CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsmemo Aanpak lage vaccinatiegraad 0-18 jarigen

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Aanpak lage vaccinatiegraad 0-18 jarigen35.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hiervoor reserveren we een bedrag van € 2.000. Nadat de website online gaat, is het belangrijk om te onderzoeken hoe de website wordt gebruikt en hoe we bezoekers nog beter kunnen voorzien van betrouwbare informatie over het Rijksvaccinatieprogramma, de infectieziekten, verwante onderwerpen en momenten waarop we vaccineren. Mogelijk komen hier nog aanbevelingen uit om de website verder te optimaliseren. Voor een onderzoekstool op de website en de daaruit volgende optimalisaties reserveren we een bedrag van € 5.000.

3.2.3 Beter beeldmateriaal Een belangrijk onderdeel van de communicatie over vaccineren is laten zien hoe dingen in z’n werk gaan. Dit kan veelal ouders, kinderen en jongeren geruststellen, maar ook zaken verduidelijken. In onze communicatie verwijzen we veel naar video’s en informatiepagina’s met fotomateriaal. Deze

Inzet stimuleringsmiddelen 2024

zullen worden herzien gezien de wijziging van de pay-off Een prik? Zo gepiept! Daarnaast hebben we door de vele onderzoeken die zijn gedaan ook nieuwe inzichten, om video’s en fotografie beter aan te laten sluiten bij de wensen en behoeften van onze klanten. Hierin zal er rekening mee worden gehouden dat onze doelgroepen zichzelf terugzien in de beelden die we gebruiken. Daarmee beogen we nog meer mensen naar onze websites met relevante informatie te trekken. Voor het maken van nieuwe video’s en foto’s is een bedrag nodig van € 20.000. De video’s en foto’s gebruiken we dan op onze vernieuwde website, folders, sociale mediakanalen etc. 3.2.4 Herzien communicatiemiddelen Zoals aangeven zien we dat de slogan Een prik? Zo gepiept! met de groeiende groep aan vaccinatietwijfelaars niet meer werkt en bij deze groep zelfs een averechts effect oproept. We zullen met de nieuwe pay-off ook onze middelen die we tijdens afspraken en vaccinatiedagen gebruiken aanpassen om een eenduidige communicatielijn te hebben van het moment van informeren tot en met vaccineren. Het gaat hierbij om banners, posters, flyers vloerstickers, bewegwijzering, dranghekhoezen, t-shirts etc. Voor de realisatie van de herziene middelen is € 68.000 nodig.

3.2.5 Herhaling en uitbreiding online marketing In 2023 hebben we met een extern online marketingbureau al twee online campagnes gedraaid, voorafgaand aan de vaccinatiedagen; in het voorjaar en najaar. Deze manier van communiceren, waarbij we vaccineren en de vaccinatiedagen voor jongeren van 12 tot 18 jaar onder de aandacht brengen, leverde goede resultaten op. Het doel was om deze jongeren bewust na te laten denken over vaccineren en te laten weten wat te doen bij twijfels over vaccineren. Daarnaast wilden we ook meer verkeer naar onze website eenprikzogepiept.nl toeleiden. Middels een online 3D cube campagne ontvingen jongeren op verschillende locaties (denk aan scholen, winkelcentra, dorpskernen en sportverenigingen) banners op hun smartphone. De banners leiden jongeren naar de agenda van de vaccinatiedagen en de pagina over hoe om te gaan met vaccinatietwijfels. Deze gerichte aanpak stemden we per gebied af op de lokale vaccinatiedagen. Deze onlinecampagne willen we in 2024 voorzetten en verder uitbreiden. Het uitbreiden zit hem met name in het vergroten van de gebieden. Ook zullen we de campagne uitbreiden naar een zogenaamde ‘outdoors campagne’ op RotterdamZuid waarbij we gebruik maken van posters langs de kant van de weg. Voor het realiseren van deze onlinecampagne voor alle gebieden is een bedrag nodig van €18.000.

3.2.6 Klanten bevragen Voor wat betreft de mensen die ons al wél weten te vinden, is van belang dat we hun ervaringen leren kennen, om ook daaruit lering te trekken voor de toekomst. Tijdens de vaccinatiedagen in Rotterdam en de regio wordt daarom een klanttevredenheidsonderzoek (KTO) gedaan. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoeksbureau CHOICE. Uit de resultaten van het onderzoek halen wij aandachtspunten van ouders, kinderen en jongeren en kunnen we onze dienstverlening blijven verbeteren. Wanneer klanten tevreden zijn over de organisatie van de vaccinatiedagen nemen zij dit mee in gesprekken met anderen. Wij hopen door deze positieve mond-tot-mond-reclame, dat klanten met twijfels positief beïnvloed worden. Daarnaast heeft een goede organisatie van de vaccinatiedagen ook een positief effect op de klanten die al deelnemen aan het RVP. Wanneer een klant een negatieve ervaring heeft, kan dit een negatief effect hebben op het vervolgcontact met het CJG. Bijvoorbeeld door niet meer deel te nemen aan het RVP voor een broertje of zusje. Om het KTO goed uit te kunnen voeren reserveren wij een bedrag van € 5.500 uit het Stimuleringsfonds.

3.3 E-mailings naar klanten Soms komen ouders niet met hun kinderen naar de vaccinatiedagen, omdat zij het simpelweg vergeten. Die mogelijkheid willen wij zoveel mogelijk reduceren. De wens is om ouders die met hun kind naar de vaccinatiedagen komen een persoonsgebonden e-mail te sturen. Enerzijds om hen erop

Inzet stimuleringsmiddelen 2024

te attenderen dat de vaccinatiedagen eraan komen. Maar ook om hen voor te bereiden en verder te informeren. Dit is een beproefde manier om de no-show te verlagen. Om de e-mailings voor de DTP-, BMR en HPV-vaccinatierondes op te zetten is € 6.000 nodig uit het Stimuleringsfonds.

3.4 Webinars- vervolg op 2023 Met de webinars over prikangst en het RVP kunnen we klanten heel laagdrempelig informeren en kunnen zij vragen stellen. Beide webinars moeten in onze zorgverlening ingebed worden. Onze professionals moeten daarom beide webinars volgen, zodat zij de inhoud kennen en er gericht naar kunnen verwijzen. Ook moet de online promotie van de webinars meegenomen worden. Wij reserveren daarvoor een bedrag van € 40.000 uit het Stimuleringsfonds.

3.5 Onderzoek MKV- vervolg op 2023 In 2023 heeft de focus van het onderzoek rond MKV zich met name gericht op kwantitatief onderzoek. In 2024 richten wij ons op de informatievoorziening aan zwangere vrouwen met betrekking tot maternale vaccinaties. Maternale vaccinaties zijn een belangrijke interventie om de zwangere zelf en de nog ongeboren baby te beschermen tegen ernstige infectieziekten. Daarnaast is het vaak de opmars naar deelname aan het RVP. Om zwangere vrouwen te helpen in hun keuze om zich wel of niet te laten vaccineren, bieden verloskundig zorgverleners en CJG Rijnmond informatie aan. Verloskundig zorgverleners zijn hierbij een belangrijke schakel tussen zwangere vrouwen en CJG Rijnmond. Onderzoek laat zien dat er verschillen zijn in wijken. Met name in Rotterdam Zuid spelen er meerdere factoren een rol, waardoor daar een lagere vaccinatiegraad is. Uit landelijk onderzoek is eerder gebleken dat men het liefst informatie krijgt van vertrouwenspersonen, zoals de verloskundigen. Wij zullen ons vanuit CJG Rijnmond daarom tevens richten op de verloskundigen in het in vaccinatiegraad achterblijvende gebied Rotterdam Zuid. Gezamenlijk zal de huidige informatievoorziening in kaart worden gebracht.

Met de inzichten vanuit het onderzoek zullen we verloskundigen concreet adviseren over de verbeteringen die kunnen worden aangebracht in de voorlichting aan de genoemde doelgroepen, in de verwachting hiermee het bereik te verbeteren. De inzichten zullen vervolgens ook breder in het Rijnmond gebied ingezet worden. Voor het verder in kaart brengen van de huidige informatievoorziening en het concretiseren van de adviezen over de aanvullende (verbeterde) informatievoorziening voor de genoemde doelgroepen reserveren wij een bedrag van € 30.000 uit het Stimuleringsfonds.

