CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel met zienswijze op de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 GRJR

Gemeenteraad 15 juni 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze op de begrotingswijziging GRJR 2023 en de begroting GRJR 202427.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAADSVOORSTEL

Registratienummer Datum besluit B&W Portefeuillehouder

: 1940780 : 9 mei 2023 : J.J. Silos - Knaap

Raadsvoorstel tot het vaststellen van de antwoordbrief met een zienswijze op de begrotingswijziging GRJR 2023 en de begroting GRJR 2024.

Vlaardingen, 9 mei 2023 Aan de gemeenteraad, Welk besluit moet genomen worden? Vasstellen van de antwoordbrief met de zienswijze op de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Wat is samenvattend de kern van dit advies? Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) de jaarstukken, ontwerpbegrotingswijziging 2023 en ontwerpbegroting 2024 aangeboden aan de 13 raden van de deelnemende Rijnmondgemeenten van deze gemeenschappelijke regeling. Uw raad ontvangt de voorlopige jaarstukken 2022 ter kennisname. De ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 van het Algemeen Bestuur (AB) liggen ter zienswijze voor en zullen na kennisname van de door de deelnemers ingediende zienswijzen door het AB op 7 juli 2022 definitief vastgesteld worden. Wij informeren uw de raad over de jaarrekening 2022 en stellen een conceptzienswijze voor ten aanzien van de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024.

In de voorgestelde zienswijze wordt ingegaan op ü de stijgende kosten van de jeugdhulp door het stijgen van de zorgzwaarte en de kosten als gevolg van de inflatie; ü de zorgen over de stijgende wachtlijsten bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en het in zwaar weer verkeren van de de JeugdhulpPlus aanbieders; ü maatregelen in de Hervormingsagenda Jeugd van het Rijk die tot een betaalbare en kwalitatief goede jeugdhulp moeten leiden. De GRJR wordt verzocht de lobby naar VNG en het Rijk onverminderd voort te zetten om de verwachtingen voor bezuinigingen realistisch te houden en tijdig de randvoorwaarden voor een goede jeugdhulp landelijk goed te regelen. Wat is de aanleiding voor dit advies? Op 6 april 2023 heeft het Algemeen Bestuur van de GRJR de voorlopige Jaarrekening 2022, de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 vastgesteld. Deze stukken zijn op 7 april jl. verzonden aan de deelnemende gemeenteraden. Het AB van de GRJR biedt de voorlopige jaarrekening 2022 aan en verzoekt uw gemeenteraad om, conform de Wet op de gemeenschappelijke regelingen, een zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024. Deze stukken worden voorafgaand aan definitieve vaststelling nog een keer geactualiseerd.

De verwachting is dat op basis van de definitieve productiecijfers 2022 voor de definitieve jaarrekening 2022 een groter tekort zal bevatten. Dit werkt ook door in realistische begrotingsramingen voor 2023 en 2024. Daarnaast zal het definitief toe te passen indexatiepercentage naar verwachting hoger zijn. Deze

effecten zullen leiden tot een hogere definitieve begrotingswijziging 2023 en begroting 2024. Voorlopige Jaarrekening 2022: Het totale financiële tekort in de conceptjaarrekening bedraagt voorlopig 22,1 mln. euro. Dit betreft ruim 21 mln. euro in de exploitatie 2022 en 1,1 mln. euro aan nagekomen kosten uit voorgaande jaren. Eerder was € 284.612.000,- begroot. De verwachte realisatie bedraagt nu € 306.727.000,-. Voor Vlaardingen betekent dit een voorlopig tekort van € 2.360.000,- De jaarcijfers zijn niet definitief. De GRJR verwacht een stijging door nog te ontvangen openstaande facturen. De facturenadministratie is het laatste jaar bij zorgaanbieders verbeterd, maar schiet nog steeds tekort. Om die reden was de begroting 2022 te laag vastgesteld. Daarnaast zien we een toename van de zware problematiek. Lokaal wordt eerder lichtere vormen van ondersteuning geboden. Hierdoor komt de zwaardere regionale zorg beschikbaar voor doelgroepen die nu eerder geholpen kunnen worden. Verder zien we dat de wijziging van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet een nadelig effect heeft. Als gevolg van de wijziging komen meer kinderen van buiten de regio voor rekening van de Rijnmondgemeenten. Door een extra indexatie, naar aanleiding van een Tweede Kamer motie "Extra lonen in de zorg", zien we tevens een stijging van de kosten als gevolg van inflatie.

Er ligt een landelijke opgave voor gemeenten om te komen tot minder gesloten plaatsingen van jeugdigen in het belang van de jeugdigen. Een specifieke uitkering moet de afbouw van gesloten naar ambulante plaatsingen bespoedigen. De beweging naar ambulant vraagt om plekken die er nog niet voldoende zijn en (mede hierdoor) zeer kostbaar zijn. Deze ombouw gaat sneller dan voorzien en maakt de JeugdhulpPlus-aanbieders financieel kwetsbaar. Medio 2023 komen JeugdhulpPlus aanbieders in samenwerking met gemeenten met een plan van aanpak hoe deze ombouw te realiseren. Als laatste zien we dat de aanhoudende personeelstekorten leiden tot oplopende wachtlijsten. De zorg met verblijf kon niet uitgebreid worden door personeelstekort. De pleegzorg kampte met de inzet van voldoende personeel en onderzoekt middels een pilot de mogelijkheid van de inzet van MBO’ers. Een flink aantal aanbieders geeft tevens aan de eerste helft van 2022 te kampen hebben gehad met de uitval van personeel door Covid. JBRR kampt met fikse wachtlijsten waardoor jeugdigen met een beschermingsmaatregel niet tijdig een gezinsvoogd toegewezen kunnen krijgen. De wachtlijsten ontstaan door een personeelstekort en door het niet op orde zijn van de bedrijfsvoering. Dit laatste heeft er ook toe bijgedragen dat dossiers onvoldoende op orde zijn.

Uit eigen intern dossieronderzoek van JBRR blijkt het zogeheten feitenrelaas in dossiers onvoldoende gebaseerd op geverifieerde feiten. Het dagelijks bestuur van de GRJR heeft toegezien op een verbeterplan. Dit plan bevat maatregelen om te komen tot een verbetering van de bedrijfsvoering wat moet leiden tot het tijdig uitvoeren van de opgelegde maatregel en in te zetten ondersteuning van de jeugdige en het gezin, verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening en het werven en behouden van personeel. Het algemeen bestuur monitort de uitvoering van het verbeterplan en wil in 2023 zichtbare verbetering zien. In een separaat raadsmemo (registratienummer 1940783) hebben wij u in mei 2023 geïnformeerd over ontwikkelingen ten aanzien van het lokale MVS Jeugdmodel en de regionale en lokale ontwikkelingen met betrekking tot jeugdhulp. Ontwerpbegrotingswijziging 2023: De MVS-gemeenten kopen per 1 januari 2023 bijna alle jeugdhulp zelf in en zullen nog een klein gedeelte via de GRJR inkopen, namelijk de landelijke transitie arrangementen, jeugdbescherming en reclassering en Veilig Thuis. De begrotingswijziging kent twee grote mutaties. De eerste betreft de ophoging naar aanleiding van de conceptjaarstukken 2022 en de tweede mutatie betreft de zorgcontinuïteit voor de MVS gemeenten.

