Raadsmemo Gevolgen septembercirculaire 2025
Tekst van het document
RAADSMEMO Aan
De gemeenteraad van Vlaardingen Portefeuillehouder
H.E. de Ron Onderwerp
Gevolgen septembercirculaire 2025 Datum
Registratienummer
Aantal bijlagen
11 november 2025
2043609
1
Geachte leden van de raad, Onlangs heeft u de tweede voortgangsrapportage ontvangen. Hierin zijn de financiële gevolgen van de septembercirculaire 2025 opgenomen. Via dit raadsmemo willen wij u informeren over de specifieke mutaties in het gemeentefonds die hebben geleid tot deze financiële effecten. Samenvatting Jaarlijks verschijnen meestal drie circulaires. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december is op basis van de Najaarsnota en rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De septembercirculaire is 16 september verschenen. Deze circulaire bevat onder meer informatie over tekorten 2023 en 2024 in het budget voor jeugdzorg en de actualisatie van het volume accres en LPO accres gebaseerd op de actuele raming van het Centraal Planbureau (CPB; MEV 2026). Hieronder ziet u de effecten op het begrotingssaldo van de gemeente voor de komende jaren (2025 tot en met 2029). Bedragen x (€ 1.000) Saldo effect septembercirculaire Begrotingssaldo na 2e VGR
2025
2026
2027
2028
2029
5.769
-221
-1.055
-1.008
-643
-2.838
9.166
1.480
-868
-4.057
Effecten septembercirculaire Hieronder gaan we in meer detail in op de onderdelen uit de septembercirculaire 2025. 1. Mutaties met effect op het begrotingssaldo In onderstaande tabel zijn de mutaties voor de jaren 2025 tot en met 2029 weergegeven die effect hebben op het begrotingssaldo. Tegenover deze baten staan geen directe aanpassingen op budgetten waardoor deze mutaties één op één doorwerken in het begrotingssaldo. Onder de tabel vindt u de inhoudelijke toelichtingen op de mutaties corresponderend met de letter in de laatste kolom van de tabel. Het verwerken in de begroting van deze mutaties is gebeurd in de 2e voortgangsrapportage 2025 en bijbehorende begrotingswijziging.
Om schrijving (bedragen x € 1.000)
2025
2026
Volume accres historisch Bbp LPO accres prijs Bbp Voorschot ruimte onder BCF-plafond 2025
-423
2029
Toel
-141
-278
-421
A
-424
-416
-421
B C
141 1.224
Ontw ikkeling uitkeringsbasis in septembercirculaire 2025 Wet integrale suïcidepreventie Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024
2028
1.510
Overige ontw ikkelingen uitkeringsfactor Hoeveelheidsverschillen
2027
D
11
-461
-106
433
E
-141
-141
-139
-140
F
45
47
48
50
G
1.126
H
Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp Implementatie Participatiew et in balans
202
Vervroegde Tw eede Kamer verkiezingen
200
Participatie (IU)
142
149
159
-3
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten
24
29
29
23
Register Externe Veiligheidsrisico's
2
2
144
-233
-238
-241
-246
-221
-1.055
-1.008
-643
WOZ-w aarden mutaties Aframen stelpost behoedzaamheid
112
94
98
100
87
21
6
6
J K
-4
L M N
1.195 5.769
I
O P
Toelichtingen A. Volume accres historisch Bruto binnenlands product (bbp) Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. In de septembercirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2026 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; MEV 2026). Voor de jaren 2026 tot en met 2030 is de raming neerwaarts bijgesteld. B. LPO accres historisch Bruto binnenlands product (pbbp) In de septembercirculaire 2025 is het LPO accres geactualiseerd op basis van de Macro Economische Verkenningen 2026 (CPB; MEV2026). De indexatie loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). Vooral voor 2026 en 2030 is de raming voor de prijs bbp neerwaarts bijgesteld. C. Voorschot ruimte onder BCF-plafond 2025 Het BTW-compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. In 2025 bedraagt het BCF-plafond voor gemeenten € 4,5 miljard. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een uitname. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2025 € 1.989.000 (14 punten uitkeringsfactor).
