Meicirculaire
Tekst van het document
Meicirculaire gemeentefonds 2022
17
opgenomen in paragraaf 2.5.
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering NummerMutatie
Verdeelwijze
algemene mutaties Accres Volkshuisvestingsfonds Woningbouwimpuls Opschalingskorting (Coalitieakkoord) Plafond BTW-compensatiefonds Knelpunten verdeelsystematiek Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) Raadsledenvergoeding kleine gemeenten
1a) 1b) 1c) 2) 3) 4) 5) 6a)
uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor
taakmutaties 2022
7)
cluster Bestuur en algemene ondersteuning Permanente registratie kiezers buitenland
maatstaf vast bedrag Den Haag
8)
cluster Samenkracht en burgerparticipatie Energietoeslag
maatstaven subcluster minimabeleid
9)
cluster Jeugd Jeugdhulp: subsidieregeling cointinuïteitsregeling cruciale jeugdzorg
maatstaven subcluster jeugdhulp
10)
cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Toezicht en handhaving voor EPBD III
maatstaf bedrijfsvestigingen
11)
cluster Volksgezondheid Prenataal huisbezoek
Via de maatstaven inwoners, vast bedrag, jongeren en sociale structuur*
taakmutaties 2023 tot en met 2027 cluster Bestuur en ondersteuning 6b) 12)
Raadsledenvergoeding kleine gemeenten: overheveling vanuit IU Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren
maatstaven subcluster bestuursorganen en bevolkingszaken (behalve verkiezingen Den Haag) maatstaven subcluster algemene ondersteuning
13a) 13b)
cluster Participatie Participatie: Wajong overheveling vanuit IU Participatie: Regulier werk overheveling vanuit IU
maatstaven cluster maatstaven cluster
14) 15)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Overgangsrecht levenslang
maatstaven cluster maatstaven cluster
16) 17)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Jeugdzorg (Coalitieakkoord) Voogdij 18+: overheveling vanuit IU
maatstaven cluster maatstaven cluster
18) 19)
cluster Sociale basisvoorzieningen Inburgering: overheveling vanuit IU Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord)
maatstaven inwoners en migratieachtergrond maatstaven cluster
* Dit zijn de maatstaven huishoudens met laag inkomen, lage inkomens met drempel, bijstandontvangers, uitkeringsontvangers, minderheden, eenouderhuishoudens, huishoudens en meerkernigheid. Op het vast bedrag na, is voor de verdeling de huidige verhouding in het cluster gebruikt.
2.4 2.4.1
Overige mededelingen algemene uitkering Bommenregeling
Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Op de website van de Rijksoverheid staat een uitgebreide beschrijving met onder andere informatie over de
Meicirculaire gemeentefonds 2022
18
aanvraagprocedure.15 Bijlage 2.4.1 vermeldt de gemeenten die in 2022 - op basis van de ingediende aanvraag - een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2022 bedraagt 27,666 miljoen. Binnen het nationaal programma Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn eind 2018 locaties vastgesteld in de gemeenten Almere (Markermeer), Echt-Susteren, Dalfsen, Hollands Kroon, Lingewaard en Lochem. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft deze gemeenten verzocht om samen uitvoering te geven aan het bergen van de vliegtuigwrakken. De bergingen in Echt-Susteren en Lochem zijn in 2019 uitgevoerd. In 2020 hebben de bergingen in Almere (Markermeer) en Dalfsen plaatsgevonden. In 2021 vond de berging in Hollands Kroon plaats. De berging in Lingewaard vindt naar verwachting in 2022 plaats. Voorbereidingen voor bergingen in 2023 en verder zijn gestart. Zo heeft de gemeente SúdwestFryslân een verzoek gedaan om één of twee vliegtuigwrakken te laten bergen onder het nationaal programma, evenals de gemeente Heerde. Ook andere locaties zijn geïdentificeerd. Er vinden met de betreffende gemeenten gesprekken plaats. Voor de bergingen die onderdeel uitmaken van het programma ontvangen de betreffende gemeenten via de bommenregeling een bijdrage van 100% aan de door hen gemaakte kosten.
Op basis van het ingediende raadsbesluit met daarin de gemaakte kosten ontvangt Almere in 2022 een bedrag van 1,107 miljoen.
2.4.2
Bevolkingsdaling
Zoals gemeld in de decembercirculaire 2021 (paragraaf 3.3.1) zullen de middelen voor bevolkingsdaling in 2022 nog eenmalig worden gecontinueerd. Tot en met 2021 ontvingen de negen krimpregios deze middelen via een decentralisatie-uitkering uit het gemeentefonds. Om de rechtmatigheid te waarborgen worden de middelen in 2022 verstrekt via een specifieke uitkering vanaf de begroting van het ministerie van BZK. Zoals gebruikelijk wordt over de besteding van een specifieke uitkering verantwoording afgelegd aan het Rijk. Het voornemen is om deze verantwoording zo licht mogelijk te houden, zodat de administratieve lasten beperkt blijven. De specifieke uitkering dient te worden besteed aan beleidsvorming/projecten met betrekking tot bevolkingsdaling. Het bedrag per regio voor 2022 is identiek aan het bedrag van 2021. Het totaal benodigde bedrag ad 11,2 miljoen wordt identiek aan de werkwijze in voorgaande jaren onttrokken aan de algemene uitkering. Dit zal worden verwerkt in de septembercirculaire 2022. De ontvangende gemeente van iedere regio ontvangt vervolgens een beschikking van het ministerie van BZK, waarna het bedrag zal worden uitgekeerd. De middelen lopen per 1 januari 2023 definitief af.
Voor de gemeenten die middelen voor bevolkingsdaling ontvingen en een negatief ingroeipad kennen, zal bij de invoering van de nieuwe verdeling van de middelen uit het gemeentefonds per 1 januari 2023 een aangepast ingroeipad gelden (zie paragraaf 2.5.2).
