CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport onderzoek toezicht en handhaving RK Vlaardingen

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Rekenkamerrapport Toezicht en Handhaving12.782 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving Rekenkamer Vlaardingen

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 1.

Colofon Datum: 23-9-2025 Rekenkamer Vlaardingen: Hayke Veldman, directeur Lauryan Bakker, plv. directeur (tijdelijk) Contactgegevens: Arco de Baat, secretaris 06 82 87 87 03 / arco@necker.nl Onderzoekers: Robert Klaassen robert@necker.nl Arco de Baat arco@necker.nl Wouter Doeleman wouter@necker.nl

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 2.

Inhoudsopgave Colofon

2

Inhoudsopgave

3

Inleiding

5

Aanleiding Doelstelling, afbakening en vraagstelling Leeswijzer

5 5 6

Conclusies en aanbevelingen

7

Conclusies Aanbevelingen

7 9

Reactie van college van B&W

11

Nawoord rekenkamer

14

1. Beleid in beeld

16

1.1. Ambitie, visie en uitgangspunten 1.2. De vertaalslag van beleid naar uitvoering

16 20

2. Uitvoering en inzet op doelrealisatie

23

2.1. Rollen, verantwoordelijkheden en samenwerking bij toezicht en handhaving 2.2. Taakuitvoering in relatie tot capaciteit en de beleidsprioriteiten 2.3 Samenwerking met externe partners 2.4. Inzet van instrumenten om doelstellingen en resultaten te behalen

23 25 27 28

3. Informatievoorziening en sturing

32

3.1. De informatievoorziening aan de raad door het college 3.2. De kaderstellende en controlerende rol van de raad

32 35

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording en geraadpleegde bronnen

39

Onderzoeksverantwoording Schriftelijke documentatie Gevoerde interviews

39 39 39

Bijlage 2: Overzicht capaciteit

40

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 3.

Bestuurlijke nota

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 4.

Inleiding Aanleiding Toezicht en handhaving van Openbare orde en Veiligheid (hierna: OOV) is een van de kerntaken van een gemeente. Het is cruciaal voor de veiligheidsbeleving van inwoners en raakt daarmee ook aan de legitimiteit van het lokale gezag. Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van veel wet- en regelgeving, vooral vastgelegd in de APV. De gemeenteraad bepaalt de kaders waarbinnen de burgemeester en het college dienen te blijven wanneer zij de orde in de openbare ruimte willen bewaren. Transformaties op het gebied van toezicht en handhaving van OOV zijn al enige tijd bezig. In de afgelopen jaren heeft het rijk steeds meer bevoegdheden bij de gemeente neergelegd en komen steeds meer taken bij gemeentelijke handhavers te liggen. Binnen de veiligheidsketen werken gemeenten vaak intensief samen met andere organisaties. De gemeente is daarmee onderdeel van een groter geheel, waarin vraagstukken rondom regie, verantwoordelijkheden en rolverdeling actueel zijn. Ten slotte staat, niet in de laatste plaats als gevolg van de toenemende taken voor gemeenten, ook de uitvoering van toezicht en handhaving onder vergrote druk. Capaciteit – en daardoor prioritering – blijft dan ook altijd een vraagstuk. In deze complexe beleidsomgeving kan het dus voor de raad lastig zijn om overzicht en grip te houden.

Daarom heet de rekenkamer onderzoek gedaan naar toezicht en handhaving van OOV in Vlaardingen.

Doelstelling, afbakening en vraagstelling In de bespreking van het onderzoeksplan 2025 van de rekenkamer met de gemeenteraad op 16 september 2024 kwam naar voren dat het Integraal Veiligheidsplan (IVP) een vruchtbaar onderwerp voor onderzoek kan zijn. Het IVP is de kadernota voor veiligheidsbeleid waarin de gemeente haar doelstellingen en prioriteiten tot uiting brengt. Bij het opstellen van het IVP 2024-2027 van Vlaardingen kon de raad sturing geven aan de lokale veiligheid, maar tijdens de bespreking van het onderzoeksprogramma van de rekenkamer gaf de raad aan dat het lastig is om gedurende de rit het doelbereik van het IVP te toetsen. De rekenkamer betrekt het IVP in haar onderzoek binnen een brede analyse van de manier waarop de gemeente Vlaardingen toezicht en handhaving op OOV heeft ingericht en hoe dit in de praktijk functioneert. Het bereik van de doelstellingen en prioriteiten van het IVP hangen hier immers sterk mee samen. We analyseren de doelen die de gemeente heeft vastgesteld in het beleid en hoe deze doelen handvatten bieden voor de uitvoering. Ook kijken we naar welk instrumentarium de gemeente heeft om haar ambities waar te maken en kijken we naar de rol van de burgemeester in het Vlaardingse OOVbeleid. Ten slotte onderzoeken we de informatiepositie en sturingsmogelijkheden van de raad. In dit onderzoek beoordelen we het OOV-beleid en -instrumentarium.

Om een scherpe focus in het onderzoek te behouden, laat de rekenkamer echter toezicht en handhaving op grond van de Alcoholwet, brandpreventie en verkeersveiligheid buiten beschouwing. Kortom, dit onderzoek spitst zich toe op de doelen en ambities die de gemeente voor ogen heeft in de toezicht en handhaving van OOV in Vlaardingen, welk instrumentarium de gemeente inzet om deze doelen en ambities te bereiken, de manier waarop de gemeente de samenwerking met

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 5.

veiligheidspartners op het gebied van toezicht en handhaving heeft ingericht en de informatiepositie en sturingsmogelijkheden van de gemeenteraad. De rekenkamer heeft de volgende hoofdvraag geformuleerd: In welke mate is het toezichts- en handhavingsbeleid op het gebied van openbare orde en veiligheid in de gemeente Vlaardingen doelmatig en doeltreffend? Om de hoofdvraag te beantwoorden zijn er deelvragen geformuleerd. De deelvragen zijn:

Beleid 1. Welke ambities, visie en uitgangspunten hanteert de gemeente ten aanzien van toezicht en handhaving op OOV? 2. Welk beleid is door de gemeente vastgesteld ten aanzien van toezicht en handhaving op OOV? 3. In hoeverre is dit beleid inzichtelijk en adequaat geformuleerd? a. In hoeverre zijn er meetbare doelen geformuleerd voor toezicht en handhaving? b. In hoeverre is er een passende sanctiestrategie geformuleerd? 4. Op welke wijze is het beleid uitgewerkt in uitvoeringsprogramma’s? a. Welke prioritering heeft de gemeente gemaakt? b. In hoeverre sluit de probleemanalyse van de gemeente aan bij deze prioritering? c. In hoeverre zijn het beleid en het uitvoeringsprogramma door de gemeente afgestemd met samenwerkingspartners?

Uitvoering en inzet op doelrealisatie 5. Welke beleidsinstrumenten zet de gemeente in om haar doelstellingen en resultaten te behalen? a. Welke capaciteit heeft de gemeente beschikbaar en hoe wordt de capaciteit in de praktijk ingezet? b. Wordt er volgens de in het beleid vastgestelde prioritering gewerkt? 6. Hoe zijn de rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van toezicht en handhaving verdeeld binnen de gemeente en tussen de gemeente en handhavingspartners en hoe verloopt deze samenwerking in de praktijk?

Informatievoorziening door het college en sturing door de raad 7. Hoe wordt de raad geïnformeerd over het bereiken van de doelstellingen met betrekking tot het toezichts- en handhavingsbeleid op OOV? 8. Hoe vervult de raad haar kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van toezicht en handhaving op OOV?

Leeswijzer Dit rapport bestaat uit een bestuurlijke nota en een nota van bevindingen. De bestuurlijke nota bevat bovenstaande inleiding, de conclusies en aanbevelingen, de reactie van het college van B&W en het nawoord van de rekenkamer. De nota van bevindingen bestaat uit drie hoofdstukken: beleid, uitvoering en doelrealisatie en informatievoorziening en sturing. In de bijlage staat een onderzoeksverantwoording met een overzicht van geraadpleegde bronnen.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 6.