De opgenomen stelpost voor 2025 (€ 479.000) vervalt hiermee. Per saldo is dit een voordeel van € 1.510.000 voor 2025. D. Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor De uitkeringsfactor van 2026 is naar boven bijgesteld. Dit betekent een incidenteel voordeel van € 0,141 miljoen voor Vlaardingen. E. Hoeveelheidsverschillen Hoeveelheidsverschillen worden veroorzaakt door het actualiseren van de aantallen bij de verschillende maatstaven. Veel maatstaven zijn geactualiseerd bij de septembercirculaire. De grootste mutaties betreffen de maatstaven loonkostensubsidie (LKS), inwoners met een migratieachtergrond, huishoudens met laag inkomen en bijstandsontvangers. F. Ontwikkeling uitkeringsbasis Hiertegenover staat de aanpassing van de uitkeringsfactor door de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Door de groei van bijvoorbeeld het aantal inwoners neemt de uitkeringsbasis toe. Door een verlaging van de uitkeringsfactor wordt ervoor gezorgd dat niet meer algemene uitkering wordt
uitgekeerd dan beschikbaar is. Zonder uitkeringsfactor zouden alle bedragen per eenheid moeten worden verlaagd om hetzelfde effect te bereiken. Als gevolg van een landelijke stijging in aantallen bij de maatstaven en een hogere vastgestelde WOZ-waarde, daalt de uitkeringsfactor per saldo met 1 punt (Vlaardingen: -€ 140.000) in de jaren 2026-2029 en met 2 punten (Vlaardingen: -€ 284.000) in 2030. Mogelijk volgt hier nog een bijstelling in de decembercirculaire, als de maatstaf ‘huishoudens met laag inkomen met drempel’ wordt geactualiseerd. G. Wet integrale suïcidepreventie Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidespreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Hiertoe wordt vanaf 2026 structureel ongeveer € 45.000 - € 53.000 beschikbaar gesteld. H. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot een incidentele compensatie van 50% van de tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Vlaardingen ontvangt in 2025 € 3.451.000. Met dit bedrag wordt de openstaande taakstelling Jeugdzorg van € 2.325.000 voor 2025 ingevuld.
Hierdoor resteert een bedrag van € 1.126.000 wat ten gunste komt van het begrotingssaldo. I. Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP Jeugdhulp Dit betreft op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De indexering vanaf 2026 wordt nu doorgevoerd en overgeheveld naar de algemene uitkering. Het gaat om ca. € 100.000 per jaar vanaf 2026. J. Implementatie participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd, waarvan € 55,5 miljoen in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Dit is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Voor Vlaardingen gaat het om € 202.000 in 2025, € 87.000 in 2026 en € 21.000 in 2026. Daarna € 6.000 structureel. K. Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen Het kabinet stelt eenmalig € 60 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober.
Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. Voor Vlaardingen gaat het om € 255.000 in 2025. Het team burgerzaken heeft aangegeven slechts € 55.000 van dit bedrag nodig te hebben voor de verkiezingen. Dat betekent dat € 200.000 ten gunste komt van het begrotingssaldo. L. Particpatie (IU) In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Voor werknemers met een indicatie beschut werk zal een forfaitaire LKS (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Beschut Werk (IU Participatie). M. Versterking omgevingsveiligheidsdiensten De VNG, namens de gemeenten, en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zijn overeengekomen (in het bestuurlijk omgevingsberaad van 24 oktober 2024) dat bepaalde taken van het vervolg op de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) door gemeenten worden uitgevoerd. Het gaat om wettelijke taken op het terrein van de omgevingsveiligheid.
Het gaat om een bedrag van € 3,9 miljoen in 2025, € 4,9 miljoen in 2026 en in 2027 en € 3,8 miljoen in 2028. De verdeling is gebaseerd op de gemeentelijke verdeelsleutel Externe Veiligheid (gebaseerd op aantal risicobronnen en inwonersdichtheid).
N. Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) Het ministerie van IenW is met medeoverheden verantwoordelijk voor het beheer van het REV (zie ook paragraaf 3.2.8 van de decembercirculaire 2024). Gemeenten ontvangen via deze decentralisatieuitkering een bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het inregelen van de beheerwerkzaamheden voor de Kwetsbare gebouwen en locaties (KGL)- module binnen het REV. De bijdrage is bedoeld voor het inregelen en het mee uitwerken van een efficiënte beheeraanpak, waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande (basis)registraties. O. WOZ-waarden mutaties De WOZ-waarden zijn geactualiseerd op basis van de landelijke ontwikkelingen. Dit heeft in 2025 een voordelig effect (€ 134.000), maar vanaf 2026 een nadelig effect van - € 234.000 in 2026, oplopend naar - € 251.000 in 2030. P. Aframen stelpost voorzichtigheid Uit behoedzaamheid met betrekking tot de ontwikkeling van de maatstaven was een stelpost opgenomen. Na actualisatie van de maatstaven bij de septembercirculaire kan deze vervallen. 2. Mutaties zonder effect op het begrotingssaldo Onderstaande mutaties hebben geen gevolgen voor het saldo van onze meerjarenbegroting. Het betreffen budgettair neutrale wijzigingen.
