CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte Vlaardingen 2021-2026

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Transitievisie Warmte 2021-202514.677 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2022-2026

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN

Inhoudsopgave SAMENVATTING

4 5 6

1.

8

VOORWOORD LEESWIJZER

Deze visie is mede mogelijk gemaakt door:

Adviesbureaus APPM en Ecorys hebben ondersteund bij het opstellen van deze visie

2. 2.

INLEIDING

1.1 Waarom gaan we over op duurzame warmte? 1.2 Wat is de Transitievisie Warmte? 1.2.1 Waarom schrijft Vlaardingen een Transitievisie Warmte 1.2.2 Hoe gaat de gemeente op basis van deze TVW verder? 1.2.3 Hoe bindend is deze Transitievisie Warmte? 1.3 Hoe is deze visie tot stand gekomen? 1.4 Voor wie is deze visie bedoeld?

9 9

4.

ROUTE NAAR 2050

4.1 4.2

4.5

Stap 1: Inzicht in de warmteoplossing per buurt 21 Stap 2: Opstellen Wijkuitvoeringsplannen in drie Startbuurten en no-regret isolatie voor heel Vlaardingen 23 Stap 3: Wijkuitvoeringsplan uitvoeren in de Startbuurten (2024 en verder) 25 Stap 4: Herijken van de Transitievisie Warmte en het aanwijzen van volgende buurten (2025/2026) 25 Stap 5: Steeds verder opschalen 25

5.

UITVOERINGSSTRATEGIE

4.3 4.4

10 10 10 11 11

2.

HUIDIGE SITUATIE EN OPGAVE

13

2.1 2.2 2.3

Warmtevraag in Vlaardingen Mogelijke warmtebronnen De opgave

13 14 15

3.

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

17

3.1 3.2

Uitgangspunten Randvoorwaarden

17 18

21

27

5.1 We doen het samen 5.2 Vier sporen 5.2.1 Gebiedsgerichte aanpak in de Startbuurten 5.2.2 Stadsbrede aanpak gericht op ‘no regret’ energiebesparingsmaatregelen 5.2.3 Aanpak van verschillende vastgoedtypen 5.2.4 Regionale infrastructuur warmte: WarmtelinQ 5.3 Nieuwbouw 5.4 Omgevingswet 5.5 Programmatische aanpak 5.6 Subsidies en financiering

27 28 28

BIJLAGE 1 - Methodiek analyse voorkeursoplossingen

35 39

BIJLAGE 2 - Methodiek selecteren Startbuurten

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

29 31 33 33 33 34 34

3.

Voorwoord Nederland en de wereld staan voor een gigantische klimaatopgave. De opwarming van de aarde is een bedreiging voor onze toekomst, in Nederland en ook in Vlaardingen. Daarom is een nationaal Kli­­­­­­maatakkoord afgesloten. Daarin hebben alle ­gemeenten de opdracht gekregen om een Transitievisie Warmte te schrijven. Dit is de visie van de gemeente Vlaardingen. Met deze visie beschrijven wij de route naar een volledig aardgasvrije gemeente. Dat doen wij niet alleen door een stip op de horizon te zetten (in 2050 hebben wij dit einddoel gehaald), maar ook hele concrete stappen te beschrijven hoe we tot dit doel willen komen. Dat we deze visie hebben geschreven vind ik om een aantal redenen erg belangrijk. Allereerst vind ik het belangrijk dat wij onze bijdrage­ leveren aan de landelijke en i­nternationale klimaatdoelstellingen. Zowel in Parijs als in het Klimaat­­ akkoord is afgesproken dat we onze CO2-­uitstoot drastisch moeten gaan beperken. Overgaan op duurzame energie is hiervoor een noodzakelijke voorwaarde.

Een duurzaam verwarmd Vlaardingen. Daar gaan we voor! 4.

Ten tweede maak ik mij zorgen over de toenemende gasprijzen. Overstappen op duurzame energiebronnen en isoleren zorgt ervoor dat we het op de lange termijn betaalbaar houden met zijn allen.

Tot slot wil ik dat we een visie hebben op een tran­­­si­tie waar iedere Vlaardinger aan kan mee­doen. ­ Niet alleen door vanuit eigen initiatieven naar duur­­­­­­ zame oplossingen te zoeken, maar ook doordat we willen dat niemand in de problemen komt doordat we de overstap maken naar duurzame warmte. Een haalbare en betaalbare warmtetransitie voor iedere Vlaardinger, daar gaan we dus met zijn allen voor. Ik ben er trots op dat we deze visie echt samen heb­ ben gemaakt. Onze samenwerkende partijen hebben zeer actief met ons meegedacht en mee­geschreven, waardoor het echt een gezamenlijk verhaal is geworden. Ook u als bewoner heeft met ons meegedacht, door uw inbreng in het inwonerspanel. De eerste stap is met deze visie gezet. In 2022 gaan we hier concreet vervolg aan geven. In heel Vlaardingen door nog intensiever met energie­ besparing aan de slag te gaan en verder heel specifiek in twee buurten waar we al een start willen maken met plannen maken in samenspraak met de buurt. En ik hoop ook meer van u te horen! Samen gaan we ervoor zorgen dat Vlaardingen een duurzaam verwarmde toekomst krijgt.

Hoofdstuk 1

Leeswijzer

Hoofdstuk 3 Hier beschrijven we de uitgangspunten die we belangrijk vinden en de randvoorwaarden die op orde moeten zijn voordat we de overstap naar duurzame warmte willen maken.

In het inleidende hoofdstuk leggen we uit waarom we van het aardgas afgaan, wat een Transitievisie Warmte is, hoe deze tot stand is ­gekomen en aan wie deze is gericht.

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 4 beschrijft onze route naar het einddoel: aardgasvrij in 2050. We gaan in op de stappen die we vanaf komend jaar gaan nemen, in welke buurten we willen starten met plannen maken en wat er ­verder voor nodig is om alle gebouwen in Vlaardingen aan te pakken.

Hoofdstuk 2 In Hoofdstuk 2 vertellen we welke manieren er zijn om van het aardgas af te gaan. We gaan in op de mogelijke technieken en warmtebronnen. Ook geven we een beeld van de jaarlijkse opgave om uiteindelijk in 2050 aardgasvrij te worden.

Hoofdstuk 5 In dit hoofdstuk gaan we heel ­concreet in op alle maatregelen die we in Vlaardingen de komende paar jaar gaan ondernemen. Het gaat hier om de aanpak in onze zoge­ naamde ‘­Start­buurten’ en om een aantal ­maatregelen dat we in de hele gemeente willen gaan opstarten.

Bart de Leede Wethouder Duurzaamheid

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

5.

Samenvatting De Gemeente Vlaardingen heeft samen met een aantal belangrijke partijen de Transitievisie Warmte gemaakt. De visie volgt uit de afspraken in het Klimaatakkoord en beschrijft onze route naar een volledige aardgasvrije gemeente in 2050. Van het aardgas afstappen betekent dat we op zoek gaan naar andere duurzame manieren om onze gebouwen te verwarmen, om te koken en voor ons tapwater. Dat kan door gebruik te maken van collectieve warmtenetten, elektrische warmtepompen of gasnetten die gevoed worden door duurzame gassen. In Vlaardingen gaat het om ongeveer 34.000 woningen en 4.000 utiliteitsgebouwen verspreid over 40 buurten. Na de visie is één van de volgende stappen het maken van Wijkuitvoeringsplannen voor deze 40 buurten. Hiervoor hebben we tot 2050 de tijd en dit gaan we fasegewijs aanpakken. Het maken van een Wijkuitvoeringsplan

6.

duurt ongeveer twee jaar. In die tijd willen we met inwoners en partners in de wijk tot een concreet plan komen, dat een duidelijk antwoord geeft op de wijze waarop de buurt duurzaam verwarmd gaat worden. Dat wil zeggen: een plan over de warmteoplossing, de aanpassingen die gedaan moeten worden in de openbare ruimte en aan de gebouwen en duidelijkheid over het kosten­plaatje en de financiering daarvan. Zodra het plan af is, wordt gestart met de uitvoering die naar verwachting maximaal acht jaar duurt. De komende vijf jaar willen we plannen maken voor drie zogenaamde Start­buurten. Met twee buurten beginnen we in 2022: de Hoofdstedenbuurt en de Dreven­ buurt. De derde buurt bepalen we later. De Hoofdstedenbuurt en de Drevenbuurt scoren om een aantal redenen kansrijk. Een afwegingskader, dat we samen met de samenwerkende partijen hebben opgesteld,

heeft ons geholpen om de 40 buurten te prioriteren. De buurten ­zijn geprioriteerd op een aantal criteria, waaronder: maatschappelijke kosten, eind­gebruikerskosten, aandeel woningcorporatie­bezit, meekoppelkansen en bewonersinitiatieven. Met deze twee buurten willen we ervaring opdoen. De ene buurt heeft overwegend particulier bezit (Drevenbuurt) en de andere buurt voornamelijk woningcorporatiebezit (Hoofdstedenbuurt). In deze Startbuurten gaan we met de inwoners aan de slag met het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan. Participatie en samen doen vinden wij belangrijk. Het doel is om tot een plan te komen dat op zoveel mogelijk draagvlak kan rekenen. Wij kiezen er dan ook voor om de energietransitie en de aardgasvrije aanpak onderdeel te laten zijn van een integrale gebiedsaanpak en waar mogelijk meekoppelkansen te benutten. Voorbeeld hiervan is het koppelen met de aandachtsgebiedenaanpak in de Hoofdstedenbuurt.

