CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regiovisie Beschermd wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang

Raadscommissie 8 februari 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Regiovisie Beschermd Wonen, Maatschappelijk Opvang en Vrouwenopvang17.570 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De regiosamenwerking in MVS wordt de komende jaren voortgezet en daar waar nodig versterkt. Daar waar (tussentijds) beleidsmatige aanscherping moet plaatsvinden zullen we dat niet nalaten en wordt dit regelmatig geëvalueerd.

"ftig olio"Ivis ellowti kiiimmito tamm

20

Financiële afspraken 8.1 Algemeen Het is belangrijk om een doorkijk te maken welke middelen (extra) nodig zijn om het nieuwe beleid uit te voeren. Om een beeld te kunnen schetsen voor de toekomst kijken we eerst naar de inkomsten en uitgaven van 2024•.

die voortvloeien uit deze regiovisie en de bijbehorende uitvoeringplannen te kunnen bekostigen. We werken deze projecten bij het maken van de uitvoeringsplannen verder uit. Een aantal van de projecten die uit deze middelen betaald worden zijn:

Vanuit haar rol als centrumgemeente stelt de meicirculaire dat de gemeente Vlaardingen de volgende centrummiddelen van de Rijksuitkeringen ontvangt voor 2024:

• •

Uitkering

Bedrag

Beschermd wonen

13.600.000

Maatschappelijke opvang

2.256.000

Vrouwenopvang

2.969.000

Op de dossiers maatschappelijke opvang en vrouwenopvang blijft jaarlijks geen of nauwelijks budget over. Op het dossier beschermd wonen is dit echter anders, hier blijft wel geld over. Al eerder in deze visie is benoemd dat de uitvoering van beschermd wonen regionaal belegd is bij Rogplus. Hiervoor maakt Rogplus jaarlijks een begroting. In voorgaande jaren werd na uitname van het begrote bedrag van Rogplus, het restbedrag verdeeld over de drie gemeenten volgens de financiële 40-40-20 regeling (op basis van inwoneraantal). Het voorstel in deze regiovisie is om 5,8 miljoen euro te gebruiken om de structurele projecten en investeringen

•

Inzet bemoeizorg (MO + BW) Creëren van tussenvoorzieningen en inrichten beschermd thuis (BW) Opzetten van het project Housing First (MO)

Het resterende bedrag wordt onderling verdeeld volgens de 40-40-20 verdeelsleutel en kan worden gebruikt voor lokaal beleid. Dit ziet er voor 2024 als volgt uit:

Inkomsten beschermd wonen

13.600.000

uitgaven gedekt worden. Denk bij zulke uitgaven aan verbouwing van de Elementen, waarmee meer plek in de maatschappelijke opvang gerealiseerd wordt. Een ander project waar op ingezet kan worden is het trainen van aandacht functionarissen in de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling of het verrichten van de Ethostelling. Verder biedt het inzetten van deze middelen de kans om per jaar te kijken waar prioriteit en investering nodig is. In de regiovisie stellen wij dat de doelgroep tussen de verschillende thema's veelal overlapt en om het beleid voor de hele doelgroep zo efficiënt mogelijk in te richten is het wenselijk om de middelen te gaan bundelen. Zoals hierboven beschreven komt met de uitvoeringsplannen meer duidelijkheid over de benodigde financiën. Op basis hiervan wordt onderzocht of en hoe bundeling van budgetten kan plaatsvinden.

Begroting Rogplus

5300.000

Lokaal beleid gemeente Maassluis

500.000

8.2 Beschermd wonen

Lokaal beleid gemeente Schiedam

1.000.000

Lokaal beleid gemeente Vlaardingen

1.000.000

Projecten regiovisie

5300.000

De financiële middelen worden nu verdeeld op basis van een historisch verdeelmodel maar bij de mogelijke doordecentralisatie gebeurt dat naar verwachting op basis van een nog in te voeren objectief verdeelmodel. De MVS-gemeenten maken nadere afspraken zodra duidelijk is hoe de financiële herverdeling door het Rijk er concreet uit ziet.

Naast deze inkomsten en uitgaven, hebben alle MVSgemeenten ook een reserve voor de centrumtaken. Deze reserve willen wij (deels) inzetten voor het realiseren van projecten. Hiervoor dragen alle gemeenten bij volgens de 40-40-20 regeling. Uit deze reserve kunnen incidentiele

In samenhang met deze doordecentralisatie heeft het Rijk het zogenoemde 'woonplaatsbeginsel 'beschermd wonen' opgesteld. Doel van het woonplaatsbeginsel is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor hun eigen inwoners. Het woonplaatsbeginsel geldt alleen

'Alle bedragen in het hoofdstukzijn in euro en afgerond op duizendtollen.

21

voor nieuwe cliënten per ingangsdatum van het woonplaatsbeginsel beschermd wonen. Voor bestaande cliënten blijft de gemeente die de beschikking heeft afgegeven verantwoordelijk. De invoering van het woonplaatsbeginsel beschermd wonen hangt samen met de hierboven beschreven doordecentralisatie. Ook hiervan verwachten wij pas een invoering per op zijn vroegst 1 januari 2025. Naast de zorg en ondersteuning aan inwoners die vanaf de doordecentralisatie een 'nieuw' beroep doen op beschermd wonen, blijven de gezamenlijke gemeenten verantwoordelijk voor inwoners die reeds voor de ingangsdatum gebruikmaakten van beschermd wonen. Een financiering hiervoor loopt nog tot en met 2032 via de centrumgemeente Vlaardingen middels een historisch verdeelmodel. Vanwege de onduidelijkheid over de verdeling van de middelen, het woonplaatsbeginsel en de doordecentralisatie van beschermd wonen, kiezen wij er nu voor om de financiële situatie momenteel gelijk te houden. Er is nu ook geen sprake van een financieel risico voor de afzonderlijke gemeenten. In de tussentijd sorteren we voor en doen we onderzoek naar een nieuw financieel verdeelmodel op basis van verevening vanaf het moment van doordecentraliseren.

22

83 Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang De decentralisatie uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang (DU MO en DU VO) blijven vooralsnog ongewijzigd. De centrumgemeenteconstructie blijft ongewijzigd. waarbij de gemeente Vlaardingen de middelen blijft ontvangen. Deze middelen worden ingezet voor de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang in de MVS-regio en de inhoudelijke transformatie zoals in deze regiovisie beschreven. Mogelijk voert het Rijk in de toekomst gesprekken over een mogelijke doordecentralisatie van maatschappelijke opvang op basis van de ervaringen van beschermd wonen. Voor vrouwenopvang is het nog onbekend of en wanneer er sprake is van een doordecentralisatie.

23

Toelichting doelgroep Beschermd wonen Beschermd Wonen is bedoeld voor de doelgroep inwoners vanaf 18 jaar met psychische en/of psychosociale problematiek die als gevolg van een verstoorde zelfregulatie' geen regie hebben op hun eigen leven en (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen.

veel volwassenen geven aan vast te lopen in regelgeving doordat zij deze niet begrijpen, er niet aan kunnen voldoen (door tegenstrijdigheid) of niet over voldoende ICT-vaardigheden beschikken om aan administratieve verplichtingen te voldoen. En dan stapelen problemen zich vaak snel op.

Een verstoorde zelfregulatie kan samen hangen met (soms combinaties) van ernstige psychische aandoeningen, cognitieve beperkingen, lichamelijke of zintuigelijke handicaps en middelengebruik. Andere problemen zoals armoede, schulden, dreigende huisuitzetting, geringe deelname aan het arbeidsproces en huiselijk geweld ontregelen het evenwicht tussen draaglast en draagvlak waardoor participatie in de samenleving bemoeilijkt wordt.

Oorzaken van dak- en thuisloosheid die veel voorkomen zijn verslaving, relatieproblemen, geldproblemen en (psychische) gezondheidsproblemen. Vaak speelt een combinatie van deze factoren een rol in de aanleiding voor het dak- of thuisloos raken. Geldproblemen ontstaan door baanverlies, verslaving of relatieproblemen (soms in combinatie met alimentatie). Vervolgens lopen de schulden bij een deel van de volwassenen snel op door onduidelijkheid of tegenstrijdigheid in regelgeving, zoals het stopzetten van een uitkering wanneer iemand geen vast adres heeft. Voor de volwassenen bij wie problematisch middelengebruik speelt is dit (logischerwijs) de oorzaak van het geldgebrek. Problemen die bij deze groep spelen verschillen van de groep niet-verslaafden. Er is bij deze groep vaker sprake van politiecontact en detentie. Ook is een ander soort zorg vereist, waarbij aandacht is voor de verslaving. Overeenkomst tussen deze groepen is wel dat bij beide vaak psychische problemen spelen.

