Raadsvoorstel met zienswijze op de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 GRJR
Tekst van het document
Daarnaast is een stuurgroep Jeugdbescherming ingericht bestaande uit vijf wethouders (vertegenwoordigers namens het AB en DB). Op 16 december 2022 heeft het AB besloten om deze stuurgroep te mandateren om besluiten te nemen ten aanzien van de financiën in 2023, mits dit binnen de begroting van 2023 blijft. Deze stuurgroep heeft als taak om er op te sturen dat de wettelijke taak van jeugdbescherming voor de toekomst geborgd is, dat de veiligheid van die kinderen en gezinnen die dit nodig hebben geborgd is, en dat zij die hiervan afhankelijk zijn worden geholpen. Dit conform de kwaliteitseisen en normen die hiervoor gelden. Verder heeft het AB op 14 oktober 2022 ingestemd met de financiering van een extern bureau dat JBRR gaat ondersteunen bij het ontwikkelen van scenario’s voor de middellange termijn. Van belang is dat JBRR een toekomstbestendige organisatie is en financieel in gezonde staat en de periode tot de vorming van een Regionaal Veiligheidsteam (conform Toekomstscenario) goed doorkomt. De stuurgroep heeft onder andere de taak om te sturen op de uitvoering van het korte termijnplan van JBRR en bewaakt de voortgang van de externe opdracht en de kwaliteit van de scenario’s voor de toekomst van JBRR. 21
Tekort in 2022 De verwachting is dat JBRR het jaar 2022 afsluit met een tekort van rond de € 2,1 mln door minder productie (dus minder vergoeding) met relatief veel ingehuurd personeel (dus hogere kosten). Als reactie op de vraag om extra middelen heeft het AB-vergadering op 16 december 2022 besloten tot compensatie van 50% van de onderproductie van JBRR ten opzichte van de verleende subsidie 2022 tot een maximum van € 1mln. De vaststelling 2022 zal nooit hoger worden dan het bedrag van de verlening 2022 en blijft hierdoor binnen de begroting 2022. 1. JB/JR-maatregelen dwang en drang Jeugdbeschermingsprestaties In 2022 zien we (sinds 2021) een gestage daling van het aantal OTS- en JRmaatregelen. Dit lijkt een positieve ontwikkeling: het streven is immers minder kinderen met een maatregel. Nog onduidelijk is of en wanneer de beloofde extra inspanning bij de Raad voor de Kinderbescherming om de wachtlijsten weg te werken effect gaat krijgen bij de instroom van de GI’s. Vooralsnog heeft dit niet geleid tot een toename van de instroom. In 2022 zijn meer voogdijmaatregelen uitgevoerd dan begroot en zien we een stijging ten opzichte van 2021. Dit wordt met name veroorzaakt door de verandering in het woonplaatsbeginsel met ingang van 1 januari 2022.
Prestaties op Drang Met uitzondering van Rotterdam zijn de regiogemeenten met ingang van 1 januari 2022 (of reeds eerder) overgegaan tot het zelf uitvoeren van casusregie van drangzaken, nu IVH-zaken (Intensieve Vrijwillige Hulp/Intensieve Hulp) met en zonder VTO (Verzoek tot onderzoek). Voor Rotterdam was 2022 een overgangsjaar; sinds oktober 2022 zijn er geen nieuwe drangcases (met of zonder VTO) gestart bij de GI’s. Conform afspraak met de GRJR blijven de reeds lopende drangzaken, die gestart waren voor 1 januari 2022 bij de GI’s belegd. Verlenging van bestaande drangzaken in 2022 was mogelijk op basis van subsidie. Het aantal drangzaken is hierdoor afgenomen. Wel zien we incidentele vragen toenemen vanuit lokale teams, of een nieuwe I(V)Hopdracht tóch nog bij de GI belegd kan worden. Deze inzet is niet gesubsidieerd of begroot. Met de JBRR is afgesproken om bij dergelijke verzoeken hier terughoudend mee om te gaan en de casus op inhoud te beoordelen of de inzet van de GI nodig is. 2. Buiten Regionale Plaatsingen (BRP) Net als voorgaande jaren is sprake van een overschrijding van het budget met ongeveer 0,1 mln. 22
3. Het Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) Diagnostiek KSCD 2022 2022 Beslissingsondersteunende diagnostiek Intelligentie onderzoek Instemmingsverklaring t.b.v. gesloten jeugdhulp Prestaties KSCD 2022 2022 Beslissingsondersteunende onderzoek binnen 90 dagen Doorlooptijd beslissingsondersteunende onderzoek binnen 90 dagen (kalenderdagen)
Q1
Q2
Q3
Q4
Totaal Begroot
25
19
14
20
78
120
2
4
7
3
16
30
67
55
58
52
232
350
Q1
Q2
Q3
Q4
10%
0%
7%
0%
194
145
196
148
Beslissingsondersteunende onderzoeken betreffen onderzoeken in opdracht van de rechtbank en/ of in opdracht van de jeugdbeschermer. Bij deze onderzoeken worden meestal alle gezinsleden betrokken en de resultaten worden benut voor ingrijpende besluitvorming, bijvoorbeeld uithuisplaatsingen of perspectiefbepalingen (kan een kind op termijn - weer terug naar huis). Instemmingsverklaringen zijn wettelijk verplichte onderzoeken voor kinderen waarbij sprake is van gesloten plaatsing. De daling van de instemmingsverklaringen (ten opzichte van de raming) is een logisch gevolg van onze sturing op minder plaatsingen in de gesloten jeugdzorg. In 2022 is door ziekte en vertrek van personeel, maar ook door de complexiteit van de problematiek de KPI ‘beslissingsondersteunend onderzoek in 90 dagen’ niet behaald.
23
2.2.8 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (H VTRR)
Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Voorlopige verwachte realisatie 2022
Verschil begroting vs realisatie 2022
€16.152.000
€ 16.375.000
€ 18.183.000
€ 18.192.000
- € 9.000
Periode 2022
Aantal Chats Meldingen Overige Overdracht Crisis V&V Onder THV Ondera/omeldingen na zoek steuning vragen politie veiligheidsbeoordeling Realisatie 12.273 1.425 12.379 1.959 5.890 683 1.036 437 626 112 2022 Subsidie 2022
13.000 1.300
14.000
1.600
5.250
700 1.150
400 700
500
Bovenstaand overzicht laat de realisatie zien op basis van alle kwartaalrapportages 2022, met daaronder de beschikte aantallen conform de subsidieverlening 2022 aan VTRR. Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) ontving in 2022 meer meldingen dan begroot. Dit geldt ook voor het hoge aantal politiezorgformulieren jeugd en het aantal overdrachten na een veiligheidsbeoordeling aan ketenpartners. Daarnaast valt het lage aantal ondersteuningsdiensten op dat in 2022 is gerealiseerd. In 2022 heeft VTRR diverse inspanningen verricht om toename van het aantal ondersteuningstrajecten mogelijk te maken door allereerst hierover voorlichting te geven binnen de interne organisatie. Ook zijn gemeenten en het lokale veld geïnformeerd over de wijze waarop VTRR ondersteuning kan bieden. In 2023 gaat VTRR met deze dienstverlening door.
