Onderzoek Participatie en de Omgevingswet
Tekst van het document
31
vanuit de gemeente. De gemeente heeft zeer zelfstandig gewerkt in het realiseren van het minibos. Hier is de kennis van Klavertje 4 en Stichting Boombehoud niet gevraagd. De verwachtingen over de precieze rol van Klavertje 4 en Stichting Boombehoud zijn niet duidelijk geweest. Ook is de afronding richting hun rommelig verlopen. De gemeente heeft in het tweede proces, het realiseren van het minibos, met name contact gehad met de school. Uit de interviews blijkt dat deze samenwerking goed verliep. IKC 't Palet had hier zelf een proactieve houding. De school en de gemeente hebben gezamenlijk opgetrokken bij het informeren van de buurt. Omdat het schoolgebouw daar nieuw zou komen was het IKC 't Palet belangrijk om de communicatie over het gebouw en het minibos te combineren. Omwonenden zijn door IKC 't Palet meerdere malen via brieven geïnformeerd over de voortgang.
In Vlaardingen zijn verscheidene delen van wijken door de gemeente uitgeroepen tot aandachtsgebied. De redenen hiervoor zijn divers, bijvoorbeeld sociale problematiek en overlast in de wijk. Dit is gebaseerd op cijfers en kennis van wijk- en gebiedsmanagers. De gemeente organiseert bijeenkomsten om hierover in gesprek te treden met de buurtbewoners. Door als gemeente gezamenlijk met externe partners en bewoners in gesprek te gaan, hoopt de gemeente tot betere oplossingen te komen. In 2019 is de gemeente gestart met het uitroepen van aandachtsgebieden om inspanningen die geleverd worden door instanties en vrijwilligers effectiever te maken.34 In 2016 zijn er 38 aandachtgebieden vastgesteld. Na verder onderzoek werden 30 aandachtsgebieden vastgesteld.35 Op 5 november 2019 heeft het college vier gebieden aangewezen om plannen te maken.36 Per gebied werd er gewerkt in projectteams van ongeveer 20 mensen bestaande uit bewoners, gemeente en externe partners. In het document 'Definiëring en (voor)analyse aandachtsgebieden' dat in juni 2019 is opgesteld wordt de selectie voor de gekozen vier aandachtsgebieden onderbouwd. In 2020 wordt een aanpak voor vier aandachtsgebieden vastgesteld:37 •
de Zuidbuurt (Westwijk),
•
Centrum/VOP,
•
de Hoofdstedenbuurt (Holy),
•
Muwi 1 (Vlaardinger Ambacht/Babberspolder).
Er is participatief gewerkt door plannen van aanpak met PSU’s (Project Start Up) op te zetten. Per gebied is er maatwerk geboden. Er waren bijeenkomsten per gebied met bewoners, netwerkpartners,
34
Gemeente Vlaardingen. (17 februari 2021). Plan van aanpak MMUWI1. Gemeente Vlaardingen. (5 november 2019). Plan van aanpak integrale en gebiedsgerichte aanpak aandachtsgebieden. 36 Gemeente Vlaardingen. (25 september 2020). Aandachtsgebieden Vlaardingen. 37 Gemeente Vlaardingen. (15 januari 2020). Aandachtsgebieden. 35
32
betrokkenen vanuit sociaal domein en veiligheid. Daarnaast heeft Vlaardingen gebieds- en wijkmanagers. Zij hebben de sociale infrastructuur in beeld. Er zijn in de vier wijken verschillende bijeenkomsten georganiseerd. Bijvoorbeeld over de thema's: achter de voordeur (eenzaamheid - individuele gevallen), saamhorigheid (gericht op sociale cohesie en binding) en wonen. De input die hier is opgehaald, is verwerkt in de plannen van aanpak. Een externe factor die invloed heeft gehad is dat de Westwijk, die onder andere als aandachtsgebied was geselecteerd, gedurende het traject benoemd werd tot nationaal programma. Daarmee ging het aandachtsgebied (de Zuidbuurt) dat hierin lag op in dit nationale programma voor de hele Westwijk. Deze extra focus op de Westwijk maakte het voor de ambtelijke organisatie moeilijk om hun tijd te verdelen over alle vier de aandachtsgebieden, komt in interviews naar voren. Casus Aanpak aandachtsgebieden: de rode draad Open en effectief proces Er is geen gebruik gemaakt van bestaand beleid omdat er een geheel nieuw concept en aanpak voor deze gebieden werd bedacht. Onderdeel hiervan was het formuleren van doelen en uitgangspunten. Dit is uitgebreid in documentatie vastgelegd. Al deze informatie was voor de medewerkers van gemeente Vlaardingen op één plek terug te vinden.
