CConstaterende datVlieland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ruimtelijke Onderbouwing.pdf

Raadsvergadering 15 mei 2023, gemeente VlielandBij agendapunt: Ontwerp verklaring voor geen bedenking dijkversterking14.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorafgaand aan de ingrepen dient in kaart te worden gebracht of bij de ingrepen eventueel archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van bovengenoemde verstoringen (met name de ingrepen op het wad en het herprofileren van het dijktalud binnendijks) zullen de ingrepen mogelijk tot in de archeologisch relevante niveaus plaatsvinden. Ook zouden ingrepen mogelijk een bedreiging voor cultuurhistorische waarden kunnen vormen. Archeologie Op basis van landschappelijk onderzoek kan in de diepere ondergrond nog een intact Pleistoceen landschap aanwezig zijn. Deze afzettingen komen meer dan 4 meter onder het huidige maaiveld voor. De geplande werkzaamheden leveren geen bedreiging voor dit niveau. Uit recente vondsten en onderzoek is gebleken dat op het Westerveld sprake is van een afvallaag waarin vondsten kunnen worden aangetroffen die in verband worden gebracht met de bewoning in Oost-Vlieland (vanaf de 16e eeuw). Er zijn geen aanwijzingen voor eerdere bewoning. Het scheepje aangetroffen op het Westerveld duidt ook op mogelijke andere scheepsresten die op het wad kunnen worden aangetroffen binnen het plangebied. Er bestaat een mogelijkheid dat het dorp voor de verwoesting aan het einde van de 16e eeuw gedeeltelijk 30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

28

Projectgerelateerd

een andere ligging heeft gehad. Hierover is momenteel nog veel onduidelijk, maar ook de aanduiding van de afvallaag lijkt te bevestigen dat mogelijk bewoning iets verder naar het westen voorkwam. Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat aan de binnenzijde van de Waddendijk mogelijk resten van loodsen, (pak)huizen en andere bebouwing kunnen worden aangetroffen. Deze bevinden zich mogelijk aan de voet of onder het dijklichaam. De dijk is in 1958 verschoven naar binnen toe. Deze verschuiving kan mogelijk voor afdekking of verstoring hebben gezorgd ten aanzien van deze resten. Ook in 1995 heeft er een versterking plaatsgevonden. Uiteraard kan ook de opbouw van het oorspronkelijke dijklichaam nog bewaard zijn gebleven in de ondergrond. Dit alles komt er op neer dat binnen het plangebied vooral rekening moet worden gehouden met losse vondsten op het wad, waaronder ook scheepsresten tot de mogelijkheden behoren. Daarnaast kan binnendijks sprake zijn van bebouwing. Mogelijk kan de oude dijkopbouw nog intact aanwezig zijn onder de huidige opbouw. Als laatste dient rekening te worden gehouden met doorlopende historische bebouwing aan de westzijde van het dorp. Cultuurhistorie Het direct achter de zeedijk gelegen deel van het plangebied valt binnen het Beschermd dorpsgezicht Oost-Vlieland. Dit oudste deel van het dorp is van zeer hoge cultuurhistorische waarde.

Er bevinden zich 14 monumenten en 11 karakteristieke objecten aan de zuidzijde van de Dorpsstraat waarbij de achtergrens van tuinen op de grens van het plangebied valt. De direct achter de zeedijk gelegen tuinen zijn over het algemeen goed onderhouden en vormen een bijzonder karakteristiek beeld; hier is de overgang van het dorp naar de omliggende gebieden nog historisch intact. De bebouwing van deze erven dient volgens de CHK (Cultuurhistorische Kaart Fryslân) zo veel mogelijk te worden voorkomen. Ook “de coupure”, de opening in de dijk aan de oostzijde van het plangebied, is als een karakteristiek bouwwerk binnen de jonge bouwkunst bestempeld (1850-1940). De geplande ingrepen aan de binnenzijde van de dijk en op de plangrens (het aanleggen van een nieuwe weg en mogelijk (tijdelijk) weghalen van erfbegroeiing en erfscheidingen) tasten mogelijk de cultuurhistorische waarden van het beschermde dorpsgezicht aan. De precieze cultuurhistorische waarden van de op de grens van het plangebied gelegen historische perceelsgrenzen/tuinaanleg en aan de perceelgrens grenzende tuinbebouwing (bijvoorbeeld het atelierhuisje van Betzy Akersloot-Berg achter het Tromp’s Huys) dienen te worden vast gesteld.

