CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS tm 8 april 2024

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken18.920 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

B.

44

B1. Infectieziektebestrijding

Productsoort

Productverantwoordelijke

Basistaak

Afdeling publieke gezondheid

Wettelijke basis Wet publieke gezondheid

Productomschrijving  e GGD Rotterdam-Rijnmond houdt zich dagelijks bezig met het voorkomen en bestrijden van D infectieziekten. Infectieziekten zijn ziekten die veroorzaakt worden door virussen, bacteriën, schimmels of parasieten (micro-organismen). Mensen kunnen infectieziekten aan andere mensen overdragen. Bij de GGD werken dagelijks artsen, verpleegkundigen, deskundigen infectiepreventie, doktersassistentes, administratief medewerkers, beleidsadviseurs, onderzoekers en data-analisten om infectieziekten in de regio Rotterdam-Rijnmond te voorkomen en te bestrijden. Het kan om één persoon met een infectieziekte gaan: de bron wordt opgespoord en contacten worden zo nodig beschermd. Er kan ook een uitbraak zijn, bijvoorbeeld van norovirus of scabiës onder bewoners van een verpleeghuis. In het meest extreme geval gaat het om een pandemie zoals Covid-19. De regio Rotterdam-Rijnmond is een uitdagende regio met een bovengemiddelde infectiedruk die o.a. is toe te schrijven aan: - De grote variëteit aan migratie-achtergronden van de inwoners draagt bij aan een verhoogd risico op infectieziekten (sommige infectieziekten komen in groepen met een migratie-achtergrond aantoonbaar vaker voor); - De omvang van de bevolking met achterstanden is bovengemiddeld, wat uitdagingen en extra opgaven met zich meebrengt t.a.v.

taalvaardigheid en gezondheidsvaardigheden; - Een hoge dichtheid en verscheidenheid van woon- zorgcentra, ziekenhuizen, laboratoria en maatschappelijke opvang waar de GGD mee samenwerkt, wijkt sterk af van het landelijk gemiddelde; - De regio heeft twee grote ‘toegangspoorten’ en daarmee extra risico op infectieziekten, te weten een A-haven1 en Rotterdam The Hague Airport (RTHA). Hierdoor is er extra risico op import van infectieziekten wat meer taken voor de GGD met zich meebrengt.

Doel van het product Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van infectieziekten en waar nodig bestrijden van infectieziekten. Het via surveillance monitoren van de ontwikkeling van infectieziekten, beleid, strategie en kennis op dit terrein ontwikkelen, het nemen van algemene preventieve maatregelen op het gebied van infectieziekten en waar nodig de bestrijding van infectieziekten coördineren.

Doelgroep van het product Bevolking van het werkgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Specifieke doelgroepen zijn groepen die een hoger risico hebben voor infectieziekten of waar infectieziekten relatief vaker voorkomen: ouderen, zwangeren, bewoners van woon-zorginstellingen, kinderen en jongeren, migranten, dak- en thuislozen, druggebruikers en mensen met verminderde weerstand door onderliggende ziektes of medicatie.

1

Per ministeriële regeling is de haven van Rotterdam als ‘plaats van binnenkomst’ met typering A-haven aangewezen. Daarmee worden eisen gesteld voor de preventie en bestrijding van internationale volksgezondheidsdreigingen en laagdrempelige toegang tot medische zorg, zoals beschreven in de Wpg.

45

Activiteiten Landelijk zijn zeven kerntaken voor de infectieziektebestrijding vastgesteld: 1. Bestrijden van infectieziekten en voorkomen van verdere verspreiding Verificatie van een melding van een infectieziekte, uitvoeren bron- en contactonderzoek (BCO), bepalen en inzetten bestrijdingsmaatregelen en diagnostiek (bv. isolatie, medicatie/ vaccinatie, hygiënemaatregelen), individuele zorg (bv. advisering aan behandelaren), outbreak management en vangnetfunctie (bv. als mensen niet via reguliere weg benodigde ondersteuning ontvangen met als doel om de ziektelast beperkt te houden voor het individu en zijn omgeving). 2. Surveillance Het consequent verzamelen, analyseren en interpreteren van data over infectieziekten met als doel om gericht acties uit te voeren voor het tegengaan van verspreiding van infectieziekten. Het detecteren van ernstige/gevaarlijke infectieziekten of varianten hiervan. Informeren van zorgprofessionals, ketenpartners en beleidsmakers (regionaal en landelijk) over infectieziektesignalen en adviseren over de te nemen preventieve of bestrijdingsmaatregelen. Ontwikkelen en onderhouden van een risicoprofiel van de eigen GGD-regio, met behulp van het dashboard infectieziekte en MUIZ (Regionaal Meldpunt Uitbraken Infectieziekten). 3.

Beleidsadvisering Advisering en ondersteuning van de Directeur Publieke Gezondheid, bestuur, stakeholders en ketenpartners over de publieke gezondheid en het regionale en lokale volksgezondheidsbeleid. Inclusief integrale samenwerking met andere GGD-professionals die zich bezighouden met gezondheidsbescherming en preventie. Plus het volgen (en beïnvloeden) van landelijke ontwikkelingen op inhoudelijk en bestuurlijk niveau, zoals besluitvorming vanuit het Rijk, adviezen van de gezondheidsraad, veranderende wetgeving etc. Informatievoorziening: proactief en reactief informatie verstrekken en kennis uitwisselen. Visievorming op het gebied van innovatie van preventieprogramma’s gericht op infectieziektebestrijding en infectiepreventie. En visievorming op samenwerkingsthema’s met andere public health professionals.

