VLA-Programmabegroting 2010-2013
Tekst van het document
€ 2,6 mln. € -0,4 mln. € 0,2 mln. € 2,4 mln.
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
• Lokale heffingen (niet-gebonden besteding) - O.Z.B. - Hondenbelasting - Precariobelasting
87
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Taakmutaties In de meicirculaire is een aantal taakmutaties verwerkt die ook gevolgen hebben voor de gemeentelijke uitgaven (het principe IN = UIT). De taakmutaties (groter dan € 50.000) betreffen:
88
Maatschappelijke opvang, OGGZ en verslavingszorg
€ 1.995.000
(het bedrag dat nu vanaf 2010 via het gemeentefonds wordt ontvangen, vervangt de specifieke uitkering ter zake)
Impuls Brede Scholen, sport en cultuur
€
112.000
(de impuls richt zich op de realisatie van combinatiefuncties. Dit zijn functies waarbij een werknemer in dienst is bij één werkgever, maar werkzaam is in of ten behoeve van twee of meer sectoren)
WMO
€
173.000
(De aanpassing heeft deels te maken met de gevolgen van de pakketmaatregel van de Awbz)
Uitvoering WWB 65+
€
-89.000
(Met ingang van 1 januari 2010 gaat de uitvoering van de WWB 65+ van de gemeenten over naar de Sociale Verzekeringbank. Hiermee gepaard gaat een korting op het gemeentefonds vanwege de vermindering van uitvoeringskosten bij de gemeenten)
Antilliaans-Nederlandse jongeren
€
-82.500
(In de periode 2010 t/m 2013 ontvangen we geld voor de aanpak van AntilliaansNederlandse jongeren)
SLOK
€
65.000
(In het kader van de regeling Stimulering Lokale Klimaatinitiatieven wordt in de periode 2009 - 2011 in totaal € 175.000 ontvangen)
Versterking impuls peuterspeelzalen
€
107.000
Door middel van het wetsvoorstel OKE (ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie) wordt een impuls gegeven aan versterking van de kwaliteit van peuterspeelzalen.
Gastouderopvang
€
53.000
(Vanaf 2010 wordt het stelsel van gastouderopvang herzien. Dit heeft ook gevolgen voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van de gastouderopvang)
Accres De groei van het gemeentefonds (=het accres) is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Een accres bestaat uit een nominaal deel en een reëel deel. Het nominale deel van het accres is bedoeld voor de stijging van lonen en prijzen. Het resterende deel van het accres wordt het reële accres genoemd (dit is dus de echte vrije ruimte). In het bestuurlijk overleg tussen VNG en het rijk is afgesproken, dat als gevolg van de economische crisis in de komende jaren er in de jaren 2009 - 2011geen sprake zal zijn van een reële stijging van het gemeentefonds. De normeringssystematiek wordt in die jaren losgelaten, zodat er ook achteraf geen verrekeningen meer worden gedaan. Hiermee komt de behoedzaamheidsreserve te vervallen. Dit leidt tot een nadeel van € 0,5 mln., welke alleen in 2009 en 2010 wordt gecompenseerd. Het negatieve accres in 2010 heeft met name betrekking op de doorwerking van de verwachte lagere nominale ontwikkingen in 2009.