Bij aanvang is begroot dat MVS de zorg vanaf 1 januari 2023 geheel onder de eigen nieuwe contracten zou kunnen leveren. Dat bleek niet realistisch. Voor de zorgcontinuïteit loopt MVS in 2023 nog mee op de oude regionale contracten. Het budget MVS voor de

zorgcontinuïteit is uit de begroting Rogplus/Mevis gehaald en landt in de begroting GRJR en bedraagt voor Vlaardingen € 4.340.690,-. Dit komt bovenop de begroting van € 5.421.070,-. Dit betekent een totale inleg van € 9.705.755 euro. Ontwerpbegroting 2024: De begroting 2024 GRJR bedraagt in totaal € 275.608.627,- en voor Vlaardingen € 5.471.433,-. Er is realistisch begroot op basis van de prognoses uit de jaarrekening 2022 en de ontwerpbegrotingswijziging 2023. Voor MVS betreft dit de kosten van de uitvoeringsorganisatie van de GRJR, landelijke transitie arrangementen, jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis. De begroting 2023 betrof zonder de kosten van zorgcontinuïteit, € 5.421.070,- . In 2024 is dan ook sprake van een lichte stijging naar € 5.471.433,-. In 2024 vervallen de kosten voor zorgcontinuïteit door de overgang van kosten naar de begroting van Rogplus/Mevis. Welk resultaat wordt beoogd? - Voldoen aan het verzoek van de GRJR om een zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 en daarmee richting geven aan de verbonden partij GRJR. - Kennisnemen van de voorlopige jaarrekening 2022. Welke argumenten zijn er voor dit advies? - Uw gemeenteraad stelt zich op de hoogte van het zorggebruik en de daaraan verbonden ontwikkelingen middels de jaarrekening 2022.

- Uw gemeenteraad stelt zich op de hoogte van de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 en stelt de conceptzienswijze vast. - Door het indienen van een zienswijze maakt u gebruik van de mogelijkheid mede richting te geven aan de verbonden partij GRJR. Wat zijn tegenargumenten of risico’s? De jaarrekening 2022 is een voorlopige rekening. Het definitieve zorggebruik voor Vlaardingen is nog niet vastgesteld. Waar moet rekening mee worden houden? Algemeen: - De voorlopige jaarrekening 2022 van de GRJR laat zien dat er voor Vlaardingen een voorlopig tekort van 2.360.000 ,- ontstaat welke nog kan oplopen als gevolg van nagekomen facturen van contractpartijen. Het definitieve tekort kan pas bepaald worden nadat wij de definitieve cijfers van de GRJR ontvangen. Dit tekort wordt verwerkt in onze jaarrekening 2022. - De ontwerpbegrotingswijziging 2023 GRJR laat een extra inleg zien van €4.340.690,-. Deze wijziging wordt vooral veroorzaakt door een verschuiving van eerder begrote zorgkosten voor Mevis naar de GRJR ten bedrage van € 4.284.685,-. Dit als gevolg van de verlenging van zorgcontracten tot 1 juli 2023 voor het bieden van zorgcontinuïteit. De verschuiving van de zorgkosten van Mevis naar de GRJR is budgetneutraal (verlaging budget Mevis, verhoging budget GRJR). Eerder was voor 2023 een bedrag begroot van € 5.421.070,-.

De begrotingswijzing betekent dat dit bedrag wordt verhoogd naar € 9.705.755,-. De begrotingswijziging wordt verwerkt in de eerste Voortgangsrapportage 2023. - De begroting 2024 GRJR bedraagt in totaal € 275.608.627,-. De begroting 2024 betekent voor Vlaardingen een inleg van € 5.471.433,- en wordt opgenomen in de gemeentelijke begroting. De begroting 2023 bedroeg € 5.421.070,-, zonder de kosten voor zorgcontinuïteit. Er is dus sprake van een lichte stijging.

Bijlagen Naam van de bijlage 1. Zienswijzebrief 2. Aanbiedingsbrief P&C stukken 3. Conceptjaarstukken 2022 4. Ontwerpbegrotingswijziging 2023 5. Ontwerpbegroting 2024

Registratienummer Verseon 1941484 1940773 1940775 1940776 1940778

Burgemeester en wethouders van Vlaardingen, De secretaris,

De burgemeester,

drs. E. Stolk

drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen

RAADSBESLUIT

Registratienummer Datum raadsvergadering

: 1940780 :

Besluit van de gemeenteraad van Vlaardingen

De gemeenteraad van Vlaardingen, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 mei 2023;

Gelet op artikel 35 lid 32 en lid 6 Wet gemeenschappelijke regelingen Besluit: De antwoordbrief met de zienswijze op de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op

De waarnemend griffier,

De voorzitter,

I.L.J.C. Konings LLB MA

drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen

Postbus 1002 3130 EB Vlaardingen

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Postbus 70014 3000 KS ROTTERDAM

Bezoekadres: Westnieuwland 6 3131 VX Vlaardingen

t.a.v. het bestuur 3000KS70014

Telefoon: (010) 248 4000 www.vlaardingen.nl/contact www.vlaardingen.nl

datum

onderwerp

pagina

15 juni 2023

Zienswijze ontwerpbegrotingswijziging 2023 en ontwerpbegroting 2024

1/2

briefnummer

uw kenmerk

bijlage(n)

1941484

-

-

Geacht bestuur, Op 6 april jl. hebben wij de ontwerpbegrotingswijziging gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) 2023 en ontwerpbegroting GRJR 2024 van u in ontvangst mogen nemen. Wij danken u voor de toezending. In uw aanbiedingsbrief verzoekt u ons om voor 7 juli a.s. onze zienswijze op beide stukken in te dienen, zodat de begroting 2023 tijdig toegezonden kan worden aan de provincie en de begrotingswijziging 2023 vastgesteld kan worden. Wij hebben in onze vergadering van 15 juni 2023 kennisgenomen van beide stukken en willen als zienswijze het volgende naar voren brengen. Vanaf 1 januari 2023 kopen de MVS-gemeenten bijna alle specialistische jeugdhulp zelf in. De specialistische hulp van de Landelijke Transitie Arrangementen (LTA) en de subsidies voor Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering lopen nog wel via de GRJR. Wij zien dat de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 een realistische begroting als uitgangspunt hebben. In 2022 waren de begrote kosten op de ingekochte specialistische jeugdhulp al aangepast op zichtbare trends, zoals de stijging van de kostprijs en het voortschrijdend inzicht over het gebruik binnen dat jaar. Toch zien we net als in voorgaande jaren dat de zorgkosten flink blijven stijgen.

Met name de kosten voor loon- en prijsindexatie zullen, zoals u stelt, de zorgkosten verder opdrijven. We hopen nu voldoende opgenomen te hebben in de begroting, ook al zijn er zorgen dat de kosten verder stijgen. Met betrekking tot het aanbod en zorggebruik LTA zijn we verheugd te vernemen dat de uitvoeringsorganisatie van de GRJR in 2023 het initiatief neemt de oorzaken en de beïnvloedbaarheid van de kostenstijging te onderzoeken. De MVS nemen om die reden dan ook deel aan de hiertoe ingerichte werkgroep. We vernemen graag hoe hier meer inzicht en grip verkregen kan worden op de kostenontwikkeling bij de LTA en zien de uitkomsten van de werkgroep graag tijdig terug. Verder baren de risico’s met betrekking tot de landelijke ontwikkelingen van de JeugdhulpPlus en de Hervormingsagenda Jeugd ons zorgen. De kosten voor de jeugdhulp blijven stijgen, en de zorgzwaarte en zorgvraag nemen toe. De Hervormingsagenda Jeugd van VNG en Rijk, met maatregelen om op kosten en kwaliteit te sturen, lijkt moeizaam te verlopen en de druk om te bezuinigen neemt toe. Rijk, VNG en de zorgsector zijn op 17 april jl. tot een akkoord gekomen dat gemeenten minder hoeven te bezuinigen. In 2024 en 2025 gemeenten hoeven gemeenten nu 285 miljoen euro minder te besparen om de overgang naar de Hervormingsagenda te vergemakkelijken. Inhoudelijk is over de hervormingen nog geen overeenstemming.