4. Preventieactiviteiten Preventieactiviteiten zijn met name gericht op primaire preventie: het zo goed mogelijk voorkomen dat mensen een infectieziekte krijgen door te voorkomen dat ze besmet raken (bv. hygiëne-adviezen/ vaccinatie) en te voorkomen dat besmetting tot ziekte leidt. Daarbij houdt het team IZB zich bezig met vroege opsporing van een infectieziekte (secundaire preventie, bv. testen/ screening) en het beperken van gezondheids­schade door een infectieziekte (tertiaire preventie, bv. medicatie). Met de inzet van een doelgroepgerichte aanpak waar nodig (om de op dat moment specifieke doelgroep te bereiken). 5. Netwerk en regie Het samenwerken met en verbinden van (zorg) professionals en andere ketenpartners is essentieel om (bedreigingen van) infectieziekten effectief te kunnen voorkomen of indammen. Team IZB heeft regie in het onderhouden van contact met ketenpartners in de eigen regio (zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, huisartsen, verloskundigen, laboratoria etc.), met landelijke ketenpartners zoals het RIVM, de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en met andere GGD’en. 6. Voorbereiding op grootschalige infectieziekte-uitbraken Voorbereidingen treffen voor regionale uitvoering van infectieziektebestrijding bij een grootschalige infectieziekte-uitbraak heeft als doel om tijdig en adequaat te kunnen handelen bij een uitbraak. Voorbereidingen zijn o.a.

oefenen, scholing, actueel houden van werkprocessen, infrastructuur en opschalingsplan. 7. Kennis en onderzoek Kennis en onderzoek zijn de basis voor een kwalitatief stevige infectieziektebestrijding. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het opzetten, uitvoeren en begeleiden van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van preventie, publieke gezondheid en infectieziektebestrijding in nauwe samenwerking met academische werkplaatsen en andere professionals. Met als doel het genereren van inhoudelijke vakkennis, praktisch implementeerbare kennis en aanscherping van

46

beleid. De onderzoeksresultaten moeten vervolgens vertaald worden naar praktisch implementeerbare kennis gericht op specifieke (kwetsbare) doelgroepen. Implementatie en inbedding van evidence-based werken en ondersteuning bij landelijke richtlijnontwikkeling. De GGD Rotterdam-Rijnmond is opleidingsinstituut

voor IZB-professionals, studenten en co-assistenten. Naast richtlijnontwikkeling en het zelf opleiden van voldoende IZB-professionals betreft dit ook professionalisering en academisering van het vakgebied. In onze regio is één van de vijf academische centra Publieke Gezondheid (Cephir) gesitueerd.

Kengetallen

. Aantal afgehandelde vragen van burgers en/ of professionals: ≥2000 . Aantal meldingen meldingsplichtige infectieziekten volgens de Wet publieke gezondheid: 1000 . Aantal uitbraken/clusters: 400 . Oefeningen ter voorbereiding op grootschalige uitbraken infectieziekten: 3 . Aantal meldingen van schepen/ adviezen aan schepen (Maritime Declaration of Health (MDoH)300 . beoordelingen): Aantal netwerkbezoeken (zorginstellingen en andere partners): ≥100 . Aantal opgeleide zorgprofessionals: ≥20 Bijzonderheden Uitgangspunt voor de afhandeling van meldingsplichtige ziekten en de bestrijding van uitbraken van infectieziekten zijn de protocollen en draaiboeken van de Landelijke Coördinatie Infectieziekten (LCI)/ Centrum Infectieziektebestrijding (CIb). Bij bestrijding van uitbraken in het werkgebied wordt de betreffende gemeente actief geïnformeerd over de afhandeling en wordt afgestemd over eventuele communicatie richting burgers en andere betrokkenen. In de Wet publieke gezondheid worden in het kader van de door de Wereldgezondheidsorganisatie opgestelde ‘Internationale Gezondheidsregeling’ eisen gesteld aan zee- en luchthavens. Voor het gehele havengebied in de regio Rijnmond (A-haven) geldt dat bij ernstige dreiging op of bij uitbraken van infectieziekten voorzieningen aanwezig moeten zijn en procedures worden geïmplementeerd.

Dit heeft de GGD in een convenant geregeld met diverse verantwoordelijke instanties. De doelgroep kan zich wenden tot de Port Health Authority Rotterdam (PHAR). Bijgaande productbeschrijving betreft alle regionale basistaken. Extra taken en eventuele extra financiering vanuit de gemeente Rotterdam en het Rijk zijn hierin niet meegenomen.

47

B2. Tuberculosebestrijding

Productsoort

Productverantwoordelijke

Basistaak

Regionaal centrum Tuberculose centrum

Wettelijke basis Wet publieke gezondheid

Doel van het product Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van tuberculose in het werkgebied door het vroegtijdig opsporen en behandelen van tuberculose en tuberculose-infecties, surveillance van de verspreiding van tuberculose en het ontwikkelen van beleid.

Doelgroep van het product Bevolking van het werkgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Specifieke doelgroepen die een hoger risico hebben voor tuberculose of tuberculose-infectie: immigranten, asielzoekers reizigers, zeevarenden, kinderen van ouders uit risicolanden en werkers met een beroepsrisico.

Activiteiten Landelijk zijn zeven deeltaken voor de infectieziektebestrijding vastgesteld, echter, door afname van tuberculose is er binnen de tuberculosebestrijding extra focus op het op het kwaliteitsbeleid. Dit ter borging van de algehele kwaliteit van de tuberculosezorg en het voldoen aan de vereiste expertiseveldnormen. Bestrijden van tuberculose en voorkomen van verspreiding - Behandelen en begeleiden van tuberculosepatiënten en personen met een tuberculose-infectie. - Het verwerken van afgiftemeldingen en registratie van tuberculose in het kader van de Wet publieke gezondheid. - Naar aanleiding van een melding van tuberculose of vaststelling van een tuberculose-infectie (bronopsporing) het onderzoeken van contacten op tuberculose. - Het adviseren van individuele burgers (meestal telefonisch en/of online), gemeentebesturen en andere relevante partners zoals zorginstellingen, maatschappelijke opvang, AZC’s, etc. - Het bieden van een vangnet aan tuberculose­ patiënten en personen met een tuberculoseinfectie die niet via de reguliere weg de benodigde ondersteuning ontvangen (en inclusief zorg aan onverzekerden).

