 70,2 miljoen negatief welke de inspecteur uitsplitst naar grondexploitatie € 104,5 miljoen negatief, Sociaal domein en Werk en inkomen € 12,0 negatief en ‘normale exploitatie’ € 46,3 miljoen positief.

De geraamde kosten om in huisvesting voor de nieuwe islamitische school te voorzien, bestaan uit investeringskosten in 2023 die ‘pas’ in 2024 tot structurele lasten leiden. Wij zijn nog met het schoolbestuur in gesprek over de huisvestingsvraag waaronder ook de locatie. Wij verwachten hierover begin 2023 een besluit te kunnen nemen.

Mede vanwege uw vraag zullen we bezien of het opnemen deze splitsing in de P&C-documenten toegevoegde waarde kan hebben (of wellicht juist kan leiden tot afbreuk aan het noodzakelijke inzicht). 6. Blz 22 De tabel 2.7.1 is gelijk aan 10.1 en 2.7.2 is gelijk aan 10.2. Kan bij de volgende begroting in ieder geval 10.2 gepresenteerd worden met totaal baten en lasten en niet alleen de saldi? Dwz een tabel zoals 10.1 maar dan voor de jaren t+1, t+2 en t+3? Hierdoor is er snel zicht op het verloop van de totale lasten en baten (waar staan die nu?) 7. Blz 32: wanneer wordt het VGRP geactualiseerd? 8. Blz 39: Waar zijn de investeringen in het riool opgebaseerd?

In elk hoofdstuk is bij het onderdeel "wat mag het kosten" een meerjarig overzicht opgenomen gesplitst naar lasten, baten en saldo. In hoofdstuk 10 is meerjarig per hoofdstuk gesplitst in baten en lasten en taakveld een gedetailleerd overzicht opgenomen.

Het nieuwe GRP zal in januari 2023 in de raad komen. De investeringen zijn gebaseerd op de benodigde vervangingsopgave om achterstallig onderhoud te

voorkomen. 9. Blz 39: De Combinatie wordt gehuurd van woningcorporatie? Waarom investeert de gemeente in dit gebouw?

De gemeente Vlissingen heeft met gebouweigenaar L’ escaut een huurovereenkomst afgesloten die ziet op een vastgestelde (jaarlijkse) huurprijs in samenhang met een daarop afgestemd kwaliteits- en uitrustingsniveau. Het grootste deel van de Combinatie wordt in gebruik gegeven aan een drietal schoolbesturen. In de afgelopen jaren is gebleken dat het verbeteren van het binnenklimaat noodzakelijk is, bijvoorbeeld de coronacrisis die vereist dat er een goed werkend ventilatiesysteem in de school aanwezig is om betere ventilatie mogelijkheden te creëren. Een ander voorbeeld is de hoge temperatuur tijdens de zomerperiode waarbij de gemeente uitdrukkelijk gevraagd is door haar gebruikers om maatregelen te treffen ten aanzien van de stijgende binnentemperatuur in het gebouw, ter voorkoming dat medewerkers of leerlingen uitvallen. Met het opnemen van dit investeringsbedrag in de begroting, aangevuld met subsidiegelden zoals bijvoorbeeld de Suvis-regeling vanuit de Rijksoverheid, wordt de mogelijkheid geboden om deze maatregelen aan het binnenklimaat te kunnen treffen teneinde een comfortabeler binnenklimaat voor de gebruikers te kunnen faciliteren. De gemeente zal deze investering plegen, omdat als dit door L’escaut aangebracht zou worden, dit aanvullend op het bestaande uitrustingsniveau en dus ook door L’escaut in de huurprijs wordt gecompenseerd.

In het door de gemeenteraad vastgestelde Strategisch Huisvestingsplan onderwijs 2020-2039 is de verbetering van het binnenklimaat voor De Combinatie voorzien.

10. Blz 40: De leefbaarheid krijgt door investering in Scheldestraat een positieve impuls? Hoe gaan we dit weten (=meten)?

1. minder overlastmeldingen 2. hogere score in de Burgerpeiling 3. minder verkeersongevallen 4. lagere gemiddelde snelheid

11. Blz 52: De investeringen in Stationsgebied worden niet opgenomen omdat daar een SPUK voor is toegekend. Waarom nemen we dan geen + = investering en - = SPUK op? Zoals ook wordt gedaan op blz 39 voor de investeringen tlv voorziening? Daarmee kan worden gepresenteerd wat de planning is en later ook wat realisatie is.

Op dit moment is er nog geen concreet plan voor de inzet van de middelen. Zodra er een plan is zullen wij u daarvan op de hoogte brengen.

12. Blz 63: Het lijkt erop dat de baten voor de Centrumtaken niet in het programma Sociale Samenhang zijn opgenomen. Zoals nu gepresenteerd is het een halve uitvoering van de motie. Waarom is deze keuze zo gemaakt en waarom is het BW niet opgenomen in de tabel op blz 63 en zijn de bedragen niet getotaliseerd?

