CConstaterende datVlieland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Projectplan Bedrijventerrein Vlieland Gasvrij

Raadscommissievergadering 7 oktober 2024, gemeente VlielandBij agendapunt: Budget uitwerken pilotproject gasvrij bedrijventerrein Vlieland11.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave Projectgegevens ...........................................................................................................................................4 Inleiding .........................................................................................................................................................5 Aanleiding ..............................................................................................................................................5 Vooronderzoek .............................................................................................................................................8 Netcongestie..........................................................................................................................................8 Omgevingswet, Wet Natuurbescherming, Stikstof ............................................................................8 Aquathermietechniek ...........................................................................................................................8 Toerisme- en stormseizoen..................................................................................................................9 Projectbeschrijving ....................................................................................................................................

10 Doelstelling ......................................................................................................................................... 10 Subdoelen ........................................................................................................................................... 10 Resultaat ............................................................................................................................................. 10 Kernwoorden...................................................................................................................................... 10 Afbakening en uitgangspunten ......................................................................................................... 10 Projectaanpak en fasering ........................................................................................................................ 12 1.

Voorbereiding en vooronderzoek ................................................................................................. 12

2.

Ontwerpfase ................................................................................................................................... 13

3.

Aanleg en monitoring..................................................................................................................... 13

Budget ........................................................................................................................................................ 14 Communicatie ........................................................................................................................................... 14 Communicatiestrategie ......................................................................................................................... 15 1. Doel van de communicatie............................................................................................................ 15 2. Doelgroep ....................................................................................................................................... 15 3. Boodschap ...................................................................................................................................... 15 4. Communicatiemiddelen ................................................................................................................ 15 5. Participatie ...................................................................................................................................... 16 6. Tijdsplanning .................................................................................................................................. 16 7.

Risico's en uitdagingen .................................................................................................................. 16 8. Budget en middelen ...................................................................................................................... 17 2

Risico’s en mitigatiemiddelen ................................................................................................................... 18 Bijlage 1: Samenvatting van onderzoeken naar corrosie in de jachthaven.......................................... 19 Rapport MIC risico bodemzijde waddenhaven Vlieland (september 2022) .................................. 19 Rapport MIC onderzoek damwand Vlieland (september 2022) ..................................................... 19 Bijlage 2: Projectplan in het kader van Waddenfonds aanvraag........................................................... 20 Disclaimer: .............................................................................................................................................. 20

3

Projectgegevens Opdrachtgever Gemeente Vlieland

Stuurgroep 1. Gemeente Vlieland 2. Energiecoöperatie Vlieland (ECV) 3. Stichting Aanloophaven Vlieland (SAV).

Projectteam -

Andries Metz (Projectmanager) Evert van de Klundert (Gemeente Vlieland) Tom van Hoof (Extraqt) Externe expertise (Vervolg)

Belanghebbenden -

Gemeente Vlieland Bewoners en bedrijven van gemeente Vlieland Stichting Aanloophaven Vlieland Energiecoöperatie Vlieland Provincie Fryslân Wetterskip Fryslân Liander Interreg North-West Europe

Dit projectplan is opgesteld door: Andries Metz, a.metz@sudwestfryslan.nl

4

Inleiding Vlieland staat voor de uitdaging om de CO2-uitstoot te reduceren en het aardgasverbruik op termijn te beëindigen. Om hier invulling aan te geven zijn er drie wijken op in Oost-Vlieland van het aardgas verwijderd en aangesloten op alternatieve bronnen. In het samenwerkingsverband met de Waddeneiland wordt samengewerkt om oplossingen te vinden op eilandschaal, maar Vlieland werkt ook nauw samen met de provincie Fryslân in het interregprogramma AquaCOM. In dit projectplan wordt het project Gasvrij Bedrijventerrein Vlieland beschreven, waarmee de vierde wijk op Vlieland van het aardgas kan.

Aanleiding De damwand van een deel van de aanloophaven is afgeschreven. De damwand is in 2008 geplaatst en 16 jaar oud terwijl de verwachte levensduur minimaal 30 jaar zou moeten zijn. Tijdens de aanleg is door staalschaarste gekozen voor het plaatsen van koudgewalst staal, zonder coating of andere bescherming zoals het plaatsen van anodes of kathodische bescherming. Daarbij is door microbacteriële aantasting de staat van de damwand snel achteruit gegaan. Doordat er gaten in de damwand ontstaan is er sprake van uitspoeling en verzakking van het talud, zoals te zien is op de onderstaande afbeelding. De situatie verslechterd per tij en de damwand moet op korte termijn worden vervangen. De haven is in eigendom bij de gemeente Vlieland, maar wordt geëxploiteerd en beheerd door de stichting Aanloophaven Vlieland (SAV).

5 Afbeelding 1: Verzakking in het talud

De energiecoöperatie Vlieland (ECV) heeft de vervangingsopgave als kans gezien om verduurzaming te realiseren. Als de damwand (deels) vervangen wordt met energiedamwand, kan er warmte worden onttrokken uit het oppervlaktewater. Dit wordt ook wel aquathermie en specifiek TEO (thermische energie uit oppervlaktewater) genoemd. De onttrokken warmte kan vervolgens (een deel) van de warmtevraag van het bedrijventerrein voorzien. In de onderstaande afbeelding staat een schematische weergave van aquathermie.

Afbeelding 2: Schematische weergave aquathermie

De gemeente Vlieland heeft samen met de ECV en SAV een technisch en financiële haalbaarheidsstudie naar dit concept laten uitvoeren door Ekwadraat. Uit de haalbaarheidsstudie blijkt dat dit een haalbaar concept is, in combinatie met de toepassing van zonthermie en buffercapaciteit. Voor deze haalbaarheidsstudie zijn drie fasen onderzocht. De fasen zijn: 1. Havengebouw en gemeentewerf 2. Havengebouw, gemeentewerf en zoveel mogelijk bedrijven op het bedrijventerrein 3. Havengebouw, gemeentewerf, bedrijventerrein en (een deel van) Oost-Vlieland. In de derde fase is het van grote waarde om de restwarmte van de RWZI op het eiland in te zetten om het warmtenet te voeden. Het project is onderdeel van de Missy Wetterwaarmte en het interregproject AquaCOM. Financiering voor de voorbereiding en een deel van uitvoering gebeurt door de gemeente Vlieland, de provincie Fryslân, het Waddenfonds en interreg AquaCOM.

6

Afbeelding 3: Overzicht te vervangen damwand

Afbeelding 4: Overzicht fasering warmtenet

7

Vooronderzoek Tijdens het vooronderzoek (augustus 2023 - mei 2024) zijn verschillende scopes van het project onderzocht en een viertal belangrijke randvoorwaarden aan het licht gekomen.

Netcongestie Hoewel er door Liander nog geen congestie is afgekondigd op Vlieland, is de kans groot dat dit tijdens de projectontwikkeling wel gaat gebeuren. Het verdeelstation en de wadkabel naar Vlieland hebben een capaciteit van 11 MVA. Deze wordt beperkt omdat er geen redundante lijn aanwezig is en slechts een back-up generator van 2,2 MVA beschikbaar is in het geval van storing en onderhoud.

Daarnaast is de beschikbare netcapaciteit op het bovenliggende onderstation van Herbaijum snel aan het teruglopen. Om het project te realiseren is het belangrijk om snel te handelen en de capaciteit te reserveren om wachttijden tot 7 jaar te voorkomen.

Omgevingswet, Wet Natuurbescherming, Stikstof Vanaf 1 januari is de Omgevingswet van kracht. Hoewel de regelgeving niet persé verandert is, verschilt het proces van het verkrijgen wel degelijk. Het is nog onduidelijk welk effect dit gaat hebben op de projectontwikkeling. Vanuit de Wet Natuurbescherming en geldende stikstofeisen worden zware eisen gesteld aan de invloed die vanuit de projectontwikkeling mogelijk worden veroorzaakt aan beschermde soorten en gebieden. Vlieland wordt omringd door Natura 2000 en de Waddenzee is een kraamkamer voor verschillende beschermde soorten. Mogelijk levert dit vertraging op in het verkrijgen van de vergunningen.