15
Bommenregeling gemeentefonds | Brochure | Rijksoverheid.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2022
19
2.4.3
Meerkosten corona 2022 Wmo 2015 en Jeugdwet
In de Voorjaarsnota 2022 heeft het kabinet een eerste raming van de omvang van de meerkosten in het sociaal domein opgenomen ( 73 miljoen). Hiermee onderschrijft het Rijk de afspraak over de meerkosten nogmaals. Deze raming is gebaseerd op de compensatie die in 2020 en 2021 is uitgekeerd. In de raming is rekening gehouden met het effect van vaccinaties en het afschalen van de maatregelen, evenals met het beschikbaar stellen van zelftesten aan zorgpersoneel. Dit budget is indicatief en wordt nog niet als voorschot aan gemeenten uitgekeerd. Dit ter voorkoming van verdeelproblemen bij het definitief vaststellen van de compensatie. De raming wordt, volgens afspraak, geactualiseerd in de Najaarsnota, nadat onderzoek naar de omvang van de meerkosten heeft plaatsgevonden om tot een betrouwbare raming te komen voor de meerkosten in 2022. Op basis van die definitieve raming wordt de omvang van de compensatie vastgesteld en bij decembercirculaire 2022 uitgekeerd aan gemeenten. Zowel het onderzoek als besluitvorming over de compensatie vindt in gezamenlijk overleg tussen het Rijk en de VNG plaats.
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel
2.5.1
Inleiding
Tabel 2.5.1 bevat een overzicht van de wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering ten opzichte van de septembercirculaire 2021.
Tabel 2.5.1 Wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering Nummer Naam Aard van de maatregel 1 Herijking gemeentefonds Invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds 2 Maatstaf ozb Aanpassing rekentarieven in verband met marktontwikkeling WOZ-waarden
Ingangsjaar 2023 Jaarlijks
De toelichting volgt in de paragrafen 2.5.2 en 2.5.3.
2.5.2
Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023
Inleiding Zoals in paragraaf 1.3 gemeld is met ingang van 1 januari 2023 sprake van een nieuwe verdeling van de algemene uitkering. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten hier door de fondsbeheerders over geïnformeerd.16 Deze paragraaf bevat aanvullende informatie over de invoering van het nieuwe verdeelmodel. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de actualisatie van het nieuwe verdeelmodel van 2019 naar het moment van invoering per 2023, de nieuwe clusterindeling, de maatstaven, de bedragen per eenheid, het ingroeipad, de overheveling van verschillende integratie-uitkeringen naar de algemene uitkering en de verevening van de belastingcapaciteit OZB.
Invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds | Tweede Kamer der Staten-Generaal en Maartbrief 2022 aan gemeenten en provincies | Brief | Rijksoverheid.nl 16
Meicirculaire gemeentefonds 2022
20
Actualisatie nieuw verdeelmodel De laatste doorrekening van het nieuwe verdeelmodel dateert van 23 december 2021 (peiljaar 2019).17 In deze circulaire is het nieuwe model met de nu bekende gegevens geactualiseerd naar de stand 1 januari 2023. Deze laatste actualisatieslag geeft inzicht in de definitieve uitkomsten, waar ook het ingroeipad naar de nieuwe verdeling op is gebaseerd (zie kopje Ingroeipad). De achterliggende berekening is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet.18 Het rekenbestand op internet bevat ook een vergelijking met het huidige verdeelmodel op basis van uitkeringsjaar 2022. De actualisatie van het nieuwe verdeelmodel van 2019 naar de stand 1 januari 2023 betreft de volgende aspecten: 1.
de standen van de gebruikte verdeelmaatstaven (zoals het aantal inwoners, de oppervlakte, het aantal mensen met lage inkomens, etc) zijn geactualiseerd. Voor alle maatstaven geldt dat zo actueel mogelijke gegevens zijn gebruikt. Voor de maatstaven die gebruik maken van zgn. bodemfactoren is gebruik gemaakt van een actuele kaart over de bodemgesteldheid van Nederland conform de Wet Basisregistratie Ondergrond (BRO)19;
2.
alle budgetontwikkelingen die in de periode 2020 tot en met 2022 hebben plaatsgevonden (bijvoorbeeld het accres, de loon- en prijsindexering en middelen voor Jeugdzorg) zijn volgens de nieuwe verdeling verwerkt, ook de mutaties uit deze circulaire die betrekking hebben op 2022;
3.
een actuelere gemeentelijke indeling (2022).
Clusterindeling Zowel voor het klassiek als het sociaal domein zijn samenhangende taken van gemeenten in clusters ingedeeld. De clusters zijn bedoeld om een verdeling te kunnen maken en onderhouden; het is nadrukkelijk geen bestedingsnorm. Vooral de ontwikkelingen in het sociaal domein waren aanleiding om de clusterindeling te herzien. De nieuwe clusterindeling is in deze circulaire toegepast, met ingang van 2023.20
Aanvullende informatie berekening herverdeeleffect voorstel nieuwe verdeling gemeentefonds | Publicatie | Rijksoverheid.nl 18 Circulaires gemeentefonds | Financiën gemeenten en provincies | Rijksoverheid.nl 19 Voor meer informatie zie: De Wet BRO zorgt ervoor dat alle publieke gegevens en modellen over de 17
ondergrond van Nederland beschikbaar is in éen centrale database, en verplicht overheden en bestuursorganen om bij ondergrondanalyses gebruik te maken van de gegevens in deze centrale database. Het ministerie van BZK heeft daarom TNO gevraagd om de bodemgesteldheidskaart te actualiseren op basis van de GeoTOP (model in de centrale database). De criteria voor slechte grond blijven ongewijzigd ten opzichte van de bodemgesteldheidskaart 1997/2000. Het onderzoeksrapport van TNO is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. 20 Voor een overzicht en de namen van de clusters zie bijlage 2.5.2b
Meicirculaire gemeentefonds 2022
21
Maatstaven Vanaf uitkeringsjaar 2023 is door de invoering van het nieuwe verdeelmodel sprake van een groot aantal wijzigingen in de verdeelmaatstaven. Bijlage 2.5.2-b bevat het overzicht. Bedragen per eenheid In het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds zijn de bedragen per eenheid opnieuw bepaald (zie paragraaf 2.6 en de bijlagen 2.1.1 en 2.1.2). Ingroeipad Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is -/+ 7,50 per inwoner in 2023 en -/+ 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op -/+ 37,50 per inwoner in 2025. Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lage sociaal economische status gecombineerd met een negatief herverdeeleffect geldt tot en met 2025 een aangepast ingroeipad. Het maximale negatieve effect voor deze gemeenten is - 5 per inwoner in 2023, - 7,50 per inwoner in 2024 en - 10 per inwoner in 2025.
