Ontwerpbegroting 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2029
Tekst van het document
36
Cliëntparticipatie / Meedoen. In de Meedoen-groep zitten cliënten die actief meedenken over het aanbod en de kwaliteit van Wmo-voorzieningen in de MVSgemeenten en de dienstverlening van Rogplus. Adviesgesprekken. Rogplus hanteert zo veel mogelijk de principes van positieve gezondheid. In de adviesgesprekken met inwoners met een hulpvraag verkennen de consulenten van Rogplus wat er nodig is om betekenisvol te leven en wat bijdraagt in het leven van de hulpvrager aan een groter gevoel van eigenwaarde. Ook gaat de consulent in op leefstijl, gezondheid en zingeving. Wijkteams. De consulenten draaien ook mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanpakken, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en met afstemmen met het informele en voorliggend veld. Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in het kader van de Wmo, de vraagbaak en sparringpartner voor de Preventiegerichte aanpak. Via Rogplus worden cliënten activiteiten aangeboden die hen helpen fit en gezond te blijven. Een voorbeeld hiervan is Powerful Ageing. Uitgangspunten De inzet van de consulenten van Rogplus in de Wijkteams en voor adviesgesprekken, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Begroting 2025
Meerjarenperspectief 2026-2029
37
3.2.10 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo Omschrijving De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: Collectief Wmo-vervoer (ievo). Cliënten betalen per rit een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van de Regiotaxi zijn conform het contract gebaseerd op de OV-tarieven, zoals in het voorgaande jaar afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor 2025 gelden de in 2024 afgegeven tarieven. Deze gelijk gebleven ten opzichte van 2023. Voor 2024 kilometer voor ritten binnen de MVSbuiten6. In 2025 zijn de tarieven gelijk aan 2024. Voor 2026 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met de gemiddelde stijging over de afgelopen drie jaar. Overname scootmobielen en rolvoorzieningen. Als een cliënt verhuist buiten het MVSgebied (of naar een Wlz-instelling met verblijf) kan de gemeente (of zorgkantoor) waar de cliënt naartoe verhuist de scootmobiel of rolvoorziening van Rogplus overnemen. Soms neemt een particulier de voorziening over. De inkomsten hieruit worden als aparte inkomstenpost in de begroting opgenomen.
Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage (abonnementstarief) wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootm 20,60 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. Het kabinet heeft voorgesteld om de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen vanaf 2026 voor hogere inkomens weer inkomensafhankelijk te maken. Vanwege de (eerder genoemde) onzekerheden over de besluitvorming over de afschaffing van het abonnementstarief, is in de begroting (nog) geen rekening hiermee gehouden. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke inkomsten over 2023. De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten voor Schoon Huis stijgt zoals beschreven en voor de overige voorzieningen de verwachte groei volgt van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdragen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten..
6
https://mrdh.nl/nieuws/ov-tarieven-2023#:~:text=Tarieven%20per%20regio,was%2017%2C4%20eurocent).
38
De bijdrage van cliënten voor de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis wordt met ingang van de begroting 2025 niet meer opgenomen in de begroting van Rogplus. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorzie Algemene Voorziening, maar deze bijdrage wordt betaald aan de leverancier en niet aan Rogplus. Deze bijdrage moet daarom buiten de begroting van Rogplus gehouden worden. Begroting 2025
Meerjarenperspectief 2026-2029
3.3
Programma Beschermd Wonen
Omschrijving In de Wmo 2015 is Beschermd Wonen als maatwerkvoorziening opgenomen naast de voorzieningen voor maatschappelijke opvang. In de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2023 is onder artikel 2.5.1 het volgende opgenomen: Beschermd Wonen wordt slechts geboden indien er voor een meerderjarige cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen kan als Zorg in Natura worden aangeboden of door de cliënten via een pgb worden ingekocht. De centrumgemeente Vlaardingen is materieel verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning.
