Regiovisie Beschermd wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang
Tekst van het document
2024 Regiovisie beschermd wonen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang
Maassluis
gemeente Schiedam
Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelgroep 1.3 Aanpak 1.4 Leeswijzer
3 4 4 4
2 Achtergrond en visie 2.I Regionale samenwerking 2.2 Norm van Opdradngeverschap 2.3 Sociale inclusie 2.4 Integrale woonzorgvisies 2.5 Visie
5 5 6 6
3. Integrale speerpunten 3. 1 Vergroten Aanbod 3.2. Verbeteren Ketensamenwerking 3.3 Betere monitoring 3.4 Preventie
7 8 8 9
4. Beschermd wonen 4.1 Tussenvormen beschermd wonen 4.2 Begeleiding jongvolwassenen 4.3 Passend aanbod 4.4 Fasen binnen beschermd wonen 5. Maatschappelijke opvang 5.1Moderniseren opvanglocaties 5.2 Passend aanbod 5.3. Fasen binnen Maatschappelijk Opvang 5.4 Winterkouderegeling/ pandemie 5.5 Outreachende hulpverlening 5.6 Centrale toegang 5.7Herijken beleidsregels toegang 5.8 Preventie dakloosheid 5.9 EU migranten
2
o 11 11 11
I2 12 12 14 14 14 14 14 15
6. Maatschappelijk opvang met specialistische begeleiding (Vrouwenopvang) 6.1Aanpak huiselijk geweld 6.2 Toekomstscenario kind-en gezinsbescherming 6.3 Fasen van de vrouwenopvang 6.4 Professionalisering van de wijkteams 6.5 Dienstverlening 6.6 Opvang 6.7 Voorkomen staat centraal 7.
16 16 16 17 17 17 18
Governance 7.1 Norm voor Opdrachtgeverschap niet-vrijblijvende governance 7.2 Uitgangspunten voor samenwerking 7.3 Samenwerking - samenwerkingsovereenkomst 7.4 Bestuurlijke samenwerking 7.5 Centrumgemeente -rol Vlaardingen
19 19 20 20 20
8. Financiële afspraken 8.1Algemeen 8.2 Beschermd wonen 8.3 Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang
21 21 21
Bijlagen 1. Toelichting doelgroep 2. Definities, begrippen en alkortingen 3. Norm van Opdrachtgeverschap 4. Verslag stakeholders 5. Fasen van Maatschappelijke Opvang
22 24 28 30 41
Inleiding 1.1 Aanleiding In 2017 stelden de MVS-gemeenten de regiovisie "Passend Onder Dak"op. Hierin presenteerden zij hun aanpak op het gebied van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De regio stond destijds voor een doelmatige aanpak die sober was, maar wél kwalitatief van voldoende niveau. Het sociaal domein is constant in beweging. In de afgelopen zes jaar is er veel veranderd op het gebied van de samenwerking tussen de MVS gemeenten, de uitvoering van beschermd wonen en de doelgroep van maatschappelijk opvang. De doelgroep wordt steeds complexer en steeds vaker is er sprake van multiproblematiek zoals schulden, verslaving en/of psychische problemen. De zorgvraag past daardoor niet meer in het gewone zorgaanbod, waardoor steeds meer beroep gedaan wordt op instanties zoals de GGZ (geestelijke gezondheidszorg). Om de begeleiding van de verschillende partners af te stemmen is een integrale aanpak noodzakelijk. Ook om verantwoordingscriteria en administratieve lasten van opvanginstellingen te beperken. Systemen en trajecten moeten op elkaar aansluiten. Met de toenemende complexiteit bij de doelgroep en een steeds groter wordende vraag voor ondersteuning zien we sa men met de partners in het werkveld dat de bestaande visie niet meer volstaat.
Er zijn landelijke ontwikkelingen, zoals de doordecentralisatie van beschermd wonen en de Norm van Opdrachtgeverschap (hierna NvO), die maken dat de visie geactualiseerd moet worden. Daarnaast zien we steeds meer overlap in doelgroepen. Maatschappelijk opvang en vrouwenopvang zijn het tijdelijk bieden van onderdak.
Deze twee vormen van opvang worden nader toegelicht in hoofdstukken 5 en 6. De overlap is onder andere dat de doelgroepen van deze vormen van opvang in het begin extra kwetsbaar zijn en werken aan zo snel mogelijk herstel en zelfredzaamheid. Een samenhangende aanpak vraagt om integraal beleid, waardoor de keuze is gemaakt om de vrouwenopvang toe te voegen aan deze regiovisie, in de vorm van maatschappelijke opvang met specialistische zorg. Met deze aangescherpte regiovisie beschrijven de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hoe zij de komende jaren samenwerken aan de verdere ontwikkeling van de ondersteuning voor de kwetsbare inwoners die zijn aangewezen op beschermd wonen, maatschappelijke opvang of vrouwenopvang. Deze visie beperkt zich dus alleen tot deze doelgroepen. Hierbij wordt wel aansluiting gezocht met aansluitende domeinen voor integrale samenwerking. Deze aangescherpte regiovisie vervangt hiermee het huidige beleidsstuk:"Passend Onder Dak" en sluit als onderdeel vrouwenopvang aan bij de aankomende bovenregionale visie voor de aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, die begin 2024 aan de MVS raden wordt voorgelegd (in Vlaardingen ter besluitvorming en in de overige raden ter informatie). De regiovisie is richtinggevend op hoofdlijnen en beschrijft wat de gemeenten gaan doen.
De uitwerking van de regiovisie, oftewel de hoe, wordt beschreven in uitvoeringsplannen na vaststelling van deze regiovisie.
In deze regiovisie worden speerpunten genoemd. Deze worden met partners en andere belanghebbenden uitgewerkt naar concrete projectplannen die worden gebundeld in de uitvoeringsplannen. In deze regiovisie worden speerpunten genoemd. Deze worden met partners en andere belanghebbenden uitgewerkt naar concrete projectplannen die worden gebundeld in de uitvoeringsplannen. 1.2 Doelgroep Soms hebben inwoners ondersteuning nodig vanwege een levensgebeurtenis, een beperking of andere problematiek. Dit zijn mensen met levensproblemen als schulden, dakloosheid, huiselijk geweld of werkloosheid. Daarnaast kunnen ook verschillende aandoeningen of beperkingen een rol spelen, zoals psychische problematiek, verslaving en/of licht verstandelijke beperkingen. De ondersteuning die zij nodig hebben kan variëren van intensieve ondersteuning in de vorm van een beschermde woonplek tot een slaapplek met begeleiding als overbruggend onderdak. Voor deze doelgroep bieden wij als gemeenten beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Er is in enige mate sprake van overlap in de doelgroep voor beschermd wonen, maatschappelijk opvang en vrouwenopvang, omdat er in de meeste gevallen sprake is van mensen met meervoudige problematiek.
Deze inwoners hebben (complexe) problemen op meerdere leefdomeinen, zijn onvoldoende in staat om hun problemen zelf of in de eigen omgeving op te lossen en kunnen onvoldoende in de eigen bestaansvoorwaarden voorzien. De maatschappelijke opvang focust zich met name op dakloosheid, bij de vrouwenopvang staat een veilige thuissituatie centraal en beschermd wonen kenmerkt zich door het aanbieden van 24-
uurs ondersteuning bij psychische- of psychosociale problematiek. In bijlage 1 staat een verdere toelichting van de doelgroep met bijbehorende definities. 1.3 Aanpak Om de benodigde input te verzamelen voor het opstellen van deze regiovisie spraken wij met diverse vertegenwoordigers van lokale participatieraden, zorgpartijen, woningbouwverenigingen en ervaringsdeskundigen. Op een regionale stakeholdersbijeenkomst kwamen al deze partijen samen. De uitkomsten van de stakeholdersbijeenkomst staan in bijlage 3. Daarnaast zijn voor verdere input in alle drie de MVS-gemeenten bijeenkomsten georganiseerd voor de gemeenteraden en zijn de adviesraden in de drie gemeenten schriftelijk of tijdens een bijeenkomst gevraagd om input. 1.4 Leeswijzer De visie is opgebouwd uit een aantal onderdelen. Hoofdstuk 2 gaat over de achtergrond van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Hoofdstuk 3 bespreekt een aantal integrale speerpunten. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 komen de onderwerpen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en maatschappelijke opvang met specialistische zorg individueel aan bod, inclusief de speerpunten die wij de komende jaren op deze onderwerpen hebben. In hoofdstuk 7 gaan we in op de samenwerkingsafspraken en de governance. Hoofdstuk 8 beslaat de financiële afspraken.
