CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Woonzorgvisie aandachtsgroepen15.914 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Expliciet richten we ons op (meer) inzet van outreachende hulpverlening 5, voor goede (vroeg)signalering in de wijken en tijdige en goede begeleiding van inwoners naar de juiste ondersteuning. Inzet van ggz-organisaties in de wijken, via kennisoverdracht en/of als fysiek zichtbare schakel, zien we als een noodzakelijke stap bij het werken aan inclusieve, veilige en toegankelijke wijken. We streven naar warme overdracht en goede afstemming tussen woningcorporaties en zorgpartners en heldere afspraken en verwachtingen rondom ‘waakvlamconstructies’ vanuit de zorg en ondersteuning. Dit is zeker van belang wanneer woonzorgcontracten overgaan in reguliere huurovereenkomsten. Woningen die als zorgwoningen zijn gelabeld moeten bovendien goed gepositioneerd zijn in de wijken om de nabijheid vanuit de zorg en ondersteuning te kunnen waarborgen.. Ook zetten we verder in op de ontwikkeling van zorg en voorzieningen voor inwoners uit de aandachtsgroepen die met ouderdomsklachten te maken krijgen. Samenwerking met de lokale ouderenzorgorganisaties is hierin belangrijk. Tot slot betekent de beweging naar de wijken vanuit de aandachtsgroepen dat ontwikkeling nodig is van de kennis en competenties in de diverse rollen van ondersteuning, begeleiding en zorg. Steeds meer zal sprake zijn van ambulante dienstverlening met ruimte voor maatwerk.

Het vraagt ook om goede samenwerking tussen de partners die bij zorg en ondersteuning betrokken zijn (pijler 3). Welke doelen stellen we? In Maassluis en Vlaardingen gaan we aan de slag met het doorontwikkelen van passende zorg en welzijn, in samenhang. Daarbij formuleren we de volgende doelen: 1. 2. 3.

We onderzoeken hoe we de komende jaren de basisinfrastructuur, die nodig is voor vitale wijken, kunnen versterken via o.a. welzijns- en opbouwwerk. We werken aan een toekomstbestendige inrichting van zorg en ondersteuning, door ambulante dienstverlening verder te ontwikkelen met ruimte voor maatwerk. We investeren in benodigde kennis en competenties bij alle organisaties en medewerkers die – ieder vanuit eigen rol – bij de diverse aandachtsgroepen zijn betrokken.

5 Bij outreachende hulpverlening zoeken hulpverleners actief de gemeenschap op om mensen te bereiken die moeilijk toegang

hebben tot traditionele hulpverlening, met als doel hen te ondersteunen en te begeleiden bij hun behoeften en uitdagingen.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 21 van 36

5.1.3 Pijler 3: Samenwerking en verbinding Deze pijler is met name gericht op samenwerking tussen de domeinen van wonen, welzijn en zorg op alle niveaus. Vanuit de praktijk Mogelijke vragen bij deze pijler vanuit de casus: • Welke partners zijn nodig om oplossingen te vinden voor de situatie van Heleen? • Hoe voorkomen we dat Heleen uit huis wordt gezet en haar leven in een neerwaartse spiraal komt? • Welke onderlinge afspraken zijn nodig en mogelijk over o.a. instroom en begeleiding?

Hoe gaan we hieraan werken? We versterken de ketensamenwerking, met meer verbinding tussen de domeinen van wonen, welzijn en zorg enerzijds en een integrale benadering voor de aandachtsgroepen anderzijds. Intensiever met elkaar optrekken op strategisch, tactisch en operationeel niveau is randvoorwaarde om de passende antwoorden te vinden op de uitdagingen. Kern daarbij is elkaar goed te begrijpen, elkaars taal en wereld beter te leren kennen en actief van elkaar te leren. Denken en werken vanuit de cliënt en context staat centraal. Samenwerkende partners dagen elkaar uit tot het (gezamenlijk) ontwikkelen en/of toepassen van nieuwe technologie en innovatieve oplossingen. Ook gaan we de werkprocessen beter op elkaar afstemmen en optimaliseren en – bijvoorbeeld door cliëntreizen in beeld te brengen – de meest voorkomende knelpunten6 bij in-, door- en uitstroom in de praktijk met elkaar adequaat oplossen. Het ‘elkaar kennen’ en ‘van en met elkaar leren’ zetten we om in vaste momenten van onderlinge afstemming en korte lijnen tussen betrokken organisaties. Bovendien ma ken partijen samen heldere escalatieafspraken om complexe casuïstiek waar nodig integraal te kunnen oppakken en daarin tot een doorbraak te kunnen komen.

We zorgen dat de wijkteams nog beter op de hoogte zijn van de ontwikkelingen en daarbij behorende vraagstukken en de weg weten naar de juiste zorgorganisatie en passende mogelijkheden. In het belang van de cliënt willen we bij samenwerking tussen organisaties de hulpvraag en niet de financiering leidend laten zijn om tot passende oplossingen te komen. Dat betekent dat we inzetten op een houding waarbij, binnen de juridische mogelijkheden, gezocht wordt naar wat wél kan. Om dit te bereiken, gaan we werken aan het onderlinge vertrouwen, transparantie en de bereidheid over de eigen schaduw heen te stappen. Ook gaan we actief in gesprek met financiers (zorgkantoren, zorgverzekeraars) over inhoudelijke behoeften en financiële mogelijkheden. De Wet Domeinoverstijgende Samenwerking (DOS) draagt vanaf 2024 bij aan uitbreiding van het instrumentarium hiervoor. Welke doelen stellen we? In Maassluis en Vlaardingen gaan we aan de slag met het verbeteren van de onderlinge verbinding en samenwerking tussen partners op het gebied van wonen, welzijn en zorg voor aandachtsgroepen. Daarbij formuleren we de volgende doelen: 1. 2. 3.

4.

We zorgen dat de visie en koers van deze woonzorgvisie breed gedragen worden bij partners in de samenleving, die vanuit wonen, welzijn of zorg zijn betrokken bij de aandachtsgroepen. We versterken de ketensamenwerking vanuit ‘de cliënt centraal’ over de domeinen van wonen, welzijn en zorg op strategisch, tactisch en operationeel niveau. We werken aan een samenwerkingsklimaat, waarbij voor betrokken partners de cliënt met zijn/haar hulpvraag centraal staat om tot (maatwerk)oplossingen te komen en niet de (on)mogelijkheden van eigen organisatie en/of financiering. We volgen actief de ontwikkelingen voor (domeinoverstijgende) financiering en samenwerking voor de aandachtsgroepen en vertalen dit gezamenlijk naar regionale en/of lokale afspraken.

6 Deze knelpunten zijn benoemd in de woonzorganalyse.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 22 van 36

5.1.4 Pijler 4: Inzicht en overzicht Deze pijler is met name gericht op de ondersteuning van samenwerking, op het samen kunnen monitoren van en sturen op de opgave. Vanuit de praktijk Mogelijke vragen bij deze pijler vanuit de casus: • Waar is nú een plek voor Heleen, mocht zij toch een andere woning moeten betrekken? • Hoeveel overlast is er eigenlijk in de buurt waar Heleen woont?

