Ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 GRJR
Tekst van het document
9
Op deze doelen moet zichtbaar resultaat behaald worden. In 2023 en 2024 wordt daarom niet alleen samen aan de ontwikkelopgaven zelf gewerkt en gestuurd op zorglandschapsniveau en in het contractmanagement, maar wordt ter ondersteuning daarvan ook aanvullende informatievoorziening over de resultaten ingericht die stevigere sturing mogelijk moet maken. 2.2.3 Kadernota GRJR 2024 Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) stuurt de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium, bij besluit van 16 december 2022, de kaders voor de begroting 2024 aangegeven in de Kadernota GRJR 2024. De hierin vastgelegde begrotingsuitgangspunten zijn hieronder samengevat: 1. Vertrekpunt 2023. In de begroting 2023 is al rekening gehouden met effecten van de inkoop 2023 en maatwerkinschattingen per gemeente, zodat deze begroting als vertrekpunt kan dienen. 2. Actualisatie vertrekpunt 2023 onder meer op basis van jaarrekening 2022. Actuele informatie over de jeugdhulpinzet uit de definitieve jaarrekening 2021 en de bestuursrapportages 2022 maken duidelijk dat de onderbouwing van de begroting 2023 met toenmalige inzichten niet meer actueel is. De jaarrekening 2022 zal dit beeld bevestigen. 3. Transformatie JeugdhulpPlus en driemilieuvoorzieningen.
De gevolgen van de transformatie JeugdhulpPlus en driemilieuvoorzieningen (hogere tarieven vanwege schaalverkleining, frictiekosten, continuïteitsbijdragen) worden verwerkt met de bij begrotingsopstelling beschikbare informatie. 4. Gevolgen Hervormingsagenda. De gevolgen van de Hervormingsagenda worden pas verwerkt als deze in concrete maatregelen is uitgewerkt die zowel lokale als regionale lastenramingen beïnvloeden, en voor zover de effecten op de regionaal ingekochte hulp onderbouwd zijn met realistische aannames. 5. Aanpak problemen Gecertificeerde Instellingen (GI’s). De landelijke afspraken over aanpak van de structurele en de acute problemen van GI’s kunnen leiden tot een hogere subsidie aan de GI’s. Hiermee wordt in de begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 nog geen rekening gehouden, omdat de uitwerking nog niet in het stadium van financiële vertaling is. 6. Indexering. Conform GRJR-beleid en zorgcontracten worden de zorg- en subsidiebudgetten als volgt geïndexeerd2: a. 90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex voorgaand jaar b. 10% verondersteld prijsdeel met PPC -prijsindex voorgaand jaar. De indexen worden gepubliceerd door de Nederlandse zorg autoriteit. Bij vaststelling van de ontwerpbegroting 2024 (april 2023) zijn de voorlopige indexen bekend. Bij definitieve vaststelling van de begroting 2024 (september 2024) zijn de definitieve indexen bekend.
2 In de nieuwe contracten per 1 januari 2023 is een anders geformuleerde indexatiebepaling opgenomen. De
afwijkende formulering kan nog leiden tot bijstelling van de indexatieberekeningen. 10
Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven door en/of namens colleges van de deelnemende gemeenten.3
2.3 Doelstelling en inzet per opdracht Het hiervoor omschreven beleid krijgt invulling in de afzonderlijke opdrachten en deelbudgetten die hierna worden toegelicht. De volgorde in deze toelichting is in lijn gebracht met de prioriteiten in het beleid en de samenhang tussen de verschillende onderdelen: Ambulante hulp -> Daghulp -> Pleeghulp -> Langdurig verblijf -> Opname met behandeling -> Niet regionaal ingekochte hulp. 2.3.1 Ambulante hulp (opdracht E) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen in de thuissituatie aan de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren de nodige behandeling en ondersteuning geven. De jeugdige leert omgaan met een mogelijk blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Ambulante hulp
Aantal Aantal toewijzingen jeugdigen Opdracht E 2019 12.887 11.973 2020 11.108 8.432 2021 12.143 8.588 2022 *) 10.566 8.319
Toewijzingsduur in weken Weektarief 185 51 228 51 249 49 262 48
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte ambulante hulp en ondersteuning is flexibel in tijd, intensiteit en specialisme. De hulp en ondersteuning wordt gericht op en (zoveel als mogelijk) uitgevoerd in het gebied waar de jeugdige leeft. De hulpverleners zijn bekend met dat gebied en de partners in dat gebied. Ze zorgen samen met het Lokale Team voor continuïteit in de hulpverlening. Onder ambulante hulp vallen ook multidisciplinaire teams, zoals SPAN en FACT, die door het
3 De richtlijn is inmiddels bekend. De uitvoeringskosten worden conform deze richtlijn geïndexeerd met
8,40%. 11
Lokale Team (of een andere wettelijke verwijzer als casusregisseur) snel en integraal worden ingezet. Tot 1 jan 2023 liep het project wachttijden wat heeft geleid tot een gemiddelde wachttijd van 14 weken (de zogenaamde Treeknorm). We hebben ambitie om de gemiddelde wachttijd onder de treeknorm te houden en ervoor te zorgen dat get gemiddelde verder daalt zodat de grootste groep wachtenden op E-hulp minder dan 14 weken wacht. Wat mag het kosten
Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 42.294.914 46.702.929 49.637.184 35.383.874 34.188.201 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.2 Daghulp (D) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen dagbehandeling geven aan jeugdigen: • met gedragsproblematiek waarvan nog niet bekend is wat het is; • met een medisch probleem en ontwikkelingsproblemen die daarvoor dagbehandeling en verpleegkundige zorg nodig hebben; • die (hoog) specialistische SGGZ-dagbehandeling nodig hebben. Voor alle vormen van dagbehandeling geldt dat er een ontwikkelopdracht ligt in het aansluiten op de lokale infrastructuur (zie ontwikkeldoel 1 nabij en passend). Er wordt zo veel mogelijk ambulant in de omgeving van het kind gewerkt, dus samen met school en thuis. Dagbehandeling is aanvullend. Het perspectief is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek is, en/of dat de jeugdige vaardigheden vergroot en/of behoudt. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Daghulp
Aantal Aantal Opdracht D toewijzingen jeugdigen 2019 1.223 1.036 2020 1.230 995 2021 1.544 1.200 2022 *) 1.688 1.324
Toewijzingsduur Weektarief in weken 589 43 697 43 755 41 797 41
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Wat gaan we daarvoor doen
12
De ingekochte hulp wordt bij voorkeur naschools of in de schoolsituatie aangeboden, zodat de jeugdige op school kan blijven meedoen. Voor jongere kinderen wordt samengewerkt met kinderdagverblijven (KDV). Voor kinderen die niet naar een KDV gaan wordt de jeugdhulpdiagnosestelling gekoppeld aan de reguliere screening in het (speciaal) basisonderwijs, zodat ook dan vroegtijdig hulp geboden kan worden. Geen onderdeel van D zijn lokale vormen van daghulp, zoals vervanging van onderwijs, combinaties van behandeling en onderwijs, naschoolse opvang, dagbehandeling gericht op werk, het daghulp aanbod voor de doelgroep Jeugd met een beperking en chronische GGZproblematiek (zoals oude AWBZ-GGZ-doelgroep of uitbehandeld autisme). De regionale daghulpaanbieders hebben een ontwikkelopdracht die aansluit op afspraken met samenwerkingsverbanden uit het onderwijs, het ‘voorveld’ en het Centrum voor Jeugd en Gezin om de uitstroom te bevorderen vanuit dagbehandeling richting (speciaal) onderwijs en bijvoorbeeld welzijns- en jongerenwerk en vrijwilligers rond de jeugdige. Wat mag het kosten
Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 14.511.471 19.097.159 25.674.535 16.235.504 15.363.028 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.3 Pleeghulp (A) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen pleegzorg geven als het wonen in de thuissituatie niet mogelijk is. Ambulante hulp en daghulp in het oorspronkelijke gezin zijn niet altijd de oplossing. Het pleeggezin is de nieuwe woonomgeving voor het kind. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Pleeghulp
Aantal Aantal toewijzingen jeugdigen Opdracht A 2019 2.425 2.079 2020 2.687 2.169 2021 3.535 2.204 2022 *) 2.410 1.934
Toewijzingsduur in weken Weektarief 246 114 247 142 260 110 263 103
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO.
Wat gaan we daarvoor doen
13
De ingekochte pleegzorg houdt rekening met de identiteit van een kind. Daarom heeft bij de keuze voor pleegzorg de inzet van een netwerk-pleeggezin de voorkeur. Daarnaast is het streven om die nieuwe woonomgeving dichtbij de oude te realiseren. Daarmee kan de band met ouder(s), broers/zussen, school, sport en buurt worden gecontinueerd. Er zijn ook situaties waarin juist afstand van oorspronkelijke omgeving en gezin gewenst is. Om de continuïteit te waarborgen is pleegzorgbegeleiding en indien nodig direct bij te schakelen ambulante hulpverlening beschikbaar. Ondanks campagnes in 2020/2021 gevoerd voor het aantrekken van pleeggezinnen is een daling in het aantal pleeghulpplaatsingen zichtbaar. De gemeenten willen juist vaker pleeghulp inzetten in plaats van hulp met verblijf. Daarom is in de nieuwe contracten met systeemaanbieders een van de centrale ontwikkelopdrachten om het aantal pleeggezinnen omhoog te krijgen. Speciale aandacht is nodig voor pleegzorg in de leeftijdscategorie 14 jaar tot 21 jaar. Als geen pleeggezinnen in de nabijheid zijn, kan een gezinshuis een goed alternatief vormen (zie onder langdurig verblijf). Wat mag het kosten
Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 23.548.689 22.710.310 22.571.827 21.260.682 21.417.392 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.4 Langdurig verblijf (C) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen langdurig verblijf geven aan een jeugdige, als het niet lukt om terug te keren naar de thuissituatie of een pleeggezin. Het gaat om kinderen met ernstige problematiek, veroorzaakt door bijvoorbeeld verstoorde gehechtheid, trauma, autisme, getuige of slachtoffer zijn van huiselijk geweld, seksueel misbruik of andere vormen van mishandeling en/of verwaarlozing. Door een ernstig verstoorde basis ontstaan achterstanden in de sociaal- en emotionele ontwikkeling en vaak ook een psychische stoornis die leidt tot (ernstig) afwijkend gedrag. Mede hierdoor kunnen deze jeugdigen niet terecht bij een netwerk- of pleeggezin. Ze hebben een integrale combinatie van vervangende opvoeding en begeleiding nodig. Het perspectief is gericht op maximaal (ondersteunen tot) zelfstandig wonen, doen wat je zelf kan en (tijdelijke) overname daar waar het zelf niet lukt. De hulp is gericht op meedoen in de maatschappij.
