Ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 GRJR
Tekst van het document
Verkorten van de wachttijden Risico € 0,8 mln
Op structureel zorgkostenstijgingen onvoldoende geanticipeerd i.v.m. knellende budgetten gemeenten Risico € 0,6 mln
Overige risico’s Risico € 1,0 mln
De aanpak van wachtlijsten is in 2022 effectief geweest in die zin dat de gemiddelde wachttijden sterk zijn teruggebracht. Dit is mede bereikt door meer capaciteit in te zetten voor jeugdhulp. Dit kan samenlopen met het vorige risico, maar dat is niet te onderscheiden in de informatie. Dit risico deed zich in 2022 voor. De vastgestelde begroting 2022 was gebaseerd op de aanname dat de hoeveelheid in 2020 geleverde zorg constant blijft. Voor de opdrachten B, C en D was de geleverde zorg in 2021 hoger dan het bedrag dat hiervoor was opgenomen in de begroting 2022. Voor opdracht E geldt dat in de primaire begroting het budget was verlaagd door de taakstelling in mindering te brengen op het budget voor de reguliere productie (naast de extra inzet aanpak wachttijden). Dit was niet realistisch. In juli 2022 is de begroting hierop aangepast. Hiermee was bij de oorspronkelijke begroting gewacht tot de gemeenten expliciete en concrete helderheid zouden hebben over extra middelen van de rijksoverheid voor 2022. Bij Veilig Thuis zagen we sinds 2020 zagen we een toename in het aantal meldingen en, door de toenemende complexiteit van casussen, een verschuiving van de dienst V&V naar de (meer tijdrovende) dienst Onderzoek. Hiervoor is de begroting 2022 ook tussentijds bijgesteld.
In 2022 werd de aanpassing van het woonplaatsbeginsel doorgevoerd waardoor de zorg voor meer jeugdigen voor rekening van gemeenten in Rijnmond kwam. De eerste inschatting dei gemeenten hiervan gaven bleek veel lager dan de werkelijke impact. Dit is de belangrijkste verklaring voor het overschrijden van de begroting.
Totaal risico inschatting € 6,7 mln
Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken wordt voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
35
Kengetallen Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Begroting 2022 0,00 0,00
Realisatie 2022 0,00 0,00
0,00 0 n.v.t. n.v.t.
0,00 0 n.v.t. n.v.t.
Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om haar investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2022 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.
3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot het kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2022, € 24,2 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2022. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk.
De GRJR is in 2022 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.
36
3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen ook criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van (boven)regionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven. Dan doen ze omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR – de Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) – ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen.
Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst hiërarchisch ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Deze samenwerking is de afgelopen jaren sterk verbeterd maar is een kritische succesfactor. We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp. Samenwerking is in woord én daad nodig. Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, zowel in de bestuurlijke als ambtelijke processen. Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario voor de veiligheidsketen. Een kerntaak van de UO is het regionale contractmanagement. De verdere implementatie van de nieuwe contracten 2023/2028 gaat onder meer over het concreet toepassing geven aan de sturingsprincipes, over toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en over het samen leren en ontwikkelen bij de realisatie van de afgesproken ontwikkelopdrachten. Belangrijk punt voor de ontwikkeling van het contractmanagement is ook het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten. 37
Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en meer te richten op inzicht op gemeenteniveau. Daarvoor blijkt het gebruik en de verder ontwikkeling van de informatievoorziening een speerpunt. Tijdige en volledige informatie over het gebruik en de kosten van de jeugdhulp moet nog veel beter worden. Tussentijds rapportages, die niet achteraf onvolledig blijken, zijn cruciaal voor de sturing. Daarvoor is in de hele administratieve keten nog veel verandering nodig.
Uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en individuele gemeenten: Van belang is dat over de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt beschikt op basis van de gemeentelijke verordening. Gemeenten bestellen vervolgens de hulp bij (geven een toewijzing aan) een door de GRJR gecontracteerde aanbieder. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het gebruik en/of volume. Dit kent overigens beperkingen, doordat er ook andere wettelijke verwijzers zijn en doordat maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering een eigen juridische basis kennen. De zorgaanbieders dienen hun declaraties in bij de gemeente die de zorg heeft besteld (toegewezen). Gemeenten beoordelen deze declaraties, waarna de GRJR als contractueel opdrachtgever betaalt. Gemeenten voeren decentraal los van elkaar staande zorgadministraties van waaruit doorlopende gegevens worden doorgegeven aan de GRJR. De financiële afhandeling van toewijzingen en declaraties wel tot de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Deze verantwoording stoelt op de gemeentelijke administraties. In deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen.
De administratieve processen en informatievoorziening zijn steeds verder geautomatiseerd op basis van een strategisch informatieplan. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR-niveau bij elkaar te brengen, is de GRJR steeds meer in staat om op het zorglandschap, de opdrachten en contracten voor de specialistische jeugdhulp te sturen. Tegelijkertijd zien gemeenten zo steeds beter de ontwikkeling van gebruik en kosten, zodat zij beter kunnen sturen op de toegang tot de hulp en de kwaliteit van gegevens. Om tijdiger en vollediger sturingsinformatie, minder administratieve lasten en betere rechtmatigheidsverantwoording (zie volgende paragraaf) te kunnen bewerkstellingen wil de GRJR in 2023 onderzoek doen naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken.
38
Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR.
3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening 2022 wordt net als in voorgaande jaren in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. De accountant maakt daar waar mogelijk gebruik van de verbijzonderde interne controles (derdelijns controle) die worden uitgevoerd door de afdeling Financial Audit van de gemeente Rotterdam. Deze interne auditfunctie stelt in samenspraak met de externe accountant jaarlijks een auditprogramma op. In de uitvoering van het auditprogramma wordt gecontroleerd op de getrouwheid en de rechtmatigheid van het door het AB gevoerde financiële beheer. De bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt ten behoeve van een Management Letter waarmee de accountant de secretaris/directeur en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd.
Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering.
