CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsmemo Uitvoeringsprogramma Participatie Vlaardingen 2025

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Meerjarenbegroting 2024-2027 & Verordening Parkeerbelastingen 2024-111.352 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSMEMO Aan

De gemeenteraad van Vlaardingen Portefeuillehouder

L. van Kalken Onderwerp

Raadsmemo Uitvoeringsprogramma Participatie Vlaardingen 2025 Datum

Registratienummer

Aantal bijlagen

14 januari 2025

2007826

-2-

Geachte leden van de raad, Inleiding Participatie is een groot (democratisch) goed. Inwoners willen niet alleen vierjaarlijks naar de stembus, maar ook een inbreng in besluiten en projecten die hen in de dagelijkse praktijk raken. Ook in Vlaardingen werken wij al decennia lang op basis van participatie van en door inwoners en alle andere betrokken groepen. Dat gaat vaak al heel goed, maar het kan natuurlijk altijd beter. Daarom hebben wij in het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Groei en bloei voor Vlaardingen’ opgenomen: ‘Samen kunnen we meer bereiken dan alleen. We zoeken daarom actief de samenwerking met de stad. Daarin pakken we onze eigen verantwoordelijkheid en faciliteren onze inwoners om datzelfde te doen. Door waar mogelijk ruimte te bieden aan participatie, jongeren te betrekken bij de politiek en procedures binnen de gemeente te vereenvoudigen, willen we zorgen dat iedere betrokken Vlaardinger mee kan bouwen aan de stad.’ Na de zomer van 2023 hebben wij een brede enquête over participatie gehouden onder alle inwoners, gesprekken gevoerd met uw raad, medewerkers van de gemeente en wetenschappers op het gebied van participatie. Daarbij zijn steeds de uitkomsten van het Rekenkameronderzoek ‘Participatie in Vlaardingen’ (2023) in het achterhoofd gehouden.

Dat voortraject heeft een schat aan informatie opgeleverd en geleid tot het Uitvoeringsprogramma Participatie 2025, met implementatieplan, dat nu voorligt. Uitgangspunten van het Uitvoeringsprogramma 2025 Het uitvoeringprogramma spreekt voor zich en zullen wij daarom niet herhalen in dit memo. Zoals te lezen, gaat de nieuwe werkwijze in essentie om: • structureel toepassen van participatie met vaste vuistregels • versterken van de (interne) structuur die dat mogelijk maakt • openstaan voor effectieve vormen van participatie • continu evalueren van de praktijk Dit lijkt vanzelfsprekend, maar deze uitgangspunten zijn wat ons betreft niet voor papier bedoeld.

Het zijn uitgangspunten die op basis van een grondige analyse zijn benoemd en waar wij ook structureel in gaan investeren om die te realiseren in de dagelijkse praktijk. Zoals mr.dr. Esmee Driessen, Sr adviseur Raad voor het Openbaar Bestuur en Lid NWA-programmacommissie Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, ons zei: ‘Ren niet achter allerlei hypes van participatie aan, maar zorg dat de basis op orde is en pas die structureel toe. Als dat lukt, ben je als gemeente een koploper.’ Concreet in de praktijk Het Uitvoeringsprogramma leidt tot de volgende maatregelen: Voor de kosten van (burger)participatie is bewust geen apart budget opgenomen in de gemeentebegroting. Participatie is vast onderdeel van ons werk. Om dit te ondersteunen en te kunnen controleren bevatten alle college- en raadsvoorstellen een participatieparagraaf. Hierin geven wij steeds aan wat het doel van de participatie is, welke vorm wordt gebruikt en welke middelen daarmee gemoeid zijn. Bij kleinere initiatieven vanuit de stad is een budget om deze te kunnen starten of ondersteunen belangrijk. Daar is in de begroting al een structureel budget voor beschikbaar, zoals voor wijkdeals. Er zal buiten de projecten en programma’s een structureel budget nodig zijn voor de implementatie en ondersteuning van het uitvoeringsprogramma participatie. -

1 fte participatiecoach: voor 2025 kan dit bedrag incidenteel worden gedekt uit de beschikbare middelen; in de Voorjaarsnota wordt u een mogelijk voorstel gedaan om dit structureel te formaliseren. ontwikkelen handreiking participatie: dekking uit bestaande budgetten. ontwikkelen, beheren en onderhouden digitaal platform: dekking uit bestaande budgetten. 'brievenwasstraat' voor gemeentelijke brieven aan inwoners (vereenvoudigingsslag, inclusie): dekking uit bestaande budgetten.

Motie Referendumverordening Met de aanbieding van dit Uitvoeringsprogramma willen wij ook ingaan op de door uw raad aangenomen motie over de Referendumverordening. Op 9 november 2023 heeft uw raad een motie aangenomen waarin wij worden verzocht om met een startnotitie te komen voor een Referendumverordening. Onder verwijzing naar onze bovenstaande uitgangspunten, kunnen wij geen gehoor geven aan een praktische uitvoering van deze motie. De redenen daarvoor zijn dat het invoeren en toepassen van een Referendumverordening een zeer groot beslag legt op personele en financiële capaciteit. Het is namelijk geen vrijblijvend instrument. Je doet het met volle inzet, of je doet het niet. Een ‘dedicated’ invoering van een Referendumverordening kost naar schatting 2 ton per jaar (personeel, stembiljetten, referendumkrant etc.). Als referentie hebben wij hiervoor gekeken naar de gemeente Amsterdam. Inspiratiesessie gemeenteraad Indien er voldoende animo is bij de raad om het Uitvoeringsprogramma verder te bespreken, wordt in februari 2025 een inspiratiesessie ingepland. U kunt daar uw input meegeven om participatie in de Vlaardingse praktijk zo goed mogelijk vorm te geven. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Vlaardingen,

de secretaris drs. E. Stolk

de loco burgemeester drs. B.T. Bikkers

Uitvoeringsprogramma participatie Vlaardingen 2025 De basis op orde en wind in de zeilen

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

‘Derde generatie burgerparticipatie vraagt om een andere manier van denken en doen. Het vraagt erom de logica van de burger als vertrekpunt te nemen en niet die van de overheid.’ Proefschrift mr. dr. Esmée Driessen (juni 2024). Esmée Driessen is senior adviseur Raad voor het Openbaar Bestuur en lid NWAprogrammacommissie Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.

2 / 22

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

Voorwoord Vlaardingers willen graag meer invloed op plannen en besluiten in de stad. Dat is, kort door de bocht, een van de uitkomsten van de vragenlijst over participatie die alle inwoners in de zomer van 2023 konden invullen. Nu is participatie in Vlaardingen niets nieuws. En ook het bepalen van regels om dit soepel te organiseren niet. De eerste nota burgerparticipatie is van 2004. En met het Programma Participatie (2015) stelde de gemeenteraad het beleid vast. Participatie goed vormgeven bleef daarna voortdurend de aandacht hebben van onze gemeente. Zo stelt het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Groei en bloei voor Vlaardingen’: Samen kunnen we meer bereiken dan alleen. We zoeken daarom actief de samenwerking met de stad. Daarin pakken we onze eigen verantwoordelijkheid en faciliteren we onze inwoners om datzelfde te doen. Door waar mogelijk ruimte te bieden aan participatie, jongeren te betrekken bij de politiek en procedures binnen de gemeente te vereenvoudigen, willen we zorgen dat iedere betrokken Vlaardinger mee kan bouwen aan de stad. Dat samen bouwen aan de stad doen we veel en steeds meer. Vlaardingers weten van aanpakken. En er gaat al heel veel goed. Wij hebben veel betrokken en initiatiefrijke Vlaardingers, ondernemers en partners. Daar ben ik heel blij mee. Wij leven in een dynamische tijd waarin we op veel manieren met de stad samendenken en samenwerken.