14
Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Langdurig verblijf
Aantal Aantal toewijzingen jeugdigen Opdracht C 2019 399 336 2020 409 318 2021 519 343 2022 *) 433 339
Toewijzingsduur in weken Weektarief 1.059 49 1.237 61 1.346 54 1.422 55
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Wat gaan we daarvoor doen Bij het ingekochte langdurig verblijf ligt de focus op een stabiele bekende plek, rust en regelmaat en passende dagbesteding en onderwijs. Mogelijke vormen zijn: C1: Gezinshuizen (en kleinschalige groepen, voorheen C4) C2: Kamertraining (en begeleid zelfstandig wonen) C3: Beschermd wonen Opvang in een kleinschalige woonvorm of gezinshuis is bedoeld voor kinderen tot 12 jaar, die het beste thuis of in een pleeggezin kunnen opgroeien, maar waarbij dat niet mogelijk is. Een gezinshuis kan ook een goed alternatief vormen als er geen pleeggezin in de nabijheid is. Voor de oudere jeugdige kan ook kamerbewoning of beschermd wonen in beeld komen. Bij het langdurige verblijf kan ook behandeling of intensieve begeleiding worden ingezet. Deze ondersteuning krijgt de jeugdige in de instelling waar deze verblijft. In de regio wordt toegewerkt naar minder kinderen in behandeling met verblijf, een kind plaatsen in behandeling met verblijf is de laatste ultieme inzet. Het aanbod van kleinschalige alternatieven wordt vergroot, waardoor er meer afschalingsmogelijkheden zijn in een doorgaande lijn, met zo min mogelijk plaatsingen in opnamesettings en landelijk gecontracteerde voorzieningen (LTA). Wat mag het kosten
Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 10.518.702 14.258.400 19.647.499 20.719.969 21.390.221 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.5 Behandeling met verblijf/Opname (B) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, als het echt nodig is, een jeugdige laten behandelen in combinatie met vervangende opvoeding en daghulp/dagbesteding. Het perspectief is het binnen een afzienbare periode (weer) thuis kunnen wonen. Hierbij wordt gekeken naar de 15
opvoedsituatie, wat de ouders en het gezin nodig hebben om een terugkeer mogelijk te maken, de opvoeding zelf weer op te kunnen pakken, en terugkeer naar (passend) onderwijs te laten plaatsvinden. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Behandeling met verblijf/Opname
Aantal Aantal toewijzingen jeugdigen Opdracht B 2019 1.467 1.041 2020 1.378 931 2021 1.602 964 2022 *) 1.460 914
Toewijzingsduur in weken Weektarief 2.209 43 2.485 46 2.665 41 2.938 42
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte behandeling met verblijf is in verschillende vormen beschikbaar: • B1: lichte behandeling met verblijf (opname) • B2: gesloten jeugdhulp/jeugdzorg+ • B3: zwaardere behandeling met verblijf (opname intensieve behandeling) • B4: zwaardere behandeling in gedwongen/gesloten kader (gesloten behandelsetting). Eerde is ontwikkeldoel 4 beschreven: minimale inzet van bedden (flexibeler beddeninzet, kortere ligduur). Door het tijdelijk vergroten van het aanbod van langdurige verblijfsvormen kunnen kinderen vanuit een behandelopname sneller doorstromen. Met alle betrokken zorgaanbieders, gemeenten, GI’s en zorgbemiddeling wordt gewerkt aan het creëren van een dekkend zorglandschap, maar ook overbruggingszorg, betere afschaling, snellere doorstroom en daardoor kortere wachttijden. Opname-voorkomende en opnameverkortende trajecten staan daarin centraal. Landelijk en bovenregionaal wordt gewerkt aan verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg (JH+), met meer ambulante hulp en kleinschalige (tijdelijke) woonvormen voor jeugdigen met een “gesloten machtiging”. Richtpunt is de motie “Beweging naar 0”. Het betreft een complexe opgave met grote bestuurlijke en financiële beslissingen en risico’s over veel jeugdhulpregio’s heen. Inmiddels hebben de rijksoverheid en de VNG een landelijke rol opgenomen om kaders te scheppen voor de toekomst van de JH+.
Wat mag het kosten
Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 62.646.861 66.238.505 76.663.687 64.150.989 62.934.815 *) inclusief eerste begrotingswijziging
16
2.3.6 Crisiszorg: Crisishulp (F), Crisis Interventie Team (G) en GGZ-crisisdienst (I4) Wat willen we bereiken Crisishulp is beschikbaar wanneer nodig en te allen tijde geborgd. Er is één toegang tot crisishulp. Crisishulp wordt tot een minimum teruggebracht door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. Wat gaan we daarvoor doen De toegang tot crisishulp wordt gevormd door het Crisis Interventie Team waarin ook expertise van de acute diensten van GGZ-aanbieders is gewaarborgd. Hiervoor krijgen Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en GGZ-aanbieders subsidie. Het CIT kan rechtstreeks benaderd worden door politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners en ook ouders en kinderen. De GGZ-crisisdienst is alleen bereikbaar voor huisartsen, politie, centrum eerste hulp en andere hulpdiensten. In de 24/7 crisisdienst beoordelen artsen en sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen of en zo ja welke acute (psychiatrische) hulp moet worden geboden. Als de crisismelding een jeugdige betreft dien nog niet eerder in crisis verkeerde, wordt na de beoordeling door het crisisteam direct crisishulp ingezet. De systeemaanbieders organiseren hiervoor een gezamenlijk coördinatiepunt met een plaatsingscoördinator.
Crisishulpverlening kan bestaan uit snelle en intensieve begeleiding in de thuissituatie (ambulante crisishulp), tijdelijk verblijf in het eigen netwerk of een pleeggezin (crisispleegzorg) of crisisopvang/crisisopname in een instelling (crisisopvang). Crisishulp is per definitie kortdurend (maximaal 4 tot 8 weken). Spoedhulp valt niet onder crisishulp. En er wordt geen crisishulp geboden aan bestaande cliënten van systeemaanbieders; zij moeten in staat zijn om passende vervolghulp te regelen binnen de keten van jeugdhulp. Wat mag het kosten De subsidie voor het CIT is onderdeel van de subsidie aan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (zie verderop onder 2.3.8). Onderstaande bedragen zijn dus exclusief CIT. Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 8.777.884 9.414.251 10.170.364 9.444.332 9.854.044 *) inclusief eerste begrotingswijziging
NB. Er zijn signalen dat er afname gaande is van crisishulp, in het kader van de inkoopimplementatie van de nieuwe contracten is hierover nog gesprek met de aanbieders gaande. Mogelijk kan in de definitieve begroting 2024 het begrote bedrag voor 2024 omlaag.