Ook lijkt de Rijksoverheid daarbij de randvoorwaarden, zoals de monitoring en briefnummer

In behandeling bij

pagina

1941484

mevrouw C.B. Baljeu

1/2

Maatschappelijke Ontwikkeling

het aanpassen van wetgeving, niet op orde te krijgen. Wij verzoeken u uw lobby binnen uw vertegenwoordigende rol richting het Rijk en de VNG, onverminderd voort te zetten en de raden hierop actief te blijven informeren. Dit in het belang van de financiële gezondheid van de 13 gemeenten en bovenal om de zorg voor de meest kwetsbare jeugdigen betaalbaar en beschikbaar te houden. Hetzelfde geldt voor de zorgen die ons bekend zijn rond Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). We zien uw actieve rol in de uitdagingen waar JBRR voor staat als het gaat om wachtlijsten en personeelstekorten. Ook hier verzoeken wij u als vertegenwoordiger van de regio Rijnmond deze proactieve houding te handhaven in het belang van onze kwetsbare jeugdigen. De komende jaren zullen we, met de uitvoering van de twee inkoopmodellen samen leren van de effecten van beide inkoopmodellen en delen we kennis en ervaringen met de UO en de andere regiogemeenten. Binnen het programmateam van de GRJR werken we gezamenlijk aan de uitwerking van de regiovisie “Nabij en passend” en de maatregelen om de jeugdhulp te verbeteren en bezuinigingen te realiseren. De maatregelen worden lokaal uitgevoerd waar kan en regionaal waar dit voor ons allen meerwaarde heeft.

Op deze wijze dragen we allen lokaal, in regionaal verband, verantwoording voor laagdrempelige goede zorg, zo dicht bij het kind als mogelijk, met minimale wachtlijsten. Wij gaan ervan uit dat de punten uit de zienswijze betrokken worden bij de uitwerking van de definitieve begrotingswijziging 2023 en de definitieve begroting 2024. Wij wachten de toezending hiervan met belangstelling af. Hoogachtend, de gemeenteraad van Vlaardingen, De waarnemend griffier,

De voorzitter,

I.L.J.C. Konings LLB MA

drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen

Wilt u bij beantwoording van deze brief het briefnummer 1941484 vermelden

briefnummer

In behandeling bij

pagina

1941484

mevrouw C.B. Baljeu

2/2

Aan:

De raden van de deelnemende gemeenten van de GRJR

Van: Datum: Onderwerp:

Dagelijks Bestuur GRJR 7 april 2023 Aanbieding P&C stukken GRJR en gelegenheid voor zienswijze

Bijlagen:

1. Ontwerp-Begroting 2024 2. Ontwerp-Begrotingswijziging 2023 3. Voorlopige Jaarstukken 2022

Geachte raad, Voor u liggen de Ontwerp-Begroting 2024, de eerste Ontwerp-Begrotingswijziging 2023 en de Voorlopige Jaarstukken 2022 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). In deze aanbiedingsbrief geven wij een beeld van de belangrijkste ontwikkelingen in de GRJR die in deze stukken zijn uitgewerkt. Deze stukken worden voorafgaand aan definitieve vaststelling nog een keer geactualiseerd. De verwachting is dat op basis van de definitieve productiecijfers 2022 de definitieve jaarrekening 2022 een groter tekort zal bevatten. Dit werkt ook door in realistische begrotingsramingen voor 2023 en 2024. Daarnaast zal het definitief toe te passen indexatiepercentage hoger zijn. Deze onontkoombare effecten zullen leiden tot een hogere definitieve begrotingswijziging 2023 en begroting 2024. Ontwikkelingen in de Jeugdhulp Rijnmond De gemeenten in de regio Rijnmond willen tijdig passende hulp bieden aan jeugdigen die dat nodig hebben om gezond en veilig op te groeien en te groeien naar zelfstandigheid. Voor dit belangrijke maatschappelijke doel werken de gemeenten samen in de GRJR om te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp. Dit aanbod moet aansluiten op de vraag (de noodzaak om hulp in te zetten) en op de ‘lokale infrastructuur’ waarmee uw gemeente zorgdraagt voor gezinnen en jeugdigen.

De GRJR zorgt voor passend aanbod door specialistische jeugdhulp in te kopen en subsidiëren. De beschikbare hulp wordt vervolgens door deelnemende gemeenten ingezet naargelang de gemeente dat voor haar jeugdigen nodig acht. De kosten hiervan worden in nauwe samenwerking met de gemeenten door de GRJR begroot en verantwoord. Bij deze inzet van specialistische jeugdhulp zien we een doorgaande kostenstijging, die zowel in de jaarstukken als begrotingsvoorstellen tot uiting komt. Voorlopige Jaarstukken 2022 Voor een belangrijk deel komt de kostenstijging door inflatie, maar ook door toename van de complexiteit van de zorgvraag. Voor inzicht hierin is het goed om eerst naar de Voorlopige Jaarstukken 2022 te kijken. De kostenstijging in 2022 wordt in de jaarstukken uitvoerig toegelicht. De voorlopige jaarstukken tonen hierdoor een tekort van €22,1 mln. Dat komt vooral Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond p/a Gemeente Rotterdam Jeugd en Onderwijs Postbus 70014 3000 KS Rotterdam www.jeugdhulprijnmond.nl

1

door verschuiving van kosten van buiten de regio naar gemeenten in de regio Rijnmond als gevolg van het aanpassen van het woonplaatsbeginsel; dit effect was vooraf veel kleiner ingeschat. Daarnaast was de begroting gebaseerd op onvolledige informatie over de ontwikkeling van het gebruik en daardoor te laag ingeschat. De jaarstukken zijn nog voorlopig, omdat de definitieve productiecijfers (met accountantsverklaringen) van onze zorgaanbieders en subsidieontvangers pas per 1 april beschikbaar komen. Ook de gemeentelijke data over inzet/toewijzing van hulp worden nog gecompleteerd. Hierdoor kan het definitieve rekeningresultaat nog aanzienlijk afwijken. De jaarstukken worden op 7 juli 2023 na controle door onze accountant definitief vastgesteld. Ontwerp-Begroting 2024 en Ontwerp-Begrotingswijziging 2023 Wij hebben de begrotingsstukken opgesteld vanuit de uitgangspunten in de Kadernota 2024 van de GRJR. Wij zonden u deze nota in december vorig jaar toe om u goed mee te nemen in de ontwikkelingen. De hoofdzaken in voorliggende begrotingsstukken lichten wij hieronder kort toe. Realistisch begroten: de meeste raden drongen in eerdere zienswijzen bij herhaling aan op meer realistisch begroten om tegenvallers achteraf te beperken. Uit de ervaring in 2022 blijkt dat de begroting minstens op het niveau van de uitgaven van het vorige jaar moet zijn om realistisch genoemd te kunnen worden.

In de begrotingen 2023 en 2024 trekken we daarom de ramingen op naar het uitgavenniveau 2022. Zoals gezegd is meer inhoudelijk in de Jaarstukken te lezen wat de inhoudelijke redenen zijn van de uitgavenontwikkeling. Eventuele verdere trendmatige groei is niet begroot maar is dus wel een risico. NB. Voor de ontwerp-begrotingswijziging 2023 en ontwerp-begroting 2024 zijn de prognoses uit het op dat moment meest recente bestuurlijke document (de 2e bestuursrapportage 2022) gebruikt. Afgaand op de voorlopige jaarrekening lijkt hiermee nog sprake te zijn van een onderschatting. Als uit de definitieve jaarrekening 2022 blijkt dat de zorgkosten aanzienlijk hoger uitvallen dan waarmee nu is gerekend, zullen we hierop de definitief vast te stellen begrotingsstukken aanpassen, zodat deze weer realistisch zijn. Indexatie: Het benodigd hulpaanbod kan alleen worden gegarandeerd als rekening wordt gehouden met loon- en prijsontwikkeling. Een groot deel van de kostenstijging voor 2023 en 2024 komt niet door toenemend zorggebruik, maar is direct gevolg van noodzakelijke indexatie om dezelfde hoeveelheid zorg te kunnen laten leveren op prijspeil 2023 respectievelijk 2024. Hervormingsagenda en eerlijke risicoverdeling rijk/gemeenten: Voor de langere termijn zijn ombuigingsmaatregelen nodig om de uitgaven te beperken en het jeugdhulpstelsel houdbaar te maken.