24
KPI’s en werkvoorraad in 2022 2022
Q1
KPI afgesloten 80% binnen 10 KPI afgesloten 80% binnen 10 Werk70% binnen weken na start 70% binnen weken na start voorraad / wettelijke interventie wettelijke interventie interne termijn 10 wkn termijn 10 wkn wachtlijst 40,8% 87,70% 31% 77,8%
Q2
47,1%
87,3%
38,2%
82,1%
Q3
42%
84,8%
46,6%
85,2%
Q4
23,7%
89,1%
25,5%
89,1%
164
Het behalen van de KPI’s met betrekking tot veiligheidsbeoordelingen en de interventies (Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek) laten in 2022 een zorgelijk beeld zien. De afgesproken norm is om de veiligheidsbeoordelingen binnen 5 dagen uit te voeren. Alle meldingen worden bij binnenkomst gescreend. Crisismeldingen worden direct opgepakt, overige meldingen gaan het proces in voor een veiligheidsbeoordeling. De afgesproken norm is om interventies (Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek) uit te voeren en af te sluiten in 10 weken. Dit is een wettelijke termijn (KPI), die voor 70% behaald moet worden. Wat we zien is dat de termijnen in Q4 steeds slechter worden behaald. VTRR slaagt er wel in om de interventies binnen 10 weken af te ronden. VTRR heeft met externe partij afspraken gemaakt om hen te ondersteunen bij het wegwerken van de wachtlijsten. Die inzet richt zich eerst op de werkvoorraad van de veiligheidsbeoordelingen bij het Advies- en Meldpunt. Naar verwachting zal begin maart 2023 die extra inzet beschikbaar komen voor de gebiedsteams. Naast deze extra inzet heeft zet VTRR extra medewerkers in die op basis van tijdelijke ophoging van contracturen direct beschikbaar zijn. VTRR geeft prioriteit aan een omvangrijk project over duurzaam wachtlijstvrij te werken, dat voor de langere termijn structurele oplossingen moet bieden.
Het niet behalen van de KPI’s heeft geen invloed op de verleende subsidie voor 2022.
25
2.2.9 Overige onderdelen (I) Buiten regionale plaatsingen en woonplaatsbeginsel
Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Voorlopige verwachte realisatie 2022
Verschil begroting vs realisatie 2022
€ 2.485.000
€ 2.569.000
€ 1.788.000
€ 15.554.000
- € 13.766.000
Dit onderdeel bestaat uit twee vormen van buiten regionale plaatsingen, namelijk buiten regionale pleegzorgplaatsingen via Enver (subsidie € 1,3 mln) en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio ad € 1,5 mln. Daarnaast valt hier ook sinds 2022 het onderdeel woonplaatsbeginsel € 11,2 mln. op basis van het contractenregister onder en is er nog € 2 mln extra opgenomen bij dit volume. Op 1 januari 2022 is de Wet wijziging woonplaatsbeginsel ingevoerd. Hierbij is de gemeente verantwoordelijk voor de zorg waar het kind verblijft, tenzij dit verblijfszorg betreft. Dan is de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige tot op het moment van plaatsing ingeschreven stond. De gemeenten hebben middels een landelijke zogenaamde “transporttool” de mogelijkheid gehad om al vanaf 01-11-2021 de jeugdigen over te dragen op basis van BSN, zorgregel en aanbieder. Eind januari 2022 waren de grote aantallen jeugdigen bekend die door het wijzigen van de wet verplaatsten: • Buiten regio naar regio Rijnmond: 1170 (regels) verplaatsingen, waarbij er 288 overgangen bij gecontracteerde aanbieders. • Binnen de regio naar buiten de regio Rijnmond: 320 (verklaard door de regiofunctie van stadsregio Rotterdam) • Binnen de regio verplaatsingen: 1478
26
De kinderen die zijn overgegaan en hulp ontvingen door een gecontracteerde aanbieder in een opdracht (A t/m E) zijn niet als aparte groep te zien. Wel zijn de kosten en het gebruik te zien van jeugdigen bij niet gecontracteerde aanbieders die financieel naar de regio zijn verplaatst. Het aantal maatwerkovereenkomsten die opgesteld zijn naar aanleiding van de instroom van cliënten na het invoeren van het nieuwe woonplaatsbeginsel in de regio Rijnmond betreft 382. Maatwerkovereenkomsten: Opdracht A (pleegzorg) Opdracht B (opname) Opdracht C (verblijf) Opdracht D (daghulp) Opdracht E (ambulante hulp)
194 jeugdigen 32 jeugdigen 99 jeugdigen 21 jeugdigen 129 jeugdigen
De hoeveelheid en kosten die in onze regio begroot waren voor uitvoering van deze wetswijziging, die bijgehouden zijn in het register voor deze maatwerkcontracten, betrof bij de start van in kaart brengen wijzigingen begroting 2022 (februari 2022) ongeveer €1,6mln. Dit bedrag is opgenomen in de begroting bij de diverse opdrachten. De toestroom bleek groter dan verwacht voor aanvang van de wetswijziging door de vervroegde instroom per 1 nov 2021 (1 novemberregeling), waardoor de uitgaven in het eerste kwartaal 2022 bijgesteld is naar € 5,7mln. Toen bleek dat het niet alleen tijdelijke zorg betrof, maar ook daadwerkelijk langer durende zorg die gedurende het jaar liep, en er veel verlengingen nodig waren bij de huidige aanbieders. Uiteindelijk is in het tweede kwartaal de inschatting gemaakt dat de totale uitgaven rond de €10 mln. zouden uitkomen. Bij het afronden van het boekjaar zijn de totale kosten door de maatwerkcontracten in het kader van het woonplaatsbeginsel € 11,2 mln. Met name doordat de kosten voor zorg met verblijf (A, B en C) terugkomen op de regio van voor het vertrek is dit hoger dan verwacht. Het is in vele gevallen voor gemeenten een puzzel geweest om uit te zoeken bij welke gemeente de inschrijving van de jeugdige en/of ouder bekend was alvorens de eerste uithuisplaatsing.
Doordat uithuisplaatsingen elkaar kunnen opvolgen (via B naar C bijvoorbeeld) kunnen dit trajecten zijn die jaren lopend zijn, zo ook de trajecten binnen de pleegzorg. Hierdoor bleek dat er voor een veel grotere groep dan eerst ingeschat de financiële verantwoordelijkheid bij regio Rotterdam, met name stad Rotterdam te liggen. Andere grootstedelijke gebieden herkennen deze ontwikkeling.
27
Extra ASR
Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Voorlopige verwachte realisatie 2022
Verschil begroting vs realisatie 2022
€ 1.912.000
€ 2.345.000
€ 2.472.000
€ 2.498.000
- € 27.000
Deze subsidie Adolescentenstrafrecht betreft voorschotten op verwachte zorgkosten op basis van realisatie van voorgaande jaren en de verwachte ontwikkeling van kosten voor de doelgroep van jeugdigen die te maken krijgen met jeugdreclassering. Deze kosten zijn iets hoger geweest dan verwacht op het moment van verlening. In de subsidie zit een deel voor coördinatie door Prokino (FTE inzet) op basis van realisatie uren. Prokino heeft ook extra ingezet op coördinatie i.v.m. het overdragen van de cliënten in zorg vanuit de huidige ASR naar de Prestatieaanbieders die vanaf 1 januari 2023 zijn gecontracteer. Er zijn ook extra uren gemaakt voor het overleg met de GRJR en de Prestatieaanbieders hierover.
