Toelichting bestemmingsplan Westwijk
Tekst van het document
Het welstandsniveau sluit zoveel mogelijk aan bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het gebied ‘Westwijk’. Dit is een gewoon welstandsgebied, waarbij nieuwbouwplannen en bouwplannen aan invalswegen een bijzondere inzet vergen. Het beleid is bij nieuwbouw gericht op het tot stand komen van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. De huidige bebouwing worden gewoon
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
67
beheerd, waarbij de nadruk op het behoud samenhang in het straatbeeld ligt. Bouwplannen aan achterkanten worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en een eventueel beeldkwaliteitplan getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap of twee tot drie lagen met plat dak appartementengebouwen zijn middelhoog en voorzien van een kap of plat dak de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien
goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en in beginsel per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm De welstandscriteria met betrekking tot architectonische uitwerking en materiaal en kleur zijn niet relevant voor het bestemmingsplan en worden daarom hier niet vermeld. Visie openbare ruimte (vastgesteld 24 maart 2016) Begin 2016 is de 'Visie Openbare Ruimte' vastgesteld door de gemeenteraad. In deze visie is, samen met inwoners, ondernemers, brandweer, politie, de woningbouwcoöperatie en andere belanghebbenden bepaald wat belangrijk is voor de openbare ruimte. De openbare ruimte krijgt een prominentere plek. Bij alle afwegingen over de openbare ruimte worden de waarden uit deze visie meegenomen. De gemeente heeft drie hulpmiddelen om dit te doen: de waardencatalogus, een vragenlijst over de openbare ruimte en ambassadeurs. De volgende vier waarden staan centraal: Identiteit - Vlaardingen heeft een aantal gebieden met een sterke eigen identiteit, zoals de Rivierzone, het centrum en het Oranjepark. Maar er zijn er ook gebieden waar de identiteit minder sterk is. Waar ligt dat aan? Plekken zonder identiteit missen eigenheid, ze missen een unieke waarde.
De opdracht is dus duidelijk: men moet de openbare ruimtes van Vlaardingen een identiteit meegeven. Want een ruimte met een sterke identiteit voegt waarde toe aan de stad Gastvrij en bruikbaar - Goede openbare ruimte is gastvrij en bruikbaar. Dit is van belang, omdat mensen pleinen, straten en groen op verschillende manieren gebruiken. Hoe meer belanghebbenden in een ruimte terechtkunnen, des te meer (sociaal) waardevast is de ruimte. Een gastvrije en bruikbare plek is ook veilig. Dit betekent dat een plek er goed uit moet zien, zonder losse stoeptegels of kapotte speeltoestellen, maar ook dat de verlichting in orde is en er genoeg mensen gebruik van maken. Gezond - Met een aantrekkelijke openbare ruimte gaan mensen sneller naar buiten, waar ze vervolgens ook meer bewegen. Een aantrekkelijke buitenruimte heeft voldoende
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
68
paden voor fietsers en voetgangers. Maar ook een klimboom voor de kinderen of een vuurplaats om ’s avonds omheen te zitten. Duurzaam - Ten slotte is een goede openbare ruimte duurzaam. Een openbare ruimte waar Vlaardingers aan zichzelf en het milieu kunnen werken, laat dit zien. Bijvoorbeeld met een wandelpad door een wei met stieren. Want zelfs de meest fanatieke stadsmens heeft op zijn tijd behoefte aan natuur. Alleen met zo’n groene uitvalsbasis is een stad een gezonde plek om te leven.
Groenplan - Vlaardingen Blijvend Groen (2012) De gemeenteraad heeft in juni 2012 het ’Groenplan - Vlaardingen Blijvend Groen’ vastgesteld. De komende jaren wil de gemeente het groen in Vlaardingen op niveau houden. Dit moet in deze tijd met minder middelen en met andere regels dan voorheen. Dat vereist keuzes. Deze zijn vastgelegd in het nieuwe groenbeleidsplan. Er is gekozen voor vier speerpunten: gebruik en beleving, ecologie, duurzame instandhouding en structuren en netwerken. Het nieuwe beleid is gericht op de lange termijn. De gemeente wil het groen duurzaam in stand houden en kwaliteit bieden tegen realistische kosten. Het doel is gevarieerd groen van voldoende kwaliteit, een duurzaam ingerichte openbare ruimte en voldoende afwisseling voor de burgers. Ambitiedocument gebiedsgericht milieubeleid (Collegebesluit 19 maart 2013) Het college van burgemeester en wethouders heeft een ambitiedocument laten opstellen over gebiedsgericht milieubeleid en biedt dit aan de raad. In het document is beschreven welke milieuambities Vlaardingen heeft voor verschillende deelgebieden in de gemeente en hoe deze ambities input zullen gaan vormen bij ruimtelijke planontwikkeling. De ambities zijn gebiedsgericht omdat ze zijn afgestemd op de specifieke kenmerken van verschillende deelgebieden in Vlaardingen en de specifieke kansen en bedreigingen die zich daar voordoen.
Dit betekent dat niet overal dezelfde milieukwaliteit wordt nagestreefd, maar dat het gewenste kwaliteitsniveau afhankelijk is van de kenmerken van verschillende gebieden. Het acceptabele maximale geluidsniveau ligt bijvoorbeeld op een bedrijventerrein hoger dan in het centrum. In het ambitiedocument staat voor het plangebied het volgende aangegeven. De Westwijk valt grotendeels onder het gebiedstype ‘stedelijk wonen’ en voor een klein deel onder ‘voorzieningen’. De (milieu)ambities zijn als volgt:
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
69
Visie externe veiligheid – ruimte voor duurzame veiligheid (vastgesteld 2 oktober 2012) De visie is onderdeel van de duurzame ontwikkeling van de gemeente Vlaardingen. Enerzijds moeten ruimtelijke en bedrijfsmatige ontwikkelingen mogelijk blijven. Anderzijds moet de gemeente zorg dragen voor een aanvaardbaar veilige woon- werk- en leefomgeving. In de visie staat de samenhang tussen ruimtelijke ordening, economie, beheersbaarheid en verantwoording van risico’s centraal. Met de visie geeft de gemeente concreet richting aan een aanvaardbaar veilige invulling van haar ruimtelijke ontwikkelingen. Voor concrete bouwplannen of bij het opstellen van bestemmingsplannen geeft deze visie de planologische kaders voor het omgaan met risico’s. Indien nodig worden hieraan voorwaarden gekoppeld die de risico’s beheersbaar houden of zelfs geheel uitsluiten. Deze planologische kaders bieden vooraf duidelijkheid in de omgang met externe veiligheid bij ruimtelijke plannen. Dat geldt zowel voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt van risicobronnen als voor nieuwe en bestaande risicobronnen. Het risicobeeld en de ruimtelijke ambities van de gemeente Vlaardingen leiden tot de volgende beleidsuitgangspunten voor de omgang met externe veiligheid: 1. Het aantal risicobronnen neemt niet toe, de hoogte van bestaande risico’s neemt af. 2.
In bestemmingsplannen worden geen nieuwe Bevi-bedrijven toegestaan. 3. Er mogen geen nieuwe risicobronnen binnen de woongebieden worden gesitueerd. 4. De oriëntatiewaarde van het groepsrisico mag niet worden overschreden, m.u.v. het gebied langs de Nieuwe Maas/Rivierzone (zie uitwerking hieronder). 5. Grenswaarde contouren van risicovolle bedrijven liggen binnen de inrichtinggrenzen en worden vastgelegd in de bestemmingsplannen. 6. Van bedrijven wordt verwacht dat zij actief communiceren over hun risico’s naar de omgeving. 7. Verminderd zelfredzame personen worden extra beschermd tegen externe veiligheidrisico’s. 8. De plaatsgebonden risicocontouren van bedrijven buiten de gemeente reiken niet over de gemeentegrens. Tenzij wordt aangetoond dat er geen belemmeringen ontstaan voor de geplande woningbouw in de rivierzone. Bij de uitwerking van punt 4 is het volgende van belang. De brandweer / Veiligheidsregio (VRR) hanteert bij haar advisering het zogenaamde kwetsbaarheidszonemodel. Dit model geeft aan afhankelijk van het scenario- welke ontwikkelingen binnen de verschillende zones volgens de VRR ongewenst zijn. Het kwetsbaarheidszonemodel heeft een andere benadering dan de normering op basis van risico’s.