Surveillance - Het monitoren van de verspreiding van tuberculose om zo nodig maatregelen te kunnen nemen. Netwerk- en regiefunctie - Het onderhouden van contacten met relevante (medische) ketenpartners (bijvoorbeeld medische opvang asielzoekers, medische diensten penitentiaire inrichtingen, verslavingszorg, medische specialisten, etc.) en waar nodig het coördineren van activiteiten. Preventie - Screenen van groepen met een verhoogd risico op tuberculose of tuberculose-infectie (zeevarenden, immigranten, asielzoekers, gedetineerden). - BCG-vaccinatie bij kinderen van ouders uit landen waar tuberculose veel voorkomt en bij personen die langdurig in risicolanden gaan verblijven. - Voorlichten van specifieke groepen.

48

Voorbereiding op grootschalige infectieziekteuitbraken - Het bestrijden van verheffingen van tuberculose ter voorkoming van verspreiding en vermindering van eventuele onrust. - GGD Rotterdam-Rijnmond, GGD Haaglanden, GGD Hollands-Midden en GGD Zuid-Holland Zuid werken sinds 2015 samen mee in het REC TBC. Door krachten te bundelen op het gebied van tbc-bestrijding kunnen we de pieken in de workload en bij (grootschalige) crisissituaties, goed opvangen en de veiligheid van de tbc-zorg toekomstgericht waarborgen. - Uitvoering van deze taak vindt plaats via het Regionale Expertise Centrum (REC) Tuberculosebestrijding (TBC) Zuid-Holland (ZH). REC-TBC ZH betreft een samenwerkingsverband op het gebied van tuberculosebestrijding tussen.

Beleidsadvisering - Het (on)gevraagd adviseren van het gemeentebestuur, de beleidslijn en andere relevante lokale, regionale en landelijke partners zoals zorginstellingen maatschappelijke opvang, AZC’s, etc. Kennis en Onderzoek Onderzoek en kennisborging, gekoppeld aan de directe tuberculosepreventie en bestrijding. Kwaliteitsbeleid - Inzetten op het behouden van de kwaliteit van tuberculose-zorg en het versterken van de regionale samenwerkingsstructuur - Het uitvoeren van REC-visitaties (intercollegiale toetsing en deskundigheidsontwikkeling) op regionaal niveau. - Fungeren als opleidingsinstelling voor professionals in de tuberculosebestrijding.

Prestatie-indicatoren/kengetallen

. Aantal meldingen van tuberculosepatiënten: ≥ 90 . Aantal registraties van tuberculose-infectie: ≥ 90 . Aantal cliëntcontacten: ± 8.000 - 9.000 . Aantal uitgevoerde tbc-verrichtingen/onderzoeken (longfoto’s, Mantoux- en IGRA-testen): ± 6.000 - 6.500 . Aantal BCG-vaccinaties: ± 1.000- 1.500 . Percentage tbc-patiënten dat behandeling voltooit: ≥ 85% . Percentage geïnfecteerde personen dat preventieve behandeling voltooit: ≥ 85% Bijzonderheden Wanneer na een tbc-besmetting een contactonderzoek gaat plaatsvinden wordt de gemeente actief geïnformeerd en wordt er waar nodig afgestemd over eventuele communicatie richting burger en andere betrokkenen.

49

B3. Soa/hiv-preventie en -bestrijding en bevordering seksuele gezondheid

Productsoort Productverantwoordelijke Basistaak (en aanvullende taken)

Afdeling Publieke Gezondheid

Wettelijke basis Wet publieke gezondheid (Wpg)

Doel van het product Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) waaronder hiv (humaan immunodeficiëntievirus) en waar nodig bestrijden van soa en hiv. Het via surveillance monitoren van de ontwikkeling op het gebied van soa/hiv, beleid op dit terrein ontwikkelen en waar nodig de bestrijding van soa/hiv coördineren en het bevorderen van seksuele gezondheid bij mensen met een verhoogd risico.

Productomschrijving Team seksuele gezondheid staat voor het bevorderen van seksuele gezondheid bij mensen met verhoogd risico in de regio Rotterdam Rijnmond. Het Centrum Seksuele Gezondheid van de GGD Rotterdam-Rijnmond is een klantvriendelijk en goed bereikbaar expertisecentrum voor de inwoners van de regio Rotterdam-Rijnmond. Wij bieden oordeelvrije zorg op maat aan onze cliënten, volgen en signaleren hiervoor trends en ontwikkelingen en verwijzen waar nodig door. Daarbij werken we samen met lokale en landelijke organisaties. We werken aan de preventie van soa en kwesties op het gebied van seksuele gezondheid en beantwoorden vragen. Uitgangspunt is het bevorderen van zelfredzaamheid en de regie van de cliënt over eigen leven en gezondheid. In onze dienstverlening benutten en ontwikkelen wij de mogelijkheden voor online contact. GGD Rotterdam-Rijnmond is een opleidingscentrum voor professionals. Wij voeren wetenschappelijk onderzoek uit ter verbetering van de seksuele gezondheid.

Doelgroep van het product Mensen met een verhoogd risico op soa2 woonachtig in het werk-gebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Cliënten van het centrum seksuele gezondheid kunnen rekenen op vertrouwelijkheid en discretie.

