CConstaterende datVlieland
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Bijlage 2 BP Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland VA02.pdf

Raadsvergadering 11 oktober 2021, gemeente VlielandBij agendapunt: Hervaststelling bestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland24.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Soortenbescherming Op grond van de Wnb geldt een algemeen verbod voor het verstoren en vernietigen van beschermde plantensoorten, beschermde diersoorten en hun vaste rust- of verblijfplaatsen. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk. Voor soorten die vermeld staan in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst-soorten zijn deze voorwaarden zeer streng. Voor de soortenbescherming geldt hetzelfde als hiervoor bij de gebiedsbescherming is gezegd. Op voorhand leidt dit bestemmingsplan niet tot ingrepen die soorten in hun voortbestaan bedreigen. Voor alle soorten is wel de zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren tijdens werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving.

4.8

Kabels en leidingen

In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. In en rond het plangebied zijn geen kabels of leidingen aanwezig waarmee in dit bestemmingsplan rekening gehouden dient te worden. Wel kunnen er enkele kleinere huisaansluitingen voor bijvoorbeeld gas, water en riool zijn. Met de uitvoering van de plannen wordt met deze leidingen rekening gehouden. Voor het

29/140

bestemmingsplan behoeven deze leidingen geen bescherming.

30/140

Hoofdstuk 5

Participatie

Ondanks dat de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, heeft de gemeente op zich genomen om alvast in de geest van de Omgevingswet te werken. Dat houdt in dit geval van de actualisering en aanpassing van het bestemmingsplan in, dat de gemeente de voorgenomen aanpassingen heeft voorgelegd aan de betrokkenen in het gebied zelf. De gemeente heeft bij de eigenaren van de recreatiewoningen willen aftasten hoe zij denken over de waarden en kwaliteiten van het terrein en de aanvaardbaarheid van de bouwruimte en bouwmogelijkheden die worden voorgesteld en die in het terrein aanwezig zijn. Daarbij is ook gevraagd hoe de eigenaren staan tegenover de mogelijkheden van vergunningsvrij bouwen en het gebruik van de om de recreatiewoningen liggende gronden. Op 13 oktober 2018 is een bijeenkomst georganiseerd door de Vereniging van Huiseigenaren Zomerwoningen Noordzeeduinen in Zwolle. Tijdens die bijeenkomst is een presentatie gegeven en zijn de meningen gepeild aan de hand van diverse vraagstukken die aan de bijna 50 aanwezigen is voorgelegd. De uitkomsten waren in de meeste gevallen niet unaniem, zodat de conclusie gerechtvaardigd is dat er verschillend wordt gedacht over toelaatbare bouwwerken, bouwvormen, bouwvolume, en dergelijke. Daarentegen werden ten aanzien van enkele onderwerpen wel unanieme oordelen gegeven, zoals bijvoorbeeld het bouwen van een plat afgedekte bungalow.

Daar was iedereen op tegen. Daarnaast heeft de vereniging zelf onder haar leden een globale peiling gedaan. Hier is ook gebleken dat er geen unanieme meningen zijn vast te stellen. Samenvattend zijn uit deze peiling de volgende meningen dan wel belangrijke aandachtspunten te concluderen: nieuwbouw zo laag mogelijk houden om landschappelijk zo weinig mogelijk te verstoren; de huidige ontwikkeling met een (bijna 'op maat' ontworpen) bestemmingsplan biedt hoop. Rode lijn dient te blijven: past bouw/uitbreiding op die plek bij geaccidenteerdheid van het terrein. Met andere woorden valt de (nieuw)bouw niet teveel uit de toon met omringende bebouwing en vooral natuur (duin, bos et cetera). Is er een min of meer natuurlijke overgang tussen gebied en gebouw?; focus moet zijn gericht op het behoud van het karakter van het zomerhuizenterrein en het blijven bestaan van vergunningsaanvragen via gemeente/welstand, die dit unieke karakter voorstaan; duurzaamheid; hoogbouw aan banden. Blijf dicht bij de natuur; er zijn al teveel grote villa's. Het idee dat bestaat bij 'zomerhuizen' is bij nieuwbouw niet te zien. Het moet niet op een villapark gaan lijken. Het unieke karakter moet behouden blijven; zorgen dat er een quotum komt voor vakantiehuizen zonder verhuur. Er zijn teveel 'niet-verhuurders'.

Deze hebben andere belangen en andere kapitaal/wensen; niet teveel veranderen, blijf bij het bestaande; niet duidelijk wie er zeggenschap heeft. De stichting of de Vereniging? Als iemand volstrekt op eigen belang is gericht, 'van alles doet' wat storend is, wie kan daar iets tegen doen? geen snelverkeer; locatie hoog gelegen: laag bouwen; locatie laag gelegen mag hoger bouwen; vooropgesteld wordt dat alle huizenbezitters het unieke karakter willen handhaven. Zo niet dan moet het initiatief van een instantie komen die borg staat voor handhaven van de eenheid van het grotere geheel. De vraag is of er (nog) zo'n instantie is;

31/140

de bestemming 'recreatiegebied' nooit veranderen. Het gebied (uniek langs de Nederlandse kust) zo laten als het nu is, onder handhaving van de strenge bouwregels en het reglement van SBEV. Daarnaast ook zorgen dat er geen 'stadse tuinen' in het gebied ontstaan en er alleen Vlielandse inheemse begroeiing is. Met deze aandachtspunten is rekening gehouden bij de inrichting van het kwaliteitsdocument en de regels bij dit bestemmingsplan. Onder de eigenaren van de tenthuisjes in De Kaap is een enquête verspreid. Ook hieruit blijkt geen unaniem beeld, maar wel is de conclusie gerechtvaardigd dat de eigenaren het huidige bebouwingsbeeld zoveel mogelijk in stand willen laten. Dat betekent dat men niet streeft naar grotere oppervlaktes, hogere bouwhoogtes en ander kleurgebruik. Wel wil men de verhuurbaarheid in stand houden. Daarvoor is het noodzakelijk om de huisjes op te kunnen knappen en te moderniseren. Ook gasloos en duurzaam bouwen vergt mogelijk extra ruimte of ingrepen die tot aanpassingen leiden. Daarvoor moet ruimte worden geboden. Tot slot denken de eigenaren de verbeteringen te kunnen bewerkstelligen als men de grond in mag bouwen in de vorm van een kelder, die niet van buiten toegankelijk is, maar die wel lichtopeningen biedt om verblijfsruimtes te kunnen realiseren.

De resultaten van de participatie zijn meegenomen in het kwaliteitsdocument en de regels van dit bestemmingsplan. Gezien de verschillende uitkomsten moge het duidelijk zijn dat niet aan ieders wensen tegemoet kan worden gekomen. Er is steeds zoveel mogelijk aangesloten bij de meerderheidsstandpunten.

32/140

Hoofdstuk 6

Juridische regeling

In dit hoofdstuk wordt een motivatie gegeven van de gehanteerde bestemmingen en de daarbij behorende uitgangspunten van het bestemmingsplan.

6.1

Het juridisch systeem

6.1.1 Digitaal plan Het bestemmingsplan omvat de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels. Dit is opgenomen in een GML-bestand. De bestemmingen zijn juridisch vastgelegd in de regels behorende tot dit plan en zijn vertaald naar de verbeelding. Het bestemmingsplan is opgezet als een digitaal raadpleegbaar plan. Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. Het bestemmingsplan is opgezet volgens de verplichte landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP). Deze standaard is wettelijk verplicht en is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zo voorziet de SVBP in een standaardopbouw van een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet bovendien aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 6.1.2 De regels De regels bevatten allereerst een bestemmingsomschrijving. Hierin staat beschreven voor welke functie(s) de gronden mogen worden ingericht en hoe de onderlinge rangorde van functies is. Indien van toepassing, worden ook de aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt.