Dat betekent dat het maximale totale effect voor deze gemeenten in 2025 uitkomt op - 22,50 per inwoner.21 De groep gemeenten is tot stand gekomen door te kijken naar: Voor de 50% gemeenten die het minst profiteren van het Coalitieakkoord (opschalingskorting en accres) ten opzichte van hun huidige uitkering in 2022 geldt een aangepast groeipad als ze in 2020 aan twee van onderstaande drie criteria voldoen: Criterium 1: Het gemeenten zijn waarvan de bevolking een lage sociaal economische status heeft. Hierbij is gebruikgemaakt van de definitie van het CBS en de definitie zoals deze gehanteerd wordt in de jaarlijkse begrotingsanalyse van het ministerie van BZK. Het gemeenten zijn met een relatief zwakke financiële positie. Criterium 2: Het OZB-tarief hoger is dan 120% van het gemiddelde van Nederland. Hierbij is het tarief gewogen op basis van de WOZ-waarde; Criterium 3: De solvabiliteit onder de 30% ligt. Ook de gemeenten die tot en met 2022 aanvullende middelen ontvangen vanwege bevolkingsdaling en die te maken hebben met een negatief herverdeeleffect komen in aanmerking voor het aangepaste ingroeipad (- 5 per inwoner in 2023, - 7,50 per inwoner in 2024 en - 10 per inwoner in 2025).22
Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en lage sociaal economische status die een positief herverdeeleffect als gevolg van de nieuwe verdeling hebben, geldt het reguliere ingroeipad: + 7,50 per inwoner in 2023 en + 15 per inwoner in 2024 en 2025. 22 Voor de gemeenten met een positief herverdeeleffect geldt het reguliere ingroeipad: + 7,50 per inwoner in 2023 en + 15 per inwoner in 2024 en 2025. 21
Meicirculaire gemeentefonds 2022
22
De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne fuseren per 1 januari 2023. Voor de nieuwe gemeente - Voorne aan Zee geldt dat het maximale effect -/+ 37,50 per inwoner is. Dit betekent dat voor de nieuwe gemeente Voorne aan Zee een vergelijking zal worden gemaakt op basis van uitkeringsjaar 2022 tussen het huidige en het nieuwe verdeelmodel. Het verschil bedraagt maximaal -/+ 37,50 per inwoner op basis van de uitkomsten voor de nieuw te vormen gemeente Voorne aan Zee. Deze berekening kan nu nog niet worden uitgevoerd, omdat nog niet alle gegevens voor handen zijn. In de septembercirculaire 2022 volgt het ingroeipad voor de nieuw te vormen gemeente Voorne aan Zee. Om te bewerkstelligen dat het herverdeeleffect als gevolg van het nieuwe verdeelmodel conform bovengenoemd (aangepast) ingroeipad wordt gerealiseerd, wordt de algemene uitkering in de jaren 2023 tot en met 2025 verhoogd of verlaagd met de bedragen zoals opgenomen in bijlage 2.5.2-a. Deze bedragen worden zoals gebruikelijk toegekend via een suppletie-uitkering (suppletieuitkering Nieuwe verdeling GF). Bijlage 2.5.2-a. bevat ook de namen van de gemeenten die in aanmerking komen voor het aangepaste ingroeipad en de voor hen relevante bedragen van de suppletie-uitkering Nieuwe verdeling GF.
De bedragen voor 2026 en verder voor de suppletie-uitkering zijn afhankelijk van de besluitvorming naar aanleiding van de evaluatie van het nieuwe verdeelmodel (zie kopje Onderzoeksagenda). In afwachting hiervan is ervoor gekozen om voor 2026 en verder uit te gaan van de stand 2025 en dus de suppletie-uitkering door te trekken.
Overheveling integratie-uitkeringen naar algemene uitkering De integratie-uitkeringen Raadsledenvergoeding kleine gemeenten, Participatie (onderdelen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk)), Voogdij/18+ en Inburgering worden met ingang van 2023 toegevoegd aan de algemene uitkering. Bij de totstandkoming van het nieuwe verdeelmodel is hier rekening mee gehouden. In 2023 is met de overhevelingen in totaal een bedrag gemoeid van ruim 933 miljoen, wat in de jaren daarna verder oploopt. In paragraaf 2.2 zijn de overhevelingen verwerkt, in paragraaf 2.3 is de wijze van verdeling van de hiermee gemoeide middelen weergegeven. Verevening belastingcapaciteit OZB Onderdeel van de onderzoeksagenda is het onderzoek naar de Overige Eigen Middelen. Aangezien dit onderzoek nu nog niet is afgerond en de fondsbeheerders de verevening van de algemene eigen middelen graag in samenhang bezien, is besloten het vereveningspercentage van de OZB te handhaven op de huidige 70% voor niet-woningen en 80% voor woningen in plaats van dit percentage op te hogen naar 90%. Aanvullend argument is dat sinds 2017 het jaar waarop het nieuwe model is geijkt de WOZ-waarden hard zijn gestegen. Het lijkt de fondsbeheerders niet reëel om die stijging 1-op-1 door te vertalen naar de belastingcapaciteit waarmee in het gemeentefonds rekening wordt gehouden.
Voor de twee maatstaven die betrekking hebben op niet-woningen (ozb niet-woningen eigenaren en ozb niet-woningen gebruikers) blijft gelden dat maximaal 35.000 aan WOZ-
Meicirculaire gemeentefonds 2022
23
waarde per inwoner in de verevening wordt betrokken, net als in het oorspronkelijke verdeelvoorstel. Het niet via de OZB-maatstaven verevende deel (respectievelijk 30% en 20%) wordt ingehouden via een vast bedrag per woonruimte. De rekentarieven23 zijn gelijk getrokken met de landelijke gemiddelde tarieven in onderzoeksjaar 2017. Deze rekentarieven worden in het nieuwe verdeelmodel vervolgens jaarlijks bijgesteld op de manier zoals ook in het huidige model gebruikelijk is (zie paragraaf 2.5.3).
2.5.3
Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven
De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf ozb is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb. De correctie is op nationaal niveau. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZtijdvakken. Op 1 januari 2023 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2022. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de ozb-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB). De marktontwikkeling tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2022 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 13,5%.
Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 1%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het CPB 3,1%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op 0,1030%, voor eigenaren niet-woningen op 0,2796% en voor gebruikers niet-woningen op 0,2127%. De aangepaste rekentarieven zijn ook opgenomen in bijlage 2.1.3.
