CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2024 en Meerjarenperspectief 2025-2028

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze op de ontwerpbegroting 2024 Rogplus en kennisnemen van het meerjarenperspectief Rogplus 2025-2028 en de voorlopige jaarstukken 2022 Rogplus33.220 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarmee kunnen ze voor maximaal 104 uur per jaar hulp bij het huishouden krijgen voor een bedrag van € 7,50 per uur. In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 130% van het minimuminkomen. De budgetten voor de AAV worden gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2022 gebruik hebben gemaakt van de AAV. Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd op de stand van de pgb’s aan het begin van 2023. Deze stand wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente.

28

Prijs Cliënten die gebruik maken van de algemene voorziening Schoon Huis ontvangen jaarlijks gemiddeld 105 uur huishoudelijke hulp. De budgetten voor de algemene voorziening schoon huis worden in de ontwerpbegroting 2024 bepaald door per gemeente het aantal verwachte cliënten te vermenigvuldigen met 105 uur en met het in de overeenkomsten met de aanbieders opgenomen uurtarief. Dit uurtarief is ook van toepassing op de maatwerkvoorzieningen. In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. Voor 2023 is dit uurtarief € 34,80. Jaarlijks wordt dit uurtarief vastgesteld op basis van de afspraken in de CAO voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT). De tarieven voor 2024 worden in september vastgesteld. Aanbieders en andere betrokkenen verwachten dat de tarieven voor 2024 naar met 7,5% tot 10% zullen stijgen. In de ontwerpbegroting hanteert Rogplus daarom voor 2024 een indexpercentage van 7,5%. Voor de jaren daarna worden de uurtarieven geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA) dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand van dit percentage is 4,74%5.

Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb. Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice. Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2022, geïndexeerd met dezelfde indexpercentages als voor huishoudelijke hulp. Ook is in de ontwerpbegroting een bedrag opgenomen voor huishoudelijke hulp in hospice ‘De Margriet’ in Vlaardingen’. Begroting 2024 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Onderdeel

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Algemene voorziening Schoon Huis

18.311.979

21.833.200

22.068.900

22.181.700

Maatwerkvoorzieningen

1.607.756

1.732.800

1.723.600

1.781.800

Aanvullende algemene voorziening

47.825

86.200

36.700

55.300

pgb

128.800

157.100

158.300

151.500

Overhead

5

1.688.721

1.755.800

1.753.000

2.062.800

21.785.081

25.565.100

25.740.500

26.233.100

https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten

29

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Algemene voorziening Schoon Huis

22.181.700

23.526.600

24.890.200

26.211.700

27.545.800

Maatwerkvoorzieningen

1.781.800

1.866.300

1.954.700

2.047.300

2.144.300

Aanvullende algemene voorziening

55.300

57.900

60.600

63.500

66.400

pgb

151.500

159.000

167.200

175.600

184.700

Overhead

2.062.800

2.138.400

2.214.000

2.293.700

2.376.300

26.233.100

27.748.200

29.286.700

30.791.800

32.317.500

Risico’s • Er worden meer indicaties voor de Algemene Voorziening Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere indicaties voor Maatwerkvoorzieningen Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden meer indicaties voor Schoon Huis verzilverd dan voorzien • Loonontwikkelingen Cao VVT die rechtstreeks invloed hebben op de AMvB ‘reële prijs Wmo 2015’ en dat resulteert in een hogere prijsindex dan voorzien. 3.2.5

Meedoen in de Stad

Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad zijn de kosten begroot voor de ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren van cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van: • sociale redzaamheid; • maatschappelijke participatie; • psychosociaal functioneren; • psychosociaal welbevinden en/of; • mentaal functioneren. Onder meer de volgende vormen van begeleiding worden aangeboden: • Individuele begeleiding. Individuele begeleiding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. • Dagbesteding. Dagbesteding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding kan ook als respijtzorg (ontlasting van mantelzorgers) worden ingezet. • Logeren (kortdurend verblijf). Het zwaartepunt van deze maatwerkvoorziening ligt op logeren met als doel het overnemen van het permanente toezicht op de cliënt ter ontlasting van de gebruikelijke verzorger of mantelzorger. Voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in 2020 contracten ingegaan. Hierin is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met

30

ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – niet-ouderen). Beide contracten zijn in 2020 ingegaan. Voor Meedoen in de Stad – ouderen zijn contracten aangegaan met meerdere partije. Meedoen in de Stad – niet-ouderen wordt verzorgd door een consortium van partijen dat opereert onder de naam ZorgSamen MVS. Recent zijn de dienstverlening van ZorgSamen MVS en de samenwerking tussen Rogplus en ZorgSamen MVS geëvalueerd door een externe partij (Berenschot) en door Rogplus zelf. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Tenslotte bevat dit begrotingsonderdeel ook de (begrote) uitgaven voor de ondersteuning aan doven en slechthorenden en aan blinden en slechtzienden op basis van de hiervoor door de VNG afgesloten landelijke contracten. Uitgangspunten

Aantallen Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van populatiebekostiging: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2024 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Begeleiding binnen het genoemde contract is een vorm van Zorg in Natura. Het nieuwe contract heeft geen significante invloed op de vraag naar begeleiding op basis van een pgb. Aangenomen wordt dat dit in 2023 en verder ook niet zal gebeuren. In 2020 zijn alle arrangementen voor begeleiding bij ouderdomsgerelateerde klachten omgezet naar de nieuwe contracten. Het gebruik over 2022 wordt als basis gebruikt voor de berekening van de uitgaven over 2023 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad – ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op niet-ouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.

Prijs Meedoen in de stad – niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van populatiebekostiging. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2024. Met ZorgSamen MVS is afgesproken dat zij deels gecompenseerd worden voor onvoorzien hoge kostenstijgingen. De vergoeding vanwege de onverwacht hoge kostenstijgingen in 2022 verwerkt is in de opdrachtwaarde verwerkt. In de ontwerpbegroting is aangenomen dat ook over 2023 deze compensatie toe moet worden gepast.

31

Voor Meedoen in de stad - ouderen en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2024 de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2023) van dit percentage is 4,74%. Voor Meedoen in de Stad – ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders. Begroting 2024 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Meedoen in de Stad - niet ouderen

9.458.012

9.495.900

9.633.800

9.565.300

Meedoen in de Stad - ouderen

1.766.307

1.803.600

1.828.000

1.876.200

pgb

1.936.181

2.051.300

2.068.500

2.136.800

Overhead

1.014.014

910.900

964.700

1.111.500

14.174.513

14.261.700

14.495.000

14.689.800

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Meedoen in de Stad - niet ouderen

9.565.300

9.579.200

9.593.700

9.609.000

9.624.900

Meedoen in de Stad - ouderen

1.876.200

1.981.000

2.096.800

2.219.000

2.340.400

pgb

2.136.800

2.240.300

2.352.100

2.474.600

2.600.200

Overhead

1.111.500

1.152.400

1.193.000

1.236.100

1.280.500

14.689.800

14.952.900

15.235.600

15.538.700

15.846.000

Risico’s • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere en duurdere indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen verzilverd dan voorzien • Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op begeleiding op basis van pgb • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.