Dividendinkomsten en renteresultaat
De Gemeente Vlaardingen neemt deel in het aandelenkapitaal van een aantal privaatrechtelijke organisaties die het publieke belang ondersteunen. De deelnemingen in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Waterbedrijf Evides genereren een jaarlijks, winstafhankelijk dividend. Beide deelnemingen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen. De aandelen BNG zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor 50% in handen van gemeenten. De Gemeente Vlaardingen heeft 0,356% van de aandelen in bezit. De winstcijfers van de bank staan door de uitkering van een deel van de reserves (aan de aandeelhouders) en door de kredietcrisis onder druk. De hoogte van de dividenduitkering is daarom naar beneden bijgesteld en voor de komende jaren begroot op € 250.000 per jaar. Het Waterbedrijf Evides is ontstaan uit de fusie van Waterbedrijf Europoort, waar de Gemeente Vlaardingen in deelnam, en Delta Waterbedrijf. De fusiepartners hebben ieder 50% van de nieuwe aandelen in handen. Het Vlaardings belang bedraagt op dit moment 1,80% van het nominale aandelenkapitaal. Ook het waterbedrijf verwacht als gevolg van de kredietcrisis minder positieve resultaten. Om die reden is de verwachte dividenduitkering verlaagd naar € 750.000 per jaar.
Stelposten
Ten behoeve van posten waarmee nog niet op productniveau rekening gehouden is, zijn concernbrede stelposten opgenomen. Deze concernbrede stelposten maken deel uit van het programma concernfinanciën. Er zijn jaarlijks terugkerende (structurele) stelposten en in een specifiek begrotingsjaar (incidentele) opgenomen stelposten. De jaarlijks terugkerende stelposten zijn: Bedrag voor onvoorziene uitgaven Het is in de praktijk gangbaar dat als onderdeel van de weerstandscapaciteit c.q. in relatie tot het weerstandsvermogen door gemeenten een bedrag voor onvoorziene uitgaven wordt geraamd. De hoogte van deze post is niet voorgeschreven, maar binnen het provinciaal toezicht wordt een minimum gesteld van € 3,18 per inwoner. Deze norm wordt ook in onze begroting gehanteerd. De hoogte van de post voor onvoorziene uitgaven is in basis overigens niet van dien aard (in 2010 € 235.000) dat omvangrijke afwijkingen op de begroting kunnen worden opgevangen. Stelpost kapitaallasten investeringsprogramma In het investeringsprogramma zijn de voorgenomen investeringen opgenomen met de daarbij behorende kapitaallasten (rente en afschrijving). Deze kapitaallasten worden als stelpost opgenomen. In de Vlaardingse systematiek worden de kapitaallasten begroot volgend op het jaar van investeren.
Dit houdt dus in, dat de stelpost kapitaallasten in de begroting 2010 betrekking heeft op de rente en afschrijving van investeringen in het investeringsschema die nog in het begrotingsjaar 2009 worden uitgevoerd. De stelpost bedraagt in 2010 € 1,210 mln. en is verdeeld over de desbetreffende programma’s. Overige opgenomen stelposten in de begroting 2010: • Grote projecten, spaarsaldo (€ 3,2 mln.) • Taakstelling loonsom (€ -/- 0,4 mln.)
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Naast de dividendinkomsten uit deelnemingen maakt ook het renteresultaat deel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Voor 2010 wordt een positief resultaat voorzien van € 7,5 miljoen. Een toelichting op dit resultaat wordt gegeven in de paragraaf Treasury.
89
90 PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Programmabegroting 2010 - 2013 Paragrafen
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
91
92 PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
1. Paragraaf Lokale heffingen Inleiding
Bij lokale heffingen gaat het om inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels, voornamelijk belastingen, heffingen en retributies, die de overheid heft op grond van wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten wordt een onderscheid gemaakt tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies. • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en dienen ter uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we OZB en hondenbelasting. • De heffingen dienen ter dekking van de kosten ten behoeve van de uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de burger ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolrecht. • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Hiervan zijn de voorbeelden leges voor paspoort en rijbewijs.
Tarievenbeleid 2010
In het licht van de economische recessie gaan wij in 2010 niet uit van een trendmatige verhoging van de tarieven, zoals hierboven in de uitgangspunten beschreven. Wij stellen voor de gemeentelijke tarieven in 2010 zoveel mogelijk te bevriezen en ten aanzien van de afvalstoffenheffing over te gaan tot een verlaging met ruim € 10.
