06072022 Plan van aanpak 2021 SD
Tekst van het document
Er is een start gemaakt met de opzet van het nieuwe Dashboard SD. Geplande startdatum is 1-1-2021.
Gesignaleerde knelpunten: Gebrek aan capaciteit wreekt zich hier. Er is maar 1 data analist en we zijn als gemeente afhankelijk van het ia-samenwerkingsverband waar ook voortdurend wordt gewezen op een gebrek aan capaciteit.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
25
6
Exogene factoren (hefboom 6)
Gebleken is tijdens dit verlengde artikel 12-onderzoek dat er (exogene) factoren zijn die ervoor zorgen dat Vlissingen minder of zelfs geen grip heeft op de lasten van onderdelen van het sociaal domein en werk & inkomen. Met andere woorden de mate van invloed van Vlissingen om zelf het tekort geheel te saneren wordt daardoor verminderd. Deze factoren worden onderstaand behandeld. Overigens is het niet zo dat Vlissingen bij elke factor helemaal geen invloed heeft. a) Samenwerkingsverbanden: Vlissingen maakt op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen deel uit van een aantal samenwerkingsverbanden. Bij deze samenwerkingsverbanden is er sprake van verplichtingen die voortvloeien uit (juridisch vastgelegde) afspraken en die een claim leggen op (een deel van) de middelen. Dit kan betekenen dat Vlissingen minder flexibiliteit heeft om op korte termijn zelf bezuinigingen door te voeren. Weliswaar kan de gemeente haar zienswijze kenbaar maken aan een gemeenschappelijke regeling, echter in de meeste gevallen zal de gemeente in eerste instantie akkoord moeten gaan met extra bijdragen aan de gemeenschappelijke regeling. Echt invloed uitoefenen is pas mogelijk als alle deelnemende gemeenten overeenstemming bereiken over de te volgen koers. Dit is vaak een langduriger proces. Dit betekent echter niet dat er hierdoor geen veranderingen te realiseren zijn.
Ook hierbij dient te worden bezien of het op het vlak van organisatie, aansturing en kosten anders kan en of de afspraken die zijn gemaakt binnen de bestaande samenwerkingsverbanden aangepast kunnen worden. Vlissingen is hiervoor zelf aan zet en vergroten grip van de lasten bij de samenwerkingsverbanden is van belang. In het Plan van aanpak wordt dan ook in hoofdstuk 10 ingegaan op deze samenwerkingsverbanden: b) Wet- en regelgeving en jurisprudentie Van belang is ook te bezien in hoeverre bepaalde wet- en regelgeving en jurisprudentie effect hebben op de mate van invloed (grip) van Vlissingen op de beheersing van de lasten en de sturingsmogelijkheden van de gemeente zelf. Van belang is dus dat dit artikel 12-onderzoek inzicht geeft in wat enerzijds specifiek lokale vraagstukken zijn die Vlissingen al dan niet binnen de samenwerkingsverbanden moet oplossen en anderzijds wat landelijke problematiek is dat alleen landelijk opgelost kan worden. Te denken valt hierbij aan het abonnementstarief huishoudelijke hulp, toegang via huisarts, aanzuigende werking uit andere regio’s en open einde regelingen. c) Structuurkenmerken Het rijksgeld voor sociaal domein en werk & inkomen wordt verdeeld via verdeelmodellen. Deze verdeelmodellen verdelen het geld over de gemeenten op basis van maatstaven.
Deze maatstaven (zoals aantal jongeren, aantal ouderen, aantal minderheden en aantal bijstandsontvangers) zeggen iets over de (sociale) structuur van een gemeente. In kaart moet worden gebracht of er specifieke structuurkenmerken zijn die niet of onvoldoende tot uiting komen via de maatstaven in de verdeelmodellen?