En soms worden we uitgedaagd om ideeën van Vlaardingers mogelijk te maken, of zelfs taken uit handen te geven via het Uitdaagrecht. Dit alles vraagt om een eenduidige en heldere werkwijze: de participatiemethodiek.

Die vindt u in dit Uitvoeringsprogramma. Hiervoor is met veel mensen gesproken en is veel feedback opgehaald. Want participatie goed vormgeven, is ook gewoon participatie. We doen het samen. Met die eerder genoemde vragenlijst bijvoorbeeld konden de stad én alle ambtenaren en bestuurders laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? Daaruit volgde de Verbeteragenda 2024. Medewerkers uit de organisatie, het college en de gemeenteraad zijn daarna ook actief betrokken om mee te praten. Op basis van deze gesprekken, de uitkomsten van het Rekenkameronderzoek ‘Participatie in Vlaardingen’ (2023) én de ervaringen van afgelopen jaren, ontstaat dit uitvoeringsprogramma voor 2025 en verder. Vuistregels om tot een steeds beter gesprek met de stad te komen en een daaropvolgend besluit dat van alle kanten is bekeken en goed doordacht is. Een voorwaarde om de glimlach bij de Vlaardinger terug te brengen. Met deze aanpak werkt iedereen op de vlaardingse wijze en weet ook iedereen waar hij aan toe is. Vlaardingen staat ook voor de basis op orde. Goed doen wat we moeten doen, in het gesprek met de stad, voordat we kijken naar vernieuwende trends. We zien de waarde van continuïteit. Want alleen vanuit een solide basis geeft wind in de zeilen ons én de stad de juiste vaart. Wethouder Lianne van Kalken

3 / 22

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

Inhoudsopgave 1. De aanleiding 2. Wat verstaan we onder participatie? De definities 3. Wanneer is participatie geslaagd? De succesfactoren 4. De 9 Vlaardingse Vuistregels 5. Waarom vinden we participatie belangrijk? De motivatie télt 6. Verwachtingen van participatie – De juiste start 7. Participatie vormgeven – Het stappenplan De Vlaardingse participatiebanen Doelgroep en fase bepalen het niveau Participatievorm en de middelen Leren door evalueren 8. Participatie in programma in 2025 9. Participatie financieel – De budgetten

5 6 8 9 13 14 15 15 17 19 20 21 22

4 / 22

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

5 / 22

1. De aanleiding De afgelopen jaren is de rol van participatie steeds belangrijker geworden. Inwoners, organisaties en andere belanghebbenden worden steeds vaker en steeds meer betrokken bij het vormgeven en uitvoeren van beleid en projecten die directe impact hebben op hun leefomgeving. Deze participatie draagt bij aan de legitimiteit en de kwaliteit van de besluitvorming, en versterkt de relatie tussen de gemeente en de stad. Inzetten op participatie - als middel - sluit naadloos aan op de uitgangspunten uit het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Groei en bloei voor Vlaardingen’. Op 8 december 2021 is de uitvoeringsnota Participatie vastgesteld. Na drie jaar is het tijd om de uitvoeringsnota te actualiseren. In lijn met de door het college van B&W en gemeenteraad vastgestelde ‘Standaard voor de beleidscyclus’ heet het vanaf nu ‘Uitvoeringsprogramma Participatie 2025’.

Uitvoeringsprogramma Participatie 2025 Met dit Uitvoeringsprogramma Participatie 2025 geven wij vorm aan onze ambitie om participatie structureel te verankeren in ons beleid en in onze dagelijkse praktijk. Dit programma is opgesteld in samenwerking met betrokken partijen en vormt een leidraad voor hoe wij participatie in de komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.

Het programma 2025 ev. richt zich op drie kerngebieden: 1. Versterken van de participatiecultuur Het vergroten van de bewustwording en de vaardigheden binnen onze organisatie om participatie op een betekenisvolle manier vorm te geven. 2. Verbeteren van participatieprocessen Het ontwikkelen en implementeren van effectieve participatiemethoden en -instrumenten om verschillende groepen op passende wijze te betrekken. 3. Verantwoording en transparantie Het waarborgen van een open en transparante terugkoppeling over de resultaten van participatietrajecten aan alle betrokkenen.

Dit uitvoeringsprogramma beschrijft niet onze visie en doelstellingen, maar geeft concrete acties en tijdlijnen die nodig zijn om deze te realiseren. Het biedt een handvat om samen met de samenleving tot betere, gedragen besluiten te komen, waarbij iedereen een stem heeft. Wij nodigen alle belanghebbenden uit om samen met ons aan deze ambities te werken en zo gezamenlijk te bouwen aan een inclusieve, transparante en toekomstbestendige participatiecultuur.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

6 / 22

2. Wat verstaan we onder participatie? De definities Participeren betekent letterlijk deelnemen en meedoen. De Vlaardingse participatiemethodiek gaat over hoe we bij gemeentelijk beleid en projecten inwoners nog beter kunnen betrekken. Of hoe je als inwoner of ondernemer met een plan je omgeving kunt betrekken. Betrekken betekent niet alleen zo vroeg mogelijk over de plannen vertellen, maar ook ruimte geven om waardevolle informatie en aandachtspunten te horen. Inwoners zijn namelijk de deskundigen van hun eigen leefomgeving. Door participatie zorg je ervoor dat alle belangen, meningen, kennis én creativiteit in beeld zijn, zodat een plan er beter van kan worden. Daarbij gaan we vaak verder dan het stellen van vragen. In steeds meer situaties werken we samen. Zo krijgen inwoners meer invloed op de plannen en besluiten die hen raken. Goed participeren vooraf zorgt daardoor ook voor minder (behoefte aan) formele bezwaren achteraf.

Burgerparticipatie: Inwoners denken of doen mee Het betrekken van Vlaardingers bij beleid en projecten van de gemeente noemen we burgerparticipatie. Bij burgerparticipatie betrekt de gemeente de stad, een wijk, straat of doelgroep. Dat kan zijn bij de start van een project of bij het maken van nieuw beleid. Met de komst van de Omgevingswet is het zelfs wettelijk geregeld dat iedereen die iets van een nieuw plan of beleid gaat merken, zo vroeg mogelijk betrokken wordt en daar iets van kan vinden. Dat betrekken kan oplopend gaan van meelezen, meedenken, meedoen, meewerken tot aan meebeslissen. De verschillende niveaus die we gebruiken in Vlaardingen worden verder uitgelicht onder het hoofdstuk Participatie vormgeven.

Overheidsparticipatie: De gemeente denkt of doet mee Dezelfde Omgevingswet vraagt ook van particuliere initiatiefnemers met ruimtelijke plannen om zelf met hun omgeving in gesprek te gaan. Ook bij andere initiatieven van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties of andere partners is het juist de gemeente die wordt betrokken. De rol van de gemeente is daarbij om te faciliteren. Bijvoorbeeld door vergunningen te verlenen. Of door kennis te delen over het bestaande beleid en mee te denken in

oplossingen en mogelijkheden in ruimte of budget. Dit noemen we overheidsparticipatie. Dat kan gaan van een eenvoudige dakkapel tot de bouw van een nieuwe woonwijk. De rol van de overheid kan daarbij in betrokkenheid oplopend gaan van loslaten naar faciliteren, stimuleren, regisseren tot zelfs reguleren met regels en handhaving. Bijvoorbeeld als het gaat over thema’s als veiligheid.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

7 / 22

Uitdaagrecht

Initiatieven van de stad

Een nog verdergaande vorm van invloed is het Uitdaagrecht. Daarin stellen (een groep georganiseerde) inwoners voor om een vaak maatschappelijke taak helemaal van de gemeente over te nemen, omdat ze denken dat het anders, slimmer, beter of goedkoper kan. Dat zijn vaak taken in de wijk of straat. Het wordt gedaan dóór inwoners, vóór inwoners. Ze zetten zich in voor elkaar, omdat de wijk of straat er beter van wordt. Bijvoorbeeld het beheer van een buurthuis of het onderhoud van een speeltuin of parkje. Het Uitdaagrecht wordt ook wel Right to Challenge genoemd. Het kan voordelen opleveren voor de gemeente doordat het Uitdaagrecht inwoners verenigt, laat samenwerken en laat nadenken over publieke taken en oplossingen. Er is beter maatwerk mogelijk door de kennis en ervaringen van de wijk. Het verbindt de gemeente en inwoners en de gemeente toont zo dat er ruimte is voor maatschappelijk initiatief en vertrouwen door los te laten. De voordelen voor de inwoners zijn meer eigenaarschap van hun leefomgeving en hierover mee kunnen bepalen. Het maakt het tot een gelijkwaardige partner van de gemeente. Het verbindt de wijkbewoners en geeft de mogelijkheid om nieuwe oplossingen te bedenken.

