CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2029

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Antwoordbrief met een zienswijze op de ontwerpbegroting 2025 Rogplus12.499 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbegroting 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2029 Versie 1.1

Maassluis, 2 april 2024

Status: Definitief

Opgesteld door:

Vertrouwelijkheid: Voor intern gebruik

Frank Rost, Manager Bedrijfsvoering

Voorwoord Voor u ligt de begroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam Rogplus (hierna: Rogplus). Deze begroting is gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV). De belangrijkste uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2025 staan aangegeven in de inleiding en zijn verderop in deze begroting financieel vertaald. Rogplus zal voor zowel de Wmo als de Jeugdhulp werken aan een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de door de drie gemeenten toevertrouwde taken. Het stimuleren van preventie door middel van initiatieven als Fief en Powerful Ageing, het betrekken van wijknetwerken en het voorliggend veld bij de uitvoering van Jeugdhulp en ZorgSamen MVS, het geven van duidelijke informatie en het actief samenwerken met en binnen de drie MVS-gemeenten op langer zelfstandig wonen maken hier nadrukkelijk deel van uit. Jacky Silos-Knaap Voorzitter bestuur Rogplus

Anton van Genabeek Directeur Rogplus

2

Inhoud Voorwoord...............................................................................................................2 1.

Inleiding ......................................................................................................... 5

2.

Begrotingskaders ........................................................................................ 6

2.1

Missie en visie............................................................................................................. 6

2.2

Kernwaarden .............................................................................................................. 6

2.3

Doelstellingen............................................................................................................. 7

2.4 Algemene kaders ...................................................................................................... 8 2.5

Verdeling lasten en baten per gemeente .......................................................... 9

2.5.1

Uitgangspunten ................................................................................................. 9

2.5.2

Verdeelsleutels................................................................................................... 9

2.6

3.

Externe ontwikkelingen ..........................................................................................10

Programmaplan ......................................................................................... 12

3.1

Totalen......................................................................................................................... 12

3.1.1

Baten en lasten per programma ................................................................. 12

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel ................................................ 13

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV) ............................................................15

3.1.4

Bijdrage gemeenten ........................................................................................ 17

3.2

Programma Wmo ....................................................................................................18

3.2.1

Vervoerskosten .................................................................................................18

3.2.2

Scootmobielen en rolvoorzieningen .......................................................... 20

3.2.3

Woonvoorzieningen ........................................................................................ 23

3.2.4 Schoon Huis ....................................................................................................... 25 3.2.5

Meedoen in de Stad ........................................................................................ 29

3.2.6

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen ............................................ 32

3.2.7

Regeling tegemoetkoming meerkosten................................................... 33

3.2.8

Projecten en innovatie ................................................................................... 35

3.2.9

Preventie ............................................................................................................ 36

3.2.10 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo .................................................................. 38

3

3.3

Programma Beschermd Wonen ......................................................................... 39

3.4 Programma Jeugdhulp ......................................................................................... 42 3.4.1

Jeugdhulpopdracht........................................................................................ 42

3.4.2 Jeugdhulp- en leerlingenvervoer.............................................................. 45 3.4.3 Inkomsten Jeugdhulp ................................................................................... 46 3.5 Programma Overhead........................................................................................... 47 3.6

Overzicht algemene dekkingsmiddelen .......................................................... 52

3.7

Investerings- en financieringsstaat .................................................................. 52

3.8

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen .................................... 52

3.9

Geprognosticeerde balans .................................................................................. 53

4.

Paragrafen .................................................................................................. 54

4.1

Weerstandsvermogen .......................................................................................... 54

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................55

4.3 Financiering ..............................................................................................................55

5.

Bijlagen......................................................................................................... 57

5.1

Begroting 2025

Totaal ........................................................................................ 57

5.2

Meerjarenperspectief 2026-2029 Totaal - Lopende prijzen .......................59

5.3 Meerjarenperspectief 2026-2029 Totaal - Constante prijzen .................... 61 5.4 Begroting 2025

Maassluis ................................................................................. 63

5.5 Meerjarenperspectief 2026-2029 Maassluis - Lopende prijzen ................65 5.6 Meerjarenperspectief 2026-2029 Maassluis - Constante prijzen ............ 67 5.7

Begroting 2025

Vlaardingen ............................................................................69

5.8 Meerjarenperspectief 2026-2029 Vlaardingen - Lopende prijzen............. 71 5.9 Meerjarenperspectief 2026-2029 Vlaardingen - Constante prijzen ........ 73 5.10 Begroting 2025

Schiedam ................................................................................. 75

5.11 Meerjarenperspectief 2026-2029 Schiedam - Lopende prijzen ................ 77 5.12 Meerjarenperspectief 2026-2029 Schiedam - Constante prijzen ............ 79

4

1. Inleiding In deze ontwerpbegroting presenteert Rogplus per programma en per begrotingsonderdeel de begrote lasten en baten voor 2025 en het meerjarenperspectief voor de periode van 2026 tot en met 2029. Om tot deze ontwerp te komen heeft Rogplus een analyse gemaakt van de te verwachten ontwikkelingen van enerzijds de kosten en baten en anderzijds de aantallen cliënten per soort Wmo-voorziening. Als startpunt is daarbij de 'Kadernota Ontwerpbegroting 2025 kadernota is in februari 2024 vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van Rogplus en aan de gemeenten verzonden. De ontwerp gaat verder uit van de geldende Verordening, van continuering van het bestaande beleid en van de actuele contracten. Rogplus baseert de ontwerpbegroting zoveel mogelijk op actuele inzichten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten en beschikkingen en op beschikbare rapportages over demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van het beroep op Wmovoorzieningen in de MVS-gemeenten. De prijsontwikkeling is waar mogelijk gebaseerd op door onafhankelijke instanties afgegeven indicatoren. Ook is in de ontwerpbegroting de actuele stand van zaken voor het effect van de opgelopen inflatie op de Wmo verwerkt. Rogplus probeert zo de best mogelijke inschatting te maken om te komen tot een zo realistisch mogelijke begroting.

