2025-006 Impactstudie Vlieland
Tekst van het document
Impactstudie Energie-infrastructuur Vlieland Eindrapportage November 2024 impactinstitute.com
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
1
SAMENVATTING Balans tussen ecologische bescherming, duurzaamheidsambities en energiezekerheid: scenario’s voor de toekomstige energievoorziening van Vlieland Impact Institute heeft in opdracht van Alliander, Provincie Friesland en Ministerie I&W, een impactstudie uitgevoerd naar de toekomstige energie-infrastructuur op Vlieland. De groeiende energievraag op het eiland vraagt om een uitbreiding van de huidige energieinfrastructuur waarbij er verschillende scenario’s mogelijk zijn, zoals het leggen van een elektriciteitskabel of het plaatsen van voorzieningen op het eiland. In deze impactstudie zijn er drie scenario's geanalyseerd om inzicht te krijgen in de mogelijke maatschappelijke effecten per scenario.
Het eerste scenario, waarbij een extra elektriciteitskabel naar Vlieland wordt gelegd, biedt de meest robuuste oplossing voor de toekomstige energiebehoefte. Echter, de aanleg van een kabel in het kwetsbare Waddengebied kan mogelijke permanente schade aan het ecosysteem veroorzaken. De lange termijn effecten van het aanleggen van een kabel zijn nog onvoldoende onderzocht en er is op dit moment geen eenduidige beeld over de mogelijke effecten. Om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen zijn aanvullende studies en ecologisch onderzoek nodig. Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
In het tweede scenario is er gekeken naar de mogelijkheid om zonder een extra kabel de huidige infrastructuur te maximaliseren. Dit scenario bestaat uit het plaatsen van additionele voorzieningen op het eiland voor onderhouds- en storingssituaties. Daarnaast vereist dit scenario gedragsaanpassingen van de eilandbewoners en maatregelen omtrent de veerdienstregeling om de energievraag binnen de capaciteit van de huidige kabel te houden. Hoewel dit scenario ecologische verstoringen beperkt, kan het de bereikbaarheid en leefbaarheid van het eiland beïnvloeden wat nadelige gevolgen heeft voor bewoners, ondernemers en bezoekers van Vlieland. Ook hier is verder onderzoek nodig om de economische en sociale gevolgen van dergelijke maatregelen beter te begrijpen. Het derde scenario focust op de verduurzaming van de veerdienst door het gebruik van biobrandstoffen. Met het gebruik van biobrandstoffen voor de veerdienst blijft er meer ruimte vrij op de bestaande kabel. Dit biedt echter geen garantie voor de toekomst, waardoor aanvullende maatregelen of een extra kabel alsnog nodig kunnen zijn. Daarnaast is de overstap naar
biobrandstoffen niet voldoende om de klimaatdoelen voor 2050 te halen, waardoor verdere verduurzaming nodig is. De analyse van de drie scenario's laat zien dat er een balans gevonden moet worden tussen ecologische bescherming en energiezekerheid op Vlieland. Hoewel het aanleggen van een extra kabel de meest stabiele en toekomstbestendige oplossing lijkt, kan dit ten koste gaan van het kwetsbare ecosysteem. De alternatieven, die de ecologische impact beperken, vereisen echter ingrijpende veranderingen in gedrag en infrastructuur op het eiland, en bieden geen langdurige zekerheid voor de groeiende energievraag. Dit wijst op de noodzaak voor verdere studies om zowel ecologische als sociale en economische implicaties grondig te evalueren voordat er een beslissing wordt genomen. Naast de drie onderzochte scenario’s zijn er mogelijk nog andere alternatieven scenario’s die verder onderzocht moeten worden. Aanvullende scenario’s kunnen nieuwe inzichten bieden die helpen bij het balanceren van ecologische, economische en sociale belangen.
2
BELANGRIJKSTE INZICHTEN CASUS VLIELAND Beschikbare onderzoeken geven geen eenduidig beeld dat de aanleg van een kabel tot biodiversiteitsverlies leidt op de langere termijn
Minimale norm voor bereikbaarheid: garanderen dat mensen op één dag van en naar het eiland kunnen (dagbezoek)
• Er zijn verscheidende onderzoeken gedaan naar de effecten op biodiversiteit door menselijke verstoring op de zeebodem. Deze onderzoeken bieden onvoldoende inzichten om mogelijk permanente ecologische schade op biodiversiteit vast te stellen of uit te sluiten.
• Gedragsverandering is onvermijdelijk voor de overgang naar een duurzamere samenleving. Het laag houden van de energievraag op Vlieland is echter een collectieve verantwoordelijkheid van alle belanghebbenden. De bewoner van Vlieland moet niet probleemeigenaar worden gemaakt.
• Koppelkans: neem natuur-positieve oplossingen op als gunningscriteria bij de aanbesteding voor de aanleg van een kabel. Zo kunnen voldoende mitigerende en herstellende maatregelen worden genomen vanuit innovatie uit de markt.
• Een 5 minuten langere overtocht hoeft geen probleem te zijn. Een minimale norm voor bereikbaarheid, zoals de garantie van een dagbezoek, is essentieel om nadelige gevolgen voor bewoners, bezoekers en ondernemers te voorkomen. Denk aan een monteur die in één dag vanaf wal moet komen.
Seinen op groen voor elektrificeren van de veerdienst
Energievoorziening vraagt meer dan een kabel: overgangsoplossingen, capaciteitsuitdagingen en netwerkzekerheid
• Onderzoeken tonen aan dat elektrificatie van de veerdienst een substantiële verbetering van de milieu-impact teweegbrengt. Elektrificatie lijkt dan ook een essentiële stap om de duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken.
• Met volledige elektrificatie stijgt de energievraag van Vlieland verder en daarmee ook de druk voor de aanleg van een extra kabel of een alternatieve oplossing.
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
• Ongeacht de keuze voor toekomstige energie-infrastructuur op Vlieland zal er tot de capaciteit gereed is een overgangsperiode zijn waarin alternatieve voorzieningen nodig zijn om aan de toenemende energievraag te voldoen en betrouwbaarheid op het netwerk te garanderen, zoals noodvoorziening. • De capaciteit van het onderstation op vaste wal is momenteel nog onvoldoende en het oplossen van de congestieproblemen is een urgente kwestie die tijdens de transitieperiode aandacht vereist.
3
INHOUDSOPGAVE
1 2 3 4 5 6 Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Impactstudie Vlieland
Pagina 5
Introductie vraagstukken
Pagina 9
Analyse vraagstukken
Analyse scenario’s
Inzichten casus Vlieland
Annex: methodologie & bronvermelding
Pagina 14
Pagina 31
Pagina 42
Pagina 44
4
Impactstudie Vlieland
01
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
5 5
INLEIDING Door de bril van Brede Welvaart kijken naar het vraagstuk van de toekomst van de energie-infrastructuur op Vlieland Het vormgeven van de energietoekomst van Nederland is niet alleen een technische uitdaging, maar het vraagt ook om een brede blik op het creëren van maatschappelijke waarde. Het is essentieel om te sturen op brede welvaart in de energietransitie. De energietransitie moet niet alleen gericht zijn op het reduceren van CO2-uitstoot, maar ook op het waarborgen van gelijke toegang voor iedereen tot betrouwbare, betaalbare en duurzame energie. Dit vereist een holistische benadering die rekening houdt met economische, sociale en ecologische aspecten om zo een rechtvaardige en inclusieve energietoekomst te realiseren. Om deze reden staan Alliander, het Ministerie I&W, Provincie Friesland en Gemeente Vlieland momenteel voor een ingewikkelde vraag rondom de aanleg van energie-infrastructuur op Vlieland. Vanwege de toenemende energievraag op het eiland is de huidige energie-infrastructuur binnenkort niet meer voldoende. Volgens het standaard protocol heeft Vlieland recht op een extra kabel om aan de energievraag te voldoen.