Woonlasten (lokale lastendruk)
Onder de woonlasten wordt verstaan het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolrecht en afvalstoffenheffing. De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren en een raming voor het komende jaar ziet er als volgt uit: Woonlasten (x € 1,-)
2006
2007
2008
2009
2010
OZB-eigenaar OZB-gebruiker Rioolrecht Afvalstoffenheffing
177,75 nvt. 134,00 301,80
179,75 nvt. 143,00 304,80
184,24 nvt. 153,00 312,40
190,04 nvt. 157,80 322,20
190,04 nvt. 157,80 312,00
Totaal
613,55
627,55
649,64
670,04
659,84
Bij de berekening van de totale woonlasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • er wordt uitgegaan van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin. • de OZB-tarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Vlaardingen.
Totale heffingsinkomsten
De begrote inkomsten van de bovengenoemde gemeentelijke heffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolrecht) in 2010 bedragen € 27,39 mln. Dit is circa 12% van de totale begrote inkomsten van de gemeente Vlaardingen in 2010.
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de belastingen en heffingen zijn: 1. Het streven naar een woonlastendruk die niet sneller stijgt dan de inflatie, gebaseerd op de loon- en prijsontwikkeling voor de overheid; 2. De tarieven voor dienstverlening zijn kostendekkend; 3. Voor de minst draagkrachtigen is er een adequaat kwijtscheldingsbeleid.
93
Woonlasten (vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde)
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de “Atlas van de lokale lasten” inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste meente is en nummer 461 de duurste. In de atlas 2009 neemt Vlaardingen de 275e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2008 nam Vlaardingen nog een 281e plaats in. In 2009 zat Vlaardingen € 21 hoger dan de landelijk gemiddelde woonlasten, welke € 649 bedragen. Wat betreft de OZB en het rioolrecht loopt Vlaardingen in de pas met het landelijk gemiddelde. De hoogte van de afvalstoffenheffing ligt boven het landelijk gemiddelde. Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft omringende gemeenten bedragen de woonlasten van omliggende gemeenten:
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Gemeente
94
Schiedam Rotterdam Maassluis Spijkenisse Vlaardingen Delft Capelle a/d IJssel Westland
Gemiddelde woonlasten
Rangnr. Coelo
€ 566 € 609 € 642 € 646 € 670 € 692 € 716 € 695
42 110 190 198 275 298 347 306
Onroerende zaakbelastingen
De hoogte van de onroerende-zaakbelastingen is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De onroerende zaakbelastingen bestaan uit een “eigenarenbelasting” voor woningen en een “eigenarenbelasting” en “gebruikersbelasting” voor niet-woningen. De grondslag van de OZB voor het jaar 2010 is de waarde van onroerende zaken op 1 januari van het peiljaar 2009. Ontwikkeling tarieven onroerende zaakbelastingen (x € 1,-) Tarieven per OZB (zakelijk) niet-woningen OZB (gebruik) niet-woningen OZB (zakelijk) woningen OZB (gebruik) woningen
2006
2007
2008
2009
2010
€ 2.500
€ 2.500
€ 2.500
€ 2.500*
€ 2.500*
6,86 5,49 3,14 nvt.
5,69 4,56 2,94 nvt.
5,63 4,51 2,89 nvt.
5,81 (0,23%) 4,65 (0,19%) 2,98 (0,12%) nvt.