Conclusies en aanbevelingen Conclusies Op basis van de nota van bevindingen trekt de rekenkamer de volgende conclusies: Conclusie 1. De gemeente Vlaardingen heeft de afgelopen jaren intensief ingezet op verbetering van toezicht en handhaving door meer capaciteit te realiseren en de interne samenwerking te verbeteren. Uitgangspunt van het Vlaardingse beleid op het gebied van veiligheid is dat zowel de objectieve veiligheidscijfers als het subjectieve gevoel van veiligheid moeten verbeteren. Hoewel het aantal geregistreerde misdrijven in Vlaardingen in de afgelopen jaren daalt, blijft het subjectieve veiligheidsgevoel achter: inwoners van Vlaardingen voelden zich in 2024 minder veilig dan enkele jaren geleden. Dit verklaart waarom er de afgelopen jaren blijvend en intensief is ingezet op het verbeteren van de veiligheid in Vlaardingen. Deze inzet blijkt uit een toename van handhavingscapaciteit en het opstarten van een interventieteam om een aantal specifieke aandachtspunten, zoals ondermijning aan te pakken. Het verbeteren van de handhaving blijkt verder uit de samenvoeging van de teams Toezicht en Handhaving en Openbare Orde en Veiligheid. Dit heeft geresulteerd in een meer integrale en intensieve samenwerking tussen de handhavers en het beleidsteam, waardoor beleidsprioriteiten sneller hun weg vinden naar de uitvoering.

Conclusie 2: De gemeente richt toezicht en handhaving in aan de hand van duidelijk vastgestelde prioriteiten met jaarlijkse uitvoeringsplannen, maar de gemeente heeft beperkt zicht op de impact van de geleverde inspanningen. In het coalitieakkoord heeft Vlaardingen een aantal specifieke beleidsprioriteiten genoemd. Deze komen ook terug in het Integraal Veiligheidsplan. Dit Integraal Veiligheidsplan is regionaal afgestemd met samenwerkingspartners, de Veiligheidsregio, de politie en het OM en bevat een aantal inhoudelijke prioriteiten. Vanuit het integraal veiligheidsplan stelt de gemeente uitvoeringsplannen op waarin verschillende activiteiten per prioriteit van het Integraal Veiligheidsplan worden benoemd. De gemeente heeft ervoor gekozen om haar doelstellingen niet te formuleren in termen van resultaat, maar in termen van inzet. Cijfers vertellen volgens het Integraal Veiligheidsplan ‘slechts een deel van het verhaal’. Gevolg hiervan is dat ondanks een groot aantal gepresenteerde cijfers over activiteiten in jaarverslagen het niet op voorhand duidelijk is of gestelde doelen zijn behaald. De gemeente stelt dat het met kwalitatieve doelstellingen niet mogelijk is om zwart-wit te stellen of een doelstelling wel of niet behaald is. Vaak formuleert de gemeente echter geheel geen antwoord op de vraag of een doelstelling gerealiseerd is.

De gemeente kijkt vooral naar de inspanningen die zij heeft geleverd (output) en niet of nauwelijks naar de impact van die inspanningen op de doelstellingen (outcome). Conclusie 3. Ondanks een toegenomen aantal boa’s is capaciteit nog altijd een knelpunt bij toezicht en handhaving. Het handhavingsteam focust zich vanwege beperkte capaciteit vooral op het wegwerken van burgermeldingen, wat ten koste gaat van de aandacht voor andere taken. De taken van handhavers in Vlaardingen zijn in drie aspecten onder te verdelen: - Meldingen van inwoners behandelen, bijvoorbeeld over overlast in de openbare ruimte;

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 7.

-

-

In afstemming met coördinatoren en regisseurs inzet plegen op de beleidsprioriteiten van het Integraal Veiligheidsplan, bijvoorbeeld door aanwezig te zijn bij geplande controles om ondermijning tegen te gaan; Bereikbaar en bekend zijn voor inwoners en ondernemers van Vlaardingen door laagdrempelige aanwezigheid (bijvoorbeeld lopend of op de fiets).

Uit gesprekken blijkt dat handhavers zich voornamelijk met het behandelen van meldingen bezighouden. Ondanks de grote inzet hierop lukt het niet altijd om alle meldingen weg te werken. Naast het wegwerken van meldingen plegen handhavers ook inzet bij controles. Deze controles worden (met uitzondering van ad hoc controles) van tevoren afgestemd met samenwerkingspartners zoals de politie. Op deze manier borgt de gemeente ruim van tevoren de beschikbaarheid van intern benodigde handhavingscapaciteit. Uit gesprekken blijkt dat de inzet op deze twee aspecten ten koste gaat van het derde aspect: handhavers hebben minder ruimte om te werken aan bereikbaarheid en bekendheid dan bestuurlijk gewenst. De gemeente pleegt daarnaast inzet om het handhavingsteam te trainen en te professionaliseren om de effectiviteit te verhogen. Mede omdat de gemeente hier nog stappen in zet en omdat nog niet voor het gehele handhavingsteam het gewenste werkniveau behaald wordt, is de gemeente terughoudend om extra geweldsbevoegdheden zoals het dragen van een wapenstok aan handhavers toe te kennen. Conclusie 4: De samenwerking met lokale samenwerkingspartners verloopt goed door gezamenlijk afgestemde beleidsprioriteiten en nauwe contacten op uitvoerend niveau. Wettelijke beperkingen op mogelijkheden om kennis te delen worden genoemd als een knelpunt.

Handhavers werken intensief samen met lokale samenwerkingspartners, met name met de politie en met jongerenwerkers. De beleidsprioriteiten uit het Integraal Veiligheidsplan en uit uitvoeringsplannen zijn onderling afgestemd. In de dagelijkse praktijk houden de gemeente en samenwerkingspartners de lijnen kort door wekelijkse gezamenlijke overleggen en onderling contact via sociale media zoals Whatsapp. Op bestuurlijk niveau werkt de burgemeester nauw samen met de politie en met het Openbaar Ministerie door structurele overleggen met de veiligheidsdriehoek en daarnaast incidentele overleggen met dit gremium als daar een specifieke aanleiding voor is. Regelgeving beperkt volgens betrokkenen echter de mogelijkheden om op uitvoerend niveau informatie te delen met samenwerkingspartners met wie geen formele afspraken zijn gemaakt over kennisdeling. Conclusie 5: De gemeenteraad vervult een actieve rol bij toezicht en handhaving: controlerend door het regelmatig stellen van vragen en kaderstellend door een aantal amendementen bij de vaststelling van het beleidskader. De raad heeft haar kaderstellende rol ingevuld door het Integraal Veiligheidsplan vast te stellen. Hierbij verruimde de raad door middel van amendementen de financiële middelen om handhavers te voorzien van een betere uitrusting.

Tevens koos de raad voor een onderzoek naar de beschikbare capaciteit en de mogelijke inzet van scanauto’s. Ook koos de raad voor een onderzoek naar de mogelijkheden om een AED te gebruiken. De raad vult zijn controlerende rol in door met grote regelmaat vragen te stellen over Toezicht en Handhaving. Deze vragen gaan in veel gevallen over de aanpak van specifieke geweldsincidenten en niet over de mate waarin de gemeente de doelstellingen uit het Integraal Veiligheidsplan weet te behalen.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 8.