"De maatschappelijke opvang focust zich met name op dakloosheid, bijde vrouwenopvang staat een veilige thuissituatie centraal"
4
Achtergrond en visie 2.1 Regionale samenwerking
2.2 Norm van Opdrachtgeverschap
Het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeente (hierna: VNG) spraken in 2015 af beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang te beleggen bij 43 centrumgemeenten. In de MVS-regio is Vlaardingen centrumgemeente. Vlaardingen is daarmee verantwoordelijk voor de financiën en uitvoering van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Er wordt nauw samengewerkt met de regiogemeenten Maassluis en Schiedam voor beleid en uitvoering.
Het Rijk en de VNG hebben afspraken gemaakt in de NvO over de -niet vrijblijvende- samenwerking tussen gemeenten, om goede ondersteuning te kunnen blijven bieden aan inwoners die aangewezen zijn op beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Conform de NvO dient elke regio regionale samenwerkingsafspraken te hebben vastgesteld op de volgende punten: de samenwerking, de toegang, de zorgcontinuïteit, governance, bovenregionale inkoop en plaatsing, administratieve lasten en meerjarencontractering In deze regiovisie geven we richting aan de invulling van de NvO. In bijlage 3 wordt de samenhang tussen deze regiovisie en de NvO omschreven.
Het Rijk is al een aantal jaar voornemens om de taak beschermd wonen met de bijbehorende middelen door te decentraliseren naar alle afzonderlijke gemeenten. Dit houdt in dat Schiedam en Maassluis zelf verantwoordelijk zouden worden voor beschermd wonen voor hun eigen inwoners. Het wetsvoorstel hiervoor is echter al een aantal keer uitgesteld. In mei 2023 maakte het Rijk bekend dat ook de voorgenomen ingangsdatum van 1 januari 2024 niet haalbaar bleek. De nieuwe planning is dat deze doordecentralisatie start per 1 januari 2025. Hiervoor moet het wetsvoorstel nog wel worden vastgesteld. Tot deze doordecentralisatie ontvangt en beheert Vlaardingen de financiële middelen voor beschermd wonen.
23 Sociale inclusie Op verzoek van de VNG bracht de commissie 'Toekomst beschermd wonen' (ook wel bekend als de commissie Dannenberg) in 2015 een advies uit over de toekomst van het beschermd wonen in relatie tot de maatschappelijke opvang en andere gemeentelijke taken. Deze visie vormt het uitgangspunt van de landelijke 'Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang: waarover nu landelijk het gesprek gevoerd wordt met betrekking tot de kanteling van institutionele voorzieningen naar extramuraal. Kern van de inhoudelijke visie is dat gemeenten en andere partijen toewerken naar sociale inclusie voor iedereen. Dit houdt in dat begeleiding en ondersteuning zoveel mogelijk moet gebeuren in "gewonewoningen en wijken, in de eigen sociale omgeving van mensen, en gericht moet zijn op herstel en zelfredzaamheid. De huidige woningmarkt met beperkte beschikbare woningen is een groot struikelblok. Daarnaast is het absorptievermogen van wijken een aandachtspunt. Dit is het vermogen van
5
wijken en buurten om andere inwoners met complexe problematiek zoveel mogelijk op te kunnen nemen in hun woonomgeving en de mate waarin daarvoor draagvlak in de wijk of buurt is. Het vermogen van een wijk om bij te dragen aan dit gedachtegoed heeft een grens. Voor inclusie is een evenwichtige verdeling van doelgroepen binnen de wijken nodig.
De regiovisie gaat dieper in op de knelpunten en oplossingsrichtingen voor de drie specifieke aandachtsgroepen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. In deze regiovisie wordt geschetst wat de inhoudelijke uitgangspunten en ambities zijn voor deze drie aandachtsgroepen, zodat hier via een uitvoeringsplan aan kan worden gewerkt.
2.4 Integrale woonzorgvisies
De integrale woonzorgvisies richten zich met name op het integrale beeld, de samenhang tussen de drie doelgroepen uit de regiovisie maar ook met andere aandachtsgroepen. De woonzorgvisie gaat minder diep in op de specifieke aandachtsgroepen, maar is vooral gericht op de overstijgende, integrale opgaven: Integrale volkshuisvesting, passende zorg en welzijn, domein overstijgend samenwerken, inzicht en overzicht.
De opdracht tot het schrijven van integrale woonzorgvisies voor iedere gemeente in Nederland komt voort uit de Nationale Woon- en Bouwagenda en de daaronder vallende programma's. Specifiek het programma 'Een thuis voor iedereen'geeft richting aan de inhoud en bevat vier actielijnen: voldoende betaalbare en passende woningen, evenredige verdeling over de gemeenten, combineren van wonen, zorg, welzijn en werk en inzet op preventie.
2.5 Visie
Er is een overlap tussen deze regiovisie en de integrale woonzorgvisies. De doelgroepen in het kader van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang zijn óók genoemd als aandachtsgroepen voor de integrale woonzorgvisie. De integrale woonzorgvisies kijken echter breder en richten ze zich onder meer ook op andere, uiteenlopende doelgroepen, zoals:
In lijn met het rapport van de Commissie Dannenberg streven we in de MVS-regio naar een inclusieve samenleving waarin iedere inwoner, ook met een psychische kwetsbaarheid, mee kan doen en er ruimte is voor een verscheidenheid aan mensen met verschillende vermogens. Deze sociale inclusie is de basis voor het realiseren van inclusief wonen*.
• Jongeren in de overgang van 18- naar 18+; • Mensen die uitstromen uit intramurale voorzieningen of uit detentie; • Statushouders; en • Arbeidsmigranten.
We streven als regio na dat inwoners deel nemen aan de samenleving op de manier waarop zij dat willen en kunnen. We stellen hen in staat om zo zelfstandig mogelijk te blijven, waarbij iedereen beschikt over een veilig thuis. De mogelijkheden voor opvang en (aanvullende) ondersteuning sluiten aan op de behoefte van de inwoner en vindt zo veel mogelijk in hun eigen omgeving plaats.
Bovendien is er inhoudelijke overlap: het gaat over vraagstukken rondom passend wonen, welzijn en passende zorg.
•Inclusief wonen betekent dan dat Iedereen evenveel recht heeft op goed wonen en dat burgers hun woonsituatie zo moeten kunnen kiezen dat deze bijdraagt aan de door hen gewenste kwaliteit van leven.
6
Integrale speerpunten Vanuit de huidige ontwikkelingen, de input vanuit de partners, stakeholders, raden en belanghebbenden zijn er een aantal speerpunten voor de komende jaren benoemd. Deze worden hieronder beschreven.
3.1 Vergroten aanbod Zowel bij beschermd wonen, maatschappelijke opvang als vrouwenopvang is er sprake van een wachtlijst. Dit geldt voor zowel de instroom naar een voorziening als de uitstroom naar een eigen woning als men de voorziening verlaat. Het aantal plekken is beperkt, terwijl de doelgroep op alle gebieden toeneemt. In de wachttijd raakt een deel van de cliënten gedemotiveerd. Bij een lange wachttijd is er kans op escalatie, overlast en terugval. Door de wachttijd neemt ook de complexiteit van de problematiek bij deze kwetsbare doelgroep toe. Voor woningcorporaties is het een uitdaging om aan de woningbehoefte te kunnen voldoen. Er is een tekort aan het aantal woningen en daarnaast is een goede spreiding noodzakelijk voor draagvlak in de wijk. Om duurzame uitstroom uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang mogelijk te maken zijn voldoende, passende woningen nodig. Hiermee nemen de wachtlijsten af. Aanbieders en regiogemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het leggen van de verbinding tussen het huisvestingsvraagstuk van kwetsbare inwoners en het fysieke domein. We zetten ons hiervoor in door onder andere prestatieafspraken te maken met woningcorporaties. Daarbij kijken we ook naar lokale (proces-)oplossingen voor het huisvesten van (overlastgevende) zorgmijders.