2.6
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op
De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het vereveningspercentage en vervolgens met een daaraan gekoppeld gewicht (het zogenaamde rekentarief). 23
Meicirculaire gemeentefonds 2022
24
de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen. Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2022 is geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering voor dat uitkeringsjaar kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2022.24 De achterliggende berekening van de maatstaf re-integratie klassiek, de maatstaf medicijngebruik en de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen is niet te herleiden uit de betaalspecificaties gemeentefonds die de gemeenten maandelijks ontvangen. Voor genoemde maatstaven geldt dat nog niet alle gegevens voorhanden zijn om per gemeente de waarde voor uitkeringsjaar 2022 te berekenen. Actualisatie vindt daarom plaats bij de komende septembercirculaire, waarbij ook de achterliggende berekening zal worden gepubliceerd. Bij deze circulaire zijn wel de definitieve gegevens van de maatstaf medicijngebruik voor uitkeringsjaar 2020 gepubliceerd. Vanaf uitkeringsjaar 2023 is door de invoering van het nieuwe verdeelmodel sprake van een groot aantal wijzigingen in de verdeelmaatstaven. Een deel van de maatstaven komt te vervallen, van een drietal maatstaven wijzigt de naam danwel de definitie en er worden acht nieuwe maatstaven geïntroduceerd.
Het totaal aantal verdeelmaatstaven daalt van 88 naar 49. Een compleet overzicht van de wijzigingen is opgenomen in bijlage 2.6.2. Voor de volledigheid is in deze bijlage ook een overzicht opgenomen van de verdeelmaatstaven die ten opzichte van het huidige verdeelmodel ongewijzigd zijn. Bedragen per eenheid Voor 2022 wijzigen de bedragen per eenheid door de informatie in de tabellen 2.2.1 en 2.3.1. Het zijn kortom wijzigingen ten opzichte van de decembercirculaire 2021. Voor 2023 geldt dat: in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds de bedragen per eenheid 2023 opnieuw zijn bepaald; de zogenaamde rekentarieven van de maatstaf ozb ten opzichte van 2022 zijn aangepast (zie ook paragraaf 2.5.2); de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt; uitnamen en toevoegingen van 2022 op 2023 die in eerdere circulaires zijn opgenomen zijn verwerkt. Bijlage 2.2.1 bevat die uitnamen en toevoegingen uit eerdere circulaires. Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevat het overzicht van bedragen per eenheid 2022 en 2023.
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/24/toelichting-op-de-berekening-van-deuitkeringen-uit-het-gemeentefonds 24
Meicirculaire gemeentefonds 2022
25
Hoewel de nieuwe verdeling in 2023 wordt ingevoerd bevat bijlage 2.1.2 ook voor 2022 een overzicht van bedragen per eenheid volgens de nieuwe verdeling. In dat overzicht zijn alle mutaties tot en met 2022 verwerkt. Deze bedragen per eenheid zijn gebruikt bij de berekening van de herverdeeleffecten, grondslag voor de suppletie-uitkering Nieuwe verdeling GF (zie paragraaf 2.5.2). Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen (circa 32 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa 19 miljard).25 De landelijke uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.6.1 van deze circulaire. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang:
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties;
door de overgang van de huidige naar de nieuwe verdeling valt de uitkeringsfactor vanaf 2023 lager uit;
de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen. Bijlage 2.6.2 bevat informatie over de raming van de maatstaven met een groot aandeel in de uitkeringsbasis.
Ten opzichte van de decembercirculaire 2021 zijn de uitkeringsfactoren van 2020 en 2021 ongewijzigd. De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2022-2027 is vermeld in tabel 2.6.1.
Tabel 2.6.1 Uitkeringsfactor 2022-2027
Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1,813 19.394
1,285 29.409
1,356 28.522
1,419 28.684
1,345 28.934
1,372 29.177
De uitkeringsfactoren in tabel 2.6.1 zijn in lopende prijzen.26 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen In het nieuwe model is de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en overige uitkeringsonderdelen 37,8 miljard en de uitkeringsbasis ongeveer 29,5 miljard. 26 De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. 25
Meicirculaire gemeentefonds 2022
26
gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het Centraal Economisch Plan 2022 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgen hieronder twee tabellen. Daarin is voor 2022 voor het huidige model de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van de septembercirculaire 2021 (verticale toelichting). Voor het nieuw verdeelmodel is voor de uitkeringsjaren 2023 tot en met 2027 de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van het ene naar het andere uitkeringsjaar (horizontale toelichting). Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand septembercirculaire 2021 voor het uitkeringsjaar 2022, de verticale toelichting. De uitkeringsfactor valt in 2022 hoger uit. De voornaamste reden is de ontwikkeling van het accres.
Horizontale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de uitkeringsfactoren voor de jaren 2022 tot en met 2027 (de horizontale toelichting) voor het nieuwe model. In tabel 2.6.3 is te zien dat de accressen de belangrijkste factor zijn in de ontwikkelingen van de uitkeringsfactoren van jaar op jaar. Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis spelen de gewijzigde ramingen van de OZB maatstaven, de bijstandontvangers en de demografische ontwikkelingen de belangrijkste rol.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
27
Tabel 2.6.3 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2023-2027 van jaar op jaar
uitkeringsfactor, jaar t verschil ten opzichte van jaar t-1 waarvan: - algemene mutaties - verdeelreserve - ontw ikkeling uitkeringsbasis (inclusief OZB) - overige ontw ikkelingen
2023
2024
2025
2026
2027
1,285
1,356 0,071
1,419
1,345
1,372
0,063
-0,074
0,027
0,081
0,073
-0,062
0,037
-0,001
-0,001
-0,001
-0,001
-0,010
-0,010
-0,010
-0,010
0,001
0,001
-0,001
0,001
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering. Eveneens een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (zie paragraaf 2.4.1). Alle gemeenten hebben te maken met de suppletie-uitkering Overheveling IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). In verband met de invoering van de nieuwe verdeling van de algemene uitkering komt de suppletie-uitkering met ingang van 2023 te vervallen. Als raming voor 2022 kunnen gemeenten zich baseren op de definitieve stand van de suppletie-uitkering Overheveling IUSD 2021, zoals bekend gemaakt bij de septembercirculaire 2021 (zie paragraaf 2.5). De nacalculatie van de suppletie-uitkering 2022 zal naar verwachting plaatsvinden bij de septembercirculaire 2022.