3.6 Extra rappel jongeren Met het eenmalige extra rappel is in 2023 een mooi resultaat behaald. Ook uit de cijfers van het RIVM zien we dat in ons werkgebied een relatief hoog aantal kinderen en jongeren op een later moment alsnog een vaccinatie komt halen. Dit gaan we voortzetten door alle kinderen van 4 jaar en ouder een tweede rappel te sturen in 2024. De verwachting is dat tussen de 20-27% van de kinderen/jongeren die een rappel ontvangt alsnog de vaccinatie zal komen halen. We monitoren dit aan de hand van de gegevens die wij en het RIVM verzamelen rondom de opkomst. We reserveren een bedrag van € 11.000 uit de stimuleringsgelden om de extra rappel te versturen.

3.7 Onderzoek TNO Naast inzet vanuit het basispakket en het stimuleringsfonds werken wij samen met andere partijen rondom het stimuleren van de vaccinatiebereidheid. Een voorbeeld hiervan is onze samenwerking met TNO. TNO start in 2024 een kwalitatief onderzoek met als doel nog meer inzicht te krijgen in factoren die de daling van de vaccinatiegraad onder jonger kinderen (tot 2 jaar) kunnen verklaren. Subdoelen van deze studie zijn: (a) het achterhalen van overtuigingen, zorgen, twijfels, vertrouwen en

Inzet stimuleringsmiddelen 2024

keuzeproces van ouders t.a.v. de vaccinaties van hun kind, (b) het achterhalen van de eventuele invloed van de uitbraak van COVID-19 hierop, en (c) inventariseren wat gedaan zou kunnen worden om het vertrouwen en de vaccinatiegraad te verhogen. TNO doet dit in opdracht van VWS. Het betreft een landelijk onderzoek. CJG is benaderd om deel te nemen aan dit onderzoek. Ten eerste om ouders te werven die ervoor gekozen hebben om hun kind (t/m 2 jaar) niet (geheel) volgens RVP te laten vaccineren of er nog over twijfelen. Momenteel wordt gekeken op welke CJG's geworven gaat worden. Ook zullen een viertal van onze professionals in het kader van dit onderzoek geïnterviewd worden. Naast CJG Rijnmond werken ook andere JGZorganisaties mee aan dit onderzoek. Voor dit onderdeel zijn op dit moment geen extra middelen vanuit het stimuleringsfonds nodig.

Inzet stimuleringsmiddelen 2024

3.8 Kostenoverzicht Onderstaand vindt u een overzicht van de geraamde kosten voor de activiteiten die het CJG in 2023 met eventuele doorloop in 2024 heeft ondernomen en in 2024 wil ondernemen om de vaccinatiebereidheid te stimuleren. Met de reeds in kaart gebrachte initiatieven blijft er een beschikbaar bedrag over van €129.691, waarvoor afhankelijk van voortgang en inzichten uit de genoemde actielijnen op een later moment voorstellen gedaan kunnen worden voor besteding. Doorloop vanuit 2023 Activiteit Data-analyse vaccinatiegegevens Onderzoek vaccinatiegraden Webinars Prikangst Samenwerking GGD verbeteren vaccinatiegraad Subtotaal

Bedrag 2024 24.300 16.993 11.472 25.261 37.307 115.333

Nieuwe activiteiten 2024 Activiteit Communicatie E-mailings Onderzoek MKV Webinars Extra rappel jongeren Onderzoek TNO

Begroting 293.500 6.000 30.000 40.000 11.000 PM

Doelgroep- en wijkgericht werken Subtotaal

100.000 480.500

Totaal Beschikbaar stimuleringsfonds Restant

595.833 644.524 48.691

Inzet stimuleringsmiddelen 2024

1. Colofon Tekst: RVP Kies hier locatie Datum: maart 2024 Versie: -

Inzet stimuleringsmiddelen 2024

Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022 RIVM-rapport 2023-0031

Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022

RIVM-rapport 2023-0031

RIVM-rapport 2023-0031

Colofon

© RIVM 2023 Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Het RIVM hecht veel waarde aan toegankelijkheid van zijn producten. Op dit moment is het echter nog niet mogelijk om dit document volledig toegankelijk aan te bieden. Als een onderdeel niet toegankelijk is, wordt dit vermeld. Zie ook www.rivm.nl/toegankelijkheid. DOI 10.21945/RIVM-2023-0031 E.A. van Lier (auteur), RIVM J-M. Hament (auteur), RIVM M. Knijff (auteur), RIVM M. Westra (auteur), RIVM A. Ernst (auteur), RIVM H. Giesbers (auteur), RIVM I.H. Drijfhout (auteur), RIVM T. Dorn (auteur), RIVM J.A. van Vliet (auteur), RIVM H.E. de Melker (auteur), RIVM Contact: Alies van Lier Centrum Infectieziektebestrijding alies.van.lier@rivm.nl Dit onderzoek werd verricht in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), in het kader van project 150202, Evaluatie en advisering van het Rijksvaccinatieprogramma.

Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven Nederland www.rivm.nl Pagina 2 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Publiekssamenvatting

Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022 In Nederland krijgen kinderen vaccinaties tegen twaalf besmettelijke ziekten die ernstig kunnen verlopen. Het RIVM beschrijft elk jaar het percentage kinderen dat is gevaccineerd (vaccinatiegraad). Ook beschrijft het RIVM de ontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Vaccinatiegraad De vaccinatiegraad is lager dan vorig jaar. Het RIVM maakt zich zorgen om deze daling. Een hoge vaccinatiegraad is belangrijk om mensen tegen ernstige ziekten te kunnen blijven beschermen en om uitbraken van deze ziekten te voorkomen. Het RIVM vindt het daarom belangrijk dat alle betrokken partijen uitzoeken welke maatregelen mogelijk zijn om de vaccinatiegraad zo hoog mogelijk te krijgen. Het RIVM weet niet precies hoeveel lager de vaccinatiegraad is. Dat komt doordat het sinds 1 januari 2022 de gegevens van een deel van de vaccinaties anoniem ontvangt. Dat gebeurt als mensen geen toestemming geven om hun gegevens met het RIVM te delen. Anonieme vaccinaties kunnen niet worden meegeteld voor de vaccinatiegraad, waardoor deze lager wordt gerapporteerd dan hij daadwerkelijk is. Het aantal vaccinaties dat niet kan worden meegeteld, is nu nog vrij klein. Een groot deel van de kinderen heeft namelijk al vóór 2022 de RVP-vaccinaties gehad.

Ontwikkelingen 2022 Door de coronamaatregelen kregen minder mensen een ziekte waartegen het RVP beschermt dan voor de coronapandemie. In 2022 is dat effect nog steeds te zien. Nieuw in het RVP is dat sinds 2022 ook jongens tegen HPV worden gevaccineerd en dat de leeftijd voor de HPV-vaccinatie is verlaagd van 13 naar 10 jaar. Verder is er een HPV-inhaalcampagne gestart voor degenen die deze vaccinatie eerder niet kregen aangeboden of hebben gehaald. Op advies van de Gezondheidsraad krijgt iedereen die voor de HPV-vaccinatie in aanmerking komt vanaf september 2022 nog maar 2 in plaats van 3 vaccinaties. In het voorjaar van 2022 bleek dat minder tieners een vaccinatie halen, zoals voor BMR en HPV. Een peiling van het RIVM liet zien dat iets meer ouders van jonge kinderen in 2022 negatiever denken over vaccineren dan in 2013; de meesten zijn er nog steeds positief over. Kernwoorden: RVP, vaccinaties, vaccins, vaccinatiegraad, JGZ, infectieziektebestrijding, preventie

Pagina 3 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

100 90

Vaccinatiegraad (%)

80

88,0

89,6

87,3

89,0

88,2 87,6

90,0

89,4

89,4

90,0

88,8

88,3

84,2 83,6

89,1 88,7

85,0

85,1

82,5

82,7

70

81,3 80,3 63,6

60

58,5

50 40 30 20 10 0

DKTP

Hib

Hep B

Pneu

BMR

zuigelingen (cohort 2020)

Men volledig ACWY *

DKTP

DTP

BMR

kleuters schoolkinderen (cohort (cohort 2012) 2017)

HPV ♀

Men ACWY

adolescenten (cohort 2008/2007)

Betekenis afkortingen: D(K)TP = difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Hib = Haemophilus influenzae type b-ziekte, Hep B = hepatitis B, Pneu = pneumokokkenziekte, BMR = bof, mazelen, rodehond, MenACWY = meningokokken ACWY-ziekte, HPV = humaan papillomavirus infectie. * volledig = alle RVP-vaccinaties volgens schema ontvangen op tweejarige leeftijd.

