CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2024 en Meerjarenperspectief 2025-2028

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze op de ontwerpbegroting 2024 Rogplus en kennisnemen van het meerjarenperspectief Rogplus 2025-2028 en de voorlopige jaarstukken 2022 Rogplus33.220 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerpbegroting 2024 en Meerjarenperspectief 2025-2028 Versie 1.0

Maassluis, 2 juni 2022

Status: Ter goedkeuring

Opgesteld door:

Vertrouwelijkheid: Openbaar

Frank Rost, Manager Bedrijfsvoering

Voorwoord Voor u ligt de begroting 2024 van de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam Rogplus (Rogplus). Deze begroting is gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De belangrijkste uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2024 staan aangegeven in de inleiding en verderop in deze begroting financieel vertaald. De begroting 2024 is in vergelijking met de gewijzigde begroting 2023 aangepast omdat in 2024 geen sprake meer is van zorgcontinuïteit. In 2024 vindt de betaling van het volledige bedrag van de Jeugdopdracht aan Mevis plaats via Rogplus. Tot deze Jeugdopdracht behoren niet: het Landelijk Transitie Arrangement (LTA), de Gecertificeerde Instellingen en Veilig Thuis. De betalingen van deze vormen van Jeugdhulp blijven via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond lopen. In het contract voor de Jeugdhulp dat is ingegaan per 1 januari 2023 is vanwege de systematiek van populatie-bekostiging voor 2024 een vast bedrag afgesproken. Rogplus zal voor zowel de Wmo als de Jeugdhulp werken aan een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de door de drie gemeenten toevertrouwde taken.

Het stimuleren van preventie door middel van initiatieven als Fief en Powerful Ageing, het betrekken van wijknetwerken en het voorliggend veld bij de uitvoering van Jeugdhulp en ZorgSamen MVS, het geven van duidelijke informatie en het actief samenwerken met en binnen de drie MVS-gemeenten op het gebied van langer zelfstandig wonen maken hier nadrukkelijk deel van uit. Anton van Genabeek Directeur Rogplus

2

Inhoud Voorwoord...............................................................................................................2 1.

Inleiding ......................................................................................................... 5

2.

Begrotingskaders ........................................................................................ 6

2.1

Missie en visie............................................................................................................. 6

2.2

Kernwaarden .............................................................................................................. 6

2.3

Doelstellingen............................................................................................................. 7

2.4

Algemene kaders ...................................................................................................... 8

2.5

Verdeling lasten en baten per gemeente .......................................................... 9

2.5.1

Uitgangspunten ................................................................................................. 9

2.5.2

Verdeelsleutels..................................................................................................10

2.6

3.

Externe ontwikkelingen ........................................................................................... 11

Programmaplan ......................................................................................... 13

3.1

Totalen......................................................................................................................... 13

3.1.1

Baten en lasten per programma ................................................................. 13

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel ............................................... 14

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV) ............................................................16

3.1.4

Bijdrage gemeenten ........................................................................................18

3.2

Programma Wmo .................................................................................................... 19

3.2.1

Vervoerskosten ................................................................................................. 19

3.2.2

Scootmobielen en rolvoorzieningen ........................................................... 21

3.2.3

Woonvoorzieningen ........................................................................................ 23

3.2.4 Schoon Huis....................................................................................................... 26 3.2.5

Meedoen in de Stad ........................................................................................ 30

3.2.6

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen ............................................ 32

3.2.7

Regeling tegemoetkoming meerkosten...................................................34

3.2.8

Projecten en innovatie ................................................................................... 35

3.2.9

Preventie ............................................................................................................ 36

3.2.10 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo .................................................................. 37

3

3.3

Programma Beschermd Wonen ......................................................................... 39

3.4 Programma Jeugdhulp ......................................................................................... 42 3.4.1

Jeugdhulpopdracht........................................................................................ 42

3.4.2 Jeugdhulp- en leerlingenvervoer.............................................................. 45 3.4.3 Inkomsten Jeugdhulp ................................................................................... 46 3.5 Programma Overhead........................................................................................... 47 3.6 Overzicht algemene dekkingsmiddelen .......................................................... 52 3.7

Investerings- en financieringsstaat .................................................................. 52

3.8

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen .................................... 52

3.9

Geprognosticeerde balans .................................................................................. 53

4.

Paragrafen .................................................................................................. 54

4.1

Weerstandsvermogen .......................................................................................... 54

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................55

4.3 Financiering ..............................................................................................................55

5.

Bijlagen......................................................................................................... 57

5.1

Begroting 2024 – Totaal ........................................................................................ 57

5.2

Meerjarenperspectief 2025-2028 Totaal - Lopende prijzen .......................59

5.3 Meerjarenperspectief 2025-2028 Totaal - Constante prijzen ....................61 5.4 Begroting 2024 – Maassluis ................................................................................. 63 5.5 Meerjarenperspectief 2025-2028 Maassluis - Lopende prijzen ................65 5.6 Meerjarenperspectief 2025-2028 Maassluis - Constante prijzen ............ 67 5.7

Begroting 2024 – Vlaardingen ............................................................................69

5.8 Meerjarenperspectief 2025-2028 Vlaardingen - Lopende prijzen ............ 71 5.9 Meerjarenperspectief 2025-2028 Vlaardingen - Constante prijzen ........ 73 5.10 Begroting 2024 – Schiedam ................................................................................. 75 5.11 Meerjarenperspectief 2025-2028 Schiedam - Lopende prijzen ................ 77 5.12 Meerjarenperspectief 2025-2028 Schiedam - Constante prijzen ............ 79

4

1. Inleiding In deze ontwerpbegroting presenteert Rogplus per programma en per begrotingsonderdeel de begrote lasten en baten voor 2024 en het meerjarenperspectief voor de periode van 2025 tot en met 2028. Om tot deze ontwerpbegroting te komen heeft Rogplus een analyse gemaakt van de te verwachten ontwikkelingen van enerzijds de kosten en baten en anderzijds de aantallen cliënten per soort Wmo-voorziening. Als startpunt is daarbij de 'Kadernota Ontwerpbegroting 2024 Rogplus’ gehanteerd. Deze kadernota is in april 2023 vastgesteld en aan de gemeenten verzonden. De ontwerpbegroting gaat verder uit van de geldende Verordening, van continuering van het bestaande beleid en van de actuele contracten. Rogplus baseert de ontwerpbegroting zoveel mogelijk op actuele inzichten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten en beschikkingen en op beschikbare rapportages over demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van het beroep op Wmovoorzieningen in de MVS-gemeenten. De prijsontwikkeling is waar mogelijk gebaseerd op door onafhankelijke instanties afgegeven indicatoren. Ook is in de ontwerpbegroting de actuele stand van zaken voor het effect van de opgelopen inflatie op de Wmo verwerkt. Rogplus probeert zo de best mogelijke inschatting te maken om te komen tot een zo realistisch mogelijke begroting.

Met ingang van 2023 verzorgt Rogplus het contract- en informatiemanagement voor de jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten aan Mevis. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten zijn met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. De ontwerpbegroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025-2028 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen. In de ontwerpbegroting 2024 zijn daarom geen onttrekkingen of dotaties aan reserves en voorzieningen opgenomen.