Vanaf 2023 hebben alle gemeenten, zoals hier boven beschreven, als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel te maken met een ingroeipad. Die gemeenten waarvoor geldt dat het ingroeipad wordt afgetopt krijgen te maken met een suppletie uitkering.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
28
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de decembercirculaire 2021 over de periode 2022 tot en met 2027. De mutaties hebben betrekking op 2022 en verder en worden onder de tabel toegelicht. Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
29
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2022-2027 (bedragen in duizenden euro's)* 2022 2023 stand decembercirculaire 2021 1a) IU Voogdij 18+ Overheveling naar AU 1b) IU Voogdij 18+ Loon- en prijsbijstelling 2022 2a) IU Inburgering: Overheveling naar AU 2b) IU Inburgering: Leerbaarheidstoets 3a) IU Participatie: Loon- en prijsbijstelling 2022 3b) IU Participatie: Wajong Overheveling naar AU 3c) IU Participatie: Regulier werk Overheveling naar AU 4a) IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten 4b) IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten: Overheveling naar AU 5a) IU Beschermd wonen: LPO 2022 5b) IU Beschermd wonen: Volume 2023 5c) IU Beschermd wonen: Volume nav MLT raming 5d) IU Beschermd wonen: Correctie LPO nav zorgsalarissen APB 2022 6) Inkomstenderving 2020 (covid-19) 7) Uitvoeringskosten klimaatakkoord 8) Brede aanpak dak- en thuisloosheid 9) Crisisdienstverlening 10a) Versterking dienstverlening gemeenten: Vrouwenopvang (Kind- en gezinsbescherming) 10b) Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren 11) Extra capaciteit BOA's 12) Regionale Energie Strategieën (RES) 13) Bodembescherming 14) Gezond in de Stad 15) Aanpak lerarentekort G4 16) Einde lening inburgerinsplichtig (ELIP) 17) Windpark N33 18) Erfgoed Deal 19) Mantelzorgbeleid 20) Experiment gesloten coffeeshopketen 21) Uitstapprogramma prostituees 22) Centrale stemopneming 23) Veilige steden
24) Handhaving quarantaine (covid-19) 25) Duurzame polder 26) Online weerbaarheid 27) Informele scholing 28) Knelpuntprogramma verdeelsystematiek 29) LHBTI-emancipatiebeleid stand deze circulaire
2024
2025
2026
2027
5.125.843 4.948.940 4.896.018 4.829.832 4.778.189 4.746.193
26.668 5.371 66.595
-290 54.278 1.243 14.213 151.794 112.591 61.900 33.110 21.000 13.000 8.803 8.583 4.600 4.000 2.625 1.790 1.738 1.500 1.378 1.000 535 520 300 250 163 150
-736.676 26.668 -76.571 4.852 64.737 -56.175 -53.384 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
-736.676 26.668 -74.437 4.785 62.858 -57.327 -56.371 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
-736.676 26.668 -72.067 4.717 60.982 -58.374 -61.228 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
-736.676 26.668 -70.990 4.717 59.127 -59.892 -65.400 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
-736.676 26.668 -70.567 4.717 57.921 -70.976 -80.336 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
20.000 -5.000 13.000
20.000 -5.000 13.000
20.000 -5.000 13.000
-5.000 13.000
-5.000 13.000
1.378
1.378
97 80 5.725.331 4.248.230 4.191.357 4.118.315 4.040.204 3.981.502
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
30
Meicirculaire gemeentefonds 2022
31
Toelichting 1. Voogdij 18+ De omvang van de integratie-uitkering Voogdij/18+ wijzigt als gevolg van: 1) de overheveling van het budget voogdij/18+ naar de algemene uitkering per 2023, zoals aangekondigd in de meicirculaire 2021 (paragraaf 3.2-6). Dit in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. De bedragen voor PC Gesloten jeugdzorg en Academische component Kinder- en Jeugdpsychiatrie en de reservering voor de compensatieregeling blijven achter in de integratie-uitkering; 2) de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 ( 26,668 miljoen vanaf 2022). De nieuwe bedragen per gemeente voor het jaar 2022 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.27 Voor 2022 zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2021, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2022. De verdeling van de integratie-uitkering Voogdij/18+ kent in 2022 nog een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Hierbij is al wel rekening gehouden met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022.
Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel is de verantwoordelijkheid voor de zorg van zon 10.000 kinderen naar een andere gemeente verschoven.28 Vanaf 2023 vindt verdeling van de middelen voor voogdij/18+ plaats via de objectieve verdeelmaatstaven van het cluster Individuele voorzieningen Jeugd in de algemene uitkering. Compensatieregeling onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+ a.g.v. de wijziging van het woonplaatsbeginsel Zoals hierboven vermeld is voor 2022 sprake van een verdeelsystematiek van het budget voor voogdij en 18+ op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Het gevolg hiervan is dat vergeleken met 2021 en eerdere jaren - een onderbreking ontstaat in de financieringssystematiek. Gemeenten die in 2020 en 2021 geconfronteerd zijn met substantieel hogere uitgaven voor voogdij en 18+ dan hun budget in die jaren zien dit niet meer vertaald in een hoger budget in het jaar 2022 en verder. Hiertoe is de compensatieregeling onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+ a.g.v. de wijziging van het woonplaatsbeginsel ontwikkeld.29 Deze compensatieregeling wordt 1 juni 2022 opengesteld. Gemeenten kunnen tot uiterlijk 1 oktober 2022 een aanvraag voor compensatie indienen. Compensatie wordt bij decembercirculaire 2022 uitgekeerd.
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-enprovincies/gemeentefonds/circulaires-gemeentefonds 28 Voor meer informatie over de implementatie van deze wetswijziging, zie: Ketenbureau i-Sociaal Domein (i-sociaaldomein.nl). 29 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2017/01/09/factsheet-compensatieregelingvoogdij-en-18 27
Meicirculaire gemeentefonds 2022
32
Compensatieregeling woonplaats onbekend + vangnetregeling aangepaste werkwijze implementatie nieuw woonplaatsbeginsel Per 1 januari 2022 is het gewijzigde woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet ingevoerd. Bij de overgang van het oude naar het nieuwe woonplaatsbeginsel kan het voorkomen dat het nieuwe woonplaatsbeginsel niet met terugwerkende kracht vastgesteld kan worden. Voor de kosten die een gemeente blijft maken voor kinderen waarbij het nieuwe woonplaatsbeginsel niet met terugwerkende kracht vastgesteld kan worden, is de compensatieregeling woonplaats onbekend ontwikkeld.30 Deze compensatieregeling is in eerste instantie voor 2 jaar afgesproken (met betrekking tot de kosten in de jaren 2022 en 2023). Uitvoering van de compensatieregeling vindt begin 2023 en 2024 plaats. Uitkering van de compensatie vindt in de meicirculaire 2023 respectievelijk 2024 plaats. Aan de compensatieregeling woonplaats onbekend is voor het jaar 2022 de vangnetregeling aangepaste werkwijze implementatie nieuw woonplaatsbeginsel gekoppeld. Dit ziet op de extra zorgvuldigheid die eind 2021 ingebouwd is in de implementatie van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Gemeenten blijven hierdoor langer financieel verantwoordelijk voor de jeugdhulp aan een jongere die nog niet volledig overgedragen is aan de nieuw verantwoordelijke gemeente. De langer doorlopende kosten moeten gemeenten onderling verrekenen.