Waar mogelijk is in de begrotingsvoorstellen al rekening gehouden met gemeentelijke maatregelen. Daarmee kan echter niet worden voorkomen dat noodzakelijke hulp moet worden ingezet en dat daarmee de kosten blijven stijgen. De gemeenten zijn voor de dekking van deze kosten sterk afhankelijk van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. De rijksoverheid is tot nu toe echter niet bereid om de gemeenten voor de onvermijdelijke jeugdhulpuitgaven te compenseren. Tegelijkertijd is het zeer onrealistisch om te verwachten dat de landelijke hervormingsmaatregelen (zoals een wetswijziging om de reikwijdte van de Jeugdwet in te perken) op korte termijn tot een uitgavenreductie zullen leiden. De gemeenten, de GRJR en de VNG pleiten daarom voor een eerlijker financieel kader en rechtvaardiger risicoverdeling tussen 2

rijk en gemeenten. De landelijke discussie en dus ook de effecten van landelijke maatregelen zijn nog niet uitgekristalliseerd en daarom niet verwerkt in reële bijstellingen van de ramingen. Tot slot Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen stellen wij u nu twaalf weken in de gelegenheid om uw zienswijze te geven op deze begrotingsstukken. Graag ontvangen wij uw zienswijzen uiterlijk 7 juli 2023. Indien gewenst komen onze secretaris/directeur en controller graag een toelichting geven op de stukken. Wij zullen op 8 september 2023 de begroting 2024 en begrotingswijziging 2023 definitief vaststellen, rekening houdend met uw inbreng. Uw zienswijze kunt u per post en per mail indienen via: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond T.a.v. mevrouw G. Doornweerd Postbus 70014 3000 KS Rotterdam info@jeugdhulprijnmond.nl Wij nemen aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, namens het Dagelijks Bestuur van de GRJR,

R. Buijt Voorzitter

S. Hammer Secretaris

3

VOORLOPIGE JAARSTUKKEN 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 6 april 2023

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING, LEESWIJZER EN SAMENVATTING...........................................................3 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ...............................................................................9 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR .......................................9 2.2 Resultaten 2022 ............................................................................... 10 2.3 Transformatie ................................................................................... 31 3. PARAGRAFEN .................................................................................................................... 33 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................... 34 3.2 Financiering ...................................................................................... 36 3.3 Bedrijfsvoering .................................................................................. 37 3.4 Rechtmatigheid................................................................................. 39 3.5 Coronaparagraaf .............................................................................. 40 3.6 Verbonden partijen ........................................................................... 41 4. JAARREKENING ................................................................................................................

43 4.1 Overzicht van baten en lasten .......................................................... 43 4.2 Toelichting op baten en lasten .......................................................... 44 4.3 Balans .............................................................................................. 49 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................... 50 4.5 Toelichting op de balans ................................................................... 51 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................... 60 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum ...................................................... 61 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 63

2

1. Inleiding, leeswijzer en samenvatting In de Jaarstukken 2022 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) verantwoorden wij het gevoerde beleid en het financieel beheer over het jaar 2022. Het Bestuur wordt met deze stukken in staat gesteld om zijn controlerende taak te vervullen. 2022 was een intensief jaar volop uitdagingen voor jeugdigen in de regio en ook voor de GRJR. Veel jeugdigen in de regio hebben problemen waarvoor ze hulp nodig hebben. De effecten van de coronapandemie op de generatie die dit als jeugdigen meemaakten zijn onmiskenbaar groot. Het aantal jeugdigen die specialistische jeugdhulp nodig hebben is groot. Rond de 13.000 jeugdigen ontvingen in 2022 specialistische jeugdhulp die door de GRJR was ingekocht. Meer dan 8000 van hen kregen een vorm van ambulant hulp terwijl ze gelukkig ‘gewoon’ thuis konden blijven wonen. Ruim 1300 jeugdigen ontvingen daghulp die op een of andere manier met school moest worden gecombineerd. Rond de 2000 jeugdigen woonden bij een pleeggezin omdat thuiswonen niet mogelijk was. Meer dan 900 hadden een opname met behandeling nodig. Meer dan 300 jeugdigen verblijven langdurig in een zorginstelling. Naast deze cijfers kregen ook nog vele honderden jeugdigen uit onze regio hulp van een landelijke jeugdhulpspecialist of elders in het land, op een buitenregionale plaats.

De inzet jeugdhulp gaat met hoge kosten gepaard en dat levert bestuurders hoofdbrekens op. Voorop staat echter de noodzaak van passende, liefst nabije hulp die tijdig wordt ingezet. Waar eerder de gemiddelde wachttijd nog veel hoger was, hoefde een jeugdige in de loop van 2022 gemiddeld 14 weken te wachten op hulp. Dat vergde grote inspanning van de aanbieders, gemeenten en de GRJR. Grote inspanning is ook geleverd om tijdig voor 1 januari 2023 nieuwe regionale contracten voor specialistische jeugdhulp af te sluiten. Deze contracten staan in het licht van de noodzakelijke transformatie van de jeugdhulp en sterkere sturing op gebruik en kosten van deze hulp, in nauw samenspel tussen regionale en lokale partners. Gemeenten wilden daarbij meer vanuit de eigen lokale context, met een eigen aanpak, kunnen zorgen voor de jeugdigen. De kosten vielen ook in 2022 weer tegen. In het zorglandschap zijn diverse ontwikkelingen te zien die een verklaring vormen voor verschillen tussen de voorlopige jaarrekening en de begroting 2022. Het totale financiële tekort in de rekening bedraagt voorlopig €22,1 mln. Dit is circa € 5 mln meer dan bij de tweede bestuursrapportage 2022 werd verwacht. In de exploitatie 2022 zien we forse overschrijdingen. Dat heeft meerdere oorzaken.

3

•

•

•

•

De hogere uitgaven zijn in belangrijke mate het gevolg van aanpassing van het woonplaatsbeginsel waardoor veel kinderen in zorg elders in het land voor rekening van gemeenten in Rijnmond komen. Dit effect was veel kleiner ingeschat dan achteraf is gebleken. Daarnaast was er een extra indexatie nodig naar aanleiding van een Tweede Kamer motie “extra lonen in de zorg”. Hiervoor ontvingen gemeenten overigens compensatie van de rijksoverheid. Ook blijkt telkens weer dat achterstallige informatie over toegewezen zorg leidt tot onderschattingen in de prognoses, die gaandeweg en na afloop van het jaar steeds verder in beeld komen. Ook zijn er grote verschuivingen tussen de zorgbudgetten. Dit heeft te maken met de moeite om aanbod en vraag van jeugdhulp goed op elkaar aan te sluiten. Verhoudingsgewijze toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten.

Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag (weer onder te verdelen in programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening. In voorliggende jaarstukken is dat als volgt vormgegeven. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de resultaten per onderdeel van inhoud van de jeugdhulp. Hoofdstuk 3 bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen voor zover van toepassing. Voor de GRJR zijn dit paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er twee niet-verplichte paragrafen opgenomen: Rechtmatigheid en Corona. De paragrafen geven inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening die financieel inzicht geeft in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting) en de financiële positie (balans met toelichting). Verder zijn er nog enkele verplichte overzichten opgenomen voor zover relevant.