39
3.5 Coronaparagraaf In 2022 maakten aanbieders ook meerkosten om de zorg te continueren tijdens de coronacrisis. De VNG heeft met het Rijk afspraken gemaakt over de vergoeding van deze meerkosten in 2022. De afspraken uit 2021 zijn zonder noemenswaardige inhoudelijke wijzigingen verlengd tot en met 2022 en als richtinggevend document vastgelegd in de Uitwerking Meerkosten corona Jeugdwet en Wmo 2022 VNG. De GRJR heeft haar beleid 2021 t.a.v. coronakosten ongewijzigd gecontinueerd in 2022 en: - verklaart corona meerkosten declarabel - verklaart omzetderving niet-declarabel (ook geen landelijke regeling 2022 tot stand gekomen) - acht zich voor LTA-partijen gebonden aan door de VNG gemaakte afspraken - past de hiervoor bedoelde landelijke protocollen en formats toe (Uitwerking meerkosten corona Jeugdwet en WMO 2022 VNG en format meerkosten Ketenbureau i-sociaal domein) Extra aandachtspunt is de landelijke meerkosten alleen van toepassing zijn in die periodes dat daadwerkelijk RIVM-richtlijnen of kabinetsmaatregelen van toepassing waren. Dit was in 2021 ook het geval (12 maanden) maar in 2022 is dit het geval geweest in de periode januari – april 2022 (conform advies van het Ketenbureau i-sociaal domein, tijdlijn RIVM). De gedeclareerde meerkosten zijn plausibel.
GRJR houdt zich aan de landelijke regels en doet een check op de rechtmatigheid en of de meerkosten terecht worden gedeclareerd. Er vallen hier geen verborgen bijdragen onder ten behoeve van de continuïteit. Hieronder een overzicht van de voorlopige coronameerkosten 2022. Dit wordt verantwoord als onderdeel binnen de risico’s Jeugdhulp en betreft alleen 2022 coronakosten.
Lasten
Corona meerkosten LTA-aanbieders Corona meerkosten RTA-aanbieders Totaal
Voorlopige Realisatie 2022 € 43.000 € 572.000 € 615.000
40
3.6 Verbonden partijen Bij de definiëring van het begrip verbonden partijen wordt aangesloten bij het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder een financieel belang wordt verstaan een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een collegelid, een raadslid of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de gemeente stemt. Bovenstaande betekent dat organisaties waar bijvoorbeeld enkel sprake is van een financieel belang niet worden gezien als een verbonden partij. De GRJR heeft geen verbonden partijen in de zin van het BBV, maar kent alleen deelnemers en opdrachtnemers met een contract- en/of subsidierelatie. De GRJR is niet aansprakelijkheid voor tekorten bij gemeenten, contractpartners en subsidiepartners en heeft geen zeggenschap in de besluitvorming van deze partijen.
De kring van deelnemende gemeenten is sinds de oprichting van de GRJR ongewijzigd en er zijn geen voornemens tot uittreding of toetreding van gemeenten. Wel was er de vorming van Voorne aan Zee en de keuze van de MVS-gemeenten om jeugdhulp vanaf 2023 niet meer af te nemen via de GRJR-contracten. In de kring van gecontracteerde opdrachtnemers doen zich verschuivingen voor vanwege de nieuwe aanbesteding van specialistische jeugdhulp. Vanaf 2023 werkt de gemeente met zeven in plaats van vijftien hoofdaanbieders (systeemaanbieders genoemd omdat ze alle zorg moeten kunnen leveren), apart contractpartners voor forensische hulp en nog een reeks kleine partijen (flexibel aanbod en maatwerkovereenkomsten). Belangrijke verbonden partijen zijn tot slot de gesubsidieerde partners voor Jeugdbescherming/ jeugdreclassering en Veilig Thuis. Beide partners werken nagenoeg alleen voor de regio Rijnmond en worden daarom nagenoeg volledig gefinancierd door de GRJR.
41
Hoofdstuk 4 VOORLOPIGE JAARREKENING 2022
42
4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten In onderstaand overzicht is de extra bijdrage van gemeenten van € 22,1 mln. Op basis van het voorlopige jaarrekeningresultaat 2022 aan de baten toegevoegd waardoor het resultaat € 0 is.
43
4.2 Toelichting op baten en lasten Baten Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 2022 en begrotingswijzigingen 2022. Extra bijdrage deelnemende gemeenten Het tekort van 2022 wordt gedekt door middel van een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten op basis van de voorlopige werkelijke realisatie per gemeente. Op basis van de voorlopige jaarrekening is dat een tekort van €22,1 mln.
44
Bijdrage Rijk Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreft de dekking vanuit de reserve voor de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting. Bijdrage Rijk Gezamenlijke verantwoording kinderen en ouders Dit betreft de dekking vanuit de reserve voor de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting. Overige baten Dit betreft ontvangen rentevergoeding in 2022 met betrekking tot het schatkistbankieren. Lasten Programma Jeugdhulp onderdelen van Pleeghulp tot en met Acute Dienst GGZ Voor de ontwikkelingen binnen deze opdrachten in 2022 wordt verwezen naar de toelichtingen in hoofdstuk 2. Risico’s Jeugdhulp Het budget Risico’s Jeugdhulp is onder andere ingezet voor de corona gerelateerde kosten. In hoofdstuk 3.5 is dit toegelicht. Er is voor ruim €0,6 mln. aan corona meerkosten 2022 opgenomen. Daarnaast zijn er bij de vaststelling van de JBRR-subsidie 2021 tekortkomingen gebleken in de verantwoording met betrekking tot de drangtaken (IVH) die door de onderaannemer WSS voor gemeenten zijn uitgevoerd. De afwikkeling van dit deel van de subsidie 2021 is daardoor nog niet finaal afgerond. In de voorlopige jaarrekening 2022 houden we rekening met de mogelijke uitkomst dat het hiermee gemoeide bedrag van bijna €0,7 mln.
nog zal worden toegekend ingeval deze tekortkomingen in de verantwoording zijn opgelost. Transformatiefonds In de begroting was hier een bedrag opgenomen van € 2 mln. Voor 2022 is subsidie toegewezen voor zes innovatieve projecten voor ruim € 1,3 mln. Kortom, niet de hele begroting 2022 is toegewezen aan projecten. Vanaf 2023 wordt structureel € 0,4 mln voor het programmateam uit het transformatiefonds gereserveerd. Zie paragraaf 2.3.1 Transformatieprojecten 2022 voor de inhoudelijke toelichting. Overzicht Overhead Tot de overhead worden die kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten.
45
Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten opgenomen die tot de overhead gerekend worden. De verwachte realisatie 2022 is € 0,1 mln lager dan de begroting.