Hoe gaan we hieraan werken? Samenwerking rondom de inhoudelijke opgaven vraagt om goede ondersteuning. Om de inhoudelijke opgaven te bereiken, gaan we in Maassluis en Vlaardingen, samen met partners, daarom inzetten op een betere informatievoorziening. Zo zal – in lijn met de regiovisie BWMOVO – worden ingezet op verbetering van de wachtlijsten. Dit geldt voor zowel wachtlijsten voor woningen áls wachtlijsten voor bepaalde zorg waar eventueel een woonplek aan gekoppeld is. Ook gaan we actief werken aan integrale informatievoorziening rondom de vraag én het aanbod aan woningen voor – in de basis – alle aandachtsgroepen7. Om de kennis van de wijken in Maassluis en Vlaardingen te vergroten, gaan we de data die er is gebruiken om tot een goed beeld van de wijken te komen, waarin de spreiding van de aandachtsgroepen actueel in beeld is, maar ook zicht is op de voorzieningen en het gebruik daarvan. Op termijn voegen we daar ook informatie aan toe vanuit het veiligheidsdomein, bijvoorbeeld van (woon)overlast of andere incidenten. Om te faciliteren dat partners in onze steden elkaar weten te vinden en op wijkniveau actiever kunnen samenwerken, ontwikkelen we per gemeente een sociale kaart. We zetten ten slotte in op meer datagedreven (samen)werken rondom de aandachtsgroepen.

Naast het ontwikkelen van de benodigde instrumentaria betekent dit ook samen met de betrokken partners in de gemeenten afspraken maken over onder meer een uniforme wijze van registratie op in-, door- en uitstroom en het hanteren van dezelfde definities om gegevens uit diverse bronnen samen te brengen. Bij de vertaling van deze woonzorgvisie naar een uitvoeringsprogramma definiëren we bovendien een set van meetindicatoren (KPI’s) waarop partijen gezamenlijk actief gaan sturen. Om dit goed te organiseren, richten we een gezamenlijk proces in van zowel dataverzameling als -duiding. Daarbij gaan we tellen én vertellen: we verzamelen ook de verhalen uit de praktijk als kwalitatieve input voor dit proces. Zo faciliteren we in de toekomst het samen werken aan de juiste dingen en het gesprek hierover op strategisch, tactisch en operationeel niveau.

7 Bij nadere uitwerking kan worden gekozen dit instrumentarium te beperken tot een deel van de aandachtsgroepen, bijvoorbeeld

omdat aparte (landelijke of regionale) monitoring plaatsvindt voor één of meer aandachtsgroepen.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 23 van 36

Welke doelen stellen we? In Maassluis en Vlaardingen gaan we aan de slag met het vergroten van het inzicht en overzicht op wonen, welzijn en zorg voor aandachtsgroepen. Daarbij formuleren we de volgende doelen: 1.

2.

3.

5.2

We werken met de bij de aandachtsgroepen betrokken partners samen aan het verbeteren van de informatievoorziening. In het bijzonder richten we ons op het vergroten van actueel zicht op de wachtlijsten (voor zowel wonen als zorg) en actueel zicht op vraag en aanbod aan woningen voor de aandachtsgroepen. We ontwikkelen het benodigde instrumentarium om meer grip te krijgen op de actuele vraagstukken: wijkprofielen om beter zicht te krijgen op de diverse wijken en een sociale kaart om de samenwerking tussen partners in de wijken te faciliteren en stimuleren. We ontwikkelen datagedreven werken rondom de aandachtsgroepen en werken daarvoor aan uniforme definities en registraties, gezamenlijke duiding en toepassing op strategisch, tactisch en operationeel niveau.

Ontwikkeling op aandachtsgroepen

Zoals bij de afbakening in het begin van deze woonzorgvisie benoemd, richten we ons in deze woonzorgvisie op een groot en divers aantal aandachtsgroepen. De visie (hoofdstuk 4) en de vier pijlers verwoorden de koers van Maassluis en Vlaardingen op deze opgave. In deze paragraaf volgen tot slot enkele samenvattende en richtinggevende uitspraken voor de vier eerder benoemde categorieën inwoners binnen de aandachtsgroepen. 5.2.1 Dak- en thuisloze mensen Voor de aandachtsgroepen onder ‘dak- en thuisloze mensen’ betekent deze visie, samen met de richting in de Regiovisie BWMOVO, het volgende: • De toegang (met bijbehorende eisen) tot de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang moeten worden herzien en er zullen producten moeten worden toegevoegd aan het aanbod die nu nog niet bestaan (denk hierbij bijvoorbeeld aan housing first). Daarbij gaan we bij de toegang inzetten op een verbeterde registratie. • Door meer in te zetten op vroegsignalering en preventie en hierin alternatieve mogelijkheden te verkennen worden inwoners eerder naar (algemene) voorzieningen verwezen waar zij met hun hulpvraag aan de slag kunnen. • De zogeheten ‘economisch daklozen’ (ook wel genoemd: spoedzoekers) vallen vaak tussen wal en schip, maar vragen wel onze aandacht en prioriteit.

In de uitwerking van het beleid voor deze groep inwoners zullen we de mogelijkheden en ervaringen rondom de maatwerk- en pauzewoningen in Maassluis en het zogenoemde ‘Maatwerkoverleg’, waarbij mensen direct bemiddeld kunnen worden naar een woning in de reguliere woningvoorraad 8, meenemen als oplossingsrichting. Ook kijken we naar ‘best practices’ van elders in het land. • Er zijn verschillende woonoplossingen die een tijdelijke uitkomst kunnen bieden voor deze aandachtsgroep in onze gemeenten. Concreet denken we daarbij aan potentiële slooppanden en flexwoningen. In lijn met de ontwikkeling van wet- en regelgeving onderzoeken we wat de (meest) passende mogelijkheden zijn. 5.2.2 Mensen met een sociale en/of medische urgentie Voor de aandachtsgroepen onder ‘mensen met een sociale en/of medische urgentie’ betekent deze visie het volgende: • Voor onze inwoners met een verstandelijke beperking die intramuraal of extramuraal wonen, gaan we onderzoeken wat het gewenste woon- en voorzieningenniveau in de eigen regio is voor met name de ouderen onder deze groep, die in aantal flink toenemen.