4

Samenvatting Zorgzwaarte Toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten: doordat de individuele gemeenten steeds meer lokaal hulp en ondersteuning bieden bij de lichtere zorgvragen, leveren de regionaal gecontracteerde partijen naar verhouding meer zware hulp met hogere arrangementsprijzen. Uit het GRJR-dashboard op basis van gemeentelijke toewijzingsdata blijkt dat dit effect zich in ieder geval bij ambulante hulp (opdracht E) voordoet. Het voorkomen van uithuisplaatsing en plaatsing in gesloten jeugdhulp leidt vermoedelijk ook tot inzet van intensievere en duurdere arrangementen. Of dit in 2022 is toegenomen moet nog geanalyseerd worden. Het aantal crises waarbij hulp binnen 24 uur nodig is (opdracht F) is beheersbaar gebleven, ondanks een hectisch jaar met onder andere terugkeer naar een leven zonder corona en een groei van het aantal jongeren met psychische problemen. De aanbieders in opdracht E hebben zich het afgelopen jaar succesvol ingespannen om gezamenlijk de beschikbaarheid van zorg voor kinderen die met spoed (binnen 5 dagen) hulp nodig hebben, te garanderen. Gesloten jeugdhulp De maatschappelijk gewenste af- en ombouw van gesloten jeugdhulp vereist een investering, van zowel gemeenten als aanbieders. De afbouw gaat veel sneller dan voorzien, waardoor aanbieders in financiële problemen komen.

Door deze problemen komt de continuïteit van zorg onder druk te staan. Gemeenten zijn verantwoordelijk om de continuïteit te borgen en zij hebben de twee betrokken aanbieders het afgelopen jaar financieel ondersteund. Wet wijziging woonplaatsbeginsel (WPB) Op 1 januari 2022 is de Wet wijziging woonplaatsbeginsel ingegaan. Deze bepaalt dat de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de jeugdhulp met verblijf, (financieel) verantwoordelijk is voor deze jeugdige. Dit leidde tot administratieve verhuizingen en tot in- en uitstroom van jeugdigen waarvoor de gemeenten (financieel) verantwoordelijk zijn. De financiële effecten hiervan waren, op basis van opgaven van gemeenten, in de oorspronkelijke begroting 2022 verwerkt voor een bedrag van circa € 1,6 mln. De feitelijke instroom bleek in eerste kwartaal 2022 al groter dan verwacht door de vervroegde instroom per 1 november 2021 (de 1 novemberregeling) waardoor de verwachte kosten in het eerste kwartaal 2022 zijn bijgesteld naar € 5,7 mln. Vervolgens bleek de verwachting dat het hier veelal om tijdelijke zorg zou gaan, niet juist omdat het veelal zorg betrof die het gehele jaar 2022 nodig bleek te zijn. 5

In het tweede kwartaal 2022 is de inschatting gemaakt dat de totale uitgaven rond de €10 mln zouden uitkomen. De realisatie die nu in de voorlopige jaarrekening is opgenomen voor de totale kosten van maatwerkcontracten in het kader van het woonplaatsbeginsel bedraagt € 11,2 mln. Dit betreft met name kosten voor verblijf in de opdrachten B (opname) en C (langdurig verblijf) voor onze regio. De verwachting is dat de extra kosten in verband met de WPB ook in 2023 zullen doorlopen. Het is voor gemeenten een puzzel geweest om uit te zoeken bij welke gemeente de inschrijving van de jeugdige en/of ouder bekend was voor de eerste uithuisplaatsing. Doordat uithuisplaatsingen elkaar kunnen opvolgen (via B naar C bijvoorbeeld) kunnen dit zorgtrajecten zijn die jaren doorlopen. Per saldo bleek voor een veel grotere groep dan verwacht de financiële verantwoordelijkheid bij Rijnmond-gemeenten te liggen, met name bij de gemeente Rotterdam. Andere grootstedelijke gebieden herkennen deze ontwikkeling. Arbeidsmarkt Net als in andere sectoren wordt ook in de jeugdhulp de arbeidsmarktsituatie alsmaar nijpender. Jeugdhulpaanbieders ervaren in toenemende mate problemen bij het invullen van (nieuwe) vacatures en met name het werven van ervaren professionals.

Dit probleem werd in onze regio duidelijk zichtbaar in opdracht B en C waar was besloten tot een tijdelijke uitbreiding van bedden om de wachttijden terug te dringen. Het uitbreiden van bedden is gerealiseerd maar door personeelstekort konden deze bedden niet volledig ingezet worden. Het aantal jeugdigen dat gebruik maakte van een bed is dan ook niet zichtbaar gestegen, terwijl de zorgbehoefte er wel was. Het onderwerp wordt besproken in gremia als de arbeidsmarktregio, ‘De Rotterdamse Zorg’ en in het regionale directeurenoverleg. Oplossingen zijn veelal een kwestie van lange adem en ook is hierop landelijk beleid nodig. In de Hervormingsagenda is veel aandacht voor het oplossen van problemen op de arbeidsmarkt voor de jeugdhulp. Acties zijn veelal in voorbereiding en uitvoering is meest vanaf 2023 voorzien. Zo heeft het AB in december 2022 ingestemd met een pilot Functiedifferentiatie in de Pleegzorg, waarbij MBO-ers In plaats van HBO-ers worden ingezet in de pleegzorg. Doel hiervan is onder meer om de jeugdhulpsector makkelijker toegankelijk te maken voor MBO-ers en zo het tekort terug te dringen. Daarnaast geeft een aantal aanbieders aan dat zij het gehele jaar 2022 geconfronteerd zijn geweest met een hoog ziekteverzuim en (tijdelijke) uitval van personeel als gevolg van coronabesmettingen.

6

Inkoop en implementatie De in 2021 gestarte aanbesteding specialistische jeugdhulp Rijnmond (voor 12 samenwerkende gemeenten) is in 2022 succesvol afgerond met het contracteren van zeven systeemaanbieders, acht prestatieaanbieders (forensische zorg) en twaalf flexaanbieders ingaande 2023. Tegelijkertijd hebben de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam binnen de GRJR hun eigen jeugdmodel vormgegeven en succesvol doorlopen met een opdracht aan één aanbiedersconsortium.

Financieel beeld Het financiële beeld is als volgt.

Het totale tekort in de rekening bedraagt €22,1 mln. Voor ruim €21 mln. in de exploitatie 2022 en voor €1,1 mln. nagekomen kosten voorgaande jaren. De toelichting hierop is opgenomen als onderdeel bij 4.2 toelichting op baten en lasten. De bijdragen van de gemeenten moeten worden opgehoogd op basis van de (voorlopige) realisatie 2022 per gemeente versus de inleg 2022. Na deze voorlopige eindafrekening met gemeenten van het resultaat van €22,1 mln. sluit de voorlopige jaarrekening 2022 van GRJR op € 0. Dit overzicht is opgenomen bij de toelichting op de balans.

7

Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording

8

2. Programmaverantwoording 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is tot 1 januari 2023 een samenwerkingsverband van de vijftien gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne1. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken, met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet (artikel 3 van de regeling). De bovenlokale taken zijn kort gezegd het zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een zelfstandig openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en de werkelijke uitgaven worden echter bepaald door het beleid dat deelnemende gemeenten voeren en de wijze waarop afzonderlijke gemeenten invulling geven aan hun taken op het terrein van de jeugdhulp (zoals het toekennen van individuele specialistische hulp aan inwoners).

De verantwoordelijkheid van de GRJR om te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken moet worden gezien als gezamenlijke uitvoering van lokale ambities. In de kern gaat het om het beschikbaar van voldoende passend aanbod van specialistische jeugdhulp. De gemeenschappelijke inkoop, contracteren en subsidiëring dienen zodanig vorm te krijgen dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De deelnemende gemeenten stelden in 2021 het beleidskader ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Hiermee ligt er voor het eerst een duidelijk gezamenlijke visie als kader voor de GRJR. Ter uitwerking van visie bepaalde het bestuur van de GRJR in april 2021 een strategie voor de inkoop van specialistische jeugdhulp voor 2023 en verder. De aanbesteding is in 2022 afgerond. Een deel van de jeugdhulp is hierbij buiten de regionale contracten gehouden en is lokaal ingekocht. Dit betreft onderdelen van daghulp en ambulante hulp voor alle gemeenten en alle jeugdhulp voor de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.