Daarnaast zijn er van tevoren uitgangspunten opgesteld over wanneer de gemeente tevreden is met het proces. De voorbereiding en de uitvoering zijn breed binnen de organisatie belegd. Door de gedegen voorbereiding is er in de startperiode gestructureerd te werk gegaan. Echter blijkt de uitvoering niet de gewenste maatwerkaanpak te hebben gekregen. In plaats van een plan te schrijven met omwonenden en externe partners, heeft de ambtelijke organisatie dit binnen de muren van het gemeentehuis gedaan zonder externen hierbij te raadplegen of te informeren over de stand van zaken. De concrete uitvoering van zaken lijkt hierdoor weinig praktische uitwerking te hebben gekregen. Rollen en verantwoordelijkheden De gemeente is initiatiefnemer van dit traject. Daarmee zijn ze ook verantwoordelijk voor de participatieve werkwijze. Het eerste uitgangspunt dat de gemeente voor zichzelf heeft geformuleerd luidt als volgt: "Uitgangspunt en geen open deur: we doen het van het begin tot het eind samen; ieder vanuit zijn verantwoordelijkheid, waarbij de gemeente het initiatief neemt (organiseert en faciliteert)." 38 Vanuit de vier plannen van aanpak die voor de geselecteerde wijken zijn opgesteld had de gemeente de ambitie om een algemeen plan te ontwikkelen voor de andere aandachtsgebieden in Vlaardingen, blijkt uit interviews. Dit is niet gebeurd.
De voornaamste reden hiervoor is de beperkte capaciteit, blijkt uit interviews. Het werk voor het project 'aanpak aandachtsgebieden' kwam voor alle medewerkers bovenop het werk dat ze al deden. De noodzaak om hieraan te werken werd gevoeld, maar wel vaak als ‘extra’, komt in interviews naar voren.
38
Gemeente Vlaardingen. (25 september 2020). Aandachtsgebieden Vlaardingen, p2.
33
Politiek-bestuurlijk samenspel De raad is via een presentatie en raadsinformatiebrieven op de hoogte gesteld. Daarnaast was er veel contact met het college. In de bestuurlijke opdracht is een kopje 'participatie en communicatie' opgenomen waarin de samenwerking tussen de gemeente en de samenleving is toegelicht. 39 Het college is door de ambtelijke organisatie in verschillende presentaties op de hoogte gehouden van het traject. Ook is er op 3 september 2020 een presentatie aan de raad gegeven. Hierin staat onder andere dat de organisatie tevreden is als de raad actief kaders stelt.40 Communicatie en transparantie Aan de voorkant van het traject heeft de gemeente veel contact gehad met inwoners en externe partijen. De gemeente is na het ophalen van inbreng uit de buurt, door de gezamenlijke bijeenkomsten met externe partners en inwoners, acht maanden zelfstandig gaan schrijven aan de plannen van aanpak. In deze periode is er geen communicatie richting inwoners en externe partners geweest waardoor de opgebouwde band tussen deze groepen en de gemeente deels verloren ging. Na het uitwerken van de plannen zijn daardoor veel betrokkenen afgehaakt. Het vervolg, het plan van aanpak en de uitwerking hiervan, is onvoldoende toereikend geweest. Externen ervaren geen maatwerkaanpak. In de interviews wordt aangegeven dat er tegen procedures wordt aangelopen.
Vanuit de beleving van externen lijkt er meer onmogelijk dan mogelijk. Hierbij komt kijken dat er zelden een duidelijk 'nee' wordt uitgesproken door de gemeente, waardoor veel ideeën/vragen van inwoners blijven hangen zonder een duidelijk vervolg.