Aandacht voor bijzonder kwetsbare doelgroepen en specialisatie Onder de mensen die gebruik maken van maatschappelijke opvang of beschermd wonen bevinden zich ook inwoners die extra kwetsbaar zijn. Denk hierbij aan kinderen, jongeren, de LHBTIQ doelgroep, arbeidsmigranten of mensen die vanwege huiselijk geweld de thuissituatie hebben moeten verlaten en een veilige plek nodig hebben. Ook voor hen hebben we een passend aanbod wat aansluit bij wat nodig is op dat moment. Vraag en aanbod zijn op elkaar en op de doelgroep afgestemd. De gecontracteerde zorgaanbieders gaven in de uitvraag aan dat meer aanbod nodig is in de regio voor jongvolwassenen met autisme, zwaardere psychiatrie, laag verstandelijk beperkt en jonge moeders met passende dagbesteding. Er is vraag naar minder dan 24-uurs toezicht als overgang van intramuraal naar zelfstandig wonen. Inwoners met meervoudige complexe problemen krijgen te vaak te maken met de gevolgen van sociale uitsluiting. We willen meer maatwerk bieden zodat zij beter mee kunnen doen en de regie hebben over eigen leven. Met meer maatwerk bedoelen we overigens geen extra voorzieningen speciaal voor specifieke doelgroepen, maar vaker en meer via maatwerk gebruik maken van wat er al is.
Bij dit speerpunt horen de volgende standpunten: • De mogelijkheden tot participatie voor kwetsbare inwoners vergroten we verder en normaliseren we, door met elkaar het gesprek aan te gaan over aanpassingen die deelname van kwetsbare inwoners vergemakkelijkt en mogelijk maakt. Kwetsbare inwoners hebben de keuze uit een prikkelend en motiverend aanbod van participatiemogelijkheden.
Aandacht voor de wetsovergang bij 18-118+ Wanneer een jongere 18 jaar wordt gaat deze over van de Jeugdwet naar de Wmo. Landelijk zien we dat deze overgang van wetten in de praktijk voor problemen zorgt. Soms zien we dat een jongere onder de Jeugdwet bijvoorbeeld 10 uur begeleiding krijgt per week en wanneer de jongere 18 wordt dit onder de Wmo maar 3 uur is. Onder de Wmo valt daarnaast geen behandeling. Dit is voor een kwetsbare jongere een flinke overgang en hierdoor kunnen de problemen toenemen. Ook zien we dat onder de Jeugdwet en de Wmo andere partners gecontracteerd zijn, waardoor een jongere zijn/ haar begeleider niet mee kan nemen. Het zorgen voor een goede en warme overdracht is hierbij noodzakelijk. De MVS-gemeenten werken hier op dit moment al aan door de partners betrokken bij de jeugdwet en Wmo samen te brengen. Naast de belemmeringen in begeleiding bestaan er ook belemmeringen in de huisvesting. Zo heeft een inwoner onder de 23 jaar geen recht op huurtoeslag. Daarbij is vaak het inkomen laag waardoor het huren van een woning vrijwel onmogelijk is (via een wetsvoorstel voor vereenvoudiging van de huurtoeslag wordt in 2024 gekeken of deze leeftijd teruggebracht kan worden naar 21 jaar).
Afspraken met woningcorporaties en inzetten op creatieve woonoplossingen (een voorbeeld hiervan is het project 'kamers met aandacht'die jongeren met een lichte zorgvraag koppelen aan inwoners die een kamer over hebben en graag een warm nest bieden) kan zorgen voor meer mogelijkheden om een geschikte woonplek te vinden voor een jongere.
7
Ruimte voorherstel, maar wellevenslang zorgalhankelijk Herstel blijft altijd een doel, maar er zijn verschillende vormen van herstel. In sommige gevallen is de begeleiding gericht op uitstroom en weer een zelfstandig leven gaan leiden. Maar dat is niet voor alle cliënten bereikbaar. Sinds 2021 kunnen ook ggz-cliënten gebruik maken van de Wet landurige zorg (hierna Wlz- hier is de gemeente niet verantwoordelijk voor). Als zicht op herstel onvoldoende lijkt, kan in samenspraak tussen de cliënt en de professionals een aanvraag gedaan worden voor de Wlz. Eenmaal in de Wlz kan een cliënt nog altijd blijven werken aan herstel, waarbij onder andere de nadruk ligt op de kwaliteit van leven. 3.2. Verbeteren Ketensamenwerking Samenwerking en afstemming Zolang iemand nog niet volledig zelfstandig en zelfredzaam is, blijft ketensamenwerking nodig. In complexere situaties is samenwerking de sleutel om te komen tot een passende maatwerkoplossing. De zwakke plekken in systemen oplossen, sociale netwerken versterken en het bevorderen van sociale inclusie is waar we als samenleving zorg voor dragen. Om onze ambities te realiseren is samenwerking onmisbaar. Dit doen we door de ketensamenwerking te versterken zodat op een overstijgende manier samenwerking gerealiseerd wordt op kennisuitwisseling en afstemming. Hiervoor is het creëren van gezamenlijke verantwoordelijkheid van belang.
Deze houding verbetert de samenwerking en creëert ruimte voor oplossingen waar een breed draagvlak voor aanwezig is. Daarnaast moeten we inzetten op voldoende afstemming tussen de verschillende ketenpartners zodat er meer zicht is op de processen en de voortgang en daarmee de in-, door- en uitstroom van cliënten. Een voorbeeld
8
hiervan is de samenwerking tussen zorgorganisaties en woningcorporaties voor cliënten die uitstromen met urgentie met een woonzorgcontract. Ervaringsdeskundigheid en diëntparticipatie De mogelijkheid hebben ervaringen te delen en hierdoor meer ervaringskennis op te doen wordt alom gewaardeerd. Zo heeft Movisie in een onderzoek naar ervaringsdeskundigheid geconcludeerd dat ervaringsdeskundigen kunnen fungeren als voorbeeld en rolmodel en bieden daarmee geruststelling, hoop en perspectief. Aanwezigheid van zelfhulpgroepen, herstelgerichte activiteiten en laagdrempelige ontmoetingsplekken draagt bij aan het herstel en de inclusie van inwoners met diverse uitdagingen en problemen. Hier hebben we de volgende uitgangspunten bij: We ma ken meer gebruik van ervaringsdeskundigheid bij het ontwikkelen van beleid. Op dit moment worden ervaringsdeskundigen al ingezet bij de aanpak van Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Deze inzet gaan we continueren binnen de uitvoeringsprogramma's. Door ervaringsverhalen en daarmee de kennis zichtbaar en vindbaar te maken kan iedereen toegang krijgen tot betreffende informatiebron. Dit stimuleert het ontwikkelen van beleid. Cliëntparticipatie willen we beter integreren in de bestaande infrastructuren van kennisoverdracht en beleidsontwikkeling.
Om erachter te komen hoe cliënten de ondersteuning en zorg ervaren is het van belang de cliëntparticipatie onderdeel te laten zijn van overleg- en inspraakstructuren.
