CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Woonzorgvisie aandachtsgroepen15.914 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Visie op wonen, welzijn en zorg voor aandachtsgroepen

Versie: Status: Datum:

0.5 Concept 29 februari 2024

Inhoudsopgave 1

Voorwoord...................................................................................................................................... 3

2

Introductie ...................................................................................................................................... 4 2.1 Achtergrond ............................................................................................................................... 4 2.2 Afbakening ................................................................................................................................ 5 2.3 Van analyse naar visie .............................................................................................................. 7 2.4 Leeswijzer ................................................................................................................................. 7

3

Ontwikkelingen en uitdagingen ................................................................................................... 8 3.1 Landelijke trends in wonen, welzijn en zorg.............................................................................. 8 3.2 Lokaal beeld wonen, welzijn en zorg ........................................................................................ 9

4

Onze visie ..................................................................................................................................... 16 4.1 Overkoepelende ambitie ......................................................................................................... 16 4.2 Ambitie op vier pijlers .............................................................................................................. 16 4.3 Randvoorwaarden ................................................................................................................... 17 4.4 Uitgangspunten ....................................................................................................................... 17

5

Wat betekent deze visie? ............................................................................................................ 19 5.1 Werken aan vier pijlers............................................................................................................ 19 5.2 Ontwikkeling op aandachtsgroepen ........................................................................................ 24 5.3 Overige aandachtsgroepen ..................................................................................................... 25

6

Van visie naar uitvoering ............................................................................................................ 27 6.1 Uitvoeringsprogramma ............................................................................................................ 27 6.2 Duurzame domeinoverstijgende afstemming.......................................................................... 27 6.3 Rollen en verantwoordelijkheden ............................................................................................ 28

7

Financiële kaders ........................................................................................................................ 30

Bijlage 1: Participatie woonzorgvisie ................................................................................................ 31 Bijlage 2: Positionering woonzorgvisie aandachtsgroepen ........................................................... 32 Bijlage 3: Verslag bijeenkomst adviesraden .................................................................................... 35

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 2 van 36

1 Voorwoord We staan in Nederland, en daarmee ook in de gemeenten Maassluis en Vlaardingen, voor grote uitdagingen als het gaat om wonen, welzijn en zorg. Niet in de laatste plaats omdat het aantal mensen dat een woning en/of zorg nodig heeft in aantal toeneemt en de uitdagingen hierbij groter worden. Het ontbreken van stabiele huisvesting heeft een grote negatieve invloed op betrokkenen en hindert vaak herstel wanneer er andere problemen zijn in het leven. Een (t)huis is meer dan een stapel stenen. Een woning is voor iedereen een belangrijke uitvalsbasis in het leven. Maassluis en Vlaardingen zien dezelfde uitdagingen en delen hun visie op deze thema’s. We staan voor inclusieve wijken, waar inwoners met of zonder hulpvraag samen de wijken maken. Vanuit Rijksbeleid is voor aandachtsgroepen – vaak kwetsbare inwoners – ingezet op een beweging naar zoveel mogelijk zelfstandig wonen in gemengde wijken, met passende zorg waar nodig in de nabijheid. Voor Maassluis en Vlaardingen onderschrijven wij deze beweging als noodzakelijk en wenselijk. Tegelijkertijd ervaren onze uitvoeringspartners vanuit de domeinen wonen, welzijn en zorg dagelijks de uitdagingen die deze beweging met zich meebrengt. In deze woonzorgvisie zijn de uitdagingen benoemd én formuleren we als gemeenten onze visie hierop. We zetten gezamenlijk onze schouders onder de uitdagingen die voor ons liggen.

De totstandkoming van deze woonzorgvisie is daarmee al een resultaat op zich: partijen vanuit de diverse domeinen, van beleid en uitvoering, samenbrengen en verbinden rondom deze maatschappelijke opgave. We zijn er trots op dat de voorliggende visie het resultaat is van samen optrekken! De complexiteit van de opgaven is groot en we zien ook dat de oplossingsrichtingen beperkt zijn en sterk afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen. De woningnood lossen we niet op vanuit deze woonzorgvisie en de wachtlijsten in de zorg en ggz werken we ook niet vandaag of morgen weg. Gezien de complexiteit en omvang van de maatschappelijke opgave is ervoor gekozen deze woonzorgvisie daarom op hoofdlijnen te beschrijven. We zien deze visie als gemeenschappelijk kader en houvast om samen te werken aan oplossingen en deze uit te werken in een uitvoeringsprogramma. De uitwerking van de woonzorgvisie naar oplossingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg voor de diverse aandachtsgroepen staat in het vervolgtraject centraal. We zetten daarbij lokaal en regionaal vol in op samenwerking tussen de domeinen wonen, welzijn en zorg. De ontstane verbinding gaan we versterken en samen gaan we aan de hand van deze woonzorgvisie werken aan de realisatie van concrete doelen en opgaven. Belangrijk is daarbij het besef dat niet alles kan en meteen kan; we moeten realistisch zijn in tijden van schaarste.

Met alle partijen en inwoners samen gaan we op zoek naar de meest optimale oplossingen binnen de beschikbare mogelijkheden. Wij danken het grote aantal partners uit Maassluis en Vlaardingen, die een actieve bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van deze woonzorgvisie! Daarmee hebben we een breed gedragen kader om samen aan de slag te gaan. Deze visie en het uit te werken uitvoeringsprogramma versterken ook binnen de gemeentelijke organisaties de samenhang tussen wonen, welzijn en zorg. We zien er naar uit om in verdere samenwerking met elkaar tot mooie resultaten te komen. Zodat we alle aandachtsgroepen een zo veilig en prettig mogelijke woonplek kunnen bieden en kansen om hen naar vermogen te laten meedoen in de samenleving. Wethouders gemeente Maassluis C. Bronsveld – Snoep, wethouder (jeugd)zorg en welzijn S.B. Kuiper, wethouder volkshuisvesting, armoede en sociale cohesie Wethouders gemeente Vlaardingen J.J. Silos - Knaap, wethouder zorg en maatschappelijke participatie I. Somers - Gardenier, wethouder bouwen en wonen A.J. Proos, wethouder maatschappelijke opvang

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 3 van 36

2 Introductie Voor de gemeenten Maassluis en Vlaardingen is, samen met partners, de voorliggende integrale woonzorgvisie opgesteld.

2.1

Achtergrond

De ontwikkelingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg volgen elkaar in rap tempo op. Zo is de scheiding van wonen en zorg een belangrijke ontwikkeling die steeds nadrukkelijker vorm krijgt, terwijl tegelijkertijd moet worden ingezet op verbinding tussen de diverse domeinen, samenwerking tussen betrokken organisaties en integraliteit in de aanpak op de totale opgave. Een thuis begint met een huis, en wanneer dit ontbreekt zijn de maatschappelijke kosten vaak uiteindelijk vele malen hoger dan wanneer dit huis wel kan worden geboden. Een huis en daarmee ‘thuis’ voor veel zogenaamde aandachtsgroepen, zoals uitstromers uit jeugdhulp met verblijf en mensen met een lichamelijke beperking, is tegelijkertijd ook een inhoudelijk complexe opgave. De vraag is meestal niet alleen een woning. Vaak zijn extra’s nodig zoals begeleiding, financiering en/of een prikkelarme omgeving. Voor zowel huis als extra’s zijn de inspanningen van diverse partijen nodig, zoals welzijns-, zorgorganisaties en diverse overheden. Samen met de inzet in onze gemeenten om op basis van Rijksbeleid wonen en zorg te scheiden, vraagt al bovenstaande júist om een goede regionale en lokale verbinding tussen de domeinen wonen, welzijn en zorg. In 2022 heeft het Rijk de Nationale Woon- en bouwagenda gepresenteerd. Deze is bedoeld om de wooncrisis in Nederland het hoofd te bieden.