8 Dit kan een reguliere woning zijn die vrijkomt. Daarnaast zijn er een aantal woningen die standaard als pauzewoning worden

gebruikt die al uit het reguliere woningaanbod zijn onttrokken.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 24 van 36

•

•

Ook bij deze doelgroep zien we, door het Rijksbeleid gericht op scheiden van wonen en zorg en ook toenemende behoefte een keuzevrijheid, een beweging naar zo veel mogelijk zelfstandig in de wijk, al dan niet in geclusterde vorm. Bij de verdere kwantificering van de woonvraag zullen we expliciet in beeld brengen wat de verwachte ontwikkeling is van de aandachtsgroepen en welke woonvraag, type woning etc. voor hen van toepassing is. Als gemeenten onderkennen we de ruimtelijke hindernissen die er nu zijn om tijdig te kunnen anticiperen op goede, informele ondersteuning van de aandachtsgroepen die centraal staan in deze woonzorgvisie (en in onze eigen, lokale woonzorgvisies voor ouderen). We gaan dan ook aan de slag om in het uitvoeringsprogramma van deze woonzorgvisie gezamenlijk de mogelijkheden verkennen om woonbeleid te ontwikkelen dat faciliterend werkt aan de groeiende behoefte aan mantelzorg. Een voorbeeld hiervan is een onderzoek naar de mogelijkheid om prémantelzorgwoningen in te zetten ter ondersteuning van de mantelzorgverleners en -vragers.

5.2.3 (Uitstromers uit) een intramurale voorziening Voor de aandachtsgroepen onder ‘(uitstromers uit) een intramurale voorziening’ betekent deze visie het volgende: • Om de beweging “van beschermd wonen naar beschermd thuis” te kunnen maken, is in de Regiovisie BWMOVO (2024) opgenomen wat nodig is in Maassluis en Vlaardingen. Kern van de inhoudelijke visie is dat gemeenten en andere partijen toewerken naar sociale inclusie voor iedereen. Dit houdt in dat begeleiding en ondersteuning zoveel mogelijk moet gebeuren in ‘gewone’ woningen en wijken, in de eigen sociale omgeving van mensen, en gericht moet zijn op herstel en zelfredzaamheid. Tegelijkertijd blijft intramurale capaciteit nodig, zeker ook gezien de toenemende complexiteit. Een juiste balans hierin is essentieel. • De overgang voor jongeren om vanuit jeugdhulp met verblijf de stap naar zelfstandig wonen met (eventueel) ambulante begeleiding te maken, heeft vanuit deze visie onze bijzondere aandacht. In nauwe samenspraak met het netwerk ‘Opgroeien naar volwassenheid’ in MVS-verband onderzoeken we de mogelijkheden voor creatieve, betaalbare woonoplossingen zoals ‘Kamers met aandacht’ en de benodigde verbinding daarbij van welzijn en zorg.

5.3

Overige aandachtsgroepen

5.3.1 Statushouders Voor de aandachtsgroep 'statushouders’ betekent deze visie het volgende: • We voeren de wettelijke taak uit van het huisvesten, ondersteunen en begeleiden van statushouders. Deze activiteiten worden in de komende jaren gecontinueerd. Daarbij hebben we oog voor de toekomstige, definitieve gezinssamenstelling van de statushouders. Ook worden eventuele aanpassingen van wet- en regelgeving gevolgd en waar nodig doorgevoerd. • We agenderen de huisvesting van statushouders regionaal, om op die manier naleving van ieders taakstelling te blijven bepleiten. • We streven bij het uitvoeren van onze wettelijke taakstelling naar een zo goed mogelijke balans tussen de huisvesting van deze (en andere aandachtsgroepen) en de vraag vanuit reguliere woningzoekenden. 5.3.2 Studenten Voor de aandachtsgroep ‘studenten’ betekent deze visie het volgende: • Gemeente Vlaardingen zet in op het aantrekken van studenten door te focussen op twee belangrijke kennisclusters in de regio. Op die manier probeert Vlaardingen het doel van het worden van een MBO-stad na te streven. • We realiseren woonruimte op locaties die betaalbaar en goed bereikbaar zijn, met name met het openbaar vervoer. Daarbij onderzoeken we woonconcepten als 'Friends-woningen' of nieuwe trends als 'hospita-verhuur' en bezien we waar de bestaande woningvoorraad kansen biedt.

• Als gemeenten streven we ernaar afgestudeerden zoveel als mogelijk in de regio te houden.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 25 van 36

5.3.3 Arbeidsmigranten Voor de aandachtsgroep 'arbeidsmigranten’ betekent deze visie het volgende: • In Vlaardingen centreren we de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten zoveel mogelijk en borgen dat hen de benodigde ondersteuning wordt gegeven en uitbuiting wordt tegengegaan. Hierover zijn in Vlaardingen reeds afspraken gemaakt in een convenant tussen verschillende betrokken partijen. In Maassluis is juist sprake van spreiding door de stad. • We onderzoeken daarbij welke initiatieven voor goed-gereguleerde short-stay woonruimte mogelijk gemaakt kunnen worden vanuit de behoefte voor passende huisvesting. • De gemeente Vlaardingen zet in op de mogelijkheden die de 'Wet Goed Verhuurderschap' biedt door te onderzoeken in welke mate de reguliere verhuurdersvergunning en de verhuurdersvergunning arbeidsmigranten toegepast kunnen worden. Daarbij continueert Vlaardingen de rol van het 'Interventieteam Vlaardingen' met alle disciplines die daarbij horen. De gemeente Maassluis zet de ervaring van de Wet goed verhuurderschap en de ervaren (woonoverlast-)problematiek met arbeidsmigranten naast de beschikbare instrumenten, waaronder de optionele vergunningsmogelijkheden. Hierbij wordt onderzocht of de Vergunning verblijfsruimte arbeidsmigranten van toegevoegde waarde is.

• We streven naar een zo goed mogelijk zicht op de aantallen arbeidsmigranten in beide gemeenten, om op die manier gerichter te kunnen sturen. Daarbij onderzoeken we welke data we hiervoor kunnen en mogen gebruiken. Dit met het doel om in de gehele regio het goede gesprek over huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten te kunnen voeren. 5.3.4 Woonwagenbewoners Voor de aandachtsgroep ‘woonwagenbewoners’ betekent deze visie het volgende: • We voorzien in woonwagenstandplaatsen voor deze doelgroep. Hiermee geven we ruimte aan de woonwagencultuur en specifieke woonwens van deze aandachtsgroep. Concreet bieden we op de locaties Dr. Albert Schweitzerdreef (Maassluis) en Holyweg (Vlaardingen) standplaatsen. Deze plaatsen voorzien in de behoefte en woonwensen die er in onze gemeenten zijn van woonwagenbewoners. We behouden de huidige standplaatsen, zolang de behoefte blijft bestaan (uitzonderlijke omstandigheden buiten beschouwing gelaten). • We verdelen, in regionaal verband, vrijkomende woonwagenstandplaatsen op een manier die zo veel als mogelijk recht doet aan de wens van deze aandachtsgroep om in familieverband te leven. In de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 (regionale huisvestingsverordening) staan de ‘spelregels’ gedefinieerd voor deze verdeling van woonwagenstandplaatsen. In lokale beleidsregels specificeren we deze verdeling nader.