Aquathermietechniek Bij aanvang van het vooronderzoek was het uitgangspunt om gebruik te maken van energiedamwanden om warmte te onttrekken uit het water in de aanloophaven. Voor deze techniek geldt dat er een patent op rust en slechts één leverancier in de Benelux deze techniek kan leveren.

8

Tijdens het vooronderzoek is naar voren gekomen dat er ook ‘retrofit’ systemen bestaan die achteraf kunnen worden toegevoegd. Dit kan op verschillende manieren, ofwel door de ruimte de ‘kast’ of holte van de damwand te benutten, of door warmtewisselaar ‘op te hangen’ onder de steigers van de aanloophaven.

Afbeelding 5: Energiedamwand

Afbeelding 6: Retrofitsysteem (Callic & MEFA)

Toerisme- en stormseizoen Het is geen verrassing maar Vlieland is een populaire vakantieplaats en heeft de best bezochte waddenhaven van Nederland. Dit betekent dat er tijdens het tijdens het voor-, na- en zomerseizoen geen werkzaamheden kunnen laten plaatsvinden in de haven, Daarnaast wordt de Nederlandse kust gekenmerkt door een stormseizoen, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar primaire zeekeringen. Hoewel de haven geen primaire kering is, schuilt er wel een risico in de uitvoering tijdens het stormseizoen vanwege de weersomstandigheden en bijbehorende waterstanden. Dit heeft tot gevolg dat we in de planning van de uitvoering maar een kort tijdvak hebben om de damwand te vervangen en de infrastructuur voor de warmtetransport aan te leggen.

Afbeelding 7: Haven Vlieland tijdens zomerseizoen

9

Projectbeschrijving Dit project richt zich op het realiseren van de eerste twee fasen. De eerste 2 fasen zijn een pilot. Er wordt in het ontwerp wel rekening gehouden met eventuele opschaling van het warmtenet naar fase 3.

Doelstelling Hetopdoen van ervaringen met een systeem die bestaat uit aquathermie met zonthermie in combinatie met buffer en warmtenet, om te bepalen of een dergelijk systeem ook kan verder worden opgeschaald

Subdoelen • • • • •

Vernieuwen van de damwand op duurzame wijze – zo lang mogelijke levensduur. Verduurzaming en gasvrij maken van een groot deel van de gebouwde omgeving van Vlieland. Aquathermieproject realiseren in zout water. Een kleinschalig warmtenet realiseren met een combinatie van lage- en hogetemperatuurbronnen (LT & HT). Nieuwe warmteoplossingen in de praktijk brengen en ervaringen delen (o.a. Interreg, provincie, Waddeneilanden)

Resultaat Een duurzame warmteoplossing voor een aantal gebouwen op het bedrijventerrein met gebruik van zonthermie en aquathermie, met mogelijk een duurzame warmteoplossing voor de rest van het bedrijventerrein en een deel van het dorp..

Kernwoorden • • • • • •

Kwaliteit (levensduur, impact omgeving, onderhoudsvraag) Innovatief Schaalbaar Maakbaar Duurzaam voorbeeldproject voor de Wadden en Fryslân Economisch haalbaar

Afbakening en uitgangspunten 1. Weinig tot geen verandering in de inrichting van de openbare ruimte van het projectgebied, met uitzondering van de hoogte van de damwand en het talud 2. Uitgangspunt is voldoende ruimte op het elektriciteitsnet ( 10

3. Fase 1 & 2 kunnen gelijktijdig worden voorbereid en na elkaar worden uitgevoerd. 4. Uitvoeren tot maximaal fase 2, met voorbereiding op fase 3. 5. .

11

Projectaanpak en fasering Het project is zoals gezegd opgedeeld in verschillende fasen. In grote lijnen ziet de planning eruit zoals geschetst in de onderstaande afbeelding:

In de onderstaande hoofdstukken staan de verschillende fasen van de pilotprojectaanpak uitgesplitst in een activiteitenplanning. De planning zal, na verdere detaillering van het pilotproject, verder worden gespecificeerd.

1. Voorbereiding en vooronderzoek Omschrijving

Afronding

Formaliseren samenwerking gemeente, ECV en SAV en governance stuurgroep

Q1 2024

Vaststelling projectplan door stuurgroep

Q3 2024 √

Verdieping in energiedamwanden/ aquathermietechniek

Q4 2023

√

Uitwerken warmteconcept in het kader van AquaCOM (Extraqt)

Q2 2024

√

Ophalen warmtevraag fase 1, 2 & 3

Q3 2024 √

Modelleren en optimaliseren warmteconcept

Q3 2024 √

Marktconsultatie marktpartijen

Q3 2024

Opstellen uitvraag begeleidingspartij

Q4 2024

Scenariokeuze damwand of retrofit

Q4 2024

12

√

Opstellen communicatieplan

Q3 2024

Uitvoeren proefopstelling

Q3 2024

√

2. Ontwerpfase Omschrijving

Afronding

Selectie marktpartij

Q4 2024

Opstellen programma van eisen

Q1 2025

Voorlopig ontwerp

Q1 2025

In kaart brengen vergunnings- en stikstofeisen

Q4 2024

Kostenanalyse

Q1 2025

Opstellen governancemodel voor eigendom en exploitatie

Q2 2025

Opstellen financieringsstrategie

Q2 2025

Besluitvorming door stuurgroep en gemeenteraad

Q2 2025

Definitief ontwerp

Q2 2025

Definitieve businesscase, exploitatiemodel

Q2 2025

Bestek

Q2 2025

Aanbesteding uitvoerende partij

Q3 2025

Voorbereiding monitoringsfase

Q3 2025

3. Aanleg en monitoring Omschrijving

Afronding

Uitvoering damwand, warmtenet, warmtecentrale

2025-2026

Controle & monitoring

2026-2027

√ = inmiddels gereed 13

Budget Vanuit verschillende subsidiestromen zijn verschillende budgetten beschikbaar gesteld voor de voorbereiding, projectontwikkeling en delen van de aanleg en materiaal van het systeem. In het bijvoegde budgetoverzicht (excel) staan de budgetten uitgesplitst en wordt een voorlopige budgetprognose weergegeven. Bij het voorlopig en definitief ontwerp komen de daadwerkelijke kosten van uitvoering pas in beeld en kan een aanvullende financieringsvraag naar voren komen. Er zijn voor de aanleg van warmtenetten (WIS), de financiering daarvan en aansluiting voor pandeigenaren (ISDE) verschillende subsidies beschikbaar die we daarin zullen meenemen.

Communicatie Vanuit het Interregproject en het Waddenfonds worden specifieke eisen ten aanzien van de communicatie en disseminatie van het project gesteld. Hierbij valt te denken aan regelmatige projectupdate, een jaarlijkse open dag en het hosten van twee partnermeetings van AquaCOM. De eerste van deze partnermeetings is in de eerste week van oktober van 2024, waarbij 20 mensen vanuit de partners en 20 mensen van de groep ‘early adopters’ Vlieland zullen bezoeken. Er wordt voor het einde van 2024 een gedetailleerd communicatieplan opgesteld om de Vlielanders mee te nemen in wat er staat te gebeuren per fase en om invulling te geven aan de verschillende activiteiten en eisen van de subsidiegevers.

14

Communicatiestrategie 1. Doel van de communicatie Het communicatieplan heeft als doel om de inwoners van Vlieland en andere belanghebbenden tijdig en duidelijk te informeren over de geplande werkzaamheden rondom de damwandvervanging in de haven en de verduurzamingsmaatregelen die worden genomen. Daarbij wordt ingezet op participatie en transparantie, zodat de lokale gemeenschap zich betrokken voelt bij het project en er draagvlak ontstaat.

2. Doelgroep De belangrijkste doelgroepen voor de communicatie zijn: •

Inwoners van Vlieland: zij zullen direct of indirect de gevolgen van de werkzaamheden ondervinden.

•

Ondernemers en gebruikers van de haven: bedrijven en ondernemers in de haven en toeristen die gebruikmaken van de jachthaven.