Overhead
Begroting 2022
Realisatie 2022
Organisatiekosten GR Werk en onderzoek Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Bankkosten
€ 3.588.000 € 306.000 € 152.000 € 76.000 €0 € 4.122.000
€ 3.588.000 € 158.000 €154.000 € 99.000 € 11.000 € 4.010.000
Totaal
Verschil begroting vs realisatie 2022 €0 € 148.000 - € 2.000 - € 23.000 - € 11.000 € 112.000
Projectbudget Inkoop en Implementatie Bij het project Inkoop en Implementatie is dit volledig gefactureerd door de gemeente Rotterdam. Dit betreft de aanbesteding van de zorg inkoop 2023 en verder. Programmateam Regio-agenda Het project programmateam regio-agenda heeft vertraging opgelopen waardoor in 2022 € 0,1 mln onderschrijding is. Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreffen lasten voor het project Proeftuin kind- en gezinsbescherming. De lasten worden gedekt vanuit de reserve en zijn hierdoor saldoneutraal. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting. Gezamenlijke verantwoording kinderen en ouders Dit betreffen lasten voor het project Gezamenlijke verantwoording kinderen en ouders. De lasten worden gedekt vanuit de reserve en zijn hierdoor saldoneutraal. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting.
Overlopend resultaat Het voorlopige overlopend resultaat 2022 is € 1,1 mln. Dit saldo is te splitsen naar een RTA-deel ad € 0,8 mln. en een LTA-deel van € 0,3 mln. De belangrijkste mutaties worden hieronder toegelicht: 1) Correctie op de eindafrekening 2020 m.b.t. Timon. In 2022 is gebleken dat een indexatiepercentage 3,42% in de productieverantwoording niet was meegenomen waardoor een te vorderen positie is omgeslagen in een te betalen positie. Effect € 1,1 mln.
46
2) Na analyseren van brieven over eindafrekening 2020 (i-HUB) is de conclusie dat de indexering niet goed verwerkt is in de brief eindafrekening 2020. De productieopgave, zoals die door accountant is bevestigd, is zonder indexering van 3,42% gedaan. Effect van afboeken te vorderen positie over 2020 naar te betalen van € 0,7 mln. 3) Een niet eerder betaalde factuur zorg 2019 vanuit Yulius van ruim € 0,5 mln. 4) Ophogen verplichting Yulius m.b.t. geleverde zorg 2021 aangezien van bijna € 0,5 mln. een tabblad van gemeente Goeree-Overflakkee niet was verwerkt in de jaarrekening 2021. 5) Voor de LTA-aanbieder Stichting Fier is in 2022 gebleken dat deze zorgaanbieder bij de jaarrekening 2021 niet de verantwoording van alle Rijnmond gemeenten (ontbraken vier gemeenten) hadden aangeleverd, waarvoor zij zorg hadden verleend. Dit zorgde voor het moeten ophogen in 2022 van de verplichting over 2021 van ruim €0,3 mln. 6) Ophogen verplichting Parnassia 2021 ad € 0,2 mln. Voor een deel van hun productie waarvoor ze nog geen toewijzing voor hadden, is dit verantwoord op een andere productcode (50A00) dan waar de geleverde zorg betrekking op had. 7) Een substantiële lagere vaststelling JBRR dan in de jaarrekening 2021 opgenomen zorgde voor een vrijval van ruim € 2,4 mln.
In de aanvraagbrief heeft JBRR gerealiseerde bedragen genoemd, die niet overeenkomen met de realisatie in de jaarrekening 2021 van JBRR. Uit de controleverklaringen van de accountant is gebleken dat de accountant de waarde in euro’s heeft berekend op basis van het aantal FTE x uurtarief. Voor de GRJR zijn echter de gestelde kostprijzen en tarieven in de subsidieverlening 2021 leidend voor de vaststelling van subsidie. 8) Saldo afwikkeling diverse kleinere balansposities voor bedrag van € 0,2 mln.
Structureel/Incidenteel
Lasten
Begroting 2022
Voorlopige Realisatie 2022
Verschil begroting vs realisatie 2022
Structureel
€ 278.650.000
€ 302.817.000
- € 24.167.000
Incidenteel Totaal
€ 5.961.000 € 284.612.000
€ 4.278.000 € 307.095.000
€ 1.683.796 - €22.483.000
47
De overschrijdingen bij het structurele tekort zitten met name bij opdracht B “Weer naar huis (opname), opdracht C “Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)”, opdracht D “Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)”, I1 Maatwerk en Woonplaatsbeginsel bij de LTA-aanbieders. Bij de structurele tekorten wordt de begroting voor 2023 e.v. daarop aangepast. Daarnaast zit er in de incidentele lastenbegroting: 1) Risico’s Jeugdhulp zijn incidentele lasten ad € 1,3 mln., begroting is 3,6 mln. 2) Overlopend resultaat van ad € 1,1 mln. geldt als incidentele lasten, begroting is €0. 3) Transformatiefonds zijn incidentele lasten € 1,4 mln., begroting is € 2,0 mln. Per saldo zit er binnen de incidentele lasten geen tekort in 2022.
Overzicht van baten en lasten in euro’s opgesplitst naar taakveld
Taakveld begroot
Baten
Lasten
Saldo
6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.82 - Geëscaleerde zorg 18-
€ 217.273.000 € 55.776.000
€ 217.273.000 € 55.776.000
€0 €0
6.83 - Geëscaleerde zorg 18+ Totaal begroot 2022
€ 11.563.000 € 284.612.000
€ 11.563.000 € 284.612.000
€0 €0
Baten
Lasten
Saldo
6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.82 - Geëscaleerde zorg 186.83 - Geëscaleerde zorg 18+
€ 242.073.000 € 53.353.000 € 11.668.000
€ 242.073.000 € 53.353.000 € 11.668.000
€0 €0 €0
Totaal realisatie 2022
€ 307.095.000
€ 307.095.000
€0
Taakveld realisatie
Conform de eisen van de BBV zijn de overzichten van taakvelden in de jaarrekening 2022 opgenomen. Op dit moment is het uitgangspunt dat alle uitvoeringskosten van de GRJR direct of indirect bijdragen aan de taakvelden en daardoor toe te rekenen zijn aan de taakvelden. Zie overzicht bij 4.2.
48
4.3 Balans
Conform het BBV zijn de te betalen bedragen aan zorginstellingen bij de overlopende passiva opgenomen. Ze vallen onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
49
4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen GRJR is een uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten. Vanuit de regiovisie van de deelnemende gemeenten geeft de GRJR vorm aan een “op de lokale infrastructuren aansluitende regionale infrastructuur” en aan het “samen leren wat werkt”. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het jaarverslag. Wettelijke voorschriften GRJR is een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarin vijftien gemeenten op vrijwillige basis samenwerken. Voor de verslaggeving van gemeenschappelijke regelingen is vanaf 2004 het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten van kracht. De jaarrekening is conform deze voorschriften samengesteld. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening wordt opgemaakt met inachtneming van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Uitzettingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva De kortlopende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor resultaatbepalingen In de exploitatierekening worden de lasten en baten verantwoord die voortvloeien uit de activiteiten van de GRJR.