6.1
Opdracht en context
Onderzoek naar de mate van invloed van Vlissingen op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen. Komen tot een aantal concrete besluiten ten aanzien van (politieke) positionering van de gemeente binnen de samenwerkingsverbanden – in het licht van de art. 12 ambities – en besluiten ten aanzien van de geldstromen binnen het sociaal domein. Meenemen uitkomsten vervolgevaluatie verdeelmodellen Sociaal domein.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
26
De gemeente Vlissingen heeft in het kader van de afspraken artikel 12 Plan van Aanpak een reeks van verplichtingen en taken op zich genomen, waarbij de vraag op een aantal aspecten gesteld moet worden of het beïnvloedingsvermogen van de gemeente groot genoeg is, dan wel in negatieve zin wordt geraakt door andere afspraken, verbanden, enzovoorts. Om een helder beeld te krijgen van de inspanningen die de gemeente verricht en kwaliteit van de resultaten is een duiding van mogelijke beperkingen noodzakelijk. 6.2
(deel) projecten en activiteiten
6.3
Rapport Exogene factoren Stand van zaken
Er heeft een eerste inventarisatie plaatsgevonden op dit thema, in het rapport Bestuurlijke Afwegingen op de Uitvoering (april 2020). Dit heeft mede geleid tot de septembernota Richtinggevende Besluiten. De volgende stap zal zijn het nauwkeuriger definiëren van de onderzoeksvraag. 1. In kaart brengen van alle samenwerkingsverbanden op vlak van sociaal domein en werk & inkomen, op welke onderdelen van het sociaal domein en werk & in komen, hoeveel geld daarin omgaat en per samenwerkingsverband welke bijdrage aan het tekort een samenwerkingsverband veroorzaakt. 2. In kaart brengen welke wetgeving en jurisprudentie op vlak van sociaal domein en werk & inkomen zorgt voor minder grip door de gemeente, op welke onderdelen van het sociaal domein en werk & in komen dit speelt en hoeveel tekort dit veroorzaakt. 3. In kaart brengen welke structuurkenmerken op vlak van sociaal domein en werk & inkomen niet of onvoldoende tot uiting komen in de verdeelmodellen en hoeveel van het tekort dit veroorzaakt. 4. In kaart brengen eventuele overige (exogene) factoren, op welke onderdelen van het sociaal domein die spelen en wat hun financiële impact is (bijdrage aan het tekort). Bijvoorbeeld (en niet uitputtend):
Te weinig macrobudget (rijksvergoedingen). Verdeelmodellen houden onvoldoende rekening met specifieke structuurkenmerken van Vlissingen.
Bronnen: Significant VNG …
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
27
7
Jeugd
7.1
Opdracht en context
Onderzoek naar de effectiviteit en efficiency. Van aansturing en uitvoering binnen de Jeugdwet. Zijn er (nog) mogelijkheden om verbeteringen aan te brengen zodat de lasten bij Jeugd structureel kunnen dalen. Vergelijkingsonderzoek op basis van (norm-)indicatoren in het sociaal domein en werk & inkomen (landelijk, regionaal, lokaal). Onderzoek moet aangeven wat lokaal oplosbaar is!
7.2
(deel) projecten en activiteiten
7.3
Stand van zaken 1. 2. 3. 4.
5. 6.
7. 8.
Toetsen en aanpassen van de beleidsregels. Directe betrokkenheid gemeente bij contractmanagement. Deelonderzoek naar de 25 duurste dossiers, waarbij in de eerste fase gekeken wordt naar de rechtmatigheid van de betalingen. Data analyse Jeugd
Verkennend onderzoek naar mogelijke financiële maatregelen Concrete financiële ambities benoemen voor 2020 en 2021, waar het gaat om bedragen voor reallocatie (tussen de domeinen), ombuiging (binnen het domein) en besparingen c.q. afromingen. Organiseren team/cluster-brede brainstorm sessie. Aansluiting bij partijen buiten de invloedssfeer van de gemeente (bijv. huisartsen) Onderzoek naar potentiele besparingen en kostenbeheersing (relatie met onderzoek exogene factoren!)
In 2021 leggen we de focus op praktische uitvoeringsaspecten. We baseren ons daarbij op de management informatie die ontleend wordt (kan worden), aan de data van het Inkoopbureau Jeugd en onze eigen Toegang. We zetten in op een grondige en periodieke analyse van de data. Op basis van de onderzoeksresultaten willen we ons richten op de zogenaamde cash cows, de top tien van duurste producten – in aantal of kosten per product – met als doel het vinden van alternatieve producten of productieprocessen.