Initiatieven die onder het Uitdaagrecht in pure vorm vallen, komen in Nederland weinig voor. Er is vaak toch deels ondersteuning van de gemeente nodig. ‘Er is geen goede reden om fenomenen als het uitdaagrecht, samenwerkingsrecht en burgerinitiatieven van elkaar te scheiden’, stelt wetenschapper Esmée Driessen dan ook. Daarom vatten we dit in Vlaardingen samen onder de noemer ‘Initiatieven vanuit de stad’.

2

Inspraak en participatie

Het proces bij Uitdaagrecht (Right to Challenge) – in het kort: 1. Initiatiefnemers hebben een idee om een gemeentelijke taak anders/beter te doen. 2. Initiatiefnemers bepalen het draagvlak bij bewoners/gebruikers. 3. Initiatiefnemers overleggen met de gemeente (principebesluit). 4. Initiatiefnemers werken het voorstel uit. 5. Bewoners/gebruikers besluiten samen met de gemeente. 6. Bewoners/gebruikers nemen taken en budgetten over.

E.M.M.A. Driessen, Stimulering en facilitering van burgerinitiatieven door de overheid, Den Haag, Boom, 2024

Het kunnen geven van je mening bij plannen heet inspraak. Participatie is dus ook inspraak. Maar bij gemeentelijke besluitvorming staat inspraak meestal voor juridische inspraak: de officiële en formele inspraakmomenten. Bijvoorbeeld het kunnen indienen van zienswijzen voordat nieuw beleid, ontwerpen van bouwplannen of ontwikkelingen in de stad naar de gemeenteraad gaan voor een definitief besluit. Participatie is informeler en gaat daaraan vooraf.

Wat verstaan we hier niet onder participatie? Deze participatiemethodiek gaat niet over maatschappelijke participatie: het kunnen meedoen in de maatschappij en de inzet van vrijwilligers.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

8 / 22

3. Wanneer is participatie geslaagd? De succesfactoren Het slagen van een participatietraject gaat niet over het eindresultaat. Participatie is werken met mensen. Een geslaagd participatietraject gaat daarom meer over hoe iedereen het traject heeft beleefd. Belangrijke ingrediënten voor een positieve beleving zijn: een goed inzicht in wat van welke partij wordt verwacht, een duidelijke werkwijze en een stabiele terugkoppeling.

Daarbij moeten natuurlijk alle belanghebbenden in beeld zijn geweest en wensen en belangen zijn gehoord en gewogen. Die kunnen daarbij verschillen of zelfs tegenstrijdig zijn. Dat is niet erg, zolang er ruimte en aandacht is voor ieders kijk op de dingen. Bij geslaagde participatie wordt de uiteindelijke uitkomst misschien niet door iedereen bejubeld, maar wel begrepen. Een mooie bijvangst van geslaagde participatie kan daardoor een breed draagvlak zijn voor het initiatief of beleid. En zien dat er nieuwe relaties gebouwd worden tussen de verschillende doelgroepen van belanghebbenden. Deze ‘slagings’elementen zijn tegelijk een goede meetlat voor de evaluatie tijdens en na een participatietraject. Meer hierover in het hoofdstuk Participatie vormgeven.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

9 / 22

4. De 9 Vlaardingse Vuistregels Ieder participatietraject is uniek, omdat het vraagstuk steeds anders is, de doelgroepen divers en daarmee ook de invulling van de participatie. Het stappenplan voor participatie in hoofdstuk 6 bestaat uit dan ook uit richtlijnen. Bedoeld als leidraad voor een doordacht participatieproces om samen aan de slag te gaan. Flexibiliteit is het sleutelwoord. Wat we wel vastleggen zijn de Vlaardingse Vuistregels. Deze vuistregels vormen ons participatieDNA en zijn de kern van de Vlaardingse participatiemethodiek. Zo doen we het in Vlaardingen en samen mét Vlaardingen.

6. We weten wat er speelt en verplaatsen ons in de ander.

7. Participatie is experimenteren, evalueren en leren, maar de basis komt eerst.

5. W  e zijn duidelijk. Punt. 8. W  e denken altijd integraal. 4. W  e nemen de raad steeds mee in rol en in kennis. 9. Warme ontvangst voor Initiatieven vanuit de stad (incl. het Uitdaagrecht).

3. D  an pas formeel: het plan van aanpak.

2. We starten al voor we beginnen: eerst informeel. 1. We beginnen zo vroeg mogelijk.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

Vervolg > De 9 Vlaardingse Vuistregels

10 / 22

Vuistregel

Meer…

1. We beginnen zo vroeg mogelijk.

Participatie schuift in trajecten steeds meer op naar voren. Vroeg beginnen is dan ook onderdeel van het Vlaardingse DNA. Door al vroeg samen te werken met inwoners, ondernemers en partners in buurten en wijken, komen dilemma’s al vroeg naar voren. Net als welke belanghebbenden bij kunnen dragen aan een oplossingsrichting. Ook zorgt dit voor wendbaarheid in het traject. Input onderweg kan helpen om op tijd bij te sturen. Daarvoor denken we bij de projectstart al na over of er ruimte is voor participatie. Vroeg in gesprek gaan met de wijk kan ook inzicht geven in hoe inwoners die niet vanzelfsprekend meedoen, betrokken kunnen worden.

2. We starten al voor we beginnen: eerst informeel.

Bij initiatieven van de gemeente (zoals een nieuw beleid, plan of project) starten we eerst informeel. Voordat we beginnen, bekijken we of en met wie we in gesprek kunnen gaan. We vragen deze gesprekspartners of ze betrokken willen worden, en hoe. Wat daarvoor goede plekken zijn en de beste momenten. En wie we daarbij niet mogen vergeten. Zo vragen we ons voor de start al af of en hoe participatie zin heeft. En wat er nodig is om het goed te doen.

3. D  an pas formeel: het plan van aanpak.

Een participatie-aanpak volgt de richtlijnen uit de participatiemethodiek, zodat voor iedereen helder is waarom, met wie en wanneer de participatiemomenten zijn. Het doel, de doelgroep en de ruimte voor invloed kiest daarbij het middel. Onderweg kan het traject ook nog wijzigen als dit nodig blijkt door de opgehaalde respons. Een degelijk, betonnen kader dus, maar wel van flexbeton. Om de participatiecultuur te versterken en processen te verbeteren, wordt een participatiepunt opgericht. Een kennisbank en ondersteuning voor medewerkers.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

Vervolg > De 9 Vlaardingse Vuistregels

11 / 22

Vuistregel

Meer…

4. W  e nemen de raad steeds mee in rol en in kennis.

Ook de raad nemen we zo vroeg mogelijk mee bij de start van het traject. Zodat het doel, de doelgroep en de ruimte voor invloed duidelijk is. Daarbij geven we aan op welke momenten we tijdens het traject terugkomen met tussentijdse informatie, zowel op proces als inhoud.

