CConstaterende datVlieland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Projectplan Bedrijventerrein Vlieland Gasvrij

Raadscommissievergadering 7 oktober 2024, gemeente VlielandBij agendapunt: Budget uitwerken pilotproject gasvrij bedrijventerrein Vlieland11.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Detaillering bestek fase 1, aanbesteding, projectmanagement en

governance warmtenet Begroot: € 180.322,Periode: 2023 Verantwoordelijkheid: gemeente Vlieland

II.

-

2024

Deelproject/testfase 1: Damwand, havenkantoor en gemeentewerf

De eerste testfase speelt zich af op het haventerrein, waarvan zowel de grondposities als bebouwing - in de vorm van het havenkantoor en de gemeentewerf - in bezit zijn van de gemeente. Dit maakt de uitvoering van de eerste testfase qua medewerking en toestemming eenvoudig(er). Het havengebouw bevat onder andere een kleine supermarkt, een wasruimte, kantoren en een restaurant. De gemeentewerf omvat loodsen, werkplaatsen, kantoorruimte en een milieustraat.

41

Fig. 1: illustratie locatie, fase 1 (omcirkeld, excl. damwand) In deze testfase worden de damwanden over een afstand van ca. 200 meter voorzien van warmtewisselaars. Daarnaast wordt (slechts) één van de loodsen (gemeentewerf) voorzien van zonnecollectoren. De hoeveelheid opgewekte energie (warmteopbrengst) is theoretisch namelijk voldoende om het havengebouw en de gemeentewerf in hun totaliteit te verwarmen en van tapwater te voorzien (bron: haalbaarheidsonderzoek). Of dat daadwerkelijk zo is, zal met name afhangen van de opbrengst van de energiedamwanden (aquathermie) in zout water en onder invloed van getijdenwerking. Dit is niet eerder in praktijk getest. Om de seizoensinvloeden te nivelleren wordt tevens in een (nog beperkte) warmtebuffer (geïsoleerd vat, ondergronds geplaatst) voorzien. Ook wordt een begin gemaakt met de aanleg van het smartgrid, inclusief de engineering van het warmtemanagement m.b.t. de buffer, en de eerste ontwikkelingsfase van het IIBS (regeltechniek). Dit deelproject moet aantonen dat de koppeling van lage- en middelhoge temperatuur warmte winning in een dergelijk, zeer compact warmtenet mogelijk is. Daar is eerder nog geen ervaring mee opgedaan en de voornaamste opdracht in deze fase.

Ook moet duidelijk worden of de hoeveelheid te winnen energie uit de damwanden - in dit medium (zout water) en onder deze omstandigheden (getijdenwerking) overeenkomt met de (berekende) theoretische prognoses. Deze beperkte proefopstelling creëert tevens meer duidelijkheid over de eisen die aan de sensoren, het IIBS en de benodigde installaties worden gesteld. Ander onderdeel van deze fase is het op detailniveau inventariseren van de warmtevraag voor fase 2 (bedrijventerrein) en het opstellen van het bestek voor deze fase. De ervaringen van deze fase worden hierin verwerkt, waarbij mogelijke aanpassingen van het oorspronkelijk plan worden doorgevoerd. Gezien het experimentele karakter van de pilot, kan het bij tegenvallende opbrengsten, of vanwege de technische onhaalbaarheid, ook zijn dat de pilot niet opgeschaald wordt naar fase 2. De opgedane kennis en ervaring zal dan ook na deze fase worden gedeeld en gecommuniceerd (zie paragraaf 2.5). 42

Output:

Begroot: Periode:

energiedamwand, beperkt warmtenet, prototype IIBS, zonnecollectoren, warmtewisselaar, bestek fase 2, inventarisatie warmtevraag bedrijventerrein, incl. projectmanagement, kennisdeling en projectcommunicatie. € 3.017.887,28 2024 - 2025

