Voorlopige jaarstukken 2023
Tekst van het document
Voorlopige jaarstukken 2023
Versie 1.0
Maassluis, 12 april 2024
Status: Concept
Opgesteld door: Frank Rost, Manager Bedrijfsvoering
Vertrouwelijkheid: Openbaar
Voorwoord Graag presenteer ik hiermee aan u de jaarstukken 2023 van Openbaar Lichaam Rogplus (Rogplus). Deze jaarstukken zijn gebaseerd op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Over het boekjaar 2023 zijn de begrote lasten van de drie deelnemende gemeenten (Maassluis, Vlaardingen, Schiedam) overschreden met 1.068.623 122.659.200. Conform de bepalingen uit de Gemeenschappelijke Regeling wordt het saldo verrekend met de gemeenten. Een nadere uitleg van alle eerder begrote en de vervolgens gerealiseerde kosten en baten per onderdeel treft u verderop in dit verslag aan, met daarbij telkens een korte toelichting. Vanaf 1 januari 2023 is Mevis gecontracteerd voor de uitvoering van de Jeugdhulp in de MVS-gemeenten. Mevis is een consortium bestaande uit de organisaties Timon, Mee Rijnmond, ASVZ en Julius. Rogplus heeft vanaf 1 januari 2023 de taak gekregen om het contract- en informatiemanagement voor de Jeugdhulp van Mevis te verzorgen. De start van de Jeugdhulp door Mevis betekende tevens de start van een vernieuwde aanpak van de Jeugdhulp die meer en beter aansluit bij de transformatie-doelstellingen van de gemeenten. De implementatie van deze vernieuwde aanpak in 2023 ging niet zonder tegenslag. Zo kostte het moeite om de bezetting van de wijkteams op tijd rond te hebben en was er veel discussie over het uitgangspunt van beschikkingsvrij werken.
Inmiddels is de bemensing van de wijkteams voor de Jeugdhulp op orde en is door de gemeenten het besluit genomen om voortaan weer standaard met beschikkingen te gaan werken. Net als in 2020, 2021 en 2022 bleef ook in de eerste helft van 2023 het gebruik van het Wmo-vervoer achter in vergelijking tot de periode vóór de COVID 19-pandemie. De tweede helft van 2023, nadat begin augustus een drietal nieuwe aanbieders van start zijn gegaan en Regiotaxi om is gedoopt in ievo, ontstond een 'inhaaleffect' Onder het oude contract konden als gevolg van een capaciteitstekort niet altijd de gevraagde ritten worden uitgevoerd. Met het nieuwe contract is voldoende capaciteit om de gevraagde ritten uit te voeren. Rogplus zoekt voortdurend naar manieren om de dienstverlening van haar cliënten te verbeteren. Daarom is Rogplus ook in 2023 weer bezig geweest met innovatieve projecten. Met name het project van de deelscootmobiel wil ik hier noemen: in dit project testen we het delen van scootmobielen met meerdere gebruikers. In sommige flats kunnen mensen via een laptop een scootmobiel lenen uit een gedeelde stallingsruimte. Vanaf 1 januari 2022 is de inkoop, het contractmanagement en het informatiemanagement voor Beschermd Wonen bij Rogplus ondergebracht. Samen met de MVS-gemeenten en zorgaanbieders is Rogplus erin geslaagd om in 2023 extra opvangplekken te realiseren.
Ook de doorstroom van cliënten is een aandachtspunt. Belangrijk uitgangspunt daarbij is het uitvoeren van een praktische werkwijze waarin de veerkracht van cliënten centraal staat.
2
Samen met ZorgSamen MVS heeft Rogplus onder begeleiding van Berenschot de eerste jaren van Meedoen in de Stad (MidS) onderzocht. Het evaluatierapport is in het eerste kwartaal van 2023 in een bestuurlijk overleg met de deelnemers van ZorgSamen MVS besproken. De aanbevelingen uit het rapport zijn in 2023 voortvarend opgepakt. Het bestuur van Rogplus en de MVS-gemeenteraden ben ik erkentelijk voor hun steun, vertrouwen en facilitering bij het werk dat Rogplus voor de inwoners c.q. cliënten van de drie gemeenten uitvoert. Ik spreek bij deze jaarstukken 2023 graag mijn trots en waardering uit voor de medewerkers van Rogplus; voor hun betrokkenheid en inzet bij hun dagelijkse werk voor de -inwoners van de MVS-gemeenten.
Jacky Silos-Knaap, Voorzitter Bestuur Rogplus
Anton van Genabeek, Directeur Rogplus
3
Inhoudsopgave Voorwoord......................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ................................................................................................. 4 1. Inleiding ......................................................................................................... 7 JAARVERSLAG ................................................................................................ 9 2.
Programmaverantwoording ....................................................................... 9
2.1
Missie en visie ........................................................................................................... 9
2.2
Kernwaarden ............................................................................................................. 9
2.3
Doelstellingen .......................................................................................................... 10
2.4
Programma Wmo .................................................................................................... 11
2.4.1 Doelstellingen en maatschappelijke effecten ......................................................... 11 2.4.2 Gerealiseerde baten en lasten ................................................................................ 12 2.4.3 Ontwikkelingen ........................................................................................................ 12 2.5
Programma Beschermd Wonen ............................................................................. 14
2.5.1
Doelstellingen en maatschappelijke effecten ...................................................... 14
2.5.2
Gerealiseerde baten en lasten ........................................................................... 15
2.5.3
Ontwikkelingen ................................................................................................... 15
2.6
Programma Jeugdhulp............................................................................................ 17
2.6.1
Doelstellingen en maatschappelijke effecten ...................................................... 17
2.6.2
Gerealiseerde baten en lasten ........................................................................... 18
2.6.3.
Ontwikkelingen ................................................................................................. 18
2.7
Programma Overhead ............................................................................................ 20
2.7.1.
Doelstellingen en maatschappelijke effecten ................................................... 20
2.7.2
Gerealiseerde baten en lasten ............................................................................ 21
2.7.3
Ontwikkelingen .................................................................................................... 21
2.8
Algemene dekkingsmiddelen .................................................................................. 22
3
Paragrafen .............................................................................................. 23 3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................ 23
3.1.1
Risicoanalyse ....................................................................................................... 23
3.1.2
Financiële kengetallen ......................................................................................... 24
4
3.2
Financiering ............................................................................................................. 25
3.3
Bedrijfsvoering ........................................................................................................ 27
3.3.1
Kengetallen .......................................................................................................... 27
3.3.2
Personeel en organisatie ..................................................................................... 34
3.3.3
Informatisering en automatisering ....................................................................... 35
3.3.4
Informatiebeveiliging en privacy .......................................................................... 37
3.3.5
Financieel beheer ................................................................................................ 37
3.3.6
Rechtmatigheid Wmo en bedrijfsvoering Rogplus .............................................. 38
3.3.8
Rechtmatigheid jeugdhulpopdracht ..................................................................... 40
JAARREKENING ............................................................................................ 43 4
Balans ..................................................................................................... 43
5.