Het Inkoopbureau Jeugd heeft in een heldere toelichting aangegeven hoe ingewikkeld het is om prognoses te maken. Afbakening van de (groei van de) vraag lijkt vooralsnog niet mogelijk. Besluit meerjarenbegroting ligt bij GGD. Binnen die begroting kunnen we 4 jaar niet bewegen als Vlissingen. Je kan als gemeente wel ‘sturen’ met je eigen begroting maar dat zegt niets over de uitgaven. We moeten veel eerder ingrijpen.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
28
Gesignaleerde knelpunten: Eventuele besparingsmogelijkheden zijn afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek V in V. Dit lijkt een langdurig traject te worden. Er is een contourennota van bedenkelijke kwaliteit en zonder sense of urgency op de gewenste versmelting van organisaties. Het plan kijkt vooral naar de (verre en onheldere) stip op de horizon. Ambtelijk wil men eerst probleem Intervence oplossen. Ze hebben nu een PvA opgeleverd en dat vindt men ook te weinig concreet. Probleem is wel dat het ministerie alleen een breed verhaal gaat financieren! Het Zeeuws kernteam zou een voorstel maken dat is via transformatie overleg naar portefeuillehouders, maar wordt geblokt omdat het idee is dat het ministerie dit onvoldoende zal vinden en men wil stoppen met Dwarsdoen. Stuk is niet voorgelegd aan de bestuurders. Nu even time out. We kunnen niet naar een lokale oplossing; onze jeugdbudgetten zijn immers verpand aan de provinciale bestuurscie. De enige lokale ruimte die we hebben is het kritisch wegen in de toegang en de indicaties vanuit de huisartsen. En dan zijn we weer terug bij de beleidsregels en de gemeentelijke interactie met het ondersteunend veld. We verwachten in het kader van Corona straks een hausse aan zorgvragen vanuit sociale problematiek.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
29
8
Gecertificeerde Instellingen
Als hoofddoel voor het project staat in het Projectplan beschreven: De Zeeuwse jeugdregio richt zich primair op het herstellen van de veiligheid van kinderen door processen binnen de keten op elkaar af te stemmen, integraal te werken (“van wijkteam tot en met rechtbank”) en daardoor de doorlooptijd substantieel te verkorten. Afgeleid doel voor de gemeente Vlissingen is door een efficiëntere inrichting van de keten te komen tot kostenbesparingen. 8.1
Opdracht en context
8.2
(deel) projecten en activiteiten
8.3
Stand van zaken
Gesignaleerde knelpunten: Het onderzoek naar de verbetering van de veiligheidsketen in Zeeland – Vaart in Veiligheid – dreigt vast te lopen in onhelderheid omtrent verwachtingen, zowel bestuurlijk als ambtelijk. In een projectgroep wordt gewerkt aan een Plan van Aanpak voor verdere besluitvorming. Er zijn ernstige financiële problemen bij de GI Intervence. Er is zelfs sprake van een dreigend faillissement. Bestuurlijk is opdracht gegeven aan Intervence om een herstelplan op te leveren. Daarnaast is bestuurlijk opdracht gegeven om te werken aan een plan B. Een scenario waarbij de klantengroep van Intervence overgedragen wordt aan derden.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
30
9
Doelgroepenvervoer
9.1
Opdracht en context
Gemeenten zijn wettelijk verplicht bepaalde vormen van doelgroepenvervoer te organiseren. Voor Vlissingen gaat hierin ruim € 1,5 miljoen in om. Onderzocht dient te worden in hoeverre dit beter en goedkoper kan. Ook de Rekenkamer heeft hier onderzoek naar gedaan. 9.2
(deel) projecten en activiteiten
9.3
Stand van zaken 1. 2.
3.
4.
5.
Uitvoeren van een brede evaluatie op de toekenningen (waarbij het vermoeden bestaat dat er te ruimhartig is toegekend in de afgelopen jaren). Extern uitzetten van de onderzoeksvraag of het mogelijk is meer gebruik te maken van het reeds bestaande openbaar vervoer. Gedeeltelijke integratie van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer.