17
2.3.7 Niet-regionaal ingekochte jeugdhulp (I) Buitenregionale plaatsingen (BRP) Wat willen we bereiken De subsidie voor buitenregionale plaatsingen is bedoeld voor de financiering van jeugdhulpplaatsingen bij zorgaanbieders buiten de regio. Hier wordt alleen in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik van gemaakt als het regionale aanbod redelijkerwijs niet in de behoefte kan voorzien. Wat gaan we daarvoor doen Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buitenregionale plaatsingen, namelijk buitenregionale pleegzorgplaatsingen en individuele maatwerkcontracten met nietgecontracteerde jeugdhulpaanbieders buiten de regio. Door aanpassing van het woonplaatsbeginsel zijn met ingang van 2023 relatief veel lopende zorgcontracten-op-maat met aanbieders buiten de regio overgekomen en gecontinueerd. Wat mag het kosten
Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 2.485.448 2.569.374 2.333.646 10.906.961 10.805.543 *) inclusief eerste begrotingswijziging
NB. Gemeenten zijn bezig met het beoordelen van het al dan niet doorzetten van maatwerkcontracten die vanwege het woonplaatsbeginsel zijn overgenomen met een looptijd tot medio 2023. Mogelijk wijzigt dit bedrag dus bij de definitieve begroting 2024. Landelijke inkoop (LTA) Wat willen we bereiken Gemeenten en wettelijke verwijzers kunnen hoog-specialistische zorgvoorzieningen inzetten waarvan het aanbod landelijk is georganiseerd. Wat gaan we daarvoor doen De VNG sluit voor deze hoogspecialistische hulp contracten met jeugdhulpaanbieders namens alle gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake is van weinig cliënten en een landelijke spreiding. Daarnaast is er een aantal landelijk georganiseerde functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp. De functies die landelijk zijn gecontracteerd zijn: 1. Topklinische GGZ (eetstoornissen, autisme, forensische en orthopsychiatrie, persoonlijkheidsstoornissen, trauma en gezin, dwang angst en tics, psychotrauma, neuropsychiatrie); 18
2. Verblijf en behandeling Jeugdigen sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Beperkt (JSG LVB; 3. Diagnostiek, observatie en exploratieve behandeling LVB & GGZ; 4. Jeugdigen in een universitair medisch centrum; 5. Jeugd GGZ in academische behandelcentra; 6. Landelijke opvang en behandeling slachtoffers seksuele uitbuiting en eergerelateerd geweld; 7. ARFID en Onzindelijkheid; 8. JeugdzorgPlus ZIKOS; 9. Jeugdigen zintuiglijk beperkt; 10. Jeugd GGZ voor Chromosomale gebonden genetische syndromen; 11. Jeugd GGZ voor Jeugdigen met FASD; 12. Landelijk werkende klinieken voor Gezinspsychiatrie; 13. Kliniek intensieve behandeling Autisme; 14. Gastplaatsingen High Intensive Care. De kosten van deze landelijke gecontracteerde hulp zijn moeilijk te beïnvloeden, omdat de inzet doorgaans volgt op een rechtstreekse medische verwijzing. De lokale teams zijn daar meestal niet bij betrokken. In 2023 en 2024 wordt verder onderzoek gedaan naar de onderliggende verwijsstromen en de beïnvloedbaarheid daarvan. Wat mag het kosten
Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 13.532.893 17.570.242 21.347.478 21.849.048 22.879.884 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.8 Zorgbemiddeling en Niet-wettelijke taken GI’s (G) Wat willen we bereiken Daar waar afstemming en sturing nodig is omdat een zorgvraag van een jeugdige niet simpel valt toe te wijzen aan één aanbieder, is het team zorgbemiddeling aan zet. Zorgbemiddeling functioneert met een integrale blik en bundelt kennis vanuit in ieder geval jeugdhulp, GGZ, LvB, sociaal domein en veiligheid. De zorgbemiddelingstafels worden tot een onafhankelijk regionaal expertiseteam doorontwikkeld. Wat gaan we daarvoor doen Bij de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond zijn (naast de wettelijke taken) diverse aanvullende (niet-wettelijke) taken gelegd: • Zorgbemiddeling • Kennis- en Service Centrum voor Diagnostiek (dat onder andere diagnostisch onderzoek uitvoert en instemmingsverklaringen voor gesloten plaatsingen afgeeft).
19
Wat mag het kosten Het budget voor zorgbemiddeling en het KSCD maakt deel uit van de subsidie Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (zie 2.3.9). 2.3.9 Wettelijk taken Jeugdbescherming en jeugdreclassering (G) Wat willen we bereiken Kinderen hebben het recht om veilig op te groeien zodat ze later als evenwichtige volwassenen volwaardig kunnen meedoen in de maatschappij. Ouders zijn hiervoor het eerstverantwoordelijk. Als die hun pedagogische verantwoordelijkheid niet nemen of waarmaken, kan de veiligheid en ontwikkeling van het kind ernstig bedreigd worden. Dan is soms jeugdbescherming nodig. De wettelijke taken jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB/JR) worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen (GI’s). Deze instellingen voldoen aan een normenkader dat de instellingen stimuleert en ondersteunt om continu de kwaliteit van de eigen organisatie te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft daarnaast als doel dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin worden geborgd. Wat gaan we daarvoor doen De GRJR subsidieert GI’s. Het grootste deel van de maatregelen JB/JR wordt uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). Landelijk en regionaal werken we aan de vereenvoudiging van de Jeugdbeschermingsketen.