Tegenover onderstaande baten worden in de 2 e voortgangsrapportage 2025 de corresponderende budgetten in de lopende begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026 – 2029 op de verschillende programma’s aangepast. Om schrijving (bedragen x € 1.000) Rijksvaccinatieprogramma Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024
2025
2026
2027
2028
2029
11
Q
2.325
Toezicht gastouderopvang
Toel R
8
10
10
9
S
Vervroegde Tw eede Kamer verkiezingen
55
Maatschappelijke opvang en OGGz (DU)
15
15
15
15
15
Vrouw enopvang (DU)
17
16
16
16
16
V
Beschermd Wonen (IU)
36
89
125
125
125
W
Spreidingsw et
51
Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Overheidsbrede Dienstverlening
T
X 3.206
2.510
U
Y
66
66
66
66
3.400
232
232
231
Z
Q. Rijksvaccinatieprogramma Per 1 januari 2025 worden er op advies van de Gezondheidsraad verschillende wijzigingen aangebracht in het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). De budgettaire impact van de wijzigingen in het vaccinatieschema van het RVP verschilt in de periode 2025 t/m 2029 per jaar. De kosten voor gemeenten stijgen in de gehele periode 2025 tot en met 2029 in totaal met € 2,3 miljoen. Dit bedrag wordt voor de hele periode in één keer in 2025 toegevoegd. Voor Vlaardingen gaat het om € 11.000 in 2025. R. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Zoals hierboven onder H aangegeven betreft dit een incidentele compensatie van 50% van de tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Dit bedrag wordt voor € 2.325.000 ingezet om de taakstelling Jeugdzorg voor 2025 in te vullen. S. Toezicht gastouderopvang De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. De nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden vanaf 1 juli 2026. De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. Deze middelen worden nu toegevoegd aan de algemene uitkering (toezicht en handhaving, training/scholing, incidentele component voor de
uitbreiding van de duur van het eerste inspectiebezoek). Het gaat om ca. € 9.000 per jaar. T. Vervroegde tweede Kamer verkiezingen Zoals hierboven onder K aangegeven is € 55.000 uit deze extra middelen nodig om de Tweede Kamer verkiezingen te bekostigen. U. Maatschappelijke Opvang en OGGz De mutatie betreft een herverdeling van middelen over de gemeenten en wordt toegevoegd aan de centrummiddelen. V. Vrouwenopvang De mutatie betreft een herverdeling van middelen over de gemeenten en wordt toegevoegd aan de centrummiddelen. W. Beschermd Wonen De mutatie betreft een volume-indexatie en wordt toegevoegd aan de centrummiddelen. X. Spreidingswet Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken (zie ook paragraaf 3.2.3 van de decembercirculaire 2024). Zij ontvangen hiervoor middelen vanuit het gemeentefonds. Voor gemeenten is er een bijdrage van in totaal € 15,3 miljoen beschikbaar. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van € 20.000. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. Y. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de SPUK CDOKE. In 2026 wordt een bedrag van ruim € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid.
Van dit bedrag wordt € 30,5 miljoen in een volgende circulaire verdeeld op basis van een nog vast te stellen verdeelsleutel. De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 tot en met 2030 maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. Voor Vlaardingen gaat het in 2026 om €3,2 miljoen. Deze decentralisatie-uitkering bestaat uit basisfinanciering en planfinanciering. Alle gemeenten ontvangen basisfinanciering voor de vergroting van hun capaciteit. Daarnaast zijn aanvullend middelen beschikbaar voor gemeenten die in 2024 of 2025 planfinanciering hebben aangevraagd. Z. Overheidsbrede dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de DU Overheidsbrede Dienstverlening (met een korting van 10%!). Via deze uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid. Hiervoor is vanaf 2026 €66.000 structureel beschikbaar. De voormalige SPUK IDO bedroeg € 73.500. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Vlaardingen,
de secretaris drs. E. Stolk
de loco burgemeester H.E. de Ron
Gemeentefonds
Septembercirculaire 2025
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 16 september 2025 Kenmerk 2025-0000554447
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
septembercirculaire gemeentefonds 2025 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2024 (2024-0000287430); septembercirculaire 2024 (2024-0000752157); decembercirculaire 2024 (2024-0000953334); meicirculaire 2025 (2025-0000332806) 16 september 2025 1 juli 2026
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
Voorwoord Voor u ligt de septembercirculaire Gemeentefonds 2025. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De septembercirculaire 2025 informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de Miljoenennota 2026 en de bijbehorende ontwerpbegroting van het gemeentefonds. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
1
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
2
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten ....................................................................................................... 6 1.1
Inleiding...................................................................................................... 6
1.2
Algemene uitkering....................................................................................... 6
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ........................................................ 7
Algemene uitkering .............................................................................................. 8 2.1
Inleiding...................................................................................................... 8
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ....................................... 8
1.