•

Overige belanghebbenden: zoals de Energiecoöperatie Vlieland (ECV), Aanloophaven Vlieland (SAV), Wetterskip Fryslân, Interreg en de provincie Fryslân.

•

Vergunningverlenende instanties e.d.: Partijen als Staatsbosbeheer, provincie, Rijkswaterstaat, FUMO, Liander, etc.

Stichting

3. Boodschap De kernboodschap is dat verduurzaming van de gebouwde omgeving met gebruik van aquathermie ofwel de zee in combinatie met damwandvernieuwing wordt uitgevoerd. Dit project is een belangrijke stap in de verduurzamingsambities van Vlieland.

4. Communicatiemiddelen Om de verschillende doelgroepen te bereiken, worden de volgende communicatiemiddelen ingezet:

15

•

Gemeentelijke website en sociale media: Hierop worden updates en voortgang van het project gedeeld. Een aparte sectie wordt ingericht voor vragen en antwoorden (FAQ).

•

Nieuwsbrief en persberichten: Periodieke nieuwsbrieven gericht op inwoners en belanghebbenden met updates over de voortgang en belangrijke mijlpalen. Persberichten worden uitgestuurd bij belangrijke aankondigingen.

•

Informatieavonden en inloopspreekuren: Organisatie van informatiebijeenkomsten voor bewoners en ondernemers om hen te informeren en betrokkenheid te stimuleren. Er wordt

tevens ruimte geboden voor het stellen van vragen en feedback. Middels een spreekuur kunnen bewoners inlopen en vragen stellen over het project en de gevolgen daarvan. •

Flyers, posters en video: Flyers worden huis-aan-huis verspreid om specifieke werkzaamheden, zoals tijdelijke afsluitingen of hinder in de haven, tijdig aan te kondigen. Video en posters worden ingezet om over het project in het algemeen te vertellen.

5. Participatie Bewoners en ondernemers worden actief betrokken bij het proces: •

Informatieavonden en feedbacksessies: Tijdens deze bijeenkomsten krijgen betrokkenen de mogelijkheid om input te geven op specifieke plannen, zoals de verduurzamingsmaatregelen en de planning van de werkzaamheden.

•

Stakeholderbijeenkomsten: Betrokken partijen zoals de ECV, SAV en Wetterskip Fryslân worden regelmatig op de hoogte gehouden en uitgenodigd voor specifieke sessies om hun expertise te delen.

6. Tijdsplanning Fase 1 (2024 - 2025): Voorbereiding en ontwerpfase •

Start communicatie (Q1 2024): Het project wordt geïntroduceerd aan inwoners en ondernemers. Hierin wordt het belang van de vervanging van de damwand en de verduurzamingsmogelijkheden (zoals aquathermie) toegelicht.

Fase 2 (2025 - 2026): Aanlegfase van de damwand en warmtenet •

Voortgangscommunicatie (Q1-Q4 2025): Regelmatige updates over de uitvoering van de werkzaamheden, met specifieke aandacht voor mogelijke overlast of afsluitingen van de haven.

•

Inloopspreekuren (Q1-Q4 2025): Wekelijkse spreekuren waar bewoners en ondernemers terecht kunnen met vragen over de voortgang van de werkzaamheden.

•

Operationele communicatie (Q2-Q3 2025): Tijdige aankondiging van geplande hinder, afsluitingen of andere effecten voor de lokale gemeenschap.

•

.

Fase 3 (2026 - 2027): Opschaling en uitbreiding naar Oost-Vlieland (indien pilot geslaagd) •

Communicatie over uitbreiding (na 2026): Inwoners en bedrijven worden geïnformeerd over de geplande uitbreiding van het warmtenet naar het dorp Oost-Vlieland.

7. Risico's en uitdagingen 16

•

Vertragingen in de uitvoering: Het risico op vertraging in het project wordt meegenomen in de communicatieplanning. Bij eventuele vertragingen worden betrokkenen tijdig geïnformeerd.

•

Onvoldoende draagvlak:. Deelname van voldoende ondernemers en bewoners voor 2e fase pilot van groot belang voor uitvoering pilot.

8. Budget en middelen Het communicatiebudget wordt deels gefinancierd vanuit het Interregproject en het Waddenfonds. Dit omvat de kosten voor drukwerk, evenementen en online communicatie. Met deze strategie wordt ingezet op heldere, tijdige en transparante communicatie met de inwoners van Vlieland en andere belanghebbenden, waarbij participatie en betrokkenheid centraal staan.

17

Risico’s en mitigatiemiddelen Risico: Opnieuw microbacteriële aantasting Mitigatie: • • • •

Hoge kwaliteit staal (warm gewalst) inclusief garanties Coating op het staal aanbrengen Annodes of kathodische bescherming aanbrengen Regelmatige inspecties om eventuele aantastingen vroegtijdig te kunnen ontdekken

Risico: Netcongestie – onvoldoende netcapaciteit om systeem te realiseren Mitigatie: • • • •

Lobby richting Liander voor verhoging back-up capaciteit schakelstation (SS) Vlieland Flexibele contractvormen – capaciteitsbeperkende contracten – warmte opwekken als het net dat toelaat Vergroten buffercapaciteit naar seizoensbuffering Vergroten zonthermische deel van het systeem (in combinatie met seizoensbuffering)

Risico: Financiële risico’s – hogere prijzen, tegenvallende businesscases, dure financiering, lage participatie Mitigatie: • • • •

Lange termijn/ maatschappelijke businesscase conform de Wet collectieve warmte Garantstelling van gemeente voor lagere financieringsrente Ophalen additionele subsidie voor bijvoorbeeld investeringskosten warmtenet (WIS) Duidelijke campagne voeren en veel communicatiemiddelen inzetten

Risico: Technische risico’s – tegenvallende dakruimte voor zonthermie, tegenvallende resultaten retrofit in zoutwater Mitigatie: • • •

Inzetten op dakversterking Realisatie van een proefopstelling om tijdig te kunnen monitoren Inzetten op andere technieken om warmte op te wekken

Risico: Vergunningen – onttrekkingsvergunning en wet op natuurbescherming •

18

Vroegtijdig betrekken van bevoegde gezagen en in kaart brengen mitigerende maatregelen

Bijlage 1: Samenvatting van onderzoeken naar corrosie in de jachthaven Rapport MIC risico bodemzijde waddenhaven Vlieland (september 2022) Dit rapport beschrijft een onderzoek naar microbiologisch beïnvloede corrosie (MIC) aan de damwanden van de jachthaven Vlieland, met een focus op de bodemzijde van de damwanden. Het onderzoek werd uitgevoerd na eerdere bevindingen van versnelde corrosie als gevolg van MIC en de aanwezigheid van een nabijgelegen vuilstort. Peilbuizen zijn geplaatst om grondwater te bemonsteren en te analyseren op de aanwezigheid van MIC-gerelateerde micro-organismen. Belangrijkste bevindingen: •

• •

In het grondwater rond peilbuis 1 (dicht bij de vuilstort) zijn hoge concentraties MICorganismen gevonden, wat duidt op een hoge dreiging van corrosie. Dit wordt versterkt door de aanwezigheid van sulfaatreducerende bacteriën. Bij peilbuis 2 (kopse kant van de haven) was de MIC-dreiging laag. De schade aan de damwanden is waarschijnlijk grotendeels veroorzaakt door MIC vanaf de bodemzijde, mogelijk verergerd door de nabijgelegen vuilstort.

Aanbevelingen: Bij toekomstige vervanging van de damwanden moeten mitigerende maatregelen worden genomen om MIC te voorkomen, zoals speciale beschermingslagen.

Rapport MIC onderzoek damwand Vlieland (september 2022) Dit rapport gaat over een veldinspectie en reparatie van damwanden in de jachthaven en haven van Vlieland, uitgevoerd door Aquatech Diving. Het doel was om de huidige staat van de damwand te bepalen en eventuele schades te repareren. Belangrijkste bevindingen: •

•

•

Visuele inspecties en ultrasone diktemetingen toonden aan dat de damwanden op verschillende plaatsen tekenen van corrosie vertoonden, waaronder putcorrosie en volledige gaten. Reparaties werden uitgevoerd door gaten te dichten met stalen platen. De diktemetingen lieten een gemiddelde afname van 0,8 millimeter zien vergeleken met een eerdere inspectie in 2015. De damwanden bevinden zich nog in redelijke staat, maar verdere monitoring is nodig, vooral na extreme weersomstandigheden.