5,81 (0,23%) 4,65 (0,19%) 2,98 (0,12%)
De OZB wordt met ingang van 1 januari 2009 berekend als een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Dit volgt uit de wijziging van artikel 220f van de Gemeentewet. De nieuwe berekeningswijze moet duidelijk maken dat de OZB slechts over een klein percentage van de waarde wordt geheven. Het tarief 2010 is gebaseerd op het tarief 2009 waarop de nullijn is toegepast. Omdat de herwaardering in het kader van de Wet Waardering onroerende zaak nog niet is afgerond is het definitieve tarief nog niet bekend. Bij de besluitvorming met betrekking tot de tarieven in december 2009 zal een tarief zodanig worden vastgesteld dat in combinatie met de WOZ-waarden in een gelijkblijvende opbrengst resulteert. Limitering OZB-tarieven De limitering van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) is per 1 januari 2008 vervallen. Om te voorkomen dat de tarieven onevenredig stijgen, heeft het Rijk een macronorm ingesteld. Als de ontwikkeling van de lokale lasten tot overschrijding van die norm leidt, kan het Rijk ingrijpen. Voor 2010 bedraagt de macronorm 4,3%. Vlaardingen zit daar met een stijging van 0% ruimschoots onder.
Rioolrechten
Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van het rioolrecht is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin o.a. de kosten zijn opgenomen die door middel van het rioolrecht moeten worden gedekt. Ontwikkeling tarieven rioolrechten (x € 1,-)
2006
2007
2008
2009
2010
Tarief
134
143
153
157,80
157,80
Afvalstoffenheffing
Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de afvalstoffenheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens. De ontwikkeling van de kosten laat toe om de tarieven in 2010 met € 10,20 te verlagen ten opzichte van die in 2009. Ontwikkeling tarieven afvalstoffenheffing (x € 1,-) • Afvalstoffenheffing éénpersoonshuishouden • Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden
2006
2007
2008
2009
2010
237,00
239,40
245,40
253,20
243,00
301,80
304,80
312,40
322,20
312,00
Overige lokale heffingen
De lokale heffingen worden verdeeld over zuivere belastingen, heffingen en retributies. De OZB als zuivere belasting en de afvalstoffenheffing en het rioolrecht als heffing zijn reeds aan de orde geweest. Burgerzakenleges Bij leges betreft het vaak rechten op grond van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het betreft dan bijvoorbeeld het behandelen van verzoeken om verlening van een vergunning en het verstrekken van een paspoort of rijbewijs. Bij vergunningverlening wordt overigens meestal niet de afgifte van de vergunning als belastbaar feit aangemerkt, maar het in behandeling nemen van de aanvraag. De belastingplicht ontstaat dan op het moment dat de gemeente begint met de nodige werkzaamheden, zodat ook leges kunnen worden berekend als de vergunning wordt geweigerd. De gemeente heeft immers al een inspanning geleverd. Soms wordt bij weigering van de vergunning een deel van de betaalde leges terugbetaald, maar gemeenten zijn er vrij in hoe ze dat regelen. Onder dienstverlening van burgerzaken waarvoor ook leges worden ontvangen worden de volgende diensten verstaan: • Het voeren van de gemeentelijke administratie voor wat betreft: verhuizingen, vestigingen, afgifte van diverse documenten, actualiseren en corrigeren van persoonsgegevens.
• Het verzorgen van de burgerlijke stand met betrekking tot geboorte-aangiften, aangiften overlijden, huwelijken en geregistreerd partnerschap en het opstellen van latere vermeldingen n.a.v. rechterlijke uitspraken.
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Verbrede rioolheffing Het rioolrecht zal in 2010 worden vervangen door een bestemmingsheffing. Op basis van deze nieuwe bestemmingsheffing kunnen kosten verhaald worden voor het uitvoeren van de taken die voor de gemeenten voortvloeien uit het Nationaal Bestuursakkoord Water. Gemeenten krijgen naast de verantwoordelijkheid voor het beheer van afval- en regenwater de verantwoordelijkheid voor het verwerken van overtollig grondwater. Het kabinet beoogt geen wijziging in het heffingssysteem dat gemeenten al gebruiken voor het rioolrecht. Gemeenten blijven vrij in de keuze van de belastingplichtige en de maatstaf van de heffing. De zorgplicht van de nieuwe taken wordt uitgewerkt in de Wet op de waterhuishouding en de Wet milieubeheer.