Visie en uitvoeringsplan moeten zorgen voor een eenduidige participatieaanpak Binnen de gemeente Vlaardingen zitten grote verschillen in de ervaringen en kennis die medewerkers hebben over participatie. Het oude beleid uit 2015 lijkt slechts beperkt bekend binnen de organisatie. Dit geldt ook voor de participatiewijzer en de toolbox, deze zijn recent gerealiseerd (in 2022) en worden op dit moment nog volop ontwikkeld en geïntroduceerd binnen de organisatie. Daarnaast verschilt het of en in welke mate ambtenaren behoefte hebben aan beleid/ondersteuning bij participatietrajecten. In interviews wordt aangegeven dat het bieden van maatwerk bij participatie cruciaal is en dat het beleid uit 2015 of de recent gerealiseerde participatiewijzer door meer ervaren medewerkers daarom vaak niet gebruikt wordt. Tegelijkertijd zijn er ook geïnterviewden die aangeven dat het ontbreekt aan een uniforme aanpak en inwoners daardoor niet op een eenduidige manier worden benaderd door de gemeente. Wanneer de nieuwe visie compleet is hoopt de gemeente Vlaardingen een meer eenduidige aanpak van participatie te kunnen bieden aan haar inwoners, blijkt uit interviews. De gemeente wil ook voldoende ruimte voor maatwerk blijven bieden. Momenteel bereidt de gemeente zich voor op het organiseren van themabijeenkomsten voor ambtenaren die in hun dagelijkse werk bezig zij met participatie.
Het doel van het faciliteren van dit gesprek is het breder beleggen van en bekend maken met participatie binnen de 39 40
Gemeente Vlaardingen. (17 februari 2020). Opdracht Programma Aandachtsgebieden 2020. Gemeente Vlaardingen. (3 september 2020). Bij ons in de buurt doet iedereen mee.
34
organisatie, omdat het als een verantwoordelijkheid van de gehele organisatie wordt gezien. Ook is in 2022 gestart met het voeren van gesprekken met ambtenaren die in hun dagelijkse werk te maken hebben met participatie. Zo kan hun expertise en ervaring meegenomen worden in de doorontwikkeling van participatie binnen Vlaardingen. Participatie onderdeel in stadsprogramma's Vlaardingen Bij het opstellen van de stadsprogramma's is in 2022 als voorwaarde gesteld dat participatie een onderdeel hiervan is. Zo is per stadsprogramma hier een alinea over opgenomen. Hierbij is de participatiewijzer aangereikt om hulp te bieden bij het doorlopen van de verschillende stappen. Op deze manier probeert de gemeente de nieuwe manier van werken bij participatie in de praktijk te brengen. Vlaardingen is gestart met twee aanspreekpunten voor participatie In de interviews komt naar voren dat de gemeente Vlaardingen sinds kort twee tijdelijke aanspreekpunten heeft aangesteld voor participatie. Deze twee personen werken op de afdeling communicatie. Deze aanspreekpunten zijn aanjagers voor het nieuwe participatiebeleid en coördineren de uitvoering van de Uitvoeringsnota Participatie, zoals de Quick Scan Lokale Democratie en samenwerking met HRM om participatie een plek te geven in het opleidingsaanbod.
Langzamerhand wordt hun rol steeds breder bekend binnen de organisatie en worden zij dan ook steeds meer om advies en soms ook hulp gevraagd. In de verdere ontwikkeling is de gemeente voornemens deze behoefte mee te nemen. De gemeente Vlaardingen wil haar medewerkers vooral ondersteunen door te faciliteren op het gebied van participatie. De participatievraag blijft dus de verantwoordelijkheid van de ambtenaar die verantwoordelijk is voor de gehele opdracht. Wanneer nodig kan externe begeleiding worden geregeld, op kosten van het project. Met daarbij het besef dat participatie een verantwoordelijkheid is van alle medewerkers. Quick scan lokale democratie Vlaardingen is net begonnen met het uitvoeren van een quick scan lokale democratie. Met de scan wil de gemeente erachter komen hoe inwoners en bedrijven, college en ambtenaren denken over de participatie en democratie binnen Vlaardingen. Denk aan de mate van participatie, transparantie van besluiten en het nakomen van beloften. De bedoeling is dat de uitkomsten van de Quick Scan worden meegenomen in de doorontwikkeling van het Vlaardingse participatiebeleid. Ervaringen uit het verleden In de interviews komt naar voren dat er in het verleden slechte ervaringen met participatie zijn opgedaan. Zo wordt het traject De Burger Meester meerdere malen genoemd.