Verantwoordelijkheid:

gemeente Vlieland

[begin Energiedamwanden Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) kan worden gewonnen door middel van energiedamwanden, en worden ingezet om de bewoonde omgeving te verwarmen of te koelen. Collectoren op de stalen damwanden wekken gedurende het hele jaar energie op met een mogelijk rendement van 300% (COP 3). Een energiedamwand is een gesloten systeem, wat inhoudt dat er geen vloeistoffen in de bodem worden gebracht of aan de bodem worden onttrokken. [einde kadertekst]

III.

kadertekst]

Deelproject/testfase 2: Uitbreiding warmtenet bedrijventerrein + vakantiewoningen

In dit deelproject wordt de buffercapaciteit voor warmteopslag uitgebreid en het systeem/warmtemanagement hierop aangepast. Tevens worden meerdere loodsen - en drie (vakantie)woningen - op en nabij het bedrijventerrein aangesloten als afnemer. Ook worden een aantal loodsen aangesloten als leverancier. Het aantal (extra) leveranciers ligt naar verwachting tussen de twee en vier deelnemers. Het exacte aantal hangt af van de eerste ervaringen en de inventarisatie van de warmtevraag (fase 1). De uitbreiding in deze fase vraagt ook om extra engineering m.b.t. de aanpassingen in het smartgrid. Dat geldt tevens voor het generiek en opschaalbaar maken van het prototype van het IIBS (m.b.t. aansturing en het bewaken van de balans tussen warmtevraag en -aanbod). Indien wenselijk en mogelijk wordt het aantal energiedamwanden uitgebreid. Deze testfase moet aantonen dat het systeem stabiel is en adequaat warmte kan opnemen van en afleveren aan verschillende leveranciers/afnemers. Het systeem leert autonoom extra levering te activeren en warmte uit de opslag te halen om aan de vraag te voldoen. Op basis van de verzamelde informatie kan worden berekend of het warmtenet in deze opzet - en voorzien van deze techniek adequaat functioneert en voldoende capaciteit aan het complete bedrijventerrein kan leveren.

Ook wordt onderzocht of - en zo ja hoe - de RZWI als warmteleverancier (restwarmte) op het net kan worden aangesloten (valt buiten deze aanvraag). Output: warmtemanagement43

detailontwerp

fase

2,

upgrading

buffercapaciteit

en

systeem, uitbreiding aantal warmteleveranciers en -afnemers en het warmtenet zelf, vervolmaken IIBS en bepalen of capaciteit voldoende is om te voorzien in gasloos bedrijventerrein, onderzoek aansluiting RWZI, kennisdeling en projectcommunicatie. Begroot: € 821.507,56 (is excl. evt. extra energiedamwanden) Periode: 2024 - 2025 Verantwoordelijkheid: gemeente Vlieland [begin kadertekst] Warmte-opslag Warmteopslag is het opslaan van warmte voor gebruik later. Vaak levert een hernieuwbare warmtebron continu warmte, terwijl de vraag verandert per uur, dag en seizoen. Om het jaarrond in de benodigde warmte te voorzien wordt de (overtollige) warmte opgeslagen in water. In Vlieland wordt voorzien in een ondergrondse, hoge-temperatuur bufferopslag (geïsoleerde tank). [einde kadertekst]

Bron: Expertise Centrum Warmte

Deelproject/fase 3: Verbinden warmtenet met Oost-Vlieland De verdere opschaling van het project valt buiten deze aanvraag. De insteek is uitbreiding van het warmtenet naar het dorp, inclusief koppeling aan de RWZI. Afhankelijk van de warmtebehoefte in het dorp - en mogelijke koppeling met de eerder genoemde warmtenetten - behoort tot deze fase 44

ook mogelijke uitbreiding van het aantal zonnecollectoren op het bedrijventerrein en het aantal energiedamwanden2 in de haven. Het haalbaarheidsonderzoek toonde aan dat er (theoretisch gezien) in de warmtebehoefte van het hele dorp kan worden voorzien.