2 

Het Centrum Seksuele Gezondheid maakt onderdeel uit van het Regionaal Centrum Seksuele gezondheid Zuid-Holland Zuid, één van de 8 regio’s voor aanvullende seksuele gezondheid in Nederland. Je kunt een afspraak maken voor een consult seksuele gezondheid als je aan een van onderstaande voorwaarden voldoet. Namelijk als je: - jonger bent dan 25 jaar; - een man bent die seks heeft met mannen; - afkomstig bent uit een land waar veel soa voorkomt, of je partner is dat; - door een (ex)partner gewaarschuwd bent voor een soa; - klachten hebt die wijzen op een soa; - sekswerker bent; - te maken had met seksueel geweld.

50

Deeltaken soa waaronder hiv Uitvoering van taken in het kader van de Wet publieke gezondheid. Alle deeltaken die voor de algemene infectieziektebestrijding (B1) gelden, zijn ook van toepassing op soa/hiv: 1. Bestrijden van infectieziekten in het bijzonder soa, en voorkomen van verdere verspreiding. Het bestrijden van toename van soa ter voorkoming van verspreiding en ter vermindering van eventuele onrust. Dit gebeurt door vroege opsporing en behandeling van soa en het informeren/voorlichten van iemand die geïnfecteerd is met een soa over mogelijkheden om het doorgeven van een soa te voorkomen. Bron- en contactonderzoek Bij iedereen met een soa wordt geïnventariseerd welke sekspartners mogelijk een bron geweest zijn of welke blootgesteld zijn geweest. De cliënt krijgt ondersteuning hoe (ex)partners te informeren. De GGD neemt de partnerwaarschuwing op zich, mocht het nodig zijn. Ook biedt de GGD ondersteuning aan huisartsen bij partnerwaarschuwing. 2. Surveillance Het monitoren van de verspreiding van soa/hiv om zo nodig beleidswijzigingen in bijvoorbeeld testen te kunnen nemen. 3. Beleidsadvisering Het adviseren van gemeentebesturen en van andere relevante partners (scholen etc.).

5. Netwerk en regie Het onderhouden van contacten met relevante (medische) ketenpartners en waar nodig coördineren van activiteiten. 6. Voorbereiding op grootschalige infectieziekte-uitbraken Voorbereidingen treffen voor regionale uitvoering van infectieziektebestrijding bij een grootschalige infectieziekte-uitbraak door een soa heeft als doel om tijdig en adequaat te kunnen handelen bij een uitbraak. Voorbereidingen zijn o.a. oefenen, scholing, actueel houden van werkprocessen, infrastructuur en opschalingsplan. Dit doet team seksuele gezondheid in samenspraak met team infectieziektebestrijding. 7. Kennis en onderzoek In het basistakenpakket betreft het onderzoek dat gekoppeld is aan de directe preventie en bestrijding (bijvoorbeeld bij stijging van een soa onder een bepaalde groep) en verdiepend onderzoek bijvoorbeeld met het laboratorium bij soa die vaker in ons werkgebied voorkomen. GGD RR is opleidingsinstelling voor professionals in de seksuele gezondheidszorg, alsmede artsen Maatschappij & Gezondheid/infectieziektebestrijding, dermatologen en microbiologen.

4. Preventieactiviteiten Het uitvoeren van preventieve activiteiten gericht op soa/hiv en seksuele gezondheid, via outreachende activiteiten bij relevante evenementen. Denk aan bemensing van een kraam bij een Roze Zaterdag. Vangnetfunctie: mensen die tussen wal en schip dreigen te vallen poogt de GGD hulp te bieden en ze zo nodig door te verwijzen naar de juiste instanties.

Kengetallen Onderstaande activiteiten betreffen regio-gefinancierde wettelijke basistaken waarvoor de GGD zich verantwoordt middels de haljaarrapportage voor het Algemeen Bestuur GGD RR en de gemeenteraden.

. . .

Outreach: Deskundigheidsbevordering 6 trainingen Voorlichting in kleine groep 12 De GGD RR bezoekt wekelijks Door2Door Informatie- en dienstencentrum voor sekswerkers. Bij het open spreekuur kunnen sekswerkers - ook mannelijke sekswerkers - terecht voor soa-onderzoek, hepatitis B vaccinaties en/of vragen over seksuele gezondheid: 160

51

. Festivals/informatiemarkt bereikt 4000 mensen in de regio Rotterdam-Rijnmond. Om een indruk te .

krijgen over de invloed van de activiteit doen we een klanttevredenheidsonderzoek en betrekken de doelgroep bij verbetering van de dienstverlening. Aantal mensen dat geïnformeerd is over: A. Partnerwaarschuwing (passieve vorm). Verpleegkundige brengt bij een eerste consult partnerwaarschuwing onder de aandacht met de vraag: stel je hebt een soa, weet je dan wie je zou moeten informeren?: 10.780 B. Test een cliënt positief voor soa dan zet de verpleegkundige tijdens het behandelconsult in samenspraak met client de partnerwaarschuwing in gang. Gewaarschuwde partners hebben voorrang bij het testen: 2000

Bijzonderheden De GGD verzorgt op het gebied van soa waaronder hiv, naast de basistaken, een aantal aanvullende activiteiten die gefinancierd worden vanuit de Rijksoverheid of andere specifieke financiering: - Testen en behandelen van soa voor specifieke doelgroepen met verhoogd risico op soa wordt gefinancierd door rijksmiddelen (ministerie van VWS) vanuit de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG); - Outreach aanvullend op de basis preventieactiviteiten (basistaak) gefinancierd vanuit de ASG; - Pre-expositie profylaxe zorg (PrEP zorg) gefinancierd vanuit rijksmiddelen (VWS) via de tijdelijke subsidieregeling PrEP (tot 1-8-2024); - Keuzehulpgesprekken, gefinancierd via GGD GHOR Nederland vanuit Rijksmiddelen; - Centrum Seksueel Geweld (CSG) gefinancierd door gemeente Rotterdam (via DUVO-middelen), centrumgemeenten Vlaardingen, Nissewaard (en Dordrecht vanuit regio GGD Zuid-Holland Zuid); - Gastlessen seksuele gezondheid in het kader van de Gezonde School thema Relaties en Seksualiteit gefinancierd door de tijdelijke stimuleringsregeling Gezonde Relaties & Seksualiteit van VWS; - Onderzoek Seks onder je 25e is een landelijk onderzoek dat eens in de 5 jaar wordt gehouden. De GGD werkt zo veel als mogelijk data gedreven en heeft zich daarom gecommitteerd aan dit onderzoek. De lopende editie is gestart in 2022 en loopt tot begin 2024.