95
• Het verstrekken van reisdocumenten, te weten paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten. • Het verstrekken van rijbewijzen • Administreren van naturalisatieverzoeken en het verwerken van Koninklijke Besluiten Met ingang van 2010 willen wij enkele tarieven voor burgerzaken gelijktrekken met het landelijk gemiddelde tarief. Hieronder volgende de aantallen documenten/diensten met de bijbehorende totale opbrengsten. Begroting 2009
Begroting 2010
Reisdocumenten Rijbewijzen Huwelijken Naturalisaties Uitreksels burgerlijke stand Uitreksels gba
15.000 5.000 375 150 3.500 7.500
15.000 6.900 375 150 3.500 7.000
Totale heffingen (x € 1.000)
€ 1.084
€ 1.122
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Burgerzakenleges (in aantallen tenzij anders vermeld)
96
bij een stijging van 0% en aanpassing van enkele tarieven
Bouwleges Voor het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk of standplaats is een bouwvergunning benodigd. Het doel van de bouwleges is het controleren op de naleving van (landelijke) normen en standaarden volgens het Bouwbesluit, de bouwverordening en de Woningwet, alsmede de verlening, controle en handhaving van vergunningen op het gebied van bouwen, wonen en ruimtelijke ordening. In 2008 is reeds gekeken naar de kostendekkendheid van de tarieven en is gebleken dat slechts 47% van de kosten door de leges worden afgedekt. Dit heeft voor 2009 geleid tot een extra stijging van de bouwleges waardoor de kostendekkendheid gestegen is naar 71%. Voor 2010 dienen een aantal principiële keuze gemaakt te worden die nadere afweging, berekening en afstemming behoeven. In de belastingvoorstellen die in de decemberraad ter vaststelling worden aangeboden, zullen de tarieven van de bouwleges nader worden uitgewerkt.
Tarieven
Jaarlijks worden de overige belastingen, heffingen en retributies in principe verhoogd met de loonen prijsontwikkeling voor de overheid. Voor 2009 hanteert Vlaardingen de nullijn. Hierna wordt aangegeven waar afgeweken is van dit percentage: • Zeehavengelden en binnenhavengelden zijn afhankelijk van gemeenschappelijke afspraken tussen waterbeheerders in het Waterweggebied. • De administratiekosten voor het uitschrijven van een aanslag in de parkeerbelasting kunnen eventueel worden verhoogd, omdat de parkeertarieven voortvloeien uit de vastgestelde parkeernota. • Het reinigingsrecht dat opgelegd wordt aan bedrijven die nog afval via huisvuilzakken en/of verzamelcontainers aanbieden kan worden verhoogd. Die verhoging komt voort uit de sterke verhoging van de verwerkingskosten van bedrijfsmatig afval alsmede door het meer in lijn brengen van het reinigingsrecht met de commerciële tarieven voor bedrijfsmatig afval. Sommige tarieven waren op het moment van schrijven nog niet bekend. Vooralsnog wordt dan uitgegaan van het algemene stijgingspercentage van 0%. In december 2009 zullen de definitieve belastingtarieven worden vastgesteld conform het daarvoor vastgestelde beleid omtrent kostendekkendheid, inflatiepercentage e.d. De totale opbrengsten uit belastingen, heffingen en retributies zien er als volgt uit:
Begroting 2010
Heffingen en retributies Burgerzakenleges Parkeerbelasting Zeehaven- en binnenhavengelden Marktgelden Afvalstoffenheffing Rioolrechten Begraafrechten Leges bijzondere wetten Milieuleges Leges bouwvergunningen
1.084 1.194 1.068 181 10.154 5.888 802 17 35 1.377
1.122 1.194 1.068 * 181 9.808 5.888 802 17 35 1.377
Belastingen Precariobelasting Hondenbelasting Onroerende zaakbelastingen
668 229 11.694
668 229 11.694
Totaal
34.391
34.083
* Zeehavengelden en binnenhavengelden zijn afhankelijk van gemeenschappelijke afspraken tussen waterbeheerders in het Waterweggebied
Kwijtschelding
Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid, neergelegd in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, hetgeen betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. In de gemeente Vlaardingen kan kwijtschelding worden aangevraagd voor: • afvalstoffenheffing • hondenbelasting (voor zover het de eerste hond in een huishouden betreft) Om voor kwijtschelding in aanmerking te komen dient men een schriftelijk verzoek te doen en de nodige bewijsstukken te overleggen. Inwoners die langer dan 3 jaar achtereen een bijstandsuitkering ontvangen krijgen automatisch kwijtschelding verleend (meerjarige kwijtschelding). Deze automatische kwijtschelding geldt ook voor personen die ouder zijn dan 65 jaar en die voor kwijtschelding in aanmerking komen.