5

2. Begrotingskaders 2.1

Missie en visie

Rogplus zet zich in voor een betekenisvol leven voor de inwoners van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. We stimuleren de veerkracht van inwoners met een hulpvraag en de saamhorigheid in de samenleving. We houden het sociaal domein vitaal, beschikbaar en betaalbaar. Rogplus is de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en samenwerkingspartners. We gaan open en transparant het gesprek aan met inwoners met een hulpvraag en denken in mogelijkheden en oplossingen. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. We gaan langdurige samenwerkingsrelaties aan met betrouwbare partners en geven de professional op de werkvloer de ruimte te doen wat nodig is. Onze kennis, ervaring en informatie delen we met gemeenten en samenwerkingspartners. Daarmee helpen we niet alleen onze cliënten, maar ook de ontwikkeling van het sociaal domein vooruit. 2.2

Kernwaarden

Rogplus gebruikt de volgende kernwaarden: •

•

•

•

•

De inwoner centraal. Door onze inzet voelen inwoners zich gehoord en geholpen. Inwoners weten waar zij terecht kunnen met hun vragen. Zij krijgen direct een goed en passend advies om zelfstandig te blijven of weer te worden. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. Om inwoners vlot te woord te staan, zijn we snel en goed bereikbaar. Waardecreërend. Wij zijn de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en onze partners. Wij zijn van mening dat we problemen alleen samen oplossen en hebben daarom oog voor ieders belang. Vanuit dit meervoudig perspectief gaan we op zoek naar de win-win-win situatie. Deskundig. Datgene wat we doen, doen we goed! Onze medewerkers zijn geselecteerd op hun talenten en kwaliteiten en krijgen de ruimte om die in te zetten in hun werk. Ze beschikken over de juiste vaardigheden, hebben ruime kennis en ervaring met de achtergrond van onze doelgroepen en vakkennis op het gebied van de Wmo, Jeugdhulp en andere wet- en regelgeving binnen het sociaal domein. We durven vernieuwend te zijn, hebben lef en nemen overwogen en verantwoorde risico’s wanneer de situatie daarom vraagt. Ontwikkelingsgericht. We zijn nieuwsgierig en blijven leren. We stellen onszelf open voor nieuwe dingen en delen onze kennis en ervaring met elkaar. Daarbij hebben we de moed om kritisch te kijken naar onszelf en de ander en hoe we met elkaar omgaan.

Landelijke en regionale ontwikkelingen volgen we met aandacht. Met training, scholing en coaching verbeteren we onze vaardigheden en breiden we onze vakkennis uit. Samenwerkend. Samen staan we sterker. We maken daarom verbinding met anderen, stemmen daarop af en durven vragen te stellen. We zijn nieuwsgierig naar de mening en werkwijze van anderen. We delen onze kennis niet alleen met elkaar, maar ook met onze samenwerkingspartners in wonen, zorg en welzijn, werk en inkomen en de gemeenten.

6

2.3

Doelstellingen

Uit de Wmo 2015, de gemeenschappelijke regeling Rogplus, de verordening maatschappelijke ondersteuning MVS 2023 en de beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2023 volgt dat Rogplus de volgende doelstellingen heeft: •

•

•

Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; Het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; Het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoners in staat stellen een huishouden te voeren, zich in en om de woning te verplaatsen, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan.

Naast bovengenoemde doelstellingen heeft Rogplus ook de volgende algemene kaders geformuleerd: •

• •

•

Er wordt gestreefd om maatwerkoplossingen te bieden, waarbij eigen oplossingen, oplossingen via het eigen netwerk en oplossingen via algemene voorzieningen voorrang hebben; Er wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke organisatie, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden; Er wordt gestreefd om de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers zoveel mogelijk te beperken. In dit kader worden werkprocessen regelmatig geëvalueerd en aangepast; Er wordt gestreefd naar een beperking van de doorlooptijd van aanmelding tot en met beschikking. Er geldt een wettelijke termijn van zes weken voor het afhandelen van een aanmelding.

Op 11 november 2020 hebben de MVS-gemeenten besloten om gezamenlijk het MVS Jeugdmodel te realiseren. Met dit model beogen gemeenten een verdere transformatie van de jeugdhulp in de regio. Ook willen de gemeenten meer grip en sturing op de kosten van de jeugdhulp. Als onderdeel van het model hebben de gemeenten een aanbesteding gedaan voor het grootste deel van de aan de gemeenten toegewezen jeugdhulptaken. Deze taken zijn na een aanbesteding toegekend aan Mevis. Rogplus verzorgt sinds 2023 het contract- en informatiemanagement voor de jeugdhulpopdracht. Rogplus is opdrachtgever van Mevis. Uit de aanbestedingsleidraad voor deze opdracht volgen de volgende doelstellingen, waaraan Rogplus in haar rol aan bijdraagt: •

De Cliënt en/of diens opvoeders krijgen tijdig de passende hulp en ondersteuning die zij nodig hebben en dit leidt tot een duurzaam resultaat, passend bij de specifieke situatie van iedere jeugdige.

7

•

De gewenste beweging in de transformatie van de jeugdhulp wordt gerealiseerd; de transformatiedoelen van de Jeugdwet worden gerealiseerd. De transformatiedoelstellingen zijn: 1. Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. 2. De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren. 3. Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor (kosten)effectiviteit van de geboden hulp. 4. Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één aanspreekpunt. 5. Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk. 2.4

Algemene kaders

De ontwerpbegroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025-2028 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV). In de ontwerpbegroting is daarom rekening gehouden met de in 2023 geïntroduceerde verfijning van de Iv3-taakvelden voor het sociaal domein. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, bijdragen van cliënten voor vervoer met de Regiotaxi, bijdragen van cliënten aan de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis, een bijdrage van Mevis voor werkzaamheden die Rogplus ten behoeve van Mevis verricht en bijdragen van de drie MVS-gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. In dit begrotingsdocument zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve. Deze worden voorafgegaan door het teken ‘-‘. De begroting is opgesteld in lopende prijzen. Dit wil zeggen dat meerjarig rekening is gehouden met de ontwikkeling van prijzen. In de bijlagen is ook de begroting opgenomen in constante prijzen. Wanneer in een tabel achter een jaartal de letter L staat duidt dit op lopende prijzen. De letter C duidt op constante prijzen. Rogplus heeft geen reserves of voorzieningen.

In de begroting is dan ook geen rekening gehouden met onttrekkingen en dotaties aan reserves en voorzieningen. In dit document wordt de ontwerpbegroting 2024 vergeleken met de werkelijke lasten en baten in 2022, zoals opgenomen in de voorlopige jaarcijfers, en met primaire begroting 2023 en met de tweede gewijzigde begroting 2023. De ontwerpbegroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025-2028 zijn op 30 mei 2023 besproken in het voorbereidend overleg van Rogplus met de accounthouders en financieel adviseurs van de drie gemeenten. Op 8 juni zijn de ontwerpbegroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025-2028, na behandeling in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van Rogplus, vastgesteld en voor zienswijze vrijgegeven.