Dit model houdt namelijk geen rekening met de kans van optreden van een incident, terwijl dat in de risicobenadering van de externe veiligheid de kerngedachte van het beleid is. Dit betekent dat ook bij zeer kleine kansen een ontwikkeling als ongewenst wordt beschouwd, terwijl het risico zeer laag kan zijn. De gemeente Vlaardingen gaat mee in het model mits er sprake is van een significant groepsrisico (GR>0,1 OW). De VRR stelt, evenals de gemeente Vlaardingen, dat de ontwikkeling van bijzondere kwetsbare functies binnen de 100% letaliteitszone ongewenst zijn. Dit ongeachte de hoogte van het GR. Een significante toename van het groepsrisico dient bestuurlijk te worden verantwoord. De zwaarte van de verantwoording wordt bepaald door de omvang van het risico, de toename ervan, de bestrijdbaarheid van de mogelijke calamiteit en de mate van zelfredzaamheid van personen nabij de risicobron. Programma Duurzaamheid (2012) De gemeenteraad heeft in juni 2012 het Programma Duurzaamheid Vlaardingen 2012-2015 ‘Samen voor een duurzaam Vlaardingen’ vastgesteld. Vlaardingen wil zowel voor zijn huidige bewoners als voor toekomstige generaties een duurzame stad aan het water zijn: schoon, groen en gezond.
Uitgangspunt is om samen met burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en medeoverheden te werken aan een stad met een hoge kwaliteit van leven waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Nota Duurzame Nieuwbouw (vastgesteld 2017)
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
70
Vlaardingen wil in 2050 een klimaatneutrale stad zijn. Om hieraan vanuit de woningbouw een bijdrage te leveren, is de ambitie uitgesproken om nieuwbouw zonder aardgasaansluiting en minimaal energieneutraal te bouwen. De gemeenteraad heeft met haar amendement van 30 maart 2017 deze ambitie aangescherpt naar Nul op de meter. De nota brengt in beeld wat de mogelijkheden en consequenties zijn van deze ambitie voor woningbouwprojecten die als gevolg van het Actieplan Wonen in de planning staan. In de nota is een zo compleet mogelijk beeld opgesteld omtrent de relevante ontwikkelingen en wat Nul op de Meter nieuwbouw zonder aardgasaansluiting met zich meebrengt voor de verschillende stakeholders in het algemeen en de gemeente in het bijzonder. Omwille van de centrale rol die Nul op de Meter inneemt in deze nota begint deze samenvatting met de verkorte definitie van Nul op de Meter: “Bij een Nul Op de Meter woning zijn de in- en uitgaande energiestromen voor gebouwgebonden energie (ruimteverwarming, -koeling, warm tapwater gebruik) en het gebruik van huishoudelijke apparatuur (incl. verlichting) op jaarbasis per saldo nul, onder standaard klimaatcondities zoals die gelden in Nederland en bij standaard gebruik van de woning, zoals vastgelegd in de ontwerpuitgangspunten onderbouwd door Nederlands normen.
Voor wat betreft de normen gaat het dan om de norm EnergiePrestatieGebouwen (NEN7120) en de onderliggende normen waaronder o.a. de norm referentie klimaatjaar (NEN 5060:2008).” Nul op de Meter kan veelal in de nieuwbouw woonlastenneutraal gerealiseerd worden. Een gezonde business case voor zowel aanbieder (bouw) als vrager (woningcorporatie, particulier) is mogelijk geworden door de invoering van de EnergiePrestatieVergoeding (EPV) voor de huursector en de additionele hypotheekruimte voor de koopsector. Alleen gestapelde bouw boven de 5 woonlagen levert nog veel uitdagingen zowel economisch als zeker ook technisch (boven de 10 woonlagen is dat zelfs nog onmogelijk). Er is een groeiend aantal bouwpartijen die NOM aardgasloos aanbieden en er zijn al meer dan 1.000 NOM aardgasloze nieuwbouw woningen (voornamelijk grondgebonden) gerealiseerd verspreid over de huur- en de koopsector. De mogelijkheden die de gemeente op basis van huidige wet- en regelgeving heeft om dit prestatieniveau expliciet te verplichten zijn echter vooralsnog beperkt. Hiervoor is artikel 122 van de Woningwet verantwoordelijk. Zolang de Omgevingswet nog niet is ingevoerd kan hooguit via het Rijk (Crisis- en herstelwet) ruimte voor expliciete verplichting mogelijk gemaakt worden.
In de situatie waarin de gemeente opdrachtgever is van nieuwbouwprojecten kunnen in de aanbesteding energieprestatie-eisen meegewogen worden. Impliciet ‘afdwingen’ kan wellicht via het bestemmingsplan, maar daar kleven nog onzekerheden aan en vereisen in ieder geval een warmteplan. Zeker voor projecten waar al juridische overeenkomsten zijn gesloten, zal de gemeente gebruik moeten maken van verleidingsinstrumenten. Het scheppen van een eenduidig marktkader, prestatieafspraken met woningcorporaties, maar ook subsidie en/of grondprijs differentiatie kan de realisatie van NOM, en waar NOM niet mogelijk is NOM-Ready, tot de nieuwe norm voor nieuwbouw in Vlaardingen maken. Deze verleidingsinstrumenten vergen evenwel nader onderzoek en uitwerking. Ook zal de gemeente moeten inzetten op communicatie naar en facilitering van de verschillende belanghebbenden, van bouwpartij en verkoopmakelaar tot aan alle inwoners. Een NOM-vriendelijk welstands- en vergunningenbeleid kunnen daarbij lokaal effectief zijn en een gezamenlijke regionale lobby richting het Rijk kan helpen bij het wegnemen of voorkomen van belemmeringen.
Mede door de relatieve vroege fase van ontwikkeling van de energietransitie in het algemeen en NOM aardgasloos in het bijzonder, is een goed kennisontwikkeling en –mobilisatie traject ook voor de interne organisatie belangrijk, zodat bij de inrichting van projecten en in de onderhandeling met bouwpartijen het beste resultaat gerealiseerd kan worden. De totstandkoming van deze nota heeft daar al duidelijk een belangrijke bijdrage aan geleverd en zal verder zijn beslag krijgen bij de implementatie in lopende en toekomstige nieuwbouwprojecten. Actieplan Geluid Vlaardingen 2016-2018 (vastgesteld 29 november 2016) Dit actieplan beschrijft de maatregelen die Vlaardingen de komende vijf jaar gaat treffen om de geluidsoverlast voor Vlaardingers ten minste gelijk te houden, maar liefst nog te verbeteren. De ambitie van het actieplan is de berekende geluidhinder vanwege gevelbelasting in de planperiode
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
71
niet toe te laten nemen (stand still) en waar mogelijk terug te dringen. Daarnaast wordt met aanvullende maatregelen gewerkt aan het verminderen van de ervaren hinder door geluid. De belangrijkste maatregel die het college hiervoor tot haar beschikking heeft, is de toepassing van stille wegdekken. Er is een lijst opgesteld, waarop ook wegen staan in het plangebied. Actieplan Economie Vlaardingen 2030 ‘Samen voor Vlaardingen, waar ’t goed ondernemen is’ (januari 2013) Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van detailhandel. De consument vraagt enerzijds om kleine, sfeervolle en gespecialiseerde kwaliteitswinkels, maar koopt anderzijds bij goedkopere discounters en supermarkten. Winkels worden steeds groter. Dit vergroot de druk op de stadsrand omdat we allemaal snel naar de winkel willen en onze auto zo dicht mogelijk bij de ingang willen parkeren. Opvolging van zelfstandige winkeliers is een probleem en de handel via internet groeit waardoor diverse branches onder druk komen te staan. Wij onderkennen de waarde die de detailhandel voor onze stad heeft. Daarom werken we aan wijk-winkelcentra die nog jaren meekunnen en een aantrekkelijk centrum. Met het Liesveld en Veerplein, waarin grotendeels ketens gevestigd zijn en de overige straten in het centrum waar ruimte is voor de kleinere kwaliteitswinkels, hebben wij een antwoord op de vraag van de consument.