Aanbevelingen Op basis van de nota van bevindingen en de conclusies formuleert de rekenkamer de volgende aanbevelingen: Aanbeveling 1. Vraag het college om jaarlijkse navolgbare resultaatdoelstellingen per prioriteit van het Integraal Veiligheidsplan De IVP-prioriteiten zijn geformuleerd in termen van het verstevigen van aanpak of het intensiveren van inzet. Hierdoor kan onduidelijkheid ontstaan over de vraag of gestelde doelstellingen zijn behaald. Vraag het college daarom om resultaatdoelstellingen per IVP-prioriteit te formuleren en inzichtelijk te maken of deze jaarlijks worden behaald. Het is hierbij nuttig om een onderscheid te formuleren op doelstellingen op niveau van output (bijv. het aantal boetes voor parkeerovertredingen) en doelstellingen op het niveau van outcome (bijv. het veiligheidsgevoel van burgers en aantallen burgermeldingen rond parkeeroverlast). Hierdoor ontstaat duidelijkheid over de aanpak en over de impact ervan. Vraag het college ook om daarbij helder te maken hoe de inzet per IVP-prioriteit moet bijdragen aan het veiligheidsgevoel van inwoners. Aanbeveling 2: Richt het gesprek met het college over Toezicht en Handhaving in op basis van de voortgang van het Integraal Veiligheidsplan Toezicht en Handhaving is met grote regelmaat een onderwerp van gesprek tussen college en raad. Dit uit zich vooral in vragen die de raad aan het college stelt.

In de vragen richt de raad zich meer op actuele onderwerpen en minder op de uitvoering van beleidsprioriteiten. Om het gesprek over behaalde resultaten op een productieve manier te kunnen voeren is het belangrijk om het college periodiek te bevragen over de voortgang van de door de raad gestelde kader in het Integraal Veiligheidsplan. Aanbeveling 3. Vraag het college opnieuw te evalueren of er (kwantitatieve en kwalitatieve) versterking van de handhavingsunit nodig is om aan de beleidsdoelstellingen te werken De taken van handhavers kunnen worden verdeeld in de inzet op IVP-prioriteiten, het wegwerken van meldingen en het bekend en bereikbaar zijn voor inwoners en ondernemers. Het bekend en bereikbaar zijn kan een preventieve werking hebben. Er is echter te weinig handhavingscapaciteit om dit in de praktijk te brengen omdat handhavers vooral bezig zijn met het wegwerken van burgermeldingen en ook hiervoor soms nog tijd te kort hebben. Daarnaast is het werkniveau in de handhavingsunit nog niet volledig toereikend om de drie aspecten op een efficiënte manier met elkaar te combineren. Het college heeft er in het versterkingsplan voor gekozen om zich vooralsnog vooral te richten op kwalitatieve versterking van de handhavingsunit.

Vraag het college daarom te evalueren of er een verdere kwantitatieve en kwalitatieve investering in de handhavingscapaciteit nodig is om aan de beleidsdoelstellingen te kunnen werken. Vraag het college ook om een werkwijze te implementeren waarbij er binnen de handhavingsunit meer tijd wordt gereserveerd om de bekendheid en bereikbaarheid te vergroten. Aanbeveling 4. Vraag het college om met samenwerkingspartners te verkennen of er mogelijkheden zijn om informatiedeling met samenwerkingspartners te verbeteren en sluit indien nodig extra samenwerkingsafspraken. Samenwerking met lokale samenwerkingspartners (met name de politie en het lokaal jongerenwerk) verloopt op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau goed en laagdrempeling. Op uitvoerend niveau zijn echter niet altijd de bevoegdheden en mogelijkheden om informatie te delen aanwezig. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om situaties waarbij de jongerenwerker zicht heeft op specifieke jeugdproblematiek en informatie op persoonsniveau hierover wil delen met handhavers of met de

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 9.

politie. Hoewel de mogelijkheden tot informatiedeling sterk ingekaderd worden door de AVG en de Wet Politiegegevens is het toch raadzaam om te onderzoeken of deze mogelijkheden binnen de wettelijke kaders verbeterd kunnen worden. Hiervoor kunnen mogelijk modelconvenanten van landelijke organisaties worden toegepast. Dit voorkomt het risico van informele onrechtmatige informatiedeling en zorgt voor een effectievere samenwerking en een verbeterde inzet van de handhavingsunit.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 10.

Reactie van college van B&W

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 11.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 12.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 13.

Nawoord rekenkamer De Rekenkamer dankt het college voor de bestuurlijke reactie en is blij dat het college de aanbevelingen overneemt. Ook dankt de Rekenkamer het college voor de verhelderende reactie op de conclusies. Op één punt wil de Rekenkamer hier inhoudelijk op reageren. Zoals het college terecht aangeeft is het niet correct dat de raad per amendement de financiële kaders heeft verruimd. De raad heeft wel bij motie opgeroepen om boa’s binnen het financiële kader te voorzien van een goede uitrusting. Deze verwoording is wel correct opgenomen in de nota van bevindingen. We merken op dat dit overigens niets afdoet aan de strekking van de conclusie. Namens de Rekenkamer, Hayke Veldman, directeur Lauryan Bakker, plaatsvervangend directeur (tijdelijk)

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 14.

Nota van bevindingen

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 15.

1. Beleid in beeld In dit hoofdstuk zet de rekenkamer uiteen welke ambities, visie en uitgangspunten de gemeente heeft ten aanzien van toezicht en handhaving op OOV. Daarvoor gaat de rekenkamer in op de relevante beleidskaders, de prioriteiten hierin en de uitwerking naar uitvoeringsprogramma’s. In dit hoofdstuk beantwoordt de rekenkamer daarmee de volgende deelvragen: 1. Welke ambities, visie en uitgangspunten hanteert de gemeente ten aanzien van toezicht en handhaving op OOV? 2. Welk beleid is door de gemeente vastgesteld ten aanzien van toezicht en handhaving op OOV? 3. In hoeverre is dit beleid inzichtelijk en adequaat geformuleerd? a. In hoeverre zijn er meetbare doelen geformuleerd voor toezicht en handhaving? b. In hoeverre is er een passende sanctiestrategie geformuleerd? 4. Op welke wijze is het beleid uitgewerkt in uitvoeringsprogramma’s? a. Welke prioritering heeft de gemeente gemaakt? b. In hoeverre sluit de probleemanalyse van de gemeente aan bij deze prioritering? c. In hoeverre zijn het beleid en het uitvoeringsprogramma door de gemeente afgestemd met samenwerkingspartners?

1.1. Ambitie, visie en uitgangspunten Kernbevinding: de gemeente Vlaardingen wil met toezicht en handhaving de objectieve veiligheid en het veiligheidsgevoel van inwoners in Vlaardingen verhogen. Het IVP is hiervoor het centrale beleidskader. Hierin stelt de gemeente vijf prioriteiten voor de periode 2024-2027 op de thema’s ondermijning, woonoverlast, zorg en veiligheid (met een focus op jongeren), digitale veiligheid en de problematiek van arbeidsmigranten. De doelstellingen binnen deze prioriteiten zijn kwalitatief van aard. Daarom is het volgens de gemeente niet goed mogelijk om antwoord te geven op de vraag of de gestelde doelstellingen worden behaald.

