CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota bodembeheer 2016-2026

Gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Nota bodembeheer 2016-202636.008 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota bodembeheer 2016-2026 Gemeenten Maassluis en Vlaardingen Documentcode: 15M1058.RAP001.JS

Nota bodembeheer 2016-2026 Gemeenten Maassluis en Vlaardingen Documentcode: 15M1058.RAP001.JS

Opdrachtgever Gemeenten Maassluis en Vlaardingen p/a DCMR Postbus 843 3100 AV SCHIEDAM Contactpersoon DCMR Welmoed Broekema Contactpersonen Lievense Milieu B.V. | WSP Jeroen Spronk Karin Reezigt-Struijk Projectcode Documentnummer Versiedatum Status

15M1158 / SOB012288 15M1058.RAP001.JS Juni 2021 Herzien definitief

Autorisatie Documentnummer

Versiedatum

15M1058.RAP001.JS

Juni 2021

Opgesteld en akkoord door:

Functie

Datum

Jeroen Spronk

Senior adviseur

Juni 2021

Rapporthistorie

Datum

Definitief

08.04.2016

Status Herzien definitief Paraaf

De bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen is geactualiseerd voor PFAS-verbindingen. Een staat van wijziging, nota bodembeheer Vlaardingen 2016-2026, behorend bij raadsbesluit R.nr. 84.1 in 2016 voor de het terrein ‘Vergulde Hand West’ in Vlaardingen is in de tekst en op de kaarten doorgevoerd. Herzien definitief

Juni 2021

Om het grondstromenbeleid van de gemeenten nóg beter af te stemmen op het landelijke beleid, op nieuwe inzichten, op regionaal beleid en op de plaatselijke situatie, is beleid aangepast en nieuw beleid geformuleerd. Tot slot zijn enkele verschrijvingen aangepast en zijn er enkele ondergeschikte aanpassingen aan de teksten gedaan om de teksten te verduidelijken. De strekking van de teksten is niet gewijzigd.

Samenvatting Inleiding Het bodembeleid ondergaat een transitie. Met de invoering van de Omgevingswet (naar verwachting in 2022) maakt het huidige sectorale beleid (gericht op de chemische kwaliteit) plaats voor een beleid dat zich richt op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en ondergrond. Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Bij het bodembeleid voor hergebruik van grond, bodemsanering en activiteiten zoals bouwen en ruimtelijke planvorming wordt gestreefd naar een beleid waarbij de eisen die gesteld worden aan de bodemkwaliteit onafhankelijk zijn van de wet- en regelgeving die aanleiding zijn om de bodemkwaliteit te beoordelen. Daarom wordt bij het bodembeleid zoveel als mogelijk binnen de wet- en regelgeving één uniform ambitieniveau en eenzelfde bodemkwaliteitsdoelstelling nagestreefd. Een dergelijk beleid is helder en eenduidig voor de burgers en bedrijven. Bij het opstellen van deze nota bodembeheer zijn de volgende algemene uitgangspunten aangehouden: • Zo weinig mogelijk regels. Nieuwe regels zijn alleen nodig indien de algemeen geldende landelijke kaders inzake bodem niet voldoende mogelijkheden bieden om, voor de specifieke situatie in de gemeenten Maassluis en Vlaardingen oplossingen te vinden. • Vereenvoudigen van de aanpak van de bodemverontreiniging.

Om de maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren, wordt er naar gestreefd om met deze nota bodembeheer de aanpak van de bodemverontreiniging zo veel mogelijk te vereenvoudigen. Essentieel onderdeel hierbij is het maximaal gebruik van de informatie uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten. Deze vereenvoudiging leidt ook tot een groter gebruiksgemak voor de bedrijven, burgers, bestuurders, adviesbureaus en ambtenaren die uit verschillende invalshoeken te maken kunnen krijgen met bodemverontreiniging. • Gebruik maken van de ervaringen van de voorbije jaren. De voorbije jaren is binnen de gemeenten ervaring opgedaan met het gevoerde grondstromenbeleid. Deze ervaringen zijn bij het opstellen van deze nota bodembeheer geïnventariseerd. Het beleid dat als positief is ervaren blijft gehandhaafd, verder is voor de optimalisering beleid aangepast of nieuw beleid geïntroduceerd. De gemeenten Maassluis en Vlaardingen hebben de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer geactualiseerd. De eerder opgestelde bodemfunctieklassenkaart is in de gemeenten Maassluis en Vlaardingen voor enkele gebieden aangepast. De kaarten zijn de instrumenten voor dit duurzame beleid.

Deze nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond op en in de landbodem van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. Ook zijn regels en procedures voor dit beleid geformuleerd. Deze nota bodembeheer is bedoeld voor professionele partijen.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF | VERSIEDATUM: JUNI 2021

De gemeenten vullen haar bodembeleid in door vrijkomende grond en baggerspecie (bij graaf- en baggerwerkzaamheden) zoveel als mogelijk te hergebruiken zodat minder materiaal wordt gestort en minder primaire grondstoffen worden gewonnen. De wet- en regelgeving voor het opslaan (tijdelijk) en het toepassen van grond en baggerspecie is geregeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het is niet zonder meer toegestaan om grond en baggerspecie ergens te ontgraven en op een andere plaats tijdelijk neer te leggen of het toe te passen. Voorkomen moet worden dat het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en baggerspecie de ontvangende bodem verontreinigd en risico's vormt voor het (toekomstige) bodemgebruik. Vanwege andere wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld. Met de aangepaste bodemfunctieklassenkaart, de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemfunctieklassenkaart, bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer vervangen. Gemeentelijk beleid In de onderstaande tabel is het (gebiedspecifieke) beleid weergegeven waarbij is aangegeven of het beleid een voorzetting of een aanpassing van het tot nu toe gevoerde beleid dan wel nieuw beleid is. Beleidsonderwerp

Voortzetting

Aanpassing

Nieuw

beleid

beleid

beleid

Het uitbreiden van de gemeentelijke bodembeheergebieden van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen met elkaar grondgebied én verdere uitbreiding met de

✓

grondgebieden van de gemeenten Goeree-Overflakkee, Lansingerland, Nissewaard, Rotterdam en Schiedam (zie § 4.2). Het hanteren van de afwijkende toetsnormen bij de classificering van de bodemkwaliteit (zie § 4.3).