5. W  e zijn duidelijk. Punt.

We zijn bij de start al duidelijk over de ruimte voor invloed (wind in de zeilen) en de momenten hiervoor (tijdspad) zodat de verwachtingen voor iedereen gelijk zijn. Is er geen ruimte voor invloed? Dan zijn we daar open en transparant over. Ook koppelen we doorlopend terug, zowel op inhoud als op proces. Dat doen we in heldere taal en waar nodig kijken we of dit ook in meerdere talen mogelijk is. Er is online een goed vindbaar overzicht van alle participatietrajecten (een participatiewebsite). Met een agenda, updates en reactiemogelijkheden. En we geven steeds aan waar iedereen met vragen terecht kan.

6. We weten wat er speelt en verplaatsen ons in de ander.

We weten wat er speelt in de wijk en stad. Dat geldt voor de organisatie, maar ook voor het college en de gemeenteraad. Dit organiseren we actief. Daarbij verplaatsen we ons in de belanghebbenden en de blik van de Vlaardinger. We luisteren om te begrijpen, niet om (direct) te antwoorden. We nemen iedereen serieus. Andersom geldt dit ook: we zijn helder over de processen bij de gemeente.

7. Participatie is experimenteren, evalueren en leren, maar de basis komt eerst.

Participatie vliegen we aan vanuit de vuistregels en het stappenplan, maar er is ruimte voor maatwerk. Ieder traject is uniek en de participatie stemmen we daarop af. We leren van wat er al bestaat en gedaan is. Wat goed is behouden we en wat beter kan, doen we anders. Daarvoor kijken we tijdens en na elk traject achterom. Hoe is dit traject beleefd door alle partijen? We durven en kunnen ons daarbij kwetsbaar opstellen. Als lerende organisatie en lerende mensen. Zo zorgen we voor een solide basis. Daarbij staan we niet stil. We durven nieuwe vormen te onderzoeken als dat past, maar de basis op orde gaat voor.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

Vervolg > De 9 Vlaardingse Vuistregels

12 / 22

Vuistregel

Meer…

8. W  e denken altijd integraal

We willen de glimlach terugbrengen bij de stad. Daarvoor weten we dat een participatietraject nooit op zichzelf staat. Er gebeurt meer in de leefomgeving van inwoners. Participatie richten we daarom ook integraal en buurtgericht in. Levert een participatiemoment andere aandachtspunten uit de wijk op? Dan pakken we die ‘bijvangst’ waar mogelijk tijdig op. En we zien het bredere plaatje. We hebben en houden onze dienstverlening bijvoorbeeld op orde door tijdig te reageren. Dit versterkt het vertrouwen tijdens de samenwerking en het gesprek met de stad. Ook binnen onze organisatie denken we integraal. We betrekken andere collega’s en afdelingen waar nodig.

9. Warme ontvangst voor Initiatieven vanuit de stad (incl. het Uitdaagrecht)

Hebben Vlaardingers een idee? Dan denken we vanuit oplossingen in plaats van bezwaren. De communicatie en participatie is in handen van de initiatiefnemer, maar we kunnen meekijken, adviseren en inspireren zodat onze Vlaardingse methodiek gemeengoed wordt. Ook is er een duidelijk aanspreekpunt voor Vlaardingers met een idee: de wijkmanagers in de wijk. Zij werken nauw samen met de collega’s intern. Ook kan een idee online worden ingestuurd. De mogelijkheid om met ideeën te komen brengen we meer onder de aandacht. En we maken ons sterk voor budget om initiatieven te kunnen starten of ondersteunen. Het Uitdaagrecht gaat over het volledig overnemen van gemeentetaken. Dat is best ingewikkeld en heel specifiek. Daarom hebben we het gewoon over initiatieven vanuit de stad. En die zijn van harte welkom.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

5. Waarom vinden we participatie belangrijk? De motivatie télt Dat participatie belangrijk is, zal niemand ontkennen. Maar weten waaróm we participeren, is belangrijk voor de juiste aanpak hiervan. In Vlaardingen luidt onze missie:

Vlaardingen wérkt. Samen. Dat doen we vanuit de visie dat: “de gemeentelijke organisatie wil werken vanuit de Vlaardingse essentie, op resultaatgerichte en open wijze, met oog voor toekomstige ontwikkelingen. Samen en Meedoen zijn daarbij kernwoorden.” Onder meer uit de vragenlijst (Quick Scan Lokale Democratie) blijken voor inwoners de reden om te participeren: meer invloed op plannen en besluiten die daardoor beter aansluiten bij wensen en belangen.

Redenen voor de gemeente om inwoners te laten participeren of tot initiatieven te stimuleren zijn: • Beter beleid en betere uitvoering ervan door de kennis en kunde uit de stad (inwoners zijn deskundigen van hun leefomgeving). • Meer ruimte voor maatschappelijke initiatieven maakt de stad mooier, groener en socialer. • Betere besluitvorming door belangenafweging: zoveel mogelijk belangen op tafel om tot een weloverwogen keuze te komen. • Actief burgerschap en medeverantwoordelijkheid of (gedeeld) eigenaarschap. • Herstel van vertrouwen. • Acceptatie op genomen beslissingen vergroten of onbehagen verminderen.

13 / 22

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

6. Verwachtingen van participatie De juiste start Waarom doe ik mee als inwoner? En waarom richt ik participatie in als gemeente? Of: waarom doen we als gemeente mee in een initiatief van anderen? Om participatie op de juiste manier in te richten, is het belangrijk vooraf de motivatie van de verschillende partijen te kennen. Is dit nog niet duidelijk bij de start, dan voeren we hierover eerst het gesprek. Niet alleen met inwoners, maar waar nodig ook met raadsleden, het college en andere belanghebbenden. Zo zijn vooraf de verwachtingen en het doel helder. Dan pas volgen de participatievormen en de middelen.

Waarom denk of doe ik als Vlaardinger mee aan participatie? Waarom organiseer ik als gemeente participatie? Waarom doe ik als gemeente mee aan initiatieven van de stad?

Samen Doel van de participatie (en dus de verwachtingen)

14 / 22

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

15 / 22

7. Participatie vormgeven Het stappenplan Is duidelijk wat we samen willen bereiken met participatie? Dan volgt het bepalen van de ruimte voor invloed. Wat valt er in deze fase van het project te kiezen voor alle belanghebbenden?

Waarom denk of doe ik als Vlaardinger mee aan participatie? Waarom organiseer ik als gemeente participatie?

Samen

Invloed

Doel van de participatie (en dus de verwachtingen)

Wat valt er te kiezen?

Waarom doe ik als gemeente mee aan initiatieven van de stad?

De verschillende niveau’s van ruimte voor invloed kennen we als de (oude vertrouwde) participatieladder. Die ladder heeft oplopende treden van Informeren naar Raadplegen, Adviseren, Coproduceren tot (mee) Beslissen. Bij een ladder ontstaat het gevoel: hoe hoger op de ladder, hoe beter. Maar het gaat niet om beter. Het gaat om het juiste niveau te kiezen dat past bij de ruimte die er is voor samenwerken en invloed hebben. Daarom hebben we het in Vlaardingen niet over de tredes op de ladder, maar over de banen waar we in varen: de participatiebanen.

De Vlaardingse participatiebanen Participatie gaat over het gesprek voeren, samenwerken en invloed hebben. Hoe meer ruimte er is voor invloed, hoe meer ‘wind in de zeilen’ er is voor de stad.