33. Betere Monitoring Informatieverzameling en monitoring; niet de hele doelgroep inbeeld Er is op dit moment onvoldoende beeld bij de groep die zich wel meldt voor opname in de opvang, maar niet wordt toegelaten. De vraag bij deze groep is of eerdere toeleiding naar een woning en begeleiding kan zorgen voor minder problematiek in een later stadium. Ook is er geen zicht op het aantal 'verborgen daklozen" Deze mensen melden zich niet aan voor de opvang maar ma ken gebruik van hun sociale netwerk om daar te verblijven of verblijven buiten op straat. Het kan zijn dat deze mensen later wel in beeld komen, wanneer de problemen toenemen. De herkomst van de cliënt is nog onvoldoende in beeld. We zorgen voor meer informatieverzameling en monitoring Bij dit speerpunt horen de volgende standpunten: We verzamelen actuele en relevante informatie met alle partners binnen de maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aantal cliënten per locatie, het aantal huisuitzettingen, de wachtlijst per locatie of inzicht in de doelgroep per locatie. Met deze informatie brengen we de resultaten en prestaties van onze partners en voorzieningen in kaart en kunnen we als gemeenten beter te sturen toekomstige resultaten. Voor de maatschappelijke opvang wordt ingezet op het uitvoeren van een ETHOS telling.
ETHOS staat voor 'European Typology of Homelessness and Housing Exclusion'. ETHOS Light is ontwikkeld als instrument om het aantal dak- en thuisloze mensen in kaart te brengen en geldt als minimale classificatie van dakloosheid.
In de ETHOS telling zullen verschillende groepen worden meegenomen: • • • • •
mensen die leven in de openbare ruimte; mensen in de noodopvang; mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen; mensen die uitstromen uit een instelling; mensen in niet-conventionele woonplekken (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning); mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen; • mensen met dreigende huisuitzetting. • We werken toe naar meer data-gestuurd werken, zodat we in toekomstig beleid gericht kunnen sturen. Hierdoor kunnen we het voorzieningenaanbod in de MVS-regio beter inrichten. Efficiëntie staat hierbij centraal. De informatievoorziening met betrekking tot de wachtlijsten wordt verbeterd wat betreft aantal, duur en per gemeente. Het wachtlijstbeheer wordt geoptimaliseerd in samenwerking met de zorgaanbieders om zo efficiënt mogelijk te werken. 3.4. Preventie Voor de visie op beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang sluiten we aan bij de veel bredere maatschappelijke ontwikkeling om meer in te zetten op preventie door een goede basis van algemeen toegankelijke voorzieningen en welzijnspartijen. Dit is de transformatie van het sociaal domein waar iedere gemeente mee bezig is. Hierdoor kunnen problemen vroeg worden gesignaleerd en worden aangepakt voordat deze verergeren. Hierbij kijken we naar verschillende leefgebieden.
Wanneer de hulpvraag van de inwoner niet meer binnen de algemene voorzieningen kan worden opgepakt wordt deze via maatwerkvoorzieningen opgepakt (denk hierbij aan een beschermd wonen locatie, een woning na huiselijk geweld of de daklozenopvang). Daarbij gaan we van een meer aanbodgerichte aanpak naar een vraaggerichte. Zo wordt beter aangesloten op de behoefte.
Integrale speerpunten Er is voldoende, passende huisvesting voor de doelgroep met voldoende algemene voorzieningen toegankelijk voor (vroeg) signalering; • De mogelijkheden tot participatie voor kwetsbare inwoners vergroten we verder en normaliseren we; Er is gezamenlijke verantwoordelijkheid tussen ketenpartners; We betrekken ervaringsdeskundigheid en cliëntparticipatie bij onder andere het ontwikkelen van beleid; • We werken data-gestuurd waar mogelijk.
Beschermd wonen Beschermd wonen is voor volwassenen met psychische of psychosociale problemen die 24 uur per dag hulp nodig hebben. De essentie van beschermd wonen (24-uurs voorziening intramuraal) is dat we een beweging willen maken naar beschermd thuis (ambulante ondersteuning•). De beweging naar beschermd thuis benadrukt het belang van het absorptievermogen van de wijken. Beschermd Thuis vraagt om barging zoals beschikbaarheid van voldoende voorzieningen. Te denken valt aan een inloopfunctie of een wijk- of buurtcentrum. Ook belangrijk is dat er een aanspreekpunt in de wijk beschikbaar is zoalsbijvoorbeeld een wijk-GGD'er. Beschermd wonen kent twee financieringsstromen: via de Wmo (hiervoor is de gemeente verantwoordelijk) en via de Wlz. De bedoeling is dat de gemeente alleen verantwoordelijk is voor de cliënten die nog verbetering zien en in de toekomst zicht hebben op een zelfstandige woonplek (met eventueel begeleiding). Enkele jaren terug werd echter geconstateerd dat veel van de cliënten met een Wmo indicatie voor beschermd wonen al langdurig binnen het beschermd wonen begeleid werden. Hierdoor vond er in 2021 een uitname plaats van een aantal cliënten beschermd wonen in de Wmo. Het gaat hierbij om verandering van financiering en niet het fysiek verplaatsen van cliënten. De financiering is veranderd naar de Wlz..
Hierdoor is het aantal cliënten van beschermd wonen afgenomen. Er zijn meer cliënten dan verwacht overgegaan van de Wmo naar de Wiz. Bij de Wlz zien we een toename van oudere cliënten, bij de Wmo beschermd wonen meerjongere cliënten (18-23 jaar). Jongeren zijn immers beter in staat om te verbeteren. Dit maakt dat de ondersteuning bij Wmo beschermd wonen anders is ingericht met kortere interventies, specifieke ondersteuningsdoelen, het opbouwen van een netwerk en gericht op zelfstandig wonen. Wij blijven deze
beweging naar veranderende ondersteuning de komende jaren stimuleren. In juli 2023 waren er in de MVS regio 118 cliënten met een indicatie voor Beschermd Wonen vanuit de Wmo: 13 in Maassluis, 33 in Vlaardingen en 67 in Schiedam. De gecontracteerde aasbieders voor Beschermd wonen in de MVS regio zijn: • Jados; • Pameijer; • Timon; • Stoed. • Elckerlyc; • Pret in herstel; • Zero en Sano; • New Life Living en; • GGZ-Delfland. Voor beschermd wonen hebben we de volgende uitgangspunten geformuleerd: • Intramuraal waar dat nodig is, ambulant waar dat kan; • De ondersteuning voor inwoners met een indicatie beschermd wonen moet gericht zijn op activering en maatschappelijke participatie (herstelgericht); • Na uitstroom uit beschermd wonen worden inwoners zo zelfstandig mogelijk gehuisvest, aangevuld met ambulante ondersteuning. Kenmerken zijn: eigen regie kunnen voeren, zelfstandige huisvesting en ambulante ondersteuning; Er zijn voldoende voorzieningen in de buurt beschikbaar;
We werken toe naar een meer evenredige spreiding van voorzieningen voor beschermd wonen in de MVSregio; dit uitgangspunt wordt meegenomen in de financiële herverdeling tussen de MVS-gemeenten; en • De MVS-gemeenten kiezen ervoor om (vooralsnog) regionaal samen de voorzieningen voor beschermd wonen te organiseren en te financieren. In de MVSregio is besloten de uitvoering van beschermd wonen met ingang van 2022 te beleggen binnen de gemeenschappelijke regeling Rogplus. Rogplus is daardoor, voor wat betreft beschermd wonen, verantwoordelijk voor de indicering, inkoop, informatievoorziening, contractmanagement en toezicht op de kwaliteit vanuit dit contractmanagement. •
4.1 Tussenvormen beschermd wonen Het huidige, bestaande gat tussen beschermd wonen en zelfstandig wonen met ambulante begeleiding wordt gedicht door het inrichten van beschermd thuis. Beschermd thuis is geen product maar een beweging tot inhoudelijke transformatie. Het gaat om het inrichten van voorzieningen die het mogelijk maken zo zelfstandig mogelijk te wonen, zoals onplanbare zorg (nu vaak intramuraal) en minder dan 24u toezicht. Ook verschillende woonvormen zoals geclusterd of satellietwoningen horen hierbij. Voor beschermd thuis moeten keuzes worden gemaakt wat betreft de duur omdat zelfstandig wonen met (planbare) ambulante zorg mogelijk niet voor iedere client haalbaar is.