8

Op basis van de ontwerpbegroting stelt Rogplus de (definitieve) begroting 2024 en meerjarenperspectief 2025-2028 op. Hierin wordt input uit de ontvangen zienswijzen verwerkt. Rogplus is voornemens de begroting 2024 en het meerjarenperspectief 20242028 vast te stellen in de bestuursvergadering van 14 september 2023 en vervolgens aan te bieden aan de gemeenten. Rogplus gaat in deze planning uit van de termijnen, zoals opgenomen in de (nieuwe) Wet gemeenschappelijke regelingen die is ingegaan op 1 juli 2022. Sinds de invoering van deze wet geldt een zienswijzetermijn van twaalf weken. Dit was acht weken. Ook mogen gemeenschappelijke regelingen de begroting tot 15 september aanbieden aan Gedeputeerde Staten. Voorheen was dit 15 juli. Het voordeel van latere aanlevering is dat de begroting korter op het begrotingsjaar vast wordt gesteld en daardoor actuelere informatie en inzichten kan bevatten. 2.5

Verdeling lasten en baten per gemeente

2.5.1

Uitgangspunten

De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven, wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. Bij de toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: • Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt toegerekend. Voor Regiotaxi zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal verreden ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. • Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd, maar verantwoord bij de centrumgemeente Vlaardingen. Vanaf 2024 wordt de centrumregeling geleidelijk afgebouwd. • Jeugdhulp. De kosten worden volgens een door de gemeenten onderling bepaalde verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. • Overhead. Conform de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel.

9

2.5.2

Verdeelsleutels

Wmo De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering van de Wmo over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: • Het aantal pashouders voor de Regiotaxi; • Het aantal unieke cliënten; • Het aantal beschikkingen; Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de ontwerpbegroting 2024 is dit 2022. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor de Regiotaxi en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal beschikkingen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten. De verdeling van de kosten is in deze begroting van de volgende verdeelsleutel: • Maassluis 20,0% (18,5% in begroting 2023) • Vlaardingen 40,0% (43,0% in begroting 2023) • Schiedam 40,0% (38,5% in begroting 2023) Begrotingsonderdeel Pashouders Regiotaxi Unieke cliënten Beschikkingen

Totaal

Maassluis Vlaardingen Schiedam 9.103 1.713 3.966 3.424 15.359 2.851 6.489 6.019 11.271 2.398 4.185 4.688

Begrotingsonderdeel Pashouders Regiotaxi Unieke cliënten Beschikkingen Gewogen gemiddelde Verdeelsleutel

Totaal

Maassluis Vlaardingen Schiedam 100,0% 18,8% 43,6% 37,6% 100,0% 18,6% 42,2% 39,2% 100,0% 21,3% 37,1% 41,6% 100,0% 20,0% 40,0% 40,0% 100,0% 20,0% 40,0% 40,0%

Het percentage voor Vlaardingen is ten opzichte van de begroting 2022 gedaald, terwijl het in Maassluis en Schiedam is toegenomen. Dit is het gevolg van de keuze van de gemeente Vlaardingen om in 2022 te stoppen met de regeling tegemoetkoming meerkosten. Hierdoor heeft Rogplus in 2022 fors minder beschikkingen verstrekt aan inwoners voor Vlaardingen. In 2023 heeft Vlaardingen de regeling tegemoetkoming meerkosten opnieuw geïntroduceerd. Daarom wordt de volgens de kaders berekende verdeelsleutel alleen in het eerstkomende begrotingsjaar toegepast.

10

Vervoerskosten Binnen het begrotingsonderdeel Vervoerskosten worden de budgetten voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer verdeeld op basis van de aantallen gemaakte ritten over heel 2022. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: • Maassluis: 15,8% • Vlaardingen: 45,3% • Schiedam: 38,9% Jeugdhulp Voor de zorgkosten voor de Jeugdhulp en de kosten van de Uitvoeringsorganisatie voor de Jeugdhulp (UOJ) geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken met de drie gemeenten. Deze verdeling is: • Maassluis: 15,62% • Vlaardingen: 42,34% • Schiedam: 42,04% Leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer Rogplus verzorgt voor de MVS-gemeenten de backofficetaken voor leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer. Rogplus doet dit al langere tijd voor Maassluis en Schiedam en sinds 2023 ook voor Vlaardingen. De verdeelsleutel voor leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op het aantal kinderen dat op 1 juni 2023 gebruik maakt van leerlingenvervoer en/of jeugdhulpvervoer. Voor de kosten van de backofficetaken die Rogplus uitvoert voor leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer geldt de volgende verdeelsleutel: • Maassluis: 21,97% • Vlaardingen: 38,76% • Schiedam: 39,27% 2.6

Externe ontwikkelingen

Daags voor het opstellen van de Ontwerpbegroting heeft het kabinet via de Voorjaarsnota bekend gemaakt dat met ingang van 2025 het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen verdwijnt en dat de eigen bijdragen (weer) inkomensafhankelijk worden1. Omdat nog niet bekend is hoe deze inkomensafhankelijkheid er in de praktijk uit komt te zien, is voor de jaarschijven 2025 en verder vooralsnog geen rekening gehouden met de invloed van het afschaffen van het abonnementstarief op de inkomsten uit eigen bijdragen en op het beroep op de Wmo-voorzieningen waar nu nog het abonnementstarief voor geldt. Zodra hier meer over bekend is en de inzichten in het effect van deze wijziging op de uitgaven en inkomsten voldoende concreet zijn, kan Rogplus de begroting hierop aanpassen. Naast de terugkeer van de inkomensafhankelijke eigen bijdragen spelen er momenteel verschillende externe ontwikkelingen die op termijn invloed kunnen hebben op het beroep

1

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-a46db680cc67398e673053092b9b68b317128abc/pdf

11

op en het aanbod van de Wmo en de Jeugdwet in de MVS-gemeenten en daarmee op de begroting van Rogplus, maar waarvan nu onvoldoende duidelijk is hoe ze vorm gegeven worden en wat de financiële impact. Voorbeelden hiervan zijn de hervormingsagenda jeugd en de nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten die het Rijk vanaf 2026 wil introduceren. Rogplus houdt deze externe ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Wanneer de besluitvorming voldoende concreet is en vertaald kan worden naar de begroting én de financiële gevolgen voor Rogplus significant zijn, zal Rogplus in samenspraak met de gemeenten een begrotingswijziging voorbereiden.