Maar dat betekent tegelijkertijd ook dat participeren meer tijd, inzet en energie van de deelnemers vraagt. Voordat we een participatietraject starten, zorgen we dat dit goed in beeld is. Welke baan bevaren we? Daarbij kan tijdens de loop van een participatietraject steeds van baan gewisseld worden als dat bij de trajectfase past. Het doel van de participatie kiest namelijk steeds het middel en niet andersom. De initiatieven van de stad geven we ook ruim baan: Zelf (laten) organiseren. Dat is overheidsparticipatie, waarbij de gemeente een faciliterende rol heeft. Ook het Uitdaagrecht draait de rollen om en legt de organisatie bij de inwoners zelf neer. Zoals gezegd laten we al deze initiatieven vallen onder de gezamenlijke noemer ‘Initiatieven vanuit de stad’.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

16 / 22

Schema van de Vlaardingse participatiebanen. Links de gemeente en rechts de participerende partijen. Waar varen we? Hoe meer invloed en dus ‘wind in de zeilen’ hoe meer tijd en energie van de deelnemers er nodig is. Dan moet er dus een ‘zeiltje extra’ bijgezet worden.

Zelf laten organiseren

Laten meebeslissen

Samen maken

Advies vragen

Vragen stellen

Participerend informeren

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

17 / 22

Participerend informeren

Vragen stellen (raadplegen)

Advies vragen

De gemeente (of initiatiefnemer) neemt de omgeving mee in de plannen. Zowel op inhoud als op de stappen in het proces. De invloed op het besluit is hier afwezig. Wel is er een duidelijk aanspreekpunt of kanaal om vragen te kunnen stellen of zorgen te kunnen uiten. Ook is alle informatie steeds terug te vinden op één centraal punt, bijvoorbeeld een participatiewebsite. Dit maakt dat participerend informeren echt onderdeel is van de participatiebanen.

Bij varen in de baan Raadplegen is de vraag van de gemeente of initiatiefnemer: heeft u opmerkingen of aandachtspunten? Dit is een gesprek om perspectieven en belangen te verzamelen. De invloed op besluiten is klein, er is wel invloed op inzicht en begrip.

In de baan Advies vragen heeft de omgeving meer wind in de zeilen. Hierbij adviseert de omgeving de gemeente of initiatiefnemer. Dat is een hoger niveau van meedenken en vraagt dus ook om actief meer kennis van het initiatief te krijgen. In de baan Advies vragen geldt de belofte dat dit advies zichtbaar wordt meegenomen in de plannen en uiteindelijke besluitvorming, of dat er goed wordt gemotiveerd waarom dit niet kan. De invloed is hier redelijk groot.

Samen maken

Laten meebeslissen

Zelf laten organiseren

In de baan Samen maken wordt samen opgevaren. Dit is een echte samenwerking met evenveel wind in de zeilen. Bijvoorbeeld om tot een ontwerp of oplossingsrichting te komen. De agenda wordt ook samen met de betrokken partijen en bewoners afgesproken. De gemeente kan wel de randvoorwaarden meegeven, zoals technische kaders of te volgen beleidsregels of wetgeving. Het bestuur neemt de uitkomst over in hun besluit. Zowel de invloed op het besluit als de inhoudelijke inbreng is hier groot.

In de baan Laten meebeslissen staan de zeilen aan de kant van de stad redelijk bol. Belanghebbende bewoners en partijen beslissen (mee), bijvoorbeeld door te stemmen. Bij meebeslissen neemt het bestuur de uitkomst in principe over. De invloed is dus groot. De gemeente geeft vooraf wel de randvoorwaarden aan en toetst achteraf of deze zijn gevolgd.

In de baan Zelf laten organiseren zijn de bewoners of de initiatiefnemers de organisatoren van de participatie én de beslissers. Veel wind in de zeilen dus, maar dat vraagt ook flinke inzet (tijd en energie) en stuurmansschap. De gemeente staat niet aan de kant. Het is een belangrijke partner voor bijvoorbeeld geld, tijd, deskundige kennis of materiaal. De gemeente maakt hiervoor de weg zoveel mogelijk vrij en bewaakt het maatschappelijk belang, de regels uit het eigen beleid of de wet.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

18 / 22

Doelgroep en fase bepalen het niveau De ruimte voor invloed varieert tijdens een participatietraject en is niet op elk moment gelijk. Ook is de ruimte voor invloed misschien niet voor elke betrokken doelgroep gelijk. Daardoor bepalen we het participatieniveau ook steeds per trajectfase en per doelgroep.

Waar zijn we? (trajectfases):

Zelf laten organiseren

• Plan en proces bepalen • Keuzes maken • Uitvoering • Evalueren en leren

Laten meebeslissen

Samen maken

Wat vragen we? Wie zijn de doelgroepen? • Direct omwonenden of gebruikers • Doelgroepen eromheen • Belangenverenigingen • Inhoudelijk deskundigen • Ondernemers…

Advies vragen

Vragen stellen

Participerend informeren

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

19 / 22

Participatievorm en de middelen Pas dan bepalen we de participatievorm en het middel. De participatievormen en -middelen zijn uiteenlopend en ook voortdurend in ontwikkeling. Bij het invoeren van nieuwe vormen van participatie kijken we eerst of deze een toegevoegde waarde hebben voor de doelgroep en het doel van de participatie. Participatie vraagt capaciteit: tijd en energie. Zowel voor de deelnemers als de organisatie. Daarom zetten we eerst in op het gedegen toepassen van de bestaande vormen en de bewustwording van iedereen die met participatie te maken krijgt (inwoners én medewerkers in de organisatie). Continuïteit gaat boven vernieuwing ‘om het vernieuwend zijn’. De basis op orde! Wel houden we nieuwe ontwikkelingen nauw in de gaten. Vraagt een participatiedoel en een doelgroep om een ander, passend instrument? Dan zorgen we dat er voldoende tijd, geld en inzet voor is om dit op onze Vlaardingse gedegen manier toe te passen.

Waarom denk of doe ik als Vlaardinger mee aan participatie? Waarom organiseer ik als gemeente participatie? Waarom doe ik als gemeente mee aan initiatieven van de stad?

Samen

Invloed

Vorm

Doel van de participatie (en dus de verwachtingen)

Wat valt er te kiezen?

Welke vorm past daarbij?

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

Leren door evalueren Na de uitvoering van het project of vaststelling van een beleid volgt nog een laatste participatieronde: de evaluatie. Hierin halen we bij alle betrokken partijen op hoe de beleving van het participatietraject is geweest. De succesfactoren voor een geslaagde participatie vormen de basis voor de te stellen vragen hierbij. Was de werkwijze vooraf duidelijk? Waren de verwachtingen en ieders rol helder en zijn die waargemaakt? Is iedereen en ieders belang in beeld geweest? Wordt de uiteindelijk gemaakte keuze begrepen? Bij geslaagde participatie wordt de uiteindelijke uitkomst misschien niet door iedereen bejubeld, maar wel begrepen.

20 / 22

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

21 / 22

8. Participatie in programma in 2025 Het uitvoeringsprogramma 2025 richt zich op drie doelen: 1. De participatiecultuur – De bewustwording en de vaardigheden rond participatie binnen onze organisatie toetsen en vergroten. 2. Participatieprocessen – Het verder ontwikkelen en implementeren van effectieve participatiemethoden en -instrumenten om verschillende groepen op passende wijze te betrekken. 3. Transparant verantwoorden – Duidelijk, open en transparant zijn en de resultaten van participatietrajecten aan alle betrokkenen terugkoppelen.