Wij vinden het bij het maken van deze ­plannen belangrijk dat: 1. de gemeente duidelijkheid geeft. 2. de gekozen warmteoplossing en de bijbe­ horende uitvoering aansluit bij de behoeften van de buurt en betaalbaar, haalbaar, duurzaam en betrouwbaar is. 3. er ruimte blijft voor eigen initiatief. We hebben het als gemeente niet geheel in eigen hand. We gaan er daarom van uit dat de volgende randvoorwaarden op orde komen voor wij aan de slag kunnen met de uitvoering van deze visie: 1. Beschikbaarheid en toepasbaarheid van warmtebronnen 2. Voortvarender en consistenter beleid en wetgeving op Rijksniveau 3. Voldoende uitvoeringskracht bij gemeenten, stakeholders en marktpartijen 4. Bekostiging lokale uitvoeringslasten De warmtebronnen die beschikbaar zijn voor Vlaardingen zijn in kaart gebracht. Vlaardingen heeft het grote voordeel dat het dichtbij een aantal grote (toekomstige) warmtetransport­ leidingen ligt waar op aangesloten kan worden. Voor een groot deel van de stad lijken collectieve warmtenetten daarom de voordeligste duurzame warmteoplossing. Of en in welke mate deze

collectieve warmtenetten er komen, en ook of duurzame gassen voor Vlaardingen beschikbaar gaan komen, is nog niet zeker. Daarom is in vier scenario’s, met de kennis van nu, in kaart gebracht wat de toekomstige warmteoplossing kan zijn. Dit is bij lange na geen definitieve keuze. Het is wel een mooie aftrap voor de Wijkuitvoeringsplannen waar we samen met de buurt in gesprek gaan over uiteindelijk de meest geschikte warmteoplossing. De in deze visie beschreven route naar een volledig aardgasvrij Vlaardingen is niet in beton gegoten. De komende jaren gaan we bijvoorbeeld nog veel wijzer worden vanuit de plannen die we al hebben gemaakt, door de ontwikkeling van technieken en het al dan niet beschikbaar komen van warmtebronnen. Iedere vijf jaar maken we daarom een nieuwe Transitievisie Warmte waarin we de route naar 2050 bijsturen met de kennis van dat moment. Het ambitieniveau en het tempo van de uitvoering van deze visie is grotendeels afhankelijk van de Rijksvergoeding die ons bij het Klimaat­akkoord in het vooruitzicht is gesteld. Ervan uit gaande dat dit goed gaat komen, gaan we naast de gebiedsgerichte aanpak via Startbuurten inzetten op een stadsbrede aanpak gericht op bewustwording en het stimuleren

van zo­­genoemde ‘no regret’ energiebesparings­ maat­regelen (o.a. isolatie) in samenwerking met o ­ ns energieloket de WoonWijzerWinkel en Servicepunt Woningverbetering. Wij gaan eige­naren van het commercieel en maatschappelijk vastgoed stimuleren aan de slag te gaan. Wij geven hierin het voorbeeld met ons eigen vastgoed. Door de aanleg van WarmtelinQ mogelijk te maken creëren wij naast de Leiding over Noord een extra mogelijkheid onze buurten aan te sluiten op een warmtenet. De opgave is enorm. We zouden jaarlijks 1.200 woningen en 140 utiliteitsgebouwen moeten aanpakken om in 2050 klaar te zijn. Dit aantal is de komende jaren nog niet haalbaar. Door de ko­mende vijf jaar te starten met drie Start­­­buurten ­leggen we de basis voor een exponentieel tijds­ pad. Zo pakken we ieder jaar meer gebouwen aan dan het jaar ervoor. Op deze manier willen we het voor elkaar krijgen om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. Voor de komende jaren be­tekent dat ervaring opdoen in de Startbuurten en in heel Vlaardingen aan de slag met isolatie.

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

7.

1. Inleiding

Wij vinden dit belangrijk om een leefbare wereld voor volgende generaties achter te laten

8.

In deze Transitievisie Warmte beschrijft de gemeente Vlaardingen hoe de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving er volgens de huidige inzichten uit komt te zien. In dit hoofdstuk beschrijven we waarom we overgaan op duurzame warmte (1.1). Vervolgens beschrijven we wat een Transitievisie Warmte is (1.2), hoe de visie tot stand is gekomen (1.3) en voor welke doelgroepen deze geschreven is (1.4).

2050 een klimaatneutrale stad zijn. Hiermee wil Vlaardingen bijdragen aan het beperken van de klimaatverandering. Dat betekent aandacht voor energie besparen en overstappen naar duurzame energie.

1.1 Waarom gaan we over op duurzame warmte?

warmte in plaats van aardgas. Deze grote ver­ bouwing noemen wij de warmtetransitie.

1.2 Wat is de Transitievisie Warmte?

Nederland staat aan de vooravond van een grootscheepse verbouwing. Zorgen om het klimaat, luchtkwaliteit, aardbevingsrisico’s en de schaarste van grondstoffen maken het noodzakelijk om heel Nederland te voorzien van een duurzame energie-infrastructuur.

Belangrijke voorwaarden voor het nemen van maatregelen zijn haalbaarheid en betaalbaarheid. Dat betaalbaarheid ook vanuit het Rijk belangrijk is, blijkt onder andere uit de Kamerbrief van de minister over dit onderwerp1. Eerder is in het Klimaatakkoord afgesproken dat het streven is om de warmtetransitie woonlastenneutraal uit te voeren. Dat wil zeggen dat de maandelijkse kosten van een bewoner aan de woning (zoals energie, onderhoud, huur of aflossing van de hypotheek) in de nieuwe situatie ongeveer gelijk blijven. Momenteel is het verduurzamen van woningen nog niet altijd woonlastenneu­ traal. We hopen en verwachten dat het Rijk met maatregelen komt om dit wel te bereiken.

De Transitievisie Warmte bevat de visie van de gemeente om in 2050 alle woningen en andere gebouwen aardgasvrij te krijgen. Hierin staan beleidskeuzes die wij met de inzichten van nu nemen om technische, financiële en sociale uit­ dagingen aan te gaan. De Transitievisie Warmte wordt elke vijf jaar herijkt, zodat nieuwe kennis en inzichten worden ingezet bij het doorlopen van de warmtetransitie.

De doelen van het Klimaatakkoord sluiten aan bij het gemeentelijk beleid op het gebied van duurzaamheid. Vlaardingen wil namelijk in

1 Via https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerievan-binnenlandse-zaken-en-koninkrijksrelaties/documenten/ kamerstukken/2021/07/06/kamerbrief-over-betaalbaarheid-van-de-energie-transitie-in-de-gebouwde-omgeving

In het Klimaatakkoord (2019) staat dat van ge­­ meen­ten wordt verwacht dat zij plannen maken om in 2030 1,5 miljoen bestaande wo­­ningen ver­­­ duurzaamd te hebben (dat is onge­veer 20% van alle woningen in Nederland). Vervolgens is het de bedoeling dat in 2050 de gehele ge­bouw­de om­­­­­ geving van het aardgas af is. Al deze gebouwen gaan in de loop van de tijd over op duurzame

Deze Transitievisie Warmte (TVW) beschrijft daarmee voor de gemeente Vlaardingen hoe deze warmtetransitie volgens de huidige inzichten eruit gaat zien. De visie geeft antwoord op een aantal belangrijke vragen:

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

9.