De ondergeschiktheid is altijd gerelateerd aan het bestemmingsvlak en dient per geval geïnterpreteerd te worden vanuit de aard, omvang en tijd(sduur) van de ondergeschikte functie ten opzichte van de hoofdfunctie. Naast de bestemmingsomschrijving zijn in de regels bouwregels en gebruiksregels opgenomen. In de bouwregels is - gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - aangegeven welke gebouwen en andere bouwwerken zijn toegestaan en welke maatvoering daarbij moet worden aangehouden. De gebruiksregels verbieden bepaalde vormen van gebruik of begrenzen toegelaten vormen van gebruik binnen een bestemming (specifieke gebruiksregels) dan wel verbieden alle gebruik in strijd met de gegeven bestemming (algemene gebruiksregels). In de toekomst kunnen zich omstandigheden voordoen (die op dit moment nog niet zijn voorzien), waaruit blijkt dat de bouw- en gebruiksregels niet voldoende zijn. In deze gevallen kan door het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouw- en gebruiksregels. Van geval tot geval zal een afweging worden gemaakt. Er zijn ook gebruiksvormen die beleidsmatig wel mogelijk zijn, maar die vanwege een zorgvuldige afweging onder een afwijking zijn gebracht. Deze vergunning wordt afgegeven na een zorgvuldige afweging van waarden en functies in de bestemmingen. Bij deze afwegingen speelt het kwaliteitsdocument een doorslaggevende rol.

Het kwaliteitsdocument moet nadrukkelijk in samenhang met de regels worden gelezen met als doel het bewerkstelligen van kwalitatief

33/140

passende bebouwing. In het bestemmingsplan zijn begrippen en een wijze van meten opgenomen. De begrippen geven uitleg wat onder nader genoemde begrippen in dit bestemmingsplan moet worden verstaan. De begrippen geven dus nadere uitleg van de regels. De wijze van meten is bedoeld om telkens op eenzelfde manier de hoogte, oppervlaktes en inhoud van bouwwerken te bepalen. Daarbij is wat betreft de hoogtes rekening gehouden met het glooiende terrein van het duingebied. Het overgangsrecht is gericht op bouwwerken die ooit met een bouwvergunning of een melding zijn gebouwd, of een gebruik dat ooit is toegestaan, maar die nu, vanwege een bestemmings- of beleidswijziging onder het overgangsrecht zijn gebracht. Het overgangsrecht is er op gericht dat deze bouwwerken uiteindelijk zullen verdwijnen of het gebruik ervan wordt beëindigd, zodat de situatie in overeenstemming geraakt met de gegeven bestemming.

6.2

Toelichting op de bestemmingen en aanduidingen

Deze paragraaf geeft een toelichting op de uitgangspunten en de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van alle bestemmingen en aanduidingen zoals die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen. Het algemene uitgangspunt voor het plangebied is het behoud en de versterking van de aanwezige functies, de unieke natuurlijke en landschappelijke waarden en de huidige ruimtelijke kwaliteit. De mogelijkheden in het plangebied zijn afgestemd op de huidige situatie. Hierbinnen is er ruimte voor kwaliteitsverbetering. 6.2.1 Maatschappelijk Onder deze bestemming valt de monumentale reddingbootschuur. Hiervoor is enige tijd geleden een afwijking toegepast om ondergeschikte detailhandel mogelijk te maken bij de expositiefunctie die in de reddingbootschuur aanwezig is. Dit is nu planologisch geregeld. Voorts is de bestemming afgestemd op de regeling die in het voorheen geldende bestemmingsplan was opgenomen. De bestemming betreft daarmee een continuering van bestaande planologische rechten. 6.2.2 Natuur In paragraaf 2.5 is al beschreven op welke wijze de regels zijn aangepast om de ambities en het doel voor het zomerhuizenterrein vast te leggen in afwijking van de regeling in het voorheen geldende bestemmingsplan. Daarin is ook aangegeven wat de strekking en reikwijdte van de natuurbestemming is en de positie van de recreatiewoningen die nu met een aanduiding binnen deze bestemming zijn opgenomen.

Daarmee is een volledige beschrijving van de inhoud van de bestemming gegeven. 6.2.3 Recreatie Deze bestemming is gehanteerd voor een specifiek recreatieverblijf in de vorm van een appartementencomplex. Recent is een besluit genomen om het in het voorheen geldende bestemmingsplan vastgelegde aantal bedden te verdubbelen. Dit nieuwe aantal is in de regels vastgelegd. Voorts zijn de regels afgestemd op de regeling die in het voorheen geldende bestemmingsplan was opgenomen. De bestemming betreft daarmee een continuering van bestaande planologische rechten.

34/140

6.2.4 Verkeer - Onverhard en Verkeer - Verhard In het bestemmingsplan is onderscheid gemaakt tussen de verharde wegen, die over het algemeen een doorgaande verkeersfunctie hebben, en de onverharde wegen. Het karakter van de onverharde wegen is met een vergunningenstelsel vastgelegd. Daarmee wordt voorkomen dat de onverharde wegen zonder procedure verhard kunnen worden. Het karakter van het huidige wegenstelsel en de ruimtelijke uitstraling daarvan blijft met deze regeling behouden.

35/140

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde bestemmingsplanprocedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. Het voorontwerpbestemmingsplan is op 5 juni 2019 vrij gegeven voor de inspraak en het overleg. Er zijn zowel inspraak- als overlegreacties ingediend. Deze reacties zijn samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien in een specifieke antwoordnota die is opgenomen in de bijlage bij deze toelichting. De in de bijlage genoemde reacties zijn niet aan het digitale bestand van de antwoordnota toegevoegd, maar zijn in te zien op het gemeentekantoor. De reacties hebben tot een paar redactionele en inhoudelijke aanpassingen geleid in de regels en het kwaliteitsdocument. In zijn algemeenheid kan uit de reacties worden geconcludeerd dat is ingestemd met de inhoud van het bestemmingsplan. De redactionele aanpassingen zijn doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, gedurende zes weken ter visie gelegd. Tijdens deze periode is de mogelijkheid geboden voor het indienen van zienswijzen. Er is zijn zeven zienswijzen en een reactie ingediend. De zienswijzen en de reactie hebben aanleiding gegeven om nog kleine aanpassingen te doen in het kwaliteitsdocument en in het bestemmingsplan.

Een volledige beschrijving daarvan is opgenomen in de Reactienota zienswijzen, die onderdeel uitmaakt van het vaststellingsbesluit. Vervolgens heeft de gemeenteraad het plan vastgesteld op 27 januari 2020. Tegen het vaststellingsbesluit zijn vervolgens twee beroepschriften ingediend. Tijdens de zitting bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn de meeste beroepen ingetrokken, op één na. De Afdeling heeft dat beroep, gericht tegen het begrip bestaand in artikel 1 van het plan, gegrond verklaard. De gemeente heeft 16 weken de tijd gekregen om het begrip aan te passen en het bestemmingsplan voor het begrip opnieuw vast te stellen. Het voorliggende plan voorziet daarin (zie artikel 1 lid 1.7). Het plan hoeft dus niet opnieuw ter visie te worden gelegd, maar is direct opnieuw vastgesteld (hervaststelling). De tussenuitspraak is opgenomen in bijlage 2.