De lasten en baten worden zoveel mogelijk toegerekend naar het boekjaar waarop ze betrekking hebben en waarin de prestaties zijn geleverd. BTW De betaalde btw in het boekjaar wordt na afloop van het boekjaar door de deelnemende gemeente via de doorschuifregeling gecompenseerd. 50
4.5 Toelichting op de balans
Vorderingen op openbare lichamen Dit saldo van € 23,5 mln. bestaat uit twee delen, 1) Het betreft de bijdrage o.b.v. het voorlopige jaarrekening resultaat van € 22,1 mln., zie onderdeel 4.2 extra bijdrage deelnemende gemeenten. 2) Op de balans staat ultimo 2022 het nog te betalen bedrag per gemeente ad € 1,4 mln. Hiervan is € 0,8 mln een eindejaar boeking en facturatie aan de deelnemende GRJR-gemeenten met betrekking tot doorbelasting doorschuif BTW 2022 Hieronder een specificatie van de vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2022, exclusief extra inleg van € 22,1 mln. m.b.t. het voorlopige jaarrekeningresultaat.
51
Rekening courant met het rijk & Schatkistbankieren (Bram) Ultimo 2022 heeft de GRJR als saldo van haar rekeningcourantverhouding met het rijk ca. € 9,2 mln. te vorderen op de rijksoverheid. Dit komt doordat het kabinet in het verleden het schatkistbankieren ingevoerd. Dit betekent voor decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen als die van Jeugdhulp Rijnmond, dat zij hun overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Praktisch betekent dit voor GRJR dat alle overtollige liquide middelen boven de drempel van € 5,1 mln. worden gestald bij de schatkist zolang deze niet benodigd zijn. In 2022 zijn geen overschrijdingen geweest en is het drempelbedrag het gehele jaar ongewijzigd gebleven. Onderstaand een overzicht van de aangehouden middelen ten opzichte van het drempelbedrag per kwartaal.
52
53
Te vorderen bedragen zorginstellingen GRJR maakt gebruik van diverse jeugdzorginstellingen om dienstverlening op het gebied van jeugdhulp te verlenen aan inwoners van de regio Rijnmond. Na de verrekening van voorschotten en tussentijdse afrekeningen heeft GRJR een bedrag van € 3,1 mln. te vorderen op verschillende zorginstellingen. Dit bedrag bestaat uit:
Specificatie vorderingen zorginstellingen
op
Bedrag
Vorderingen 2022
€ 3.062.000
Vorderingen 2021
€
Totaal
€ 3.137.000
75.000
Vorderingen 2022 Dit bedrag van ruim € 3,0 mln. en betreft het nog terug te vorderen saldo voor prestaties door zorginstellingen in 2022. Dit is op basis van de voorlopige productieopgaven van de zorgaanbieders. Vorderingen 2021 Dit bedrag van bijna € 0,1 mln betreft een openstaand bedrag op de balans naar aanleiding van een terugvordering met betrekking tot kortdurende bedden vanuit de jaarrekening 2021. Hier wordt actie op uitgezet om dit af te wikkelen. Overige vorderingen Per jaareinde stond hier een bedrag van € 0,4 mln bestaande uit drie posten.
54
Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Ultimo 2022 staat er voor € 17,2 mln. open aan liquiditeitsborgen. Dit bedrag is een behoorlijk lager van begin 2022. In 2022 zijn de aanbieders hun betalingsverplichtingen nagekomen conform de afspraken. Het eindsaldo bestaat uit twee delen: 1) Liquiditeitsborgen (€14,3 mln.) die zijn verstrekt aan zorgaanbieders die zijn voorgefinancierd vanwege hun penibele liquiditeitspositie. Dit betreffen met name recentere verstrekte liquiditeitsborgen. 2) Daarnaast is er in het totale saldo een onderdeel ad (€2,9 mln) voor openstaand saldo subsidievaststellingen, waarvan JBRR de grootste vormt ad €2,3 mln. Hier loopt nog een bezwaarprocedure voor een deel van deze vaststelling. Bij de vaststelling van de JBRR-subsidie 2021 zijn tekortkomingen gebleken in de verantwoording met betrekking tot de drangtaken (IVH) die door de onderaannemer WSS voor gemeenten zijn uitgevoerd. De afwikkeling van dit deel van de subsidie 2021 is daardoor nog niet finaal afgerond. In de voorlopige jaarrekening 2022 houden we rekening met de mogelijke uitkomst dat het hiermee gemoeide bedrag van €684.000 nog zal worden toegekend ingeval deze tekortkomingen in de verantwoording zijn opgelost. Dit is verantwoord als onderdeel van het saldo “Risico’s Jeugdhulp”. Vooruitbetaalde bedragen Dit bedrag is eind 2022 € 0.
Op de beginbalans stond een bedrag ad € 133.000 betreffende een subsidie die in 2021 helemaal is uitbetaald als voorschot, maar voor dit deel betrekking had op de periode januari 2022 t/m april 2022. Transformatiefonds Op de beginbalans 2022 stond nog een bedrag ad € 0,7 mln dat teruggevorderd moest worden. Reden hiervoor was dat de verstrekte voorschotten vanuit 2021 (en eerder) hoger waren dan de eindafrekeningen transformatiefonds bij een aantal zorgaanbieders. Inmiddels hebben de vaststellingen plaatsgevonden in 2022 en zijn de bedragen teruggevorderd en betaald door de desbetreffende zorgaanbieders. Vandaar dat eindsaldo 2022 € 0 is. Liquide middelen De liquide middelen bestaan voor de GRJR uit het eindsaldo 2022 van de bankrekening. Deze wordt namens de GRJR beheert door de Gemeente Rotterdam. Het saldo van € 1,6 mln. blijft over na het afromen in kader van de wet Fido / schatkistbankieren.