• Wat zijn, volgens de huidige inzichten, de meest geschikte duurzame warmte­ oplossingen voor de gemeente Vlaardingen? • Volgens welk tijdspad willen wij deze ­warmtetransitie voltooien? • Wat is hierbij de rol van de gemeente en van de andere stakeholders? • Bij welke buurt kunnen we het beste beginnen? 1.2.1 Waarom schrijft Vlaardingen een Transitievisie Warmte? Iedere gemeente in Nederland heeft een ­Tran­sitievisie Warmte gemaakt (of is deze nog aan het maken). Dit volgt uit een afspraak uit het Klimaat-akkoord: “Gemeenten maken met betrokkenheid van stakeholders uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte. Hierin leggen ze het tijdpad vast voor een (stapsgewijze) aanpak richting aardgasvrij (waarbij isoleren een stap kan zijn, mits onderdeel van de wijkgerichte aanpak naar aardgasvrij). Voor wijken waarvan de transitie voor 2030 is gepland, maken zij ook de potentiële alternatieve energie-infrastructuren bekend en bieden zij inzicht in de maatschappelijke kosten en baten en de integrale kosten voor eindverbruikers hiervan. Bij de Transitievisies Warmte programmeren gemeenten zoveel als mogelijk op basis van de laagste maatschappelijke kosten en kosten voor de eindgebruiker.”

Wat is een Wijkuitvoeringsplan? Een Wijkuitvoeringsplan is, net als de Transitie­ visie Warmte, één van de voorstellen uit het Kli­ maatakkoord. Een Wijkuitvoeringsplan wordt samen met de buurt en belanghebbenden opgesteld om de wijze van uitvoering vast te leggen voor de overstap op duurzame warmte. Hierin wordt concreet gemaakt per buurt: • Wat de nieuwe warmteoplossing wordt; • Wat er moet gebeuren aan alle gebouwen om deze geschikt te maken voor de warmte-­ oplossing (zoals isolatie); • In het geval van een collectieve warmte­ .2.2 1

Hoe gaat de gemeente op basis van deze TVW verder?

Samen met de betrokken stakeholders be­­paalt de gemeente na vaststelling van de TVW vervolgens de planning van de (stapsgewijze) aanpak richting aardgasvrij en op welke datum daadwerkelijk de toelevering van aard­ gas wordt beëindigd. Dit wordt vastgelegd in Wijk­uitvoeringsplannen (WUP) op buurtniveau. In deze Transitievisie Warmte stellen we voor om in de komende vijf jaar in drie buurten aan de slag te gaan met het opstellen van deze Wijkuitvoeringsplannen.

oplossing: waar de nieuwe infrastructuur komt te liggen en hoe deze (gefaseerd) wordt aangelegd; • Welke partijen een rol krijgen in de warmte­ transitie van de buurt en hoe deze partijen worden gevonden (bijvoorbeeld door middel van een aanbesteding); • Hoe dit alles wordt gefinan­ cierd en wie welk deel betaalt. Wanneer het plan klaar is, stelt de gemeenteraad het plan vast door akkoord te gaan met een wijziging in het Omgevings­ plan. Na deze vaststelling begint de uitvoering. 1.2.3 Hoe bindend is deze Transitievisie Warmte? De Transitievisie Warmte beschrijft met de kennis van nu de route tot een aardgasvrij Vlaardingen. Het is geen definitief besluit voor warmteoplossingen of jaartallen waarop het aardgas wordt afgesloten. De keuze voor de voorlopige aard­ gasvrije variant is immers niet bindend. De de­fi­ nitieve variant en de definitieve uitfasering van het aardgas worden, na grondig onderzoek en overleg met de bewoners, vastgelegd in de Wijk­­ uitvoeringsplannen voor alle buurten. Voor alle buurten geldt dat allereerst werk wordt gemaakt van doelgerichte­ ­energie­­­­­­­­­­­ ­­be­sparing, waaronder isolatie. Enerzijds omdat door isolatie minder

duur­­­­­­­­­­­­­­­­­­­zame warmte hoeft te worden opgewekt en anderzijds omdat het inwoners helpt om geld te besparen op hun energieverbruik.

1.3 Hoe is deze visie tot stand gekomen? Deze visie is in nauwe samenwerking met een aantal belangrijke stakeholders opgesteld. Met name de beide woningcorporaties (Water­ weg Wonen en Samenwerking), netbeheerder Stedin en energiecoöperatie VEC hebben een be­­langrijke rol gespeeld in het opstellen van deze visie. Op verschillende momenten in het proces zijn met deze stakeholders de keuzes over de warmteoplossingen en de buurt­vol­ gorde­besproken en opgesteld. Kort gezegd was het proces als volgt: 1. Samen met stakeholders is een startdocument voorbereid. In deze notitie werd vroegtijdig beschreven wat de ambitie van de gemeente was en welke criteria zijn meegegeven om te komen tot warmteoplossingen en een prioritering van de buurten. Deze bestuurlijke kader­ notitie is op in het voorjaar van 2021 door het college van Vlaardingen vastgesteld. 2. Bureau Ecorys heeft op basis van de landelijke modelberekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving, het Openingsbod van Stedin en aanvullende lokale data een technische

analyse gedaan die heeft geholpen bij het maken van de conceptkeuze voor de warmte­ oplossingen per buurt. 3. Deze analyse is aangevuld met lokale kennis over warmtebronnen, lokale initiatieven en onderzoeken, en een analyse op de eind­ge­ bruikerskosten per warmteoplossing en buurt; 4. Verschillende criteria vormen samen het afwegingskader waarop buurten worden gescoord. Hieruit volgt een buurtvolgorde die inzicht geeft in de buurten waar wij het beste kunnen starten met het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan. Adviesbureaus APPM en Ecorys hebben de­ ge­­­­meente­­ in dit proces ondersteund. De­ ge­ meenteraad is geïnformeerd via een informatiebijeenkomst in september 2021 en door middel van een raadsmemo op 25 mei 2021. Bewoners Bewoners zijn geïnformeerd over (het proces van) de warmtetransitie en de te maken keuzes. Op 26 oktober 2021 is over dit thema een bijeenkomst gehouden. Verder is, als aanvulling op deze Transitievisie Warmte een peiling uitgezet onder 4.000 inwoners waarbij bewoners hun voorkeuren, wensen en eventuele zorgen uit kunnen spreken. De resultaten hiervan zijn op de gemeentelijke website gepubliceerd.

1.4 Voor wie is deze visie bedoeld? De Transitievisie Warmte is een visiedocument van de gemeente, bedoeld voor de volgende doelgroepen: 1. Voor de gemeenteraad om een besluit te ne­men over in welke buurten we beginnen met onderzoek voor wat betreft welke warmteoplossing haalbaar en betaalbaar is als alternatief voor aardgas. 2. Voor inwoners* om een beeld te geven van welke duurzame warmteoplossing, met de kennis van nu, het meest waarschijnlijk is als alternatief voor aardgas. 3. Voor betrokken stakeholders om informatie te krijgen over wat de gemeente van plan is in het kader van het aardgasvrij maken van buurten. Zo biedt de TVW bijvoorbeeld voor de netbeheerder en aanbieders van warmte een in­di­­catie van de mogelijke alternatieve warm­ te­oplossingen, de energie-infrastructuur die daarvoor nodig is en de termijn waarbinnen ze deze mogelijk moeten realiseren. We realiseren ons dat er vele soorten gebouw­ eigenaren in Vlaardingen zijn (bewoners, verhuurders, ondernemers, eigenaren maatschappelijk vastgoed). Voor de leesbaarheid spreken we in deze TVW consequent van inwoners als we alle typen gebouweigenaren bedoelen.

* We realiseren ons dat er vele soorten gebouweigenaren in Vlaardingen zijn (bewoners, verhuurders, ondernemers, eigenaren maatschappelijk vastgoed). Voor de leesbaarheid spreken we in deze TVW consequent van inwoners als we alle typen gebouw­­eigenaren­bedoelen.

10.

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

11.

2. Huidige situatie en opgave

Voor ieder woningtype is er een passende oplossing

Een volledig aardgasvrije gemeente: hoe ziet dit eruit? Momenteel zijn verreweg de meeste gebouwen (99,4%) in Vlaardingen nog aangewezen op aardgas. Voor al die gebouwen moeten we een­op­lossing zien te vinden. Dat is bijvoorbeeld een collectieve oplossing in de vorm van een aansluiting op een warmtenet. Het kan ook een individuele oplossing zijn waarbij gebouwen in hun eigen warmtebe­­hoefte gaan voorzien, bijvoorbeeld met een elektrische warmtepomp. In plaats van aardgas zijn ook duurzame gassen mogelijk als voeding voor een gasnet. Voor elke buurt hebben we op hoofd­lijnen uitgezocht wat de beste warmteoplossing volgens de huidige inzichten lijkt te zijn. Deze oplossingen zijn niet voor iedere buurt in Vlaardingen hetzelfde. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met hoe oud de woningen zijn, hoe goed geïsoleerd ze zijn en hoe ver de gebouwen uit elkaar staan. Dit hoofdstuk beschrijft hoeveel warmte de verschillende buurten in Vlaardingen nodig hebben (2.1) en waar deze warmte vandaan kan komen (2.2). We sluiten dit hoofdstuk af met een overzicht van het aantal gebouwen dat we in Vlaardingen hebben, om een beeld te krijgen van de jaarlijkse opgave (2.3) voor deze opgave.