Conclusie: •

19

De damwanden kunnen naar verwachting nog ongeveer 10 jaar meegaan, maar regelmatige inspecties worden aanbevolen om verdere schade te voorkomen.

Bijlage 2: Projectplan Waddenfonds aanvraag

in

het

kader

van

Disclaimer: Het projectplan in het kader van de Waddenfonds aanvraag is verouderd, geeft niet de actuele planning weer.

Bedrijventerrein Vlieland Gasloos

Projectplan in het kader van de Subsidieregeling Thematische Uitvoering Waddenfonds (STUW) 2023 [xx] mei 2023

Aanvrager: Gemeente Vlieland Dorpsstraat 127 8899 AE Oost-Vlieland

20

Inhoudsopgave Samenvatting Hoofdstuk 1. Visie en ambitie 1.0 Visie en ambitie 1.1 Aanleiding, nut en noodzaak 1.2 Aansluiting bij doelen Waddenfonds 1.3 Aansluiting bij uitgangspunten Waddenfonds 1.4 Toetsingscriteria Hoofdstuk 2. Projectactiviteiten 2.1 Activiteiten/deelprojecten 2.2 Projectorganisatie 2.3 Output, outcome en monitoring 2.4 Planning, fasering, beslismomenten, voortgangsbewaking 2.5 Informatie & communicatie 2.6 Conditioneel kader 2.7 Omgaan met wijzigingen Hoofdstuk 3. Risicoanalyse 3.0 Risicoanalyse Hoofdstuk 4. Begroting en financiering 4.1 Begroting 4.2 Financiering/dekkingsplan/uitgavenplanning

Bijlage I Businesscase Bijlage II. Begroting en dekkingsplan Bijlage III. Aanvraagformulier Bijlage IV MKB verklaring Bijlage 1. Aanbiedingsbrief Bijlage 2. Haalbaarheidsonderzoek Bijlage 3. Situatietekening Bijlage 4. Aanvraag cofinanciering provincie Fryslân Bijlage 5. Uittreksel KvK /statuten

21

Samenvatting Ambitie Vlieland wil komend decennium in haar warmtebehoefte voorzien via een warmtenet dat gevoed wordt door zowel hoog- (zonnewarmte) als laagtemperatuur (aquathermie) collectoren. Dit voorzien van een te ontwerpen beheer- en regelsysteem dat - o.a. via sensoren en een warmtebuffer - de warmtevraag en -aanbod 24/7 reguleert. Opschaalbare pilot Na een positief uitgevallen, door E-kwadraat uitgevoerd, haalbaarheidsonderzoek start de gemeente Vlieland komend jaar de eerste fase van de opschaalbare pilot. En wel in de haven waar de (te vernieuwen) damwanden worden voorzien van collectoren, gecombineerd met zonnecollectoren op het havengebouw en een bescheiden, ondergrondse warmtebuffer. In de tweede testfase wordt het systeem, op basis van de eerste resultaten en ervaringen, uitgebreid met extra collectoren, een ge-upgrade warmtemanagementsysteem en aangepast regel- en beheersysteem (IBBS). Met deze uitbreiding kan het complete bedrijventerrein gasloos van warmte worden voorzien. Verloopt de pilot naar wens, dan wordt het systeem in de derde fase (die buiten deze aanvraag valt) verder opgeschaald en wordt het dorp - en de RZI - aangesloten op het warmtenet dat aan de warmtevraag van Oost-Vlieland kan voldoen.

Innovatief en risicovol Niet alleen vanwege de investeringen, maar vooral ook vanwege het innovatieve karakter van de pilot is gekozen voor genoemde gefaseerde aanpak en opschaling. Het bijzondere en risicovolle van het initiatief schuilt niet alleen in de combinatie en (regelbare) afstemming van de verschillende HT- en LT-warmtebronnen, maar ook in het feit dat er niet eerder warmte is opgewekt in zout (zee)water en een getijdenomgeving. Nog onzeker/onduidelijk is wat dat betekent voor de verwachte (theoretische) opbrengst en hoe de installatie zich houdt in deze omstandigheden. Ook de schaal waarop dit plaatsvindt en hoe dat (regeltechnisch) kan worden beheerd is nieuw. Daarom drong de provincie aan op deelname aan de inmiddels gehonoreerde Interreg NWE (North West Europe) aanvraag ‘Aquatermal Heating and Cooling for Energy Communities’. Het slagen van deze pilot, dat duurzame warmteopwekking en -behoefte aan de hand van zoveel criteria regelt, is waardevol, vernieuwend en brengt de markt verder. Tot de revenuen behoort behalve genoemde opbrengst, de behaalde reductie van CO2, NOx en fijnstof waar niet alleen het klimaat, maar ook natuur en mens van profiteren. Zeker in de kwetbare eilander omgeving.

22

Doelen De pilot sluit hoofdzakelijk aan bij het Hoofddoel C van het Waddenfonds: Een duurzame economische ontwikkeling in het Waddengebied, dan wel het gericht zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het Waddengebied en direct aangrenzende gebieden. Ze draagt tevens bij aan de in het ‘Visiedocument duurzame Waddeneilanden’ beschreven ambitie zelfvoorzienende eilanden op het gebied van energie (elektriciteit, gas en warmte) in 2026. Net zo goed als aan het in het uitvoeringsprogramma benoemde versneld ontwikkelen en opschalen van technieken die elektriciteit uit het water van de Waddenzee halen. Eenzelfde ambitie heeft overigens de provincie Fryslân die in aquathermie veel potentieeel ziet om de RES (2.0) doelen te realiseren. Output Na afronding van fase 1 is het resultaat een werkend warmtenet waarin de warmte wordt geleverd door een TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater) systeem en zonnethermie (heatpipes op daken). Het systeem omvat tevens een buffer en warmtemanagementsysteem voor opslag van warmte. Het collectieve warmtenet wordt bestuurd door een IIBS dat jaarrond de balans bewaakt tussen de verschillende energiebronnen alsook vraag en aanbod. Het systeem kent in deze fase twee grote afnemers (havenkantoor en gemeentewerf) met een warmtevraag van zo’n 250.000 kWh/jaar.

Het TEO-systeem zal hiervan 190.000 kWh/jr voor haar rekening nemen en de zonnethermie 60.000 kWh/jr. Het prototype van het IBBS (fase 1) zal in fase twee - net als het warmtebuffersysteem - een upgrade ondergaan om de uitbreiding met een warmtevraag van 80.000 kWh/jaar aan te kunnen. In fase 2 wordt de capaciteit van de TEO-installatie en buffer uitgebreid. Aanvullend worden er heatpipes geïnstalleerd. Na de realisatie van het project (fase 1&2) is het aardgasgebruik van de aangesloten partijen in het plangebied voor de warmtevraag nul. Met andere woorden, het nieuwe systeem voorziet volledig in de vraag voor tapwater en ruimteverwarming. Output van het project is ook het inregelen van de governance, conform nieuwe wet- en regelgeving (Jetten). Outcome Indicatoren

III38I

23

Zelfvoorzienende eilanden voor energie (elektriciteit, gas en warmte) op basis van

Meetvariabel e

Project streefwaarde

WF Streefwaarden

De geproduceerde duurzame warmte heeft een energie-inhoud vergelijkbaar met het huidige

De WF-streefwaarde is: In 2026 zijn alle eilanden zelfvoorzienend en 100% op basis van

duurzaam opgewekte brandstoffen

aardgasgebruik van deelnemende partijen.

de

niet fossiele bronnen.**2

In fase 3 wordt het systeem verder uitgerold over het eiland. De beschikbare vrije daken (voor zonnethermie), damwand (voor TEO) en effluent RWZI is ruim voldoende om aan de warmtevraag van het dorp te voldoen.*1

Wanneer de vakantiewoningen op het eiland worden meegerekend, is de warmteopbrengst goed voor 80% van de totale behoefte op Vlieland.