Het onderzoek integratie OV en doelgroepenvervoer is een bestaand initiatief. Het moet een pilot worden van Middelburg en Vlissingen met de partners Provincie en Connexxion. Inzet is een investering om maximaal gebruik te maken van het openbaar vervoer in combi met doelgroepenvervoer. Een bureau gaat daar mee bezig. Planning is dit jaar een pilot. Het plan is er maar de vertraging ligt nu bij Connexxion.
Quick scan of het mogelijk is de bezettingsgraad van de voertuigen te vergroten, bijvoorbeeld via afstemming van de verschillende onderdelen binnen het doelgroepenvervoer. Quick scan of er mogelijkheden zijn tot het invoeren van (hogere) eigen bijdragen en vermindering aantal personen dat gebruik maakt van het doelgroepenvervoer. Onderzoeken of het mogelijk is de samenwerking binnen de regio/provincie te verbeteren om de kosten te drukken. Bijvoorbeeld via bundeling van vervoerscontracten en samenwerking buurgemeenten. (In samenwerking met Middelburg?)
Gesignaleerde knelpunten: Het blijkt dat we veel info / lijsten niet paraat hebben. Als gemeente hebben we geen controle systematiek opgebouwd. We moeten veel meer info opvragen bij de leveranciers. Er is veel omgevingsruis. De vorige leverancier is failliet. Dat betekende dit jaar een zoektocht naar een nieuwe. Voorts wordt er door corona minder gereden maar er moet een compensatie komen financieel op platliggend leerlingenvervoer.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
31
10
Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein (ZSSD)
Er is een onderzoek gaande naar de samenwerkingsdichtheid in Zeeland. Achterliggende vraag is om een einde te maken aan de bestuurlijke drukte. Welke taken op welke schaalgrootte kunnen worden uitgevoerd en in welke vorm, is hierbij de centrale vraag. Dit loopt al enige tijd, aangestuurd vanuit het provinciaal management overleg. (Lijn is stuurgroep ZSSD en dan colleges.) Er is een inventarisatielijst opgesteld – zonder onderliggende argumentatie - die sterke overlap vertoont met wat al in samenwerkingsverbanden is georganiseerd (GR, GGD, CZW, etc.). De idee is om eerst te kijken naar de mogelijke taken en daarna pas naar de vorm. Wat gevolgen kan hebben voor de provinciale en regionale verbanden. Half 2020 had er een eerste voorstel moeten liggen dat naar de raden kan (ambitie voorzitter stuurgroep).
10.1
Opdracht en context
Opdracht (PvA 2020) 3.4: Onderzoek naar de samenwerkingsverbanden in Zeeland op vlak van sociaal domein en werk & inkomen. Doel is om een einde te maken aan de bestuurlijke drukte, te bezien welke taken op welke schaalgrootte uitgevoerd kunnen worden en in welke vorm en in hoeverre de grip op regionale samenwerkingsverbanden vergroot kan worden.
Opdracht (PvA 2020) 4.1: Onderzoek in hoeverre Vlissingen in bestuurlijke, financiële en operationele zin gedwongen wordt om te participeren in gemeenschappelijke regelingen en hoe de de grip op regionale samenwerkingsverbanden vergroot worden.
In kaart brengen concrete maatregelen vergroten grip op samenwerkingsverbanden conform opdrachten 3.4 en 4.1.