De verwachtingen van inwoners kwamen hierbij uiteindelijk niet overeen met de uitkomsten van het traject. Ook wordt benoemd dat in andere trajecten soms informatie werd opgehaald bij inwoners, maar dat er achteraf onvoldoende budget beschikbaar bleek om deze input te verwerken in de planvorming. In de gemeente heerst daardoor bij sommigen het idee dat inwoners een negatieve houding hebben gekregen tegenover de gemeente, blijkt uit interviews.
35
De casus ‘aanpak aandachtsgebieden’ laat dit ook zien. In de interviews komt naar voren dat de gemeente op eigen initiatief naar de bewoners treedt en hier veel inbreng ophaalt. Vervolgens is de gemeente nauwelijks zichtbaar geweest. Bewoners en externe partners ervaren van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Er wordt zelden een duidelijk antwoord gegeven. De vragen van omwonenden blijven hierdoor in het gemeentehuis hangen zonder dat terugkoppeling gegeven wordt. Verwachtingenmanagement is regelmatig een knelpunt Een veelvoorkomend knelpunt is het verwachtingenmanagement bij inwoners. Voordat inwoners of externe partners deelnemen aan een traject is het vaak niet duidelijk wat zij precies van de gemeente kunnen verwachten. Hiermee loopt Vlaardingen het risico dat belanghebbenden teleurgesteld raken doordat de inbreng die belanghebbenden gedurende het proces hebben onduidelijk is. In de casussen 'minibos' en 'aanpak aandachtsgebieden' zien we dit ook gebeuren. In beide trajecten is de gemeente enthousiast gestart met het ophalen van de input bij betrokkenen. Vervolgens is de gemeente een aantal maanden in het gemeentehuis het zelfstandig gaan uitwerken zonder degenen die input hebben geleverd hier nog bij te betrekken of op de hoogte te houden.
In interviews wordt aangegeven dat het belang van de voorkant van een participatietraject steeds meer begint te leven in de gemeentelijke organisatie. Wanneer is participatie goed genoeg? Dit is een vraagstuk waar de gemeente regelmatig tegenaan loopt, blijkt uit interviews. Aan het einde van een participatietraject blijven bijna altijd een aantal inwoners ontevreden. Dit hoeft niet te betekenen dat het participatieproces niet goed is uitgevoerd. Wanneer er vooraf duidelijke kaders zijn gesteld, kan hier achteraf aan getoetst worden. Het nieuwe beleid dat Vlaardingen maakt kan hier zeker bij helpen. Bij het traject van de casus ‘aanpak aandachtsgebieden’ zijn vooraf acht doelen opgesteld. Achteraf kan getoetst worden of het beoogde effect en procesgang zijn bereikt. Evalueren na participatietrajecten is geen standaard Participatietrajecten worden niet structureel geëvalueerd. In de interviews komt meerdere malen de wens naar voren om dit wel te doen. Door evaluatie al vooraf in het participatieplan mee te nemen wordt dit beter geborgd. Evaluatie is (nog) geen onderdeel van de participatiewijzer die Vlaardingen in het najaar van 2022 heeft opgesteld als ondersteuningsdocument voor burgerparticipatie. De gemeente is voornemens het document gaandeweg aan te passen vanuit opgedane ervaringen in de organisatie.