Dit omslaan naar alle Waddeneilanden is bijkans ondoenlijk. Als we alleen naar de bevolking kijken, naamt Vlieland 3% voor haar rekening. Hierbij laten we vakantiewoningen dus buiten beschouwing.

III39N

Duurzame energie: Groene stroom door golf-, getij-, zonne-energie of andere hernieuwbare bronnen

Bespaarde hoeveelheid groene stroom op basis van hernieuwbare bronnen.

De warmteopwekking m.b.t. duurzame bronnen zorgt voor een besparing aan de opwekking van (groene) stroom die gelijk is aan 225.000 KWh/ jr. vanaf 2026.

Streefwaarde van 10 % in periode 2016-2026

III42

Duurzame energie: reduceren emissies van de energievoorziening voor huishoudens

reductie hoeveelheid emissie van NOx, So2 en CO2

Voor de deelnemende partijen is de doelstelling om CO2 uitstoot door de verbranding van aardgas voor tapwater en ruimteverwarming naar 0 te brengen. De huidige CO2-uitstoot is ongeveer 50 kiloton/jaar.

Een afname van de emissies van minimaal 40% per emissie in 2026

24

en economische sectoren

Waarvan in 2025 een reductie van 60% en in 2026 een reductie van 100% wordt verwacht.

*1 De warmtevraag van het dorp is, op basis van het huidige aardgasgebruik, 34.300 GJ/jaar. De maximale opwekcapaciteit van de verschillende componenten is respectievelijk 48.000 GJ/jaar (TEO), 13.600 GJ/jaar (zonnethermie) en 2.680 GJ/jaar (effluent RWZI/TEA).

Financiering Eigen bijdrage projectpartners Interreg NWE Provincie Fryslân Waddenfonds Totaal

25

€ 2.529.030,81 - 432.229,20 169.755,93 888.711,35 —----------------€ 4.019.727,29

Hoofdstuk 1. Visie en ambitie 1.0 Visie en ambitie Om uitvoering te geven aan het Klimaatakkoord van Parijs, de Regionale Energie Strategie (RES) en de eilander ambities m.b.t. zelfvoorzieningsgraad maakt Vlieland werk van de overgang naar hernieuwbare energie. Belangrijk onderdeel daarvan is de warmtetransitie, oftewel de overgang naar duurzaam (gasloos) verwarmen en koken. De weg er naartoe beschreef de gemeente in haar vastgestelde Transitievisie Warmte (TWV). Daarin kiest ze voor een stapsgewijze benadering, met de nadruk op isolatie, energiebesparing én collectieve warmtesystemen. Met als doel uiterlijk in 2050 van het aardgas af te zijn. Ambities: Isoleren, energie besparen, collectieve opwekking en uiterlijk in 2050 van het aardgas af De pilot Bedrijventerrein Vlieland Gasloos ziet kansen om genoemde warmtetransitie te versnellen en loopt daarbij vijf jaar vooruit op het tijdpad van de TWV. De pilot voorziet in het ontwikkelen en testen van een (eerst) kleinschalig warmtenet in de haven, gevoed vanuit diverse bronnen en onderling afgestemd met een te ontwikkelen innovatief intelligent regel- en beheersysteem (IIBS). In een gefaseerde opzet komt dit warmtenet achtereenvolgens ten goede aan het havengebied en het aangrenzende bedrijventerrein (pilot).

Met als insteek dat op de lange termijn ook het dorp OostVlieland volledig van warmte kan worden voorzien – zo toont het haalbaarheidsonderzoek aan - én er een koppeling plaatsvindt van zowel de RWZI als de overige warmtenetten op het eiland. Situatie: op Vlieland wordt aardgas enkel gebruikt voor verwarming en voedselbereiding. Er is geen industrie die afhankelijk is van aardgas. In het project is afstemming gezocht met andere, vergelijkbare projecten in het Waddengebied en binnen de Provincie Friesland. De provincie Fryslân drong er zelfs op aan dat de gemeente de pilot in ontwikkeling zou nemen - met name vanwege de potentie die aquathermie de waterrijke provincie op termijn kan bieden - en zou inbrengen in de inmiddels gehonoreerde Interreg-aanvraag ‘Aquathermal Heating and Cooling for Energy Communities’. Deze aanvraag, met demonstratieprojecten vanuit 5 NEW-regio’s, moet aantonen dat grootschalige, collectieve toepassing niet alleen theoretisch en technisch, maar ook praktisch mogelijk en haalbaar is. Zo is bijvoorbeeld nog onduidelijk hoeveel warmte er uit verschillende waterbronnen kan worden opgewekt en ontbreekt het aan schaalbare toepassingsconcepten. Bij de pilot in Vlieland komt daar als extra test en noviteit het combineren - en op elkaar afstemmen - van verschillende warmtebronnen en Hoogtemperatuur Opslag nog eens bij. Een opgave waar de gemeente – gezien 26

haar ambities – graag mee aan de slag gaat, maar waar ook de nodige ontwikkelkosten en -risico’s in gaan zitten. Vandaar ook de gefaseerde aanpak met ingebouwde go/no-go momenten.

27

1.1 Aanleiding, nut en noodzaak In haar Transitie Visie Warmte (TVW) geeft de gemeente Vlieland aan voor 2030 helder te hebben hoe het eiland van het aardgas af kan. Een gezamenlijk onderzoekstraject met netbeheerder Liander maakte eerder duidelijk dat het ontwikkelen van een collectief warmtenet de voorkeur geniet boven individuele oplossingen. Het rendement is hoger en de toepassing is energiezuiniger dan de aanschaf van individuele warmtepompen. Bovendien leidt het tot de minste belasting van het energienetwerk. Tot slot sluit het aan bij een andere pilot op Vlieland, het Programma Aardgasvrije Wijken, dat inzet op collectieve warmteoplossing op basis van zonnecollectoren. Hier liggen – net als bij de RWZI koppelkansen. Ondertussen diende zich een andere opgave aan die gelegenheid bood tot versnelling: de noodzakelijke vervanging van de damwanden in de met verzakking van het talud kampende aanloopen werkhaven. De mogelijkheid tot herplaatsing van ‘energiewanden’ en de wens tot verduurzaming van het havengebied, was voor de gemeente Vlieland, Energiecoöperatie Vlieland (ECV) en de Stichting Aanloophaven Vlieland (SEV), reden om Ekwadraat een haalbaarheidsstudie uit te laten voeren naar de ontwikkeling van een warmteconcept voor het havengebied, met aandacht voor de aquathermie (energiedamwanden), zonnethermie én lokale energieopslag.

Dit haalbaarheidsonderzoek werd ook uitgevoerd met het oog op de inmiddels geeffectueerde deelname aan het Interreg-project Aquathermal Heating and Cooling for Energy Communities (zie ook 1.0) waarin de noodzakelijke kennisuitwisseling plaatsvindt. Het uitgevoerde haalbaarheidsonderzoek toonde aan dat het initiatief kansrijk is. Mits de diverse warmtebronnen gecombineerd kunnen worden tot een smartgrid. Met als warmtebronnen zout zeewater (damwanden voorzien van collectoren, niet eerder toegepast in deze omstandigheden), zonne-energie (collectoren op daken), elektriciteit (warmtepompen) en - op termijn mogelijk - effluent van de nabije RWZI (rioolwaterzuivering). Noodzakelijk is ook het voorzien in warmteopslag (ondergrondse seizoenbuffering) en de koppeling van de verschillende bronnen en technieken in een te ontwikkelen warmtenet dat aangestuurd en beheerd dient te worden door een te ontwikkelen innovatief, intelligent beheersysteem (IIBS) dat tevens vraag- en aanbod het jaarrond reguleert. De pilot wordt in meerdere testfasen ontwikkeld en uitgerold. Eerst kleinschalig in het havengebied, vervolgens breder richting het bedrijventerrein met als doel richting 2050 opschaling richting het dorp Oost-Vlieland. Bij het slagen van de pilot, wordt het aardgasgebruik in jachthaven en bedrijventerrein in 2030 gereduceerd tot nul.