28
Landelijk Transitie Arrangement (LTA)
Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Voorlopige verwachte realisatie 2022
Verschil begroting vs realisatie 2022
€ 13.533.000
€ 17.570.000
€ 16.035.000
€ 19.485.000
- € 3.450.000
De VNG contracteert namens alle gemeenten aanbieders die een essentiële, landelijke functie vervullen in het zorglandschap. Dit betreft veelal hoog specialistische zorg en/of uitzonderlijk aanbod. Voor deze functies sluit de VNG namens het collectief van gemeenten raamovereenkomsten waarbinnen gemeenten naar gebruik afrekenen. De wettelijke verwijzers kunnen direct naar deze LTA verwijzen. Inhoudelijke varieert het LTA-aanbod van hoog specialistische ambulante hulp tot jeugdhulp met verblijf bij complexe problematiek (al dan niet met medische of zintuiglijke beperking) en opvang en behandeling van slachtoffers van seksuele uitbuiting en eer gerelateerd geweld. Hoewel verschillend per zorgsoort zijn de wijkteams gemiddeld relatief kleine verwijzers naar het LTA en zijn medische specialisten/jeugdartsen en huisartsen de grootste verwijzers naar het LTA. Het gebruik en daarmee de kosten van het LTA zijn in 2022 toegenomen ten opzichte van 2021. Naast een stijging als gevolg van indexatie zien we een stijging van het aantal cliënten in zorg in het LTA. Dit past in de landelijke trend van toegenomen zorgvraag, zowel een toename van het aantal cliënten als een toename in zorgzwaarte. Om passende zorg te verlenen aan cliënten is vaker doorverwezen naar de LTA-aanbieders.
Het afgelopen jaar is ingezet op het verbeteren van de grip op en informatievoorziening van de LTA-partijen binnen de beperkingen van het LTA-contract wat betreft (tijdige) rapportageverplichting aan gemeenten. Daarnaast heeft de GRJR geïnvesteerd in de samenwerking met de VNG op het gebied van de LTA-ontwikkelagenda, de Klankbordgroep Jeugd van de VNG en de landelijke inkoop LTA 2023 van de VNG. Daarbij is ook de expertise vanuit de GRJR Inkoop werkgroep betrokken met als doel om het regionaal ingekochte aanbod te versterken en overloop naar landelijke aanbieders tegen te gaan.
29
Begin 2023 is een werkgroep LTA gestart in samenwerking met gemeenten met als doel om de kostenontwikkeling LTA te analyseren en te onderzoeken of en hoe er beter sturing gegeven kan worden aan het gebruik van LTA ten gunste van regionale jeugdhulp. Onderstaand een overzicht van de verwachte realisatie 2022 m.b.t. LTA per gemeente. Gemeente
Voorlopige verwachte realisatie 2022
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne
68.000 677.000 71.000 975.000 361.000 854.000 328.000 721.000 818.000 1.462.000 451.000 11.189.000 508.000 924.000 75.000
Eindtotaal
19.485.000
Acute Dienst GGZ
Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Voorlopige verwachte realisatie 2022
Verschil begroting vs realisatie 2022
€ 404.000
€ 770.000
€ 417.000
€ 728.000
- € 311.000
In 2022 is de productie van acute dienst jeugd-GGZ bij zowel GGZ Delfland als Parnassia Groep hoger uitgevallen dan verwacht. In totaal is er een productie gerealiseerd van in totaal € 728.000,- ten opzichte van de begroting van €417.000,-. De realisatie is mede te verklaren door de toename aan GGZ-problemen vanwege de gevolgen van de corona pandemie. Er is een toename in het aantal huisartsenbezoeken door jeugdige met suïcidale gedachten te zien van 30%. Dit blijkt uit onderzoek van afgelopen september en wordt bevestigd door de samenwerkende huisartsen in de Rijnmond Regio.
30
De afspraak met Parnassia Groep is dat er in samenwerking een oplossing gezocht wordt in de kosten voor de overproductie binnen de Acute Dienst door een compensatie met de middelen van de SPUK-subsidie Acute Dienst. Omdat nog niet definitief is vastgesteld of de compensatie via de SPUK kan lopen houden we voorlopig in de jaarrekening de overschrijding op de subsidie zoals gerealiseerd aan. Een onderdeel van de voorlopige realisatie is ook een bedrag ad € 133.000 betreffende een subsidie die in 2021 helemaal is uitbetaald als voorschot, maar voor dit deel betrekking had op de periode januari 2022 t/m april 2022.
2.3 Transformatie 2.3.1 Transformatieprojecten 2022 Voor 2022 is subsidie toegewezen voor zes innovatieve projecten. De transformatieprojecten waren: 1) pleegzorg maatwerk, 2) transformatiemonitor, 3) consultatie voor huisartsen, 4) specialistisch ambulant netwerk (SPAN), 5) doorontwikkeling zorgbemiddeling en 6) ontwikkeling interactieve sociale kaart. De subsidies waren bedoeld voor borging van transformatieprojecten van de jaren ervoor, zodat deze in de dagelijkse praktijk ingebed konden worden (1 t/m 4) en voor ondersteuning van de aanpak wachttijden (5 en 6): • Voor pleegzorg maatwerk geldt dat de GRJR deze pilot nog twee jaar middels een verhoging van de begroting 2023 en 2024 doorzet. Daarna faciliteren de gemeenten dit zelf. • De transformatiemonitor is in gebruik als onderdeel van de dashboards van de GRJR. • SPAN is ingebed in de reguliere werkwijze. • Het project Consultatie voor huisartsen is alleen door gemeente Rotterdam voortgezet; overige gemeenten wilden de samenwerking met huisartsen op een andere wijze faciliteren. • Het project Doorontwikkeling van zorgbemiddeling is afgerond met een werkagenda, waarbij aanbieders, gemeenten en team zorgbemiddeling samenwerken aan de vormgeving van een Regionaal Expertiseteam (RER). Dit pakken wij in 2023 in gezamenlijkheid op. • Voortzetting van de pilot Interactieve Sociale Kaart bevindt zich in de besluitvormingsfase. 31
2.3.2 Specifieke uitkeringen (SPUK’s) De specifieke uitkeringen Jeugdhulpplus, Bovenregionaal expertisenetwerk, Driemilieuvoorzieningen en Acute jGGZ zijn een verantwoordelijkheid van coördinerend gemeente Rotterdam, deze geldstroom verloopt niet via de GRJR. De gemeente Rotterdam en de GRJR werken samen met de andere vier jeugdhulpregio’s in het landsdeel aan het uitwerken en uitvoeren hiervan: • Zo heeft het algemeen bestuur in december 2022 ingestemd met het bovenregionaal plan ‘ombouw driemilieu-voorzieningen’. Doel hiervan is deze intensieve open zorg kleinschalig en thuisnabij te organiseren. • GGZ-aanbieders zijn verdergegaan met het uitvoeren van acties om wachtlijsten bij de acute GGZ weg te werken. • Ten aanzien van jeugdhulpplus is een ambulant team gestart. Dit team heeft tot doel opschalen van zorg naar geslotenheid te voorkomen en eerder afschalen van zorg vanuit geslotenheid mogelijk te maken. • Voor het Bovenregionaal expertisenetwerk geldt dat vier bovenregionale bouwteams bezig zijn geweest met het opstellen van plannen voor kleinschalige woonvoorzieningen voor jongeren met complexe problematiek en jongeren uit de forensische doelgroep, met projecten gericht op hulp aan jongeren op wachtlijsten voor specialistische jeugdhulp (en hun ouders) door ervaringsdeskundige jongeren en met de voorbereiding van een onderzoek naar wat werkt in de jeugdzorg.