Ambtelijke organisatie klaar om te oefenen met trajecten in de geest van de Omgevingswet Vlaardingen is in 2021 gestart met een intaketafel. Hier komen initiatieven binnen en worden deze beoordeeld. In 2021 waren er ruim 80 casussen, dit jaar wordt dat ook ruim gehaald. Het proces is goed ingeregeld. Er is een vast team en daaromheen een tweede schil. De administratie hieromheen loopt goed. Wanneer een project bij de intaketafel komt zijn er drie mogelijke uitkomsten: ongewijzigd, aanpassingen nodig, afwijzing. Het is de bedoeling dat alle initiatieven bij de intaketafel terechtkomen. Om dit te bereiken probeert de gemeente het bestaan van de tafel zo veel mogelijk bij iedereen bekend te maken. Er wordt geprobeerd
36
de hele organisatie ervan bewust te maken dat het belangrijk is dat alles weer terugkomt op de intaketafel, blijkt uit interviews. Afwijzingen op initiatieven worden over het algemeen goed ontvangen wordt gesteld in de interviews. Hier is wel een verschil merkbaar tussen ruimtelijke en sociale initiatieven. Sociale initiatieven zitten meer in het 'hart' waardoor een afwijzing moeilijker kan zijn voor initiatiefnemers. De gemeente is momenteel een leidraad aan het ontwikkelen om initiatiefnemers te ondersteunen wanneer hun idee wordt goedgekeurd door de intaketafel. Deze nieuwe manier van werken, via de intaketafel en de participatiewijzer en -toolbox, is wennen voor de gemeentelijke organisatie. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt zullen de voorbereidingen die nu worden getroffen helpen, maar dit neemt niet weg dat er zich nog steeds veel nieuwe situaties zullen voordoen. In de interviews stelt de gemeente hierbij veel aandacht te geven aan haar communicatie naar buiten. De gemeente wil aan de buitenwereld laten zien dat ze als organisatie lerende zijn om begrip te krijgen wanneer alles niet direct perfect loopt.
37
In dit hoofdstuk nemen we de rol van de raad in de gemeente Vlaardingen onder de loep ten aanzien van participatie en de naderende Omgevingswet. We hebben aandacht voor de manier waarop de raad kaders en kwaliteitseisen stelt en de rol die de raad inneemt bij de uitvoering van participatietrajecten. Ten slotte brengen we in kaart wat de naderende Omgevingswet vraagt van de gemeenteraad en welke leerpunten van de raad hiertoe extra aandacht behoeven. In september hebben we met een afvaardiging van de raad een interactieve sessie gehouden waarbij over deze onderwerpen is gesproken. Hierbij waren vier van de tien fracties aanwezig. De uitkomsten hebben hierdoor mogelijk niet betrekking op de hele raad. De volgende deelvragen komen aan bod: 6. Waar staat de gemeente in het voorwerk van de implementatie van de Omgevingswet ten aanzien van participatie? 7. Hoe vervult de raad zijn rol op dit moment als het gaat om participatie en hoe zou die rol er, mede gezien de komst van de nieuwe Omgevingswet, in de toekomst uit moeten zien? 8. Wat zijn wensen, verwachtingen en ambities voor de toekomst van de gemeente op het gebied van participatie?
De komst van de Omgevingswet heeft invloed op de rol van de raad. Ten aanzien van participatie is de raad verantwoordelijk voor het monitoren en bewaken van participatie bij projecten die onder de Omgevingswet vallen. Daarnaast brengt de Omgevingswet voor de raad mogelijkheden om kaderstellend op te treden. De kaderstellende rol krijgt vorm in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Daarbij heeft de raad ook de rol om de samenhang tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan te bewaken en te signaleren. De rol van de gemeente zal verder verschuiven van uitvoerende partij naar ondersteunend aan initiatieven van inwoners. Voor de raad betekent dit dat hij meer op hoofdlijnen en kaderstellend aan de slag moet, het college neemt meer tijd voor de dialoog met de samenleving. De raad moet nadenken over verschillende vragen: is de huidige vergaderopzet flexibel genoeg om de versnelde procedures in de leefomgeving op te vangen? Welke toetsingscriteria hanteert de raad en waarop zijn deze gebaseerd? De kaders voor participatie zijn idealiter passend bij de organisatie, de samenleving en de ambities vanuit de raad. Daarnaast heeft de raad een bindend adviesrecht bij de vergunningverlening voor activiteiten die afwijken van het omgevingsplan. De raad kiest hiermee dus vooraf bij welke onderwerpen hij als bindend adviseur kan optreden en waar een participatieplicht voor geldt.
Het vooraf kiezen van deze onderwerpen is echter een complexe opgave.