Conclusies 1. Onze houding van iedereen die met participatie te maken heeft, wordt bepaald door de 9 Vlaardingse Vuistregels. Zo doen we het in Vlaardingen. 2. Bij burgerparticipatie wordt de inwoner steeds meer het vertrekpunt in ons denken. 3. Duidelijkheid, bereikbaarheid, kennis en vindbaarheid van informatie staan voorop. 4. We stappen af van de participatieladder en denken meer horizontaal: met de Vlaardingse participatiebanen. 5. We gaan voor het solide kennen en toepassen van bestaande participatievormen en -middelen. Bij nieuwe vormen wegen we de meerwaarde voor het doel van de participatie af tegen de extra inzet die de introductie van een nieuwe werkvorm kost.

Aanbevelingen en acties 2025 en verder • Implementatieplan voor het organiseren van participatie in de organisatie. • Het inrichten van een intern participatiepunt: kennisbank en ondersteunende coachingsfunctie voor medewerkers. • Het ontwikkelen van een overzichtelijke participatiewebsite als centraal informatiepunt, met een agenda van bijeenkomsten, overzicht van lopende trajecten, tijdlijnen en nieuwsberichten.

Uitvoeringsprogramma participatie - Vlaardingen 2025

9. Participatie financieel De budgetten Budget voor burgerparticipatie Voor de kosten van (burger)participatie is bewust geen apart budget opgenomen in de gemeentebegroting. Participatie is onderdeel van ieders werk, van iedere reguliere taak en ieder project of programma. De benodigde budgetten en capaciteit horen dan ook deel uit te maken van de vastgestelde ramingen. Om dit te ondersteunen en te kunnen controleren bevatten alle college- en raadsvoorstellen een participatieparagraaf. Hierin geven we steeds aan wat het doel van de participatie is, welke vorm wordt gebruikt en welke middelen daarbij gepland zijn. Ook de planning (tijdspad) van het participatietraject gebaseerd op de verschillende mijlpalen in het project of programma zorgen voor een zo juist mogelijke inschatting van inzet en kosten.

Budget voor initiatieven (overheidsparticipatie) Bij kleinere initiatieven vanuit de stad is een budget om deze te kunnen starten of ondersteunen belangrijk. We onderzoeken hiervoor hoe en onder welke voorwaarden we dit kunnen regelen.

Budget voor participatieadviseur en ontwikkeling tools Er zal buiten de projecten en programma’s een structureel budget nodig zijn voor de implementatie en ondersteuning van het programma participatie. Van het oprichten van een participatiepunt voor de organisatie en het aanstellen van een participatiecoach of -adviseur, tot de ontwikkeling van tools zoals een online participatieplatform.

22 / 22

Uitvoeringsprogramma participatie Vlaardingen 2025 De basis op orde en wind in de zeilen

‘Derde genera e burgerpar cipa e vraagt om een andere manier van denken en doen. Het vraagt erom de logica van de burger als vertrekpunt te nemen en niet die van de overheid.’ (mo o proefschri Esmée Driessen)*1

1

*Klilic 2008, p.3 in M. Klilic, Derde genera e burgerpar cipa e: hoe doe je dat?, Amersfoort: Twynstra Gudde 2008

[voorwoord] Vlaardingers willen graag meer invloed op plannen en besluiten in de stad. Dat is, kort door de bocht, een van de uitkomsten van de vragenlijst over par cipa e die alle inwoners in de zomer van 2023 konden invullen. Nu is par cipa e in Vlaardingen niets nieuws. En ook het bepalen van regels om dit soepel te organiseren niet. De eerste nota burgerpar cipa e is van 2004. En met het Programma Par cipa e (2015) stelde de gemeenteraad het beleid vast. Par cipa e goed vormgeven bleef daarna voortdurend de aandacht hebben van onze gemeente. Zo stelt het Coali eakkoord 2022-2026 ‘Groei en bloei voor Vlaardingen’: Samen kunnen we meer bereiken dan alleen. We zoeken daarom ac ef de samenwerking met de stad. Daarin pakken we onze eigen verantwoordelijkheid en faciliteren onze inwoners om datzelfde te doen. Door waar mogelijk ruimte te bieden aan par cipa e, jongeren te betrekken bij de poli ek en procedures binnen de gemeente te vereenvoudigen, willen we zorgen dat iedere betrokken Vlaardinger mee kan bouwen aan de stad. Dat samen bouwen aan de stad doen we veel en steeds meer. Vlaardingers weten van aanpakken. En er gaat al heel veel goed. Wij hebben veel betrokken en ini a efrijke Vlaardingers, ondernemers en partners. Daar ben ik heel blij mee. Wij leven in een dynamische jd waarin we op veel manieren met de stad samendenken en samenwerken.

En soms worden uitgedaagd om ideeën van Vlaardingers mogelijk te maken, of zelfs taken uit handen te geven via het Uitdaagrecht. Dit alles vraagt om een eenduidige en heldere werkwijze: de par cipa emethodiek. Die vindt u in dit Uitvoeringsprogramma. Hiervoor is met veel mensen gesproken en is veel feedback opgehaald. Want par cipa e goed vormgeven, is ook gewoon par cipa e. We doen het samen. Met die eerder genoemde vragenlijst bijvoorbeeld konden de stad én alle ambtenaren en bestuurders laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met par cipa e in Vlaardingen? Daaruit volgde de Verbeteragenda 2024. Medewerkers uit de organisa e, het college en de gemeenteraad zijn daarna ook ac ef betrokken om mee te praten. Op basis van deze gesprekken, de uitkomsten van het Rekenkameronderzoek ‘Par cipa e in Vlaardingen’ (2023) én de ervaringen van afgelopen jaren, ontstaat dit uitvoeringsprogramma 2025. Vuistregels om tot een steeds beter gesprek met de stad te komen en een daaropvolgend besluit dat van alle kanten is bekeken en goed doordacht is. Een voorwaarde om de glimlach bij de Vlaardinger terug te brengen. Wat er echt Vlaardings is? We denken vanuit de inwoners en starten daarom meedenktrajecten eerst buiten: met een gesprek in de wijk. Gewoon, hart op de tong en informeel.

Is er wel behoe e om mee te denken? En zo ja hoe? Wie mogen we niet vergeten daarbij? Als Vlaardingse aanpakkers doen we dat al zo vroeg mogelijk. Dus al voordat er een plan is. Pas daarna gaan we weer naar binnen om een par cipa e-aanpak te maken. Voor die aanpak hebben we een aantal vaste vuistregels. Zo werkt iedereen op de Vlaardingse wijze en weet ook iedereen waar hij aan toe is. Vlaardingen staat ook voor de basis op orde. Goed doen wat we moeten doen, in het gesprek met de stad, voordat we kijken naar vernieuwende trends. We zien de waarde van con nuïteit. Want alleen vanuit een solide basis gee wind in de zielen ons en de stad de juiste vaart.

Wethouder Lianne van Kalken

Inhoudsopgave 1.

De aanleiding ....................................................................................................................................................................................................................................... 5

2.

Wat verstaan we onder par cipa e? De defini es ............................................................................................................................................................................... 6

3.

Wanneer is par cipa e geslaagd? De succesfactoren........................................................................................................................................................................... 8

4.

De 9 Vlaardingse Vuistregels ................................................................................................................................................................................................................ 8

5.

Waarom vinden we par cipa e belangrijk? De mo va e télt.............................................................................................................................................................11

6.

Verwach ngen van par cipa e – De juiste start .................................................................................................................................................................................12

7.

Par cipa e vormgeven – Het stappenplan ..........................................................................................................................................................................................13 De Vlaardingse par cipa ebanen ...................................................................................................................................................................................................................... 13 Doelgroep en fase bepalen het niveau ............................................................................................................................................................................................................... 17 Par cipa evorm en de middelen........................................................................................................................................................................................................................ 17 Leren door evalueren .......................................................................................................................................................................................................................................... 18

8.