De afwerking van de aansluitingen van de weg, de versterking van het bovenbeloop, de berm en het talud aan het Veerplein zijn mogelijk van invloed op de cultuurhistorische waarde van de coupure en het beeld van Willem de Vlamingh. De werkzaamheden aan de strekdammen worden uitgevoerd door middel van hergebruik van stenen van het wad en de bestaande dijk en zullen geen effect hebben op de cultuurhistorische waarde van deze dammen. Het karakter van de dijk zal enigszins wijzigen door het gebruik van nieuwe materialen en het wijzigen van het profiel. De massa verandert echter niet substantieel en materialen worden (deels) hergebruikt. Het karakter van de dijk blijft daardoor herkenbaar. Echter tast de afvlakking van het binnentalud van de dijk de oude kern van de dijk aan. Daarnaast zullen mogelijk kleine, historische, bij de dijk horende elementen, zoals dijkopgangen, meerpalen, pieren en dijkpalen worden verwijderd. Ook is de cultuurhistorische waarde van de uit 1958 daterende duiker die wordt verwijderd onbekend.

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

29

Projectgerelateerd

Advies Het advies uit 2017 luidde: “De oplossingsrichtingen die een binnendijkse verbreding bevatten, brengen een groot risico met zich mee op het gebied van de archeologie. Op basis van de archeologische inventarisatie adviseert Vestigia om in de gebieden direct achter de dijk geen ingrepen te verrichten, die het bodemarchief kunnen schaden. Dergelijke ingrepen betreffen niet alleen het vergraven van de grond, maar ook het ophogen van het talud of maaiveld. Indien dergelijke ingrepen toch noodzakelijk zijn, dient het archeologisch onderzoek te worden voortgezet door het zetten van boringen (IVO-O, verkennende/karterende fase), het graven van proefsleuven (IVO-P) of door het uitvoeren van een opgraving, variant archeologische begeleiding. De keuze voor het type onderzoek (of een combinatie van typen onderzoeken) en de scope ervan is afhankelijk van het VKA/technisch ontwerp. Aanpassingen bovenop de bestaande dijk (mits de gebieden achter de dijk aan landszijde ongemoeid blijven) en aan de zeezijde van de dijk vormen geen groot risico voor de archeologie. Bij dergelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met toevalsvondsten gerelateerd aan de scheepsvaart, zoals scheepswrakken. In dat kader verdient het aanbeveling een Werkprotocol Archeologische Toevalsvondsten (WAT) op te stellen.

Op basis van de cultuurhistorische inventarisatie adviseert Vestigia daarom om in de gebieden direct achter de dijk geen ingrepen te verrichten, omdat deze cultuurhistorische waarden van het dorp kunnen aantasten. De oplossingsrichtingen die een binnendijkse verbreding bevatten vormen het grootse risico voor deze waarden. Dit advies is ook gebaseerd op het belang van behoud van het huidige karakter van het dorp in het kader van de recreatieve functie van het eiland. Bij aanpassingen aan de dijk dient verder rekening te worden gehouden met de waterstaatkundige betekenis van “de coupure”. Ingrepen bovenop de bestaande dijk (mits de percelen direct achter de dijk aan landszijde ongemoeid blijven) en aan de zeezijde in directe zin geen bedreiging van fysieke cultuurhistorische waarden, maar hebben wel invloed op de zichtbaarheid en de beleving van de dijk en het omliggende landschap. Gezien het beschermde dorpsgezicht pal achter de dijk verdient het aanbeveling in een vroeg stadium met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in overleg te treden en hun visie op de oplossingsrichtingen mee te nemen bij de keuze en vormgeving van het VKA/technisch ontwerp.” Dit advies wordt, op basis van de actualisatie van het Archeologisch en cultuurhistorisch Vooronderzoek 2023, op een aantal punten gewijzigd.