38
Geen bestaande afspraken over rollen van raad en college Met de komst van de Omgevingswet veranderen de rollen van raad, college en samenleving. De houding van de gemeente ontwikkelt zich van 'Nee, tenzij' naar 'Ja, mits'. De raad is via een werkgroep geïnformeerd over deze veranderingen. In de interviews wordt duidelijk dat de verschillende rollen zich nog uit moeten kristalliseren. In een van de interviews komt de wens naar voren om bij grote participatietrajecten de verschillende rollen duidelijker vast te stellen, bijvoorbeeld in een startnotitie. Er zijn geen bestaande afspraken over de rollen van college en raad bij participatie. Raad wordt wisselend meegenomen in informatievoorziening Er zijn geen afspraken over wanneer de raad wordt meegenomen in de informatievoorziening over participatietrajecten. Bij grote trajecten, zoals de Woonvisie en de Toekomstvisie, wordt de raad over het algemeen goed meegenomen in de plannen en ontwikkelingen via raadsinformatiebrieven. Vanuit de raad is er de wens om meer aan de voorkant te worden meegenomen in de plannen voor participatie. Wanneer de kaders bij de start helder zijn, kan de raad achteraf haar controlerende taak uitvoeren. Beleidsdocumenten worden niet uitvoerig besproken in de raad Het stellen van kaders is een van de drie kerntaken van de raad. De Vlaardingse gemeenteraad doet dit beperkt.
Zowel het visiedocument over participatie uit 2015 als het beleid dat in januari 2022 is opgesteld is niet uitvoerig besproken door de raad. In de interviews komt naar voren dat de raad mee wordt genomen in het visiedocument dat momenteel wordt opgesteld. Deze bijeenkomst(en) moet(en) nog plaatsvinden. Omgevingswet creëert een spanningsveld tussen de verschillende rollen van de raad De raad is het volksvertegenwoordigende orgaan van de gemeente, maar met de komst van de Omgevingswet wordt de raad gevraagd steeds meer over te laten aan zijn inwoners, door wie de raad zelf gekozen is. Dit vraag om een verandering in houding en gedrag in de hele gemeentelijke organisatie, maar ook specifiek van de raad. De raad kan meer kaderstellend optreden en achteraf daarmee beter controleren of het college op de gewenste wijze te werk is gegaan. In Vlaardingen heeft de raad hier geen bewuste keuze in gemaakt. Het waarom van participatie is hierbij van belang. Kies je als raad voor participatie omdat het een democratisch recht is of omdat het leidt tot betere besluiten? Wil je participatie inzetten om een kloof tussen inwoner en politiek te overbruggen of om draagvlak te creëren? Right to Challenge en Burgerbegroting In 2018 is er door de raad een motie ingediend om het Right to Challenge te verankeren, gesteund door BvB, GroenLinks, VV2000/LeefbaarVlaardingen en ONS Vlaardingen.
De raad heeft het college gevraagd onderzoek te doen naar het Right to Challenge, ofwel het uitdaagrecht’. De kern van de aanpak is dat een groep (georganiseerde) bewoners taken van gemeenten kunnen overnemen als zij denken dat het
39
anders, beter, slimmer en/of goedkoper kan. Het Right to Challenge vraagt een open, uitnodigende, proactieve en responsieve houding van de gemeente.41
41
Gemeente Vlaardingen. (2022). Uitvoeringsnota Participatie, p.11.
40
Verschillende inwoners hebben verschillende participatievoorkeuren. Om als gemeente aan te sluiten bij de individuele voorkeuren van inwoners, moet de gemeente inzicht hebben in wat deze voorkeuren zijn, en waar inwoners tegenaan lopen in hun eigen buurt of wijk. Een model dat inwoners groepeert op basis van relevante kenmerken kan helpen in het verkrijgen van dit inzicht. Citisens, het zusterbureau van Necker, heeft op basis van big data een model ontwikkeld dat inwoners categoriseert in acht onderscheidende groepen. Voor iedere groep is een betrokkenheidsprofiel opgesteld waarbij sociaal-demografische kenmerken uit gerenommeerde bronnen gecombineerd worden met eigen onderzoeksdata over betrokkenheid van inwoners bij de eigen leefomgeving, hun participatiegedrag en hun vertrouwen in instituties. Betrokkenheidsprofielen als mogelijke basis voor participatietrajecten De betrokkenheidsprofielen bieden fijnmazig inzicht in het type inwoners van de gemeente Vlaardingen. Hiermee heeft de gemeente overzicht in welke voorkeuren inwoners hebben betreffende communicatie en participatie. Met het gebruik van de betrokkenheidsprofielen kan voor iedere groep een aanpak op maat worden ontwikkeld en kunnen er geïnformeerde keuzes gemaakt worden over de inzet van participatie en communicatie.
