Plantoelichting Bestemmingsplan bedrijfswoning Maassluissedijk
Tekst van het document
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Specifieke uitgangspunten voor dit bestemmingsplan 1.3 Ligging en begrenzing plangebied 1.4 Vigerende plannen 1.5 Leeswijzer
5 5 5 6 7 8
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en planvoornemen 2.1 Historie 2.2 Ruimtelijke structuur en inrichting 2.3 Planvoornemen
9 9 11 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
13 13 14 17 18
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) 4.2 Verkeer 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geluidhinder 4.5 Geurhinder 4.6 Bodemkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Ladder Duurzame Verstedelijking
19 19 19 21 22 29 30 30 33 39 42 43
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Standaard en plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels
44 44 44
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47 47 47
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Akoestisch onderzoek Bijlage 2 Aanvullend akoestisch onderzoek Bijlage 3 Aanvullend akoestisch onderzoek hogere waarden Bijlage 4 Aanvullend akoestisch onderzoek november 2022 Bijlage 5 Besluit hogere waarden Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7 Watersleutel Bijlage 8 NBW oplegnotitie soortenbescherming Bijlage 9 Verkennend archeologisch onderzoek Bijlage 10 Boorgegevens verkennend archeologisch onderzoek
49 50 85 93 98 107 112 187 189 264 299
2
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
3
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
4
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Aan de Maassluissedijk 202 in Vlaardingen is al sinds jaren de caravanstalling van de firma Poot gelegen. Aan de oostzijde van de bedrijfskavel stonden twee bedrijfswoningen. Met de komst van de Blankenburgverbinding bleek het noodzakelijk beide woningen te amoveren. Ter vervanging krijgt de firma Poot de gelegenheid een nieuwe bedrijfswoning te realiseren aan de westzijde van caravanstalling 'De Schaapskooi', die op dezelfde bedrijfskavel is gelegen. Naar verwachting zal deze bedrijfswoning het huisnummer '208' krijgen. De nieuwe bedrijfskavel ligt in een voormalig bosperceel dat eigendom was van Staatsbosbeheer maar inmiddels is overgedragen aan de firma Poot. De gemeente Vlaardingen heeft verklaard mee te werken aan de realisatie van de nieuwe bedrijfswoning. Dit bestemmingsplan is bedoeld om de huidige bestemming van het perceel waar de nieuwe bedrijfswoning is beoogd te wijzigen naar een bedrijfsbestemming met de mogelijkheid voor de bouw van een bedrijfswoning.
Uitsnede impressie ligging Blank enburgverbinding ten opzichte van Poot Caravans Bron: Rijkswaterstaat
1.2
Specifieke uitgangspunten voor dit bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan kan niet los worden gezien van de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Blankenburgverbinding en de afspraken die in dat kader met de firma Poot zijn gemaakt. De werkzaamheden voor deze verbinding zijn reeds gestart en hebben deels invloed op het plangebied: 1. De nieuw te bouwen bedrijfswoning is uitdrukkelijk bedoeld als vervanging voor twee geamoveerde bedrijfswoningen; dit uitgangspunt is relevant voor het beroep op maatwerk op grond van de Provinciale Omgevingsverordening (zie hiervoor paragraaf 3.2 Provinciaal beleid), de afweging
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
5
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 omtrent geurhinder, opgenomen in paragraaf 4.5 Geurhinder, de beschouwing van het groepsrisico in het kader van de externe veiligheid zoals beschreven in paragraaf 4.7 Externe veiligheid en de vraag of de Ladder Duurzame verstedelijking van toepassing is (zie paragraaf 4.11 Ladder Duurzame Verstedelijking). 2. Voorafgaand aan de grondoverdracht aan de firma Poot heeft noodkap plaatsgevonden in het plangebied in verband met de essentakziekte. De noodkap is uitgevoerd door Staatsbosbeheer. Een groot deel van de bomen is daarbij geveld. Compensatie op grond van de Wet natuurbescherming en het provinciale bosbeleid is de verantwoordelijkheid van Staatsbosbeheer. Er wordt vanuit gegaan Staatsbosbeheer beschikte over de juiste vergunningen c.q. toestemmingen voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. Hiervoor wordt verder verwezen naar paragraaf 4.9 Ecologie en paragraaf 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 3. De firma BAAK heeft in opdracht van Rijkswaterstaat vanwege de werkzaamheden voor de Blankenburgverbinding al werkzaamheden uitgevoerd in het plangebied. Deze werkzaamheden betreffen het dempen van de bestaande watergang en het graven van de nieuwe watergang in het kader van de aanleg van kabels en leidingen. Deze werkzaamheden waren vanwege de planning van de Blankenburgverbinding noodzakelijk; er kon niet gewacht worden met de uitvoering.
Voor deze werkzaamheden is een watervergunning verleend. Hiervoor wordt verder verwezen naar paragraaf 4.8 Water en paragraaf 4.10 Archeologie en cultuurhistorie.
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt langs de Maassluissedijk in Vlaardingen en betreft een perceel van circa 2000 m2. In onderstaande figuur is het nieuwe perceel (aan de westzijde van de bedrijfskavel) weergegeven. De oude locatie van de twee bedrijfswoningen is aan de oostzijde van de bedrijfskavel gelegen.
Luchtfoto bestaande situatie en ligging plangebied
Bron: Google Earth
De locatie voor de nieuw te bouwen bedrijfswoning was eigendom van de Staat en werd beheerd door Staatsbosbeheer. Op 2 april 2019 zijn de gronden in eigendom overgedragen aan de heer Poot.
6
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
1.4
Vigerende plannen
Het huidige bestemmingsplan is het bestemmingsplan 'Buitengebied West' van de gemeente Vlaardingen, vastgesteld op 11 maart 2014. Voor zover bekend is het bestemmingsplan geheel onherroepelijk. De bestemming van de gronden is 'Recreatie-2'. De bestemmingsregeling ziet er als volgt uit: "De voor Recreatie - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. extensieve recreatie; b. behoud en versterking en/of herstel van de aan de gronden eigen zijnde landschappelijke waarden; al dan niet in combinatie met: c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.
groenvoorzieningen; water; ontsluitingen, wegen en wandel- en fietspaden; park eervoorzieningen; nutsvoorzieningen; sport- en speelvoorzieningen; straatmeubilair; kunstwerken; oevers; oeververbindingen"
Deze bestemming staat de bouw van een bedrijfswoning niet toe, daarom dient de bestemming gewijzigd te worden.
In rood de globale ligging van het plangebied. Bron: Bureau Wissing Naast dit bestemmingsplan is voor deze gronden het ontwerpbestemmingsplan 'Paraplu bestemmingsplan wonen' van kracht. Dit bestemmingsplan ziet op een actualisatie van de regeling
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
7
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 omtrent het gebruik van burgerwoningen en is vastgesteld op 15 oktober 2020. Verder vigeert op deze gronden het paraplubestemmingsplan 'Parkeren 2019'. Dit bestemmingsplan is op 3 februari 2020 vastgesteld en inmiddels onherroepelijk.