Beschermd wonen, in klassieke vorm wonen met begeleiding 24/7 veelal intramuraal, of Beschermd Thuis, zelfstandig wonen, eigen regie kunnen voeren op het eigen leven met ambulante ondersteuning, kunnen een goede ondersteuning bieden. Beschermd wonen wordt veelal herstelgericht ingezet. Maatschappelijke Opvang De dak- en thuisloze volwassenen vormen een kwetsbare groep in de samenleving. Ze hebben vaak een gecompliceerde jeugd gehad, psychische problemen en/of (onverwerkte) trauma's. Ook een lager verstandelijk vermogen maakt een deel van de volwassenen kwetsbaar. Naast deze meer individuele factoren spelen externe factoren een rol, zoals het hebben van een klein sociaal netwerk. Twee vijfde van de volwassenen geeft aan geen netwerk te hebben waar men (nog langer) kon verblijven. Een andere factor, die ook al bij de jongeren naar voren kwam, is de toegenomen complexiteit van de samenleving:

Bij de vrouwen die vanwege huisuitzetting dak- of thuisloos zijn geraakt is er vaak sprake van oplopende schulden en het niet meer kunnen overzien van de financiële situatie. Een deel van hen zegt al eerder om hulp te hebben gevraagd, bijvoorbeeld bij het wijkteam. Professionals geven aan dat dit vaak in een heel laat stadium gedaan wordt, enerzijds door schaamte, anderzijds lijkt er sprake van 'wegkijken'en het probleem niet (durven) aangaan.

Klassieke daklozen Deze volwassenen kenmerken zich door een lange periode van dak- of thuisloosheid (soms afgewisseld met een vaste verblijfplaats) en een jarenlange verslaving aan alcohol en/of drugs. Door de jaren heen verbleven zij op vele tijdelijke slaapplaatsen, zoals kraakpanden, parken, vrienden, vaak afgewisseld met korte periodes van detentie. Een ander kenmerk is dat zij een relatief hoge leeftijd hebben, rond de 60 jaar. Dat is de voornaamste reden dat zij in beeld komen van zorg of opvang: de jarenlange verslaving leidt bij hen inmiddels tot gezondheidsproblemen. Het buiten slapen wordt hen lichamelijk te zwaar en zij zijn de onzekerheid en het steeds moeten zoeken naar een slaapplaats beu. Terwijl zij gedurende hun leven decennialang de 'vrijheid' verkozen boven 'bemoeienis' van instanties, is nu een tijd aangebroken waarop zij zich wel wenden tot hulpverlenende instanties. Als na-effect van de drugsepidemie van de jaren '70 en '80 zien we dat deze volwassenen op leeftijd zich de laatste jaren vaker melden bij zorgloketten. Nieuwe daklozen Aan de diversiteit van de doelgroep daklozen zijn de laatste jaren groepen toegevoegd als de economisch dakloze, de stropdasdakloze, bankslapers, en dergelijke.

Zowel onderjongeren, volwassenen als gezinnen treffen we een subgroep aan bij wie verslaving en/of psychische problematiek geen rol spelen in het dak- of thuisloos raken. Deze groep had of heeft vaak een baan of studie, had een zelfstandige woonruimte of woonde samen en leefde - naar eigen zeggen - in goede omstandigheden. Zij raken vaak dak- of thuisloos door een gebeurtenis die grote impact heeft op hun leven. Vaak is een opeenstapeling van administratieve en financiële problemen, waardoor men 'het niet meer overziet de

•ook wel zelforganiserend vermogen genoemd

24

basis voor het dak- of thuisloos raken. Professionals zien een stijging van deze groep bij wie geen verslaving of psychische problematiek speelt. De complexiteit van de samenleving, lees- en ICT-vaardigheden en (lage) IQ spelen hier een rol. Deze groep ook veelal man en landelijk geloof ik echt 70% vanwege scheiden. Kwetsbare groepen Professionals geven aan dat de samenstelling van de populatie dak- en thuislozen diverser en de problematiek complexer is geworden. Door de lange wachtlijsten voor intramurale plaatsen in GGZ-instellingen neemt het aantal kwetsbare mensen met psychiatrische problemen dat zelfstandig woont, toe. Professionals zien als gevolg hiervan dat daklozen met complexere psychiatrische problematiek in de maatschappelijke opvang verblijven terwijl de nodige hulp daar niet geboden kan worden. Het gaat hier met name om de doelgroep volwassenen. Vrouwenopvang Vrouwenopvang is opvang van slachtoffers van(huiselijk) geweld en kindermishandeling (HGKM). Dit vindt plaats in verschillende relaties en kent verschillende vormen. • Geweld vindt plaats in (ex-)partnerrelaties; • in relaties tussen volwassenen en kinderen (kindermishandeling en oudermishandeling); • in relaties met ouderen (65+; ouderenmishandeling); • tussen kinderen en tussen volwassen familieleden/ huisvrienden.

HGKM kan de vorm aannemen van fysiek, psychisch en seksueel geweld; Bij geweld richting kinderen en ouderen ook de vorm verwaarlozing. Slachtoffers kennen geen specifiek gender, mannen zijn net zo goed slachtoffer van huiselijk geweld.

Bij de vrouwen in de vrouwenopvang is de aanleiding voor de dak- of thuisloosheid duidelijk, zij zijn vanwege huiselijk geweld hun woning ontvlucht. Bij deze groep spelen geldproblemen minder vaak een rol, een kwart van deze vrouwen heeft schulden, tegenover ruim 60% van de vrouwen in de gezinsopvang en drie kwart bij de volwassenen. De vrouwen in de gezinsopvang geven ook vaak aan dat relatieproblemen de aanleiding vormen voor de dak- of thuisloosheid. Daarnaast worden geldgebrek en het niet hebben van een sociaal netwerk genoemd. Veel vrouwen geven aan niet of slechts zeer kort bij vrienden of familie te hebben kunnen verblijven. Mensen in het netwerk zijn vaak klein behuisd en hebben zelf ook kinderen. Daarnaast speelt geld ook hier een rol dat de vrouwen vaak weinig tot geen inkomen hebben waardoor ze niet kunnen bijdragen aan de kosten voor levensonderhoud of huur.

Definities, begrippen en afkortingen ASG:Ambtelijke Stuurgroep De ambtelijke stuurgroep (A5G) is een regulier afstemmings- en voorbereidingsoverleg ten behoeve van de bestuurlijke overlegtafel, waarin gemeenten op managementniveau vertegenwoordigd zijn. Bemoeizorg /Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) in de kern betreft bemoeizorg zorg die ongevraagd wordt verleend en dus zonder dat de cliënt/patiënt daarvoor toestemming heeft verleend. Doelen van bemoeizorg zijn onder meer het geleiden van zorgwekkende zorgmijders naar reguliere zorg, het verminderen van problemen die de cliënt zelf of zijn omgeving ervaart, de kwaliteit van leven van de cliënt te verhogen en de overlast, die de cliënt in sommige gevallen veroorzaakt, te verminderen. Bemoeizorg wordt opgedrongen als de hulpvraag van de betreffende persoon niet kan worden afgewacht. Beschermd Thuis Beschermd thuis is de beweging na 2015 dat mensen ondersteuning krijgen in hun eigen huis en daardoor toch mee kunnen doen in de samenleving en structuur in hun dagelijks leven behouden. BW:Beschermd Wonen (BW) Bij beschermd wonen gaat het in het algemeen om het bieden van een combinatie van huisvesting en begeleiding waarbij 24-uurs-toezicht in de nabijheid nodig is.