12

3. Programmaplan 3.1

Totalen

3.1.1

Baten en lasten per programma

Begroting 2024 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Baten/Lasten

Programma

2022

Lasten

Wmo

49.072.804

54.668.900

56.030.600

56.264.200

Beschermd Wonen

6.897.910

10.889.500

7.521.600

6.021.600

Jeugdhulp

0

51.034.300

44.894.500

58.170.500

Overhead

4.776.885

4.158.300

4.359.300

4.814.300

Totaal Lasten Baten

60.747.599

120.751.000

112.806.000

125.270.600

Wmo

-49.072.804

-54.668.900

-56.030.600

-56.264.200

Beschermd Wonen

-6.897.910

-10.889.500

-7.521.600

-6.021.600

0

-51.034.300

-44.894.500

-58.170.500

Jeugdhulp Overhead Totaal Baten

-4.776.885

-4.158.300

-4.359.300

-4.814.300

-60.747.599

-120.751.000

-112.806.000

-125.270.600

0

0

0

0

Eindtotaal

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Baten/Lasten

Programma

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Lasten

Wmo

56.264.200

58.389.400

60.670.800

62.977.700

65.318.200

Beschermd Wonen

6.021.600

6.302.000

6.594.800

6.901.600

7.222.900

Jeugdhulp

58.170.500

60.668.600

63.202.700

65.844.900

68.884.000

Overhead

4.814.300

4.901.900

5.145.000

5.319.800

5.501.200

125.270.600

130.261.900

135.613.300

141.044.000

146.926.300

Wmo

-56.264.200

-58.389.400

-60.670.800

-62.977.700

-65.318.200

Beschermd Wonen

-6.021.600

-6.302.000

-6.594.800

-6.901.600

-7.222.900

Jeugdhulp

-58.170.500

-60.668.600

-63.202.700

-65.844.900

-68.884.000

Overhead

-4.814.300

-4.901.900

-5.145.000

-5.319.800

-5.501.200

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Eindtotaal

-125.270.600 -130.261.900 -135.613.300 -141.044.000 -146.926.300 0

0

0

0

0

13

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel

Begroting 2024 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Programma

Baten/Lasten

Begrotingsonderdeel

Wmo

Lasten

Taxi- en vervoerskosten

4.067.468

4.780.500

5.065.400

5.019.100

Scootmobielen en rolvoorzieningen

3.831.997

3.904.200

4.198.000

4.188.600

Woonvoorzieningen

2.142.732

2.538.400

2.557.200

2.004.900

Schoon Huis

21.785.081

25.565.100

25.740.500

26.233.100

Meedoen in de Stad

14.174.513

14.261.700

14.495.000

14.689.800

Geclusterd wonen

2.314.594

2.175.800

2.271.300

2.375.800

Tegemoetkoming meerkosten

290.900

363.000

623.000

565.000

Projecten en innovatie

465.519

668.900

668.900

700.600

0

411.300

411.300

487.300

Preventie Totaal Lasten Baten

Inkomsten Wmo

Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd

Lasten

Wonen

Totaal Lasten Baten

Beschermd Wonen Inkomsten Beschermd Wonen

49.072.804

54.668.900

56.030.600

56.264.200

-49.072.804

-54.668.900

-56.030.600

-56.264.200

-49.072.804

-54.668.900

-56.030.600

-56.264.200

0

0

0

0

6.897.910

10.889.500

7.521.600

6.021.600

6.897.910

10.889.500

7.521.600

6.021.600

-6.897.910

-10.889.500

-7.521.600

-6.021.600

Totaal Baten

-6.897.910

-10.889.500

-7.521.600

-6.021.600

Totaal Beschermd Wonen

0

0

0

0

Jeugdhulpopdracht

0

50.883.100

43.921.000

57.103.000

Jeugdhulp- en leerlingenvervoer

0

151.200

973.500

1.067.500

0

51.034.300

44.894.500

58.170.500

0

-51.034.300

-44.894.500

-58.170.500

0

-51.034.300

-44.894.500

-58.170.500

0

0

0

0

Overhead

4.776.885

4.158.300

4.359.300

4.814.300

4.776.885

4.158.300

4.359.300

4.814.300

Inkomsten Overhead

-4.776.885

-4.158.300

-4.359.300

-4.814.300

Jeugdhulp

Lasten Totaal Lasten Baten

Inkomsten Jeugdhulp

Totaal Baten Totaal Jeugdhulp Overhead

Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten

-4.776.885

-4.158.300

-4.359.300

-4.814.300

Totaal Overhead

0

0

0

0

Eindtotaal

0

0

0

0

14

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Programma

Baten/Lasten

Begrotingsonderdeel

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Wmo

Lasten

Taxi- en vervoerskosten

5.019.100

5.215.500

5.339.400

5.437.600

5.564.900

Scootmobielen en rolvoorzieningen

4.188.600

4.348.000

4.456.800

4.621.400

4.788.600

Woonvoorzieningen

2.004.900

1.838.800

1.893.100

1.951.300

2.013.500

Schoon Huis

26.233.100

27.748.200

29.286.700

30.791.800

32.317.500

Meedoen in de Stad

14.689.800

14.952.900

15.235.600

15.538.700

15.846.000

Geclusterd wonen

2.375.800

2.473.000

2.590.300

2.713.100

2.841.600

Tegemoetkoming meerkosten

565.000

574.000

577.400

577.100

579.700

Projecten en innovatie

700.600

733.800

768.500

805.000

805.000

Preventie

487.300

505.200

523.000

541.700

561.400

Totaal Lasten

56.264.200

58.389.400

60.670.800

62.977.700

65.318.200

-56.264.200

-58.389.400

-60.670.800

-62.977.700

-65.318.200

-56.264.200

-58.389.400

-60.670.800

-62.977.700

-65.318.200

0

0

0

0

0

6.021.600

6.302.000

6.594.800

6.901.600

7.222.900

6.021.600

6.302.000

6.594.800

6.901.600

7.222.900

-6.021.600

-6.302.000

-6.594.800

-6.901.600

-7.222.900

Totaal Baten

-6.021.600

-6.302.000

-6.594.800

-6.901.600

-7.222.900

Totaal Beschermd Wonen

0

0

0

0

0

Jeugdhulpopdracht

57.103.000

59.549.400

62.045.200

64.646.000

67.641.200

Jeugdhulp- en leerlingenvervoer

1.067.500

1.119.200

1.157.500

1.198.900

1.242.800

58.170.500

60.668.600

63.202.700

65.844.900

68.884.000

-58.170.500

-60.668.600

-63.202.700

-65.844.900

-68.884.000

-58.170.500

-60.668.600

-63.202.700

-65.844.900

-68.884.000

0

0

0

0

0

4.814.300

4.901.900

5.145.000

5.319.800

5.501.200

4.814.300

4.901.900

5.145.000

5.319.800

5.501.200

-4.814.300

-4.901.900

-5.145.000

-5.319.800

-5.501.200

-4.814.300

-4.901.900

-5.145.000

-5.319.800

-5.501.200

Totaal Overhead

0

0

0

0

0

Eindtotaal

0

0

0

0

0

Baten

Inkomsten Wmo

Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd

Lasten

Wonen

Totaal Lasten Baten

Jeugdhulp

Lasten

Beschermd Wonen Inkomsten Beschermd Wonen

Totaal Lasten Baten

Inkomsten Jeugdhulp

Totaal Baten Totaal Jeugdhulp Overhead

Lasten

Overhead

Totaal Lasten Baten Totaal Baten

Inkomsten Overhead

15

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV)

Begroting 2024 Baten/ Lasten

BBV-taakveld

Lasten

0.4 Overhead

Begroot

2e wijziging 2023

2024

4.359.300

4.814.300

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

0

37.800

113.400

119.800

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

0

137.400

137.400

139.700

6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

0

9.021.600

10.037.000

11.776.500

0

385.900

395.200

414.600

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

10.042.197

11.223.100

11.820.600

11.212.600

6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)

21.785.081

25.565.100

25.740.500

26.233.100

6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO)

17.245.526

17.469.400

18.058.200

18.331.200

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

0

41.862.900

0

0

6.72a Jeugdhulp begeleiding

0

0

7.857.700

10.391.600

6.72b Jeugdhulp behandeling

0

0

6.179.600

8.147.600

6.72c Jeugdhulp dagbesteding

0

0

2.332.400

3.120.500

6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig

0

0

367.400

491.500

6.73a Pleegzorg

0

0

2.322.300

3.131.400

6.73b Gezinsgericht

0

0

6.059.300

8.172.000

6.73c Jeugdhulp met verblijf overig

0

0

1.157.700

1.561.000

6.74a Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf

0

0

4.050.000

5.396.900

6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf

0

0

2.131.500

2.875.400

6.74c Gesloten plaatsing

0

0

1.879.600

2.534.600

6.81a Beschermd Wonen

6.897.910

10.889.500

7.521.600

6.021.600

6.82b Jeugdreclassering

0

0

285.300

384.700

60.747.599

120.751.000

112.806.000

125.270.600

0.8 Overige baten en lasten

-58.571.767

-118.262.000

-110.492.000

-123.751.100

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

-415.517

-598.600

-739.500

-631.400

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

-1.497.327

-1.481.300

0

0

6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)