1 Per 1 januari zijn de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gefuseerd tot de nieuwe gemeente

Voorne aan Zee. Hiermee is het aantal in de GRJR deelnemende gemeenten gedaald van vijftien naar dertien. 9

Naast de opdracht om verschillende soorten jeugdhulp te realiseren zijn ook afspraken gemaakt over aan de Regiovisie ontleende ontwikkelopgaven. 2.1.2 Actuele begroting 2022 Op 8 juli 2022 heeft het bestuur van de GRJR de volgende begrotingswijzing vastgesteld: In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen.

De begroting 2022 steeg aan de uitgavenkant met €22,4 mln. en aan de ontvangstenkant met € 29,9 mln. waardoor de gewijzigde begroting 2022 sluitend werd. 2.1.3 Beleidsindicatoren Formeel gezien behoort de GRJR volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in middels hun eigen jaarrekening. De deelnemende gemeenten hebben zicht op de indicatiestellingen.

2.2 Resultaten 2022 Hieronder volgt een toelichting van de ontwikkelingen in de wachttijden in 2022 daarna een toelichting op de ontwikkelingen per opdracht. Wachttijden 2022 Omdat er in de regio sprake was van onacceptabel lange wachttijden op specialistische jeugdhulp, is in juni 2021 het project Aanpak wachttijden gestart. Het project startte met focus op opdracht E, de ambulante specialistische jeugdhulp. Op dat moment wachtten 1635 kinderen gemiddeld langer dan 29 weken. Aanbieders hadden toen een opnamestop omdat de toenmalige budgetplafonds bereikt waren. Dat betekende dat zij alleen maar een nieuwe jeugdige hulp konden bieden als zij de behandeling van een andere jeugdige konden afsluiten. Met de ophoging van het budget in E van €15 mln konden aanbieders extra personeel aannemen en meer jeugdigen ambulante hulp bieden. In 2022 is verdergegaan met de in 2021 ingezette intensivering. Eind 2021 breidden we de aanpak uit naar opdrachten B en C, opname resp. langdurig verblijf.

10

Ook daar waren structureel capaciteitsproblemen, die met name de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel raakten. Voor de overige opdrachten zijn in samenwerking met gemeenten en aanbieders diverse acties ingezet om wachttijden te verkorten, zoals de doorlopende wervingscampagne voor nieuwe pleegouders (opdracht A). Er wordt extra ondersteuning aan bestaande pleeggezinnen geboden met de subsidieregeling pleegzorg maatwerk (transformatieproject). Door de verschillende interventies naast extra middelen, betere samenwerking tussen de aanbieders, samenwerking van aanbieders en gemeenten aan de wachtlijstbemiddelingstafel-E en (in een aantal gemeenten) uitbreiding van lokale hulp is de gemiddelde wachttijd op ambulante specialistische jeugdhulp bijna gehalveerd. Eind 2022 is de gemiddelde wachttijd gedaald naar gemiddeld 14 weken, de Treeknorm. Dit was het doel van het project. Ook de huidige wachttijd is fors gedaald (zie grafiek 1). De daling stabiliseert doordat het voor aanbieders lastig is hun capaciteit verder uit te breiden (zie paragraaf arbeidsmarkt). Daarnaast is in de spreiding van de wachttijd zichtbaar dat de grootste groep wachtende kinderen steeds meer naar voren verschuift, wat betekent dat steeds meer kinderen binnen de norm geholpen worden. De projectmatige aanpak van de wachttijden is per 1 januari 2023 gestopt.

De aanpak van wachttijden gaat onder sturing van de GRJR door. De structurele aanpak van wachttijden landt in de werkzaamheden van gemeenten via het Programmateam en in de implementatie van de inkoop specialistische jeugdhulp 2023. Keuzes die in de inkoop vanaf 2023 zijn gemaakt, en die helpen bij het binnen de norm houden van de wachttijden, zijn bijvoorbeeld het niet meer werken met budgetplafonds, het gezamenlijk verantwoordelijk houden van aanbieders voor wachttijden binnen de norm en de invulling van de acceptatieplicht van aanbieders, met tegelijkertijd de systematiek van het kunnen inschakelen van flexibele aanbieders. Tot het einde van 2022 werkte de GRJR aan nog meer inzicht in de wachttijden, het als pilot ontwikkelen van een interactieve sociale kaart en de doorontwikkeling van team Zorgbemiddeling, in voorbereiding op de start van een Regionaal Expertisecentrum Rijnmond. Casusregie door gemeenten is ook een van de onderwerpen die een sleutel vormt tot lagere wachttijden (bijvoorbeeld door juist en tijdig te verwijzen); dit is onderdeel van de implementatie van de inkoop 2023.

11

Grafiek 1: Trend huidige wachttijd 2022

Bron: dashboard Huidige wachttijden

Onderstaande tabel geeft per kwartaal het percentage jeugdigen weer dat binnen 14 weken (Treeknorm) gestart is met hulp. Te zien is dat er in opdracht E in Q3 minder kinderen binnen de Treeknorm geholpen zijn. Dat is het gevolg van een gerichte actie van aanbieders vanaf Q3, die de langst wachtende kinderen (> 9 maanden) vanaf die periode hebben toegeleid naar passende hulp. De reden dat deze jeugdigen lang hebben gewacht is dat deze kinderen moeilijk plaatsbaar waren en/of een ingewikkelde of zeer specialistische hulpvraag hadden. In Q4 zijn weer meer jeugdigen binnen de Treeknorm geholpen voor opdracht E. Tabel 1: Percentage nieuw jeugdigen gestart met zorg binnen Treeknorm (<14 weken; retrospectieve wachttijd) – 2022

A pleeghulp B opname C langdurig verblijf D daghulp E ambulante hulp en onbekend*

Q1

Q2

Q3

Q4

94 85 69 75

82 100 85 77 67

71 71 82 64 50

86 65 60 67 66

Bron: dashboard Retrospectieve wachttijden * Vanwege ontbreken van toewijzing is opdracht onbekend; Aanbieders melden dat dit veelal om opdracht E gaat. Daarom zijn deze gegevens bij E opgeteld.

12

2.2.1 Gewoon opgroeien buiten gezin (A Pleeghulp)

Realisatie JR 2020

Realisatie JR 2021

Begroting 2022

Voorlopige verwachte realisatie 2022

Verschil begroting vs realisatie 2022

€ 23.299.000

€ 22.710.000

€ 24.500.000

€ 21.683.000

€ 2.862.000

Jaar

Aantal toewijzingen 2020 2.687 2021 3.535 2022* 2.410

Aantal jeugdigen 2129 2.204 1934

Weektarief Toewijzingsduur in weken € 247 142 € 260 110 € 263 103

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Opdracht A pleeghulp sluit direct aan bij het uitgangspunt van de regiovisie Nabij en Passend. Het uitgangspunt is dat kinderen horen op te groeien in een gezinssituatie, die hun ontwikkeling stimuleert. Van alle vormen van jeugdhulp met verblijf heeft pleeghulp altijd de voorkeur. Vanwege deze inhoudelijke voorkeur was er al geen budgetplafond in opdracht A om zo altijd groei mogelijk te maken. Met de begrotingswijziging 2022 is het budget voor opdracht A daarnaast ook opgehoogd. Toch is het aantal toewijzingen en jeugdigen in opdracht A gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Dit is deels te verklaren door een tekort aan pleeggezinnen. Om meer pleeggezinnen te werven en te behouden is de campagne ‘werving & behoud pleeggezinnen’ in 2022 gecontinueerd. Daarnaast heeft de Week van de pleegzorg ook veel aandacht gehad voor werving. De wervingsacties hebben in 2022 nauwelijks tot nieuwe aanmeldingen van pleegouders geleid. Daarmee is ook geen stijging in het aantal pleegzorgplaatsingen te zien. Om pleeggezinnen te behouden en uitval te voorkomen is ook ingezet op het versterken en ondersteunen van pleegouders, om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding en/of aanvullende hulp en begeleiding te voorzien. Daarvoor werden in 2022 de transformatie-subsidie Pleegzorg Maatwerk en de subsidie Bijzondere kosten Pleegzorg ingezet.