1.5
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit planregels, verbeelding en toelichting. De planregels vormen in combinatie met de verbeelding het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bevat een beschrijving van aan het plan ten grondslag liggende gedachten alsmede de resultaten van verricht onderzoek.' Het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan Buitengebied West. Daarom wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van de informatie uit het bestemmingsplan Buitengebied West, uiteraard voor zover relevant en van toepassing op dit bestemmingsplan en zo nodig geactualiseerd. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 6 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt kort beschreven wat de historie is van het plangebied, hoe de huidige ruimtelijke structuur is ontstaan, en wat het planvoornemen is. In hoofdstuk 3 worden de relevante beleidskaders van rijk, provincie, regio en gemeente beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de relevante milieuaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische regeling wordt uitgelegd en in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid wordt beschreven.
8
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
Hoofdstuk 2
Huidige situatie en planvoornemen
Voor de beschrijving van de huidige situatie wordt gebruik gemaakt van de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied West (2014) van de gemeente Vlaardingen, alsmede het gebiedsprofiel Midden- Delfland (Provincie Zuid-Holland, 2012), de gebiedsvisie Midden Delfland (samenwerkende gemeenten (2005) en het rapport 'Historie en landschap van de Alkeet Binnenpolder, AlkeetBuitenpolder, Broekpolder, Foppenpolder en Vlietlanden' van de Stichting 'Midden-Delfland is Mensenwerk'.
2.1
Historie
Caravanhandel Poot is al sinds de jaren '70 van de vorige eeuw gevestigd aan de Maassluissedijk. Het plangebied is van oudsher als boerenland gebruikt. De dijk is de historische verbinding tussen Vlaardingen en Maassluis. Het plangebied ligt in de Aalkeet Binnenpolder, een klassiek veenweidegebied, onderdeel van het grotere veenweidegebied Midden Delfland. De Alkeet Binnenpolder is een relatief kleine polder met een noord-zuid georiënteerd waaiervormige verkaveling. De polder ligt ingeklemd tussen Maassluis en Vlaardingen. Wanneer zo'n 5000 jaar geleden de Hollandse kust zich sluit,ontstaat tussen de strandwallenkust en de hogere gronden van de Utrechtse Heuvelrug een moerassige lagune waarin zich veenvorming ontwikkelt. Veenriviertjes doorsnijden het veenkussen en voeren overtollig water af naar de grote rivieren. De zee heeft nog tijdenlang invloed op het gebied. Dit toont zich in de kleiafzettingen op het veen en in de restanten van een wadkrekenstructuur in en rond het plangebied. Rond de tiende eeuw wordt een begin gemaakt met de ontginning van het centrale veenmoeras. Er worden sloten gegraven om het moeras te ontwateren en om te zetten naar landbouwgrond. De verbeterde ontwatering heeft bodemdaling van het veen tot gevolg, de voormalige wadkreken komen nu als kreekruggen zichtbaar in het landschap te liggen.
Deze hoger gelegen, zandige ruggen worden als occupatiebasis gebruikt wat een kenmerkend onregelmatig verkavelingspatroon oplevert. Het veenmoeras wordt blok voor blok ingedeeld in lange smalle percelen (het natte gebied vergt een dicht netwerk van sloten om af te wateren); het slagenlandschap. Elk blok wordt omringd door een kade om de toestroom van water van buitenaf tegen te gaan. Zo ontstaan polders met een fijnmazig netwerk van sloten, omringd door boezemkanalen en kades. Occupatie wordt vanaf de middeleeuwen structureel. In de omgeving van het plangebied zijn hiervan diverse sporen gevonden.
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
9
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
Overzicht indeling in polders en bijzondere objecten, Bron:Historie en landschap van de Alk eet Binnenpolder, Alkeet- Buitenpolder, Broekpolder, Foppenpolder en Vlietlanden Tot en met 1900 verandert er nauwelijks iets aan dit landschap. In de naoorlogse periode wordt het land heringericht ten behoeve van een optimaal landbouwkundig functioneren. Bedrijven worden geherstructureerd en opgeschaald. Tegelijkertijd vindt een explosieve uitbreiding van woningbouw, industrie- en bedrijventerreinen, havens, kassenbouw en infrastructuur plaats. Om de openheid van Midden-Delfland te beschermen en de landbouw nieuwe kansen te bieden, wordt in 1977 de Reconstructiewet van kracht. Deze roept een halt toe aan de verstedelijking teneinde de openheid van het Midden Delflandgebied te sparen. Op de overgang van stad naar land worden uitgestrekte bos-, natuur- en recreatiegebieden ontwikkeld. De Aalkeet-Binnenpolder krijgt ten zuiden van de Zuidbuurt en de spoorlijn een beplanting met bos, gedeeltelijk ook op de opgespoten terreinen buitendijks (Oeverbos). Deze bebossing is vooral aangebracht om het zicht vanuit het gebied Midden-Delfland op de installaties van de petrochemische industrie in het Botlekgebied te beperken. Vanaf de Zuidbuurt beperkt deze bebossing echter tevens de herkenbaarheid van de op een geulafzetting gelegen boerderijstrook tussen de Zuidbuurt en de spoorlijn.
Aanzienlijke gebieden, als de Vlietlanden, Foppenplas, Krabbeplas en Kraaiennest worden vernat. In het agrarisch gebied wordt een uitgebreid recreatienetwerk ontwikkeld en worden de ecologische kwaliteiten versterkt.
10
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
2.2
Ruimtelijke structuur en inrichting
Door de karakteristieke, maar opgesloten ruimtes door de spoorlijn en bosopstanden, heeft de Alkeet Binnenpolder een duidelijke andere sfeer dan andere polders van Midden-Delfland. De Zuidbuurt vormt de scheiding met de Aalkeet Buitenpolder. De Aalkeet Binnenpolder heeft vooral een extensieve recreatieve functie met een uitgebreidere creatieve routestructuur. Circa één derde deel van de polder bestaat nog uit (voormalige) veehouderijen, gesitueerd ten noorden van de spoorlijn. De meeste boerderijen hebben echter een nieuw en gevarieerd gebruik (wonen + bedrijf). De polder is vrij sterk bebost met jonge, mono-cultuur opstanden. Nog enkele kavels worden gebruikt voor (melk-) veehouderij. Centraal door de polder doorsnijdt de Hoekse Lijn het landschap. De spoorlijn zorgt voor een noord-zuid scheiding. In de zuidwesthoek van de polder ligt de caravanstalling van de firma Poot. Deze is van de omgeving afgeschermd door opgaande bosopstanden, waardoor een groot deel van de bebouwing nauwelijks zichtbaar is. Dit bedrijf was reeds in het voorgaande bestemmingsplan (dat op 5 juni 1991 door de gemeenteraad is vastgesteld en op 7 januari 1992 door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland is goedgekeurd) als stallingsbedrijf (bestemming Bedrijf) bestemd.