39
Beschermd Wonen is bedoeld voor cliënten met de volgende kenmerken: een gediagnosticeerde psychiatrische stoornis; niet in staat om zelfstandig te wonen, onder meer door het ontbreken van daarvoor vereiste vaardigheden of remmingen; noodzaak tot permanent toezicht, onder meer door het ontbreken van vermogen om te beoordelen of er zorg nodig is; geen noodzaak tot opname in een behandelingsinstelling (zorgverzekeringswet) vanwege hun stoornis. Uitgangspunten De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. Het Rijk heeft besloten dat de centrumregeling voor Beschermd Wonen af moet worden gebouwd. Het is nog niet bekend hoe en wanneer dit gebeurt. In afwachting van nadere informatie hierover houdt Rogplus in de ontwerpbegroting vooralsnog aan dat de budgetten voor Beschermd Wonen worden begroot bij centrumgemeente Vlaardingen. De gemeenten en Rogplus houden via de circulaires de ontwikkelingen in de gaten. Rogplus past indien nodig de begroting voor Beschermd Wonen hierop aan. Sinds 2022 zijn de nieuwe contracten met negen aanbieders van Beschermd Wonen van toepassing. Deze contracten lopen tot en met 2025 met een optie op verlenging.
Met deze aanbesteding is het aanbod van Beschermd Wonen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing plaats heeft gevonden van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura. Begin 2024 was er in de MVS-gemeenten maar één cliënt met Beschermd Wonen op basis van pgb. Het bijbehorende budget in de ontwerpbegroting is daarom beperkt. In 2023 zijn in de regio verschillende nieuwe plaatsen voor Beschermd Wonen gecreëerd. Ook in 2024 is zicht op groei van het aantal plaatsen. Bij een licht dalend aantal cliënten heeft dit tot een afname van de wachtlijsten voor instroom in Beschermd Wonen geleid. Het woningentekort verhindert de uitstroom van cliënten Beschermd Wonen sterk. Hierdoor bestaan wachtlijsten uitstroom voor Beschermd Wonen. Rogplus en de MVSgemeenten verkennen mogelijkheden om de wachtlijsten weg te werken en balans te houden tussen het beroep op Bescherm Wonen en de daarvoor beschikbare plaatsen.
Sinds 2021 is de methode voor tariefstelling voor Beschermd Wonen gewijzigd en wordt die kunnen worden afgegeven zijn: a. b. c. d. e.
Wonen 24-uurs toezicht in nabijheid 24 uurs toezicht op locatie Individuele begeleiding: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Dagbesteding: afhankelijk van de noodzaak tot 1-9 dagdelen per week
40
f. g. h. i. j.
Vervoer van en naar de dagbesteding Persoonlijke verzorging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Verpleging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Waakvlam: alleen voor plaatsing op een wachtlijst beschermd wonen Gebruik gemeenschappelijke ruimte
Afhankelijk van de soort ondersteuning die een cliënt ontvangt, hanteert Rogplus verschillende profielen voor cliënten Beschermd Wonen: het instroomprofiel, het ondersteuningsprofiel en het uitstroomprofiel. Daarbij is er aandacht voor meer differentiatie en krijgt de transformatie naar beschermd thuis aandacht wat kan leiden tot meer plekken en cliënten met een andere zorgbehoefte dan nu (intramuraal met 24 uur toezicht). In de ontwerpbegroting 2025 wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten per cliënt per profiel begin 2024. De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met een indexpercentage dat is samengesteld uit de Nza-index voor personele kosten. Voor 2024 is dit percentage 4,94%. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2023 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten. Begroting 2025
41
Meerjarenperspectief 2026-2029
Het aantal cliënten Beschermd wonen stijgt meer dan voorzien; De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien 3.4
Programma Jeugdhulp
3.4.1
Jeugdhulpopdracht
Omschrijving De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet. Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht door één Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht is ingegaan per 1 januari 2023. De opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen) en Veilig Thuis. Ook jeugdhulpvervoer, het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team maken deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht omvat zowel zorg in natura (ZIN) als pgb. Rogplus voert het contractmanagement uit voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten worden met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in het begrotingsprogramma Jeugdhulp.