Eén van de programma’s van deze agenda is ‘Een thuis voor iedereen’. Dit richt zich op de huisvesting van aandachtsgroepen met als focus: • Voldoende betaalbare woningen voor de aandachtsgroepen • Met een evenwichtige verdeling over de regio’s • Met daarbij de juiste zorg, ondersteuning en/of begeleiding In 2023 heeft het Rijk de contouren van de nieuwe Wet versterking Regie Volkshuisvesting (Wvrv) geformuleerd, die de overheid instrumenten in handen moet geven om de regie over de volkshuisvesting weer of meer nadrukkelijk te nemen. Beoogd kerninstrument in deze wet is het integraal volkshuisvestingsprogramma. Deze dient vanaf 2026 landelijk, provinciaal en lokaal te worden opgesteld. Vooruitlopend daarop zijn inmiddels regionale afspraken gemaakt over wonen (via de Woondeal1) en wordt vanuit het Rijk en de provincie ingezet op regionale afstemming rondom wonen en zorg. Vanwege de reeds bestaande samenwerkingen in de regio, een gedeelde visie op de opgave en de kansen om samen slagvaardiger te kunnen acteren, hebben de gemeenten Maassluis en Vlaardingen de handen ineengeslagen om voor de aandachtsgroepen tot een gezamenlijke en integrale woonzorganalyse en woonzorgvisie te komen. Op termijn (richting 2026) helpt deze gezamenlijke analyse en ambitiestelling bij het proces om per gemeente tot een integraal volkshuisvestingsprogramma te komen.

Deze visie is tot stand gekomen in nauwe afstemming met onze maatschappelijke partners: woningcorporaties, welzijnspartijen en zorgaanbieders voor de diverse aandachtsgroepen. In bijlage 1 is weergegeven welke partners betrokken zijn en hoe deze participatie heeft plaatsgevonden.

1 Deze wordt ook wel aangeduid als ‘Realisatieagenda regio Rotterdam’.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 4 van 36

2.2

Afbakening

Deze integrale woonzorgvisie kent een afbakening wat betreft de tijdshorizon, het geografische gebied en de aandachtsgroepen die hiervan onderdeel uitmaken. Daarnaast hangt de woonzorgvisie samen met diverse ontwikkelingen, zoals de herziening van de huisvestingsverordening in de regio Rotterdam, de ontwikkeling van het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA) en de transformatieopgave van de gemeenten. De belangrijkste samenhang is hieronder gevisualiseerd, verdere toelichting is opgenomen in bijlage 2.

Tijdshorizon Uit de woonzorganalyse blijkt dat sprake is van grote en integrale vraagstukken, voor en tussen de diverse aandachtsgroepen. Het gezamenlijk zicht hebben op deze vraagstukken en antwoord geven op deze vragen is een belangrijk doel van deze woonzorgvisie. We ervaren echter ook dat het gezamenlijk vormen van een eenduidig perspectief en het komen tot echte oplossingen – naast de te realiseren ‘quick wins’ – een kwestie is van lange adem. Daarom is aan deze woonzorgvisie geen einddatum gekoppeld. We monitoren en sturen indien nodig tussentijds bij. Geografisch gebied Deze woonzorgvisie is gericht op de inwoners van gemeenten Maassluis en Vlaardingen. In basis vormt dit de afbakening. Tegelijkertijd zien we nauwe verbindingen voor veel aandachtsgroepen in samenwerkingsverbanden op MVS2-niveau (Maassluis, Vlaardingen en Schiedam; bijvoorbeeld de gezamenlijke visie op maatschappelijke opvang en beschermd wonen), de zorgregio WSD (Westland-Schieland-Delfland; met name vanwege de ontwikkelingen op het gebied van toekomstbestendige zorg) en de woondealregio Rotterdam-Rijnmond (vooral rondom de opgave volkshuisvesting en zaken als evenwichtige spreiding).

2 De afkorting MVS staat voor de subregio waar de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam onder vallen.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 5 van 36

Aandachtsgroepen In het programma Een thuis voor iedereen en het wetsvoorstel voor de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) zijn een groot aantal aandachtsgroepen benoemd. Belangrijk is daarbij het besef dat het hier groepen inwoners betreft die aandacht nodig hebben als het gaat om passende woningen en woonoplossingen met waar nodig de juiste zorg, ondersteuning en/of begeleiding. De term aandachtsgroepen moet dan ook niet worden verward met probleemgroepen. Voor deze woonzorgvisie zijn de vier groepen aandachtsgroepen samengesteld:

Deze integrale woonzorgvisie voor aandachtsgroepen gaat in de basis over alle genoemde aandachtsgroepen, met daarbij enkele opmerkingen: • Zoals blijkt uit dit overzicht, is de doelgroep ‘ouderen’ niet ingesloten in deze integrale woonzorgvisie, behalve de (toekomstige) ouderen die vallen binnen de genoemde aandachtsgroepen. Gezien de omvang van de doelgroep ouderen, de omvang van de vraagstukken die erbij horen en de sterkere lokale binding van het vraagstuk, is gekozen dat beide gemeenten voor deze aandachtsgroep zelf een visie en uitvoeringsprogramma opstellen. • Ten opzichte van de landelijk gedefinieerde aandachtsgroepen is in het overzicht voor Maassluis en Vlaardingen de aandachtsgroep ‘Oekraïense vluchtelingen’ toegevoegd. Zeker voor Vlaardingen is dit een grote doelgroep: medio 2023 zijn 1.000 Oekraïense vluchtelingen in de tijdelijke wijk Mrija gaan wonen, vooralsnog tot uiterlijk 2026. Overigens betekent dit niet dat alle Oekraïense vluchtelingen uit deze wijk te zijner tijd in Vlaardingen worden gehuisvest: de opvang heeft een regionale functie. De situatie van de opvang van Oekraïense vluchtelingen is uniek in Nederland en vraagt op korte, maar vooral op lange termijn de nodige aandacht binnen de beoogde lokale – en regionaal afgestemde – volkshuisvestingsprogramma’s.

• Voor de doelgroep statushouders geldt een verplichte wettelijke taakstelling voor gemeenten om deze te huisvesten. • Bij het opstellen van deze woonzorgvisie is nog niet helemaal helder op welke wijze de Spreidingswet concreet uitwerking krijgt en wat dit betekent voor Maassluis en Vlaardingen. In lijn met het programma ‘Een thuis voor iedereen’ is deze doelgroep niet opgenomen in de scope van deze woonzorgvisie. Voor deze groep is bovendien sprake van tijdelijk verblijf, vaak in grootschalige voorzieningen, en niet van wonen, welzijn en zorg in de zin van deze woonzorgvisie. Daarnaast is de gemeentelijke rol hierbij beperkt, omdat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) hierin veel taken vervult. Wel is het van belang te beseffen dat voor deze groep mogelijk in de fysieke ruimte nodig zal zijn. Van belang is de samenhang met de ontwikkelingen vanuit deze woonzorgvisie wel te blijven houden.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 6 van 36

2.3

Van analyse naar visie

Bij het opstellen van deze woonzorgvisie is gebruik gemaakt van de opgehaalde informatie vanuit de woonzorganalyse. Daarin is voor alle aandachtsgroepen inzichtelijk gemaakt wat de kwalitatieve en kwantitatieve opgave is. Naast cijfers over de huidige omvang van de aandachtsgroepen (vraag) en voorzieningen (aanbod), is hierbij ook een prognose c.q. toekomstbeeld geschetst op basis van de in 2023 bekende toekomstige behoefte. Deze kwalitatieve en kwantitatieve (toekomstige) vraag vormt belangrijke input voor het formuleren van de kwantitatieve en kwalitatieve ambities in deze visie. In deze woonzorgvisie zijn meerjarige ambities en doelen geformuleerd. Deze vertalen we daarna in een uitvoeringsprogramma met concrete afspraken ‘wat te gaan doen’. Dit stellen we samen met partners op voor de komende jaren en bevat concrete activiteiten en afspraken om – in samenhang en vanuit integraal perspectief – resultaten te boeken op de geformuleerde pijlers van deze visie. In hoofdstuk 6 is verder omschreven wat de volgende stappen zijn in de samenwerking met en tussen partners in Maassluis en Vlaardingen. Daarbij zal waar nodig en wenselijk verbinding worden gelegd met de uitvoeringsplannen die vanuit de Regiovisie voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang opgesteld worden.