Rechtmatigheidsverklaring ...................................................................... 44
6
Overzicht van baten en lasten ................................................................. 45 6.1
Uitgangspunten ....................................................................................................... 45
6.2
Totaaloverzicht ........................................................................................................ 46
6.3
Doorberekening gemeenten ................................................................................... 49
6.4
Onvoorzien .............................................................................................................. 51
6.5
Incidentele baten en lasten ..................................................................................... 51
7
Toelichtingen ........................................................................................... 52 7.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................... 52
7.2
Toelichting balans ................................................................................................... 54
7.2.1
Vaste activa ......................................................................................................... 54
7.2.2
Vlottende activa ................................................................................................... 54
7.2.3
Vlottende passiva ................................................................................................ 55
7.2.4
Niet uit de balans blijkende verplichtingen .......................................................... 55
7.2.5
EMU-saldo ........................................................................................................... 56
7.3
Toelichting overzicht baten en lasten ..................................................................... 57
7.3.1
Programma Wmo................................................................................................. 57
7.3.2
Programma Beschermd Wonen .......................................................................... 62
7.3.2
Programma Jeugdhulp ........................................................................................ 63
7.3.4
Programma Overhead ......................................................................................... 64
5
8
Wet Normering Topinkomens ................................................................. 66 8.1
Bezoldiging topfunctionarissen ............................................................................... 66
8.2
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT ...................................... 67
BIJLAGEN ....................................................................................................... 68 9
Bijlagen bij de jaarrekening ..................................................................... 68 9.1
Controleverklaring ................................................................................................... 68
9.2
Begrotingswijziging ................................................................................................. 69
9.3
Specificatie kosten en baten ................................................................................... 71
9.3.1
Totaal ................................................................................................................... 71
9.3.2
Maassluis ............................................................................................................ 73
9.3.3
Vlaardingen......................................................................................................... 75
9.3.4
Schiedam ............................................................................................................. 77
Bijlage bij het jaarverslag ................................................................................ 79 9.4
Samenstelling bestuur en commissies ................................................................... 79
6
1. Inleiding Voor u liggen de voorlopige jaarstukken 2023 van Rogplus. Deze voorlopige jaarstukken zijn gebaseerd op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het BBV is bedoeld om de transparantie en daarmee het democratisch proces bij gemeenten en provincies te bevorderen. Het BBV schrijft onder meer de volgende elementen voor: De jaarstukken bestaan ten minste uit het jaarverslag en de jaarrekening; Het jaarverslag bestaat ten minste uit de programmaverantwoording en de paragrafen; Het jaarverslag bevat een rechtmatigheidsverantwoording, waarin verantwoording af wordt gelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor de financiële gang van zaken. De jaarrekening bestaat uit de programmaverantwoording, de toelichting, de balans en de toelichting, grondslagen voor waardering en resultaatbepaling; De in het BBV opgenomen paragrafen lokale heffingen, grondbeleid, onderhoud kapitaalgoederen en verbonden partijen zijn niet van toepassing voor Rogplus en zijn dan ook niet opgenomen in het jaarverslag.
Rogplus heeft in 2023 uitvoering gegeven aan de aan haar gedelegeerde taken in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (waaronder Beschermd Wonen) en de Jeugdwet (inclusief jeugdhulpvervoer) voor de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Rogplus: de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (hierna MVS-gemeenten). Daarnaast voert Rogplus taken uit die door de drie gemeenten specifiek zijn opgedragen aan het openbaar lichaam zoals de regeling , de backofficetaken voor het leerlingenvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, bijdragen van cliënten voor vervoer met het Wmovervoer (ievo), bijdragen aan de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis, een bijdrage van Mevis voor door Rogplus geleverde diensten, rente-inkomsten en bijdragen van de drie MVS-gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. Medio 2022 is de primaire begroting 2023 van Rogplus vastgesteld. Op basis van voortschrijdende inzichten is de begroting drie keer gewijzigd. Al in het vierde kwartaal van 2022 is de begroting voor het eerst gewijzigd.
Met deze wijziging is het budget voor de jeugdhulpopdracht in de begroting opgenomen. In het eerste kwartaal van 2023 is de tweede begrotingswijziging doorgevoerd. Daarmee speelde Rogplus in op (toen) actuele inzichten in de prijsontwikkeling en het gebruik van Wmo-voorzieningen (waaronder Beschermd Wonen), de verruiming van de regeling tegemoetkoming meerkosten in Maassluis en de bekostiging van het plan van aanpak doelgroepenvervoer.
7
In het laatste kwartaal van 2023 is de begroting voor de derde keer gewijzigd. De voornaamste reden voor deze wijziging was de herziening van het budget voor de jeugdhulpopdracht. Ook zijn met deze wijziging verschillende budgetten in de begroting aangepast op de jaareindeverwachting. Ten opzichte van de derde gewijzigde begroting 2023 kent Rogplus een overschrijding 1.140.579 op de begrote lasten voor het programma Wmo, een onderschrijding van 425.001 op het programma Beschermd Wonen, een overs programma Jeugdhulp en een ov 126.703 op het programma Overhead. De inkomsten uit bijdragen van cliënten en de overige inkomsten vallen samen 12.400 lager uit dan begroot. Het verschil tussen de lasten en de baten uit bijdragen van cliënten wordt door de gemeenten bijgedragen. Ten opzichte van de begroting vallen de bijdragen 1.068.623 hoger uit. De bijdrage van Maassluis is 51.355 hoger dan begroot, Vlaardingen (centrumgemeente voor Beschermd Wonen) 397.309 619.959. Conform de bepalingen en afspraken van de Gemeenschappelijke Regeling wordt het resultaat op de gemeentelijke bijdrage over 2023 na vaststelling van deze jaarstukken 2023 door Rogplus verrekend met de van de drie gemeenten ontvangen voorschotten. In hoofdstuk 6 worden per onderdeel de verschillen tussen begroting en jaarrekening nader toegelicht.
8
JAARVERSLAG 2.
Programmaverantwoording
2.1
Missie en visie
Rogplus zet zich in voor een betekenisvol leven voor de inwoners van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. We stimuleren de veerkracht van inwoners met een hulpvraag en de saamhorigheid in de samenleving. We houden het sociaal domein vitaal, beschikbaar en betaalbaar. Rogplus is de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en samenwerkingspartners. We gaan open en transparant het gesprek aan met inwoners met een hulpvraag en denken in mogelijkheden en oplossingen. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. We gaan langdurige samenwerkingsrelaties aan met betrouwbare partners en geven de professional op de werkvloer de ruimte te doen wat nodig is. Onze kennis, ervaring en informatie delen we met gemeenten en samenwerkingspartners. Daarmee helpen we niet alleen onze cliënten, maar ook de ontwikkeling van het sociaal domein vooruit.
2.2 Kernwaarden Rogplus gebruikt de volgende kernwaarden: De inwoner centraal. Door onze inzet voelen inwoners zich gehoord en geholpen. Inwoners weten waar zij terecht kunnen met hun vragen. Zij krijgen direct een goed en passend advies om zelfstandig te blijven of weer te worden. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. Om inwoners vlot te woord te staan, zijn we snel en goed bereikbaar. Waardecreërend. Wij zijn de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en onze partners. Wij zijn van mening dat we problemen alleen samen oplossen en hebben daarom oog voor ieders belang. Vanuit dit meervoudig perspectief gaan we op zoek naar de win-win-win situatie. Deskundig. Datgene wat we doen, doen we goed! Onze medewerkers zijn geselecteerd op hun talenten en kwaliteiten en krijgen de ruimte om die in te zetten in hun werk. Ze beschikken over de juiste vaardigheden, hebben ruime kennis en ervaring met de achtergrond van onze doelgroepen en vakkennis op het gebied van de Wmo, Jeugdhulp en andere wet- en regelgeving binnen het sociaal domein. We wanneer de situatie daarom vraagt. Ontwikkelingsgericht. We zijn nieuwsgierig en blijven leren. We stellen onszelf open voor nieuwe dingen en delen onze kennis en ervaring met elkaar. Daarbij hebben we de moed om kritisch te kijken naar onszelf en de ander en hoe we met elkaar omgaan.