42
Uitgangspunten De bekostiging van de Jeugdopdracht vindt plaats op basis van populatiebekostiging. Voor de uit de opdracht voortkomende zorgkosten heeft Rogplus in de begroting 2024 de (geïndexeerde) opdrachtwaarde opgenomen, zoals deze bepaald is op basis van het werkelijke zorggebruik en het prijspeil in 2022. Hierbij is het effect van de toepassing van het woonplaatsbeginsel voor de Jeugdwet verwerkt en zijn de inzichten in de omvang van de uitgaven en de prijsontwikkeling voor de jeugdzorg in de MVS-gemeenten in 2022 meegenomen. De herziene opdrachtwaarde voor 2024 is hierbij vastgesteld op 64.516.400. Deze waarde dient als basis voor het in de begroting opgenomen budget voor de bijdrage aan Mevis voor 2025 en verder. Jeugdhulporganisatie Mevis heeft aangegeven te verwachten dat haar uitgaven in 2024 en verder hoger uitvallen dan de bijdrage aan Mevis, zoals deze nu is opgenomen in de gewijzigde begroting 2024, de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 20262029. Rogplus werkt samen met Mevis aan het kwantificeren en specificeren van de verwachte uitgaven en het uitwerken van de mogelijkheden om het voorziene tekort te beheersen en/of financieel te verwerken. In de ontwerpbegroting 2025 is nog geen rekening gehouden met een mogelijk hogere bijdrage aan Mevis. Wel is dit als risico benoemd in de paragraaf weerstandsvermogen.
Als daar op basis van de besluitvorming over de meerjarige financiering van Mevis aanleiding toe is, verwerkt Rogplus een (mogelijke) aanpassing van de bijdrage aan Mevis met een begrotingswijziging in haar begroting. Op de betaling aan het consortium worden de bestedingen aan Jeugdhulp via pgb in mindering worden gebracht. In de (ontwerp)begroting neemt Rogplus daarom de budgetten voor Jeugdhulp via pgb apart op. De omvang van Jeugdhulp op basis van pgb is berekend als op de ontwerpbegroting wordt aangenomen dat het aantal pgb-cliënten in 2025 en verder gelijk blijft op de stand van 2024. Er wordt daarom geen index toegepast op de aantallen pgb-cliënten. Het verschil tussen de opdrachtwaarde en het budget voor Jeugdhulp via pgb wordt begroot voor het door Mevis als zorg in natura uitgevoerde deel van de jeugdhulpopdracht.
Het budget voor de zorgkosten wordt gedurende de uitvoering van de opdracht jaarlijks geïndexeerd conform de volgende verdeling en prijsindexcijfers7: 70% personele kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer personele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit 20% materiële kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer materiele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit 10% kapitaallasten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer kapitaallasten van de Nederlandse Zorgautoriteit
7
https://www.nza.nl/onderwerpen/prijsindexcijfers
43
De samengestelde index heeft een voorlopig karakter en wordt later definitief vastgesteld. Op basis van de actuele waarden is de toe te passen index 4,21%. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief rekent Rogplus met dit percentage. Vanaf het derde opdrachtjaar (2025) wordt rekening gehouden met het contractueel vastgelegde inverdieneffect. Dit is 1,0% van de geïndexeerde opdrachtwaarde in 2025, 2,0% in 2026, 3,5% in 2027 en 5,0% in 2028 en verder. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgb-budgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is. De uitvoeringskosten voor de jeugdhulpopdracht worden in de ontwerpbegroting gebaseerd op de organisatie, zoals Rogplus die in 2023 heeft opgebouwd. De ontwikkeling en verdeling van overheadkosten is nader beschreven in het hoofdstuk over het programma Overhead Begroting 2025
Meerjarenperspectief 2026-2029
De opdrachtwaarde voor de Jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten valt hoger uit als gevolg van significante afwijkingen ten opzichte van de uitgangspunten in het contract; De samengestelde index voor de opdracht aan Mevis valt hoger uit dan voorzien.