BW is bedoeld voor personen met chronische, dus langdurige psychiatrische en/of psychosociale problemen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Centrumgemeente (Vlaardingen) Bij maatschappelijke opvang is gekozen voor een constructie met zogenaamde centrumgemeenten:

26

Nederland is verdeeld in 43 regio's waarbinnen aan één gemeente de status van centrumgemeente is toebedeeld. Die 43 centrumgemeenten ontvangen jaarlijks een speciale uitkering voor MO die ten behoeve van de uitvoering van deze taak dient te worden besteed. Het is daarbij nadrukkelijk de bedoeling dat die bestedingen aan de gehele regio ten goede komen. Voor deze regio is dat Vlaardingen. Dak- en thuisloosheid Dak- en thuisloze personen zijn personen, ouder dan 18 jaar, die niet beschikken over een eigen woonruimte en geen vooruitzicht hebben op een stabiele slaapplek en zijn aangewezen op: 1) buiten slapen; 2) binnen slapen in passantenverblijven, noodopvang en 24-uursvoorzieningen van de maatschappelijke opvang; 3) binnen slapen bij vrienden, kennissen of familie (bankslapers). Door-decentralisatie maatschappelijke opvang Niet alleen de 43 centrumgemeenten, maar alle 355 gemeenten gaan zich volledig inzetten voor inwoners die in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang en daartoe alle regionale samenwerkingsafspraken hebben gemaakt. Daarmee wordt geregeld dat gemeenten voortaan verantwoordelijk zijn voor maatschappelijke opvang voor de eigen inwoners en daartoe ook in staat zijn, omdat ze daarvoor ook de middelen ontvangen.

DUMO:Decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang Om de maatschappelijke opvang uit te kunnen voeren krijgt centrumgemeente Vlaardingen middels een decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang (DUMO) van het Rijk geld.

DUVO:Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang Om de vrouwenopvang uit te kunnen voeren krijgt centrumgemeente Vlaardingen middels een decentralisatie-uitkering vrouwenopvang (DUMO) van het Rijk geld.

GGZ: Geestelijke gezondheidszorg De geestelijke gezondheidszorg (ggz) is, als vakgebied van de gezondheidszorg, een toegepaste wetenschap die zich met de psychische gezondheid van mensen bezighoudt.

Een-route regeling Het SUWR is gemandateerd namens de gemeenten (Rotterdam, Maassluis, Vlaardingen, Schiedam, Capelle a/d IJssel) urgentieverklaringen af te geven. Dit doet het SUWR ook in het kader van de regeling uitstroom zorginstellingen (1-route regeling). Deze stelt dat cliënten die uitstromen uit zorginstellingen urgentie kunnen krijgen voor het verkrijgen van een woning.

HGKM: Huiselijk Gewelden Kindermishandeling

ETHOS: Euopean Typology of Homelessness and Housing Exclusion Voor de maatschappelijke opvang wordt ingezet op het uitvoeren van een ETHOS telling. ETHOS Light is ontwikkeld als instrument om het aantal dak- en thuisloze mensen in kaart te brengen en geldt als minimale classificatie van dakloosheid. Geclusterd Wonen Bij geclusterd wonen, moet je denken aan een woonvorm van een aantal (tussen de 6 en 10) woningen/ appartementen, waarin mensen zelfstandig wonen en waarbij er een gezamenlijke ruimte is waar deze mensen elkaar kunnen ontmoeten. Zij kunnen indien nodig ondersteuning krijgen. GGD: Gemeentelijke gezondheidsdienst In deze regio hebben we de GGD Rotterdam- Rijnmond. Zij bevordert en beschermt de gezondheid van de inwoners in de regio. Dit doet de GGD voor 13 gemeenten in regio Rijnmond vanuit de Wet Publieke Gezondheid.

Housing First Housing First is ontworpen voor mensen die veel hulp nodig hebben om uit langdurige- of herhaaldelijke dakloosheid te komen. De methode richt zich in tegenstelling tot de traditionele aanpak, op het direct huisvesten van dakloze mensen. De begeleiding richt zich op het mogelijk maken dat iemand met succes in zijn eigen huis woont. Intramuralezorg Intramurale zorg (letterlijk: zorg binnen de muren) is zorg die geboden wordt in een zorginstelling, zoals een verpleeghuis, een instelling voor verstandelijk gehandicapten of een ggz-instelling. Logeer en herstelplekken Het bieden van een vrijwillige time-out in een beschermd woonomgeving. De opgave is om steeds meer hulpverlening en ondersteuning te bieden voor de inwoners in hun eigen omgeving. Wat je vaak ziet gebeuren is dat inwoners een terugval krijgen, dat inherent is aan verslaving en psychiatrie. Het bieden van een vrijblijvende plek aan inwoners wanneer ze een terugval hebben, vergroot de kans van slagen voor herstel en passende opvang.

27

LVB:Licht verstandelijke beperking LVB is de afkorting van licht verstandelijke beperking, een beperking die je meestal niet aan de buitenkant ziet. Mensen met een LVB hebben aanzienlijke beperkingen in hun cognitieve ontwikkeling en in hun adaptieve vaardigheden, ook wel sociaal aanpassingsvermogen genoemd. Mevis Mevis is de nieuwe partner in de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS) voor de uitvoering van de jeugdhulp. Van laagdrempelige hulp in de wijkteams tot specialistische hulp, wanneer nodig. Ministerie van J&V: Ministerie van Justitie en Veiligheid Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) is verantwoordelijk voor onze rechtsorde. Een rechtsorde waarin mensen moeten kunnen samenleven, ongeacht hun opvattingen of levensstijlen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt bovendien aan een veiliger en rechtvaardiger samenleving. Ministerie van VWS: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het ministerie van VWS zet zich in voor de gezondheid en kwaliteit van leven van alle Nederlanders. Door te werken aan goede, betaalbare, duurzame zorg en ondersteuning. Door preventie en goede voeding te stimuleren. En door ervoor te zorgen dat er (top)sportvoorzieningen zijn.

MO: Maatschappelijke opvang Bij maatschappelijke opvang gaat het hoofdzakelijk om het bieden van tijdelijke, relatief kortdurende opvang aan mensen die vanwege dakloosheid bij ons in beeld zijn gekomen. In veel gevallen ligt meervoudige problematiek hieraan ten grondslag: combinaties van schulden,

28

huisuitzetting, werkloosheid, psychische problemen en verslaving zijn niet zelden aanwezig. Ook na detentie kan iemand dakloos zijn. Movisie Movisie is een landelijk kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken. MVS:Maassluis, Vlaardingen & Schiedam. Hiermee wordt de regio bedoeld dat bestaat uit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. NvO:Norm van Opdrachtgeverschap Het Rijk en de VNG hebben afspraken gemaakt in de NvO over de -niet vrijblijvende- samenwerking tussen gemeenten, om goede ondersteuning te kunnen blijven bieden aan inwoners die aangewezen zijn op beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Conform de NvO dient elke regio regionale samenwerkingsafspraken te hebben vastgesteld op de volgende punten: de samenwerking, de toegang, de zorgcontinufteit governance, bovenregionale inkoop en plaatsing, administratieve lasten en meerjarencontractering. OGGZ• Openbare geestelijke gezondheidszorg Zie bemoeizorg. Outreachend Outreachend werken is een koepelterm voor ondersteuning buiten de eigen organisatie en binnen de leefwereld van maatschappelijk kwetsbare mensen. Het gaat om een actieve manier van contact leggen met mensen die daar niet altijd zelf om vragen. Outreachers gaan aan de slag op straten en pleinen, in huiskamers of in andere organisaties of instellingen.

RBO:RegionaalBestuurlijk Overleg MOBWVO MVS Het Regionaal Bestuurlijk Overleg MO/BWNO wordt bestuurlijk verantwoordelijk voor de regionale samenwerking. Het RBO geeft de Ambtelijke Stuurgroep MOBWVO (ASG) opdracht om de uitvoering van de regionale visie te volgen, sturen en bij te sturen indien nodig. Rogplus Rogplus is de uitvoeringsorganisatie in de MVS-regio voor meerdere onderdelen van de Wmo. Zij zorgen dat iedere inwoner van Maassluis, Vlaardingen of Schiedam mee kan (blijven) doen in de samenleving en (langer) zelfstandig kan wonen. Satellietwoningen Dit is een vorm van beschermd wonen. Het gaat om losse woningen waarbij de begeleiders op afspraak langskomen. Afhankelijk van je zorgvraag kan ondersteuning zich op een of meer levensgebieden richten: financiën, dagbesteding, huiselijke relaties, geestelijke gezondheidszorg, lichamelijke gezondheid, en huisvesting. Tussenvoorziening Tussenvoorzieningen zijn woon-zorgvoorzieningen die plaats bieden aan inwoners met een licht verstandelijke beperking en een psychische kwetsbaarheid. Het is een plek voor mensen in psychische nood om even tot rust te komen zodat een crisis of een opname in een GGZinstelling voorkomen kan worden.