Landelijke en regionale ontwikkelingen volgen we met aandacht. Met training, scholing en coaching verbeteren we onze vaardigheden en breiden we onze vakkennis uit.
9
Samenwerkend. Samen staan we sterker. We maken daarom verbinding met anderen, stemmen daarop af en durven vragen te stellen. We zijn nieuwsgierig naar de mening en werkwijze van anderen. We delen onze kennis niet alleen met elkaar, maar ook met onze samenwerkingspartners in wonen, zorg en welzijn, werk en inkomen en de gemeenten.
2.3 Doelstellingen Uit de Wmo 2015, de gemeenschappelijke regeling Rogplus, de Verordening maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2021 (inclusief wijzigingen en indexatie 2022/2023) en de beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning volgt dat Rogplus de volgende doelstellingen heeft: Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; Het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; Het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoners in staat stellen een huishouden te voeren, zich in en om de woning te verplaatsen, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan. Eind november 2020 hebben de MVS-gemeenten besloten om gezamenlijk het MVS Jeugdmodel in te voeren. Met dit model beogen gemeenten een verdere transformatie van de jeugdhulp in de regio. Ook willen de gemeenten meer grip en sturing op de kosten van de jeugdhulp.
Als onderdeel van het model hebben de gemeenten een aanbesteding gedaan voor het grootste deel van de aan de gemeenten toegewezen jeugdhulptaken. Het consortium Mevis heeft deze opdracht gegund gekregen. Ook hebben de MVSgemeenten besloten dat Rogplus met ingang van 2023 de uitvoeringsorganisatie is voor de jeugdhulpopdracht. Met ingang van de begroting 2023 zullen de zorgkosten voor Jeugdhulp ook onderdeel uitmaken van de begroting van Rogplus. In de Jeugdwet zijn de onderstaande doelstellingen opgenomen: Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk; De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren; Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor (kosten)effectiviteit van de geboden hulp; Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één aanspreekpunt; Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk.
10
Naast bovengenoemde doelstellingen uit de Wmo 2015 en Jeugdwet heeft Rogplus ook de volgende algemene kaders geformuleerd: Er wordt gestreefd om maatwerkoplossingen te bieden, waarbij eigen oplossingen, oplossingen via het eigen netwerk en oplossingen via algemene voorzieningen voorrang hebben; Er wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke organisatie, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden; Er wordt gestreefd om de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers zoveel mogelijk te beperken. In dit kader worden werkprocessen regelmatig geëvalueerd en aangepast; Er wordt gestreefd naar een beperking van de doorlooptijd van aanmelding tot en met beschikking. Er geldt een wettelijke termijn van zes weken voor het afhandelen van een aanmelding.
2.4 Programma Wmo 2.4.1 Doelstellingen en maatschappelijke effecten Binnen het programma Wmo vallen de lasten van het verstrekken van vervoersvoorzieningen, rolvoorzieningen, woonvoorzieningen, hulp bij het huishouden, individuele begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren, dagbesteding en de regeling tegemoetkoming meerkosten. Door de Wmo-voorzieningen die via Rogplus zijn verstrekt kunnen cliënten (beter) deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en zijn zij meer zelfredzaam. Ze kunnen (beter) zelfstandig functioneren, zich (beter) verplaatsen en (beter) een huishouden voeren. Hierdoor wordt voldaan aan de doelstellingen, zoals beschreven in paragraaf 2.3.
11
2.4.2 Gerealiseerde baten en lasten
2.4.3 Ontwikkelingen Het aantal inwoners dat zich gemeld heeft voor ondersteuning vanuit de Wmo lag in 2023 op hetzelfde niveau als in het jaar ervoor. Alleen in Schiedam was sprake van een lichte daling.
Door de personele ontwikkelingen (zie ook de paragraaf Bedrijfsvoering) liep de wachttijd voor meldingen in de eerste helft van het jaar op. Door de werving van vaste en tijdelijke medewerkers en een aantal gerichte interventies is deze wachttijd in de tweede helft van het jaar weer teruggedrongen tot 4 weken. In de paragraaf Bedrijfsvoering is onder Kengetallen meer informatie beschikbaar over de ontwikkeling van de aantallen meldingen, cliënten en voorzieningen. Bij de zorgaanbieders voor Schoon Huis zijn in 2022 voor het eerst sinds jaren weer wachtlijsten ontstaan. Dit is veroorzaakt door personeelstekorten in combinatie met het toenemende aantal mensen dat een beroep doet op deze vorm van ondersteuning. Dit is
12
een landelijk probleem dat ook in 2023 actueel was. Samen met de zorgaanbieders heeft Rogplus de mogelijkheden onderzocht om deze wachtlijsten terug te dringen en is een aantal maatregelen geïnitieerd. Het is echter een ingewikkeld probleem waar de maatregelen tot nu toe slechts een beperkt effect op hebben. De wachtlijsten worden constant gevolgd en gedeeld met de Wmo-consulenten, zodat cliënten goed geïnformeerd worden. Daarnaast is in spoedeisende situaties of bij zeer kwetsbare inwoners altijd samen met de aanbieders naar een oplossing gezocht om toch ondersteuning te kunnen bieden. Tenslotte zijn in 2022 vertragingen ontstaan in de bevoorradingsketen van elektrische hulpmiddelen zoals scootmobielen als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de COVIDlockdowns in China. Deze problemen leidden tot een vertraging in de leveringen van hulpmiddelen die in het begin van 2023 voortduurde. In de loop van het jaar zijn deze vertragingen grotendeels opgelost. Nederlanders worden steeds ouder en blijven langer zelfstandig thuis wonen. Als gevolg hiervan neemt het aantal scootmobielen de afgelopen jaren toe. Vooral in wooncomplexen leidt dit tot stallingsproblemen. Bergingen zijn vaak niet toegankelijk voor een scootmobiel en vanwege veiligheid is het op veel plekken niet mogelijk en toegestaan om een scootmobiel in een algemene ruimte of op een galerij te plaatsen.
Om dit probleem op te lossen, is Rogplus in 2023 samen met Waterweg Wonen op twee locaties in Vlaardingen een pilot gestart met een deelscootmobiel. Het concept is innovatief omdat het reserveringssysteem volledig digitaal is; dus zonder tussenkomst van een beheerder. In eerdere pilots bleek het reserveringssysteem via een beheerder de zwakste schakel. De pilot heeft regionaal en landelijk veel aandacht gekregen en de verwachtingen zijn hoog. Komend jaar wordt de pilot naar meer locaties uitgebreid. Afgelopen jaar is het aflopende contract voor het Wmo-vervoer aanbesteed. Hierbij is uitgegaan van de visie op het doelgroepenvervoer en daaruit voortvloeiende plan van aanpak, die de MVS-gemeenten samen met Rogplus in de afgelopen jaren hebben opgesteld. Dit heeft geleid tot het nieuwe vervoerssysteem ievo. Een belangrijke verandering is het invoeren van een vervoersloket, dat is opgezet om mensen te ondersteunen in hun zelfstandigheid en ze aan te moedigen alternatieven zoals het openbaar vervoer te overwegen. Het vervoersloket kan reizigers advies geven over verschillende vervoersopties en routes. Daarnaast kan het vervoersloket de ritten efficiënt plannen om de reistijd te verkorten. Op termijn kan deze ontwikkeling van het vervoerssysteem ook bijdragen aan verlaging van de kosten.