Dit biedt mogelijkheden in de keuzes aan de voorkant van participatietrajecten, want de manier waarop inwoners worden betrokken doet ertoe. Als inwoners op de juiste manier worden benaderd is de kans groter dat ze zich hierdoor aangesproken voelen en dus meedenken of -doen met de gemeente. Tegelijkertijd doet ook de vorm van participatie er toe. Met de betrokkenheidsprofielen ontstaat inzicht in welke manieren van participeren aansluit bij de behoefte van Vlaardingers. Waar Geïnformeerde Gezinsdrukte te druk is om deel te nemen aan bewonersavonden, doen Gevestigde Beïnvloeders dit juist graag.
Vlaardingen heeft groepen met uiteenlopende participatievoorkeuren Vlaardingen kent een rijk profiel. Zeven van de acht profielen zijn aanwezig in de gemeente. waarbij Stadse Nomaden de grootste groep vormen.
41
30%
26%
25% 20% 17%18% 15%
11%10%
10%
18%
17%
16% 16%
16% 9% 10% 6% 6%
6%
5%
0%
Zelfbewuste Aanpakkers
Zorgzame Senioren
Gevestigde Beïnvloeders
Kritische Vernieuwers
Stadse Nomaden
Geïnformeerde Gezinsdrukte
Eigengereide Digitalen
Honkvaste Buurtbewoners
0%
Figuur 1: Percentage Betrokkenheidsprofiel aanwezig in Vlaardingen (rechts) ten opzichte van heel Nederland (links).
In Vlaardingen wonen veel Stadse Nomaden en ook Zorgzame Senioren zijn in vergelijking met de rest van Nederland oververtegenwoordigd. Voor beide groepen geldt dat participeren in een initiatief of project van de gemeente niet vanzelfsprekend is. Bij Zorgzame Senioren komt dit vooral door hun (fysieke) beperking. Voor Stadse Nomaden geldt dat zij zich überhaupt minder betrokken voelen bij zaken die spelen in hun eigen buurt, wijk of stad. Maatschappelijk actief zijn Stadse Nomaden echter wel (bijv. protestmars), vooral op de thema’s milieu, klimaat, werk en inkomen. Zorgzame Senioren zijn (gemiddeld) politiek actief (bijv. contact opnemen met een politieke partij). Het vertrouwen in de overheid - en dan specifiek in gemeente - is vooral bij Zorgzame Senioren laag. Stadse Nomaden scoren hier juist bovengemiddeld op. Op het gebied van participatie en communicatie hebben deze profielen weinig overeenkomsten. Zorgzame Senioren zijn vooral offline georiënteerd (bijv. via huis-aan-huis blad), al geeft ook deze groep aan graag mee te denken met de gemeente via een online enquête. Stadse Nomaden zijn goed bereikbaar via sociale media. Meedenken doen zij graag via een online platform (bijv. ikpraatmee.nl). Naast Stadse Nomaden en Zorgzame Senioren kent Vlaardingen ook aanzienlijke groepen Honkvaste Buurtbewoners en Gevestigde Beïnvloeders.
Deze profielen hebben op het eerste gezicht weinig overeenkomsten. Vooral wanneer gekeken wordt naar betrokkenheid bij de eigen leefomgeving en het vertrouwen in de gemeente. Gevestigde Beïnvloeders kennen de wegen naar de gemeente goed, zij zijn ook wel de ‘usual suspects’, terwijl Honkvaste Buurtbewoners weinig vertrouwen in de overheid hebben en ook niet graag participeren bij een project of initiatief van de gemeente.
42
Op het gebied van participatie en communicatie, bevinden deze profielen zich dichter bij elkaar. Beide groepen worden het liefst door de gemeente geïnformeerd via offline kanalen (bijv. bewonersbrief via de post). Maar participeren, ofwel meedenken, doen zij het liefst via een online enquête. Ook gebruiken beide groepen het lokale huis-aan-huisblad als belangrijke nieuwsbron. Al doen apps als NU.nl ook hun intrede bij deze profielen. Visualisatie betrokkenheidsprofielen In onderstaande kaart ziet u de verdeling van de betrokkenheidsprofielen in de gemeente Vlaardingen. De kleurvlakken geven elk een postcodegebied weer. Het aantal huishouden per postcodegebied kan verschillen, grotere gebieden hebben niet per definitie meer inwoners.