55
Toelichting op de balans passiva per 31 december 2022
Eigen vermogen en continuïteit Aan de GRJR nemen op dit moment 15 gemeenten deel. Zij delen gezamenlijk in de lasten voor het uitvoeren van deze gemeenschappelijke regeling. Drie gemeenten hebben besloten om hun vanaf 2023 een deel van de jeugdhulp zelf in te kopen, maar wel te blijven participeren in de GRJR. Algemene Reserve De GRJR heeft ultimo 2022 geen algemene reserve. Dit komt omdat GRJR Jeugdhulp namens 15 gemeenten in de regio Rijnmond uitvoert en de lasten verdeelt over de 15 gemeenten. GRJR beoogt geen positief resultaat te hebben. Eventuele tekorten of positieve resultaten worden over de 15 gemeenten verdeeld. Gerealiseerd resultaat In 2022 heeft GRJR een negatief resultaat behaald van € 22,1 mln. Zoals gebruikelijk wordt dit negatieve resultaat verrekend met de deelnemende gemeenten. Het gerealiseerd resultaat is hierdoor nul.
56
Overige schulden Ultimo 2021 staat er voor € 1,1 mln. open aan overige schulden. Dit bestaat uit een crediteurensaldo per 31-12-2022 ad € 0,3 mln en een saldo ad € 0,8 mln nog te betalen verplichtingen transformatiesubsidie en betalingen met betrekking tot reserves 2022 die begin 2023 zijn uitbetaald. Te betalen bedragen aan zorginstellingen Hieronder een specificatie van te betalen bedragen aan zorginstellingen ad € 53,2 mln.
Specificatie verplichtingen zorginstellingen
op
Bedrag
Verplichtingen 2022 Verplichtingen 2021
€ 49.055.000 € 4.116.000
Totaal
€ 53.171.000
Verplichtingen 2022 Dit bedrag van € 49,1 mln. betreft het nog te betalen bedrag aan zorgprestaties en subsidies aan zorginstellingen in 2022 op basis van de voorlopige productie in de voorlopige jaarrekening 2022. Daarnaast betreft het ook voor een deel de onderdelen onder risico’s Jeugdhulp, te weten nog te betalen coronakosten 2022 (€ 0,6 mln) en het risico nog te betalen deel vanuit een mogelijke aanpassing vaststelling subsidie JBRR 2021 (€ 0,7 mln). Verplichtingen 2021 In 2022 hebben er veel afstemmingen en afwikkelingen plaatsgevonden over de eindafrekening 2021 met betrekking tot RTA en LTA-aanbieders. Er zijn inmiddels begin 2023 nog een aantal eindafrekening 2021 met zorgaanbieders helemaal afgerond. Grootste aandeel heeft Enver in dit openstaande saldo verplichtingen 2021. Deze zorgaanbieder is gedurende het hele jaar 2022 nog bezig geweest met het declareren van zorg over 2021 bij de gemeenten. Daarna moet dit bij de gemeenten allemaal behandeld worden voordat GRJR goedgekeurde declaraties kunnen betalen over 2021. Dit wordt op weekbasis betaalbaar gesteld vanuit GRJR. De late declaraties en daarmee samenhangende behandeling bij gemeenten, zorgt ervoor dat de eindafrekening Enver over 2021 nog niet is afgerond.
In de eindafrekeningen 2021 is veel tijd en energie gaan zitten, maar het resulteert wel in een beduidend lagere balansstand eind 2022 over voorgaande jaren dan in de vorige jaarrekening.
57
Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders Dit zijn middelen die in 2021 beschikbaar zijn gesteld door het ministerie van Justitie en veiligheid in het kader van inzet door JBRR voor het project: Gezamenlijk verantwoordelijk voor kinderen en ouders. Dit project richtte zich op twee globale activiteiten: ondersteunen van het lokale veld om casusregie in het vrijwilligerskader op te kunnen pakken en monitoring van de vragen die vanuit de lokale teams gesteld zijn aan het team Consultatie en Advies van JBRR. Dit met als doel de expertise van het lokale veld te vergroten en te ondersteunen. Bedrag van € 83.000 is betaalbaar gesteld aan JBRR en zit saldoneutraal in de voorlopige jaarrekening 2022 opgenomen aan de lasten en de batenkant. Doorbraak en versterken zorgbemiddeling Om te komen tot het versterken van de zorgbemiddeling voor de kinderen met een maatregel is een extra inzet medewerker Team Zorg Bemiddeling toegevoegd aan het Zorgbemiddelingsteam. Deze medewerker wordt ingezet voor ondersteuning aan en het ontzorgen van de jeugdbeschermers specifiek bij de doorbraakkinderen. Deze ondersteuning richt zich op zowel de inhoud van de casuïstiek en het proces om toch complexe plaatsingen te realiseren. Daarnaast is een medewerker aangesteld als ondersteuning voor jeugdbeschermers die het inhoudelijke traject van de begeleiding van het kind/gezin uitvoeren.
Deze medewerkers stuurt bij als er knelpunten zijn, escaleert daar waar nodig en levert het team de benodigde informatie om zaken op te lossen. Hiervoor hebben we bij de voorlopige jaarrekening nog geen voorlopige verantwoording ontvangen. De kosten worden gedekt uit deze reserve en is dan per saldo neutraal in de jaarrekening. Proeftuin kind en gezinsbescherming Subsidiebedrag van € 0,8 mln. was ontvangen in 2021. In 2022 is hiervoor bijna € 0,2 mln uitvoering aangegeven. De proeftuin ‘Wij doen het beter’ in Rotterdam Rijnmond is ontstaan vanuit een landelijke opdracht. De kind- en gezinsbeschermingsketen is complex en middels elf proeftuinen in het land wil het ministerie van VWS beproeven hoe deze keten vereenvoudigd kan worden. De proeftuin richt zich op 4 thema’s, namelijk 1) huiselijk geweld, 2) complexe scheidingen, 3) ontwikkelingsbedreigingen van kinderen en 4) jeugdcriminaliteit. Het project wordt geleid door een externe projectleider en vindt plaats in Ridderkerk en het Rotterdamse wijkteam IJsselmonde-Zuid. Daarnaast zijn de GI’s en Raad voor de Kinderbescherming gecommitteerd in het project, waarvoor zij financieel gecompenseerd worden omtrent hun personele inzet. De GRJR is subsidiehouder en vanuit die hoedanigheid voornamelijk betrokken in het financiële proces.