Deze subsidies dragen bij aan het versterken en ondersteunen van de pleegouders. De subsidie Bijzondere Kosten Pleegzorg kan de balans tussen draaglast en draagkracht bij pleeggezinnen en het voorkomen van een ‘’breakdown’’, of inzet van zwaardere vormen van jeugdhulp, voorkomen. Om pleegzorgplaatsingen buiten de regio mogelijk te maken (indien in het belang van de jeugdige) bestaat de subsidieregeling Buiten Regionale Plaatsingen Pleegzorg. 13

Er is een onderbesteding op A in 2022 te zien. Dit laat zich als volgt verklaren: • Administratieve oorzaken: o Effect van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel jeugdwet (per saldo een afname van het aantal toewijzingen dat onder verantwoordelijkheid van GRJR-gemeenten valt) waarbij nieuwe toewijzingen financieel niet ten laste komen van opdracht A maar ten laste van opdracht I1 (buiten regionale plaatsingen) o Uitnutting subsidie Maatwerk Pleegzorg komt ten laste van opdracht J (Transformatiefonds/innovatie) en niet ten laste van opdracht A. • Afname aantal pleegzorgplaatsingen en geen toename in aantal nieuwe pleegouders waardoor begrotingswijziging 22 (ophoging) financieel niet benut is. • De trend is dat Jeugdbescherming minder snel over gaat tot het uit huis plaatsen van een jeugdige. Als gevolg daarvan betreft uithuisplaatsingen vaak jeugdigen met zware en/of complexe problematiek die overwegend niet terecht kunnen bij pleegouders (maar eerder bij gezinshuizen in opdracht C). 2.2.2 Weer naar huis (B Opname)

Realisatie JR 2020

Realisatie JR 2021

Begroting 2022

€ 62.647.000

€ 66.239.000

€ 61.660.000

Jaar

Aantal toewijzingen 2020 1.378 2021 1.602 2022* 1.460

Aantal jeugdigen 931 964 914

Voorlopige verwachte realisatie 2022 € 76.294.000

Verschil begroting vs realisatie 2022 - € 14.633.000

Weektarief Toewijzingsduur in weken € 2.485 46 € 2.665 41 € 2.938 42

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Voor opdracht B daalt het aantal jeugdigen opnieuw licht. De afname in opdracht B past bij de Regiovisie. We zien daarnaast ook een toename in het weektarief, dat niet alleen door de indexering van de tarieven wordt veroorzaakt. De problematiek bij de jeugdigen neemt meer toe, waardoor steeds vaker duurdere maatwerkoplossingen binnen de arrangementensystematiek nodig zijn.

14

Dat resulteert bijvoorbeeld in meer 1:1-begeleiding in de open groepen van opdracht B3 (zwaardere behandeling met verblijf (opname intensieve behandeling)). We zien een stijging van ongeveer 10% ten opzichte van het jaar ervoor op het totale budget. De stijging van de weekbudgetten bedraagt ook ongeveer 10%. Voor de percelen B2 (gesloten jeugdhulp/jeugdzorg+), B3 (zwaardere behandeling met verblijf (opname intensieve behandeling)) en B4 (zwaardere behandeling in gedwongen/gesloten kader (gesloten behandelsetting)) nemen de weekbudgetten toe met € 275 tot € 350 per week ten opzichte van de cijfers over 2021. Ook hebben we een flinke toename gezien in het aantal toekenningen in Q4 2021, de meeste kosten van deze toekenningen komen ten laste van 2022. Met deze stijging wordt een overschrijding van ongeveer € 5 mln. verklaard. Daarnaast moest voor het opstellen van de begroting 2022 gebruik worden gemaakt van de (onvolledig gebleken) voorlopige productiebestanden 2021 van de aanbieders bij de voorlopige jaarrekening 2021. Dat zorgt voor een verschil van ongeveer € 7,1 mln met de definitieve jaarrekening 2021. Kortom, de begroting 2022 was voor deze opdracht te laag opgenomen. In april 2022 zijn de aanbieders voor gesloten jeugdhulp iHUB en Schakenbosch gaan werken met verkleinde groepen binnen de JeugdhulpPlus (opdracht B2).

Hiervoor zijn met deze aanbieders verhoogde tarieven afgesproken (besluit AB 18 februari 2022). Het effect van deze tarieven is een stijging van bijna €1,9 mln. In de begroting is rekening gehouden met de effecten van het woonplaatsbeginsel. Echter is de realisatie van deze kosten geboekt op I1. Het resultaat hiervan is een verschil van ruim € 0,3 mln.

15

2.2.3 Opgroeien met blijvende ondersteuning (C Langdurige zorg)

Realisatie JR 2020

Realisatie JR 2021

Begroting 2022

€ 10.519.000

€ 14.258.000

€ 17.368.000

Jaar

Aantal toewijzingen 2020 409 2021 519 2022* 433

Aantal jeugdigen 318 343 339

Voorlopige verwachte realisatie 2022 € 15.430.000

Verschil begroting vs realisatie 2022 € 1.937.000

Weektarief Toewijzingsduur in weken € 1.237 61 € 1.346 54 € 1.422 55

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Voor opdracht C “Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)” zien wij een daling van het aantal cliënten met lopende toewijzing. Het weekbudget stijgt conform indexatie en de duur blijft nagenoeg gelijk. Dat samen heeft weinig effect. In de begroting is rekening gehouden met de effecten van het woonplaatsbeginsel. De realisatie hiervan is echter geboekt op I1. Het resultaat hiervan is dat de realisatie op C door het woonplaatsbeginsel met bijna € 1,7 mln lager uitpakt.

16

2.2.4 Steun, hulp of behandeling overdag (D Daghulp)

Realisatie JR 2020

Realisatie JR 2021

Begroting 2022

€ 14.511.000

€ 19.097.000

€ 17.666.000

Jaar

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Voorlopige verwachte realisatie 2022 € 24.249.000

Verschil begroting vs realisatie 2022 - € 6.583.000

Weektarief Toewijzingsduur in weken

2020

1.230

995

€ 697

43

2021

1.544

1.200

€ 755

41

2022*

1.688

1.324

€ 797

41

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Opdracht D Daghulp, is jeugdhulp tussen ambulant en verblijf in. Er was geen budgetplafond in opdracht D om zo groei mogelijk te maken en te kunnen voorzien in de benodigde hulp. Met de begrotingswijziging 2022 is het budget voor opdracht D daarnaast ook opgehoogd. In 2022 is opdracht D financieel gegroeid en is zowel het aantal jeugdigen dat hulp in D ontvangt als de zorgzwaarte en gemiddelde weektarief toegenomen. De toename van het aantal jeugdigen is zowel een gevolg van een (gewenste) betere verbinding tussen de wijkteams en de aanbieders. Daarnaast is er te weinig capaciteit in kinderdagcentra en clusterscholen (beide een lokale verantwoordelijkheid). En er is een toename van het aantal kinderen dat voorheen met ambulante hulp in E geholpen kon worden, maar waarbij nu zorg in opdracht D nodig is. Dit betreft vooral jongeren met een ambulant forensisch traject in E die ook daghulp nodig hebben, en kinderen in de basisschoolleeftijd die voorheen in E geholpen werden maar uitvallen in het onderwijs en als ‘thuiszitters’ uitstromen van E naar D. Daarmee is er een toename van het aantal jeugdigen met zwaardere problematiek en dit leidt tot hogere weektarieven. Vanuit de zorglandschapstafel D is in het eerste kwartaal 2022 een bijeenkomst georganiseerd tussen onderwijs, gemeenten en aanbieders met als doel om deze ontwikkeling te duiden en samenwerking te versterken.