Ook wordt aansluiting gezocht met landelijke partijen voor het opstarten van een campagne gericht op het accepteren dat niet alle problemen opgelost kunnen worden en dat in die gevallen moet worden geleerd met het ervaren probleem te leven. 2.3.3 Hervormingsagenda Op advies van een Commissie van Wijzen is door het Rijk en de VNG besloten tot het opstellen van een Hervormingsagenda voor jeugdhulp. Doel hiervan is verbeteren van de toegang tot en kwaliteit van de jeugdhulp voor kinderen die deze werkelijk nodig hebben, betere beheersing van de kosten en borging van de duurzame beschikbaarheid van goede jeugdhulp en het versterken van het (inzicht in het) functioneren van het systeem (als randvoorwaarde voor de inhoudelijke doelstellingen). Hiertoe is een tijdelijke regionale werkgroep ingericht bestaande uit vertegenwoordigers van regiogemeenten en de uitvoeringsorganisatie. De landelijke discussie stagneerde gedurende het jaar 2022 door verschillen van inzicht tussen rijk en gemeenten over de omvang van de rijksmiddelen en de haalbaarheid van besparingsmogelijkheden. In onze regio wordt ondertussen gewerkt aan de gewenste transformatie.
De GRJR werkte samen met de gemeenten aan het vergroten van tijdig en volledig inzicht in gebruik en kosten van jeugdhulp, aanscherping van afspraken in de nieuwe inkoop, aanscherping van het arrangementenmodel voor inzet van jeugdhulp en ontwikkeling van kaders voor de casusregie.
32
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 3. Paragrafen
33
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Op basis van een risico-inventarisatie die in samenwerking met de gemeenten is opgesteld was in de begroting 2022 geconcludeerd dat de omvang van het gewogen risico beheersbaar is en dat er geen apart weerstandsvermogen gevormd hoeft te worden. Wel werd er voor 2022 een risicobudget opgenomen ter hoogte van € 3,6 mln. De coronameerkosten 2022 komen ten laste van het budget Risico’s Jeugdhulp. In totaal voorlopig € 0,6 mln. In paragraaf 3.5 “Coronaparagraaf” wordt dit nader toegelicht. In 2017 is op verzoek van het AB naar het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de GRJR gekeken. Op basis van de uitkomsten hiervan besloot het AB om geen weerstandsvermogen in te stellen, maar eventuele hogere kosten dan begroot achteraf bij de jaarrekening met de deelnemende gemeenten te verrekenen. De overweging hierbij was dat de deelnemende gemeenten zelf het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven willen beheersen en daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen willen aanhouden. Daartoe werden, in samenwerking met de gemeenten, in de risicoparagraaf van de GRJR begroting de risico’s in kaart gebracht. In onderstaande tabel is de top-5 van risico’s uitgewerkt en financieel vertaald.
Daarbij is per risico in samenspraak met gemeenten een inschatting gemaakt van de kans dat het zich voordoet en de mogelijke financiële impact als het zich voordoet. Het totale gewogen risico bedraagt volgens deze analyse bijna € 6,7 miljoen. Onderliggend zijn er risico’s zoals minder snelle uitstroom uit residentiële zorg dan gewenst, moeilijke voorspelbaarheid en beheersbaarheid LTA en BRP, extra subsidienoodzaak vanwege knelpunten bij JBRR en VTRR en onduidelijk effect inzet van een specifieke uitkering buiten de GRJR op de inzet van acute dienst GGZ en ambulante hulp. Risico genoemd in begroting 2022 Hogere indicatie/toewijzing van hulp dan nodig Risico € 2,1 mln Faillissement zorgaanbieder Risico € 1,2 mln
Coronacrisis leidt tot hogere zorgkosten Risico € 1,0 mln
Realisatie 2022 Bij diverse opdrachten zijn stijgingen van het gebruik. De omvang van de inzet is de uitkomst van het arrangeren van de hulp bij de hulpvraag. Zonder inhoudelijk verdiepend onderzoek kan niet worden beoordeeld of indicaties hoger zijn dan nodig. Hiervan was in 2022 geen sprake. Wel dienden op advies van de Jeugdautoriteit de aanbieders van gesloten jeugdhulp te worden ondersteund met financieringsregelingen (met voldoende zekerheden voor gemeenten), vergoedingen voor leegstand en het tot stand brengen van continuïteitsplannen. Hierbij was de landelijke escalatieprocedure met inzet van de Jeugd Autoriteit leidend. Vermoedelijk is er een verband tussen de coronamaatregelen en de vraag om jeugdhulp. Dit is in eerste instantie een verklaring voor de oplopende druk op het aanbod en de wachtlijsten. 34
Verkorten van de wachttijden Risico € 0,8 mln
Op structureel zorgkostenstijgingen onvoldoende geanticipeerd i.v.m. knellende budgetten gemeenten Risico € 0,6 mln
Overige risico’s Risico € 1,0 mln
De aanpak van wachtlijsten is in 2022 effectief geweest in die zin dat de gemiddelde wachttijden sterk zijn teruggebracht. Dit is mede bereikt door meer capaciteit in te zetten voor jeugdhulp. Dit kan samenlopen met het vorige risico, maar dat is niet te onderscheiden in de informatie. Dit risico deed zich in 2022 voor. De vastgestelde begroting 2022 was gebaseerd op de aanname dat de hoeveelheid in 2020 geleverde zorg constant blijft. Voor de opdrachten B, C en D was de geleverde zorg in 2021 hoger dan het bedrag dat hiervoor was opgenomen in de begroting 2022. Voor opdracht E geldt dat in de primaire begroting het budget was verlaagd door de taakstelling in mindering te brengen op het budget voor de reguliere productie (naast de extra inzet aanpak wachttijden). Dit was niet realistisch. In juli 2022 is de begroting hierop aangepast. Hiermee was bij de oorspronkelijke begroting gewacht tot de gemeenten expliciete en concrete helderheid zouden hebben over extra middelen van de rijksoverheid voor 2022. Bij Veilig Thuis zagen we sinds 2020 zagen we een toename in het aantal meldingen en, door de toenemende complexiteit van casussen, een verschuiving van de dienst V&V naar de (meer tijdrovende) dienst Onderzoek. Hiervoor is de begroting 2022 ook tussentijds bijgesteld.
In 2022 werd de aanpassing van het woonplaatsbeginsel doorgevoerd waardoor de zorg voor meer jeugdigen voor rekening van gemeenten in Rijnmond kwam. De eerste inschatting dei gemeenten hiervan gaven bleek veel lager dan de werkelijke impact. Dit is de belangrijkste verklaring voor het overschrijden van de begroting.
Totaal risico inschatting € 6,7 mln
Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken wordt voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
35
Kengetallen Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Begroting 2022 0,00 0,00
Realisatie 2022 0,00 0,00
0,00 0 n.v.t. n.v.t.
0,00 0 n.v.t. n.v.t.
Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om haar investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2022 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.
3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot het kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2022, € 24,2 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2022. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk.
De GRJR is in 2022 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.
36
3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen ook criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van (boven)regionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven. Dan doen ze omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR – de Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) – ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen.
Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst hiërarchisch ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Deze samenwerking is de afgelopen jaren sterk verbeterd maar is een kritische succesfactor. We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp. Samenwerking is in woord én daad nodig. Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, zowel in de bestuurlijke als ambtelijke processen. Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario voor de veiligheidsketen. Een kerntaak van de UO is het regionale contractmanagement. De verdere implementatie van de nieuwe contracten 2023/2028 gaat onder meer over het concreet toepassing geven aan de sturingsprincipes, over toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en over het samen leren en ontwikkelen bij de realisatie van de afgesproken ontwikkelopdrachten. Belangrijk punt voor de ontwikkeling van het contractmanagement is ook het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten. 37
Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en meer te richten op inzicht op gemeenteniveau. Daarvoor blijkt het gebruik en de verder ontwikkeling van de informatievoorziening een speerpunt. Tijdige en volledige informatie over het gebruik en de kosten van de jeugdhulp moet nog veel beter worden. Tussentijds rapportages, die niet achteraf onvolledig blijken, zijn cruciaal voor de sturing. Daarvoor is in de hele administratieve keten nog veel verandering nodig.
Uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en individuele gemeenten: Van belang is dat over de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt beschikt op basis van de gemeentelijke verordening. Gemeenten bestellen vervolgens de hulp bij (geven een toewijzing aan) een door de GRJR gecontracteerde aanbieder. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het gebruik en/of volume. Dit kent overigens beperkingen, doordat er ook andere wettelijke verwijzers zijn en doordat maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering een eigen juridische basis kennen. De zorgaanbieders dienen hun declaraties in bij de gemeente die de zorg heeft besteld (toegewezen). Gemeenten beoordelen deze declaraties, waarna de GRJR als contractueel opdrachtgever betaalt. Gemeenten voeren decentraal los van elkaar staande zorgadministraties van waaruit doorlopende gegevens worden doorgegeven aan de GRJR. De financiële afhandeling van toewijzingen en declaraties wel tot de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Deze verantwoording stoelt op de gemeentelijke administraties. In deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen.
De administratieve processen en informatievoorziening zijn steeds verder geautomatiseerd op basis van een strategisch informatieplan. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR-niveau bij elkaar te brengen, is de GRJR steeds meer in staat om op het zorglandschap, de opdrachten en contracten voor de specialistische jeugdhulp te sturen. Tegelijkertijd zien gemeenten zo steeds beter de ontwikkeling van gebruik en kosten, zodat zij beter kunnen sturen op de toegang tot de hulp en de kwaliteit van gegevens. Om tijdiger en vollediger sturingsinformatie, minder administratieve lasten en betere rechtmatigheidsverantwoording (zie volgende paragraaf) te kunnen bewerkstellingen wil de GRJR in 2023 onderzoek doen naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken.
38
Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR.
3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening 2022 wordt net als in voorgaande jaren in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. De accountant maakt daar waar mogelijk gebruik van de verbijzonderde interne controles (derdelijns controle) die worden uitgevoerd door de afdeling Financial Audit van de gemeente Rotterdam. Deze interne auditfunctie stelt in samenspraak met de externe accountant jaarlijks een auditprogramma op. In de uitvoering van het auditprogramma wordt gecontroleerd op de getrouwheid en de rechtmatigheid van het door het AB gevoerde financiële beheer. De bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt ten behoeve van een Management Letter waarmee de accountant de secretaris/directeur en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd.
Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering.
39
3.5 Coronaparagraaf In 2022 maakten aanbieders ook meerkosten om de zorg te continueren tijdens de coronacrisis. De VNG heeft met het Rijk afspraken gemaakt over de vergoeding van deze meerkosten in 2022. De afspraken uit 2021 zijn zonder noemenswaardige inhoudelijke wijzigingen verlengd tot en met 2022 en als richtinggevend document vastgelegd in de Uitwerking Meerkosten corona Jeugdwet en Wmo 2022 VNG. De GRJR heeft haar beleid 2021 t.a.v. coronakosten ongewijzigd gecontinueerd in 2022 en: - verklaart corona meerkosten declarabel - verklaart omzetderving niet-declarabel (ook geen landelijke regeling 2022 tot stand gekomen) - acht zich voor LTA-partijen gebonden aan door de VNG gemaakte afspraken - past de hiervoor bedoelde landelijke protocollen en formats toe (Uitwerking meerkosten corona Jeugdwet en WMO 2022 VNG en format meerkosten Ketenbureau i-sociaal domein) Extra aandachtspunt is de landelijke meerkosten alleen van toepassing zijn in die periodes dat daadwerkelijk RIVM-richtlijnen of kabinetsmaatregelen van toepassing waren. Dit was in 2021 ook het geval (12 maanden) maar in 2022 is dit het geval geweest in de periode januari – april 2022 (conform advies van het Ketenbureau i-sociaal domein, tijdlijn RIVM). De gedeclareerde meerkosten zijn plausibel.
GRJR houdt zich aan de landelijke regels en doet een check op de rechtmatigheid en of de meerkosten terecht worden gedeclareerd. Er vallen hier geen verborgen bijdragen onder ten behoeve van de continuïteit. Hieronder een overzicht van de voorlopige coronameerkosten 2022. Dit wordt verantwoord als onderdeel binnen de risico’s Jeugdhulp en betreft alleen 2022 coronakosten.
Lasten
Corona meerkosten LTA-aanbieders Corona meerkosten RTA-aanbieders Totaal
Voorlopige Realisatie 2022 € 43.000 € 572.000 € 615.000
40
3.6 Verbonden partijen Bij de definiëring van het begrip verbonden partijen wordt aangesloten bij het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder een financieel belang wordt verstaan een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een collegelid, een raadslid of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de gemeente stemt. Bovenstaande betekent dat organisaties waar bijvoorbeeld enkel sprake is van een financieel belang niet worden gezien als een verbonden partij. De GRJR heeft geen verbonden partijen in de zin van het BBV, maar kent alleen deelnemers en opdrachtnemers met een contract- en/of subsidierelatie. De GRJR is niet aansprakelijkheid voor tekorten bij gemeenten, contractpartners en subsidiepartners en heeft geen zeggenschap in de besluitvorming van deze partijen.
De kring van deelnemende gemeenten is sinds de oprichting van de GRJR ongewijzigd en er zijn geen voornemens tot uittreding of toetreding van gemeenten. Wel was er de vorming van Voorne aan Zee en de keuze van de MVS-gemeenten om jeugdhulp vanaf 2023 niet meer af te nemen via de GRJR-contracten. In de kring van gecontracteerde opdrachtnemers doen zich verschuivingen voor vanwege de nieuwe aanbesteding van specialistische jeugdhulp. Vanaf 2023 werkt de gemeente met zeven in plaats van vijftien hoofdaanbieders (systeemaanbieders genoemd omdat ze alle zorg moeten kunnen leveren), apart contractpartners voor forensische hulp en nog een reeks kleine partijen (flexibel aanbod en maatwerkovereenkomsten). Belangrijke verbonden partijen zijn tot slot de gesubsidieerde partners voor Jeugdbescherming/ jeugdreclassering en Veilig Thuis. Beide partners werken nagenoeg alleen voor de regio Rijnmond en worden daarom nagenoeg volledig gefinancierd door de GRJR.