•Ambulonte ondersteuning is ondersteuning die de hulpvrager thuis onlvongt, en niet in een instelling
10
4.2 Begeleiding jongvolwassenen
4.4 Fasen binnen beschermd wonen
Voor jongvolwassenen (18-23 jaar) ligt het accent van begeleiding meer dan bij volwassenen, op opleiding in plaats van werk, contact met opvoeders en omgaan met geld. Vanaf het 18e levensjaar vallen de jongeren niet meer onder de jeugdwet maar onder de Wmo Je bent vanaf dan ook financieel verantwoordelijk. Het is belangrijk de jongere goed voor te bereiden op financiële zelfstandigheid en het voorkomen of oplossen van schulden.
Een bewoner doorloopt binnen het beschermd wonen diverse fasen: Instroom, doorstroom en uitstroom.
Daarnaast is het belangrijk dat de overgang naar het 18e levensjaar"warm" verloopt. Cliënten kunnen "zorgmoe"zijn (bij vertrek uit jeugdinstellingen) en de nieuw verworven vrijheid door het verkrijgen van de rechtspositie met 18 jaar is een trigger om zorg te mijden. Een zachte landing is, zeker als jongvolwassenen uit een jeugdzorginstelling komen, nodig. Contact met ervaringsdeskundigen is belangrijk en contact met andere jongvolwassenen. De geboden hulp moet niet te snel afgebouwd worden, wat vraagt om goede samenwerking met jeugdhulpaanbieders. Het organiseren van een ketensamenwerking rondom deze doelgroep wordt nader uitgewerkt in de uitvoeringsplannen. 4.3 Passend aanbod De instroom wordt meer voorspelbaar als we meer zicht hebben waar cliënten vandaan komen. Door het organiseren van een beter en passend aanbod kunnen meer cliënten instromen. De werkafspraken, bouwstenen en werkwijze worden kwalitatief verbeterd waardoor de doorstroom verbetert. Tussenvormen ondersteunen dit proces. We bevorderen door- en uitstroom van inwoners met een indicatie beschermd wonen. Bij een terugval kunnen we indien mogelijk cliënten tijdelijk elders opvangen.
I. instroom: In deze fase staat de kennismaking client en zorgaanbieder centraal en worden de leerdoelen opgesteld in het ondersteuningsplant. Doorstroom: In de doorstroomfase wordt gewerkt aan leerdoelen zoals stabiliteit opbouwen ook financieel, omgaan met beperkingen en opbouw van een netwerk. De voorbereiding op later zelfstandig wonen is richtinggevend. Gezien de GGZ problematiek is er kans op terugval waardoor een beschermd wonen traject soms een grillig verloop kent, samenwerking met bijvoorbeeld behandelpartners is hierin onontbeerlijk. 3. Uitstroom: In de uitstroomfase is het tijdig inrichten van alle voorzieningen die nodig zijn op het moment dat iemand zelfstandig gaat wonen cruciaal. Het gaat om onder andere ambulante begeleiding aanvragen, uitkering aanvragen. Er zijn wachtlijsten voor de instroom (wachten op een plaats) en voor de uitstroom (wachten op een woning). Daarnaast zien we dat cliënten soms te lang in de fase doorstroom blijven en soms uitvallen.
Speerpunten beschermd wonen • We zetten in op de beweging naar beschermd thuis; • Er is een dekkend zorglandschap voor beschermd wonen dat aansluit op de ketenaanpak voor kwetsbare inwoners; • We werken volgens een herstelgerichte aanpak; • Verbetering ondersteuningstraject van instroom naar uitstroom.
Maatschappelijke opvang De laatste jaren zien we bij inwoners een toename van steeds complexer wordende problematiek die meerdere leefgebieden raakt. Zo zijn er inwoners met psychische problemen die ook een verslaving hebben en schulden opbouwen, waarna zij vervolgens op straat belanden. Dit gebeurt soms al op jonge leeftijd, wat langdurige nadelige gevolgen teweeg kan brengen. Dit is van invloed op de dak- en thuisloosheid in de regio. Helaas zien we ook in onze regio het aantal dak- en thuislozen toenemen. De problematiek van deze mensen is ingewikkelder geworden en de hoeveelheid zorg is groter geworden, maar ook de diversiteit van de mensen neemt toe. Voorbeelden zijn dakloze vrouwen bij wie geen sprake is van risico's voor hun veiligheid, dakloze gezinnen en economisch daklozen. De dak- en thuisloze groep is (landelijk) moeilijk met cijfers in kaart te brengen. Tussen de CBS-cijfers en de cijfers van zorgaanbieders zitten grote verschillen. De landelijke aanpa k"Een (t)huis, een toekomst" en het nationaal actieprogramma dakloosheid stellen met de brede aanpak van dak- en thuisloosheid het volgende: zoveel mogelijk inzetten op het creëren van een passende woonplek, met de benodigde begeleiding. Hierbij is het streven om de traditionele daklozenopvang steeds verder af te bouwen door onder andere meer in te zetten op preventie van dakloosheid.
De maatschappelijke opvang kent voor de MVS-regio twee vormen: Opvanggezinnen: Hier kunnen vijf gezinnen worden opvangen voor alle MVS-gemeenten. Deze bevinden zich in Vlaardingen. Daarnaast heeft de gemeente Schiedam een voorziening voor de opvang van 8 gezinnen lokaal ingekocht en heeft de gemeente Vlaardingen dit gedaan voor 23 gezinnen.
12
Opvang voor alleenstaanden boven de 18jaar: Dit is in 'de Elementen' in Vlaardingen. Deze opvangvoorziening biedt plek voor 28 reguliere opvang en 2 crisisbedden voor alle MVS-gemeenten. Daarnaast kent de maatschappelijke opvang voor de MVS-regio drie inloopvoorzieningen: • De groene Luiken in Vlaardingen • Het activering- en ontmoetingscentrum Pameijer in Vlaardingen - De Hoofdzaak in Maassluis Naast de regionale inloopvoorzieningen hebben de gemeenten afzonderlijk nog een lokaal aanbod aan inloopvoorzieningen. Sinds 2015 zien we landelijk een beweging om ondersteuning zo vroeg mogelijk aan te bieden om zo ernstige problematiek en zo mogelijk dakloosheid te voorkomen. Sociale inclusie staat hier steeds meer centraal. Ook zien we dat steeds meer gekeken wordt naar de totale problematiek en niet slechts naar één aspect. Zo is het voor daklozen belangrijk om ook naar de schulden- en verslavingsproblematiek te kijken, naast de behoefte aan een woning en zorg. Bij voorkeur wordt de ondersteuning op deze aspecten opgezet in een eigen woning voor stabiliteit (Housing First). Ook in de MVS-regio en de gemeenten afzonderlijk zien we dat de landelijke visie wordt overgenomen. Dakloosheid bestaat naast een woonbehoefte vaak uit problemen op verschillende leefgebieden, waaronder psychosomatische problematiek en financiële problemen.
Door een integrale aanpak zorgen de MVS-gemeenten dat deze inwoners zo snel mogelijk een eigen plek hebben en weer zo veel mogelijk op eigen benen kunnen staan.
De grootste groep in de daklozenopvang bestaat uit 'klassieke' daklozen. Dit zijn cliënten met langdurige psychiatrische problematiek, vaak in combinatie met verslavingsproblemen en schuldenproblematiek met een beperkt sociaal netwerk. Vanwege het beperkte aantal plaatsen voor opvang zijn de eisen voor toelating bij 'De Elementen' de afgelopen jaren opgeschroefd. De problematiek van de daklozen die worden toegelaten is daardoor ingewikkelder geworden. De hoeveelheid ondersteuning die iemand nodig heeft is steeds groter en de hoeveelheid draaideurcliënten (cliënten die na uitstroom meerdere keren terug komen omdat hun problemen onvoldoende zijn opgelost) is gestegen. De strengere toelatingseisen zorgen er ook voor dat cliënten pas later in beeld komen, wanneer de problematiek ernstig is. Door de toegenomen problematiek binnen de opvangvoorziening, zien we dat voor alleenstaande jongeren 'de Elementen' op dit moment geen geschikte plek is om opgevangen te warden.