5.3.5 Oekraïense vluchtelingen Voor de aandachtsgroep ‘Oekraïense vluchtelingen’ betekent deze visie het volgende: • We continueren de geboden huisvesting en ondersteuning in Maassluis aan de Weverskade en andere kleine locaties. Hetzelfde geldt voor Vlaardingen, de wijk Mrija, wat een regionale opvang betreft die tot en met juni 2026 in Vlaardingen is gesitueerd. We monitoren uiteraard de nationale en internationale ontwikkelingen. • De ondersteuning ( op alle leefgebieden, niet alleen huisvesting) die we nu geven wordt in de loop van de tijd aangepast naar de dan bestaande behoefte. De regionale coördinatie (VRR gebied) is in handen van de Regionale Regietafel. Ambtelijk is het in handen van de regionale Taskforce. • We denken actief na over toekomstige regionale huisvesting van deze vluchtelingen (‘exitstrategie’), lettend op nationale en internationale regelgeving en de voortgang van de oorlog. • We zetten ook bij deze aandachtsgroep in op vroegsignalering van eventuele problematiek, vanwege de vaak tragische omstandigheden waarmee zij te maken hebben, en ondernemen waar nodig snel actie.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 26 van 36

6 Van visie naar uitvoering Aan deze woonzorgvisie liggen vele gesprekken, bijeenkomsten, discussies en analyses ten grondslag met maatschappelijke partners in Maassluis en Vlaardingen. Dit traject is bijzonder waardevol om elkaar als organisaties te leren kennen en de opgave vanuit diverse perspectieven te benaderen. Nu ligt er een eerste gezamenlijk product: een visie. Dit is een belangrijk gemeenschappelijk kader en houvast voor het denken over en werken aan de opgave voor wonen, welzijn en zorg. Deze raakt de aandachtsgroepen die zijn benoemd onder ‘afbakening’ in hoofdstuk 2, maar ook aan de doelgroep ouderen waarvoor in Maassluis en Vlaardingen separaat een woonzorgvisie is opgesteld. Het is cruciaal elkaar als gemeente en maatschappelijk partners vast te houden en vanuit die gezamenlijkheid concrete ontwikkelstappen te zetten. Zodat de visie ook daadwerkelijk leidt tot concrete verbeteringen en oplossingen waar de samenleving behoefte aan heeft!

6.1

Uitvoeringsprogramma

Om van idee en visie naar realisatie te komen, stellen we op basis van de woonzorgvisie, met onderbouwing van de input in de woonzorganalyse, een concreet uitvoeringsprogramma op met handelingsperspectief voor de komende jaren. Vanuit de visie en doelstellingen in dit document vindt verdere operationalisering plaats in dit uitvoeringsprogramma. Op basis van de opgave definiëren we voor de vier pijlers concrete activiteiten en resultaten met een heldere prioritering. Ook geeft het uitvoeringsprogramma nadere invulling aan de kwantificering van de doelen en de verantwoordelijkheden van de betrokken partners (“wie doet wat”). Daarnaast zal in het uitvoeringsprogramma aandacht worden besteed aan de monitoring van de voortgang en het meten van resultaten en (financiële) effecten. De uitvoering vindt plaats in fasen; niet alles kan tegelijk worden opgepakt. We zorgen daarom in 2024 voor een haalbaar uitvoeringsprogramma voor een overzichtelijke periode (bijvoorbeeld t/m 2027) om samen te kunnen werken aan de eerste stappen in de gewenste beweging. We voorzien daarbij allereerst het werken aan het kwalitatief oplossen van de bestaande knelpunten en beter zicht krijgen op de zuiver benodigde woningen en woonoplossingen op kortere en langere termijn.

Bij de uitwerking van dit uitvoeringsprogramma wordt nadrukkelijk afstemming gezocht op MVS-niveau (met onder andere de uitvoeringsplannen van de Regiovisie BWMOVO), ook stemmen we – waar nodig – af in de woonregio Rotterdam en/of zorgregio WSD.

6.2

Duurzame domeinoverstijgende afstemming

Zowel voor de aandachtsgroepen (die onderdeel uitmaken van de scope van deze woonzorgvisie) als voor de doelgroep ouderen (separaat opgepakt in beide gemeenten) is integrale afstemming, monitoring en sturing van groot belang. Daarom worden zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau ‘netwerken’ ingericht om vertegenwoordigers uit de verschillende domeinen samen te brengen. In deze netwerken stemmen partijen ontwikkelingen met elkaar af. Daarnaast bespreken zij de voortgang van het uitvoeringsprogramma. Vanuit het platform ondernemen deelnemers waar nodig actie om maatschappelijke organisaties en inwoners te stimuleren en motiveren om met nieuwe oplossingen en initiatieven te komen. Daarbij geldt nadrukkelijk dat ook kleinschalige projecten die bijdragen aan de doelstellingen in de buurten en wijken van Maassluis en Vlaardingen op steun kunnen rekenen en worden aangemoedigd. Daarnaast zorgen we voor verbinding met de lokale werkprocessen en overlegtafels waar nieuwe kansrijke initiatieven op wenselijkheid worden getoetst aan de hand van bestaande gemeentelijke beleidskaders. Zowel in Vlaardingen als in Maassluis is, onder regie van de gemeente, een lokaal platform opgezet rondom wonen, welzijn en zorg voor ouderen op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau.

Bij verdere vormgeving van de governance zal worden bekeken of het mogelijk is de diverse aan elkaar rakende platforms en netwerken samen te brengen. Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 27 van 36

6.3

Rollen en verantwoordelijkheden

Bij deze opgave zijn veel partijen betrokken. Wie gaat nu waarover en wat mogen we dan van elkaar verwachten? De gemeenteraden van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen stellen deze woonzorgvisie vast als overkoepelend kader. Vanwege haar verantwoordelijkheid voor de domeinen wonen, zorg en welzijn (sociaal domein) en gebiedsontwikkeling heeft de gemeente een regisserende rol op de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma en de vormgeving van de benodigde netwerken. Formele besluitvorming in het kader van dit programma vindt plaats via de gemeentelijke procedures via het College van B&W en de gemeenteraad. Het college van B&W informeert de gemeenteraad jaarlijks over effectiviteit en efficiency van het uitvoeringsprogramma, waarbij wordt ingegaan op de geformuleerde doelen, activiteiten en resultaten. Op deze wijze borgen we bovendien de democratische legitimiteit. Op hoofdlijnen onderkennen we daarnaast de volgende verantwoordelijkheden: • Gemeenten Maassluis en Vlaardingen a. Regie voeren op de samenwerking van partijen in deze opgave en de voortgang van het uitvoeringsprogramma; b. Zorgen voor interne regie en samenhang op de onderdelen die raken aan het realiseren van de woonzorgvisie; c. Borgen van afspraken in prestatieafspraken en subsidiebeschikkingen; d. Toetsen van nieuwe initiatieven op de sociale en fysieke intaketafel volgens de kaders van de woonzorgvisie; e.