2.1 Warmtevraag in Vlaardingen De gemeente Vlaardingen heeft 40 buurten. De totale warmtevraag van de gebouwde omgeving in de gemeente is ongeveer 2240 TJ per jaar (Bron: Klimaatmonitor, 2019). Het totale energieverbruik van woningen in de gemeente Vlaardingen (aardgas, elektriciteit en stadswarmte) is de afgelopen jaren (tussen 2012 en 2019) gedaald met 11%. Dit komt onder andere door verbeteringen van het isolatieniveau van woningen, de vervanging van oude verwarmingssystemen door efficiëntere systemen en warmere winters als gevolg van klimaatverandering. Daarnaast worden nieuwbouwwoningen 12.

12.

energiezuinig gebouwd en sinds 2020 bijna uitsluitend aardgasvrij opgeleverd. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht gemiddeld genomen een lichte daling in het gemiddelde gasverbruik richting 2030. Over heel Nederland wordt een gemiddelde daling verwacht van 16%. In deze Transitievisie kijken we hoe deze resterende warmtevraag verder geredu­ceerd kan worden door energiebesparende maat­ regelen en hoe de warmtevraag kan worden ingevuld met duurzame warmtetechnieken. De huidige warmtevraag wordt deels bepaald door de isolatiegraad van de woningen. Figuur 1 geeft de energielabels2 van de gebouwen in Vlaardingen weer. We zien dat de energielabels

redelijk gelijkmatig verdeeld zijn. Het energie­ label dat het meest voorkomt in de gemeente is label G. Dit zijn woningen die slecht geïsoleerd zijn en waar betrekkelijk hoge investeringen voor nodig zijn om deze te verduurzamen. In vergelijking met andere gemeenten zijn er ook veel A en B labels te vinden in Vlaardingen. Dit zijn woningen die al goed geïsoleerd zijn en daarom met beperkte investeringen verduurzaamd kunnen worden. De betere energielabels zijn vooral te vinden in het midden en zuiden van Vlaardingen, voornamelijk in de buurten Oranjebuurt en Vettenoordse Polder Oost. De hoge energie­­ labels zijn voornamelijk te zien in het noorden en oos­ten van Vlaardingen, voornamelijk in de buurten Babberspolder Oost en Vogelbuurt Zuid. Wat­op­valt is dat Vlaardingen relatief veel buurten heeft met gemengde energielabels, zoals in het Centrum, Westwijk en Zuidbuurt. Wanneer er grote verschillen in een buurt aan isolatieniveaus zijn, is de kans groter dat er meerdere warmteoplossingen nodig zijn om deze buurten van duurzame warmte te voorzien. 2 Ten aanzien van de duurzaamheid en luchtkwaliteit van biomassa is door de Vlaardingse gemeenteraad onlangs door de Raad ook een motie aangenomen: “De Raad verzoekt het college om in de lokale uitwerking van de RES in Vlaardingen een uiterste inspanning te leveren om geen verder gebruik te maken van houtige biomassa.”

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

13.

Huidige situatie

2.2 Mogelijke warmtebronnen

Nieuwe situatie

De huidige warmtevraag wordt nu nog voor het grootste deel ingevuld door aardgas. Om dit volledig aardgasvrij in te vullen, is het nodig om gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Deze warmtebronnen zijn onder te verdelen in drie categorieën: 1. Collectief warmtenet 2. Duurzame gassen 3. Warmtepomp

Waterweg Wonen heeft onlangs 12 portiekappartementen aan de Soendalaan in de Indische buurt gerenoveerd tot nul-op-demeterwoningen. De woningen zijn voorzien van een volledig nieuwe schil met uitsteken­ de isolatie en drielaags isolatieglas. Op het dak liggen zonnepanelen en door gebruik te maken van een warmtepompsysteem is de aardgasaansluiting verdwenen. 14.

Collectief warmtenet Bij een collectief warmtenet worden gebouwen verwarmd door middel van een ondergronds stelsel van warmwaterbuizen. Deze warmte wordt verkregen uit warmtebronnen van een hogere temperatuur (70°C of hoger) of van een lagere temperatuur. Als de warmte ook op hogere temperatuur de woningen binnenkomt, hoeft er minder ingrijpend te worden geïsoleerd. Bij afgifte op lagere temperatuur is een goed geïsoleerde woning wel noodzakelijk. Mogelijke warmtebronnen met een hogere temperatuur zijn industriële restwarmte en geothermie (warmte uit diepe aardlagen). Mogelijke lage temperatuurbronnen zijn aquathermie (zoals warmte verkregen uit oppervlaktewater of drinkwater) of restwarmte op lagere temperatuur (bijvoorbeeld vanuit een datacenter of supermarkt).

In vergelijking met veel andere gemeenten in Nederland ligt Vlaardingen vooral nabij veel industriële restwarmtebronnen (vooral uit de Rotterdamse haven). Ook geothermie lijkt in Vlaardingen bovengemiddeld kansrijk.

de woning goed geïsoleerd is (minimaal label B). Het is ook mogelijk dat een warmtepomp wordt toegepast voor een groep gebouwen of voor bijvoorbeeld een appartementencomplex.

Duurzame gassen Een hr-ketel en hybride warmtepomp gebrui­ ken gas als warmtebron. Nu is dat nog aardgas, maar om duurzaam te worden, stappen we in de toekomst in sommige buurten mogelijk over naar hernieuwbaar gas, zoals groengas en waterstof. Tot en met 2030 is het nog erg onzeker hoeveel hernieuwbaar gas er beschikbaar is en voor wie. Op de korte termijn is hernieuwbaar gas daarom nog niet beschikbaar als duurzame warmtebron.

2.3 De opgave

(Individuele) warmtepomp In plaats van een collectieve warmteoplossing, is er ook een individuele variant. De verwarming van de gebouwen gebeurt in dit geval met een elektrische warmtepomp voorzien van een buffervat. De radiatoren worden dan meestal vervangen door een lage temperatuur (LT)-afgiftesysteem zoals vloerverwarming of LT-radiatoren. De warmtepomp haalt warmte uit de lucht of uit de bodem en werkt op elektriciteit. Dit noemt men ook wel ‘all-electric’. Voor deze oplossing is het ook een voorwaarde dat

De gemeente Vlaardingen wil in 2050 klimaatneutraal en aardgasvrij zijn. De stad kent ongeveer 34.000 woningen en 4.000 utiliteits­ gebouwen. Dat betekent dat er vanaf nu ieder jaar zo’n 1.175 woningen en 140 utiliteitsgebouwen over moeten op volledig duurzame warmte om deze doelstelling te behalen. Dit tempo is in de komende jaren nog niet haalbaar. Wij gaan er in deze visie van uit dat dat later wel het geval is. Dan hebben we meer ervaring opgedaan, zijn technieken verder ontwikkeld en is er meer duidelijkheid over de kosten en baten van alle oplossingen. We gaan daarom in Vlaardingen uit van een exponentieel tijdspad waarin we gaandeweg versnellen om uiteindelijk het doel van 2050 aardgasvrij te halen. Dit tijdspad lichten we toe in Hoofdstuk 4.

Figuur 1 - Voorlopige Energielabels Vlaardingen - Bron: RVO/Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

15.

Iedereen moet mee kunnen doen

3. Uitgangspunten en randvoorwaarden Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag wat voor de gemeente Vlaardingen belangrijk is in de warmtetransitie. Oftewel, wat zijn de uitgangspunten en randvoorwaarden waarmee we de warmtetransitie willen realiseren? Eerst worden de relevante gemeentelijke uitgangspunten behandeld (3.1). Daarna gaan we in op de randvoorwaarden die nodig zijn om de gemeente in 2050 aardgasvrij te maken (3.2). De bewoners en de stakeholders hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze visie en gaan een sleutelrol vervullen in de warmtetransitie. Hun input is verwerkt in de geformuleerde uitgangspunten.