Met ingang van 2023 verzorgt Rogplus het contract- en informatiemanagement voor de jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten aan Mevis. De budgetten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten zijn met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. De ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het BBV. Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen. In de ontwerpbegroting 2025 zijn daarom geen onttrekkingen of dotaties aan reserves en voorzieningen opgenomen.

5

2. Begrotingskaders 2.1

Missie en visie

Rogplus zet zich in voor een betekenisvol leven voor de inwoners van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. We stimuleren de veerkracht van inwoners met een hulpvraag en de saamhorigheid in de samenleving. We houden het sociaal domein vitaal, beschikbaar en betaalbaar. Rogplus is de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en samenwerkingspartners. We gaan open en transparant het gesprek aan met inwoners met een hulpvraag en denken in mogelijkheden en oplossingen. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. We gaan langdurige samenwerkingsrelaties aan met betrouwbare partners en geven de professional op de werkvloer de ruimte te doen wat nodig is. Onze kennis, ervaring en informatie delen we met gemeenten en samenwerkingspartners. Daarmee helpen we niet alleen onze cliënten, maar ook de ontwikkeling van het sociaal domein vooruit. 2.2

Kernwaarden

Rogplus gaat uit van de volgende kernwaarden: De inwoner centraal. Door onze inzet voelen inwoners zich gehoord en geholpen. Inwoners weten waar zij terecht kunnen met hun vragen. Zij krijgen direct een goed en passend advies om zelfstandig te blijven of weer te worden. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. Om inwoners vlot te woord te staan, zijn we snel en goed bereikbaar. Waardecreërend. Wij zijn de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en onze partners. Wij zijn van mening dat we problemen alleen samen oplossen en hebben daarom oog voor ieders belang. Vanuit dit meervoudig perspectief gaan we op zoek naar de win-win-win situatie. Deskundig. Datgene wat we doen, doen we goed! Onze medewerkers zijn geselecteerd op hun talenten en kwaliteiten en krijgen de ruimte om die in te zetten in hun werk. Ze beschikken over de juiste vaardigheden, hebben ruime kennis en ervaring met de achtergrond van onze doelgroepen en vakkennis op het gebied van de Wmo, Jeugdhulp en andere wet- en regelgeving binnen het sociaal domein. We wanneer de situatie daarom vraagt. Ontwikkelingsgericht. We zijn nieuwsgierig en blijven leren. We stellen onszelf open voor nieuwe ontwikkelingen en delen onze kennis en ervaring met elkaar. Daarbij hebben we de moed om kritisch te kijken naar onszelf en de ander en hoe we met elkaar omgaan.

Landelijke en regionale ontwikkelingen volgen we met aandacht. Met training, scholing en coaching verbeteren we onze vaardigheden en breiden we onze vakkennis uit. Samenwerkend. Samen staan we sterker. We maken daarom verbinding met anderen, stemmen daarop af en durven vragen te stellen. We zijn nieuwsgierig naar de mening en werkwijze van anderen. We delen onze kennis niet alleen met elkaar, maar ook met onze samenwerkingspartners in wonen, zorg en welzijn, werk en inkomen en de gemeenten.

6

2.3

Doelstellingen

Uit de Wmo 2015, de gemeenschappelijke regeling Rogplus, de verordening maatschappelijke ondersteuning MVS 2024 en de beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2024 volgt dat Rogplus de volgende doelstellingen heeft: Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; Het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; Het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoners in staat stellen een huishouden te voeren, zich in en om de woning te verplaatsen, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan. Met het MVS Jeugdmodel beogen de MVS-gemeenten een (verdere) transformatie van de jeugdhulp in de regio. Ook willen de gemeenten meer grip en sturing op de kosten van de jeugdhulp. Als onderdeel van het MVS Jeugdmodel verzorgt Rogplus sinds 2023 het contract- en informatiemanagement voor de jeugdhulpopdracht. Rogplus is opdrachtgever van Mevis.

Uit de aanbestedingsleidraad voor deze opdracht volgen de volgende doelstellingen, waaraan Rogplus in haar rol aan bijdraagt: De Cliënt en/of diens opvoeders krijgen tijdig de passende hulp en ondersteuning die zij nodig hebben en dit leidt tot een duurzaam resultaat, passend bij de specifieke situatie van iedere jeugdige. De gewenste beweging in de transformatie van de jeugdhulp wordt gerealiseerd; de transformatiedoelen van de Jeugdwet worden gerealiseerd. De transformatiedoelstellingen zijn: 1. Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. 2. De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren. 3. Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor (kosten)effectiviteit van de geboden hulp. 4. Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één aanspreekpunt. 5. Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk. Naast bovengenoemde doelstellingen heeft Rogplus ook de volgende algemene kaders geformuleerd: Er wordt gestreefd om maatwerkoplossingen te bieden, waarbij eigen oplossingen, oplossingen via het eigen netwerk en oplossingen via algemene voorzieningen voorrang hebben;

7

Er wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke organisatie, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden; Er wordt gestreefd om de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers zoveel mogelijk te beperken. In dit kader worden werkprocessen regelmatig geëvalueerd en aangepast; Er wordt gestreefd naar een beperking van de doorlooptijd van aanmelding tot en met beschikking. Er geldt een wettelijke termijn van zes weken voor het afhandelen van een aanmelding. 2.4

Algemene kaders

De ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het BBV. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, de terugkoop van Wmo-voorzieningen door leveranciers, bijdragen van cliënten voor vervoer Wmo-vervoer, een bijdrage van Mevis voor werkzaamheden die Rogplus ten behoeve van Mevis verricht, rente-inkomsten en bijdragen van de drie MVS-gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. In dit begrotingsdocument zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen De begroting is opgesteld in lopende prijzen. Dit wil zeggen dat meerjarig rekening is gehouden met de ontwikkeling van prijzen en lonen. In de bijlagen is ook de begroting opgenomen in constante prijzen. Wanneer in een tabel achter een jaartal de letter L staat duidt dit op lopende prijzen. De letter C duidt op constante prijzen. Rogplus heeft geen reserves of voorzieningen. In de begroting is dan ook geen rekening gehouden met onttrekkingen en dotaties aan reserves en voorzieningen.