Regierol, dan wel faciliterende rol, om binnen het woningbouwprogramma voldoende nieuwbouw voor de aandachtsgroepen te realiseren; f. Zorgdragen voor borging van de afspraken binnen gebiedsontwikkeling; g. Voortouw nemen bij het geschikt maken van de fysieke woonomgeving; h. (Mede)financier van (experimentele) woonzorgvormen, projectondersteuning en inwonersinitiatieven. • Woningcorporaties a. Beschikbaar stellen / realiseren van benodigde passende en betaalbare woningen en woonvormen voor de aandachtsgroepen, in de bestaande voorraad en eventueel nieuwbouw; b. Vanuit eigen rol en samen met gemeente en zorg- en welzijnsorganisaties bijdragen aan leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de wooncomplexen voor de aandachtsgroepen en de leefomgeving / buurten; c. Signaleren m.b.t. leefbaarheid en behoeften voor welzijn en zorg; d. Uitwisselen van data ten behoeve van monitoring en sturing, binnen de grenzen van de AVG; e. Actief betrekken van zorg- en welzijnspartners en ouderen bij het realiseren van (nieuwe) woningen en woonvormen voor de aandachtsgroepen. • Zorgorganisaties a. Begeleiden van cliënten met oog voor en inzet van de leefomgeving / buurt; b. Samen optrekken met gemeenten en woningcorporaties bij ontwikkeling van woonvormen voor ouderen; c. Samenwerken met andere zorgpartners om maximale zorgefficiëntie te creëren en uitdagingen m.b.t.

personeelstekorten gezamenlijk op te pakken; d. Samenwerken met inwoners en andere relevante (in)formele wonen-, welzijn- en zorgpartners, gericht op meerwaarde voor de inwoners van de wijken; e. Versterken wijkgerichte (in)formele zorg- en welzijnsinfrastructuur met aandacht voor de inwoners met een ondersteuningsvraag én buurtbewoners, o.a. met inzet van eigen locaties voor de wijken; f. Initiëren van en participeren bij welzijnsactiviteiten in woon(zorg)vormen voor de aandachtsgroepen.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 28 van 36

•

•

•

Welzijnsorganisaties a. Vormgeven van steunend (in)formeel netwerk, ontmoeting en activiteiten voor de aandachtsgroepen (waar relevant); b. Initiëren van en participeren bij welzijnsactiviteiten in woon(zorg)vormen voor de aandachtsgroepen; c. Activeren van de betrokkenheid en ondersteuning van vrijwilligers. Zorgkantoor a. Inzetten op meerjarig commitment op de opgave en de verdeling van zorgcapaciteit; b. Bijdragen aan monitoring door inzicht in zorgprognoses; c. Verbinden van het zorginkoopproces met de woonzorgopgave; d. (Mede)financier van (experimentele) woonzorgvormen en (welzijns)activiteiten die gericht zijn op het mogelijk maken van het zelfstandig thuis wonen door de aandachtsgroepen. Ontwikkelaars en beleggers a. Realiseren van passende en betaalbare woningen voor de aandachtsgroepen in bestaande voorraad en nieuwbouw; b. Toevoegen van woningen en/of woonvormen die passen bij de lokale behoefte.

In het uitvoeringsprogramma borgen we op activiteit- en resultaatniveau deze verantwoordelijkheden, door helder te maken welke partij waarvoor aan de lat staat.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 29 van 36

7 Financiële kaders Elk van de aandachtsgroepen die centraal staat in deze visie, kent haar eigen onderliggende financiering. Een beschrijving van elk van deze geldstromen staat niet centraal in dit hoofdstuk. Wel is het goed om te constateren dat deze financiering divers en versnipperd is. Voorbeelden daarvan zijn: • Dagbesteding en ambulante begeleiding (o.a.) uit de Wmo (= gemeenten) • Jeugdhulp (incl. verblijf) en ambulante begeleiding uit de Jeugdwet (= gemeenten) • Overige zorgfinanciering via Zvw en Wlz (zorgverzekeraar en zorgkantoor) • Welzijn / opbouwwerk / sociale basis via subsidieverstrekking (= gemeenten) • Woningbouw via corporaties, ontwikkelaars/beleggers en gemeenten Een andere constatering hier is dat deze woonzorgvisie enkele belangrijke richtingen bevat die financiele gevolgen kan hebben. Voorbeelden daarvan zijn: • Toename ambulante hulpverlening vanuit de Wmo, waardoor de kosten voor Wmo zullen toenemen; • Meer investering in de sociale basis en bijv. opbouwwerk en maatschappelijke voorzieningen, wat vraagt om een structureel hogere financiële bijdrage.

Daarbij sluiten we aan bij bewegingen die plaatsvinden in het kader van: o Transformatie Sociaal domein o Integraal Zorgakkoord en Regionaal integraal Gezondheidsakkoord (IZA / RIGA) o Regiovisie Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang • De opgave laat zien dat informatievoorziening heel belangrijk is. Dit vraagt echter ook investering en beheer. Dat beeld van die financiële gevolgen zal veel meer tastbaar worden op het moment dat het uitvoeringsprogramma geformuleerd is. Dan moeten alle uitvoeringsacties niet alleen voorzien zijn van een omschrijving, een verantwoordelijke en een tijdplanning, maar ook van een financiële onderbouwing inclusief dekking daarvoor. Op basis van een breed gedragen uitvoeringsprogramma wordt dan ook duidelijk of dit ‘financieel haalbaar’ is of dat aanvullende financiering nodig is dan wel dat we moeten prioriteren binnen de beschikbare middelen. De geschetste verwachte financiële ontwikkeling op basis van deze woonzorgvisie wordt dus verder geconcretiseerd via de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma. Beide gemeenten dragen voor 2024 zorg om de benodigde inzet hiervoor te waarborgen, zodat in de loop van 2024 het uitvoeringsprogramma kan worden opgeleverd. Daarnaast vraagt deze opgave middelen om de activiteiten en ontwikkelingen vanuit het uitvoeringsprogramma mee te kunnen bekostigen.