Daarvoor is landelijk een toekomstscenario kind- en gezinsbescherming ontwikkeld dat het perspectief schetst een slimmere en effectievere Jeugdbeschermingsketen waarbij kind en gezin centraal staan. Daarnaast zijn landelijke tarieven en een landelijke caseloadnorm in ontwikkeling. Wat mag het kosten Onderstaande bedragen zijn de totale subsidiebedragen voor Jeugdbescherming, dus inclusief subsidie voor het Crisis Interventie Team (zie 2.3.6) en de overige niet-wettelijke taken van JBRR (zie 2.3.8). Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 44.722.602 48.507.198 45.134.432 47.310.788 48.939.937 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.10 Veilig Thuis (H) Wat willen we bereiken Er is een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) dat meldingen en onderzoekt over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of
20
kindermishandeling, en indien nodig vervolgens zorgt voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Wat gaan we daarvoor doen De GRJR subsidieert Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, een zelfstandige stichting die aan de wettelijke taak invulling geeft onder inhoudelijke aansturing van de drie door de rijksoverheid aangewezen centrumgemeenten in onze regio. Wat mag het kosten
Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 16.151.541 16.375.000 18.192.416 19.421.563 20.276.674 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.11 Innovatie/Transformatie Wat willen we bereiken Naast levering van benodigde hulp moet er gewerkt worden aan ontwikkeling van het aanbod en de samenwerking in het zorglandschap. Wat gaan we daarvoor doen De GRJR heeft met de systeemaanbieders contractuele afspraken gemaakt over ontwikkeling van het aanbod in lijn met de Regiovisie. De GRJR geeft de systeemaanbieders jaarlijks een vast bedrag om hier capaciteit voor in te zetten en de gewenste ontwikkelresultaten te leveren. De gemeenten werken samen in een regionaal programmateam. Gemeenten investeren hierin zelf tijd en leveren via het GRJR-budget Innovatie/Transformatie ook een financiële bijdrage aan het programmateam. Wat mag het kosten
Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 258.770 7.149.250 2.561.386 1.683.376 1.924.298 *) inclusief eerste begrotingswijziging
21
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN
22
3.Paragrafen Met de invoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in 2004 is met betrekking tot de verslaggeving een aantal verplichte paragrafen (beleidsuitgangspunten van beheersmatige activiteiten) voorgeschreven, te weten: lokale heffingen; verbonden partijen; onderhoud kapitaalgoederen; weerstandsvermogen en risicobeheersing; grondbeleid; financiering en bedrijfsvoering. Niet alle paragrafen zijn van toepassing voor Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting 2024 is gebaseerd op veel aannames die samen met de deelnemende gemeenten zijn gekozen. De risico’s op overschrijding liggen direct bij de deelnemende gemeenten. Er vindt geen verevening van risico’s (voorheen door middel van de vlaktaks) meer plaats. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan. In het verleden werd een budget Risico’s jeugdhulp begroot. Vanaf 2023 is dat vervallen vanwege de gewijzigde samenwerking tussen GRJR en gemeenten. De risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten zodat per gemeente en aanbieders de budgetvolumes kunnen worden bewaakt. Contractmanagement richt zich op de nakomen van verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De gemeenten versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. Voor deze begroting zijn de volgende hoofdrisico’s onderscheiden:
1
2
3
Risico Uitgangspunt realisatieniveau 2022 Hogere zorgkosten A t/m E dan begroot doordat de begroting het productieniveau 2022 als uitgangspunt neemt, terwijl dit uitgangspunt is bepaald op basis van onvolledige data. Trendmatige ontwikkeling Hogere zorgkosten door onderschatting van • Trendmatige stijging en/of • Inzet van lokaal aanbod De trendmatige ontwikkeling is niet in de begroting meegenomen. Effect aanpassing woonplaatsbeginsel Hogere zorgkosten A t/m E en I doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor onvoldoende zijn meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die
Omvang PM
Beheersingsmaatregel De ontwerp-begroting van april wordt voor definitieve vaststelling in september nog een keer geactualiseerd aan de hand van de definitieve jaarstukken 2022 die worden vastgesteld in juli.
PM
De voorgenomen maatregelen vanuit de in ontwikkeling zijnde Hervormingsagenda zijn gericht op het ombuigen van de uitgaventrend.
PM
In 2022 is een grote instroom van lopende contracten opgetreden als effect van de aanpassing van het woonplaatsbeginsel. Dit effect lijkt voor 2024 te zijn uitgewerkt. Maatwerkcontracten worden zoveel mogelijk bij systeemaanbieders gebracht.
23
4
5
6
tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Effecten Hervormingsagenda De landelijke ontwikkeling van de hervormingsagenda gaat uit van nog te effectueren maatregelen. De hoogte van deze opbrengst is onzeker, mede doordat veel maatregelen in Rijnmond al zijn toegepast. Continuïteit aanbod Faillissement(sdreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
Aannames aanpassingen gemeenteniveau De begrotingswijziging bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal, trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
PM
€3 mln.
PM
Een landelijke lobby waarin ook Rijnmond actief is moet leiden tot realisme in de te verwachten besparingen en voldoende ophoging van de middelen die het rijk overhevelt naar gemeenten. Gemeenten schatten in de eigen begroting de effecten in; de GRJR-begroting is in evenwicht door vaststelling van kostendekkende gemeentelijke bijdragen. De afbouw van de gesloten jeugdhulp (JH+) gaat gepaard met frictiekosten. Vanwege de grote financiële risico’s werken we samen met de twee betrokken aanbieders en de vijf betrokken jeugdhulpregio’s aan continuïteitsplannen. Ook is inmiddels opgeschaald naar rijksniveau voor meer landelijke regie en financiering van frictiekosten bij de transformatie van de gesloten jeugdhulp. Door de regio’s verstrekte liquiditeitssteun moet op basis van de continuïteitsplannen mogelijk omgezet worden in een continuïteitsbijdrage. Op basis van de huidige inzichten bedraagt het risico voor Regio Rijnmond voor 2023 € 3mln. Dit is incidenteel, waarbij de jeugdhulpregio’s deze kosten niet als hun kosten zien maar bij de rijksoverheid zullen leggen. Daarnaast leidt de transformatie (schaalverkleining, kwaliteitsverbetering) waarschijnlijk tot hogere kostprijzen. Dit structurele risico voor de gemeenten is nog niet te kwantificeren. Gedurende het jaar wordt gemonitord of deze verschuiving c.q. besparing in de afgegeven toewijzingen zichtbaar is.
Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Deze kengetallen geven inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Ze geven daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen.
24
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake meer is van eigen reserves. Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Gemeenten zijn op grond van de wet aansprakelijk voor tekorten bij een Gemeenschappelijke Regeling. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal komt tot uitdrukking of de GR over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte de GR heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen.
Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul (tussen – 0,4 en 0,4) betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn. Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit. De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit financiële kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassingen. Het EMU-saldo Het EMU-saldo wordt bepaald door een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. Dit is niet van toepassing op de GRJR daarom is het EMU-saldo € 0. EMU-saldo (berekening) (O-x) – (U-y) = EMU-saldo
bedrag € 0
25
O staat voor de inkomsten (ontvangsten) in een jaar, U voor de uitgaven en x en y voor respectievelijk de inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. De opbrengst van de verkoop van aandelen telt dus niet als inkomsten, de aankoop niet als uitgaven. Verder telt lenen en het ontvangen van een aflossing niet als inkomen, en uitlenen en aflossen niet als uitgaven.
3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het (treasury)risicobeheer van de financieringsportefeuille. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd teneinde de liquiditeit te borgen. Dit ritme is voor 2024 aangepast omdat zorgkostendeclaraties steeds tijdiger kunnen worden betaald en er ook steeds vaker liquiditeitsondersteuning wordt gevraagd (bijvoorbeeld door vooruitbetaling op te ontvangen declaraties). Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is.
Liquiditeitssteun wordt verleend onder strikte voorwaarden en nooit in de vorm van langlopende uitzettingen. In combinatie met tijdige inning van gemeentelijke bijdragen heeft de GRJR hiervoor geen eigen financieringsbehoefte.
3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 13 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen ook criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van (boven)regionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven. Dan doen ze omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder 26
afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR – de Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) – ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst hiërarchisch ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Deze samenwerking is de afgelopen jaren sterk verbeterd maar is een kritische succesfactor. We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp. Samenwerking is in woord én daad nodig. Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, zowel in de bestuurlijke als ambtelijke processen. Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario voor de veiligheidsketen. Een kerntaak van de UO is het regionale contractmanagement.
De verdere implementatie van de nieuwe contracten 2023/2028 gaat onder meer over het concreet toepassing geven aan de sturingsprincipes, over toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en over het samen leren en ontwikkelen bij de realisatie van de afgesproken ontwikkelopdrachten. Belangrijk punt voor de ontwikkeling van het contractmanagement is ook het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten. Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en meer te richten op inzicht op gemeenteniveau. Daarvoor blijkt het gebruik en de verder ontwikkeling van de informatievoorziening een speerpunt. Tijdige en volledige informatie over het gebruik en de kosten van de jeugdhulp moet nog veel beter worden. Tussentijds rapportages, die niet achteraf onvolledig blijken, zijn cruciaal voor de sturing. Daarvoor is in de hele administratieve keten nog veel verandering nodig. Uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en individuele gemeenten: - Van belang is dat over de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt beschikt op basis van de gemeentelijke verordening. Gemeenten bestellen vervolgens de hulp bij (geven een toewijzing aan) een door de GRJR gecontracteerde aanbieder.
De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het gebruik en/of volume. Dit kent overigens beperkingen, doordat er ook andere wettelijke
27
-
-
verwijzers zijn en doordat maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering een eigen juridische basis kennen. De zorgaanbieders dienen hun declaraties in bij de gemeente die de zorg heeft besteld (toegewezen). Gemeenten beoordelen deze declaraties, waarna de GRJR als contractueel opdrachtgever betaalt. Gemeenten voeren decentraal los van elkaar staande zorgadministraties van waaruit doorlopende gegevens worden doorgegeven aan de GRJR. De financiële afhandeling van toewijzingen en declaraties wel tot de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Deze verantwoording stoelt op de gemeentelijke administraties.
In deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. De administratieve processen en informatievoorziening zijn steeds verder geautomatiseerd op basis van een strategisch informatieplan. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR-niveau bij elkaar te brengen, is de GRJR steeds meer in staat om op het zorglandschap, de opdrachten en contracten voor de specialistische jeugdhulp te sturen. Tegelijkertijd zien gemeenten zo steeds beter de ontwikkeling van gebruik en kosten, zodat zij beter kunnen sturen op de toegang tot de hulp en de kwaliteit van gegevens. Om tijdiger en vollediger sturingsinformatie, minder administratieve lasten en betere rechtmatigheidsverantwoording (zie volgende paragraaf) te kunnen bewerkstellingen wil de GRJR in 2023 onderzoek doen naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.
Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek
Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal
Lasten 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 5.633.592
3.4 Rechtmatigheid De rechtmatigheid moet vanaf 2023 door gemeenten en GR-en zelf worden verantwoord op basis van eigen interne beheersing. Onderdeel van die interne beheersingsmaatregelen zijn een intern controleplan en interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. De uitkomsten van interne controle worden intern gebruikt om tussentijds fouten te detecteren en herstellen. Hierbij is de GRJR afhankelijk van interne 28
beheersing bij gemeenten op het proces van toewijzing en declaratiebeoordeling. Ook is de GRJR afhankelijk van gemeenten voor de beschikking over tijdige, juiste en volledige informatie over toewijzingen en declaraties. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een externe accountant. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid van de controleverklaring bij de jaarrekening. Verbetering interne beheersing De interne beheersing wordt in stappen steeds verder aangescherpt. Het eerste doel daarvan is een tijdiger vollediger beeld van de financiën zodat beter op de financiële voortgang kan worden gestuurd, en tegenvallers eerder worden gesignaleerd. Een kernpunt daarbij is de datakwaliteit (juistheid, tijdigheid en compleetheid van data van gemeenten en zorgaanbieders). Het tweede doel is om de financiële verantwoording de jaarstukken en de afrekening van zorg met aanbieders soepeler te laten verlopen.
Hiermee wordt tevens de basis gelegd om eigenstandig (dat wil zeggen op basis van eigen oordeel in plaats van accountantsoordeel) een rechtmatigheidsverklaring te kunnen afgeven. De GRJR is afhankelijk van de registraties en administraties van afzonderlijke gemeenten, waardoor de interne beheersing een aantal moeilijk te mitigeren risico’s bevat. In 2023 wil de GRJR onderzoek doen naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Toetsingskader De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader. Het toetsingskader rechtmatigheid is in 2022 geactualiseerd door het AB. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria. Ook heeft het AB in 2022 een Kader Interne beheersing GRJR vastgesteld op basis waarvan de interne controleprocessen worden ingericht en uitgevoerd. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden.
Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf.
29
Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De accountant beveelt aan om op termijn ter versterking hiervan een frauderisicoanalyse op te stellen.
30
Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING
31
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Begroting 2024
Begroting 2023 Begroting 2024
Verschil begroting 2023 vs begroting 2024
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
242.409.928 242.409.928
275.608.628 0 275.608.628
33.198.700 0 33.198.700
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD 1. JBRR 2. LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Dubieuze Debiteuren Totaal lasten
26.133.328 49.118.949
21.417.392 62.934.815 21.390.221
-4.715.935 13.815.866 -4.884.627
44.517.463 714.704 1.498.841 19.125.834 19.748.096 2.177.467 17.063.440 507.189 6.808.718 1.000 1.848.710 4.085.474 159.191 184.369 320.374 209.600 242.409.928
15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937 0
4.387.409 5.237.514 666.998 2.208.928 -44.517.463
0 0 47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 0 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 0 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 0 275.608.628
-714.704 -1.498.841 47.095.508 1.844.429 1.150.840 16.505.833 8.628.076 0 5.816.445 137.015 1.924.298 -1.174.126 0 -1.848.710 555.755 21.655 25.080 43.581 28.512 0 33.198.700
0
0
0
LASTEN A B C D E F G
H I
J i tl io ic ia iw
z
SALDO
26.274.848 10.975.619 28.950.686 8.542.842 46.731.009
In de Kadernota 2024 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2024. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in de doelstellingen en inzet. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2024 afgezet tegen 2023.
32
4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten. Mutatieoverzicht: van Begroting 2023 naar Begroting 2024 Mutaties + Mutaties Begroting (lasten) Begroting 2023 242.409.928 A Realistisch begroten (2e Bestuursrapportage 2022) 12.692.906 12.692.906 B Maatwerk pleegzorg 250.000 250.000 C Pleegzorgvergoeding 495.927 495.927 D Diverse verschuivingen binnen de begroting 0 E Indexatie (begrotingsjaar 23+24) 22.927.073 22.927.073 F Aanpassingen op gemeente niveau opgave gemeenten 1.819.527 -1.819.527 Aanpassingen op gemeente niveau nadere uitwerking nieuwe inkoop 23 1.347.678 -1.347.678 Totaal mutaties 36.365.905 3.167.205 33.198.700 Begroting 2024 275.608.628
Toelichting De begroting is opgesteld conform de uitgangspunten van de Kadernota 2024 zoals door het AB vastgesteld in december 2022. De mutaties in dit overzicht zijn zowel in een Begrotingswijziging 2023 als in deze Begroting 2024 identiek, uiteraard met dien verstande dat bij de mutaties E en F is gerekend met percentages en bedragen voor 2024. Voor verdere toelichting wordt daarom verwezen naar de Begrotingswijziging 2023. 4.1.2 Toelichting op de baten Kaders De GRJR hanteerde kaders voor het financieel beleid en beheer die verspreid in stukken vanaf 2015 zijn terug te vinden en zich in de tussentijd hebben ontwikkeld. In 2021 hebben de deelnemende gemeenten een Regiovisie op de jeugdhulp gemaakt en heeft de GRJR voor de inkoop van jeugdhulp een nieuwe inkoopstrategie vastgesteld. Deze visie en strategie hebben invloed op het te voeren financieel beleid en beheer. Vertrekpunt is dat de regionale infrastructuur dient aan te sluiten op de lokale infrastructuren (lokale basishulp en lichte specialistische hulp via wijkteam en netwerk). De sturing op en beheersing van de jeugdhulp krijgt daarmee steeds nadrukkelijker vanuit lokale ambities vorm. Directe raming en afrekening De baten van de GRJR bestaan uit bijdragen van de deelnemende gemeenten.
Sinds 2023 is de vlaktaks afgeschaft en is een nieuwe systematiek ingericht voor: - Raming van uitgaven (met aanpassingen van de regionale lastenraming op basis van individuele correcties per gemeente) - Beheersing van uitgaven (maandelijks dashboards, kwartaalafsluitingen, twee bestuursrapportages, sturing op juistheid, tijdigheid en compleetheid van data)
33
Verantwoording en afrekening (lastenverantwoording, direct nacalculatie van gemeentelijke bijdragen en eindafrekening met zorgaanbieders op basis van dezelfde bestandsvergelijking). Deze kaders voor het financieel beleid en beheer van de GRJR zijn door het AB in april 2022 vastgesteld. -
Verdeelsleutels De bijdragen per gemeente zijn als volgt bepaald: - De zorgkostenraming (budgetten A t/m E en I) is in eerste instantie gebaseerd op de jaareindeverwachting uit de 2e bestuursrapportage van 2022 en alle beleidsmatige wijzigingen (zie toelichting lasten). Daar overheen zijn correcties toegepast in de geraamde lasten die zijn te relateren aan de inwoners van de betreffende gemeente. Op die manier is er een realistische verwachting van de hoogte en verdeling van de zorglasten van de gemeenten. De bijdrage in de zorgkosten wordt gelijkgesteld met het bedrag uit deze verdeling (zie ook bijlage Bijdragenberekening). Deze bijdrage wordt achteraf sinds de jaarrekening 2022 direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Jeugdbescherming/Jeugdreclassering wordt bepaald naar rato van de Jaareindeverwachting uit de 2e Bestuursrapportage 2022. Deze bijdrage wordt achteraf bij de jaarrekening 2024 direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Veilig Thuis wordt gebaseerd op het aantal meldingen in het jaar t-2 en het inwonertal (CBS) van 1 januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar (t-1). Deze cijfers moeten nog worden geactualiseerd. Dit in overeenstemming met de besluitvorming van september 2018. Hierop vindt geen nacalculatie plaats.