2.2. Projectorganisatie De projectorganisatie telt drie voorname spelers. Dit in de vorm van de gemeente Vlieland, de Energie Coöperatie Vlieland en de Stichting Aanloophaven Vlieland. We lichten hun betrokkenheid en verantwoordelijkheid kort toe. Gemeente Vlieland Waddeneiland Vlieland telt 1200 inwoners en wordt jaarlijks door zo’n 200.000 vakantiegangers/recreanten bezocht. De bezoekers zorgen behalve voor de nodige inkomsten, ook voor (seizoens)pieken in energievraag. Desalniettemin stelt de gemeente zich ten doel uiterlijk in 2050 van het gas af te zijn (zie 1.1). Bij voorkeur zonder het elektriciteitsnet overmatig te belasten. Er is de gemeente dan ook veel aan gelegen genoemd (hoogrenderend en relatief weinig energie vergend) warmtenet aan te leggen. De gemeente is behalve eigenaar van het haventerrein, havenkantoor en de gemeentewerf, ook indirect verantwoordelijk voor het vervangen van de damwanden (onderhoud). De gemeente is uit dien hoofde niet alleen de trekker van het project en belangrijke financier, maar ook aanvrager en verantwoordelijk voor het eindresultaat en het projectmanagement. Ze kan er daarbij voor kiezen een externe partij aan te trekken voor de dagelijkse projectleiding. Energie Coöperatie Vlieland De ECV is op het eiland actief om energieverbruik te verminderen en duurzame energie op te wekken. Zij is eigenaar van de zonneakker op defensieterrein.

De ECV heeft ruim 100 leden op het eiland en in totaal nemen ongeveer 300 klanten duurzame energie af via de ECV. Op het bedrijventerrein Vlieland benut de ECV daken van loodsen voor duurzame opwek van energie. Tot nu toe betreft dit de opwekking van elektriciteit. Voor de balans op het elektriciteitsnet is het echter wenselijk dat er meer wordt ingezet op directe warmteproductie en -buffering. Binnen de projectorganisatie fungeert de ECV in eerste instantie als projectaanjager en verbinder van betrokken partijen. Na oplevering zal de gemeente - of een gelieerde partij als de ECV - zorg dragen voor de exploitatie van het warmtenet.

2

Het slechtste deel van de damwanden moet binnen drie jaar worden vervangen en wordt voorzien van collectoren. Voor het overige deel is er nog onduidelijkheid over de planning. Feit is dat vervanging en plaatsing collectoren gelijktijdig moet plaatsvinden.

45

Stichting Aanloophaven Vlieland De Waddenhaven Vlieland valt onder de gemeentelijke Stichting Aanloophaven Vlieland (SAV). Sinds 2007, met de komst van een nieuw havenkantoor en een nieuwe jachthaven, ligt het beheer bij de stichting. De haven is met bijna 83.000 overnachtingen een belangrijke speler in de maritieme recreatiesector. Naast opvarenden van schepen, passeren talrijke toeristen de jachthaven. Of bezoeken ze de faciliteiten in het verzamelgebouw, waar niet alleen het havenkantoor is gevestigd maar ook een kleine supermarkt, cafetaria en restaurant. Het havenkantoor is ook belangrijk voor de waterkering en als scheidslijn tussen de Waddenzee, de jachthaven en nabijgelegen industrieterrein. Regelmatig terugkerende bezoekers zijn watersporters en eilandgangers. De damwanden van de jachthaven hebben op verschillende plaatsen groot onderhoud nodig. Na dit onderhoud moeten ze weer enkele decennia meegaan. Dit is het moment om – naast dit noodzakelijke onderhoud – een grote stap te zetten in de verduurzaming van het complex. Temeer daar de SAV op het bedrijventerrein de partij is met de grootste warmtevraag. De SAV is als exploitant van de jacht- en aanloophaven verantwoordelijk voor het onderhoud van de haven en het havenkantoor. Zij is dan ook verantwoordelijk voor de vervanging van de damwanden en mogelijke aanpassing van het havenkantoor.