Beide gemeenten dragen zorg voor tijdige en voldoende beschikbaarheid van de benodigde middelen om in 2024 met het uitvoeringsprogramma te kunnen starten en deze de komende jaren te kunnen implementeren.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 30 van 36

Bijlage 1: Participatie woonzorgvisie Deze woonzorgvisie is tot stand gekomen na een waardevol traject van samenwerking en afstemming met de onderstaande partners. Zij vertegenwoordigden daarbij de diverse aandachtsgroepen vanuit de perspectieven van wonen, welzijn en zorg. Zonder hen had dit document niet op deze manier kunnen worden samengesteld, waarvoor hartelijk dank! • Maasdelta • Stichting Timon • Pameijer • Stoed / Seniorenwelzijn • Rogplus • Waterweg Wonen • Stichting Elckerlyc • Woningstichting Samenwerking Daarnaast zijn de volgende partners betrokken in de consultatie op de woonzorgvisie: • DSW • Mevis • Gemiva • Middin • GGZ Delfland • New Life Living • Home Flex • Philadelphia • Ipse de Bruggen • Pret in Herstel • Jados • Stichting Herman Frantsenhuizen Tot slot is in januari en begin februari 2024 via themasessies gesproken met de gemeenteraden van Maassluis en Vlaardingen en de Adviesraden sociaal domein van beide gemeenten om de opgave toe te lichten, vragen te beantwoorden en aandachtspunten mee te nemen. Betrekken inwoners en cliënten In afstemming met de bovengenoemde partners is gesproken over de participatie van inwoners en clienten. De samenwerkingspartners vertegenwoordigden bij de totstandkoming van dit document ook hun eigen ‘achterban’.

Afgesproken is dat de organisaties deze visie intern bespreken en hierover ook afstemming hebben met de eigen cliëntenraden, huurdersraden en dergelijke voor zover gewenst. Het is belangrijk om bij nadere uitwerking met inwoners uit de aandachtsgroepen zelf te spreken en helder te krijgen wat zij belangrijk vinden en wat hun woon- leef- en zorgwensen zijn. Veel mensen hebben er duidelijke ideeën over hoe ze prettig samen kunnen leven met anderen. Daarom blijven we hen betrekken bij concrete stappen in de uitvoering. Voor ieder project binnen het uitvoeringsprogramma bepalen we of, en zo ja, hóe gericht vormgegeven wordt aan participatie met andere partijen en inwoners.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 31 van 36

Bijlage 2: Positionering woonzorgvisie aandachtsgroepen Er spelen diverse ontwikkelingen op vlak van wonen, zorg en welzijn. Op gemeentelijk, regionaal en landelijk niveau. Onderstaand lichten we deze toe en geven we weer wat de samenhang hiervan is met de voorliggende woonzorgvisie. Herziening verordening woonruimteverdeling Wat houdt het in? Gemeenten Maassluis en Vlaardingen zijn onderdeel van de woningmarktregio Rotterdam Rijnmond. Samen met de 12 gemeenten binnen deze regio hebben wij een gezamenlijke, gelijkluidende huisvestingsverordening (verordening woonruimtebemiddeling). De huisvestingsverordening stelt regels voor de verdeling van de schaarse sociale corporatiewoningen. Bij deze huisvestingsverordening behoort een urgentieregeling. Deze urgentieregeling is opgesteld voor woningzoekenden die met spoed, op basis van een urgent huisvestingsvraagstuk, een woning nodig hebben, al dan niet met zorg. Deze regeling beoogt hulp te bieden aan hen die zonder urgentie niet spoedig een woning kunnen vinden. Daarnaast hebben de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam een zogenaamde ‘eenrouteregeling’. Deze regeling beoogt een terugkeer naar de gemeente van herkomst als inwoner zorg of begeleiding heeft gehad buiten de gemeente (bijvoorbeeld in een beschermd wonen instelling) en klaar is voor de stap naar een zelfstandige woning.

Wat is de samenhang? Een groot deel van de aandachtsgroepen die benoemd worden in de visie Wonen Zorg en Welzijn voor aandachtsgroepen zijn groepen die tot één van de urgentiecategorieën behoren en extra hulp nodig hebben bij het vinden van een woning. Elke vier jaar wordt de huisvestingsverordening en de bijbehorende urgentieregeling herzien, de eerst volgende keer per 1 juli 2025 (na een eenmalige verlenging van 1 jaar per 1 juli 2024). Er wordt bij herziening nadrukkelijk gekeken naar de rechtvaardige verdeling van de schaarse woningen onder (urgent) woningzoekenden. Bovenregionale samenwerking woonregio Wat houdt het in? Zoals bij de verordening woonruimtebemiddeling reeds is aangegeven, behoren gemeente Vlaardingen en Maassluis tot de woningmarktregio Rotterdam Rijnmond. Deze samenwerking is bekrachtigd in een bestuursovereenkomst. De twee voornaamste onderwerpen die binnen deze samenwerking aan bod komen zijn de woonruimtebemiddeling en de regionale woningbouwopgave. Samen met de gemeenten en alle woningcorporaties die onder de Maaskoepel vallen, is een Regioakkoord Wonen gesloten. Gezamenlijk zijn er afspraken gemaakt over het te bouwen aantal woningen in deze regio, onder andere in de sociale huur categorie. Deze afspraken zijn belangrijk om te komen tot een evenwichtige verdeling van de sociale (corporatie)woningvoorraad.

Wat is de samenhang? Steeds meer afspraken tussen Rijk en provincie enerzijds en gemeenten anderzijds vinden plaats op de schaal van de woningmarktregio (ook wel ‘woondealregio’). Bij de totstandkoming en nadere uitwerking van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv, zie hieronder) speelt deze samenwerking dus een steeds belangrijker rol. De lokale woonzorgvisies moeten in deze regio worden afgestemd en moeten leiden tot onderlinge afspraken in de regionale en lokale volkshuisvestingsprogramma’s. Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) Wat houdt het in? In 2023 is de Wet versterking Regie Volkshuisvesting (Wvrv) opgesteld, die de overheid instrumenten in handen moet geven om de regie over de volkshuisvesting weer of meer nadrukkelijk te nemen. De regering heeft het in ere herstellen van regie op de volkshuisvesting tot één van de prioriteiten van haar beleid gemaakt. Het kabinet voert dus weer specifiek beleid voor de volkshuisvesting en dat beleid is bovendien flink geïntensiveerd. Kerninstrument in de wet is het integraal volkshuisvestingsprogramma. Deze dient vanaf 2026 landelijk, provinciaal en lokaal te worden opgesteld.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 32 van 36

Wat is de samenhang? Op dit moment zijn de woonvisie en woonzorgvisie nog gescheiden, waarbij de inhoud natuurlijk elkaar raakt. Belangrijk onderdeel van de Wvrv is een integraal volkshuisvestingsprogramma, waarin het Rijk, provincies en gemeenten op basis van onderzoek naar de actuele woonbehoefte (en de woon- en woongerelateerde zorg- en ondersteuningsbehoefte per aandachtsgroep), hun beleid voor woningbouw en locaties moeten concretiseren. Deze woonzorgvisie en de nadere uitwerking zijn belangrijke ingrediënten voor dit toekomstig integraal volkshuisvestingsopgave. Regiovisie BW/MO/VO Wat houdt het in? In 2023 is door de MVS-gemeenten gewerkt aan een regiovisie voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Met deze regiovisie beschrijven de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hoe zij de komende jaren samenwerken aan de verdere ontwikkeling van de ondersteuning voor de kwetsbare inwoners die zijn aangewezen op beschermd wonen, maatschappelijke opvang of vrouwenopvang. Deze regiovisie is richtinggevend op hoofdlijnen en beschrijft wat de gemeenten gaan doen. De uitwerking van de regiovisie, oftewel het ‘hoe’, wordt in de loop van 2024 beschreven in uitvoeringsplannen. Wat is de samenhang? Er is een overlap tussen de regiovisie BWMOVO en deze woonzorgvisie.