Bij wijziging van hun financiële situatie dient men dat uiteraard te melden, zodat een nieuwe beoordeling kan plaatsvinden.` Voor 2010 wordt bij wijze van proef informatie opgevraagd bij het landelijk inlichtingenbureau dat in 2008 is opgericht. Indien blijkt dat ten opzichte van een eerder verleende kwijtschelding er geen wijziging in de inkomens- of vermogenssituatie heeft plaatsgevonden, dan wordt automatisch kwijtschelding verleend. Naar verwachting zullen, rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, zo’n 3.200 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking komen. Daarbij is geen rekening gehouden met de aanhoudende recessie. Mogelijk zal het aantal aanvragen voor 2010 aanzienlijk stijgen. In totaal zal in 2010 een bedrag van circa € 620.000 worden kwijtgescholden.
Vaststellen nieuwe tarieven 2010
Nadat de begroting is vastgesteld waarmee een uitspraak is gedaan door raad over de hoogte van de tarieven voor 2010 van de verschillende belastingen, heffingen en retributies, zullen de desbetreffende verordeningen hieraan, alsmede aan wets- en beleidswijzigingen, worden aangepast, waarna deze in de decembervergadering 2009 ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Begroting 2009
Belasting/heffing (x 1.000,-)
97
2. Paragraaf Weerstandsvermogen Inleiding
Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin gemeente in staat is om onvoorziene financiële tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; en b. alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Gemeentelijk beleid
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Beleid met betrekking tot het weerstandsvermogen dient enerzijds inzicht te verschaffen in de omvang en opbouw van de gemeentelijke weerstandscapaciteit, anderzijds aan te geven wat de relevante risico’s en de mogelijke financiële gevolgen van deze risico’s zijn. Vervolgens zal op basis van deze kennis een antwoord gegeven moeten worden op de vraag of het aanwezige weerstandsvermogen voldoende is en zo niet, welke maatregelen er genomen moeten worden.
98
Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit incidentele en structurele mogelijkheden die aangewend kunnen worden om niet begrote kosten te dekken. Incidenteel De incidentele weerstandscapaciteit: vermogen om calamiteit en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het bestaande niveau. Onder de incidentele weerstandscapaciteit verstaan we: • Stille reserves: Stille reserves zijn reserves die ontstaan door de verkoop van activa tegen een marktprijs die hoger is dan de boekwaarde. Het gaat in deze om activa die op korte termijn verhandelbaar moeten zijn en zodoende een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van een ontstaan financieel probleem. Aangezien de verhandelbaarheid van de meeste gemeentelijke eigendommen beperkt en de marktwaarde hierdoor niet bekend is maken in Vlaardingen de stille reserves geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit • Algemene reserve: De Algemene Reserve bestaat uit dat deel van de reserves waaraan door de gemeenteraad (nog) geen bestemming is gegeven. Dit maakt deze reserve bij uitstek geschikt om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. • Post onvoorzien: De post ‘onvoorzien’ wordt in de begroting opgenomen om die uitgaven te dekken die op het moment van het opstellen van de begroting niet konden worden voorzien.