De kracht van Vlaardingen is het historische karakter van een deel van het centrum. Dit kan nog veel beter benut worden door nieuwbouw met historische delen te verbinden en voldoende waarde toe te kennen aan de openbare ruimte. Vlaardingen heeft compactere, maar completere winkelcentra met een duidelijk onderscheidend vermogen. Wijkwinkelcentra voorzien in een andere behoefte dan het stadscentrum. Voor het stadscentrum is bijvoorbeeld de ‘couleur locale’ en het van winkel naar winkel slenteren van groter belang. Ook hierbij stellen we kwaliteit boven kwantiteit. De gemeente houdt winkeliers op de hoogte van de meest actuele ontwikkelingen. Bovendien stimuleert de gemeente de verbinding tussen digitaal en fysiek winkelen. Combineren van clicks en bricks. Actieplan Economie, uitvoeringsprogramma 2013-2016 (maart 2013) In het Uitvoeringsprogramma staat het volgende ten aanzien van het stimuleren van lokaal ondernemerschap. Acties: Er zijn in Vlaardingen heel veel acties te realiseren die bijdragen aan de ondernemingszin van de Vlaardinger en het lokale ondernemerschap. Zo gaat de gemeente samen met ondernemers de ondernemingszin van de jongere inwoners aanwakkeren. Dat kan bij leerlingen van de middelbare school met het project zomerondernemer en bij leerlingen van de lagere school met het initiatief BizWorld.
Verder gaat de gemeente startersbeleid ontwikkelen, maar zich tegelijkertijd inspannen om meer binnen de stadsgrenzen in te kopen. Samen voor de Stad – Werkplan EZ 2019-2022 (Collegebesluit november 2019) Het Werkplan Economische Zaken 2019-2022 is opgesteld om binnen de kaders van het Actieplan Economie de focus aan te brengen die nodig is om de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk in te zetten. Voor het Actieplan Economie is sinds 2018 geen budget en ook geen capaciteit meer. Het plan is gericht op de basisactiviteiten, namelijk beleid en accountmanagement en op de opdrachten uit het Coalitieakkoord 2019-2022 Handen uit de Mouwen, de Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040 (gereed Q1 2020) en de Strategische Agenda van de MRDH. Het plan zet in op vier kansrijke ontwikkelingen, waar energie op zit, die potentie hebben of waar het hard nodig is: 1. We stimuleren onderwijs en arbeidsmarkt, campusontwikkeling; 2. We verbeteren het vestigingsklimaat op onze bedrijventerreinen; 3. We stimuleren en werken regionaal samen op vrijetijdseconomie (VTE); 4. We ondersteunen de binnenstad. Sleutel bij al onze activiteiten is samenwerking met partners buiten. Dit uit zich in de samenwerkingsverbanden, die de gemeente actief steunt en uitbouwt.Detailhandelsnota 2013 (Collegebesluit 18 december 2012) De nota is een herijking van de Detailhandelsnota 2007 – 2012.
Het nieuwe beleid borduurt voort op de lijn, die met de nota uit 2007, is ingezet. Compact, compleet en comfortabel blijven belangrijke kernwoorden. De nadruk ligt echter nog meer op de kwaliteitsverbetering van de
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
72
winkelgebieden, op samenwerking en op communicatie, dan op een verdere uitbreiding van het aanbod. Het verzorgingsgebied van winkelcentrum Westwijk betreft ca. 12.000 inwoners en kenmerkt zich door een multicultureel karakter. Het winkelcentrum bestond voorheen uit 2 winkelstrips aan de Dr. Wiardi Beckmansingel en de Van Baerlestraat. De winkelstrip aan de Dirk de Derdelaan functioneert als een buurtwinkelcentrum en wordt gezien als aanvulling op het wijkwinkelcentrum Westwijk. Omdat de structuur niet optimaal functioneerde zijn inmiddels de winkels geconcentreerd aan de Dr. Wiardi Beckmansingel in een modern winkelcentrum. Het gaat gepaard met schaalvergroting van de supermarkten Dirk (naar 1.355 m2 wvo) en Aldi (naar 832 m2 wvo). De Albert Heijn is in 2010 gemoderniseerd en beperkt vergroot met 250 m2 wvo naar 1.092 m2 wvo. Voor 2021 is opnieuw een uitbreiding voorzien. De Van Baerlestraat heeft inmiddels een invulling met andere functies dan detailhandel gekregen, namelijk meer zorg en medisch gerelateerde functies. Het wijkwinkelcentrum zal beschikken over ongeveer 5.000 m² wvo in de dagelijkse sector (o.a. drie supermarkten) en 1.500 m² wvo in de niet-dagelijkse artikelensector. In de voorziene winkelstructuur functioneert de Dirk de Derdelaan als buurtcentrum en als aanvulling op het winkelaanbod van het wijkwinkelcentrum aan de Dr. Wiardi Beckmansingel.
Voor de Dirk de Derdelaan wordt niet voorzien in een uitbreiding van het huidige aanbod aan detailhandel. De winkelstrip aan de Floris de Vijfdelaan is inmiddels gesloopt. Horecanota 2010 (vastgesteld 19 oktober 2010) In de nota staat het volgende gebiedsbeleid met betrekking tot de Westwijk. (Blz. 9) In de Westwijk zal de komende jaren een grote herstructurering in het kader van het Actieplan Wonen plaatsvinden. De huidige horeca in het gebied is schraal. Een belangrijke kwaliteitsimpuls is gewenst. Gedacht moet worden aan een lunchroom bij het nieuwe winkelcentrum en een eetcafé/restaurant. Ook ligt er een wens om een theetuin te vestigen in het Marnixplantsoen. Volgens de APV2019 (artikel 2.35) is er geen exploitatievergunning vereist voor horeca die zich bevindt in een winkel voor zover de activiteiten een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit. Hiervan is in ieder geval sprake als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden: het horecagedeelte bevat maximaal 9 zitplaatsen; het horecagedeelte is beperkt in omvang in verhouding tot de oppervlakte van de totale winkel; in het horecagedeelte worden geen alcoholhoudende dranken verstrekt; er zijn geen speelautomaten aanwezig; er worden hooguit op beperkte schaal eet- en drinkwaren verstrekt die in relatie staan tot het assortiment van de winkel (uitgezonderd grootwinkelbedrijven.
Horeca- en Evenementenbesluit 2015 (vastgesteld 3 november 2015) Dit besluit bevat regels voor openbare inrichtingen en terrassen, geeft duidelijkheid over de sluitingstijden van openbare inrichtingen en regelt praktische zaken als welke stukken bij een aanvraag om een vergunning moeten worden ingediend. Nota Standplaatsenbeleid 2015 Plein West in de Westwijk is een wijkwinkelcentrum en kent een verzorgingsgebied van 13.000 inwoners. Het maximale aantal standplaatslocaties wordt vastgesteld op 3. Het aantal kerstboomlocaties wordt vastgesteld op 1. Voor de Westwijk zijn er de volgende locaties.