Als verantwoordelijke en exploitant is het logisch dat de SAV nauw betrokken is bij de planning en uitvoering van het project. Ook om te zorgen voor zo min mogelijk overlast in het hoogseizoen. Ook treedt de stichting op als medefinancier.

2.3 Output en outcome en monitoring 1. Beoogde projectresultaten (output) Na afronding van fase 1 is het resultaat een werkend warmtenet waarin de warmte wordt geleverd door een TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater) systeem en zonnethermie (heatpipes op daken). Het systeem omvat tevens een buffer en warmtemanagementsysteem voor opslag van warmte die niet gelijk afgenomen kan worden. Warmtepompen zorgen er voor dat de geleverde warmte altijd aan de vereisten voldoet. Het collectieve warmtenet wordt bestuurd door een IIBS dat het jaarrond de balans bewaakt tussen de verschillende energiebronnen alsook vraag en aanbod. Daarbij wordt het actuele prijsniveau (stroomprijs) meegewogen. Het systeem kent in deze fase twee grote afnemers (havenkantoor en gemeentewerf) met een gezamenlijke warmtevraag van zo’n 250.000 kWh/jaar. Het TEO-systeem zal hiervan 190.000 kWh/jr voor haar rekening nemen en de zonnethermie 60.000 kWh/jr. Het ontwikkelde IIBS is een belangrijke component in het geheel. Het prototype (fase 1) zal in fase twee - net als het buffersysteem - een upgrade ondergaan om de uitbreiding van het aantal afgiftepunten in fase 2 (driewoningen en drie bedrijfsgebouwen met een warmtevraag van 80.000 kWh/jaar) aan te kunnen. In fase 2 wordt ook de benutte capaciteit van zowel de TEO-installatie als buffer uitgebreid.

Ook worden er aanvullend heatpipes geïnstalleerd op bedrijfsgebouwen. 46

Na de realisatie van het project (fase 1&2) is het aardgasgebruik van de aangesloten partijen in het plangebied voor de warmtevraag nul. Met andere woorden, het nieuwe systeem voorziet volledig in de vraag voor tapwater en ruimteverwarming. Output van het project is ook het inregelen van de governance, conform nieuwe wet- en regelgeving (Jetten), die er hoogstwaarschijnlijk toe leidt dat warmtenetten in publieke handen dienen te komen. Als plaatselijke overheid dient de gemeente dit te regelen. 2. Beoogde effecten van het project (outcome) Los van de output, draagt het project ook bij aan de (gespecificeerde) doelen van het Waddenfonds waaronder de terugdringing van schadelijke uitstoot en verminderde afhankelijkheid van externe energiebronnen (vasteland), zoals eerder toegelicht in paragraaf 1.2 (tabel).

Indicatoren

III38I

Zelfvoorzienende eilanden voor energie (elektriciteit, gas en warmte) op basis van duurzaam opgewekte brandstoffen

Meetvariabel e

Project streefwaarde

WF Streefwaarden

De geproduceerde duurzame warmte heeft een energie-inhoud vergelijkbaar met het huidige aardgasgebruik van de deelnemende partijen.

De WF-streefwaarde is: In 2026 zijn alle eilanden zelfvoorzienend en 100% op basis van niet fossiele bronnen.**2

In fase 3 wordt het systeem verder uitgerold over het eiland. De beschikbare vrije daken (voor zonnethermie), damwand (voor TEO) en effluent RWZI is ruim voldoende om aan de warmtevraag van het dorp te voldoen.*1

Wanneer de vakantiewoningen op het eiland worden meegerekend, is de warmteopbrengst goed voor 80% van de totale behoefte op Vlieland.