Een andere vorm is dat een inwoner met GGZ-problematiek en/of een licht verstandelijke beperking na een klinische opname of na detentie er tijdelijk terecht kan omdat een eigen woning nog buiten handbereik is. De tussenvoorziening dient dan om de stap tussen intra- en extramuraal wonen te kunnen zetten. Naast het dak boven het hoofd kan er ook behandeling geboden worden.

VNG: Vereniging voorNederlandse Gemeenten De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is dé belangenorganisatie en het kennisplatform voor alle Nederlandse gemeenten. Het doel van de VNG is om de krachten van gemeenten te bundelen en gezamenlijk op te treden in het belang van de lokale overheid en haar inwoners. Dit doen wij door invloed uit te oefenen op landelijk niveau en de maatschappelijke opgaven centraal te stellen. Samen zorgen wij voor een sterke en toekomstbestendige lokale overheid. VO: Vrouwenopvang Vrouwenopvang is het tijdelijk bieden van onderdak en begeleiding aan vrouwen die, al dan niet gedwongen, niet meer thuis kunnen wonen in verband met relatieproblemen, of in aanraking zijn geweest met huiselijk geweld. Winterkouderegeling Net als verschillende gemeenten in Nederland kent de regio Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de winterkouderegeling. Deze regeling gaat in wanneer de temperaturen onder het vriespunt dalen. Als de winterkouderegeling van kracht is, krijgt iedereen een gratis slaapplek, ongeacht waar iemand vandaan komt en ook als iemand er normaal gesproken geen recht op heeft. Voorwaarde is wel dat de betreffende persoon nergens anders kan slapen. Wiz Wet Langdurige Zorg De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening.

Wmo: Wet Maatschappelijke ondersteuning Gemeenten ondersteunen mensen met een ziekte of beperking en ouderen die thuis wonen. Het doel is dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en dat zij goed mee kunnen doen in de maatschappij. Dit is geregeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Woonplaatsbeginsel Het Rijk heeft het zogenoemde 'woonplaatsbeginsel 'beschermd wonen' opgesteld. Doel van het woonplaatsbeginsel is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor hun eigen inwoners. Het woonplaatsbeginsel geldt alleen voor nieuwe cliënten per ingangsdatum van het woonplaatsbeginsel beschermd wonen. Voor bestaande cliënten blijft de gemeente die de beschikking heeft afgegeven verantwoordelijk. Wanneer de woonplaatsbeginsel ingaat is nog onbekend. Zorgmijders Zorgmijding is het verschijnsel dat sommige mensen geen hulp zoeken terwijl ze die wel nodig hebben. Zorgmijding kan meerdere oorzaken hebben.

Norm van Opdrachtsgeverschap Dit hoofdstuk laat zien hoe de MVS-gemeenten invulling geven aan de niet-vrijblijvende samenwerkingsafspraken. 3.1 De regiovisie wordt door elke afzonderlijke gemeenteraad in de regio vastgesteld. Na het compleet maken van de regiovisie wordt deze begin 2024 aangeboden aan de afzonderlijke gemeenteraden van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. 3.2 De regiovisie komt tot stand in samenspraak met o.a. professionals (vertegenwoordigers van) inwoners, ervaringsdeskundigen en ketenpartijen. Om de benodigde input te verzamelen voor het opstellen van deze regiovisie vonden diverse gesprekken plaatsgevonden met vertegenwoordigers van lokale participatieraden, zorgpartijen, woningbouwverenigingen en ervaringsdeskundigen. Hierover is meer informatie te vinden in hoofdstuk 1.3 en in bijlage 3. 33 De regiovisie beschrijft hoe gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties voor beschermd wonen/ maatschappelijke opvang/ vrouwenopvang borgen. Door bij de financiering van beschermd wonen te werken met bouwstenen willen de gemeenten een gevarieerd aanbod samenstellen, ook voor doelgroepen die tot dusver onvoldoende worden bediend. Daarbij is met de bouwstenen op- en afschalen van ondersteuning mogelijk en kan zorgcontinuiteit worden gegarandeerd richting zwaardere en lichtere vormen van zorg. Hierover is meer te vinden in hoofdstuk 6.

3.4 Na invoering van het woonplaatsbeginsel afspraken maken over de verwerving van plekken buiten de eigen regio. Op het moment van schrijven van deze regiovisie is nog veel onduidelijkheid over de verdeling van de middelen, het woonplaatsbeginsel en de doordecentralisatie van beschermd wonen. Dit geeft ons de ruimte om de financiële situatie momenteel gelijk te houden omdat er geen sprake is van een financieel risico voor de afzonderlijke gemeenten. In de tussentijd sorteren we voor en doen we onderzoek naar een nieuw financieel verdeelmodel op basis van verevening vanaf het moment van doordecentraliseren. Hier vertellen we meer over in hoofdstuk 3 en 8. 35 De regiovisie beschrijft de wijze waarop lokale toegang verbonden is met de regionale maatschappelijke opvang en gecontracteerde hulp. Het doel is om één toegang voor alle maatschappelijke opvanglocaties te realiseren. Ook de preventieve functie van de toegang willen we in de komende periode versterken, waarbij de gemeente een steeds nadrukkelijkere rol krijgt. Hiermee bereiken we een verbetering in de dienstverlening en weten we vaker opname in de opvang of beschermd wonen te voorkomen. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van de directe toegang tot samenhangende hulp voor hele gezinssystemen (slachtoffers, plegers en andere betrokkenen van huiselijk geweld).

Met als doel sneller en vroegtijdiger de juiste integrale hulp inzetten. Deze plannen worden verder uitgewerkt in hoofdstukken 4,5 en 6 en uiteindelijk in de nog op te stellen uitvoeringsplannen.

3.6 De regio's organiseren in hun regiovisie een nietvrijblijvende governance. Ten aanzien van de governance zijn heldere afspraken gemaakt over wie wat doet, waar het mandaat binnen de samenwerking ligt en wat er lokaal en regionaal georganiseerd wordt. Hoofdstuk 7 gaat in op de verdere inrichting van dit proces.

3.8 Gemeenten zetten vanuit zowel stabiliteit als innovatie in op meerjarige contralering met daarbij ruimte voor innovatieve initiatieven. Stabiliteit en innovatie van beschermd wonen maakt onderdeel uit van de inkoopstrategie bij Rogplus. Voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt dit verder uitgewerkt om over te gaan tot langdurige aanbesteding waar innovatie onderdeel van uitmaakt.

3.7 De regio's verplichten zich tot beperking van administratieve lasten. Voor de aanbieders BW gebruiken wij de landelijke IWmo-standaardent volgens welke de aanbieders de door hen geleverde de declaraties kunnen indienen. De administratieve lastendruk worden voor gemeenten en aanbieders hiermee beperkt. Aanbieders leggen op basis van de IWmo-standaarden jaarlijks financiële verantwoording af middels het Landelijke Accountantsprotocol2. Voor MO en VO is er sprake van subsidiëring van aanbieders. Monitoring vindt plaats door de gemeente Vlaardingen op basis van de subsidie-voorwaarden. Verder maken we gebruik van kwaliteits- en contractmanagement. We werken daarvoor samen met zowel de consulenten en aanbieders. 1.https://www.istandaarden.n1/iwmo/over-iwmo/werkenmet-iwmo 2.https://www.nba.nlisiteassets/themailthemacontroleprotocollen/provincies-en-gemeenten/algemeenaccountantsprotocol-isd-2022/isdprotocolwmojw202222071-dd-15-12-22.pdf

31

Verslag stakeholders Inleiding Met genoegen presenteren wij de terugblik van de stakeholdersbijeenkomst Regiovisie beschermd wonen (BW), maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO). Op 29 juni 2023 vond de bijeenkomst plaats in het Delta Hotel in Vlaardingen. De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam werken samen op het gebied van BW, MO en VO. Die samenwerking willen we vastleggen in een regiovisie BW MO VO. De dag begon met een welkomstwoord van wethouder Arnoud Proos van de gemeente Vlaardingen die vertelt waarom we gezamenlijk toewerken naar een regiovisie en wat het belang daarvan is. Vervolgens heeft de heer Peter Paul Doodkorte (Regioadviseur bij de VNG) wat vertelt over de landelijke ontwikkelingen BW MO en VO. Hier zijn beleidsadviseurs Sara Does en Myriam Putman van de gemeente Vlaardingen op een leuke, interactieve manier mee verder gegaan aan de hand van prikkelende stellingen via de Mentimeter. Daarna zijn we in groepjes uiteen gegaan en hebben we aan de hand van een aantal hoofdthema's gesproken over hoe we BW, MO en VO in onze regio de komende jaren kunnen verbeteren. Dit is plenair teruggekoppeld. We hebben de dag afgesloten met een lunch verzorgd door het Delta Hotel. In deze terugblik delen we de belangrijkste input, inzichten en conclusies die voortkwamen uit het plenaire gedeelte en de tafelsessies.