In dit document wordt de ontwerpbegroting 2025 vergeleken met de werkelijke lasten en baten in 2023, zoals opgenomen in de voorlopige jaarcijfers, en met primaire begroting 2024 en met de eerste gewijzigde begroting 2024. De ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 zijn op 2 april 2024 besproken in het voorbereidend overleg van Rogplus met de accounthouders en financieel adviseurs van de drie gemeenten. Op 11 april zijn de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029, na behandeling in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van Rogplus, vastgesteld en voor zienswijze vrijgegeven. Op basis van de ontwerpbegroting stelt Rogplus de (definitieve) begroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2029 op. Hierin wordt input uit de ontvangen zienswijzen verwerkt. Rogplus is voornemens de begroting 2025 en het meerjarenperspectief 20262029 vast te stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 12 juli 2024 en vervolgens aan te bieden aan de gemeenten.

8

2.5

Verdeling lasten en baten per gemeente

2.5.1

Uitgangspunten

De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven, wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. Bij de toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt toegerekend. Voor het Wmo-vervoer zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal verreden ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. De uitgaven voor het contract Meedoen in de Stad niet-ouderen met ZorgSamen MVS worden verdeeld op basis van de afgesproken verdeelsleutel. Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd, maar verantwoord bij de centrumgemeente Vlaardingen. Jeugdhulp. De kosten worden volgens een door de gemeenten onderling bepaalde verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. Overhead. Conform de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel. 2.5.2

Verdeelsleutels

Wmo De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering van de Wmo over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: Het aantal pashouders voor de Wmo-vervoer per einde laatst afgesloten jaar; Het aantal unieke cliënten per einde laatst afgesloten jaar; Het aantal beschikkingen verstrekt in het laatst afgesloten jaar; Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2025 is dit 2023. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal beschikkingen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten. De verdeling van de kosten is in deze begroting van de volgende verdeelsleutel: Maassluis 20,5% (20,0% in begroting 2024) Vlaardingen 40,0% (40,0% in begroting 2024) Schiedam 39,5% (40,0% in begroting 2024)

9

Vervoerskosten Binnen het begrotingsonderdeel Vervoerskosten worden de budgetten voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer verdeeld op basis van de aantallen gemaakte ritten over heel 2023. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: Maassluis: 16,9% Vlaardingen: 45,7% Schiedam: 37,4% Jeugdhulp Voor de uitgaven voor het contract met Mevis geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken door de MVS-gemeenten. De herijking van de opdrachtwaarde op basis van de realisatie 2022 leidt tot de volgende verdeelsleutel: Maassluis: 15,03% Vlaardingen: 44,04% Schiedam: 40,93% Leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer De verdeelsleutel voor het budget voor de backofficetaken leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op de aantallen vervoerde kinderen in het laatst afgesloten jaar. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: Maassluis: 21,5% Vlaardingen: 39,5% Schiedam: 39,0% 2.6

Externe ontwikkelingen

Het kabinet heeft voorgesteld dat met ingang van 2026 het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen verdwijnt en dat de eigen bijdragen (weer) inkomensafhankelijk worden1. Omdat nog niet bekend of dit voorstel over wordt genomen en, als dat gebeurt, hoe de inkomensafhankelijke eigen bijdrage er in de praktijk uit komt te zien, is voor de

1

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-a46db680cc67398e673053092b9b68b317128abc/pdf

10

jaarschijven 2026 en verder vooralsnog geen rekening gehouden met de invloed van het afschaffen van het abonnementstarief op de inkomsten uit eigen bijdragen en op het beroep op de Wmo-voorzieningen waar nu nog het abonnementstarief voor geldt. Zodra hier meer over bekend is en de inzichten in het effect van deze wijziging op de uitgaven en inkomsten voldoende concreet zijn, zal Rogplus de begroting hierop aanpassen. Naast de terugkeer van de inkomensafhankelijke eigen bijdragen spelen er momenteel verschillende externe ontwikkelingen die op termijn invloed kunnen hebben op het beroep op en het aanbod van de Wmo en de Jeugdwet in de MVS-gemeenten en daarmee op de begroting van Rogplus. Voorbeelden van deze externe ontwikkelingen zijn de hervormingsagenda jeugd en de nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten die het Rijk vanaf 2026 wil introduceren. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk hoe deze ontwikkelingen vorm gegeven zullen worden en wat de financiële impact zal zijn. Rogplus houdt deze externe ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Wanneer de besluitvorming voldoende concreet is en vertaald kan worden naar de begroting én de financiële gevolgen voor Rogplus significant zijn, zal Rogplus in samenspraak met de gemeenten een begrotingswijziging voorbereiden.