-8.967

-19.600

-856.100

-166.400

6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO) 6.81a Beschermd Wonen Eindtotaal

Begroot

Primair 2023 4.158.300

Totaal Lasten

Totaal Baten

Begroot

2022 4.776.885

6.2 Wijkteams

Baten

Werkelijk

0

0

-478.400

-479.800

-254.021

-389.500

-240.000

-241.900

-60.747.599

-120.751.000

-112.806.000

-125.270.600

0

0

0

0

16

Meerjarenperspectief 2025-2028 Baten/

Begroot

Lasten

BBV-taakveld

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Lasten

0.4 Overhead

4.814.300

4.901.900

5.145.000

5.319.800

5.501.200

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

119.800

124.300

128.500

133.200

138.000

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

139.700

144.900

149.900

155.300

161.000

6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

11.776.500

12.270.300

12.784.500

13.320.300

13.878.800

6.2 Wijkteams

414.600

429.400

444.300

460.100

476.300

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

11.212.600

11.402.300

11.689.300

12.010.300

12.367.000

6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)

26.233.100

27.748.200

29.286.700

30.791.800

32.317.500

6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO)

18.331.200

18.733.700

19.171.800

19.633.900

20.072.300

0

0

0

0

0

6.72a Jeugdhulp begeleiding

10.391.600

10.830.300

11.281.500

11.752.000

12.306.000

6.72b Jeugdhulp behandeling

8.147.600

8.491.600

8.845.500

9.214.700

9.649.100

6.72c Jeugdhulp dagbesteding

3.120.500

3.252.300

3.387.600

3.528.700

3.695.100

6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig

491.500

512.400

533.700

556.000

582.300

6.73a Pleegzorg

3.131.400

3.262.700

3.399.600

3.542.100

3.710.500

6.73b Gezinsgericht

8.172.000

8.514.900

8.872.000

9.244.100

9.683.300

6.73c Jeugdhulp met verblijf overig

1.561.000

1.626.500

1.694.800

1.765.800

1.849.600

6.74a Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf

5.396.900

5.624.900

5.859.500

6.104.200

6.392.100

6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf

2.875.400

2.996.000

3.121.500

3.252.400

3.406.900

6.74c Gesloten plaatsing

2.534.600

2.640.800

2.751.600

2.867.100

3.003.300

6.81a Beschermd Wonen

6.021.600

6.302.000

6.594.800

6.901.600

7.222.900

6.82b Jeugdreclassering

384.700

452.500

471.200

490.600

513.100

125.270.600

130.261.900

135.613.300

141.044.000

146.926.300

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

Totaal Lasten Baten

0.8 Overige baten en lasten 6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

-631.400

-653.500

-666.500

-679.800

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

0

0

0

0

0

6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)

-166.400

-167.100

-167.700

-168.600

-169.700

6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO)

-479.800

-482.400

-484.500

-487.100

-490.400

-241.900

-253.400

-265.400

-278.000

-291.200

6.81a Beschermd Wonen Totaal Baten Eindtotaal

-123.751.100 -128.705.500 -134.029.200 -139.430.500 -145.281.600 -693.400

-125.270.600 -130.261.900 -135.613.300 -141.044.000 -146.926.300 0

0

0

0

0

17

3.1.4

Bijdrage gemeenten

Begroting 2024 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Gemeente

Programma

2022

Maassluis

Wmo

-8.402.046

-9.627.900

-9.779.700

-

Jeugdhulp

-

-8.189.700

-6.196.600

-9.092.300

Overhead

-873.695

-769.300

-806.500

-962.900

Totaal Maassluis Vlaardingen

-9.456.200

Beschermd Wonen

-

-

-

-9.275.741

-18.415.200

-16.631.000

-19.834.900

Wmo

-19.090.238

-21.796.200

-22.347.700

-22.648.000

Beschermd Wonen

-6.643.889

-10.500.000

-7.281.600

-5.779.700

-20.824.400

-19.373.500

-24.545.800

Jeugdhulp Overhead

-1.974.994

-1.788.100

-1.874.500

-1.925.700

Totaal Vlaardingen

-27.709.122

-54.908.700

-50.877.300

-54.899.200

Schiedam

-19.658.709

-21.317.000

-21.981.000

-22.558.900

Wmo Beschermd Wonen

-

Jeugdhulp

-

-

-

-

-22.020.200

-19.212.100

-24.415.400

-1.928.195

-1.600.900

-1.678.300

-1.925.700

Totaal Schiedam

-21.586.904

-44.938.100

-42.871.400

-48.900.000

Eindtotaal

-58.571.767

-118.262.000

-110.379.700

-123.634.100

Overhead

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Gemeente

Programma

2024

Maassluis

Wmo

-9.779.700

Beschermd Wonen

2025 L -

2026 L

-10.109.800 -

2027 L

-10.501.600 -

2028 L

-10.897.900 -

-11.302.400 -

Jeugdhulp

-9.092.300

-9.486.000

-9.884.600

-10.301.700

-10.778.500

Overhead

-962.900

-906.900

-951.800

-984.200

-1.017.700

Totaal Maassluis

-19.834.900

-20.502.700

-21.338.000

-22.183.800

-23.098.600

Wmo

-22.648.000

-23.704.600

-24.702.900

-25.695.500

-26.686.800

Beschermd Wonen

-5.779.700

-6.048.600

-6.329.400

-6.623.600

-6.931.700

Jeugdhulp

-24.545.800

-25.600.300

-26.671.800

-27.787.000

-29.072.600

Overhead

-1.925.700

-2.107.800

-2.212.400

-2.287.500

-2.365.500

Totaal Vlaardingen

-54.899.200

-57.461.300

-59.916.500

-62.393.600

-65.056.600

Schiedam

-22.558.900

-23.272.000

-24.147.600

-25.048.800

-25.975.500

Vlaardingen

Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead

-24.415.400

-25.460.300

-26.519.100

-27.623.600

-28.893.900

-1.925.700

-1.887.200

-1.980.800

-2.048.100

-2.118.000

Totaal Schiedam

-48.900.000

-50.619.500

-52.647.500

-54.720.500

-56.987.400

Eindtotaal

-123.634.100

-128.583.500

-133.902.000

-139.297.900

-145.142.600

18

3.2

Programma Wmo

3.2.1

Vervoerskosten

Nieuwe contracten Begin 2023 heeft Rogplus de Europese aanbesteding gepubliceerd voor de opdracht voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer Wmo in de MVS-gemeenten. Dit zijn gescheiden percelen die elk door een andere aanbieder uit worden gevoerd. De opdrachten wordt in het tweede kwartaal van 2023 gegund en de nieuwe contracten gaan in per augustus 2023. Vervoerloket De vergoeding voor het vervoerloket bestaat uit drie onderdelen: 1. implementatievergoeding 2. een vaste maandvergoeding 3. een variabele maandvergoeding. In de eerste drie maanden wordt nog geen variabele vergoeding toegekend, maar is er sprake van een implementatievergoeding. Deze bedraagt 75% van de maximale variabele vergoeding waarmee wordt ingeschreven. Als het nieuwe contract volgens plan in gaat in augustus 2023 is de implementatievergoeding niet van toepassing op de ontwerpbegroting 2024. Elke maand factureert het Vervoerloket een vaste maandvergoeding aan Rogplus. Deze is niet afhankelijk van de prestatie-index of de prestatie-indicatoren. De variabele vergoeding is afhankelijk van de prestatie index per maand in relatie tot het aantal uitgevoerde ritten per maand. Naast de vaste maandvergoeding kan de Opdrachtnemer een variabele maandvergoeding ontvangen voor het uitvoeren van de taken. Deze variabele maandvergoeding is afhankelijk van de performance van de vervoerder.