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Alleen, is het aanleggen van een nieuwe kabel door het wad, maatschappelijk gezien, wel de beste keuze? Of zijn er betere alternatieven? En wat betekent in dit geval ‘beter’? Ofwel, de vraag die zich aandient, luidt: Wat is maatschappelijk gezien de beste investering in de energieinfrastructuur op Vlieland? Het antwoord op deze vraag is ook van belang voor de Waddeneilanden Terschelling en Ameland, waar zich een vergelijkbare situatie voordoet. Om deze vraag te beantwoorden, hebben Alliander, Provincie Friesland en Ministerie I&W Impact Institute gevraagd om een impactstudie uit te voeren naar de nieuwe energie-infrastructuur van Vlieland, met input van vertegenwoordigers van de Gemeente Vlieland. Het voorliggend rapport geeft inzicht in het doorlopen proces en de resultaten van deze impactstudie. Het doel van deze studie is om inzicht te geven in de afwegingen die gemaakt moeten worden voor Vlieland en deze waar mogelijk te scoren op maatschappelijke effecten, zodat de partijen een weloverwogen keuze kunnen maken die het beste is voor mens én natuur.
In opdracht van:
Met inbreng van:
6
DOEL & DOORLOPEN STAPPEN Het doel van de impactstudie is om inzicht te krijgen in de risico’s van de relevante scenario’s Doel van de impactstudie Het doel van deze impactstudie is om de afwegingen voor de casus Vlieland inzichtelijk te maken en de daaruit afgeleide scenario’s, waar mogelijk, te scoren op hun maatschappelijke impact. Deze studie trekt geen conclusies over de keuzes die gemaakt moeten worden, maar ondersteunt in het maken van een keuze vanuit het perspectief van brede welvaart in plaats van individuele belangen. Aanpak Om de scope van de studie te bepalen en de relevante scenario’s en factoren te identificeren is deskresearch gedaan en zijn verschillende stakeholders geïnterviewd. Tijdens het proces is er veel tijd en aandacht besteed aan stakeholdermanagement, waarbij het essentieel was om betrokkenen mee te nemen in de achterliggende gedachten en gedeelde opgave. Dit zorgde ervoor dat er minder ruimte is geweest binnen het project om data te verzamelen voor een kwantitatieve scoring van de scenario’s. De focus van dit rapport is daarom gelegd op het naast elkaar leggen van de verschillende vraagstukken en het samenbrengen van de verschillende perspectieven en eerder uitgevoerd onderzoek. Waar mogelijk zijn de impacts gekwantificeerd, maar er is ook veel kwalitatief beschreven. Het rapport bestaat uit twee delen: •
Vraagstukken: de onderliggende vraagstukken in de casus Vlieland worden eerst verder uitgediept om de afwegingen inzichtelijk te maken en de afhankelijkheden bloot te leggen.
•
Scenario’s: Op basis van gesprekken met betrokken stakeholders zijn er drie toekomstige scenario’s geselecteerd om naast elkaar te zetten en te scoren op de maatschappelijke impact (zie Annex I voor toelichting op de scenario’s).
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Doorlopen stappen: 1.
Deskresearch & interviews met een aantal stakeholders
2.
Scoping: keuze van scenario’s en impacts
3.
Data-analyse: kwantitatief en kwalitatief
4.
Uitwerking & rapportage
Scopingsessies Scope vastgelegd
Kick-off
1 Mei 2024
2
Eindrapportage
3
4 november 2024
7
WAAROM EEN IMPACTSTUDIE? Een impactstudie biedt inzichten in brede welvaart door kwantitatieve en kwalitatieve analyse Een impactstudie biedt inzicht in de brede waarde en gevolgen van een project of activiteit. Het helpt om te begrijpen welke effecten een project heeft op verschillende dimensies van brede welvaart, waaronder milieu, sociale aspecten, en economische vooruitgang. Door impact te meten, kan men zien welk verschil wordt gemaakt in de samenleving en hoe dit zich verhoudt tot een referentiescenario: wat zou er gebeuren zonder het project? Of wat zou er gebeuren ten opzichte van een alternatief scenario? Dit biedt waardevolle informatie voor besluitvorming en het maken van investeringsvoorstellen. Bij de impactmeting wordt gekeken naar de effecten op verschillende kapitalen, zoals financieel, natuurlijk en sociaal kapitaal. Daarnaast wordt de impact op diverse stakeholders meegenomen, waaronder ook gemeenschappen en het milieu, om zo een breed beeld van de waardecreatie te krijgen. Een impactstudie kan zowel kwantitatief als kwalitatief worden uitgevoerd. In kwantitatieve analyses worden data en cijfers gebruikt om effecten te meten, wat Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
resulteert in een concreet inzicht in bijvoorbeeld CO₂reductie, kostenbesparing, of werkgelegenheid. Om deze verschillende impacts vervolgens beter met elkaar te kunnen vergelijken, kunnen deze gemonetariseerd worden. Dit type analyse is zeer geschikt wanneer er voldoende data beschikbaar is om trends en veranderingen in detail te kunnen berekenen. Aan de andere kant kan een impactstudie ook kwalitatief van aard zijn. In dergelijke gevallen ligt de nadruk meer op het verkennen van mogelijke effecten zonder harde cijfers te gebruiken. Dit is vooral nuttig in de verkennende fase van een project, wanneer de focus ligt op het verkrijgen van inzicht in welke thema’s belangrijk zijn om dieper op in te gaan. Een kwalitatieve impactstudie kan helpen om prioriteiten te stellen en risico's of kansen te identificeren die met meer gedetailleerde analyses onderzocht kunnen worden. Of de impactstudie nu kwantitatief of kwalitatief is, het centrale doel blijft hetzelfde: het bieden van een onderbouwd verhaal over de maatschappelijke waarde van een project of scenario, zodat betrokkenen betere, duurzame keuzes kunnen maken.
Aanpak impactstudie Frame
Doelbepaling voor het opstellen van de impactmeting
Scope
Bepalen materiële impacts voor impactmeting
Meting en waardering
Verzamelen van best mogelijke data Waar mogelijk kwantificeren en monetariseren van impacts
Verslaglegging
Interpretatie resultaten en verslaglegging
Toepassen
Sturen op het vergroten van positieve impact en verkleinen van negatieve impact
8
Introductie vraagstukken “Het is eigenlijk heel simpel…” De casus Vlieland opgedeeld in deelvraagstukken
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
02
9 9
CASUSBESCHRIJVING | ENERGIE-INFRASTRUCTUUR VLIELAND Het is eigenlijk heel simpel… of toch niet? Huidige situatie Momenteel is Vlieland met 1 elektriciteitskabel van 8,8 MW verbonden met het vasteland. Voor storingen of onderhoud zijn er noodaggregaten aanwezig op het eiland met een capaciteit van 2,2 MW. Vanwege deze capaciteit is de benutbare capaciteit van de kabel ook 2,2 MW. Toenemende energievraag & concessie veerdienst De energievraag op Vlieland neemt sterk toe, mede door de transitie naar aardgasvrije verwarming in gebouwen en andere volledig elektrische oplossingen (zie Annex I voor toelichting). Er is een sterke behoefte om de huidige energievoorziening op Vlieland te verduurzamen, wat betekent dat er gekeken moet worden naar alternatieven voor aardgas en andere fossiele brandstoffen. Zo wordt er ook gekeken naar het verduurzamen van de veerdienst. De opkomende concessie voor de veerdienst naar Vlieland en Terschelling gaat in 2029 van kracht en biedt een kans om te kijken naar duurzamere vervoersopties. Ministerie I&W is momenteel bezig om de concessievoorwaarden op te stellen. Zo wordt er gekeken naar de mogelijkheid voor het elektrificeren van de veerdienst, wat ook de Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
vraag naar elektriciteit aanzienlijk zou verhogen. Huidige capaciteit onvoldoende De warmtetransitie en het elektrificeren van de veerdienst maakt dat de huidige capaciteit van 2,2 MW onvoldoende is voor de toekomst. Om de aansluiting van het eiland te verhogen kan de huidige kabel volledig benut worden tot 8,8 MW. Met het volledig benutten van de kabel is er echter onvoldoende capaciteit om aan de energievraag te voldoen tijdens onderhoud en storingen. Leg een extra kabel en klaar? De standaard aanpak voor dit probleem is het leggen van een extra kabel voor redundantie. Het leggen van een kabel van het vaste land naar Vlieland verstoort echter het kwetsbare ecosysteem van de Waddenzee. Betrokken partijen hebben de intentie uitgesproken om zich samen in te spannen om extra kabels door het Wad te vermijden en te onderzoeken welke alternatieven er mogelijk zijn. Alternatief scenario binnen huidige kabel Vanuit deze intentie heeft onderzoeksbureau DEP
(onderdeel van Alliander) een alternatief scenario onderzocht waarin het leggen van een extra kabel voorkomen wordt. Het onderzoek laat zien dat dit scenario mogelijk is, mits de piekvraag laag wordt gehouden door het implementeren van maatregelen zoals aanpassing aan de dienstregeling, uitschakelen van grootverbruikers op piekmomenten en gedragsaanpassingen om de energievraag structureel te verlagen. Hoewel deze oplossing verstoring van het Wad voorkomt, vraagt het meer van de bewoners van Vlieland en kan het indirecte gevolgen hebben voor de economische activiteiten op het eiland. Niet zo simpel Wat op het eerste gezicht simpel lijkt, is dus een complex vraagstuk met vele belanghebbenden en afhankelijkheden. De energietransitie vereist ingrijpende veranderingen, maar welke aspecten hebben de hoogste prioriteit? Om samen vooruit te kunnen, moeten de verschillende partijen een gezamenlijk begrip ontwikkelen van de complexiteit van het vraagstuk. Dit doen we door het vraagstuk op te breken in een aantal onderliggende vraagstukken. 10
CASUS VLIELAND | 4 VRAAGSTUKKEN De aanleiding van Casus Vlieland is een groeiende energievraag, wat verschillende vraagstukken oproept