Dat vormt ook de input voor de op te stellen Regiovisie.

32

Maassluis

'41 gemeente

Schiedam

all~~1~11111 anallailla

Ea -X.4P 2;EN t<le) tGa,..r te '

1.7

Ce,y )

Pstuze,„,, ciegn,

in; 2: De toegang is niet deskundige eg om een juiste inschatting te maken plaatsing

•

(lineens

0

Ontwikkelingen Beschermd Wonen In de uitvoering van de Wmo wordt BW verstrekt als een maatwerkvoorziening, er wordt een indicatie gesteld en een beschikking afgegeven. Financieel is BW nu nog een centrumregeling. Bij een centrumregeling zijn door het rijk gemeenten aangewezen die mede namens andere gemeenten bepaalde taken en bevoegdheden hebben. In de MVS-regio is Vlaardingen centrumgemeente. In de MVS-regio is besloten de uitvoering van BW te beleggen binnen de gemeenschappelijke regeling ROGplus vanaf 2022. ROGplus is daardoor, voor wat betreft BW verantwoordelijk voor de indicering, inkoop, informatievoorziening, contractmanagement en toezicht op de kwaliteit. De commissie Dannenberg bracht in 2015 een advies uit over de toekomst van BW in relatie tot MO en andere gemeentelijke taken. Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Beschermd Thuis is het bieden van ondersteuning in een beschermde woonomgeving voor de meest kwetsbare inwoners. Het gaat om inwoners die de regie over hun leven kwijt zijn en niet zelfstandig of met hulp van hun omgeving kunnen zorgen voor een stabiele woonplek en een goed leven. Hierbij kijken we naar wat het beste past bij de situatie van de cliënt en bieden we ondersteuning in de eigen woonsituatie.

Hoe kan de cliënt gebruik maken van zijn eigen talenten en daarmee zo veel mogelijk mee doen met de samenleving? Hier horen een aantal organisatorische ontwikkelingen bij: BW wordt gedoordecentraliseerd. Dit betekent dat alle gemeenten zelf verantwoordelijk worden voor BW en alle gemeenten ontvangen de financiële middelen voor de eigen inwoners. Dit vraagt een samenwerking tussen gemeenten. Echter is deze doordecentralisatie uitgesteld. De herverdeling van het gemeentefonds is

34

uitgesteld omdat de tweede kamer tijd nodig heeft om hierover te besluiten. Aan het verlengde hiervan staat het woonplaatsbeginsel. Deze is ook uitgesteld. Voor de gemeenten en aanbieders komen hierdoor nieuwe opgaven. Hoe gaan we die beweging naar beschermd thuis faciliteren wetende dat de middelen daarvoor diffuus zijn? De gemeenten (via de VNG) hebben gezamenlijk afgesproken welke normen zij hanteren om te zorgen voor goed opdrachtgeverschap. Dit staat in de Norm van Opdrachtgeverschap (NvO) Hier zijn 8 afspraken gemaakt waar gemeenten zich aan moeten conformeren: 1. Gemeenten stellen in regionaal verband een regiovisie op voor Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang. 2. De regiovisie komt tot stand in samenspraak met o.a. professionals, (vertegenwoordigers van) inwoners, ervaringsdeskundigen, ketenpartijen; 3. De regiovisie beschrijft hoe gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang borgen; 4. Als het woonplaatsbeginsel voor Beschermd wonen wordt ingevoerd, bevat de regiovisie tevens afspraken hierover; 5. De regiovisie beschrijft de wijze waarop lokale toegang verbonden is met de regionale Maatschappelijke opvang en regionaal gecontracteerde hulp; 6.

De regio's organiseren in hun regiovisie een nietvrijblijvende Governance, met één onderling overeengekomen en gedragen aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio; 7. De regio's verplichten zich tot beperking van administratieve lasten;

8. Gemeenten zetten vanuit zowel stabiliteit als innovatie in op meerjarige contracteren met daarbij ruimte voor innovatieve initiatieven. Vraag uit het publiek: We zien de beweging van cliënten en de steeds groter wordende problematiek die daarbij samenhangt. In de afgelopen jaren zien we dat de doelgroep heel erg veranderd, maar dat ook de tolerantie van bewoners en inwoners anders wordt. Dit strookt met de gedachte dat we meer in de woonwijken dicht bij de mensen willen organiseren. Veel bewoners leven met de gedachte: Not in my backyard. • Antwoord: Het gaat om het voeren van de juiste gesprekken. Hoe kan je een wijk ontzorgen met de juiste voorzieningen? Het gesprek zal continu gevoerd moeten worden. Ondertussen zijn er verschillende acties en ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de doelgroep en de hulpverlening die geboden wordt. Denk bijvoorbeeld aan: • Invoering Wet Aanpak Meervoudige problematiek sociaal domein; • Terugdringen van de hoge instroom WLZ-GGZ; • Het opnieuw invoeren van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Wmo; • De zoektocht naar vermindering van de administratieve lasten; • Invoering van het PGB 2.0; • De woonopgave voor alle prioritaire doelgroepen (statushouders, psychische kwetsbaarheid, vluchtelingen, ouderen, etc.). Maar welke prioritaire doelgroepen hebben dan prioriteit?; • Krapte op de arbeidsmarkt; • Overspannen woningmarkt.

Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang De MO valt ook onder de werkingssfeer van de WMO, maar is geen maatwerkvoorziening. VO betreft een vorm van MO voor een bijzondere doelgroep. Ook voor MO en VO is sprake van een centrumregeling, met de gemeente Vlaardingen als centrumgemeente. Landelijk is bepaald dat de centrumgemeente in ieder geval tot 2026 verantwoordelijk blijft voor MO en hiervoor de financiering ontvangt vanuit het Rijk. Voor VO blijft de centrumregeling van kracht. De conclusies van de commissie Dannenberg gelden ook voor MO en VO: toewerken naar sociale inclusie in de eigen sociale omgeving. Het inzetten op Housing First is in de MO daar een voorbeeld van. In 2025 wordt landelijk, mede op basis van de ervaringen met de decentralisatie van BW, bekeken of ook MO gedecentraliseerd kan worden per 2026. De Norm van Opdrachtgeverschap van de VNG is ook hier van toepassing. Vervolg Alle input wordt gebruikt voor het verder opstellen van de Regiovisie. De regiovisie zal de kaders bepalen waarin wij in de regio met elkaar samenwerken en continuiteit waarborgen. Daarna worden afzonderlijke uitvoeringsplannen gemaakt per onderwerp (BW, MO & VO). Hier komen concrete acties naar voren waar we met elkaar mee aan de slag gaan. De partners betrekken we bij het opstellen van deze uitvoeringsplannen.

Resultaten Mentimeter Stelling Eens

Oneens

Input/opmerkingen vanuit de zaal

Inwoners met complexe problematiek passen niet midden in een woonwijk.

10%

90%

De ervaring leert dat het met de buurt enorm gaat escaleren. Dan ben je nog verder van huis. Soms zijn cliënten nog niet klaar om in de wijk te wonen. Het gaat erom hoe je kan samenwerken rondom de cliënt. Dit is een samenwerking met de buurt, maar ook met andere organisaties. Maatwerk leveren is belangrijk.

De toegang is niet deskundig genoeg om een juiste inschatting te maken voor plaatsing.