De rijksbijdrage voor centrumtaken maken onderdeel uit van de algemene uitkering en worden verantwoord onder het programma algemene dekkingsmiddelen op pagina 75. We mogen vanuit de BBV de rijksbijdragen voor centrumtaken niet onder programma Sociale Samenhang verantwoorden. Wel is binnen het programma Sociale samenhang een hoofdstuk 5.2.15 opgenomen waarin we inzicht geven in de rijksbijdragen voor centrumtaken. Op pagina 63 zijn de rijksbijdragen die we via de algemene uitkering ontvangen voor Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang opgenomen. Op pagina 64 zijn de rijksbijdrage

voor Beschermd Wonen weergegeven. 13. Blz 79 Opbrengst rioolheffing € 6.651k, volgens pag 84 € 6.680k , maar de specificatie geeft totaal van € 7.238k Is er sprake van een verlengde oude VGRP? Wie heeft dit plan, wanneer verlengd?

6.651k is de opbrengst heffingen Rioolheffingen, Op blz 84 is de opbrengst heffingen Rioolheffingen + de overige baten zoals aansluitvergunningen en rioolbeheer huisaansluitingen, totaal 6.680k. Omdat we voorstellen om het tarief te bevriezen hadden we de specificatie hierop moeten actualiseren. Dit gaan we alsnog aanpassen.

Is er sprake van een verlengde oude VGRP? Wie heeft dit plan, wanneer verlengd?

Het betreft geen verlengd GRP. Het vigerende GRP is 20 december 2018 door de gemeenteraad vastgesteld.

14. Blz 116: Is GBE Aqua geen verbonden partij? Kan toegelicht worden waarom niet? (Niet terug kunnen vinden in de paragraaf)

GBE Aqua is een nieuwe verbonden partij en vergeten mee te nemen in de paragraaf verbonden partijen. Deze zal in de raadsversie worden toegevoegd.

15. Blz 142: Kan toegelicht worden wat de onderbouwing en betekenissen zijn van de dotatie en verminderingen van Voorziening egalisatie GRP?

De mutaties hebben we gebaseerd op het huidige vGRP.

16. Blz 143: Is er ook een onderhoudsplan voor de Visserijkade? Geen onderhoud nodig in 2022 en 2023?

Ja, er is een onderhoudsplan voor de Visserijkade. Dit is opgenomen in het “Havenbeheerplan 2022-2032”. De Visserijkade is in 2021 en 2022 deels vernieuwd en deels is het achterstallig onderhoud weggewerkt. Na uitvoering van de werkzaamheden zijn de kades geïnspecteerd en zijn de gegevens verwerkt in het havenbeheerplan dat in 2022 is geüpdatet. Door uitvoering van achterstallig onderhoud en deels vernieuwing van de Visserijkade is onderhoud in 2023 niet nodig. Wanneer er wel weer onderhoud aan de Visserijkade nodig is wordt dit vanuit de bestemmingsreserve bekostigd.

17. Blz 144 “In het kader van het nieuw verbreed rioleringsplan”: Ws wordt hier het oude plan bedoeld: is een en ander gegaan zoals toen in het plan is opgenomen? 18. Blz 157: baten 10.1.1 11 riolering: waar is de enorme stijging (23% in 2024 en 28% in 2025) van de rioolheffing op gebaseerd?

Hiermee wordt het vigerende GRP uit 2018 bedoeld.

19. Blz 158: waaruit bestaan de lasten, maar vooral de baten bij bedrijvenloket en bedr. Regeling?

De lasten en baten van de straatmarkt en de lasten en baten Bedrijven Investerings Zone(BIZ)

20. Blz 166: Voor de raad is het belangrijk om te weten of de structurele lasten gedekt worden door structurele inkomsten: de Vlissingse begroting kent grote toevoegingen aan de reserves die in principe beschouwd worden als incidentele lasten. Als het toch structurele lasten (en in geval van structurele onttrekkingen, structurele baten) zijn, dan

Op deze pagina wordt juist inzicht gegeven in de structurele baten en lasten. Op het einde van de tabel is het gezuiverde (= exclusief de incidentele inkomsten en uitgaven) begrotingssaldo zichtbaar. Het overzicht is ook een verplicht overzicht volgens de BBV voorschriften

Omdat we het vGRP gaan actualiseren hebben we ervoor gekozen om de tarieven van 2023 te ‘bevriezen’. Doordat we gelijke tarieven hanteren als in 2022 en we de jaren na 2023 ongemoeid hebben gelaten lijkt het erop dat er een forse stijging plaatsvindt.

is het ook goed om die te presenteren. Dit inzicht lijkt nu te ontbreken. Als dit idd ontbreekt, kan dit inzicht alsnog worden gegeven?

Bijlage

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11946266/8