In 2020 is ZorgSamen MVS gecontracteerd om invulling te geven aan het contract Meedoen in de Stad. Het doel van deze samenwerking tussen Rogplus en ZorgSamen MVS is om het aanbod van Wmo-voorzieningen te transformeren naar een integraal stelsel van ondersteuning gericht op de behoefte van inwoners, en daarbij aan te sluiten bij de maatschappelijke opgave. Afgelopen jaar hebben beide partijen een evaluatie uit laten voeren naar de samenwerking en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de onderliggende overeenkomst. Uit deze evaluatie kwam naar voren dat er veel vertrouwen is in de samenwerking en er grote stappen zijn gezet. Zeker gelet op de ingewikkelde
13
omstandigheden waarin dit contract de afgelopen jaren is uitgevoerd, zoals de grote beperkingen die de coronacrisis met zich meebracht. De basis staat inmiddels stevig, maar de transformatie moet nog verder vorm krijgen. Rogplus en ZorgSamen MVS zijn afgelopen jaar gestart om hier samen met de gemeenten en andere partners verder invulling aan te geven. Hiervoor wordt bijvoorbeeld de cliëntreis in beeld gebracht om het toeleidingproces te verbeteren en waar mogelijk efficiënter en klantvriendelijker te organiseren. Dit gezamenlijke transformatietraject wordt in 2024 voortgezet. Het doel van deze pilot is om senioren meer te activeren en langer gezond en fit te houden door hen te helpen in het zo lang mogelijk zelf blijven uitvoeren van alledaagse taken zoals het huishouden in plaats van deze taken over te nemen van hen. Dit vraagt een andere mindset bij zowel inwoners als de eigen professionals van Rogplus; enkele jaren geleden was het uitgangspunt vooral dat senioren geholpen zijn met het overnemen van taken terwijl nu de gedachte veel meer is dat het overnemen van taken als negatief effect kan hebben dat men dan nog minder beweegt op een dag terwijl bewegen heel belangrijk is om gezond en fit te blijven. De pilotperiode loopt tot half 2024 en wordt begin 2024 geëvalueerd. Al langere tijd is vergrijzing, net als in de rest van Nederland, binnen de MVS-gemeenten gaande.
Ouderen willen langer zelfstandig en op een goede manier thuis blijven wonen. Daarmee neemt de druk op de zorg en ondersteuning voor ouderen toe. Deze ontwikkeling is niet nieuw. Vanaf 2022 is Rogplus aangesloten bij de . In samenwerking met de MVS-gemeenten, DSW en lokale aanbieders werkt Rogplus aan dit thema. Vanuit de regionale aanpak ouderenzorg zijn verschillende samenwerkingsverbanden waar Rogplus deel van uitmaakt. Zo neemt Rogplus deel aan de werkgroepen die zich richten op ontwikkeling van de woonzorgvisies en uitvoeringsagenda's van de afzonderlijke MVS-gemeenten. Ook is Rogplus betrokken bij de ontwikkeling van het op te richten 'multi disciplinair te thuiswonende kwetsbare oudere.
In 2023 vonden de voorbereidingen plaats voor de uitvoering van de centrale toegang voor de gemeente Schiedam. Het doel van deze voorbereidingen was om in april 2024 operationeel te zijn.
2.5 Programma Beschermd Wonen 2.5.1 Doelstellingen en maatschappelijke effecten Beschermd wonen vanuit de Wmo is bestemd voor mensen die vanwege psycho-sociale en/of gediagnosticeerde psychische problematiek tijdelijk behoefte hebben aan wonen met ondersteuning en de nabijheid van toezicht. Algemeen uitgangspunt is het streven naar een inclusieve samenleving, waarin voor eenieder een veilige, en zo zelfstandig mogelijke, woonsituatie wordt gerealiseerd, binnen onze maatschappij.
14
Rogplus zorgt voor de toeleiding van cliënten naar voorzieningen voor Beschermd Wonen en ziet toe op de voortgang en kwaliteit van de geleverde ondersteuning binnen Beschermd Wonen. Rogplus verantwoordt de baten en lasten voor Beschermd Wonen in het programma Beschermd Wonen. 2.5.2
Gerealiseerde baten en lasten
2.5.3
Ontwikkelingen
Het aantal cliënten dat in 2023 gebruikt maakt van Beschermd Wonen is redelijk stabiel, tussen de 110 en 120. Hiervan valt ongeveer 15% onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Maassluis, 35% onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Vlaardingen en 50% onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Schiedam. De dalende trend van het aantal cliënten in de voorgaande jaren lijkt beëindigd en de populatie van cliënten Beschermd Wonen lijkt zich te stabiliseren. De dalende trend van de voorgaande jaren is te verklaren doordat vanaf 1 januari 2021 de Wet langdurige zorg (hierna Wlz) is opengesteld voor mensen met psychische problematiek en een permanente, 24-uurs zorgbehoefte. Landelijk zijn er ongeveer 14.000 cliënten Beschermd Wonen overgegaan van de Wmo naar de Wlz en in de MVS-regio zijn er ongeveer 160 cliënten overgegaan. De ontwikkeling van de populatie van cliënten Beschermd Wonen wordt weergegeven in de onderstaande grafiek. De onderstaande definities worden hierbij gehanteerd: Beschikt: alle cliënten die een beschikking van Rogplus hebben ontvangen en die geldig is in de betreffende maand; Geleverd: alle cliënten die daadwerkelijk ondersteuning ontvangen van een gecontracteerde aanbieder van Rogplus en waarvoor Rogplus in de betreffende maand een factuur heeft betaald.
Er is altijd een (klein) verschil tussen het aantal cliënten beschikt en het aantal cliënten geleverd. Een aantal cliënten hebben wel een geldige beschikking maar maken nog geen gebruik van ondersteuning, omdat bv. de mantelzorg nog voldoende kan ondersteunen. Een andere reden kan zijn dan een client wel een beschikking heeft gekregen in een betreffende maand maar dat de ondersteuning door de gecontracteerde aanbieder een maand later start.