Soa Aids Nederland en Rutgers ontvangen subsidie van VWS voor de landelijke sturing van het onderzoek en ondersteuning van de GGD’en. De analyse van de Rotterdam-Rijnmond data voor het landelijke onderzoek en van de regionale ophoging voor de RR regio, wordt betaald door GGD Rotterdam-Rijnmond. Overig onderzoek - onderzoek dat niet ten dienste van de basistaak staat - wordt bekostigd met externe financiering (VWS, subsidie van bijvoorbeeld ZonMw). Elke financier stelt zijn eigen verantwoordingseisen. Het ministerie van VWS vraagt een inhoudelijke verantwoording van activiteiten uit de ASG-regeling en een single information, single audit (SiSa) verantwoording van de uitgevoerde consulten. De GGD heeft een inspanningsverplichting richting subsidiegever en verantwoordt zich aan de betreffende partij. Gelden die niet aantoonbaar zijn ingezet op de specifieke activiteiten en bijbehorende doelstellingen, worden teruggevorderd.

52

B4. Technische hygiënezorg

Productsoort

Productverantwoordelijke

Basistaak

Afdeling Publieke Gezondheid

Wettelijke basis Wet publieke gezondheid (Wpg). Hygiënerichtlijnen van het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid. International Health Regulations (IHR)/ Wet publieke gezondheid, Algemene Plaatselijke Verordening, Warenwet.

Productomschrijving De GGD Rotterdam-Rijnmond houdt zich dagelijks bezig met het geven van hygiëneadviezen aan particulieren, professionals, instellingen en bedrijven om infectieziekten door micro-organismen (bacteriën, virussen, schimmels en parasieten) te voorkomen. De technische hygiënezorg richt zich vooral op het voorkomen van infectieziekten op plekken of bij gebeurtenissen waar veel mensen komen en er kans op besmetting is. Zoals bij tattoo- en piercingshops en seksinrichtingen. Bij evenementen wordt onder ander gecontroleerd of sanitaire- en watervoorzieningen (legionellapreventie) in orde zijn. Ook bij bijvoorbeeld mud runs of natuurspeeltuinen geven wij advies. Maar ook locaties waar kwetsbaren verblijven, zoals de opvang voor dak- en thuislozen of opvanglocaties voor asielzoekers. De deskundige infectiepreventie of technisch hygiënist gaat langs bij een opvang, doet een inspectie en geeft advies.

Doel van het product Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers door controle op een veilige en hygiënische omgeving van basisvoorzieningen en deze indien nodig te bevorderen.

Doelgroep van het product Bevolking van de gemeenten van het werkgebied van GGD Rotterdam-Rijnmond. Specifieke doelgroepen zijn groepen die een hoger risico hebben voor infectieziekten of waar door de leefomstandigheden een groter risico is op verspreiding van infectieziekten zoals bewoners daken thuislozenopvang, vrouwenopvang of instelling voor verstandelijk gehandicapten.

Activiteiten

. Advisering gemeente, bijvoorbeeld in het traject . Legionellapreventie . Voorlichting en advisering bij uitbraken van vergunningaanvraag evenementen . van Hygiëne-bezoeken bij o.a. . infectieziekten - verblijfsinrichtingen (opvangvoorzieningen . Surveillance voor dak- en thuislozen, sociale pensions) Beleidsadvisering . seksinrichtingen en netwerkactiviteiten . Regieevenementen Onderzoek . Bereikbaar voor vragen en klachten vanuit burgers en professionals

53

Activiteiten uitgevoerd voor regio Rotterdam-Rijnmond met andere financieringsbron:

. Vergunningverlening tattoo- en piercing en PMU (permanente make up) studio’s . Hygiëne-bezoeken bij asielzoekerscentra . Verstrekken Ship Sanitation Certificates (Wpg/IHR) Kengetallen

. Aantal adviezen aan burgers: 150 . Aantal adviezen aan professionals: 130 . Aantal hygiëne bezoeken (per categorie; verblijfsinrichtingen, asielzoekerscentra, seksinrichtingen, overige): ≥100 . evenementen, Aantal bezoeken vergunningverlening tattoo-en piercing en PMU (permanente make up): 130 . Aantal voorlichtingen: 6 . Aantal scheepsinspecties: ≥1700 Bijzonderheden Klant gefinancierde taken Volgens het Warenbesluit Tatoeëren en Piercen zijn de eigenaren van de bedoelde voorzieningen verplicht tegen betaling advies bij de GGD in te kopen. Het gaat hier om een Rijksverantwoordelijkheid, die krachtens mandaat wordt uitgeoefend op het grondgebied van binnen de regeling deelnemende gemeenten. De GGD verstrekt (in mandaat) een vergunning aan eigenaren die aan de eisen van Hygiëne en veiligheid voldoen. De beschikkingen worden door de GGD namens het Rijk afgegeven. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit is toezichthouder. Volgens de International Health Regulations van de WHO dienen zeeschepen over een geldig Ship Sanitation Certificate te beschikken. Een dergelijk certificaat is een half jaar geldig. In de zeehavens van Nederland kan het certificaat via de betreffende GGD worden aangevraagd. Deze taak wordt door de GGD RR tegen betaling uitgevoerd.