1. Hoe erg is het om een kabel door een natuurgebied te leggen?
2. Hoe ga je om met storings- en onderhoudscapaciteit?
3. Wat levert het elektrificeren van de veerboot op en wat vraagt het?
4. Hoe raakt dit vraagstuk de bewoners van Vlieland?
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
11
ANALYSE VRAAGSTUKKEN| TIJDSPERIODE De verschillende onderliggende vraagstukken worden bekeken vanuit het lange termijn perspectief
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Concessie
2026
Wadkabel
Scope tijdsperiode analyse Binnen de analyses die zijn uitgevoerd in dit rapport, worden de verschillende onderliggende vraagstukken bekeken vanuit een toekomstperspectief waarin de infrastructuur volledig operationeel is. Dit perspectief maakt het mogelijk om de lange termijn effecten inzichtelijk te maken en verschillende keuzes met elkaar te vergelijken.
Echter, vanwege de lange doorlooptijd van het aanleggen van een kabel, zal er ongeacht de keuze voor infrastructuur een transitieperiode zijn. Tijdens deze transitieperiode, zal de energievraag op het eiland opgevangen moeten worden door middel van alternatieve voorzieningen. De transitieperiode kan opgevangen worden door de inzet van tijdelijke energieopwekkingssystemen, zoals mobiele generatoren of extra energieopslagfaciliteiten, die flexibel en
schaalbaar zijn om aan de groeiende vraag te voldoen. Daarnaast is er op het moment ook een congestierisico waarbij het elektriciteitsnet, zelfs wanneer de eventuele extra wadkabel operationeel is, mogelijk nog niet toereikend is om voldoende energie te transporteren. Het oplossen van de congestie is een voorwaarde voor het volledig kunnen benutten van de toekomstige energieinfrastructuur op het eiland en vraagt daarom aandacht.
2029 Huidige concessie
Gunning nieuwe concessie
Nieuwe concessie Implementatieperiode nieuwe concessie
Voorbereiding aanleg wadkabel
Aanleg fase
Exploitatiefase wadkabel
Overige voorzieningen
Tijdlijn casus Vlieland De vraag rondom de energie-infrastructuur op Vlieland gaat over het vinden van een lange termijn oplossing voor de toekomstige energievraag. De keuzes die gemaakt worden voor de energie-infrastructuur hebben echter op de korte termijn invloed op de concessie van de veerdienst van Vlieland. De huidige concessie van de veerdienst van Vlieland eindigt in 2029 waarna een nieuwe concessie start met een looptijd van 15 jaar. Daarnaast is de doorlooptijd voor het aanleggen van een additionele kabel ongeveer 10 jaar. Dit betekent dat keuzes rondom de energie-infrastructuur tijdig gemaakt moeten worden om de benodigde infrastructuur tijdig te realiseren.
Focus analyse Transitieperiode tot wadkabel operationeel is
12
ANALYSE VRAAGSTUKKEN |WAARDEKETEN STAPPEN Binnen de analyse wordt er voornamelijk gekeken naar lokale milieu-effecten In de analyse van de verschillende vraagstukken en scenario’s is ervoor gekozen om de focus te leggen op de operationele fase. Binnen de analyse wordt er voornamelijk gekeken naar lokale milieu-effecten die gerelateerd zijn aan het gebruik van de infrastructuur zoals emissies en geluid- en stankoverlast. Aangezien de infrastructuur een lange levensduur heeft, zullen de milieu-effecten naar verwachting het meest significant zijn de operationele fase, met uitzondering van de wadkabel, waar de impact zich vooral tijdens de installatie zal voordoen. Hoewel de focus op de operationele fase waardevolle inzichten biedt, zijn er beperkingen aan deze benadering. De keuze om de grondstof- en productiefase buiten beschouwing te laten betekent dat belangrijke milieu-effecten die optreden tijdens de winning van materialen, productie en transport van de infrastructuur niet volledig worden meegenomen in de analyse. Deze fasen kunnen aanzienlijke ecologische voetafdrukken hebben, zoals de uitstoot van broeikasgassen, gebruik van schaarse materialen en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Een volledige levenscyclus analyse, inclusief effecten van grondstof winning, productie, transport en end-of-life, vereist gedetailleerde informatie over keuzes in materiaal, productieprocessen en recyclingprocessen. De keuze van materialen heeft een aanzienlijke invloed op de ecologische impact en kan sterk variëren. Omdat dit project nog in een verkennende fase is en deze keuzes nog niet definitief zijn gemaakt, is er momenteel geen concrete data beschikbaar om de ecologische voetafdruk
van de gehele waardeketen nauwkeurig te berekenen. Het verzamelen van deze gegevens en het uitvoeren van een dergelijke analyse is binnen het huidige project niet haalbaar. Deze analyse kan worden uitgevoerd in een volgende fase, wanneer de materiaalkeuzes zijn vastgelegd, of als een aparte analyse waarin diverse materiaalopties worden vergeleken.
Niet in scope Winning grondstoffen en materialen
Productie
In scope
Transport
Installatie
Niet in scope
Gebruik
End-of-life Afval en recycling
13
Analyse vraagstukken Verdieping van de deelvraagstukken
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
03
14 14
VRAAGSTUK 1 | KABEL DOOR HET WAD Hoe erg is het om een kabel door een natuurgebied te leggen? De huidige capaciteit van 2,2 MW is onvoldoende voor Vlielands toekomstige energievraag, waardoor de aansluiting vergroot moet worden. Hoewel de huidige kabel tot 8,8 MW benut kan worden, biedt dit onvoldoende capaciteit tijdens onderhoud en storingen. Normaal gesproken zou dit betekenen dat er extra kabels naar het eiland worden aangelegd, maar dit zou een kwetsbaar natuurgebied in de Waddenzee doorkruisen, met mogelijke schade aan de ecosystemen.