Par cipa e in programma in 2025 ......................................................................................................................................................................................................19

9.

Par cipa e financieel – De budge en .................................................................................................................................................................................................20

De bijlagen ...................................................................................................................................................................................................................................................20 - Verbeteragenda ................................................................................................................................................................................................................................................ 20 - Rekenkamerrapport .......................................................................................................................................................................................................................................... 20 - Memo Onderzoek referendumverordening en burgerberaad .......................................................................................................................................................................... 20 - Rapport Rode draad uit individuele gesprekken (keuze om dit hier bij te voegen voor college of alleen bij het implementa eplan) ............................................................. 20

1. De aanleiding De afgelopen jaren is de rol van participatie steeds belangrijker geworden. Inwoners, organisaties en andere belanghebbenden worden steeds vaker en steeds meer betrokken bij het vormgeven en uitvoeren van beleid en projecten die directe impact hebben op hun leefomgeving. Deze participatie draagt bij aan de legitimiteit en de kwaliteit van de besluitvorming, en versterkt de relatie tussen de gemeente en de stad. Inzetten op participatie - als middel - sluit naadloos aan op de uitgangspunten uit het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Groei en bloei voor Vlaardingen’. Op 8 december 2021 is de uitvoeringsnota Par cipa e vastgesteld. Na drie jaar is het jd om de uitvoeringsnota te actualiseren. In lijn met de door het college van B&W en gemeenteraad vastgestelde ‘Standaard voor de beleidscyclus’ heet het vanaf nu ‘Uitvoeringsprogramma Par cipa e 2025’. Uitvoeringsprogramma Par cipa e 2025 Met dit Uitvoeringsprogramma Par cipa e 2025 geven wij vorm aan onze ambi e om par cipa e structureel te verankeren in ons beleid en in onze dagelijkse prak jk. Dit programma is opgesteld in samenwerking met betrokken par jen en vormt een leidraad voor hoe wij par cipa e in de komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. Het programma 2025 ev. richt zich op drie kerngebieden: 1.

Versterken van de par cipa ecultuur – Het vergroten van de bewustwording en de vaardigheden binnen onze organisa e om par cipa e op een betekenisvolle manier vorm te geven. 2. Verbeteren van par cipa eprocessen – Het ontwikkelen en implementeren van effec eve par cipa emethoden en -instrumenten om verschillende groepen op passende wijze te betrekken. 3. Verantwoording en transparan e – Het waarborgen van een open en transparante terugkoppeling over de resultaten van par cipa etrajecten aan alle betrokkenen. Dit uitvoeringsprogramma beschrij niet onze visie en doelstellingen, maar gee concrete ac es en jdlijnen die nodig zijn om deze te realiseren. Het biedt een handvat om samen met de samenleving tot betere, gedragen besluiten te komen, waarbij iedereen een stem hee . Wij nodigen alle belanghebbenden uit om samen met ons aan deze ambi es te werken en zo gezamenlijk te bouwen aan een inclusieve, transparante en toekomstbestendige par cipa ecultuur.

2. Wat verstaan we onder par cipa e? De defini es Par ciperen betekent le erlijk deelnemen en meedoen. De Vlaardingse par cipa emethodiek gaat over hoe we bij gemeentelijk beleid en projecten inwoners nog beter kunnen betrekken. Of hoe je als inwoner of ondernemer met een plan je omgeving kunt betrekken. Betrekken betekent niet alleen zo vroeg mogelijk over de plannen vertellen, maar ook ruimte geven om waardevolle informa e en aandachtspunten te horen. Inwoners zijn namelijk de deskundigen van hun eigen leefomgeving. Door par cipa e zorg je ervoor dat alle belangen, meningen, kennis én crea viteit in beeld zijn, zodat een plan er beter van kan worden. Daarbij gaan we vaak verder dan het stellen van vragen. In steeds meer situa es werken we samen. Zo krijgen inwoners meer invloed op de plannen en besluiten die hen raken. Goed par ciperen vooraf zorgt daardoor ook voor minder (behoe e aan) formele bezwaren achteraf. Burgerpar cipa e: inwoners denken of doen mee Het betrekken van Vlaardingers bij beleid en projecten van de gemeente noemen we burgerpar cipa e. Bij burgerpar cipa e betrekt de gemeente de stad, een wijk, straat of doelgroep. Dat kan zijn bij de start van een project of bij het maken van nieuw beleid.

Met de komst van de Omgevingswet is het zelfs we elijk geregeld dat iedereen die iets van een nieuw plan of beleid gaat merken, zo vroeg mogelijk betrokken wordt en daar iets van kan vinden. Dat betrekken kan oplopend gaan van meelezen, meedenken, meedoen, meewerken tot aan meebeslissen. De verschillende niveaus die we gebruiken in Vlaardingen worden verder uitgelicht onder het hoofdstuk Par cipa e vormgeven. Overheidspar cipa e: de gemeente denkt of doet mee Dezelfde Omgevingswet vraagt ook van par culiere ini a efnemers met ruimtelijke plannen om zelf met hun omgeving in gesprek te gaan. Ook bij andere ini a even van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisa es of andere partners is het juist de gemeente die wordt betrokken. De rol van de gemeente is daarbij om te faciliteren. Bijvoorbeeld door vergunningen te verlenen. Of door kennis te delen over het bestaande beleid en mee te denken in oplossingen en mogelijkheden in ruimte of budget. Dit noemen we overheidspar cipa e. Dat kan gaan van een eenvoudige dakkapel tot de bouw van een nieuwe woonwijk. De rol van de overheid kan daarbij in betrokkenheid oplopend gaan van loslaten naar faciliteren, s muleren, regisseren tot zelfs reguleren met regels en handhaving. Bijvoorbeeld als het gaat over thema’s als veiligheid. Uitdaagrecht Een nog verdergaande vorm van invloed is het Uitdaagrecht.

Daarin stellen (een groep georganiseerde) inwoners voor om een vaak maatschappelijke taak helemaal van de gemeente over te nemen, omdat ze denken dat het anders, slimmer, beter of goedkoper kan. Dat zijn vaak taken in de wijk of straat. Het wordt gedaan dóór inwoners, vóór inwoners. Ze ze en zich in voor elkaar, omdat de wijk of straat er beter

van wordt. Bijvoorbeeld het beheer van een buurthuis of het onderhoud van een speeltuin of parkje. Het Uitdaagrecht wordt ook wel Right to Challenge genoemd. Het kan voordelen opleveren voor de gemeente doordat het Uitdaagrecht inwoners verenigt, laat samenwerken en laat nadenken over publieke taken en oplossingen. Er is beter maatwerk mogelijk door de kennis en ervaringen van de wijk. Het verbindt de gemeente en inwoners en de gemeente toont zo dat er ruimte is voor maatschappelijk ini a ef en vertrouwen door los te laten. De voordelen voor de inwoners zijn meer eigenaarschap van hun leefomgeving en hierover mee kunnen bepalen. Het maakt het tot een gelijkwaardige partner van de gemeente. Het verbindt de wijkbewoners en gee de mogelijkheid om nieuwe oplossingen te bedenken. Het proces bij Uitdaagrecht (Right to Challenge) – in het kort 1. Ini a efnemers hebben een idee om een gemeentelijke taak anders/beter te doen 2. Ini a efnemers bepalen het draagvlak bij bewoners/gebruikers 3. Ini a efnemers overleggen met de gemeente (principebesluit) 4. Ini a efnemers werken het voorstel uit 5. Bewoners/gebruikers besluiten samen met de gemeente 6. Bewoners/gebruikers nemen taken en budge en over.