De criminaliteit in Vlaardingen daalt, maar het onveiligheidsgevoel blijft hoog, de gemeente handhaaft een stevige ambitie op het veiligheidsdomein om zowel de objectieve veiligheid als het veiligheidsgevoel te verbeteren. In het coalitieakkoord heeft Vlaardingen de ambitie geformuleerd dat zowel de objectieve veiligheid als het veiligheidsgevoel in Vlaardingen moet verbeteren. Achtergrond van deze ambitie is een eerdere analyse die laat zien dat de veiligheidscijfers in Vlaardingen dalen, maar dat het onveiligheidsgevoel in Vlaardingen hoger is dan gemiddeld in stedelijke gemeenten (zie ook het blauwe kader).1 Hoe veilig is Vlaardingen? De gemeente analyseert periodiek het lokale veiligheidsbeeld Voorafgaand aan het vaststellen van beleidskaders op het gebied van veiligheid stelt de gemeente een veiligheidsbeeld op. Het veiligheidsbeeld is gebaseerd op cijfers van de politie (registratie misdrijven en overlast) en op de resultaten van de Veiligheidsmonitor van 2021. De Veiligheidsmonitor is een bevolkingsonderzoek dat sinds 2017 in de oneven jaren wordt uitgevoerd

1 Gemeente Vlaardingen. (2020). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2020-2023. Te raadplegen via:

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR680893#bijlage_2

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 16.

en heeft betrekking op criminaliteit, onveiligheid, buurtproblemen en het optreden van gemeente en politie. Het veiligheidsbeeld laat zien dat de criminaliteitscijfers in Vlaardingen over het geheel bezien zijn gedaald. De top drie van meest geregistreerde misdrijven in de gemeente Vlaardingen bestond uit : 1. horizontale fraude (fraude tussen burgers onderling, zoals identiteitsfraude of vastgoedfraude); 2. vernieling c.q. zaakbeschadiging; 3. diefstal van brom-/snor-/fietsen. Deze top drie maakte een derde uit van het totaal aantal geregistreerde misdrijven. Dit beeld komt overeen met de regionale en landelijke politiecijfers.2 In de Veiligheidsmonitor geven inwoners aan dat zij procentueel het vaakst slachtoffer zijn van gedigitaliseerde criminaliteit, gevolgd door vermogensdelicten, vernielingen en geweldsdelicten. Verder toont de Veiligheidsmonitor dat de sociale veiligheidsbeleving van de inwoners van Vlaardingen lager ligt in vergelijking met de inwoners van vergelijkbare gemeenten. De politie registreerde in 2021-2022 een daling van de overlastcijfers, maar deze leken in 2023 weer te stijgen. Meer dan de helft van de inwoners van Vlaardingen ervoer een of meer vormen van overlast.

Meldingen gaan onder andere over personen met onbegrepen gedrag, overlast van buren, alcoholmisbruik, aanwezigheid van dak- of thuislozen of een combinatie hiervan.3 Daarnaast wil de gemeente bij de aanpak van criminaliteit de juiste balans vinden tussen het voorkomen van criminaliteit en het optreden tegen criminaliteit.4 Daarom staan in het coalitieakkoord ambities om de handhavingscapaciteit uit te breiden, een stadsmarinier in dienst te nemen die preventief aanwezig is in de wijken evenals meer blauw op straat, een ondermijningsaanpak in te voeren en door samenwerking met jongerenwerk meer in te zetten op vroegsignalering. Verder moet de digitale veiligheid van burgers worden verbeterd. In het Uitvoeringsprogramma 2023-2026 (2022) zijn de ambities voor het veiligheidsdomein verder uitgewerkt in de volgende drie onderwerpen: • • •

versteviging van de aanpak van ondermijning; intensivering van de aanpak van woonoverlast; versterking van de samenwerking tussen zorg en veiligheid.5

Het uitgangspunt hierbij is het versterken van het eerdere beleid.

De veiligheidsambities van de gemeente uit het coalitieakkoord en het veiligheidsprogramma zijn direct doorvertaald naar het centrale beleidskader in het veiligheidsdomein: het IVP Net als in de meeste gemeenten heeft de gemeente Vlaardingen een IVP als centraal beleidskader op het gebied van openbare orde en veiligheid. Het IVP wordt eens in de vier jaar door de gemeenteraad vastgesteld en bevat de vijf belangrijkste strategische prioriteiten voor de komende jaren.6 Het huidige IVP is op 14 december 2023 vastgesteld door de gemeenteraad en loopt tot eind 2027. Dit IVP bouwt 2 Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027, p. 3, 10-12. 3 Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027, p. 3, 13-15. 4Gemeente Vlaardingen (2022, mei). Coalitieakkoord 2022-2026, Groei en bloei voor Vlaardingen, p. 10. 5Gemeente Vlaardingen (2022, december). Uitvoeringsprogramma 2023-2026, p. 22. 6 Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027, p. 3.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 17.

verder op het centrale uitgangspunt uit het vorige IVP, namelijk dat zowel de objectieve veiligheid als het veiligheidsgevoel moeten worden versterkt.7 Het huidige IVP vloeit in Vlaardingen inhoudelijk voor een belangrijk deel voort uit de ambities en doelstellingen zoals geformuleerd in het coalitieakkoord. De prioriteiten uit het IVP zijn een aanvulling op de dagelijkse taken van de afdeling toezicht en handhaving, zoals de handhaving op de APV.

In het IVP staan vijf prioriteiten centraal Hieronder wordt kort ingegaan op de vijf prioriteiten die het IVP vaststelt voor de jaren 2024-2027. De drie onderwerpen uit het Uitvoeringsprogramma 2023-2026 zijn één op één als prioriteit in het IVP teruggekomen. Met deze prioriteiten wordt duidelijk voortgebouwd op het IVP 2020-2023, waarin de aanpak van ondermijning en de verbinding tussen zorg & veiligheid (inclusief woonoverlast) als geprioriteerde thema’s werden onderscheiden. Verder komt een ambitie uit het coalitieakkoord, aandacht voor digitale veiligheid, in het IVP terug. Ook is de aanpak van de problematiek van arbeidsmigranten als aparte prioriteit toegevoegd. In het coalitieakkoord komt dit thema alleen terug onder het kopje wonen. Omdat de problematiek rond arbeidsmigranten zich naast wonen ook manifesteert in overlast in de openbare ruimte is deze als zelfstandige prioriteit opgenomen in het IVP. Deze twee prioriteiten zijn vastgesteld naar aanleiding van vier trends die in het IVP worden gesignaleerd op basis van politiecijfers, de veiligheidsbeleving van inwoners en gesprekken met de veiligheidspartners.

8 Het gaat daarbij om: toename van geregistreerde digitale criminaliteit, toename overlast van personen met onbegrepen gedrag, toename overlast daklozen (voornamelijk afkomstig uit Oost-Europa), toename van wapenbezit onder jongeren.9 In onderstaand kader wordt kort weergegeven hoe de prioriteiten worden ingevuld en wordt elke prioriteit, inclusief de ambities en doelen die daarbij horen, kort besproken.10 Versteviging aanpak ondermijning Het IVP gaat uit van een veelgebruikte definitie van ondermijning, namelijk de vervaging van de grenzen tussen de bovenwereld en de onderwereld, waardoor de samenleving verzwakt en zelf ontregelt raakt. De gemeente hoopt ondermijning te verstoren door integraal samen te werken en repressief op te treden te treffen. Ook wil de gemeente de weerbaarheid van inwoners, bedrijven en de gemeente zelf te bevorderen. De maatregelen die de gemeente binnen deze prioriteit wil inzetten zijn divers en zien zowel op repressieve als bewustwording en preventie. Intensivering aanpak woonoverlast Wat betreft woonoverlast (denk bijvoorbeeld aan geluidsoverlast, verloedering en drugsoverlast) gaat het IVP uit van een voortzetting van de bestaande aanpak van het interventieteam. Voor de jaren 2024-2027 wordt deze aanpak gecombineerd met een preventieve aanpak, gericht op vroegtijdig signaleren en de aanpak van onderliggende oorzaken.

De gemeente wil daarbij diverse middelen inzetten en samenwerken met ketenpartners, mede ondersteund door een verbeterde informatievoorziening.

7 Gemeente Vlaardingen. (2019). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2020-2023. 8 Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027, p. 3-4 9 Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027, p. 15. 10 Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027, p. 17 e.v.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 18.