11

3. Programmaplan 3.1

Totalen

3.1.1

Baten en lasten per programma

Begroting 2025

Meerjarenperspectief 2026-2029

12

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel

Begroting 2025

13

Meerjarenperspectief 2026-2029

14

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV)

Begroting 2025

15

Meerjarenperspectief 2026-2029

16

3.1.4

Bijdrage gemeenten

Begroting 2025

Meerjarenperspectief 2026-2029

17

3.2

Programma Wmo

3.2.1

Vervoerskosten

Nieuwe contracten Begin 2023 heeft Rogplus de Europese aanbesteding gepubliceerd voor de opdracht voor het vervoerloket en de opdracht voor het doelgroepenvervoer Wmo in de MVSgemeenten. Dit zijn gescheiden percelen die elk door een andere aanbieder uit worden gevoerd. De opdrachten zijn in het tweede kwartaal van 2023 gegund en de nieuwe contracten zijn ingegaan per augustus 2023. Vervoerloket De vergoeding voor het vervoerloket bestaat vanaf 2024 uit twee onderdelen: 1. een vaste maandvergoeding 2. een variabele maandvergoeding. Elke maand factureert het Vervoerloket een vaste maandvergoeding aan Rogplus. Deze is niet afhankelijk van de prestatie-index of de prestatie-indicatoren. De variabele vergoeding is afhankelijk van de prestatie index per maand in relatie tot het aantal uitgevoerde ritten per maand. De variabele maandvergoeding is afhankelijk van de prestaties van de vervoerder. Hierbij nemen de prestaties toe als er zoveel mogelijk reizigerskilometers verreden worden met zo weinig mogelijk inzeturen. Omdat er een relatie is tussen de prestaties en het aantal ritten, wordt deze invloed ook meegenomen in de berekening. De in de ontwerpbegroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op een doorrekening, waarin uit wordt gegaan van de feitelijk gemaakte kosten sinds het ingaan van de nieuwe contracten en het historisch gebruik van het Wmo-vervoer.

De verdeling van de kosten voor het vervoerloket wordt gebaseerd op de aantallen gemaakte ritten over heel 2023. Conform het nieuwe contract wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 0,2%2. Dit percentage is laag en deels een tegenreactie op de hoge inflatie, waar Nederland in de tweede helft van 2022 mee te maken had. Het percentage van 0,2% is van toepassing op de contracten voor 2024. Rogplus beschouwt deze lage inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere jaren. Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2025 het gemiddelde van de jaarmutaties in september van de consumentenprijsindex (CPI) in de laatste zeven afgesloten jaren (2017 tot en met 2023). Dit is 3,50%.

2

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb

18

Doelgroepenvervoer Wmo De vergoeding voor de vervoerder is een vast tarief van per inzetuur per voertuigtype, waarbij voor een rolstoeltaxibus een toeslag op het basistarief wordt gerekend van 20%. In de ontwerpbegroting wordt gerekend met het tarief van de vervoerder aan wie de opdracht is gegund. Bovenop het beschikbaarheidstarief wordt een tarief per inzetkilometer vergoed. Deze vergoeding bedraagt (onafhankelijk van het worden gebaseerd op het historisch gebruik van het collectief vervoer vanuit de Wmo per gemeente. In het contract met de vervoerder is opgenomen dat de tarieven jaarlijks op worden gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven percentage voor de NEA-index is 3,4 %. Dit percentage is van toepassing op 2024 en wordt ook toegepast op de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029. Ook geldt dit percentage voor de begrote individuele vervoerskosten (buiten het contract voor Wmo-vervoer).. Plan van aanpak doelgroepenvervoer In 2022 is besloten dat in de begroting van Rogplus rekening wordt gehouden met de uitgaven voor drie acties uit het plan van aanpak doelgroepenvervoer. Het gaat om de volgende drie acties: Actie 3. Extra capaciteit voor het koppelen van reizigersprofielen aan pashouders Actie 4. Traject zelfstandig reizen Wmo- en leerlingenvervoer Actie 9. Instellen van een vervoersloket (regiemodel, private variant) 80.000 in 2027 en 2028.

Het plan van aanpak doelgroepenvervoer beoogt (onder meer) een efficiëntere benutting van de verschillende (mede) door de overheid gefinancierde vervoersmiddelen, het openbaar vervoer en gesubsidieerd vervoer, zoals Argos Mobiel. In de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief wordt voorzichtigheidshalve vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect op de uitgaven voor collectief Wmo-vervoer. Wel houdt Rogplus de ontwikkeling van het gebruik van collectief Wmo-vervoer nauwlettend in de gaten. Individuele vervoerskosten In de ontwerpbegroting is een beperkt budget opgenomen voor individuele vervoerskosten. Dit betreft taxivergoedingen buiten de contracten met de vervoerders om. De omvang van dit budget is gebaseerd op historisch gebruik van deze voorziening. Dit budget heeft betrekking op een zeer beperkt aantal cliënten. De indicaties zijn na onderzoek (dossierstudie) opnieuw vastgesteld voor een jaar. Rogplus volgt deze cliënten om te beoordelen of individuele vervoerskostenvergoeding nog aan de orde blijven of het nieuwe model doelgroepenvervoer mogelijk een oplossing biedt.

19

Begroting 2025

Meerjarenperspectief 2026-2029

Het aantal en de duur van de reizen met Wmo-vervoer valt hoger uit dan voorzien; Hogere NEA-index dan voorzien. 3.2.2

Scootmobielen en rolvoorzieningen

Omschrijving Rogplus heeft sinds juni 2020 een contract met twee leveranciers voor de verstrekking van scootmobielen, rolstoelen (handbewogen en elektrisch), fietsen en roerende woonvoorzieningen. Onderdeel van dit contract is dat zoveel mogelijk voorzieningen worden herverstrekt en dat bij nieuw te verstrekken voorzieningen zoveel mogelijk een beroep wordt gedaan op het basispakket van de leveranciers De ontwerpbegroting voor het begrotingsonderdeel scootmobielen en rolvoorzieningen is opgebouwd naar analogie van het nieuwe contract. De kosten zijn weergegeven per soort voorziening en bevatten de kosten voor nieuwverstrekkingen, herverstrekkingen en onderhoud van de voorziening. In het nieuwe contract zijn de kindvoorzieningen (aangepaste kinderfietsen, kinderwagens en autostoeltjes) als een aparte categorie voorziening benoemd. Dit is zo overgenomen in de begroting. Voor rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen hoeft geen eigen bijdrage te worden betaald, voor scootmobielen wel. Met ingang van de begroting van 2025 worden aandrijfunits en fietsen als aparte begrotingsonderdelen gepresenteerd. Voorheen werden deze gecombineerd gepresenteerd.