3.1 Uitgangspunten Er is een levende maatschappelijke discussie over de energietransitie, bijvoorbeeld over windturbi­nes, zonneweides, het gebruik van aardgas in andere landen et cetera. Deze discussie raakt aan de warmtetransitie en hiermee aan de Transitievisie Warmte. Hoe groot de urgentie ook is, in de huidige fase van de warmtetransitie wil de gemeente haar in­­ woners niet verplichten tot het nemen van maatregelen. Wijkuitvoeringsplannen worden daarom ontwikkeld met draagvlak als centraal principe. Inwoners worden dan ook intensief betrokken en vaak geïnformeerd over de voortgang. Om draagvlak te verkrijgen, is het noodzakelijk dat aan een aantal belangrijke uitgangspunten voor een toekomstige warmtevoorziening wordt voldaan. We hanteren de volgende zes kernachtige uitgangspunten in Vlaardingen: 16.

Uitgangspunt 1: Duidelijkheid Het eerste uitgangspunt gaat over de rol van de gemeente. Vanuit het Klimaatakkoord hebben alle gemeenten de rol als ‘warmteregisseur’ toebedeeld gekregen. Voor de gemeente Vlaardingen betekent dit dat de gemeente de verantwoordelijkheid neemt om duidelijkheid naar haar inwoners te bieden over de wijze waarop de gemeente geleidelijk aan overgaat naar een volledig aardgasvrije warmtevoor­ ziening. Deze Transitievisie Warmte is hier een eerste aanzet voor. Deze visie gaan we iedere vijf jaar herijken. In de tussentijd gaan we aan de slag met Wijkuitvoeringsplannen in de buurten die het meest kansrijk lijken (zie ook Hoofdstuk 4). Per buurt bepaalt de gemeente in samenspraak met de bewoners en andere stakeholders in de buurt hoe zij haar regierol het beste invult. Bijvoorbeeld bij een wijk die overgaat naar een collectief warmtenet is de gemeente meer een

trekker. Bij een wijk waar individuele oplossingen zoals warmtepompen meer voor de hand liggen kiest de gemeente waarschijnlijk een meer onder­ steunende en faciliterende rol, bijvoorbeeld bij het ondersteunen van bewonersinitiatieven. Uitgangspunt 2: Betaalbaarheid Woonlastenneutraliteit is in het Klimaatakkoord uitgangspunt bij de warmtetransitie. Op dit ­mo­­­­ment is de overstap naar aardgasvrij, zonder extra subsidies en financieringsarrangementen, echter nog niet woonlastenneutraal en niet voor iedereen betaalbaar. Voor de gemeente Vlaardingen is het uitgangspunt dat iedereen in de gemeente mee moet kunnen doen met de warmtetransitie. We willen voorkomen dat de noodzakelijke transitie alleen opgebracht kan worden door huishoudens met hogere ­in­ko­mens. Landelijke ontwikkelingen op het gebied van betaalbaarheid en aandacht voor energiearmoede (waarbij een (te) groot deel van de woonlasten opgaat aan energielasten) worden nauwlettend gevolgd, bijvoorbeeld ­ontwikkelingen ten aanzien van aanbod- en vraagbundeling en (nieuwe) financieringsvormen. Specifiek voor collectieve warmteoplos­ singen is het noodzakelijk dat er duidelijkheid komt over de nieuwe Warmtewet en hoe

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

17.

inwoners met deze wet worden beschermd tegen te hoge tarieven. Uitgangspunt 3: Haalbaarheid Haalbaarheid betekent dat de beoogde warmte­ oplossing realistisch moet zijn. Dit houdt bij­ voorbeeld in dat er bij een oplossing als een warmte­­net duidelijkheid moet zijn over de aan­­­wezigheid van een geschikte bron en dat het warmtenet ruimtelijk inpasbaar moet zijn. ­­­­­­Het­ betekent ook dat voor partijen die een rol krijgen in de aanleg en exploitatie van de ­warmteoplossing er een acceptabele ­busi­nesscase moet zijn. Uitgangspunt 4: Duurzaamheid Duurzaamheid betreft de vraag in hoeverre de toekomstige warmtevoorziening leidt tot CO2-

reductie zoals ten doel gesteld in het Klimaat­ akkoord en of de warmtevoorziening toekomstbestendig is. We vinden het daarom belangrijk dat de oplossingen die naar voren komen in de Wijkuitvoeringsplannen altijd leiden tot CO2reductie en ook worden getoetst op de effecten ten aanzien van de luchtkwaliteit3. De inzet van waterstof is op korte termijn (in elk geval tot aan 2030) geen duurzaam alternatief, omdat voor de productie van waterstof nog veel ‘grijze’ energie nodig is. Uitgangspunt 5: Betrouwbaarheid Onze inwoners moeten ten allen tijde toegang hebben tot een betrouwbare warmtevoorziening. Leveringszekerheid nu én in de toekomst is cruciaal. Leveranciers van (toekomstige) warmteoplossingen worden getoetst aan dit uitgangspunt. Uitgangspunt 6: Ruimte voor initiatief In de totstandkoming van deze visie hebben we gemerkt dat we er als gemeente niet alleen voor staan in de warmtetransitie. Er is veel bereidwilligheid bij vele partijen in de stad, zoals de energiecoöperatie en de woningcorporaties, om hierin gezamenlijk op te trekken. Ook bij bewoners en ondernemers merken wij steeds meer initiatieven om in hun eigen buurt of bedrijventerrein aan de slag te gaan met de warmtetransitie. Deze initiatieven willen wij stimuleren en waar mogelijk faciliteren.

18.

3.2 Randvoorwaarden Om een betaalbare, haalbare, duurzame, en betrouwbare warmtevoorziening te realiseren, zijn er randvoorwaarden die op orde moeten zijn. Dit zijn externe invloedsfactoren die het succes van de warmtetransitie in de gemeente beïnvloeden. 1. Beschikbaarheid en toepasbaarheid van warmtebronnen Een duurzame warmteoplossing heeft ook een duurzame warmtebron nodig. Naast individuele oplossingen, zoals all-electric, zijn grootschalige collectieve oplossingen mogelijk (zie ook hoofdstuk 2). In onze regio wordt een regionaal warmtenet gerealiseerd waardoor er voor Vlaardingen restwarmte beschikbaar is vanuit de bestaande Leiding over Noord en de nieuw aan

te leggen WarmtelinQ-leiding. Bovendien lijkt de ondergrond geschikt voor geothermieboringen. Daarnaast biedt de nabijheid van oppervlakte­en rivierwater kansen voor aquathermie. De ko­­­­­­­mende jaren wordt steeds meer bekend over de toepasbaarheid en haalbaarheid van (nieuwe) warmteoplossingen. Dit wordt mee­ genomen in de volgende Transitievisies Warmte.

belangrijke rol in het opstellen en uitvoeren van nieuwe wetgeving zoals de nieuwe Warmtewet, waarin de rol en bevoegdheden van gemeenten beter worden geregeld en consumenten betere garanties krijgen over de prijs die zij gaan betalen voor warmte. In de gesprekken tussen gemeenten (VNG) en het Rijk wordt een voortvarender Rijksbeleid veelvuldig bepleit.

2. Voortvarender beleid en wetgeving op Rijksniveau De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Echter, om de overstap naar duurzame warmte haalbaar en betaalbaar te realiseren, is een voortvarender beleid op Rijksniveau nodig, zodat op lokaal­ ni­veau de financiële en wettelijke randvoorwaarden beschikbaar komen. Het betreft bijvoorbeeld beleid omtrent financieringsmiddelen, zoals ge­ bouwgebonden financiering en subsidies, maar ook omtrent belastingen zoals de tarifering en belasting op energie. Het Rijk heeft tot slot een

3.Voldoende uitvoeringskracht bij gemeenten, stakeholders en marktpartijen Gemeenten, stakeholders en marktpartijen die­ nen over de middelen (geld, maar ook man­kracht, kennis en bevoegdheden) te beschikken om­­­­de transitie te laten slagen. Een aandachtspunt in de huidige markt is dat er een (oplopend) te­­ kort is aan technisch personeel. Onder andere Netbeheer Nederland maakt zich zorgen over de beschikbaarheid van voldoende technische ar­­ beids­krachten voor de energietransitie. Dit­te­kort aan geschikt personeel gaat de uitvoering van

de warmtetransitie ernstig vertragen als we hier geen oplossing voor vinden. Hetzelfde geldt voor de beschikbaarheid van vol­doende gekwalificeerd personeel bij de gemeente. 4. Bekostiging lokale uitvoeringslasten De uitvoeringslasten die tot 2050 samenhangen met de warmtetransitie van gemiddeld circa 1.200 woningen per jaar, zijn voor Vlaardingen een groot knelpunt. Dit geldt overigens voor alle gemeenten. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten vanaf 2022 een rijksvergoeding ontvangen voor de extra taken die voortvloeien uit het Klimaatakkoord, waaronder deze warmte­ transitie. Het nieuwe kabinet gaat bepalen hoe hoog deze vergoeding gaat zijn en hier is advies op gevraagd van de Raad voor het Openbaar Bestuur4. Het advies van de ROB gaat uit van een substantiële vergoeding voor de extra taken en bekostiging via een brede doeluitkering. Zonder deze extra bekostiging door het Rijk staat het starten van zelfs een eerste Wijkuitvoeringsplan in veel gemeenten onder financiële druk, ook in Vlaardingen.