Figuur P1 Vaccinatiegraad (%) per vaccinatie en geboortecohort (op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties, exclusief anonieme vaccinaties); vastgesteld op leeftijd twee jaar (zuigelingen), vijf jaar (kleuters), tien jaar (schoolkinderen), veertien jaar (adolescente meisjes) en vijftien jaar (adolescenten); in grijs: inclusief vaccinaties die later zijn gegeven

Pagina 4 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Synopsis

Vaccination coverage and annual report of the National Immunisation Programme in the Netherlands, 2022 In the Netherlands, children receive vaccinations against 12 infectious diseases that can be serious. Each year, RIVM describes the percentage of children who have been vaccinated (vaccination coverage). RIVM also describes the developments within the National Immunisation Programme (NIP). Vaccination coverage The vaccination coverage is lower than last year. RIVM is concerned about this decrease. A high coverage is important to continue to protect people against serious diseases and to prevent outbreaks of these diseases. RIVM therefore considers it important that all parties involved find out which measures can be taken to get the coverage as high as possible. RIVM does not know exactly how much lower the vaccination coverage is. That is because data on some of the vaccinations are being anonymised with effect from 1 January 2022. This happens when people do not give permission to share their data with RIVM. Anonymous vaccinations cannot be counted towards the vaccination coverage, so the coverage is reported to be lower than it actually is. The number of vaccinations that cannot be counted is still quite small. A large proportion of the children have already had the NIP vaccinations before 2022.

Developments in 2022 Due to the coronavirus measures, fewer people contracted a disease against which the NIP protects than before the coronavirus pandemic. That effect persisted into 2022. New developments in the NIP as of 2022 are that boys will also be vaccinated against HPV and that the age for the HPV vaccination has been lowered from 13 to 10. Furthermore, an HPV catch-up campaign has been launched for those who have not previously been invited for this vaccination or who missed out. On the advice of the Health Council of the Netherlands, everyone who is eligible for HPV vaccination will receive only two instead of three vaccinations from September 2022. In the spring of 2022, it turned out that fewer teenagers got vaccinated against for example MMR and HPV. A survey by RIVM showed that slightly more parents of young children think more negatively about vaccination in 2022 than in 2013. Most are still positive about it. Keywords: NIP, vaccinations, vaccines, vaccination coverage, youth healthcare services, infectious disease control, prevention

Pagina 5 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

100 90

Vaccination coverage (%)

80

88.0

89.6

87.3

89.0

88.2 87.6

90.0

89.4

89.4

90.0

88.8

88.3

84.2 83.6

89.1 88.7

85.0

85.1

82.5

82.7

70

81.3 80.3 63.6

60

58.5

50 40 30 20 10 0

DTaPIPV

Hib

HBV

PCV

MMR

newborns (born in 2020)

Men ACWY

full *

DTaPIPV

DT-IPV

MMR

toddlers schoolchildren (born in (born in 2012) 2017)

HPV ♀

Men ACWY

adolescents (born in 2008/2007)

Meaning abbreviations: DT(aP)-IPV = diphtheria, tetanus, pertussis, poliomyelitis, Hib = Haemophilus influenzae type b disease, HBV = hepatitis B, PCV = pneumococcal disease, MMR = mumps, measles, rubella, MenACWY = meningococcal ACWY disease, HPV = human papillomavirus infection. * full = all NIP vaccinations received according to schedule at 2 years of age.

Figure P1 Vaccination coverage (%) per vaccination and birth cohort (based on individual registered vaccinations, excluding anonymous vaccinations); determined at 2 years of age (newborns), 5 years of age (toddlers), 10 years of age (schoolchildren), 14 years of age (adolescent girls) and 15 years of age (adolescents); in grey: including vaccinations given later

Pagina 6 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3

Inleiding — 9 Algemeen — 9 Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) — 9 Het Rijksvaccinatieprogramma in 2022 in kengetallen — 10

2 2.1

Ontwikkelingen in 2022 — 11 Resultaten RVP-peiling: hoe denken ouders over vaccineren — 16

3 3.1 3.2 3.2.1 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.5

Vaccinatiegraad — 21 Algemeen — 21 Methoden — 21 Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) — 24 Overzicht van de vaccinatiegraad — 27 Vaccinatiegraad op landelijk niveau — 27 Vaccinatiegraad op regionaal niveau — 32 Vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden — 36 Voorlopige deelnamecijfers — 37 Conclusies — 38

4

Verantwoording — 43

5

Literatuur — 45 Bijlage 1 Toelichting methode geschatte deelname maternale kinkhoestvaccinatie — 49 Bijlage 2 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1970-1994 — 50 Bijlage 3 Ontwikkeling landelijke vaccinatiegraad 2021-2023 — 51 Bijlage 4 Vaccinatiegraad naar GGD-regio, verslagjaar 2023 (exclusief anonieme vaccinaties) — 53 Bijlage 5 Vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens naar GGD-regio, verslagjaar 2023 (exclusief anonieme vaccinaties) — 61

Pagina 7 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Pagina 8 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

1

Inleiding

1.1

Algemeen Het RIVM beschrijft jaarlijks het percentage kinderen dat binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is gevaccineerd (vaccinatiegraad) (hoofdstuk 3). Allereerst wordt aandacht besteed aan ontwikkelingen binnen het RVP in het afgelopen jaar om de vaccinatiegraad te kunnen duiden (hoofdstuk 2). Voor meer diepgaande, inhoudelijke informatie over ontwikkelingen rond RVP-ziekten en (kandidaat)vaccins verwijzen we naar het jaarlijkse rapport: ‘The National Immunisation Programme in the Netherlands: surveillance and developments’. Daarvan is het rapport over de periode 2021-2022 de meest recente uitgave: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2022-0042.pdf [1].

1.2

Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) Het RVP is een collectief preventieprogramma dat de overheid sinds 1957 aanbiedt. De hoofddoelstelling van het programma is het met vaccinatie voorkomen van ziekte, complicaties en sterfte door infectieziekten. Het RIVM heeft tot taak om namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de landelijke aansturing en begeleiding van het RVP uit te voeren en de regionale uitvoering te coördineren. Het RVP wordt uitgevoerd binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Het collectieve programma werkt op twee niveaus: in de eerste plaats biedt het individuele bescherming en in de tweede plaats groepsbescherming. Zo worden epidemieën voorkomen en worden kinderen die te jong zijn voor vaccinatie of anderszins kwetsbaren die niet gevaccineerd kunnen worden, beschermd. Voor groepsbescherming is een voldoende hoge vaccinatiegraad een noodzaak. Binnen het RVP worden kinderen momenteel tegen de volgende infectieziekten gevaccineerd: difterie, kinkhoest (ook voor zwangeren), tetanus, poliomyelitis, Haemophilus influenzae type b-ziekte, hepatitis B, bof, mazelen, rodehond, meningokokkenziekte, pneumokokkenziekte en een aanhoudende infectie met het humaan papillomavirus dat verschillende kankertypes kan veroorzaken (Figuur 1).

Bron: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/vaccinaties/vaccinatieschema

Figuur 1 Vaccinatieschema Rijksvaccinatieprogramma

Pagina 9 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Dit vaccinatieschema geldt vanaf 2022. Sinds 2022 worden jongens en meisjes voor de HPV-vaccinatie uitgenodigd in het jaar dat ze 10 jaar worden. Ook vindt er een HPV-inhaalcampagne plaats binnen het RVP voor jongeren t/m 18 jaar (2022/2023) en buiten het RVP voor 19-27jarigen (2023). Deelnamecijfers over COVID-19-vaccinatie - formeel ook onderdeel RVP - zijn hier terug te vinden [2]. 1.3

Het Rijksvaccinatieprogramma in 2022 in kengetallen De totale uitvoeringskosten van het RVP (vaccinkosten, organisatiekosten JGZ en Dienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma’s (DVP) samen) bedroegen in 2022 naar schatting 84 miljoen euro. Dit is exclusief het bedrag dat het ministerie van VWS rechtstreeks naar het Gemeentefonds overhevelt voor de uitvoering (in 2020 geraamd op 32 miljoen euro). In 2022 voerden 45 gecontracteerde JGZ-organisaties (3 organisaties op de BES-eilanden) het RVP uit. In Tabel 1 staat het voorlopig aantal gevallen van door het RVP te voorkomen ziekten op basis van de meldingen in het kader van de Wet publieke gezondheid. Voor verdere analyse van deze gegevens verwijzen we naar het jaarlijkse rapport: ‘The National Immunisation Programme in the Netherlands: surveillance and developments’ [1]. De aantallen in deze tabel kunnen iets afwijken van het bovengenoemde rapport. Ten eerste doordat het aantal aangiften onderhevig is aan verandering, omdat ziektegevallen later kunnen worden gemeld of na aanvullend onderzoek worden ingetrokken. Ten tweede doordat bij nadere epidemiologische analyse meestal correcties worden toegepast, zoals voor eerste ziektedag of dubbelingen. Tot slot worden aanvullende gegevens meegenomen zoals die van het referentielaboratorium voor bacteriële meningitis.

Tabel 1 Aantal wettelijke meldingen van RVP-ziekten en aantal geregistreerde gevallen van baarmoederhalskanker in Nederland 2018-2022, voorlopige cijfersa

RVP-ziekten Baarmoederhalskankerb Bof Difterie Hepatitis B acuut Invasieve Hib-ziekte Invasieve meningokokkenziektec Invasieve pneumokokkenziekted Kinkhoest Mazelen Poliomyelitis Rodehond Tetanus

2018 844 73 1 105 40 203 69 4.782 24 0 0 1

2019 2020e 2021e 2022e 906 804 948 940 131 64 1 7 1 3 0 7 106 96 74 76 38 69 67 58 157 65 33 82 65 45 687 1.420 6.305 1.208 78 132 83 2 0 6 0 0 0 1 0 0 0 0 0 2 0 2

De toewijzing van een ziektegeval aan een specifiek jaar is gebaseerd op de eerste ziektedag of, indien onbekend, de diagnose- of aangiftedatum. Deze tabel komt uit het Nederlandse aangiftesysteem Osiris (selectiedatum 10-3-2023). Het aantal aangiften is onderhevig aan verandering, aangezien ziektegevallen later kunnen worden gemeld of na aanvullend onderzoek worden ingetrokken [1]. b Niet meldingsplichtig in het kader van de Wet publieke gezondheid; bron: Nederlandse Kankerregistratie (www.cijfersoverkanker.nl); 2021/2022: voorlopig cijfer (28-03-2023). c De tijdelijke toename betreft vooral meningokokkenziekte W (2015: 9 gevallen, 2016: 50 gevallen, 2017: 80 gevallen, 2018: 103 gevallen, 2019: 62 gevallen, 2020: 12 gevallen, 2021: 4 gevallen, 2022: 2 gevallen). d Bij kinderen die vanaf 2006 zijn geboren; per 1-4-2021 ook meldingsplichtig ≥60 jaar. e De COVID-19-pandemie beïnvloedt de cijfers over 2020-2022. a

Pagina 10 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

2

Ontwikkelingen in 2022

Introductie Het afgelopen jaar stond in het teken van grote maatschappelijke en internationale ontwikkelingen, zoals het herstel van de samenleving na de COVID-19-pandemie en het evalueren van de aanpak en gevolgen van deze crisis. De inval van Rusland in Oekraïne in februari 2022 had en heeft tot op de dag van vandaag een grote invloed op de humanitaire stabiliteit in Europa. Daarnaast werd Nederland in de zomer geconfronteerd met het feit dat de opvangcapaciteit voor migranten ontoereikend was. Indirect hebben dergelijke grote maatschappelijke ontwikkelingen ook effect op het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). In april 2022 signaleerde de WHO dat het mazelenvirus bezig is met een zorgwekkende opmars (zie nieuwsbericht). In veel landen werden mazelenvaccinaties opgeschort vanwege de COVID-19-pandemie. In de eerste twee maanden van 2022 steeg het aantal gerapporteerde mazelen gevallen wereldwijd met maar liefst 79%. In januari en februari 2022 werden bijna 17.338 gevallen van mazelen gemeld, vergeleken met 9.665 gevallen in de eerste twee maanden van 2021. Volgens deskundigen werden de risico’s op een omvangrijke uitbraak groter nu landen hun maatregelen tegen het coronavirus sterk hadden afgeschaald of opgeheven. Deze maatregelen remden nogal wat uitbraken van infectieziekten, zoals aanvankelijk ook influenza (griep) en kinkhoest.

Daarbij kwam dat wereldwijd miljoenen mensen ontheemd waren geraakt door conflicten, oorlogen en milieucrises. De WHO schatte in dat ruim 73 miljoen kinderen risico liepen op mazelen doordat ze hun vaccinaties niet konden krijgen. In Europa begon in februari 2022 de oorlog in Oekraïne door de inval van Rusland. Hierdoor kwam een grote vluchtelingenstroom op gang. Ook in Nederland werden vanaf dat moment veel mensen uit Oekraïne opgevangen. Infectieziekten zoals mazelen kwamen voor de uitbraak van de oorlog al veelvuldig in Oekraïne voor door een lage vaccinatiegraad. Om deze reden werd er binnen het RIVM een Outbreak Management Team (OMT) opgezet en werd samen met de JGZ gekeken hoe deze tienduizenden vluchtelingen het beste konden worden bereikt om ontbrekende vaccinaties na aankomst in Nederland te kunnen aanbieden. Voor de zomer van 2022 kregen we signalen vanuit de JGZ dat de deelname aan de HPV-vaccinatie, maar ook andere tienervaccinaties, achterbleven. Om de achterliggende oorzaken hiervan te kunnen duiden, werd begin juli een webinar voor JGZ-professionals gehouden. Zij gaven aan dat er diverse argumenten van ouders in de spreekkamer werden gehoord. Ouders gaven onder meer aan dat zij de uitnodigingsbrieven van RIVM/JGZ niet duidelijk vonden; zij vonden het moeilijk om uit de informatie op te maken waar en wanneer hun kind de vaccinatie kon halen.

Ook leek er verwarring over de RVP-uitnodigingen; de enveloppen leken erg op de uitnodigingen van de COVID-19-vaccinaties die vanaf halverwege 2021 ook voor 12- tot 18-jarigen en in het voorjaar van 2022 ook voor 5- tot 12-jarigen werden verstuurd. Pagina 11 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Hierdoor bleken ouders uitnodigingen voor RVP-vaccinaties ongeopend te hebben weggegooid. Ook gaven ouders terug dat zij vonden dat er veel vaccinaties nodig waren. Hierdoor werd een keuze gemaakt om niet alle vaccinaties te halen en sommige vaccinaties uit te stellen. Daarnaast waren ouders bij de COVID-19-vaccinatie gewend geraakt aan het gegeven dat je ad hoc terechtkunt of zelf een afspraak kunt maken die jou uitkomt qua dag, tijdstip en locatie. Dat is bij RVPvaccinaties niet zo ingeregeld. Tot slot gaf de JGZ aan dat er in het algemeen meer wantrouwen leek te zijn rond het thema (COVID-19-) vaccinaties en richting de overheid; sommige ouders waren volgens de JGZ bang dat hun kinderen tijdens een RVP-vaccinatiesessie ongewild ook een COVID-19-vaccinatie zouden krijgen. In navolging op de zorgelijke geluiden uit de praktijk, besloot het RIVM in juli 2022 een peiling onder ouders te doen naar hun vaccinatiebereidheid en hun mening over het RVP (zie paragraaf 2.1). Vanwege de dalende opkomst bij RVP-vaccinaties op basis van voorlopige cijfers, het WHO-rapport over de gevaren van mazelenuitbraak, de verontrustende signalen vanuit de JGZ en de vluchtelingeninstroom uit een risicoland voor mazelen, besloot het RIVM een inhaalmogelijkheid voor de BMR-vaccinatie te organiseren.

Ouders van kinderen, geboren vanaf 1-12-2018, die nog geen BMR hadden gekregen bij de leeftijd vanaf ongeveer 2 jaar, ontvingen een reminder om deze alsnog te gaan halen. De opkomst op deze extra oproep bleek teleurstellend; slechts 229 kinderen (0,9% van de uitgenodigde kinderen) kregen in de periode van juni tot en met oktober 2022 de BMR-vaccinatie. In november 2022 verscheen het derde Europese ‘State of Vaccine Confidence in the EU’-rapport, uitgevoerd door ‘The Vaccine Confidence Project’ in opdracht van de EU, waarin het onderzoek naar het vertrouwen in vaccineren onder de 27 lidstaten werd gepresenteerd. Eerdere rapportages waren uitgevoerd in 2018 en 2020. De conclusie luidde dat ondanks grote regionale verschillen, het gemiddelde vertrouwen in de veiligheid, effectiviteit en het belang van vaccinaties was gedaald ten opzichte van 2020, maar gelijk was gebleven ten opzichte van 2018. Voor Nederland was er over het algemeen een sterkere daling in het vertrouwen in vaccinaties te zien dan in veel andere landen. Vooral voor de BMR- en HPV- vaccinatie lag het vertrouwen lager dan in 2018. Dit is in lijn met de peiling die het RIVM heeft uitgevoerd (paragraaf 2.1).

Ook werd geconstateerd dat er bij gemiddeld alle lidstaten sprake was van een zogenaamd ‘Vaccine Confidence Gap’ wat betreft leeftijd; mensen uit de leeftijd van 18 tot 34 jaar lieten een verminderd vertrouwen zien vergeleken met oudere onderzoekdeelnemers. In het najaar van 2022 leek er op basis van voorlopige cijfers en signalen vanuit de JGZ sprake van een inhaaleffect in de deelname voor de tienervaccinaties. Maar vanwege de informed consent (zie uitleg hieronder) was dit niet met zekerheid vast te stellen.

Pagina 12 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Informed consent In het dossier van de JGZ kon vanaf 1 januari 2022 worden gestart met de registratie van de toestemming van ouders en tieners vanaf 12 jaar om hun vaccinatiegegevens met persoonsgegevens met het RIVM te delen. In het kader van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) was het informeren naar deze toestemming al eerder gebruikelijk in de praktijk van de JGZ, maar was de mogelijkheid om dit vast te leggen in de medische dossiers nog niet gerealiseerd. Als deze toestemming geweigerd wordt of niet kan worden geregistreerd, bijvoorbeeld in het geval van afwezigheid van een ouder, komen de vaccinatiegegevens anoniem door (gemiddeld 5% van alle vaccinaties in 2022, zie paragraaf 3.2.1). Van deze anonieme vaccinaties is meestal niet te zeggen op welke leeftijd deze zijn toegediend, omdat de meeste vaccins op verschillende leeftijden geïndiceerd zijn. Voor het vaststellen van een nauwkeurige vaccinatiegraad naar geboortejaar, geslacht en regio/gemeente heeft deze registratiewijze nadelige effecten; een precieze bepaling is niet meer te maken.

Omdat deze informatie behalve voor de bepaling van vaccinatiegraad ook voor het beoordelen van vaccineffectiviteit en veiligheid nodig is, betekent dit dat de wettelijke taak van het RIVM om de effectiviteit en veiligheid van het RVP te monitoren, en hiermee de infectieziektebestrijding te borgen, niet naar behoren kan worden uitgevoerd. Bij een daling in de opkomst, zoals in 2022 en vooral toekomstige jaren, is het niet mogelijk te duiden welk aandeel komt door deze nieuwe registratiewijze en wat de werkelijke deelnamedaling is. Het ministerie van VWS heeft in 2022 een conceptwetsvoorstel voorbereid dat een wettelijke grondslag creëert voor gegevensverwerking. Hierdoor zou onder meer de gegevensuitwisseling tussen de JGZ-organisaties en het RIVM in het kader van het RVP in de toekomst beter geborgd moeten zijn. HPV-vaccinatie Voor de HPV-vaccinatie zijn in 2022 binnen het RVP twee grote wijzigingen ingevoerd. Vanaf 1 januari 2022 worden ook jongens standaard uitgenodigd voor de HPV-vaccinatie. Voorheen werden alleen meisjes tegen HPV gevaccineerd. Daarnaast veranderde de standaardleeftijd waarop de HPV-vaccinatie wordt aangeboden van 13 jaar naar het jaar waarin het kind 10 jaar wordt. Naast deze twee permanente wijzigingen, is er tevens een inhaalcampagne voor alle kinderen van 10 tot en met 18 jaar gerealiseerd.

Deze grootschalige inhaalcampagne is verdeeld over 2022 en 2023. Dit rapport beschrijft de eerste opkomstcijfers van deze HPV-campagne voor jongens en meisjes t/m 18 jaar (zie paragraaf 3.4). In aanvulling hierop is in 2022 een eenmalige campagne voorbereid om de 19- tot 27-jarigen (geboortejaren 1996 t/m 2003) de HPV-vaccinatie aan te bieden in 2023. Tot slot volgde er in de zomer een Gezondheidsraadadvies om de vaccinatieserie voor jongeren vanaf 15 jaar voor een volledige bescherming met een dosis terug te brengen van 3 naar 2 vaccinaties. Dit advies is overgenomen door de staatssecretaris en is vanaf september 2022 doorgevoerd. Vanwege deze inhaalcampagne is de publiekscommunicatie grondig herzien. Om tot weloverwogen keuzes te komen, is ter voorbereiding een Pagina 13 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Communicatie Activatie Strategie Instrument (CASI) als methode gebruikt. Dit met het doel om bouwstenen aan te leveren voor communicatiemiddelen. Dit traject leverde veel inzichten op, onder meer dat de kennis over HPV bij mensen over het algemeen laag is. Ook werd duidelijk dat veel ouders van jonge kinderen, zeker die van de nieuwe doelgroep van 10 jaar oud, graag de informatie halen uit de reguliere communicatie-materialen, zoals de brief en de folder. Voor tieners gold dat zij hun informatie vooral zelfstandig opzochten via social media. Bij tieners bleek het gesprek met ouders van grote invloed op de intentie om wel of niet te vaccineren. Uitstelgedrag bleek bij zowel ouders als jongeren veel voor te komen. Veel ouders vonden hun kind te jong voor de vaccinatie tegen een virus met een associatie met seksueel gedrag. Uitstelgedrag bij jongeren werd toegeschreven aan het feit dat ze vaak niet bezig zijn met vaccinaties en/of ziekte. Gedurende dit CASI-traject werd ook veel overlegd met externe experts en stakeholders, waaronder KWF en de Taskforce HPV. Door dit uitvoerige voortraject werd het duidelijk dat de meest urgente boodschap is dat HPV een virus is dat diverse soorten kanker kan veroorzaken en dat de kennis hierover nog nooit eerder zo duidelijk was gedeeld. Zo ontstond de slogan voor de campagne; ‘Met 1 vaccin beschermd tegen 6 soorten kanker’.

Deze slogan was de basis voor een diversiteit aan campagnematerialen en de toolkit met communicatiematerialen, die de JGZ kon inzetten voor hun eigen regionale HPV-campagnes.

Figuur 2 Afbeelding publiekscommunicatie HPV

Hiernaast werd in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI) een al bestaand lespakket doorontwikkeld voor het voortgezet onderwijs, voor het geven van onderwijs over vaccineren, afweer en HPV. Voor het basisonderwijs werd een geheel nieuw lespakket samengesteld. Zie: https://www.nibi.nl/pagina/leren-over-vaccineren. Zoals al beschreven, merkten ouders de folder en uitnodigingsbrief als belangrijkste communicatiemiddel aan. Uit onderzoek door de vier grote steden (G4) in 2021 bleek - net als uit eerder onderzoek [3, 4] - dat de deelname aan de HPV-vaccinatie beduidend lager is bij meisjes van wie tenminste één ouder een migratieachtergrond heeft. Daarom werd

Pagina 14 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

besloten om de uitnodigingsbrieven en folders te voorzien van QR-codes die linken naar diverse vertalingen. In januari zijn de uitnodigingen voor de eerste HPV-vaccinaties verstuurd van de geboortecohorten 2012, 2009, 2008, 2006 en 2004, die in 2022 stonden gepland. De ‘matdatum’ viel helaas nagenoeg gelijk met de uitnodigingen die voor de COVID-19-vaccinatie aan de doelgroep 5- tot 12-jarigen werden verstuurd. Gezien de pandemie, liet de planning van de COVID-19-vaccinatie geen uitstel toe. Uitstel van de lang voorbereide HPV-campagne zou ook leiden tot problemen in de planningen van de vele uitvoerders. De geplande kick-off-pr-activiteiten werden daarom uitgesteld tot de ‘HPV Awareness Day 2022’ op 4 maart 2022. Besluiten over toekomstige wijzigingen RVP De rotavirusvaccinatie wordt op het advies van de Gezondheidsraad in 2021 [5] en het hieropvolgende besluit van de staatssecretaris (september 2022) in 2024 toegevoegd aan het RVP. Op 7 september 2022 heeft de Gezondheidsraad het advies ‘Evaluatie schema Rijksvaccinatieprogramma’ uitgebracht [6]. In dit advies staan vier aanpassingen van het RVP beschreven. Deze wijzigingen staan in onderstaand schema gevisualiseerd.

Het RIVM heeft een verkenning uitgevoerd in afstemming met de uitvoerende JGZ-organisaties en de koepelorganisaties GGD GHOR Nederland en Actiz om te onderzoeken hoe deze wijzigingen in de praktijk kunnen worden ingevoerd en wat hiervoor nodig is.

Figuur 3 Door de Gezondheidsraad voorgestelde wijzigingen ten opzichte van het huidige RVP (bron: advies ‘Evaluatie schema Rijksvaccinatieprogramma’)

De Gezondheidsraad publiceerde op 12 oktober 2022 een update van het advies over vaccinatie tegen meningokokken B-ziekte [7]. De raad stelt dat het aantal ziektegevallen relatief laag is, dat vaccinatie niet tot groepsbescherming leidt, dat de kosteneffectiviteit zeer ongunstig is en dat de vaccinatie relatief veel tijdelijke bijwerkingen geeft die leiden tot ziekenhuisopname en medisch handelen. De raad adviseert daarom om vaccinatie tegen meningokokken B-ziekte vooralsnog niet in het RVP op te nemen. Pagina 15 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Ontwikkelingen RVP Caribisch Nederland De maternale kinkhoestvaccinatie is in oktober 2021 ook ingevoerd op Bonaire (op Saba al in mei 2020). Op de lokale situatie aangepaste informatiematerialen zijn samen met het RIVM vormgegeven en in het Spaans, Papiaments en Engels vertaald. Vanaf 2022 is voor alle kinderen die geboren zijn vanaf 1 januari 2021 het BMR-vaccin vervangen door het BMR-V-vaccin, De ‘V’ staat voor de varicellazosterviruscomponent die is toegevoegd aan het BMR-vaccin. Dit virus veroorzaakt waterpokken (varicella) en gordelroos (reactivatie van het virus nadat je eerder waterpokken hebt doorgemaakt). De Gezondheidsraad besloot dit vaccin niet beschikbaar te maken voor alle Nederlandse kinderen, omdat ruim 95% van de kinderen waterpokken doormaakt. Hierdoor is bijna iedereen in Nederland goed beschermd tegen waterpokken op latere leeftijd, waarbij de kans op ernstige complicaties groter is. Op de eilanden maken minder kinderen een waterpokkeninfectie door, waardoor vaccinatie een goed alternatief is om complicaties later te voorkomen. Tot slot is vanaf juni 2022 op Bonaire en vanaf november 2022 op Sint Eustatius de meningokokken ACWY-vaccinatie voor 14-jarigen toegevoegd met een eenmalige inhaalcampagne voor 15- tot en 18jarigen. Op Saba is hiermee eind 2019 al begonnen. Ook is op Saba in 2022 gestart met een HPV-inhaalcampagne voor jongens van 9-18 jaar.

Landelijke scholing Op donderdag 6 oktober 2022 hield het RIVM opnieuw de VastePrik-dag - de jaarlijkse scholingsdag over het RVP - nadat deze 2 jaar lang door COVID-19 niet mogelijk was. Er werden sessies verzorgd over verschillende aspecten van vaccinatieaarzeling en manieren om de opkomst voor vaccinaties te verhogen. Ook werd er een bijscholing verzorgd over vaccinaties op maat, en een workshop over het opstellen van aangepaste vaccinatieschema’s. Zie de terugblik VastePrik-dag 2022. Daarnaast kwam in 2022 de nascholingsvideo ‘Hoe voer ik een goed gesprek over vaccinatie’ beschikbaar. Op basis van wetenschappelijk onderzoek geeft hoogleraar Hedwig te Molder (VU Amsterdam) hierin concrete adviezen en tips voor betere gesprekken over vaccinatie. De video is door iedereen gratis te bekijken via de website van MedischeScholing. Zorgprofessionals met een BIG-registratie kunnen accreditatiepunten krijgen. 2.1

Resultaten RVP-peiling: hoe denken ouders over vaccineren De vaccinatiegraad van het RVP laat sinds rapportagejaar 2015 een dalende trend zien. Tussen rapportagejaar 2020-2021 was er een korte opleving voor de meeste vaccinaties, maar tijdens de COVID-19pandemie bleef deelname aan het RVP weer iets achter [8]. Ook de huidige cijfers (hoofdstuk 3) lijken wat lager te zijn dan die van vorig jaar. De precieze duiding van de huidige cijfers wordt echter belemmerd door de invoering van het informed consent (toestemming voor gegevensuitwisseling tussen JGZ en RIVM). Het RIVM heeft in de zomer van 2022 een peiling onder ouders gehouden om inzicht te verkrijgen in hun mening over het huidige RVP en mogelijke uitbreidingen daarvan. Pagina 16 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Daarnaast is onderzocht of ouders in 2022 anders over vaccineren dachten dan ouders in 2013. Hieronder volgt een korte beschrijving van de methode en resultaten. Meer informatie is terug te vinden in een preprint die binnenkort wordt gepubliceerd. In 2022 heeft onderzoeksbureau Flycatcher, namens het RIVM, twee onderzoeksgroepen benaderd om een online vragenlijst over vaccineren in te vullen: ouders met een kind jonger dan 3,5 jaar (jong kind) en ouders met een kind in de leeftijd van 9 tot en met 14 jaar (ouder kind). In de vragenlijst kwamen allerlei stellingen over vaccineren aan bod. Deze stellingen zijn gemeten op een 7-punts Likertschaal (‘zeer oneens’, ‘oneens’, ‘een beetje oneens’, ‘neutraal’, ‘een beetje eens’, ‘eens’ of ‘zeer eens’). Ze gingen over verschillende psychosociale kenmerken van ouders’ perceptie jegens vaccineren: intentie en houding ten opzichte van vaccineren, overtuigingen over vaccinaties en infectieziekten, vertrouwen in vaccineren en vanzelfsprekendheid van vaccineren. Daarnaast is ouders gevraagd in hoeverre hun kind aan het RVP deelneemt (‘ja’, ‘nee’, of ‘gedeeltelijk’). In een eerder vragenlijstonderzoek uit 2013 zijn soortgelijke stellingen gebruikt, maar zijn enkel ouders met een jong kind benaderd [9]. Hierdoor kon een vergelijking gemaakt worden tussen ouders met een jong kind in 2022 en ouders in 2013.

Om te onderzoeken of ouders met een jong kind in 2022 negatiever over het RVP (en mogelijke uitbreidingen daarvan) dachten dan ouders in 2013, is een multivariate logistische regressieanalyse uitgevoerd. Hierbij zijn de psychosociale kenmerken en RVP-deelname gebruikt als uitkomsten en zijn de antwoorden als volgt gegroepeerd: ‘negatief’ (score ≤2) versus ‘overig’ (>2). Om de onderzoeksgroepen zoveel mogelijk gelijk te houden, zijn de data gewogen naar geslacht en opleidingsniveau. Ook is in de analyse gecorrigeerd voor leeftijd, inkomensniveau en geboorteland van de ouder. Eenzelfde analyse is uitgevoerd om ouders met een ouder kind en ouders met een jong kind in 2022 te vergelijken. De vragenlijst in 2022 is ingevuld door 1.000 ouders met een jong kind (geschatte respons: 12,2%) en 1.000 ouders met een ouder kind (respons: 20,9%). De vragenlijst is in 2013 ingevuld door 800 ouders met uitsluitend een jong kind (respons: 37,2%). Figuur 4.A laat zien dat de meeste ouders een positieve intentie en houding ten opzichte van het RVP hadden, vertrouwen hadden in de adviezen van de overheid over vaccineren en het vaccineren van hun kind als vanzelfsprekend beschouwden in zowel 2022 als 2013. Figuur 4.A laat echter ook zien dat het aandeel ouders met een negatieve mening over het huidige RVP voor alle psychosociale kenmerken in 2022 groter was dan in 2013.

Tabel 2 toont aan dat ouders met een jong kind in 2022 significant méér kans hadden op een negatieve houding jegens vaccineren dan ouders in 2013. Ook hadden ouders in 2022 significant meer kans op negatieve overtuigingen over de effectiviteit en bijwerkingen van vaccineren, over het doormaken van infectieziekten ten opzichte van vaccineren en het wantrouwen van de adviezen van de overheid over vaccineren.

Pagina 17 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

A

(D) Mijn kind neemt deel aan het RVP:

nee

gedeeltelijk

ja

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (I) Ik ben van plan mijn kind volgens het RVP te vaccineren:

minder uitgesproken

oneens

eens

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (H) Ik vind het vaccineren van mijn kind volgens het RVP:

slecht

minder uitgesproken

(H) Ik vind het vaccineren van mijn kind volgens het RVP:

onbelangrijk

(H) Ik vind het vaccineren van mijn kind volgens het RVP:

onnodig

goed

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind minder uitgesproken

belangrijk

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind minder uitgesproken

nodig

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (OV) Vaccinaties beschermen onvoldoende tegen infectieziekten:

eens

minder uitgesproken

oneens

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (OV) Er zitten schadelijke stoffen in vaccins:

eens

oneens

minder uitgesproken

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (OV) Vaccinaties kunnen voor ernstige bijwerkingen zorgen:

eens

minder uitgesproken

oneens

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (OV) Het RVP beschermt de gezondheid van mijn kind:

oneens

eens

minder uitgesproken

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (OV) Vaccineren van mijn kind beschermt de gezondheid van andere kinderen:

oneens

minder uitgesproken

eens

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (OV) Vaccineren van mijn kind beschermt de gezondheid van volwassenen:

oneens

minder uitgesproken

(OV) Vaccineren voorkomst ernstige gevolgen van infectieziekten:

minder uitgesproken

eens

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind oneens

eens

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind eens

(OZ) Infectieziekten doormaken beschermt langer en beter dan vaccinatie:

minder uitgesproken

oneens

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (VT) Ik vertrouw de aanbevelingen van de overheid over vaccinaties:

oneens

minder uitgesproken

eens

2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind (VZ) Mijn kind vaccineren vind ik vanzelfsprekend: 2022 ouder kind 2022 jong kind 2013 jong kind

B

0%

10%

20%

30%

oneens

minder uitgesproken

40%

50%

(IK) Ik zou mijn kind tegen rotavirusinfectie vaccineren:

oneens

60%

eens

70%

minder uitgesproken

80%

90%

100%

90%

100%

eens

2022 jong kind 2013 jong kind (IK) Ik zou mijn kind tegen waterpokken vaccineren:

oneens

minder uitgesproken

eens

2022 jong kind 2013 jong kind (IK) Ik zou mijn kind tegen RS-virusinfectie vaccineren:

oneens

minder uitgesproken

eens

2022 jong kind 2013 jong kind (IK) Ik zou mijn kind tegen meningokokken B-ziekte vaccineren:

oneens

minder uitgesproken

eens

2022 jong kind 2013 jong kind (IK) Ik zou mijn kind tegen griep vaccineren: 2022 jong kind 2013 jong kind

0%

10%

20%

30%

oneens 40%

minder uitgesproken 50%

60%

eens 70%

80%

Figuur 4 (A) RVP-deelname (D), intentie (I), houding (H), overtuigingen over vaccinaties (OV) en infectieziekten (OZ), vertrouwen (VT) en vanzelfsprekendheid (VZ) ten opzichte van het huidige RVP van ouders in 2022 en 2013; (B) Intentie ten opzichte van potentiële RVP-kandidaten (IK) van ouders met een jong kind in 2022 en 2013. Antwoorden zijn als volgt gegroepeerd: ‘negatief’ (score 1-2), ‘minder uitgesproken’ (3-5) en ‘positief’ (6-7). Pagina 18 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Tabel 2 Vergelijking van RVP-deelname en psychosociale kenmerken van ouders’ perceptie jegens vaccineren tussen 2022 en 2013

Uitkomsta RVP-deelnamec Intentiec Houdingd Overtuigingen vaccinatiese Onvoldoende bescherming Schadelijke stoffen Ernstige bijwerkingen Bescherming eigen kind Bescherming andere kinderen Bescherming volwassenen Voorkomen gevolgen Overtuigingen infectieziekten Vertrouwen Vanzelfsprekendheid Intentie RVP-kandidaten Rotavirusinfectie Waterpokken RS-virusinfectie Meningokokken B-ziekte Griep

Negatieve score op uitkomst (≤2 versus >2) 2022 jong kind 2022 ouder kind (vs 2013 jong kind)b (vs 2022 jong kind)b OR 95% BI OR 95% BI 1,88 0,98, 3,63 0,81 0,45, 1,47 1,23 0,70, 2,14 1,20 0,70, 2,04 2,84 1,09, 7,37 0,86 0,47, 1,58 4,89 1,14 2,20 2,23 2,24 2,22 1,21 3,18 1,73 1,30

3,19, 7,51 0,79, 1,63 1,35, 3,58 1,15, 4,35 1,16, 4,33 1,32, 3,75 0,66, 2,23 2,24, 4,51 1,08, 2,79 0,80, 2,11

0,59 0,61 0,94 0,90 0,69

0,42, 0,82 0,47, 0,79 0,63, 1,42 0,53, 1,53 0,54, 0,87

1,11 1,37 1,84 0,77 1,23 0,94 1,09 0,83 0,88 1,11

OR, odds ratio; 95% BI, 95% betrouwbaarheidsinterval; RS, respiratoir syncytieel. a De bijbehorende stellingen staan uitgeschreven in Figuur 4. b

Verschillen tussen ouders zijn geanalyseerd met multivariate logistische regressieanalyses. De psychosociale kenmerken en RVP-deelname zijn gebruikt als uitkomsten, waarbij de antwoorden gegroepeerd zijn als ‘negatief’ (score ≤2) versus ‘overig’ (score >2). De modellen zijn gecorrigeerd voor leeftijd, inkomensniveau en geboorteland en de data zijn gewogen naar geslacht en opleidingsniveau. Voor kenmerken waarbij de waarde 1 níet in het betrouwbaarheidsinterval zit, is er significant meer kans op een negatieve perceptie ten opzichte van vaccineren vergeleken met de referentiegroep (onderstreept). c In 2022 hadden de stellingen betreffende intentie en RVP-deelname beiden een extra antwoordoptie (respectievelijk ‘niet van toepassing’ en ‘weet ik niet’). Om vergelijkbaarheid tussen de peilingen te waarborgen, zijn deze niet meegenomen in de analyses. De analyses voor intentie zijn gebaseerd op n = 965 voor ouders met een jong kind in 2022 en n = 912 voor ouders met een ouder kind in 2022; de analyses voor RVP-deelname zijn gebaseerd op n = 993 voor ouders met een jong kind in 2022 en n = 995 voor ouders met een ouder kind in 2022 (n verkregen na weging naar geslacht en opleidingsniveau). d Voor houding zijn drie stellingen samengevoegd door ze te middelen. e

Stelling 1 en 4-7 gaan over de effectiviteit van vaccineren, stelling 2 gaat over veiligheid en stelling 3 over bijwerkingen.

De resultaten voor ouders met een ouder kind kwamen veelal overeen met die van ouders met een jong kind in 2022. Tegelijkertijd was het aandeel ouders met een positieve intentie jegens potentiële RVPkandidaten groter in 2022 dan in 2013 (Figuur 4.B). Ouders hadden in 2022 significant mínder kans op een negatieve intentie jegens vaccinatie tegen rotavirusinfectie, waterpokken en griep (Tabel 2). Pagina 19 van 67

0,80, 1,55 0,92, 2,06 1,23, 2,77 0,42, 1,40 0,76, 1,99 0,64, 1,38 0,60, 1,98 0,62, 1,12 0,58, 1,35 0,70, 1,74

RIVM-rapport 2023-0031

Hoewel de meeste ouders in 2022 een positieve mening over het RVP hadden, zijn er indicaties dat ze negatiever over vaccineren zijn gaan denken. In andere Westerse landen ziet men dit ook terug [10-14]. Dit zou te maken kunnen hebben met de verspreiding van (des)informatie tijdens de COVID-19-pandemie [15, 16]. Ook zouden de eerdergenoemde signalen vanuit de JGZ (bijvoorbeeld vaccinatiemoeheid en COVID-19vaccinaties die samenvielen met RVP-groepsvaccinaties) een rol kunnen hebben gespeeld. Ten slotte is het mogelijk dat ouders al vóór de COVID19-pandemie een negatiever beeld van vaccineren hadden. Ouders in 2022 waren opvallend genoeg positiever over mogelijke RVPuitbreidingen dan ouders in 2013. Voor sommige RVP-kandidaten, zoals vaccinatie tegen rotavirusinfectie, meningokokken B-ziekte, waterpokken en het RS-virus, zou dit verklaard kunnen worden door een toename van media-aandacht wegens recente adviezen van de Gezondheidsraad [5, 7, 17-19], de RS-virusepidemie in de zomer van 2021 en de uitbraak van meningokokken W-ziekte in 2015-2018 [20, 21]. Voor andere RVP-kandidaten zijn achterliggende redenen niet helemaal duidelijk. Wellicht dat de COVID-19-pandemie voor meer bekendheid over deze kandidaten heeft gezorgd.

Pagina 20 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

3

Vaccinatiegraad

3.1

Algemeen In dit rapport spreken we, voor de leesbaarheid, over Nederland waar het Europees Nederland betreft. De vaccinatiegraad voor het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden (de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius) wordt – voor zover beschikbaar – besproken in paragraaf 3.3.3. Het RVP is een succesvol programma [22, 23]. Nederland kent – internationaal gezien – al geruime tijd een hoge vaccinatiegraad (met uitzondering van HPV) [24] en is een van de weinige landen waar de vaccinatiegraad al sinds lange tijd landelijk op individueel niveau wordt geregistreerd. Hierdoor is de vaccinatiegraad nauwkeurig te volgen. Vanaf 2022 is deze nauwkeurigheid echter minder vanwege de toestemming voor uitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens tussen de JGZ en het RIVM (‘informed consent’). Ouders en/of de gevaccineerde moeten hiervoor expliciet toestemming geven. Dit moet de JGZ vastleggen in het digitaal dossier, voordat gegevens beschikbaar komen in het landelijke vaccinatieregister. Vanaf 1 januari ontvangt het RIVM de vaccinatiegegevens anoniem als geen toestemming wordt gegeven of de toestemming niet op de juiste wijze wordt geregistreerd. Dit gold voor gemiddeld 5% van alle RVP-vaccinaties die in 2022 zijn gegeven.

Dit betekent dat bijvoorbeeld niet bekend is in welk jaar de gevaccineerde geboren is, of het om een jongen of meisje gaat, in welke gemeente hij/zij woont en om welke dosis het gaat. Deze ‘anonieme’ vaccinaties kunnen daarom niet worden meegeteld in de vaccinatiegraadberekening. De vaccinatiegraad op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties is daarmee een onderrapportage van de daadwerkelijke vaccinatiegraad. De cijfers moeten daarom worden gezien als een soort ondergrens, een waarde waarop de deelname tenminste ligt (zie paragraaf 3.2.1). Omdat een hoge vaccinatiegraad onmisbaar is voor een blijvende effectiviteit van het RVP, is monitoring van essentieel belang. Deze vaccinatiegraadrapportage wordt ook gebruikt in de internationale rapportage aan de WHO en Unicef (JRF, joint reporting form) en voor de nationale certificatiecommissie polio en nationale verificatiecommissie mazelen/rubella, die toezien op de bijdrage van Nederland aan de mondiale bestrijding van deze ziekten. Nauwkeurig inzicht in de vaccinatiegraad is ook van belang voor de beoordeling van de effectiviteit en veiligheid van vaccinatie en vergroot de mogelijkheid om politieke beslissingen en maatregelen te nemen op basis van de vaccinatiegraad.

3.2

Methoden Het landelijke registratiesysteem Præventis [25] dat is aangesloten op de Basisregistratie Personen (BRP), vormt sinds 2005 de basis voor het bepalen van de vaccinatiegraad van het RVP in Nederland. Binnen dit systeem wordt de geldigheid (juistheid en tijdigheid) van vaccinaties op individueel niveau beoordeeld. Dit gebeurt volgens een algoritme op basis Pagina 21 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

van de jaarlijks door het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) gepubliceerde RVP-richtlijn. Sinds verslagjaar 2006 wordt op het niveau van het kind bepaald of de gewenste vaccinatietoestand volgens het schema is bereikt voor een bepaalde individuele leeftijd (zie Tabel 3), en niet meer op een vastgestelde datum die voor elk kind gelijk was, ongeacht leeftijd. De leeftijdsgrenzen (1, 2, 5, 10, 14 en 15 jaar) zijn enigszins ruim genomen. Het blijft echter belangrijk dat kinderen volgens het RVP-schema worden gevaccineerd. Tabel 3 Individuele leeftijd waarop de vaccinatiegraad per vaccinatie wordt vastgesteld

Zuigelingen

Kleuters

1 jaar

2 jaar

5 jaar

Schoolkinderen 10 jaar

DKTP1

DKTP2

DKTP3,c

DTP4

Hib1

Hib4

Adolescenten

14 jaar ♀

15 jaar

Hep B4,a Pneu1

Pneu4 BMR2

BMR4

MenACWY2 volledigb

MenACWY4 HPV4,d

Vaccinatietoestanden: 1 primaire serie  voorbereiding op basisimmuniteit 2 basisimmuun  basisimmuniteit bereikt 3 gerevaccineerd  revaccinatie ontvangen 4 volledig afgesloten  vaccinatieschema beëindigd, voldoende beschermd Sterk vereenvoudigd schema, omdat kinderen afhankelijk van hun leeftijd en vaccinatieschema op verschillende manieren een bepaalde vaccinatietoestand kunnen bereiken. a Hep B-0 op derde levensdag (alleen voor kinderen van moeders die drager zijn van het hepatitis B-virus). b Basisimmuun voor DKTP/BMR/MenACWY én volledig afgesloten voor Hib/Hep B/Pneu. c

Naast de vaccinatietoestand ‘gerevaccineerd’ wordt ook de toestand ‘voldoende beschermd’ vastgesteld. Dit is de som van het aantal gerevaccineerde kinderen en het aantal kinderen dat de basisimmuniteit pas bereikt op de leeftijd van 2 tot 5 jaar en daarom niet in aanmerking komt voor revaccinatie. d Twee vaccinaties.

Dit hoofdstuk presenteert de vaccinatiegraad in verslagjaar 2023 in Nederland op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties voor kinderen die geboren zijn in 2007 (15 jaar), in 2008 (14 jaar), in 2012 (10 jaar), in 2017 (5 jaar) en in 2020 (1 en 2 jaar) en voor vrouwen met een kind dat in 2022 is geboren (zie Bijlage 1). Dit is een onderrapportage van de daadwerkelijke vaccinatiegraad, omdat anonieme vaccinaties niet in de berekening kunnen worden meegenomen. Vanwege deze trendbreuk is in Tabel 5/6 en Bijlage 3 via arcering weergegeven wanneer er effect is van het informed consent. Dit is afhankelijk van het jaar waarin de vaccinatie werd aangeboden; er zijn ook verschillen in het aandeel anonieme vaccinaties tussen JGZ-organisaties en vaccinsoorten (zie paragraaf 3.2.1). Pagina 22 van 67

RIVM-rapport 2023-0031

Het rapport betreft kinderen die tijdens de COVID-19-pandemie zijn gevaccineerd. Daarom wordt de vaccinatiegraad opnieuw ook zonder leeftijdsgrens weergegeven. Daarnaast wordt de vaccinatiegraad in voorgaande verslagjaren getoond, om trends over de tijd te laten zien. Hierbij moet rekening worden gehouden met bovengenoemde trendbreuk. Met de term verslagjaar 2023 wordt bedoeld dat de vaccinatiegraad in 2023 is bepaald (selectiedatum 7 maart 2023). Rapportage over recentere geboortecohorten is nog niet mogelijk. De vaccinatiegraad voor bijvoorbeeld kleuters wordt voor elk kind vastgesteld op 5-jarige leeftijd. Voor cohort 2017 geldt dat alle kinderen geboren in januari tot en met december 2017 in 2022 5 jaar zijn geworden. Het is daarom mogelijk te rapporteren over geboortecohort 2017, maar nog niet over geboortecohort 2018. Deze kinderen hebben allen pas eind december 2023 de leeftijd van 5 jaar bereikt. Gegevens over de vaccinatiegraad zijn door deze ‘vertraging’ minder geschikt voor de directe bedrijfsvoering (procesmonitoring). Vanwege de COVID-19-pandemie worden weer voorlopige deelnamecijfers gepresenteerd (zonder leeftijdsgrens). Nu voor kinderen die voor een groot deel in 2022 voor vaccinatie in aanmerking kwamen (zie paragraaf 3.4).

Gezien de diversiteit aan vaccinaties en leeftijdsgroepen is de deelname aan het totale RVP in Nederland niet goed uit te drukken in een enkel getal. Wel wordt in het kader van ‘De Staat van Volksgezondheid en Zorg: kerncijfers voor beleid’ (https://www.staatvenz.nl) een kerncijfer voor volledige deelname van zuigelingen aan het RVP gepresenteerd. Dit betreft het percentage zuigelingen van een specifiek geboortecohort dat volledig heeft deelgenomen aan het RVP. Dat wil zeggen dat dit percentage alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen, voor het bereiken van de 2-jarige leeftijd. Vanwege de inhaalmogelijkheid voor 16- en 17-jarigen wordt daarnaast inzicht gegeven in welk deel van de adolescenten in het jaar dat ze 16 worden, mogelijk nog in aanmerking komt voor extra vaccinaties. Ook wordt het percentage kinderen gerapporteerd waarvoor op deze twee leeftijdsmomenten geen enkele RVP-vaccinatie is geregistreerd. Voor verslagjaar 2023 wordt de gemeentelijke indeling per 1 januari 2023 (N=342 gemeenten) gebruikt. Een beperking is dat kinderen die niet zijn opgenomen in de BRP (bijvoorbeeld een deel van de asielzoekers, illegalen en kinderen van diplomaten) buiten beschouwing blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14727648/1