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
73
De herziening van het standplaatsenbeleid is gepland voor 2021. Actieplan Mobiliteit (2018) Het Actieplan Mobiliteit vormt het spoorboekje voor het uitvoeren van het verkeers- en vervoerbeleid tot 2030. In het Actieplan is een aantal kernopgaven geformuleerd. Deze kernopgaven vormen de basis voor de verdere uitwerking de komende jaren in diverse uitvoeringsprogramma’s. Het doel is om de verkeersstructuur zo in te richten, dat een duurzaam veilig wegennet ontstaat en een goede bereikbaarheid gegarandeerd is. De focus ligt daarbij op het verder uitbouwen van een prettige, leefbare en gezonde stad om te wonen, te verblijven, te recreëren en te ondernemen. Verkeersveiligheid is altijd het uitgangspunt. De principes van Duurzaam Veilig worden toegepast op het gehele wegennet en voor alle verkeersdeelnemers. Daarbij is extra aandacht voor kwetsbare verkeersdeelnemers: fietsers en voetgangers in het algemeen, scholieren, ouderen en mensen met een handicap in het bijzonder. De weginrichting wordt zoveel mogelijk in overeenstemming gebracht met het beoogde gedrag. Hierdoor wordt het gewenste gedrag uitgelokt en is handhaving minder noodzakelijk. De gemeente ziet kansen om innovatieve instrumenten in te zetten om het verkeer beter door de stad te laten stromen. Het beter benutten van infrastructuur is daar een onderdeel van.
Vaak wordt het vergroten van de wegcapaciteit overbodig als de bestaande infrastructuur beter benut wordt. In het Actieplan zijn enkele voorstellen gedaan. Een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer is een basisvoorwaarde. Ook hier kan innovatie een oplossingsrichting zijn. Daarbij kan gedacht worden aan het vervangen van laag bezette buslijnen door oproep gestuurd, eventueel automatisch, vervoer. Het Actieplan Mobiliteit dient een doel: zorgen dat iedereen zich op een verkeersveilige manier door de stad kan verplaatsen om te wonen, te verblijven, te recreëren en te ondernemen. De volgende kernbegrippen zijn daarbij van toepassing: veilig, bereikbaar en gezond. De actualisering van het bestemmingsplan Westwijk is in overeenstemming met de doelstellingen uit het Actieplan Mobiliteit. Parkeerbeleid (2019) De beleidsregel Parkeernormen 2019 voorziet in toegesneden parkeernormen en flexibiliteit om te komen tot een realistische parkeereis. Het beleid is volgend op de ontwikkeling van de behoefte en biedt daarnaast ruimte voor maatwerk zodat waar nodig vraagsturing kan worden
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
74
toegepast. Het parkeerbeleid is daarmee ondersteunend aan algemene ambities op het gebied van duurzaamheid en biedt ruimte om gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en zorgvuldig ruimtegebruik mogelijk te maken. Het uitgangspunt blijft dat bij iedere nieuwe ontwikkeling op eigen terrein wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Bij het berekenen van de behoefte wordt rekening gehouden met dubbelgebruik en salderen ten opzichte van voorgaand gebruik op die locatie. Bij specifiek mobiliteitsbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van deelauto’s, kan de parkeereis verder omlaag worden gebracht. Wanneer niet of niet geheel kan worden voldaan aan de parkeereis is het mogelijk deze af te kopen met een afdracht aan het parkeerfonds. Daarnaast kunnen eisen worden gesteld aan de inrichting, uitvoering en afmetingen van de parkeervoorzieningen. Op vergelijkbare wijze wordt omgegaan met de benodigde voorzieningen voor fietsparkeren en voor benodigde ruimte voor laden en lossen. In de planregels van dit bestemmingsplan wordt de Beleidsregel Parkeernormen 2019 van toepassing verklaard bij nieuwe ontwikkelingen. Erfgoed Vlaardings Erfgoed nota Op 21 december 2017 heeft de gemeenteraad van Vlaardingen de richtinggevende nota “Vlaardings Erfgoed” vastgesteld. De nota vervangt de “Monumentennota 2005” en de Beleidsnota Archeologie 2009-2013”. De gemeente Vlaardingen heeft twee wettelijke taken: 1.
ze is het bevoegd gezag in de belangenafweging in ruimtelijke ordeningsbeslissingen; 2. ze dient ervoor te zorgen dat de overheidsarchieven bewaard blijven en in te zien zijn. Daarnaast heeft de gemeente Vlaardingen de taak van depothouder voor de archeologische collectie toegewezen gekregen door de provincie. Daar horen wettelijke verplichtingen bij, zoals het toegankelijk maken van de objecten in het depot. Ook als initiatiefnemer van projecten in de ruimtelijke ordening en in het kader van de vaststelling van bestemmingsplannen (of onder de Omgevingswet: omgevingsplannen en -visies) heeft de gemeente verplichtingen, zoals het uit (laten) voeren van archeologisch onderzoek In de erfgoednota beschrijft de gemeente het belang van het optimaal behouden, beschermen en benutten van het kwetsbare Vlaardingse erfgoed. Om dat te kunnen borgen moet het erfgoed bekend zijn, beheerd (kunnen) worden en toegankelijk zijn. De gemeente neemt daarin de regie, stuurt aan op samenwerking met derden en stelt middelen beschikbaar. Objecten die als Vlaardings erfgoed zijn bestempeld, hebben een beschermde status. In die gevallen kan handhaving worden ingezet als middel om het erfgoed goed te kunnen beschermen. Kadernota Erfgoed Vlaardingen In de “Kadernota Erfgoed Vlaardingen” (2019) zijn de hoofdpunten van het erfgoedbeleid met beleidsmatige en financiële kaders onderbouwd.
De gemeentelijke verantwoordelijkheid ligt bij de verzameling objecten waar de gemeente invloed op heeft doordat het in eigendom is, er regels aan gesteld kunnen worden en/of er subsidies kunnen worden verstrekt voor de instandhouding ervan. Het gaat over: − cultuurhistorische structuren en elementen (landschappelijk en stedelijk); − gebouwen en objecten (monumenten en beeldbepalende panden/objecten); − bekende en verwachte archeologische vindplaatsen en vondsten; − archiefbescheiden. Beeldbepalende panden Vlaardingen heeft ruim 500 beeldbepalende panden en objecten. Een beeldbepalend pand of object heeft kenmerken die Vlaardingen als stad een eigen gezicht geven. Samen met de gemeentelijke monumenten en de Rijksmonumenten vormen de panden en objecten het cultuurhistorische kapitaal van de stad.
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
75
Door de aanwijzing van de beeldbepalende panden en objecten is er meer aandacht voor deze panden en objecten en hun waarde. Ook heeft de gemeente in bestemmingsplannen en in de welstandsnota beschermende maatregelen opgenomen. Het overgrote deel van de beeldbepalende panden en objecten ligt in het gebied dat in februari 2013 door de rijksoverheid tot beschermd stadsgezicht is aangewezen. Een officieel aangewezen beeldbepalend pand of object wordt in bestemmingsplannen aangeduid als ‘karakteristiek’. Binnen het beschermd stadsgezicht heeft de gemeente mogelijkheden om beeldbepalende panden en objecten te beschermen. In bestemmingsplannen voor gebieden buiten het beschermd stadsgezicht kunnen bepalingen komen, waardoor de historische waarde van panden mee kan wegen bij sloop- en nieuwbouwplannen. De monumentencommissie zal adviseren over veranderingen aan karakteristieke panden. Ook In de welstandsnota staat beleid voor beeldbepalende panden, waardoor karakteristieke waarden beschermd kunnen worden. Kadernota Sport en Bewegen (vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2019) Een actieve leefstijl moet vanzelfsprekend zijn voor elke inwoner van Vlaardingen, kortom sport en bewegen zit in het DNA van Vlaardingen. Hiervoor is een duurzame sportinfrastructuur nodig, bestaande uit sportaccommodaties en een beweegvriendelijke openbare ruimte.