De doelgroepen in de regiovisie zijn óók genoemd als aandachtsgroepen voor de integrale woonzorgvisie. Daarbij richt deze woonzorgvisie zich ook op andere aandachtsgroepen en is zij dus breder. Verder is er inhoudelijke overlap: het gaat over vraagstukken rondom passend wonen, welzijn en passende zorg. Deze woonzorgvisie richt zich met name op het integrale beeld, naast de samenhang tussen de drie doelgroepen uit de Regiovisie legt de woonzorgvisie ook de verbinding met de andere aandachtsgroepen. Deze visie zal minder diep ingaan op de specifieke aandachtsgroepen, maar vooral gericht zijn op de overstijgende, integrale pijlers. De speerpunten vanuit de regiovisie BWMOVO met een integraal karakter zullen door de gemeenten in de integrale woonzorgvisie worden verwerkt. MVS Jeugdmodel Wat houdt het in? Sinds 1 januari 2023 werken de MVS gemeenten samen op het gebied van jeugdhulp in de regio. Het uitgangspunt van het zogeheten MVS Jeugdmodel is dat één consortium van partners, Mevis, verantwoordelijk is voor alle jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Doel is de kwaliteit en snelheid van inkoop en uitvoering van jeugdhulp te verbeteren. Daarbij wordt passende hulp geboden en daarnaast ingezet op preventie en het voorkomen van problemen. Wat is de samenhang? Via het MVS jeugdmodel wordt in de regio actief samengewerkt op het gebied van jeugdhulp.

Binnen deze samenwerking is expliciet oog voor de opgaven binnen de kwetsbare gezinnen en bij kwetsbare kinderen en jongeren. Ook is oog voor bijvoorbeeld de aandachtsgroep 18-/18+. Daarmee zijn er op diverse thema’s en aandachtsgroepen raakvlakken met deze visie en is hierbij zoveel mogelijk aangesloten. IZA / RIGA Wat houdt het in? In 2022 is landelijk een Integraal Zorgakkoord (IZA) opgesteld. Dit bevat afspraken om zowel de lichamelijke als geestelijke gezondheidszorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Binnen de zorgregio WSD wordt het IZA vertaald naar een Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA), om de landelijke afspraken nader te concretiseren. De ambities zijn o.a.: 1) Zorgen voor gelijke toegang tot zorg, van goede kwaliteit, voor alle groepen in de samenleving; 2) Inzetten op gezondheid en welzijn door middel van preventie en ondersteuning; Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 33 van 36

3) Afremmen van medicalisering; 4) Optimaal inzetten van de beschikbare capaciteit en verminderen van administratieve lasten Wat is de samenhang? De ambities en aspecten uit de werkagenda van het IZA en het RIGA raken met name aan de opgaven van ‘passende zorg en welzijn’ en ‘gezamenlijkheid en verbinding’ die verderop staan geformuleerd als twee van de centrale pijlers binnen de opgave. Daarmee bieden de ontwikkelingen op dit vlak kaders voor deze woonzorgvisie en op termijn voor de aanpak bij de uitvoering. Transformatie sociaal domein Wat houdt het in? De transformatie van het Sociaal Domein krijgt in alle gemeenten in meer of mindere mate aandacht en is één van de bepalende bewegingen voor de ontwikkeling van zorg en welzijn. Deze richt zich op een omslag in het denken en handelen van overheid. De opgaven bij de transformatie zijn9: 1. Meer maatwerk 2. Minder escalatie naar eerstelijns- en tweedelijns zorg en ondersteuning 3. Betere preventie 4. Minder zorgen, meer stimuleren 5. Meer sturen op effectiviteit en efficiëntie 6. Meer integraliteit Wat is de samenhang? De ontwikkelingen rondom transformatie sluiten qua beweging goed aan op de onderwerpen die ook in deze integrale woonzorgvisie nadrukkelijk aan bod komen. De kern is het anders denken en werken, de beweging van zorg naar welzijn, van professionals naar eigen kracht en netwerk, van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’.

Van belang is daarom dat de koers van de woonzorgvisie goed aansluit bij de beoogde beweging vanuit de transformatie en daarbij geldende uitgangspunten. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Wat houdt het in? Het GALA is een landelijk akkoord, dat zich o.a. richt op het terugdringen van gezondheidsachterstanden, een gezonde fysieke leefomgeving, het versterken van (de verbinding met) de sociale basis, een gezonde leefstijl en versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid. Gemeenten hebben lokaal, samen met betrokken partners, een plan van aanpak opgesteld om te werken aan de vanuit het GALA gestelde doelen. Voor de financiering is een Specifieke Uitkering (SPUK) opgezet. Wat is de samenhang? Evenals bij IZA en RIGA raken de doelstellingen en activiteiten van het GALA met name aan de pijlers van ‘passende zorg en welzijn’ en ‘gezamenlijkheid en verbinding’ binnen de opgave. Daarmee bieden de ontwikkelingen op dit vlak kaders voor deze woonzorgvisie en op termijn voor de aanpak bij de uitvoering.

9 Deze opgaven zijn o.a. omschreven in de brief van de Minister van BZK d.d. 2 april 2015.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 34 van 36

Bijlage 3: Verslag bijeenkomst adviesraden Datum bijeenkomst: 1 februari 2024 Na een voorstelronde, trapt de projectleider namens de gemeenten af met een presentatie over deze gezamenlijke Woonzorgvisie voor aandachtsgroepen (WZV-A) van gemeenten Vlaardingen en Maassluis. Hij schetst de aanleidingen voor deze WZV-A. Ten eerste is het een verplichting vanuit het Rijk dat gemeenten een WZV-A moeten maken. Daarnaast een inhoudelijke noodzaak omdat wonen, welzijn en zorg een grote relatie met elkaar hebben, maar er grote uitdagingen liggen door o.a. woningnood maar ook de druk in en zwaarte van de zorg. Ook de trend om aandachtsgroepen vooral in de wijk en kleinschalig te huisvesten met de goede ondersteuning en zorg vereist een goede visie op zowel wonen, welzijn als zorg. Verder bewegen deze aandachtsgroepen zich binnen en tussen gemeenten in de regio en houdt wonen en zorg niet op bij gemeentegrenzen. Daarom hebben Vlaardingen en Maassluis ervoor gekozen om gezamenlijk een visie op te stellen. Schiedam was daarbij een logische partner, maar heeft er vooralsnog zelf voor gekozen om individueel een WZV-A op te stellen. Daar waar mogelijk, willen Vlaardingen Maasluis graag kijken of verbinding met Schiedam in de toekomst mogelijk is bij de vertaling van visie naar uitvoeringsprogramma.