Intentieverklaring Wadden In 2023 ondertekenden de provincie en de netbeheerder een verklaring waarin afgesproken is om zich in te zetten om het leggen van extra kabels door de Waddenzee te voorkomen en alternatieven mogelijkheden gezamenlijk te onderzoeken met oog op maatschappelijke baten en kosten. Onderzoek van onderzoeksbureau DEP toont aan dat een alternatief scenario haalbaar is, mits er voorzieningen op het eiland worden geplaats voor onderhoud en storingssituaties, en er maatregelen genomen worden om de piekvraag laag te houden, zoals mogelijke aanpassingen aan de dienstregeling en gedragsmaatregelen voor het collectief verlagen van de warmtevraag op Vlieland. Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Afweging verstoring Wad en leefbaarheid Vlieland In dit vraagstuk moet een afweging worden gemaakt tussen de negatieve effecten op het ecosysteem door het leggen van een kabel, en de impact op bewoners, bezoekers en lokale ondernemers door de benodigde maatregelen om de energievraag binnen de capaciteit van de huidige kabel te houden. Als de energievraag blijft groeien en de huidige kabelcapaciteit ontoereikend blijkt te zijn, ondanks de getroffen maatregelen, kan het alsnog noodzakelijk zijn een extra kabel te installeren. Daarnaast is de betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid van de energieaansluiting in het alternatieve scenario ook cruciaal. Centraal in de keuze voor het leggen van een kabel of het plaatsen van alternatieve voorzieningen staat de impact op het lokale ecosysteem door het aanleggen van een kabel. De precieze effecten op het Wad door het leggen van een kabel zijn nog weinig onderzocht en moeilijk in kaart te brengen. De volgende pagina’s gaan uitgebreider in op beschikbare informatie om de impact door verstoring van lokale ecosystemen in kaart te brengen.
Wat is er al gedaan om inzicht te krijgen in dit vraagstuk en hoe is dit hierin meegenomen? •
Liander heeft in 2020 een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren naar de kabel naar Vlieland, wat een beoordeling op natuur en morfologie bevatte. Dit onderzoek is meegenomen in de analyse, maar de nadruk ligt vooral op bevindingen uit onafhankelijke studies als belangrijkste bron van onderbouwing.
•
Onderzoeksbureau DEP heeft in 2023 een scenariostudie gedaan naar de mogelijkheid tot verduurzaming op Vlieland zonder aanleg van een extra kabel. Het onderzoek van DEP vormt een belangrijk uitgangspunt voor het scenario zonder extra kabel.
Geen extra kabel
Wel extra kabel
Geen effect op biodiversiteit door verstoring lokale ecosystemen
Risico op afname biodiversiteit door verstoring lokale ecosystemen
Maatregelen om piekvraag te verkleinen hebben invloed op leefbaarheid Vlieland
Geen maatregelen nodig die leefbaarheid op Vlieland beïnvloeden
Minimale toekomstige beschikbaarheid energieaansluiting
Voldoende toekomstige beschikbaarheid energieaansluiting*
Geen kosten voor aanleg kabel en infrastructuur
Kosten voor aanleg kabel en infrastructuur
Alternatieve noodvoorziening nodig op het eiland (incl. kosten en milieu-effecten)
Huidige noodvoorziening kan worden verwijderd van het eiland
* Mits er geen congestie is en de bovenliggende infrastructuur voldoende capaciteit biedt Negatief effect
Positief effect
Geen effect
15
DEEP DIVE: IMPACT AANLEG EXTRA KABEL (1/6) Onderzoek naar de ecologische en economische impact van mogelijke kabeltracés naar Vlieland Voor het aanleggen van een additionele kabel naar Vlieland zijn momenteel twee tracés mogelijk. De eerste optie is een kabel door het Waddengebied vanaf het vasteland direct naar Vlieland (Waddenzeetracé). De andere optie is om een verbinding te leggen van Terschelling naar Vlieland, waarbij de kabel door de Noordzeekustzone en Noordzee wordt gelegd (Noordzeetracé). De Waddenzee en de Noordzeekustzone zijn beide Natura 2000 gebieden. De exacte locatie van de tracés is nog niet vastgesteld, waardoor het voor het tracé via Terschelling nog niet volledig duidelijk is welk deel door het Natura 2000gebied loopt en welk deel door de Noordzee. Noordzeetracé: van Terschelling naar Vlieland
Waddenzeetracé: van vasteland naar Vlieland
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Om het effect op biodiversiteit van het aanleggen van een kabel in kaart te brengen en de gerelateerde maatschappelijke kosten te berekenen, zijn de volgende stappen nodig: •
Het identificeren van relevante habitats en soorten per tracé
•
Het analyseren van verstoringsbronnen waarbij de ernst en de duur van de verstoring in kaart wordt gebracht
•
Het identificeren van potentiële impacts (korte en lange termijn effecten) die door de verstoring die plaatsvinden
•
Het berekenen van maatschappelijke kosten van deze effecten op basis van de ecologische en economische waarde van deze gebieden.
Weergave van Natura 2000-gebied rondom Vlieland
De volgende pagina’s geven nadere toelichting op de huidige informatie die beschikbaar is voor het berekenen van de effecten per mogelijk tracé in de casus Vlieland.
16
DEEP DIVE: IMPACT AANLEG EXTRA KABEL (2/6) Welke ecosystemen doorkruisen de mogelijke tracés voor het leggen van een kabel? Habitats, ecosystemen en economische zones per tracé De Waddenzee en de Noordzeekustzone rondom Vlieland zijn beide Natura 2000 gebieden. Beide zones zijn kwetsbare gebieden met een unieke ecologische waarde. Het Waddenzeetracé doorkruist het Waddenzeegebied. Het Noordzeetracé doorkruist de Noordzee en Noorzeekustzone. De effecten in de Noordzee zijn over het algemeen minder groot, doordat de biodiversiteit daar minder kwetsbaar is en habitats minder gevoelig zijn voor verstoring.[1,2] De Noordzeekustzone daarentegen omvat wel kwetsbare gebieden, die gevoeliger zijn voor ecologische schade. In de tabel in een vergelijking gemaakt tussen de twee tracés op de aanwezigheid van verschillende habitats rondom de tracés. De aanwezigheid is ingeschat op basis van de aanwezigheid van verschillende habitats zoals weergeven op de beschikbare kaarten van het beheerplan Natura 2000.[3,4,5] De aanwezigheid van habitats, ecosystemen en economische zones betekent dat er een risico van doorkruising bestaat tijdens het aanleg van de kabel wat een negatief effect kan hebben op de biodiversiteit in deze gebieden.
Op basis van de beschikbare kaarten lijkt het risico op doorkruising van kwetsbare gebieden binnen het Waddenzeetracé groter door de grotere aanwezigheid en diversiteit aan habitats in het Waddenzeegebied. De werkelijke verstoring en schade die plaatsvindt per tracé zal echter sterk afhankelijk zijn van verschillende factoren: •
•
•
•
•
Exacte locatie van het tracé: Aangezien de exacte tracés nog niet zijn vastgesteld, blijft het onzeker welke specifieke habitats worden doorkruist, wat een grote rol speelt in de uiteindelijke schade. Type doorkruiste habitat: Sommige habitats zijn minder gevoelig voor verstoring of hebben een beter vermogen om zich te herstellen na verstoring, wat invloed heeft op de langdurige gevolgen van de aanleg. Mitigerende maatregelen: Het gebruik van technieken die de verstoring minimaliseren, zoals minder invasieve aanlegmethoden, kan de impact aanzienlijk verminderen. Timing van de aanleg: De ecologische schade kan worden beperkt door de werkzaamheden buiten gevoelige periodes te plannen, zoals het broedseizoen van vogels of de voortplantingsperiode van zeezoogdieren en vissen. Duur van de werkzaamheden: Langdurige verstoringen kunnen leiden tot grotere ecologische schade, terwijl korte, efficiënt uitgevoerde projecten de impact beperken.
Aanwezig
Niet aanwezig
Waddenzeetracé
Noordzeetracé
Waddenzeegebied
Noordzee en Noordzeekustzone
Aanwezigheid habitats, ecosystemen en economische zones [3,4,5] Permanent overstroomde zandbanken (H110) Slik- en zandplaten (H1140) Kwelders Mosselbanken Schelpdierpercelen Zeehondenligplaatsen Hoogwatervluchtplaatsen Kolonies broedvogels Sterns Schelpenwingebied Garnalenvisserij
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
17
Inschatting van de aanwezigheid van habitats, ecosystemen en economische zones is gemaakt op basis van verschillende bronnen en kaarten. Zie Annex II voor meer informatie en bijhorende kaarten.