In deze sportinfrastructuur organiseren de sport- en beweegaanbieders in Vlaardingen een veelzijdig en aantrekkelijk sportaanbod. Maar sport en bewegen in het DNA van Vlaardingen is meer. De gemeente Vlaardingen heeft met sport en bewegen de ambitie om bij te dragen aan sociaalmaatschappelijke en stedelijke vraagstukken. Sport en bewegen is een integraal onderdeel van andere gemeentelijke beleidsdomeinen. In Vlaardingen werken we samen, met elkaar voor een actief en gezond leven. Met bovenstaande missie zet deze kadernota sporten bewegen volop in op breedtesport. De gemeente Vlaardingen biedt geen voorzieningen en ondersteuning voor topsport, de verenigingen kunnen hier zelf in groeien en invulling aan geven. De gemeente zet in op het mogelijk maken van sport en bewegen voor alle inwoners van Vlaardingen. Hiervoor worden door middel van 6 thema’s de volgende doelstellingen nagestreefd: 1. Inclusief sporten & bewegen • Doel 1: Alle inwoners van Vlaardingen worden actief gestimuleerd tot voldoende bewegen en een gezonde leefstijl, met name bij inactieve groepen. 2. Duurzame sportinfrastructuur • Doel 2: De sportaccommodaties in Vlaardingen maken een breed sport- en beweegaanbod mogelijk, zijn duurzaam, kwalitatief goed, toegankelijk, schoon & veilig en worden efficiënt beheerd. • Doel 3: De openbare ruimte in Vlaardingen is een beweegvriendelijke omgeving.
• Doel 4: Toekomstbestendigheid sport en recreatieve accommodaties in Vlaardingen. 3. Vitale sport- en beweegaanbieders • Doel 5: Verenigingen in Vlaardingen zijn vitaal en in staat om een maatschappelijke functie te vervullen. 4. Positieve sportcultuur • Doel 6: Sport- en beweegaanbieders zorgen voor een veelzijdig, veilig en aansprekend sporten beweegaanbod. • Doel 7: Plezier in de sport staat in Vlaardingen op nummer één! 5. Vaardig in bewegen • Doel 8: Op het primair en voortgezet onderwijs in Vlaardingen wordt een actieve en gezonde leefstijl gestimuleerd. • Doel 9: Motorische vaardigheden van kinderen verbeteren. 6. Integraal sport- en beweegbeleid • Doel 10: De gemeente Vlaardingen zoekt met sport en bewegen actief de samenwerking op met andere beleidsdomeinen en met sport- en beweegaanbieders om een bijdrage te leveren aan sociaalmaatschappelijke en stedelijke vraagstukken.
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
76
Vlaardingen is trots op haar sportaccommodaties. Sportaccommodaties nemen daarom een prominente plek in binnen het sport- en beweegbeleid van Vlaardingen. Sportaccommodaties zijn een belangrijke voorwaarde voor sport- en beweegdeelname. De meest populaire sportaccommodaties zijn voorzieningen in de openbare ruimte, zoals wegen, parken en bossen. De gemeente Vlaardingen spreekt daarom van een sport- en beweeginfrastructuur, waar zowel sportaccommodaties als de openbare ruimte deel van uitmaken. Meervoudig en multifunctioneel gebruik van de sportfaciliteiten wordt gestimuleerd. De ruimten kunnen gebruikt worden door zowel de binnensporten en de buitensporten die in de winter naar binnen gaan en op tijden dat er geen sportactiviteiten plaatsvinden. De sportaccommodaties in Vlaardingen worden gezien als een basisvoorziening in de stad en worden ingezet voor de maatschappelijke, financiële en organisatorische ontwikkelingen ten aanzien van de sport in Vlaardingen. We laten het aan de gebruikers van de accommodaties en de openbare recreatieve buitenruimten over om samen met de gemeente invulling te geven aan het doel: een aanbod van sportaccommodaties dat efficiënter aansluit op de brede maatschappelijke (multifunctionele) vraag. De geografische ligging is van belang om de samenwerking met sport en beweegaanbieders en het bewegingsonderwijs te bevorderen.
Zo ook in de Westwijk, waar momenteel volop de wijk in ontwikkeling is op het gebied van sport en bewegen. Er is reeds 1 nieuwe sporthal in gebruik genomen, daarnaast wordt in 2021 een nieuwe sporthal gerealiseerd in plaats van de oude Westwijkhallen op de Floris de Vijfdelaan. Ook zijn er volop initiatieven in de openbare gebieden om bewegen te stimuleren. Gemeentelijk Speelruimtebeleid (vastgesteld 24 januari 2013) Op 24 januari 2013 heeft de gemeenteraad het ‘Speelruimteplan Spelen in Vlaardingen’ vastgesteld. Er was behoefte aan actualisatie, waarbij is nagegaan of de doelen die toen zijn vastgesteld m.b.t. spreiding, kwaliteit, inrichting, etc. aanpassing behoefden. Er was tevens sprake van een taakstelling tot bezuiniging, waardoor moest worden bekeken op welke wijze het resterende budget zo goed mogelijk kon worden ingezet. De speerpunten van het nieuwe speelruimtebeleid zijn: Kwaliteitsverbetering van formele speelruimte. Dit betekent dat het opknappen van speelplekken, of omvormen voor een andere leeftijdsgroep, of verwijderen. Kwaliteit gaat daarbij voor kwantiteit. De spreiding en sociale en fysieke veiligheid worden daarbij meegewogen. Kwaliteitsbehoud van informele speelruimte. Dit wordt bereikt door het onderhoud af te stemmen op speelmogelijkheden en doorgaand verkeer om woonbuurten heen te leiden.
Kwaliteitsverbetering en -behoud in samenspraak en samenwerking met bewoners en beheerders. 6.4.
Conclusie
Bovenstaande beleidsnota’s hebben algemene en specifieke aandachtspunten voor het plangebied en de aanwezige functies. Voor zover relevant zijn deze aandachtspunten meegenomen in hoofdstuk 2 en 3.
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
77
7.
PLANOPZET EN HANDHAVING
7.1.
Bestemmingen en dubbelbestemmingen
Onder een bestemming wordt de bestemming verstaan die ingevolge artikel 3.1 Wro aan gronden wordt toegekend. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies (en bebouwingsmogelijkheden), met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend. In het bestemmingsplan is aan de betreffende gronden de volgende bestemming en dubbelbestemming toegekend: Bedrijf Deze bestemming is bedoeld voor de Hyundai-garage aan Buys Ballotlaan 4 / Planciusstraat 39 en de SEAT-garage aan Dirk de Derdelaan 18. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het geval de garages daar zijn verdwenen. Bedrijf - Nutsvoorziening Deze bestemming is bedoeld voor de nutsvoorzieningen in het plangebied die een behoorlijke omvang hebben. Kleinere nutsvoorzieningen zijn in diverse andere (openbare) bestemmingen ook mogelijk. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het geval deze zijn verdwenen. Centrum-1 Deze bestemming is nu opgenomen voor de winkelstrip met bovenbouw Dr. Wiardi Beckmansingel. Dit is gebaseerd op de bestemming Detailhandel, dienstverlening en Woondoeleinden, gestapelde woningen (D+W(s)) uit het geldende BP. De achtergrond van deze bestemming is uiteengezet in paragraaf 4.1. Centrum-2 Deze bestemming is nu opgenomen voor de locatie van de AH op het Plein West.