3.2.6

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

Omschrijving Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen is de naam van het begrotingsonderdeel dat voorheen Geclusterd Wonen werd genoemd. Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Geclusterd Wonen kostenefficiënter dan

32

dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Sinds 2020 begroot Rogplus de kosten van Geclusterd Wonen in een apart begrotingsonderdeel. Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: • Maassluis: Vertrouwd & Zeker (Argos) • Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) • Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) Uitgangspunten

Aantallen De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2023. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten. In de begroting 2023 heeft Rogplus geanticipeerd op de realisatie van 70 nieuwe plekken voor PlusWonen in Schiedam in 2025. Dit nieuwbouwproject gaat niet door. Het aantal plekken in Schiedam in 2025 en verder wordt daarom naar beneden bijgesteld.

Prijs In de ontwerpbegroting 2024 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast. Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2023) van dit percentage is 4,74%. Begroting 2024 Onderdeel Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

2.314.594

2.175.800

2.271.300

2.375.800

2.314.594

2.175.800

2.271.300

2.375.800

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

2.375.800

2.473.000

2.590.300

2.713.100

2.841.600

2.375.800

2.473.000

2.590.300

2.713.100

2.841.600

Risico’s •

De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.

33

3.2.7

Regeling tegemoetkoming meerkosten

Omschrijving Rogplus voert voor de MVS-gemeenten de regeling tegemoetkoming meerkosten uit. De regeling kan worden gezien als een compensatie van de afschaffing van de rijksregelingen Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER). In de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en in het Besluit en de Beleidsregels zijn de regels vastgelegd waarmee inwoners in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. De regeling voor inwoners met een laag inkomen bestaat uit de volgende twee componenten: 1. Tegemoetkoming in verband met aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen. 2. Tegemoetkoming bij aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen wanneer de cliënt het volledige eigen risico op grond van de zorgverzekeringswet heeft betaald in het kalenderjaar. Uitgangspunten

Aantallen De MVS-gemeenten kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico). Maassluis hanteert in ieder geval in 2023 en 2024 een inkomensgrens van 150% van het minimuminkomen en een tegemoetkoming van € 200 per variant van de regeling. In Vlaardingen en Schiedam is de inkomensgrens 120% en de hoogte van de tegemoetkoming € 100. In het meerjarenperspectief zijn geen wijzigingen in de gehanteerde inkomensgrens verwerkt. In de ontwerpbegroting 2024 worden de aantallen (toegekende) aanvragen in Schiedam gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2022. In Vlaardingen is het startpunt de opgave van de gemeente bij de herintroductie van de regeling in 2023. In Maassluis wordt het aantal gebaseerd op de opgave van de gemeente bij de verruiming van de regeling in 2023. Meerjarig wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door de gemeenten.

Prijs In Maassluis geldt dat is de tegemoetkoming voor beide varianten van de regeling € 200 is. In Schiedam en Vlaardingen is dit € 100 per variant. In de ontwerpbegroting zijn geen wijzigingen in dit tarief voorzien.

34

Begroting 2024 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Tegemoetkoming meerkosten

290.900

363.000

623.000

565.000

290.900

363.000

623.000

565.000

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

Tegemoetkoming meerkosten

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

565.000

574.000

577.400

577.100

579.700

565.000

574.000

577.400

577.100

579.700

Risico’s • Meer mensen doen een beroep op de regeling tegemoetkoming meerkosten dan voorzien. 3.2.8

Projecten en innovatie

Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en Innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (waaronder scootmobielstallingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo. Ook de bijdragen van de gemeenten aan de Regiovisie Ouderenzorg worden gedekt uit dit budget. Rogplus en de gemeenten zijn actief bezig de transformatie handen en voeten te geven en blijven dit ook de komende jaren doen. Hierbij is het belangrijk om te kunnen investeren in vernieuwing, pilots en samenwerkingsverbanden die op de langere termijn een terugverdieneffect bewerkstelligen. Recente voorbeelden, zoals Fief en PlusWonen, hebben aangetoond dat innovatieve projecten de transformatie succesvol ondersteunen. In 2023 en 2024 worden onder meer de kosten van de pilot Powerful Ageing en de pilot met deelscootmobielen gedekt uit de middelen voor innovatie. Uitgangspunten

Aantallen De budgetten binnen dit begrotingsonderdeel zijn niet geïndexeerd voor aantallen.

Prijs De budgetten zijn geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa: 4,74%.

35

Begroting 2024 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Projecten

225.664

226.400

226.400

237.100

Herindicaties

82.308

172.700

172.700

180.900

Innovaties

157.547

269.800

269.800

282.600

465.519

668.900

668.900

700.600

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

Projecten

237.100

248.300

260.000

272.300

272.300

Herindicaties

180.900

189.400

198.400

207.900

207.900

Innovaties

282.600

296.100

310.100

324.800

324.800

700.600

733.800

768.500

805.000

805.000

3.2.9

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Preventie

Omschrijving Al langere tijd is de rol van onze consulenten van Rogplus veranderd. In het kader van de transformatie hebben de consulenten ‘de kanteling’ in hun werk toegepast en zijn breder gaan kijken naar de individuele situatie van de hulpvrager. Rogplus zet meer in op preventie en daarmee het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of zorgvraag. Ook bij het aangaan van nieuwe contracten zet Rogplus in op preventie en verbinding tussen de zorgleveranciers en het voorliggend veld. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken heeft Rogplus in de begroting 2023 het begrotingsonderdeel ‘Preventie’ geïntroduceerd. De budgetten in dit begrotingsonderdeel maakten voorheen deel uit van de directe overhead in de overige begrotingsonderdelen in het programma Wmo. De kosten van de volgende werkzaamheden worden begroot in het begrotingsonderdeel Preventie: • Fief. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt. • Adviesgesprekken. Rogplus hanteert zo veel mogelijk de principes van positieve gezondheid.