15
Populatie cliënten Beschermd Wonen 2023 140 120 100 80 60 40 20 0
Beschikt
Geleverd
Rogplus heeft twee wachtlijsten gedefinieerd: wachtlijst plaats (instroom) en wachtlijst woning (uitstroom). Het is belangrijk dit onderscheid te maken omdat er andere voorzieningen nodig zijn: bij instroom is er een plaats nodig op een beschermd wonen locatie en bij uitstroom is er een woning nodig zodat cliënt zelfstandig kan gaan wonen. Het aantal cliënten op de wachtlijst plaats én op de wachtlijst woning is in heel 2023 redelijk stabiel en schommelt tussen de 15 en 20 cliënten. De uitstroom van de wachtlijst plaats wordt belemmerd doordat er onvoldoende geschikte beschermd wonen locaties zijn. De MVS-gemeenten hebben voor 2023 een investeringsbudget beschikbaar gesteld om dit probleem (deels) op te lossen. De uitstroom van de wachtlijst woning wordt belemmerd doordat cliënten van gecontracteerde zorgaanbieders door Rogplus geen gebruik kunnen maken van de regeling via de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond. In samenwerking met Pameijer is in 2023 een tijdelijke route ontwikkeld om cliënten toch gebruik te laten maken van deze regeling. Deze tijdelijke route is per 31-12-2023 gestopt. Rogplus heeft in 2023 de gecontracteerde aanbieders gestimuleerd om meer beschermd wonen locaties te creëren binnen de MVS-gemeenten. De gecontracteerde aanbieders zijn via een informatiebijeenkomst op 9 maart 2023 geïnformeerd over de investeringsruimte.
Timon heeft in 2023 twee nieuwe beschermd wonen plaatsen gerealiseerd door uitbreiding van een bestaande locatie. GGZ Delfland beschikt in 2024 over acht nieuwe beschermd wonen plaatsen door een nieuwe locatie te openen. De voorbereidingen en investeringen hebben grotendeels plaatsgevonden in 2023. Doordat GGZ Delfland de locatie in 2024 opent heeft dit in 2023 nog geen effect op de wachtlijst plaats. Er is aanspraak gemaakt op een klein deel van het investeringsbudget. Het knelpunt voor gecontracteerde aanbieders was om beschikbaar vastgoed te vinden. Er
16
zijn diverse mogelijkheden verkend via contacten met de woningbouwverenigingen, de sociale intaketafel van Vlaardingen en een projectontwikkelaar die panden in Vlaardingen beschikbaar had. Mede aangejaagd door de beschikbaarheid van het investeringsbudget hebben aanbieders uit eigen middelen extra plaatsen voor Beschermd Wonen gecreëerd voor cliënten uit de MVS-gemeenten.
2.6 Programma Jeugdhulp 2.6.1 Doelstellingen en maatschappelijke effecten Om de transformatiedoelen uit de Jeugdwet te realiseren hebben de MVS-gemeenten het MVS Jeugdmodel ontwikkeld. Met het MVS Jeugdmodel willen de MVS-gemeenten de randvoorwaarden creëren voor een volgende stap in de transformatie van de jeugdhulp. De wens om daadwerkelijk de jeugdhulp te verbeteren in het belang van de inwoners van de MVS-gemeenten en de huidige knelpunten weg te nemen, was de aanleiding om het MVS Jeugdmodel te ontwikkelen. Het MVS Jeugdmodel is gericht op het verbeteren van jeugdhulp vanuit het perspectief en leefwereld van het kind en het wegnemen van huidige knelpunten om dit te kunnen doen. Met alle partijen die er voor het kind toe doen als gelijkwaardige samenwerkingspartners. Daarnaast draagt het MVS Jeugdmodel bij aan een (financieel) beheersbaar stelsel. Mevis is vanaf 1 januari 2023 verantwoordelijk voor het leveren van integrale jeugdhulp, met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het Landelijk Transitiearrangement (LTA), de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering, Veilig Thuis en jeugdhulpvervoer. Mevis is niet alleen verantwoordelijk om de jeugdhulp te verbeteren en de transformatie van de jeugdhulp vorm te geven, maar doet dit samen met netwerkpartners en de MVS-gemeenten.
Rogplus voert voor de MVS-gemeenten het contractmanagement op Mevis en is verantwoordelijk voor het nemen van besluiten in het kader van de Jeugdwet en voor het verzorgen van het informatiemanagement. Daarnaast heeft Rogplus in 2023 voor de MVSgemeenten backofficewerkzaamheden uitgevoerd voor jeugdhulp en leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer. Het programma jeugdhulp bevat de lasten voor: De jeugdhulpopdracht die uitgevoerd wordt door Mevis; De zorgcontinuïteit van jeugdhulp op basis van in de eerste helft van 2023 voortgezette contracten uit 2022; Jeugdhulp op basis van pgb; Jeugdhulpvervoer; De overhead van Rogplus ten behoeve voor de uitvoering van de gedelegeerde taken.
17
2.6.2
Gerealiseerde baten en lasten
2.6.3. Ontwikkelingen In de aanbestedingsleidraad staat omschreven dat de initiële looptijd van de opdracht, uitgevoerd door Mevis, een periode beslaat van zes jaar en in de opdrachtuitvoering is opgenomen dat in het eerste jaar van de opdracht de opbouw van Mevis centraal staat. De startfase van de opdracht beslaat de periode van 1 januari 2023 tot halverwege 2023 en maximaal tot het einde van 2023. De doelstelling van de startfase is continuïteit van de ondersteuning aan bestaande cliënten en het beperken van overlast voor bestaande cliënten door de overgang naar Mevis. De startfase is eind 2023 afgerond door Mevis. Onderstaande ontwikkelingen zijn een reflectie op de startfase zoals beschreven in de aanbestedingsleidraad. De programmadirecteur van Mevis is medio 2022 begonnen met het opbouwen van de organisatie en bedrijfsvoering van Mevis. De organisatie is eind 2023 op orde om een start
18
te maken met de operationele fase. De operationele fase loopt tot maximaal het einde van 2025. Het managementteam binnen Mevis is in de loop van 2023 verstevigd, waardoor Mevis minder afhankelijk is van de programmadirecteur en waarmee de kwetsbaarheid van de organisatie is verminderd. De bedrijfsvoering is eind 2023 grotendeels op orde. De primaire werkprocessen zijn operationeel en in samenwerking met Rogplus ontwikkeld. Voor zowel de organisatie als de bedrijfsvoering geldt dat dit dynamische processen zijn, die gedurende de opdracht verder doorontwikkeld worden. Begin 2023 is Mevis gestart met een lagere bezetting van de wijkteams dan eind 2022 was ingeschat. De planning was in juli 2023 op formatie te zijn. Dit is trager verlopen door: Arbeidsmarkt krapte; Tijd die nodig was om Mevis in de arbeidsmarkt te positioneren als werkgever; Kritisch selectiebeleid: bij de selectie van medewerkers is gekeken of zij de transformatiegedachte ondersteunen. Ondanks deze vertraging is de bezetting van de wijkteams in het laatste kwartaal van 2023 op het doelniveau en is de formatie groter dan in 2022. Mevis heeft extra capaciteit ingezet om de wijkteams te ontlasten.
Dit betreft capaciteit om onder andere de wachtlijsten bij de wijkteams en specialistische jeugdhulp in kaart te brengen en deze wachtlijsten te verminderen, de aflopende pgb en maatwerk indicaties te beoordelen en extra jeugd-GGZ voor laagdrempelige behandelingen. De aanbestedingsleidraad beschrijft de overdracht van cliënten naar Mevis. Om deze overdracht zorgvuldig te laten verlopen is voor het eerste half jaar van 2023 een periode van zorgcontinuïteit afgesproken. De periode van zorgcontinuïteit is enigszins onrustig verlopen, waarbij de veiligheid van cliënten niet in het geding is geweest. Een aantal ouders heeft bezwaar aangetekend tegen de overdracht van cliëntinformatie van de MVSgemeenten naar Mevis. Mevis heeft een aantal aanbieders die jeugdhulp bood in de eerste helft van 2023 (periode van zorgcontinuïteit) niet gecontracteerd voor de tweede helft van 2023. In veel gevallen heeft dat niet tot onrust geleid, maar bij één specifieke aanbieder heeft dit wel tot veel onrust bij cliënten en hun ouders geleid. Rogplus heeft hier een interventie gepleegd waardoor ruimte gecreëerd is voor een zorgvuldigere overdracht. De periode van zorgcontinuïteit heeft ook geleerd dat niet alle cliënten bij Mevis bekend waren.