20

Uitgangspunten Sinds juni 2020 zijn de huidige contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen van toepassing. De budgetten in de ontwerpbegroting 2025 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits en fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke kosten voor deze voorzieningen over heel 2023. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door de gemeenten afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2023 actief gebruik heeft gemaakt van de voorziening. Vervolgens zijn voor 2025 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep, tenzij historische ontwikkelingen van de trend een significante afwijking laten zien ten opzichte van de bevolkingsprognoses. Dit is het geval bij scootmobielen en kindvoorzieningen. Sinds 2022 ziet Rogplus een toename van de aanvragen voor Wmo-ondersteuning voor inwoners met de spierziekte ALS. Het aantal bij Rogplus bekende ALS-patiënten is hierdoor sinds 2022 hoger dan gemiddeld. ALS-patiënten hebben meestal complexe rolen woonvoorzieningen nodig. Ook moet vaak hun woning worden aangepast. Rogplus

Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen. Electrische sportvoorzieningen worden in bruikleen verstrekt. In de ontwerpbegroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel. Momenteel vindt op initiatief van Rogplus een pilot met deelscootmobielen plaats. De verwachting is dat door het gebruik van deelscootmobielen de totale vraag naar scootmobielen af kan nemen. Hoewel de eerste resultaten van de pilot positief zijn, is er nog onvoldoende inzicht is in de effecten van het gebruik van deelscootmobielen. Ook is iere -voorzieningen in de MVS-gemeenten. In de ontwerpbegroting 2025 is nog geen rekening gehouden met de invloed van het gebruik van deelscootmobielen op de (begrote) uitgaven voor scootmobielen. Cliënten gebruiken in voorkomende gevallen een pgb voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Met ingang van de ontwerpbegroting 2025 worden de uitgaven hiervoor apart begroot.

Conform de nieuwe contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 0,2%3. Dit percentage is laag en deels een tegenreactie op de hoge inflatie, waar Nederland in de tweede helft van 2022

3

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb

21

mee te maken had. Het percentage van 0,2% is van toepassing op de contracten voor 2024. Rogplus beschouwt deze lage inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere jaren. Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2025 het gemiddelde van de jaarmutaties in september van de consumentenprijsindex (CPI) in de laatste zeven afgesloten jaren (2017 tot en met 2023). Dit is 3,50%. Begroting 2025

Meerjarenperspectief 2026-2029

Er worden meer nieuwe scootmobielen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of gemiddeld duurder onderhoud aan scootmobielen uitgevoerd Er worden meer nieuwe rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er worden duurdere of complexere rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien

22

Er wordt meer en/of gemiddeld duurder onderhoud aan rolvoorzieningen uitgevoerd De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien

3.2.3

Woonvoorzieningen

Omschrijving Onder het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen zijn de kosten van verhuis- en inrichtingskosten, roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en onderhoud verwerkt. De te verstrekken woonvoorziening, ter compensatie van beperkingen bij het normale gebruik van de woning, kan bestaan uit: een woonvoorziening in natura; een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening. Bij dure woningaanpassingen moet worden verantwoord waarom verhuizen ofwel het verstrekken van een verhuis- en klusvoucher geen adequate oplossing is. Het primaat ligt immers bij verhuizen. Bij de afweging tussen aanpassen of verhuizen wordt er behalve met de kosten in verband met het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening met de sociale context van de cliënt rekening gehouden In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Rogplus werkt met woningbouwcorporaties en zorgpartijen aan samenwerkingsovereenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu naar een geschikte woning kunnen verhuizen, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden.

De betrokken partijen werken aan initiatieven om in het kader van het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA) meer samen op te trekken bij het thema langer zelfstandig wonen. In de ontwerpbegroting 2025 wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze initiatieven. Sinds dit jaar ziet Rogplus dat rechters vanwege het woningtekort vaker geneigd zijn uitspraken te doen dat gemeenten niet zonder meer het primaat verhuizen kunnen hanteren en ingrijpende woningaanpassingen moeten toekennen. Hoe en of dit zich financieel vertaalt is nog onzeker. In de ontwerpbegroting 2025 wordt daarom (nog) geen rekening gehouden met deze ontwikkeling. Wel monitort Rogplus de kostenontwikkeling, zodat als daar aanleiding toe is de begroting aan kan worden gepast. Roerende woonvoorzieningen, zoals een tillift, een postoel, vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde begrotingskaders als voor scootmobielen en rolvoorzieningen.

23

Uitgangspunten In de ontwerpbegroting 2025 volgt de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Deze wordt voor Maassluis en Schiedam afgegeven door het (voormalige) Kenniscentrum MVS en voor Vlaardingen door de afdeling Informatie. Rogplus houdt bij de budgetten voor roerende woonvoorzieningen en -patiënten.