Bijstelling accres-tranches ............................................................................. 9
2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025 .................................................... 11
3.
Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten ..................................... 11
4.
Implementatie Participatiewet in balans ........................................................ 12
5.
Hervormingsagenda Jeugd .......................................................................... 12
5a. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 ........................................................ 12 5b. Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) ................................................................................................... 12
3
6.
Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 ............................. 13
7.
Toezicht gastouderopvang ........................................................................... 13
8.
Kinderopvang pleegouders .......................................................................... 13
9.
Rijksvaccinatieprogramma ........................................................................... 14
10.
Wet integrale suïcidepreventie ..................................................................... 14
11.
Indexatie Wmo demografie .......................................................................... 14
12.
Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen ....................................................... 14
13.
Kiezers buiten Nederland............................................................................. 14
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering...........................................................15
2.4
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ...........15
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................................................20 3.1
Inleiding.....................................................................................................20
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.........................20
1.
Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe ................................. 22
2.
Spreidingswet ............................................................................................ 22
3.
Pilot dakloze EU-burgers ............................................................................. 22
4.
Pilot wijkgerichte vaccinatieaanpak ............................................................... 22
5.
Voorbereiding bouw kerncentrales ................................................................ 23
6.
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten ..................................................... 23
7.
Aanpak overlast asielzoekers ....................................................................... 24
8.
Nationaal Programma Vitale regio's (NPVR) ................................................... 24
9.
Impulsbudget sociale infrastructuur .............................................................. 24
10.
Register Externe Veiligheid (REV) ................................................................. 24
11.
Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ........................................................ 25
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
3
12.
Work in NL ................................................................................................ 25
12a. Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen................................ 25 12b. Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) ............................................. 25 13.
Aanpak ondermijning zeehavens .................................................................. 25
14.
Aanpak van criminele machtsstructuren ........................................................ 25
15.
Actieagenda mkb-dienstverlening ................................................................. 26
16.
Pilot denormalisering drugs bij evenementen ................................................. 26
17.
Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)................. 26
18.
Overheidsbrede Dienstverlening ................................................................... 27
19.
Regeling heroïnebehandeling ....................................................................... 27
20.
Vrouwenopvang ......................................................................................... 27
21.
Bureau regioburgemeesters ......................................................................... 27
22.
Erfgoedregistratie ....................................................................................... 28
23.
Digitale tweeling ........................................................................................ 28
24.
Versterking arbeidsmarktregio’s ................................................................... 28
25.
Volume-indexatie 2026 Beschermd Wonen (IU) .............................................. 28
26.
Rijksbijdrage Beschut Werk (IU) ................................................................... 28
3.3.
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .............................................................................................29
3.3.1. Beschermd wonen .......................................................................................29 3.3.2. Maatschappelijke opvang..............................................................................29 3.3.3. Vrouwenopvang ..........................................................................................30 3.3.4. Aanpak laaggeletterdheid .............................................................................30 4
Overige mededelingen .........................................................................................31 4.1
Inleiding.....................................................................................................31
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen.................31
4.3
Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2026 ........................32
4.4
Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering ...............33
4.5
‘Weeffout’ Jeugdzorg....................................................................................33
4.6
Landelijke Vreemdelingen Voorziening ...........................................................33
4.7
Wegenbeheer..............................................................................................34
4.8
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ......................................................34
4.9
Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................34
4.10
Cijfers belastingcapaciteit .............................................................................35
Bijlagen...................................................................................................................36 Bijlage 2.1.1
Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ....................................37
Bijlage 2.1.2
Bedragen per eenheid 2025 per cluster ...............................................39
Bijlage 2.1.3
Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ....................................41
Bijlage 2.1.4
Bedragen per eenheid 2026 per cluster ...............................................43
Bijlage 2.2.1
Opbouw algemene uitkeringen 2025-2030 ...........................................45
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf Woonruimten .........................46 Bijlage 2.4.2 Volumina maatstaven 2025-2030 ..........................................................54
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
4
Bijlage 3.2-2 Spreidingswet .....................................................................................57 Bijlage 3.2-3 Pilot dakloze EU-burgers ......................................................................61 Bijlage 3.2-6 Versterking omgevingsveiligheidsdiensten ..............................................62 Bijlage 3.2-7 Aanpak overlast asielzoekers ................................................................70 Bijlage 3.2-8 Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) ............................................71 Bijlage 3.2-9 Impulsbudget sociale infrastructuur .......................................................72 Bijlage 3.2-12a Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen .....................75 Bijlage 3.2-17 Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ........76 Bijlage 3.2-18 Overheidsbrede Dienstverlening ..........................................................80 Bijlage 3.2-19 Regeling heroïnebehandeling...............................................................88 Bijlage 3.2-24 Versterking arbeidsmarktregio’s ..........................................................89 Bijlage 3.3.2 Maatschappelijke opvang ......................................................................90 Bijlage 3.3.4 Aanpak laaggeletterdheid .....................................................................91 Bijlage 4.3
Referentiewaarden EMU-saldo 2026 gemeenten .........................................92
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
5
1 1.1
Hoofdpunten Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Miljoenennota 2026 en de bijbehorende ontwerpbegroting van het gemeentefonds. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. 1.2
Algemene uitkering
Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. Implementatie Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar.