44
3.4.2
Jeugdhulp- en leerlingenvervoer
Omschrijving Jeugdhulpvervoer brengt kinderen en jongeren van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. Jeugdvervoer valt onder de Jeugdwet. Er is, in tegenstelling tot bij leerlingenvervoer, geen sprake van onderwijs. Vanaf 2023 is de uitvoering van jeugdhulpvervoer gedelegeerd aan Rogplus. Dit betekent onder meer dat Rogplus het contractmanagement uitvoert voor jeugdhulpvervoer en dat Rogplus de uitgaven voor jeugdhulpvervoer opneemt in de begroting. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Dit kan in de praktijk tot onoverzichtelijke en soms ongewenste situaties leiden. Een eerste resultaat van de genoemde heroriëntatie is dat Rogplus vanaf het schooljaar 2024/2025 voor de MVS-gemeenten de indicatiestelling voor leerlingenvervoer verzorgt. Deze aanpassing is verwerkt in de begroting. Overige aanpassingen worden nog verkend en zijn nog niet opgenomen in de begroting. Uitgangspunten Op basis van de feitelijke kosten voor jeugdhulpvervoer in 2023 is de omvang van het budget voor jeugdhulpvervoer in 2025 en verder berekend. De meerjarige ontwikkeling van de budgetten volgt de ontwikkeling van de minderjarigen kinderen in de MVSgemeenten.
In het contract voor jeugdhulpvervoer is opgenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met de Nza. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief worden hiervoor dezelfde aannames gehanteerd, zoals beschreven bij het begrotingsonderdeel Vervoerskosten in het programma Wmo. Begroting 2025 1e
45
Meerjarenperspectief 2026-2029
Het aantal en de duur van de reizen met jeugdhulpvervoer valt hoger uit dan voorzien; De NEA-index valt hoger uit dan voorzien. 3.4.3
Inkomsten Jeugdhulp
Omschrijving Rogplus ondersteunt verschillende bedrijfsprocessen van Mevis. Ook maakt Mevis gebruik van het abonnement van Rogplus op de juridische database Schulinck. Met Mevis is afgesproken dat Mevis Rogplus voor deze diensten betaalt. De omvang van de bijdrage van Mevis 2025 en het meerjarenperspectief wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd met het OVApercentage. De Jeugdwet kent geen eigen bijdragen. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de bijdrage van Mevis moet daarom worden gedekt uit bijdragen van de gemeenten. Begroting 2025
Meerjarenperspectief 2026-2029
46
3.5
Programma Overhead
Uitgangspunten De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie worden in de ontwerpbegroting 2025 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. Ook is rekening gehouden met de doelen volgend uit het strategisch plan van Rogplus.
In de ontwerpbegroting 2025 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2024 (inclusief vacatureruimte). Met name, maar niet alleen door de komst van de jeugdwettaken is het werk van Rogplus de laatste jaren intensiever, diverser en complexer geworden. Met deze ontwikkeling wordt rekening gehouden bij het bepalen van de formatie voor de ontwerpbegroting. In de ontwerpbegroting 2025 worden de personeelslasten bepaald door eerst de personeelslasten over 2024 te berekenen, waarbij de actuele cao-afspraken toe worden gepast. In 2024 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage. Het budget voor inhuur van personeel van derden wordt gebaseerd op de werkelijke uitgaven in 2023 en inzichten uit de strategische personeelsplanning van Rogplus. In 2024 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage van 4,4%.
Rogplus is gevestigd op de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huisvestingskosten worden in de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 gebaseerd op het huurcontract. De huurkosten worden vanaf 2022 conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 1,6% . In de ontwerpbegroting 2025 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten (waaronder de energielasten) worden begroot op basis van het kostenniveau 2023, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage.