Voor vergunningverlening tattoo- en piercing en PMU (permanente make up) studio’s en verstrekken Ship Sanitation certificates zijn de inkomsten volgens landelijk vastgestelde leges/tarieven. Hygiëne-bezoeken bij asielzoekerscentra worden conform de PGA-afspraken (Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers) uitgevoerd en vergoed via GGD-GHOR Nederland.

54

B5. Beschermen en bevorderen gezonde leefomgeving

Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers door het contact met milieuverontreiniging te beperken en een veilige en aantrekkelijke leefomgeving te bevorderen die uitnodigt tot gezond gedrag.

B5a. Medische milieukunde Productsoort

Productverantwoordelijke

Basistaak

Afdeling Publieke Gezondheid

Wettelijke basis Wet publieke gezondheid

Productomschrijving Voor zowel bewoners als gemeenten is het team Gezondheid en Milieu van de GGD het aanspreekpunt voor vragen over milieu en gezondheid. Bij incidenten en nieuwe ontwikkelingen in de leefomgeving kunnen bewoners zich zorgen maken over hun gezondheid. Zo kan bijvoorbeeld bodemverontreiniging, een windturbine of een weg onrust veroorzaken onder omwonenden. De GGD beantwoordt dan vragen over de gezondheid van ongeruste bewoners. Gaat de vraag over een huurwoning (bijvoorbeeld schimmel in huis of asbest)? Dan kunnen wij contact opnemen met de verhuurder om de staat van de woning te bespreken. De GGD adviseert op aanvraag (reactief) de gemeenten, de bevolking, milieudiensten en -afdelingen, de gezondheidszorg, ruimtelijke planners, stedenbouwers en anderen over kwesties in de leefomgeving die raken aan gezondheid. De afgelopen jaren is er bijvoorbeeld enkele malen advies uitgebracht over de hoogspanningslijnen die door een wijk lopen. Er bestaan zorgen in de wijk over de gezondheid van met name kinderen. Er wordt regelmatig onderzoek gepubliceerd over dit onderwerp. De GGD kan helpen met het duiden van dit wetenschappelijk onderzoek voor deze specifieke situatie en uitleg geven aan bewoners en andere betrokkenen. Daarnaast signaleert de GGD ongewenste situaties, geeft advies in de nazorg bij incidenten met gevaarlijke stoffen en werkt mee aan onderzoek.

Het gaat dan bijvoorbeeld over luchtverontreiniging, loden waterleidingen, bodemverontreiniging, geluidshinder door wegen of vliegtuigen en elektromagnetische velden.

Doel van het product Het beschermen van de gezondheid van burgers door het contact met milieuverontreiniging te voorkomen/ te beperken.

Doelgroep van het product Bevolking van de gemeenten van het werkgebied van GGD Rotterdam-Rijnmond.

55

Activiteiten

. . . . . .

Medische milieukunde Signalering van ongewenste situaties; Reactieve advisering aan gemeente, bevolking, milieudiensten en –afdelingen, gezondheidszorg, ruimtelijke planners, stedenbouwers etc. bij vragen en incidenten; Advisering in de nazorg bij de incidenten met gevaarlijke stoffen; Behandeling van vragen en klachten bij de bevolking (meldingen); Voorlichting en risicocommunicatie, reactief; Onderzoek, reactief (beoordeling, begeleiding).

Kengetallen

. .

Medische milieukunde Aantal meldingen medische milieukunde: 250 Aantal adviezen medische milieukunde: 200

Bijzonderheden Medische milieukunde De GGD RR heeft bilaterale contracten met GGD’en in Zuid-Holland voor tweedelijns ondersteuning op het gebied van milieu en gezondheid. De Wet publieke gezondheid (Wpg) is het kader waarbinnen de GGD namens de gemeenschappelijke regeling de basistaak ‘Medische Milieukunde (B5a) uitvoert voor de deelnemende gemeenten (reactieve werkzaamheden). Daarnaast is vanwege de Omgevingswet het basisproduct 'Collectieve advisering gezonde leefomgeving’, (proactieve werkzaamheden) in de gemeenschappelijke regeling opgenomen (zie B5b).

56

B5b. Collectieve advisering leefomgeving Productsoort

Productverantwoordelijke

Basistaak

Afdeling Publieke Gezondheid

Wettelijke basis De Omgevingswet verplicht gemeenten gezondheid mee te wegen in ruimtelijke processen/beslissingen. Met deze basistaak verzorgt de GGD Rotterdam-Rijnmond de collectieve taken voor gemeenten t.b.v. gezondheid.

Productomschrijving Deze basis (B5b) zorgt ervoor dat de GGD ten behoeve van de gehele regio beschikt over adviseurs met specifieke expertise en ervaring (medisch-inhoudelijk en gemeentelijk-procesmatig), over de tools en over het netwerk om inhoudelijk werkbare adviezen te geven voor een gezonde leefomgeving op regionale schaal. Het biedt een basiszekerheid voor inwoners van Rotterdam-Rijnmond, waar de gemeenten als collectief verantwoordelijkheid voor dragen. Adviesvragen van individuele gemeenten vallen onder het plusproduct ‘Gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving’ en kunnen gemeenten aanvullend op de basistaak inkopen. Het gemeenschappelijke doel van de basistaak ‘Collectieve advisering leefomgeving (B5b)’ en het plusproduct ‘Gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving’ is het bevorderen van de gezondheid van burgers door een veilige en aantrekkelijke leefomgeving te bevorderen die uitnodigt tot gezond gedrag.

Doel van het product Het doel van de basistaak is een gelijkwaardig uitgangspunt voor (of: een gelijkwaardige positie voor alle bewoners bij) advisering over gezondheidsaspecten voor gemeentegrens-overstijgende taken.

Doelgroep van het product Bevolking van de gemeenten van het werkgebied van GGD Rotterdam-Rijnmond.