Dit omdat er nu meer duidelijkheid is over welke ingrepen gaan plaats vinden en welke impact deze hebben. Daarnaast is door het lopende beleidstraject meer inzicht in waar binnen de gemeente en dus ook binnen het huidige plangebied een archeologische verwachting is. De grootste wijziging daarin is de afvallaag naar voren is gekomen. Hierdoor is het bovenstaande advies aan herziening toe. Archeologie Vooral op het wad en binnendijks geldt een hoge archeologische verwachting. Daarnaast is er nog onduidelijkheid over mogelijke bebouwing aan de westzijde van het dorp. Binnen het plangebied worden verschillende werkzaamheden uitgevoerd, waaraan verschillende archeologische adviezen gekoppeld kunnen worden. De locatie van de ingreep is ook van groot belang bij het bepalen van het advies. Hieronder zal per locatie een advies worden gegeven. Binnendijks, ter hoogte van de historische bebouwing Voor de werkzaamheden binnendijks (het verwijderen van het dijkprofiel, de huidige bestrating aan de voet en de uitgraving voor het nieuwe wegcunet) wordt vervolgonderzoek geadviseerd om mogelijk

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

30

Projectgerelateerd

historische bebouwing vast te stellen. Dit kan door een strategisch gepland proefsleuvenonderzoek vooraf aan de werkzaamheden of indien dit technisch of maatschappelijk niet haalbaar is d.m.v. een archeologische begeleiding. Geadviseerd wordt om proefsleuven aan te leggen op de locaties waar historische bebouwing wordt verwacht. Voor een proefsleuvenonderzoek al dan niet in de variant archeologische begeleiding dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Vlieland. Dijk en duiker Ten aanzien van de afvlakking van de dijk is momenteel niet te bepalen of dit de historische opbouw van de dijk beïnvloed. Dit geldt wel voor het vervangen van de aanwezige duiker. Deze ingreep levert daarnaast een opportuun moment om een dwarsdoorsnede van de dijk te documenteren en daarmee inzicht te krijgen in de opbouw van de historische dijk en of deze inderdaad verlegd is in 1958 en welke verstoring dit heeft opgeleverd. Geadviseerd wordt om de vervanging van de duiker te laten plaatsvinden onder archeologische begeleiding, waarbij de archeoloog de kans en mogelijkheden krijg om een dwarsprofiel te documenteren van de dijk. Aan de hand van de resultaten kan bepaald worden wat de impact is van de afvlakking van het binnendijkse profiel.

Voor vervolgonderzoek in de variant archeologische begeleiding dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Vlieland. Zoekgebieden op het wad De werkzaamheden op het wad (de verbreding van de dijk, de aanleg van een loswal, getijdenpoel of gronddepot) werken verstorend omdat mogelijk archeologische vondsten of scheepsresten door de aanleg worden aangetast. Deze resten kunnen zich namelijk direct onder het huidige oppervlak bevinden. Voor deze werkzaamheden wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een uitgebreide systematische veldkartering op het wad uit te voeren, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van een metaaldetector. Aan de hand van de resultaten kan mogelijk een advies worden opgemaakt over de meeste wenselijke locatie voor een loswal, gronddepot of getijdenpoel. Gronddepots op het land Voor wat betreft de gronddepots op het land geldt dat hier geen grondroerende ingrepen zullen plaatsvinden, waardoor hier geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Bij wijziging van de geplande ingrepen voor zover bekend dient dit hernieuwd beoordeeld te worden, afhankelijk van de gekozen locatie. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Vlieland, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen of verder laten verlopen van het onderzoeksproces.

Dit besluit kan afwijken van het bovenstaande advies. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het onderzochte gebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Vlieland, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Cultuurhistorie Het plangebied grenst aan en behelst een aantal cultuurhistorische elementen. Van een aantal van deze elementen is de exacte waarde nog niet bekend. Daaronder valt de grens van de achtertuinen van de