47
Rogplus ontvangt inkomsten uit rente over bij banken uitstaande tegoeden. In de ontwerpbegroting 2025 worden deze inkomsten gebaseerd op de werkelijke inkomsten in 2023. Buiten deze rente-inkomsten worden de uitgaven voor het Programma Overhead gedekt door bijdragen van de gemeenten. Directe en indirecte overhead De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten personeelskosten van medewerkers die taken uitvoeren in het kader van de Jeugdwet en het contract met Mevis aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden . Binnen het programma Wmo worden een deel van de lasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams en de personeelslasten ten behoeve van Fief en Meedoen toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Voor de overige begrotingsonderdelen binnen dit programma zijn de budgetten voor directe overhead bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de werkelijk gemaakte kosten 2023.
De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de
48
Begroting 2025
Meerjarenperspectief 2026-2029
49
Overhead totaal Begroting 2025
50
Overhead totaal Meerjarenperspectief 2026-2029
51
3.6
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Rogplus kent geen algemene dekkingsmiddelen: Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is. Rogplus heft geen lokale heffingen; Algemene Uitkeringen. Er zijn door Rogplus geen rechtstreekse baten ontvangen uit het Gemeentefonds; Dividend. Rogplus bezit geen aandelen en heeft daarom geen baten in de vorm van dividend ontvangen; Saldo van de financieringsfunctie. Er is in 2023 geen beroep gedaan op de kapitaalmarkt. In 2024 en 2025 is dit ook niet voorzien; Saldo compensabele btw en de uitkering uit het btw-compensatiefonds. Rogplus heeft periodiek een opgave verstrekt aan de drie deelnemende gemeenten van de omzetbelasting die zij aan derden heeft betaald. De gemeenten kunnen, in de visie van het Ministerie, alleen de omzetbelasting op de apparaatskosten verhalen op het btw-compensatiefonds (BCF). Voor zover van toepassing zijn alle vermelde bedragen in de jaarrekening inclusief btw met uitzondering van de apparaatskosten. De btw op de apparaatskosten wordt specifiek aan de MVS-gemeenten doorberekend; Overige algemene dekkingsmiddelen. Rogplus heeft geen overige dekkingsmiddelen. 3.7
Investerings- en financieringsstaat
Onderhanden werk inz. Grondexploitaties: Eigen vermogen: Opgenomen langlopende geldleningen: Voorzieningen: 3.8
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Stand en verloop van de reserves en voorzieningen
Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen.
52
3.9
Geprognosticeerde balans
53
4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen
Omschrijving Het weerstandsvermogen en risicobeheersing van Rogplus bestaat uit de relatie tussen: de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover Rogplus beschikt om niet begrote kosten te dekken; betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Omdat Rogplus niet beschikt over reserves of andere vormen van eigen vermogen, is de weerstandscapaciteit nihil. Overschrijding van werkelijke kosten ten opzichte van begroting zal leiden tot een tekort. Dit tekort wordt aangevuld door de gemeenten. Zij zijn de feitelijke risicodrager. Wanneer blijkt dat de totale kosten een overschrijding laten zien, wordt eerst bekeken of via besparingen de kostenoverschrijding beperkt kan worden. Wanneer de overschrijding ten opzichte van de begroting substantieel is, wordt in overleg met de gemeenten een begrotingswijziging in procedure gebracht. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus worden de werkelijke kosten na afloop van het boekjaar in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten.
Per programma en per
de voorzieningen. Aantallen: Wanneer er een kans is van minimaal 10% en maximaal 50% dat de actuele begroting significant wordt overschreden als gevolg van een onvoorziene toename van de aantallen voorzieningen is het risico opgenomen in de risicotabel. Als definitie van significant is 20% van het begrote bedrag gehanteerd bij posten ,
en 2% voor de jeugdhulpopdracht. Hierbij is
mogelijkheid weergeeft dat in het begrotingsjaar het risico zich voordoet. Het risicobedrag is bepaald door het bedrag met de kans te vermenigvuldigen. Prijs: De risicosom van een onvoorziene toename van de prijs wordt bepaald door de als risico aangemerkte toename van de prijs in procentpunten te vermenigvuldigen met de som van het begrote budget waarop het indexpercentage van toepassing is. Voor de jeugdhulpopdracht geldt dat de totale omvang van de jeugdhulpopdracht nog kan wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten in de aantallen cliënten, mede als gevolg van de toepassing van het nieuwe woonplaatsbeginsel.