2.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 3 is een samenvatting en duiding opgenomen van de informatie, die in de woonzorganalyse is samengebracht. Het geeft zicht op de totale kwalitatieve en kwantitatieve vraagstukken op de specifieke aandachtsgroepen in het bijzonder. Hart van deze woonzorgvisie vormen de hoofdstukken 0 en 5, waarin de vier centrale, integrale pijlers van onze visie zijn gedefinieerd en uitgewerkt met concrete ambities voor de komende periode. De visie besluit in hoofdstuk 6 met het handelingsperspectief naar een concrete vertaling naar actie, met een overzicht van rollen en verantwoordelijkheden van de vele betrokken partijen uit de domeinen wonen, welzijn en zorg. Deze uitwerking dient als basis voor een goede toekomstige samenwerking. Tot slot zijn enkele bijlagen opgenomen, waarnaar in de tekst van dit document is verwezen.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 7 van 36

3 Ontwikkelingen en uitdagingen In de woonzorganalyse zijn voor alle aandachtsgroepen de ontwikkelingen en kwalitatieve en kwantitatieve knelpunten beschreven. Waar mogelijk is ook een prognose / toekomstbeeld toegevoegd. Deze analyse vormt een belangrijke basis voor deze visie en concretisering van de ambities. Naast deze analyse zijn ook een aantal trends op het gebied van wonen, zorg en welzijn relevant voor de opgaven, visie en ambities. In dit hoofdstuk beschrijven we ten eerste deze trends. Vervolgens zijn enkele kerncijfers vanuit de woonzorganalyse in dit hoofdstuk opgenomen. Tot slot is een duiding op de samenhang van de aandachtsgroepen en daarbij behorende vraagstukken opgenomen.

3.1

Landelijke trends in wonen, welzijn en zorg

De samenleving van de toekomst ziet er écht anders uit dan vandaag. Dat is het gevolg van de diverse trends en ontwikkelingen die zijn waar te nemen en te voorzien richting de toekomst. Deze algemene, landelijke trends vormen de kaders om naar de woonzorgopgave in onze gemeenten te kijken. We noemen de meest relevante zaken voor deze woonzorgvisie. Woningnood Er is in Nederland een groot tekort aan woningen door ontwikkelingen als de stijgende levensverwachting, economische vraag naar arbeidskrachten uit het buitenland, toename van kleine huishoudens, lange bouwprocedures en beperkte bouwgrond. Voor veel mensen is het hierdoor lastig een woning te vinden die aansluit bij hun wensen en mogelijkheden, zoals betaalbaarheid of (zorg)geschiktheid. Dit geldt ook voor de aandachtsgroepen binnen de scope van de woonzorgvisie, met dien verstande dat deze aandachtsgroepen veelal aanspraak kunnen maken op regelingen die hun wachttijd verkorten. Het tekort aan woningen leidt tot veel druk op de woningmarkt. Het blijkt daarom lastig om de gevraagde woningen die nodig zijn (900.000 extra woningen tot en met 2030) te realiseren. Voor de komende jaren vraagt deze nood om keuzes en (innovatieve) oplossingen. Langer zelfstandig wonen De inzet vanuit het Rijk is al vanaf 2013 erop gericht om wonen en zorg meer te scheiden, vaak benoemd als ‘extramuraliseren’.

Het idee daarachter is dat mensen zo lang mogelijk vanuit eigen regie en zelfredzaamheid zelfstandig kunnen wonen in een eigen huis en zo min mogelijk in intramurale setting. De financiering voor wonen en zorg is daarbij strikt gescheiden. De ‘wooncomponent’ is de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner, terwijl zorg wordt gefinancierd vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet langdurige zorg (Wlz). Steeds meer service, welzijn en zorg moet als gevolg van deze ontwikkelingen door bewoners zelf worden georganiseerd, al dan niet collectief. Dit alles betekent in basis een beweging van intramurale woonvormen naar andere vormen van wonen voor de aandachtsgroepen, idealiter in de beweging richting zelfstandig wonen in een eigen woning. Nieuwe woonvormen en initiatieven Het scheiden van wonen zorg vergroot de keuzevrijheid van mensen. Zij kunnen gemakkelijker zelf kiezen waar ze willen wonen en stellen daarbij meer eisen, zoals kleinschalig of juist in een groot woonzorgcomplex; in de stad of juist in landelijk gebied. Daarbij groeit de vraag naar nieuwe woonvormen, die het gat dichten tussen ‘zelfstandig thuis’ en wonen in een intramurale voorziening met 24-uurs zorg in de nabijheid.

Specifiek aandachtspunt als het gaat om benodigde woonvormen is het gebrek aan (woon)voorzieningen voor jongeren die uit woonvormen van de jeugdzorg uitstromen.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 8 van 36

Meer menging in de wijken Steeds meer zullen mensen uit de diverse aandachtsgroepen in de toekomst woonachtig zijn in gewone woningen in bestaande woonwijken. Daardoor ontstaat meer menging van diverse inwoners in de wijken. Door deze ontwikkeling is aandacht voor leefbaarheid in de wijken essentieel. Het vraagt om de aanwezigheid van de juiste voorzieningen, aandacht voor welzijn en (de organisatie van) zorg in de wijken. Bij een deel van de aandachtsgroepen is sprake van kwetsbaarheid en/of onbegrepen gedrag. Dit vraagt in het bijzonder aandacht. Op meerdere plaatsen in het land wordt met nieuwe zorgmodellen geëxperimenteerd, zoals buurtzorgteams die naast de zorglevering nadruk leggen op aanwezigheid in de wijk/buurt en inzet op preventie en welzijn. Mantelzorg onder druk, informele zorg belangrijker Er is een groeiende erkenning van de belangrijke rol van mantelzorgers en informele zorgnetwerken. Tegelijkertijd daalt volgens de (demografische) prognoses het aantal mantelzorgers de komende decennia snel. Dat betekent dat in de toekomst een groter beroep gedaan zal worden op alle inwoners om bij te dragen in hun eigen omgeving aan het omzien naar elkaar, concreet helpen en signaleren richting professionele partijen. In het besef dat de samenleving niet maakbaar is, is dat een forse uitdaging.

Vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Aandacht voor de rol, positie en een goede ondersteuning van vrijwilligers en het vrijwilligerswerk is daarmee essentieel. Vernieuwing van de zorg Goede, toegankelijke en betaalbare zorg staat onder druk. Zo blijft de zorgvraag en zorgzwaarte stijgen, waardoor de druk op het zorgpersoneel en de tekorten hierin toenemen. Bovendien is de toegankelijkheid van zorg en ondersteuning voor iedereen geen vanzelfsprekendheid, zeker voor mensen met (meerdere) kwetsbaarheden. Zorg moet meer ‘met mensen’ in plaats van ‘voor mensen’ worden georganiseerd om de kwaliteit en betaalbaarheid te kunnen waarborgen. Dit alles is aanleiding voor een Integraal Zorgakkoord (IZA), waarin de opgaven en acties hierop zijn benoemd. Concrete kansen zijn er ook bij (intensievere) inzet van innovatieve oplossingen en domotica. Zorg wordt de komende decennia, kortom, anders georganiseerd en meer en meer iets van ons allemaal.