3 Ten aanzien van de duurzaamheid en luchtkwaliteit van biomassa is door de Vlaardingse gemeenteraad onlangs door de Raad ook een motie aangenomen: “De Raad verzoekt het college om in de lokale uitwerking van de RES in Vlaardingen een uiterste inspanning te leveren om geen verder gebruik te maken van houtige biomassa.” 4 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/ publicaties/2021/01/25/advies-van-parijs-naar-praktijk

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

19.

Routekaart 2021-2050 Stap 1

Stap 2

Stap 3

Warmte met inzicht in oplossingen voor duurzame warmte en priorite­ ring van de buurten

isoleren in heel Vlaardingen 2022-2024 Opstellen Wijkuitvoeringsplan Hoofdstedenbuurt en Drevenbuurt 2024-2026 Opstellen Wijkuitvoeringsplan derde Startbuurt

Wijkuitvoeringsplan Hoofdstedenbuurt en Drevenbuurt 2026-2034 Uitvoeren Wijkuitvoeringsplan derde Startbuurt

2021 Transitievisie

Vanaf 2022 “No regret”

2024-2032 Uitvoeren

4. Route naar 2050

Stap 4

2026 Nieuwe Transitie-

visie Warmte en bepalen 5 Vervolgbuurten. Daarna opstellen Wijkuitvoeringsplannen 5 vervolgbuurten en uitvoeren plannen

Volgens de in Hoofdstuk 3 benoemde uitgangspunten en met de verwachting dat de randvoorwaarden tijdig worden ingevuld, gaan we in Vlaardingen voortvarend aan de slag zodat in 2050 uiteindelijk alle gebouwen in de gemeente gebruik maken van volledig duurzame energie om te koken en verwarmen. Dit hoofdstuk beschrijft de route waarlangs we dit voor elkaar willen krijgen.

4.1 STAP 1: Inzicht in de warmteoplossing per buurt

Stap 5

EINDDOEL

buurten

40

2050

10

30

-

-

-

heel Vlaardingen

13

AARDGASVRIJ

20

- -

9 10 5 0

3 2022

2026

2031

2036

WUP (Wijkuitvoeringsplan)

20.

2041

2046

2050

Buurten AARDGASVRIJ

Als eerste stap in onze route naar 2050 hebben we door middel van deze TVW een eerste inzicht verkregen in de mogelijke warmteoplossing per buurt. Alle woningen en gebouwen in Vlaardingen moeten tot aan 2050 de overstap maken naar een duurzame warmteoplossing met het bijpassende isolatieniveau. Bureau Ecorys heeft voor ons een onderzoek verricht waarin is gekeken welke combinatie van warmteoplossing en isolatieniveau mogelijk geschikt is in iedere buurt. Dit noemen we de voorkeursoplossing. Hierbij hebben we rekening gehouden met de kosten, de eigenschappen van de woningen (isolatieniveau en warmtevraag) en welke warmte­­­bronnen beschikbaar zijn. Dit onder­zoek is gebaseerd op kengetallen waardoor de uit­­­komsten een richting geven, maar geen definitieve uitkomsten zijn. Ook het aantal verschillende warmteoplossingen is in dit onderzoek beperkt gebleven tot de op dit

moment meest gangbare. De hieronder gepresenteerde­­warmte­oplossingen zijn dan ook geen definitieve keuzes. Er volgen nog vele stappen, zoals de Wijkuitvoe­ringsplannen, waarin we gezamenlijk met de buurt en onze stakeholders werken aan de meest geschikte oplossing voor alle gebouwen in de des­­betreffende buurt. De methodiek die Ecorys heeft toegepast om tot de warmteoplossingen per buurt te komen wordt beschreven in Bijlage 1 en de uitkomst is weergegeven in figuur 2. Hierbij is Ecorys uit­­­ ge­gaan van vier scenario’s (Tabel 1). Deze­ ­sce­­­na­­rio’s hebben te maken met de beschikbaarheid van warmte uit restwarmtebronnen en de be­­schikbaarheid van groen gas en worden­ hier­­­­onder nader toegelicht. Beschikbaarheid van warmte uit restwarmtebronnen Langs de A20 loopt, midden door Vlaardingen, de Leiding over Noord (LoN). Deze leiding (van Eneco) is in 2013 aangelegd en voorziet woningen in Rotterdam met warmte vanuit

de AVR in Rozenburg. Het warmtenet beschikt over voldoende capaciteit om ook woningen in Vlaardingen aan te sluiten. In het Noordoosten van Vlaardingen komt een ander regionaal warmtenet te liggen: WarmtelinQ (WLQ). Dit net gaat in de toekomst verschillende steden in ZuidHolland voorzien van restwarmte afkomstig uit de Rotterdamse haven. Doordat deze warmtenetten door Vlaardingen lopen, is het leveren van warmte uit deze warmtenetten een aantrekkelijke optie voor de gemeente. De huidige maximale technische warmtelevering die deze netten gaan realiseren omvat 175 MWth (waarvan 50 MWth uit LoN en 125 MWth uit WLQ). Het warmte­ volume dat geleverd gaat worden is onzeker, omdat dat onder andere afhangt van de warmtevraag uit andere gemeenten en het gecontracteerde warmte-aanbod uit (rest)warmtebronnen. Om deze onzekerheid te ondervangen heeft Ecorys gerekend met twee situaties; met een lage inschatting van de beschikbaarheid van wamte uit WLQ en LoN en een hoge inschatting van de beschikbaarheid van warmte uit WLQ en LoN. Beschikbaarheid van groen gas In het centrum van Vlaardingen staan panden met lage energielabels. Dit zijn panden waarvoor groen gas in combinatie met een HR-ketel of een

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

21.

Strategievariant s1a: eWP - lucht s1b: eWP - bodem s2a: MT - restwarmte s2b: MT - geothermie s3a: LT - restwarmte s4a: hWP met groen gas s4b: HR-ketel met groen gas

hybride warmtepomp aantrekkelijke opties zijn. Ook de beschikbaarheid van groen gas voor de gemeente Vlaardingen is onzeker. Zo is er een gelimiteerde hoeveelheid groen gas beschikbaar in Nederland. Er is nog geen verdeling gemaakt hoe groen gas gealloceerd wordt; welke sector krijgt een aandeel (bijv. gebouwde omgeving versus industrie), en hoe de onderlinge verdeling tussen gemeenten plaatsvindt. Om deze redenen rekenen we twee situatie door; (i) geen beschikbaarheid van groen gas voor individueel gebruik, en (ii) een inschatting van de beschikbaarheid van groen gas volgens de Startanalyse5. Het resultaat van het combineren van de onzekere factoren levert vier verschillende scenario’s op (Tabel 1):

Figuur 2 - Voorkeursoplossingen Vlaardingen volgens Scenario 4 (Bron: Ecorys)

Beschikbaarheid van warmte uit WarmtelinQ en Leiding over Noord

Beschikbaarheid van groen gas

Laag

Hoog

Geen

Scenario 1

Scenario 2

Zoveel als ingeschat in de Startanalyse (PBL)

Scenario 3

Scenario 4

Tabel 1 - Vier scenario’s voor voorkeursoplossingen (Bron: Ecorys)

22.

5 De Startanalyse is een door het Planbureau voor de Leef­ omgeving ontwikkeld model dat een doorrekening bevat van diverse warmteoplossingen als alternatief voor aardgas voor alle buurten in Nederland.