DEEP DIVE: IMPACT AANLEG EXTRA KABEL (3/6) Wat is het effect van de aanleg van een kabel op de biodiversiteit in het lokale ecosysteem?
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
De lange termijn effecten van een kabel kunnen variëren. In sommige gevallen kunnen permanente verandering in het habitat optreden, zoals veranderingen in sedimentstructuur of hydrologie. Deze veranderingen kunnen de soortenrijkdom in het gebied beïnvloeden. Hoewel er aanwijzingen zijn dat de meeste ecosystemen zich kunnen herstellen na een kortdurende verstoring is er op dit moment onvoldoende onderbouwing om permanente effecten op biodiversiteit door verstoring in kwetsbare natuurgebieden uit te sluiten.[6,7,8] Figuur 1 geeft een schets van de mogelijke effecten op basis van beschikbare data. Hierbij wordt een ‘best case’ scenario gegeven waarbij de biodiversiteit volledig hersteld, en een ‘worst case’ scenario waarbij er permanente vermindering van biodiversiteit plaatsvindt. Meer onderzoek en monitoring is nodig om de lange
termijn effecten per ecosysteem te identificeren. De mate van verstoring is sterk afhankelijk van de route, begraaftechnieken en de periode waarin de kabel wordt aangelegd. Daarom is het ook van belang om een zorgvuldige planning te maken en zo kwetsbare periodes, zoals broedseizoen van vogels en zeehonden, te vermijden. Tot slot toont onderzoek aan dat de meest schadelijke gevolgen optreden bij herhaaldelijke verstoring van de bodem en het omringende gebied.[7,8] Daarom is het essentieel om inzicht te krijgen in de activiteiten die in het gebied plaatsvinden en na te gaan of verstoringen kunnen worden beperkt door werkzaamheden geconcentreerd in één keer uit te voeren. Figuur 1. Schets van mogelijke effecten op biodiversiteit door leggen kabel
100% 80% (% van totale populatie)
Tijdens de aanlegfase treden directe verstoringen op door de werkzaamheden. Dit omvat bijvoorbeeld verstoring van de zeebodem, vertroebeling van het water, geluidsoverlast en trillingen.[6] Deze verstoringen hebben invloed op bodemdieren[7] en kunnen het gedrag van vissen, vogels en andere zeezoogdieren beïnvloeden. Het effect van verstoring lijkt sterker te zijn in een laagdynamisch ondiepe gebieden, deze gebieden komen
meer voor in de Waddenzee in vergelijking met de Noordzee.[7] Na de directe verstoringen tijdens de aanlegfase zal een herstelperiode plaatsvinden. Dit proces kan variëren van enkele dagen tot jaren, afhankelijk van de mate van verstoring, het type ecosysteem en soort organisme.[7,8]
Afname biodiversiteit in tracégebied
De effecten van het aanleggen van een kabel door het Waddengebied of de Noordzee is afhankelijk van welke ecosystemen het doorkruist, de duur en oppervlakte van de verstoring, en het moment van verstoring. De ecologische gevolgen van werkzaamheden in kwetsbare gebieden zoals het Waddengebied zijn nog niet veel onderzocht. Om een betere inschatting te maken over de mogelijke korte- en lange termijn effecten moet er meer onderzoek gedaan worden (op basis van voor- en nametingen) naar de effecten binnen de verschillende periodes van het proces van het aanleggen van een kabel. Beschikbare studies geven wel eerste inzichten over de mogelijke effecten op biodiversiteit door verstoring die plaatsvinden tijdens de verschillende fases.
60% 40% 20% 0%
Aanlegfase kabel (1 maand) Herstelperiode na aanleg kabel (1 maand tot 1 jaar)
Operatiefase kabel (tot 1 jaar)
Tijdsperiode (aanleg en operatie kabel)
18
DEEP DIVE: IMPACT AANLEG EXTRA KABEL (4/6) Wat is de waarde van de ecosystemen in de Waddenzee en Noordzee? Om de maatschappelijk kosten van de verstoring van een natuurgebied te berekenen is het van belang de ecosysteemdiensten die het gebied levert, en de economische waarde daarvan, in kaart te brengen. Ecosysteemdiensten zijn de voordelen die mensen ontvangen vanuit natuurlijke ecosystemen. Ze kunnen worden verdeeld in verschillende categorieën, zoals provisioning services, regulating services, supporting services en cultural services.[9] Voor het berekenen van de waarde van ecosysteemdiensten zijn de volgende stappen nodig: 1)
Identificeren van de aanwezige ecosystemen rondom het tracé van de kabel.
2)
Het identificeren van de specifieke ecosysteemdiensten die voort komen uit de verschillende ecosystemen.
3)
4)
De ecosystemen rondom de twee mogelijke tracés zijn verbonden aan verschillende ecosysteemdiensten. Enkele studies hebben een deel van deze ecosysteemdiensten in kaart gebracht en onderzocht wat de economische waarde is van deze ecosysteemdiensten.[10, 11] De gevonden waardes zijn gebaseerd op het hele gebied. Om te berekenen hoeveel de waarde per hectare is in een specifiek gebied is er additionele data nodig over het aantal hectare binnen de Wadden- of Noordzee dat bijdraagt aan een specifiek ecosysteemdienst. Daarnaast is de data van over de Waddenzee en de Noordzee ook niet direct vergelijkbaar, gezien deze van verschillende studies komt met verschillende onderliggende methodiek. Bijvoorbeeld om de economische waarde van recreatie en
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Figuur 2 geeft een voorbeeld van de vertaling van ecosystemen naar economische waarde van ecosysteemdiensten. Op de volgende pagina is er een uitgebreider overzicht van de ecosystemen rondom de mogelijke tracés. Dit overzicht laat zien dat er nog niet voor elke ecosysteemdienst een economische waarde bekend is, daarom is er onvoldoende informatie om de maatschappelijke waarde van het Waddengebied en de Noordzeekustzone te berekenen en de maatschappelijke kosten van verstoring van ecosystemen.
Figuur 2. Stappen in het berekenen van de waarde van ecosysteemdiensten
Economische waarde ecosysteemdiensten [10, 11]
Kwantificeren van de ecosysteemdiensten; Bij het kwantificeren kan er bijvoorbeeld gekeken worden naar de hoeveelheid toeristen dat het gebied trekt, hoeveel vis wordt er gevangen of hoeveel CO2 wordt er opgeslagen in het gebied. Waarderen van ecosysteemdiensten. De kwantitatieve inschatting kan vervolgens gewaardeerd worden. Dit kan bijvoorbeeld door de marktwaarde (bijvoorbeeld de inkomsten uit visserij of toerisme) of bijvoorbeeld door wat mensen zouden willen betalen voor behoud van een natuurgebied.
toerisme met elkaar te vergelijken is het van belang dat dezelfde inkomstenbronnen worden meegenomen. Op dit moment is deze data nog onvoldoende beschikbaar.
Waddenzee
1
Habitats en ecosystemen
Ecosysteemdiensten
Zeehondenligplaatsen* (H1364, H1365)
Recreatie en toerisme
2
(2400 km² )
Noordzee (59,211 km² )
EUR/jaar **
EUR/jaar **
311 mln
877 mln
3 4 *Zeehondenligplaatsen is één van meerdere ecosystemen dat bijdraagt in recreatie en toerisme ** De cijfers zijn gecorrigeerd voor inflatie en weergeven in 2024-waarden
19
DEEP DIVE: IMPACT AANLEG EXTRA KABEL (5/6) De ecosystemen in de Waddenzee en Noordzeekustzone leveren verschillende ecosysteemdiensten aan de maatschappij Figuur 3. De economische waarde van ecosysteemdiensten in de Waddenzee en Noordzee In Figuur 3 zijn eerst de verschillende habitats en ecosystemen geïdentificeerd die voorkomen in de gebieden rondom de twee mogelijke tracés. Vervolgens zijn de bijbehorende ecosysteemdiensten in kaart gebracht. Meerdere habitats en ecosystemen kunnen bijdragen aan één of meerdere ecosysteemdiensten. Twee studies hebben de economische waarde van de verschillende ecosysteemdiensten in kaart gebracht.[10, 11] Uit deze studies blijkt dat recreatie en toerisme de grootste economische waarde leveren voor de maatschappij. De economische waarde per km² is hoger in de Waddenzee dan in de Noordzee. Schade aan de Waddenzee kan daardoor aanzienlijke maatschappelijke kosten met zich meebrengen. Echter, voor een volledige analyse en vergelijking is meer inzicht nodig in hoeveel km² specifiek bijdraagt aan de economische waarde per gebied.
In de bepaling van de waarde van de ecosystemen richten deze studies zich uitsluitend op de economische waarde van ecosysteemdiensten. Daarmee wordt de intrinsieke waarde van natuur, die bestaat uit onder andere het behoud van biodiversiteit, de esthetische waarde, of het recht van de natuur om te bestaan, buiten beschouwing gelaten. Toch biedt deze methode een nuttig startpunt om de waarde van natuur in kaart te brengen. Het kan gezien worden als een ondergrens in het waarderen van de natuur, waarbij de economische waardebepaling helpt om het belang van natuurbehoud te onderbouwen in discussies waar economische afwegingen domineren. De waardebepaling geeft inzicht in hoe aantasting van ecosystemen kan leiden tot maatschappelijke kosten. Echter, om een volledig beeld te krijgen van de waarde van natuurgebieden, zouden ook niet-economische aspecten meegewogen moeten worden in de besluitvorming.
Economische waarde ecosysteemdiensten [10, 11] Habitats en ecosystemen
Permanent overstroomde zandbanken (H110) Slik- en zandplaten (H1140) Kwelders
Mosselbanken
Ecosysteemdiensten
Hoogwatervluchtplaatsen Kolonies broedvogels Sterns
Noordzee
(2400 km² )
(59,211 km² )
EUR/jaar
EUR/jaar
Schelpenwinning
Geen data beschikbaar
21 mln
Kustbescherming
Geen data beschikbaar
174 mln
Waterzuivering
Geen data beschikbaar
Geen data beschikbaar
Visserij (garnaal, mossel, kokkel)
67 - 93 mln
10 mln
Recreatie en toerisme
311 mln
877 mln
Koolstofvastlegging
11-43 mln
Geen data beschikbaar
Zandwinning
Geen data beschikbaar
Geen data beschikbaar
Waterwinning
1-3 mln
Geen data beschikbaar
Culturele identiteit
Geen data beschikbaar
Geen data beschikbaar
Schelpdierpercelen Zeehondenligplaatsen (H1364, H1365)
Waddenzee
* De cijfers zijn gecorrigeerd voor inflatie en weergeven in 2024-waarden
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
20
DEEP DIVE: IMPACT AANLEG EXTRA KABEL (6/6) Beperkte data onderstreept de noodzaak van zorgvuldig onderzoek Op dit moment is er voornamelijk data beschikbaar over de aanwezige ecosystemen en bijhorende ecosysteemdiensten in de gebieden rondom de tracés. Informatie over de verstoring door het aanleggen van een kabel en de economische waarde van de verschillende ecosysteemdiensten is beperkt.
Identificeren ecosystemen en ecosysteemdiensten per tracé Er is data beschikbaar om een inschatting te maken van de ecosystemen per tracé. Op basis van verschillende studies kunnen hiermee ook de verschillende ecosysteemdiensten in kaart worden gebracht.
Voor het aanleggen van een kabel lijkt de grootste verstoring plaats te vinden tijdens de aanlegfase. Ondanks dat enkele studies aangeven dat habitats na verstoring kunnen herstellen, is er op dit moment geen eenduidig beeld over de lange termijn effecten en ontbreekt er voldoende data om permanente effecten op het ecosysteem met zekerheid uit te sluiten. Op basis van de geïdentificeerde ecosystemen rondom de tracés, en onderzoek dat suggereert dat verstoring sterkere effecten heeft in laagdynamisch ondiepe gebieden[7], lijkt het risico voor schade aan ecosystemen groter voor het Waddenzeetracé. Echter, het gebrek aan voldoende data maakt het cruciaal om zorgvuldige afwegingen te maken en onderzoek te doen naar de lokale gebieden om onherstelbare milieuschade te voorkomen. Verder is het essentieel om te erkennen dat toekomstige soortgelijke projecten cumulatieve effecten kunnen hebben die samen blijvende schade kunnen toebrengen aan kwetsbare ecosystemen. Dit is van belang, zeker gezien recente rapporten die aantonen dat de natuur in het Waddengebied steeds verder verslechtert en onder toenemende druk staat.[10] Daarom is het essentieel om relevante partijen, bijvoorbeeld de Waddenacademie, die gespecialiseerd zijn in het monitoren van deze kwetsbare gebieden, te betrekken bij het plannen en uitvoeren van dergelijke projecten. Copyright 2024 Impact Institute.
All rights reserved.
Identificeren effecten biodiversiteit door verstoring
~
De beschikbare gegevens over de precieze effecten van een verstoring van ecosystemen zijn beperkt. Er is meer onderzoek nodig (op basis van voor- en nametingen) op korte- en lange termijn effecten van het aanleggen van een kabel voor verschillende soorten en habitats. Op dit moment is er onvoldoende data om permanente effecten op ecosystemen uit te sluiten. Het is daarom van belang om met betrokken partijen in gesprek te gaan en zorgvuldige overwegen te maken met betrekking tot de keuze voor tracé, en periode van werkzaamheden om zo de meest kwetsbare gebieden te ontwijken en nadelige effecten te minimaliseren.
Identificeren waarde per ecosysteemdienst Hoewel er enkele studies zijn die de waarde van ecosysteemdiensten in de Waddenzee en Noordzee hebben onderzocht, is er onvoldoende specifieke data om de maatschappelijke kosten van verstoring nauwkeurig te berekenen. Meer gedetailleerde en locatie-specifieke informatie met vergelijkbare methodiek is nodig om een inschatting te maken van de waarde van de ecosystemen en bijhorende ecosysteemdiensten rondom de twee mogelijke tracés voor de kabel. 21
VRAAGSTUK 2 | NOODCAPACITEIT VOOR ONDERHOUD & STORING Hoe ga je om met onderhoud- en storingscapaciteit? De huidige situatie op Vlieland betreft een enkele kabel zonder redundantie. Voor onderhoudsen storingssituaties zijn er twee dieselaggregaten met een totaal vermogen van 2,2 MW. Met de toenemende energievraag zullen er aanpassingen gemaakt moeten worden aan de energie-infrastructuur om de betrouwbaarheid van de energietoelevering te waarborgen. Er zijn twee mogelijke scenario’s voor de toekomst; een extra kabel of alternatieve voorzieningen.
Geen noodvoorziening op het eiland bij extra kabel Wanneer er gekozen wordt voor het leggen van een extra kabel zullen er direct twee kabels gelegd worden. Eén van deze kabels dient dan voor redundantie, waardoor de betrouwbaarheid van de energievoorziening gewaarborgd wordt. In dit geval is er geen extra noodvoorziening op het eiland nodig en kan de huidige noodvoorziening verwijderd worden. Geen extra kabel, alternatieve voorzieningen nodig Wanneer de capaciteit van de huidige kabel verhoogt wordt zonder extra kabels aan te leggen, is het nodig om alternatieve voorzieningen op het eiland te plaatsen voor tijden van onderhoud en storingen. Als de huidige kabel volledig in gebruik genomen wordt zal een Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
noodvoorziening tussen de 7-9 MW nodig zijn. Transitieperiode De doorlooptijd van het aanleggen van een extra kabel bedraagt ongeveer 10 jaar. Dit betekent dat er ook wanneer er een kabel wordt aangelegd, extra voorzieningen op het eiland nodig zijn om de leveringszekerheid te waarborgen tijdens de overgangsperiode tot de kabel volledig operationeel is. De afwegingen die benoemd worden in de volgende sectie zijn daarom niet alleen van toepassing wanneer er geen extra kabel wordt gelegd, maar ook in de transitieperiode. Verduurzaming noodvoorziening Om de noodvoorziening te verduurzamen ten opzichte van de huidige installatie, kunnen alternatieve energiedragers worden overwogen, zoals biodiesel of groengas. Dit kan bijdragen aan een vermindering van de vervuilende emissies en het risico op stank- en geluidsoverlast voor de bewoners en ecosystemen rondom de voorzieningen. In de overweging voor duurzamere alternatieven is het ook van belang om de beschikbaarheid en kosten voor brandstof en voorzieningen te overwegen.
Naar schatting neemt een 7-9 MW installatie een oppervlakte in van 2 tot 3 standaard 40-voets containers. Er zal een locatiestudie uitgevoerd moeten worden om een geschikte locatie voor de voorzieningen te identificeren. Er moet rekening worden gehouden met mogelijke overlast voor omwonenden en de ligging met betrekking tot eventuele buitendijkse overstromingen. Overige opties ter overweging zijn het kortdurend leasen van een deel van de noodvoorziening voor onderhoud situaties zodat de hoeveelheid permanente voorzieningen op het eiland beperkt blijft. Daarnaast kunnen er maatregelen genomen worden in tijden van O&S om de energievraag laag te houden, bijvoorbeeld het uitschakelen van grote energievragers zoals sauna’s en zwembaden of het implementeren van gedragsaanpassingen om piekvraag te voorkomen. Wat is er al gedaan om inzicht te krijgen in dit vraagstuk en hoe is dit hierin meegenomen? •
•
De scenariostudie van onderzoeksbureau DEP geeft inzicht in de voorzieningen die nodig zijn in een scenario zonder extra kabel. Deze inzichten zijn meegenomen in de beschrijving van dit vraagstuk. In opdracht van Gemeente Vlieland heeft onderzoeksbureau Ekwadraat onderzoek gedaan naar het huidige en toekomstige elektriciteitsverbruik. Deze inzichten zijn gebruikt in de inschatting voor de benodigde voorzieningen op het eiland.
22
DEEP DIVE: VERGELIJKING ENERGIE-INFRASTRUCTUUR O&S Wat zijn de milieu-effecten van de alternatieve voorziening in vergelijking met het aanleggen van een kabel? Uitstoot voorzieningen tijdens onderhoud De onderhoudsperiodes waarin de noodvoorziening ingezet wordt omvatten ongeveer 36 uur per jaar. Storingen komen gering voor op Vlieland. Het gebruik van de huidige voorzieningen resulteert in emissies en geluids- en stankoverlast rondom de voorzieningen. Met de huidige energievraag en huidige voorzieningen (dieselgeneratoren 2,2 MW) komt de CO2 uitstoot uit op een jaarlijkse uitstoot van ~30 tCO2eq voor 36 uur gebruik.[13] Wanneer er geen extra kabel wordt gelegd, zullen de voorzieningen op het eiland uitgebreid moeten worden tot 7-9MW om te voldoen aan de groeiende energievraag. Dit kan door middel van een dieselaggregaat, maar ook aggregaten op aardgas, biogas of waterstof zijn geschikt. De overstap naar een duurzamere energiedrager voor de voorzieningen kan leiden tot een vermindering in uitstoot, zelfs met een toenemende energievraag. Zo zou een overstap naar een WKK installatie op groengas met de een toenemende energievraag (8MW) een jaarlijkse CO2 uitstoot van ongeveer ~21 tCO2eq hebben voor onderhoud van 36 uur per jaar.[14] Wat de meest voordelige en realistisch Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
optie met betrekking tot milieuwinst, kosten en beschikbaarheid van brandstof zal verder onderzocht moeten worden. Ook het perspectief van de bewoners van Vlieland is hierin belangrijk, omdat zij mogelijk overlast kunnen ondervinden afhankelijk van het gekozen type installatie en brandstof. Vergelijking uitstoot aanleg kabel Een studie van Arcadis geeft een inschatting van de benodigde machinewerktuigen voor het aanleggen van een wadkabel tussen Holwerd en Ameland. Op basis van deze informatie kan en een schatting worden gemaakt van een eenmalige uitstoot van ~500 tCO2eq voor het aanleggen van een kabel.[6] Er is niet bekend hoe vaak er onderhoud plaatsvindt aan de kabel en hoeveel emissies hierbij vrijkomen. De jaarlijkse emissies van de noodvoorziening op het eiland zijn relatief laag vergeleken met de emissies van de aanleg van de kabel, mede door de geringe inzet van de voorzieningen. In geval van een grote storing waarbij de noodvoorziening langdurig moet worden ingezet, kunnen de emissies echter snel oplopen. Dit maakt het belangrijk om een afweging te maken tussen de eenmalige hogere emissies van de kabelaanleg en de
terugkerende, maar lagere emissies van de noodvoorziening, vooral in scenario's waarin langdurige storingen mogelijk zijn. Om de vergelijking tussen de CO2-uitstoot van een extra kabel en alternatieve voorzieningen volledig te analyseren is het nodig om inzicht te hebben in het onderhoud dat plaatsvindt aan de kabel en de werkzaamheden die daarbij worden uitgevoerd. Vervolgens kan dit vergeleken worden met verschillende opties die op tafel liggen voor de voorzieningen qua type installatie en brandstof. Daarnaast vraagt een volledige vergelijking ook voor het meenemen van de milieuimpact gedurende de hele levenscyclus van de infrastructuur, inclusief winning van grondstoffen en productie van materialen. Een zelfde vergelijking kan uitgevoerd worden om de financiële kosten van de energie-infrastructuur in kaart te brengen. De kosten van het aanleggen van een extra kabel bedraagt eenmalig tussen de 16-18 mln. euro. Op dit moment is er nog geen data beschikbaar over de kosten van de installatie en brandstof voor verschillende types noodvoorziening. 23
VRAAGSTUK 3 | VERDUURZAMING VEERBOOT Wat levert het elektrificeren van de veerboot op en wat vraagt het? Met het voorbereiden van de nieuwe concessie vanaf 2029 ligt de vraag rondom het verduurzamen van mobiliteit op tafel. Binnen het ‘Fit for 55’ heeft Nederland de doelstelling gesteld om in 2040 een 80% reductie van broeikasgassen te behalen t.o.v. 1990 en klimaatneutraal te zijn in 2050. Verminderde emissies en verhoogde kosten De uitstoot van de veerdienst, zowel CO2 als stikstof emissies, kan verminderd worden door over te stappen op alternatieve energiedragers zoals Bio-LNG, Biodiesel of Batterij-elektrisch. Uit onderzoek van scheepsbouwer Damen blijkt dat het volledig elektrificeren van de veerdienst de grootste milieuwinst zal geven.[15] De overstap naar alternatieve energiedragers zorgt echter voor hoge kosten die mogelijk doorberekend worden in de ticketprijs voor de Veerdienst. Wie deze kosten gaat dragen ligt momenteel nog open. Komen deze kosten terecht bij bewoners, de toeristen en de lokale ondernemers of wordt een deel van de kosten gedekt door een subsidie vanuit de overheid? De effecten van mogelijke ticketprijs verhoging wordt verder besproken in het volgende vraagstuk. Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Benodigde energie-infrastructuur De toekomstige energievraag op Vlieland, zonder de veerdienst, bedraagt naar schatting 7,5 MW op piekmomenten. Dit betekent dat er op elk moment in ieder geval 1,3 MW ruimte op de huidige kabel beschikbaar is (zie Annex I voor toelichting). Bij het volledig elektrificeren van de veerdienst is er een netaansluiting nodig tussen de 1,1–15,9 MW afhankelijk van het batterijpakket dat geplaatst wordt en of er aanpassingen aan de dienstregeling worden ingevoerd.[15] Met een groot accupakket op het eiland en maatregelen om de piekvraag laag te houden is het mogelijk om de veerdienst te elektrificeren zonder het aanleggen van een additionele kabel. Centraal in dit vraagstuk staat hier de vraag wat het elektrificeren van de veerdienst oplevert tegenover de kosten en de effecten op het de natuur en de maatschappij door aanleg van de benodigde energieinfrastructuur. De volgende pagina geeft meer inzichten in de CO2 emissies gerelateerd aan de verschillende keuzes. In het daaropvolgende vraagstuk wordt verder ingegaan op de mogelijke effecten van het de aanpassingen en maatregelingen die genomen moeten worden om de veerdienst te elektrificeren binnen de huidige kabel.
Wat is er al gedaan om inzicht te krijgen in dit vraagstuk en hoe is dit hierin meegenomen? •
• •
Schepenbouwer Damen heeft ter voorbereiding op de toekomstige concessie onderzoek gedaan naar de milieuwinst en kostenindicaties van alternatieve energiedragers. Rederij Doeksen heeft een MVO jaarverslag gepubliceerd met inschattingen van de CO2 uitstoot van de veerdienst. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een inschatting gemaakt van de bijkomende kosten voor een accupakket en wal-infrastructuur voor het scenario van een volledig elektrische veerdienst.
Co2 emissies
Diesel (huidige situatie)
Bio-LNG
Biodiesel
Volledig elektrisch
In lijn met duurzaamheidsdoelstellingen
~6300
tCO2eq/jaar
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1,1-15,9 MW[15]
0-8MWh[15]
Nee
0
tCO2eq/jaar
n.v.t.
Nee
~940
tCO2eq/jaar
Benodigd accupakket op het eiland
Nee
~880
tCO2eq/jaar
Benodigde netaansluiting1
Ja
24 Negatief effect
Positief effect
Geen effect
DEEP DIVE: CO2-EMISSIES VEERDIENST Wat levert het elektrificeren van de veerboot op en wat vraagt het?
Met een overstap naar bio-LNG of biodiesel kan een reductie van ongeveer ~85-86% behaald worden.[17] De precieze hoeveelheid reductie van CO2-emissies van bioLNG en biodiesel hangt af van de gebruikte feedstock en het productieproces. Factoren zoals de oorsprong van de grondstoffen, efficiëntie van de conversieprocessen en eventuele bijkomende emissies tijdens transport en verwerking spelen een rol in de totale CO2-uitstoot.
De CO2 reductie van de overstap naar bio-LNG of biodiesel is niet voldoende voor het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2050. Wel kunnen deze brandstoffen als optie dienen voor de transitieperiode. Figuur 4: Uitstoot operationele fase veerdienst Vlieland tCO2eq per jaar 7.000 Met de overstap van diesel naar biobrandstoffen kan een reductie behaald worden van -86% met bioLNG en -85% met biodiesel.*
6.000
tCO2eq/jaar
CO2 emissies veerdienst Een belangrijk uitgangspunt van de toekomstige concessie is het behalen van een uitstoot reductie. De huidige uitstoot van de veerdienst ligt rond de ~6300 tCO2eq per jaar.[16] Voor de veerdienst van Vlieland zijn de meest realistische energieopties bio-LNG, biodiesel of volledig elektrisch. De keuze tussen bio-LNG en biodiesel hangt af van het type schip; waarschijnlijk zal het een mix worden. Hieronder staat een schatting van de reductie in CO2-emissies bij overstap naar een andere energiebron, met focus op de operationele fase van de schepen. De productie en end-of-life fase zijn niet meegenomen.
5.000
De CO2 uitstoot van een volledig elektrische veerdienst is afhankelijk van de energiemix. Met volledig groene energie kan een reductie van 100% behaald worden.
4.000 3.000 2.000 1.000 Diesel
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Bio-LNG
Biodiesel
Volledig elektrisch
Met de overstap naar volledig elektrisch kan een reductie van 100% behaald worden, wat uitkomt op een besparing van ~6300 tCO2eq per jaar. Gedurende een concessieperiode van 15 jaar komt dit uit op een besparing van ~94.200 tCO2eq. CO2 emissies aanleg kabel en alternatieve voorzieningen Met de overstap naar volledig elektrisch wordt de vraag naar additionele energie-infrastructuur groter. Dit kan worden opgevangen door het leggen van een additionele kabel of door extra noodvoorziening op het eiland. Beide opties zorgen voor enige additionele CO2-uitstoot. Zoals benoemd op pagina 21 zorgt de aanleg van een kabel eenmalig voor een CO2 uitstoot van ~500 tCO2eq. De besparing van 94.200 ton CO2-equivalenten over een periode van 15 jaar door de overstap naar volledig elektrisch varen, overtreft ruimschoots de initiële uitstoot van de infrastructuurinvesteringen. Op basis van CO2-uitstoot is de keuze voor volledig elektrisch varen essentieel om de duurzaamheidsdoelstellingen te behalen.
*De emissies van biobrandstoffen variëren afhankelijk van factoren zoals de efficiëntie van scheepsmotoren, de levenscyclus van biobrandstoffen en methaanlekkage. Beide biobrandstoffen bieden aanzienlijk emissiereducties in vergelijking met fossiele tegenhangers. Biodiesel heeft iets hogere emissies maar als voordeel dat het direct gebruikt kan worden in bestaande diesel motoren. Bio-LNG heeft een groter reductiepotentieel, mits methaanlekkage effectief wordt beheerst.
25
VRAAGSTUK 4 | HOE RAAKT DIT DE VLIELANDER? De energietransitie raakt iedereen. Zo ook de bewoners van Vlieland. De keuze voor energie-infrastructuur op Vlieland heeft aanzienlijke gevolgen voor de bewoners en de leefbaarheid van het eiland. Er zijn verschillende afhankelijkheden waarmee rekening mee moet worden gehouden.
De verduurzaming van Vlieland leeft onder de bewoners en de bescherming van het Waddengebied is belangrijk voor de bewoners van Vlieland.
Verduurzaming van de veerdienst zal leiden tot hogere kosten voor de veerdiensten, wat zich mogelijk vertaalt in hogere ticketprijzen. Eveneens kunnen de keuzes omtrent de aanleg van extra kabels versus andere energieinfrastructuren invloed hebben op de beschikbare netaansluiting voor de veerdienst, waardoor er mogelijk wijzigingen worden doorgevoerd in de vaartijden of frequentie van afvaarten om de benodigde netaansluiting te beperken. De effecten van deze beslissingen kunnen de dagelijkse ervaring van de bewoners en de economische activiteiten op het eiland beïnvloeden.
Verduurzaming van de veerboot brengt hoge kosten met zich mee die mogelijk (deels) doorberekend worden in de ticketprijs voor de veerdienst.
Deze keuzes vereisen een afweging tussen acceptabele kosten, bereikbaarheid en betrouwbaarheid. Het is cruciaal om een balans te vinden die de verduurzaming ondersteunt zonder onaanvaardbare impact op de leefbaarheid van Vlieland te veroorzaken.
Wanneer er geen additionele kabel wordt gelegd, zullen er maatregelen nodig zijn om de energievraag van de veerdienst laag te houden door langzamer varen en langere laadtijden. Dit kan mogelijk resulteren in aanpassingen in de afvaarttijden of het aantal afvaarten en beïnvloedt het daarmee de bereikbaarheid van het eiland.
Copyright 2024 Impact Institute. All rights reserved.
Leefbaarheid van Vlieland
Een ander belangrijk aspect voor de inwoners van Vlieland is de betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid van de energie-aansluiting. Wanneer er geen extra kabel wordt gelegd, zijn er maatregelen en gedragsaanpassingen nodig op het eiland om de elektriciteitsvraag te verlagen zodat de leveringszekerheid niet in gevaar komt in geval van toenemende vraag of onderhouds- en storingssituaties.
Hogere kosten, verandering in afvaarttijden of minder frequente afvaarten kunnen de bereikbaarheid van het eiland aantasten. De bereikbaarheid van het eiland hebben invloed hebben op de leefbaarheid van Vlieland en economische activiteiten op het eiland aantasten.
26
DEEPDIVE | IMPACT OP BEWONERS VLIELAND (1/3)