Luchtfoto situatie 2020; op de voorgrond de kavel waar dit bestemmingsplan op ziet. Tevens te zien het werk terrein van de Blankenburgverbinding. Bron: Poot Caravans
2.3
Planvoornemen
Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid voor de bouw van één bedrijfswoning ten behoeve van de firma Poot. Deze nieuwe bedrijfswoning is bedoeld ter vervanging van twee andere bedrijfswoningen die, met de komst van de Blankenburgverbinding geamoveerd moesten worden. Dit is ook de verklaring waarom de nieuwe bedrijfswoning aan de andere zijde van het bedrijfsperceel wordt gerealiseerd. Hoewel het definitieve ontwerp van de nieuwe bedrijfswoning nog niet bekend is, zijn de ontwerpuitgangspunten wel helder. Deze worden bepaald door:
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
11
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 de ligging van de kavel aan een primaire waterkering; de noodzaak tot verlegging van een watergang vanwege de noodzakelijke toegankelijkheid tot het naastgelegen perceel; de noodzaak tot watercompensatie; de bodemgesteldheid; potentiële geluidhinder vanaf de Maassluissedijk. Omdat een concreet bouwplan ontbreekt is er in dit bestemmingsplan voor gekozen te werken met een bestemmingsvlak waarbinnen de woning moet worden gerealiseerd. In verband met de bodemgesteldheid alsmede de ligging naast de waterkering worden bodemingrepen zoveel als mogelijk voorkomen. De stobben van de gevelde bomen blijven in de grond zitten, de bodem wordt met een gebruikslaag van ca. 50 cm opgehoogd. Onregelmatige inklinking wordt daarbij aanvaardbaar. De kavel wordt niet gedraineerd en de woning wordt zo mogelijk kruipruimteloos gebouwd. De ophoging is vergund door de gemeente Vlaardingen en het Hoogheemraadschap van Delfland (HHD). In de huidige situatie is de bodem reeds deels opgehoogd met uitkomende grond van de inmiddels gegraven watergang. Deze watergang is breder dan de gedempte watergang; dit ter compensatie van de toename van de oppervlakteverharding. Aan de buitenzijde van de kavel wordt een schouwpad gerealiseerd. Het verleggen van de watergang is vergund door de gemeente Vlaardingen en HHD.
Voor de bouw- en goothoogte van de woning wordt aangesloten op de bebouwing in de omgeving. De goothoogte is maximaal 5 meter, de bouwhoogte maximaal 8 meter. De woning wordt afgedekt met een kap. De inhoud van de woning bedraagt maximaal 1500 m3. De woning wordt in eigen beheer gebouwd.
12
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In deze paragraaf wordt het relevante ruimtelijke beleid dat van toepassing is op het plangebied beschreven. Naast het ruimtelijke beleid geldt er ook nog sectoraal beleid. Dit wordt - voor zover noodzakelijk- beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting.
3.1
Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie infrastrcutuur en ruimte (SVIR). De NOVI vloeit voort uit de Omgevingswet (Ow) en geeft beleidsmatige invulling aan de taken die onder de Ow zijn toebedeeld aan het Rijk. De NOVI doet beleidsuitspraken op hoofdlijnen; voor de beoogde ontwikkeling van de bedrijfswoning van de firma Poot zijn deze niet relevant. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In de Structuurvisie Infrastructuur (SVIR) en Ruimte heeft de Rijksoverheid de nationale belangen omschreven waarvoor het Rijk zelf verantwoordelijkheid draagt. Een goede doorwerking van deze nationale belangen wordt juridisch geborgd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De nationale belangen betreffen onder meer onderwerpen op het gebied van de hoofdinfrastructuur (reserveringen rond hoofdwegen en hoofdspoorwegen, vrijwaring rond rijksvaarwegen en hoofdbuisleidingen), de elektriciteitsvoorziening, het vereenvoudigde regime van de ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Het Barro doet geen uitspraak over het plangebied. Blankenburgverbinding De Blankenburgverbinding (de nieuwe snelweg A24) gaat de verbinding vormen tussen de A15 (snelweg Rotterdam- Europoort) en de A20 (snelweg Rotterdam- Westland).
Zowel de A15 als de A20 zijn zeer belangrijke snelwegen voor de ontsluiting van de haven van Rotterdam. respectievelijk de Greenport Westland. Al langer bleek er behoefte te zijn aan een verbinding tussen beide snelwegen. Uiteindelijk is, na een lange voorbereiding gekozen voor de Blankenburgverbinding met een tunnel onder Het Scheur richting Rozenburg. Op 28 maart 2016 is het Tracébesluit voor deze verbinding genomen. De werkzaamheden zijn inmiddels gestart, de planning is dat de verbinding vanaf 2024 gebruikt kan worden.
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
13
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 Figuur: ligging Blankenburgverbinding
Bron: Staatscourant
De Blankenburgverbinding ligt buiten de grenzen van het plangebied van dit bestemmingsplan. Echter, zoals eerder aangegeven in paragraaf 1.1 Aanleiding en doel, is het door de komst van de Blankenburgverbinding noodzakelijk gebleken twee bedrijfswoningen van de firma Poot te amoveren.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland
3.2.1.1 Inleiding Het provinciale ruimtelijke beleid is neergelegd in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie is vastgesteld op 20 april 2019, de Omgevingsverordening is vastgesteld op 20 februari 2019. Beide stukken lopen vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow), die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking zal treden. Het doel van de Ow is een integrale benadering en afweging van het totaal aan beleid en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt een duidelijk onderscheid aangebracht tussen beleid (visie) en regelgeving (in geval de provincie; een verordening). De provincie Zuid-Holland heeft met de vaststelling van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening al het sectorale ruimtelijke beleid en alle sectorale regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving zoveel als thans wettelijk mogelijk in deze twee stukken ondergebracht.