Hierbij neemt de performance toe als er zoveel mogelijk reizigerskilometers verreden worden met zo weinig mogelijk inzeturen. Omdat er een relatie is tussen de performance en het aantal ritten, wordt deze invloed ook meegenomen in de berekening. De in de ontwerpbegroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op een doorrekening, waarin uit wordt gegaan van de inschrijvingen en het historisch gebruik van de Regiotaxi. De verdeling van de kosten voor het vervoerloket wordt gebaseerd op de aantallen gemaakte ritten over heel 2022. Conform het nieuwe contract wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 14,5%2. Dit percentage is in overeenstemming met de hoge inflatie, waar Nederland in de tweede helft van 2022 mee te maken had en is van toepassing op de contracten voor 2023. Rogplus beschouwt deze hoge inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk

2

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb

19

normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere jaren. Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2024 en het meerjarenperspectief een aflopend patroon voor de indexpercentages die zijn gebaseerd op de consumentenprijsindex (CPI) en de NEAindex. Voor het vervoersloket geldt dat in de ontwerpbegroting 2024 wordt gerekend met de meest recente opgave van de jaarmutatie van de consumentenprijsindex. Deze heeft betrekking op februari 2023 en is 8,0%. Voor 2025 en verder baseert Rogplus het indexpercentage op het door de Europese Centrale Bank berekende inflatiepercentage3. Dit is 3,5% voor 2025 voor en 2,0% voor 2026, 2027 en 2028. Doelgroepenvervoer Wmo De vergoeding voor de vervoerder is een vast tarief per inzetuur per voertuigtype, waarbij voor een rolstoeltaxibus een toeslag op het basistarief wordt gerekend van 20%. Het vaste tarief per inzetuur moet binnen de opgegeven bandbreedte liggen. Deze bandbreedte loopt van € 32,58 per inzetuur (ex BTW, prijspeil 2023). Bovenop dit uurtarief wordt een tarief per inzetkilometer vergoed. Deze vergoeding bedraagt (onafhankelijk van het voertuigtype) € 23,00 per 100 inzetkilometers. De inzeturen en de gereden kilometers worden gebaseerd op het historisch gebruik van de Regiotaxi per gemeente. In het contract met de vervoerder is opgenomen dat de tarieven jaarlijks op worden gehoogd met de NEA-Index.

Het laatst afgegeven percentage voor de NEA-index is 13,7 %4. Dit percentage is van toepassing op 2023. Dit percentage ligt relatief hoog door sinds het laatste kwartaal van 2022 sterk gestegen loonkosten en brandstofkosten. Voor het meerjarenperspectief wordt aangenomen dat dit een piek in de stijging van de kosten is. Voor 2025 en verder wordt daarom gerekend met de NEA-index voor 2022. Dit is 3,5%. In de ontwerpbegroting 2024 wordt gerekend met het gemiddelde van deze percentages: 8,6%. Deze aannames gelden ook voor de begrote individuele vervoerskosten (buiten het contract voor Regiotaxi). Plan van aanpak doelgroepenvervoer Zoals vorig jaar besloten, houdt de ontwerpbegroting rekening met de uitgaven voor drie acties uit dit plan van aanpak doelgroepenvervoer. Besloten is dat de uitgaven voor deze acties via Rogplus lopen. Het gaat om de volgende drie acties: • Actie 3. Extra capaciteit koppelen reizigersprofielen aan pashouders • Actie 4. Traject zelfstandig reizen Wmo- en leerlingenvervoer • Actie 9. Instellen van een vervoersloket (regiemodel, private variant) De voor 2024 geraamde uitgaven voor deze acties zijn € 84.000 in 2024, € 107.000 in 2025, € 108.000 in 2026 en € 80.000 in 2027 en 2028. Het plan van aanpak doelgroepenvervoer beoogt (onder meer) een efficiëntere benutting van de verschillende (mede) door de overheid gefinancierde vervoersmiddelen.

In de ontwerpbegroting 2024 wordt voorzichtigheidshalve vooralsnog geen rekening gehouden

3 4

https://www.ecb.europa.eu/pub/projections/html/ecb.projections202212_eurosystemstaff~6c1855c75b.nl.html#toc7 https://www.sfmobiliteit.nl/nea-index

20

met een inverdieneffect op de uitgaven voor de Regiotaxi. Wel houdt Rogplus de ontwikkeling van het gebruik van de Regiotaxi nauwlettend in de gaten. Individuele vervoerskosten In de ontwerpbegroting is een beperkt budget opgenomen voor individuele vervoerskosten. Dit betreft taxivergoedingen buiten het contract met de vervoerder om. De omvang van dit budget is gebaseerd op historisch gebruik van deze voorziening. Begroting 2024 Onderdeel Regiotaxi

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

3.680.613

4.433.400

4.696.200

4.605.100

Individuele vervoerskosten

47.256

22.900

24.300

26.300

Overhead

339.599

324.200

344.900

387.700

4.067.468

4.780.500

5.065.400

5.019.100

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Regiotaxi

4.605.100

4.786.300

4.895.400

4.977.900

5.091.300

Individuele vervoerskosten

26.300

27.300

27.900

28.500

26.900

Overhead

387.700

401.900

416.100

431.200

446.700

5.019.100

5.215.500

5.339.400

5.437.600

5.564.900

Risico’s • Het aantal en de duur van de reizen met Regiotaxi valt hoger uit dan voorzien; • Hogere NEA-index dan voorzien. 3.2.2

Scootmobielen en rolvoorzieningen

Omschrijving Rogplus heeft sinds juni 2020 een contract met twee leveranciers voor de verstrekking van scootmobielen, rolstoelen (handbewogen en elektrisch), fietsen en roerende woonvoorzieningen. Onderdeel van dit contract is dat zoveel mogelijk voorzieningen worden herverstrekt en dat bij nieuw te verstrekken voorzieningen zoveel mogelijk een beroep wordt gedaan op het basispakket van de leveranciers. in het contract is ook opgenomen dat niet langer betaald wordt voor voorzieningen die bij de leveranciers in depot staan. De ontwerpbegroting voor het begrotingsonderdeel scootmobielen en rolvoorzieningen opgebouwd naar analogie van het nieuwe contract. De kosten zijn weergegeven per soort voorziening en bevatten de kosten voor nieuwverstrekkingen, herverstrekkingen en onderhoud van de voorziening. In het nieuwe contract zijn de kindvoorzieningen (aangepaste kinderfietsen, kinderwagens en autostoeltjes) als een aparte categorie

21

voorziening benoemd. Dit is zo overgenomen in de begroting. Voor rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen hoeft geen eigen bijdrage te worden betaald, voor scootmobielen wel. Uitgangspunten

Aantallen De budgetten in de ontwerpbegroting 2024 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits en fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke kosten voor deze voorzieningen over heel 2022. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door de gemeenten afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2022 actief gebruik heeft gemaakt van de voorziening. Vervolgens zijn voor 2024 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep. Eind 2021 en begin 2022 kreeg Rogplus in een korte periode meerdere aanvragen voor Wmo-ondersteuning voor inwoners met de spierziekte ALS. Het aantal bij Rogplus bekende ALS-patiënten is hierdoor sinds 2022 hoger dan gemiddeld. ALS-patiënten hebben meestal complexe rol- en woonvoorzieningen nodig. Ook moet vaak hun woning aan worden gepast. Rogplus anticipeert in de ontwerpbegroting op het financieel effect hiervan. Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de nieuwe contracten. In de ontwerpbegroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel. Rogplus ziet een toename in de vraag naar en de kosten van elektrische sportvoorzieningen.