49%

51%

Dit klinkt alsof er één deskundige nodig is om de inschatting te maken voor plaatsing. Er zijn meerdere deskundige meningen nodig. Een stevig netwerk is hierbij van belang. Oppassen voor teveel deskundigen, omdat anders maatwerk leveren dan lastig wordt.

We hoeven niet voor iedere zorgbehoefte passend aanbod te hebben.

61%

39%

Maatwerk is een juiste oplossing. Bepaalde standaarden hanteren zodat zoveel mogelijk cliënten geholpen kunnen worden. Goed genoeg is ook goed. Het is niet nodig om voor elke zorgbehoefte een antwoord te hebben. Maatwerk is dan nodig.

Plegers van huiselijk 5% geweld mogen geen toegang krijgen tot de (daklozen)opvang.

95%

Je ontneemt iemand een plekje die op straat staat en het misschien nodig heeft. Plegers van huiselijk geweld zijn vaak getuige geweest van huiselijk geweld. Dus daders en slachtoffers hebben allebei zorg en begeleiding nodig. Nu worden de slachtoffers en kinderen uit huis geplaatst (bij code rood = ernstig gevaar), dit zou andersom moeten.

Met één centrale toegang bij de centrumgemeente is de cliënt beter af.

84%

16%

Er is weinig eenheid bij de toegang. Verschillende manieren van beoordelen en toelaten. De basale hulpverlener is beter af met een centrale toegang in centrumgemeente. Beter cijfers te krijgen. Laagdrempeligheld is wel belangrijk.

Het afbouwen van middelengebruik moet in het behandeltraject meegenomen worden.

53%

47%

Het gaat om de intrinsieke motivatie van de cliënten. Als dat wordt geforceerd ontstaat veel frictie. Eerst perspectief bieden, waardoor minder behoefte ontstaat voor middelengebruik. Het moet niet automatisch meegenomen. Als het een probleem vormt dan moet het meegenomen worden.

35

Tafelgesprekken Tafel 1: Beschermd Thuis/Housing First

Plenaire terugkoppeling: De omgeving en het netwerk moet betrokken worden bij het plaatsen van cliënten in de wijk. Helaas zijn de wijken hier nog niet klaar voor en dient er rekening te worden gehouden met de impact op de bewoners van een wijk en met het voorzieningenniveau in de wijk.

Beschermd Thuis Stelling:Inwoners met complexe problematiek passen netmiddenin een woonwijk. • Hetis welmoeilijk maar niet onmogelijk. • Begeleiding moet goed zijn dan is de kans op overlast kleiner. • Snel op- en af kunnen schalen van de zorg is belangrijk. • Bij wijkteams is al veel expertise aanwezig, maar niet op bewonersniveau. • Moeten woonlocaties wel bekend zijn bij de wijkagent of werkt dat stigmatiserend? • Vroeg signaleren, elkaar weten te vinden: woningbouwvereniging, huisarts, Veilig Thuis etc. • Clientperspectief; • Wat is complex? Hoe een professional dat beoordeelt en hoe een medebewoner dat ziet, kan verschillen. Veel cliënten met dezelfde problematiek bij elkaar, ook al zijn het gescheiden locaties in verschillende straten (cliënten gaan bij elkaar langs), versterkt de kans op overlast en gevoel van onveiligheid. Cliënten vallen geregeld op door uiterlijk, beperkingen of gedrag wat stigmatiserend kan werken.

36

Stelling: Beschermd Wonen is met 24u toezicht. - Dat is maatwerk • Videobellen of een noodknop kan een oplossing zijn als er 's nachts geen begeleiding is. • Beschikbaarheid versus bereikbaarheid. Waar je in nood naar toe kunt, dat moet geregeld zijn. Sommige problemen worden alleen zichtbaar bij face-to-face contact. • Mooi voorbeeld: Stichting JN5 Groenelaan Schiedam "behoefteknor voor cliënten. Stelling:De wijken zijn alklaar voor onze doelgroep (BW). - Nee nog niet • Geregeld een integrale buurtvergadering met alle partijen. Mooi voorbeeld: goed bezochte bewonersvergadering via Woonplus waarbij een Turks sprekende medewerker vooraf contact had gelegd. • Duidelijke communicatielijnen vooral bij veranderingen zoals een andere wijkagent. • Kom eens kijken in de wijk en vertel wat je doet en waar inwoners naar toe kunnen. Zorgaanbieders zijn soms moeilijk bereikbaar voor de omwonenden. • Medebewoners vinden cliënten soms eng en weten niet wat te doen. Medebewoners van de wijk moeten weten wie ze (anoniem) kunnen bellen bij zorgen of overlast, een permanent nummer is nodig. Stelling:Een woonzorgcontract van I jaar is tekort. • Discussie vanuit meerdere perspectieven • Woonzorgcontracten zijn meer vanuit de woningbouwverenigingen in het kader van de beheersbaarheid? Cliënten ervaren het vaak als verplichting.

• Cliënten moeten nog wel een eigen bijdrage betalen ook als ze heel weinig zorg ontvangen zoals bij een waakvlam.

Housing First

•

• •

•

• •

Housing first gaat niet alleen over een huis maar is juist ook een begeleidingsmethode. Voor welke cliënten is deze aanpak geschikt? Wordt vaak alleen voor de"zwaarste"cliënten ingezet; bewezen niet groepsgeschikt, jaren op straat/ draaideur, middelen gebruik etc. Begeleidingstrajecten zijn niet goedkoop omdat het over de grenzen van normale begeleiding heen gaat, maar op straat leven/ MO kost ook veel geld. Motivatie van de cliënt is erg belangrijk bij een HF traject. Preventie dakloosheid gezinnen: gezin blijft, pleger weg met een huisverbod- dat kan al. Maar de pleger moet een alternatieve verblijfplaats worden aangeboden. Huisvesting is een eerste levensbehoefte. Bewezen is dat er pas ruimte komt om aan andere doelen te werken als het huisvestingsprobleem is opgelost. Huisvesting breed opvatten, 2 jaar is kort. Perspectief bieden. Niet iedere cliënt wil een huis, oppassen dat we niet vanuit de systeemwereld denken.

Tafel 2: Toegang

Plenaire terugkoppeling:

We moeten vertrouwen op de expertise van de partners. Daarnaast moeten we de partners meer bewegingsvrijheid geven om hun werk te kunnen doen.

Er is behoefte aan een eenduidige toegang met duidelijke richtlijnen voor toewijzing. Het is nu nog verwarrend waar de inwoner zich kan melden voor ondersteuning. Daarnaast wordt de huidige toegang als hoogdrempelig ervaren. Hoge toelatingseisen tot ondersteuning zorgen soms voor schrijnende situaties. Meer inwoners met een ondersteuningsbehoefte zouden hulp moeten kunnen krijgen. Indien de gevraagde hulp niet geboden kan worden, kan een ketensamenwerking met goede overdracht voorkomen dat de inwoner verder in de problemen komt.

37

Tafel 3: Clientperspectief: Wat is de juiste ondersteuning en begeleiding?

Plenaire terugkoppeling: Er is een groot stigma op de doelgroep waar wij mee werken: Onbekend maakt onbemind. We moeten perspectief bieden aan een cliënt om verder te komen. De regie ligt bij de cliënt. Hiervoor moeten we met de cliënten praten en niet over de cliënten.

Passende toeleiding • Eén centrale toegang. • Aanwezigheid van verschillende hulpverleners bij de toegang. Zorgen voor inventarisatie van de problematiek samen met cliënt en netwerk. Diagnose + behandeling. • Juiste indicatie: welke bouwstenen zijn nodig en welke overbruggingszorg? • Stap voor stap aan doelen werken + evalueren. Kaders/randvoorwaarden -> frictie tussen kaders en behoefte cliënt • Duidelijk beleid voor medewerkers. • Duidelijkheid naar cliënt toe. • Maatwerk. • Perspectief bieden (inkomen, opvang/ huisvesting, werk). • Systeemgericht. • Financiën + schulden en wijkagenten. • Voortraject/ preventie is belangrijk. • Basis op orde. • Terug naar vakmanschap van de medewerkers en vertrouwen in hun kunnen. Zorgaanbieders • Kunnen meebewegen met de behoefte. • Eén regievoerder • Afstemmen op cliënt en zijn/ haar situatie/ behoefte.