3.2.1.2 Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie heeft de provincie de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur aan de hand van de volgende thema's uitgewerkt: het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via HOV verbonden regiokernen; de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht; het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie. De sturingsfilosofie is daarbij gericht op ruimte voor ontwikkeling, met borging van kwaliteit. De basisgedachte daarbij is dat er vanuit het provinciale belang naar de opgave wordt gekeken. Daarbij gaat het om de vraag welke gebied het betreft en is er ruimte voor maatwerk, tenzij er goede redenen zijn om te werken met een generieke regeling. Kwaliteitskaart Voor wat betreft het plangebied bevat wijst de omgevingsvisie het gebied aan als een gebied waar versterking en behoud van de ruimtelijke kwaliteit voorop staat. Door middel van een ruimtelijke kwaliteitskaart, onderverdeeld in diverse thematische lagen, is de ruimtelijke kwaliteit beschreven en wordt richting gegeven aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Op het plangebied zijn de volgende thematische lagen van toepassing: Laag van de ondergrond, rivierdeltacomplex De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden 14
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 Laag van de cultuur- en natuurlandschappen, veenlandschappen De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst. Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems. Een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide)gebied is van belang. Het maken van nieuwe (agrarische) natuurlandschappen met een (extensieve) recreatieve functie behoort daarbij tot de mogelijkheid. Ontwikkelingen dragen bij aan het bewaren van de diversiteit aan verkavelingspatronen.
Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden.Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen en dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Laag van de beleving, recreatie Recreatieterreinen liggen veelal op de overgang van de stedelijke dynamiek naar het luwe buiten. De kwaliteit van deze overgangen kan versterkt worden door het vergroten van de robuustheid, continuïteit, beleefbaarheid en aantrekkingskracht van zowel de recreatie- als de natuurgebieden. Een wezenlijk kenmerk van de recreatiegebieden is het openbaar parkkarakter. Een divers aanbod aan recreatiegebieden vergroot de aantrekkelijkheid van de provincie. De inrichting van de gebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen. Het aanbod wordt hierdoor specifieker en sterker verbonden met de Zuid-Hollandse kwaliteiten. Ontwikkelingen vergroten de diversiteit in ruimtelijke inrichting en programma tussen de verschillende recreatie- en groengebieden en dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het binnenstedelijk en buitenstedelijk groen.
Ontwikkelingen behouden of versterken de openbaarheid van recreatiegebieden. Gebiedsprofiel Midden Delfland Het plangebied ligt binnen het gebiedsprofiel van Midden Delfland. Het gebiedsprofiel is richtinggevend en uitdrukkelijk niet bedoeld als ruimtelijk beleid. Het gebiedsprofiel Midden Delfland is op 17 april 2012 vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten. Midden-Delfland behoort tot de 16 topgebieden cultuurhistorie van Zuid-Holland. Het cultureel erfgoed is hier nog in grote mate bepalend voor het karakter en de ruimtelijke kwaliteit. Naast historisch landschappelijke waarden komen ook archeologische waarden en historisch-stedenbouwkundige kwaliteiten van hoge tot zeer hoge waarde in grote mate voor. Algemene richtlijn voor het topgebied provinciaal landschap Midden-Delfland is continuïteit van karakter. Dit houdt onder andere in dat de samenhang tussen alle onderdelen van het gebied (boezem, polder, linten, enzovoorts) behouden en versterkt wordt en dat nieuwe ontwikkelingen de bestaande ruimtelijke eenheden, die samenhangen met de verschillende polders, als leidraad nemen. 3.2.1.3 Omgevingsverordening In de omgevingsverordening is het plangebied aangemerkt als 'ruimtelijke kwaliteit en bescherming categorie 2', tevens groene buffer, tevens recreatiegebied.
De Omgevingsverordening stelt hierover het volgende (artikel 6.9): "Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikk eling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijk e kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
15
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikk eling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de k waliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid."
Uitsnede verbeelding provinciale omgevingsverordening Zuid-Holland Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl Op grond van de criteria van de ruimtelijke kwaliteitskaart moet worden geconstateerd dat niet kan worden voldaan aan alle voorwaarden. Een lengtesloot wordt deels gedempt, de nieuwe bedrijfswoning ligt in een aangewezen recratiegebied en binnen een veenweidepolder. Daarnaast ligt de nieuwe bedrijfswoning buiten een bestaande bebouwingsstructuur. Dit houdt echter niet in dat deze ontwikkeling niet mogelijk is. In de provinciale omgevingsverordening is ruimte voor maatwerk: "Artik el 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk Een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels in deze afdeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels." Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan de eisen voor wat betreft toepassing van maatwerk. Daarbij spelen de volgende afwegingen een rol: de totale omvang van het plangebied is slechts circa 1500 m2; daarvan wordt een circa de helft bebouwd; 16
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 de lengtesloot wordt voor een klein deel gedempt, voor het overige blijft deze behouden; de nieuwe bedrijfswoning wordt direct naast, en aansluitend op, het bestaande bedrijfsperceel gerealiseerd; de nieuwe bedrijfswoning heeft een groene inpassing doordat aan de noord- en westzijde van de bedrijfswoning sprake is van bestaand bosgebied; aan de oostzijde ligt bestaande bedrijfsbebouwing; de nieuwe bedrijfswoning is met een goothoogte van 5 m en een nokhoogte van 8 m op gelijke of lagere hoogte dan de aansluitende bedrijfsbebouwing; het zicht vanaf de Maassluisedijk zal niet onevenredig worden aangetast.
Zicht vanaf de Maassluisedijk op het plangebied Bron: Google Earth De gemeente Vlaardingen heeft aangegeven mee te werken aan de toepassing van maatwerk voor deze situatie. De provincie Zuid-Holland heeft ingestemd met het toepassen van maatwerk in deze situatie.
3.3
Gemeentelijk beleid
Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040 De toekomstvisie Vlaardingen is tot stand gekomen na een uitgebreide consultatie met de Vlaardingse bevolking. Op basis hiervan zijn vier ambities voor de toekomst geformuleerd: Ambitie 1: Vlaardingen is sociaal en veilig; Ambitie 2: Vlaardingen een woonstad voor iedereen; Ambitie 3: Vlaardingen als innovatieve opleider; Ambitie 4: De Vlaardingse binnenstad leeft. De gemeente Vlaardingen kan deze ambities niet eigenstandig realiseren. Bewoners en bedrijven worden uitdrukkelijk uitgenodigd mee te denken en te werken. De toekomstvisie is dan ook mede bedoeld om uit te nodigen en te inspireren. De realisatie van deze ambities leidt in 2040 tot een aantrekkelijk woon-, leef-, en werkklimaat voor de gehele bevolking: Vlaardingen is gezellig, met een hechte gemeenschap die voor elkaar klaar staat. Doordat men elkaar kent en ontmoet voelen inwoners zich veilig in Vlaardingen. Inwoners van alle leeftijden en achtergronden wonen in gemixte wijken. Er is een breed woningaanbod voor alle doelgroepen. Ook zijn er in 2040 meer huur- en koopwoningen voor inwoners met een hoger inkomen.