De budgetten hiervoor worden opgehoogd om aan te sluiten op deze toename. Momenteel vindt op initiatief van Rogplus een pilot met deelscootmobielen plaats. De verwachting is dat door het gebruik van deelscootmobielen de totale vraag op scootmobielen af kan nemen. Omdat de pilot nog loopt en er nog onvoldoende inzicht is in de effecten, wordt in de ontwerpbegroting 2024 nog geen rekening gehouden met het gebruik van deelscootmobielen.

Prijs Conform de nieuwe contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 14,5%. Zoals eerder ook beschreven bij het vervoersloket wordt in de ontwerpbegroting 2024 gerekend met de meest recente opgave van de jaarmutatie van de consumentenprijsindex. Deze heeft betrekking op februari 2023 en is 8,0%. Voor 2025 en verder baseert Rogplus het indexpercentage op het door de Europese Centrale Bank berekende inflatiepercentage. Dit is 3,5% voor 2025 voor en 2,0% voor 2026, 2027 en 2028.

22

Begroting 2024 Onderdeel Scootmobielen

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

1.776.201

1.894.500

1.977.300

Autoaanpassingen / -verstrekkingen

71.779

116.800

121.900

78.000

Handbewogen rolstoelen

430.249

462.600

482.800

467.500

Electrische rolstoelen

677.344

540.600

683.600

721.300

1.929.800

Sportvoorzieningen

29.817

46.800

48.800

32.400

Aandrijfunits en fietsen

462.459

469.700

490.300

502.500

Kindvoorzieningen

123.226

114.800

119.800

133.900

Overhead

260.922

258.400

273.500

323.200

3.831.997

3.904.200

4.198.000

4.188.600

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel

2024

2025 L

2026 L

2027 L

2028 L

Scootmobielen

1.929.800

2.015.900

2.070.700

2.147.300

2.225.000

Autoaanpassingen / -verstrekkingen

78.000

81.500

83.700

86.800

90.000

Handbewogen rolstoelen

467.500

488.300

501.600

520.200

539.000

Electrische rolstoelen

721.300

728.600

736.300

763.600

791.200

Sportvoorzieningen

32.400

33.800

34.700

36.000

37.300

Aandrijfunits en fietsen

502.500

524.900

539.100

559.000

579.200

Kindvoorzieningen

133.900

139.900

143.700

149.100

154.500

Overhead

323.200

335.100

347.000

359.400

372.400

4.188.600

4.348.000

4.456.800

4.621.400

4.788.600

Risico’s • Er worden meer nieuwe scootmobielen verstrekt dan voorzien • Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan scootmobielen uitgevoerd • Er worden meer nieuwe rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien • Er worden duurdere of complexere rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien • Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan rolvoorzieningen uitgevoerd • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien 3.2.3

Woonvoorzieningen

Omschrijving Onder het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen zijn de kosten van verhuis- en inrichtingskosten, roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en onderhoud verwerkt.

23

De te verstrekken woonvoorziening, ter compensatie van beperkingen bij het normale gebruik van de woning, kan bestaan uit: • een woonvoorziening in natura; • een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening. Bij dure woningaanpassingen moet worden verantwoord waarom verhuizen ofwel het verstrekken van een verhuis- en klusvoucher geen adequate oplossing is. Het primaat ligt immers bij verhuizen. Bij de afweging tussen aanpassen of verhuizen wordt er behalve met de kosten in verband met het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening met andere factoren rekening gehouden: bijvoorbeeld sociale factoren In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Landelijk, maar zeker ook in de regio, is een woningtekort ontstaan wat maakt dat verhuizen niet altijd haalbaar is. Rogplus voert op dit punt overleg en afstemming met de woningcorporaties om per situatie te bekijken wat de beste en goedkoopst adequate oplossing voor de langere termijn is. Roerende woonvoorzieningen vallen onder hetzelfde contract als scootmobielen en rolvoorzieningen.

Hier gelden dezelfde contractvoorwaarden en omstandigheden, zoals beschreven bij het onderdeel ‘Scootmobielen en rolvoorzieningen’. Uitgangspunten

Aantallen Binnen het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen begroot Rogplus de kosten van roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en het onderhoud daarvan en verhuisen inrichtingskosten. Roerende woonvoorzieningen vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde begrotingskaders als voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Rogplus werkt met woningbouwverenigingen aan samenwerkingsovereenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu in een geschikte woning kunnen worden geplaatst, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden. Momenteel wordt gewerkt aan een voorstel om in regionaal verband meer samen op te trekken in het thema langer zelfstandig wonen. In afwachting van vaststelling wordt in de ontwerpbegroting 2024 vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze samenwerkingsovereenkomsten. In de ontwerpbegroting 2024 volgt de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Deze wordt voor Maassluis en Schiedam afgegeven door het (voormalige) Kenniscentrum MVS en voor Vlaardingen door de afdeling Informatie.

24

Rogplus houdt in de budgetten voor roerende woonvoorzieningen en woningaanpassingen rekening met de in de paragraaf ‘Scootmobielen en rolvoorzieningen’ genoemde momenteel relatief hoge aantal bij Rogplus bekende ALS-patiënten.

Prijs In 2023 doet Rogplus aanbestedingen voor (aangepaste) keukens, vlonders, spoel/föhnen toiletvoorzieningen en trapliften. In de ontwerpbegroting wordt rekening gehouden met prijsverschillen tussen de huidige tarieven en de tarieven in de nieuwe contracten. Omdat de contracten nog niet zijn gegund, is de omvang van dit prijseffect nog niet te kwantificeren. In de nieuwe contracten is bepaald dat de tarieven worden geïndexeerd met de consumentenprijsindex voor onderhoud en reparatie van (jaarmutatie, stand september). Hierbij worden dezelfde aannames gehanteerd als bij de contracten voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2021 en 2022 als basis genomen voor de ontwerpbegroting. Begroting 2024 Onderdeel

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2022

Primair 2023

2e wijziging 2023

2024

Verhuis- en inrichtingskosten

35.735

36.900

36.900

39.000

Roerende woonvoorzieningen

207.284

299.300

309.300

195.700

Woningaanpassingen

1.498.701

1.713.500

1.713.500

1.351.200

Onderhoud / reparatie

259.276

341.200

341.200

282.300

Overhead

141.735

147.500

156.300

136.700

2.142.732

2.538.400

2.557.200

2.004.900

Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel Verhuis- en inrichtingskosten

2024 39.000

2025 L 40.700

2026 L 42.000

2027 L 43.200

2028 L 44.600

Roerende woonvoorzieningen

195.700

156.000

160.500

165.500

171.100

Woningaanpassingen

1.351.200

1.205.200

1.239.600

1.278.000

1.317.900

Onderhoud / reparatie

282.300

295.200

304.300

312.600

322.500

Overhead

136.700

141.700

146.700

152.000

157.400

2.004.900

1.838.800

1.893.100

1.951.300

2.013.500

Risico’s De woningmarkt zit op slot. Het aantal beschikbare nieuwe woningen is beperkt en daarmee stagneert de instroom en doorstroom op de woningmarkt. Als er onvoldoende geschikte woningen voor Rogplus cliënten beschikbaar zijn, dan bestaat er een reëel