✓

Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond op moes-

✓

/volkstuin(complex)en, schooltuinen en onverharde kinderspeelplaatsen (zie § 4.4.2). Het verruimen van regels voor het toepassen van grond in schone gebieden met de

✓

bodemfunctie ‘Wonen’ ter plaatse van de bodemkwaliteitszone ‘2e Ring’ in Vlaardingen (zie § 4.4.3). Het verruimen van regels voor het toepassen van grond ter plaatse van de Vergulde Hand West in Vlaardingen (zie § 4.4.4).

✓

Het stellen van regels voor het toepassen van grond ter plaatse van de Broekpolder

✓

in Vlaardingen (zie § 4.4.5). Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en op onverharde

✓

(spoor)wegbermen met de bodemfunctie ‘Industrie’ (zie § 4.4.6). Het vaststellen van (strengere) eisen bij het toepassen van grond met bijmenging

✓

van bodemvreemd materiaal, waaronder plastic (zie § 4.5) Het vaststellen van strengere regels bij het toepassen van grond bij bepaalde bodemgebruiken dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd (zie § 4.6).

✓

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF | VERSIEDATUM: JUNI 2021

Beleidsonderwerp

Voortzetting

Aanpassing

Nieuw

beleid

beleid

beleid

Het stellen van (strengere) regels bij het hergebruik van PFAS-houdende grond en

✓

het verspreiden van PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie (zie § 4.7.1). Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen

✓

(zie § 4.8). Het stellen van regels bij het toepassen van grond in grootschalige toepassingen (zie § 4.9). Het stellen van regels bij het toepassen van grond van buiten het bodembeheergebied van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen (zie § 4.10). Het verruimen van de regels bij grondstromen met kleine partijen grond (zie § 4.11). Het stellen van regels bij het toepassen van grond uit een tijdelijke opslag (zie § 4.12). Het stellen van regels bij terugsaneerwaarden en hergebruik van grond op locaties die in het Kadaster zijn geregistreerd met een aantekening Wet bodembescherming

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

(de locaties met een beschikking “Ernstig”; zie § 4.23). Het toepassen van grond uit of in gebieden die zijn uitgesloten van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart én grond uit oude categorie-1 werken

✓

(zie § 4.14.1). Het stellen van regels ter plaatse van provinciaal beschermingsgebieden (zie § 4.14.2)

✓

Het stellen van (strengere) regels bij het verspreiden van (PFAS-houdende)

✓

onderhoudsbaggerspecie (zie § 4.15.2) Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten

✓

(bij de interpretatie van een eindsituatie-onderzoek als geen nulsituatie-onderzoek beschikbaar is; zie § 4.16). Het voorkomen van verspreiding van invasieve exoten (flora, zoals de Japanse

✓

duizendknoop en de reuzenberenklauw; zie § 4.17) Het stellen van regels voor de geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek

✓

(zie § 4.18). Het gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart als al een kwaliteitsonderzoek

✓

is uitgevoerd (zie § 4.19 t/m 4.21). Het stellen van aanvullende regels bij het toepassen van grond vrijkomend uit de

✓

bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld (zie § 4.22) Het stellen van regels bij het toepassen van chloride houdende grond en

✓

baggerspecie op de landbodem (zie § 4.23) De wijze hoe wordt omgegaan met nieuw onderkende verontreinigingsbronnen (zie 4.24)

✓

Het stellen van regels voor de onderzoeksinspanning voorafgaand aan het

✓

grondverzet (zie hoofdstuk 6) Het verruimen van de regels bij repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen (zie § 7.6).

✓

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF | VERSIEDATUM: JUNI 2021

Beleidsonderwerp Het verruimen van de regels bij grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (zie § 7.7).

Voortzetting

Aanpassing

Nieuw

beleid

beleid

beleid

✓

Het verruimen van regels bij omgevingsvergunningsaanvragen activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming (vrijstellingsregeling bodemonderzoek; zie

✓

hoofdstuk 8).

Beoogd effect Met het vaststellen van dit grondstromenbeleid wordt gefaciliteerd dat: • de gemeenten Maassluis en Vlaardingen duurzaam bodembeleid in uitvoering brengt dat praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant is; • meer grondstromen kunnen plaatsvinden zonder dat voorafgaand de kwaliteit van de grond moet worden onderzocht. Voor de gemeente en derden kunnen hierdoor besparingen worden gerealiseerd in tijd en kosten; • meer toepassingslocaties beschikbaar komen om vrijkomende grond duurzaam te hergebruiken; • het gebruik en de aankoop van primaire én secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) wordt verminderd; • de druk op het wegennet, de uitstoot van uitlaatgassen en fijnstof en het gebruik van energie wordt verminderd (grond hoeft minder ver te worden getransporteerd, geen extra productie door grondverwerker). Mandateren bevoegdheden Het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid en eventuele toekomstige wijzigingen op dit beleid moeten, conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, worden vastgesteld door de gemeenteraad. Om praktische redenen worden besluiten met een uitvoerend karakter gemandateerd aan het college van burgemeester en wethouders.

Het betreft besluiten voor: • wijzigingen van de bodemfunctieklassenkaart; • het toevoegen van aanvullende gegevens aan de bodemkwaliteitskaart die geen invloed hebben op het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid; • het onder voorwaarden accepteren van een bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond; • het opnieuw bestuurlijk vaststellen van een gewijzigde bodemfunctieklassenkaart en/of bodemkwaliteitskaart onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gebiedsspecifieke grondstromenbeleid. Het vaststellen van nieuw of gewijzigd gebiedsspecifiek beleid (Lokale Maximale Waarden of afwijkende percentages bijmenging bodemvreemd materiaal) kunnen conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit niet worden gemandateerd.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF | VERSIEDATUM: JUNI 2021

Financiën Het beleid heeft voor de gemeenten Maassluis en Vlaardingen geen nadelige financiële gevolgen. Met het beleid kunnen voor de gemeente en derden besparingen worden gerealiseerd bij: • onderzoekskosten voor de toe te passen grond en de ontvangende bodem en bij het toepassen van grond en baggerspecie; • transport-, reinigings- en/of stortkosten van vrijkomende grond; • aanschafkosten voor de toe te passen primaire bouwstoffen (zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld grond van een grondbank).