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
17
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 Ondanks de verdichting is en blijft de Broekpolder vrij van nieuwe woonvormen. Ook in de woonwijken is veel aandacht voor groen. Groene lopers verbinden het Liesveld met de Broekpolder en Krabbeplas. Vlaardingen hoeft geen koploper op het gebied van een innovatieve energietransitie te zijn, maar doet wel mee met de rest van Nederland. Duurzame initiatieven van inwoners en bedrijven worden gestimuleerd. Vlaardingen staat bekend als belangrijke mbo-stad met een jongerencampus. De Vlaardingse economie bestaat niet uit grootschalige bedrijvigheid en industrie, maar uit veelzijdige ondernemers met kleine en middelgrote bedrijven. Het lokale bedrijfsleven werkt nauw samen met onderwijs, onderzoek en overheid. Veel inwoners werken in de regio, daarom zijn er goede en duurzame OV verbindingen met onder andere Rotterdam. Vlaardingen is de fietshoofdstad van de regio en heeft zich gericht op het verbeteren van de fietspaden en fietsveiligheid. De binnenstad kenmerkt zich door dynamiek, is multifunctioneel en naast winkels gevuld met terrassen, restaurants en woningen. De leegstand is opgelost doordat de binnenstad de afgelopen jaren compacter is geworden. Het vormt de huiskamer van de stad, waar Vlaardingers elkaar ontmoeten. Ook dagtoeristen komen graag naar het centrum.
In de toekomstvisie wordt benadrukt dat initiatieven moeten passen bij de schaal en aard van Vlaardingen; een stad met een dorps karakter. Betrokkenheid door en voor de bewoners moet daarbij voorop staan en het creëren van een breed draagvlak voor initiatieven wordt als voorwaardelijk beschouwd. De toekomstvisie doet geen specifieke uitspraken over de locatie van de Firma Poot of initiatieven als sloop/ nieuwbouw van bestaande bedrijfswoningen. Ruimtelijke structuurschets Vlaardingen 2020 In oktober 2003 heeft de gemeente Vlaardingen de Ruimtelijke structuurschets Vlaardingen 2020 vastgesteld. In deze schets worden de ontwikkelingen en trends tot 2020 beschreven, waarbij wordt beschouwd welke ruimtelijke consequenties dit heeft voor Vlaardingen en welke ruimtelijke keuzes worden gemaakt. Resultante van deze schets is de 'agenda 2020' waarin de ruimtelijke beleidsuitganspunten zijn neergelegd: Versterken stedelijke groenstructuur Herwaardering Cultuurhistorie Vergroten differentiatie woonmilieus Spreiden van zorgvoorzieningen Versterken stadsranden en de Broekpolder Anticiperen op ontwikkeling hoofdinfrastructuur Stabiliseren of vergroten werkgelegenheid Over de locatie van de Firma Poot zijn geen specifieke uitgangspunten opgenomen.
3.4
Conclusie
Het bestemmingsplan past binnen het Rijks- en gemeentelijk beleid. Voor wat betreft de het provinciale beleid past dit plan in principe niet. Daarom wordt, in afstemming en overeenstemming met de provincie Zuid-Holland in dit geval toepassing gegeven aan de maatwerkregeling in de provinciale omgevingsverordening.
18
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)
4.1.1
Inleiding, wettelijk kader en beschouwing
De nationale m.e.r.-regelgeving is een uitvloeisel van een tweetal Europese richtlijnen: de m.e.r.-richtlijn en de smb-richtlijn (Strategische milieubeoordeling). De implementatie van deze Europese richtlijnen is aan te treffen in: paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 en paragraaf 14.2 van de Wet milieubeheer; het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) Deze wetgeving tezamen bepaalt of voor een project of plan een MER (Milieueffectrapport) moet worden opgesteld. Daarbij is het allereerst van belang te kijken of in de betreffende ontwikkeling een activiteit is opgenomen als genoemd in de bijlage van het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat er voor categorieën uit bijlage C direct sprake is van een m.e.r.-plicht, wanneer de activiteiten de genoemde drempelwaarden overstijgen. Bij projecten met een programma boven de drempelwaarden in bijlage D moet eerst beoordeeld worden of er een m.e.r. noodzakelijk is. Dat geldt ook voor projecten die vallen onder een categorie in bijlage D, met een programma onder de drempelwaarde, al is de omvang en opbouw van een dergelijke beoordeling bij die laatste gevallen vormvrij. Voor projecten die vallen onder bijlage D is dus pas na het uitvoeren van een (vorm-vrije) m.e.r.-beoordeling duidelijk of er een MER moet worden opgesteld. 4.1.2
Conclusie
Dit bestemmingsplan maakt de bouw van één bedrijfswoning mogelijk. Dit initiatief is dermate klein dat op voorhand kan worden gesteld dat er geen noodzaak is voor het opstellen van MER, het uitvoeren van een m.e.r. beoordeling of het uitvoeren van een vormvrije m.e.r. beoordeling.
4.2
Verkeer
4.2.1
Inleiding
In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. 4.2.2
Beschouwing
Verkeersproductie en ontsluiting De nieuwe bedrijfswoning is bedoeld ter vervanging van twee gesloopte bedrijfswoningen. Er is dan ook geen sprake van een toename van het verkeer. Voor wat betreft de ontsluitingssituatie zal deze in de toekomst anders worden vormgegeven als gevolg van de aanleg van de Blankenburgverbinding. Hiervoor wordt verwezen naar onderstaande figuur. In donkergrijs de nieuwe ontsluiting. Ter vergelijking met de huidige situatie wordt verwezen naar de luchtfoto in paragraaf 1.3 Ligging en begrenzing plangebied. De afrit vanaf de dijk wordt circa 100 m westelijk verplaatst, waarna vanaf daar een nieuwe ontsluiting naar het bedrijfsperceel wordt gerealiseerd. Terzijde wordt opgemerkt dat onderstaand figuur uit 2016 stamt. De aangegeven watergang (lichtblauw) parallel aan de nieuwe ontsluiting van de bedrijfskavel wordt - voor zover deze is gelegen op de gronden binnen het plangebied van dit bestemmingsplan- nu om de kavel van de nieuwe bedrijfswoning gelegd zoals beschreven in paragraaf 2.3 Planvoornemen.