41
Hoofdstuk 4 VOORLOPIGE JAARREKENING 2022
42
4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten In onderstaand overzicht is de extra bijdrage van gemeenten van € 22,1 mln. Op basis van het voorlopige jaarrekeningresultaat 2022 aan de baten toegevoegd waardoor het resultaat € 0 is.
43
4.2 Toelichting op baten en lasten Baten Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 2022 en begrotingswijzigingen 2022. Extra bijdrage deelnemende gemeenten Het tekort van 2022 wordt gedekt door middel van een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten op basis van de voorlopige werkelijke realisatie per gemeente. Op basis van de voorlopige jaarrekening is dat een tekort van €22,1 mln.
44
Bijdrage Rijk Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreft de dekking vanuit de reserve voor de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting. Bijdrage Rijk Gezamenlijke verantwoording kinderen en ouders Dit betreft de dekking vanuit de reserve voor de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting. Overige baten Dit betreft ontvangen rentevergoeding in 2022 met betrekking tot het schatkistbankieren. Lasten Programma Jeugdhulp onderdelen van Pleeghulp tot en met Acute Dienst GGZ Voor de ontwikkelingen binnen deze opdrachten in 2022 wordt verwezen naar de toelichtingen in hoofdstuk 2. Risico’s Jeugdhulp Het budget Risico’s Jeugdhulp is onder andere ingezet voor de corona gerelateerde kosten. In hoofdstuk 3.5 is dit toegelicht. Er is voor ruim €0,6 mln. aan corona meerkosten 2022 opgenomen. Daarnaast zijn er bij de vaststelling van de JBRR-subsidie 2021 tekortkomingen gebleken in de verantwoording met betrekking tot de drangtaken (IVH) die door de onderaannemer WSS voor gemeenten zijn uitgevoerd. De afwikkeling van dit deel van de subsidie 2021 is daardoor nog niet finaal afgerond. In de voorlopige jaarrekening 2022 houden we rekening met de mogelijke uitkomst dat het hiermee gemoeide bedrag van bijna €0,7 mln.
nog zal worden toegekend ingeval deze tekortkomingen in de verantwoording zijn opgelost. Transformatiefonds In de begroting was hier een bedrag opgenomen van € 2 mln. Voor 2022 is subsidie toegewezen voor zes innovatieve projecten voor ruim € 1,3 mln. Kortom, niet de hele begroting 2022 is toegewezen aan projecten. Vanaf 2023 wordt structureel € 0,4 mln voor het programmateam uit het transformatiefonds gereserveerd. Zie paragraaf 2.3.1 Transformatieprojecten 2022 voor de inhoudelijke toelichting. Overzicht Overhead Tot de overhead worden die kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten.
45
Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten opgenomen die tot de overhead gerekend worden. De verwachte realisatie 2022 is € 0,1 mln lager dan de begroting.
Overhead
Begroting 2022
Realisatie 2022
Organisatiekosten GR Werk en onderzoek Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Bankkosten
€ 3.588.000 € 306.000 € 152.000 € 76.000 €0 € 4.122.000
€ 3.588.000 € 158.000 €154.000 € 99.000 € 11.000 € 4.010.000
Totaal
Verschil begroting vs realisatie 2022 €0 € 148.000 - € 2.000 - € 23.000 - € 11.000 € 112.000
Projectbudget Inkoop en Implementatie Bij het project Inkoop en Implementatie is dit volledig gefactureerd door de gemeente Rotterdam. Dit betreft de aanbesteding van de zorg inkoop 2023 en verder. Programmateam Regio-agenda Het project programmateam regio-agenda heeft vertraging opgelopen waardoor in 2022 € 0,1 mln onderschrijding is. Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreffen lasten voor het project Proeftuin kind- en gezinsbescherming. De lasten worden gedekt vanuit de reserve en zijn hierdoor saldoneutraal. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting. Gezamenlijke verantwoording kinderen en ouders Dit betreffen lasten voor het project Gezamenlijke verantwoording kinderen en ouders. De lasten worden gedekt vanuit de reserve en zijn hierdoor saldoneutraal. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting.
Overlopend resultaat Het voorlopige overlopend resultaat 2022 is € 1,1 mln. Dit saldo is te splitsen naar een RTA-deel ad € 0,8 mln. en een LTA-deel van € 0,3 mln. De belangrijkste mutaties worden hieronder toegelicht: 1) Correctie op de eindafrekening 2020 m.b.t. Timon. In 2022 is gebleken dat een indexatiepercentage 3,42% in de productieverantwoording niet was meegenomen waardoor een te vorderen positie is omgeslagen in een te betalen positie. Effect € 1,1 mln.
46
2) Na analyseren van brieven over eindafrekening 2020 (i-HUB) is de conclusie dat de indexering niet goed verwerkt is in de brief eindafrekening 2020. De productieopgave, zoals die door accountant is bevestigd, is zonder indexering van 3,42% gedaan. Effect van afboeken te vorderen positie over 2020 naar te betalen van € 0,7 mln. 3) Een niet eerder betaalde factuur zorg 2019 vanuit Yulius van ruim € 0,5 mln. 4) Ophogen verplichting Yulius m.b.t. geleverde zorg 2021 aangezien van bijna € 0,5 mln. een tabblad van gemeente Goeree-Overflakkee niet was verwerkt in de jaarrekening 2021. 5) Voor de LTA-aanbieder Stichting Fier is in 2022 gebleken dat deze zorgaanbieder bij de jaarrekening 2021 niet de verantwoording van alle Rijnmond gemeenten (ontbraken vier gemeenten) hadden aangeleverd, waarvoor zij zorg hadden verleend. Dit zorgde voor het moeten ophogen in 2022 van de verplichting over 2021 van ruim €0,3 mln. 6) Ophogen verplichting Parnassia 2021 ad € 0,2 mln. Voor een deel van hun productie waarvoor ze nog geen toewijzing voor hadden, is dit verantwoord op een andere productcode (50A00) dan waar de geleverde zorg betrekking op had. 7) Een substantiële lagere vaststelling JBRR dan in de jaarrekening 2021 opgenomen zorgde voor een vrijval van ruim € 2,4 mln.
In de aanvraagbrief heeft JBRR gerealiseerde bedragen genoemd, die niet overeenkomen met de realisatie in de jaarrekening 2021 van JBRR. Uit de controleverklaringen van de accountant is gebleken dat de accountant de waarde in euro’s heeft berekend op basis van het aantal FTE x uurtarief. Voor de GRJR zijn echter de gestelde kostprijzen en tarieven in de subsidieverlening 2021 leidend voor de vaststelling van subsidie. 8) Saldo afwikkeling diverse kleinere balansposities voor bedrag van € 0,2 mln.
Structureel/Incidenteel
Lasten
Begroting 2022
Voorlopige Realisatie 2022
Verschil begroting vs realisatie 2022
Structureel
€ 278.650.000
€ 302.817.000
- € 24.167.000
Incidenteel Totaal
€ 5.961.000 € 284.612.000
€ 4.278.000 € 307.095.000
€ 1.683.796 - €22.483.000
47
De overschrijdingen bij het structurele tekort zitten met name bij opdracht B “Weer naar huis (opname), opdracht C “Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)”, opdracht D “Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)”, I1 Maatwerk en Woonplaatsbeginsel bij de LTA-aanbieders. Bij de structurele tekorten wordt de begroting voor 2023 e.v. daarop aangepast. Daarnaast zit er in de incidentele lastenbegroting: 1) Risico’s Jeugdhulp zijn incidentele lasten ad € 1,3 mln., begroting is 3,6 mln. 2) Overlopend resultaat van ad € 1,1 mln. geldt als incidentele lasten, begroting is €0. 3) Transformatiefonds zijn incidentele lasten € 1,4 mln., begroting is € 2,0 mln. Per saldo zit er binnen de incidentele lasten geen tekort in 2022.