- De bijdrage in de uitvoeringskosten wordt berekend door voor het basisniveau van de organisatiekosten de bijdrage te berekenen naar rato van het aantal inwoners 0-18 jaar. Het basisniveau is het niveau dat nodig is om samen de GRJR in stand te houden. Van de totale uitvoeringskosten wordt €1,1 mln. beschouwd als kosten behorend bij dit basisniveau. De bijdrage in de resterende uitvoeringskosten wordt bepaald naar rato van de bijdragen in de zorg- en subsidielasten. Deze bijdrage wordt daarmee afhankelijk van enerzijds het gezamenlijke ambitieniveau en anderzijds van het wisselende profijt dat deelnemende gemeenten hebben. De bijdrageregeling is hiervoor gelijk voor MVS en de 10 andere gemeenten. Door het wegvallen van zorgkosten MVS wordt het bedrag dat deze gemeenten bijdragen in de uitvoeringskosten lagere. Voor de overgang naar deze systematiek is met MVS een gefaseerde compensatievergoeding voor de vermindering van hun bijdrage afgesproken. Betaalritme gemeentelijke inleg (let op: het ritme is aangepast!) De vastgestelde bijdrage per gemeente dient in vier termijnen steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen.
Door steeds snellere facturering door zorgaanbieders en hierdoor snellere betaling moeten we de inleg als GR ook eerder ontvangen om de betalingen te kunnen doen. De afgelopen 34
jaren is de jaarrekening hoger geweest dan de begroting. Doordat deze nabetaling van de gemeenten pas na de zomer is, komen we zonder aanpassing aan het begin van het jaar geld tekort om zorgfacturen tijdig te kunnen voldoen. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld om het betaalritme te wijzigen naar 4 termijnen van 40%/30%/20%/10%. Dit leidt tot de volgende termijnen per gemeente: Totaal GR Inleg 2024
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam Totaal
Inleg 2024
Q1
Q2
Q3
Q4
3.242.875 8.783.543 14.725.212 6.402.280 5.735.570 11.383.989 2.255.050 23.693.254 8.071.794 5.157.994 5.471.433 12.646.162 168.039.472
1.297.150 3.513.417 5.890.085 2.560.912 2.294.228 4.553.596 902.020 9.477.301 3.228.717 2.063.198 2.188.573 5.058.465 67.215.789
972.863 2.635.063 4.417.563 1.920.684 1.720.671 3.415.197 676.515 7.107.976 2.421.538 1.547.398 1.641.430 3.793.849 50.411.842
648.575 1.756.709 2.945.042 1.280.456 1.147.114 2.276.798 451.010 4.738.651 1.614.359 1.031.599 1.094.287 2.529.232 33.607.894
324.288 878.354 1.472.521 640.228 573.557 1.138.399 225.505 2.369.325 807.179 515.799 547.143 1.264.616 16.803.947
275.608.627
110.243.451
82.682.588
55.121.725
27.560.863
Nadere toelichting bijdragen in kosten Veilig Thuis Met de subsidiëring van VTRR geven de samenwerkende gemeenten gelijktijdig uitvoering aan de Jeugdwet (meldpunt kindermishandeling) en de Wmo (meldpunt huiselijk geweld). Over de financiering hiervan heeft het dagelijks bestuur van de GRJR in december 2018 besloten, dat per (Wmo-)centrumgemeente in overleg met de betrokken gemeenten nadere afspraken zijn te maken over de onderlinge verdeling van de kosten en de inzet van de DUVO-middelen. Dit betekent dat de GRJR de kosten naar rato over alle deelnemende gemeenten zal verdelen. De gemeenten maken per Wmo/DU VO regio onderling zonder tussenkomst van het GRbestuur uit in hoeverre zij hierdoor ontstane verschillen onderling verrekenen. Dit resulteert in onderstaande verdeling:
35
Bijdrage VTRR Albrandswaard 238.801 Barendrecht 443.447 Capelle aan den IJssel 913.344 Goeree-Overflakkee 474.489 Krimpen aan den IJssel 313.266 Lansingerland 645.705 Maassluis 445.960 Nissewaard 1.459.432 Ridderkerk 607.316 Schiedam 1.214.992 Vlaardingen 1.094.021 Voorne aan Zee 862.747 Rotterdam 11.563.155 Totaal 20.276.674
36
4.3 Financieel perspectief Meerjarenraming baten en lasten Begroting 2024
Begroting 2023 Begroting 2024
Verschil begroting 2023 vs begroting 2024
Raming GR 2025
Raming GR 2026
Raming GR 2027
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
242.409.928 242.409.928
275.608.628 0 275.608.628
33.198.700 0 33.198.700
275.358.628
275.358.628
275.358.628
275.358.628
275.358.628
275.358.628
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD 1. JBRR 2. LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Dubieuze Debiteuren Totaal lasten
26.133.328 49.118.949
21.417.392 62.934.815 21.390.221
-4.715.935 13.815.866 -4.884.627
21.167.392 62.934.815
21.167.392 62.934.815
21.167.392 62.934.815
4.387.409 5.237.514 666.998 2.208.928 -44.517.463
21.390.221 15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937
21.390.221 15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937
21.390.221 15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937
44.517.463 714.704 1.498.841 19.125.834 19.748.096 2.177.467 17.063.440 507.189 6.808.718 1.000 1.848.710 4.085.474 159.191 184.369 320.374 209.600 242.409.928
15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937 0 0 0 47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 0 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 0 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 0 275.608.628
-714.704 -1.498.841 47.095.508 1.844.429 1.150.840 16.505.833 8.628.076 0 5.816.445 137.015 1.924.298 -1.174.126 0 -1.848.710 555.755 21.655 25.080 43.581 28.512 0 33.198.700
47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 275.358.628
47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 275.358.628
47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 275.358.628
0
0
0
0
0
0
LASTEN A B C D E F G
H I
J i tl io ic ia iw
z
SALDO
26.274.848 10.975.619 28.950.686 8.542.842 46.731.009
Deze meerjarenraming houdt nog geen rekening met inflatie en trendmatige ontwikkelingen na 2024. Ook zijn nog geen effecten van de Hervormingsagenda na 2024 ingecalculeerd omdat gemeenten daarover nog in discussie zijn met het rijk en hun maatregelen nog moeten bepalen.
37