Dit uitvoeringsprogramma gaan Vlaardingen en Maassluis vormgeven met maatschappelijke partners, nadat de visie in beide gemeenten is vastgesteld. Naar verwachting is dit eind april 2024. Goed om hier te melden ook is dat aan de visie een analyse ten grondslag ligt van elk van de aandachtsgroepen. Op basis van die analyse, is deze visie geformuleerd. Vervolgens wordt in de presentatie het proces geschetst hoe we tot de visie zijn gekomen. Vooral door ook heel veel in gesprek te gaan met onze maatschappelijke partners zoals Pameijer, Elckerlyc, Stoed, Timon en de woningcorporaties. Consultatie van de adviesraden vormt hier een vanzelfsprekend onderdeel van en daarom ook deze bijeenkomst. De presentatie vervolgt met de beschrijving van de ambitie en de vier pijlers van de visie. De eerste pijler heet ‘Integrale volkshuisvesting’ en daar komt het onderwerp ‘Veerkrachtkaart’ aan de orde. Dit is een hulpmiddel met kaarten die inzicht bieden in de mate waarin een buurt een toenemende concentratie van kwetsbare bewoners aankan. Eén van de aanwezigen vraagt naar aanleiding daarvan ook aandacht voor bewoners in de wijk die de aandachtsgroepen juist goed kunnen ondersteunen. Voldoende van deze bewoners zijn van belang om mensen die aandacht vragen juist te kunnen helpen. Een goede balans tussen beiden is van belang.

Vanuit de gemeenten wordt dit pleidooi ondersteund en aangegeven dat hiervoor zeker aandacht is in de visie. Eén van de aanwezigen vult aan dat voldoende sociale huurwoningen dan ook nodig zijn om tot die goede mix van bewoners te kunnen komen. Ook hier zijn de gemeenten zich van bewust en geven zowel Vlaardingen en Maassluis aan dat zij in verhouding veel sociale huur in hun gemeenten hebben. Van belang is verder om ook te kijken waar aandachtgroepen het beste kunnen worden gehuisvest: waar kan een buurt of wijk nog aandachtgroepen aan en waar niet meer. Overigens merkt de projectleider in de presentatie op dat aandachtsgroepen niet synoniem zijn aan ‘probleemgroepen’. Soms wordt dit over één spreekwoordelijke kam geschoren, maar de term aandachtsgroepen gaat over inwoners die wat meer zorg of ondersteuning nodig en waarin huisvesting ook een belangrijke component vormt.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 35 van 36

De tweede pijler ‘Passende zorg en welzijn’ wordt vervolgens toegelicht en deelnemers kunnen de doelen van deze pijler goed onderschrijven. Er is verder geen discussie over deze pijler. De derde pijler ‘Samenwerking en verbinding’, leidt tot de vraag van één van de aanwezigen of er een ‘zorgplicht’ bestaat van bijvoorbeeld corporaties om bewoners, die niet meer te handhaven zijn in hun woning, goed over te dragen aan een welzijns- of zorgorganisatie waardoor huisvesting of opvang gegarandeerd blijven. Vanuit de gemeente wordt toegelicht dat in de praktijk vaak overdracht plaatsvindt en dat er bijvoorbeeld vaste procedures zijn voor huisuitzetting als laatste redmiddel. Belangrijk is dat alle betrokken partijen (corporaties , welzijnsorganisatie, gemeenten) zich blijven inzetten voor een goed alternatief dat vaak maatwerk is. Partijen ervaren dat hierop nauwere samenwerking mogelijk en wenselijk is. Na toelichting op de derde pijler (‘Inzicht en overzicht’ ) voeren de deelnemers met elkaar het gesprek op basis van al het gepresenteerde. Eén van de aanwezigen vraagt zich af hoe we “goed nabuurschap” kunnen creëren in een wereld waarin mensen steeds drukker zijn en tijd vaak ontbreekt hiervoor. De gemeente Maassluis geeft het voorbeeld van ‘SamenzijnweMaassluis’ en dat dit soort initiatieven hieraan bij kunnen dragen.

Verder wordt de vraag / constatering onderschreven en eveneens de vraag hoe maakbaar “goed nabuurschap” is. Het moet vanuit de (normen en waarden) van mensen zelf komen, we kunnen het als gemeenten en adviesraden ook uitdragen en dat bij elkaar bevordert hopelijk de inzet van mensen voor elkaar. Eén van de aanwezigen vraagt in hoeverre er gebruik is gemaakt van ‘Best practices’ uit andere gemeenten in het land bij de opstelling van deze visie. Het projectteam geeft aan dat we veel visies hebben bekeken en dat de constatering is dat veel gemeenten het elk op hun eigen manier doen. Als Vlaardingen en Maasluis hebben we vooral tot doel gehad om de koers samen te bepalen. Een koers die voor langere jaren gevolgd kan worden en dient als kapstok voor o.a. verdere beleids- en gebiedsontwikkeling. Deze moet zijn vertaling krijgen naar een uitvoeringsprogramma. In dat uitvoeringsprogramma zal bepaald worden welke partij, wat gaat doen, met welk doel, met welke partners en wanneer. In zo’n concrete uitvoeringsagenda willen we zeker gebruik gaan maken van ‘best practices’ in het land, die hun meerwaarde hebben bewezen en die bruikbaar zijn voor onze gemeenten. Het projectteam geeft verder nog toelichting op een vraag van één van de aanwezigen die voorafgaand aan deze bijeenkomst al is gesteld via de mail. Dit is de vraag wie bepaalt welke aandachtsgroep welke woning krijgt toegewezen.

Dit regelen we in de spelregels voor woonruimteverdeling in de Rotterdamse regio en wordt uitgevoerd door Woonnet Rijnmond. Daarbij is het uitgangspunt dat de inschrijfduur of woonduur van huurders bepaalt of iemand in aanmerking komt voor een vrijkomende sociale huurwoning. Daarnaast zijn er een aantal urgentie-categorieën voor mensen waarbij de nood hoog is om snel onderdak in een sociale huurwoning te kunnen vinden. Deze urgenten kunnen met voorrang reageren op een huurwoning. Ten slotte worden bepaalde aandachtsgroepen -buiten Woonnet Rijnmond omdoor de woningcorporatie direct bemiddelt naar een vrij gekomen sociale woning. Bijvoorbeeld mensen die uitstromen uit een (jeugd-)instelling of statushouders. Dit gebeurt ook vaak vanuit een bepaalde urgentie en omdat maatwerk voor deze groepen nodig is. Bij bovenstaande woonruimteverdelingssysteem is overigens veel aandacht voor een goede balans tussen woningen die beschikbaar moeten blijven voor de gewone woningzoekenden enerzijds en urgenten en aandachtsgroepen anderzijds. Voldoende kansen voor beide groepen vinden we als gemeenten en corporaties namelijk belangrijk.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 36 van 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14026209/1