38

Samenleving • We kijken niet alleen naar cliënt naar netwerk en context. • Niet alles is maakbaar. • Voorbij gaan aan stigma/ zwart-wit denken. • Netwerk is belangrijk. Dit is meer dan hulpverlening. Ook vrienden, familie, voorzieningen etc. • Streven naar'dorpsleven'waarbij de maatschappij zich verantwoordelijk voelt. Hierin spelen sleutelfiguren een grote rol. • We weten als samenleving soms niet wat we met deze mensen aan moeten. Kwaliteit van leven -> basis voor de rest (volgendnaar behoefte cliënt, de rest is niet ►eidend) • Eigen regie is belangrijk. • Jezelf mogen zijn staat voorop. • Denk niet voor cliënten/ inwoners, maar vraag hen zelf. - Client is leidend. • Niet iedere cliënt heeft zelf inzicht in problematiek • Diversiteit: voor elk wat wils binnen bepaalde grenzen. • Maatschappelijke acceptatie is belangrijk. • Afwijken van overheidsregels wanneer dit nodig is, zoals bij AVG. Uitgangspunten • Ondersteuning is tijdelijk. • Ook zonder zorg mag een cliënt verder gaan. • Vroegtijdig + laagdrempelige ondersteuning. • Perspectief bieden. Mogelijkheid tot uitstroom als het kan. • Inzet ervaringsdeskundigheid aanbieden. • Crisis -> structurele hulpverlening -> luisteren. • Als hulpverlener ook over jezelf durven vertellen. • Jezelf als hulpverlener niet boven de cliënt plaatsen.

Algemeen • Meer samenwerken tussen de partners. Behoefte aan meer samenkomen. • Positieve gezondheid gebruiken. • Leren van elkaar.

Tafel 4: Clientreis: Versterk de ketenaanpak

Plenaire terugkoppeling:

We moeten de verantwoordelijkheid neerleggen in de keten waar het hoort. We maken gebruik van elkaars expertise. Er is een vast aanspreekpunt nodig wanneer een cliënt wordt geholpen. Een warme overdracht is hierbij belangrijk.

Toegang: • Eén loket, één regisseur per gezin en bemoeizorg. Eén toegang. • Eén centrale aanmelding per gemeente. Of een loket per gemeente die de route weet naar het centraal onthaal. • Een aanloophuis waar laagdrempelig spreekuren, bijeenkomsten en informatie te vinden is voor bewoners. • Niet alleen code rood aanbod (Vrouwenopvang). Wat is van belang bij de toegang: • De gemeente moet een grotere rol spelen (in de vorm van regiehouder, procescoOrdinator) bij de toegang. Want die weten wat voor aanbod er is. • Gelijke screening, elke organisatie neemt dezelfde cliënt op. Mits specialisatie nodig is, wordt geen persoonlijk onderscheid gemaakt. • Het beschikbaar stellen van een sociale kaart. Weet iedereen wel de juiste routes en lijntjes MO/BW en VO? • Meer ondersteuning tijdens toeleiding en naar toegang vanuit verschillende disciplines (ook huisartsen, scholen, etc.). • Gehoord worden door het eerste aanmeldloket. Gevolgd door ondersteuning bij doorgeleiding. • Meten is weten, we willen graag inzicht in cijfers van o.a. de bezetting en zicht in bewegingen. • Snelheid, soms moet snel ingezet worden op hulp. Out of the box werken.

Samenwerking binnen de keten en wat hierbij helpend is: • Borging binnen organisaties, één persoon is kwetsbaar. • De gemeentes moeten samenwerken (Dock, de Elementen etc.). • Vertrouw in elkaars expertise. • Zoek elkaar op, kom fysiek bij elkaar en overleg vaker (structureel).

Enkele randvoorwaarden voor een goed lopend proces zijn: • Professionalisering en een lerende omgeving. • Duidelijk beleid, MVS-breed. • Duidelijke prestatieafspraken. • Er is een grijs gebied tussen bemoeizorg en het vrijwillig kader. Waar mogen we net iets verder?

Na de toegang verblijft een cliënt voor een tijd. Wat is belangrijk? • Tussentijds met verschillende partijen evalueren en bespreken. • Een vast aanspreekpunt tijdens het gehele traject. • Versterk elkaars kwaliteiten, als iemand een goede band heeft met de cliënt dan moeten we daar gebruik van maken. • Regie durven pakken en niet naar elkaar wijzen. De overdracht: Wanneer laten we nu iemand los? • Gezamenlijke verantwoordelijkheid delen, het wijkteam ziet zich niet als nazorgpartij, wie pakt wat op? • We schuiven niet af en wie is regiehouder. • Een warme overdracht is een overdracht volgens de normen en waarden van de cliënt. • Maatwerk in de overdracht, goede communicatie is belangrijk. • Bij een terugval kan laagdrempelig met elkaar geschakeld worden, zonder extreme maatregelen. • De doorstroom moet beter toegeleid worden, is de cliënt wel zelfstandig genoeg, waar kunnen we meer loslaten?

39

Tafel 5: Lokaal vs. Regionaal

Plenaire terugkoppeling:

Als we centraliseren vraagt dit expertise bij de organisaties/ mensen die de hulpvragen tot zich nemen. Hierbij is het hanteren van een gezamenlijke aanpak/handelingsprotocol gewenst. Als het lokaal georganiseerd wordt moet het lokale infrastructuur goed meegenomen worden.

1. Watzien we rondom het thema 'watlokaalen wat regionaal' • Versnippering: cliënten en professionals werken niet langs de goede weg. • Lokale verschillen tussen de gemeenten en verschil tussen wat lokaal wordt opgepakt en wat de centrumgemeente uitvoert. 'Leuren' met mensen. • Verschil tussen landelijk beleid-regionaal beleid-lokaal beleid. • Inwoners weten niet hoe de lokale toegang geregeld is. • Inwoners gaan verschillende routes in bij aanvangzorg. • Divers beleid tussen gemeenten, wie is verantwoordelijk voor de toegang. • Het ontbreken van een gezamenlijke visie. • Teveel loketten. • Verschuilen achter de AVG. • Te weinig zicht op wat waar en door wie gebeurt. 2. Waar willen we heen? • Meer samenwerking. • Maatwerk. • Housing first. • Veiligheid voor iedereen. • Adequaat en passende ondersteuning.

40

• Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. • Cliëntgerichte aanpak, niet het organisatiebelang staat voorop. • Meer samen met heel veel anderen. • Aandacht voor draagvlak en draagkracht. • Dezelfde visie meer evidence based. • Duidelijke toeleiding die bij cliënt en professionals bekend is. • Opzetten/verbeteren van de sociale kaart. • Uniform landelijk beleid. • Medewerkers moeten meer ruimte krijgen om maatwerk toe te passen. • Werken volgens 'de bedoeling' i.p.v. de letter van de wet. • Domeinoverstijgend werken. • Vertrouwen in de samenleving.

3. Hoe gaan we dat realiseren? • Daderopvang > gezinshuis. • Aan de slag! Doen wat nu al kan! • In gesprek met inwoners: wat heb je nodig? - Gebruik doorbraak methode. • Gezamenlijk in gesprek zijn. • Lokaal wat kan, regionaal wat nodig. • Meer samenwerking tussen aanbieders en gemeenten. • Lokale sociale kaart. • Lokaal meer keuze in aanbod. • Vertrouwen op vakmanschap. • Deskundigheid vergroten en delen. • Samenwerking en afstemming over afspraken zodat de belangrijkste betrokkenen op de hoogte zijn en niet dubbel worden uitgevoerd. • 1 visie, 1 beleid in 1 regio. • 1 visie en 1 beleid kan nog wel lokaal georganiseerd worden.