Figuur 2: Betrokkenheidsprofielen in Vlaardingen per postcodegebied.
43
Functie
Datum
Gemeentesecretaris
29 september 2022 29 september 2022
Communicatieadviseur
10 oktober 2022 17 oktober 2022 29 september 2022
Communicatieadviseur
10 oktober 2022 17 oktober 2022
Raadslid
4 oktober 2022
Raadslid
4 oktober 2022
Raadslid
4 oktober 2022
Raadslid
4 oktober 2022
Wethouder, portefeuille Omgevingswet
10 oktober 2022
Programmamanager implementatie Omgevingswet
10 oktober 2022
Wethouder, portefeuille bestuur en participatie
17 oktober 2022
Beleidsmedewerker Beheer Openbare Ruimte
2 november 2022
Teammanager Stedelijke Ontwikkeling
2 november 2022
Gebiedsmanager
2 november 2022
Extern betrokkene, Klavertje Vier
15 november 2022
Extern betrokkene, voorzitter Stichting Boombehoud Vlaardingen
15 november 2022
Extern betrokkene, directeur IKC 't Palet
15 november 2022
Extern betrokkene, Waterweg Wonen
18 november 2022
Extern betrokkene, wijkagent in de VOP-wijk
1 december 2022
Extern betrokkene, opbouwwerkster bij Minters
1 december 2022
Extern betrokkene, bewoonster
1 december 2022
44
De onderstaande thema's zijn gebruikt bij de beoordeling van de casussen in hoofdstuk 2.
Thema Open en effectief proces
Algemeen
• • •
Specifiek voor gemeentelijke participatie
•
•
Specifiek voor initiatiefnemerparticipatie
• • •
Rollen en Algemeen verantwoordelijkheden
• •
Specifiek voor initiatiefnemerparticipatie
• •
Participatie krijgt zo vroeg mogelijk in het proces een plek. Ieders inbreng kan worden meegenomen, voordat er onherroepelijke besluiten worden genomen. Er wordt regelmatig met elkaar geëvalueerd met betrekking tot participatie. Er is sprake van een participatiestrategie (de gemeente geeft een bepaalde richting aan de manier waarop zij samenwerkt met extern betrokkenen) die organisatiebreed wordt toegepast en past bij de samenleving. De raad houdt aan de ene kant overzicht en aan de andere kant de vinger aan de pols. Er ligt een helder kader met afspraken waaraan initiatiefnemers moeten voldoen. Er is ruimte voor alle initiatieven, ook die initiatieven die niet binnen een bepaald beleid of kader vallen. Houding en gedrag krijgen een plek in het beleid om te komen van “nee, tenzij..” naar “ja, mits…”. Alle gemeentelijke rollen (raad, college, ambtelijke organisatie) zijn beschreven. Opgedane lessen worden gemeentebreed geborgd en gedeeld. De rol van de initiatiefnemer is expliciet opgenomen in het beleid. De gemeente is benaderbaar voor initiatiefnemers.
45
•
•
Politiek-bestuurlijk samenspel
Algemeen
•
•
• •
Informatiepositie en transparantie
• •
Er bestaat afstemming, integraliteit en samenhang binnen de ambtelijke organisatie met het oog op het beoordelen en begeleiden van initiatieven. De initiatiefnemer weet wat van hem wordt verwacht. De ketenpartners (rol en belang) zijn in het participatiebeleid opgenomen. Denk daarbij aan andere overheden (buurtgemeenten, provincie, waterschap), maar ook aan de Veiligheidsregio, Omgevingsdienst enz. Er zijn normen, criteria of spelregels om een participatietraject te kunnen beoordelen. Dat kunnen kwantitatieve en kwalitatieve criteria zijn. Deze normen, criteria of spelregels zijn helder en duidelijk verwoord en scheppen heldere verwachtingen. Alle betrokkenen weten waar ze aan toe zijn en kunnen er rekening mee houden, met betrekking tot de toetsingscriteria. Informatie is volledig, tijdig, toegankelijk en voor iedereen (belanghebbenden, betrokkenen en raad) te begrijpen. Informatievoorziening heeft een plek in het participatiebeleid.
46