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

31

Projectgerelateerd

Dorpsstraat en aanpalende tuinbebouwing binnen het beschermd dorpsgezicht, de dijkopgangen aan deze achtertuinen, kunstobjecten op de dijk, de duiker uit 1958 en mogelijk de historische dijk met kleine bijbehorende elementen. Beschermd dorpsgezicht Aangezien het aanleggen van een nieuwe weg en mogelijk (tijdelijk) weghalen van erfbegroeiing en erfscheidingen) mogelijk de cultuurhistorische waarden van het beschermde dorpsgezicht aantasten, adviseert Vestigia om, in overleg met de RCE, een vervolgonderzoek uit te voeren om de precieze cultuurhistorische waarden van de op de grens van het plangebied gelegen historische perceelsgrenzen/tuinaanleg en aan de perceelgrens grenzende tuinbebouwing vast te stellen en deze te ontzien tijdens de ingrepen aan de dijk. Kleine elementen aan en op de dijk en op het wad Voor wat betreft de kunstobjecten (Zeearend en het beeld van Willem de Vlamingh) wordt geadviseerd om deze te ontzien in de uitvoering van de werkzaamheden (weg te halen en terug te plaatsen). Dit is reeds geregeld in het te sluiten contract met de aannemer (opgenomen als eis). Overige kleine elementen aan en op de dijk en op het wad, zoals de duiker en mogelijk steigers/pieren dienen gewaardeerd te worden. Dit kan gecombineerd worden met de geadviseerde veldverkenning voor de zoekgebieden op het wad.

Ook wordt geadviseerd om bij het ontwerp van de aansluiting nabij de coupure rekening te houden met de cultuurhistorische waarde van de coupure en ingrepen die het uiterlijk of de structuur aantasten zo veel mogelijk te vermijden. De opbouw van de dijk zelf valt onder het archeologisch advies. Voor wat betreft de werkzaamheden aan de strekdammen hebben deze geen effect op de cultuurhistorische waarde en wordt geen vervolgadvies gegeven. Adviescommissie Omgevingskwaliteit Daarnaast wordt geadviseerd de Adviescommissie Omgevingskwaliteit te laten adviseren over het detailontwerp. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Vlieland, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen of verder laten verlopen van het onderzoeksproces. Dit besluit kan afwijken van het bovenstaande advies. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het onderzochte gebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst).

Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Vlieland, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

32

Projectgerelateerd

Figuur 19: Plangebied ten behoeve van archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek.

4.4.3

Conclusie

In het kader van archeologie wordt er geadviseerd om nader onderzoek te doen, waaronder het zetten van boringen (IVO-O, verkennende/karterende fase), het graven van proefsleuven (IVO-P) of door het uitvoeren van een opgraving, variant archeologische begeleiding. De keuze voor het type onderzoek (of een combinatie van typen onderzoeken) en de scope ervan is afhankelijk van de ingreep en de locatie. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het onderzochte gebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Voor cultuurhistorie geldt het advies om, in overleg met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), een vervolgonderzoek uit te voeren. Een veldverkenning kan worden gecombineerd met de archeologische veldverkenning. Op basis van de conclusies aangaande archeologie en cultuurhistorie, besluit initiatiefnemer Rijkswaterstaat om nader onderzoek vooruitlopend op de uitvoering uit te voeren, zoals geadviseerd. Dit houdt in dat:

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

33

Projectgerelateerd

1. Aan de binnenzijde van de dijk een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Hiervoor wordt voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Vlieland; 2. Er een systematische veldkartering op het wad wordt uitgevoerd, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van een metaaldetector. 3. De vervanging van de duiker onder archeologische begeleiding wordt uitgevoerd, waarbij de archeoloog de kans en mogelijkheden krijgt om een dwarsprofiel te documenteren van de dijk.. Hiervoor wordt voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Vlieland. 4. In overleg met de RCE een vervolgonderzoek wordt uitgevoerd naar de precieze cultuurhistorische waarden van de op de grens van plangebied gelegen historische perceelsgrenzen en aan de perceelgrens grenzende tuinbebouwing, zodat deze indien nodig kunnen worden ontzien tijdens ingrepen aan de dijk. Met inachtneming van deze adviezen alvorens te beginnen aan de werkzaamheden, mag er worden geconcludeerd dat de voorgenomen dijkversterking niet in strijd is met archeologie en cultuurhistorie.

4.5

NGE

4.5.1

Kader

Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens mondiale, militaire inschatting is van al het explosieve materiaal dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is ingezet, verschoten of afgeworpen, tussen de zeven en vijftien procent om verschillende redenen niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. Om spontane vondsten en eventuele daaruit voortvloeiende ongewilde gebeurtenissen te voorkomen, kan preventief een opsporingsproces in gang gezet worden. In 2017 is er ten behoeve van de ‘Omgevingsanalyse Dijkversterking Vlieland – Verkenningsfase’ (RHDHV, d.d. 22 februari 2018, kenmerk: Wp 1.3.2 p1) vooronderzoek uitgevoerd door de Explosive Clearance Group B.V. (2017, kenmerk: 264-017-VO-02) naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het onderzoeksgebied ‘Waterkering te Vlieland’ (figuur 20).