Er wordt € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
6
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2025 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat om de aanpassing van bestaande uitkeringen, omzetting van specifieke uitkeringen naar decentralisatie-uitkeringen en om nieuwe uitkeringen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen:
-
De decentralisatie-uitkering Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe. Voor de uitvoering van de Sociale Agenda, aangekondigd in Nij Begun, wordt € 28,2 miljoen in 2025 en € 61,7 miljoen in 2026 beschikbaar gesteld aan de gemeente Groningen. In de Sociale Agenda zijn 16 maatregelen opgenomen die in de regio door afzonderlijke partijen worden uitgevoerd.
-
De decentralisatie-uitkering Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Deze decentralisatie-uitkering vervangt de specifieke uitkering (SPUK) CDOKE. Met deze uitkering wordt in 2026 een totaalbedrag van € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid.
-
De integratie-uitkering Rijksbijdrage Beschut Werk. In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Voor werknemers met een indicatie beschut werk zal een forfaitaire LKS (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Beschut Werk (IU Participatie).
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
7
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.
Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de mutaties in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2025 tot en met 2030 ten opzichte van de meicirculaire 2025. Wijziging in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
8
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.
Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2025 (in duizenden euro's)
stand meircirculaire 2025 1) 2) 3)
algemene mutaties Bijstelling accres-tranches Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025 Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten
2025
2026
2027
2028
2029
2030
40.898.452
41.889.943
43.374.270
43.785.630
45.719.390
47.904.210
-78.420
-136.328
-144.642
-185.005
-310.361
428.279 1.450
taakmutaties 4)
cluster Participatie Implementatie Participatiewet in balans
36.325
15.204
3.561
1.000
1.000
1.000
5) 5a) 5b) 6) 7) 8)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Hervormingsagenda Jeugd Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 728.000 Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 Toezicht gastouderopvang Kinderopvang pleegouders -10.700
-23.000 23.492 1.400 -10.700
-24.000 19.196 2.200 -10.700
-22.000 19.201 2.200 -600
-22.000 18.987 1.800 -600
-22.000 18.987 1.700 -600
9) 10)
Cluster Sociale basisvoorzieningen Rijksvaccinatieprogramma Wet integrale suïcidepreventie
10.000
10.000
10.000
10.000
300 10.000
11)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Indexatie Wmo demografie
12) 13)
cluster Bestuur en ondersteuning Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen Kiezers buiten Nederland
stand deze circulaire
2.300
75.000
60.000 1.120
42.145.226
41.827.919
43.238.199
43.650.789
45.543.572
47.678.236
Toelichting algemene uitkering 1.