In de adviesgesprekken met inwoners met een hulpvraag verkennen de consulenten van Rogplus wat er nodig is om betekenisvol te leven en wat bijdraagt in het leven van de hulpvrager aan een groter gevoel van eigenwaarde. Ook gaat de consulent in op leefstijl, gezondheid en zingeving. • Wijkteams. De consulenten draaien ook mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanpakken, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en met afstemmen

36

met het informele – en voorliggend veld. Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in het kader van de Wmo, de vraagbaak en sparringpartner voor de collega’s in de wijkteams. Uitgangspunten De helft van de personeelslasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams, een kwart van de personeelslasten van consulenten die adviesgesprekken houden, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Als de pilot met Powerful Ageing succesvol blijkt en Powerful Ageing als reguliere Wmovoorziening in wordt gezet, is dit ook een vorm van preventie. De pilot loopt in 2024 af. Omdat de resultaten van de pilot nog onvoldoende bekend zijn, wordt in het meerjarenperspectief 2025-2028 nog geen budget opgenomen voor Powerful Ageing (als reguliere Wmo-voorziening). Als hier besluitvorming over de opvolging van de pilot plaats heeft gevonden, kan hier in de begroting rekening mee worden gehouden. Begroting 2024 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Wijkteams

0

Fief

273.900

273.900

347.600

0

137.400

137.400

139.700

0

411.300

411.300

487.300

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

Wijkteams

347.600

360.300

373.100

386.400

400.400

Fief

139.700

144.900

149.900

155.300

161.000

487.300

505.200

523.000

541.700

561.400

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

3.2.10 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo Omschrijving De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: • Regiotaxi. Cliënten betalen per rit met de Regiotaxi een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. • Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd € 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk.

37

• •

Bijdrage Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis betalen daar € 7,50 per uur voor. Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.

Daags voor het opstellen van de Ontwerpbegroting heeft het kabinet via de Voorjaarsnota bekend gemaakt dat met ingang van 2025 het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen verdwijnt en dat de eigen bijdragen (weer) inkomensafhankelijk worden. Omdat nog niet bekend is hoe deze inkomensafhankelijkheid er in de praktijk uit komt te zien, is vooralsnog geen rekening gehouden met de invloed van het afschaffen van het abonnementstarief op de inkomsten uit eigen bijdragen. Uitgangspunten De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: • Regiotaxi. Cliënten betalen per rit met de Regiotaxi een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van de Regiotaxi zijn conform het contract gebaseerd op de OVtarieven, zoals afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor 2023 is het opstaptarief € 1,08 per persoon en het kilometertarief € 0,166 per kilometer voor ritten binnen de MVS-regio en € 0,33 per kilometer voor ritten daar buiten6. Voor 2024 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met de gemiddelde stijging over de afgelopen twee jaar.

• Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage (abonnementstarief) wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd € 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. Het kabinet heeft voorgesteld om de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp vanaf 2025 voor hogere inkomens weer inkomensafhankelijk te maken. Voor 2025 en verder wordt een extra stijging van de inkomsten uit eigen bijdrage met 10% aangenomen.

•

•

6

De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke inkomsten over 2022. De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten voor Schoon Huis stijgt zoals beschreven en voor de overige voorzieningen de verwachte groei volgt van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Bijdrage Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis betalen daar € 7,50 per uur voor. De ontwikkeling van de inkomsten uit bijdragen voor de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis volgt de ontwikkeling van de kosten. Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdragen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.

https://mrdh.nl/nieuws/ov-tarieven-2023#:~:text=Tarieven%20per%20regio,was%2017%2C4%20eurocent).

38

Begroting 2024 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Inkomsten Regiotaxi

-415.517

-598.600

-584.700

-631.400

Eigen bijdragen

-1.497.327

-1.481.300

-1.481.400

-635.100

-8.967

-19.600

-7.900

-11.100

-47.150.993

-52.569.400

-53.956.600

-54.986.600

-49.072.804

-54.668.900

-56.030.600

-56.264.200

Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

Inkomsten Regiotaxi

-631.400

-653.500

-666.500

-679.800

-693.400

Eigen bijdragen

-635.100

-638.500

-641.200

-644.600

-649.000

Bijdrage AAV Schoon huis

-11.100

-11.000

-11.000

-11.100

-11.100

Bijdrage gemeenten

3.3

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

-54.986.600

-57.086.400

-59.352.100

-61.642.200

-63.964.700

-56.264.200

-58.389.400

-60.670.800

-62.977.700

-65.318.200

Programma Beschermd Wonen

Omschrijving In de Wmo 2015 is Beschermd Wonen als maatwerkvoorziening opgenomen naast de voorzieningen voor maatschappelijke opvang. In de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2023 is onder artikel 2.5.1 het volgende opgenomen: Beschermd Wonen wordt slechts geboden indien er voor een meerderjarige cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen kan als Zorg in Natura worden aangeboden of door de cliënten via een pgb worden ingekocht. De centrumgemeente Vlaardingen is materieel verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning. Beschermd Wonen is bedoeld voor cliënten met de volgende kenmerken: • een gediagnosticeerde psychiatrische stoornis; • niet in staat om zelfstandig te wonen, onder meer door het ontbreken van daarvoor vereiste vaardigheden of remmingen; • noodzaak tot permanent toezicht, onder meer door het ontbreken van vermogen om te beoordelen of er zorg nodig is; • geen noodzaak tot opname in een behandelingsinstelling (zorgverzekeringswet) vanwege hun stoornis.

39

De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. De centrumregeling wordt vanaf 2024 in tien jaar afgebouwd. Dit betekent dat vanaf 2024 een deel van de rijksuitkering aan de gemeenten voor Beschermd Wonen toegekend wordt aan Maassluis en Schiedam. Hoe deze herverdeling vormgegeven wordt, is nog niet bekend. De gemeenten moeten onderling afspraken maken over de verdeling van de budgetten. In afwachting van nadere informatie hierover houdt Rogplus in de ontwerpbegroting vooralsnog aan dat de budgetten voor Beschermd Wonen worden begroot bij centrumgemeente Vlaardingen. De gemeenten en Rogplus houden via de circulaires de ontwikkelingen in de gaten. Rogplus past indien nodig de begroting voor Beschermd Wonen hierop aan. Uitgangspunten

Aantallen Door een stelselwijziging is eind 2020 en begin 2021 een aanzienlijk deel van de cliënten met Beschermd Wonen op basis van de Wmo overgegaan naar de Wlz. Per cliënt heeft het CIZ bepaald of een cliënt toegang bleef houden tot de Wmo of overging naar de Wlz. De stelselwijziging geldt zowel voor cliënten met Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als voor cliënten met Beschermd Wonen op basis van een pgb. In de MVSgemeenten is als gevolg van de stelselwijziging het aantal cliënten dat op basis van de Wmo gebruik maakt van Beschermd Wonen met meer dan 60% afgenomen. Met ingang van 2022 zijn de nieuwe contracten met negen aanbieders van Beschermd Wonen van toepassing. Met deze aanbesteding is het aanbod van Beschermd Wonen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing plaats heeft gevonden van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura. Begin 2023 kenden de MVS-gemeenten één cliënt met Beschermd Wonen op basis van pgb. Het bijbehorende budget in de ontwerpbegroting is daarom beperkt. De uitstroom van cliënten Beschermd Wonen wordt gehinderd door het beperkte aantal voor de cliënten geschikte woningen. Omdat niet alleen weinig plaatsen vrijkomen, maar ook geen nieuwe plaatsen en nieuwe locaties worden gecreëerd, bestaan wachtlijsten voor Beschermd Wonen.