5.1 Moderniseren opvanglocaties Er is momenteel sprake van een verouderd voorzieningenaanbod in de MVS-regio dat niet past bij de behoeften van de cliënten. Zo slapen de cliënten binnen de daklozenopvang voor alleenstaanden nog met twee tot drie mensen op één kamer. We willen toe naar een situatie in de opvang waarbij iedere dakloze een eigen slaapkamer heeft om cliënten de rust en regelmaat te geven om te kunnen werken aan hun doelstellingen. Tot 1 januari 2023 was de opvang voor alleenstaanden alleen in de nacht open. Sommige cliënten slapen 's nachts slecht of hebben wel een baan in de nacht waardoor zij overdag slapen. Sinds 1 januari 2023 onderzoeken we de effecten naar een dagopenstelling voor cliënten die dit nodig hebben. Wel worden cliënten gemotiveerd om overdag naar buiten te gaan om zo een goed dagritme aan te houden. In 2024 evalueren we deze dagopenstelling.
Het uitgangspunt is: 5.2 Passend aanbod • Iedereen heeft onderdak; • Iedereen heeft zo snel mogelijk een eigen thuis; • Iedereen die de gevangenis, het ziekenhuis of een instelling verlaat heeft een veilige plek om te wonen; • Iedereen die zijn huis moet verlaten wegens geweld heeft een veilig alternatief. Aangemerkt moet worden dat wanneer er alleen een huisvestingsvraag is de gemeenten geen woning bieden. Wel zal samen met de inwoner gekeken worden naar mogelijkheden binnen het eigen sociale netwerk.
Op dit moment kent de maatschappelijke opvang een wachtlijst. Zolang iemand op de wachtlijst staat wordt er niet altijd dagbesteding of ondersteuning geboden. Door zo snel mogelijk iemand in te schalen in een clientprofiel wordt gekeken naar welke dagbesteding en ondersteuning nodig is en wordt dit zo snel mogelijk opgestart om afglijden te voorkomen. Landelijk wordt sterkt ingezet op de Housing First. Dit stelt dat een dakloze zo snel mogelijk een woning krijgt toegewezen om hier in een eigen vertrouwde omgeving te werken aan doelstellingen om hun leven weer op de rit te krijgen. We willen toe naar de inzet van Housing First bij cliënten met een minder zwaar profiel. Deze inzet helpt bij de afname van de wachtlijst tot
de daklozenopvang. Om Housing First te laten slagen, moeten de uitgangspunten breed omarmd worden. Het vraagt inzet om stigmatisering van de doelgroep te verminderen en de toegang te versimpelen. Daarnaast is het realiseren van voldoende, passende en betaalbare huisvesting een enorme opgave. We moeten daarom langdurig blijven werken aan deze realisatie samen met onze woonpartners. Voor hen is het belangrijk om een duidelijke prioritering aan te brengen voor verschillende doelgroepen breder dan alleen de doelgroepen beschreven in deze visie. In de woonzorgvisie zal dit punt verder worden opgepakt. Door meer in te zetten op gespecialiseerde ondersteuning kunnen we specifieke problematiek eerder aanpakken. Denk hierbij aan verslaving of mentale problematiek. 5.3. Fasen binnen Maatschappelijk Opvang Binnen de Maatschappelijke Opvang maken we ook onderscheid tussen 3 fasen: instroom, verblijf en uitstroom: Fase 1: de huidige situatie is nu dat de instroom begint als
er sprake is van dreigende dakloosheid. Bewoners kunnen zich dan melden bij de wijkteams in de gemeenten. Op basis van de woonsituatie wordt de inwoner naar passend opvang verwezen. Bij het centraal onthaal vindt een intake plaats en komt de bewoner of op een wachtlijst te staan of op een crisisplaats. Wat we als MVS-gemeenten willen is dat bewoners zich kunnen melden bij één loket bij dreigende dakloosheid. Op basis van de problematiek wordt dan samen met de inwoner een probleemanalyse gemaakt van de ondersteuningsbehoefte. De inwoner krijgt direct een plek aangeboden in de noodopvang, waar gewacht wordt op een passende plek.
13
Fase 2: in de huidige situatie wordt tijdens het verblijf op de crisisopvang de situatie van de bewoner gestabiliseerd. De cliënt krijgt ondersteuning bij het inkomen, schulden en eventueel mentale problematiek. Zelfraadzaamheid staat centraal. Dit traject loopt tussen de 12 tot 17 weken. Op dit moment is er niet altijd direct een passende plek beschikbaar en moet men wachten. In de toekomst willen we dit voorkomen door na twaalf weken uitstroom te creëren door middel van een tussenvoorziening in afwachting van een eigen woning. Indien de cliënt in aanmerking komt voor beschermd wonen, wordt de crisisopvang verlengt in afwachting op een plaatsing bij een beschermd wonen locatie. Fase 3: De cliënt krijgt een woning aangewezen binnen de eigen gemeenten middels de één-route-regeling. Bij de uitstroom wordt gekeken of ambulante ondersteuning noodzakelijk is in de nieuwe thuissituatie om terugval te voorkomen. Wij vinden echter dat een goede overdracht en een 'zachte landing' in een nieuwe woning belangrijk is voor de cliënt. De inwoner moet daarom bij uitstroom altijd ondersteuning krijgen in de nieuwe situatie om de situatie stabiel te houden. Dit kan in de vorm van ambulante ondersteuning of in de vorm van beschermd wonen. De fasen van maatschappelijk opvang worden in bijlage 4 beschreven aan de hand van een tabel.
heeft. Voorwaarde is wel dat de betreffende persoon nergens anders kan slapen. Het doel is om ernstige gezondheidsklachten bij daklozen te voorkomen, die zij door het buitenslapen in deze slechte weersomstandigheden kunnen oplopen. Tot op heden zetten we in deze situaties tijdelijke oplossingen in. Deze tijdelijke oplossingen kosten ieder jaar veel capaciteit om te organiseren en brengen hoge kosten met zich mee (in 2020 en 2021 samen alleen al E 168.000,- voor beveiliging op een uitwijklocatie om tijdens de coronacrisis de benodigde afstand te kunnen houden). Om deze dure en tijdrovende tijdelijke oplossingen zo veel mogelijk in te perken, is een vaste uitwijkmogelijkheid voor de opvang bij vrieskou en calamiteiten nodig. We gaan vanaf volgend jaar voor een permanente oplossing voor de winterkouregeling. 5.5 Outreachende hulpverlening We zetten meer in op outreachende hulpverlening. De outreachend hulpverleners gaan de straat op en hebben een breed netwerk om cliënten zo snel mogelijk te kunnen signaleren en te begeleiden naar de juiste ondersteuning. Hierbij hebben zij speciale aandacht voor zorgwekkende zorgmijders.
• Toegang tot de vrouwenopvang ligt bij het wijkteam en bij Veilig Thuis. De triage bij deze laatste is onduidelijk. Objectieve beoordeling op basis van heldere criteria vindt onvoldoende plaats. Het bieden van maatwerk start zodra iemand zich meldt voor toegang tot maatschappelijke opvang. De toegang organiseren we laagdrempelig en integraal in samenwerking met de aanbieders en de inwoner. 5.7 Herijken beleidsregels toegang De toelatingsgrenzen voor de daklozenopvang zijn zwaar en niet iedereen wordt toegelaten. Hierin volgen wij het beleid van onze aangrenzende regio's om een aanzuigende werking te voorkomen. Op dit moment zien we echter de complexiteit rondom de casuïstiek bij daklozen sterk toenemen. Hierdoor zien we nu in de praktijk dat cliënten zich melden voor opvang en niet toegelaten worden, waardoor ze nog verder afglijden. Wanneer de problematiek genoeg is toegenomen worden ze alsnog toegelaten tot de daklozenopvang. We gaan de bestaande beleidsregels tot toelating van de daklozenopvang herijken om deze afglijding te voorkomen en in een zo vroeg mogelijk stadium met de problematiek van cliënten aan de slag te gaan. Hierbij trekken wij op met aangrenzende regio's.