Het is gebaseerd op de bestemming Centrumdoeleinden uit het geldende BP. Ondanks het specifieke gebruik als supermarkt is er om redenen van mogelijke planschade voor gekozen de huidige gebruiksmogelijkheden te handhaven. Detailhandel Deze bestemming is nu opgenomen voor de viskiosk op Dirk de Derdelaan 1a. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het geval deze is verdwenen. Gemengd-1 Deze bestemming is nu opgenomen voor de winkelstrip met bovenbouw Dirk de Derdelaan. Dit is gebaseerd op de bestemming Gemengde doeleinden (GD) uit het vigerende BP. De achtergrond van deze bestemming is uiteengezet in paragraaf 4.1. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het geval de supermarkt daar is verdwenen. Gemengd-2 Deze bestemming is nu opgenomen voor de winkelstrip met bovenbouw Van Baerlestraat. Dit is gebaseerd op de bestemming Detailhandel, dienstverlening en Woondoeleinden, gestapelde woningen (D+W(s)) uit het geldende BP. De achtergrond van deze bestemming is uiteengezet in paragraaf 4.1. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het geval de horeca daar is verdwenen. Groen Deze bestemming geldt voor de (openbare) gronden die voornamelijk van belang zijn voor de groenstructuur.
Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het geval het wenselijk is verblijfsgebied en/of parkeerplaatsen te realiseren en gelet op compensatie van deze mogelijke extra verharding is daar de voorwaarde van de watertoets aan verbonden.
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
78
Horeca Deze bestemming is nu opgenomen voor de twee horecapanden aan de Floris de Vijfdelaan, die aan de Dirk de Derdelaan en die op het Geuzenplein. Maatschappelijk Deze bestemming is nu opgenomen voor de scholen De Schakel, Joh. Calvijnschool, college Vos, de Wereldwijzer, Albeda College, de Prins W. Alexanderschool, Nieuwe Waterweg Noord, · opvang Trivium Lindenhof, zorgcentrum IPSE De Bruggen / Zonnehof, de “kerken” Hindoestaanse tempel, Maranatha kerk, de apotheek aan Floris de Vijfdelaan. Via afwijken zijn daar andere vormen dan de toegestane mogelijk. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het geval het zorgcentrum IPSE De Bruggen / Zonnehof daar is verdwenen. Recreatie Deze bestemming is nu opgenomen voor De Vreemde Vogel aan de Van Baerlestraat. De hoofdbestemming is recreatie, maar er zijn ook diverse vormen van horeca toegestaan. Naast het bestaande karakteristieke hoofdgebouw zijn er ook bijbehorende bouwwerken toegestaan. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen met betrekking tot de situering van bijbehorende bouwwerken, bijvoorbeeld als gevolg van mogelijke hinder van het beoogde gebruik op nabijgelegen woningen. Sport Deze bestemming is nu opgenomen voor de twee bestaande sporthallen aan de Valkenhof, de korfbalvereniging en het pand van Tino Hogendijk. De huidige sporthallen zullen verdwijnen.
Tuin Deze bestemming geldt voor tuin bij woningen. Gelet op de huidige mogelijkheden is er daar op de betreffende plaatsen weer parkeren in de tuin mogelijk gemaakt. Ondanks het feit dat het veelal niet wenselijk is om dit ook elders toe staan, bijvoorbeeld als dit ten koste gaat van openbare parkeergelegenheid, is er daarvoor toch een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Verkeer Deze bestemming geldt voor de wegen in het plangebied die voornamelijk een ontsluitende functie voor het verkeer hebben: Floris de Vijfdelaan, Dirk de Derdelaan, Dr. Wiardi Beckmansingel, Ary Koplaan. Verkeer - Railverkeer Deze bestemming geldt voor de strook langs het spoor en is overgenomen van het bestemmingsplan Marathonweg - Spoorkruising. Verkeer - Verblijfsgebied Deze bestemming geldt voor gronden die voornamelijk een verblijfsfunctie hebben. Voor de winkelstrip aan de Dirk de Derdelaan is een terrein aangemerkt ten behoeve van evenementen, een en ander conform het locatieprofiel dat daarbij hoort en met inachtneming van doorwerking van mogelijkheden van eventueel nieuw beleid. Water Deze bestemming geldt voor de aanwezige (openbare) waterpartijen. Wonen -1 Deze bestemming geldt voor de aanwezige grondgebonden woningen. De regeling met betrekking tot het mogelijk maken van bepaalde dakopbouwen is gecontinueerd.
Wat dat betreft zijn er profielen opgenomen die via het stellen van nadere eisen zullen worden afgedwongen. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het geval kan worden toegestaan dat de hele begane grondlaag mag worden gebruikt voor beroep en/of bedrijf aan huis. Er is ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het geval het kinderdagverblijf is verdwenen.
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
79
Wonen -2 Deze bestemming geldt voor de aanwezige gestapelde woningen. Woongebied Deze bestemming is nu opgenomen voor de nog onbebouwde delen van De Eilanden. Het is in principe de bedoeling de gronden te wijzigen naar de bestemming Wonen 1 of Wonen 2 als de betreffende woningen zijn gerealiseerd. Centrum – Uit te werken Deze bestemming staat niet op de kaart, maar er is wel een wijzgingsbevoegdheid naar opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheid wordt van belang als blijkt dat de huidige beoogde centrumontwikkeling niet haalbaar blijkt of anders moet worden ingevuld dan nu beoogd. Wonen – Uit te werken Deze bestemming is nu opgenomen voor de B4-locatie en de locatie Floris de Vijfdelaan van het Centrumplan en Spirit II locatie. Voor de locaties Erasmusplein, Valkenhof, Floris V en Hoogkamerstrook kan naar deze bestemming worden gewijzigd. De bedoeling van het laatste is dat er een gecombineerde wijzigings- en uitwerkingsprocedure wordt doorlopen voor de betreffende locaties. Situering, aantal en hoogte van de woningen is nog niet bekend. Leiding - Brandstof Deze bestemming is bedoeld voor de DPO-leiding. Leiding - Gas Deze bestemming is bedoeld voor de gasleidingen van de Gasunie. Leiding - Riool Deze bestemming is bedoeld voor de persleiding van het Hoogheemraadschap. Leiding - Warmte Deze bestemming is bedoeld voor de leiding over Noord van ENECO.
Leiding - Diepriool Deze bestemming staat niet op de kaart, maar deze is bedoeld voor het diepriool van de gemeente en er is wel een wijzigingsbevoegdheid naar opgenomen. Waarde – Archeologie -1 Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van aanwezige archeologische waarden. De bescherming is gebaseerd op de aanwezigheid van archeologische sporen, dan wel een verwachting hierover, waarbij de diepte waarop vondsten en sporen zijn aan te treffen van belang is. Er zijn twee gebieden van archeologische waarde. Dit terrein (bij boerderij Hoogkamer) ligt in een gebied dat niet is opgehoogd. Sporen liggen dicht onder het maaiveld. Hier wordt geen verstoring toegestaan. Plannen die de bodem minder diep dan 30 cm onder maaiveld verstoren, zijn hiervan uitgezonderd. Waarde – Archeologie -2 Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van aanwezige archeologische waarden. De bescherming is gebaseerd op de aanwezigheid van archeologische sporen, dan wel een verwachting hierover, waarbij de diepte waarop vondsten en sporen zijn aan te treffen van belang is. Er zijn twee gebieden van archeologische waarde. Het waardevolle terrein bij de Arij Koplaan (WR-A-2) is wel opgehoogd. Hier wordt daarom tot een grotere diepte vrijgegeven. Plannen die de bodem minder diep dan 100 cm onder maaiveld verstoren, zijn hiervan uitgezonderd.