47

Dit omslaan naar alle Waddeneilanden is bijkans ondoenlijk. Als we alleen naar de bevolking kijken, naamt Vlieland 3% voor haar rekening. Hierbij laten we vakantiewoningen dus buiten beschouwing.

III39N

Duurzame energie: Groene stroom door golf-, getij-, zonne-energie of andere hernieuwbare bronnen

Bespaarde hoeveelheid groene stroom op basis van hernieuwbare bronnen.

De warmteopwekking m.b.t. duurzame bronnen zorgt voor een besparing aan de opwekking van (groene) stroom die gelijk is aan 225.000 KWh/ jr. vanaf 2026.

Streefwaarde van 10 % in periode 2016-2026

III42

Duurzame energie: reduceren emissies van de energievoorziening voor huishoudens en economische sectoren

reductie hoeveelheid emissie van NOx, So2 en CO2

Voor de deelnemende partijen is de doelstelling om CO2 uitstoot door de verbranding van aardgas voor tapwater en ruimteverwarming naar 0 te brengen. De huidige CO2-uitstoot is ongeveer 50 kiloton/jaar. Waarvan in 2025 een reductie van 60% en in 2026 een reductie van 100% wordt verwacht.

Een afname van de emissies van minimaal 40% per emissie in 2026

*1 De warmtevraag van het dorp is, op basis van het huidige aardgasgebruik, 34.300 GJ/jaar. De maximale opwekcapaciteit van de verschillende componenten is respectievelijk 48.000 GJ/jaar (TEO), 13.600 GJ/jaar (zonnethermie) en 2.680 GJ/jaar (effluent RWZI/TEA). **2. Dit is een weinig realistische streefwaarde

3. O-meting en meetmomenten Het huidige energieverbruik, zowel aardgas als elektriciteit, van de deelnemende partijen is bekend. Na oplevering van de eerste fase wordt het gebruik gemonitord, waarna evt. bijstelling/inregeling plaatsvindt om de volgend fase aan te vangen. Ook deze fase wordt tot twee jaar na oplevering gevolgd. Doel is dat het aardgasverbruik voor ruimteverwarming en tapwater tot nul moet reduceren. Stoppen met koken op aardgas is niet af te dwingen, maar wordt wel vanuit de projectorganisatie gestimuleerd. 48

Het elektriciteitsverbruik van de deelnemers mag licht toenemen, vanwege de overschakeling op elektrisch gevoede installatieonderdelen. De elektriciteit van het nieuwe warmtenet - voor transport, warmtepompen en regeltechniek - wordt duurzaam ingekocht (Nederlandse groene stroom). De resultaten van een en ander, dus zowel van de warmte-opbrengst (verwacht en in praktijk) als van de warmtevraag worden vastgelegd en zijn onderdeel van de kennisuitwisseling (zie ook 2.5).

2.4. Planning, fasering, beslismomenten, voortgangsbewaking De uitvoering van het project vindt zoveel als mogelijk buiten het toeristisch hoogseizoen plaats, om de dienstverlening aan gasten zo min mogelijk te verstoren. Onderstaande planning is zeer globaal, omdat in het voortraject verschillende details nog moeten worden uitgewerkt. Bij verschillende stappen zal ook de gemeenteraad geconsulteerd moeten worden. Fase

Tijdvak

Omschrijving

Voorbereiding

Q3 2023

Het plan wordt in detail uitgewerkt tot plan van aanpak waardoor de uitvoering aanbesteed kan worden. Opbouw van een projectorganisatie.

Q3 2023

Goedkeuring PvA door gemeenteraad

Besluit over PvA fase 1

Aanbesteding fase Q4 2023 1

Deze aanbesteding moet een partij opleveren die de damwanden kan plaatsen; een partij die de technische installatie kan uitvoeren; een partij die de buffersysteem kan installeren.