Dit betrof met name jeugdigen die jeugdhulp willen ontvangen via de toegang van de huisarts, medisch specialist of jeugdarts of die op de wachtlijst stonden bij de wijkteams voor 2023. Mevis heeft deze cliënten in de loop van 2023 wel in beeld gekregen. Mevis participeert in de netwerken die onderdeel zijn van het MVS Jeugdmodel. Naast participeren in de netwerken levert Mevis ook jeugdprofessionals op school en bij de huisarts als onderdeel van de integrale opdracht. Het op orde brengen van de formatie van de jeugdprofessionals op de scholen is trager verlopen dan was voorzien om dezelfde redenen als de wijkteams. Met name de bezetting op de basisscholen in Vlaardingen liep achter bij de planning. In december 2023 waren alle vacatures jeugdprofessionals op de scholen voor het nieuwe jaar vervuld en is de bezetting op orde. Mevis heeft in 2023 samengewerkt met de MVS-gemeenten, de ZEL, DSW en Minters om te komen tot afspraken over de gewenste situatie om huisartsen in hun praktijk te ondersteunen. De huisartsen kunnen ondersteund worden door een POH-GGZ die gefinancierd wordt vanuit
19
de Zorgverzekeringswet (DSW) en/of door een jeugdprofessional die gefinancierd wordt door Mevis. Vanaf januari 2024 zijn de jeugdprofessionals bij de huisarts beschikbaar en is dit voorbereid in nauw contact met de ZEL. In 2023 is er veel gecommuniceerd over Mevis en het MVS Jeugdmodel in de media. Dit betrof vaak negatieve reacties vanuit ouders, belangenbehartigers en/of niet gecontracteerde aanbieders over Mevis en/of het MVS Jeugdmodel. De MVS-gemeenten, Mevis en Rogplus hebben in 2023 een gezamenlijk communicatieteam opgericht om te borgen dat er duidelijk en eenduidig gecommuniceerd wordt. Mevis heeft in het derde kwartaal van 2023 de informatiemap voor cliënten in gebruik genomen. Daarnaast heeft Mevis in 2023 een sociaal intranet ontwikkeld, dat begin 2024 beschikbaar is, en waar jeugdprofessionals elkaar kunnen vinden en samenwerken. In 2023 bleek al snel dat niet alle cliënten in beeld waren bij Mevis. Mevis heeft extra capaciteit ingezet om alle cliënten in beeld te krijgen en de wachtlijsten in kaart te brengen. Eind 2023 zijn alle cliënten in beeld en de wachtlijsten zijn inmiddels afgenomen van bijna 600 cliënten in mei 2023 naar iets minder dan 200 in december 2023. Na de definitieve vaststelling van de herijking van de bijdrage over 2023 heeft jeugdhulporganisatie Mevis kenbaar gemaakt 2023 af te sluiten met een tekort.
Conform contractafspraken wordt dit tekort door Rogplus en Mevis uitgewerkt in een businesscase. Deze businesscase dient als basis voor de besluitvorming over een aanvullende bijdrage aan Mevis ter dekking van het tekort. Besluitvorming hierover vindt plaats in de loop van 2024. Rogplus heeft in de berekening van de in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen risicosom rekening gehouden met een eventuele aanvullende bijdrage over 2023 aan Mevis.
2.7 Programma Overhead 2.7.1. Doelstellingen en maatschappelijke effecten Het programma Overhead bevat de lasten voor de apparaatskosten van Rogplus voor van Rogplus maakt het mogelijk dat de door de MVS-gemeenten bij Rogplus belegde taken op het gebied van de Wmo uit kunnen worden gevoerd en zo aan de eerdergenoemde doelstellingen kan worden voldaan. Binnen het programma Overhead worden ook de kosten verantwoord van de backofficetaken die Rogplus voor de MVSgemeenten uitvoert voor de Jeugdwet en leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer.
20
2.7.2 Gerealiseerde baten en lasten
2.7.3 Ontwikkelingen Per 1 januari 2023 is het consortium Mevis met de uitvoering van de Jeugdhulp gestart. Op dezelfde datum werd Rogplus verantwoordelijk voor de inkoop, het contractmanagement en het informatiemanagement van het grootste gedeelte van de Jeugdhulp. In 2023 zijn binnen Rogplus verschillende teams intensief bezig geweest met de opbouw van de samenwerking met Mevis en de overgang van het oude naar het nieuwe jeugdhulpmodel. Vanuit Rogplus is in dit kader onder meer ingezet op programmamanagement, contractmanagement, backofficetaken, kwaliteitszorg, juridische zaken, privacy en financiën. Eind 2023 is een structuur gecreëerd die Rogplus in staat stelt om haar taken op het gebied van jeugdhulp professioneel uit te voeren, zowel richting Mevis als richting de gemeenten. Rogplus heeft net als de meeste organisaties in de zorg te kampen met een krappe arbeidsmarkt. Het is dan ook van cruciaal belang dat Rogplus aantrekkelijk blijft voor medewerkers. Goed werkgeverschap is onder meer gebaat bij de mogelijkheid voor medewerkers om hun professionaliteit te blijven ontwikkelen. Als aanvulling op het reeds bestaande scholings- en opleidingsprogramma is Rogplus in 2023 gestart met de oprichting van de Rogplus academie.
Op termijn kunnen medewerkers binnen de Rogplus academie via cursussen, coaching en intervisie op een praktische manier blijven werken aan de ontwikkeling van hun kwaliteiten. In 2022 is Rogplus de samenwerking gestart met een nieuwe Arbodienst: Ammerlaan Arbo. In het voorjaar van 2023 heeft een evaluatie plaatsgevonden van de samenwerking met deze Arbodienst. Deze evaluatie was positief. In 2021 en 2022 waarmee Rogplus haar voornaamste processen heeft vastgelegd. Vanwege de voorbereidingen op het kunnen afgeven van een rechtmatigheidsverklaring over het jaar 2023 en het verbeteren van de interne controle zijn begin 2023 twee medewerkers benoemd in de functie van medewerker AO/IC (Administratieve Organisatie en Interne Controle). Zij hebben in de loop van 2023 verschillende procesaudits uitgevoerd.
21
2.8 Algemene dekkingsmiddelen De onderstaande tabel geeft een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Rekening 2023
Ad 2 Algemene Uitkeringen. Er zijn door Rogplus geen rechtstreekse baten ontvangen uit het Gemeentefonds. Ad 3 Dividend. Rogplus bezit geen aandelen en heeft daarom geen baten in de vorm van dividend ontvangen. Ad 4 Saldo van de financieringsfunctie. Er is in 2023 geen beroep gedaan op de kapitaalmarkt. Ad 5 Saldo compensabele btw en de uitkering uit het btw-compensatiefonds. Rogplus heeft periodiek een opgave verstrekt aan de drie deelnemende gemeenten van de omzetbelasting die zij aan derden heeft betaald. De gemeenten kunnen, in de visie van het Ministerie, alleen de omzetbelasting op de apparaatskosten verhalen op het btw-compensatiefonds (BCF). Voor zover van toepassing zijn alle vermelde bedragen in de jaarrekening inclusief btw met uitzondering van de apparaatskosten. De btw op de apparaatskosten wordt specifiek aan de MVS-gemeenten doorberekend. Ad 6. Overige algemene dekkingsmiddelen. Rogplus heeft geen overige dekkingsmiddelen.