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

34

Projectgerelateerd

Figuur 20: Onderzoeksgebied NGE.

4.5.2

Beschouwing

Het doel van het vooronderzoek is het verkrijgen van een, door middel van het verzamelen en verwerken van relevant historisch feitenmateriaal, gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1. Is het onderzoeksgebied of een deel hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van conventionele explosieven oftewel van verdacht gebied? Er zijn geen feitelijk herleidbare indicaties achterhaald voor de aanwezigheid van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog binnen onderzoeksgebied ‘Waterkering te Vlieland’. 30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

35

Projectgerelateerd

Het onderzoeksgebied is derhalve ONVERDACHT op het aantreffen van conventionele explosieven uit de periode 1940-1945. 2. Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied als onverdacht kan worden aangemerkt? Op basis van het contra-indicatieonderzoek is voldoende feitelijk vastgesteld dat er in de naoorlogse periode werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden waarbij bodemingrepen zijn gepleegd. Deze werkzaamheden betreffen onder andere de versterking van de zeedijk voor het dorp Oost-Vlieland en de aanleg van een kade bij de aankomststeigers van de veerboten. 3. Indien er sprake is van verdacht gebied wat is dan de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede conventionele explosieven? Er is geen sprake van een feitelijk VERDACHT gebied. Het bepalen van de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm is derhalve voor deze bureaustudie niet van toepassing. Voor de gebieden die als onverdacht zijn aangegeven, adviseert ECG u om de geplande werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren.

Hoewel er hier geen sprake is van verdacht gebied, adviseert ECG u wel om het uitvoerend personeel voorafgaand aan bodemroerende werkzaamheden in de te bewerken gebieden altijd te instrueren om bij het onverhoopt aantreffen van munitieverdachte objecten de volgende acties te ondernemen:  Het explosief niet beroeren;  De werkzaamheden ter plaatse onmiddellijk staken;  Omstanders uit de omgeving van het explosief houden;  De plaatselijke politie van de vondst op de hoogte stellen;

4.5.3

Conclusie

Er is middels het vooronderzoek geen feitelijk verdacht gebied aangetroffen. Met inachtneming van de adviezen mag er worden geconcludeerd dat NGE geen feitelijke belemmering vormt voor het uitvoeren van de voorgenomen dijkversterking.

4.6

Kabels en leidingen

4.6.1

Kader

Voor de Omgevingsanalyse Dijkversterking Vlieland - Verkenningsfase (RHDHV, 2018, kenmerk: Wp 1.3.2 p1) is er een KLIC-melding gedaan om kabels en leidingen in beeld te brengen (figuur 21 & 22).

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

36

Projectgerelateerd

Figuur 21: KLIC-melding plangebied.

Figuur 22: Legenda behorend bij figuur 13.

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

37

Projectgerelateerd

4.6.2

Beschouwing

De gas-, drinkwater-, rioolleidingen en elektriciteitskabels zijn in beeld gebracht middels een KLIC-Melding (Figuur 23 t/m 25). Er zijn drie aandachtspunten te noemen: • Er loopt een riool (diameter 500 mm) in de binnendijkse teen (onder het pad direct achter de tuinen) tussen huisnummer 71 tot 121. Dit betreft een vuilwaterriool welke afwatert op het riool in de Dorpsstraat (Figuur 23); • Ter plekke van de kruising met de Postweg bevinden zich blijkens de KLIC-melding ook diverse kabels en leidingen (Figuur 16); • Ter plekke van de coupure bevinden zich blijkens de KLIC-melding diverse kabels en leidingen (Figuur 17);

Figuur 23: Uitsnede kaart met riool parallel aan de dijk.

Figuur 24: Kabels en leidingen ter hoogte van de kruising van de dijk met de Postweg.

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

38

Projectgerelateerd

Figuur 25: Kabels en leidingen ter plekke van de coupure.