Rogplus en de MVS-gemeenten werken aan een actieplan om op korte termijn de wachtlijsten weg te werken en op lange termijn balans te houden tussen het beroep op Bescherm Wonen en de daarvoor beschikbare plaatsen. In de begroting 2023 is een budget gereserveerd om dit actieplan uit te voeren. In de ontwerpbegroting wordt aangenomen dat vanaf 2024 de uitvoering van het actieplan tot een afname van de wachtlijsten voor Bescherm Wonen leidt. De verwachting is dat het actieplan ongeveer 10 nieuwe woningen voor Beschermd Wonen oplevert en hiermee wordt rekening gehouden in de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief. Ondanks de 10 nieuwe woningen daalt het aantal cliënten binnen het programma Beschermd Wonen ten opzichte van voorgaande jaren. Met name in 2022 is door de naweeën van de stelselwijziging nog een fors aantal cliënten uitgestroomd. In de ontwerpbegroting 2024 wordt rekening gehouden met een stabiel aantal cliënten binnen het programma Beschermd Wonen.

40

Een landelijk ingegeven ontwikkeling is de wijziging van het woonplaatsbeginsel in 2025. In de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel bij beschermd wonen geldt als uitgangspunt voor de woonplaats de gemeente waar de cliënt onmiddellijk voorafgaande aan één of meerdere verblijfstrajecten zijn woonadres volgens de BRP had. De gemeente waar de cliënt vandaan komt blijft dus verantwoordelijk voor de cliënt en voor de kosten van de hulp aan deze cliënt. Door de wijziging wordt in sommige gevallen een andere gemeente verantwoordelijk voor de zorg. Op basis van de huidige inzichten, zijn vooralsnog geen significante wijzigingen in de aantallen cliënten beschermd wonen voorzien. Daarom wordt in de ontwerpbegroting 2024 geen rekening met een financieel effect als gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Rogplus volgt de ontwikkelingen nauwlettend en zal als dat nodig is wijzigingen initiëren.

Prijs Tegelijkertijd met de hiervoor genoemde stelselwijziging is de methode voor tariefstelling voor Beschermd Wonen gewijzigd. Sinds 2021 wordt per cliënt bepaald welke ‘bouwstenen’ hij binnen zijn indicatie ontvangt. De bouwstenen die kunnen worden afgegeven zijn: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

Wonen 24-uurs toezicht in nabijheid 24 uurs toezicht op locatie Individuele begeleiding: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Dagbesteding: afhankelijk van de noodzaak tot 1-9 dagdelen per week Vervoer van en naar de dagbesteding Persoonlijke verzorging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Verpleging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Waakvlam: alleen voor plaatsing op een wachtlijst beschermd wonen Gebruik gezamenlijke ruimte

Aan elke bouwsteen is een contractueel vastgelegd tarief gekoppeld. De invoering van het bouwstenenmodel en de stelselwijziging (cliënten die in de Wmo zijn gebleven ontvangen gemiddeld minder complexe zorg en hulp) hebben tot lagere gemiddelde kosten per cliënt geleid. In de ontwerpbegroting 2024 wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten per cliënt begin 2023. De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met een indexpercentage dat is samengesteld uit de Nza-index voor personele kosten. Voor 2023 is dit percentage 4,74%. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn

41

gebaseerd op de in 2022 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten. Begroting 2024 Begrotingsonderdeel

Onderdeel

Beschermd Wonen

Zorg in natura

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

6.448.469

8.956.900

6.997.300

5.441.300

79.141

1.496.500

100.000

109.700

pgb Overhead

370.300

436.100

424.300

470.600

Totaal Beschermd Wonen

6.897.910

10.889.500

7.521.600

6.021.600

Totaal Lasten

6.897.910

10.889.500

7.521.600

6.021.600

Inkomsten Beschermd Wonen

Eigen bijdragen

-254.021

-389.500

-240.000

-241.900

Bijdrage gemeenten

-6.643.889

-10.500.000

-7.281.600

-5.779.700

Totaal Beschermd Wonen

-6.897.910

-10.889.500

-7.521.600

-6.021.600

Totaal Baten

-6.897.910

-10.889.500

-7.521.600

-6.021.600

0

0

0

0

Totaal Beschermd Wonen

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Begrotingsonderdeel

Onderdeel

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Beschermd Wonen

Zorg in natura

5.441.300

5.699.200

5.969.400

6.252.300

6.548.700

pgb

109.700

114.900

120.300

126.000

132.000

Overhead

470.600

487.900

505.100

523.300

542.200

6.021.600

6.302.000

6.594.800

6.901.600

7.222.900

6.021.600

6.302.000

6.594.800

6.901.600

7.222.900

-241.900

-253.400

-265.400

-278.000

-291.200

Totaal Beschermd Wonen Totaal Lasten Inkomsten Beschermd Wonen

Eigen bijdragen Bijdrage gemeenten

-5.779.700

-6.048.600

-6.329.400

-6.623.600

-6.931.700

Totaal Beschermd Wonen

-6.021.600

-6.302.000

-6.594.800

-6.901.600

-7.222.900

Totaal Baten

-6.021.600

-6.302.000

-6.594.800

-6.901.600

-7.222.900

0

0

0

0

0

Totaal Beschermd Wonen

Risico’s • Het aantal cliënten Beschermd wonen stijgt meer dan voorzien; • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien 3.4

Programma Jeugdhulp

3.4.1

Jeugdhulpopdracht

Omschrijving De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet. Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht door één Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht is ingegaan per 1 januari 2023.