25

risico dat er meer woonvoorzieningen verstrekt moeten worden om mensen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen • • • •

Er worden meer roerende woonvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan woonvoorzieningen uitgevoerd Er worden meer of duurdere woningaanpassingen (individueel en collectief) gedaan dan voorzien De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien

3.2.4

Schoon Huis

Omschrijving Sinds 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. Rogplus heeft met zes zorgaanbieders contracten gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot een schoon huis (hulp bij het huishouden). De contracten zijn ingegaan op 1 januari 2020 en lopen, na verlenging, door in 2023. Er zijn drie onderdelen waaruit de dienstverlening kan bestaan: • Algemene Voorziening Schoon Huis • Maatwerkvoorziening Schoon Huis • Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis De Algemene Voorziening Schoon Huis wordt door Rogplus beschikt op 105 uur per cliënt per jaar. De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert 105 uur op jaarbasis, ongeacht het daadwerkelijk aantal geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan 105 uur op jaarbasis. De eventueel niet geleverde uren worden door de zorgaanbieder ingezet bij andere cliënten. Schoon Huis maatwerk en extra worden door Rogplus beschikt op een nader te bepalen aantal uur per jaar.

De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert alleen de daadwerkelijk geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan beschikt. De Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis is de opvolger van de Huishoudelijke Hulp Toeslag. Cliënten kunnen tegen een vergoeding extra uren huishoudelijke hulp inkopen. Deze inkomsten zijn begroot binnen het begrotingsonderdeel ‘Inkomsten Wmo’. Voor de taak ‘de was doen’ is de was- en strijkservice een voorliggende voorziening. Uitgangspunten

Aantallen De aantallen cliënten en declaraties voor huishoudelijke hulp in 2024 en verder worden gebaseerd op het gebruik van de algemene voorziening schoon huis en de

26

maatwerkvoorziening over 2022. Bij de berekening van de aantallen cliënten Schoon Huis wordt rekening gehouden met de volgende factoren: Ontwikkelingen met een versterkend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: • Abonnementstarief. In 2019, sinds de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage, is de vraag naar hulp bij het huishouden sterk toegenomen. Deze groei is inmiddels afgevlakt. Een verklaring hiervoor is dat de aanzuigende werking van het abonnementstarief minder wordt en er binnen de doelgroep verzadiging optreedt: na verloop van tijd zal een groter deel van de inwoners die aanspraak kunnen maken op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo dit ook hebben gedaan. Daags voor het opstellen van de Ontwerpbegroting heeft het kabinet via de Voorjaarsnota bekend gemaakt dat met ingang van 2025 het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen verdwijnt en dat de eigen bijdragen (weer) inkomensafhankelijk worden. •

Vergrijzing. Met name oudere inwoners van de MVS-gemeenten doen een beroep op huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. De bevolking van de gemeenten vergrijst geleidelijk.

Ontwikkelingen met een dempend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: • Adviesgesprekken. Rogplus wijst, meer dan voorheen, inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. • Krapte op de arbeidsmarkt. Sinds 2021 hebben aanbieders steeds meer moeite met het vinden van personeel. Door het tekort aan medewerkers kan niet altijd aan de vraag naar huishoudelijke hulp worden voldaan en zijn wachtlijsten ontstaan. Begin 2023 staat 2 tot 3% van de cliënten met een beschikking voor Schoon Huis op een wachtlijst. De aantallen wachtenden en de duur van de wachttijd verschillen per gemeente en per aanbieder. In de meeste gevallen is de wachttijd korter dan één maand. De verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt ook na 2022 aanhoudt. • Powerful Ageing. Cliënten die aan bepaalde voorwaarden voldoen krijgen via Rogplus de mogelijkheid om onder begeleiding van een fysiotherapeut oefeningen te doen die een positieve invloed hebben op hun spierkracht. Hierdoor kunnen de cliënten zelf meer huishoudelijk werk doen. • Aanpassing eigen bijdrage Huishoudelijke Hulp. Het kabinet wil vanaf 1 januari 2025 de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp aanpassen. Voor de meeste huishoudens heeft het voorstel geen gevolgen en blijft de eigen bijdrage € 19 per maand.

Voor huishoudens met een inkomen boven de 185% van het sociaal minimum gaat de eigen bijdrage geleidelijk omhoog. Daarbij geldt: hoe hoger het inkomen hoe groter de stijging. De Eerste en Tweede Kamer moeten nog akkoord gaan met dit plan. Het beroep op algemene voorziening Schoon Huis neemt per saldo toe. In 2022 is het aantal cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis gestegen met 1,8%. Lokaal zijn de verschillen aanzienlijk. In Maassluis was de stijging 2,7%, in

27

Vlaardingen 2,6% en in Schiedam 0,6%. De verzilveringsgraad was eind 2022 iets lager dan eind 2021: 91,5% om 92,5% De verzilveringsgraad is in alle drie de nagenoeg gelijk. Het aantal cliënten aan wie huishoudelijke hulp is geleverd op basis van de algemene voorziening volgt nagenoeg de ontwikkeling van het aantal cliënten met een beschikking. De stijging van de vraag naar de algemene voorziening Schoon Huis vertaalt zich, zolang er wachtlijsten bestaan minder dan evenredig in een stijging van de kosten. In de ontwerpbegroting neemt Rogplus aan dat de wachtlijstproblematiek in 2023 doorzet en vanaf 2024 op kan worden gelost, zodat op termijn de verzilveringsgraad van 2020 weer wordt bereikt. Rogplus overlegt met aanbieders en gemeenten over maatregelen die kunnen worden getroffen om de wachtlijsten aan te pakken. Voor de ontwikkeling van de aantallen cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis is per gemeente een scenario bepaald. Hierin is verwerkt dat de groei jaarlijks met een per gemeente verschillende factor afneemt. Hoe hoger de actuele groei, hoe sterker de afname van de groei in volgende jaren.

Hier is voor gekozen, omdat de aanzuigende werking van het abonnementstarief minder wordt en er binnen de doelgroep verzadiging optreedt: na verloop van tijd zal een groter deel van de inwoners die aanspraak kunnen maken op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo dit ook hebben gedaan. Daarbij wijst Rogplus inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. Vanaf 2025 wordt rekening gehouden met het effect van de (her)invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage voor huishoudelijke hulp. Voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis geldt dat zowel de aantallen cliënten met een beschikking als de aantallen cliënten aan wie de voorziening is geleverd in 2022 in alle drie de gemeenten is gedaald. In Maassluis was de daling 11,4%, in Vlaardingen 3,0% en in Schiedam 10,0%. De verzilveringsgraad ligt in alle drie de gemeenten rond 88,0%. In de ontwerpbegroting 2024 gaat Rogplus daarom in 2023 en 2024 uit van dalende aantallen cliënten voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis en in 2025 en verder van stabilisatie. Rogplus doet een nadere analyse op de daling van het aantal cliënten dat de maatwerkvoorziening Schoon Huis gebruikt. Mantelzorgers kunnen de algemene aanvullende voorziening (AAV) Schoon huis aanvragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12903815/1