Communicatie De mogelijkheden voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie, worden door de gemeenten digitaal gepresenteerd op de gemeentelijke websites en interactief inzichtelijk gemaakt op een website die voor iedereen te raadplegen is: https://dcmr-bbkweb.lievense.com/. Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 inwerking treedt. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF | VERSIEDATUM: JUNI 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Pagina

Inleiding ..............................................................................................................................1 1.1 1.2 1.3

2

Achtergronden ..................................................................................................................1 Uitgangspunten nota bodembeheer .................................................................................2 Afbakening nota bodembeheer ........................................................................................2 1.3.1 Bevoegd gezag ......................................................................................................2 1.3.2 Reikwijdte .............................................................................................................3 1.4 Geldigheid .........................................................................................................................5 1.5 Verantwoordelijkheid........................................................................................................6 1.6 Aansprakelijkheid ..............................................................................................................7 1.7 Deze nota in relatie tot de Omgevingswet .......................................................................7 1.8 Leeswijzer ..........................................................................................................................9 De te verwachten bodemkwaliteit in de gemeenten ........................................................... 10

3

Maatschappelijke opgave................................................................................................... 13

4

De uitwerking van het grondstromenbeleid ........................................................................ 14 4.1 4.2 4.3 4.4

4.5 4.6 4.7

Kwaliteitsdoelstelling bij hergebruik van grond ..............................................................14 Uitbreiding van het bodembeheergebied.......................................................................14 Toetsnormen classificering bodemkwaliteit ...................................................................15 Definiëren Lokale Maximale Waarden ............................................................................16 4.4.1 Inleiding ..............................................................................................................16 4.4.2 Lokale Maximale Waarden bodemkwaliteitszone toepassen grond op moes/volkstuin(complex)en (>200 m²), schooltuinen en onverharde kinderspeelplaatsen ...........................................................................................16 4.4.3 Lokale Maximale Waarden bodemkwaliteitszone ‘2e Ring’ bodemlaag 0-2 mmv (Vlaardingen) ................................................................................................17 4.4.4 Lokale Maximale Waarden bodemkwaliteitszone ‘Vergulde Hand West’ bodemlaag 0-2 m-mv (Vlaardingen)...................................................................18 4.4.5 Lokale Maximale Waarden ter plaatse van de Broekpolder bodemlaag 0-2 mmv (Vlaardingen) ................................................................................................18 4.4.6 Lokale

Maximale Waarden toepassen grond ter plaatse van en toepassen grond uit aangewezen onverharde (spoor)bermen met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ bodemlaag 0-2 m-mv ........................................................................19 Toepassen van grond met bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, plastic, piepschuim etc.) ..............................................................................................................22 Toepassen van grond op bepaald bodemgebruik en met asbestverdacht/-houdend materiaal .........................................................................................................................23 Toepassen van PFAS-houdende grond en verspreiden PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie ................................................................................................24

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF | VERSIEDATUM: JUNI 2021

4.7.1

5

Definiëren toepassingswaarden PFAS-houdende grond en te verspreiden PFAShoudende onderhoudsbaggerspecie .................................................................24 4.7.2 Toekomstige bijstelling van de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en (toepassings)waarden voor PFAS-houdende grond ...........................................25 4.8 Tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen ...................................................................................................26 4.9 Toepassen van grond in een grootschalige toepassing ..................................................27 4.10 Grond afkomstig van buiten het bodembeheergebied van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen .....................................................................................................................28 4.11 Melden en onderzoeken kleine partijen grond (kleiner dan 50 m3) ...............................29 4.12 Toepassen van grond uit een tijdelijke opslag ................................................................30 4.13 Terugsaneerwaarden en hergebruik grond op locaties die in het Kadaster zijn geregistreerd met een aantekening Wet bodembescherming (locaties met een beschikking “Ernstig”) .....................................................................................................31 4.13.1

Terugsaneerwaarden en hergebruik van grond .................................................31 4.13.2 Melden toepassen van grond op een saneringslocatie......................................32 4.14 Bijzondere omstandigheden bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ........33 4.14.1 Van de bodemkwaliteitskaart uitgesloten locaties en gebieden .......................33 4.14.2 Provinciaal beschermde gebieden .....................................................................33 4.15 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie (generiek kader Besluit bodemkwaliteit) .........33 4.15.1 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie in een oppervlaktelichaam ..................33 4.15.2 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie op aangrenzend perceel ......................34 4.16 Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten............35 4.17 Voorkomen verspreiden invasieve exoten (flora) bij grondverzet .................................36 4.18 Geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek ............................................................37 4.19 Uitgevoerde partijkeuring of specifiek onderzoek van de NEN 5740 en gebruik ontgravingskaart .............................................................................................................37 4.20 Uitgevoerd onderzoek en gebruik toepassingskaart ......................................................37

4.21 Uitgevoerd NEN 5740 onderzoek en gebruik ontgravingskaart .....................................38 4.22 Toepassen grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden maaiveld .................38 4.23 Toepassen chloride-houdende grond en baggerspecie op en in de landbodem (bodemlaag 0-2 m-mv) ....................................................................................................38 4.24 Nieuw onderkende verontreinigingsbronnen .................................................................39 4.25 Mogelijkheden toepassen grond zonder voorafgaand kwaliteitsonderzoek .................39 Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel ........................... 40

6

Onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet ................................................... 42 6.1 6.2

7

Historisch onderzoek.......................................................................................................42 Onderzoek toe te passen grond en ontvangende bodem ..............................................44 6.2.1 Onderzoek toe te passen grond .........................................................................44 6.2.2 Onderzoek ontvangende bodem........................................................................45 Procedures ........................................................................................................................ 46 7.1 7.2

Opvragen informatie voorafgaand aan het grondverzet ................................................46 Melden tijdelijk opslaan en toepassen van grond ..........................................................46

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF | VERSIEDATUM: JUNI 2021

8

7.2.1 Algemeen............................................................................................................46 7.2.2 Toepassen van grond .........................................................................................47 7.2.3 Tijdelijke opslag ..................................................................................................47 7.3 Registratie en archivering van meldingen.......................................................................48 7.4 Beoordeling van de melding ...........................................................................................48 7.5 Transport van grond ........................................................................................................49 7.6 Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen...........................................49 7.7 Grondtransporten met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel ...............................49 Vrijstelling bodemonderzoek bij een omgevingsvergunningsaanvraag ................................. 50 8.1 8.2 8.3

Bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvraag activiteit bouwen .....................50 Bodemonderzoek bij omgevingsvergunning activiteit ruimtelijke planvorming ............50 Voorwaarden vrijstellingsregeling bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvraag activiteiten bouwen en ruimtelijke planvorming .......51 9 Mandateren bevoegdheden van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en wethouders................................................................................................................................. 52 9.1 9.2 9.3

Inleiding ...........................................................................................................................52 Aanpassen van de bodemfunctieklassenkaart en toepassingskaarten ..........................52 Aanvullende bodeminformatie .......................................................................................53 9.3.1 Uitgesloten locaties en gebieden .......................................................................53 9.3.2 Resultaten bodemonderzoek op een verdachte locatie ....................................53 9.4 Acceptatie bodemkwaliteitskaart andere gemeente/gebieden als bewijsmiddel bij grondverzet .....................................................................................................................53 9.5 Bestuurlijk vaststellen bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart ................54 9.6 Procedure ........................................................................................................................54 9.7 Rapportage gemandateerde bevoegdheden ..................................................................54 Bronvermeldingen....................................................................................................................... 55

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF | VERSIEDATUM: JUNI 2021

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3A Bijlage 3B Bijlage 4A Bijlage 4B Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Begrippenlijst Wet- en regelgeving Onderbouwing bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Specificatie uitbijters Statistische parameters bodemkwaliteitszones (standaardbodem), gebiedsspecifiek beleid Statistische parameters PFAS-verbindingen Mogelijkheden vrij grondverzet (grondstromenmatrix) Onderbouwing toetsnormen classificatie bodemkwaliteit Vragenformulier historische gegevens

Kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Kaartbijlage 2A Kaartbijlage 2B Kaartbijlage 2C Kaartbijlage 3A Kaartbijlage 3B Kaartbijlage 3C Kaartbijlage 4A Kaartbijlage 4B

Bodemfunctieklassenkaart Bodemkwaliteitszones bodemlaag 0-1 m-mv Bodemkwaliteitszones bodemlaag 1-1,5 m-mv Bodemkwaliteitszones bodemlaag 1,5-2 m-mv Ontgravingskaart bodemlaag 0-1 m-mv gebiedsspecifiek beleid Ontgravingskaart bodemlaag 1-1,5 m-mv gebiedsspecifiek beleid Ontgravingskaart bodemlaag 1,5-2 m-mv gebiedsspecifiek beleid Toepassingskaart bodemlaag 0-1 m-mv gebiedsspecifiek beleid Toepassingskaart bodemlaag 1-2 m-mv gebiedsspecifiek beleid

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF | VERSIEDATUM: JUNI 2021

1

Inleiding Deze nota is bedoeld voor professionele partijen die onder meer te maken hebben met grondverzet in de gemeenten Maassluis en Vlaardingen. In de teksten van deze nota bodembeheer zijn blauw gekleurde literatuurverwijzingen opgenomen. Deze zijn opgenomen bij de bronvermeldingen op de bladzijden 55 en 56 van deze nota bodembeheer.

1.1

Achtergronden Het bodembeleid ondergaat een transitie. Met de invoering van de Omgevingswet (naar verwachting in 2022) maakt het huidige sectorale beleid (gericht op de chemische kwaliteit) plaats voor een beleid dat zich richt op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en ondergrond. Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Deze nota bodembeheer is opgesteld voor de gemeenten Maassluis en Vlaardingen (en als niet specifiek benoemd hierna aangeduid als ‘de gemeenten’) en heeft 2 doelen: 1. Het formuleren van duurzaam en efficiënt grondstromenbeleid. 2. Het beleidsmatig verankeren van het gehanteerde bodembeleid. De gemeenten hebben hierbij samengewerkt. De gemeenten hebben de in 2016 opgestelde bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer geactualiseerd. De eerder opgestelde bodemfunctieklassenkaart is in de gemeenten Maassluis en Vlaardingen voor enkele gebieden aangepast. Met de aangepaste bodemfunctieklassenkaart, de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemfunctieklassenkaart, bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer vervangen. Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond vrij. Het tijdelijk opslaan en het hergebruik of toepassen van grond valt onder het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit[1] [2] (hierna 'het Besluit' en 'de Regeling').

Vanwege andere weten regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld. Het grondstromenbeleid (nuttig hergebruik van grond) moet praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant zijn. Hiermee wordt invulling gegeven aan het duurzaam en verantwoord beheer van de bodem in de gemeenten. Er zijn vier motieven voor het duurzaam en verantwoord bodembeheer: 1. Een ‘standstill’ voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau (de kwaliteit van de bodem moet gelijk blijven en op termijn verbeteren). 2. Beperking van het gebruik en aankoop van primaire én secundaire grondstoffen (aanvoer en gebruik van schoon zand uit zandwinputten of grond van een grondbank). 3. Kostenbesparing (minder onderzoeks- en verwerkingskosten bij vrijkomende grond). 4. Minder grondtransportbewegingen en energiebesparing (minder druk op het wegennet, minder uitstoot van fijnstof en CO2 en minder grondverwerking).

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

1 / 56

Deze nota bodembeheer geeft aan hoe de vrijkomende grond en gerijpte baggerspecie (hierna tezamen aangeduid als 'grond') op en in de landbodem van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. Hierbij is elke gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit. De gemeenten hebben binnen de mogelijkheden van het Besluit gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bij het gebiedsspecifieke beleid is een afweging gemaakt tussen enerzijds de risico’s voor bodemverontreiniging en behoud van de bestaande bodemkwaliteit en anderzijds de mogelijkheden voor hergebruik of toepassing van grond binnen de gemeenten. De bodemfunctieklassenkaart, de kwaliteitskaarten en de nota bodembeheer vormen een belangrijk basis voor het duurzame en verantwoorde hergebruiksbeleid van grond in de gemeenten. De kaarten en de nota bodembeheer moeten naast elkaar gebruikt worden. 1.2