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
19
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
Uitsnede ontwerp Blank enburgtracé 2016 Bron: Rijkswaterstaat Parkeren Tot 1 juli 2018 verliep toetsing aan de gemeentelijke parkeernormen via de gemeentelijke bouwverordening. Dit is door een wijziging van de Woningwet niet langer mogelijk. Van gemeenten wordt verwacht dat de parkeernormen voortaan worden opgenomen in het bestemmingsplan. De gemeente Vlaardingen heeft daarom de 'Beleidsregel parkeren 2019' vastgesteld en vervolgens een zogenaamd 'paraplubestemmingsplan' opgesteld waarbij voor alle bestemmingsplannen in Vlaardingen deze beleidsregel zal gelden. Het Paraplubestemmingsplan Parkeren is in februari 2020 vastgesteld door de raad van de gemeente Vlaardingen. Belangrijk is om op te merken dat hierbij gebruik wordt gemaakt van een zogenaamde 'dynamische verwijzing'. Mocht de Beleidsregel parkeren 2019 op enig moment worden aangepast, dan werkt deze aanpassing direct door in alle bestemmingsplannen. Uitgangspunt bij het toestaan van nieuwe ontwikkelingen door de gemeente Vlaardingen is dat: 1. de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt gerealiseerd, danwel; 2. dat parkeerplaatsen binnen de grenzen van het plangebied gerealiseerd worden (gebruik makend van reeds gebouwde parkeervoorzieningen), zo nodig; 3. aangevuld met mogelijk gebruik van reeds bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
Op basis van de Beleidsregel parkeren wordt voor een woning met een oppervlak van meer dan 150 m2 in het buitengebied rekening gehouden met een gemiddelde parkeerbehoefte van 2,2. Er is in het plangebied ruim voldoende plaats om te voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein zodat kan worden voldaan aan het gemeentelijke uitgangspunt om parkeren op eigen terrein te voorzien en volledig kan worden voorzien in de parkeerbehoefte.
20
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 4.2.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan zal niet leiden tot extra verkeersbewegingen. De ontsluitingssituatie wijzigt weliswaar, maar dit heeft geen gevolgen voor de bereikbaarheid van de bedrijfskavel. In het plangebied is voldoende ruimte voorhanden om op eigen terrein te voorzien in de parkeerbehoefte. In dit bestemmingsplan is de planregeling uit het Paraplubestemmingsplan Parkeren overgenomen.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Inleiding en wettelijk kader
Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Centraal daarbij staat artikel 5.16, eerste lid, van de wet. Daarnaast moet het plan voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is altijd van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen, ook wanneer besluiten op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wm niet beoordeeld hoeven te worden. Tot slot heeft het bevoegd gezag volgens Algemene wet bestuursrecht (Awb) als taak om belangen op een evenwichtige wijze af te wegen (art. 3.4) en besluiten deugdelijk te onderbouwen (art. 3.46). Luchtkwaliteitseisen Op basis van artikel 5.16 Wm kan een bestemmingsplan worden vastgesteld indien: 1. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, die behoort bij de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of; 2.
aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of; 3. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen of; 4. het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Ruimtelijk-economische besluiten die "niet in betekenende mate" bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht van stoffen waarvoor bijlage 2 van de Wet milieubeheer een grenswaarde bevat, worden niet langer individueel getoetst aan die grenswaarden. De effecten van deze projecten op de luchtkwaliteit worden verdisconteerd in de trendmatige ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zoals beschreven in het Nationaal Samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL). Bij besluitvorming is het dus van belang om te bepalen of een initiatief "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
In de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate" (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
21
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 4.3.2
Beschouwing
Het onderhavige plan omvat de mogelijkheid tot de bouw van één bedrijfswoning. Een dergelijke ontwikkeling is in de lijst uit de Regeling NIBM opgenomen. Daarom mag hier worden volstaan met de aanname dat de ontwikkeling van geringe omvang is en dat de luchtkwaliteit als gevolg hiervan “niet in betekende mate” zal verslechteren. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Geluidhinder
4.4.1
Inleiding
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidsniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Voor de bepaling van de maximale vast te stellen geluidbelasting houdt de Wet geluidhinder rekening met de ligging van de geluidgevoelige bestemmingen en wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied gelden over het algemeen minder strenge normen. In het kort komt het er op neer dat het gebied binnen de bebouwde kom behoort tot het stedelijke gebied, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, dat gelegen is binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. In het laatste geval en voor de situatie buiten de bebouwde kom gelden de normen die van toepassing zijn op het buitenstedelijke gebied. Een hoofdweg is, conform deze definitiebepaling van de Wet geluidhinder, altijd gelegen in buitenstedelijk gebied.
Hogere waarden Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en maatregelen gericht op reductie van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of als deze overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten, zijn burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de geluidbelasting. Regionaal afsprakenkader geluid en ruimtelijke ontwikkeling (2015) In 2015 hebben de gemeenten en belangengroepen in de regio Rijnmond, die te maken hebben met industrielawaai een convenant afgesloten met hierin opgenomen procesafspraken over hoe om te gaan met industrielawaai en ruimtelijke ontwikkeling. Voor wat betreft kleinere ontwikkelingen binnen de geluidszone (minder dan 20 woningen) is het afsprakenkader vrij beperkt.
Gemeenten moeten de zonebeheerder hierover tijdig inlichten. Relevant voor dit bestemmingsplan is dat het afsprakenkader in principe uitgaat van de stad- en milieubenadering (zie hiervoor verder de onderstaande paragraaf), maar dat dit bij kleinere ontwikkelingen niet is voorgeschreven. Hogere waarden beleid gemeente Vlaardingen (2016) De gemeente Vlaardingen heeft in november 2016 het hogere waarden beleid vastgesteld. Dit beleid is van toepassing op situaties waarin de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai of railverkeerslawaai wordt overschreden, maar waar nog wel een beroep kan worden gedaan op het vaststellen van hogere waarden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat dit beleid niet ziet op 22
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 industrielawaai. De voorwaarden waaronder hogere waarden door de gemeente Vlaardingen worden vastgesteld zijn: Bij het vaststellen van een hogere waarden besluit worden de volgende voorwaarden gesteld: minimaal één geluidluwe zijde of loggia; een geluidluwe buitenruimte (tuin/balkon); de meeste slaapkamers gesitueerd aan de geluidluwe zijde. Voor alle voorwaarden geldt dat een gelijkwaardig of beter alternatief (minimaal dezelfde effecten) ook mogelijk is. De grenswaarde voor een geluidluwe gevel of buitenruimte is 53 dB (exclusief aftrek) voor wegverkeerslawaai, 55 dB voor railverkeerslawaai. Voor wegverkeerslawaai betekent dit dat de geluidbelasting van alle wegen tezamen (ook de 30 km/uur-wegen) op de gevel maximaal 53 dB mag zijn, wil er sprake zijn van een geluidluwe gevel. Bij het vaststellen van hogere waarden is het belangrijk dat de geluidssituatie bij de geluidluwe zijde niet wordt verstoord door ander geluid, zoals parkeren op binnenterreinen of een speelplaats van een school. Naast de geluidluwe gevel en buitenruimte worden voorwaarden gesteld aan de indeling van de geluidgevoelige ruimten in een woning. De voorwaarde is dat de meeste slaapkamers aan de geluidluwe zijde of het geluidluwe balkon of de geluidluwe loggia zijn gelegen.