Hier is ook de afspraak gemaakt dat de regionale aanbieders aansluiten bij de bestaande subregionale overleggen tussen onderwijs en gemeenten (subregionale samenwerkingsverbanden passend onderwijs). 17

Dit moet op termijn leiden tot snellere uitstroom uit jeugdhulp in D naar (regulier) onderwijs en vermindering van de instroom in D, doordat gemeenten lokale oplossingen inzetten en invulling geven aan de gezamenlijke ambitie van gemeente en passend onderwijs dat iedere jeugdige nabij passend onderwijs kan volgen vanuit een thuissituatie. In de nieuwe regionale inkoop 2023 is een deel van de regionale inkoop D overgegaan naar de gemeenten (lokale inkoop). De GRJR heeft aanbieders en gemeenten gefaciliteerd bij het inzichtelijk maken van de groep cliënten die ingaande 2023 overgaat naar de lokale inkoop.

2.2.5 Pakket Thuis (E Ambulante hulp)

Realisatie JR 2020

Realisatie JR 2021

Begroting 2022

€ 42.168.000

€ 46.703.000

€ 58.418.000

Jaar

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

2020 2021 2022*

11.108 12.143 10.566

8.432 8.588 8.319

Voorlopige verwachte realisatie 2022 € 51.782.000

Verschil begroting vs realisatie 2022 € 6.636.000

Weektarief Toewijzingsduur in weken € 228 € 249 € 262

51 49 48

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

In opdracht E, ambulante hulp, worden diverse vormen van jeugdhulp en ondersteuning geleverd aan jeugdigen en het gezin in de thuissituatie, variërend van opvoedondersteuning tot specialistische jeugd GGZ. Dit kan in de thuissituatie zijn, op school en bijvoorbeeld op ene polikliniek van de aanbieder. In het jaar 2022 zijn er 9.881 kinderen die gebruik hebben gemaakt van het aanbod bij opdracht E. Doel is om tijdige passende hulp aan te bieden, zo lokaal mogelijk, en de wachttijden terug te brengen tot de treeknorm. Het is de bedoeling dat vooral jeugdigen die echt een specialistische vraag hebben bij de voorzieningen van de GRJR terecht komen. Andere (mildere) ambulante vragen pakt het het lokale veld op. Met het lokale veld is nadrukkelijk meer de samenwerking gezocht in 2022. Dit in voorbereiding op 2023 waarbij de intensiteitstrede 1 en 2 ambulant overgaan naar de lokale teams in het lokale aanbod.

18

Er was lange tijd sprake van een tekort aan personeel en een hoog ziekteverzuim waarbij de verschillende aanbieders moeite hadden om tijdig alle cliënten te kunnen helpen. Gedurende het jaar is dit verbeterd, met name ook in de spoedvoorziening waar aan de start van de zomerperiode nog maar 50% capaciteit was, maar die in het laatste kwartaal weer op volledige capaciteit heeft gefunctioneerd. De SPUK-subsidie voor acute dienst is afgegeven aan Parnassia voor 2022 vanuit de gemeente Rotterdam. De productie van de spoedpoli komt onder de financiering van de SPUK te vallen. De tussentijdse opgave van de aanbieder aan gemeente Rotterdam (die de SPUK toekend) bedraagt bijna € 1,5 mln. Dit bedrag moet nog definitief worden vastgesteld maar is al als correctie doorgevoerd in de voorlopige realisatiecijfers E.

2.2.6 Crisis (F)

Realisatie JR 2020

Realisatie JR 2021

Begroting 2022

€ 8.431.000

€ 8.644.000

€ 9.754.000

Voorlopige verwachte realisatie 2022 € 9.657.000

Verschil begroting vs realisatie 2022 € 97.000

Na een periode van ruim 14 maanden gewerkt te hebben met ‘tijdelijke bedden E’, een crisislocatie voor cliënten met een E arrangement, is deze groep bij beëindiging van de subsidie gesloten. Deze taak is nu onderdeel van het integrale aanbod van de systeemaanbieders. Hiermee is er voor de kinderen met een E arrangement, op de wachtlijst, wel tijdelijk voorzien in een crisisopvanglocatie als de eigen aanbieder hierin niet kon voorzien. Systeemaanbieders hebben vanaf 01-01-2023 de verantwoordelijkheid om zowel de crisishulp als de ambulante crisis voor de kinderen die al bij hen in zorg zijn zelf te organiseren. Dit geldt ook voor kinderen op de eigen wachtlijst en/of de wachtlijst van de onderaannemers van de systeemaanbieders. In 2022 is er een werkgroep aan de slag geweest met de verbetering van de Acute keten jeugdhulp vanuit de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). De subsidie is aan het eind van 2022 afgelopen en de resultaten worden in de verantwoording verwacht. Belangrijk om te vermelden is dat de samenwerking tussen jeugdbescherming, J&O en GGZ is verbeterd door gezamenlijk op inschatting bij het gezin te gaan. De resultaten hiervan zijn een verbetering van de plaatsing op het juiste zorgtype en binnen de juiste crisissetting. De resultaten worden ook meegenomen in de verdere opzet en uitvoering van het crisis aanmeldpunt vanaf 2023.

19

Realisatie van het aanmeldpunt voor crisis (opdracht F) vanaf 2023 is van belang voor de werking van de crisishulp in het nieuwe jaar. In het laatste kwartaal hebben de systeemaanbieders een gezamenlijk plan ingediend met betrekking tot de crisismeldingen. Enver is de aanbieder die het aanmeldpunt vanaf de start aanstuurt vanwege de ervaring van de afgelopen jaren. 2.2.7 Gecertificeerde Instellingen (G)

Realisatie JR 2020

Realisatie JR 2021

Begroting 2022

Voorlopige verwachte realisatie 2022

Verschil begroting vs realisatie 2022

€ 44.723.000

€ 48.507.000

€ 46.268.000

€ 43.312.000

€ 2.956.000

20

Aantal KPI 1e KPI 1e KPI 1e KPI 1e plan gezinnen f2f gesprek teamtafel < teamtafel binnen van binnen 022 binnen 7 14 42 aanpak binnen cluster 7/ kalenderdagen kalenderdagen kalenderdagen 42 kalenderdagen interne wachtlijst * Q1 59% 75% * 89% * Q2 69% 35% * 57% Q3 46% 30% * 43% 355 Q4 44% 25% 58% 41% 275 * dit item was (nog) niet opgenomen in de kwartaalrapportage Aanhoudende personeelstekorten bij GI’s In 2022 zien we met name bij JBRR een aanhoudende onderprestatie op het behalen van de KPI’s. Dit wordt met name veroorzaakt door ziekte en het grote verloop van personeel in combinatie met een dalende productie. Daarnaast is het voor de GI’s steeds lastiger om genoeg en gekwalificeerd personeel te werven. De personeelsproblemen in onze regio zijn in lijn met de landelijke ontwikkelingen. Landelijk zijn er zorgen over de continuïteit van de inzet van Gecertificeerde Instellingen. Voor de regio Rijnmond is het van belang dat er een toekomstbestendige Jeugdbescherming voor handen is, waarbij de toewijzing van een vaste jeugdbeschermer gegarandeerd is, het gezinsplan binnen 6 weken gereed is en kinderen met een maatregel tijdig (binnen 3 maanden) aangemeld worden voor passende zorg. Om het tij te keren heeft JBRR een plan van aanpak voor de korte termijn gemaakt. Dit plan is door het AB op 14 oktober 2022 vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12821724/1