Uitgangspunten nota bodembeheer Bij het opstellen van deze nota bodembeheer zijn de volgende algemene uitgangspunten aangehouden: • Zo weinig mogelijk regels. Nieuwe regels zijn alleen nodig indien de algemeen geldende landelijke kaders inzake bodem niet voldoende mogelijkheden bieden om, voor de specifieke situatie in de gemeenten Maassluis en Vlaardingen oplossingen te vinden. • Vereenvoudigen van de aanpak van de bodemverontreiniging. Om de maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren, wordt er naar gestreefd om met deze nota bodembeheer de aanpak van de bodemverontreiniging zo veel mogelijk te vereenvoudigen. Essentieel onderdeel hierbij is het maximaal gebruik van de informatie uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten. Deze vereenvoudiging leidt ook tot een groter gebruiksgemak voor de bedrijven, burgers, bestuurders, adviesbureaus en ambtenaren die uit verschillende invalshoeken te maken kunnen krijgen met bodemverontreiniging. • Gebruik maken van de ervaringen van de voorbije jaren. De voorbije jaren is binnen de gemeenten ervaring opgedaan met het gevoerde grondstromenbeleid. Deze ervaringen zijn bij het opstellen van deze nota bodembeheer geïnventariseerd. Het beleid dat als positief is ervaren blijft gehandhaafd, verder is voor de optimalisering beleid aangepast of nieuw beleid geïntroduceerd.

1.3

Afbakening nota bodembeheer

1.3.1

Bevoegd gezag In de meeste situaties is bij het hergebruik/toepassen van grond op of in de landbodem, de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit[3] vallen, is de vergunningverlenende instantie het bevoegd gezag.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

2 / 56

Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. In de gemeenten Maassluis en Vlaardingen is dat Rijkswaterstaat (rijkswateren) en het Hoogheemraadschap van Delfland (overige wateren). Op een saneringslocatie is de Wet bodembescherming[4] bepalend. Voor de gemeenten Maassluis en Vlaardingen is de provincie Zuid-Holland meestal het bevoegd gezag. De Provincie Zuid-Holland heeft deze taken gemandateerd aan de DCMR. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is de gemeente voor haar eigen grondgebied bevoegd gezag voor sanerende maatregelen. Uitzondering hierop vormen de (beschikte) spoedlocaties, de locaties die vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Bij een nieuwe verontreiniging (veroorzaakt op of na 1 januari 1987) binnen een omgevingsvergunningplichtige inrichting, toetst de vergunningsverlener Wet algemene bepalingen omgevingsrecht[5] van de desbetreffende inrichting of zijzelf dan wel de provincie Zuid-Holland als het bevoegd gezag optreedt. Voor de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming binnen de (toekomstige) Omgevingswet, de Wet ruimtelijke ordening[6] en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag.

Voor de gemeenten Maassluis en Vlaardingen wordt bij besluiten die het watersysteem raken, maar waar de gemeente het bevoegd gezag is, per situatie de bodemproblematiek afgestemd met het bevoegd gezag Waterwet[7]. Alleen op deze manier wordt bereikt dat de eisen die de gemeente stelt, aansluiten op de wensen/eisen die de waterbeheerder heeft ten aanzien van het watersysteem. 1.3.2

Reikwijdte Deze nota bodembeheer heeft betrekking op: • Het toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem en het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie op het grondgebied van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen. • Grondverzet bij bodemsanering. Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten en bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouw en activiteit ruimtelijke planvorming). Toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem en het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie Beoordelingen op grond van het in deze nota geformuleerde bodembeleid vinden plaats bij nieuwe ontwikkelingen (dynamische situaties, zoals grondverzet, bouw en/of bestemmingswijzigingen). Op locaties waar geen ontwikkelingen plaatsvinden (statische situaties) is het bodembeleid niet van toepassing. Voor alle toepassingen van grond geldt dat deze functioneel, nuttig, moeten zijn (zie § 2.1.1 van bijlage 2). Als dit niet het geval is, gaat het niet om het nuttig hergebruiken van grond en wordt de grond als afvalstof gezien. Een voorbeeld hiervan is het creëren van overhoogte op een geluidswal zonder dat dit voor de geluidswering noodzakelijk is.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

3 / 56

Voor het ontgraven en tijdelijk opslaan van grond in het kader van gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt de Wet bodembescherming. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 inwerking en vervalt de Wet bodembescherming. Diverse onderwerpen uit de Wet bodembescherming komen in het Besluit activiteiten leefomgeving aan de orde. Ook moeten bepaalde onderwerpen worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of de Omgevingsverordening. Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen geldt een bijzonder kader met acceptatieplicht voor de aangelanden op basis van de Waterwet en de Keur van waterschappen. Voor het inrichten van een weilanddepot voor baggerspecie moet in de gemeente een omgevingsvergunning (vroeger aanlegvergunning) worden aangevraagd (artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Afhankelijk van de locatie is ook een ontheffing noodzakelijk van het daar geldende bestemmingsplan. Het in deze nota geformuleerde beleid heeft geen betrekking op toepassingen van grond in een oppervlaktewaterlichaam tenzij het om een demping van een oppervlaktewaterlichaam gaat waardoor feitelijk een landbodem ontstaat. Of het gaat om het opvullen met grond van de ruimte achter een (nieuw) geplaatste beschoeiing.

In die situatie worden nadere afspraken gemaakt tussen de waterkwaliteitsbeheerder (Rijkswaterstaat -rijkswateren- of het Hoogheemraadschap van Delfland -overige wateren-) en de gemeente. Grondverzet bij bodemsanering Een bodemsanering moet worden uitgevoerd als er sprake is van een spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging of als bodemkwaliteit op de locatie niet voldoet aan de bodemkwaliteit die hoort bij de toegekende functie. Bij een bodemsanering wordt sterk verontreinigde grond ontgraven en eventueel de saneringsput opgevuld met grond. Ook kan een bodemsanering plaatsvinden door het aanbrengen van een isolatielaag, een ophooglaag of een leeflaag met grond. Afhankelijk van het type bodemsanering kan de bodemfunctieklassenkaart of de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt om de terugsaneerwaarde(n) te bepalen (zie § 4.13.1). Het aanvullen van een saneringsput of het aanbrengen van een isolatielaag, ophooglaag of leeflaag als sanerende maatregel is in het kader van het Besluit een nuttige toepassing. Afhankelijk van de ligging van de saneringslocatie gelden hierbij de toepassingseisen die in deze nota bodembeheer zijn geformuleerd (zie hoofdstuk 4).