Bijstelling accres-tranches
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds en het provinciefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar. Conform rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief. Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet. In de Miljoenennota is het accres voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) Macro Economische Verkenning (MEV) 2026. In de onderstaande tabel zijn de actuele cijfers opgenomen.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
9
Tabel 2.2.2 Indices Indices CPB bbp MEV 2026 Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index
2026
2027
2028
2029
2030
1,91% 2,49% 4,45%
1,76% 2,53% 4,33%
1,66% 2,65% 4,35%
1,54% 2,49% 4,07%
2,17% 2,36% 4,58%
Indices CPB bbp CEP 2025 Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index
1,93% 2,74% 4,72%
1,82% 2,52% 4,39%
1,72% 2,61% 4,37%
1,61% 2,50% 4,15%
2,28% 2,50% 4,84%
Verschil (nieuw-oud) Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index
-0,02% -0,25% -0,27%
-0,06% 0,01% -0,06%
-0,06% 0,04% -0,02%
-0,07% -0,01% -0,08%
-0,11% -0,14% -0,26%
Tabel 2.2.3 bevat de grondslag en de huidige accresraming zoals opgenomen in de Miljoenennota 2026 op basis van de bbp-cijfers uit de MEV 2026. Tabel 2.2.4 bevat de accresraming zoals deze opgenomen staat in de Voorjaarsnota 2025. Tabel 2.2.5 presenteert de mutatie in de accresraming tussen Voorjaarsnota 2025 en Miljoenennota 2026. Tabel 2.2.3 Grondslag en accres Gemeentefonds Miljoenennota 2026 In miljoenen euro 2026 2027 2028 Grondslag Gemeentefonds 41.770 40.506 39.098 Accres Gemeentefonds tranche 2026 volume bbp tranche 2026 prijs bbp tranche 2027 volume bbp tranche 2027 prijs bbp tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totaal accres
2029 39.059
2030 39.012
745 990 717 1.049 706 1.145 683 1.122 1.002 1.113 9.272
798 1.060
774 1.028 745 1.089
747 992 719 1.051 707 1.148
746 991 718 1.050 707 1.147 684 1.123
1.858
3.635
5.364
7.166
Tabel 2.2.4 Accres Gemeentefonds Voorjaarsnota 2025 In miljoenen euro 2026 tranche 2026 volume bbp 791 tranche 2026 prijs bbp 1.145 tranche 2027 volume bbp tranche 2027 prijs bbp tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totaal accres 1.936
2027 781 1.131 772 1.088
2028 754 1.091 745 1.050 735 1.134
2029 753 1.090 744 1.049 734 1.133 717 1.131
3.772
5.509
7.351
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
2030 752 1.089 743 1.047 733 1.131 716 1.130 1.056 1.185 9.583
10
Tabel 2.2.5 Mutatie accres Gemeentefonds sinds Voorjaarsnota 2025 In miljoenen euro 2026 2027 tranche 2026 volume bbp 7 -8 tranche 2026 prijs bbp -85 -103 tranche 2027 volume bbp -27 tranche 2027 prijs bbp 1 tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totale mutatie -78 -136
2.
2028 -7 -99 -26 1 -27 14 -145
2029 -7 -99 -26 2 -27 14 -33 -8 -185
2030 -7 -99 -26 2 -27 14 -33 -8 -54 -71 -310
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025
Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het gemeente- en provinciefonds communicerende vaten. In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2025 tot en met 2030 opgenomen. De ruimte onder het plafond voor gemeentes is voor 2025 geraamd op € 428 miljoen. De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCF-plafond. Tabel 2.2.6 Geraamd plafond BCF (bedragen in miljoenen euro) Geraamd plafond BCF BCF Plafond totaal Plafond aandeel gemeenten VJN25 Taakmutaties Toevoeging accres sinds voorjaarsnota Plafond aandeel gemeenten MN26 Uitputting gemeenten Ruimte onder plafond gemeenten
3.
2025
2026
2027
2028
2029
2030
5.052
5.295
5.484
5.722
5.943
6.390
4.469 2
4.671 19
4.865 0
5.078 0
5.281 0
5.627 1
0
-12
-17
-20
-27
23
4.470
4.678
4.848
5.059
5.254
5.651
4.042
4.042
4.042
4.042
4.042
4.042
428
636
806
1.017
1.212
1.609
Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten
In de periode 2021 tot en met 2024 is een bedrag van € 908.000 per jaar aan de algemene uitkering onttrokken in verband met de oprichting van het landelijke kenniscentrum voor gemeenten die te maken hebben met ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (zie ook paragraaf 2.2.5 van de meicirculaire 2021).
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
11
De gemaakte kosten in de jaren 2021-2025 zijn lager dan het bedrag dat is onttrokken uit de algemene uitkering. Derhalve vindt er een afrekening plaats. Het gaat om een totaalbedrag van € 1,5 miljoen dat aan de algemene uitkering wordt toegevoegd. 4.
Implementatie Participatiewet in balans
Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar. Er wordt € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren. De middelen worden verdeeld via het cluster Participatie. 5.
Hervormingsagenda Jeugd
5a. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 5b. Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) Bij Voorjaarsnota 2025 is ten behoeve van de Hervormingsagenda jeugd een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie paragraaf 2.2.5 van de meicirculaire 2025. Zoals in de meicirculaire aangegeven vond toen nog het gesprek plaats over de verdeling van een deel van de middelen en deze zijn daarom toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten dat deze Hervormingsagenda-middelen worden ingezet via de VWS-begroting (betreft uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) en daarom worden deze middelen nu weer onttrokken aan het gemeentefonds.
Het gaat om € 23 miljoen in 2026, € 24 miljoen in 2027 en jaarlijks € 22 miljoen vanaf 2028.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
12
6.
Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023
Dit betreft op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn reeds in de meicirculaire 2023 aan de algemene uitkering toegevoegd, zie paragraaf 2.2.8 van de meicirculaire 2023. Nu worden de middelen voor de jaren 2026 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Het gaat om € 23,5 miljoen in 2026, € 19,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 19 miljoen vanaf 2029. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 7.