LoN ligt er al en de plannen voor WLQ zijn rede­ lijk concreet. Omdat de toewijzing van groen gas ver­der beperkt lijkt te zijn, lijkt Scenario 4 het meest kansrijke scenario voor dit moment. De voorkeursoplossingen voor de verschillende buurten zijn dan ook in kaart gebracht voor dit scenario (zie Figuur 2). In dit scenario is te zien dat een groot deel van Vlaardingen het meest geschikt is voor rest­ warmte op middentemperatuur (70 graden). De buurten aan de randen van Vlaardingen lijken eerder geschikt voor een individuele warmtepomp of (indien beschikbaar) voor een aansluiting op een groen gasnet. Bij één buurt (Deltabuurt) lijkt een restwarmtenet op een lagetemperatuurbron het meest geschikt. Voor al deze buurten geldt dat, om deze volledig over te laten gaan op duurzame warmte, isoleren een vereiste is. Uit de modelberekeningen volgt dat alle buurten in Vlaardingen ten minste naar schillabel B moeten worden geïsoleerd. Dit is per saldo de beste manier om op een kosten­ effectieve manier de overstap naar aargasvrij te maken. Uit nader onderzoek moet vervolgens per buurt blijken welk minimaal isolatieniveau het meest geschikt is, zowel technisch als financieel. De uitkomsten van dit onderzoek zijn een belangrijk ingrediënt voor het Wijkuitvoeringsplan.

4.2 STAP 2: Opstellen Wijkuitvoeringsplannen in drie Startbuurten en noregret isolatie voor heel Vlaardingen Vanaf 2022 gaat de gemeente Vlaardingen zich richten op de Wijkuitvoeringsplannen. Het lukt ons niet om overal tegelijk te­begin­ nen met het maken van deze plannen. Daarom hebben wij een prioritering gemaakt van buur­­ten. Voor de komende vijf jaar willen wij namelijk een start maken met het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen voor 3 buurten. Met het volgen van het exponentiële tijdspad, nemen we ons voor om in ieder tijdvak van 5 jaar het volgende aantal Wijkuitvoerings­­­­ plannen op te stellen om zo uiteindelijk alle buurten in Vlaardingen in 2050 op duurzame energie over te laten stappen (Tabel 2): Opstellen WUP’s

Uitvoeren WUP’s

2022-2026

2024-2034

3

2027-2031

2029-2039

5

2032-2036

2034-2044

9

2037-2041

2039-2049

13

2042 en verder

2044-2050

10

Totaal

Aantal buurten

40

Voor het bepalen van de eerste drie buurten hebben we gekeken naar de totale nationale kosten van de warmteoplossing, de eind­ gebruikerskosten voor de bewoner en moge­­­­­­­­­­lijke andere kansen die zich voordoen (zie hiervoor ook Bijlage 2). Twee buurten kwamen daarbij als zeer kansrijk naar voren: de Hoofdstedenbuurt en de Drevenbuurt. In deze twee buurten willen we in 2022 starten. Hoofdstedenbuurt De Hoofdstedenbuurt (met een hoog aandeel woningcorporatiebezit) is geëindigd als meest kansrijke buurt in het Afwegingskader. Dit heeft te maken met de lage maatschappelijke kosten en het lage aantal verschillende eigenaren. Het is van belang om bij de gebiedsafbake­ning van deze buurt in het Wijkuitvoeringsplan­­­ ook te bezien of het interessant is om ook een deel van de omliggende buurten, zoals de Hoevenbuurt en de Vogelbuurt, te betrekken wegens soort­gelijke bebouwing en/of aanwezigheid van meer woningcorporatiebezit. Vanwege de ­­hoge bebouwingsdichtheid lijkt deze buurt zich het meeste te lenen voor een collectieve warmteoplossing zoals een warmte­ net. Nader onder­­­zoek moet uitwijzen of een ­dergelijke collec­tieve­ oplossing de beste op­­ lossing is voor de­Hoofd­­stedenbuurt.

Tabel 2 - Exponentieel tijdpad Wijkuitvoeringsplannen

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

23.

Drevenbuurt Deze buurt met vooral particulier bezit is als zeer kansrijk uit het Afwegingskader gekomen (met name vanwege relatief lage nationale kosten en eindgebruikerskosten) en bevat een bewonersinitiatief (Duurzaam op Dreef ) dat al actief is met de verduurzaming van de buurt. Samen met de Hoofdstedenbuurt starten we onze route naar een aardgasvrij Vlaardingen daarom ook in deze buurt. Vanaf het eerste kwartaal van 2022 gaan wij in gesprek met de buurt om af te spreken hoe wij dit gezamenlijk gaan doen. De voorkeursoplossing voor deze wijk is nog niet heel duidelijk. De studie van Ecorys laat verschillende warmteoplossingen zien voor de verschillende scenario’s. Dit geeft de kans om samen met de buurt op zoek te gaan naar de meest gepaste warmteoplossing voor alle inwoners. Derde Startbuurt Voor wat betreft een derde buurt was het beeld minder duidelijk. De gemeente Vlaardingen

Drevenbuurt (bron: www.duurzaamopdreef.nl)

24.

kiest er daarom voor om wél in 2025 te starten met een derde Wijkuitvoeringsplan, maar de keuze voor deze derde buurt nog even open te laten. Dit geeft ons de ruimte om in de komende jaren af te wachten welke ontwikkelingen er op ons afkomen en op basis daarvan te beslissen wat een verstandige keuze is voor de derde Startbuurt. Het biedt bijvoorbeeld ook de ruimte aan een initiatief van bewoners of ondernemers om in hun eigen buurt aan de slag te gaan met een Wijkuitvoeringsplan. We nemen ons het volgende voor: • 2022 en 2023: Opstellen van een Wijkuit­ voeringsplan in de Drevenbuurt en de ­Hoofdstedenbuurt • 2024: Keuze maken voor derde Startbuurt • 2025 en 2026: Opstellen van een Wijkuit­ voeringsplan in de derde Startbuurt We gaan ervan uit dat het opstellen van een ­­Wijkuitvoeringsplan een intensief proces wordt van ongeveer twee jaar dat

we zoveel mogelijk samen met de inwoners en andere be­­lang­­hebbende stakeholders in de buurt gaan doorlopen. Hoofdstuk 5 beschrijft op hoofdlijnen hoe wij de stappen om tot een Wijkuitvoeringsplan te komen voor ons zien. Het doel is om tot een plan te komen dat op zoveel mogelijk draagvlak in de buurt gaat rekenen. In onze ogen resulteert een WUP in een concreet aanbod aan de gebouweigenaren voor een aardgasvrije oplossing voor het gebouw. Het is hierbij niet gezegd dat de hele buurt overgaat op één warmteoplossing. Het is ook denkbaar dat delen van buurten zich eerder lenen voor andere warmteoplossingen of dat inwoners geen gebruik maken van het aanbod om over te stappen en zelf maatregelen treffen om aardgasvrij te worden. Bij het opstellen van de WUP’s houden wij te allen tijden de Uitgangspunten zoals we die hebben geformuleerd in Hoofdstuk 3 voor ogen. No-regret isolatie voor heel Vlaardingen We focussen ons vanaf volgend jaar niet alleen maar op de Startbuurten. Ook voor de rest van de gemeente starten we met een gemeentebrede strategie die erop gericht is om alle Vlaardingers te ondersteunen met de zogeheten no-regret maatregelen. Dit zijn maatregelen, met name gericht op isolatie, die sowieso verstandig zijn om te nemen (ongeacht de toekomstige warmte­ voorziening). Deze strategie wordt verder toe­ gelicht in Hoofdstuk 5.

4.3 STAP 3: Wijkuitvoeringsplan uitvoeren in de Startbuurten (2024 en verder) Nadat het Wijkuitvoeringsplan is vastgesteld door de gemeenteraad gaan we van start met de uitvoering. Dit wil zeggen dat de toe­ kom­s­tige warmtevoorziening wordt aangelegd en de woningen dusdanig worden aangepast dat deze aangesloten kunnen worden op deze warmtevoorziening. Wanneer er niet een collectieve warmtevoorziening voor (een deel van) de buurt wordt aangelegd, betekent dit dat de woningen dusdanig aangepast moeten worden, dat deze zonder warmtenet of gas-aansluiting zichzelf gaan verwarmen (de zogenaamde ‘all-­electric’-oplossing).

een redelijke ter­­mijn is voordat de definitieve aardgaslevering eindigt. We weten nog niet of deze richtlijn van 8 jaar voor iedere buurt gaat gelden. Het is ook mogelijk dat voor de buurten waar een all-electric oplossing gaat komen, deze in een geleide­lijk tempo overgaan tot aardgasvrij tot­­dat de aardgaslevering definitief stopt (uiterlijk 2050). Voor deze buurten stimuleren wij om de woning te isoleren en het gasverbruik te verlagen. Op natuurlijk momenten, bij het vervangen van de cv-ketel of een verhuizing is het interessant zijn om van het aardgas af te stappen of als tussenoplossing een hybride warmtepomp te installeren, waarmee op korte termijn al veel aardgas wordt bespaard.