Ini a even van de stad Ini a even die onder het Uitdaagrecht in pure vorm vallen, komen in Nederland weinig voor. Er is vaak toch deels ondersteuning van de gemeente nodig. ‘Er is geen goede reden om fenomenen als het uitdaagrecht, samenwerkingsrecht en burgerini a even van elkaar te scheiden’, stelt wetenschapper Esmée Driessen2 dan ook. Daarom va en we dit in Vlaardingen samen onder de noemer ‘Ini a even vanuit de stad’. Inspraak en par cipa e Het kunnen geven van je mening bij plannen heet inspraak. Par cipa e is dus ook inspraak. Maar bij gemeentelijke besluitvorming staat inspraak meestal voor juridische inspraak: de officiële en formele inspraakmomenten. Bijvoorbeeld het kunnen indienen van zienswijzen 2

E.M.M.A. Driessen, S mulering en facilitering van burgerini a even door de overheid, Den Haag, Boom, 2024

voordat nieuw beleid, ontwerpen van bouwplannen of ontwikkelingen in de stad naar de gemeenteraad gaan voor een defini ef besluit. Par cipa e is informeler en gaat daaraan vooraf. Wat verstaan we hier niet onder par cipa e? Deze par cipa emethodiek gaat niet over maatschappelijke par cipa e: het kunnen meedoen in de maatschappij en de inzet van vrijwilligers. En ik kan mij voorstellen dat het ook niet over de par cipa enota hangende aan de Omgevingsvisie gaat, toch?

3. Wanneer is par cipa e geslaagd? De succesfactoren Het slagen van een par cipa etraject gaat niet over het eindresultaat. Par cipa e is werken met mensen. Een geslaagd par cipa etraject gaat daarom meer over hoe iedereen het traject hee beleefd. Belangrijke ingrediënten voor een posi eve beleving zijn: een goed inzicht in wat van welke par j wordt verwacht, een duidelijke werkwijze en een stabiele terugkoppeling. Daarbij moeten natuurlijk alle belanghebbenden in beeld zijn geweest en wensen en belangen zijn gehoord en gewogen. Die kunnen daarbij verschillen of zelfs tegenstrijdig zijn. Dat is niet erg, zolang er ruimte en aandacht is voor ieders kijk op de dingen. Bij geslaagde par cipa e wordt de uiteindelijke uitkomst misschien niet door iedereen bejubeld, maar wel begrepen. Een mooie bijvangst van geslaagde par cipa e kan daardoor een breed draagvlak zijn voor het ini a ef of beleid. En zien dat er nieuwe rela es gebouwd worden tussen de verschillende doelgroepen van belanghebbenden. Deze ‘slagings’elementen zijn tegelijk een goede meetlat voor de evalua e jdens en na een par cipa etraject. Meer hierover in het hoofdstuk Par cipa e vormgeven.

4. De 9 Vlaardingse Vuistregels Ieder par cipa etraject is uniek, omdat het vraagstuk steeds anders is, de doelgroepen divers en daarmee ook de invulling van de par cipa e. Het stappenplan voor par cipa e in hoofdstuk 6 bestaat uit dan ook uit richtlijnen. Bedoeld als leidraad voor een doordacht par cipa eproces om samen aan de slag te gaan. Flexibiliteit is het sleutelwoord. Wat we wel vastleggen zijn de Vlaardingse Vuistregels. Deze vuistregels vormen ons par cipa e-DNA en zijn de kern van de Vlaardingse par cipa emethodiek. Zo doen we het in Vlaardingen en samen mét Vlaardingen.

Vuistregel 1. We beginnen zo vroeg mogelijk

Meer… Par cipa e schui in trajecten steeds meer op naar voren. Vroeg beginnen is dan ook onderdeel van het Vlaardingse DNA. Door al vroeg samen te werken met inwoners, ondernemers en partners in buurten en wijken, komen dilemma’s al vroeg naar voren. Net als welke belanghebbenden bij kunnen dragen aan een oplossingsrich ng. Ook zorgt dit voor wendbaarheid in het traject. Input onderweg kan helpen om op jd bij te sturen. Daarvoor denken we bij de projectstart al na over of er ruimte is voor par cipa e. Vroeg in gesprek gaan met de wijk kan ook inzicht geven in hoe inwoners die niet vanzelfsprekend meedoen, betrokken kunnen worden.

2. We starten al voor we beginnen: eerst informeel

Bij ini a even van de gemeente (zoals een nieuw beleid, plan of project) starten we eerst informeel. Voordat we beginnen, gaan we in gesprek met betrokken bewoners of ondernemers. Willen jullie betrokken worden? Hoe dan? En wat zijn goede plekken hiervoor? Welke jden? Wie mogen we niet vergeten? Zo vragen we ons voor de start al af of en hoe par cipa e zin hee . En wat er nodig is om het goed te doen. Daarbij geldt: vorm volgt wijk. Dus eerst luisteren dan organiseren.

3. Dan pas formeel: het plan van aanpak

Een par cipa e-aanpak volgt de richtlijnen uit de par cipa emethodiek, zodat voor iedereen helder is waarom, met wie en wanneer de par cipa emomenten zijn. Het doel, de doelgroep en de ruimte voor invloed kiest daarbij het middel. Onderweg kan het traject ook nog wijzigen als dit nodig blijkt door de opgehaalde respons. Een degelijk, betonnen kader dus, maar wel van flexbeton. Om de par cipa ecultuur te versterken en processen te verbeteren, wordt een par cipa epunt opgericht. Een kennisbank en ondersteuning voor medewerkers.

4. We nemen de raad steeds mee in rol en in kennis

Ook de raad nemen we zo vroeg mogelijk mee bij de start van het traject. Zodat het doel, de doelgroep en de ruimte voor invloed duidelijk is. Daarbij geven we aan op welke momenten we jdens het traject terugkomen met tussen jdse informa e, zowel op proces als inhoud.

5. We zijn duidelijk. Punt.

We zijn bij de start al duidelijk over de ruimte voor invloed (wind in de zeilen) en de momenten hiervoor ( jdspad) zodat de verwach ngen voor iedereen gelijk zijn. Is er geen ruimte voor

invloed? Dan zijn we daar open en transparant over. Ook koppelen we doorlopend terug, zowel op inhoud als op proces. Dat doen we in heldere taal en waar nodig kijken we of dit ook in meerdere talen mogelijk is. Er is online een goed vindbaar overzicht van alle par cipa etrajecten (een par cipa ewebsite). Met een agenda, updates en reac emogelijkheden. En we geven steeds aan waar iedereen met vragen terecht kan. 6. We weten wat er speelt en verplaatsen ons in de ander

We weten wat er speelt in de wijk en stad. Dat geldt voor de organisa e, maar ook voor het college en de gemeenteraad. Dit organiseren we ac ef. Daarbij verplaatsen we ons in de belanghebbenden en de blik van de Vlaardinger. We luisteren om te begrijpen, niet om (direct) te antwoorden. We nemen iedereen serieus. Andersom geldt dit ook: we zijn helder over de processen bij de gemeente.

7. Par cipa e is experimenteren, evalueren en leren, maar de basis komt eerst.

Par cipa e vliegen we aan vanuit de vuistregels en het stappenplan, maar er is ruimte voor maatwerk. Ieder traject is uniek en de par cipa e stemmen we daarop af. We leren van wat er al bestaat en gedaan is. Wat goed is behouden we en wat beter kan, doen we anders. Daarvoor kijken we jdens en na elk traject achterom. Hoe is dit traject beleefd door alle par jen? We durven en kunnen ons daarbij kwetsbaar opstellen. Als lerende organisa e en lerende mensen. Zo zorgen we voor een solide basis. Daarbij staan we niet s l. We durven nieuwe vormen te onderzoeken als dat past, maar de basis op orde gaat voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15125462/1