Toezicht gastouderopvang
De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. De nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden vanaf 1 juli 2026 (naast enkele kleinere wijzigingen die ingaan per 1 januari 2026). De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. In de Voorjaarsnota 2024 zijn hiervoor financiële middelen gereserveerd. Deze middelen worden nu toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en kunnen worden aangewend voor het aanpassen van het toezicht en handhaving in voorbereiding op de nieuwe kwaliteitseisen, bijvoorbeeld voor training/scholing van inspecteurs. Ook kunnen de middelen worden ingezet voor structurele uitbreiding van de duur van een inspectie bij een voorziening voor gastouderopvang en bij een gastouderbureau. Het gaat om € 1,4 miljoen in 2026, € 2,2 miljoen in 2027 en 2028 en daarna aflopend naar € 1,8 miljoen in 2029 en structureel € 1,7 miljoen vanaf 2030. De reeks kent een incidentele component die is bedoeld voor de uitbreiding van de duur van het eerste inspectiebezoek na invoering van de nieuwe kwaliteitseisen. De bedragen zijn tot stand gekomen in overleg tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), VNG en Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Nederland.
De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 8.
Kinderopvang pleegouders
Bij Voorjaarnota 2025 is ten behoeve van de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie paragraaf 2.2.6 van de meicirculaire 2025. Deze middelen zijn toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten deze middelen niet via het gemeentefonds voor dit doel in te zetten, maar via de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze middelen worden daarom nu weer onttrokken aan het gemeentefonds. Dit betreft een overboeking naar de VWS-begroting voor de jaren 2025 tot en met 2027 van € 10,7 miljoen per jaar en € 600.000 per jaar structureel vanaf 2028.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
13
9.
Rijksvaccinatieprogramma
Per 1 januari 2025 worden er op advies van de Gezondheidsraad verschillende wijzigingen aangebracht in het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Dit betekent dat sommige vaccinaties op een andere leeftijd aangeboden worden en dat er voor bepaalde leeftijdscohorten inhaalcampagnes nodig zijn. Deze veranderingen in het RVP schema hebben daarmee ook gevolgen voor de taken van gemeenten vanwege hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering en financiering van het RVP. De budgettaire impact van de wijzigingen in het vaccinatieschema van het RVP verschilt in de periode 2025 t/m 2029 per jaar. De kosten voor gemeenten stijgen in de gehele periode 2025 tot en met 2029 in totaal met € 2,3 miljoen. Dit bedrag wordt voor de hele periode in één keer in 2025 aan de algemene uitkering toegevoegd. Vanaf 2030 gaat het jaarlijks om € 300.000. De middelen worden verdeeld via het cluster Sociale basisvoorzieningen. 10.
Wet integrale suïcidepreventie
Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidespreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Hiertoe wordt vanaf 2026 jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar gesteld. De middelen worden verdeeld via het cluster Sociale basisvoorzieningen. 11.
Indexatie Wmo demografie
In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, is bij Voorjaarsnota 2024 vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd oplopend tot € 300 miljoen in 2029 (zie paragraaf 2.2.10 van de septembercirculaire 2024). Bij Voorjaarsnota 2025 is een extra tranche van € 75 miljoen vanaf 2030 aan de reeks toegevoegd, waarmee de structurele reeks vanaf dat jaar uitkomt op € 375 miljoen. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 12.
Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen
Het kabinet stelt eenmalig € 60 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten jaarlijks via het gemeentefonds krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning, maatstaf inwoners. 13.
Kiezers buiten Nederland
De gemeente Den Haag is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vervroegde verkiezingen voor kiezers buiten Nederland. Aan de gemeente Den Haag is daarom eenmalig € 1,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
14
29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die de gemeente Den Haag jaarlijks via het gemeentefonds krijgt voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen voor kiezers buiten Nederland. De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning, maatstaf Verkiezingen Den Haag. 2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
2.4
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
15
Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2025 is geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2025 1. Woonruimten De actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huishoudens). Deze zijn opgenomen in bijlage 2.4.1 en zullen voor uitkeringsjaren 2024 en 2025 worden toegepast. Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2025 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer. Gewicht per maatstaf De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor zijn een aantal bedragen per eenheid (bpe) voor 2025-2030 ten opzichte van de meicirculaire 2025 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bpe’s voor 2025 en 2026. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de Onroerendezaakbelasting (OZB)maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis.
De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: •
De informatie uit de tabellen 2.2.1 met betrekking tot de algemene mutaties
•
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.