10.2
(deel) projecten en activiteiten
10.3
Stand van zaken
Stand van zaken Einde 2020
Een belangrijke stap is nu gezet. Er is een overzicht (‘kruisjeslijst’) opgesteld van de onderwerpen waarbij wij als gemeenten willen samenwerken op provinciaal (gezamenlijk) niveau (categorie 1 en 2 taken), op regionaal niveau (categorie 3 taken) of waarvan we de uitvoering liever zelf willen oppakken. De afgelopen maanden hebben alle 13 colleges dit overzicht van onderwerpen vastgesteld. De colleges hebben ook besloten dat de volgende stap is dat er een onafhankelijk landelijk bureau wordt gevraagd een onderzoek te doen en een advies te geven over hoe dit het best georganiseerd kan worden.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
32
Wat moet het resultaat zijn van het onderzoek/advies ( business-case)? Wat moet het opleveren: Wat is (zijn) de best passende organisatievorm(en) voor het uitvoeren van de taken en onderwerpen waarop we willen samenwerken in het sociaal domein als 13 Zeeuwse gemeenten? Wat is hiervoor de meest de passende governance-structuur? Op te leveren product: Adviesrapportage van de business case (op basis van onderzoek en beschrijving van eventueel meerdere opties). Wat is de planning? Wanneer komt het naar de colleges en de gemeenteraden? De aanbestedingsprocedure is intussen afgerond (onderhandse aanbesteding) met drie landelijke bureaus: Berenschot, AEF en KPMG. Berenschot is gekozen. De verwachting is dat de besluitvorming in de colleges en de gemeenteraden rondom de zomer 2020 kan plaatsvinden. In een strategisch college op 26 mei zal het college dit thema bespreken, vooral waar het gaat om de spanning tussen (tijdelijk) kiezen voor lokaal belang en de voor- en nadelen van (bindende) samenwerkingsverbanden.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
33
11
Regiomiddelen BW, MO en VO
In paragraaf 3.3 van het inspectierapport 2020 zijn onder de noemer ‘inkoop beschermd’ wonen een aantal maatregelen beschreven ten aanzien van de centrumtaken (beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang). Deze maatregelen zijn 1 januari 2020 ingegaan en zorgen voor een overschot bij deze centrumtaken. Het jaarlijkse overschot wordt gestort in de bestemmingsreserve Centrumtaken. Ook wordt in paragraaf 3.3 onderbouwd waarom de inspecteur van mening is dat met ingang van 2020 voor de centrumgemeentemiddelen beschermd wonen (BW), vrouwenopvang (VO) en maatschappelijke opvang (MO) geldt, dat deze door Vlissingen gebruikt kunnen worden voor tekorten op andere vlakken en de reserve Centrumtaken dus gebruikt kan worden voor (tijdelijke) sanering van de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. 11.1
Opdracht en context
Openstaande onderzoeksvragen Definitieve besluitvorming op (ontwikkeling en inzet) reserves centrumgemeente middelen Voorbereidingen doordecentralisatie Voorbereidingen overgang deel populatie naar WLZ Besluitvorming op governance en rol CZW bureau Inventarisatie sturingsmiddelen
Rijk en gemeenten zijn overeengekomen in tien jaar tijd tot een objectief verdeelmodel en algehele doordecentralisatie van beschermd wonen te komen. Dat betekent dat gemeenten in die periode geleidelijk overstappen van de huidige historische verdeling over centrumgemeenten naar een volledig objectieve verdeling over alle gemeenten. Het groeipad begint in 2021, waarbij de middelen in 2021 100% historisch worden verdeeld. In 2022 wordt een deel van de middelen voor het eerst objectief verdeeld. De centrumgemeenten blijven verantwoordelijk voor bestaande cliënten. De nieuwe cliënten vallen vanaf 2022 onder de verantwoordelijkheid van alle gemeenten. Over de eventuele doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang zal op basis van een evaluatie in 2026 een beslissing worden genomen. 11.2
(deel) projecten en activiteiten
Openstaande vragen: 1. Welke (financiële) consequenties heeft het nieuwe verdeelmodel voor Vlissingen. (Met andere woorden wat ontvangt Vlissingen nu, hoeveel daarvan gaat via de centrumgemeenteconstructie naar de andere Zeeuwse gemeenten, wat ontvangt Vlissingen volgens het nieuwe verdeelmodel en zit daar verschil tussen?) 2. De gemeente is financieel eindverantwoordelijk maar heeft geen afspraken over risicoverdeling (dit zou CZW op de agenda moeten zetten). Wat zijn de benodigde afspraken? Als Vlissingen risicodragend is, mogen de overschotten dan ook door Vlissingen worden uitgegeven? 3. Welke instroom beperkende maatregelen kunnen genomen worden? 4. Kunnen we al voorsorteren op de decentralisatie van Beschermd Wonen? 5. Waarom ligt de kostprijs BW-thuis boven het landelijk gemiddelde? (Er loopt een onderzoek.) 6. Nu hanteren we P x Q. Welke alternatieve financieringsmodellen zijn voorhanden? (We opteren voor budgetfinanciering.)