In potentie is er voldoende duurzame energie voorradig om ook Oost-Vlieland van voldoende warmte te voorzien. Voor de nadere, gefaseerde uitwerking en beschrijving van de deelprojecten en testfasen verwijzen we naar H2. Bijzonder en innovatief Bijzonder aan het project is de schaalbaarheid en combinatie van bestaande en nieuwe technieken, verenigd in een collectief ‘smartgrid’ warmtenet. Waarbij verschillende bronnen én producenten 28

warmte leveren en vraag en aanbod - via HT-warmteopslag en innovatieve, te ontwikkelen beheeren regeltechniek - het jaar rond op elkaar kunnen worden afgestemd. De combinatie van collectieve laag- (aquathermie/zeewater) en hoogtemperatuur warmtewinning en –opslag is in deze omvang en vorm nog niet eerder toegepast in Nederland en West-Europa. Daarbij is met name de wijze van opwekking – en potentie – van aquathermie in zout (zee)water/onder getijdewerking nieuw alsook de schaalgrootte waarop dat gebeurt. Nog niet uitontwikkeld is ook de HT-warmteopslag in de bodem. Het vernieuwende en bijzondere karakter van het project zit ook in de engineering – het ontwerpen van een systeem waarin de verschillende technieken kunnen worden gecombineerd – alsook de ontwikkeling van een werkend en schaalbaar regel- en beheersysteem dat met behulp van sensoren het jaarrond de juiste hoeveelheid warmte kan leveren. Dezelfde opschaalbaarheid is een bijzonder onderdeel van de pilot, waarbij op basis van de ervaringen in de eerste testfase aanpassingen kunnen worden doorgevoerd. Blijken de resultaten/opbrengsten in de eerste testfase tegen te vallen - of is het project technisch onhaalbaar – dan kan ook tot no-go worden besloten. Hetzelfde geldt overigens voor de tweede, opgeschaalde testfase.

Het slagen van deze pilot, dat vraag en afname op basis van zoveel criteria regelt, is waardevol, vernieuwend en brengt de markt verder. Tot de revenuen behoort overigens niet alleen de warmteopbrengst, maar natuurlijk ook de reductie van CO2, NOx en fijnstof die met de pilot wordt behaald en waar niet alleen het klimaat, maar ook natuur en mens van profiteren. [begin

kadertekst]

Sensoren belangrijk Sensoren gaan een belangrijke rol spelen in de afstemming tussen levering, opslag en afname van warmte het jaarrond en op piekmomenten. Zo hebben ze onder meer een functie in: de buffer, t.b.v. warmte en dieptemeting in het oppervlaktewater, t.b.v. warmtemeting op de verschillende daken om de hoeveelheid warmte uit de collectoren te meten bij het afvalwater t.b.v. debiet- en warmtemeting in de toekomst (fase 3): bij de RWZI m.b.t de afstemming moment afgifte. Zonder de juiste integratie van de sensoren kan het warmtenet – en de regeltechniek - niet functioneren.

[einde kadertekst]

Component

29

Innovatie

TRL

1. Warmtepompen

Marktrijp

9

2. Zonnecollectoren

Marktrijp

9

3. Collectief warmtenet met teruglevering (kennisvragen, zie onderstaand)

Testen worden gedaan in kleinschalige 7 projecten en onderzoek gedaan naar de technische en financiële haalbaarheid

4. Collectief warmte-opslag uit verschillende bronnen

Beschikbaar, maar niet in deze 7 combinatie en op deze schaal, zelfde geldt voor de regeltechniek.

5. Damwanden met collectoren

Worden nu in kleinschalige projecten 6 toegepast, zonder ‘grid’ aansluiting, en niet eerder in zoute omstandigheden en onder invloed van getijdewerking.

6. Managementsysteem voor sturing warmte leveranciers, balans afnemers en beschikbaarheid afnemers het jaarrond

Ontwikkelingsfase

5

Hieronder worden component de specifieke kennisvragen en onderzoeksopzet samengevat. De componenten warmtepompen en zonnecollectoren zijn hierin niet opgenomen daar deze componenten al volledig zijn uitontwikkeld, wat niet geldt voor het combineren van de verschillende technieken, bronnen en opslag binnen een zelfregulerend/geautomatiseerd warmtenet. Kennisvragen Collectief warmtenetwerk met teruglevering en koppeling lage en hoge temperatuur Kennisvragen

Oplossing

Wijze van ontwerpen en integreren van verschillende opweksystemen met laagtemperatuur (LT) en hoogtemperatuur (HT) binnen één collectief warmtenet

Beschikbare kennis inventariseren 7 om in eerste instantie (testfase 1) een kleinschalig integraal systeem te ontwerpen, uit te werken, te installeren en te testen.

30

Is koppeling LT-HT mogelijk Is stabiele warmtelevering

Het ontwikkelde systeem moet in staat zijn om, zoveel als mogelijk, autonoom het jaarrond stabiel

TRL bij start

TRL na realisat ie 8

mogelijk -

Afstemming en aansturing verschillende opweksystemen

warmte te leveren. piekmomenten.

Ook

op

Aquathermie in zoute Testen opbrengst in fase 1 m.b.v. 6 omstandigheden en onder een kleinschalige opstelling. invloed van getijdewerking niet eerder toegepast Invloed omstandigheden op collectoren na verloop van tijd - In hoeverre wordt de duidelijk geprogrognotiseerde opbrengst gehaald in deze omstandigheden - Wat is de invloed van zout en getijdenwerking op de collectoren

8

Is opschaling en uitbreiding van het warmtesysteem (testfase 2) mogelijk op basis van ervaring fase 1:

9

-

31

In hoeverre verhoudt het rendement van de damwanden onder de zoute omstandigheden en getijdewerkign zich tot de prognose.

Opschalen systeem door gebruik te 7 maken van de inzichten/ervaringen in de eerste testfase die nodig zijn om het warmtesysteem fasegewijs technisch door te ontwikkelen en uit te werken.

In testfase 2 wordt aansluiting van meerdere gebouwen, opweksystemen en buffering op het warmte systeem gerealiseerd, inclusief de aanpassing van het

intelligent beheersysteem. Na inregeling is (eindfase 2) Wat moet er zowel warmtesysteem geschikt voor installatietechnisch als qua opschaling. beheer- en regeltechniek aangepast worden om te komen tot: -

-

Een aantoonbaar stabiele warmtelevering Adequate afstemming en aansturing verschillende opweksystemen én de warmte buffering

Collectieve Kennisvragen

warmteopslag Oplossing

TRL bij start

Ontwikkelen van In testfase 1 kleinschalige 7 buffersysteem met uitvoering buffer binnen teruglevering in havengebied beschikbare ruimte in havengebied. - Aantonen stabiele warmtelevering -

Maximale benuttig van warmte uit te opslag

-

Minimaal gebruik van ondersteunende warmtepomp

Ontwikkelen van sturingsmechanisme voor optimale warmteonttrekking aan het buffersysteem m.b.v. sensoren. Bij de warmtebuffer komt een unit die de regelt waar de warmte wordt toegevoegd en onttrokken aan de buffer. In de buffer bestaat een

32

TRL na realisat ie 8

warmtegradiënt, afhankelijk van de opbouw daarvan moet gekozen worden waar de warmte wordt onttrokken of toegevoegd: -

-

Qua instroom van warmte worden verschillende stromen onderkend waaronder retourwarmte van het net, (opgewerkte) warmte van de energiedamwanden en warmte van de zonnecollectoren. Bij de uitstroom kan de vraag komen vanuit het warmtenet en van het energiedamwanden deel. In het tweede geval wordt de warmte uit de buffer gebruikt om te besparen op de warmtepomp inzet.

Het warmtemanagement van de buffer moet samenwerken met het overkoepelende regelsysteem.

Buffersysteem gevoed door lage en hoge temperatuur opwekking (LT en HT) en als onderdeel van een warmtenet met verschillende opweksystemen -

33

Aantonen stabiele warmtelevering Koppeling met meerdere opweksystemen

In testfase 2 Kleinschalig uitvoeren 7 en technisch systeem uitwerken en testen.