5.6 Centrale toegang 5.8 Preventie dakloosheid
5.4 Winterkouderegeling/ pandemie Net als verschillende gemeenten in Nederland kent de MVS-regio de winterkouderegeling. Deze regeling gaat in wanneer de temperaturen onder het vriespunt dalen. Als de winterkouderegeling van kracht is, krijgt iedereen een gratis slaapplek, ongeacht waar iemand vandaan komt en ook als iemand er normaal gesproken geen recht op
14
De huidige inrichting van de toegang tot de maatschappelijke opvang is als volgt. • De toegang tot de opvang van 'de Elementen' ligt bij het centraal onthaal. Cliënten kunnen hier echter maar twee ochtenden per week terecht. • Toegang tot de opvang voor dakloze gezinnen en kwetsbaren ligt bij het wijkteam.
Door bestaande sociale infrastructuren vaker in te zetten en beter te benutten willen we voorkomen dat mensen dakloos worden. Dit stimuleert daarbij ook het zelf organiserend vermogen en de sociale netwerken van inwoners.
• Om de effectiviteit en vindbaarheid van Openbare Geestelijke Gezondheidszorg preventieactiviteiten te vergroten willen we de samenwerking met de sociale basis verder versterken zodat er een dekkend aanbod ontstaat. 5.9 EU migranten Recent zien we het aantal EU migranten die buiten op straat slapen toenemen. Zij hebben veelal geen recht op de reguliere opvang, maar zorgen wel voor overlast. Samen met omliggende gemeenten als Rotterdam wordt gewerkt aan een passende aanpak met als voornaamste doel deze mensen terug te begeleiden naar hun thuisland.
Speerpunten Maatschappelijk Opvang • We moderniseren de opvanglocaties; • De MVS-regio heeft geen wachtlijst. Iedereen die zich aanmeldt voor de opvang en hier recht op heeft kan direct worden opgevangen met passende ondersteuning; • We werken met uniforme cliëntprofielen en een outreachende aanpak staat centraal; • Er is één toegang voor alle maatschappelijke opvanglocaties.
15
Maatschappelijke opvang met specialistische begeleiding (vrouwenopvang) Vrouwenopvang is het tijdelijk bieden van onderdak en begeleiding aan inwoners (mannen en vrouwen eventueel met kinderen) die, al dan niet gedwongen, niet meer thuis kunnen wonen in verband met vrees voor hun veiligheid en in aanraking zijn geweest met huiselijk geweld. In deze regiovisie benoemen we de vouwenopvang als maatschappelijk opvang met specialistische begeleiding. Dit kan specialistische begeleiding zijn voor slachtoffers van bijvoorbeeld huiselijk geweld, loverboys of mensenhandel. De MVS-regio biedt verschillende vormen van maatschappelijk opvang met specialistische begeleiding aan: Crisisopvang: De crisisopvang is een 24-uurs opvangen ambulante begeleidingsvoorziening voor inwoners met kinderen uit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, voor slachtoffers van huiselijk geweld uit heel Nederland en voor dakloze gezinnen die als gevolg van complexe maatschappelijke problemen dakloos zijn geraakt of dreigen te geraken, voor een periode van maximaal twaalf weken. We hebben binnen de MVS-regio 2 crisisplekken voor een systeem (met of zonder kinderen). • Naast bovenstaande opvangvormen wordt incidenteel opvang ingekocht voor moeders en vaders van baby's. • Opvang na huiselijk geweld betreft opvang van maximaal negen maanden. Hiervoor hebben we 10 plekken beschikbaar.
• De noodplek is bedoeld voor vrouwen en mannen vanaf 18 jaar, zowel binnen als buiten de regio, die in een acute noodsituatie verkeren en door huiselijk geweld niet meer in de eigen woning of elders kunnen verblijven.
16
6.1 Aanpak huiselijk geweld De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een wettelijke verplichting voor gemeenten. Dit vloeit voort uit de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Wet lijdelijk Huisverbod en de Wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Vlaardingen ontvangt als centrumgemeente de decentralisatieuitkering Vrouwenopvang (DU VO). Deze is bedoeld voor het aanpakken van alle vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties: denk hierbij aan opvang, kindermishandeling, ouderenmishandeling, seksueel geweld, eer gerelateerd geweld en loverboyproblematiek. Hoe wij huiselijk geweld en kindermishandeling binnen MVS aanpakken wordt uitgewerkt in de uitvoeringsplannen. In de Regio Rotterdam Rijnmond is dit beleid (ook voor de MVS-Regio) belegd in de regiovisie'Geweld hoort nergens thuis Rotterdam Rijnmond (2019-2023): De regiovisie'Geweld hoort nergens thuis Rotterdam Rijnmond' zet in op drie gebieden: • Huiselijk geweld en kindermishandeling is eerder en beter in beeld; • Het geweld stopt en de cirkel van huiselijk geweld wordt duurzaam doorbroken; • Alle doelgroepen zijn in beeld en krijgen effectieve hulp. Deze regiovisie wordt nu geëvalueerd en geactualiseerd en de uitgangspunten hieruit maken onderdeel uit van het beleid van de MVS-regio in de aanpak van Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Onderdelen
die hierin extra aandacht krijgen zijn onder andere het creëren van directe veiligheid, systeemgericht werken en leernetwerken om de keten te versterken. De geactualiseerde visie zal in 2024 langs de raden gaan. 6.2 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is een gezamenlijk programma van de ministeries J&V en VWS en de VNG. Landelijk is toegewerkt naar dit toekomstscenario om de jeugdbeschermingsketen effectiever, slimmer en eenvoudiger te organiseren. Met als doel dat hulp en steun tijdig wordt ingezet op een begrijpelijke manier voor kinderen en volwassenen en dit zoveel mogelijk bijdraagt aan het herstel van het gewone leven. In het Toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming worden verschillende ontwikkelingen verwacht. Dit omvat strengere wetgeving en beleid gericht op het beschermen van kinderen en gezinnen, evenals preventieve maatregelen en vroegtijdige interventie om risico's te verminderen. Dit betekent onder andere versteviging en verdere professionalisering van de lokale wijkteams op het thema huiselijk geweld. Op dit moment wordt via een impactanalyse onderzocht wat ons lokale team te wachten staat. Eind 2023 ontvangen de MVS-gemeenten een rapport over het effect van het Toekomstscenario op de wijkteams.
6.3 Fasen van de vrouwenopvang
6.4 Professionalisering van de wijkteams
Om in aanmerking te komen voor de vrouwenopvang moet er sprake zijn van geweld in een afhankelijkheidsrelatie. Veilig Thuis heeft de wettelijke taak landelijk om een veiligheidsbeoordeling uit te voeren voor meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling en, wanneer nodig, vervolgstappen te zetten. Veilig Thuis organisaties voeren hun wettelijke taken uit aan de hand van het Handelingsprotocol Veilig Thuis. Veilig Thuis oordeelt of er sprake moet zijn van uithuisplaatsing.
Het lokale (wijk)team vervult een centrale rol in het Toekomstscenario als laagdrempelige organisatie waar inwoners eenvoudig hulp en ondersteuning kunnen krijgen. Zij spelen een rol bij het terugdringen van het jeugdhulpgebruik. Van hen wordt verwacht dat ze breed kijken naar de krachten die spelen in een gezin en zorgen dat zij waar nodig passende hulp organiseren. Deskundigheidsbevordering en aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld spelen een belangrijke rol in de aanpak huiselijk geweld wen kindermishandeling.
Er zijn drie codes die Veilig Thuis hanteert: • Code rood: Bij code rood is er sprake van acute onveiligheid. Het slachtoffer zal op een noodbed elders in het land geplaatst worden. Daar moet gekeken worden of het veilig is om terug te keren naar de eigen gemeenten. • Code oranjelen groen: Bij code oranje/ groen is er sprake van structurele onveiligheid, de bewoner zal een plek moeten krijgen binnen de gemeenten voor opvang na huiselijk geweld. Op dit moment hebben wij een structurele wachtlijst van 3 wachtende (vaak met kinderen).