Het voldoen aan de wettelijke binnenwaarden is vaak niet voldoende voor het voorkomen van geluidhinder en slaapverstoring, met name bij geopende ramen in geluidgevoelige ruimten De Wet geluidhinder stelt dat burgemeester en wethouders alleen hogere waarden kunnen toekennen indien de gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Voor het hogere waardenbeleid is er daarom gekozen hierbij aan te sluiten en het beleid voor het vaststellen van hogere waarden af te stemmen op de hoogte van de optredende gecumuleerde hindergewogen geluidbelasting van alle bronnen tezamen. De grenswaarde voor een onaanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting is bepaald op 70 dB. Overzicht beleidsafweging vaststelling hogere grenswaarden (Lden) Wegverkeerslawaai
Voorwaarden
49 - maximale hogere waarde (afhankelijk van de situatie)
minimaal één geluidluwe zijde of loggia een geluid luwe buitenruimte (tuin/ balkon); de meeste slaapkamers gesitueerd aan de geluidluwe zijde. Of gelijkwaardig of beter alternatief.
Railverkeerslawaai
Voorwaarden
56 - 68 dB
minimaal één geluidluwe zijde of loggia een geluidluwe buitenruimte (tuin/ balkon) de meeste slaapkamers gesitueerd aan de geluidluwe zijde Of gelijkwaardig of beter alternatief
Dove gevel De gevels van geluidgevoelige bestemmingen kunnen ook worden uitgevoerd als een blinde of dove gevel (conform artikel 1b lid 4 van de Wgh). Hiermee vervalt de verplichting om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde, waarbij een kanttekening wordt geplaatst dat de geluidwering van deze gevels ten minste gelijk dient te zijn aan de hoogte van de geluidbelasting minus de maximale binnenwaarde. In het hogere waardenbeleid van de gemeente Vlaardingen is ook aandacht besteed aan dove gevels. De gemeente is daar geen voorstander van. Het zoeken naar andere oplossingen, zeker bij grote omvangrijke bouwprojecten, heeft de voorkeur boven het gebruik van dove gevels. De consequentie van een dove gevel is dat de ruimte aan de buitenzijde van een dergelijke gevel niet als ‘buitenruimte (tuin,
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
23
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 terras, balkon) kan worden aangemerkt. Bijvoorbeeld een loggia met een schuifraam valt binnen deze definitie. De loggia zelf is een niet geluidgevoelige buitenruimte. De geluidgevoelige ruimte is daarachter gesitueerd. Ventilatieopeningen zijn niet toegestaan. De ventilatie zal op een andere wijze moeten worden gerealiseerd. In de Handreiking bouwen op geluidbelaste locaties zijn voorbeelden opgenomen wat kan worden beschouwd als een dove gevel. 4.4.1.1 Wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) is elke weg voorzien van een wettelijke geluidszone. De geluidsimmissie van een verkeersweg is afhankelijk van het aantal rijstroken en ook van de aard van de omgeving. Daarom heeft een geluidszone langs een weg niet een standaardbreedte. In art. 74 Wgh wordt de omvang van de zone voor de verschillende situaties aangegeven. Voor een weg, niet zijnde een auto(snel)weg, binnen de bebouwde kom: 1. bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 meter 2. bestaande uit een of twee rijstroken of een of meer sporen: 200 meter Voor een weg buiten de bebouwde kom en voor een auto(snel)weg: 1. voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter 2. voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 meter 3.
voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 meter Art. 74 Wgh spreekt over stedelijk en buiten stedelijk gebied en niet over binnen en buiten de bebouwde kom. Een zone van een auto(snel)weg is altijd buiten stedelijk ongeacht of de zone binnen of buiten de bebouwde kom ligt. De zone strekt zich uit vanaf de as van de weg tot de vermelde breedte aan weerszijden van de weg. De ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone. De Wet geluidhinder gaat uit van een voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Voor buiten stedelijk verkeer is een hogere waarde toelaatbaar van 53 dB. In art. 110g van de Wet geluidhinder is aanvullend gesteld dat een correctie mag worden toegepast voor toekomstige ontwikkeling van de geluidsbelasting. Voor wegen met een snelheid tot 70 km/uur is de correctie 5 dB. Voor wegen met een snelheid vanaf 70 km/uur is de standaard correctie 2 dB. Hogere waarden wegverkeerslawaai Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde dan staat de Wgh op basis van art. 83 lid 1 en 2 een maximale grenswaarde toe 53 dB voor woningen in een buiten stedelijke omgeving. Voor woningen in het buitengebied kan de hogere waarde maximaal 53 dB bedragen volgens artikel 83, lid 1.
4.4.1.2 Railverkeerslawaai Voor railverkeerslawaai wordt de wettelijke zone bepaald door de hoogte van het zogenoemde geluidproductieplafond dat in 2014 is vastgesteld bij Ministerieel besluit. Bij een productieplafond gaat het om een maximaal geluidsniveau op beoordelingspunten die op 50 m afstand van het spoor zijn gelegen. De maximale zonebreedte bedraagt 600 m als het productieplafond niet hoger is dan 74 dB. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeer is hoger dan het geluid van wegverkeer en bedraagt Lden = 55 dB (andere hinderbeleving dan wegverkeer). Uit het geluidregister spoor blijkt dat ter hoogte van het bouwplan het geluidproductieplafond voor de beoordelingspunten op 50 m afstand van het spoor 58-59 dB bedraagt.
24
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 4.4.1.3 Industrielawaai Een industrieterrein is volgens de Wet geluidhinder een terrein waar zich bedrijven kunnen vestigen die genoemd worden in artikel 40 van de Wet geluidhinder en onderdeel D van Bijlage I behorende bij het Besluit omgevingsrecht (de zogenaamde grote lawaaimakers). Op grond van hoofdstuk V van de Wet geluidhinder is rondom deze terreinen een zone vastgesteld, waarbuiten de etmaalwaarde van het gemiddelde geluidsniveau ten gevolge van alle bedrijven op dat terrein niet hoger mag zijn dan 50 dB(A). De zone is een planologisch aandachtsgebied, waarbinnen regels van kracht zijn, die aan zowel industriële activiteiten als aan woningbouw beperkingen opleggen. De ligging en omvang van de zone wordt met een bestemmingsplan vastgelegd. In het kader van het bestemmingsplan dient gekeken te worden naar de geluidsbelasting van geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van het industrieterrein. Indien de geluidsbelasting meer dan 50 dB(A) bedraagt, kan de gemeente een hogere waarde vaststellen. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen bedraagt 55 dB(A). Voor geluid van grote industrieterreinen gaat de Wet geluidhinder uit van beoordeling van het geluid op basis van een geluidszone rond een industrieterrein.