We vinden het bij de uitvoering belangrijk dat iedereen de overstap naar duurzame warmte kan maken op een geschikt moment. Het is nu niet mogelijk om inwoners te verplichten6 om over te stappen en deze verplichting heeft ook niet onze voorkeur. Liever nemen we de tijd om tot een goed aardgasvrij aanbod te komen dat zoveel mogelijk inwoners aan­ spreekt. We gaan er daarom van uit (ook vol­ gend op het Klimaatakkoord) dat acht jaar 6 We sluiten niet uit dat op een later moment enige vorm van verplichting wel mogelijk is. We volgen hierin de landelijke richtlijn.

4.4 STAP 4: Herijken van de Transitievisie Warmte en het aanwijzen van volgende buurten (2025/2026) In 2025 en 2026 schrijven wij weer een nieuwe Transitievisie Warmte. Met de inzichten van dat moment bekijken we welke buurten op dat mo­­ ment het meest geschikt zijn om als volgende aan de beurt te komen voor het op­­stellen van Wijkuitvoeringsplannen. Vanuit het exponen­tiële pad dat we volgen (Tabel 2), nemen we ons voor dat in de volgende periode (2026-2031) we met vijf buurten deze plannen gaan maken. Voor het einde van 2026 is deze nieuwe visie vastgesteld en begin 2027 starten we met het Wijkuitvoe­ ringsplan voor de eerste van deze vijf buurten.

4.5 STAP 5: Steeds verder opschalen

Bron: https://www.hieropgewekt.nl/ hoe-ziet-een-warmtepomp-eruit

We nemen ons in deze visie voor om volgens een exponentieel tijdpad voor alle 40 buurten een Wijkuitvoeringsplan (WUP) op te stellen en, nadat dit plan definitief is, het plan uit te gaan voeren. We gaan ervan uit dat door de ervaring die we de komende jaren met de Startbuurten op doen en het verbeteren van de voorwaarden voor een aardgasvrije overstap deze opschaling mogelijk is. Hiermee koersen we op het einddoel: een volledig aardgasvrij Vlaardingen in 2050.

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

25.

5. Uitvoeringsstrategie

De energietransitie, dat doen we samen

Deze Transitievisie Warmte is één van de uitvoeringslijnen van de Agenda Duurzaamheid 20212030 die in mei jl. door het college is vastgesteld. Ook voor deze uitvoeringsstrategie geldt dat de uitvoering van deze enorme opgave – waaronder gemiddeld circa 1.200 woningen per jaar aan­passen - pas in de volle omvang opgepakt gaat worden als er met ingang van 2022 een af­ doende rijksbijdrage beschikbaar komt voor de hiermee samenhangende extra taken. Wij gaan ervan uit dat dit voor elkaar gaat komen en zien er, nu dit nog niet duidelijk is, geen aanleiding in de noodzakelijke ambities op voorhand terug te schroeven. Zodra de rijksbijdrage voor de uit­voering van het Klimaatakkoord bekend is, gaan we deze uitvoeringsstrategie herijken en definitief vaststellen. Hoe we de uitvoering van deze Transitievisie gaan doen, wordt in dit hoofdstuk beschreven. Hierbij besteden we ook aandacht aan de organisatie van de uitvoering, communicatie en par­ticipatie en subsidies en financiering.

5.1 We doen het samen Ons streven is dat duurzaamheid van ons allemaal wordt. Dat we ons bewust zijn en ervaren dat dit samen moet én kan. Vanuit overtuiging,­fo­­cus op kansen en met plezier. We streven hierbij naar: 1. Meer bewuste en actieve inwoners, organisa ties en bedrijven op het gebied van duurzaam heid en aardgasvrij; 2. Betere verankering van duurzaamheid in ons dagelijks denken en handelen als gemeente; 3. Meer zichtbare vervulling van onze voor beeldrol als gemeente rond duurzaamheid en aardgasvrij. Deels zijn dit procesdoelen die indirect bij­ dragen aan het bereiken van de andere doelen.

26.

Ze zor­gen ervoor dat we dit steeds meer met inwoners, bedrijven en partners samen gaan doen. Samen maken we de stad duurzaam en - in de context van deze Transitievisie aardgasvrij. Daarom zetten we ons in om het bewustzijn van bewoners, ondernemers en organisaties te vergroten over de mogelijkheden die zij heb­ben om zelf bij te dragen aan een duur­­­­za­­me en aard­­gas­vrije stad. Dat doen we door informa­ tie, events en campagnes, in samenwerking met de WoonWijzerWinkel en Servicepunt Woning­ verbetering. Maar ook door zelf onze keuzes uit te dragen om anderen te inspireren en motiveren door met allerlei partijen in de stad

samen aan duurzaamheid te werken. Dat wat Vlaardingers doen mag zichtbaar worden en een podium krijgen. Uitgangspunt is dat vastgoed- en woningeige­ naren zelf verantwoordelijk zijn voor het doorvoeren van energiebesparende maatregelen. In samenwerking met andere overheden ondersteunen wij hen hierbij. Dit doen wij vanuit een ‘lichte’ informerende, adviserende en faciliteren­­de rol bij eigenaren die voor individuele oplossin­­gen gaan of vanuit een ‘zwaardere’ regisserende en coördinerende rol bij collectieve oplossingen zo­­als bij de realisatie van een grootschalig ­warmtenet. Dit laatste gebeurt veelal in sa­­ men­werking met woningcorporaties en de net­ beheerder Stedin. Samen doen betekent dat we bij ieder project naar een passende vorm van communicatie en participatie zoeken en daar een aanpak op ontwikkelen. Dit is essentieel om goed aan te sluiten bij de wensen van bewoners, ondernemers en instellingen. Hierdoor heeft de aanpak draagvlak en is die effectief en succesvol. Wij maken hierbij gebruik van slimme tools en succesvol gebleken aanpakken in andere gemeenten.

Transitievisie Warmte VLAARDINGEN [2022-2026]

27.

5.2 Vier sporen Wij zijn voornemens om de uitvoering van deze ­­Transitievisie langs een viertal sporen te organiseren: 1. Gebiedsgerichte aanpak in de Startbuurten (zie ook hoofdstuk 4); 2. Stadsbrede aanpak gericht op bewustwording en stimuleren van ‘no regret’ energiebesparingsmaatregelen; 3. Aanpak van verschillende vastgoedtypen; 4. In regionaal verband mede uitvoering geven aan realisatie van de warmtehoofdinfrastructuur: WarmtelinQ. 5.2.1 Gebiedsgerichte aanpak in de Startbuurten In Hoofdstuk 4 is beschreven dat we de komen­de jaren aan de slag gaan met drie Startbuurten. Het gaat hierbij in ieder geval om de Hoofdsteden­ buurt en de Drevenbuurt. Het doel is om in deze buurten samen met de inwoners en de stakeholders te komen tot Wijkuitvoeringsplannen, waarin wordt beschreven hoe de uitvoering naar een aard­gasvrije buurt er concreet uit komt te zien. De ervaring in de eerste zogenoemde ‘aardgasvrije wijken’ laat zien dat de benodigde maatregelen om buurten aardgasvrij te krijgen ingrijpend en complex zijn. Deze worden alleen gerealiseerd als de betrokken partijen op een goed georganiseerde manier samenwerken en er weldoordachte financiële arrangementen worden ingezet. 28.

ENERGIE

KLIMAATADAPTATIE

NATUURINCLUSIVITEIT

• systeemsprong naar aardgasvrij/­ energieneutraal

• systeemsprong naar aardgasvrij/­ energieneutraal

• systeemsprong naar een natuur­ inclusieve omgeving

Mogelijke aanleidingen: • sectoraal spoor: verduurzaming wijk • link met beheer: vervanging kabels en leidingen

Mogelijke aanleidingen: • sectoraal spoor: fysieke wijkaan­ passing/-vernieuwing • link met beheer: buffercapaciteit riool, groen onderhoud

Mogelijke aanleidingen: • sectoraal spoor: fysieke wijk­ aanpassing/-vernieuwing • link met beheer: onderhoud ­groenblauwstructuur

Enkele transitieopgaven: • woningen van het gas af/warmte­ netten aanleggen • energievraag verminderen • gebouwen isoleren • hernieuwbare energie opwekken • elektriciteitsnet verzwaren • restwarmte gebruiken voor ­warmtevraag

Enkele transitieopgaven: • wijk ontharden • klimaatadaptieve tuinen aanleggen • groenoppervlak vergroten • waterbuffers creëren • funderingsproblemen aanpakken • verharde oppervlakken vergroenen/ waterdoorlatend maken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10872062/1