In 2023 heeft Rogplus aanbestedingen gedaan voor (aangepaste) keukens, vlonders, spoel/föhn- en toiletvoorzieningen en trapliften. In overeenstemming met de nieuwe contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 0,2%4.Dit percentage is ook van toepassing op de roerende woonvoorzieningen die onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen vallen. Het percentage van 0,2% is van toepassing op de contracten voor 2024. Rogplus beschouwt deze lage inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere jaren. Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2025 het gemiddelde van de jaarmutaties in september van de consumentenprijsindex (CPI) in de laatste zeven afgesloten jaren (2017 tot en met 2023). Dit is 3,50%. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2022 en 2023 als basis genomen voor de ontwerpbegroting. Begroting 2025

4

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb

24

Meerjarenperspectief 2026-2029

De woningmarkt zit op slot. Het aantal beschikbare nieuwe woningen is beperkt en daardoor stagneert de instroom en doorstroom op de woningmarkt. Als er onvoldoende geschikte woningen voor Rogplus cliënten beschikbaar zijn, dan bestaat er een reëel risico dat er meer woningaanpassingen moeten worden gedaan en woonvoorzieningen verstrekt moeten worden om mensen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen Er worden meer roerende woonvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan woonvoorzieningen uitgevoerd Er worden meer of duurdere woningaanpassingen (individueel en collectief) gedaan dan voorzien De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien 3.2.4

Schoon Huis

Omschrijving Sinds 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. Rogplus heeft contracten met vijf zorgaanbieders voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot een schoon huis (hulp bij het huishouden). De contracten zijn ingegaan op 1 januari 2020 en lopen, na verlenging, door tot en met 2026. Er zijn drie onderdelen waaruit de dienstverlening kan bestaan: Algemene Voorziening Schoon Huis Maatwerkvoorziening Schoon Huis Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis De Algemene Voorziening Schoon Huis wordt door Rogplus beschikt op 108 uur per cliënt per jaar. De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert 108 uur op jaarbasis, ongeacht het daadwerkelijk aantal geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan 108 uur op jaarbasis. De eventueel niet geleverde uren worden door de zorgaanbieder ingezet bij andere cliënten. De Maatwerkvoorziening Schoon Huis wordt

25

door Rogplus beschikt op een nader te bepalen aantal uur per jaar. De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert alleen de daadwerkelijk geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan beschikt. De Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis is de opvolger van de Huishoudelijke Hulp Toeslag. Mantelzorgers kunnen tegen een vergoeding extra uren huishoudelijke hulp inkopen. - en strijkservice een voorliggende voorziening. Uitgangspunten Sinds 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Rogplus heeft begin 2024 voorgesteld de contracten met de aanbieders van Schoon Huis te verlengen. Als de aanbieders het voorstel overnemen zijn de contracten in ieder geval in 2025 en 2026 (nog) van toepassing. In de ontwerpbegroting wordt uitgegaan van verlenging van de contracten. De aantallen cliënten en declaraties voor huishoudelijke hulp in 2025 en verder worden gebaseerd op het gebruik van de algemene voorziening schoon huis en de maatwerkvoorziening over 2023. Bij de berekening van de aantallen cliënten Schoon Huis wordt rekening gehouden met de volgende factoren: Ontwikkelingen met een versterkend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: Abonnementstarief. In 2019, sinds de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage, is de vraag naar hulp bij het huishouden sterk toegenomen.

Deze groei is inmiddels afgevlakt. Een verklaring hiervoor is dat de aanzuigende werking van het abonnementstarief minder wordt en er binnen de doelgroep verzadiging optreedt: na verloop van tijd zal een groter deel van de inwoners die aanspraak kunnen maken op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo dit ook hebben gedaan. Vergrijzing. Met name oudere inwoners van de MVS-gemeenten doen een beroep op huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. De bevolking van de gemeenten vergrijst geleidelijk. Ontwikkelingen met een dempend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: Adviesgesprekken. Rogplus wijst, meer dan voorheen, inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. Krapte op de arbeidsmarkt. Sinds 2021 hebben aanbieders steeds meer moeite met het vinden van personeel. Door het tekort aan medewerkers kan niet altijd aan de vraag naar huishoudelijke hulp worden voldaan en zijn wachtlijsten ontstaan. De aantallen wachtenden en de duur van de wachttijd verschillen per gemeente en per aanbieder. De verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt ook na 2024 aanhoudt. Powerful Ageing.

Cliënten die aan bepaalde voorwaarden voldoen krijgen via Rogplus de mogelijkheid om onder begeleiding van een fysiotherapeut oefeningen te doen die een positieve invloed hebben op hun spierkracht en daarmee hun zelfredzaamheid

26

vergroten. Hierdoor kunnen de cliënten langer zelf huishoudelijk werk doen. Omdat de oefeningen vaak in groepsverband plaatsvinden leidt deze aanpak ook tot sociale interacties die een positieve invloed hebben op de gezondheid van mensen. Aanpassing eigen bijdrage. Het kabinet heeft besloten om voor alle Wmovoorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Op dit moment betaalt elke cliënt die van een of meer van 20,60 per maand (het abonnementstarief), ongeacht het inkomen. Met de voorgestelde invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt de hoogte van de eigen bijdrage bij alle maatwerkvoorzieningen afhankelijk van het inkomen. Het streven is dat deze wijziging per 1 januari 2026 ingaat. Dit is afhankelijk van de besluitvorming in de Tweede Kamer. Het is nog niet bekend hoe de nieuwe, inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de praktijk toe moet worden gepast. Het beroep op de algemene voorziening Schoon Huis neemt per saldo toe. In 2023 is het aantal cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis gestegen met gemiddeld 2,0%. De verzilveringsgraad was eind 2023 lager dan eind 2021: 90,1% om 91,5% Ook bij de verzilveringsgraad bestaan er verschillen tussen de gemeenten.

De stijging van de vraag naar de algemene voorziening Schoon Huis vertaalt zich, zolang er wachtlijsten bestaan minder dan evenredig in een stijging van de kosten. In de ontwerpbegroting neemt Rogplus aan dat de wachtlijstproblematiek in 2025 doorzet. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting rekening met de verschillen tussen de gemeenten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis en de verzilveringsgraad daarvan. Voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis geldt dat zowel de aantallen cliënten met een beschikking als de aantallen cliënten aan wie de voorziening is geleverd in 2023 in alle drie de gemeenten is gedaald. Deze daling zette zich in 2022 al in. De verzilveringsgraad ligt in alle drie de gemeenten rond 76,0%. In de ontwerpbegroting 2025 gaat Rogplus in 2024 uit van dalende aantallen cliënten voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis en in 2025 en verder van stabilisatie. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting rekening met de verschillen tussen de gemeenten. Mantelzorgers kunnen de algemene aanvullende voorziening (AAV) Schoon huis aanvragen. Daarmee kunnen ze voor maximaal 104 uur per jaar hulp bij het huishouden In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 130% van het minimuminkomen. De budgetten voor de AAV worden gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2023 gebruik hebben gemaakt van de AAV.

Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd op de stand van geïndexeerd op basis van de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente.

27

Cliënten die gebruik maken van de algemene voorziening Schoon Huis ontvangen jaarlijks gemiddeld 108 uur huishoudelijke hulp. De budgetten voor de algemene voorziening schoon huis worden in de ontwerpbegroting 2025 bepaald door per gemeente het aantal verwachte cliënten te vermenigvuldigen met 108 uur en met het in de overeenkomsten met de aanbieders opgenomen uurtarief. Dit uurtarief is ook van toepassing op de maatwerkvoorzieningen. In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. op basis van de afspraken in de CAO voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT). In de ontwerpbegroting worden de uurtarieven jaarlijks geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA). De Nza (Nederlandse Zorgautoriteit) neemt dit percentage over als indexcijfer voor de ontwikkeling van personeelskosten. Het voorlopige percentage voor 2024 van de OVA is 4,94%5. Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb. Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice.

Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2023, geïndexeerd met de OVA (4,94%). Ook is in de ontwerpbegroting een bedrag opgenomen budgetten begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2023. Begroting 2025

5

https://www.nza.nl/onderwerpen/prijsindexcijfers

28

Meerjarenperspectief 2026-2029

Er worden meer indicaties voor de Algemene Voorziening Schoon Huis afgegeven dan voorzien Er worden (gemiddeld) zwaardere indicaties voor Maatwerkvoorzieningen Schoon Huis afgegeven dan voorzien Er worden meer indicaties voor Schoon Huis verzilverd dan voorzien De wachtlijsten en -tijden nemen toe of af prijsindex dan voorzien.

3.2.5

Meedoen in de Stad

Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad zijn de kosten begroot voor de ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren van cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van: sociale redzaamheid; maatschappelijke participatie; psychosociaal functioneren; psychosociaal welbevinden en/of; mentaal functioneren. visuele en auditieve beperkingen Onder meer de volgende vormen van begeleiding worden aangeboden: Individuele begeleiding. Individuele begeleiding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding. Dagbesteding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding kan ook als respijtzorg (ontlasting van mantelzorgers) worden ingezet. Logeren (kortdurend verblijf). Het zwaartepunt van deze maatwerkvoorziening ligt op logeren met als doel het overnemen van het permanente toezicht op de cliënt ter ontlasting van de gebruikelijke verzorger of mantelzorger.

29

Voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in 2020 contracten ingegaan. Hierin is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad niet-ouderen). Voor Meedoen in de Stad ouderen zijn contracten aangegaan met meerdere partijen. Meedoen in de Stad niet-ouderen wordt verzorgd door een consortium van partijen dat opereert onder de naam ZorgSamen MVS. Beide contracten lopen in eerste instantie eind 2024 af, maar worden in beginsel met twee jaar verlengd. Met ZorgSamen MVS wordt nog besproken of het jaarbudget 2025 voor de in het contract opgenomen dienstverlening nog reëel is. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Tenslotte bevat dit begrotingsonderdeel ook de (begrote) uitgaven voor de ondersteuning aan zintuiglijk gehandicapten (doven en slechthorenden en blinden en slechtzienden) op basis van de hiervoor door de VNG afgesloten landelijke contracten. In aanvulling op de contracten voor Meedoen in de Stad streeft Rogplus, samen met de gemeenten, naar een betere samenwerking met het voorliggend veld.

Uitgangspunten Bij begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren wordt onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad niet-ouderen). Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van populatiebekostiging: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2025 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. In 2020 zijn alle arrangementen voor begeleiding bij ouderdomsgerelateerde klachten omgezet naar de nieuwe contracten. Rogplus heeft begin 2024 voorgesteld de contracten met de aanbieders van Meedoen in de Stad voor ouderen te verlengen. Als Rogplus en de aanbieders tot een akkoord komen over dit voorstel zijn de contracten in ieder geval in 2025 en 2026 (nog) van toepassing. In de ontwerpbegroting wordt uitgegaan van verlenging van de contracten. Als onderdeel van de verlenging worden middelen vrijgemaakt voor logeren.

Van deze mogelijkheid wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt als vaste mantelzorgers vakantie hebben. In de ontwerpbegroting wordt het budget voor logeren opgenomen.

30

Het gebruik over 2023 wordt als basis gebruikt voor de berekening van de uitgaven over 2024 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt. Gemeenten, Rogplus, DSW en (andere) zorgpartijen werken binnen het kader van de Regionale Aanpak Ouderenzorg aan initiatieven voor kwalitatief goede zorg en ondersteuning aan (kwetsbare) ouderen, zodat zij zo lang als mogelijk, met behoud van kwaliteit van leven en veilig in hun vertrouwde thuissituatie kunnen blijven wonen. Het is nog te vroeg om in de ontwerpbegroting rekening te houden met het (financieel) effect van deze initiatieven. De budgetten voor de landelijke contracten voor ondersteuning van zintuiglijk gehandicapten maken deel uit van de begroting van Rogplus. Ook komt het voor dat cliënten ondersteuning ontvangen, waarvoor een apart contract met een gespecialiseerde aanbieder is af geen deel uit van Meedoen in de Stad. Met ingang van de (ontwerp)begroting 2025 worden deze budgetten daarom begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2023. De ontwikkeling van het aantal cliënten wordt gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.

Voor de ontwerpbegroting 2025 worden de aantallen voor begeleiding en dagbesteding op basis van pgb gebaseerd op het werkelijke beroep hierop begin 2024. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op nietouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.