Echter, daar waar dit toch niet mogelijk blijkt of lukt, kunnen latende gemeenten deze doorlopende kosten via deze compensatieregeling gecompenseerd krijgen. In totaal is voor de drie hierboven genoemde compensatieregelingen jaarlijks 30 miljoen gereserveerd. Eventuele resterende middelen worden overgeboekt naar de algemene uitkering.
2. Inburgering 2a) Zoals aangekondigd in paragraaf 3.2-4 van de meicirculaire 2021 wordt de integratieuitkering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder zijn de voor de integratieuitkering beschikbare middelen daarom toegevoegd aan de algemene uitkering (aflopend van 77 miljoen in 2023 tot 71 miljoen in 2027). Zie paragraaf 2.2-18 voor meer informatie. Net als bij de integratie-uitkering zal de verdeling van de middelen in de algemene uitkering plaatsvinden via de verdeelmaatstaven inwoners en migratieachtergrond. 2b) De omvang van de integratie-uitkering Inburgering 2022 wijzigt als gevolg van de
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2017/01/09/factsheet-compensatieregelingvoogdij-en-18 30
Meicirculaire gemeentefonds 2022
33
toevoeging van middelen voor de leerbaarheidstoets, conform de afspraken die in oktober 2021 zijn gemaakt met de VNG. Het gaat om een bedrag van in totaal 5,371 miljoen. Ook voor 2023 en verder zijn middelen beschikbaar gesteld ( 4,852 miljoen in 2023, 4,785 miljoen in 2024 en 4,717 miljoen vanaf 2025), maar gelet op bovengenoemde overheveling zijn deze bedragen meteen toegevoegd aan de algemene uitkering. De verdeling van de middelen voor de leerbaarheidstoets in 2022 volgt de gebruikelijke verdeelsystematiek van de integratie-uitkering Inburgering: 78% via de maatstaf inwoners en 22% via de maatstaf migratieachtergrond. De leerbaarheidstoets is onderdeel van de brede intake in de Wet inburgering. De leerbaarheidstoets heeft als doel om inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeringsplichtige kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets. Concreet betekent dit dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het inplannen van de afspraken met de kandidaten voor de afname van de leerbaarheidstoets, het beschikbaar stellen van afnamelocaties en de begeleiding van de afname van de toets. Gemeenten hebben geen rol bij de verwerking of beoordeling van de leerbaarheidstoets.
De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Inburgering voor het jaar 2022 zijn geactualiseerd en opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
3. Participatie 3a) De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 ( 66,595 miljoen in 2022, aflopend naar 57,921 miljoen structureel). De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor het jaar 2022 en verder en de onderverdeling van de loon- en prijsbijstelling zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2022 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2021 en de blijfkansen voor de jaren 2022 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding (beschut werk). De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek.
De drempelbedragen zijn in deze circulaire geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en bedragen 8.100 vanaf 2022.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
34
Door het gebruik van historische cijfers blijft het aandeel van individuele gemeenten in de twee verdeelmodellen Nieuw Wajong (alleen nog relevant voor 2022) en Nieuw begeleiding (beschut werk) ongewijzigd ten opzichte van de meicirculaire 2021. Voor de verdeling van het verdeelmodel Nieuw Wajong wordt gebruik gemaakt van historische cijfers van de instroom in de werkregeling Wajong. Voor het verdeelmodel Nieuw begeleiding wordt in aanvulling daarop gebruik gemaakt van de (historische) instroom in de wachtlijst Wsw. 3b) en 3c) De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt daarnaast als gevolg van de overheveling van de budgetten voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk) naar de algemene uitkering per 1 januari 2023, zoals aangekondigd in de meicirculaire 2021 (paragraaf 3.2-1). Dit in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023.
4. Raadsledenvergoeding kleine gemeenten 4a) Als gevolg van de actualisatie van de integratie-uitkering Raadsledenvergoeding is voor 2022 en verder een iets lager totaalbedrag nodig. Het verschil ad 0,290 miljoen is overgeheveld naar de algemene uitkering. 4b) Zoals aangekondigd in paragraaf 3.2-17 van de meicirculaire 2021 wordt de integratieuitkering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder zijn de voor de integratieuitkering beschikbare middelen daarom toegevoegd aan de algemene uitkering. Zie paragraaf 2.2-6 voor meer informatie. De verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering in 2022 is opgenomen in bijlage 3.2-4 van deze circulaire. Een uitgebreide berekening van de actualisatie is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
5. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van vier mutaties: 5a) de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 ( 54,278 miljoen structureel); 5b) de toekenning van de volume-indexatie voor het jaar 2023 en verder ( 36,793 miljoen per jaar); 5c) de ophoging van de volume-indexatie voor het jaar 2022 en verder naar aanleiding van de nieuwe middellangetermijn (MLT)-raming ( 1,243 miljoen per jaar); 5d) de toekenning van additionele loon- en prijsbijstelling voor de jaren 2022 en verder ( 14,213 miljoen per jaar) ter compensatie van de toename van salarissen in het zorgdomein die voortvloeien uit het aanvullende maatregelenpakket naar aanleiding van de Algemene Politieke Beschouwingen van 2021 (zie ook paragraaf 1.2 van de
Meicirculaire gemeentefonds 2022
35
decembercirculaire 2021).31 Alle mutaties zijn over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het huidige historische macrobudget. Daarnaast is met ingang van 2022 in de verdeling de overstap van de gemeente Veenendaal van centrumgemeente Amersfoort naar centrumgemeente Ede verwerkt. Met ingang van hetzelfde jaar heeft een budgettaire verschuiving plaatsgevonden vanwege de fusie van Amsterdam en Weesp; Weesp behoorde tot de fusie tot de centrumgemeente Hilversum. De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Beschermd Wonen voor het jaar 2022 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.32 Op 25 februari jl. heeft de staatssecretaris van VWS de Tweede Kamer op de hoogte gesteld dat besloten is tot uitstel van de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen.33 Beide instrumenten houden verband met de eerder voorgenomen doordecentralisatie van beschermd wonen zodat alle gemeenten in plaats van 43 centrumgemeenten niet alleen inhoudelijk, maar ook financieel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van beschermd (thuis) wonen. De invoering was voorzien voor 1 januari 2023. In de brief van 1 april jl. wordt nader op het uitstel ingegaan. 34 De periode tot juni 2022 wordt gebruikt om de in de brief genoemde aandachtspunten nader te onderzoeken. Het doel is dat uiterlijk in juni a.s.
besluitvorming over de indiening van het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel en het verdeelmodel kan plaatsvinden in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en gemeenten. In dit kader is een ambtelijke werkgroep gestart, bestaande uit de VNG en de ministeries van VWS en BZK. Uiterlijk eind juni zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de resultaten van de werkgroep en de uitkomsten van het bestuurlijk overleg.