58
Concreet zijn middelen in 2022 besteed aan de inzet van ervaringsdeskundigen, medewerkers van de betrokken instellingen, loonkosten van de projectleider en projectsecretaris en de nodige training. Het project kent een oorspronkelijke einddatum van 31 december 2022, maar aangezien er in de loop van 2022 een koerswijziging heeft plaatsgevonden, heeft het project vertraging opgelopen. Aangezien het project gesubsidieerd wordt vanuit het ministerie van VWS, is er bij het ministerie van VWS-verlenging aangevraagd tot en met 31 mei 2023 om het project af te kunnen ronden. De overige middelen vanuit de subsidie worden daarmee slechts opgeschoven om in het eerste half jaar van 2023 te gebruiken. Deze overige middelen zullen worden besteed om de klantreis die nu op papier is opgesteld te kunnen beproeven in de praktijk. Conform de BBV-voorschriften zijn deze bedragen opgenomen onder de overlopende passiva. Het valt onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”. Niet uit balans blijkende verplichtingen Onder Niet uit balans blijkende verplichtingen worden die verplichtingen verstaan die in 2022 zijn aangegaan ten behoeve van zorg in 2023 t/m 2028.
De totaal in gekochte jeugdhulp GRJR betreft vanaf 2023 nog voor 12 gemeenten in Rijnmond. De gemeenten Maasluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS) gaan per 1 januari 2023 alle specialistische jeugdhulp zelf inkopen. In dit kader zijn de meerjarige gunningen voor de inkoop Jeugdzorg 2022 voor de opdrachten A t/m F bij de 7 systeem aanbieders, 7 prestatie aanbieders voor opdracht B, C en E, 3 prestatie voor opdracht D en 2 aanbieders voor jeugdhulpplus.
NUBBV-Verplichtingen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Systeemaanbieders
€ 122.666.000
€ 122.666.000
€ 122.666.000
€ 122.666.000
€ 122.666.000
€ 122.666.000
Prestatieaanbieders B, C en E
€
6.394.000
€
6.394.000
€
6.394.000
€
6.394.000
€
6.394.000
€
6.394.000
Prestatieaanbieders D
€
1.315.000
€
1.315.000
€
1.315.000
€
1.315.000
€
1.315.000
€
1.315.000
Jeugdhulpplus
€
9.407.000
€
6.396.000
Totaal
€ 139.782.000
€ 136.771.000
€ 130.375.000
€ 130.375.000
€ 130.375.000
€ 130.375.000
59
4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Met ingang van 2013 is de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Hieruit volgt de verplichting om in de jaarrekening 2022 melding te maken van: 1. Alle (gewezen) topfunctionarissen en hun bezoldiging 2. Overige medewerkers in dienst van de gemeente welke de norm overschrijden 3. Uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van alle topfunctionarissen en van alle andere medewerkers indien deze uitkering de norm overschrijdt. De maximale bezoldiging mag voor een topfunctionaris zonder dienstverband vanaf het tweede jaar niet meer bedragen dan € 216.000 per kalenderjaar (2022) op fulltime basis. In dit bedrag is inbegrepen de beloning, belastbare kostenvergoedingen, voorzieningen voor beloning op termijn (m.n. pensioenpremie). Toetsing aan de norm vindt plaats naar rato van omvang fte en duur dienstverband in het jaar. Voor het toezichthoudend orgaan gelden de volgende maxima: 15% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 32.400) voor de voorzitter en 10% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 21.600) voor de leden. Voor de GRJR is de functie lid van het algemeen bestuur als topfunctionaris aangemerkt binnen de WNT. De leden van het algemeen bestuur zijn genoemd in onderstaande tabel en hebben vanuit de GRJR geen bezoldiging ontvangen.
Ook waren er geen uitkeringen wegens einde dienstverband. In 2022 hebben er gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden waarvoor er voor en na de verkiezingen (benoemingen vanaf 22 juni 2022) verschillende AB -en DB-leden waren. Dit is dan ook op die manier gepresenteerd in onderstaande tabel.
60
4.7 Gebeurtenissen na balansdatum In het tijdspad van opstellen en vaststellen van de rekening moeten gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, altijd in de jaarrekening worden verwerkt als deze onontbeerlijk zijn voor het inzicht van de gemeenteraad/gebruiker van de jaarrekening bij de vaststelling van de programmarekening. Het gaat dan om gebeurtenissen met materiële bedragen ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten. Binnen GRJR is zijn er geen gebeurtenissen na balansdatum die hiervoor van toepassing zijn.
61
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
62
5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 7 juli 2023,
R. Buijt Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris-directeur
63
ONTWERPBEGROTING 2024 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie voor AB 6 april 2023
INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING ......................................................................................................................... 3 Leeswijzer ................................................................................................................................. 5 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen ....................... 5 2. PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................ 7 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ................................................................. 7 2.2 Kaders voor de GRJR-begroting................................................................................. 8 2.3 Doelstelling en inzet per opdracht .........................................................................11 3.PARAGRAFEN .....................................................................................................................
23 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................23 3.2 Financiering ....................................................................................................................26 3.3 Bedrijfsvoering...............................................................................................................26 3.4 Rechtmatigheid ..............................................................................................................28 4. FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................. 32 4.1 Overzicht baten en lasten ..........................................................................................32 4.3 Financieel perspectief .................................................................................................37 4.3 Overige toelichtingen en overzichten ...................................................................40 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 44
2
1. Aanbieding Met de begroting 2024 bepalen de samenwerkende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) de doelstellingen en middeleninzet voor de inkoop van specialistische jeugdhulp en de jeugdbeschermingsketen in de jeugdhulpregio Rijnmond. Opdracht en ambitie GRJR De gemeenten hebben een gezamenlijke beleidsvisie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeugdhulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen aan de opdracht om: 1. Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; 2. Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is. De GRJR-ambitie is om een regionaal jeugdhulplandschap te overzien en in te richten, waarin gezinnen en jeugdigen tijdig en nabij voor passende hulp terecht kunnen. Middeleninzet 2024 Bij het bepalen van de benodigde middelen voor de regionale beschikbaarheid van zorg moet rekening worden gehouden met diverse invloedrijke ontwikkelingen.