In deze testfase wordt het warmtenet uitgebreid met een tweede buffersysteem en wordt onderzocht hoe de opgewekte warmte optimaal kan worden verdeeld. Het warmtemanagement

8

-

Aanbod buffersysteem optimaliseren a.h.v. vraag.

moet dat m.b.v. sensoren automatisch gaan uitvoeren.

Damwanden met warmtewisselaars Kennisvragen

Oplossing

TRL bij start

Aansluiting van Kleinschalig uitvoeren (testfase 1) 6 damwandcollectoren op een en op basis ervaringen uitbreiden dergelijk divers warmtenet is in fase 2 nieuw. De vraag is wat daarvan de impact is op het warmtenet en de opbrengst:

-

-

TRL na realisat ie 9

Bijdrage van het damwandsysteem aan het energieaanbod Aanbod optimaliseren

Managementsysteem Kennisvragen

Oplossing

Het fasegewijs ontwikkelen en bijstellen van een (op)schaalbaar managementsysteem voor een collectief warmtenet met LT en HT aanvoer, buffering, meerdere opwektechnieken en afnemers

Kleinschalig ontwikkelen en 5 uitvoeren (fase 1). In fase 2 doorontwikkeling, uitbreiden en gereed maken voor opschaling en verdere toepassing

34

TRL bij start

TRL na realisat ie 8

-

-

Optimaliseren en automatiseren energievraag en – aanbod verspreid over de dag en het jaar Managementsysteem generiek maken voor vervolgfase(s)

1.2 Aansluiting bij doelen Waddenfonds Het project Bedrijventerrein Vlieland Gasvrij sluit hoofdzakelijk aan bij het Hoofddoel C, zoals dat in het uitvoeringsprogramma is omschreven als: Een duurzame economische ontwikkeling in het Waddengebied, dan wel het gericht zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het Waddengebied en direct aangrenzende gebieden. De pilot draagt bij aan de in het ‘Visiedocument duurzame Waddeneilanden’ beschreven, en door het Waddenfonds overgenomen, ambitie zelfvoorzienende eilanden op het gebied van energie (elektriciteit, gas en warmte) in 2026. Net zo goed als aan het in het uitvoeringsprogramma benoemde versneld ontwikkelen en opschalen van technieken die elektriciteit uit het water van de Waddenzee halen. Eenzelfde ambitie heeft overigens ook de provincie Fryslân die in aquathermie als een belangrijke kans ziet om de in de RES (2.0) gestelde doelen te realiseren. Thema’s Onder dit hoofddoel rangschikt het Waddenfonds verschillende thema’s. Bedrijventerrein Vlieland Gasvrij sluit met name aan bij het thema ‘Duurzame energiehuishouding’ (zie tabel) waarmee het Waddenfonds de volgende doelen wil realiseren: -

stimuleren en versnellen van de transitie om energie (elektriciteit, warmte en/of gas) met hernieuwbare bronnen te produceren het beter op elkaar afstemmen van vraag en aanbod van duurzame energie en warmte in het Waddengebied

Hoofddoel 35

Gespecificeerde doelen

C. Duurzame economische ontwikkeling in het Waddengebied, dan wel gericht zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het Waddengebied en direct aangrenzende gebieden

Thema:

duurzame

energiehuishouding

35. Bevorderen van de energie- en warmtevoorziening met hernieuwbare bronnen door stimuleren van innovaties om energie op te slaan, warmtenetten of collectieve warmtepompen te ontwikkelen en bevorderen van innovaties met betrekking tot groen gas, smartgrids e.d. die nog niet marktrijp zijn (TRL-fases 5-8);

Bijdrage: O.a. ontwikkeling van duurzame collectieve warmtevoorziening m.b.v. het nog niet in praktijk – op deze schaal – ontwikkeld en getest geïntegreerd smartgrid dat gevoed wordt door zowel LT (aqua) als HT-bronnen en gemanaged wordt door een combi van HT-warmteopslag en een innovatief, geavanceerd en schaalbaar beheer- en regelsysteem. Met als bijzondere innovatie het opwekken van energie uit zoutwater en onder invloed van getijdenwerking (zie ook outcome, paragraaf 2.3.2).

37. Optimaal afstemmen van vraag en aanbod van energie (groen gas, elektriciteit en warmte) door dorpen/energiecoöperaties, in combinatie met behoud en versterking van de kernwaarden;

Bijdrage: Ontwikkeling van een duurzaam energiesysteem - in de vorm van een smartgrid / IIBS / ondergrondse warmteopslag - dat warmtevraag- en aanbod eerst in de haven, vervolgens op het bedrijventerrein en op langere termijn op het eiland afstemt en daar ook in voorziet. Dit gebeurt op een zorgvuldige, met stakeholders afgestemde manier en zonder aantasting van de kernwaarden van het gebied, zijnde rust, ruimte, stilte, openheid en landschappelijke kwaliteit. De opwekking gebeurt immers in het water (damwanden) en op daken van bestaande panden. En de opslag ondergronds. Niet onbelangrijk is dat het initiatief bijdraagt aan een gezond milieu (reductie CO2, NOx en fijnstof, zie ook paragraaf 2.3.2).) en natuurbehoud.

36

38. Zelfvoorzienende eilanden voor energie (elektriciteit, gas en warmte) op basis van duurzaam opgewekte brandstoffen conform het ‘Visiedocument duurzame Waddeneilanden’, waarbij het Waddenfonds projecten ondersteunt die eraan bijdragen om deze ambitie in 2026 te realiseren;

Bijdrage Project is eerste stap op weg naar zelfvoorzienend Vlieland qua warmtebehoefte richting 2050. Tussentijds (voor 2030) zijn de haven en het bedrijventerrein zelfvoorzienend. Hiermee neemt de afhankelijkheid van externe energiebronnen af. Bij opschaling (fase 3) is er potentieel voldoende energie aanwezig voor verwarming dorp Oost-Vlieland, zo blijkt uit het gehouden haalbaarheidsonderzoek door E-kwadraat. Laatste zou betekenen dat het project in 80% van de warmtevraag van de eilandbewoners kan voorzien, excl. vakantiewoningen. (zie ook outcome, paragraaf 2.3.2).

42. Stimuleren fossielvrij maken van energievoorziening in de economische sectoren in combinatie met behoud en versterking cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten via innovatieve (pilot)projecten

Bijdrage In eerste instantie draagt het project bij aan het fossielvrij maken van de jachthaven én het bedrijventerrein. Op termijn geldt dat ook voor de gastvrijheidssector als belangrijk(st)e economische speler op het eiland (zie ook outcome, paragraaf 2.3.2).

Indirect en op (de langere) termijn levert het project een, moeilijk te kwantificeren, bijdrage aan het verduurzamen van het toeristisch-recreatief aanbod (= gespecificeerd doel (III32) onder themalijn Duurzame recreatie en duurzaam toerisme). Dat ligt dan vooral op het vlak van het terugdringen van de CO-2 uitstoot (gasloos koken en verwarmen) door toeristisch-recreatieve accommodaties, waaronder in de eerste fase al het havenkantoor. Een en ander draagt tevens bij aan het versterken van het gastheerschap en de bewustwording van bezoekers als het gaat om het zorgvuldig omgaan met energie en het milieu. Dit sluit ook mooi aan bij de ambities van het toeristisch-recreatieve 37

bedrijfsleven om meer in te zetten op duurzaam toerisme en daarbij horende doelgroepen, waaronder natuur- en cultuurtoeristen. Iets soortgelijks gaat op voor de bijdrage die het project levert aan het verduurzamen van de Waddenhavens door het fossiel vrijmaken van de jachthaven. Dit in de vorm van het reduceren van NOx, CO2, SO2 en fijnstof emissies (zie ook outcome, paragraaf 2.3.2)

1.3 Aansluiting bij uitgangspunten Waddenfonds Het project Bedrijventerrein Vlieland Gasvrij sluit aan bij de uitgangspunten van het Waddenfonds, zoals onderstaand toegelicht. Duurzame ontwikkeling Het project strookt met het uitgangspunt van duurzame ontwikkeling, het versterkt meerdere dimensies van duurzaamheid. Zowel sociaal, economisch als ecologisch. In termen van de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s) gaat het vooral om doel nummer zeven: Toegang tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor iedereen. 7.1. Tegen 2030 garanderen toegang tot betaalbare, betrouwbare en moderne energiediensten: het voorzien in duurzame energie via een collectief warmtenet 7.2. Tegen 2030 het aandeel hernieuwbare energie in de energiemix verhogen: op termijn grotendeels zelfvoorzienend wat betreft warmte. 7.a: Tegen 2030 de internationale samenwerking verhogen m.b.t. toegang tot onderzoek en technologie inzake schone energie: deelname internationaal demonstratieproject (Interreg) waarvan samenwerking en kennisuitwisseling belangrijke pijlers zijn. Ook is er een verband met SDG elf: duurzame steden en gemeenschappen, waaronder 11.1: voor iedereen toegang tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten (realisatie van collectief warmtenet). Bovendien ligt het initiatief geheel in lijn met de in Regiodeal Waddeneilanden genoemde doelen m.b.t.