4. Wat gaat ergoed? • Op relatieniveau maatwerk mogelijk. • Beleid moet meer op 1 lijn. • Communicatie tussen aanbieders en gemeenten wordt beter het laatste jaar. • Inwoners vinden de juiste ondersteuning. - Korte lijnen op uitvoeringsniveau. Samenvatting Dat los van de discussie over wat lokaal en wat regionaal georganiseerd moet worden het organiseren van een veilig onderdak voor elke cliënt belangrijk is. Feitelijk zou de uitvoering daarvan elke andere discussie moeten overstijgen. In de huidige situatie is de toegang versnipperd en ligt op verschillende plekken. Dat maakt het maken van eenduidige afspraken rondom toeleiding lastig. In de samenvatting van de beide gespreksrondes is naar voren gekomen dat in principe een regionale toegang bij de centrumgemeente wenselijk is maar het vraagt van de centrumgemeente specifieke expertise, een eenduidig handelingsprotocol en een gezamenlijke aanpak gedragen door de drie gemeenten. Een centraal georganiseerde toegang (meldpunt) zou, als tussenvorm, ook gerealiseerd kunnen worden voor BWMOVO en waarbij doorverwezen wordt naar de lokale gemeente. Wanneer gemeenten kiezen voor een lokale toegang (lokaal wat kan, regionaal wat moet ...) en waarbij er lokale voorzieningen zijn voor BWMOVO, dan vraagt dat het goed faciliteren daarvan door de eigen gemeente.

Conclusie De uiteindelijke keuze voor het vraagstuldokaal wat kan, regionaal wat moet is afhankelijk van welke keuzes de drie gemeenten met elkaar maken over de toegang, het organiseren daarvan en de toeleiding naar zorg en ondersteuning.

Tafel 6: Wat hebben hulpverleners nodig om de kwetsbare doelgroep te bereiken?

Plenaire terugkoppeling: Lef. En daarbij de ruimte krijgen om lef te kunnen tonen. Heb vertrouwen in de expertise en kennis van de professionals. Verder moeten we meer gebruik maken van het netwerk van een cliënt en het preventieve voorzieningenaanbod.

Netwerk • Netwerk van hulpverleners. • Samenwerking ketenpartners; geen wal-schip situaties • Het netwerk kennen. • Contacten/netwerk niet professionals. • Sterk netwerk. • Ogen en oren in de wijk (wijknetwerk). • Familie en vrienden die zorgen hebben, die signaleren en ons weten te vinden. Een sterk netwerk is juist nodig omdat de wetgeving zo vaag is. Benadrukt wordt dat het belangrijk is om het netwerk in stand te houden; is nu vaak persoonsgebonden (relatie) Kennis • Visie op bejegening zoals positieve gezondheid, competentiegericht begeleiden. • Huisartsenige basiskennis om beoordeling te kunnen doen. • Kennis van multi-complexe problematiek. • Bekendheid van en begrip voor de inhoud van de specifieke hulpverlening voor deze doelgroep. • Bekendheid bij voorliggend veld. Kennis is niet alleen opleiding; het niveau van je opleiding betekent niet per definitie dat je veel kennis in huis hebt. Kennis is niet alleen belangrijk bij de hulpverlener, maar vooral ook bij de melder, de indicatiesteller, de doorverwijzer, de financiers (gemeente), zodat er een juiste match gemaakt kan worden.

Ruimte • Maatwerk kunnen leveren. • Vertrouwen. • Ruimte voor onorthodoxe oplossingen. We hebben mensen nodig met LEF, die ook naast de lijntjes durven gaan, er toch op af durven te stappen en ruimte voor professionals om een doorbraak te krijgen. Durf samen (met andere professional) op te trekken. Wetgeving • Geen AVG. • Wetgeving waardoor onderling gedeeld kan worden. • Ontschotting in de wetgeving. Het is belangrijk om over voldoende informatie te beschikken om het werk goed te kunnen doen, netwerk is niet los te zien van de wetgeving (AVG).

• Vaak is er geen geformuleerde hulpvraag, maar is hulp wel nodig. Dan doorzetten • Accepteer dat niet iedereen te bereiken is. Wat gaat goed Wat gaat er goed • Er wordt veel meer in gezamenlijkheid opgepakt, vooral ook tussen gemeenten. • Inzet professionals en vrijwilligers; dagelijks zijn heel veel mensen voor deze doelgroep aan de slag. • Laat meer zien waar je trots op bent; soms is het bereiken van de cliënt al een enorm succes. De rest komt dan later.

Capaciteit • Capaciteit (lees plekken) op flexibele wijze inrichten (denk by aan winterregeling). • Meer zorg personeel. • Voldoende opvangplekken (voor alle vormen) Ingang • Lage drempel • Waar bevindt zich de doelgroep; 1-ingangspincipe belangrijk. • Weg naar 1-ingang kan wel divers zijn. • Bekendheid; weten dat je 'daegeholpen wordt. • Doelgroep bereiken door meer veldwerk; somsook inzet bemoeizorg. Algemeen • Voorkom dat hulp nodig is: meer preventie in het voorveld en richt je meer op ontmoeting zoals by door een jeugdhonk of aanloophuis. • Zorg dat vrijwilligers ook over voldoende kennis beschikken of weten waar dit te halen.

41

Bijlage 1: Aanwezige organisaties en partijen

Aanloophuis de Groene Luiken

Veilig Thuis

Participatieraad Schiedam

Rotterdam Rijnmond

Adviesraad Samenlevingszaken Maassluis

Gemeente Schiedam

Rogplus

Waterweg Wonen

Arosa

Gemeente Vlaardingen

Stichting Ekkerlyc

Woonplus Schiedam

Adviesraad Sociaal Domein Vlaardingen

Minters

Stichting Jados

WOT Schiedam

Directzorg Nederland

New Life Living

Stoed

Zero&Sano

En ver

Nico Adriaan Stichting

Stroomopwaarts

ZorgSamen MVS

Gemeente Maassluis

42

Fasen van Maatschappelijke Opvang Fasen voor toegang maatschappelijke opvang

(dreigende) dakloosheid

Bij dreigende dakloosheidmelden inwoners zich bij de wijkteams in de gemeente

Op basis van de woonsituatie wordt de inwoner naarpassend opvang verwezen

Bijhet centraal onthaal vindt een intake plaats met de inwoner en komt de inwoner op een wachtlijst of wordt een crisisbed beschikbaar gesteld

gezinnen, kwetsbaren

alleenstaanden

Elckerlyc

Elementen

In de crisiopvang wordt de situatie van de inwoner gestabiliseerd. De inwoner krijgt hulp bijinkomen, schulden en eventuele emotionele problematiek

12 weken crisisopvang

17 weken crisisopvang

Na de crisiopvang keijgt inwoner een huis toegewezen in eigen gemeente middels de een-route-regeleing

Uitstroom lokaal

Uistroom lokaal

Na uitstroom naar eigen woning krijgt de inwoner ....maanden ondersteuning bijhet zelfredzaam worden.

Ambelante begeleiding

Ambelante begeleiding

43

Toekomstige klantreis voor toegang maatschappelijke opvang Centraal onthaal Bij dreigende dakloosheid melden inwonen zich bijéén loket. Op basis van de problematiek wordt samen met de inwoner een pronlemenanalyse gemaakt van ondersteuningsbehoefte

Gezinnen, kwetsbaren

alleenstaanden

Gezinsopvang

Daklozenopvang alleenstaanden

De inwoner krijgt 10 dagen noodopvang

12 weken crisisopvang Bij toewijzing van maatschappelijk opvang vindt een intakeplaats met inwoner, medewerker wijkteam en begeleider van de maatschappelijke opvang. Hierbij wordt een ondersteuningsplan opgesteld waar tijdens de 12 weken crisisopvang aan wordt gewerkt.

Zelfredzaam

Niet Zelfredzaam Verlenging crisisopvang

Beschermd wonen

I Beschermd wonen

I Wet langdurige zorg

Zelfredzaam

Zelfredzaam

Indien de inwoner na 12 weken kan uitstromen naar een zelfstandige woning verblijft de client in een tussenvoorziening in afwachting van eigen woning. Indien de inwoner in aamerking komt voor beschermd wonen, wordt de crisopvang verlengt in afwachting op een plaatsing bijeen beschermd wonen locatie.

De inwoner krijgt bij uitstroom altijd ondersteuning om de situatie stabiel te houden. Dit kan in de vorm van ambulante ondersteuning ofin de vorm van beschermd wonen..

44

Tussenvoorziening (met ambulante ondersteuning)

Eigen reguliere woning (met ambulante ondersteuning)/ Housing first

dilli

gemeente

Maassluis

°\.../-*\.../•""\. gemeente Schiedam

"\../""\„,,/

-1*%...

."\,.../'"\...../""'\,.

45

Regiovisie beschermd wonen maatschappelijke opvang 2024

Maassluis

gemeente Schiedam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13736748/1