Nader onderzoek kabels en leidingen gemeente Vlieland In het plan van aanpak fase is uit overleg met de gemeente Vlieland gebleken dat er tevens rioleringsleidingen en drainage leidingen in de binnenteen van de dijk liggen. Deze zijn deels niet uit de KLIC-melding naar voren gekomen. In een nader gesprek met de gemeente Vlieland d.d. 21 september 2017 is het volgende gebleken: • Er is een drainageleiding (diameter 125 mm) aanwezig in de teen van de dijk (globaal tussen het perceel van Dorpstraat 5 en 173). Deze leiding voert overtollig water af en loost dit via een pompput op de Waddenzee. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de bestaande duiker in de waddenzeedijk. • Tevens is gebleken dat er mogelijk een (verlaten) oude duiker in de dijk aanwezig kan zijn ter hoogte van perceel Dorpsstraat 9 of 11. Het is niet duidelijk of deze bij de dijkverbetering in 1995 is blijven zitten of is verwijderd. Nader onderzoek kabels en leidingen Defensie In het plan van aanpak fase is gebleken dat nader onderzoek naar defensieleidingen benodigd was. Deze waren niet uit de KLIC-melding naar voren gekomen. Uit nader contact met Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) blijkt dat defensie geen leidingen in de omgeving heeft liggen.

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

39

Projectgerelateerd

4.6.3

Conclusie

Netbeheerders zijn vanaf de start van de verkenning betrokken om het aspect kabels en leidingen volwaardig mee te nemen. Uit de KLIC-melding en nadere gesprekken blijkt dat rekening gehouden moet worden met hemelwaterriool en vuilwaterriool (gemeente Vlieland) dat zich in de teen van de dijk bevindt. Ook netbeheerders betreffende kabels en leidingen met betrekking tot de coupure en de overgang in de Postweg dienen betrokken te worden.

4.7

Verkeer

De versterking van de dijk heeft geen verkeersaantrekkende werking. De weg aan de noordzijde, gelegen aan de achtertuinen die aan de dijk grenzen, blijft zoals in de huidige situatie gesloten voor autoverkeer en zal alleen in geval van noodzaak en calamiteiten toegankelijk zijn. De verkeersveiligheid van fietsers en voetgangers op en naast de dijk wordt op een later moment geborgd door een plan en ontwerp ten behoeve van een goede en veilige verkeersafwikkeling. Hierin wordt te zijner tijd ook de veiligheid van het fiets- en voetverkeer gewaarborgd, dat met elkaar te maken krijgt wanneer fietsers vanaf de dijk omlaag het Havenplein oprijden.

4.8

M.e.r.-beoordeling

Op grond van artikel 5.4 van de Waterwet dient voor de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk een projectplan te worden opgesteld. Omdat de geplande noodzakelijke versterking bij Vlieland een wijziging van waterstaatswerken betreft, stelt het Rijkswaterstaat Noord Nederland, als initiatiefnemer een projectplan op. In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd voor welke activiteiten een verplichting geldt tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure of een m.e.r. beoordelingsprocedure. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage categorie D3.2 (“de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen betreft met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken”) volgt dat de geplande versterking van de primaire waterkering m.e.r.beoordelingsplichtig is. M.e.r.-beoordelingsnotitie Op 23 februari 2021 is er een m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld (RHDHV, kenmerk: Wp 2.3.2 p1). Hierin wordt geconcludeerd dat de voorgenomen activiteiten voor het versterken van de primaire waterkering bij Vlieland hebben geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu na uitvoering van de werkzaamheden (permanente effecten). Ook tijdens de uitvoering treden slechts beperkte tijdelijke effecten op. Daarnaast zijn in de omgeving vooralsnog geen andere activiteiten gepland die kunnen leiden tot cumulerende effecten.