Duurzame energie, Goed wonen & leven en Circulaire economie. Waddenspecifiek De aanvraag heeft betrekking op het werkgebied van het Waddenfonds en doet geen afbreuk aan de kernwaarden van het Waddengebied. Het project onderzoekt en benut kansen die bijdragen aan een duurzame energietransitie en de zelfvoorzieningsgraad van het brede Waddengebied. Mede dankzij de samenwerking en kennisuitwisseling die plaatvindt in het kader van de Interreg-aanvraag waar dit 38

project deel van uitmaakt (zie ook 1.1.) Ook wordt er onder meer op dit front samengewerkt binnen de onlangs gehonoreerde Regiodeal van de Nederlandse Waddeneilanden m.b.t. leefbaarheid. Kernwaarden Het project tast de kernwaarden (dynamische natuur, rust, stilte, ruimte en landschapskwaliteit) van het Waddengebied op geen enkele wijze aan. Het hoofddoel van het project, de versnelde energietransitie voor delen van Vlieland, vloeit voort uit de noodzaak om de CO2-uitstoot en opwarming van de aarde af te remmen en o.m. de zeespiegelstijging te beteugelen. Dat kan worden uitgelegd als behoud/versterking van de kernwaarden van de Waddeneilanden. Tevens voorkomt het project bijvoorbeeld de aanleg van een (extra) elektriciteitskabel die de natuur van het Werelderfgoed zou verstoren. Hetzelfde geldt voor de discussie over het wel/niet of bescheiden plaatsen van windmolens en uitbreiding/aanleg van zonneparken die ten koste gaan van de landschapskwaliteit en aantrekkelijkheid van het gebied. De werkzaamheden zelf vinden bovendien plaats in een omgeving, de haven, waar er geen sprake kan zijn van aantasting van natuur en landschap. Additionaliteit Het project voorziet in een oplossing voor een nijpend probleem; overschakeling naar hernieuwbare energiebronnen en zelfvoorzienend op het gebied van warmte en energie. Daarmee draagt het bij aan de beleidsdoelen van zowel het Rijk (oa.

Klimaat-, CO2-reductie, NOx-reductie) als van de provincie (RES) en de gemeente Vlieland zelf (zie H1.0.). De in de pilot voorziene combinatie van warmtebronnen (zout water) en technieken is vernieuwend en kan voor een belangrijk deel bijdragen aan de zo gewenste zelfvoorzienende Waddeneilanden. Bij opschaling kan Oost-Vlieland aardgasvrij verwarmd worden (fase 3). Beheer en onderhoud, bijv. de vervanging van de damwanden, wordt buiten deze subsidieaanvraag gehouden. Evenals de noodzakelijk aanschaf van bijv. de warmtepompen die onderdeel uitmaken van de Interreg-aanvraag. Integraliteit Het project ligt in de lijn van - en versnelt - het beleid van de gemeente Vlieland (zie Transitievisie Warmte) om het eiland stapsgewijs van het gas af te krijgen. Zo sluit het project aan bij eerder het aardgasvrij maken van de Zeesterren buurt (25 woningen) en de aanleg van warmtenetten in Boswijk (36 woningen, zorg- en welzijnsgebouw aardgasvrij) en Duinwijck (PAW1-wijk; 38 woningen gasvrij, na zomer). Wat zoveel betekent dat anno 2023 15% van het totaal aantal woningen (600) van het aardgas

1

Programma Aardgasvrije Wijken (PAW), kennis- en leerprogramma van 66 proeftuinen in het land

39

af is. Op termijn ligt een koppeling van de verschillende warmtenetten, waaronder dit nieuwe net op het bedrijventerrein, voor de hand. Bedrijventerrein Vlieland Gasvrij stemt ook af met vergelijkbare initiatieven in het Waddengebied, met name op het gebied van aquathermie. Zo lift het project bijvoorbeeld mee in de gehonoreerde Interreg NWE (North West Europe) aanvraag ‘Aquatermal Heating and Cooling for Energy Communities’. Dit betreft een gezamenlijke aanvraag van projecten in Ierland, België, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Hoofdaanvrager is Ballyhoura Development CLG (Ierland). Binnen het project zullen ervaringen worden gedeeld en uitgewisseld. Doelrealisatie Zie hierboven, onder 1.2. Technische innovaties De aanvraag heeft deels betrekking op technische innovaties. Deze bevinden zich in een ontwikkelfase die valt binnen de Technology Readiness Levels (TRL) 5 (testen en valideren) tot en met 8 (in praktijk presterend). Dat strookt met de uitgangspunten van het Waddenfonds op dit gebied. Zie eerder in deze aanvraag (tabellen paragraaf 1.1.).

1.4 Toetsingscriteria De activiteiten binnen het project Bedrijventerrein Vlieland Gasloos dragen bij aan zowel de hoofddoelen als uitgangspunten van het Waddenfonds (zie 1.2) alsook aan de in dezelfde paragraaf genoemde gespecificeerde doelen. De aanvraag voldoet aan de toetsingscriteria, zoals opgenomen in de subsidieverordening. Zo heeft het initiatief een bovenlokaal effect (kennisdeling + zelfvoorzienende Waddeneilanden), heeft het een eigenstandig karakter, is het duurzaam (zie 1.3), draagt het dankzij het groene karakter van de energiewinning versneld bij aan de reductie van CO2, NOx en fijnstof, richt het zich op de fases 5-8 van de TRL (zie 1.1) en wordt er provinciale cofinanciering aangevraagd. De activiteiten waarvoor Waddenfonds subsidie wordt aangevraagd komen uit boven het drempelbedrag van € 200.000 en zijn subsidiabel.

40

Hoofdstuk 2. Projectactiviteiten 2.1. Activiteiten/deelprojecten Het initiatief is in testfases/deelprojecten opgeknipt, oplopend in schaal. Het voordeel van ‘klein’ beginnen is dat het project behapbaar blijft. Ander voordeel is dat er go/no-go momenten ingelast kunnen worden, wat gezien het vernieuwende en risicovolle karakter van de pilot geen overbodige luxe is. Bijkomend voordeel is dat het geleerde toegepast kan worden in de volgende fase. Onderstaand werken we de deelprojecten nader uit, het derde deelproject - uitbreiding richting dorp Oost-Vlieland - beschrijven we beknopt, aangezien die buiten het bereik (qua planning en budgetten) van deze pilot valt en niet is meegenomen in de begroting en financiering (zie excelsheet en paragraaf 4.2) van deze aanvraag.

I.

Deelproject/fase 0: Voorbereiding en projectmanagement

Het haalbaarheidsonderzoek ‘Warmteconcept Havengebied Vlieland’ biedt een mooie basis, maar moet (fasegewijs) nader onderzocht (m.n. technische gedeelte, waaronder koppeling verschillende systemen)), aangepast, technisch uitgewerkt én aanbesteed te worden. Voor de voorbereiding van de eerste fase, en het inrichten van de governance en het projectmanagement (waaronder de engineering), is het noodzakelijke budget gereserveerd, inclusief een post onvoorzien. Output: inrichten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vlieland&id=06a8e56f-76b1-48b1-a7f1-8ac414fbe5ea