22
3
Paragrafen
3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3.1.1 Risicoanalyse Het weerstandsvermogen en risicobeheersing van Rogplus bestaat uit de relatie tussen: de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover Rogplus beschikt om niet begrote kosten te dekken; betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Omdat Rogplus niet beschikt over reserves of andere vormen van eigen vermogen, is de weerstandscapaciteit nihil. Overschrijding van werkelijke kosten ten opzichte van begroting zal leiden tot een tekort. Dit tekort wordt aangevuld door de gemeenten. Zij zijn de feitelijke risicodrager. Wanneer blijkt dat de totale kosten een overschrijding laten zien, wordt eerst bekeken of via besparingen de kostenoverschrijding beperkt kan worden. Wanneer de overschrijding ten opzichte van de begroting substantieel is, wordt in overleg met de gemeenten een begrotingswijziging in procedure gebracht. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus worden de werkelijke kosten na afloop van het boekjaar in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten.
de voorzieningen. Aantallen: Wanneer er een kans is van minimaal 10% en maximaal 50% dat de actuele begroting significant wordt overschreden als gevolg van een onvoorziene toename van de aantallen voorzieningen is het risico opgenomen in de risicotabel. Als definitie van significant is 20% van het begrote bedrag gehanteerd bij posten van
actuele begrotingsjaar het risico zich voordoet. Het risicobedrag is bepaald door het bedrag met de kans te vermenigvuldigen. Prijs: De risicosom van een onvoorziene toename van de prijs wordt bepaald door de als risico aangemerkte toename van de prijs in procentpunten te vermenigvuldigen met de som van het begrote budget waarop het indexpercentage van toepassing is.
aanzienlijke toename ten opzichte van eerdere jaren. In de risicosom is rekening gehouden met het tekort van Mevis over 2023 en de mogelijkheid dat dit tekort (deels) gedekt moet worden met een aanvullende bijdrage van Rogplus.
23
actuele begroting uit wordt gegaan, is ook een risicosom voor het programma Jeugdhulp opgenomen.
Rogplus houdt de ontwikkeling van de aantallen cliënten en de kosten van de Wmo nauwlettend in de gaten. Aan de hand van dashboards en managementrapportages wordt gedurende het gehele jaar gemonitord of de baten en lasten in de pas blijven lopen met de begroting. Rogplus voert actief contractmanagement met alle grote en middelgrote zorgaanbieders in de regio. Tijdens deze gesprekken wordt de ontwikkeling van de zorgvraag besproken. Ook werkt Rogplus samen met de gemeenten voor het versterken van de positie van voorliggende voorzieningen en het welzijnswerk en wijzen de Wmoconsulenten van Rogplus de cliënten actief op alternatieven voor Wmo-voorzieningen als die voor handen zijn.
met Mevis en de gemeenten. Gezamenlijk wordt verkend welke (haalbare) mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen om de ontwikkeling van de uitgaven te controleren en ondertussen de kwaliteit en beschikbaarheid van de jeugdhulp te controleren. 3.1.2 Financiële kengetallen De volgende tabel presenteert de financiële kengetallen die gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, conform het BBV, op moeten nemen in de begroting en de jaarstukken.
Netto schuldquote. Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. In de situatie van Rogplus ligt dit percentage aanzienlijk lager, omdat Rogplus geen eigen middelen heeft. Rogplus verstrekt geen leningen. De netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen is daarom gelijk aan de (niet gecorrigeerde) netto schuldquote. Solvabiliteitsratio. Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin Rogplus in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Deze ratio wordt bepaald door het eigen vermogen af 24
te zetten tegen het balanstotaal. Rogplus heeft geen eigen vermogen. De solvabiliteitsratio is daarom nul. Vanwege de wijze waarop Rogplus gefinancierd wordt (de gemeenten betalen het verschil tussen de totale kosten en de eigen bijdragen van cliënten) is een nihil solvabiliteitsratio in het geval van Rogplus niet problematisch. Structurele exploitatieruimte. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte er zijn om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Dit kengetal wordt bepaald door het saldo van structurele lasten en baten af te zetten tegen de totale baten. Omdat in het geval van Rogplus de (structurele) lasten en baten aan elkaar gelijk zijn is dit kengetal voor Rogplus per definitie 0%. Rogplus exploiteert geen gronden en heft geen belastingen. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn daarom niet van toepassing voor Rogplus.
3.2 Financiering Met ingang van 1 januari 2001 is de Wet financiering decentrale overheden (fido), door de Provincie omgedoopt in financieringsstatuut, van kracht geworden. De treasuryfunctie wordt als volgt gedefinieerd: Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de
Sinds 1 januari 2022 is Rogplus een Gemeenschappelijke Regeling als Openbaar Lichaam. Sinds dit jaar doet Rogplus daarom aan schatkistbankieren. Gezien de manier waarop Rogplus gefinancierd wordt, is in 2023 geen beroep gedaan op de kapitaalmarkt om geldleningen aan te trekken. De in- en uitgaande kasstromen die voortvloeien uit de normale exploitatie zijn goed te beheersen. De maandelijks voortschrijdende liquiditeitsprognose is het voornaamste instrument om het liquiditeitsrisico te beperken. Het liquiditeitsoverschot is risicoarm uitgezet bij de bank. In 2023 hebben banken voor het eerst sinds jaren weer rente uitgekeerd over tegoeden. De inkomsten die Rogplus hieruit heeft gehad, waar aanvankelijk niet voorzien. Met de derde begrotingswijziging zijn deze inkomsten opgenomen in de begroting.
25
De kasgeldnorm bepaalt hoeveel kasgeld Rogplus gemiddeld mag hebben geleend in een kwartaal, zoals vastgelegd in de wet. In het volgende schema zijn de normen opgenomen.
Sinds de verandering van de governancestructuur van stichting naar Gemeenschappelijke Regeling als Openbaar Lichaam in 2022 is Rogplus verplicht schatkistbankieren te hanteren. Schatkistbankieren is bedoeld voor instellingen die een wettelijke of publieke taak uitvoeren en hiervoor gelden van het Rijk ontvangen. Dit houdt in dat zij de publieke gelden aanhouden bij het ministerie van Financiën. Rogplus heeft geen langlopende leningen. De renterisiconorm is daarom niet van toepassing.
26
3.3 Bedrijfsvoering 3.3.1 Kengetallen
27
De tabel geeft per voorziening aan hoeveel cliënten in 2022 en 2023 een indicatie voor de voorziening hadden en hoeveel cliënten daadwerkelijk gebruik hebben gemaakt van de voorziening. Er zit verschil tussen deze twee indicatoren, omdat niet alle cliënten de indicatie verzilveren. Ter referentie zijn de aantallen cliënten afgezet tegen de totale en de -gemeenten. De volgende tabel geeft de leeftijdsverdeling van de cliënten van Rogplus weer. Meer dan 70 procent van de cliënten is 65+.