3.2

Lokaal beeld wonen, welzijn en zorg

Vanuit de woonzorganalyse komt de lokale opgave voor Maassluis en Vlaardingen naar voren, zowel kwantitatief als kwalitatief. In deze paragraaf zijn de belangrijkste elementen uit de woonzorganalyse opgenomen. 3.2.1 Wat zien we om ons heen? De lokale uitdagingen, gebaseerd op de woonzorganalyse, zijn hieronder opgebouwd vanuit een viertal ‘pijlers’ die samen de totale opgave omvatten:

1. Integrale volkshuisvesting Ontwikkelingen als de stijgende levensverwachting, economische vraag naar arbeidskrachten uit het buitenland en een toename van kleine huishoudens maken dat het ook in Maassluis en Vlaardingen voor alle betrokkenen complex, zo niet onmogelijk is om binnen een redelijke termijn een geschikte woning te vinden. Dat geldt in de eerste plaats voor de reguliere woningzoekenden, zoals starters en studenten. De aandachtsgroepen waar deze visie zich op richt, kunnen veelal aanspraak maken op regelingen die hun wachttijd verkorten. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat een nog kortere wachttijd vanuit het perspectief van de zorgorganisaties wenselijk is. Door de grote woningnood is dit echter in de praktijk niet mogelijk. Woningcorporaties zien de druk op plaatsingen via de urgentieregeling toenemen, met alle gevolgen van dien voor de reguliere woningzoekenden. Een continue spagaat met vele dilemma’s hoe iedereen tijdig en passend te huisvesten is in de praktijk het gevolg.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 9 van 36

De behoefte aan schaarse woningen en woonvormen raakt dus zeker ook de aandachtsgroepen binnen deze woonzorgvisie, waar op diverse vlakken sprake is van wachtlijsten voor zowel in- als uitstroom. De maatschappelijke opvang zit overvol en de drempel voor instroom is daardoor steeds hoger geworden. Dit heeft ook effect op de kansen voor uitstroom, waarbij nog vaak specialistische en/of ambulante begeleiding nodig is. Zeker nu door de versterkte focus op extramuralisering deze mensen zoveel als mogelijk ‘gewoon’ in de wijken moeten wonen met de benodigde hulp, ondersteuning en begeleiding aan huis. Bij deze verstopping in de keten geldt wel dat de meeste partners kansen zien in het beter afstemmen van de diverse processen, goede overdracht van cliënten etc. Het knelt in de keten, maar een deel van de oorzaken is kwalitatief op te lossen met betere samenwerking. Een eigen woonplek, waar desgewenst begeleiding en zorg georganiseerd kunnen worden, is een randvoorwaarde voor bijvoorbeeld jongeren die uit een instelling komen of mensen die uitstromen uit een beschermde woonvorm om te groeien in zelfstandigheid en uiteindelijk weer volledig zelfstandig te kunnen wonen. Tegelijkertijd zien we dat een deel van de inwoners niet in staat is om in reguliere woningen een goede plek te vinden en mee te doen. Voor deze doelgroep is extra aandacht nodig.

Verder valt op dat nieuwe doelgroepen ontstaan, zoals de zogeheten ‘economisch daklozen’: inwoners waarbij een vaak ingrijpende gebeurtenis (zoals scheiding, ontslag of ruzie met ouders) zorgt voor dakof thuisloosheid. Hoewel zij een acute woonvraag hebben door levensveranderende gebeurtenissen, is hier in het algemeen niet direct sprake van psychische problemen of verslaving. Hierdoor komen zij niet in aanmerking voor de maatschappelijke opvang of een urgentieregeling. Juist bij deze doelgroepen is het risico groot dat het niet hebben van een eigen woonplek tot problemen leidt op meerdere leefgebieden, zij dit niet zelf meer kunnen oplossen en hun zorgvraag toe zal nemen. Al bovenstaande gaat in de kern over vragen als: wat kunnen we aan woningen bouwen, voor wie willen we bouwen en hoe verdelen we de bestaande (sociale) woningvoorraad? Daarbij is een belangrijk vraagstuk hoe we met elkaar de balans bewaken tussen de belangen van regulier woningzoekenden en die van de groeiende groep aandachtsgroepen. 2. Welzijn en zorg We zien dat de basis van zorgzame gemeenschappen en van ‘nabuurschap’ afneemt. De gemiddelde wijk en de gemiddelde inwoner is nog niet voldoende toegerust om in een veranderde samenleving zijn of haar rol als sociaal vangnet te nemen, terwijl we door de schaarste die er is in de toekomst steeds minder kunnen verwachten van professionals en mantelzorgers.

De toenemende menging in de wijken met soms kwetsbare inwoners vraagt brede acceptatie voor ‘samenleven’. Tegelijkertijd is de kracht in en van de wijken essentieel om de veranderingen te kunnen faciliteren en voor te sorteren op de genoemde trends en ontwikkelingen. De complexiteit en omvang van de zorgvraag neemt daarnaast toe. Mensen hebben steeds vaker problemen op meerdere leefgebieden, die elkaar ook nog eens (vaak negatief) beïnvloeden. Denk aan de mensen met een psychiatrische aandoening, die verslaafd raken, overlast veroorzaken en via deze weg uiteindelijk uit huis worden gezet. Zij belanden (als het lukt) vaak eerst in de maatschappelijke opvang en later in een Beschermd Wonen voorziening of via een urgentieregeling weer in een reguliere woning mét begeleiding. Het aantal ggz bedden is daarentegen sinds 2013 met 2/3 afgenomen, wat de mogelijkheden beperkt voor inwoners die niet in aanmerking komen voor Beschermd Wonen. Bij een deel van de inwoners die behoren tot de aandachtsgroepen, zoals mensen met een verstandelijke beperking, groeit tevens de groep ouderen, ook omdat ouderdomsklachten als dementie al op jongere leeftijd voorkomen. De voorzieningen voor deze ouderen onder de aandachtsgroepen zijn beperkt in Maassluis en Vlaardingen. Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 10 van 36

In de transitie “van beschermd wonen naar beschermd thuis” wordt al enkele jaren gewerkt aan het door decentraliseren van de taken en financiering voor beschermd wonen naar individuele gemeenten. In lijn hiermee is ook het zogenoemde ‘woonplaatsbeginsel beschermd wonen’ opgesteld, waardoor het vaker mogelijk moet zijn om thuis of in de eigen woonplaats te blijven wonen, met ambulante ondersteuning. Deze ontwikkelingen worden naar alle waarschijnlijk per 1 januari 2025 formeel overheidsbeleid. Juist bij de overgang van type wet en financiering 3 of van de ene naar de andere zorgorganisatie (“overdrachtsmomenten”) zien we kwetsbaarheden. Daardoor kan bijvoorbeeld de ontvangen ondersteuning bij de overgang van een cliënt fors verminderen of raakt een cliënt zijn/haar vaste begeleider kwijt. Continuïteit van zorg in het belang van de cliënt staat daarmee onder druk en dergelijke mutaties voegen nieuwe stressfactoren toe aan een toch al kwetsbaar leven. De samenhang van welzijns- en zorgvragen is groot en als daar een woonvraag bij komt is de oplossing allesbehalve eenvoudig. In de achterliggende jaren is een veelheid aan zorgvormen ontstaan, die heel veel mogelijkheden bieden richting de toekomst. Uitdaging is wel (zoals verwoord in het IZA) om passende zorgvormen méér in te zetten en niet-passende zorgvormen daadwerkelijk niet meer te leveren.

Daarbij komt dat de complexiteit van de zorgvraag ook een beroep doet op de kennis en expertise van de zorgverleners. We signaleren in de praktijk hiaten in wat de betrokken (zorg-)medewerkers kunnen bieden ten opzichte van wat nodig is. Expertise op het gebied van psychische en psychosociale klachten is daarbij het meest essentieel. 3. Samenwerking en verbinding Verbinding tussen de domeinen wonen, welzijn en zorg is (nog) geen vanzelfsprekendheid. De betrokken organisaties hebben onder meer te maken met diverse regio-indelingen en samenwerkingsverbanden, verschillende financieringsstromen, een andere ‘taal’ en andere perspectieven en belangen. Hoewel er regionaal en lokaal diverse overlegtafels zijn, blijken deze vaak sectoraal of op basis van één specifieke aandachtsgroep georganiseerd. De opgave is echter integraal en vraagt daarom juist integrale afstemming. Onderlinge afstemming tussen de domeinen wordt nu vooral op casusniveau georganiseerd, bij incidenten en concrete knelpunten en is daardoor vaak reactief. In de praktijk blijkt elkaar zien en ontmoeten essentieel is om tot gezamenlijke verantwoordelijkheid en eigenaarschap te komen, van beleids- tot casusniveau. Dat geeft ook meer mogelijkheden om vanuit samenwerking te innoveren, te experimenteren en nieuw aanbod te ontwikkelen.