•
De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina. Bijlage 2.4.2 bevat informatie over de (raming van de) volumina van de maatstaven en of deze (raming van de) volumina voor deze circulaire zijn geactualiseerd.
•
1
De belastingcapaciteit.
Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
16
Ten opzichte van de meicirculaire 2025 is de uitkeringsfactor voor het jaar 2023 ongewijzigd. De uitkeringsfactor voor uitkeringsjaar 2024 daalt ten opzichte van de meicirculaire 2024 met 1 punt van 1,418 naar 1,417. Deze daling wordt veroorzaakt door de herziene actualisatie van de maatstaf Bijstandontvangers. De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2025-2030 is vermeld in tabel 2.4.1. Tabel 2.4.1 Uitkeringsfactor 2025-2030
Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
1,486 31.170
1,490 31.017
1,534 31.086
1,577 30.524
1,623 30.870
1,675 31.217
De uitkeringsfactoren in tabel 2.4.1 zijn in lopende prijzen 2. Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het CPB zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2025 (verticale toelichting). Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.4.2 laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand meicirculaire 2025. Tabel 2.4.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2025-2030 2025 2026
2027
2028
2029
2030
stand meicirculaire 2025 mutaties deze circulaire
1,472
1,493
1,539
1,583
1,630
1,687
Volume-effect gelijkblijvend GF Effect algemene mutaties Effect taakmutaties OZB Suppletie
-0,002 0,014 0,000 0,002 0,000
-0,003 -0,002 0,000 0,002 0,000
-0,003 -0,004 0,000 0,002 0,000
-0,003 -0,005 0,000 0,002 0,000
-0,003 -0,006 0,000 0,002 0,000
-0,004 -0,010 0,000 0,002 0,000
uitkeringsfactor stand deze circulaire
1,486
1,490
1,534
1,577
1,623
1,675
De algemene uitkering wordt geïndexeerd op basis van de bbp-ontwikkeling. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. 2
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
17
De uitkeringsfactoren voor de jaren 2025 tot en met 2030 wijzigen ten opzichte van de meicirculaire 2025. Voor 2025 is er sprake van een stijging van de uitkeringsfactor ten opzichte van de meicirculaire 2025 van 14 punten. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door de verwerking van de actualisatie van de geraamde ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds (€ 428 miljoen). Voor 2026 en verder is te zien dat de uitkeringsfactor voor elk uitkeringsjaar neerwaarts wordt bijgesteld ten opzichte van de stand meicirculaire 2025. Dit is het gevolg van de neerwaartse bijstelling van de accresraming voor de betreffende jaren wat een effect heeft dat oploopt naar -10 punten in 2030. Daarnaast draagt ook de actualisatie van de prognoses van de volumina van de maatstaven voor de komende jaren bij aan de neerwaartse bijstelling van de uitkeringsfactoren. Dit effect loopt op naar -4 punten in 2030. De actualisatie van de belastingcapaciteit via de OZB-maatstaven op de uitkeringsfactor heeft een opwaarts effect op de uitkeringsfactoren van 2 punten in de gehele periode 20252030. Verwerking van de taakmutaties beïnvloedt de uitkeringsfactor zowel via de omvang van de algemene uitkering, als via de wijziging van de uitkeringsbasis als gevolg van de gewijzigde gewichten (bpe’s).
Het effect van de mutatie van de omvang van de algemene uitkering als gevolg van de taakmutaties en de wijziging van de uitkeringsbasis zijn ongeveer met elkaar in evenwicht, waardoor het gecombineerde effect op de uitkeringsfactor minimaal is. Op basis van de MEV 2026 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat in tabel 2.4.3 een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2025 en de stand van deze circulaire. Tabel 2.4.3 Bijstandsontvangers Stand meicirculaire 2025 Stand septembercirculaire 2025
2025 375.451 375.451
2026 378.588 378.634
2027 381.786 381.612
2028 386.491 385.600
2029 392.672 390.583
2030 399.581 397.892
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: •
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
•
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog.
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
18
•
Een beperkt aantal gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en den Haag) ontvangt een suppletie-uitkering vanwege het ingroeipad als gevolg van de actualisatie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang naar de maatstaf van het nieuwe verdeelmodel (zie paragraaf 2.4.2 van de septembercirculaire 2024).
•
Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie‐uitkering (zie paragraaf 2.5.2 van de meicirculaire 2022). Voor 2026 gelden de bedragen van 2025. Per 1 januari 2027 zal een volgende stap worden gezet met betrekking tot het ingroeipad, zoals aangekondigd in de brief over Vervolgtraject verdeelmodel gemeentefonds 3.
3
Kamerstukken II, 2024-2025 36 600, B, nr. 24
Septembercirculaire gemeentefonds 2025
19
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratieuitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2