Beleidsvisie, inkoop 2023 en ontwikkelopgaven De eerste uitdaging is om met het aanbod inhoudelijk aan te sluiten op de Regiovisie en de inzet van de gemeenten. Hulp waarbij een kind in (een desnoods vervangende) thuissituatie kan blijven wonen heeft de voorkeur boven (al dan niet tijdelijk) verblijf in een instelling. Dan moet de benodigde voorkeurshulp wel beschikbaar zijn! Per 1 januari 2023 zijn nieuwe regionale contracten afgesloten. Zeven zogenaamde systeemaanbieders bieden samen een dekkend aanbod en leveren in principe alle benodigde hulp zonder onacceptabele wachttijden.1 Met deze aanbieders werken we aan grote ontwikkelopgaven om het aanbod meer in lijn te brengen met de Regiovisie. Ook werken we met deze aanbieders samen om mee te kunnen sturen op instroom, doorstroom en uitstroom. Door het vanaf 2022 aangepaste woonplaatsbeginsel valt een nieuwe groep jeugdigen onder verantwoordelijkheid van regio Rijnmond terwijl ze elders in het land hulp krijgen. Deze zogenaamde maatwerkcontracten leiden sinds 2022 tot meer kosten. Ook stijgen nog steeds de uitgaven voor landelijk gecontracteerde hoog-specialistische jeugdhulp, vaak direct ingeroepen door wettelijk bevoegde medische verwijzers. We willen deze stromen meer bij de regionale systeemaanbieders onderbrengen om er meer grip op te krijgen, om meer te kunnen sturen op efficiëntie en effectiviteit.
1 Met uitzondering van forensische hulp, daarvoor zijn acht aanbieders afzonderlijk gecontracteerd.
Realistische verwachting van jeugdhulpuitgaven en inzet landelijke Hervormingsagenda De hoogte van de budgetten vormt de tweede uitdaging. De afgelopen jaren bleken de uitgaven vaak hoger dan verwacht. Voor een deel was dit door onvoorziene groei, maar ook doordat de uitgaven te laag begroot waren. Om deze laatste afwijking te voorkomen ramen we de budgetten zo realistisch mogelijk. Dat betekent dat we de budgetten aanpassen naar het bestedingsniveau van 2022 (op basis van recente gegevens) en dat we de budgetten indexeren voor loon- en prijsontwikkeling. De mutaties ten opzichte van de begroting 2023 bedragen in totaal € 33,2 mln. De wijzigingen zijn: • Aanpassing van zorgbudgetten naar realisatieniveau 2022 (+ € 12,7 mln.); • Reguliere indexatie over 2023 + 2024 (+ € 20,9 mln.), waarvoor gemeenten accres in de algemene uitkering ontvangen; • Extra indexatie van + € 2,0 mln. in verband met de forse inflatie in 2022, waarvoor tussentijds de prijsindex is aangepast naar 9,25% en gemeenten vanaf 2023 eveneens gecompenseerd worden via de algemene uitkering; • Het wegens succes verlengen van de maatwerk pleegzorg pilot (+ € 0,3 mln.), waarvoor tot 2022 subsidie werd verleend; • Het (weer) opnemen in de begroting van de pleegzorgvergoeding van € 0,5 mln.
zodat daarmee aan landelijke voorschriften wordt voldaan; • Bij verdere uitwerking van de effecten van de eigen inkoop van de MVS-gemeenten zijn de laatste kosten die zij nu zelf inkopen uit de begroting gehaald voor - € 1,3 mln. • Als laatste effect hebben de deelnemende gemeenten aangegeven welke specifieke ontwikkelingen zij in de begroting verwerkt willen hebben. Per saldo is hiermee een effect van - € 1,8 mln. verwerkt. Dit betreft reëel verwachte besparende effecten van beleidsmaatregelen. Voor deze ontwerpbegroting is het meest recente bestuurlijk vastgestelde document, de tweede bestuursrapportage 2022, als uitgangspunt genomen. De verwachting is dat de definitieve realisatiecijfers over 2022 hoger zullen uitvallen. De definitieve begroting zal hierop voor vaststelling worden aangepast. De beoogde landelijke Hervormingsagenda Jeugd gaat over landelijke en lokale beleidswijzigingen die tot lagere kosten moeten gaan leiden. Er is nog niet bekend met welke wijzigingen rekening kan en moet worden gehouden voor de regionale jeugdhulpbegroting. De hervormingsagenda overlapt bovendien deels met de in onze regio al ingezette transformatie, zoals beoogd in de Regiovisie, die al wel in de begroting doorwerken. Samenwerking in de sturing, monitoring en beheersing Zoals de Regiovisie laat zien kan sturing op de jeugdhulp alleen in gezamenlijkheid.
Vanaf 2023 werkt de GRJR met budgetvolumes per gemeente en per aanbieder. Gemeenten en UO sturen samen met de aanbieders kortcyclisch op de werkelijke inzet van de hulp; gemeenten en aanbieders delen snel en adequaat de relevante gegevens met de GRJR. Als ze dat doen kan de GRJR de gemeenten doorlopend actueel inzicht geven in gebruik en budgetuitputting.
4
In 2023 willen we onderzoek doen naar centralisatie van backofficetaken, om de uitgavenontwikkeling tijdiger te zien en achteraf beter te kunnen verantwoorden. Dit is in lijn met de Hervormingsagenda, waarin gemeenten zullen afspreken om te zorgen voor meer landelijke en regionale uniformiteit en minder administratieve lasten.
Leeswijzer Conform het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), dat ook voor gemeenschappelijke regelingen geldt, bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2024 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de in 2022 vastgestelde Kadernota 2024. Hoofdstuk 3 gaat in verschillende in het BBV verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s, bedrijfsvoering en rechtmatigheid. Hoofdstuk 4 is de financiële begroting.
Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2024 is het proces als volgt: • Op 6 april 2023 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerp-begroting; • Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze twaalf weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen; • Binnen twaalf weken, uiterlijk 7 juli 2023, brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren. Het verzoek aan gemeenten is om de conceptzienswijzen al eerder te delen met de GRJR. • Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en de definitieve jaarrekeningcijfers 2022 worden verwerkt. • Uiterlijk 1 september 2023 biedt het DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan het AB aan. • Het AB besluit op 8 september 2023 definitief over de begroting. • Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
• Het DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september 2023 aan gedeputeerde staten.
5
Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN
6
2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Samen werken aan de jeugdhulp in Rijnmond De GRJR is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De gemeenten besloten in 2014 om in het openbaar lichaam GRJR gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en -veiligheid te bieden. Het jaar 2024 is het tweede jaar dat we werken met twee inkoop- en bekostigingsmodellen voor 10 gemeenten en daarnaast de MVS-gemeenten. 2.1.2 Ambitie in de samenwerking De gemeenten hebben een gezamenlijke visie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeughulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen om: 1. Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; 2. Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is.