42

De opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen) en Veilig Thuis. Het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team maken wel deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht omvat zowel zorg in natura (ZIN) als pgb. Rogplus voert het contractmanagement uit voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten worden met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in het begrotingsprogramma Jeugdhulp. Uitgangspunten

Omvang De bekostiging van de Jeugdopdracht vindt plaats op basis van populatiebekostiging. Voor de uit de opdracht voortkomende zorgkosten heeft Rogplus in de begroting 2023 de opdrachtwaarde opgenomen, zoals deze bepaald is op basis van het werkelijke zorggebruik en het prijspeil in 2021. Hierbij is het effect van de toepassing van het woonplaatsbeginsel voor de Jeugdwet verwerkt en zijn de inzichten in de omvang van de uitgaven en de prijsontwikkeling voor de jeugdzorg in de MVS-gemeenten in 2021 meegenomen. De herziene opdrachtwaarde voor 2023 is hierbij vastgesteld op € 53.367.000. Volgens afspraak wordt de opdrachtwaarde in de tweede helft van 2023 herzien op basis van de realisatie 2022. Zodra deze bekend is, past Rogplus de begroting 2024 hierop aan. Naar het zich nu aan laat zien, betekent deze herijking een toename van de omvang van de opdrachtwaarde. Op de betaling aan het consortium worden de bestedingen aan Jeugdhulp via pgb in mindering worden gebracht. In de ontwerpbegroting 2024 neemt Rogplus daarom de budgetten voor Jeugdhulp via pgb apart op. De omvang van Jeugdhulp op basis van pgb is berekend als onderdeel van de herijking van de opdrachtwaarde en bedraagt in 2023 € 1.224.800. In de ontwerpbegroting is aangenomen dat het aantal pgb-cliënten in 2024 en verder gelijk blijft op de stand van 2023.

Er wordt daarom geen index toegepast op de aantallen pgb-cliënten. In 2024 is geen sprake meer van zorgcontinuïteit. Dit verklaart het relatief grote verschil tussen de omvang van het programma Jeugdhulp in de tweede begrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024. Het verschil tussen de opdrachtwaarde en het budget voor Jeugdhulp via pgb wordt begroot voor het door Mevis als zorg in natura uitgevoerde deel van de jeugdhulpopdracht.

43

Rogplus neemt in de ontwerpbegroting geen budgetten op voor jeugdhulp die in 2024 en verder door de GR Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) blijft worden ingekocht en taken die door de GRJR blijven worden uitgevoerd. Dit betreft jeugdhulp op basis van landelijke contracten (LTA), jeugdhulp door Gecertificeerde Instellingen (jeugdbescherming en jeugdreclassering), de subsidies aan JBRR en VTRR, de uitvoeringskosten van de GRJR en andere algemene posten in begroting GRJR. Rogplus blijft wel verantwoordelijk voor de backofficetaken voor de jeugdhulp die ook in 2023 en verder door de GRJR wordt ingekocht. Rogplus houdt in de formatie rekening met de uitvoering van deze backofficetaken. In het Regeerakkoord Rutte-4 staat onder meer dat mogelijk een eigen bijdrage voor de jeugdzorg wordt ingevoerd en dat de behandelduur aan banden wordt gelegd. Ook moet gespecialiseerde jeugdzorg (waaronder jeugd-GGZ) centraler worden ingekocht. Het nieuwe kabinet wil excessieve winstuitkering door zorgaanbieders tegengaan door nadere voorwaarden aan winstuitkering te stellen. Op het moment van opstellen van de ontwerpbegroting is nog onduidelijk op welke wijze en op welk moment het kabinet invulling wil geven aan deze plannen. Daarom is hierop nog niet geanticipeerd op mogelijke maatregelen voortkomend uit het regeerakkoord.

Prijs Het budget voor de zorgkosten wordt gedurende de uitvoering van de opdracht jaarlijks, voor het eerst in 2024, geïndexeerd conform de volgende verdeling en prijsindexcijfers: • 70% personele kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer personele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit7 • 20% materiële kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer materiele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit8 • 10% kapitaallasten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer kapitaallasten van de Nederlandse Zorgautoriteit9 De samengestelde index heeft een voorlopig karakter en wordt later definitief vastgesteld. Op basis van de actuele waarden is de toe te passen index 4,21%. In de ontwerpbegroting rekent Rogplus met dit percentage. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgb-budgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is.

7

https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-ishet-prijsindexcijfer-materiele-kosten 9 https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-indexcijfervoor-de-kapitaallasten-awbz-wlz 8

44

Begroting 2024 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Jeugdhulpopdracht

0

39.691.200

36.729.700

Zorgcontinuïteit

0

7.369.800

4.238.300

0

pgb

0

2.071.100

1.224.800

1.417.600

UItvoeringsorganisatie Jeugd

0

1.751.000

1.728.200

1.489.000

0

50.883.100

43.921.000

57.103.000

54.196.400

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

Jeugdhulpopdracht

54.196.400

56.478.100

58.855.800

61.333.700

64.191.900

0

0

0

0

0

1.417.600

1.477.400

1.539.800

1.604.600

1.681.400

Zorgcontinuïteit pgb UItvoeringsorganisatie Jeugd

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

1.489.000

1.593.900

1.649.600

1.707.700

1.767.900

57.103.000

59.549.400

62.045.200

64.646.000

67.641.200

Risico’s • De opdrachtwaarde voor de Jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten valt hoger uit als gevolg van de herijking of significante afwijkingen ten opzichte van de uitgangspunten in het contract; • De samengestelde index voor de opdracht aan Mevis valt hoger uit dan voorzien;

3.4.2

Jeugdhulp- en leerlingenvervoer

Omschrijving Jeugdhulpvervoer brengt kinderen en jongeren van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. Jeugdvervoer valt onder de Jeugdwet. Er is, in tegenstelling tot bij leerlingenvervoer, geen sprake van onderwijs. Vanaf 2023 is de uitvoering van jeugdhulpvervoer gedelegeerd aan Rogplus. Dit betekent onder dat Rogplus contracthouder voor jeugdhulpvervoer wordt en dat Rogplus de uitgaven voor jeugdhulpvervoer opneemt in de begroting. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Dit kan in de praktijk tot onoverzichtelijke en soms ongewenste situaties leiden. Omdat de uitkomst van deze oriëntatie nog onduidelijk is, wordt hier in de ontwerpbegroting nog niet op geanticipeerd. De uitvoeringskosten voor de backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer zijn vanaf 2023 opgenomen in het begrotingsprogramma Jeugdhulp. Voorheen was dat het programma

45

Overhead. In de ontwerpbegroting is verwerkt dat Rogplus met ingang van het schooljaar 2023 ook voor de gemeente Vlaardingen de backofficetaken voor leerlingen- en jeugdhulpvervoer uit gaat voeren. Uitgangspunten

Aantallen Op basis van de feitelijke kosten voor jeugdhulpvervoer in 2022 is berekend dat de omvang van het budget voor jeugdhulpvervoer in 2023 € 822.200 is. Rogplus houdt de ontwikkeling van deze kosten in de gaten. Dit bedrag is als uitgangspunt genomen voor de ontwerpbegroting 2024.