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

40

Projectgerelateerd

5

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de Waterwet is er een ‘Definitief besluit Projectplan Waterwet Dijkversterking Waddenzeedijk Vlieland’ (d.d. 14 april 2022, nummer: RWS-2022/11315) opgesteld door Rijkswaterstaat. Hierin is opgenomen hoe de maatschappelijke uitvoerbaarheid van de dijkversterking is vormgegeven. Maatschappelijke betrokkenheid Er is regelmatig overleg gevoerd met belanghebbende partijen. Het gaat hier niet alleen om partijen die een formele rol hebben in de besluitvorming over de versterking van de Waddenzeedijk Vlieland maar ook om partijen die specifieke belangen in de omgeving vertegenwoordigen. Bestuurlijk en ambtelijke samenwerking Op bestuurlijk en ambtelijk niveau heeft Rijkswaterstaat een stuurgroep en een ambtelijke begeleidingsgroep (ABG) ingesteld. In beide overleggen zijn de volgende instanties vertegenwoordigd: • Rijkswaterstaat • provincie Fryslân • Wetterskip Fryslân • Gemeente Vlieland. Voor deze partijen zijn een goede beheerbaarheid, de aansluiting bij het beleid van de structuurvisie Grutsk op‘e Romte (waarin staat dat de uiterlijke kenmerken zoveel mogelijk gerespecteerd dienen te worden) en goede landschappelijke inpasbaarheid van belang. Belangenorganisaties Rijkswaterstaat heeft gesproken met verscheidene belangenorganisaties.

Dit zijn: • Ondernemingsvereniging Vlieland • Staatsbosbeheer • VVV • Waddenvereniging • Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed • Programma Rijke Waddenzee • POV Waddenzeedijken • Vogelbescherming • Ministerie van LNV • Kabel- en leidingbeheerders (Vitens, DPO, Liander, gemeente Vlieland) Bewoners Voor de bewoners zijn er in totaal 5 dijkavonden (informatieavonden) en 3 inloopdagen georganiseerd. Tijdens de dijkavonden zijn de bewoners actief meegenomen in het opstellen van het beoordelingskader, de methodiek, de afweging en beoordeling van alternatieven alsmede de keuze voor de kansrijke alternatieven en het voorkeursalternatief. Hierbij zijn telkens de wensen en aandachtspunten vanuit de bewoners genoteerd en meegenomen in de verdere stappen. Bij de inloopdagen konden bewoners langs komen en vragen stellen/ aandachtspunten mee geven. Zowel de dijkavonden als de inloopdagen zijn goed bezocht door de bewoners. Uit de dijkavonden kwam duidelijk naar voren dat vanuit de bewoners met name veel weerstand bestaat tegen oplossingen met breuksteen en oplossingen met kruinverhogingen van de dijk. Een belangrijk meegegeven aandachtspunt vanuit de omgeving is de toepassing van een groenstrook aan de buitenzijde 30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

41

Projectgerelateerd

van de dijk. De meerderheid vanuit de omgeving is voor het aanpassen van het binnentalud. Voornaamste redenen hiervoor zijn: • Rustiger beeld van het dijkprofiel; • Betere bereikbaarheid achtertuinen; • Betere ontsluiting voor hulpdiensten. Wettelijke eisen en bescherming De Waddenzeedijk op Vlieland voldoet niet meer aan de (wettelijke) eisen. Hiermee is de veiligheid van het dorp Vlieland-Oost in het geding. Met het versterken van de Waddenzeedijk neemt de bescherming tegen hoog water toe en wordt de veiligheid van Vlieland-Oost gewaarborgd.

5.1.1

Conclusie maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op het ‘Definitief besluit Projectplan Waterwet Dijkversterking Waddenzeedijk Vlieland’ zijn geen zienswijzen ingediend, wat duidt op maatschappelijk consensus betreft de dijkversterking. Daarnaast draagt de dijk bij aan bescherming van Vlieland-Oost tegen hoog water en draagt daarmee direct bij aan de veiligheid van haar inwoners en bezoekers. Hieruit mag worden geconcludeerd dat de maatschappelijke uitvoerbaarheid is gewaarborgd.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Projectkosten De kosten van het project worden gedragen door Rijkswaterstaat. Er is een integrale MIRT3eindrapportage opgesteld (RHDHV, d.d. 15-02-2021, referentie: Wp 2.3.6 p1), waarin inzicht is gegeven in de scope en context van het project, de achtergrond en uitwerking van het voorgestelde voorkeursalternatief en de projectresultaten van dit alternatief; de procedures bij de voorgestelde maatregelen; het besluitvormingsproces m.b.t. het uitvoeringsbesluit voor de voorgestelde maatregelen; projectbeheersing, een beschrijving van de toprisico’s, de kosten en de planning voor de voorgestelde maatregelen; de vervolgstappen in de realisatiefase. Op basis van deze integrale MIRT3-eindrapportage is er een MIRT3-besluit (Rijkswaterstaat, d.d. 09-06-2022, kenmerk: RWS-2022/18146) genomen en daarmee is er door het ministerie geld gereserveerd voor de voorkeursvariant van de dijkversterking. Het gereserveerde budget wordt periodiek geïndexeerd. Grondeigendom Er bestaat geen noodzaak tot het aankopen van de gronden waarop de gewijzigde primaire waterkering wordt geprojecteerd. Het westelijke deel van de Waddenzeedijk met voorland is in eigendom van Staatsbosbeheer. Als eigenaar en natuurbeheerder is Staatsbosbeheer betrokken bij de plannen en is zij bereid toestemming te verlenen om hier werkzaamheden te verrichten.