Vanuit de woonzorganalyse komt ten slotte naar voren dat samenwerking rondom de cliënt tussen eigen netwerk, huisartsen, acute zorg, sociaal domein en ggz een belangrijk aandachtspunt is. De verbinding met zorgprofessionals in de eerste lijn en voor samenwerking van de eerste lijn met ander domeinen (sociaal domein, medisch-specialistische zorg en langdurige zorg), verdient dan ook inzet van alle

3 Veelvoorkomend zijn de overgang van cliënten van hulp of zorg vanuit de Wmo of Zorgverzekeringswet naar hulp of zorg uit de

Wet langdurige zorg (Wlz) wanneer aan de criteria hiervoor wordt voldaan. Ook voor jongeren is dit een bekend obstakel, met name bij de overgang van hulp en ondersteuning via de Jeugdwet naar hulp of ondersteuning via de Wmo of Wlz.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 11 van 36

betrokkenen, in het belang van de inwoner / cliënt waar partijen zich iedere dag voor inzetten. Daarbij geldt dat specialistisch aanbod niet goed lokaal georganiseerd kan worden en dus vraagt om goede afstemming en regionale samenwerking. 4. Inzicht en overzicht Bij de afbakening voor deze woonzorgvisie zijn 17 aandachtsgroepen benoemd, die in meerdere of mindere mate aandacht vragen vanuit de integrale opgave voor wonen, welzijn en zorg. Ter voorbereiding op de vorming van deze visie is kwantitatief en kwalitatief inzicht verzameld over deze 17 specifieke aandachtsgroepen. Omdat veel partners zijn betrokken bij al deze aandachtsgroepen, is de informatie versnipperd. Daarbij is vaak sprake van diversiteit aan definities, wijze van tellen en actualiteit van de gegevens. Het vaststellen van het actueel beschikbaar aantal (tijdelijke) woningen voor de diverse aandachtsgroepen is bijvoorbeeld een bijzonder lastig eenduidig te beantwoorden vraag. Beelden verschillen bovendien, afhankelijk van het perspectief waaruit gegevens worden geduid. Uit het ophalen en bespreken van deze data is helder geworden dat het complex is om goed inzicht te krijgen én behouden in de omvang en (kwalitatieve) aard van de aandachtsgroepen en de hierbij behorende opgaven. Zo is het niet eenvoudig om een goed zicht te verkrijgen op de wachtlijsten.

Registratie van in- en uitstroom vindt niet op uniforme wijze plaats. Ook is op dit moment onvoldoende beeld bij de groep die zich wel meldt voor opname in de maatschappelijke opvang, maar niet wordt toegelaten; deze groep verdwijnt niet zelden uit beeld. Een deel van de daklozen blijft sowieso ‘verborgen’: zij melden zich niet aan voor de maatschappelijke opvang aangezien ze daarvoor niet in aanmerking komen en maken vooral gebruik van hun sociale netwerk om daar te verblijven. Dit geldt ook voor arbeidsmigranten; het aantal niet-geregistreerde arbeidsmigranten is waarschijnlijk enkele honderden per gemeente, maar exacte cijfers zijn hier niet van. Voor deze doelgroep geldt tevens dat de wet inzicht bemoeilijkt: deze personen kunnen niet in de Basisregistratie Personen (BRP) worden ingeschreven wanneer zij korter dan vier maanden in Nederland verblijven. Ook in de samenwerking tussen partijen is behoefte aan meer in- en overzicht. Veel partijen weten maar heel beperkt welke organisaties bij welke aandachtsgroep betrokken zijn. Daarnaast is vaak onvoldoende beeld bij de aanwezigheid van hulp, ondersteuning, zorg en voorzieningen in de wijken, gecombineerd met het beeld van de verdeling van aandachtsgroepen over de wijken. Er is behoefte aan hulpmiddelen om de gezamenlijkheid en verbinding (opgave 3) te faciliteren, binnen de grenzen van de AVG.

Het lastig kunnen verzamelen en beschikbaar stellen van informatie maakt tot slot de monitoring van de ontwikkelingen, knelpunten en voortgang op doelen (als er al KPI’s zijn benoemd) een uitdaging. De cijfers díe er zijn, geven daardoor in de beleving van partners vaak een vertekend beeld. Op meerdere plekken in de keten is sprake van stagnatie, die hierdoor de aantallen beïnvloedt. Samenvattend Pijler 1. Integrale volkshuisvesting

2. Welzijn en zorg

Belangrijkste uitdagingen • Zeer moeilijk om geschikte woning te vinden (regulier én aandachtsgroepen) • Druk op plaatsingen via urgentieregeling • Beperkte beschikbaarheid woningen om beweging (extramuralisering) te maken • Nieuwe doelgroepen, zoals economisch daklozen • Basis van zorgzame gemeenschappen en ‘nabuurschap’ neemt af • Meer en zwaardere zorgvraag: verslaving en/of psychiatrische problematiek • Kwetsbaarheden voor inwoners / cliënten bij overgang van wet en financiering • Kennis en expertise op de werkvloer is een aandachtspunt

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 12 van 36

3. Samenwerking en verbinding

4. Inzicht en overzicht

• Geen vanzelfsprekende verbinding tussen wonen, welzijn en zorg • Verschillende regio’s, samenwerkingsverbanden, financieringen, taal, belangen, .. • Onderlinge afstemming met name op casusniveau en / of reactief • Samenwerking rondom “de cliënt” is belangrijk aandachtspunt (huisarts, ggz, sociaal domein etc.) • Van een deel van de aandachtsgroepen en voorzieningen is beperkt inzichtelijk over hoeveel mensen het gaat en wat de cijfers zijn qua actuele bezetting, wachtlijst, prognoses etc. • Informatie is versnipperd aanwezig en geeft door o.a. stagnaties in de keten een niet eenduidig c.q. vertekend beeld • Elkaar als partijen kunnen vinden én kennen (sociale kaart etc.) is aandachtspunt • Monitoring van en ‘sturing’ op ontwikkelingen is een uitdaging

3.2.2 Wat zijn de belangrijkste cijfers? Op basis van het geschetste beeld van de situatie is in de analyse een uitwerking opgenomen van de cijfers per aandachtsgroep, inclusief knelpunten en ontwikkelingen. In deze analyse is eveneens een overzichtstabel gepresenteerd, die specificeert welke voorzieningen er zijn per aandachtsgroep en daarbij een kwalitatieve prognose bevat richting de toekomst. Hieronder is een infographic opgenomen, die deze informatie op een beknopte wijze samenvat en op hoofdlijnen inzicht geeft in de status en verwachting per aandachtsgroep. Het is van belang een aantal leeswijzers te noemen als toelichting bij deze cijfers en prognoses. • De cijfers zijn gespecificeerd voor Maassluis en Vlaardingen. Waar dit niet mogelijk was, zijn deze op MVS-niveau gerapporteerd. Tenzij anders aangegeven, hebben de cijfers betrekking op het jaar 2022. • De cijfers worden per voorziening bijgehouden en niet op unieke personen. Hoeveel unieke personen gebruik maken van de diverse voorzieningen, is uit deze cijfers dus niet op te maken. • Niet ieder individu binnen de aandachtsgroepen heeft een woning nodig. Het aantal personen binnen een aandachtsgroep geeft daarom niet exact de behoefte aan woonruimte voor die aandachtsgroep aan.