Prijs In het contract voor jeugdhulpvervoer is opgenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met de Nza. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief worden hiervoor dezelfde aannames gehanteerd, zoals beschreven bij het begrotingsonderdeel Vervoerskosten in het programma Wmo. Begroting 2024 Werkelijk Onderdeel

Begroot

2022

Primair 2023

Begroot

Begroot

2e wijziging 2023

2024

Jeugdhulpvervoer

0

0

822.200

896.500

Backoffice Jeugdhulpvervoer

0

113.400

37.900

51.200

Backoffice Leerlingenvervoer

0

37.800

113.400

119.800

0

151.200

973.500

1.067.500

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

2027 L

2028 L

Jeugdhulpvervoer

896.500

941.800

974.000

1.008.800

1.045.700

Backoffice Jeugdhulpvervoer

51.200

53.100

55.000

56.900

59.100

Backoffice Leerlingenvervoer

2025 L

2026 L

119.800

124.300

128.500

133.200

138.000

1.067.500

1.119.200

1.157.500

1.198.900

1.242.800

Risico’s • Het aantal en de duur van de reizen met jeugdhulpvervoer valt hoger uit dan voorzien; • De NEA-index valt hoger uit dan voorzien. 3.4.3

Inkomsten Jeugdhulp

Omschrijving Rogplus ondersteunt verschillende bedrijfsprocessen van Mevis. Ook maakt Mevis gebruik van het abonnement van Rogplus op de juridische database Schulinck. Met Mevis is afgesproken dat Mevis Rogplus voor deze diensten betaalt. De omvang van de bijdrage

46

van Mevis aan Rogplus is in 2023 vastgesteld op € 112.300. Dit bedrag is voor 2024 en verder geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage voor de ontwikkeling van personeelslasten van 3,9%. De Jeugdwet kent geen eigen bijdragen. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de bijdrage van Mevis moet daarom worden gedekt uit bijdragen van de gemeenten. Begroting 2024 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Bijdrage Mevis in UOJ

0

0

-112.300

-117.000

Bijdrage gemeenten

0

-51.034.300

-44.782.200

-58.053.500

0

-51.034.300

-44.894.500

-58.170.500

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

Bijdrage Mevis in UOJ

-117.000

Bijdrage gemeenten

3.5

2025 L

2026 L

-122.000

-127.200

2027 L -132.600

2028 L -139.000

-58.053.500

-60.546.600

-63.075.500

-65.712.300

-68.745.000

-58.170.500

-60.668.600

-63.202.700

-65.844.900

-68.884.000

Programma Overhead

Uitgangspunten

Personeel De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie worden in de ontwerpbegroting 2024 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. Ook is rekening gehouden met de doelen volgend uit het strategisch plan Rogplus 2022-2025. Ten opzichte van de begroting 2023 is de formatie uitgebreid in overeenstemming met het Organisatieplan uitgebreid met de nieuwe functies voor de UOJ. De voor 2024 begrote vaste formatie bedraagt 101,6 FTE en is als volgt verdeeld over de afdelingen van Rogplus: Begroting 2e wijziging 2023 Afdeling

Aantal

FTE

Begroting 2024 Aantal

FTE

Uitvoering

53

43,8

52

49,1

Bedrijfsvoering

43

37,0

46

40,3

Staf en directie

14

12,4

15

12,9

Totaal

110

93,2

113

101,6

47

In de ontwerpbegroting 2024 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2023 (inclusief vacatureruimte), inclusief de formatie in de UOJ voor de jeugdwettaken. Met name, maar niet alleen door de komst van de jeugdwettaken is het werk van Rogplus de laatste jaren intensiever, diverser en complexer geworden. Met deze ontwikkeling wordt rekening gehouden bij het bepalen van de formatie voor de ontwerpbegroting. In de ontwerpbegroting 2024 zijn de personeelslasten bepaald door eerst de personeelslasten over 2023 te berekenen, waarbij de actuele cao-afspraken toe worden gepast. Hierin is de salarisstijging van € 240 en 2% per fte per maand toegepast. In 2024 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage van 3,6%.

Algemene kosten Rogplus is gevestigd op de Westlandseweg 1. De huisvestingskosten worden in de ontwerpbegroting 2024 gebaseerd op het huurcontract. De huurkosten worden vanaf 2022 conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 9,9%. Vanwege de huidige piek in de inflatie en het vermoedelijk tijdelijke karakter daarvan wordt voor 2024 en verder gerekend met het indexpercentage voor 2022. Dit is 5,2%. In de ontwerpbegroting 2024 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten worden begroot op basis van het kostenniveau 2022, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage van 3,6%. De uitgaven voor het Programma Overhead worden gedekt door bijdragen van de gemeenten.

Directe en indirecte overhead De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten worden toegerekend aan begrotingsprogramma’s Wmo en Beschermd Wonen; de personeelskosten van de UOJ aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld. Met ingang van de begrotingswijziging 2022 geeft Rogplus de uitvoeringskosten voor Beschermd Wonen niet langer weer op basis van een (verouderd) vast bedrag, maar op basis van een berekening van de feitelijke kosten. Binnen het programma Wmo worden een deel van de lasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams en de personeelslasten ten behoeve van Fief toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Voor de overige begrotingsonderdelen binnen dit

48

programma zijn de budgetten voor directe overhead bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de werkelijk gemaakte kosten 2022. Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen Schoon Huis Meedoen in de Stad Totaal

2024% 9,9% 8,1% 3,5% 50,9% 27,7% 100,0%

De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld. De algemene kosten vallen onder het programma Overhead. Begroting 2024 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Begrotingsonderdeel