Activiteiten

.

Collectieve advisering gezonde leefomgeving Ter beschikking hebben, houden en doorontwikkelen van een toolbox (zoals richtlijnen publieke gezondheid, kernwaarden gezonde leefomgeving, ontwerpprincipes, omgevingsscan) Vertegenwoordiging publieke gezondheid in regionale gremia zoals Rijnmondberaad Omgevingswet en programma Gezond en veilig Zuid-Holland; Faciliteren van gemeenten in hun rol voor een gezonde leefomgeving: trainingen, bestuurdersontmoeting, e.a., in samenwerking met de provincie; Kunnen werken met basisinstrumenten en -processen van de Omgevingswet, waaronder het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); Samenhang in de uitvoeringsdiensten DCMR (milieudienst Rijnmond), de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) en de GGD voor

dienstverlening aan de gemeenten; . efficiënte Participatie in landelijke inhoudelijk vak- en met RIVM; . expertisegroepen Advisering bij ruimtelijke opgaven die de

.

gemeentegrenzen overstijgen en waarbij meerdere gemeenten gezamenlijk optrekken. Denk aan de regionale energiestrategie (o.a. windmolens, biomassa, ammoniak), aanleg en/of uitbreiding infrastructuur, RotterdamThe Hague Airport, dossier Havengeluid en omgeving i.r.t. de woningbouwopgave, etc. Gevoelige opgaven waarbij het wenselijk is dat de gezondheidsbescherming van alle inwoners op eenzelfde wijze geborgd is, ongeacht de gemeente waar je woont. Adviesvragen van individuele gemeenten maken geen onderdeel uit van deze basis maar kunnen geleverd worden als plusproduct; Netwerk onderhouden, regionaal en landelijk.

. . .

.

57

Kengetal

.

Collectieve advisering gezonde leefomgeving  4-maandelijks- kennisbericht voor ambtenaren Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening, Omgevingswet, Milieu. Dit kennisbericht ontsluit kennis en levert handvaten om gezondheid mee te wegen in ruimtelijke processen. Het maakt bovendien zichtbaar wat de GGD voor dit product doet. 3 gemeentegrens-overstijgende adviestrajecten met impact op gezondheid van inwoners en een groot effect gebied. 100 actief bijgewoonde overleggen veelal intergemeentelijk, of op regionaal en landelijk niveau.

. .

Bijzonderheden Collectieve advisering gezonde leefomgeving Dit product leunt en borduurt voort op de basistaak Medische Milieukunde (B5a). Door deze ‘verwevenheid’ kunnen beide producten relatief efficiënt worden aangeboden, waarmee de kostprijs laag wordt gehouden. Adviesvragen van individuele gemeenten vallen onder het plusproduct ‘Gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving’ en kunnen gemeenten aanvullend op de basistaak inkopen.

58

Inspecties kinderopvang en gastouderopvang

C.

59

C1. Inspecties kinderopvang en gastouderopvang

Productsoort Productverantwoordelijke Inspecties kinderopvang en gastouderopvang

Afdeling Publieke Gezondheid

Wettelijke basis Wet kinderopvang

Productomschrijving De GGD houdt voor de gemeenten toezicht volgens de Wet kinderopvang. De toezichthouders doen jaarlijks inspecties bij alle kinderdagverblijven, locaties buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en bij 50% van de gastouders. Soms is het nodig om vaker in een jaar langs te komen. De vorm en omvang van de inspectie verschilt per type voorziening en situatie. Toezichthouders inspecteren risicogestuurd, minder intensief bij locaties waar geen zorgen over bestaan en intensiever bij locaties waar wél zorgen over zijn.

Doel van het product Toezicht op de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang. De kern van de kwaliteitseisen is dat kinderen volop de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en veilig en gezond op te groeien. Toezichthouders van de GGD zien toe op het naleven van de eisen en dragen zo bij aan het waarborgen van de kwaliteit van de kinderopvang.

Doelgroep van het product Alle kinderopvangvoorzieningen die zijn geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang. Een kinderopvangvoorziening is een kinderdagverblijf (KDV), een buitenschoolse opvang (BSO), een gastouderbureau (GOB) of een voorziening voor gastouderopvang (VGO; een gastouder).

Activiteiten In de Wet kinderopvang worden de inspecties onderscheiden in verschillende onderzoeken3: Jaarlijks onderzoek bij alle KDV, BSO en GOB waarbij deze voorzieningen minimaal 1x per kalenderjaar moeten worden geïnspecteerd vol­ gens de wettelijke 100% inspectie-eis waarop de Inspectie van het Onderwijs toezicht houdt. Toe­­zichthouders inspecteren hierbij risicogestuurd. Jaarlijks steekproefonderzoek bij 50% van de VGO. Minimaal wordt iedere 3 jaar4 bij een VGO een onderzoek gedaan. Onderzoek voor registratie (OVR) bij startende voorzieningen. Onderzoek na registratie (ONR) binnen 3 maanden na registratie. Incidentele onderzoeken op basis van signalen en klachten. Nader onderzoeken bij tekortkomingen (overtredingen) op basis van handhaving door de gemeente.

. Behandeling van meldingen en klachten van

.

. . . . 3 4

ouders en/of beroepskrachten over de kwaliteit van een voorziening. Deze kunnen leiden tot een incidenteel onderzoek en/of worden meegenomen bij een jaarlijks onderzoek. Jaarlijks afstemmingsoverleg met de gemeenten. Jaarlijkse gesprekken met alle houders in de regio waarin de resultaten van het afgelopen jaar worden besproken en afspraken voor het komend jaar worden gemaakt. Regionaal overleg beleidsmedewerkers regiogemeenten waarin de voortgang van de inkoop van de inspecties wordt besproken en de ontwikkelingen in de kinderopvang. Continue registratie in Gemeenschappelijke Inspectie Ruimte (GIR) met planning en verrichte aantallen inspecties per soort opvang en inzicht in besteed bedrag t.o.v. inkoop.