Versterking samenwerking zorg en veiligheid (met bijzondere aandacht voor jeugd) Om overlast en onveiligheid te voorkomen en kwetsbare inwoners te ondersteunen bij hun participatie in de samenleving wil de gemeente de verbinding tussen zorg en veiligheid versterken. Om dat te realiseren zet de gemeente in op het verbeteren van haar informatiepositie als procesregisseur en op het vergroten van het veiligheidsbewustzijn en de handelingsbekwaamheid van inwoners. Onder de paraplu van zorg en veiligheid wordt bijzondere aandacht besteed aan het thema jeugd. De gemeente speelt een verbindende rol in het onderhouden van de contacten tussen jongerenwerk, handhavers, politie en wijkteams. De gemeente beoogt middels vroegsignalering en een persoonsgerichte aanpak overlast en criminaliteit onder jongeren te voorkomen. Ook wordt er ingezet op preventie middels campagnes. Waarborging digitale veiligheid Wat betreft de waarborging van de digitale weerbaarheid stelt het IVP de ambitie vast om een ‘cyberweerbare’ gemeente te worden, zowel binnen de eigen organisatie als in de samenleving. De gemeente wenst goed voorbereid te zijn op eventuele cyberincidenten en wil ervan verzekerd zijn dat de eigen digitale systemen en digitale informatievoorzieningen goed functioneren. Daarnaast zet de gemeente in op het weerbaar maken van de samenleving tegen cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit.

Verder wil de gemeente onderzoeken welke bestuurlijke instrumenten er zijn voor toezicht en handhaving in de onlinewereld, zodat er tijdig en doortastend kan worden ingespeeld op online activiteiten die offline aangejaagde ordeverstoringen. Aanpak problematiek rondom arbeidsmigranten Het gaat hierbij voornamelijk om arbeidsmigranten uit andere lidstaten van de Europese Unie. De problematiek kent verschillende elementen, zoals overlast, criminaliteit, arbeidsuitbuiting en overbewoning. De ambitie is om een balans te realiseren tussen enerzijds de huisvesting van arbeidsmigranten en anderzijds de leefbaarheid in de wijken in Vlaardingen. De gemeente heeft als doel gesteld om malafide uitzendbureaus en huisvesters aan te pakken, en om structureel te handhaven op de huisvestingssituatie van arbeidsmigranten. Ook wil de gemeente de sociale betrokkenheid vergroten, onder meer door initiatieven zoals ‘Meet & Greet’-momenten te stimuleren.

De IVP-prioriteiten sluiten nauw aan bij ambities van samenwerkingspartners in het veiligheidsdomein De strategische prioriteiten van het IVP zijn afgestemd met samenwerkingspartners uit het veiligheidsdomein, namelijk de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, het basisteam Waterweg van het politiedistrict Rijnmond-Noord en het Openbaar Ministerie.11 Bij het opstellen van het IVP 20242027 is dan ook aansluiting gezocht bij de landelijke en regionale ambities en doelstellingen ten aanzien van veiligheid. Vooral relevant is de Strategische agenda 2023-2026 van de politie Eenheid Rotterdam (2022).12 Hierin heeft het Regionaal Veiligheidsoverleg, bestaande uit de burgemeesters in de regio, de hoofdofficier van justitie en de politiechef, de strategische koers voor de politie Eenheid Rotterdam uiteengezet voor de periode 2023-2026.13 De IVP’s van gemeenten in de regio en het jaarplan van OM vormen de basis van de Strategische agenda.14 11 Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027, p. 3-5. 12 Daarnaast is blijkens het IVP rekening gehouden met de Landelijke veiligheidsagenda 2023-2026 (2022) van het ministerie van

Justitie en Veiligheid, en met het Beleidsplan Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2023-2027 (2022). 13 Artikel 39 Politiewet. 14 Regionaal Veiligheidsoverleg Rotterdam. (2022). Strategische agenda 2023-2026 Politie eenheid Rotterdam, p. 5.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 19.

Drie van de vijf prioriteiten die het IVP onderscheidt (aanpak ondermijning, zorg en veiligheid, digitale veiligheid), komen direct terug in de Strategische agenda. De Strategische agenda kent namelijk de strategische thema’s ‘ontwikkeling van de opsporing en aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit’ en ‘digitale transformatie’ (o.a. aanpak digitale criminaliteit en digitale bekwaamheid politie) en ‘zorg en veiligheid’. Binnen zorg en veiligheid wordt onder meer aandacht besteed aan het beschermen van kwetsbare jongeren, de omgang met mensen met verward gedrag en het bieden van slachtofferzorg.

De IVP-prioriteiten zijn kwalitatief geformuleerd en in aansluiting daarop kiest de gemeente ervoor om geen antwoord te geven op de vraag of doelstellingen worden behaald. Sinds het IVP 2020-2023 werkt de gemeente niet meer met kwantitatief, maar met kwalitatief geformuleerde doelstellingen. In het IVP 2016-2019 werden bijvoorbeeld de doelen geformuleerd om overvallen in 2019 terug te brengen tot een maximum van 3 en om ervaren overlast terug te brengen van 13,3% tot 10%. Bij het opstellen van het vorige IVP heeft de gemeente ervoor gekozen om deze werkwijze los te laten. In het IVP 2020-2023 en het IVP 2024-2027 wordt bij het stellen van doelen meestal gesproken van 'het vergroten van' of 'het terugdringen van', zonder daar expliciete cijfers aan te koppelen. Deze keuze beargumenteert de gemeente als volgt: ‘Cijfers zeggen […] niet altijd alles. Zaken moeten altijd worden geduid, waarbij de achterliggende oorzaak van de problematiek net zo, of misschien wel interessanter, kan zijn dan de cijfers zelf. En anderzijds, waar cijfers iets zeggen, is het vaak lastig om hierbij aan te geven in hoeverre een enkel instrument hier precies op van invloed is (geweest).’ 15 Bij het opstellen van het nieuwe IVP is een evaluatie uitgevoerd van het vorige IVP. De vraag of de doelstellingen uit het vorige IVP zijn behaald, wordt niet expliciet beantwoord in de evaluatie.

De evaluatie laat zien welke inspanningen de gemeente de afgelopen jaren heeft geleverd. Ook wordt op bepaalde punten (met name ondermijning) cijfermateriaal besproken. Aan deze inspanningen en cijfers worden verder geen conclusies verbonden in het licht van de gestelde doelstellingen. Hierover staat in het IVP het volgende: “Wat wel vermeld moet worden is dat de doelstellingen, zoals eerder vermeld, kwalitatief zijn geformuleerd. In de praktijk kan niet zwart-wit worden gesteld of een doelstelling wel of niet is behaald. Wel zorgt de evaluatie ervoor dat goed zichtbaar is welke inspanningen we als gemeente hebben gedaan en wat er (nog) beter kan.”16

1.2. De vertaalslag van beleid naar uitvoering Kernbevinding: Het IVP bevat een aantal organisatorische randvoorwaarden om doelstellingen na te kunnen streven. In jaarlijkse teamplannen (of jaarplannen) wordt uiteengezet met welke doelen en activiteiten het team OOV dat betreffende jaar aan de slag gaat. Het Teamplan 2024 en het Jaarplan 2025 vertalen de vijf prioriteiten van het IVP naar min of meer concrete actiepunten. In het Teamplan 2024 gebeurt dat uitvoeriger dan in het jaarplan 2025. De activiteiten in de teamplannen zijn niet voorzien van (duidelijke) doelstellingen.

De gemeente heeft in het IVP een aantal organisatorische randvoorwaarden gesteld om aan de eigen doelstellingen te kunnen werken Om de ambities bij de vijf prioriteiten te kunnen realiseren moet volgens het IVP worden voldaan aan enkele organisatorische randvoorwaarden, namelijk het verder uitbouwen van datagedreven werken,

15 Gemeente Vlaardingen. (2019, 19 december). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2020-2023, par. 2.2. 16 Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027, p. 2.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 20.

het behouden en waar nodig versterken van het interventieteam, en het uitbreiden van capaciteit, kennis en expertise op het gebied van respectievelijk Business Intelligence en digitale veiligheid. 17 Om de eerstgenoemde randvoorwaarde in te vullen is er per 1 januari 2025 een data-analist in het team aanwezig. Ook het interventieteam is op sterkte gebleven en in 2024 versterkt met eigen toezichthouders en handhavers. Voor Business Intelligence en digitale veiligheid wordt in meerdere documenten aangegeven dat kennis en capaciteit voor deze onderwerpen wordt uitgebreid.18 De uitvoering hiervan is momenteel gaande. Zo loopt er bijvoorbeeld een aanbesteding voor een nieuw meldingssysteem waardoor burgermeldingen eenvoudiger gesorteerd kunnen worden.