Op de grens van de geluidszone mag het totale geluid van alle bedrijven samen niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde (50 dB(A) overdag, 45 dB(A) in de avond- en 40 dB(A) in de nachtperiode). Hogere waarden industrielawaai Voor woningen gelegen in het gebied tussen het industrieterrein en de grens van de geluidszone is een hogere waarde toelaatbaar. De standaard toelaatbare grenswaarde bedraagt 50 dB(A). Voor industrieterreinen met zeehavengebonden activiteiten staat de wet geluidhinder een hogere waarde van 60 dB(A) toe (art. 50 en 60 Wgh; zeehavennorm). Bij vervangende nieuwbouw is, onder voorwaarden, eventueel een hogere waarde tot 65 dB(A) mogelijk (artikel 61 Wgh). Het hogere waardenbeleid van de gemeente Vlaardingen heeft zoals gezegd geen betrekking op industrielawaai. De gemeente Vlaardingen ziet voor wat betreft het vaststellen van hogere waarden voor industrielawaai af van het toepassen van de zeehavennorm als neergelegd in artikel 50 Wgh en gaat bij een hogere geluidbelasting dan 55 dB(A) direct over op de Interimwet stad-en-milieubenadering. Met deze wet kan, onder bepaalde voorwaarden, worden afgeweken van de maximale hogere waarden uit de Wet geluidhinder.
Geluidsnormen Activiteitenbesluit en richtlijnen 'Bedrijven en milieuzonering' Voor niet-vergunningplichtige bedrijven die niet zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein is op basis van de Wet milieubeheer het Activiteitenbesluit van toepassing. In artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit worden de grenswaarden voor de gemiddelde en piekgeluidsniveaus gegeven.
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
25
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208
Naast de wettelijke regelgeving voor gezoneerde industrieterreinen en overige bedrijven is er nog de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering van de Vereniging Nederlands Gemeenten. Deze richtlijn geeft voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen richtafstanden op het gebied van o.a. geur, stof, geluid en gevaar. Voor opslaggebouwen adviseert de richtlijn een standaard afstand van 30 m vanwege geluid. Bouwen binnen deze afstand is op basis van deze richtlijn wel mogelijk op basis van akoestisch onderzoek. 4.4.2
Onderzoek
4.4.2.1 Uitgangspunten Door ARDEA acoustics & consult is akoestisch onderzoek uitgevoerd (ARDEA acoustics & consult v.o.f., Poot Caravans, Bouwlocatie bedrijfswoning: akoestisch onderzoek, 3133KBB9.003, 2 December 2019, Definitief, zie verder Bijlage 1 Akoestisch onderzoek, en ARDEA acoustics & consult v.o.f., Afscherming geluid industrieterrein Botlek-Bernis door Zeedijk Notitie 3133KBB9.005, d.d.10 Augustus 2020, zie verder Bijlage 2 Aanvullend akoestisch onderzoek) In dit rapport wordt het geluid beoordeeld van: Wegverkeer Blankenburgverbinding A24; Wegverkeer A15/A20 Wegverkeer Maassluissedijk; Industrielawaai industrieterrein Botlek-Pernis; Industrielawaai industrieterrein Vlaardingen; Bedrijfsgeluid Stalling de Schaapskooi; Railverkeerslawaai Hoekse Lijn. 4.4.2.2 Onderzoek wegverk eerslawaai Blankenburgverbinding A24 Er is een berekening gemaakt van de geluidsbelasting van het verkeer via de nieuwe Blankenburgverbinding. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting niet hoger is dan 43 dB bij beoordeling op 1.5 m hoogte en niet hoger dan 47 dB op 5 m hoogte. De berekende waarden zijn daarmee lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wegverkeer A15/ A20 Ten noorden van het perceel ligt het tracé van Rijksweg A20 op ca. 1600 m afstand. Aan de zuidzijde loopt de A15 op een afstand van ca. 2000 m. Gezien deze grote afstanden is het geluid van deze 26
"Bedrijfswoning Maassluissedijk 208" (vastgesteld)
Bedrijfswoning Maassluissedijk 208 snelwegen niet relevant om te beoordelen. Wegverkeer Maassluissedijk Bij de berekening is een correctie van 5 dB toegepast op basis van art. 110g Wet geluidhinder. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting uitkomt op 46-48 dB bij beoordeling op de begane grond. Bij beoordeling op de 1e verdieping varieert de geluidsbelasting van 51 dB voor de punten gelijk met de rooilijn van de bestaande woning naar 49 dB voor de rekenpunten midden op de kavel en 48/49 dB voor de punten helemaal achter op de kavel. Dit betekent dat bij realisatie van de bedrijfswoning zowel voor een plan vooraan op de kavel als midden op de kavel een hogere waarde wegverkeerslawaai dient te worden vastgesteld. 4.4.2.3 Onderzoek railverk eerslawaai Voor de beoordeling van railverkeer wordt gewoonlijk uitgegaan van een railverkeer-computermodel op basis het reken- en meetvoorschrift geluid 2002, hoofdstuk 4. Een gedetailleerde modelberekening voor deze situatie heeft geen toegevoegde waarde: bij een geluidproductieplafond van 58-59 dB op 50 m afstand van het spoor mag verwacht worden dat het geluid op 300 m afstand van het spoor niet hoger zal zijn dan ca. 50 dB en dus significant lager dan de streefwaarde van 55 dB.
Ter controle van deze verwachting is een berekening gemaakt met het geomilieumodel wegverkeerslawaai waarbij de spoorlijn is ingevoerd als trambaan op een baanlichaam van 2 m hoog met ballastbed. Uit de berekeningen blijkt allereerst dat het model op de GPP-punten een waarde van 58-59 dB berekend conform het geluidregister. Ter plaatse van de bouwlocatie is de geluidsbelasting maximaal 48 dB bij beoordeling op 5 m hoogte en 45 dB op 1.5 m hoogte. Deze waarde is lager dan de hiervoor verwachtte waarde van ca. 50 dB vanwege de afscherming door de bedrijfsgebouwen. De berekende geluidsbelasting is daarmee significant lager dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. 4.4.2.4 Onderzoek industrielawaai Botlek-Pernis Voor het geluid vanwege het gezoneerde industrieterrein Botlek-Pernis is contact opgenomen met de zonebeheerder van de omgevingsdienst DCMR. De zonebeheerder heeft aangegeven dat voor beoordeling kan worden uitgegaan van het regionaal afsprakenkader geluid van juli 2015. Uit de zonekaart, die deel uitmaakt van het afsprakenkader blijkt dat het plangebied is gelegen tussen de 56 en 57 dB(A) contourlijn. Voor de bouwlocatie betekent dit dat rekening moet worden gehouden met een geluidsbelasting van maximaal 57 dB(A) etmaalwaarde. Deze waarde is lager dan de maximaal toelaatbare waarde van 60 dB(A) op basis van de zeehavennorm.