6. Inkomstenderving 2020 (covid-19) Inkomstenderving 2020 Gemeenten hebben in 2020 een voorschot ontvangen ter compensatie van inkomstenderving over 2020 als gevolg van corona (zie paragraaf 3.2-1 van de decembercirculaire 2021). Daarbij is afgesproken dat gemeenten op een later moment, na het verschijnen van de jaarverslagen 2020, reële compensatie zouden ontvangen voor de gederfde inkomsten over 2020. In de decembercirculaire 2021 is voor 282 gemeenten de
TK 2020/21, 35 925, nr. 121: Budgettaire uitkomsten APB | Tweede Kamer der Staten-Generaal https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-enprovincies/gemeentefonds/circulaires-gemeentefonds 33 Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, Kamerstuk 29325 nr. 131: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z03783&did=2022D0777 4 34 Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, Kamerstuk 29325 nr. 132: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z06404&did=2022D1304 7 31 32
Meicirculaire gemeentefonds 2022
36
compensatie over 2020 volledig afgerond. Voor 48 gemeenten was op dat moment sprake van gedeeltelijke compensatie. Voor 25 gemeenten kon de reële compensatie op dat moment nog niet worden bepaald. De compensatie van deze gemeenten vindt grotendeels nu plaats. Van de 48 gemeenten met gedeeltelijke compensatie wordt nu voor 46 gemeenten de compensatie definitief gemaakt en ontvangt 1 gemeente een aanvullend voorschot. Van de 25 gemeenten zonder compensatie in 2021 wordt nu voor 24 gemeenten de compensatie definitief gemaakt. Voor de resterende 3 gemeenten volgt definitieve afrekening later dit jaar. Bij deze circulaire wordt een bedrag van 151,794 miljoen uitgekeerd voor de inkomstenderving 2020. De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-6 van deze circulaire. Afrekening inkomstenderving 2021 De gemeenten ontvangen van het Rijk compensatie voor de gederfde inkomsten van 2021 op basis van het verschil tussen begrote inkomsten 2021 (gegevens begroting) en gerealiseerde inkomsten 2021 (gegevens jaarrekening). De compensatie betreft in ieder geval de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terrasprecario- en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden, leges burgerzaken en kwijtschelding / oninbaar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona.
De compensatie zal, net als bij de inkomstenderving 2020, worden berekend voor drie groepen van inkomsten: 1) belastingen, 2) leges (marktgelden, havengelden, leges burgerzaken) en 3) evenementenleges. Voor alle drie de groepen geldt, net als bij de inkomstenderving 2020, dat als uw gemeente heeft besloten om actief beleid te voeren om specifieke belastingen of leges niet te heffen of te verlagen, u voor deze specifieke belastingen en leges geen compensatie ontvangt. Het Rijk zal, zodra de eerste jaarrekeningen van de gemeenten bekend zijn (naar verwachting medio juli) starten met het in beeld brengen van de derving per gemeente. De uitkomst van de derving zal ter verificatie aan de betreffende gemeente worden voorgelegd. De gemeenten ontvangen na afronding van het verificatieproces een voorlopige indicatie van de compensatie. Het streven is dat voor alle gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is en om deze bedragen vervolgens in december 2022 aan gemeenten uit te keren. Over de details van het proces zullen gemeenten (in overleg met de VNG) de komende maanden nader worden geïnformeerd.
7. Uitvoeringskosten klimaatakkoord Vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget van 40 miljoen. Dat is onvoldoende om de reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Daarom
Meicirculaire gemeentefonds 2022
37
wordt van de toekomstige uitvoeringsmiddelen 74,331 miljoen naar 2022 verschoven. Deze 74,331 miljoen wordt aan de gemeenten uitgekeerd door ophoging van de decentralisatie-uitkering. Van de initiële 40 miljoen gaat 38,260 miljoen naar het gemeentefonds en 1,740 miljoen naar het BCF. Dat betekent dat via het gemeentefonds in 2022 een totaalbedrag van 112,591 miljoen beschikbaar wordt gesteld. Over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere VNG, IPO en het Rijk. De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-7 van deze circulaire.
8. Brede Aanpak dak- en thuisloosheid Het kabinet zet in op het voorkomen van dakloosheid, om- en afbouw van de maatschappelijke opvang en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassenen. Het kabinet stelt daarvoor structureel 65 miljoen beschikbaar. Hiervan wordt in 2022 een bedrag van 61,9 miljoen verstrekt aan centrumgemeenten maatschappelijke opvang/beschermd wonen. De overige 3,1 miljoen blijft op de VWS-begroting en wordt gebruikt voor landelijke subsidies, monitoring, opdrachten en APK kosten. Voor de verdeling van de middelen is de reguliere verdeelsleutel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang (stand 2022, septembercirculaire 2021) gehanteerd. Over de besteding van de middelen voor de jaren 2023 en verder wordt nog gesproken. De verdeling over de 43 centrumgemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-8 van deze circulaire.