Overzicht van baten en lasten in euro’s opgesplitst naar taakveld
Taakveld begroot
Baten
Lasten
Saldo
6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.82 - Geëscaleerde zorg 18-
€ 217.273.000 € 55.776.000
€ 217.273.000 € 55.776.000
€0 €0
6.83 - Geëscaleerde zorg 18+ Totaal begroot 2022
€ 11.563.000 € 284.612.000
€ 11.563.000 € 284.612.000
€0 €0
Baten
Lasten
Saldo
6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.82 - Geëscaleerde zorg 186.83 - Geëscaleerde zorg 18+
€ 242.073.000 € 53.353.000 € 11.668.000
€ 242.073.000 € 53.353.000 € 11.668.000
€0 €0 €0
Totaal realisatie 2022
€ 307.095.000
€ 307.095.000
€0
Taakveld realisatie
Conform de eisen van de BBV zijn de overzichten van taakvelden in de jaarrekening 2022 opgenomen. Op dit moment is het uitgangspunt dat alle uitvoeringskosten van de GRJR direct of indirect bijdragen aan de taakvelden en daardoor toe te rekenen zijn aan de taakvelden. Zie overzicht bij 4.2.
48
4.3 Balans
Conform het BBV zijn de te betalen bedragen aan zorginstellingen bij de overlopende passiva opgenomen. Ze vallen onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
49
4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen GRJR is een uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten. Vanuit de regiovisie van de deelnemende gemeenten geeft de GRJR vorm aan een “op de lokale infrastructuren aansluitende regionale infrastructuur” en aan het “samen leren wat werkt”. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het jaarverslag. Wettelijke voorschriften GRJR is een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarin vijftien gemeenten op vrijwillige basis samenwerken. Voor de verslaggeving van gemeenschappelijke regelingen is vanaf 2004 het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten van kracht. De jaarrekening is conform deze voorschriften samengesteld. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening wordt opgemaakt met inachtneming van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Uitzettingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva De kortlopende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor resultaatbepalingen In de exploitatierekening worden de lasten en baten verantwoord die voortvloeien uit de activiteiten van de GRJR.
De lasten en baten worden zoveel mogelijk toegerekend naar het boekjaar waarop ze betrekking hebben en waarin de prestaties zijn geleverd. BTW De betaalde btw in het boekjaar wordt na afloop van het boekjaar door de deelnemende gemeente via de doorschuifregeling gecompenseerd. 50
4.5 Toelichting op de balans
Vorderingen op openbare lichamen Dit saldo van € 23,5 mln. bestaat uit twee delen, 1) Het betreft de bijdrage o.b.v. het voorlopige jaarrekening resultaat van € 22,1 mln., zie onderdeel 4.2 extra bijdrage deelnemende gemeenten. 2) Op de balans staat ultimo 2022 het nog te betalen bedrag per gemeente ad € 1,4 mln. Hiervan is € 0,8 mln een eindejaar boeking en facturatie aan de deelnemende GRJR-gemeenten met betrekking tot doorbelasting doorschuif BTW 2022 Hieronder een specificatie van de vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2022, exclusief extra inleg van € 22,1 mln. m.b.t. het voorlopige jaarrekeningresultaat.
51
Rekening courant met het rijk & Schatkistbankieren (Bram) Ultimo 2022 heeft de GRJR als saldo van haar rekeningcourantverhouding met het rijk ca. € 9,2 mln. te vorderen op de rijksoverheid. Dit komt doordat het kabinet in het verleden het schatkistbankieren ingevoerd. Dit betekent voor decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen als die van Jeugdhulp Rijnmond, dat zij hun overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Praktisch betekent dit voor GRJR dat alle overtollige liquide middelen boven de drempel van € 5,1 mln. worden gestald bij de schatkist zolang deze niet benodigd zijn. In 2022 zijn geen overschrijdingen geweest en is het drempelbedrag het gehele jaar ongewijzigd gebleven. Onderstaand een overzicht van de aangehouden middelen ten opzichte van het drempelbedrag per kwartaal.
52
53
Te vorderen bedragen zorginstellingen GRJR maakt gebruik van diverse jeugdzorginstellingen om dienstverlening op het gebied van jeugdhulp te verlenen aan inwoners van de regio Rijnmond. Na de verrekening van voorschotten en tussentijdse afrekeningen heeft GRJR een bedrag van € 3,1 mln. te vorderen op verschillende zorginstellingen. Dit bedrag bestaat uit:
Specificatie vorderingen zorginstellingen
op
Bedrag
Vorderingen 2022
€ 3.062.000
Vorderingen 2021
€
Totaal
€ 3.137.000
75.000
Vorderingen 2022 Dit bedrag van ruim € 3,0 mln. en betreft het nog terug te vorderen saldo voor prestaties door zorginstellingen in 2022. Dit is op basis van de voorlopige productieopgaven van de zorgaanbieders. Vorderingen 2021 Dit bedrag van bijna € 0,1 mln betreft een openstaand bedrag op de balans naar aanleiding van een terugvordering met betrekking tot kortdurende bedden vanuit de jaarrekening 2021. Hier wordt actie op uitgezet om dit af te wikkelen. Overige vorderingen Per jaareinde stond hier een bedrag van € 0,4 mln bestaande uit drie posten.
54
Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Ultimo 2022 staat er voor € 17,2 mln. open aan liquiditeitsborgen. Dit bedrag is een behoorlijk lager van begin 2022. In 2022 zijn de aanbieders hun betalingsverplichtingen nagekomen conform de afspraken. Het eindsaldo bestaat uit twee delen: 1) Liquiditeitsborgen (€14,3 mln.) die zijn verstrekt aan zorgaanbieders die zijn voorgefinancierd vanwege hun penibele liquiditeitspositie. Dit betreffen met name recentere verstrekte liquiditeitsborgen. 2) Daarnaast is er in het totale saldo een onderdeel ad (€2,9 mln) voor openstaand saldo subsidievaststellingen, waarvan JBRR de grootste vormt ad €2,3 mln. Hier loopt nog een bezwaarprocedure voor een deel van deze vaststelling. Bij de vaststelling van de JBRR-subsidie 2021 zijn tekortkomingen gebleken in de verantwoording met betrekking tot de drangtaken (IVH) die door de onderaannemer WSS voor gemeenten zijn uitgevoerd. De afwikkeling van dit deel van de subsidie 2021 is daardoor nog niet finaal afgerond. In de voorlopige jaarrekening 2022 houden we rekening met de mogelijke uitkomst dat het hiermee gemoeide bedrag van €684.000 nog zal worden toegekend ingeval deze tekortkomingen in de verantwoording zijn opgelost. Dit is verantwoord als onderdeel van het saldo “Risico’s Jeugdhulp”. Vooruitbetaalde bedragen Dit bedrag is eind 2022 € 0.