Vanwege de nieuw ingerichte jeugdhulp in MVSverband (Mevis) zijn er veel verschuivingen geweest bij het wijkteam. Er moet geïnventariseerd worden naar de deskundigheid van de wijkteams en aandachtfunctionarissen huiselijk geweld en investeren in continueren van deze professionalisering. Ook de systeembenadering kan mogelijk knellen door de scheiding tussen 18- en 18+ binnen de wijkteams. Daarom is het ook hier een goede ketensamenwerking van belang. 6.5 Dienstverlening
In fase 1: verloopt de aanmelding voor opvang via Veilig Thuis of het wijkteam. Aan de hand van een triage wordt gekeken of de opvang een passende plek is.Tijdens het verblijf in fase 2 wordt er gewerkt aan de zelfredzaamheid van de cliënt. Het aanbod bestaat uit een veilig plek (anoniem) waar gewerkt wordt naar duurzame uitstroom. In fase 3 is het vaak wachten op een passende plek en wordt bij de uitstroom gekeken naar de juiste ambulante ondersteuning in de thuissituatie.
Onze gezamenlijke visie is dat alle slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling veilig opgevangen worden met de juiste ondersteuning en begeleiding; vanaf de start tot aan zelfstandigheid, er wordt niet losgelaten. Werken aan een betere aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling is een gezamenlijk leerproces van ons als gemeenten met
onze ketenpartners." De inzet is gericht op: preventie, professionalisering, toegang, opvang, dienstverlening en overdracht/nazorg. 6.6 Opvang Het regelen van opvang is een belangrijke interventie voor een groep slachtoffers van huiselijk geweld. Daar waar er acute onveiligheid is, kan een slachtoffer worden overgebracht naar de crisisopvang of wordt de pleger tijdelijk uit huis gehaald (tijdelijk huisverbod). Maar soms is er ook opvang nodig wanneer er géén acute onveiligheid is, bijvoorbeeld omdat er vanwege huiselijk geweld sprake is van dakloosheid, of gezinnen die door onwenselijke omstandigheden nog in de woning verblijven Het gaat hier niet om een huisvestingsvraag, maar om opvang vanwege structurele zorgen om de veiligheid. Opvangmogelijkheden voor de pleger Het tijdelijk opvangen van plegers kan in een aantal gevallen helpen om te zorgen voor een veilige situatie waarin de hulp voor het (gezins)systeem kan worden opgestart. Veelal worden plegers van huiselijk geweld nu opgevangen in een hotel. Hier krijgen ze geen ondersteuning. Het is echter juist van belang dat de opvang wordt geboden in combinatie met hulp. Systeemgericht werken doorbreekt patronen van huiselijk geweld.
Het wijkteam vervult hierbij een functie, de betrokkenheid duurt zo lang als nodig, dat wil zeggen tot stabiele veiligheid is bereikt en de risicofactoren geen negatief effect meer hebben op de veiligheid.
•De wouwenopeang, ✓eilig Thuis, wijkteams, Politie onderwijs
17
Opvang voordakloze slachtoffers huiselijk geweld Voor de groep slachtoffers die vanwege huiselijk geweld dakloos zijn geworden, bestaat op dit moment niet altijd een passende voorziening binnen de maatschappelijke opvang. Het realiseren van opvangplekken voor deze doelgroep is gewenst. 6.7 Voorkomen staat centraal Naast een goede en veilige opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld is het voorkomen hiervan een belangrijk speerpunt. Preventie en het vroegtijdig signaleren zijn hierbij cruciaal. Het vroegtijdig herkennen, erkennen en opvolgen (bijvoorbeeld via bemoeizorg) van signalen van huiselijk geweld kan erger voorkomen. Daaronder is het bespreekbaar maken van huiselijk geweld en kindermishandeling en het geven van informatie en voorlichting belangrijk bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Op het gebied van (landelijke) campagnes (zoals Orange the World) zoeken we elkaar in de regio op.
Speerpunten maatschappelijk opvang met specialistische zorg • De toegang tot de opvang is snel en laagdrempelig met een duidelijke aanmeldprocedure; • Er is een vast aanspreekpunt van begin tot eind; • We werken gezinsgericht (oog voor alle leden); • De overdracht verloopt 'warm' met passende ondersteuning en nazorg indien nodig;
Governance 7.1 Norm voor Opdrachtgeverschap niet-vrijblijvende governance In de NvO voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang staat dat gemeenten in regioverband door het opstellen van een regiovisie moeten komen tot een niet-vrijblijvende governance, met één onderling overeengekomen en gedragen aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio. Het beoogde langetermijnkarakter van de samenwerking tussen gemeenten bij het uitvoeren van de wettelijke taak rond beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang vraagt om het formaliseren van de samenwerkingsafspraken. In het kader van de samenwerking worden heldere afspraken gemaakt over wie wat doet, waar het mandaat binnen de samenwerking ligt en wat er lokaal en regionaal georganiseerd wordt. Dit draagt bij aan de effectiviteit van de regionale samenwerking en zorgt ervoor dat de focus en het goede gesprek binnen de samenwerking op de bedoeling ervan gericht is en blijft. De gemeenten leggen de samenwerking vast in een samenwerkingsovereenkomst. De samenwerking in de MVS-regio richt zich op overleg en afstemming tussen de deelnemende gemeenten op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.
Dit betreft onder andere de gebieden beleidsvorming (inclusief toegang), inkoop, verdeling van de doeluitkeringen, bekostiging van de voorzieningen en verdere voorbereiding op de effecten van mogelijke toekomstige doordecentralisatie van beschermd wonen.
7.2 Uitgangspunten voor samenwerking Uitgangspunten voor de regionale samenwerking zijn: 1. 1. De gemeenten behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, gericht op een goede dienstverlening aan de eigen inwoners en ruimte voor het behoud van eigen identiteit in de uitvoering van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang; 2. De gemeenten sluiten bij het uitvoeren van de taken binnen de samenwerking aan bij de regiovisie beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang een samenwerkingsovereenkomst. 3. Totdat er meer duidelijk wordt over de doordecentralisatie, het nieuwe financieel verdeelmodel en het woonplaatsbeginsel, blijven de gemeenten samenwerken in een centrumgemeenteregiogemeente constructie, met Vlaardingen als centrumgemeente. 4. Rogplus is namens de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor het afgeven van een beschikking voor beschermd wonen en opdrachtverstrekking voor aanverwante taken. 5. We houden voorzieningen op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, 24 uurs- en daarop aansluitende specialistische voorzieningen in stand; 6. Zorgcontinuïteit; 7. (Financiële) risicospreiding; 8. Meer keuzemogelijkheden inwoners; 9. Bundeling van kennis en capaciteit.
19
73 Samenwerking - samenwerkingsovereenkomst
7.4 Bestuurlijke samenwerking
73 Centrumgemeente — rol Vlaardingen
Deze samenwerking in MVS-verband wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. In de samenwerkingsovereenkomst worden afspraken vastgelegd waaronder: het doel en de wijze van samenwerking, de bestuursstructuur, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de samenwerkende gemeenten, organisatie en besluitvorming, de positie van de centrumgemeente, financiën, de duur van samenwerking, de door partners te leveren prestaties, de daarbij te verkrijgen vergoedingen en de wijze van beëindiging van de samenwerking.
Ten behoeve van de samenwerking is er een regionaal bestuurlijk overleg MO/BWNO MVS (RBO) en een ambtelijke stuurgroep MO/BWNO (ASG) en één of meer werkgroepen. Het RBO, de ASG en de werkgroepen bestaan uit vertegenwoordigers van elk van de gemeenten. Besluiten over regionale beleidsmatige onderwerpen worden vastgesteld in het RBO. De regionale samenwerking wordt jaarlijks in het Bestuurlijk Overleg geëvalueerd.
De gemeente Vlaardingen heeft de rol van centrumgemeente voor de gemeenten in MVS. Vlaardingen is verantwoordelijk voor de financiële verdeling van regionale financiële middelen voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. De centrumgemeente stelt jaarlijks een regionale begroting en meerjarenraming op ten behoeve van de regiotaken. Deze regionale begroting wordt jaarlijks in het regionaal bestuurlijk overleg, vóór 1 juli voorafgaand aan het nieuwe begrotingsjaar besproken voor deze wordt voorgelegd en vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen.