Programma Stedelijk Water 2024-2028
Tekst van het document
5.2.1 Nieuwe situaties Nieuwe riolering Bij nieuwbouw of rioolvervangingen streeft de gemeente naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater. Als de lokale situatie het niet toelaat kan hiervan worden afgeweken. Bijvoorbeeld als
geen oppervlaktewater in de directe omgeving aanwezig is, als sprake is van verontreinigingen of als de kosten niet opwegen tegen de baten. Het ontwerp van nieuwe stelsels moet hydraulisch voldoen aan composietbui 5_2014 vanuit de Kennisbank Stedelijk Water (Stichting RIONED) zonder dat water-op-straat situaties ontstaan. Bij het ontwerpen van nieuwe riolering dient de toename van overstorten vanuit een vuilwaterriool op het oppervlaktewater zoveel als mogelijk worden voorkomen. Daarnaast dient de nieuwe riolering en de inrichting van de bovengrond getoetst te worden op eventuele knelpunten aan de hand van stress testbui 01. Bij deze stresstestbui (70 mm neerslag in 60 minuten) mag geen wateroverlast optreden. Wateroverlast is gedefinieerd in paragraaf 5.2.3. Met de stresstest toetsen we waar het water zich tijdens een klimaatbui verzamelt, in welke mate wateroverlast ontstaat en ontwerpoptimalisaties mogelijk zijn. Bij de aanleg van nieuwe riolering dient de initiatiefnemer te anticiperen op even tuele effecten van bodemdaling. Hierdoor blijft het systeem ook op lange termijn conform de gestelde eisen functioneren. Hemelwaterverordening In de ‘Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen’ stelt de gemeente aanvullende eisen aan het lozen van hemel- en grondwater op het
voor het integreren van klimaatadaptatie bij nieuwbouwprojecten. De komende jaren stellen we een Programma van Eisen op om nieuwbouwplannen klimaatbestendig in te richten.
gemeentelijk rioolstelsel. De hemelwaterverordening bevat o.a. een verplichting om waterberging op het eigen perceel bij nieuwe bebouwing aan te leggen en in stand te houden. Aan de waterberging worden technische eisen gesteld, o.a. over de bergingscapaciteit en de ledigingstijd. Daarnaast zijn er in de hemelwaterverordening ook gebieden aangewezen waar het verboden is om afstromend hemelwater op het openbaar vuilwaterriool te lozen. Het gaat om de buitengebieden en locaties waar een gescheiden rioolstelsel aanwezig is en sprake is van panden met een bouwjaar van 1992 of later. In deze gebieden kan hemelwater lokaal worden verwerkt. Convenant Klimaatadaptief Bouwen De gemeente Vlaardingen is aangesloten bij het Convenant Klimaatadaptief Bouwen van de provincie Zuid-Holland. Het convenant helpt bij het klimaatbestendig maken van gebouwen en infrastructuur door concrete kaders te stellen
Inrichting openbare ruimte Bovengronds kan in verhouding veel meer hemelwater geborgen worden dan in de ondergrond. Om wateroverlast door zware regenbuien te voorkomen en om in te spelen op het veranderende klimaat is een combinatie van ondergrondse- en bovengrondse maatregelen nodig. In de komende planperiode werkt de gemeente een toetsingsnorm voor het openbaar gebied uit. Het doel van deze toetsingsnorm is om het openbaar gebied klimaatbestendig in te richten. De gemeente streeft er bij de herinrichting van nieuwe openbare ruimte naar om alleen functionele verharding aan te brengen. Het toepassen van duurzame materialen en het realiseren van een groene inrichting zijn een pré. De komende jaren doen we onderzoek naar het toepassen van infiltratiemaatregelen, zoals groene parkeerplaatsen. Door de aanleg van groene parkeerplaatsen of parkeerplaatsen met doorlatende verharding kan de hoeveelheid neerslag die in het riool stroomt worden verminderd. We starten een zogenaamde proeftuin om onderzoek te doen naar groene parkeerplaatsen. Voor dit onderzoek is een bedrag van € 15.000,- [O7] opgenomen.
Programma Stedelijk Water 2024-2028 27.
5.2.2 Bestaande situaties In bestaande situaties maakt de gemeente steeds een afweging of het actief scheiden van waterstromen de meest doelmatige en duurzame wijze van hemelwaterverwerking is. Investeringsmomenten bieden kansen om mee te liften met andere werkzaamheden. Reinigen kolken Regenwater moet ongehinderd het riool in kunnen stromen. Een verstopte kolk leidt tot plasvorming wat een grote ergernis kan zijn onder bewoners. Het is dus belangrijk de kolken goed schoon te houden. Een kolk bevat een zandvang die ervoor zorgt dat vuil vanaf de straat niet in het riool terechtkomt. Om te voorkomen dat kolken verstopt raken dienen ze regelmatig leeg gezogen te worden. Deze werkzaamheden vinden in het najaar plaats, nadat sprake is geweest van veel bladval. De kolken in hoofdwegen en aandachtsgebieden worden twee keer per jaar gereinigd en in de overige wegen één keer. De kosten (raamcontract) van het reinigen en de stortkosten bedragen samen jaarlijks € 176.000,- [B12]. Ontstenen en afkoppelen Hemelwater dat op verharde oppervlakken valt stroomt in veel gevallen direct af naar het rioolstelsel. Op jaarbasis stroomt veel relatief ‘schoon’ water naar de waterzuivering. De kans op overstorten op het oppervlaktewater neemt toe naarmate meer verhard oppervlak op het rioolstelsel is aangesloten. Voor een duurzame omgang met hemelwater zet de gemeente 28.
in op het ontstenen en afkoppelen van verharde oppervlakken, zowel in het openbaar gebied (meer groen) alsook op particuliere terreinen. De gemeente heeft de ambitie om overbodige verharde oppervlakken van het rioolstelsel af te koppelen, bijvoorbeeld door deze oppervlakken te vervangen door groen. Zo neemt de belasting op de waterzuivering en het rioolstelsel af, krijgt hemelwater de kans om in de bodem te zakken en zorgt het groen ervoor dat de leefkwaliteit in de stad toeneemt. In gebieden met een verhoogd risico op verontreinigingen of met een bergingstekort in het watersysteem is afkoppelen niet altijd wenselijk, tenzij aanvullende maatregelen kunnen worden genomen. Als een gemengd rioolstelsel wordt vervangen door een gescheiden rioolstelsel informeert de gemeente de betrokkenen actief over het scheiden van de waterstromen. Hierbij wordt onderzocht of samenwerking met bewoners en ondernemers mogelijk is om delen van het particuliere terrein af te koppelen. Regenwater valt niet alleen in de openbare ruimte: de stad bestaat voor bijna 60% uit particuliere terreinen. Een klimaatbestendige inrichting van deze terreinen draagt in grote mate bij aan de gemeentelijke klimaat doelen en het ontlasten van het rioolsysteem.
De gemeente onderzoekt hoe bewoners en ondernemers kunnen worden gestimuleerd om een bijdrage te leveren door het klimaatbestendig inrichten van het eigen terrein
komende periode passen we de subsidieregeling aan, zodat ook individuele bewoners en onder nemers gebruik kunnen maken van de regeling. Voor de twee subsidieregelingen, de inzet van een afkoppeladviseur en het afkoppelen van verharde oppervlakken is jaarlijks een bedrag van € 220.000,- [O8] opgenomen.
Definitie wateroverlast Bij zware regenbuien kan ‘water op straat’ voorkomen. Hierbij maken we onderscheid in drie categorieën: hinder, ernstige hinder en overlast.
Stresstesten Om meer inzicht te verkrijgen in de gevolgen van zware regenval heeft de gemeente een klimaatstresstest uitgevoerd. In deze stresstest zijn de effecten van een klimaatbui (een bui met een hoge neerslagsom in een kort tijdsbestek) in beeld gebracht. Bijlage 3 weergeeft de stresstesten voor verschillende klimaatbuien.
• Hinder. Korte tijd (15 tot 30 minuten) beperkte hoeveelheden ‘water op straat’. • Ernstige hinder. Enige tijd (30 minuten tot twee uur) forse hoeveelheden ‘water op straat’, met ondergelopen tunnels en opdrijvende putdeksels. • Overlast. Langdurige en op grotere schaal ‘water op straat’, met water in winkels, woningen met materiële schade en mogelijk ook ernstige belemmering van het (economische) verkeer.
Uit de klimaatstresstest blijkt dat een aantal locaties in Vlaardingen kwetsbaar is voor extreme regenval, in het bijzonder delen van de oude stadskern en verzakte gebieden. Om de kans op wateroverlast te reduceren zijn verschillende maatregelen genomen. Door het uitvoeren van nieuwe stresstesten kan de voortgang van de klimaatdoelen worden gemonitord. Voor het actualiseren van de klimaatstresstest is een bedrag nodig van € 10.000,- [O9].
Als het water een gebouw instroomt kan schade ontstaan. Water dat via de huisriolering binnenstroomt wordt doorgaans veroorzaakt door be- of ontluchtingsproblemen. De gebouweigenaar is zelf verantwoordelijk om deze problemen te verhelpen. De gemeente spant zich in om situaties waarbij het
Maatregelen De gemeente neemt maatregelen om de kans op wateroverlast te verminderen. Bij het uitvoeren van rioolwerkzaamheden grijpen we kansen aan om Vlaardingen klimaatbestendig te maken. Door werk-met-werk te maken besparen we
5.2.3. Wateroverlast
of de omgeving. Om dit te faciliteren zet de gemeente een afkoppeladviseur in, waar bewoners met vragen over maatregelen terecht kunnen. Een goed voorbeeld doet volgen. Schoolpleinen hebben vaak een centrale rol in de wijk. De afgelopen jaren zijn diverse schoolpleinen klimaatbestendig ingericht. De gemeente heeft de ambitie om – samen met scholen en andere partijen – jaarlijks 2 groenblauwe schoolpleinen aan te leggen. Hiervoor is een subsidieregeling opgesteld. Daarnaast beschikt de gemeente over een subsidieregeling voor het nemen van klimaat maatregelen op particuliere terreinen. Bewonersverenigingen, VVE’s, ondernemers verenigingen en woningcorporaties kunnen subsidie aanvragen om waterbergende en vergroenende maatregelen te nemen. In de
water via het openbaar gebied naar binnenstroomt te beperken. We hebben de ambitie om op de middellange termijn wateroverlast te voorkomen bij een regenbui met een intensiteit van 60 mm in één uur.
Programma Stedelijk Water 2024-2028 29.
kosten en beperken we overlast voor bewoners. Voor het treffen van maatregelen en het benutten van meekoppelkansen wordt een jaarlijks budget opgenomen van € 360.000,- [I10]. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aanleggen van wadi’s, ondergrondse waterberging, het afkoppelen van particuliere oppervlakken en etc.
Het opstellen van de klimaatvisies heeft raakvlakken met de zorgplichten voor hemel- en grondwater. Voor het opstellen van de wijkgerichte klimaatvisies is een bijdrage van € 100.000,- [O10] opgenomen. Communicatie De gemeente informeert haar bewoners en ondernemers actief over actuele ‘waterzaken’. In de afgelopen jaren zijn diverse folders en flyers opgesteld over o.a. de gevolgen van het veranderende klimaat, het handelingsperspectief bij wateroverlast en grondwateroverlast. De komende jaren blijft de gemeente energie steken in het vergroten van de bewustwording ten aanzien van water, riolering en klimaatverandering onder haar nwoners. De jaarlijkse kosten voor communicatie bedragen € 6.000,-.
5.3
Klimaatvisies Vlaardingen moet in 2050 klimaatbestendig zijn. Vanuit het programma Klimaatadaptatie wordt gewerkt aan de realisatie van dit doel. De gemeente stelt voor iedere wijk klimaatvisies op om te bepalen wanneer een gebied klimaatbestendig is en welke maatregelen daarvoor genomen moeten worden. 30.
Grondwater
De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor bewoners met vragen of meldingen over grondwater. Zij heeft een zorgplicht om, voor zover doelmatig, maatregelen in de openbare ruimte te treffen die structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand aan een bestemming zo veel mogelijk voorkomen of beperken. De grondwater zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Doelmatig: In de afweging van gemeentelijke Doelmatig: in de afweging van gemeentelijke maat regelen moeten de financiële implicaties, de omvang en de duur van de problemen meegenomen worden,
alsmede de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan. Bijvoorbeeld het beïnvloeden van de grond waterstanden versus het nemen van bouw kundige maatregelen). Openbare ruimte: De gemeentelijke zorgplicht geldt alleen voor maatregelen die niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie . Van particuliere mag worden verwacht dat zij de vereiste maatregelen neemt om grondwaterproblemen te voorkomen of te bestrijden, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van een andere particulier of overheid. Daarbij horen ook de eigen wensen ten aanzien van het object, zoals wonen in de kelder. Structureel: De gemeentelijke taak begint als sprake is van structurele overlast, bij incidentele overlast heeft de gemeente geen taak. De gemeente bepaalt wanneer gesproken kan worden over structurele gevolgen. Bestemming: Een voorwaarde voor maatregelen is dat de grondwaterstand negatieve gevolgen moet hebben voor de bestemming (bijvoorbeeld woonfunctie). Er moet dus een probleem zijn. Inspanningsverplichting: De grondwaterstand is, zeker in bebouwd gebied, niet volledig
te sturen. Daarom heeft de gemeentelijke grondwaterzorgplicht het karakter van een inspanningsverplichting (‘zoveel mogelijk’) en wordt de gemeente niet verantwoordelijk voor de grondwaterstand. De gemeente kan wel aanspra kelijk worden gesteld voor het niet nakomen van de grondwaterzorgplicht.
Een verzadigde bodem in de Broekpolder
Verantwoordelijkheden en taken in het grondwaterbeheer Grondwaterstroming houdt geen rekening met perceelgrenzen en van wie de grond is. De waterwetgeving in Nederland doet dat wel. Net zoals een huiseigenaar verantwoordelijk is voor de toestand van het huis, is de huiseigenaar ook verantwoordelijk voor de grondwater situatie op het eigen terrein. Op grond van de Waterwet wordt als uitgangspunt gesteld dat een perceeleigenaar zelf verantwoordelijk is voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om grondwaterproblemen te voorkomen c.q. bestrijden. Op grond van het Bouwbesluit is hij zelf verantwoordelijk voor het waterdicht zijn van een uitwendige scheidingsconstructie van verblijfsruimten van woningen. Ook de gemeente is verantwoordelijk voor haar eigen terrein. De gemeente beheert het openbare gebied (zoals wegen en parken), waar het ook het freatisch grondwater deel van uitmaakt. Het waterschap is de wettelijke grondwaterbeheerder.
Programma Stedelijk Water 2024-2028 31.
De grondwaterzorgplicht is gedelegeerd aan de gemeente. Het waterschap zelf beheert het oppervlaktewater en is bevoegd gezag voor grondwateronttrekkingen. De provincie of de minister van I&M is bevoegd gezag voor zeer grote onttrekkingen. Drinkwaterleidingmaatschappijen zijn verantwoordelijk voor het leveren van drinkwater. De gemeente kan op drie manieren iets betekenen voor bewoners die te maken hebben met grondwateroverlast of grondwateronderlast: • Door op te treden als aanspreekpunt en adviseur • Door overtollig grondwater van bewoners in on vangst te nemen op het gemeentelijk stelsel • Door de grondwaterstand op openbaar terrein doelmatiger te gaan beheersen.
Het grondwatermeetnet is in 2023 opnieuw aanbesteed. De komende 7 jaar wordt de gemeente ontzorgd bij het aanleveren van betrouwbare meetdata. Voor het grondwatermeetnet is jaarlijks een bedrag van € 33.000,- [B13] nodig. De grondwaterstanden zijn voor een ieder toegankelijk en in te zien op de gemeentelijke website.
32.
Grondwater en bodemdaling Het grondwater wordt beïnvloed door neerslag, het oppervlaktewaterpeil en de opbouw van de bodem. In het stedelijke gebied wordt het grondwater ook beïnvloed door aanwezige infrastructuur, zoals ont wateringsmiddelen, tunnels en kelders.
De komende jaren breiden we het aantal meetpunten uit op locaties waar de meetdichtheid onvoldoende is of we een andere informatiebehoefte hebben, zoals in drainage en infiltratieleidingen, wadi’s of soortgelijke infiltratievoorzieningen.
De hoogte van het grondwater – de grondwaterstand – fluctueert met de seizoenen. De gemeente beschikt over een uitgebreid meetnet om de ontwikkeling van het grondwater op buurtniveau te monitoren. Op circa 85 strategische locaties in het openbaar gebied wordt de grondwaterstand ieder uur gemeten.
Vlaardingen is gebouwd op een slappe bodem. Een groot deel van de Vlaardingse bodem bestaat uit klei en veen. Deze bodemlagen zijn zettingsgevoelig. Vooral in polder Holy en het buitengebied zorgen zettingen voor schade aan kabels en leidingen, maar ook voor ongemakken in de buitenruimte.
De gemeente maakt gebruik van satellietdata om de zettingssnelheden in Vlaardingen te monitoren. Deze satellietdata wordt één keer per vijf jaar geactualiseerd. Voor het aanschaffen van satellietdata is een bedrag van € 30.000,- [O12] nodig. Analyse grondwaterstanden De grondwatermetingen zijn geanalyseerd door een adviesbureau. Uit de data blijkt data de grondwatersituatie in Vlaardingen gevarieerd is. In natte periodes komen in heel de gemeente hoge grondwaterstanden voor, al zijn er in Holy-Noord en in de Oostwijk ook locaties die – door drainage – lage grondwaterstanden laten zien. In droge periodes, zoals de zomers van 2018 en 2022 zakt de grondwaterstand op een aantal locaties flink, met name in Holy, Ambacht en de Oostwijk. In bijlage 4 zijn de aandachtsgebieden voor hoge en lage grondwater weergeven. Inzamelen overtollig grondwater Eigenaren van gebouwen en percelen zijn zelf verantwoordelijk voor de verwerking van grondwater op het eigen terrein, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. In de ‘Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen’ is een lozingsverbod opgenomen voor gebieden die zijn aangewezen als grondwaterscheidingsgebied. In deze gebieden is het
niet toegestaan om grondwater te lozen op het openbaar vuilwaterriool. Het gaat dan met name om gebieden waar een alternatieve afvoermogelijkheid aanwezig is, bijvoorbeeld in gebieden met veel oppervlaktewater of gebieden waar een gescheiden rioolstelsel aanwezig is.
5.3.1 Bestaande situaties Meldingen De gemeente vormt een aanspreekpunt voor bewoners met vragen over grondwater en neemt vanuit die rol meldingen en klachten in behandeling. De gemeente is niet verantwoordelijk voor het oplossen van alle meldingen. Een particulier behoudt namelijk zijn of haar eigen verantwoordelijkheid om de situatie te onderzoeken. De gemeente streeft naar een zorgvuldige afhandeling van alle meldingen en doet dat aan de hand van de volgende stappen: 1. Een melding of klacht wordt na binnenkomst geregistreerd. 2. De gemeente beoordeelt of sprake is van structurele of incidentele overlast. Als sprake is van structurele overlast, dan: 3. Voert de gemeente nader onderzoek uit om de situatie in beeld te brengen. 4. Maakt de gemeente een doelmatigheids afweging. Hierbij houdt de gemeente rekening met de mate van overlast, et aantal bewoners dat overlast ervaart en
de mogelijkheden om de overlast te verminderen. Als een doelmatige maatregel in het openbaar gebied getroffen kan worden, dan: 5. Werkt de gemeente een gebiedsgerichte aanpak uit. Hierbij wordt onderzocht of maatregelen gecombineerd kunnen worden met geplande werkzaamheden. 6. Treft de gemeente maatregelen in het openbaar gebied. Hinder of structurele overlast De gemeente hanteert een zekere streefwaarde voor de grondwaterstand onder maaiveld (de ontwateringsdiepte). Volgens de gemeente is sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) voor een gebied tijdens een periode van minstens drie aaneengesloten jaren hoger is dan de streefwaarde van 0,7 meter onder openbare ruimtes. Als gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) geldt de meetwaarde die 10% van de tijd wordt overschreden. Ten aanzien van te lage grondwaterstanden streeft de gemeente Vlaardingen ernaar dat de grondwaterstand in droge perioden niet verder dan een bepaalde afstand onder het oppervlaktewaterpeil in de wijk zakt. Hiermee wordt de kans op droogstand van houten paalfunderingen en zettingen beperkt. Een grondwaterstand in het openbare gebied
Programma Stedelijk Water 2024-2028 33.
wordt als structureel te laag gedefinieerd als deze, ten minste voor drie opeenvolgende jaren, voor meer dan 10% van de tijd per jaar de streefwaarde van 0,3 meter onder het vigerende polderpeil van de dichtst bijzijnde watergang onderschrijdt. Als beheerder van de openbare ruimte streeft de gemeente naar de ontwateringsdieptes zoals opgenomen in onderstaande tabel. Het zijn gewenste ontwateringsdieptes, omdat het niet altijd mogelijk is deze ontwaterings dieptes daadwerkelijk te behalen. Uit de analyse van de grondwatermetingen blijkt dat op een aantal meetpunten niet wordt voldaan aan de streefwaarden voor lage en hoge grondwaterstanden. Voor de aandachtsgebieden voor hoge en lage grondwaterstanden stellen we de komende jaren aparte streefwaarden op die zijn afgestemd op de funderingskenmerken van de bebouwing.
Maatregelen In de meeste gevallen is het niet doelmatig om op basis van een enkele melding maatregelen in de openbare ruimte te treffen. De gemeente hanteert als uitgangspunt 34.
dat maatregelen zoveel mogelijk gecombineerd worden met andere werkzaamheden zoals groot onderhoud. In bestaande gebieden kan de gemeente de volgende maatregelen overwegen: 1. Het onderhouden van drainagesystemen. 2. Het aanpassen van het instelniveau van drainagesystemen. 3. Het inzamelen en verwerken van overtollig grondwater van particuliere terreinen. 4. Het aanpassen van het oppervlaktewaterpeil, in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland. Voor het inzamelen van overtollig grondwater geldt in beginsel dat het grondwater niet bemalen mag zijn, vanwege de risico’s op funderingsschade en zettingen. Bemalen grondwater wordt alleen aangenomen indien de aanbieder heeft aangetoond dat de verlaging van de grondwaterstand geen nadelige gevolgen heeft voor de omgeving. Drainage In Vlaardingen is op enkele locaties drainage in de openbare ruimte aangelegd om een teveel aan grondwater af te voeren. Het beheer en onderhoud van drainagesystemen is belangrijk voor een langdurige werking. De gemeente werkt aan een onderhoudsstrategie voor drainageleidingen. Het onderhoud van drainageleidingen in groenvoorzieningen wordt uitgevoerd en gefinancierd door de gemeentelijke groenbeheerder.
Grondwatermaatregelen bij rioolvervanging. Bij werken in de openbare ruimte zoals het vervangen van oude riolering is de gemeente alert op ongewenste stijging van de grondwaterstand als gevolg van het wegvallen van de drainerende werking van oude lekkende riolen. Indien nodig legt de gemeente drainage mee met de nieuwe riolering. Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden in oude kwetsbare gebieden waarbij een tijdelijke grondwateronttrekking moet plaatsvinden voert de gemeente een risicoanalyse uit. In deze risicoanalyse wordt het effect van de graafwerkzaamheden voor de omgeving in beeld gebracht. Eventueel worden door de gemeente aanvullende maatregelen genomen, zoals het toepassen van retourbemaling, het plaatsen van
trillingsmeters of het opnemen van bestaande scheuren in een pand. Bij de voorbereiding van rioolvervangingen worden bewoners actief geïnformeerd over de invloed van de werkzaamheden op de grondwaterstand. Kwetsbare funderingen Gebouwen die zijn gefundeerd op houten palen of op staal zijn kwetsbaar voor lage grondwater standen en bodemdaling. Bij deze panden kan funderingsschade ontstaan als de bodem ongelijk matig zakt of houtrot ontstaat. Hoewel perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor de staat van de fundering heeft de gemeente Vlaardingen een inventarisatie uitgevoerd naar panden met een kwetsbare fundering. We breiden ons overzicht op projectbasis
uit. Deze informatie gebruiken we bij het voorbereiden en uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte en het ontwikkelen van beleid. Voor de gebieden met veel kwetsbare gebouwen bepalen we bij welke grondwaterstand er risico’s op funderingsschade ontstaan. Op basis van een kritische grondwaterstand, de frequentie van voorkomen en mogelijke oplossingsrichtingen maken we een doelmatigheidsafweging. De kosten voor dit onderzoek zijn geraamd op € 20.000,- [O13]. Grondwateronttrekkingen Een aantal grondwateronttrekkingen in de regio kunnen invloed hebben op het grondwaterregime in Vlaardingen. Met name het stopzetten van de grondwaterwinning op het terrein van DSM in Delft en de grondwateronttrekkingen in de verdiepte en half verdiepte delen van de A4 vormen aandachtspunten. De gemeente zet haar grondwatermeetnet in om het effect van de genoemde activiteiten te monitoren, waarbij eventuele ontwikkelingen kunnen worden geconstateerd. Bronneringswater Het hoogheemraadschap is bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen, o.a. tijdens bouwwerkzaamheden. Bij het verlenen van de vergunning houdt het waterschap rekening met bomen die kwetsbaar zijn voor grote veranderingen in de grondwaterstand. Bronneringswater dient bij
Programma Stedelijk Water 2024-2028 35.
voorkeur in de bodem te worden teruggebracht. Als dat niet mogelijk is, dient het bronneringswater in overleg met het hoogheemraadschap op het oppervlaktewater te worden geloosd. Warmte-koude opslag Het Hoogheemraadschap van Delfland is deels verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen voor het onttrekken van grondwater. Als het gaat om drinkwatervoorzieningen, warmte- en koudeopslag (open systemen) en grote industriële onttrekkingen blijft de provincie verantwoordelijk voor de vergunning verlening. Voor lozingen op het rioolstelsel is de gemeente bevoegd gezag. Warmte-koude opslaginstallaties moeten regelmatig gespoeld worden. Nieuwe installaties moeten zijn voorzien van een retourbron, waardoor spoelwater terug de bodem in gebracht wordt. Het lozen van spoelwater op de riolering is niet toegestaan. In gebieden waar de capaciteit van het rioolstelsel niet toereikend is, kunnen problemen ontstaan door de extra belasting van het spoelwater of het hoge zoutgehalte. Bovendien heeft het lozen van spoelwater invloed op de ambitie van het Hoogheemraadschap van Delfland om het effluent als bron van zoetwater te benutten.
5.3.2 Nieuwbouw Ontwateringsdiepte bij nieuwbouw Vanzelfsprekend is het beter om grondwaterproblemen te voorkomen dan om de ontstane overlast of onderlast 36.
te moeten beperken. De gemeente streeft bij nieuwbouwplannen naar de ontwateringsdieptes zoals opgenomen in onderstaande tabel.
* Ten opzichte van de onderkant vloerconstructie, met als uitgangspunt dat het vloerpeil 20 cm boven straatpeil ligt. In overleg met de gemeente en het Hoogheemraadschap wordt aanvullend op de bovenstaande eisen getoetst in hoeverre de voor individuele nieuwbouwlocaties geanticipeerd moet worden op: • Effecten van eventuele bodemdaling over 20-50 jaar. • Effecten van klimaatverandering op de grondwaterstanden. Nulsituatie Voor een goede beoordeling van de lokale grondwaterhuishouding dient de initiatiefnemer van een ontwikkeling voorafgaand aan de werkzaamheden de benodigde bodemgegevens en grondwatermetingen te verzamelen. Deze metingen moeten een periode van ten minste één volledig hydrologisch jaar beslaan, zodat de verschillen
tussen zomer en winter kunnen worden begrepen. De initiatiefnemer kan hierbij gebruikmaken van de gegevens uit het gemeentelijk grondwatermeetnet. Als blijkt dat het gemeentelijk grond watermeetnet niet voldoende dekkend is nabij de projectlocatie, is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het plaatsen van nieuwe meetpunten. Indien mogelijk neemt de gemeente, na het realiseren van de ontwikkeling, de peilbuizen in beheer en eigendom over van de ontwikkelaar. Bij aanleg van ondergrondse objecten dient de initiatiefnemer de effecten op de omgeving te onderzoeken.
De initiatiefnemer dient bij het ontwerp en uitvoering de onderstaande voorkeursvolgorde aan te houden: 1. Aanleg van (extra) open water. 2. Integraal ophogen van het gebied. 3. Grondverbetering. 4. Aanpassing bouwwijze of gebruik. 5. Toepassen robuuste ontwateringsmiddelen (zowel particulier als openbaar).
Om te voldoen aan de ontwateringseisen zijn verschillende oplossingen denkbaar. Niet alle oplossingen zijn echter gewenst.
Tijdelijke grondwaterlozingen Voor tijdelijke grondwaterlozingen zoals bij de bouw van ondergrondse bouwwerken, de aanleg van kabels en leidingen of bij saneringen geldt dat het grondwater ter plaatse gereinigd wordt alvorens het geloosd wordt in het oppervlaktewater of een hemelwaterriool. Eventueel mag gereinigd grondwater ook in de bodem worden geloosd. Een grondwaterlozing op het vuilwaterriool is in principe niet toegestaan. Alleen voor proefbemalingen of via een maatwerkvoorschrift van de gemeente kan hiervan afgeweken worden.
Graafwerkzaamheden in de Maassluissedijk
De initiatiefnemer dient een onderbouwing te geven indien de voorkeursmethode niet mogelijk wordt geacht.
5.4
Oppervlaktewater
Water vormt letterlijk de ruggengraat van Vlaardingen. Goed waterbeheer is cruciaal voor onze stad. Niet alleen om de afvoer van afval- en
hemelwater te garanderen, maar ook voor de bescherming tegen hoge rivierwaterstanden en het creëren van een gezond en aantrekkelijke leefomgeving. Het waterbeheer in Vlaardingen was er in het verleden op gericht om het water zo snel mogelijk af te voeren. Rond de oude stadskern was een uitgebreide ontwateringsstructuur aanwezig, met o.a. de Biersloot, de Waal en de Poeldijksche Wetering. Deze watergangen dienden echter ook als open riool, waardoor het water sterk vervuilde. Dit was aanleiding om de watergangen te dempen en te vervangen door een rioolbuis. Via de riolering werd het oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater direct geloosd op de rivier. Met de komst van de waterzuivering in de 20e eeuw veranderde dat. Nieuwe leidingen werden aangelegd om het rioolwater naar de waterzuivering te transporteren. Het oppervlaktewater wordt sindsdien via singelgemalen op de boezem of de rivier geloosd. Het riool- en watersysteem zijn tot op de dag van vandaag sterk met elkaar verweven. Via overstorten en overlaten vindt veel interactie plaats. Daarnaast beïnvloeden de afvoercapaciteit van het riool- en watersysteem elkaar. Het is dan ook belangrijk om beide systemen in gezamenlijkheid te beschouwen.
Programma Stedelijk Water 2024-2028 37.
Verantwoordelijkheden in het waterbeheer De verantwoordelijkheden in het waterbeheer in Nederland zijn geregeld in de Waterwet. Waterschappen zijn onderandere verantwoordelijk voor de regionale wateren, beschermen het land tegen overstromingen en zorgen voor de zuivering van afvalwater. In Vlaardingen is het Hoogheemraadschap van Delfland verantwoordelijk voor o.a. het peilbeheer en het beheer en onderhoud van waterkeringen en sloten. Daarbij bewaakt het hoogheemraadschap ook de (zwem) waterkwaliteit en verzorgt het voor de hele regio de zuivering van het afvalwater. De gemeente Vlaardingen draagt zorg voor het rioolsysteem, het onderhouden van kades en oevers en het constructief onderhoud van duikers, inlaten en spoelvoorzieningen. Schoon en gezond water De gemeente Vlaardingen en het Hoogheemraadschap van Delfland werken samen aan voldoende, schoon en gezond water. Het oppervlaktewater is tenslotte een gezichtsbepalend element dat ook belangrijk is voor de opvang van regenwater. Schoon en gezond water draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving en het vergroten van de biodiversiteit. Het drinkwater in Vlaardingen wordt geleverd door drink waterbedrijf Evides. Voor de winning van drinkwater maakt Evides gebruik van het bekkenwater uit de Biesbosch. Het water is afkomstig uit de Maas.
Vlaardingen ligt stroomafwaarts van deze drinkwaterwinningslocatie waardoor het risico op vervuiling van het drinkwater als gevolg van activiteiten in Vlaardingen beperkt is. 38.
Natuurvriendelijke oevers in de Westwijk
Wateragenda Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft in 2019 het watersysteem in Vlaardingen hydraulisch doorgerekend. Uit deze modelberekeningen komen bij stevige klimaatbuien enkele knelpunten naar voren. In de komende planperiode stellen de gemeente en het hoogheemraadschap een gezamenlijk wateragenda op. In de wateragenda bepalen we welke maatregelen genomen moeten worden om ook in de toekomst een robuust rioolen watersysteem te garanderen. Voor het opstellen van een gezamenlijke wateragenda is een bedrag van € 10.000,- [O14] opgenomen.
is om het aantal overstortgebeurtenissen te redu ceren. Daarnaast wordt waar mogelijk water vastgehouden en vertraagd afgevoerd, zodat het riool- en oppervlaktewatersysteem niet overbelast raakt. Het sluiten van overstorten heeft niet de voorkeur, omdat het probleem verplaatst kan worden naar een andere locatie, bijvoorbeeld op straat of in woningen.
5.4.1 Beheer en onderhoud
De overstortconstructies worden eenmaal per vijf jaar visueel geïnspecteerd en ingemeten. Voor zettingsgevoelige constructies worden aanvullende maatregelen getroffen. Bijvoorbeeld door deze overstorten te voorzien van een flexibele overstortmuur.
Overstorten In Vlaardingen is het rioolstelsel nauw verweven met het oppervlaktewater. Via overstorten kan het rioolstelsel tijdens een hevige regenbui worden ontlast om te voorkomen dat schade in het stedelijk gebied ontstaat. Omdat verdund, maar verontreinigd rioolwater op het oppervlaktewater wordt geloosd kan dit een negatief effect op de waterkwaliteit hebben. Op basis van meldingen en modelberekeningen blijkt dat enkele overstorten lokaal problemen kunnen veroorzaken. Bij kritieke overstorten worden metingen uit gevoerd om o.a. het aantal, de duur en omvang van de overstortgebeurtenissen te monitoren. De gemeente is van mening dat het afkoppelen van verhard oppervlak de meest robuuste manier
In Vlaardingen zijn overstorten, overlaten en regenwateruitlaten aanwezig. Bij hevige neerslag kan het teveel aan water via overstorten op het oppervlaktewater worden geloosd. De drempelhoogte ligt in het algemeen 20 tot 25 cm boven het singelpeil.
Duikers Een duiker vormt de verbinding tussen watergangen. Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het schoonhouden van de duikers in primaire watergangen. In overige watergangen is de gemeente (of een andere wegbeheerder) hiervoor verantwoordelijk. Als een duikerverbinding verstopt of te krap is kan het waterniveau in het afvoerende gebied gaan stijgen. De gemeente heeft de wens om verhard oppervlak van het rioolstelsel af te koppelen.
Samen met het hoogheemraadschap worden de consequenties voor het watersysteem onderzocht indien de afkoppelambitie gerealiseerd wordt. Verbetermaatregelen aan duikers worden bij voorkeur gecombineerd met het geplande vervangingsmoment. Voor het vervangen van duikerverbindingen zijn middelen opgenomen in het programma ‘Civiel Technische Kunstwerken’. Oevers In Vlaardingen zijn veel watergangen voorzien van beschoeiing. Deze kerende constructie zorgt voor een stabiele oever en voorkomt afkalving. Als een beschoeiing aan vervanging toe is, wordt onderzocht of deze vervangen kan worden door een natuurvriendelijke oever. Bij een natuurvriendelijke oever loopt land geleidelijk over naar water, dit is positief voor zowel de flora en fauna (biodiversiteit, paaiplaatsen, vissen en amfibieën) alsook voor het landschap. Naast een goede leefomgeving voor waterplanten en -dieren, dragen natuurvriendelijke oevers ook bij aan de verbetering van de waterkwaliteit. Waterplanten hebben namelijk een zuiverende werking op het water. Voor het vervangen van beschoeiingen zijn middelen opgenomen in het programma ‘Civiel Technische Kunstwerken’. Indien uit een gebiedsontwikkeling een waterbergingsopgave volgt op basis van de Watersleutel (beleid
Programma Stedelijk Water 2024-2028 39.
hoogheemraadschap), dan zet de gemeente waar mogelijk in op de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Baggeren Om water te kunnen blijven afvoeren en te voorkomen dat watergangen dichtslibben wordt regelmatig het bagger van de waterbodem verwijderd. De gemeente en het hoogheemraadschap stellen daarvoor een gemeenschappelijk bestek op. Voor de werkzaamheden wordt een 8 jarige baggercyclus gehanteerd. De kosten voor het baggeren worden verdeeld op basis van de verhouding primair en secundair water. Deze kosten worden gedekt vanuit het product ‘Waterlopen’.
5.4.2 Waterkwaliteit Zwemwater De provincie Zuid-Holland wijst jaarlijks de zwemwater locaties in natuurwater aan. Dit zijn de officiële locaties waar regelmatig de kwaliteit en veiligheid van het water wordt beoordeeld tijdens het zwemwaterseizoen (1 mei tot 1 oktober). Voor deze aangewezen locaties gelden normen voor zwemwater in oppervlaktewater. In Vlaardingen is de Krabbeplas Oostzijde aangewezen als officiële zwemwaterlocatie. Op warme dagen maken Vlaardingers ook op andere locaties gebruik van een verkoelende duik. Deze locaties zijn niet als officiële zwemwaterlocaties aangewezen en voldoen mogelijk niet aan de geldende normen. In Nederland is het niet verboden om te zwemmen in oppervlaktewater, dit is echter wel op eigen risico. De komende jaren informeert de gemeente haar inwoners over de mogelijkheden en 40.
risico’s van zwemmen in natuurwater. Dit doen we in de lokale media (aan het begin van de zomerperiode wanneer de kans op zwaardere buien toeneemt) en op de gemeentelijke website. Overstortbemaling Vlaardingen beschikt over bemalen overstorten. Bij extreme regenval verpompen we verdund riool water naar de rivier. We maken hiervoor gebruik van de transportleidingen die in het verleden werden gebruikt om rioolwater op de rivier te lozen. Dankzij de overstortbemaling neemt de kans op wateroverlast in kwetsbare gebieden af, maar het lozen van verdund rioolwater zorgt wel voor een vervuiling van het rivier water. De gemeente spant zich in om de overstort frequentie en vuilgraad van de overstortbemaling terug te dringen door de pompaansturing te opti maliseren en verhard oppervlak van het riool af te koppelen. Aanpak diffuse bronnen Het aanpakken van verontreinigingen uit diffuse bronnen, is lastig gezien de vervuiling niet één bron heeft. Bij diffuse bronnen kan gedacht worden aan onkruidbestrijdingsmiddelen, uitlogende bouw materialen en leidingen (zoals o.a.: lood, koper en zink), uitspoeling van fecaliën, etc. De gemeente zet zich in om vervuiling uit diffuse bronnen zoveel mogelijk tegen te gaan. Vervuiling van het afstromend hemelwater wordt zoveel als mogelijk beperkt. Indien mogelijk wordt een verbeterd gescheiden rioolstelsel aangelegd op locaties
die feitelijk alleen vuilwater zouden mogen ontvangen, blijken bij neerslag een soms aanzienlijke hoeveelheid water binnen te krijgen. Dit kan bij hevige regenval tot problemen leiden, doordat een vuilwatersysteem vaak niet is gedimensioneerd om regenwater te verwerken. Indien het afvalwater via het regenwaterstelsel wordt afgevoerd kan dit vervuiling van het oppervlaktewater veroorzaken. Uit onderzoek van Stichting RIONED blijkt dat deze vorm van vervuiling op jaarbasis vergelijkbaar is met de overstorten vanuit het gemengde rioolstelsel. De gemeente doet actief onderzoek naar foutieve aansluitingen, door ze op te sporen en te verhelpen.
waar de kans op verontreiniging groot is, bijvoorbeeld bij wegen waar gevaarlijke stoffen over worden vervoerd. In Vlaardingen wordt bij de onkruidbestrijding al jaren het beleid gevoerd dat geen chemische middelen worden toegepast. Vanaf 1 januari 2016 is de toepassing van chemische bestrijdingsmiddelen ook per wet verboden, op enkele uitzonderingen na. Foutieve aansluitingen Bij de aanleg van een gescheiden rioolstelsel kan het voorkomen dat de vuil- en
schoonwateraansluitingen verkeerd worden aangesloten. Dit houdt in dat de afvalwaterafvoer van een perceel is aangesloten op het regenwaterstelsel van de gemeente, of andersom. Ook kan het zijn dat de perceelaansluitingen wel op de juiste riolering van de gemeente zijn aangesloten, maar dat in het pand op het verkeerde afvoersysteem is aangesloten. We spreken dan van een foutieve aansluiting. Het foutief aansluiten van regenwater- en vuilwaterriolen kan de werking van het rioolstelsel nadelig beïnvloeden. Sommige pompputten
Afkoppelen Bij het afkoppelen van verharde oppervlakken maakt de gemeente een doelmatigheidsafweging. Bij de afstroming van hemelwater kunnen concentraties van verschillende stoffen aan het water worden toegevoegd. Dit kan het geval zijn op bedrijventerreinen met een hoge milieuklasse. Door verontreinigingen in het hemelwater kan de waterkwaliteit van het ontvangende oppervlaktewatersysteem verslechteren. Anderzijds kan de waterkwaliteit ook verbeteren door meer doorstroming, een kortere verblijfstijd, minder overstorten vanuit het gemengde rioolstelsel (verdund ongezuiverd afvalwater) en het inlaten van minder nutriëntenrijk inlaatwater.
Programma Stedelijk Water 2024-2028 41.
6. Maatregelen
42.
6.1
Investeringen
6.2
Beheer en onderhoud
6.3
Onderzoek
6.4
Planvorming en beleidmatige activiteiten Maatregel
Middelen (€ x 1.000)
Type
P1
Lidmaatschap en abonnementen
€ 55,-
Jaarlijks
P2
Overige beheer- en beleidsactiviteiten
€ 55,-
Jaarlijks
Jaarlijks gemiddelde
€ 110,-
Programma Stedelijk Water 2024-2028 43.
7. Benodigde middelen 7.1
Financiële middelen
Voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken zijn maatregelen nodig en worden rioolobjecten beheerd en onderhouden. Om de kosten voor deze maatregelen en activiteiten te kunnen betalen heft de gemeente rioolheffing. Deze rioolheffing is 100% kostendekkend over een periode van 60 jaar. De gemeente streeft er naar de rioolheffing zoveel mogelijk stabiel te houden. Voornamelijk de investeringen kunnen jaarlijks behoorlijk fluctueren, waardoor tekorten of overschotten kunnen ontstaan. Dit wordt voorkomen door de investeringen in de tijd te spreiden zodat investeringspieken worden afgevlakt.
7.1.1 Ontwikkeling rioolheffing Bij het bepalen van de hoogte van de rioolheffing hanteert de gemeente een planhorizon van 60 jaar, gelijk aan de technische levensduur van de riolering. Door een planhorizon te hanteren gelijk aan de technische
44.
levensduur van de riolering, anticipeert de gemeente op toekomstige vervangingspieken en kan worden voorkomen dat de rioolheffing fors moet stijgen. De ontwikkeling van de rioolheffing in de periode 2024 tot en met 2076 is weergeven in figuur 2. De uitgangspunten die voor het kostendekkingsplan zijn gehanteerd zijn weergeven in bijlage 5. De ontwikkeling van de rioolheffing is exclusief jaarlijkse indexatie.
7.1.2 Spaarvoorziening In 2019 is het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 vastgesteld waarbij de egalisatievoorziening is omgezet naar een spaarvoorziening (BBV artikel 44 lid 1d). Het doel van de spaarvoorziening is om de kapitaallasten op korte en lange termijn te beperken door te sparen voor toekomstige vervangingsinvesteringen. De spaarvoorziening kan en mag geen negatief saldo hebben. Het saldo in de spaarvoorziening wordt gebruikt om investeringen deels in de balanssfeer af te boeken, waardoor het ontstaan van nieuwe kapitaal lasten beperkt wordt. In de spaarvoorziening wordt een minimaal saldo van € 200.000,- aangehouden voor calamiteiten zoals pompuitval, persleidingbreuk en/of instorting vrijverval riolering. De ontwikkeling van de spaarvoorziening in de periode 2024 tot en met 2075 is weergeven in figuur 3.
Figuur 2 De ontwikkeling van de rioolheffing periode 2024 - 2076.
Figuur 3 De ontwikkeling van de spaarvoorziening periode 2024 - 2076
Programma Stedelijk Water 2024-2028 45.
7.1.3
Indexatie
De prijzen veranderen jaarlijks. Om de prijzen actueel te houden moeten ze gecorrigeerd worden voor de inflatie. De laatste jaren is de inflatie sterk toegenomen met als gevolg dat de prijzen voor arbeid en grondstoffen zijn gestegen. Hiervoor zijn verschillende redenen zoals de schaarste op de wereldmarkt en de toenemende vraag na COVID, maar ook door een stijging van de productieen transportkosten. De stijgende prijzen hebben invloed op de rioolheffing. Voor het bepalen van de benodigde middelen is het prijspeil van januari 2023 aangehouden. Voor deze periode zijn grondstoffen veelal verhandeld tegen dagkoersen. Hoewel de prijzen hoog zijn, lijkt de markt gestabiliseerd. De benodigde middelen moeten jaarlijks worden aan gepast op basis van de opgetreden inflatie. Het corrigeren dient op basis van de actuele inflatiecijfers van het CBS plaats te vinden. Rioleringswerkzaamheden vallen onder post ‘4221 Civieltechnische werken voor vloeistoffen’. Voor de energieprijzen worden de consumentenprijzen voor energie gehanteerd. De indexcijfers van het CBS kunnen omgerekend worden tot een inflatiepercentage met de volgende formule.
46.
7.1.4
Heffingseenheden Vlaardingen heeft in 2023 37.300 heffingseenheden binnen de categorie woningen. De komende jaren stijgt het aantal heffingseenheden als gevolg van nieuwbouw (woningbouw). Voor het berekenen van de ontwikkeling van de rioolheffing zijn bevolkingsgroeiprognoses gehanteerd, waarbij uitgegaan wordt van een gemiddelde woningbezetting van 2,0 bewoners per woning.
7.1.5
Heffingsmaatstaf De rioolheffing in Vlaardingen is opgebouwd uit een (vast) eigenarendeel en een gebruikersdeel. Het eigenarendeel betreft een vast bedrag per jaar per perceel. Het gebruikersdeel betreft een aanvullende heffing voor grootverbruikers die op jaarbasis meer dan 250 m³ afvalwater lozen en betreft een bedrag per kubieke meter geloosd afvalwater. Voor het bepalen van het gebruikersdeel worden alleen de kostenposten naar rato toegerekend die daadwerkelijk afhankelijk zijn van de hoeveelheid afgevoerd afvalwater. Kosten die geen relatie hebben met de hoeveelheid afvalwater worden toegerekend aan het eigenarendeel. Het gaat dan bijvoorbeeld om het reinigen van straatkolken, het uitvoeren van diverse onderzoeken en het onderhouden van drainageleidingen. De verdeelsleutel wordt jaarlijks aangepast op basis van het aantal inwoners, het gemiddelde jaarlijkse drinkwaterverbruik per inwoner en het verwachte grootverbruik.
7.1.6 Verordening rioolheffing
7.2
De ‘Verordening rioolheffing Vlaardingen 2021’ is een belastingverordening die de bevoegdheid van de gemeente regelt om rioolheffing te innen. In deze verordening staat het belastingobject, de belastingplicht, de heffingsmaatstaf, het tarief en de heffingswijze beschreven. Gemeenten hebben een keuzevrijheid bij de keuze van een heffingsmaatstaf, maar moeten wel rekening houden met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.
In het Programma Stedelijk Water worden de maatregelen beschreven die de gemeente de komende jaren moet nemen om aan haar zorgplichten te voldoen. Om deze maatregelen succesvol uit te voeren, zijn zowel voldoende financiële middelen als goed opgeleid personeel (kwantiteit en kwaliteit) nodig. Met behulp van de formatiescan van Stichting RIONED heeft de gemeente inzicht gekregen in de benodigde personele capaciteit om de gemeentelijke watertaken adequaat uit te voeren, rekening houdend met de uitbesteding van bepaalde activiteiten. Uit de formatiescan blijkt dat er 9,6 fulltime equivalenten (fte) nodig zijn om de watertaken uit te voeren, exclusief het beheer en onderhoud van de
In 2024 actualiseren we de verordening op basis van de nieuwe modelverordening van de VNG. Deze actualisatie grijpen we aan om te verkennen of de huidige heffingsmaatstaf nog wenselijk is.
Personele middelen
rioolgemalen in Vlaardingen. Het beheer en onderhoud van deze gemalen vallen buiten de standaardmethodiek van Stichting RIONED. Op 1 januari 2023 heeft de gemeente Vlaardingen 11,75 fte beschikbaar, waarvan 3,25 fte verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de gemalen. Dit betekent dat er rekening houdend met 8,5 fte voor de overige taken, een tekort is van 1,1 fte. Het wordt aanbevolen om de rol van beheerder te versterken, met name op het gebied van taken zoals vergunningverlening, gegevensbeheer, ontwerpen (toetsen), en het voorbereiden en realiseren van maatregelen. In het Programma Stedelijk Water is financieel rekening gehouden met de uitbreiding van de formatie.
Bijlagen Bijlage 1 Reacties andere overheden Bijlage 2 Overzicht overstortconstructies Bijlage 3 Klimaatstresstesten Bijlage 4 Aandachtsgebieden hoge en lage grondwaterstanden Bijlage 5 Financiële uitgangspunten kostendekkingsplan
Programma Stedelijk Water 2024-2028 47.