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Van een dergelijk handelen is met het aanpassen van de juridische regeling in dit bestemmingsplan geen sprake, zodat de economische uitvoerbaarheid in deze niet hoeft te worden aangetoond.

36/140

7.3

Grondexploitatie

Het doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal, waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Omdat in het voorliggende bestemmingsplan geen ontwikkelingen worden toegestaan waarvoor de gemeente kosten moet maken, is het opstellen van een exploitatieplan in de zin van de Wro niet aan de orde.

37/140

38/140

Bijlage bij de toelichting

39/140

40/140

Bijlage 1

41/140

Antwoordnota Overleg en Inspraak

ANTWOORDNOTA INSPRAAK EN OVERLEG

Antwoordnota Inspraak en Overleg

Code 20180691 / 18-09-19

GEMEENTE VLIELAND 20180691 / 18-09-19 ANTWOORDNOTA INSPRAAK EN OVERLEG TOELICHTING INHOUDSOPGAVE

blz

1.

INLEIDING

1

2.

OVERLEG

2

2. 1.

Provincie Fryslân

2

3.

INSPRAAK

4

3. 3. 3. 3.

1. 2. 3. 4.

4 5 5 8

4.

AMBTSHALVE AANPASSINGEN

Bijlage

Inspreker 1: Grunstra architecten te Bolsward Inspreker 2 Inspreker 3 Inspreker 4 VvE zomerhuizen De Kaap

Reacties

11

20180691

1.

blz 1

INLEIDING

Het gemeentebestuur van Vlieland maakt het bestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland. Het plan is in voorontwerp op 5 juni 2019 vrij gegeven voor de inspraak en het wettelijk vooroverleg. Vanaf 5 juni 2019 zijn ingezetenen, belanghebbenden en vooroverlegpartners in de gelegenheid gesteld op het plan te reageren. In verband met de vakantieperiode is hier tot half september de gelegenheid voor geboden. Dit heeft 4 inspraakreacties en 1 vooroverlegreactie opgeleverd. Alle reacties zijn beoordeeld, waarbij is nagegaan óf en hóe het plan bijgesteld moet worden. Deze reactienota is het eindresultaat en wordt vastgesteld door het college. Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de reacties van instanties en organisaties, die in het kader van het overleg hebben gereageerd. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de inspraakreacties. Per persoon, instantie of organisatie zijn de reacties afzonderlijk beantwoord. Daarbij is aangegeven of en op welke wijze het plan zal worden aangepast. De naar voren gebrachte punten zijn in deze reactienota samengevat. Bij de gemeente zijn de volledige reacties in te zien, zodat waar nodig ook op de integrale tekst in de reacties kan worden teruggevallen. In hoofdstuk 4 staan de ambtelijke aanpassingen vermeld.

Rho Adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

blz 2

2.

20180691

OVERLEG

In het kader van het wettelijk verplichte overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening, is de kennisgeving van de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan opgestuurd naar drie overlegpartners met het verzoek om uiterlijk eind augustus 2019 een reactie in te dienen. Van de provincie is een schriftelijke reactie ontvangen. De ontvangen reactie met inhoudelijke opmerkingen is hierna beoordeeld. 2. 1.

Provincie Fryslân

Overlegreactie recreatiedruk De provincie geeft aan dat in het bestaande appartementenhotel extra bedden mogelijk worden gemaakt. Het is onduidelijk hoe die uitbreiding gestalte krijgt. Daar moet nader op ingegaan worden in verband met de stabilisatie van de recreatiedruk. Reactie In het voorgaande bestemmingsplan was voor het appartementengebouw een maximum aantal bedden vastgelegd van 72 stuks. Twee jaar geleden heeft de exploitant een verzoek ingediend om dit aantal te verdubbelen. De 72 stuks zijn verdeeld over 36 tweepersoonskamers. Het bleek dat er problemen ontstonden met de verhuurbaarheid hiervan. Het verzoek was om mogelijkheden te krijgen voor vierpersoonskamers, zodat ook gezinnen gebruik kunnen maken van de appartementen. Deze uitbreiding van het aantal bedden kon plaatsvinden binnen de bestaande omvang van het gebouw. Er zouden alleen per kamer twee bedden worden toegevoegd. Met dit verzoek is door de gemeente ingestemd. Daarvoor is een vergunning verleend. In de eerste plaats omdat er geen uitbreiding van de bebouwing plaatsvindt. In de tweede plaats omdat er op het zomerhuizenterrein een terugloop is in het aantal beschikbare bedden voor recreatie, omdat steeds minder recreatiewoningen voor de verhuur beschikbaar worden gesteld. In de derde plaats is dit de enige plek op Vlieland waar het aantal bedden is vastgelegd.

Alle overige vergelijkbare recreatievoorzieningen kunnen binnen de huidige planologische ruimte bedden toevoegen of verwijderen. Er is aanleiding gezien om dit bedrijf gelijk te trekken met alle andere bedrijven op Vlieland. Daarbij is nog wel een aantal aangehouden, omdat hiermee de maximale ruimte is bereikt en het goed is dit in het plan te bestendigen. In de vierde en laatste plaats heeft de gemeente de exploitant de ruimte willen bieden om de verhuurbaarheid van de kamers te verbeteren. Al met al heeft de gemeente om die reden geoordeeld dat het bijplaatsen van de bedden in de bestaande kamers op deze plek geen bezwaren oproept en om die reden is de verdubbeling toegelaten. Hiermee is een rechtens onaantastbare, vergunde situatie ontstaan, die nu in het bestemmingsplan is vastgelegd.

Rho adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

20180691

blz 3

Standpunt De vooroverlegreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Overlegreactie juridische regeling De provincie wijst er op dat in de regels de situering van de recreatiewoningen is vastgelegd op de bestaande situering. In de toelichting staat dat die situering zodanig uitgelegd moet worden dat in overwegende mate sprake is van de bestaande plek. De provincie stelt voor dat in de regels te verwerken om te voorkomen dat bij uitleg van de regels de exacte situering wordt aangehouden. Voorts spreken de toelichting en de regels over een aanduiding voor de recreatiewoningen op De Kaap. Die aanduiding ontbreekt op de verbeelding. Bovendien is hier sprake van een andere duiding van de situering van de bestaande recreatiewoningen. Het is onduidelijk waarom. Reactie De bedoeling van het vastleggen op de bestaande situering is juist verwoord in de toelichting. De regels worden hierop aangepast, zodanig dat in de bouwregels wordt gesteld dat de recreatiewoningen in overwegende mate op de bestaande situering moeten worden gebouwd. De aanduiding ontbreekt inderdaad de verbeelding, ondanks dat deze wel in het renvooi is genoemd. De aanduiding wordt alsnog aangebracht. De verwijzing in de bouwregels naar de bestaande situering wordt gelijkgetrokken. Er is geen aanleiding om verschillen daaromtrent in de regels op te nemen.

Standpunt Op de verbeelding worden de recreatiewoningen die deel uitmaken van De Kaap voorzien van de aanduiding ‘recreatiewoning’. In artikellid 4.2.2. wordt tussen de woorden ‘bovengronds’ en ‘ter plaatse van’ toegevoegd ‘in overwegende mate’. In artikellid 4.2.3. komt lid a te vervallen en wordt vervangen door: a. een recreatiewoning mag uitsluitend bovengronds in overwegende mate ter plaatse van de bestaande situering van de recreatiewoning worden gebouwd.