In uitvoeringsprogramma’s en teamplannen stelt de gemeente vast hoe zij uitvoering geeft aan de prioriteiten, zonder hierbij duidelijke doelen vast te stellen. In jaarlijkse teamplannen (of jaarplannen) wordt uiteengezet op welke manier het team OOV met de prioriteiten uit het IVP aan de slag gaat. Deze plannen worden in samenspraak met het gehele team OOV tot stand gebracht. Uit gesprekken blijkt dat het bij het opstellen van de jaarlijkse plannen mogelijk is om nieuwe accenten te leggen ten opzichte van het IVP. Het Teamplan 2024 en het Jaarplan 2025 vertalen de vijf prioriteiten van het IVP naar actiepunten voor dat betreffende jaar. In het eerste document gebeurt dat uitvoeriger dan in het tweede. Zo onderscheidt Teamplan 2024 binnen de prioriteit ondermijning 14 relatief concrete activiteiten, verdeeld over 9 doelstellingen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het uitvoeren van een procesbeschrijving toepassing beleidsregels Wet Bibob en het implementeren van het Bibob-proces in een nieuw zaaksysteem (doelstelling ‘Toepassing beleidsregels Wet Bibob’). Het Jaarplan 2025 is bondiger. Het plan stelt binnen de prioriteit ondermijning 5 activiteiten vast, waaronder het evalueren en actualiseren van het Bibob-beleid en het vergroten van de meldingsbereidheid.

Van deze 5 activiteiten vormen er 2 een herhaling van een activiteit uit het Teamplan 2024 (het actualiseren van het beleid rond het opleggen van een last onder bestuursdwang bij drugsovertredingen en de ontwikkeling lokaal prostitutiebeleid). De activiteiten in de teamplannen zijn niet voorzien van (duidelijke) doelstellingen. Het Teamplan 2024 onderscheidt binnen elke prioriteit weliswaar doelstellingen, maar deze doelstellingen bestaan slechts uit een titel (‘Drones’, ‘BRP controles’, ‘Organiseren veiligheidsdag’, Beleidsregels overlastgevende personen’) en zijn niet voorzien van een toelichting. Het Jaarplan 2025 gaat enkel uit van activiteiten, en maakt niet duidelijk welke specifieke doelen daaraan gekoppeld zijn. Hierdoor is het niet altijd duidelijk waarom bepaalde activiteiten plaatsvinden of wanneer ze geslaagd zijn.

De gemeente Vlaardingen kent geen apart toezicht- en handhavingsbeleid met een sanctiestrategie Veel gemeenten kennen naast een IVP eveneens een apart beleidskader voor toezicht en handhaving op diverse domeinen, waaronder op OOV. Deze beleidskaders zijn in die gemeenten ingebed in een beleidscyclus, waarbij op basis van het beleidskader ook jaarlijkse uitvoeringsplannen met acties en jaarrapportages over die genomen acties worden opgesteld. In beleidskaders voor toezicht en handhaving nemen gemeenten veelal ook een sanctiestrategie op, waarin is vermeld in welke gevallen specifieke sancties als boetes of lasten worden opgelegd. In Vlaardingen is er in plaats daarvan een

17 Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027. 18 Gemeente Vlaardingen. (2024, 11 juni). Inrichtingsplan Openbare Orde & Veiligheid.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 21.

handhavingsarrangement en handhavingsstrategie opgesteld, waarop de rekenkamer in het volgende hoofdstuk ingaat. In Vlaardingen is er geen (recent) beleidskader voor toezicht en handhaving, anders dan wat hier in het IVP over is vermeld. De monitoringscyclus is anders ingericht dan in andere gemeenten. Ook hier gaat de rekenkamer in het volgende hoofdstuk verder op in.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 22.

2. Uitvoering en inzet op doelrealisatie In dit hoofdstuk gaat de rekenkamer in op hoe de gemeente het beleid voor toezicht en handhaving op OOV daadwerkelijk uitvoert. Daarvoor kijkt de rekenkamer onder meer naar hoe rollen en verantwoordelijkheden binnen de gemeente en tussen gemeente en samenwerkingspartners zijn verdeeld en hoe de samenwerking er in de praktijk uitziet. Ook beziet de rekenkamer de inzet van de diverse toezichts- en handhavingsinstrumenten. In dit hoofdstuk beantwoordt de rekenkamer daarmee de volgende deelvragen: 5. Welke beleidsinstrumenten zet de gemeente in om haar doelstellingen en resultaten te behalen? a. Welke capaciteit heeft de gemeente beschikbaar en hoe wordt de capaciteit in de praktijk ingezet? b. Wordt er volgens de in het beleid vastgestelde prioritering gewerkt? 6. Hoe zijn de rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van toezicht en handhaving verdeeld binnen de gemeente en tussen de gemeente en handhavingspartners en hoe verloopt deze samenwerking in de praktijk?

2.1. Rollen, verantwoordelijkheden en samenwerking bij toezicht en handhaving Kernbevinding: Het beleid en de uitvoering van Openbare Orde en Veiligheid is in 2024 in één team samengevoegd. Dit leidt tot een meer integrale werkwijze bij Toezicht en Handhaving. Bij deze samenvoeging heeft het team een kwaliteitsimpuls ondergaan.

De teams toezicht en handhaving, bijzondere wetten en OOV vormen nu één team OOV Voorafgaand aan 2024 bestonden er twee afzonderlijke teams die zich bezighielden met toezicht en handhaving op openbare orde en veiligheid. Het team Toezicht en Handhaving richtte zich op de uitvoering van de vaste toezicht- en handhavingstaken en had geen beleidsmedewerkers. De beleidscapaciteit was ingericht in het team OOV, waarin onder andere juristen, de Bibob-functionaris en vergunningverleners waren ondergebracht. Gevolg van deze scheiding was dat ontwikkelingen in wetgeving niet werden omgezet in beleid voor handhaving. Een voorbeeld hiervan is de APV die sinds 2019 niet meer gewijzigd is, ondanks de aanleiding die daarvoor bestond met de invoering van de Omgevingswet. Nu de teams zijn samengevoegd wordt ook gestart met het up to date maken van de relevante beleidsdocumenten en kaders. Zo staat een vernieuwing van de APV op de planning. Het handhavingsteam heeft sinds kort een eigen unitleider. Verder heeft het team 2 coördinatoren en een aantal boa’s. Er zijn enkele algemene boa’s, een aantal wijkboa’s en enkele jeugdboa’s. De coördinatoren houden zich bezig met het coördineren van de inzet van de boa’s. Zij zorgen ook voor het toedelen van boa’s aan specifieke handhavingstaken (bijvoorbeeld de bedrijvencontroles die worden opgezet door het interventieteam).

Doordat de coördinatoren en de regisseurs die zich bezighouden met de prioriteiten van het IVP in een team samenwerken kan handhavingscapaciteit op een efficiënte manier worden ingezet om aan de IVP-prioriteiten te werken.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 23.