Offertes passen in het budget

Uitvoering fase 1

2024-2025

Met name het plaatsen van de damwanden en de buffer zullen buiten het hoogseizoen moeten plaatsvinden, dat verlengt de doorlooptijd.

Opleveren fase 1

2025

Bij de oplevering van fase 1 wordt bepaald Voor fase of de warmteproductie overeenkomstig de 2 prognoses zijn en of systeem ook technisch funcitoneert.

49

Go/no-go

PvA fase 2

Q1 2025

Lopende fase 1 wordt het plan voor fase 2 Besluit in detail uitgewerkt zodat bij afronding over PvA fase 1 gelijk voor fase 2 aanbesteed kan fase 2 worden.

Aanbesteding fase Medio 2025 Hier zal de nadruk liggen op de uitbreiding 2 en (technische) upgrading en vervolmaking van het warmtenet, inclusief het IIBS. Uitvoering fase 2

2026

De implementatie van fase 2 zal minder seizoen afhankelijk zijn.

Opveren fase 2

Eind 2026

Bij de oplevering van fase 2 wordt bepaald of de warmtevoorziening van de nieuwe aansluitingen naar behoren werken en deze dus van het aardgas af kunnen.

PvA fase 3

Start 2026

Offertes passen in het budget

eind

2.5 Informatie en communicatie De deelnemers aan het project zullen de verschillende gremia waarin zij vertegenwoordigd zijn regelmatig op de hoogte brengen van de ontwikkeling/voorgang binnen het project. De gemeente Vlieland is vertegenwoordigd in onder meer: - RES Fryslân - Werkgroep aquathermie provincie Fryslân - Programma Waddeneilanden, thema duurzaamheid - Werksessies met duurzaamheidsvertegenwoordigers Waddeneilanden met o.a. TEOprojecten Terschelling en Ameland. - Cluster Interreg: kennisdeling met projecten in Europa De opgedane kennis en ervaring wordt gedeeld met diverse stakeholders, waaronder Rijk, gemeenten, provincie(s), kennisinstellingen, energiecoöperaties en vertegenwoordigers uit het werkveld. Een en ander gebeurt in eerste instantie (fase 0) via de gemeentelijke communicatiekanalen, waaronder de website en digitale nieuwsbrief. Gelijktijdig wordt gewerkt aan een communicatieplan waarin de verschillende activiteiten en middelen worden benoemd. Denk aan de organisatie van een startmoment en excursie voorafgaand aan fase 1. Maar ook aan een eigen logo, huisstijl en projectwebsite, digitale nieuwsbrief en het nodige presentatiemateriaal, waaronder ‘populaire’ versies van de tussen- en eindrapportage. 50

Tevens wordt er rapportage opgesteld waarin stapsgewijs wordt aangeven wat er is gedaan, welke innovaties er zijn toegepast dan wel afgewezen met natuurlijk een overzicht van de resultaten. Hiertoe wordt tijdens het project een logboek bijgehouden en een draaiboek ontwikkeld waarmee onder vergelijkbare condities de opgedane kennis, ervaring en gebruikte technieken kunnen worden toegepast. Tijdens de uitvoering van het project delen we de leerervaringen met andere partijen in diverse gremia, waaronder de werkgroep aquathermie provincie Fryslân, Programma Waddeneilanden en Interreg-project, en via de website. Als onderdeel van de afronding van fase 1, wordt een symposium georganiseerd waarin zowel de aanpak als eerste resultaten en ervaringen worden gedeeld. Hiervoor zullen behalve overheden, kennisinstellingen, energiecoöperaties en woningbouwverenigingen ook vertegenwoordigers uit het werkveld worden uitgenodigd. Na afloop van de pilot, er vanuit gaande dat fase 2 ook wordt uitgevoerd, wordt er een werkconferentie georganiseerd waarvoor ook vertegenwoordigers van kennisinstellingen en andere, toonaangevende projecten worden uitgenodigd voor een presentatie. Vanzelfsprekend wordt dan ook de eindrapportage gepresenteerd met een doorkijkje naar het vervolg. Onderdeel van zowel de eerste als tweede fase is genoemde, bredere publiekcommunicatie.