Grens landbodem-waterbodem De definitie van de grens tussen landbodem en waterbodem is aangegeven in artikel 1 van de Waterwet: “Oppervlaktewaterlichaam: 'samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna'.” Ter plaatse van de waterbodems is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag. Binnen de gemeenten Maassluis en Vlaardingen zijn dat Rijkswaterstaat (rijkswateren) en het Hoogheemraadschap van Delfland (overige wateren). Bij de rijkswateren vallen de zogenoemde ‘drogere oevergebieden’, zoals gedefinieerd in de Waterregeling[8], onder het bevoegd gezag van de betreffende gemeente. De ligging van het

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

4 / 56

beheergebied van Rijkswaterstaat en de drogere oevergebieden zijn inzichtelijk gemaakt op de website van Rijkswaterstaat: https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgevingbeleid/waterwet/kaarten/kaart-waterregeling/ of https://geoservices.rijkswaterstaat.nl/portaal/. Ter plaatse van de overige wateren in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland is de Keur Delfland[9] van toepassing. De Keur is alleen van toepassing op waterstaatswerken. Dat wil zeggen oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken en op de daarlangs gelegen beschermingszones (zie figuur 1.1). De ligging van deze gebieden is weergegeven in de leggerkaarten die beschikbaar zijn bij het Hoogheemraadschap (www.hhdelfland.nl).

Figuur 1.1. Schematische dwarsdoorsnede van een oppervlaktewaterlichaam en bijbehorende beschermingszones (zonder natte ecologische zone of waterberging).

Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten en bij omgevingsvergunningsaanvragen Eén van de doelen van de Omgevingswet is dat de bodemkwaliteitskaart voor meer doelen dan het toepassen/hergebruik van grond wordt ingezet. De gemeenten Maassluis en Vlaardingen willen de bodemkwaliteitskaart onder voorwaarden gaan gebruiken • Bij de interpretatie van eindsituatie-onderzoeken bij bodemverontreinigende activiteiten als geen nulsituatie-onderzoek is uitgevoerd (zie § 4.16). • Als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming; zie hoofdstuk 8). 1.4

Geldigheid Deze nota bodembeheer wordt door de gemeenten vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. De bodemkwaliteitskaart wordt maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling, in 2021, geëvalueerd (zie artikel 4.3.5 van de Regeling). Voor een bodemfunctieklassenkaart geldt geen wettelijke houdbaarheidstermijn. Een bodemkwaliteitskaart moet elke 5 jaar opnieuw worden vastgesteld, ongeacht of er aanpassingen zijn. Met de bodemkwaliteitskaart wordt ook de bodemfunctieklassenkaart geëvalueerd. Als de bodemfunctieklassenkaart moet worden aangepast, moet deze ook weer opnieuw bestuurlijk worden vastgesteld. Op basis van de evaluatie van de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart wordt vastgesteld of aanpassing van deze nota noodzakelijk is of dat de nota in de huidige

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

5 / 56

vorm nog een volgende 5 jaar kan worden gebruikt. Alleen als het gebiedsspecifieke beleid (artikel 44 van het Besluit) moet worden aangepast, moet ook de nota opnieuw door elke gemeenteraad bestuurlijk worden vastgesteld. 1.5

Verantwoordelijkheid De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Maar ook een ieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een eigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener. De initiatiefnemer voor de grondtoepassing, of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), is dan ook verplicht om het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond te melden. In § 7.2.2 is een aantal situaties beschreven waarbij het toepassen van grond niet gemeld hoeft te worden. De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het ontgraven, het tijdelijk opslaan en/of het toepassen van grond en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: • Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer[10] (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. • Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): een ieder die handelingen verricht, die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. • Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen.

Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij bodemsanering gaat het dan om verontreinigd puin, sintels, teerresten et cetera. • Zorgplicht uit het Besluit (artikel 7): een ieder die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover van hem kan worden gevergd. De zorgplicht wordt in de Omgevingswet overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Als achteraf blijkt dat foutief is gehandeld, kan geen beroep worden gedaan op de gedane melding voor het Besluit bodemkwaliteit of het eventueel uitblijven van een reactie van het bevoegd gezag binnen een bepaalde termijn. Ook na toepassing mag het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit nog optreden tegen overtredingen van de regelgeving als blijkt dat niet de juiste gegevens zijn verstrekt of sprake is van het toepassen van grond/bagger van een onjuiste kwaliteit.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

6 / 56

1.6

Aansprakelijkheid De bodemfunctieklassenkaart, de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaart biedt geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een onderzoek te laten uitvoeren.

1.7

Deze nota in relatie tot de Omgevingswet Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet en diverse (aanvullings-) wetten, besluiten en Algemene maatregelen van bestuur inwerking. De huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het nuttig toepassen van grond en gerijpte baggerspecie komt daarmee te vervallen en worden in de Omgevingswet, de bijbehorende (aanvullings)wetten en besluiten en Algemene maatregelen van bestuur geregeld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet valt deze nota bodembeheer én de bodemkwaliteitskaart van rechtswege via het overgangsrecht direct in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het in deze nota bodembeheer geformuleerde gebiedsspecifieke beleid wordt hiermee na de inwerkingtreding van de Omgevingswet voortgezet. Deze nota bodembeheer kan als bouwsteen dienen voor het Omgevingsplan of Programma. Een nieuw op te stellen Omgevingsplan met het oog op de bodem, krijgt een breder spectrum dan alleen bodemsanering en hergebruik van grond. Er wordt aangesloten op de gemeentelijke Omgevingsvisie.