Op de beginbalans stond een bedrag ad € 133.000 betreffende een subsidie die in 2021 helemaal is uitbetaald als voorschot, maar voor dit deel betrekking had op de periode januari 2022 t/m april 2022. Transformatiefonds Op de beginbalans 2022 stond nog een bedrag ad € 0,7 mln dat teruggevorderd moest worden. Reden hiervoor was dat de verstrekte voorschotten vanuit 2021 (en eerder) hoger waren dan de eindafrekeningen transformatiefonds bij een aantal zorgaanbieders. Inmiddels hebben de vaststellingen plaatsgevonden in 2022 en zijn de bedragen teruggevorderd en betaald door de desbetreffende zorgaanbieders. Vandaar dat eindsaldo 2022 € 0 is. Liquide middelen De liquide middelen bestaan voor de GRJR uit het eindsaldo 2022 van de bankrekening. Deze wordt namens de GRJR beheert door de Gemeente Rotterdam. Het saldo van € 1,6 mln. blijft over na het afromen in kader van de wet Fido / schatkistbankieren.
55
Toelichting op de balans passiva per 31 december 2022
Eigen vermogen en continuïteit Aan de GRJR nemen op dit moment 15 gemeenten deel. Zij delen gezamenlijk in de lasten voor het uitvoeren van deze gemeenschappelijke regeling. Drie gemeenten hebben besloten om hun vanaf 2023 een deel van de jeugdhulp zelf in te kopen, maar wel te blijven participeren in de GRJR. Algemene Reserve De GRJR heeft ultimo 2022 geen algemene reserve. Dit komt omdat GRJR Jeugdhulp namens 15 gemeenten in de regio Rijnmond uitvoert en de lasten verdeelt over de 15 gemeenten. GRJR beoogt geen positief resultaat te hebben. Eventuele tekorten of positieve resultaten worden over de 15 gemeenten verdeeld. Gerealiseerd resultaat In 2022 heeft GRJR een negatief resultaat behaald van € 22,1 mln. Zoals gebruikelijk wordt dit negatieve resultaat verrekend met de deelnemende gemeenten. Het gerealiseerd resultaat is hierdoor nul.
56
Overige schulden Ultimo 2021 staat er voor € 1,1 mln. open aan overige schulden. Dit bestaat uit een crediteurensaldo per 31-12-2022 ad € 0,3 mln en een saldo ad € 0,8 mln nog te betalen verplichtingen transformatiesubsidie en betalingen met betrekking tot reserves 2022 die begin 2023 zijn uitbetaald. Te betalen bedragen aan zorginstellingen Hieronder een specificatie van te betalen bedragen aan zorginstellingen ad € 53,2 mln.
Specificatie verplichtingen zorginstellingen
op
Bedrag
Verplichtingen 2022 Verplichtingen 2021
€ 49.055.000 € 4.116.000
Totaal
€ 53.171.000
Verplichtingen 2022 Dit bedrag van € 49,1 mln. betreft het nog te betalen bedrag aan zorgprestaties en subsidies aan zorginstellingen in 2022 op basis van de voorlopige productie in de voorlopige jaarrekening 2022. Daarnaast betreft het ook voor een deel de onderdelen onder risico’s Jeugdhulp, te weten nog te betalen coronakosten 2022 (€ 0,6 mln) en het risico nog te betalen deel vanuit een mogelijke aanpassing vaststelling subsidie JBRR 2021 (€ 0,7 mln). Verplichtingen 2021 In 2022 hebben er veel afstemmingen en afwikkelingen plaatsgevonden over de eindafrekening 2021 met betrekking tot RTA en LTA-aanbieders. Er zijn inmiddels begin 2023 nog een aantal eindafrekening 2021 met zorgaanbieders helemaal afgerond. Grootste aandeel heeft Enver in dit openstaande saldo verplichtingen 2021. Deze zorgaanbieder is gedurende het hele jaar 2022 nog bezig geweest met het declareren van zorg over 2021 bij de gemeenten. Daarna moet dit bij de gemeenten allemaal behandeld worden voordat GRJR goedgekeurde declaraties kunnen betalen over 2021. Dit wordt op weekbasis betaalbaar gesteld vanuit GRJR. De late declaraties en daarmee samenhangende behandeling bij gemeenten, zorgt ervoor dat de eindafrekening Enver over 2021 nog niet is afgerond.
In de eindafrekeningen 2021 is veel tijd en energie gaan zitten, maar het resulteert wel in een beduidend lagere balansstand eind 2022 over voorgaande jaren dan in de vorige jaarrekening.
57
Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders Dit zijn middelen die in 2021 beschikbaar zijn gesteld door het ministerie van Justitie en veiligheid in het kader van inzet door JBRR voor het project: Gezamenlijk verantwoordelijk voor kinderen en ouders. Dit project richtte zich op twee globale activiteiten: ondersteunen van het lokale veld om casusregie in het vrijwilligerskader op te kunnen pakken en monitoring van de vragen die vanuit de lokale teams gesteld zijn aan het team Consultatie en Advies van JBRR. Dit met als doel de expertise van het lokale veld te vergroten en te ondersteunen. Bedrag van € 83.000 is betaalbaar gesteld aan JBRR en zit saldoneutraal in de voorlopige jaarrekening 2022 opgenomen aan de lasten en de batenkant. Doorbraak en versterken zorgbemiddeling Om te komen tot het versterken van de zorgbemiddeling voor de kinderen met een maatregel is een extra inzet medewerker Team Zorg Bemiddeling toegevoegd aan het Zorgbemiddelingsteam. Deze medewerker wordt ingezet voor ondersteuning aan en het ontzorgen van de jeugdbeschermers specifiek bij de doorbraakkinderen. Deze ondersteuning richt zich op zowel de inhoud van de casuïstiek en het proces om toch complexe plaatsingen te realiseren. Daarnaast is een medewerker aangesteld als ondersteuning voor jeugdbeschermers die het inhoudelijke traject van de begeleiding van het kind/gezin uitvoeren.
Deze medewerkers stuurt bij als er knelpunten zijn, escaleert daar waar nodig en levert het team de benodigde informatie om zaken op te lossen. Hiervoor hebben we bij de voorlopige jaarrekening nog geen voorlopige verantwoording ontvangen. De kosten worden gedekt uit deze reserve en is dan per saldo neutraal in de jaarrekening. Proeftuin kind en gezinsbescherming Subsidiebedrag van € 0,8 mln. was ontvangen in 2021. In 2022 is hiervoor bijna € 0,2 mln uitvoering aangegeven. De proeftuin ‘Wij doen het beter’ in Rotterdam Rijnmond is ontstaan vanuit een landelijke opdracht. De kind- en gezinsbeschermingsketen is complex en middels elf proeftuinen in het land wil het ministerie van VWS beproeven hoe deze keten vereenvoudigd kan worden. De proeftuin richt zich op 4 thema’s, namelijk 1) huiselijk geweld, 2) complexe scheidingen, 3) ontwikkelingsbedreigingen van kinderen en 4) jeugdcriminaliteit. Het project wordt geleid door een externe projectleider en vindt plaats in Ridderkerk en het Rotterdamse wijkteam IJsselmonde-Zuid. Daarnaast zijn de GI’s en Raad voor de Kinderbescherming gecommitteerd in het project, waarvoor zij financieel gecompenseerd worden omtrent hun personele inzet. De GRJR is subsidiehouder en vanuit die hoedanigheid voornamelijk betrokken in het financiële proces.