Waarde – Archeologie -3 Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. De bescherming is gebaseerd op de aanwezigheid van archeologische sporen, dan wel
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
80
een verwachting hierover, waarbij de diepte waarop vondsten en sporen zijn aan te treffen van belang is. In gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachting wordt de vrijstellingsgrens voor het verrichten van archeologisch onderzoek aangehouden die in de Monumentenwet 1988 is vermeld, en is verwoord in het beleid van de provincie Zuid-Holland. Voorts geldt, volgend op provinciaal beleid, een vrijstelling voor alle plannen die de bodem minder diep dan 30 cm verstoren (WR-A-3). Waarde – Archeologie -4 Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. De bescherming is gebaseerd op de aanwezigheid van archeologische sporen, dan wel een verwachting hierover, waarbij de diepte waarop vondsten en sporen zijn aan te treffen van belang is. In gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachting wordt de vrijstellingsgrens voor het verrichten van archeologisch onderzoek aangehouden die in de Monumentenwet 1988 is vermeld, en is verwoord in het beleid van de provincie Zuid-Holland. Voorts geldt, volgend op provinciaal beleid, een vrijstelling voor alle plannen die de bodem minder diep dan 30 cm verstoren (WR-A-3). In opgehoogde gebieden (WR-A-4), is de grens naar 70 cm opgerekt. 7.2.
Handhaving
De gemeente Vlaardingen acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteiten binnen het plangebied te garanderen. Handhaving kan worden omschreven als “elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen”. Handhaving ziet toe op het stellen van normen, het uitvoeren van normen, het houden van toezicht en het opleggen van sancties. Het handhavingsbeleid heeft als doel vast te leggen op welke wijze in de gemeente Vlaardingen middelen, zoals wettelijke regelingen en menskracht, worden ingezet, teneinde een adequaat handhavingsniveau te kunnen bereiken Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de (gemeentelijke) overheid als de burger. De gemeente is in beginsel verplicht om op te treden tegen overtreding van de regels. Ook in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, in werking getreden per 1 juli 2008, ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het daadwerkelijk controleren en handhaven bij de gemeente. Het handhavingsbeleid wordt vormgegeven in een gemeentelijk beleidsplan – Regelgeving voor Bouwen en Ruimtelijke Ordening (2006 – 2014), vastgesteld in 2005. Bij het inzetten van alle beschikbare middelen spreekt men van handhaving in ruime zin. Het inzetten van enkel juridische instrumenten om regels te doen naleven is te beschouwen als handhaving in enge zin. Een consequente handhaving: 1.
zal de gemeente uiteindelijk in steeds grotere mate naar het garanderen van de kwaliteit van leef- en ruimtelijke omgeving leiden; 2. heeft zijn uitwerking op het maatschappelijke draagvlak en daarmee op de naleving van deze regels; 3. zal zowel intern (bestuurder en ambtenaar) als extern (burger en bedrijven) duidelijkheid en rechtszekerheid bieden. Activiteiten op het gebied van de handhaving komen uiteindelijk tot uitdrukking in concrete situaties. Daarbij is het van belang handhaving op een gestructureerde wijze vorm te geven door een bijbehorend handhavingsprogramma te ontwikkelen. Hierin kunnen de organisatie, de werkwijzen en de handhavingsacties onderling worden afgestemd en is het eerder mogelijk financieel draagvlak te creëren. Op het moment dat beleid eenmaal is vastgesteld kan er ook gerichte monitoring van dat beleid plaatsvinden en kan er tijdig worden bijgestuurd. Beleid voeren betekent niet meer en niet minder dan dat het college van burgemeester en wethouders prioriteiten vaststelt, inhoudende welke overtredingen het eerst worden aangepakt en welke op een later tijdstip.
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
81
Het gaat dan onder meer om de volgende wettelijke gebieden: Wet ruimtelijke ordening o gebruik bouwwerken en terreinen o gebruiksontheffingen o aanleggen van werken Woningwet, Bouwbesluit en Bouwverordening o kwaliteitstoezicht bestaande (legale) bouw, toetsing Bouwbesluit en Welstand o bouw- en sloopvergunningverlening o toestand open erven en terreinen Hoewel er raakvlakken zijn, betreft dit beleidsplan niet de nalevering van de milieuregelgeving, de Algemene Plaatselijke Verordening en de voorschriften die ingevolge gebruiksvergunningen worden opgelegd. Er is bewust gekozen voor een beperking. De leidende gedachte hierachter is dat eerst dit proces effectief geleid moet worden alvorens het kan worden geïntegreerd in het grote geheel van andere genoemde werkgebieden van de gemeente. Intern is bij de afdeling Stadsontwikkeling & Toezicht een risicoanalyse uitgevoerd betreffende de uit de bouwregelgeving kenbare overtredingen, met een daartoe ontwikkeld model. Deze risicoanalyse vindt doorwerking in de te formuleren doelstellingen, de te plannen uitvoering en de prioriteiten van de handhavingsacties. De volgende handhavingovertredingen hebben prioriteit gekregen (in rangorde van 1 tot 9 gewaardeerd): 1. Bouwen zonder vergunning 2. Bouwen in afwijking van een vergunning 3.
Onvoldoende naleving van brandveiligheidsvoorschriften voor niet gebruiksvergunning plichtige bouwwerken 4. Sloop zonder of in afwijking van een vergunning 5. Niet voldoen aan vereisten bestaande bouw 6. Gebruik in strijd met het bestemmingsplan 7. Niet tijdig beëindigen van (het gebruik van) tijdelijke bouwwerken 8. Aanbrengen van reclame-uitingen zonder of in afwijking van een vergunning 9. Niet of onvoldoende voldoen aan welstandeisen. Het onderhavige plan is geen eindproduct. Het zal gevolgd moeten worden door een pragmatische uitvoering. Deze zal, na vaststelling van het beleidsplan, in onderdelen nader worden uitgewerkt en in een separate notitie worden neergelegd. Binnen een periode van acht jaren, zijnde twee collegebestuursperioden (2008-2016), zal het geformuleerde beleid gestalte moeten krijgen. Dat wil zeggen dat alle in het beleid geselecteerde overtredingen in acht jaren gehandhaafd zullen worden. Het beleid ten uitvoer brengen is geen strikt statisch proces, maar kent een voortdurende bijstelling, waar ook het beleid zelf op onderdelen niet van gevrijwaard blijft. Dit noemen we handhaven in de vorm van een beleidscyclus. Zo zal een jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma kunnen leiden tot bijstelling van de risicoanalyse, maar ook van de daaruit voortvloeiende handhavingprioriteiten.
Voor het plangebied heeft een inventarisatie plaatsgevonden op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen en afwijkend gebruik van gebouwen. De gegevens zijn verkregen uit waarneming ter plaatse; luchtfoto’s zijn hierbij een hulpmiddel. Hoewel daarbij op de binnenterreinen ten aanzien van aanwezige erfbebouwing een aantal van het bestemmingsplan afwijkende situaties naar voren is gekomen, zal hierop in principe niet meer worden gehandhaafd. Dat was overigens ook niet het uitgangspunt. Gezien de gedateerdheid van het geldende plan, diende bovengenoemde inventarisatie als vertrekpunt voor een modern, actueel bestemmingsplan. De bestaande situatie is daarbij opgemeten en vastgelegd. We spreken in dit geval van een zogenaamde nulsituatie.
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
82
8.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Bij de voorbereiding van een ontwerp voor een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, ondermeer voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Er zijn drie soorten manieren voor gemeenten om kosten te verhalen. Eerste heeft tevens de voorkeur en betreft de vrijwillige overeenkomst met een grondeigenaar, een anterieure overeenkomst. Hierin kunnen beide partijen over alle mogelijke onderwerpen afspraken met elkaar maken. Wanneer de gemeente met één van de grondeigenaren geen anterieure overeenkomst heeft afgesloten, dan dient de gemeente een exploitatieplan op te stellen. Nadat een exploitatieplan opgesteld is kan de gemeente alsnog afspraken maken met een grondeigenaar. In deze posterieure overeenkomst kunnen echter enkel zaken worden behandeld die ook in het exploitatieplan staan vermeld.