Meedoen in de stad niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van populatiebekostiging. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2025. Bij de verlenging van de contracten voor Meedoen in de Stad ouderen worden nieuwe tariefafspraken gemaakt. De nieuwe tarieven liggen hoger dan de oude en zijn van toepassing vanaf 2025. In de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 20262029 worden deze tariefafspraken verwerkt. Voor Meedoen in de stad ouderen, de landelijke contracten en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2025 de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2024) van dit percentage is 4,94%. Voor Meedoen in de Stad ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders.

31

Begroting 2025

Meerjarenperspectief 2026-2029

Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad Ouderen afgegeven dan voorzien Er worden (gemiddeld) zwaardere en duurdere indicaties voor Meedoen in de Stad Ouderen afgegeven dan voorzien Het jaarbudget voor het contract Meedoen in de Stad Niet-ouderen wordt bij verlenging hoger vastgesteld dan onder het oude contract Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad Ouderen verzilverd dan voorzien Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op begeleiding op basis van pgb De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.

3.2.6

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

Omschrijving Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen is de naam van het begrotingsonderdeel dat voorheen Geclusterd Wonen werd genoemd. Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen.

32

Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: Maassluis: Vertrouwd & Zeker (Argos) Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) Uitgangspunten De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2024. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten.

In de ontwerpbegroting 2025 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast. Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2024) van dit percentage is 4,94%. Begroting 2025

Meerjarenperspectief 2026-2029

De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien Argos stopt met Vertrouwd & Zeker en kan dit initiatief niet overdragen aan een andere partij 3.2.7

Regeling tegemoetkoming meerkosten

Omschrijving Rogplus voert voor de MVS-gemeenten de regeling tegemoetkoming meerkosten uit. De regeling kan worden gezien als een compensatie van de afschaffing van de rijksregelingen

33

Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER). In de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en in het Besluit en de Beleidsregels zijn de regels vastgelegd waarmee inwoners in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. De regeling voor inwoners met een laag inkomen bestaat uit de volgende twee componenten: 1. Tegemoetkoming in verband met aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen. 2. Tegemoetkoming bij aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen wanneer de cliënt het volledige eigen risico op grond van de zorgverzekeringswet heeft betaald in het kalenderjaar. Uitgangspunten De MVS-gemeenten kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico). Maassluis hanteert in ieder geval in 2024 een inkomensgrens van 150% van de bij ontwerpbegroting wordt aangenomen dat dit ook in 2025 en verder geldt. In Vlaardingen en Schiedam is de inkomensgrens 120% van de bijstandsnorm. De hoogte meerjarenperspectief zijn geen wijzigingen in de gehanteerde inkomensgrens voorzien.

In de ontwerpbegroting 2025 worden de aantallen (toegekende) aanvragen in Vlaardingen en Schiedam gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2023. In Maassluis wordt het aantal gebaseerd op de opgave van de gemeente bij de verruiming van de regeling in 2023. Meerjarig wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door de gemeenten.

In Maassluis en Vlaardingen geldt dat de tegemoetkoming voor beide varianten van de ontwerpbegroting zijn geen wijzigingen in dit tarief voorzien. Begroting 2025 1e

34

Meerjarenperspectief 2026-2029

Meer mensen doen een beroep op de regeling tegemoetkoming meerkosten dan voorzien. 3.2.8

Projecten en innovatie

Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en Innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (waaronder scootmobielstallingen en collectieve woningaanpassingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo. Ook de bijdragen van de gemeenten aan het Programma Regionale Aanpak Ouderenzorg worden gedekt uit dit budget. Rogplus en de gemeenten zijn actief bezig de transformatie handen en voeten te geven en blijven dit ook de komende jaren doen. Hierbij is het belangrijk om te kunnen investeren in vernieuwing, pilots en samenwerkingsverbanden die op de langere termijn een terugverdieneffect bewerkstelligen. Recente voorbeelden, zoals Fief en PlusWonen, hebben aangetoond dat innovatieve projecten de transformatie succesvol ondersteunen. In 2024 worden onder meer de kosten van de pilot Powerful Ageing en de pilot met deelscootmobielen en een project voor de begeleiding van kinderen die niet naar schoool gaan gedekt uit de middelen voor innovatie.

Als een innovatieve aanpak succesvol blijkt, kan besloten worden deze in te zetten als reguliere vorm van ondersteuning en kunnen de benodigde budgetten en (indien van toepassing) het inverdieneffect worden verwerkt in de begroting. Dit is in de begroting 2025 naar aanleiding van Powerful Ageing gebeurd met de introductie van het onderdeel Preventiegerichte Aanpak als onderdeel van het begrotingsonderdeel Preventie.

de meeste projecten gericht zijn op innovatie, laat Rogplus dit onderscheid vervallen en wordt met ingang van de ontwerpbegroting 2025 gewerkt met één budget voor projecten en innovatie.

35

Uitgangspunten De budgetten binnen dit begrotingsonderdeel zijn niet geïndexeerd voor aantallen.

De budgetten zijn geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa: 4,94%. Begroting 2025

Meerjarenperspectief 2026-2029

3.2.9

Preventie

Omschrijving Sinds een aantal jaren is de rol van de consulenten van Rogplus veranderd. In het kader breder gaan kijken naar de individuele situatie van de hulpvrager. Rogplus zet meer in op preventie en daarmee op het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of zorgvraag. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken heeft Rogplus in de begroting 2023 het begrotingsonderdeel geïntroduceerd. De budgetten in dit begrotingsonderdeel maakten voorheen deel uit van de directe overhead in de overige begrotingsonderdelen in het programma Wmo. De kosten van de volgende werkzaamheden worden begroot in het begrotingsonderdeel Preventie: Cliëntparticipatie / Fief. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14156139/1