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
34
7. Tussen intra muraal en extra muraal zit een te grote stap. Hoe kunnen we dat oplossen? 8. Consequenties door-decentralisatie? 9. Uitkomsten pilot MDA++. MDA++ is de aanpak waarbij de verschillende sectoren (1e +), specialisten (2e +), het lokaal team en het gezin met haar sociale netwerk, samenwerken. De pilot levert nu al veel inzichten op over de nodige verbeterpunten. Wanneer het lukt om deze verbeteringen te realiseren, zal dat ook veel opleveren voor de brede aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Centrumgemeente Vlissingen ontvangt (nog) geen financiering vanuit het Rijk om MDA++ te bekostigen. Vooralsnog wordt deze pilot daarom bekostigd vanuit de nog te besteden DuVomiddelen. In de eerste helft van 2020 volgt een uitgewerkt voorstel aan de stuurgroep CZW-bureau voor de doorontwikkeling van MDA++.
Definitieve besluitvorming op (ontwikkeling en inzet) reserves centrumgemeente middelen
Voorbereidingen doordecentralisatie
Voorbereidingen overgang deel populatie naar WLZ
Besluitvorming op governance en rol CZW bureau
Inventarisatie sturingsmiddelen Vlissingen heeft geen wachtlijsten voor beschermd wonen. Vlissingen wil inventariseren welke knoppen een gemeente heeft om de stijging in aanbod te kunnen kanaliseren. Hierbij moet onder andere bekeken worden of:
11.3
een gemeente verplicht is om iedere aanbieder die units openstelt voor beschermd wonen en cliënten hiervoor vindt moet betalen; een budgetplafond kan worden bepaald en of dit juridisch houdbaar is; de decentralisatie-uitkeringen BW, VO en MO geheel aan beschermd wonen moet worden uitgeven of dat een deel ook aan andere elementen van het sociaal domein mag worden uitgeven; verevening plaats kan vinden met andere Zeeuwse gemeenten; er mogelijkheden zijn er om intensieve ondersteuning te voorkomen; er andere (goedkopere) ondersteuning mogelijk is; er best practices zijn (Leiden?).
Stand van zaken
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
35
12
Financiële impact landelijke ontwikkelingen sociaal domein en werk & inkomen
Naast de onderzoeken en maatregelen van Vlissingen zelf zijn er ook een aantal landelijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het tekort sociaal domein en werk & inkomen van Vlissingen. Ten eerste worden er landelijk onderzoeken en evaluaties uitgevoerd op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. De uitkomsten hiervan kunnen vanzelfsprekend van invloed zijn op Vlissingen en dienen dan ook te worden meegenomen in dit artikel 12-onderzoek. Zo wordt een onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de jeugdzorg om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben. Dit onderzoek bevat de volgende elementen:
De volume- en uitgavenontwikkeling in de periode 2015-2019, waarbij voor de periode 2015-2017 gebruik wordt gemaakt van het recent afgeronde verdiepend onderzoek jeugd. De verklarende factoren van de geconstateerde volume- en uitgavenontwikkeling. Voor dit onderdeel wordt input gebruikt van onder meer het onderzoek naar “inzicht in de patronen bij uitgavenontwikkeling” in een aantal jeugdzorgregio’s. Op dit onderzoek wordt uitgebreider ingegaan bij de bestuurlijke afspraken. De aard van de volume- en uitgavenontwikkeling en de mogelijkheden, inclusief de verbreding van het aanbod, om deze te beheersen. De ontwikkeling (en verklarende factoren) van de kostprijs per traject. De verschillen tussen gemeenten onderling. Het effect van getroffen maatregelen. Mogelijke beleidsmaatregelen op lokaal en nationaal niveau.