De GRJR-ambitie hierbij is om het regionaal jeugdhulplandschap te overzien en zo in te richten dat gezinnen en jeugdigen tijdig en nabij voor passende hulp terecht kunnen. De GRJR stuurt op het niveau van jeugdhulpaanbieders en het zorglandschap. De sturing op en coördinatie van de daadwerkelijke inzet van jeugdhulp zijn taken van de individuele gemeenten. Voorbeeld van beleidsmatige sturing is de regioagenda bij de regiovisie, waar de gemeenten lokaal en in een regionaal programmateam verder invulling aan geven. Voorbeeld van operationele sturing is de toewijzing van jeugdhulp en validatie van declaraties door lokale teams. 2.1.3 Taken GRJR De GRJR is volgens de regeling verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Contracteren of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Contracteren of subsidiëren van uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbescherming in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis); • Bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten over de uitvoering van de jeugdhulptaken. Hieronder valt ook het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. De uitvoering moet gebeuren binnen afspraken op bovenregionaal of landelijk niveau.
7
2.2 Kaders voor de GRJR-begroting 2.2.1 Doelen Jeugdwet Een gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de verplichting om een jeugdige: a. Gezond en veilig op te laten groeien; b. In staat te stellen te groeien naar zelfstandigheid; c. In staat te stellen voldoende zelfredzaam te zijn en mee te doen in de maatschappij; d. En hiertoe een verordening op te stellen die het aanbod aan individuele en overige voorzieningen jeugdhulp op een voor de Jeugdige onderscheidende wijze beschrijft. Voor de nakoming van deze verplichting is een fijnmazige ondersteuningsstructuur ontwikkeld die voorziet in de nodige hulp. Dit systeem heeft als doel om gezinnen die belemmeringen in de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen ondervinden op een zo vroeg mogelijk moment te ondersteunen en waar nodig zwaardere hulp in te zetten. De ondersteuningsstructuur kent grofweg een vierdeling: • 0e lijn, vrijwilligers, welzijnsorganisaties, sport- en beweegaanbieders, onderwijs etc.; • 1e lijn, het lokale team als uitvoerder van basishulp. Dit binnen het sociaal domein en in samenwerking met andere wettelijke verwijzers in de jeugdhulp.
Naast de basishulp voor jeugdigen zorgt een lokaal team voor intensieve vrijwillige hulp (IVH), laagintensieve begeleiding bij chronische problematiek en hulp voor zorgmijders; • 2e lijn; vormen van zorg waarvoor vanuit het lokale team verwijzing of een nadere opdracht/toewijzing aan een regionaal gecontracteerde hulpaanbieder nodig is; • 3e lijn; vormen van landelijk gecontracteerde zorg die niet is opgenomen in de bovenstaande 2de lijn. Wat doet de GRJR De GRJR zorgt voor het aanbod van ondersteuning, hulp en zorg door aanbieders van 2elijns jeugdhulp. De GRJR realiseert dit aanbod door regionale inkoop, plus aanvullende inzet van buiten-regionale maatwerkvoorzieningen en landelijk ingekochte voorzieningen. Jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis worden door middel van subsidiëring mogelijk gemaakt. Waar aanvullend nodig worden subsidies verleend. 2.2.2 Ontwikkeldoelen Regiovisie en inkoopstrategie Het huidige zorglandschap (het beschikbare aanbod van jeugdhulp) is nog niet voldoende ingericht om de hulp te kunnen inzetten op de manier waarop gemeenten dat in de Regiovisie voor ogen hebben: nabij en passend. Op basis van de Regiovisie zijn daarom in de inkoopstrategie voor de komende jaren ontwikkeldoelen uitgewerkt. De bijbehorende ontwikkelopgaven zijn vanaf 2023 onderdeel van de contracten met systeemaanbieders en worden in partnerschap uitgewerkt.
De ontwikkeldoelen zijn:
8
Doel 1: Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn • Nabij: de hulp wordt binnen het sociale netwerk van de jeugdige geboden (ambulante hulp), het sociale netwerk wordt betrokken en ingeschakeld, zodat duurzame oplossingen ontstaan. • Passend: de hulp wordt kort en bondig geboden, zodat er geen onnodige afhankelijkheidssituatie ontstaat. Hierbij wordt ingezet op interventies, methodieken, richtlijnen en aanpakken die passen bij de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en bewezen effectief zijn, tegen zo laag mogelijke kosten. Doel 2: Regionaal sluit aan op lokaal De regionale jeugdhulpdienstverlening sluit naadloos aan op lokaal aangeboden zorg in het kader van de jeugdhulp alsmede op het lokale netwerk; aanbieders en maatschappelijke partners weten elkaar te vinden, te ondersteunen op kennis, vaardigheden en expertise en vormen een geheel met elkaar, zodat de jeugdige een vloeiend verlopende behandeling heeft richting goed functioneren, passend in de samenleving. Doel 3: jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Wanneer jeugdigen niet langer thuis kunnen wonen, groeien jeugdigen zo veel mogelijk op binnen een pleeggezin/gezinshuis.
Om dit mogelijk te maken is het van belang om: • het aanbod van pleegouders/gezinshuizen dusdanig groot te laten zijn, dat er te allen tijde een beroep gedaan kan worden op een pleegouder (ook in deeltijd); eventuele alternatieve gezinssituaties worden gecreëerd om te voorkomen dat een tekort aan plekken ontstaat; • in te zetten op behoud van pleegouders/gezinshuizen. Daarbij is een versterking van de samenwerking tussen de opdrachtnemer en de casusregisseur noodzakelijk. Dit moet ervoor zorgen dat jeugdigen in een pleeggezinssituatie kunnen blijven. Doel 4: Minimale inzet van bedden Het perspectief is altijd gericht op behandeling in gezamenlijkheid met het gezin en onderwijs dat past. Daarin worden bedden zo kort als mogelijk ingezet, maar wel zo lang als nodig. Dit vraagt om domein overstijgend denken, omdat kinderen zelden enkelvoudige problematiek hebben. De beschikbare bedden zijn daarom ook flexibel inzetbaar, zodat ook voor jeugdigen in de residentiele zorg opvoeden en opgroeien normaliseert en dat waar mogelijk het sociale netwerk ingezet wordt. Daar waar thuis blijven wonen echt niet (meer) mogelijk is, is het van belang dat er voldoende capaciteit voor langdurige opvang beschikbaar is met de mogelijkheid om integrale zorg te bieden.
Doel 5: Kosteneffectiviteit In de aanbesteding 2023 zijn bovenstaande vier doelstellingen (met ontwikkelopdrachten) behorende bij regiovisie vastgelegd. Daarnaast is in de aanbesteding een doelstelling (met ontwikkelopdrachten) behorende bij monitoring en sturing vastgelegd, die gaat over inzicht in kosteneffectiviteit.