Met Staatsbosbeheer wordt een overeenkomst gesloten over het gebruik en aanpassen van hun eigendom.

5.2.1

Conclusie economische uitvoerbaarheid

Hieruit mag worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid is gewaarborgd.

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

42

Projectgerelateerd

6

Conclusie

Het dijkversterkingsproject wijkt af van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Vlieland’ (onherroepelijk, vastgesteld op 27-05-2013) en de vigerende beheersverordening ‘Waddenzee en Noordzee’ (onherroepelijk, vastgesteld op 13-07-2015). Met onderhavige ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat de huidige bestemmingen en de daarbij behorende gebruiksmogelijkheden in de weg staan aan een doelmatig gebruik van de bestemming en dat: - het beoogde gebruik past binnen de vigerende beleidskaders; - het beoogde gebruik niet leidt tot milieu- en omgevingseffecten; - het beoogde gebruik en de afwijking van het bestemmingsplan maatschappelijk en economisch uitvoerbaar is; - het beoogde gebruik niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Het plan ter zake het afwijken van het hiervoor genoemde bestemmingsplan en beheersverordening voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet ruimtelijke ordening, zodat geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen afwijking van de gebruiksmogelijkheden op deze locatie aanvaardbaar is.

30 maart 2023

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

43

Bijlagen

Projectgerelateerd

Lijst van bijlagen, apart bij de vergunningaanvraag ingediend. 1. Asbestonderzoek onderlaag zetsteenbekleding Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Kenmerk: BF4938-MI-RP-221123-1458 Datum: 25 november 2022 2. Besluit Wnb-vergunning dijkversterking Vlieland Opgesteld door: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Kenmerk: DGNVLG-NV / 22197091 Datum: 16 mei 2022 3. Definitief besluit Projectplan Waterwet Dijkversterking Waddenzeedijk Vlieland Opgesteld door: Rijkswaterstaat Nummer: RWS-2022/11315 Datum: 14 april 2022 4. Globale verkenning van de ecologische gevolgen per alternatief voor de dijkversterking op Vlieland Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Kenmerk: Wp 2.3.3 p1 Datum: 26 maart 2018 5. M.e.r.-beoordelingsnotitie Dijkversterking Vlieland Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Kenmerk: Wp 2.3.2 p1 Datum: 23 februari 2021 6. Natuurtoets Verkenning Dijkversterking Vlieland Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Kenmerk: BF4938-101-102 Datum: 22 februari 2018 7. Omgevingsanalyse Dijkversterking Vlieland - Verkenningsfase Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Kenmerk: Wp 1.3.2 p1 Datum: 22 februari 2018 8. Passende Beoordeling Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Kenmerk: : Wp 2.3.3 p1 Datum: 2 juli 2021 9. Integrale eindrapportage MIRT 3, Dijkversterking Vlieland, Planfase Referentie: Wp 2.3.6 p1 Datum: 15 februari 2021 10.

MIRT3-besluit Opgesteld door: Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Kenmerk: RWS-2022/18146 Datum: 9 juni 2022

30 maart 2023

BIJLAGE

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

A1

Projectgerelateerd

11. Actualisatie van het Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek ten behoeve van de dijkversterking van de Waddendijk ter hoogte van Oost-Vlieland, Gemeente Vlieland Opgesteld door: Vestigia Kenmerk: V2417 Datum: 28 maart 2023

30 maart 2023

BIJLAGE

BF4938-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

A2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vlieland&id=473c3254-740c-4e7d-b093-4f5f524015f0