Cliënten kunnen tegelijkertijd indicaties voor verschillende voorzieningen hebben en tegelijkertijd meerdere voorzieningen gebruiken. De volgende tabel geeft weer voor hoeveel verschillende voorzieningen cliënten een indicatie hebben.
De volgende tabel geeft weer op welke (combinatie van) soorten voorzieningen de cliënten een beroep hebben gedaan in 2023.
De Regiotaxi werd tot augustus 2023 uitgevoerd door Noot Touringcar B.V. Vanaf augustus 2023 worden de ritten verzorgd door Trevvel en Willemsen De Koning in samenwerking met Munckhof dat het vervoerloket verzorgt. In 2023 zijn met het Wmovervoer 141.902 ritten gereden. Dit is een kleine toename ten opzichte van 2022 (141.048 ritten). Het vervoer van het aantal personen over 2023 kwam uit op 163.141 tegenover 162.198 personen in 2022.
28
Sinds de ingang van de nieuwe contracten is een toename te zien in het aantal ritten en het aantal vervoerde passagiers. Een verklaring hiervoor is dat de nieuwe leveranciers meer chauffeurs beschikbaar hebben dan de oude leverancier. Het aantal ritten blijft nog wel achter bij de periode voor de COVID 19-pandemie en de coronamaatregelen: in 2019 was het aantal gereden ritten nog 217.153.Dit is een landelijk beeld waarvoor nog geen direct aanwijsbare oorzaak bekend is. In 2023 zijn 1.894 aanvragen voor tegemoetkoming meerkosten ingediend, afgehandeld en toegekend.
De volgende tabel geeft weer hoeveel beschikkingen Rogplus in 2023 zijn verstrekt.
De aantallen beschikkingen bij Regiotaxi en ievo betreffen alleen nieuw afgegeven beschikkingen. Bij de overgang van Regiotaxi naar ievo zijn in totaal 8388 beschikkingen omgezet (Maassluis 1595, Vlaardingen 3701, Schiedam 3092). Het uitgangspunt van Rogplus is zo snel mogelijk de melding of aanvraag af te handelen. Als uit het gespreksverslag blijkt dat een maatwerkvoorziening een oplossing kan bieden voor de hulpvraag dient binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag de beschikking afgegeven te worden. De tabel hieronder geeft de gemiddelde doorlooptijd per voorziening of regeling in dagen. Het gewogen gemiddelde van de doorlooptijd is 5,1 werkdagen. Dit is binnen de termijn van twee weken. In 2022 was de gemiddelde doorlooptijd 8,6 dagen.
29
De volgende tabel geeft de gemiddelde doorlooptijd per soort voorziening weer.
De langere doorlooptijd bij woonvoorzieningen wordt veroorzaakt door het opvragen van offertes voor woningaanpassingen. In het geval van een huurwoning moet een eventuele verhuurder bovendien van tevoren geïnformeerd worden en de gelegenheid krijgen om te reageren. Klachten worden verdeeld in twee groepen; interne en externe klachten. Interne klachten betreffen de eigen organisatie en externe klachten hebben betrekking op producten en dienstverlening van de gecontracteerde aanbieders. De kwaliteitsmedewerkers handelen de interne klachten af volgens de wettelijke regels van de Awb. Klachten over gecontracteerde aanbieders worden door de gecontracteerde aanbieders volgens het eigen klachtenprotocol afgehandeld. De kwaliteitsmedewerkers van Rogplus volgen en registreren de klacht; indien nodig wordt er bemiddeld. Een informele klacht wordt mondeling of per email ingediend en een formele klacht wordt schriftelijk ingediend en voorzien van een handtekening. Beide worden conform de wettelijke regels van de Awb afgehandeld.
Van de in totaal 251 klachten zijn er 148 gegrond verklaard, 38 ongegrond, 40 deels gegrond en 25 neutraal. In 2023 zijn 29 klachten (5 formeel en 24 informeel) over Rogplus ontvangen ten opzichte van 26 klachten (2 formeel en 24 informeel) in 2022. Van de 29 interne klachten zijn er 12 klachten gegrond verklaard. Deze klachten gingen met name over bejegening, onvoldoende onderzoek en overschrijden van de wettelijk termijn van 6 weken bij afhandeling. Bij alle klachten wordt er hoor en wederhoor gedaan. Hiermee zijn alle betrokken partijen op de hoogte van de ingediende klacht.
30
Van de 222 externe klachten zijn er 136 klachten gegrond verklaard. De meest voorkomende klachten zijn: Geen zorg of voorziening ontvangen Weken tot maanden op zorg of voorziening moeten wachten Slechte communicatie naar cliënt Aanbieder slecht bereikbaar De meeste klachten hadden betrekking op bepaalde thuiszorgaanbieders. Zij hebben er met name mee te maken dat het moeilijk is om zorgcontinuïteit te bieden. Hierbij speelt dat bij een ziekmelding van een medewerker een client soms een maand zonder ondersteuning zit. Ook nemen de wachtlijsten steeds meer toe, waardoor aanbieders niet instaat zijn om binnen twee weken de gevraagde zorg te leveren. Per 1 augustus 2023 is het nieuwe contract voor Wmo-vervoer (ievo) van start gegaan. De overgang van de oude naar de nieuwe aanbieder is relatief soepel verlopen. De aantallen klachten over de nieuwe leveranciers zijn lager dan over de oude. De klachten over Wmovervoer gingen met name over: Onvoldoende personeel beschikbaar. Reizigers worden te laat opgehaald of soms helemaal niet (vooral op zondagavond). Klachten over het gebruik van de app, die als te lastig wordt ervaren. Beperking in het bereiken van bestemmingen buiten de MVS-gemeenten. Met name aan het begin van het schooljaar zijn veel klachten over leerlingenvervoer binnengekomen.
De klachten waren grotendeels te verklaren door personeelskrapte; zowel bij de centrale als in de uitvoering van de ritten. De gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor het beheer van het contract met de vervoerder. Rogplus monitort de dienstverlening van de vervoerder en is samen met de gemeenten en een adviesbureau in gesprek met de vervoerder om verbetering te realiseren. Bemiddeling vindt plaats wanneer het geen klacht is, maar cliënt en aanbieder gezamenlijk geen oplossing vinden. Een gesprek wordt gepland om de gebeurtenissen, verwachtingen en mogelijkheden te bespreken. Dit geeft beide partijen inzicht, waarbij de meerderheid van de gesprekken positieve effecten heeft gehad. Bij twee cliënten is de zorg beëindigd volgens de regeling 'weigering en beëindiging Wmo-ondersteuning'. In het jaar 2023 hebben er 60 bemiddelingsgesprekken plaatsgevonden, tegenover 42 in 2022. De meest voorkomende reden (9 gevallen) voor bemiddeling zijn situaties waarbij cliënten ongewenst verdrag vertonen naar de hulpverlener, zoals seksueel grensoverschrijdend gedrag, manipuleren, schelden en bedreigen. Ook is in 9 gevallen melding gedaan van onveilige en/of onhygiënische werkomgeving. Verder zijn er meer complexe situaties waarbij cliënten weigeren zorg te aanvaarden (3 gevallen) en waarin cliënten onrealistische eisen stellen aan de ontvangen hulp (5 gevallen).