Onderwerpen zoals de aanpak van bodemverontreiniging, activiteiten in het grondwater, eventuele diffuse bodembelasting met lood, verzilting, bodemdaling, bodemafdekking (wateroverlast en hittestress), opslag van gas in de ondergrond, bodemenergie (geothermie) en/of warmte-koude opslag in de ondergrond, asbestdaken en gerelateerde bodemverontreiniging en het overgangsrecht voor de Wet bodembescherming kunnen aan de orde komen. Het verdient de aanbeveling om het hergebruik van grond terug te laten komen in een nieuw Omgevingsplan, met het oog op de bodem. Met de Omgevingswet wijzigt ook het normenkader. Er komen zogenaamde ‘Voorkeurswaarden’ en ‘Maximale waarden’. De ‘Voorkeurswaarde’ (voor een bepaald bodemgebruik) is gelijk aan de huidige normen uit de Regeling voor ‘Achtergrondwaarde (AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De ‘Maximale waarde’ is gelijk aan de huidige waarden die voor het spoedcriterium van de Wet bodembescherming worden gebruikt. Tussen de ‘Voorkeurswaarde’ en ‘Maximale waarde’ hebben gemeenten de ruimte om eigen beleid te maken (zie figuur 1.2). Dit moet worden onderbouwd door de betreffende gemeente.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

7 / 56

Figuur 1.2 Normenkader bodem in de omgevingswet

De huidige Interventiewaarden van de Wet bodembescherming worden in de Omgevingswet opgenomen in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving. Als gegraven gaat worden met een omvang meer dan 25 m3, en de interventiewaarde wordt overschreden, wordt het net zoals nu verplicht een geschiktheidstoets uit te voeren voor het huidige/beoogde bodemgebruik. De gemeenten krijgen de mogelijkheid om gebiedsspecifiek beleid te maken: • om de interventiewaarde, ‘triggerwaarde’, voor de verplichte geschiktheidstoets hoger of lager te stellen (zie artikel 5.89j Besluit kwaliteit leefomgeving), bijvoorbeeld voor gebieden waar sprake is van een diffuus verspreide sterke verontreiniging; • om verhoogde terugsaneerwaarden te formuleren (net zoals de Lokale Maximale Waarden binnen het Besluit). Bij werkzaamheden in de grond met gehalten boven de interventiewaarden, blijft de kwaliteitsborging in het bodembeheer[11] gelden; de zogenaamde ‘Kwalibo’; bijvoorbeeld dat werkzaamheden onder erkenning en volgens beoordelingsrichtlijnen moeten worden uitgevoerd (zie artikel 2.1 van de Regeling). Opgesteld gemeentelijk beleid (verhoogde ‘triggerwaarden’) heeft daar geen invloed op. Binnen de Omgevingswet blijft een bodemkwaliteitskaart gelden als erkend bewijsmiddel bij grondverzet.

De bodemkwaliteitskaart kan ook gebruikt worden bij het Activiteitenbesluit (bodembedreigende activiteiten binnen de Omgevingswet) of bij de vrijstelling van bodemonderzoek voor omgevingsvergunningen. Bij nog niet gesaneerde en beheerde grondwaterverontreinigingen wordt de regelgeving in de Omgevingswet als volgt: • Op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld (her)ontwikkelingsprojecten of tijdens graafwerk) moet door de initiatiefnemer de bron van de grondwaterverontreiniging worden gesaneerd. • Afhankelijk van de urgentie en het gebruik van de boven- en ondergrond (bijvoorbeeld drinkwaterwinning) neemt de overheid initiatieven om de pluim van de grondwaterverontreiniging aan te pakken.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

8 / 56

In de Omgevingswet is het een doelstelling dat informatie over milieuwet- en regelgeving makkelijker en digitaal wordt ontsloten. De mogelijkheden voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie, worden door de gemeenten digitaal gepresenteerd op de gemeentelijke websites en interactief inzichtelijk gemaakt op een website die voor iedereen te raadplegen is: https://dcmr-bbkweb.lievense.com/. Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 inwerking treedt. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk. 1.8

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is ingegaan op de vastgestelde (stedelijke) bodemkwaliteit in de gemeenten Maassluis en Vlaardingen. In hoofdstuk 3 is een toelichting gegeven op de maatschappelijke opgave over het toepassen van grond in de gemeenten. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van grond is in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel komt in hoofdstuk 5 aan de orde. Hoofdstuk 6 gaat in op de onderzoeksinspanning die moet worden verricht voorafgaand aan het toepassen van grond. De te volgen procedures rondom het toepassen van grond zijn beschreven in hoofdstuk 7. Hoofdstuk 8 gaat in op het vrijstellingsbeleid voor het uitvoeren van bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming). Deze nota wordt afgesloten met een hoofdstuk over enkele mandateringen van bevoegdheden door de gemeenteraden naar de colleges van burgemeester en wethouders en een overzicht van de in de teksten aangegeven bronvermeldingen. De in deze nota gebruikte begrippen zijn in bijlage 1 uiteengezet. In bijlage 2 is ingegaan op de Wet- en regelgeving bij het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond. In de bijlagen 3 is een beschrijving gegevens hoe de bodemkwaliteitskaart is gemaakt en zijn de resultaten daarvan weergegeven.

De statistische onderbouwing van de ontgravingskaarten is in de bijlagen 4 opgenomen. De mogelijkheden voor het toepassen van grond binnen de gemeenten Maassluis en Vlaardingen, zonder dat bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden, zijn weergegeven in een grondstromenmatrix dat in bijlage 5 is opgenomen. In bijlage 6 is de onderbouwing gegeven van de normen waaraan de gemeente haar bodemkwaliteit toetst. Tenslotte is in bijlage 7 het vragenformulier voor historische gegevens van de toe te passen grond opgenomen dat kan worden gebruikt als bewijsmiddel voor de toe te passen grond, tezamen met de ontgravings- en toepassingskaarten. Op de kaartbijlagen 1 en 2 zijn respectievelijk de bodemfunctieklassenkaart en een kaart met de ligging van de bodemkwaliteitszones weergegeven. Op de kaartbijlagen 3 zijn de te verwachten ontgravingskwaliteit weergegeven. De toepassingseisen voor grond in de gemeente zijn weergegeven op de kaartbijlagen 4.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

9 / 56

2

De te verwachten bodemkwaliteit in de gemeenten In de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen (zie voor de technische onderbouwing bijlage 3A) zijn op basis van bodemtype, gebruikshistorie en bodemkwaliteit in totaal 17 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte, 16 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden en 2 bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen (bodemlagen 0-1,0 m-mv en 1,0-1,5 m-mv, zie de kaartbijlagen 2A, 2B en 2C). Binnen een bodemkwaliteitszone wordt dezelfde gebiedseigen bodemkwaliteit aangetroffen. Hierbij is rekening gehouden dat de bovenste meter van de bodem doorgaans meer belast is met verontreinigende stoffen dan de onderliggende bodemlaag. De kaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[12] en de afspraken die met de gemeenten en de DCMR zijn gemaakt. De bodemkwaliteitskaart is vastgesteld voor de stoffen arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,5 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen1 vastgesteld.

Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFASverbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,5 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 1,0-1,5 m-mv. De algemene stedelijke bodemkwaliteit van een bodemkwaliteitszone is gebaseerd op de 80-percentielwaarden2 van de voornoemde stoffen De gemeenten Maasluis en Vlaardingen hebben besloten om bij het karakteriseren van de bodemkwaliteitszones uit te gaan van het bodembeleid van de gemeente Rotterdam[13] (zie bijlage 1 onder het kopje 'Bodemkwaliteitsklasse'). Daardoor maken de gemeenten Maassluis en Vlaardingen gebruik van het gebiedsspecifieke kader van het Besluit (zie ook § 4.3). Naast Rotterdam hanteren de gemeenten Lansingerland, Nissewaard en Schiedam dat beleid ook. In § 4.3 wordt hier nader op ingegaan. In het stedelijk gebied van de regio Rijnmond komt barium vaak verhoogd voor. Daarom is barium meegenomen bij de karakterisering van de algemene stedelijke bodemkwaliteit. In tabel 2.1 is per bodemkwaliteitszone de verwachte ontgravingsklasse en de toepassingseisen per voorkomende bodemfunctie weergeven. Omdat in één bodemkwaliteitszone meerdere bodemfuncties kunnen voorkomen, kunnen ook meerdere toepassingseisen voorkomen (zie ook § 3.8.4 van bijlage 3A).

Uit tabel 2.1 blijkt dat in 10 bodemkwaliteitszone de ontgraven grond niet mag worden teruggeplaatst in dezelfde bodemkwaliteitszone of in een deel van de bodemkwaliteitszone afhankelijk van de bodemfunctie van de betreffende locatie.

1

2

Het betreft 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. PFAS-verbindingen worden gebruikt in blusschuim of om producten water- en/of vetafstotend te maken en zijn verwerkt in een scala van producten (tefalpannen, kleding, verf, cosmetica, zonnebrand). 80% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

10 / 56

De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende3 en verwerkende bedrijven4, inzet blusschuim5 en secundaire bronnen6). • Locaties die in het Kadaster zijn geregistreerd met een aantekening Wet bodembescherming (de locaties met een beschikking “Ernstig”). • De volgende gebieden in de gemeente Maassluis: o Noord Nieuwlandse Polder Zuid (NNPZ). o Noordelijk Industrieterrein. o Park. o Sterrebos. o Steendijkpolder (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte). • De bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld. • De waterbodems die in beheer zijn van de betreffende waterkwaliteitsbeheerder: Rijkswaterstaat of het Hoogheemraadschap van Delfland; met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling[8]. • Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.

Tabel 2.1: Bodemkwaliteitszone per bodemlaag met verwachte ontgravingsklasse en de toepassingseisen per voorkomende bodemfunctie BodemVerwachte Toepassingseis Toepassingseis Toepassingseis bij Toepassingseis kwaliteitsBodemlaag ontgravingsbij bodemfunctie bij bodemfunctie bodemfunctie bij bodemfunctie zone klasse Industrie Wonen Landbouw Natuur Gemeente Maassluis Bodemlaag 0-1 m-mv Kern, 1e Fase Bodemlaag 1-2m-mv Bodemlaag 0-1 m-mv 2e Fase inrichting Bodemlaag 1-2m-mv Bodemlaag 0-1 m-mv 3e Fase bebouwing Bodemlaag 1-2m-mv Bodemlaag 0-1 m-mv Balkon Bodemlaag 1-2m-mv Bodemlaag 0-1 m-mv Industrie Stationsbuurt Bodemlaag 1-2m-mv Bodemlaag 0-1 m-mv Kapelpolder Bodemlaag 1-2m-mv Bodemlaag 0-1 m-mv Landelijk gebied Bodemlaag 1-2m-mv Bodemlaag 0-1 m-mv Steendijkpolder Bodemlaag 1-2m-mv

Industrie # Industrie ## Industrie # Wonen ## Wonen # Landbouw ## Landbouw # Landbouw ## Industrie # Industrie ## Industrie # Industrie ## Landbouw # Landbouw ## Industrie # Niet gezoneerd $ ##

Industrie @@ Industrie @@ Industrie @@ Wonen @@ Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Industrie @@ Industrie @@ Industrie @@ Industrie @@ Nvt. Nvt. Nvt.

Wonen* @@ Wonen* @@ Wonen* @@ Wonen @@ Wonen @@ Landbouw @ Landbouw @ Landbouw @ Wonen* @@ Wonen* @@ Nvt. Nvt. Landbouw @ Landbouw @ Wonen* @@

Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Landbouw @ Landbouw @ Nvt.

Neem contact op met de DCMR

3

Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen.

4

Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.

5

6

Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Natuur* @ Natuur* @ Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt. Nvt.

NOTA BODEMBEHEER 2016-2026 GEMEENTEN MAASSLUIS EN VLAARDINGEN | DOCUMENTCODE: 15M1058.RAP001.JS | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JUNI 2021

11 / 56

Vervolg tabel 2.1: Bodemkwaliteitszone per bodemlaag met verwachte ontgravingsklasse en de toepassingseisen per voorkomende bodemfunctie BodemVerwachte Toepassingseis Toepassingseis Toepassingseis bij kwaliteitsBodemlaag ontgravingsbij bodemfunctie bij bodemfunctie bodemfunctie zone klasse Industrie Wonen Landbouw

Toepassingseis bij bodemfunctie Natuur

Gemeente Maassluis Zuidelijk Bodemlaag 0-1 m-mv industrieBodemlaag 1-2m-mv gebied

Wonen #

Wonen @@

Wonen @@

Nvt.

Nvt.

Industrie ##

Industrie @@

Wonen @@

Nvt.

Nvt.

Gemeente Vlaardingen Bodemlaag 0-1 m-mv 1e Ring Bodemlaag 1-2m-mv

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10631323/1