Het bedrag dat hiermee is gemoeid is in Vlaardingen gerelateerd aan het inwonersaantal van de gemeente en is verwerkt onder de Algemene Dekkingsmiddelen. Structureel De structurele weerstandscapaciteit: middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Onder de structurele weerstandscapaciteit verstaan we: • Onbenutte belastingcapaciteit : Hieronder wordt verstaand de onroerende zaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijk OZB-tarief lager is dan het normtarief voor art.12-gemeenten en/of wanneer de gemeentelijke heffingen niet kostendekkend zijn. In Vlaardingen ligt het OZB-tarief boven de art. 12 norm en zijn de afvalstoffenheffing en het rioolrecht 100% dekkend.
Risico’s
Wij onderkennen het belang van risicomanagement en wij achten het wenselijk om risico’s die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico’s wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat toekomstige investeringen op lange termijn in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de tussenstand is tevens het weerstandsvermogen berekend.
Om de risico’s in kaart te brengen is in samenwerking met alle afdelingen en organisatie-eenheden een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem) waarmee risico’s systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld. Op basis van de ingevoerde risico’s kan een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag van alle risico’s ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Met de beleidsnota ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ is in 2005 vastgesteld dat binnen gemeente Vlaardingen een percentage van 90% gehanteerd wordt. Uit de simulatie blijkt dat we een weerstandsvermogen nodig hebben van afgerond € 25 mln. om 90% zeker te zijn dat we al onze risico’s kunnen afdekken. Dit is dus de benodigde weerstandscapaciteit.
Relatie tussen benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit
De minimaal wenselijke risicobuffer c.q. incidentele weerstandscapaciteit is eerder vastgesteld op € 35 mln. Conform de jaarstukken 2008 bedroeg de algemene reserve aan het begin van 2009 circa € 59 mln. Op dit vermogen wordt in 2009 en volgende jaren een beroep gedaan voor de dekking van een aantal projecten tot een bedrag van naar verwachting tenminste € 49 mln. Op pagina 38 van de Voorjaarsnota 2009 is een en ander toegelicht. U ontvangt nog dit jaar een separaat voorstel, inclusief begrotingsvoorstel, met betrekking tot de concrete vorming van bestemmingsreserves, waarbij wij als uitgangspunt hanteren dat er pas onttrekkingen aan het vermogen plaatsvinden als projecten in het komende jaar concreet in uitvoering gaan. Het weerstandsvermogen is een kan worden uitgedrukt in een ratio (verhouding tussen beschikbare weerstandscapaciteit en benodigde weerstandscapaciteit). Door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement is samen met Universiteit Twente een normtabel ontwikkeld voor de waardering van het berekende ratio van het weerstandsvermogen Door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement is samen met Universiteit Twente een normtabel ontwikkeld voor de waardering van het berekende ratio van het weerstandsvermogen. Klasse
Ratio
Betekenis
A B C D E F
> 2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De incidentele weerstandscapaciteit van € 35 mln plaatst ons in klasse C (voldoende).
PROGRAMMABEGROTING 2010 - 2013
Belangrijkste risico’s 1. Boekwaarde van niet in exploitatie genomen bezittingen is niet conform marktwaarde (te hoge waardering) 2. Opbrengsten projecten kunnen niet worden gerealiseerd of worden gebouwd voor leegstand wat leidt tot tegenvallende resultaten 3. Het kabinet werkt aan een voorstel voor afschaffing van de precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen nutsbedrijven) in 2010. Het is nog onduidelijk, wat de gevolgen zijn voor de door ons afgesloten privaatrechtelijke contracten met Eneco en Delfland. 4. Onrendabel parkeren voor rekening van gemeente Vlaardingen 5. Gemeentefonds komt onder druk te staan door noodzakelijke ombuigingen van het rijk
99