9. Crisisdienstverlening Als onderdeel van de crisisdienstverlening is de Aanpak Jeugdwerkloosheid met een bedrag van 33,110 miljoen met een jaar verlengd tot en met 2022. De middelen worden onderverdeeld in drie categorieën: Coördinatie van regionale aanpak jeugdwerkloosheid ( 3,360 miljoen) Gemeenten, scholen en Regionale Meld- en Coördinatiepunten (RMC) ontvangen in het kader van de Aanpak Jeugdwerkloosheid als onderdeel van het steun- en herstelpakket/Nationaal Programma Onderwijs extra middelen om jongeren met een structurele achterstand op de arbeidsmarkt, die in crisistijd extra hard geraakt zijn, te ondersteunen van school naar vervolgonderwijs of werk en bij uitval weer terug. De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregios ontvangen middelen om de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid te coördineren. Hierbij kunnen centrumgemeenten partners betrekken, zoals scholen, RMC en UWV. De beschikbare middelen zijn gelijk verdeeld over
Meicirculaire gemeentefonds 2022
38
de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregios. Elke centrumgemeente ontvangt voor dit onderdeel 0,096 miljoen. Ondersteunen naar werk van kwetsbare aankomend mbo-gediplomeerden ( 17,270 miljoen) Daarnaast ontvangen centrumgemeenten middelen voor het ondersteunen naar werk van aankomend mbo-gediplomeerden die naar verwachting een moeilijke start zullen hebben op de arbeidsmarkt. Aangezien mbo-studenten uit de beroepsopleidende leerweg niveau 2 en mbo-studenten met een niet-westerse migratieachtergrond het meest kwetsbaar zijn, is 80 procent van de verdeling van deze middelen over de centrumgemeenten gebaseerd op het relatieve aantal studenten met deze achtergrondkenmerken die in de betreffende arbeidsmarktregio wonen. Omdat ook andere studenten kwetsbaar kunnen zijn voor jeugdwerkloosheid, is de overige 20 procent van de middelen verdeeld op basis van op het totale aantal mbo-studenten dat in de arbeidsmarktregio woont. Ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters ( 12,470 miljoen) Ook ontvangen centrumgemeenten middelen voor het ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters uit het schooljaar 2021/2022. Het gaat om jongeren zonder startkwalificatie tot 23 jaar van wie het RMC heeft vastgesteld dat terugkeer naar het initieel onderwijs geen optie meer is. Elke centrumgemeente ontvangt een budget op basis van de verdeelsleutel van de RMC-functie.
Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aantal volwassen inwoners van de gemeente, het relatieve aandeel volwassenen met ten hoogste een vmbo-diploma en het aantal volwassen inwoners met een migratieachtergrond De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-9 van deze circulaire.
10. Versterking dienstverlening gemeenten In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht35 van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. De bedragen zijn reeds verwerkt in de decembercirculaire 2021 (paragrafen 2.2-3 en 3.2-6). In deze circulaire is in het kader van de versterking van de dienstverlening bij gemeenten sprake van mutaties in de decentralisatie-uitkeringen Vrouwenopvang en Systeemleren, zie mutaties 10a en 10b. TK 2020/21, 35 510, nr. 4: Kamerstuk 35510, nr. 4 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) 35
Meicirculaire gemeentefonds 2022
39
10a. Vrouwenopvang (Kind- en gezinsbescherming) Aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wordt in 2022 een bedrag van 21 miljoen en over de periode 2023-2025 jaarlijks een bedrag van 20 miljoen toegevoegd in het kader van kind- en gezinsbescherming. De middelen zijn objectief verdeeld volgens de actuele maatstaven van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is bij deze circulaire vanaf uitkeringsjaar 2022 aangepast door actualisatie van de maatstaven woonruimten, klantenpotentieel regionaal en omgevingsadressendichtheid en door verwerking van de gemeentelijke herindelingen. Met ingang van 2023 geldt dat de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau zijn verschoven van centrumgemeente Breda naar centrumgemeente Tilburg. Ook deze mutaties zijn verwerkt. Een overzicht van de bedragen van deze uitkering voor 2022 en verder kunt u vinden in de gemeentefondsrubriek op internet.
10b. Systeemleren De middelen van de decentralisatie-uitkering Systeemleren worden toegevoegd aan de algemene uitkering. De overheveling betreft een bedrag van 5 miljoen per jaar voor de jaren 2023 tot en met 2027. Zie verder paragraaf 2.2-12 van deze circulaire.
11. Extra capaciteit BOAs In de openbare ruimte verrichten BOAs belangrijk werk in specialistische en complexe beleids- en wetsgebieden. In de afgelopen jaren zijn BOAs binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. De Tweede Kamer heeft d.d. 23 september 2021 de motie Hermans c.s. aangenomen. Met deze motie, waarmee structureel 200 miljoen is vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid, is onder meer aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en BOAs in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel 25 miljoen voor de BOAs beschikbaar gesteld. In zijn brief van d.d. 12 november 2021 aan de Tweede Kamer heeft de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) aangegeven op welke wijze hij deze 25 miljoen wil inzetten. Naast onder meer 5,5 miljoen voor de groene BOA en een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de BOAs in alle domeinen, wordt 13 miljoen vrijgemaakt voor de capaciteit van BOAs in de openbare ruimte. De 13 miljoen loopt via het gemeentefonds, het resterende bedrag niet. Als verdeelsleutel wordt een standaard basisbedrag en een variabel aanvullend bedrag op basis van inwoneraantal gehanteerd. Op deze manier wordt een eerlijke verdeling onder alle gemeenten geborgd en is er tegelijk extra aandacht voor de kleinere gemeenten, die de
Meicirculaire gemeentefonds 2022
40
impuls voor meer capaciteit goed kunnen gebruiken. De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-11 van deze circulaire.
12. Regionale Energie Strategieën (RES) Belangrijke mijlpaal in het Klimaatakkoord op weg naar 2030 is het opstellen en beleidsmatig verankeren van de Regionale Energie Strategieën (RES). Voor de ondersteuning van dit proces van de RES in de regio zijn destijds door het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor drie jaar tot eind 2021. Het RES-traject kent een doorlooptijd tot 2030 en heeft een dynamisch karakter. Voor de resterende periode in 2022 heeft het kabinet 8,803 miljoen aanvullend beschikbaar gesteld. Dit bedrag zal via de eerder gehanteerde verdeelsystematiek uitgekeerd worden. De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-12 van deze circulaire.
13. Bodembescherming Voor apparaatskosten bodem wordt de decentralisatie-uitkering van 2021 voor gemeenten gecontinueerd met 8,583 miljoen. Dit is besloten tijdens het bestuurlijk overleg op 13 december 2021 tussen de minister van Infrastructuur en Waterstaat, het IPO en de VNG. Het betreft een tegemoetkoming in de kosten van het ambtelijk apparaat dat zorgdraagt voor het uitvoeren van de taken die de Wet bodembescherming toekent aan bevoegde gezagen (gemeenten en provincies). Met het aflopen van het Convenant Bodem en Ondergrond (2016-2020) is in 2021 de financiering met betrekking tot bodemopgaven gewijzigd, deze wordt nu gecontinueerd met dezelfde verdeling als in 2021. De verdeling over de gemeenten via de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-13 van deze circulaire.