De personen binnen de aandachtsgroepen maken sowieso onderdeel uit van de woningzoekenden en vragen dus geen éxtra woningen; het gaat om beschikbaarstelling van woningen aan specifieke aandachtsgroepen, eventueel met urgentie. • De omvang van de aandachtsgroepen wordt mede bepaald door het aanbod en de benutting van de voorzieningen. Als er een restrictie of toegangsdrempel aanwezig is voor bepaalde voorzieningen, heeft dit ook impact op de omvang van de aandachtsgroep. Aandachtsgroep Inwoners zonder vaste verblijfplaats

Toelichting Geen betrouwbare inschatting mogelijk

Dakloze mensen met opvangvoorziening

Alleenstaanden (De Elementen) 28 reguliere plekken en 2 crisisplekken | 58 personen Gezinnen (Elckerlyc) 10 crisiswoningen | 59 personen 3 centraal onthaalwoningen | 14 personen 10 begeleid wonenvoorzieningen | 30 personen 10 pluswoningen* | 18 personen *specifiek voor Vlaardingen

Mantelzorgverleners en -ontvangers

Maassluis Geschat aantal mantelzorgers: ± 10.000 (in 2020) Geregistreerd aantal mantelzorgers: 375

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Prognose Toename Door nieuwe doelgroepen (als economisch daklozen en arbeidsmigranten zonder werk) neemt de omvang van deze groep toe. Toename De druk op deze voorzieningen is hoog en het aantal personen binnen deze aandachtsgroep neemt toe. Op de langere termijn is het de wens om het aantal plekken af te bouwen, wanneer er andere passende oplossingen zijn ontwikkeld voor (een deel van) de doelgroep, zoals Housing First. Toename Verwacht wordt dat de wachtlijsten/verhoogde toegangsdrempels in de zorg en de

Pagina 13 van 36

Vlaardingen Geschat aantal mantelzorgers: ± 22.000 (in 2020) Geregistreerd aantal mantelzorgers: 650 Inwoners met een beperking

Maassluis Indicaties verstandelijke beperking (VG): 224 Indicaties lichamelijke beperking (LG): 31 Vlaardingen Indicaties verstandelijke beperking (VG): 392 Indicaties lichamelijke beperking (LG): 74

Uittredende sekswerkers

Betrokken zorgorganisaties ASVZ, Fokuswonen, Ipse de Bruggen, Middin, Philadelphia en Stichting Herman Frantzenhuizen Geen relevante cijfers bekend op dit moment

Uitstromers uit detentie

Maassluis Ca. 20 personen per jaar

Jeugdhulp met verblijf (incl. jongeren 18 t/m 23 jaar)

Vlaardingen Ca. 100 personen per jaar Maassluis 70 personen, waarvan 40 pleegzorg, 10 gesloten plaatsing en 25 overig verblijf

Slachtoffers huiselijk geweld of mensenhandel

Vlaardingen 190 personen, waarvan 110 pleegzorg, 10 gezinsgericht, 10 gesloten plaatsing en 75 overig verblijf Maassluis 275 meldingen Veilig Thuis Vlaardingen 687 meldingen Veilig Thuis

Beschermd Wonen MVS (vanwege MVS samenwerking en centrumfunctie Vlaardingen ook Schiedam opgenomen)

Wlz/ggz

Voorzieningen MVS 2 woningen noodplek | 32 personen 10 woningen opvang na huiselijk geweld | 43 personen 10 woningen crisisopvang 7 trajecten ambulante begeleiding Maassluis 13 personen met indicatie Vlaardingen 33 personen met indicatie

Stabiel Voor zover bekend is er geen reden om aan te nemen dat het aantal personen binnen deze aandachtsgroep toe- of afneemt. Stabiel Geen redenen om groei of daling van deze groep te voorzien. Stabiel Uit de cijfers blijkt dat deze groep redelijk stabiel is over de jaren heen.

Toename Uit de ontwikkeling van de cijfers in deze analyse blijkt een stijgende trend. Deze zal naar verwachting doorzetten.

Toename Er is in het algemeen een toename in het aantal mensen dat beschermd, beschut of begeleid moet wonen.

Schiedam 67 personen met indicatie Betrokken zorgorganisaties Pameijer, Jados, Timon, Stoed, New Life Living, Pret in Herstel, Elckerlyc, Zero & Sano Maassluis 75 indicaties GGZ wonen Vlaardingen 77 indicaties GGZ wonen

Uitstromers uit instellingen voor klinische

dubbele vergrijzing zullen toenemen. Dat leidt tot een toenemend beroep op mantelzorg(ers). Stabiel Het aantal cliënten binnen zowel verstandelijke als lichamelijke gehandicaptenzorg blijkt stabiel de achterliggende jaren.

Landelijk Stijging van 4.510 indicaties in 2019 naar 16.130 in 2021, met name door overgang Wmo naar Wlz Maassluis 11 cliënten ambulant via GGZ Delfland

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Toename De complexiteit van psychische problematiek neemt toe en daarmee het aantal mensen binnen deze aandachtsgroep.

Toename

Pagina 14 van 36

ggz en forensische zorg

Statushouders

Studenten

Vlaardingen 19 cliënten ambulant via GGZ Delfland Taakstelling Maassluis 2022 | 44 2023 | 64 1e helft 2024 | 37 Taakstelling Vlaardingen 2022 | 94 2023 | 163 1e helft 2024 | 79 Maassluis 30 studentenwoningen in ontwikkeling (De Kade / het Van Gelderenterrein) Vlaardingen Ca. 95 tijdelijke woningen (District-U)

Arbeidsmigranten

Woonwagenbewoners

Oekraïense vluchtelingen

Maassluis Geregistreerd: 1.206 in 2023 Niet-geregistreerd: schatting enkele honderden personen Vlaardingen Geregistreerd: 1.937 in 2023 Niet-geregistreerd: schatting 500-1.000 personen Maassluis Kamp aan Dr. Albert Schweizerdreef Vlaardingen Kamp Holyweg Maassluis 122 personen Twee locaties Vlaardingen 1.000 – 1.100 personen Eén locatie met 387 tijdelijke woningen – regionale opvang M

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Ten gevolge van extramuralisering zal de uitstroom naar wonen met ambulante begeleiding toenemen. Toename De asiel- en woonketen zit op het moment van schrijven zo vol dat de taakstelling zal toenemen in de komende tijd. Daarnaast is de internationale situatie dusdanig, dat in de komende jaren meer vluchtelingen worden verwacht. Toename Landelijke prognoses geven een stijgend tekort aan studentenhuisvesting aan in de komende jaren. Vlaardingen heeft ambitie om een studentenstad te worden, resulterend in behoefte aan studentenwoonruimte. Toename Het aantal arbeidsmigranten stijgt met een stabiel percentage over de jaren heen. De verwachting is dat hierin de komende jaren geen verandering zal optreden. Stabiel Er wordt in beide gemeenten ingezet op het behoud van de bestaande voorraad. Toename De nood blijft onverminderd hoog. Het aantal Oekraïense vluchtelingen neemt steeds toe en de verwachting is dat dat niet binnen afzienbare tijd gaat dalen.

Pagina 15 van 36

4 Onze visie De in hoofdstuk 3 geschetste trends en ontwikkelingen en lokale uitdagingen vragen om een integrale aanpak vanuit een gezamenlijke visie. Dit hoofdstuk verwoordt deze visie inclusief enkele randvoorwaarden en uitgangspunten. In het volgende hoofdstuk zijn de integrale opgaven als pijlers van deze visie verder uitgewerkt in ambities.

4.1

Overkoepelende ambitie

Er is sprake van een complexe maatschappelijke opgave, die de domeinen van wonen, welzijn en zorg raakt. Daarbij spreken we over een geheel van honderden inwoners vanuit de aandachtsgroepen, tientallen maatschappelijke partners, veel verschillende wetten en regels en landelijke crises die ook lokaal worden gevoeld. Wat we in deze visie omschrijven, is daarom een gezamenlijke visie die de gewenste beweging beschrijft en kader en houvast biedt voor alle betrokkenen. Wij zien een maatschappelijke opgave op het gebied van wonen, welzijn en zorg: het werken aan inclusieve wijken, waarin iedereen zoveel als mogelijk zelfstandig kan wonen en leven, met de benodigde voorzieningen in de nabijheid. Vanuit integrale, domeinoverstijgende samenwerking werken we aan een mix van oplossingen voor wonen, welzijn en zorg die deze beweging mogelijk maken. Zo waarborgen we een zo veilig, toegankelijk en prettig mogelijke woonomgeving voor iedereen in Maassluis en Vlaardingen.