Ten tweede heeft er een onderzoek naar en herijking van de verdeelmodellen sociaal domein in het gemeentefonds plaats gevonden (zie ook opdracht 5.1 PvA 2020). Doel van het onderzoek is te komen tot volledige en integrale herijking van de verdeling van het gemeentefonds. De herijking is volledig omdat alle uitgavenclusters van het gemeentefonds erin zullen worden betrokken, evenals de vereveningswijze van inkomsten in het fonds. Daarnaast is de herijking integraal omdat de clusters niet alleen afzonderlijk maar ook in hun onderlinge samenhang zullen worden bekeken. Van belang hierbij is dat de bekostigingssystematiek beter rekening houdt met regionale verschillen. Een onderzoek naar de oorzaken van regionale verschillen in de financiële posities op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen is dan ook nodig. Het onderzoek richt zicht zuiver op de verdeling van het gemeentefonds, en niet op de omvang. De onderzoeken om met ingang van 2022 te komen tot een nieuwe verdeling voor het gemeentefonds zijn afgerond. Op basis van de onderzoeksuitkomsten en het bestuurlijk gesprek zullen de fondsbeheerders naar verwachting in het najaar 2020 een voorstel voor de nieuwe verdeling ter consultatie voorleggen aan de VNG en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).
Op dat moment zullen ook de onderzoeksrapporten op Rijksoverheid.nl worden gepubliceerd (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/herziening-financieleverhouding). Na weging van de adviezen van de VNG en ROB zullen de fondsbeheerders de Tweede Kamer per brief informeren over het definitieve verdeelvoorstel. Dat zal naar verwachting in december 2020 plaatsvinden. 12.1
Opdracht en context Meenemen uitkomsten onderzoek najaar 2020
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
36
Overige (landelijke) onderzoeken inventariseren Meenemen uitkomsten onderzoek herijking verdeelmodellen SD GF (in rapport AEF: een nieuw budgetverdeelmodel voor het sociaal domein (PVA opdracht 4.2), onderzoeksrapport site rijksoverheid, brief aan de Kamer en meicirculaire 2021).
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
37
13
Verbreden artikel 12-onderzoek in 2021 naar overige clusters en eigen inkomsten
In het besluit van de fondsbeheerders van 19 december 2019 is onder andere bepaald dat in 2019 en verder de inspecteur onderzoek zal uitvoeren op de het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen, onder de volgende voorwaarden: Daarbij wordt gestart met de sanering van de als gevolg van grondexploitatieproblematiek ontstane negatieve algemene reserve via de artikel 12uitkering en via de passende bijdrage van Vlissingen. Er wordt in eerste instantie alleen onderzoek gedaan naar het sociaal domein en werk & inkomen. Op alle andere clusters blijft het uitgangspunt dat Vlissingen eigen risicodrager is van kracht tot het actualisatie-onderzoek in 2023. De gemeente hoeft voor de periode 2020-2022 niet elk jaar een artikel 12-aanvraag in te dienen. Met andere woorden in dit verlengde artikel 12-onderzoek wordt alleen onderzoek gedaan naar de clusters op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. De overige gemeentefondsclusters blijven tot en met 2022 buiten beschouwing. Het uitgangspunt is dat Vlissingen, behoudens het sociaal domein en werk & inkomen, weer financieel op eigen benen staat en eigen risicodrager is. De ontwikkeling van het totale begrotingssaldo inclusief de passende bijdrage van Vlissingen aan de sanering van de negatieve algemene reserve wordt dan ook ‘slechts’ op hoofdlijnen gevolgd.