Een exploitatieplan is alleen nodig voor die ontwikkelingen die met het plan mogelijk worden gemaakt en waarvoor, voor vaststelling van het bestemmingsplan, geen privaatrechtelijke (anterieure) overeenkomsten wordt gesloten. De verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan kan in geval van wijzigingsbevoegdheden worden doorgeschoven naar het wijzigingsplan. Indien de gemeente zelf eigenaar is van de gronden dan worden de kosten verhaald door de uitgifte (verkoop) van gronden.
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
83
9.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
9.1.
Burgerparticipatie
De wijze waarop burgers en belanghebbenden bij plan-/beleidsvorming worden betrokken (burgerparticipatie) is een speerpunt van het huidige college van Burgemeester en Wethouders. In haar coalitieakkoord 2006-2010 stelt het college dat de kwaliteit van de besluitvorming en het uiteindelijke resultaat wordt verhoogd door bewoners, instellingen en bedrijven structureel en vroegtijdig bij planvorming te betrekken. Aangezien ieder plan in theorie anders ingrijpt op de belangen van burgers, zijn er verschillende niveaus van burgerparticipatie vastgesteld (informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, zelfontwikkeling). Het is de bedoeling dat per situatie of plan wordt gekeken welk niveau van participatie passend is. De wettelijke verplichting ten aanzien van inspraak geldt niet meer. Gemeenten zijn hierdoor vrij om zelf te bepalen of er ruimte wordt geboden aan inspraak. Volgens de gemeentelijke inspraakverordening 2005 wordt geen inspraak verleend ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van eerder vastgestelde beleidsvoornemens. Dit betekent niet dat er geen kans wordt geboden om vragen te stellen dan wel opmerkingen te maken. Er zal een informatieavond worden georganiseerd, waarin het bestemmingsplan zal worden gepresenteerd en waarbij een ieder de kans krijgt vragen te stellen en opmerkingen te maken over het nieuwe bestemmingsplan.
Bewoners en belanghebbenden zullen hierover tijdig worden geïnformeerd. Het niveau van burgerparticipatie is daarmee voor dit plan gesteld op ‘informeren’. Vervolgens zal het ontwerp bestemmingsplan in het kader van de wettelijke procedure ter visie worden gelegd, waarbij belanghebbenden in staat worden gesteld hun (formele) zienswijze op het plan in te dienen. 9.2.
Overleg met instanties ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening 2008 is het voorontwerp bestemmingsplan toegezonden aan de volgende instanties die daarbij als volgt (of niet) reageerden.
1.
2.
Overlegreactie instantie Provincie Zuid-Holland Dank u voor het invullen van het E-formulier aanbieden ruimtelijke plannen. Het Eformulier stelt vragen en de daarop gegeven antwoorden geven inzicht in de vraag of het ruimtelijke plan mogelijk strijdig is met het provinciaal beleid en dus door de provincie bekeken moet worden. Uit de door u ingevulde antwoorden blijkt dat het ruimtelijke plan niet hoeft te worden toegezonden. Ministerie van Defensie > Rijksoverheid Dank voor het aanbieden van het voorontwerp bestemmingsplan Westwijk. Ik heb het plan beoordeeld op het belang van de aanwezige brandstofleiding van DPO. De leiding is correct opgenomen op de Verbeelding. In de uiteindelijke verbeelding moet u wel zorgen dat de belemmeringenstrook van 2 x 5 meter wordt opgenomen. In de regels is de leiding eveneens correct opgenomen. Geen nader
Toelichting bestemmingsplan Westwijk, vastgesteld
1832266
Reactie gemeente Geen opmerkingen.
De beschermingszone van 2x5 meter wordt opgenomen.
84
commentaar dezerzijds. Graag zal ik vernemen wanneer het plan wordt vastgesteld en als ontwerp ter visie wordt gelegd. 3.
College van Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland Via het watertoetsportaal van Delfland heeft Ten behoeve van vooroverleg is het u een planinitiatief ingediend voor de volgende specifiek bij het watertoets. Het door u ingevulde formulier Hoogheemraadschap onder de aandacht met bijbehorend bestand is ontvangen door gebracht. Vlaardingen werkt aan de Delfland. Zodra de behandelaar van ontwikkeling het Centrumplan. Het Delfland uw plan van het watertoetsportaal Centrumplan ophaalt, ontvangt u hierover bericht. bestaat uit herontwikkeling van diverse locaties (oa Erasmusplein, Valkenhof en Floris de Vijfdelaan). De locatie Erasmusplein valt weer uiteen in diverse deelontwikkelingen, die afzonderlijk in de markt worden gezet. Op dit moment is in het voorontwerp echter nog de geldende bestemming verwerkt, die is gebaseerd op een oud stedenbouwkundig plan dat o.a. voorzag in de realisatie van open water. Dat open water is in deze vorm echter niet meer aan de orde. Een deel van de parkeerplaats van Albert Heijn is bijvoorbeeld nu nog als water bestemd, terwijl er feitelijk dus parkeerplaatsen aanwezig zijn. Het is zeer goed denkbaar dat dit water in het ontwerp bestemmingsplan (de volgende fase, als er meer duidelijkheid is) zal worden weg bestemd, evenals het langwerpige bouwblok dat nu nog daarlangs als W-2 is bestemd.
Daarvoor in de plaats komt dan waarschijnlijk een bestemming waarin water weliswaar planologisch is toegestaan, maar ook andere inrichtingsvormen (groen, parkeerplaatsen etc). Dat zou bijvoorbeeld een Centrumbestemming kunnen zijn of een Verkeer-Verblijfsbestemming. De bebouwing van de deelontwikkelingen zal waarschijnlijk via latere, aparte RO-procedures mogelijk worden gemaakt (Wabo-projectbesluit en wijzigingsplannen). Dus de wateropgave/watertoets vindt dan in het kader van die betreffende procedure plaats. Maar hoe de gemeente moet omgegaan met het “verdwijnen” (weg bestemmen) van nooit gerealiseerd open water is iets wat we graag met u overleggen, want dan kunnen we dat bij het opstellen van het ontwerp bestemmingsplan (de volgende fase) meenemen in de overwegingen. Uit de verschillende overleggen begrijpen wij dat de bestemming “open water” destijds is opgenomen als watercompensatie voor destijds voorgenomen ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben echter nooit doorgang gevonden. Aangezien de situatie nooit is verslechterd, moeten we ons afvragen of deze compensatieopgave terecht is, ondanks dat het is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Op 22 juni 2017 is er overleg geweest met vertegenwoordiging van het Hoogheemraadschap van Delfland over het voorontwerp bestemmingsplan Westwijk. Verslag van het overleg is als volgt.
In het vigerende bestemmingsplan is, ter hoogte van het Erasmusplein, de bestemming water opgenomen. Dit wateroppervlak dient als compensatie ten behoeve van een stedenbouwkundig plan, welke nooit is uitgevoerd. Tijdens het overleg is het hoogheemraadschap gemeld dat het realiseren van deze waterpartij niet meer aan de orde is, gezien de ontwikkeling nooit heeft plaatsgevonden. Het is dus goed mogelijk dat in het ontwerp bestemmingsplan deze waterbestemming wordt weg bestemd. Een randvoorwaarde hierbij is dat in het ontwerp bestemmingsplan de situatie ook niet planologisch mag verslechteren. Dit betekent dat de stedelijke functies (verkeer / centrum / wonen) waarvoor de watercompensatie indertijd bedoeld was, ook worden verwijderd uit het ontwerp bestemmingsplan. In plaats hiervan dient het oorspronkelijk landgebruik (= voor een groot deel groen) te worden bestemd. Het Hoogheemraadschap gaf aan dat het laten vervallen van de compensatieopgave hiermee akkoord is, gezien de situatie nooit is verslechterd. Momenteel wordt binnen de gemeente gewerkt aan de ontwikkeling van het Erasmusplein. Later, volgen mogelijk ook de locaties Valkenhof en Floris de Vijfdelaan. Deze ontwikkelingen worden middels een aparte RO-procedures mogelijk gemaakt. Het