Onderdeel

Overhead

Overhead

4.010.575

4.158.300

4.359.300

4.814.300

Backoffice Jeugd

644.310

0

0

0

Backoffice LLV en JHV Totaal Overhead Totaal Lasten

122.000

0

0

0

4.776.885

4.158.300

4.359.300

4.814.300

4.776.885

4.158.300

4.359.300

4.814.300

-4.776.885

-4.158.300

-4.359.300

-4.814.300

Totaal Overhead

-4.776.885

-4.158.300

-4.359.300

-4.814.300

Totaal Baten

-4.776.885

-4.158.300

-4.359.300

-4.814.300

0

0

0

0

Inkomsten Overhead

Bijdrage gemeenten

Totaal Overhead

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Begrotingsonderdeel

Onderdeel

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Overhead

Overhead

4.814.300

4.901.900

5.145.000

5.319.800

5.501.200

Backoffice Jeugd

0

0

0

0

0

Backoffice LLV en JHV

0

0

0

0

0

4.814.300

4.901.900

5.145.000

5.319.800

5.501.200

Totaal Overhead Totaal Lasten

4.814.300

4.901.900

5.145.000

5.319.800

5.501.200

-4.814.300

-4.901.900

-5.145.000

-5.319.800

-5.501.200

Totaal Overhead

-4.814.300

-4.901.900

-5.145.000

-5.319.800

-5.501.200

Totaal Baten

-4.814.300

-4.901.900

-5.145.000

-5.319.800

-5.501.200

0

0

0

0

0

Inkomsten Overhead

Totaal Overhead

Bijdrage gemeenten

49

Overhead totaal Begroting 2024 Overhead

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten

8.062.166

8.198.500

8.484.200

9.489.300

Personeel derden

180.300

483.700

476.300

240.500

Externe advisering

0

147.000

219.000

199.700

Algemene kosten

1.249.300

1.365.500

1.284.500

1.410.500

Kapitaallasten Totaal

Overhead

85.100

110.000

110.000

114.000

9.576.866

10.304.700

10.574.000

11.454.000

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Programma Wmo Taxi- en vervoerskosten

339.599

324.200

344.900

387.700

Scootmobielen en rolvoorzieningen

260.922

258.400

273.500

323.200

Woonvoorzieningen

141.735

147.500

156.300

136.700

Schoon Huis

1.688.721

1.755.800

1.753.000

2.062.800

Meedoen in de Stad

1.014.014

910.900

964.700

1.111.500

0

411.300

418.800

487.200

3.444.992

3.808.100

3.911.200

4.509.100

Beschermd Wonen

370.300

436.100

424.300

470.600

Totaal Beschermd Wonen

370.300

436.100

424.300

470.600

1.751.000

1.751.000

1.727.900

1.489.000

0

151.200

151.300

171.000

1.751.000

1.902.200

1.879.200

1.660.000

Contractmanagement Jeugd

0

0

0

0

Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer

0

0

0

0

Overhead

4.010.575

4.158.300

4.359.300

4.814.300

Totaal Overhead

4.010.575

4.158.300

4.359.300

4.814.300

Totaal

9.576.866

10.304.700

10.574.000

11.454.000

Preventie Totaal Wmo Programma Beschermd Wonen

Programma Jeugdhulp Backoffice Jeugd Uitvoeringsorganisatie Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Totaal Jeugdhulp Programma Overhead

50

Overhead totaal Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Overhead

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten

9.489.300

9.760.900

10.185.100

10.552.100

10.931.900

Personeel derden

240.500

249.200

258.100

267.400

277.100

Externe advisering

199.700

206.900

214.300

222.000

230.000

Algemene kosten

1.410.500

1.449.000

1.489.300

1.531.400

1.575.400

Kapitaallasten Totaal

114.000

118.100

122.300

126.700

131.300

11.454.000

11.784.100

12.269.100

12.699.600

13.145.700

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Begroot Overhead

2024

Programma Wmo Taxi- en vervoerskosten

387.700

401.900

416.100

431.200

446.700

Scootmobielen en rolvoorzieningen

323.200

335.100

347.000

359.400

372.400

Woonvoorzieningen

136.700

141.700

146.700

152.000

157.400

Schoon Huis

2.062.800

2.138.400

2.214.000

2.293.700

2.376.300

Meedoen in de Stad

1.111.500

1.152.400

1.193.000

1.236.100

1.280.500

Preventie

487.200

505.100

522.900

541.800

561.300

Totaal Wmo

4.509.100

4.674.600

4.839.700

5.014.200

5.194.600

Beschermd Wonen

470.600

487.900

505.100

523.300

542.200

Totaal Beschermd Wonen

470.600

487.900

505.100

523.300

542.200

1.489.000

1.542.300

1.595.800

1.652.200

1.710.600

Programma Beschermd Wonen

Programma Jeugdhulp Backoffice Jeugd Uitvoeringsorganisatie Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer

171.000

177.400

183.500

190.100

197.100

Totaal Jeugdhulp

1.660.000

1.719.700

1.779.300

1.842.300

1.907.700

Contractmanagement Jeugd

0

0

0

0

0

Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer

0

0

0

0

0

Overhead

4.814.300

4.901.900

5.145.000

5.319.800

5.501.200

Totaal Overhead

4.814.300

4.901.900

5.145.000

5.319.800

5.501.200

Totaal

11.454.000

11.784.100

12.269.100

12.699.600

13.145.700

Programma Overhead

51

3.6

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Rogplus kent geen algemene dekkingsmiddelen: • Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is. Rogplus heft geen lokale heffingen; • Algemene Uitkeringen. Er zijn door Rogplus geen rechtstreekse baten ontvangen uit het Gemeentefonds; • Dividend. Rogplus bezit geen aandelen en heeft daarom geen baten in de vorm van dividend ontvangen; • Saldo van de financieringsfunctie. Er is in 2022 geen beroep gedaan op de kapitaalmarkt. In 2023 en 2024 is dit ook niet voorzien; • Saldo compensabele btw en de uitkering uit het btw-compensatiefonds. Rogplus heeft periodiek een opgave verstrekt aan de drie deelnemende gemeenten van de omzetbelasting die zij aan derden heeft betaald. De gemeenten kunnen, in de visie van het Ministerie, alleen de omzetbelasting op de apparaatskosten verhalen op het btw-compensatiefonds (BCF). Voor zover van toepassing zijn alle vermelde bedragen in de jaarrekening inclusief btw met uitzondering van de apparaatskosten. De btw op de apparaatskosten wordt specifiek aan de MVS-gemeenten doorberekend; • Overige algemene dekkingsmiddelen. Rogplus heeft geen overige dekkingsmiddelen. 3.7

Investerings- en financieringsstaat

Vaste activa Materiële vaste activa Totaal

Boekwaarde 31-12-2023

Mutaties +

Mutaties -/-

319.835 319.835

112.640 112.640

-

Onderhanden werk inz. Grondexploitaties: Eigen vermogen: Opgenomen langlopende geldleningen: Voorzieningen: 3.8

Afschrijving Boekwaarde 2024 31-12-2024 112.640 112.640

319.835 319.835

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen

Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen.