Naar aanleiding van het nieuwe integraal veiligheidsplan zijn er verschillende veranderinitiatieven ten aanzien van toezicht en handhaving gestart. Naar aanleiding van het Integraal Veiligheidsplan zijn de volgende plannen opgesteld19: •

•

Het versterkingsplan zorgt voor een verbetering van de kwaliteit van toezicht en handhaving. Het versterkingsplan was mede een uitvloeisel van het integraal veiligheidsplan en aangenomen moties van de raad op het gebied van versterking van capaciteit20 en investering in de uitrusting21. Het inrichtingsplan zorgt voor een samenvoeging van de units Toezicht en Handhaving en Openbare Orde en Veiligheid in één team waarin meer samenwerking mogelijk is.22

Het inrichtingsplan heeft gezorgd voor meer integraal functioneren op Toezicht en Handhaving Vanaf 1 januari 2025 zijn de teams T&H en OOV samengevoegd tot één team onder één teammanager Openbare Orde en Veiligheid, verdeeld in twee units. Beide units hebben een aparte unitleider. Daarnaast is er een aantal overkoepelende functies. De medewerkers in overkoepelende functies (o.a. beleidsmedewerkers) werken voor beide units en rapporteren rechtstreeks aan de teammanager. Voor een overzicht van functies binnen de afdeling, zie Bijlage 2. De samenwerking vindt plaats tussen beide units onder één team. Het gehele team (beide units) werkt nu samen op één plaats in het gemeentekantoor. Uit gesprekken blijkt dat lijntjes hierdoor korter zijn geworden en collega’s vanuit beide units elkaar makkelijker weten te vinden. De capaciteit en kwaliteit van het handhavingsteam zijn verbeterd door het versterkingsplan, maar vragen nog verdere aandacht Het versterkingsplan openbare orde en veiligheid is gericht op de verbetering van het handhavingsteam.

In een memo aan de gemeenteraad geeft het college aan dat de kern van het plan zich richt op het “Beter, Bekender en Bereikbaarder” worden van de unit toezicht en handhaving.23 In het memo staat: “Deze slogan weerspiegelt onze ambities: we willen onze dienstverlening verbeteren, de unit T&H zichtbaarder maken en de toegankelijkheid voor inwoners vergroten.” Uit gesprekken blijkt dat het de wens is dat handhavers meer ruimte en tijd hebben om contacten te leggen met inwoners en ondernemers en dat hiervan een preventieve werking moet uitgaan. Op die manier is minder handhaving nodig en kunnen inwoners en ondernemers bij problemen snel een signaal doorgeven aan de boa’s. Het versterkingsplan kent de volgende onderdelen: • Versterking kwaliteit van het team: medewerkers worden verder opgeleid en geschoold en er wordt gezocht naar een andere werkomgeving als iemand het niveau niet aankan • Voor nieuwe boa’s worden hogere instroomeisen gehanteerd • Een bijscholingsprogramma voor boa’s • Versterking van informatiegestuurd werken • Onderzoek naar inzet scanauto voor handhaving parkeren 19 Gemeente Vlaardingen (2024, 5 november). Raadsmemo versterkingsplan Openbare Orde & Veiligheid. 20 Gemeenteraad Vlaardingen (2023, 14 december). Aangenomen motie IVP 2024 - 2027 Integraal Veiligheidsplan. Te raadplegen

via: https://vlaardingen.raadsinformatie.nl/document/13578959/4 21 Gemeenteraad Vlaardingen (2023, 14 december). Aangenomen MOTIE Goed gereedschap is het halve werk. Te raadplegen via:

https://vlaardingen.raadsinformatie.nl/document/13606473/5 22 Gemeente Vlaardingen. (2024, 11 juni). Inrichtingsplan Openbare Orde & Veiligheid. 23 Gemeente Vlaardingen. (2024, 5 november). Raadsmemo versterkingsplan Openbare Orde & Veiligheid.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 24.

• • • •

Flexibilisering werktijden: meer aanwezigheid boa’s in avonden en weekenden Beter gereedschap: elektrische fietsen, nieuwe voertuigen en bodycams Bekendheid en bereikbaarheid (offline en online) door middel van een communicatieplan. AED’s worden aan uitrusting dienstvoertuigen toegevoegd.

Gesprekspartners geven aan dat de verbetering van de uitrusting in gang is gezet. Boa’s hadden al beschikking over handboeien, een portofoon en een kogelvrij- en steekwerend vest. Inmiddels is ook het gebruik van bodycams ingeburgerd. Alle boa’s zijn hiermee toegerust en hebben de vereiste training gehad. In 2024 – 2025 wordt waar nodig nieuwe uitrusting aangeschaft. De training en opleiding van handhavers in het kader van professionalisering is gaande. Hierbij geven gesprekspartners aan dat nog niet in het gehele handhavingsteam het gewenste werkniveau wordt behaald en dat voor sommige handhavers mogelijk op termijn een andere functie moet worden gezocht. Uit gesprekken blijkt dat in het toekennen van geweldsbevoegdheden aan handhavers in Vlaardingen bewust een terughoudende lijn is gekozen. Dit heeft mede te maken met het vereiste niveau en de training en opleiding die nodig is voor de inzet van geweldsbevoegdheden. Momenteel ligt de aandacht nog bij het halen van het vereiste werkniveau voor het kunnen uitvoeren van werkzaamheden zonder specifieke geweldsbevoegdheden. Dit is dan ook de reden dat boa’s in Vlaardingen (vooralsnog) niet zijn uitgerust met een wapenstok.

In het versterkingsplan is de opdracht opgenomen om te onderzoeken of het gebruik van een scanauto een efficiëntere manier is om te kunnen handhaven en te kijken of de gemeente de parkeerhandhaving moeten blijven uitbesteden. Uit de ambtelijke reactie op dit rapport komt naar voren dat dit onderzoek inmiddels is uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de inzet van een scanauto op het moment van schrijven niet effectief is, omdat er in Vlaardingen op dit moment te veel parkeerrechten niet op kenteken geregistreerd zijn. Per 1 april 2025 zijn in een pilot de werktijden van boa’s uitgebreid, waarbij de boa’s in weekenden tot 01.30 in plaats van tot 23.00 beschikbaar zijn.

2.2. Taakuitvoering in relatie tot capaciteit en de beleidsprioriteiten Kernbevinding: Binnen het handhavingsteam is de aandacht voor de IVP-prioriteiten goed geborgd door onder andere de inzet van het interventieteam en de coördinatoren en regisseurs. De boa’s zijn daarnaast vooral bezig met het wegwerken van burgermeldingen. Knelpunten zijn de capaciteit en de kwaliteit van de unit toezicht en handhaving en de aandacht voor de bereikbaarheid en bekendheid van boa’s voor inwoners en ondernemers. Voor dit laatste is weinig ruimte, omdat boa’s zich allereerst richten op meldingen.

Binnen het handhavingsteam is de uitvoering van IVP-prioriteiten en het afhandelen burgermeldingen goed geborgd. Voldoende aandacht voor bekendheid en bereikbaarheid van boa’s is een knelpunt. De taken van het handhavingsteam vallen in de praktijk uiteen in drie onderdelen: • Het behandelen van meldingen van inwoners: Meldingen van burgers komen via verschillende systemen binnen en komen na een filtering bij de boa’s terecht. Handhavers in Vlaardingen

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 25.

• •

werken integraal. Van boa’s wordt verwacht dat zijn breed inzetbaar zijn en een groot scala aan activiteiten kunnen uitvoeren.24 Aanwezigheid op straat en onderhouden contacten met inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners Uitvoering prioriteiten IVP op afroep via coördinatie van Interventieteam

Uit gesprekken blijkt dat de capaciteit van het handhavingsteam beperkt is in verhouding met de taken die moeten worden uitgevoerd. De prioriteit ligt in de praktijk bij het afhandelen van alle meldingen. Dit komt voort uit het belang van de cijfermatige targets voor het handhavingsteam. Het gaat hierbij met name om de tijd waarin meldingen van inwoners en ondernemers worden opgelost (de responstijd). Het aantal meldingen dat binnenkwam via het klantcontactcentrum van de gemeente is tussen 2022 en 2024 met 67,1% toegenomen tot 10.132 meldingen in 2024 en het vergt veel capaciteit om deze meldingen weg te werken. Een specifiek knelpunt hierbij is dat de openingstijden van het klantcontactcentrum niet aansluiten op de werktijden van boa’s. Na 5 uur ’s middags of in de weekenden binnengekomen meldingen worden pas de volgende dag doorgegeven aan boa’s, terwijl deze ’s avonds vaak wel aan het werk zijn. Dit hindert de efficiënte afhandeling van meldingen. Het interventieteam borgt de uitvoering van de prioriteiten uit het IVP. Dit team houdt op geplande momenten controles en zorgt van tevoren dat er voor deze controles intern handhavingscapaciteit is gereserveerd. Hierdoor borgt het interventieteam dat tekorten aan handhavingscapaciteit niet ten koste gaan van de inzet op de prioriteiten van het Integraal Veiligheidsplan.