Rho Adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

blz 4

3.

20180691

INSPRAAK

Het plan is in voorontwerp op 5 juni 2019 vrij gegeven voor de inspraak. Vanaf 5 juni 2019 zijn ingezetenen, belanghebbenden en instanties in de gelegenheid gesteld op het plan te reageren. In verband met de vakantieperiode is hier tot eind augustus de gelegenheid voor geboden. Van 4 personen/instanties zijn schriftelijke reacties ontvangen. De ontvangen reacties met inhoudelijke opmerkingen zijn hierna beoordeeld. 3. 1.

Inspreker 1: Grunstra architecten te Bolsward

Inspraakreactie Inspreker heeft een reactie ingediend met betrekking tot het perceel Duinkersoord 52. Hier is sprake van een sterk afwijkende kavel in verband met de hoogteverschillen en de lastige bereikbaarheid. Het nieuwe bestemmingsplan met het kwaliteitsdocument zorgt hier voor een bouwplek waarbij een goede zonoriëntering onmogelijk wordt. De regels kunnen derhalve in sommige situaties knellen om een optimaal bouwplan te kunnen realiseren. Reactie Het betreft een relatief smalle kavel waar in het voormalige bestemmingsplan het bouwvlak de perceelsgrens deels raakt. In het kwaliteitsdocument is nu een afstand van 5 meter voorgesteld vanaf de perceelsgrens waarbinnen moet worden gebouwd. Daarmee ontstaat hier een andere situatie. De vraag die nu wordt gesteld is of dit een te grote belemmering vormt voor herontwikkeling van een nieuwe recreatiewoning. Die mening wordt niet gedeeld. Het kwaliteitsdocument biedt voldoende ruimte om ook in deze situaties maatwerk te leveren. De gemeente ziet geen aanleiding om het kwaliteitsdocument hierop aan te passen. In het kwaliteitsdocument staat onder meer het volgende: - de huidige situering is ook bij nieuwbouw mogelijk. Als daarvoor wordt gekozen kan de huidige situering en oriëntatie op het perceel worden gehandhaafd.

- De contouren waarbinnen nieuwbouw mogelijk is, bieden wat oppervlakte betreft voldoende mogelijkheden en is vergelijkbaar met het bouwvlak uit het voormalige bestemmingsplan. - Het verschil in oriëntatie van het bouwvlak en de contouren van het kwaliteitsdocument is niet meer dan 15 graden. Het vlak wat in aanmerking komt is weliswaar langgerekt maar de lange zijde is ZW gericht. Dat maakt een goede zon-oriëntatie nog steeds mogelijk. Standpunt De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

Rho adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

20180691

3. 2.

blz 5

Inspreker 2

Inspraakreactie Voor twee onbebouwde percelen op het recreatiewoningenterrein is een verzoek neergelegd voor de bouw van twee nieuwe recreatiewoningen. Insprekers zijn eigenaar van de gronden en willen twee recreatiewoningen die volledig energieneutraal zijn en toegankelijk voor minder validen of mensen in een rolstoel. Daarnaast zijn insprekers bereid om een verhuurverplichting aan te gaan. Precedentwerking voor verdere opvulling van het recreatiewoningenterrein kan worden voorkomen, omdat dit de enige twee onbebouwde percelen zijn die in privaat eigendom zijn. Daarvoor zou de raad een uitzondering kunnen maken. Daarmee betekent dit verzoek geen aanleiding om tot een volledig volbouwen van het terrein te komen, maar blijft het bij deze twee. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de uitgebreide inspraakreactie. Reactie Al sinds 1960 hanteert de gemeenteraad een beleid op grond waarvan het niet is toegelaten nieuwe recreatiewoningen te bouwen op het recreatiewoningenterrein. De gemeenteraad wil een verdere verdichting voorkomen om daarmee de in de Structuurvisie gekenschetste waarden te beschermen. In de Structuurvisie 2020 is het terrein aangemerkt als een parel op het eiland waar door de weidse opzet een bijzondere verwevenheid tussen natuur en recreatie is ontstaan. De ontspannen verkaveling geeft identiteit en waarde aan het terrein.

Om die waarden te behouden is inbreiding met nieuwe recreatiewoningen ongewenst. In dit specifieke geval van insprekers is er geen aanleiding om een uitzondering op dit beleid te maken. Temeer daar het hier ook nog gaat om twee kleine percelen waarop de bouw van twee recreatiewoningen ter plaatse tot een verregaande en gespannen mate van verdichting wordt gekomen, die afbreuk doet aan de al geruime tijd gekenschetste waarden van het recreatiewoningenterrein. De situatie dat beide percelen privaat in eigendom zijn, is onvoldoende aanleiding om medewerking toe te zeggen. Weliswaar zou dit een precedentwerking kunnen voorkomen, het laat onverlet dat de verdichting ter plaatse vanuit ruimtelijke motieven ongewenst is. Standpunt De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het bestemmingsplan. 3. 3.

Inspreker 3

Inspraakreactie nieuwbouw recreatiewoning Inspreker is sinds 1998 eigenares van een onbebouwd perceel tegenover Duinkersoord 114. Het voorontwerpbestemmingsplan maakt de nieuwbouw van een recreatiewoning niet mogelijk, terwijl het perceel zich daar wel voor leent. Er is nauwelijks sprake van een bijdrage aan de open ruimte. Inspreker verwijst naar de nieuwbouw van de boshuisjes en de inpassingsvisie voor drie locaties in een nader genoemd beeldkwaliteitsplan. Juist de toevoeging van de boshuisjes als een uitbreiding van het eiland specifieke recreatie-aanbod is meer ingrijpend dan een inRho Adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

blz 6

20180691

breiding van een bestaande bebouwd gebied. Inspreker vindt het opmerkelijk dat een dergelijke uitbreiding kan, terwijl inbreiding, wat veel geringere ruimtelijke gevolgen heeft, wordt geweerd. Voorts wijst inspreker op de toegelaten verdubbeling van het aantal bedden in Vlieduyn. In het voorontwerp wordt gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan ruimte biedt voor maatwerk op perceelniveau. Een recreatiewoning mag daarbij zelf op een andere plek worden gebouwd. Er wordt evenwel zonder verdere motivering aangegeven dat er geen toename van het aantal recreatiewoningen plaats mag vinden. Inspreker is van mening dat nieuwbouw op historisch voor bebouwing voorziene percelen in ieder geval op perceelniveau beoordeeld zou moeten worden. Inspreker is voorts van mening dat een invulling van het onbebouwde perceel geen afbreuk hoeft te doen aan de waarden van het terrein zoals in de Structuurvisie 2020 is omschreven en kan passen binnen het ruimtelijke beleid van de gemeente. Reactie Al geruime tijd hanteert de gemeenteraad een beleid op grond waarvan het niet is toegelaten nieuwe recreatiewoningen te bouwen op het recreatiewoningenterrein. De gemeenteraad wil een verdere verdichting voorkomen. In de Structuurvisie 2020 is het terrein aangemerkt als een parel op het eiland waar door de weidse opzet een bijzondere verwevenheid tussen natuur en recreatie is ontstaan.

De ontspannen verkaveling geeft identiteit en waarde aan het terrein. Om die waarden te behouden is inbreiding met nieuwe recreatiewoningen ongewenst. De gemeente wil daar duidelijkheid over geven. Een opening laten voor eventueel, misschien ergens een recreatiewoning die wellicht toch zou kunnen, vergt een afweging die verwachtingen schept, terwijl die vervolgens niet waar gemaakt kunnen worden. De ruimtelijke waarden van het terrein en het stringente beleid dat de gemeente er al sinds 1960 heeft gevoerd, zorgen voor een behoud van de waarden, zonder dat daar telkens opnieuw discussie over moet ontstaan. De gemeente staat dat behoud en die duidelijkheid voor en ziet geen aanleiding om daar van af te wijken. In dit specifieke geval van insprekers is er geen aanleiding om een uitzondering op dit beleid te maken. De aangehaalde vergelijkingen gaan daarbij niet op. De boshuisjes zijn lang geleden al in de Structuurvisie benoemd en planologisch mogelijk gemaakt en gezien als een verbreding van het recreatief aanbod op Vlieland. De verdubbeling van de bedden in Vlieduyn is een verdubbeling binnen een bestaande voorziening die geen invloed heeft op het ruimtelijk beeld van het gebied. Het recreatiewoningenterrein kent haar eigen waarden en bestaat enkel uit een aanbod van recreatiewoningen.

Daarin heeft de raad al gedurende langere tijd de keus gemaakt van bestendiging van het huidige aantal en het huidige beeld. Die keus staat de raad niet in de weg om op andere plekken andere keuzes te maken. Tot slot moet opgemerkt worden dat de toelichting op het bestemmingsplan wel degelijk de motivering bevat om geen nieuwe recreatiewoningen toe te laten. Op blz 4 staat dat nieuwbouw al sinds 1960 wordt geweerd. De daarover telkens op-

Rho adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

20180691

blz 7

laaiende discussies is bij het bestemmingsplan 2003 vooruit geschoven naar de Structuurvisie. In de Structuurvisie 2020 is nadrukkelijk bepaald dat inbreiding ongewenst is. Dit nieuw bestemmingsplan is derhalve een bestendiging van beleid dat al sinds 1960 wordt gehanteerd. Dat is ook de basis voor de inrichting van het plan. Het kwaliteitsdocument kent dat principe als basis en spreekt zich derhalve alleen uit in relatie tot de bestaande recreatiewoningen. Daarin opgenomen uitspraken kunnen derhalve niet gerelateerd worden aan mogelijke nieuwbouw van recreatiewoningen. Standpunt De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Inspraakreactie wijze van bestemmen Inspreker twijfelt aan de juistheid van de bestemming van de recreatiewoningen als onderdeel van de bestemming Natuur. Inspreker is van mening dat de recreatiewoningen onder het overgangsrecht zijn gebracht. Door alleen de bestaande recreatiewoningen te bestemmen, wordt het erf meer dan gehalveerd. De voormalige recreatiebestemming wordt ingekrompen tot enkel de bestaande bebouwing. Reactie Er is geen enkele reden te veronderstellen dat de wijze van bestemmen onjuist is. Bestaande bebouwing mag als zodanig in een gebiedsbestemming worden meegenomen. Binnen die gebiedsbestemming is de bestaande bebouwing positief bestemd en van een locatie voorzien vanuit de bestaande situering.

Dat ontwikkelingsruimte vervolgens vanuit een kwaliteitsgedachte aan een binnenplanse afwijking wordt gekoppeld, is eerder door de Afdeling Bestuursrechtspraak geaccepteerd. Er is geen sprake van halvering van het erf, omdat er bij de recreatiewoningen geen sprake is van een erf. In het vorige bestemmingsplan waren de recreatiewoningen voorzien van een bestemmingsvlak dat alleen tot doel had om de plek van de recreatiewoningen en de ruimte voor uitbreiding vast te leggen. De bestemming kende geen gebruik als erf. In die zin is er geen gebruik onder het overgangsrecht gebracht. De mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan zijn alle opnieuw geboden, maar niet meer in afzonderlijke bestemmingsvlakken, maar binnen de bestemming Natuur. Het nu voorgestelde systeem biedt meer flexibiliteit en ontwerpvrijheid in vergelijking met het huidige regiem. Standpunt De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Inspraakreactie gevolgen nieuw bestemmingswijze Inspreker geeft aan dat voor Duinkersoord 112 geen ruimte voor uitbreiding is gegeven in het Kwaliteitsdocument. Bij Duinkersoord 120 is sprake van twee kavels waarmee in het Kwaliteitsdocument ook geen rekening is gehouden. Daarmee kan

Rho Adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

blz 8

20180691

een ruimere herontwikkeling mogelijk worden gemaakt. De nu gegeven ruimte leidt tot een beperking van de mogelijkheden. Reactie Deze constateringen zijn terecht gemaakt. Het Kwaliteitsdocument wordt hier op aangepast. Standpunt Het kwaliteitsdocument wordt voor Duinkersoord 112 en 120 aangepast, zodat de juiste ruimte voor herontwikkeling wordt weergegeven. 3. 4.

Inspreker 4 VvE zomerhuizen De Kaap

Inspraak algemeen In de inspraakreactie wordt aangegeven dat er een sterke band bestaat tussen de eigenaren van de zomerhuizen op De Kaap, waarbij altijd is gestreefd naar een optimale leefbaarheid en toepassing van het gelijkheidsbeginsel. Naar aanleiding van de publicatie van het voorontwerp bestemmingsplan hebben meer leden hun zorgen geuit. Het bestuur van de VvE heeft vervolgens middels enquêtes leden de mogelijkheid gegeven hun mening over het voorontwerp te geven. Reactie Vanuit gemeentewege is het belangrijk om hier te vermelden dat de regeling voor De Kaap samen met het bestuur van de VvE De Kaap tot stand is gebracht. Het bestuur heeft voorbeelden van bouwplannen aangeleverd met voorbeelden voor de souterrains waaraan zij dachten. In het gesprek dat voorafgaand aan het indienen van de inspraakreactie met medewerkers van Rho adviseurs heeft plaatsgevonden over de inhoud van het kwaliteitsdocument is aangegeven dat er geen bezwaren zijn om de regeling weer aan te passen. Wel zijn daarbij consequenties in beeld gebracht. Met die informatie heeft het bestuur nu voorliggende inspraakreactie ingediend. Inspraak ondergronds bouwen/vergroten woonoppervlakte De regeling zoals die er nu ligt, betekent dat de woonoppervlakte meer dan verdubbeld kan worden. Dat leidt tot kwaliteitsverbetering, maar ook tot mogelijke aantasting van de leefbaarheid en privacy.