4.2

Ambitie op vier pijlers

Het hierboven beschreven ‘hogere doel’ is vertaald naar de vier pijlers onder deze visie, die naar voren zijn gekomen bij het lokale beeld rondom wonen, welzijn en zorg.

We zorgen voor voldoende en passende woningen en/of woonvormen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige spreiding Wij staan voor een inclusieve samenleving. Een veilige leefomgeving en stabiele huisvesting vormt de basis voor een gezond, productief en zinvol leven en het kunnen meedoen in de samenleving. Dit gunnen we iedereen. In Maassluis en Vlaardingen wonen en leven inwoners met of zonder hulpvraag op een prettige manier bij elkaar in leefbare en vitale wijken. Er is (ingezet op) voldoende, passend en gevarieerd woningaanbod en een evenwichtige spreiding van de aandachtsgroepen.

We zorgen voor passende zorg en ondersteuning (welzijn) voor iedereen die dat nodig heeft, gericht op versterken van eigen kracht We versterken in Maassluis en Vlaardingen de beweging ‘naar de voorkant’; een transformatie waarbij eigen kracht en regie van inwoners (voor zover mogelijk) wordt versterkt, het netwerk wordt ingezet en we vanuit o.a. Positieve Gezondheid4 werken aan veerkrachtige inwoners en wijken. In 2030 hebben we toegankelijke en inclusieve wijken met de juiste voorzieningen en ontmoetingsplekken en een toekomstbestendige inrichting van welzijn en zorg.

4 Positieve Gezondheid is een brede benadering van gezondheid die zich richt op het welzijn en de veerkracht van individuen,

waarbij niet alleen de afwezigheid van ziekte, maar ook het fysieke, mentale en sociale welbevinden en het vermogen om met uitdagingen om te gaan, centraal staan.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 16 van 36

We zorgen voor duurzame en domeinoverstijgende samenwerking op de gezamenlijke opgave Alleen vanuit duurzame en domeinoverstijgende samenwerking is het mogelijk de complexe uitdagingen aan te pakken. We zorgen dat de visie en koers van deze woonzorgvisie breed worden gedragen bij partners die vanuit wonen, welzijn en zorg zijn betrokken bij de aandachtsgroepen. Voor deze opgave werken alle betrokken partijen intensief met elkaar samen, begrijpen elkaar en leren van elkaar. Denken en werken vanuit de cliënt staat daarbij centraal.

We zorgen voor de juiste instrumenten voor monitoring en sturing om de samenwerking en afstemming te ondersteunen Om onze inhoudelijke opgaven te bereiken is samenwerking en afstemming van groot belang. Om dit te kunnen doen is betere informatievoorziening en monitoring nodig. Uiterlijk in 2030 wordt daarom datagedreven samengewerkt rondom de aandachtsgroepen via uniforme definities en registraties en een gezamenlijk proces van dataverzameling en duiding. Dit bevordert de samenwerking, afstemming die nodig is om onze inhoudelijke opgaven te behalen.

4.3

Randvoorwaarden

Ten aanzien van de hierboven gedefinieerde visie en ambities gelden wel enkele randvoorwaarden. Bij het werken aan de hierboven genoemde ambities moeten we realistisch zijn: niet alles is mogelijk! We hebben immers ook in Maassluis en Vlaardingen te maken met een schaarste aan woningen, ruimte voor woningontwikkeling, een schaarste aan zorgpersoneel en mantelzorgers en wettelijke regels en beperkingen. Bovendien is het niet mogelijk om voor íedereen een passende oplossing te vinden en het voor iedereen goed te doen; daar zullen we eerlijk over (moeten) zijn. Vanuit realisme en intensieve samenwerking is de grondhouding echter wel om steeds te zoeken naar wat wél kan. Vanuit deze visie zetten we in op een beweging naar ‘de voorkant’: van zorgen naar welzijn, van intramuraal wonen naar zelfstandig in de wijken, van formele naar informele zorg en van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. Dat vraagt onder meer een zwaardere inzet vanuit welzijn, steviger netwerken en voorzieningen in de wijken en doorontwikkeling van ambulante zorgvormen. De financiering is daarbij versnipperd en complex. De betaalbaarheid van de opgave is daarmee een belangrijke randvoorwaarde in het zoeken naar oplossingen.

4.4

Uitgangspunten

Binnen het kader van de hiervoor geschetste randvoorwaarden werken we vanuit de volgende inhoudelijke uitgangspunten: 1) Inclusieve, gemengde wijken en buurten. We streven naar inclusieve wijken en buurten waar plek is voor de diverse aandachtsgroepen die in deze visie centraal staan. Dit vraagt om draagvlak en wederzijds begrip in die wijken. Voldoende ondersteuning van deze wijken en buurten via de inzet van de benodigde voorzieningen, activiteiten en zorg draagt bij aan dit wederzijdse begrip. Zo ook de inzet van alle betrokken partijen in de wijk om een gezonde balans te creëren en te bewaken in wijken en buurten. 2) Mensgericht ontwikkelen. We ontwikkelen mensgericht, ofwel: gedacht vanuit de inwoner en het (zorg)netwerk. We verdiepen ons in wat de inwoner wil en vandaaruit onderzoeken we wat hij/zij zelf kan en wat hij/zij nodig heeft van het eigen netwerk. Daarnaast kijken we hoe de gemeenten samen met partners - waar nodig - kunnen faciliteren. Daarbij zijn we ook eerlijk over wat níet haalbaar is. 3) Wijkgericht werken. Wat betreft demografische samenstelling, leefbaarheid en woonomgeving, aanwezigheid van voorzieningen en ontwikkelmogelijkheden is iedere wijk uniek. De ontwikkelingen laten zien dat het schaalniveau van buurten en wijken in de toekomst steeds Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 17 van 36

bepalender zijn zal. Uitgangspunt is daarom dat we bij de concretisering denken vanuit de wijken, zoals het versterken van wijknetwerken, het ontwikkelen van passende woon- en woonzorgconcepten en het (collectieve) aanbod van zorg en ondersteuning vanuit wijkfuncties. 4) Collectief waar mogelijk, individueel waar moet. Gezien de omvang van de opgave én de gegevens vanuit o.a. het zorggebruik, is helder dat we zoveel mogelijk moeten zoeken naar collectiviteit in de oplossingen, die bijdragen aan kostenreductie en ruimte bieden voor innovatie. Tegelijkertijd staan we voor individueel maatwerk qua zorg en ondersteuning waar dit moet. 5) Effectiviteit en efficiëntie. Met een toenemende vraag en afnemend aanbod aan woningen en personeel is het essentieel de effectiviteit en efficiëntie van voorzieningen, zorg, ondersteuning etc. te verhogen. Eén van de speerpunten hiervan is het - waar mogelijk - clusteren van woonen zorgaanbod. Ook het inzetten op technologische mogelijkheden en domotica valt hieronder.

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 18 van 36

5 Wat betekent deze visie? De in hoofdstuk 4 genoemde pijlers zijn in dit hoofdstuk geconcretiseerd en voorzien van doelstellingen op deze pijlers. Deze uitwerking vormt daarmee de opmaat naar het op te stellen uitvoeringsprogramma. Ook is in paragraaf 5.2 een uitwerking opgenomen van de van hieruit benodigde ontwikkelingen op de diverse aandachtsgroepen die binnen de scope van deze woonzorgvisie vallen.