Mede door de inzet op de prioriteiten van het IVP en het wegwerken van meldingen is er minder tijd voor algemene bereikbaarheid op straat en aanspreekbaarheid. Het gevolg hiervan is dat de inzet op de kernwaarden ‘bekender’ en ‘bereikbaarder’ lager is dan bestuurlijk gewenst.

Het interventieteam richt zich op ondermijning en woonoverlast Sinds 2022 kent de gemeente een interventieteam. Het interventieteam richt zich met name op 2 van de 5 prioriteiten van het IVP, namelijk de versteviging van de aanpak van ondermijning en de intensivering van de aanpak van woonoverlast.25 Daarnaast heeft het interventieteam aandacht voor andere misstanden, zoals adresfraude en illegale prostitutie. Het interventieteam doet dit door het uitvoeren van controles bij bedrijven en particulieren in samenwerking met externe partners zoals de politie. Om de samenwerking met externe partners te versoepelen werkt het team met een jaarkalender waarop de controles staan gepland. Naast de reguliere controles voert het team integrale handhavingsacties uit, waarbij alle mogelijke soorten controles tegelijk in één wijk worden uitgevoerd. Het plannen van de controles vindt informatiegestuurd plaats. De coördinatoren van het interventieteam doen dit via een analyse van de verschillende meldingssystemen van de gemeente en van externe partners. Uitbreiding en versterking van het interventieteam is in het Integraal Veiligheidsplan genoemd als randvoorwaarde om de gemeentelijke ambities te kunnen waarmaken. Daarom is het team in 2023 versterkt met een extra coördinator, en in 2024 met een toezichthouder Basisregistratie Personen.

Daarnaast is de gemeente in 2024 een pilot gestart waarbij twee boa’s / toezichthouders worden toegevoegd aan het interventieteam. 24 Gemeente Vlaardingen. (2022, 4 maart). Handhavingsstrategie Gemeente Vlaardingen. 25 Gemeente Vlaardingen. (2025, 15 april). Raadsmemo evaluatie interventieteam 2023 – 2024. Geraadpleegd op 12 mei 2025 via:

https://vlaardingen.nl/dsresource?objectid=e5b28a13-1ba3-4b11-b8d9-e7ed9226ff29&type=org&&; Gemeente Vlaardingen. (2024https://vlaardingen.nl/dsresource?objectid=e5b28a13-1ba3-4b11-b8d9-e7ed9226ff29&type=org&&; Gemeente Vlaardingen. (2023, 27 november). Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027. Geraadpleegd op 12 mei 2025 via: https://www.vlaardingen.nl/dsresource?objectid=fbcdcba0-009f-42f2-a478-ec315752bb9f&type=pdf.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 26.

2.3 Samenwerking met externe partners Kernbevinding: De samenwerking tussen de gemeente en externe partijen, zoals de politie als belangrijkste ketenpartner, verloopt goed. Aandachtspunt is de soms beperkte mogelijkheid tot informatiedeling.

In de aanpak op het thema zorg en veiligheid werkt de gemeente vooral samen met jongerenwerk Een van de prioriteiten van het IVP is het verbeteren van de informatiepositie van de gemeente als procesregisseur in het zorgdomein. Hierbij wil de gemeente bijzondere aandacht besteden aan jeugd. Dit gebeurt in samenwerking met jongerenwerkorganisaties. Jongerenwerkers hebben korte lijnen met de gemeente via een gezamenlijke groepschat waarin de jongerenwerkers als het nodig is signalen van bijvoorbeeld overlast doorgeven aan politie of aan handhavers. Een knelpunt in deze aanpak is dat informatiedeling niet altijd mogelijk is vanwege privacywetgeving, zo geven gesprekspartners aan.

De gemeente werkt het meest samen met de politie en het openbaar ministerie In 2022 heeft de gemeente een handhavingsstrategie opgesteld met de bedoeling om het handhavingsteam concrete handvatten te geven om de uitvoering van het beleid vorm te geven. Naast de handhavingsstrategie is er een handhavingsarrangement om de samenwerking met de politie vorm te geven. Achtergrond hiervan is dat in de jaren voorafgaand aan 2022 een aantal taken van de politie naar de handhavingsunit zijn verschoven.26 In de handhavingsstrategie zijn per wijk een aantal prioritaire handhavingsthema’s opgenomen. Daarnaast is de taakverdeling onder de boa’s hierin opgenomen. Het is de bedoeling dat boa’s breed inzetbaar zijn en integraal werken. Daarnaast zijn enkele taakaccenten toegewezen (bijvoorbeeld precario en BRP) aan medewerkers uit de unit Toezicht en Handhaving en de unit Veiligheid. In het handhavingsuitvoeringsplan zijn de verschillende inhoudelijke thema’s ingedeeld op hoge, gemiddelde en lage prioriteit.27 Om de samenwerking met de politie op een goede manier vorm te geven is een handhavingsarrangement opgesteld. Afspraken over de samenwerking zijn hierin vastgelegd.28 De strategie kent de volgende pijlers: • Informatiedeling: de assistent coördinator van de politie heeft een porto om te communiceren met de gemeente.

Daarnaast hebben boa’s toegang tot het politiebureau en zijn er dagelijks gezamenlijke briefings met politie en boa’s. • Veiligheid: boa’s in de gemeente Vlaardingen maken geen gebruik van een wapenstok. Wel hebben zij de bevoegdheid om handboeien in te zetten. Een boa kan in de praktijk te maken krijgen met agressie en geweld. Daarom is er een noodknopprocedure. Hierdoor kunnen agenten snel ter plaatse zijn. • Versterken samenwerking: in dit gedeelte van het handhavingsarrangement is per thema vastgelegd welke taken de boa’s hebben en welke taken voor de politie zijn. Samenwerking tussen politie en gemeente op bestuurlijk niveau vindt plaats via het driehoeksoverleg tussen de burgemeester, de districtschef en de officier van justitie. Dit overleg vindt standaard eens per kwartaal plaats en wordt daarnaast incidenteel ingepland bij een specifieke aanleiding. Een voorbeeld

26 Gemeente Vlaardingen. (2022, 4 maart). Handhavingsstrategie Gemeente Vlaardingen. 27 Gemeente Vlaardingen. (2022, 15 april). Handhavingsuitvoeringsplan (HUP). 28 Gemeente Vlaardingen en Politie Eenheid Rotterdam, basisteam Waterweg (2022, 17 oktober). Handhavingsarrangement.

Rekenkamer Vlaardingen | Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving | 27.

hiervan was het driehoeksoverleg naar aanleiding van de raadsvergadering over een AZC in Vlaardingen op 17 april 2025.

2.4. Inzet van instrumenten om doelstellingen en resultaten te behalen Kernbevinding: Vanuit het IVP en de jaarplannen werkt het team OOV aan het behalen van de doelstellingen. De burgemeester heeft bijzondere bevoegdheden voor handhaving op OOV en zet die bevoegdheden actief in. De gemeente monitort de inzet van diverse instrumenten en legt hierover verantwoording af in de jaarverslagen toezicht en handhaving. Hieruit kan worden opgemaakt dat er stevig wordt ingezet op het behalen van de doelstellingen op de gebieden ondermijning, woonoverlast en zorg en veiligheid. Voor digitale veiligheid en arbeidsmigranten kan niet worden vastgesteld of de doelstellingen worden behaald. Door jaarlijkse aanpassingen in de categorieën is een continue monitoring van de gemeentelijke inzet via jaarverslagen niet voor alle soorten inzet mogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16047032/1