Gevraagd wordt om de navolgende aanpassingen door te voeren:  De oppervlakte van het souterrain maximaal 60 m².  Maximale verhuurcapaciteit op zes personen in verband met de leefbaarheid. Er zouden nu ook twaalf mensen kunnen verblijven. Dat heeft een te grote impact op de huidige beleving en de kwaliteit van De Kaap.  Eén wooneenheid per recreatiewoning ter voorkoming van de splitsing van de recreatiewoning. Reactie De gemeente begrijpt de zorgen die de voorgestelde regeling veroorzaken. De beperkingen die er nu vanuit de leden worden voorgesteld, doen geen afbreuk aan

Rho adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

20180691

blz 9

het uitgangspunt om het wooncomfort van de recreatiewoningen te vergroten. Daarentegen zorgen de beperkingen er wel voor dat er meer aandacht is voor de gevolgen van de vergrotingen op de leefbaarheid van het terrein. De gemeente kan instemmen met de voorgestelde beperkingen en zal die doorvoeren in het ontwerpbestemmingsplan. Inspraakreactie nokhoogte maximaal 4 m De huidige hoogte is 3,50 m. Vanwege de realisatie van een souterrain mag de nokhoogte verhoogd worden tot 4,50 m. Veel leden zien dit als een te forse verhoging in verband met zichtlijnen en bezonning van terrassen. Voorgesteld wordt de hoogte op 4 m te begrenzen. In het verlengde hiervan verzoekt de VvE om geen goothoogte op te nemen, maar de regeling van het oude plan weer over te nemen, namelijk alleen een bouwhoogte en een minimale en maximale dakhelling en eventueel een positie van de nok. In dat geval is er voldoende ruimte voor variatie. Een goothoogte leidt tot een te verregaande beperking in de ontwerpvrijheid. Reactie Er bestaan geen bezwaren tegen deze beperking tot 4 m. Die hoogte is al in de regels genoemd, maar in het kwaliteitsdocument spreekt over 4,50 m. Een hoogte van 4 m betekent gevolgen voor de kapvorm. Er zullen kappen komen met een flauwere dakhelling. Dit is in het eerder gememoreerde gesprek met het bestuur besproken. Het verzoek om een hoogte van 4 m is gedaan met kennis van dit gevolg.

Er mag vanuit worden gegaan dat dat gevolg daarmee geaccepteerd wordt door de VvE. De goothoogte en de verplichte kapvorm komen te vervallen en worden vervangen door een minimale en maximale dakhelling. Inspraakreactie bescherming aanzicht terrein en privacy Het souterrain mag op basis van de voorgestelde regels zichtbaar zijn. De VvE stelt voor om die zichtbaarheid te beperken tot maximaal twee zijden van de recreatiewoning, en wel die zijden die vanaf het terrein en vanuit de buurwoningen zo veel mogelijk uit het zicht liggen. Daarbij mogen de ramen niet groter zijn dan 50 cm boven en 50 cm beneden maaiveld en mag de lichtinval niet zichtbaar zijn op een afstand van 8 m of meer. Reactie In het kwaliteitsdocument zullen deze aspecten worden opgenomen. Er gestaan geen bezwaren om deze uitgangspunten op te nemen. Standpunt De inspraakreactie geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen in de regels:  4.2.3. d en e komen te vervallen en worden vervangen door een regel waarin de minimale dakhelling op 15 graden en de maximale dakhelling op 60 graden worden gezet.  In 4.3. onder d sub 2 wordt de oppervlakte van 72 m² verlaagd tot 60 m².

Rho Adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

blz 10

20180691

In 4.4. worden twee regels toegevoegd, namelijk een regel waarin het aantal bedden per recreatiewoning op De Kaap wordt vastgelegd op zes en waar het wordt verboden de recreatiewoning te gebruiken voor meer dan één recreatiewooneenheid. De inspraakreactie geeft aanleiding tot aanpassing van het kwaliteitsdocument:  De bouwhoogte van recreatiewoningen op De Kaap is 4 m.  De ramen magen maximaal 50 cm boven en 50 cm beneden maaiveld bedragen.  Het souterrain mag maximaal van twee zijden zichtbaar zijn en dan de zijden die het minst zichtbaar zijn vanaf het terrein en vanuit de buurwoningen.  De lichtinval mag vanaf 8 m afstand niet zichtbaar zijn.  De voornoemde aanpassingen in de regels werken ook door in het kwaliteitsdocument. Tot slot worden voornoemde aanpassingen ook nagelopen op gevolgen voor de toelichting op het bestemmingsplan.

Rho adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

20180691

4.

blz 11

AMBTSHALVE AANPASSINGEN

Ambtshalve aanpassing 1 Er is een email ontvangen van Hûs en Hiem. In die mail geven ze aan dat de meeste richtlijnen in het Kwaliteitsdocument helder zijn, maar voor de hoofdvorm op zichzelf worden in het document geen specifieke kaders gesteld. Vaak gaat een BKP of Welstandsnota hier specifiek op in. Zo wordt in de huidige Welstandsnota gesproken van een ‘enkelvoudige hoofdvorm’. Het is hen niet geheel duidelijk of richtlijnen met betrekking tot de hoofdvorm bewust achterwege zijn gelaten omdat de vorm vrij is, of dat er (al dan niet onbewust) vanuit is gegaan dat de hoofdvorm altijd enkelvoudig zal zijn. Reactie en standpunt Het kwaliteitsdocument geeft op dit onderdeel meer ruimte dan de voorgaande Welstandsnota. Dat is een bewuste keuze wat recht doet aan het verzoek om diversiteit in de verschijningsvorm te stimuleren. Dit is een kwaliteit die samen met de eigenaren (VvE) is benoemd en vormt een van de pijlers van dit document. In het document wordt tevens ruimte gegeven aan verschillende kapvormen. Een samengestelde kap is dan ook mogelijk. Voor de duidelijkheid wordt op pagina 13 van het kwaliteitsdocument een zin aangepast op de volgende wijze: ‘Om deze reden is de vorm vrij en gelden er geen specifieke regels voor materialisatie en kleur.

Zo is het mogelijk om een samengestelde kap, of een dakopbouw met platte dakafdekking te realiseren.’ Ambtshalve aanpassing 2 Naar aanleiding van een bouwplan is de vraag geuit om een iets andere toepassing van de regels voor souterrains. Nu is geregeld dat een souterrain uitsluitend onder de recreatiewoning gebouwd mag worden, met uitzondering van de Kaap. Gevraagd is om het souterrain ook deels buiten de gevels van de recreatiewoning te mogen bouwen. Reactie en standpunt Er bestaan geen bezwaren tegen de aanpassing. Daarbij is wel de restrictie relevant dat het souterrain niet groter mag worden dan de bovengrondse oppervlakte van de recreatiewoning. Het souterrain hoeft dan niet per sé loodrecht onder de recreatiewoning te worden gebouwd, maar mag er ook deels onder gebouwd worden. Dit ligt meer in het verlengde van de regeling bij de Kaap. Het kwaliteitsdocument wordt hierop aangepast, zodanig dat de regels voor souterrains worden aangepast en worden verbeeld zoals dit is gedaan voor de Kaap. Daarbij wordt de oppervlakte van het souterrain begrensd tot maximaal het oppervlak gevormd door de gevels van de recreatiewoning. ===

Rho Adviseurs B.V. Antwoordnota Inspraak en Overleg Status: definitief / 18-09-2019

59/140

60/140

Bijlage 2

61/140

Tussenuitspraak 30 juni 2021

Uitspraak 202001956/1/R3

ECLI

ECLI:NL:RVS:2021:1377

Datum uitspraak

30 juni 2021

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Vlieland het bestemmingsplan "Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het gebied met recreatiewoningen dat ligt ten noorden van het dorp Oost-Vlieland aan de Noordzeekust. Het plangebied omvat tevens hotel Vlieduyn. Het plan heeft tot doel een nieuw toetsingskader vast te stellen voor bouwen en gebruik in het gebied. Vlieland Vastgoed B.V. is eigenaresse van de in het plangebied gelegen recreatiewoning aan de Duinkersoord 111 te Vlieland. Zij heeft zich in haar beroepschrift gericht tegen de nieuwe planregels voor buitenzwembaden, dakoverstekken en terrassen. Na de zitting heeft zij haar beroepsgronden die betrekking hebben op de planregels voor dakoverstekken en terrassen ingetrokken. Uitsluitend haar beroepsgrond over de planregel voor buitenzwembaden en het daarmee samenhangende begrip "bestaand" in de planregels, heeft Vlieland Vastgoed B.V. gehandhaafd.

Volledige tekst 202001956/1/R3. Datum uitspraak: 30 juni 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

Uitspraak 202001956/1/R3

1

Vlieland Vastgoed B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante, en de raad van de gemeente Vlieland, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 27 januari 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft Vlieland Vastgoed B.V. beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. Vlieland Vastgoed B.V. heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 mei 2021, waar Vlieland Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door mr. J.A. Dupree, advocaat te Baarn, en de raad, vertegenwoordigd door J. Kleefstra, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. Het plan heeft betrekking op het gebied met recreatiewoningen dat ligt ten noorden van het dorp Oost-Vlieland aan de Noordzeekust. Het plangebied omvat tevens hotel Vlieduyn. Het plan heeft tot doel een nieuw toetsingskader vast te stellen voor bouwen en gebruik in het gebied. 2. Vlieland Vastgoed B.V. is eigenaresse van de in het plangebied gelegen recreatiewoning aan de Duinkersoord 111 te Vlieland. Zij heeft zich in haar beroepschrift gericht tegen de nieuwe planregels voor buitenzwembaden, dakoverstekken en terrassen. Na de zitting heeft zij haar beroepsgronden die betrekking hebben op de planregels voor dakoverstekken en terrassen ingetrokken.

Uitsluitend haar beroepsgrond over de planregel voor buitenzwembaden en het daarmee samenhangende begrip "bestaand" in de planregels, heeft Vlieland Vastgoed B.V. gehandhaafd. Deze beroepsgrond zal de Afdeling hierna beoordelen. Toetsingskader 3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Zwembad 4. Vlieland Vastgoed B.V. wijst erop dat in artikel 4.2.5, aanhef en onder d, van de planregels is bepaald dat binnen de bestemming "Natuur", welke bestemming aan haar recreatiewoning

Uitspraak 202001956/1/R3

2

is toegekend, geen zwembaden zullen worden gebouwd, met uitzondering van bestaande zwembaden. Gelet op de in artikel 1.7 van de planregels opgenomen definitie van bestaand, concludeert Vlieland Vastgoed B.V. dat om te kunnen spreken van een bestaand zwembad als bedoeld in artikel 4.2.5, aanhef en onder d, van de planregels het zwembad ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan feitelijk aanwezig moest zijn. Het aan haar vergunde buitenzwembad is echter nog niet feitelijk gerealiseerd en daarmee in het plan niet als zodanig bestemd, aldus Vlieland Vastgoed B.V. Dit is volgens haar in strijd met de bedoeling van de raad, omdat de raad gelet op de zienswijzennota heeft beoogd vergunde bouwwerken positief in het plan te bestemmen, ook indien deze nog niet feitelijk zijn gerealiseerd. 4.1. Ter plaatse van de recreatiewoning van Vlieland Vastgoed B.V. aan de Duinkersoord 111 is de bestemming "Natuur" toegekend. In artikel 4.2.5 van de planregels is voor deze bestemming het volgende bepaald: "Voor het bouwen van andere bouwwerken geldende volgende regels: […] d. er zullen geen zwembaden worden gebouwd, met uitzondering van bestaande zwembaden, inclusief een bij het zwembad behorende buitenrand; […].

Bestaand is in artikel 1.7 van de planregels gedefinieerd als: "ten aanzien van de aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik: bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan". 4.2. In zijn verweerschrift en op de zitting heeft de raad toegelicht dat hij heeft beoogd te regelen dat onder het begrip bestaand dient te worden begrepen dat wat op het tijdstip van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan feitelijk legaal aanwezig is, dan wel nog niet feitelijk aanwezig is, maar waarvoor op het tijdstip van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend. De raad heeft dan ook beoogd het buitenzwembad van Vlieland Vastgoed B.V., waarvoor al voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend, in het plan te omschrijven als bestaand en daarmee als zodanig te bestemmen. Anders dan de raad heeft beoogd, volgt dit echter niet uit de definitie van het begrip bestaand in artikel 1.7 van de planregels.

Deze definitie gaat gelet op het daarin opgenomen woord "aanwezige" uit van de feitelijke aanwezigheid ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan, waarbij niet van belang is of wat feitelijk aanwezig is ook legaal aanwezig is (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3747, overweging 3.4). Omdat het buitenzwembad van Vlieland Vastgoed B.V. ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan niet feitelijk aanwezig was, valt dit zwembad daarmee niet onder het begrip bestaand in artikel 1.7 van de planregels en is dit zwembad gelet op artikel 4.2.5, aanhef en onder d, van de planregels dus niet als zodanig bestemd. De raad heeft op dit punt niet geregeld wat hij heeft beoogd. Het bestreden besluit is in zoverre, in strijd artikel 3:2 van de Awb, niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Bestuurlijke lus 5. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

Uitspraak 202001956/1/R3

3

6. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad met toepassing van artikel 8:51d van de Awb op te dragen het hiervoor onder 4.2 geconstateerde gebrek binnen de in de beslissing van deze uitspraak genoemde termijn te herstellen. De raad dient daartoe de planregels zodanig aan te passen dat het aan Vlieland Vastgoed B.V. vergunde zwembad alsnog als zodanig is bestemd. Bij het nemen van een nieuw besluit behoeft geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb. Een nieuw besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze te worden bekendgemaakt en medegedeeld. Beslissing Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: draagt de raad van de gemeente Vlieland op: - binnen 16 weken na de verzending van deze tussenuitspraak het onder overweging 4.2. genoemde gebrek te herstellen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen; en - de Afdeling en de betrokken partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.C. van Zuijlen, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2021 810.

Uitspraak 202001956/1/R3

4

66/140

Vaststellingsbesluit (PM nieuw besluit nog toevoegen)

67/140

Raadsvergadering

:

27 januari 2020

Agendapunt

:

12

Onderwerp

:

Bestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland

Beslispunten 1. reclamanten ontvankelijk te verklaren; 2. in te stemmen met de reactienota zienswijzen en de daarin voorgestelde aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan; 3. het bestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland vast te stellen.

Samenvatting Het ontwerpbestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland heeft zes weken ter inzage gelegen. Binnen die zes weken zijn zes zienswijzen tegen het plan ingediend. Er is een reactienota gemaakt waarin van gemeentewege een reactie op de zienswijzen is gegeven. Waar nodig is aangegeven dat de zienswijzen aanleiding hebben gegeven tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Naast de zes zienswijzen zijn nog twee reacties op het plan ingediend, waarbij enkele omissies in het plan zijn aangeroerd. Deze omissies zijn meegenomen in de reactienota. Dit voorstel verzoekt de gemeenteraad om het bestemmingsplan vast te stellen.

Aan de raad, 1. Aanleiding Het ontwerpbestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland heeft zes weken ter inzage gelegen, meer bepaald van 14 oktober tot en met 25 november 2019. Binnen die zes weken zijn zes zienswijzen tegen het plan ingediend. Er is een reactienota gemaakt waarin van gemeentewege een reactie op de zienswijzen is gegeven. Waar nodig is aangegeven dat de zienswijzen aanleiding hebben gegeven tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Naast de zes zienswijzen zijn nog twee reacties op het plan ingediend, waarbij enkele omissies in het plan zijn aangeroerd. Deze omissies zijn meegenomen in de reactienota. Uw raad wordt verzocht in te stemmen met deze reactienota, en het bestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland vast te stellen.

2. Beoogd resultaat Met het vaststellen van het bestemmingsplan ontstaat een toetsingskader voor bouwen en gebruik. Als het bestemmingsplan van kracht is kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

3. Argumenten 1.1 Er zijn zes zienswijzen ingediend op het ontwerp van het bestemmingsplan Zie bijlage 2. Tevens zijn er twee personen geweest die mondeling hebben aangegeven dat het plan een omissie bevat. Deze twee aspecten worden meegenomen en gecorrigeerd in het vast te stellen plan. 2.1 Alle ontvangen zienswijzen zijn verwerkt in een reactienota en voorzien van een gemeentelijke reactie Zie bijlage 1. Alle zienswijzen zijn beoordeeld, waarbij is nagegaan 6f en hôe het plan bijgesteld moet worden. De reactienota is het eindresultaat. 2.2 In de reactienota is tevens een standpunt ingenomen over het wel of niet aanpassen van het bestemmingsplan naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen Als uw raad instemt met de reactienota en de daarin voorgestelde aanpassingen, kan het bestemmingsplan vastgesteld worden. 3.1 Het vaststellen van bestemmingsplannen is de bevoegdheid van de raad 3.2 Dit is de volgende stap in de planologische procedure Wettelijke procedure tot vaststelling van het bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan, inclusief de beantwoording van de inspraak- en overlegreacties, wordt aan het college voorgelegd. Wanneer het college met het ontwerp instemt en dit vrijgeeft voor de vaststellings procedure wordt het ontwerp bestemmingsplan zes weken ter inzage gelegd.

Iedereen krijgt de gelegenheid schriftelijk of mondeling een zogenoemde zienswijze (bezwaar) in te dienen. Het besluit van het college, de terinzagelegging en de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze wordt aangekondigd via een openbare bekendmaking in de nieuwsbrief Uit Het Kastje en in de Staatscourant. Na verwerking van eventueel ingediende zienswijzen wordt het bestemmingsplan naar de gemeenteraad gezonden. In een openbare vergadering beslist de gemeenteraad over de ingediende zienswijzen en over de vaststelling van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan dient binnen 12 weken na de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan te worden vastgesteld.

4. Kanttekeningenlrisico’s 2.1 Aanvullende op deze reactienota en de ingebrachte zienswijzen is er geen aanleiding om in het bestemmingsplan nog ambtshalve correcties aan te brengen.

5. Uitvoering Na vaststelling door uw raad van de reactienota en het bestemmingsplan zal het ontwerpbestemmingsplan aan het raadsbesluit worden aangepast. Vervolgens zal het vastgestelde bestemmingsplan worden gepubliceerd waarna nog een beroepstermijn open staat. Na publicatie kan het bestemmingsplan dienen als toetsingskader voor de omgevingsvergunning.

6. Communicatie Indieners van de zienswijzen worden bericht over de raadsvergadering en na vaststelling in kennis gesteld van het standpunt dat van gemeentewege is ingenomen met betrekking tot hun zienswijzen. Reclamanten worden tevens gewezen op de mogelijkheid van beroep.

Na het vaststellen van het bestemmingsplan in de raad, wordt het bestemmingsplan definitief gemaakt en gepubliceerd. Daarna is het bestemmingsplan beschikbaar op de website van de gemeente Vlieland en op Ruimtelijkeplannen nl.

7. Financiën Het opstellen en de procedure van het bestemmingsplan wordt betaald uit het budget voor bestemmingsplannen.

8. Juridische Zaken Juridische grondslag: op grond van Afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke Ordening is de raad bevoegd tot het vaststellen van bestemmingsplannen. Tegen het bestemmingsplan staat beroep open. Indien er beroep wordt aangetekend, volgt een procedure met zitting bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Beroep schorst niet de werking van het bestemmingsplan. Willen mensen die werking ook tegengaan dan zal een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling ingediend moeten worden.

9. Bijlagen Bijlage 1: Reactienota Zienswijzen (gemeente Vlieland 20180691/17-12-19) Bijlage 2: Ingediende zienswijzen van reclamanten 1 tem 6 Bijlage 3: Ontwerp bestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland (zoals dat dat ter inzage heeft gelegen)

Vlieland, 23 december 2019 Burgemeester en wethouders van Vlieland, 0. Schokker-Strampel, burgemeester M. de Jong, gemeentesecretaris a.i.

(—

cL

De raad van de gemeente Vlieland, gelezen:

het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 december 2019

B E S L U 1 T: 1. reclamanten ontvankelijk te verklaren; 2. in te stemmen met de Reactienota Zienswijzen (code 20180691/17-12-19) inclusief de toegevoegde aanvulling en de voorgestelde aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan; 3. het bestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland vast te stellen.

Aldus vastgesteld in de raad van de gemeente Vlieland in zijn openbare vergadering van 27 januari 2020 de voorzitter,

•Brandenburg

0. Schokker-Strampel

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN

Reactienota Zienswijzen

Code 20180691 / 17-12-19

GEMEENTE VLIELAND 20180691 / 17-12-19 REACTIENOTA ZIENSWIJZEN TOELICHTING INHOUDSOPGAVE

blz

1.

INLEIDING

1

2.

BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

2

Bijlage 1

Zienswijzen

20180691

1.

blz 1

INLEIDING

Het gemeentebestuur van Vlieland maakt het bestemmingsplan Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland. Het voorontwerpbestemmingsplan is op 5 juni 2019 vrij gegeven voor de inspraak en het overleg. Er zijn 4 inspraakreacties en 1 overlegreactie ingediend. Deze reacties zijn samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien in een specifieke antwoordnota. De reacties hebben tot een paar redactionele en inhoudelijke aanpassingen geleid in de regels en het kwaliteitsdocument. In zijn algemeenheid kan uit de reacties worden geconcludeerd dat is ingestemd met de inhoud van het bestemmingsplan. De redactionele aanpassingen zijn doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. Het plan is vervolgens als ontwerp op 9 oktober 2019 ter inzage gelegd. Vanaf 14 oktober tot en met 25 november 2019 is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan kenbaar te maken. De indieners van een overleg- of inspraakreactie hebben een mail en/of een brief ontvangen met een gemeentelijke reactie op de ingebrachte overleg- en inspraakreacties. Hen is daarbij ook de vervolgprocedure kenbaar gemaakt. Er zijn twee personen geweest die mondeling hebben aangegeven dat het plan een omissie bevat. Deze twee aspecten worden meegenomen in het vast te stellen plan. In de eerste plaats is dat een plangrenscorrectie ter hoogte van de manege aan de noordzijde van het plangebied.

De plangrens van het ontwerpbestemmingsplan nam daar een stukje plangrens van het naastgelegen bestemmingsplan weg, wat niet de bedoeling was. Dit wordt gecorrigeerd. In de tweede plaats was de aanduiding ‘recreatiewoning’ bij de Kaap niet gelegd op de gronden die binnen de rondlopende weg zijn gelegen. Ook dit wordt gecorrigeerd. Er zijn 6 zienswijzen ingediend, waarvan 1 telefonisch is ingediend. Alle zienswijzen zijn beoordeeld, waarbij is nagegaan óf en hóe het plan bijgesteld moet worden. Deze Reactienota is het eindresultaat. Met deze nota neemt de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. De schriftelijke zienswijzen zijn in deze Reactienota vrijwel integraal overgenomen. De volledige inhoud van de zienswijzen is op het gemeentekantoor in te zien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vlieland&id=9c0efad2-7d2c-4ca0-9d34-719412211eec