52

3.9

Geprognosticeerde balans

Activa Vaste activa Materiële vaste activa Overige materiële vaste activa Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Liquide middelen Kas en banksaldi Overlopende activa Overige overlopende activa Totaal activa Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Vreemd vermogen Voorzieningen Vlottende passiva Vlottende schulden Overige vlottende schulden Overlopende passiva Vooruit ontvangen van overige overheden Overige overlopende passiva Totaal passiva

Werkelijk Ultimo 2022

Prognose Ultimo 2023

Prognose Ultimo 2024

Prognose Ultimo 2025

Prognose Ultimo 2026

Prognose Ultimo 2027

Prognose Ultimo 2028

319.835 319.835

319.835 319.835

319.835 319.835

319.835 319.835

319.835 319.835

319.835 319.835

319.835 319.835

264.406

264.406

264.406

264.406

264.406

264.406

264.406

10.078.491

10.078.491

10.078.491

10.078.491

10.078.491

10.078.491

10.078.491

282.163

282.163

282.163

282.163

282.163

282.163

282.163

1.676.599

401.831

401.831

401.831

401.831

401.831

401.831

471.585 12.773.245 13.093.079

471.585 11.498.477 11.818.311

471.585 11.498.477 11.818.311

471.585 11.498.477 11.818.311

471.585 11.498.477 11.818.311

471.585 11.498.477 11.818.311

471.585 11.498.477 11.818.311

0

0

0

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

665.368

665.368

665.368

665.368

665.368

665.368

665.368

7.541.498 4.886.213 13.093.079 13.093.079

6.266.730 4.886.213 11.818.311 11.818.311

6.266.730 4.886.213 11.818.311 11.818.311

6.266.730 4.886.213 11.818.311 11.818.311

6.266.730 4.886.213 11.818.311 11.818.311

6.266.730 4.886.213 11.818.311 11.818.311

6.266.730 4.886.213 11.818.311 11.818.311

53

4. Paragrafen 4.1

Weerstandsvermogen

Omschrijving Het weerstandsvermogen en risicobeheersing van Rogplus bestaat uit de relatie tussen: • de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover Rogplus beschikt om niet begrote kosten te dekken; • alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Omdat Rogplus niet beschikt over reserves of andere vormen van eigen vermogen, is de weerstandscapaciteit nihil. Overschrijding van werkelijke kosten ten opzichte van begroting zal leiden tot een tekort. Dit tekort wordt aangevuld door de gemeenten. Zij zijn de feitelijke risicodrager. Wanneer blijkt dat de totale kosten een overschrijding laten zien, wordt eerst bekeken of via besparingen de kostenoverschrijding beperkt kan worden. Wanneer de overschrijding ten opzichte van de begroting substantieel is, wordt in overleg met de gemeenten een begrotingswijziging in procedure gebracht. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus worden de werkelijke kosten na afloop van het boekjaar in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Inventarisatie van de risico’s Per programma en per begrotingsonderdeel zijn mogelijke risico’s geïnventariseerd.

Hierbij is onderscheid gemaakt tussen risico’s op een onvoorziene toename in de aantallen verstrekte voorzieningen en risico’s op een onvoorziene stijging van de prijs van de voorzieningen. •

•

Aantallen: Wanneer er een kans is van minimaal 10% en maximaal 50% dat de actuele begroting significant wordt overschreden als gevolg van een onvoorziene toename van de aantallen voorzieningen is het risico opgenomen in de risicotabel. Als definitie van significant is 20% van het begrote bedrag gehanteerd bij posten van minder dan € 1 miljoen, 10% van de begroting bij posten tussen € 1 miljoen en € 10 miljoen en 5% boven € 10 miljoen. Hierbij is een minimumbedrag van € 50.000 gehanteerd. De ‘kans’ is het percentage dat de mogelijkheid weergeeft dat in het actuele begrotingsjaar het risico zich voordoet. Het risicobedrag is bepaald door het bedrag met de kans te vermenigvuldigen. Prijs: De risicosom van een onvoorziene toename van de prijs wordt bepaald door de als risico aangemerkte toename van de prijs in procentpunten te vermenigvuldigen met de som van het begrote budget waarop het indexpercentage van toepassing is. Voor de jeugdhulpopdracht geldt dat de totale omvang van de jeugdhulpopdracht nog kan wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten in de aantallen cliënten, mede als gevolg van de toepassing van het nieuwe woonplaatsbeginsel.

54

De totale risicosom bedraagt op basis van de actuele begroting € 2.516.000. De risico’s worden gecumuleerd per programma per soort gepresenteerd. Omdat van de actuele begroting uit wordt gegaan, is ook een risicosom voor het programma Jeugdhulp opgenomen. Programma

Soort

Wmo

Meer voorzieningen verstrekt dan voorzien en/of meer cliënten

682.000

Hogere prijsstijging dan voorzien

825.000

Meer cliënten Beschermd Wonen dan voorzien

56.000

Hogere prijsstijging dan voorzien

112.000

Hogere opdrachtwaarde en/of meer jeugdhulpvervoer

283.000

Beschermd Wonen Jeugdhulp

Hogere prijsstijging dan voorzien

Risicosom

558.000 2.516.000

Beheersmaatregelen Rogplus houdt de ontwikkeling van de aantallen cliënten en de kosten van de Wmo nauwlettend in de gaten. Aan de hand van dashboards en managementrapportages wordt gedurende het gehele jaar gemonitord of de baten en lasten in de pas blijven lopen met de begroting. Rogplus voert actief contractmanagement met alle grote en middelgrote zorgaanbieders in de regio. Tijdens deze gesprekken wordt de ontwikkeling van de zorgvraag besproken. Ook werkt Rogplus samen met de gemeenten voor het versterken van de positie van voorliggende voorzieningen en het welzijnswerk en wijzen de Wmoconsulenten van Rogplus de cliënten actief op alternatieven voor Wmo-voorzieningen als die voor handen zijn. 4.2

Onderhoud kapitaalgoederen

Rogplus heeft geen gebouwen of andere kapitaalgoederen in eigendom of exploitatie die moeten worden onderhouden. Rogplus huurt het kantoor aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. 4.3

Financiering

De treasuryfunctie wordt als volgt gedefinieerd: “het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”. Gezien de manier waarop Rogplus gefinancierd wordt zal er in 2023 geen beroep gedaan worden op de kapitaalmarkt om geldleningen aan te trekken. De in- en uitgaande kasstromen die voortvloeien uit de normale exploitatie zijn redelijk goed te beheersen. De maandelijks voortschrijdende liquiditeitsprognose is het voornaamste instrument om het liquiditeitsrisico te beperken. Omdat Rogplus een Gemeenschappelijke Regeling in de vorm van een Openbaar Lichaam is, doet Rogplus aan schatkistbankieren. De verplichting tot schatkistbankieren is in de wet Fido opgenomen.

55

2024-Q1

2024-Q2

2024-Q3

2024-Q4

8,50% 10.648.001

8,50% 10.648.001

8,50% 10.648.001

8,50% 10.648.001

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

3) Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar

0 400.000 1.500.000

0 400.000 1.500.000

0 400.000 1.500.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12903815/1