5.1

Werken aan vier pijlers

In deze paragraaf is een nadere uitwerking gegeven van de vier pijlers onder de visie, met vertaling naar de ambities voor de komende jaren. 5.1.1 Pijler 1: Integrale volkshuisvesting Deze pijler is gericht op het vraagstuk van de volkshuisvesting en kent dus met name een insteek vanuit de fysieke kant: de woning(bouw)behoeften en daaraan gerelateerde vraagstukken. Vanuit de praktijk Heleen is 26 jaar, heeft een moeilijke jeugd gehad. Haar ouders zijn gescheiden en zij groeide op in armoede in een gezin met 7 kinderen. Heleen is gediagnostiseerd met een zwaardere vorm van autisme. Zelfstandig wonen bleek moeilijk. Heleen heeft een tijdje gewoond in beschermde woonvorm. Dankzij goede hulp en passende medicijnen hebben haar begeleiders én Heleen zelf er op een gegeven moment vertrouwen in dat zij zelfstandig kan wonen. Helaas blijkt na een jaar dat zij overlast veroorzaakt in de buurt, zichzelf verwaarloost en pijn doet. Mogelijke vragen bij deze pijler vanuit de casus: • Wat is voor Heleen in haar situatie een goede woonvorm? • Wat betekent het voor haar omgeving als Heleen op deze manier in de wijk blijft wonen? • Blijft Heleen zelfstandig wonen met ambulante hulp of gaat ze terug naar een beschermde woonvorm?

Hoe gaan we hieraan werken? We gaan allereerst concrete afspraken maken hoe we in alle wijken in Maassluis en Vlaardingen ruimte maken om mensen die een ondersteuningsvraag hebben te huisvesten met aandacht van vitaliteit en leefbaarheid in die wijken. Centrale vragen zijn: wat is mogelijk in een buurt of wijk en wat is nodig om aandachtsgroepen te huisvesten en het woongenot en de leefbaarheid voor inwoners te borgen? Daarnaast willen we voldoende passende woningen of woonvormen creëren voor dat deel van de inwoners dat tijdelijk een alternatieve woonruimte of woonvorm nodig heeft. We onderzoeken daarvoor bijvoorbeeld de mogelijkheden voor inzet van flexwoningen en time-out voorzieningen. Ook betrekken we daarbij goede voorbeelden vanuit elders in het land. Specifieke aandacht is nodig voor (o.a.) inwoners in de leeftijd van 18 tot 23 jaar die uitstromen uit een jeugdhulpinstelling en aan zelfstandigheid willen werken, economisch daklozen en andere inwoners die door een schrijnende of plotseling onveilige thuissituatie tijdelijk onderdak nodig hebben. Ook voor het deel van onze inwoners waarvoor het niet haalbaar is om binnen dit aanbod een goede plek te vinden en vandaaruit mee te doen in de samenleving, onderzoeken we andere mogelijkheden. Voorbeelden van oplossingen waar we naar willen Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 19 van 36

kijken zijn het principe van ‘housing first’, kamers met kansen voor jongeren en woonvormen als skaeve huse. Te allen tijde geldt dat bij het (door)ontwikkelen van woonvormen ook samenwerking nodig is met zorg- en welzijnspartners, om te zorgen dat de benodigde begeleiding en zorg op de juiste wijze geleverd kan worden. De schaarste aan bouwgrond, aan nieuwe en aan bestaande woningen willen we evenwichtig verdelen onder iedereen die een woning in Maassluis of Vlaardingen nodig heeft. Dit kunnen starters op de woningmarkt zijn die voor het eerst willen samenwonen, dit kan het gezin zijn dat uit zijn huidige woning ‘groeit’, dit kunnen senioren zijn die samen / geclusterd willen gaan wonen en dit kunnen ook de verschillende aandachtgroepen zijn die centraal staan in deze visie en die behoefte hebben aan een eigen thuis of een gemeenschappelijke woonvoorziening die van essentieel belang is om zijn/haar leven weer goed op de rails te krijgen. De opgave voor aandachtsgroepen nemen we ook mee in de bouwagenda van de gemeenten, zodat ontwikkelaars hier rekening mee kunnen houden. We zetten tevens in op het tijdig signaleren van (dreigende) dak- en thuisloosheid, in het bijzonder voor de ‘nieuwe doelgroepen’ zoals economisch daklozen, om toename van problematiek te voorkomen. Dit vraagt om goede signalering, maar ook maatwerk oplossingen voor dak- en thuisloosheid.

Maasluis en Vlaardingen willen gezamenlijk en in overleg met de relevante maatschappelijke partners afspraken maken hoe we kwantitatief en kwalitatief invulling gaan geven aan specifiek de huisvestingsbehoeften van de aandachtsgroepen die centraal staan in deze woonzorgvisie. Bij die afspraken hebben we als partijen tevens aandacht voor onder meer de woningvraag van andere woningzoekenden, voor de leefbaarheid en kwetsbaarheid in de wijken en voor de specifieke wensen (bouwkundig, omgeving, etc.) van de verschillende aandachtsgroepen. Welke doelen stellen we? In Maassluis en Vlaardingen gaan we aan de slag met de volkshuisvestingsopgave voor aandachtsgroepen. Daarbij formuleren we de volgende doelen: 1. 2.

3.

4.

We nemen bij ontwikkelingen de krachten en uitdagingen van de wijken als uitgangspunt en blijven ons zo inzetten voor woongenot en leefbaarheid in de wijken. We werken aan het zoveel mogelijk voorkomen van problematiek op meerdere leefgebieden bij inwoners die hun woning kwijt raken, door het versterken van vroegsignalering en maatwerk oplossingen voor dak- en thuisloosheid. We kwantificeren en kwalificeren de benodigde ontwikkeling van een flexibel en toekomstbestendig aanbod van passende woningen en woonvormen voor alle inwoners, met specifieke aandacht voor de diverse aandachtsgroepen. We maken met buurgemeenten en in de woonregio duidelijke afspraken over de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding van aandachtsgroepen in de regio én lokaal binnen de diverse wijken.

5.1.2 Pijler 2: Passende zorg en welzijn Deze pijler is met name gericht op de samenhang van zorg en welzijn, gericht op de uitdagingen en vraagstukken van de toekomst. Vanuit de praktijk Mogelijke vragen bij deze pijler vanuit de casus: • Wat is er nodig aan voorzieningen in de buurt voor Heleen, zodat zij zelfstandig kan blijven wonen? • Welke zorg en ondersteuning moet zij ontvangen? En hoe krijgen de zorgorganisaties dit geregeld? • Hoe kun je als buren / buurt omzien naar mensen als Heleen? Wat kan ‘nabuurschap’ betekenen? • Welke expertise van zorgprofessionals maar ook informele zorg (vrijwilligers) is dichtbij gewenst?

Woonzorgvisie aandachtsgroepen

Pagina 20 van 36

Hoe gaan we hieraan werken? Doordat inwoners die behoren tot de aandachtsgroepen steeds vaker zelfstandig (moeten) wonen in de wijken, zien we dat passende zorg en ondersteuning ín de wijken steeds belangrijker wordt. We gaan daarom intensiever werken aan de juiste voorzieningen in alle wijken, passend bij de lokale context. We denken aan inloopvoorzieningen, informatie- en loketfuncties en ontmoetingsmogelijkheden in gebouwen en in de openbare ruimte. Het hebben van een zinvolle dagbesteding is van grote waarde voor o.a. mensen met een beperking en psychiatrische problemen; we zorgen dat vraag en aanbod (in de wijken) hierbij steeds beter aansluiten. Heel veel is er al, maar kan beter worden benut. We zetten daarnaast nog meer in op gemeenschapsvorming: wat kunnen buurtbewoners voor elkaar betekenen, welke voorzieningen en bewonersinitiatieven zijn er al en welke rol kunnen professionals in de wijk – breder dan zorg en welzijn – hierin vervullen? Onder meer zijn er kansen bij bepaalde ontmoetingsplekken in de buurt, waar mensen bij elkaar komen met gelijke interesses en doelen, zoals de sportclub of het wijkgebouw, waar menging van diverse bevolkingsgroepen het meest gemakkelijk tot stand komt. We zetten in op meer verbinding tussen wonen, welzijn en zorg in de wijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14026209/1