Dit met name omdat het van belang is om te bezien in hoeverre Vlissingen zelf kan bijdragen aan de tekorten op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. Er wordt hier echter geen onderzoek meer naar uitgevoerd. In de periode 2015-2018 is hier immers reeds uitgebreid naar gekeken. Gezien de in de begroting 2021 gepresenteerde tekorten sociaal domein en werk & inkomen is het de vraag in hoeverre de sanering van dat tekort geheel gevonden kan worden binnen het sociaal domein en werk & inkomen. Bovendien staat de wereld niet stil en hebben zich vanaf 2019 ook op de overige clusters van het gemeentefonds veranderingen voorgedaan. Daarom wordt bezien of het noodzakelijk is de fondsbeheerders van het gemeentefonds te adviseren om het artikel 12-onderzoek vanaf 2021 te verbreden naar ook de overige clusters van het gemeentefonds en de eigen inkomsten, om te onderzoeken of daar nog bezuinigingen of een stijging van de inkomsten mogelijk zijn voor de sanering van de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. Of dit echt nodig is zal moeten blijken uit de realisatie van de taakstellingen bij het sociaal domein en werk & inkomen en de ontwikkeling van het tekort op dat vlak.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
38
Deel III
Het dashboard art. 12
Een actueel kwantitatief overzicht van het project art. 12
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
39
1
Richtbedragen project opbrengsten 2021 - 2022
Het totaal aan beoogde opbrengsten voor 2020 en 2021, 2022 bedraagt: 2020
2021
2022
N.v.t.
PM
PM
Beschikbaar budget € 4.133.000 (Incidentele middelen)
PM
PM
€ 1.900.000
€ 3.600.000
Besluit invulling adviezen Orionis
Inclusief de opbrengsten van de 2 deelprojecten € 1.300.000
Inclusief de opbrengsten van de 2 deelprojecten € 1.650.000
Aanvullende bezuinigingen
€ 2.102.000
€ 1.796.000
Overzicht en financiële verantwoording van de (te realiseren) acties/quick wins 2020 en verder Begrotingsvoorstellen op aanvullende maatregelen taakstelling 2020 Besluit ombouw ondersteuningsinfrastructuur en invulling gemeentelijke beleidsregie Besluit inrichting Integrale Toegang
Het totaal van de beoogde opbrengsten 2021 en 2022 is gelijk aan de taakstelling art. 12 over deze jaren. De opbrengsten uit de drie verbetervoorstellen – 3.200.000 (2021) en 5.250.000 (2022) - zijn niet het resultaat van een minutieuze doorrekening, maar zijn gebaseerd op een professionele inschatting van de mogelijkheden op basis van de best practice onderzoeken en het feit dat we zelf aan het stuur zitten van de uitgaven. Het financieel resultaat van de aanvullende bezuinigingen – 2.102.000 (2021) en 1.796.000 (2022) -is een ambitie die wij onszelf opleggen om de taakstelling te halen. Ook hier hebben we de besluitvorming in eigen hand.
2
Projectkosten 2021
Het totaal aan kosten voor de realisatie van de voorstellen bedraagt € 1.288.000. Zie onderstaand overzicht. Vlissingen heeft in het sociaal domein geen inzetbare reserves. Voor de dekking van de projectkosten wordt daarom voorgesteld aan de inspecteur om een deel van de gerealiseerde financiële ambitie 2020 in te zetten. Het budget financiële ambitie 2020 bestaat volledig uit incidentele middelen en bedraagt € 4.133.000. (Financieel Overzicht taakstelling 2020). Aan de inspecteur wordt verzocht om uit de gerealiseerde ambitie een bedrag ter hoogte van € 1.107.000 in te zetten voor de uitvoering van de projecten. Daarnaast wordt de inspecteur verzocht om net als over 2020 in 2021 een bijdrage te leveren ter hoogte van € 181.000 ten behoeve van de projectleider art. 12. Voor een gedetailleerd overzicht projectkosten zie onderstaande tabel. Voor 2022 is nog geen dekking van de projectkosten geregeld. Indien dat gevonden
moet worden binnen de opbrengsten van de voorstellen dan vermindert dat de geplande bijdrage aan de taakstelling in 2022.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
40
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
41
3
Projectresultaat 2021 (cumulatief)
Dit verantwoordingsmodel wordt nu uitgewerkt.
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
42
Bijlagen. (De verschillende opdrachten zijn via de bijlages 4.3 t/m 4.7 opgenomen in het inspectierapport 2019. Deze bijlages zullen in die vorm terugkeren in dit PvA 2021. Zij zijn van belang om inzicht te houden in de verschillende acties en onderzoeken per opdracht en de voortgang te bewaken.)
ANISSA BOUZIANI-AKDIM Plan van Aanpak art. 12 / Projectjaar 2021 / versie 4 december 2020
43