Die zal zoveel mogelijk online plaatsvinden. Al dan niet via een projectwebsite dan wel via het gemeentelijk portal. Online zullen dan behalve persberichten, ook artikelen, factsheets en folders beschikbaar worden gesteld. Tijdens het project wordt ook bekeken of er een gezamenlijke uitgave/conferentie kan worden georganiseerd met vergelijkbare projecten op Vlieland, dan wel de Waddeneilanden.

2.6 Conditioneel kader Er worden geen problemen verwacht met de vergunbaarheid. Niet alleen omdat het initiatief aansluit bij de wens en warmtevisie en -strategie van de gemeente, maar ook vanwege eerder genoemde eigendomsverhoudingen (gemeente eigenaar haventerrein). Een en ander sluit niet, dan de medegebruikers van het bedrijventerrein vroegtijdig meegenomen moeten worden in de ontwikkelingen. Adequaat omgevingsmanagement is dan ook een vereiste en onderdeel van het projectmanagement. De vergunningverlening met betrekking tot de waterveiligheid is opgenomen in het project vervanging damwanden, waar de gedeeltelijke verduurzaming met collectoren onderdeel van uitmaakt. Gezien de ligging en noodzaak worden ook hier gaan problemen met de vergunningverlening verwacht.

2.7 Omgaan met wijzigingen Voor de projectleiding wordt gezocht naar medewerkers met kennis van techniek én van interne en externe communicatie en omgevingsmanagement. De projectleiding zal regelmatig contact 51

onderhouden met de stakeholders en voorzien in voortgangsrapportages. Wanneer bijsturing van de oorspronkelijke plannen noodzakelijk is, gaat dat in nauw overleg met zowel de projecteigenaar als betrokken belanghebbenden. Zie hiervoor ook de risicoanalyse.

2.8 Staatssteun Het project verduurzaming industrieterrein voldoet aan de voorwaarden van de AGGV artikel 4 en 56 (investeringshulp voor lokale infrastructuur). Het project verduurzaming industrieterrein Vlieland draagt bij het verbeteren, moderniseren en klimaatneutraal maken van de lokale infrastructuur en wordt uitgevoerd door de lokale overheid. Na realisatie van het project zullen gebruikers van het systeem een marktconforme prijs worden geboden. De subsidie dekt de concrete kosten en bedraagt niet meer dan de onrendabele ontwikkelingskosten van het project. De gevraagde subsidie bij het Waddenfonds blijft onder het drempelbedrag (€ 2 mln) zoals opgenomen in de AGGV art. 4.

Hoofdstuk 3. Risicoanalyse Risicogebied

Mogelijke gevolgen

Politiek, maatschappij

bestuur Verandering van bestuurders en beleid kan tot vertraging leiden in het beschikbaar komen van budgetten bij de gemeente.

Beheersmaatregelen Zorg dat alle stappen goed gedocumenteerd en vastgelegd zijn. Zorg dat beslissingen altijd door de gemeenteraad gedragen worden.

Beleid en economie

Geen directe gevolgen voorzien. Dit project past in het bestaande beleid.

Inhoud en techniek

Ontwikkelingen op het Behoeften en keuzes bij gebied van warmtepompen aanbesteding goed en opslag nopen het project vastleggen. andere keuzen te maken. In overeenkomsten regelen hoe om te gaan met (technisch noodzakelijke) aanpassingen na de toewijzing. Technisch risico is het niet efficiënt (kunnen)

52

afstemmen van de verschillende onderdelen en de (mate van) schaalbaarheid van het initiatief.

Het opknippen van het project in verschillende (test)fases met go/no-go momenten.