54
aanzienlijke toename ten opzichte van eerdere jaren. In de risicosom is rekening gehouden met het tekort van Mevis over 2023 en de mogelijkheid dat dit tekort (deels) gedekt moet worden met een aanvullende bijdrage van Rogplus. Rogplus en de gemeenten verkennen samen met Mevis of de cliëntpopulatie significant afwijkt ten opzichte van de aannames daarover bij de aanbesteding van de jeugdhulpopdracht en of daarom de waarde van de opdracht aan Mevis bij moet worden gesteld.
actuele begroting uit wordt gegaan, is ook een risicosom voor het programma Jeugdhulp opgenomen.
Beheersmaatregelen Rogplus houdt de ontwikkeling van de aantallen cliënten en de kosten van de Wmo nauwlettend in de gaten. Aan de hand van dashboards en managementrapportages wordt gedurende het gehele jaar gemonitord of de baten en lasten in de pas blijven lopen met de begroting. Rogplus voert actief contractmanagement met alle grote en middelgrote zorgaanbieders in de regio. Tijdens deze gesprekken wordt de ontwikkeling van de zorgvraag besproken. Ook werkt Rogplus samen met de gemeenten voor het versterken van de positie van voorliggende voorzieningen en het welzijnswerk en wijzen de Wmoconsulenten van Rogplus de cliënten actief op alternatieven voor Wmo-voorzieningen als die voor handen zijn. 4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Rogplus heeft geen gebouwen of andere kapitaalgoederen in eigendom of exploitatie die moeten worden onderhouden. Rogplus huurt het kantoor aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. 4.3
Financiering
De treasuryfunctie wordt als volgt gedefinieerd: financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden
55
Gezien de manier waarop Rogplus gefinancierd wordt zal er in 2025 geen beroep gedaan worden op de kapitaalmarkt om geldleningen aan te trekken. De in- en uitgaande kasstromen die voortvloeien uit de normale exploitatie zijn redelijk goed te beheersen. De maandelijks voortschrijdende liquiditeitsprognose is het voornaamste instrument om het liquiditeitsrisico te beperken. Omdat Rogplus een Gemeenschappelijke Regeling in de vorm van een Openbaar Lichaam is, doet Rogplus aan schatkistbankieren. De verplichting tot schatkistbankieren is in de wet Fido opgenomen.
56
5. Bijlagen 5.1
Begroting 2025
Totaal
(1 van 2)
57
(2 van 2)
58
5.2
Meerjarenperspectief 2026-2029 Totaal - Lopende prijzen
(1 van 2)
59
(2 van 2)
60
5.3
Meerjarenperspectief 2026-2029 Totaal - Constante prijzen
(1 van 2)
61
(2 van 2)
62
5.4
Begroting 2025
Maassluis
(1 van 2)
63
(2 van 2)
64
5.5
Meerjarenperspectief 2026-2029 Maassluis - Lopende prijzen
(1 van 2)
65
(2 van 2)
66
5.6
Meerjarenperspectief 2026-2029 Maassluis - Constante prijzen
(1 van 2)
67
(2 van 2)
68
5.7
Begroting 2025
Vlaardingen
(1 van 2)
69
(2 van 2)
70
5.8
Meerjarenperspectief 2026-2029 Vlaardingen - Lopende prijzen
(1 van 2)
71
(2 van 2)
72
5.9
Meerjarenperspectief 2026-2029 Vlaardingen - Constante prijzen
(1 van 2)
73
(2 van 2)
74
5.10
Begroting 2025
Schiedam
(1 van 2)
75
(2 van 2)
76
5.11
Meerjarenperspectief 2026-2029 Schiedam - Lopende prijzen
(1 van 2)
77
(2 van 2)
78
5.12
Meerjarenperspectief 2026-2029 Schiedam - Constante prijzen
(1 van 2)
79
(2 van 2)
80