Daarnaast is de opbrengst van de energiedamwanden, onder zoute omstandigheden en getijdenwerking, nieuw en dus onbekend.

Juridisch en wettelijk

Veranderende wetgeving op Bij zicht op aankomende het gebied van wijzigingen de gekozen warmtenetten kunnen een richting zo nodig aanpassen. andere exploitatie van het systeem gaan afdwingen.

Projectrisico’s: vergunningen

Op het gebied van vergunningen worden er geen risico’s gezien. Bezwaren en zienswijzen zijn altijd mogelijk

Vroegtijdig in project stevig omgevingsmanagement inzetten en houden gedurende de uitvoering van het project

Projectrisico’s: organisatie

De beschikbaarheid van een projectleider gedurende het gehele traject is belangrijk. Uitval van de projectleider kan tot vertraging leiden. De projectleider is de spil van de organisatie.

Zorg voor goede vastlegging van de activiteiten door het projectteam en een regelmatig voortgangsoverleg met de stakeholders.

53

Laat een assistentprojectleider meelopen die als back-up kan dienen. Zorgdragen voor een stevig projectorganisatie die gemakkelijk kan opschalen

(ook in de breedte) indien nodig. Impact op apparaat Projectrisico’s: financieel

gemeentelijk Deel budget reserveren voor inhuur kennis/ondersteuning

Prijswijzigingen materialen na goedkeuring van budgetten.

van Moet meegenomen worden de in een inflatiecorrectie bij de de begroting.

Risico kan deels afgedekt Aanbiedingen bij de worden in een post aanbestedingen die hoger onvoorzien, maar kan leiden zijn dan in het voortraject tot nieuwe budget aanvraag werden begroot. bij de gemeenteraad van Vlieland. Projectkosten op eiland Rekening mee houden in liggen sowieso altijd hoger budgettering dan op vaste wal. Projectrisico’s: planning, tijd

Beschikbaarheid van menskracht om project uit te voeren volgens de gewenste planning.

Deze risico’s zijn moeilijk te beheersen. Hoe de economie zich de komende tijd gaat ontwikkelen zal bepalend zijn of hier rekening mee gehouden Geen partijen die intekenen moet worden. op de aanbesteding. We zullen een stevige en professionele projectorganisatie moeten neerzetten. Dat betekent een diepte-investering aan de voorkant die zich terugbetaald tijdens de uitvoering.

Hoofdstuk 4. Begroting en financiering 54

4.1 Begroting I. Deelproject/fase0 € 180.332,Voorbereiding, projectmanagement en inrichten governance II. Deelproject/testfase1 Energiedamwanden Eerste Eerste Zonnecollectoren Warmtewisselaar Bestek fase 2

€ 3.017.887,28 fase fase

III. Deelproject/testfase2 Uitbreiding Uitbreiding warmtenet Onderzoek Voorbereiding/ontwerp (= excl. evt. extra energiedamwanden)

Totaal

warmtenet IIBS

prototype

€ en aansluiten bestek

821.507,56 warmteopslag deelnemers/leveranciers RWZI fase 3

—--------------------------€ 4.019.727,29

4.2 Financiering Dekking Eigen bijdrage projectpartners Interreg NWE Provincie Fryslân Waddenfonds Totaal

€ 2.529.030,81 - 432.229,20 169.755,93 888.711,35 —----------------€ 4.019.727,29

Toelichting: Bij de provincie Fryslân wordt genoemde cofinanciering aangevraagd die van kracht wordt op het moment dat het Waddenfonds de subsidieaanvraag honoreert. 55

De uitvoering van het project wordt naast de subsidies met een lening gefinancierd ter hoogte van 197.224 Euro, waarbij in het model een looptijd van 25 jaar en een rente van 3,5% is gebruikt.

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vlieland&id=06a8e56f-76b1-48b1-a7f1-8ac414fbe5ea