. . . .

In de Wet kinderopvang worden de inspecties beschreven als onderzoeken. Dit is niet standaard iedere twee jaar. In de praktijk kan bijvoorbeeld VGO X jaarlijks worden geïnspecteerd en VGO Y eens in de drie jaar.

60

Kengetallen -

Alle ingekochte inspecties van de gemeenten: 2000.

Bijzonderheden De inkoop van de inspecties wordt gedaan aan de hand van landelijke risicoprofielen. Toezichthouders maken het risicoprofiel van alle voorzieningen van kinderopvang (KDV, BSO en GOB) ondergebracht in vier risicoprofielen (groen, geel, oranje en rood). Dit zijn oplopende risicoprofielen qua inzet capaciteit. Bij groen heeft toezicht de minste zorgen, bij rood de meeste. Bij het invoeren van het risicogestuurd toezicht hebben de GGD’en en gemeenten deze risicoprofielen verbonden aan een hoeveelheid uren per inspectie. Naarmate zij het risico aan de hand van deze vier klassen hoger inschatten loopt het aantal uren per inspectie op. Dit risicogestuurd werken en de risicoprofielen zijn daarmee een instrument van bedrijfsvoering en een planningsinstrument. Vanaf 1 januari 2024 is het wettelijk verplicht om kinderopvanglocaties flexibel te inspecteren. Hiermee is er ruimte voor meer maatwerk en/of diepgaander onderzoek. Alle KDV’s, BSO’s en GOB’s moeten jaarlijks geïnspecteerd worden maar de inspectieactiviteiten kunnen voor iedere locatie gerichter worden ingezet en zijn niet of minder voorspelbaar omdat minder kwaliteitseisen verplicht beoordeeld hoeven te worden. In 2022 en 2023 zijn ervaringen opgedaan met flexibel inspecteren. Flexibel inspecteren is budgetneutraal. De gastouderopvang wordt steekproefsgewijs geïnspecteerd.

Sinds 2022 zijn er door het Rijk financiële middelen beschikbaar gesteld waarmee gemeenten 50% van de gastouderlocaties kunnen inspecteren. In 2018 is de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) ingevoerd (onderdeel van de Wet kinderopvang). Doel van deze wet is om de pedagogische kwaliteit te verbeteren. De verbeteringen zijn gefaseerd ingevoerd met als laatste invoering van het minimum taalniveau en de specifieke scholingseis voor het werken met baby’s. Deze eisen worden vanaf 1 januari 2025 ingevoerd.

61

Bijlage 4: Wet publieke gezondheid

De Wet publieke gezondheid (Wpg) is het kader waarbinnen de GGD namens de gemeen­ schappelijke regeling de basistaken uitvoert voor de deelnemende gemeenten. De kern van de wet is dat deze het college van burgemeester en wethouders van alle gemeenten opdraagt om de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheids­zorg, en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de genees­kundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te bevorderen. Ter uitvoering van de bij wet opgedragen taken draagt het college van burgemeester en wethouders zorg voor de instelling en instandhouding van een gemeentelijke gezondheidsdienst.

Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: a. het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, b. het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheids-beleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie, c. het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen, d. het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering, e. het bevorderen van medisch milieukundige zorg, f. het bevorderen van technische hygiënezorg, g. het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen, h. het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders. Specifiek voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding worden in de wet vervolgens de onderstaande taken genoemd: a. het nemen van algemene preventieve maatregelen op dit gebied,

b. het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing, c. bron- en contactopsporing bij meldingen Het merendeel van de algemene taken (a t/m g) en de taken op het terrein van infectieziekte­ bestrijding vormen de kern van het basistakenpakket dat de gemeenschappelijke regeling GGD-RR uitvoert. Daarnaast worden in de wet specifiek nog de taken voor de jeugdgezondheidszorg en de ouderengezondheidszorg genoemd. Voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg zijn dit: a. het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheids-toestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren, b. het ramen van de behoeften aan zorg, c. de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met uitzondering van het perinatale onderzoek op phenylketonurie (PKU), congenitale hypothyroïdie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS) en het aanbieden van vaccinaties voorkomend uit het Rijksvaccinatieprogramma, d. het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding, e. het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. Artikel 6b van de Wet publieke gezondheid bepaalt dat er een rijksvaccinatieprogramma (RVP) is. Dit is vormgegeven in artikel 11 van het Besluit publieke gezondheid.

De inhoud van het RVP (het vaccinatieschema) en een aanduiding welk gedeelte van het RVP onder verantwoordelijkheid van de gemeenten valt, is in een Algemene maatregel van bestuur (Amvb) geregeld. De uitvoering van het RVP is vanaf 1 januari 2019 vastgelegd op drie niveaus: de Wpg, een Amvb en deze professionele richtlijn. De gemeenten hebben de uitvoering van het RVP belegd bij de Jeugdgezondheidszorg.

62

In de regio Rotterdam-Rijnmond zijn de stichting Centrum Jeugd en Gezin (CJG) Rijnmond en het CJG Capelle aan den IJssel de uitvoerders van de doelstellingen op het terrein van de jeugdgezondheidszorg. Voor de uitvoering van de ouderen­gezondheidszorg worden in de Wet publieke gezondheid de volgende taken omschreven: a. het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van ouderen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren; b. het ramen van de behoeften aan zorg; c. de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen als comorbiditeit; d. het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding; e. het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. In de Wet publieke gezondheid wordt tevens omschreven dat alle gemeenten binnen twee jaar na openbaarmaking van de landelijke gezondheidsnota een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vaststellen. Een ander belangrijk deel van de Wpg richt zich op allerlei bepalingen rond de uitbraak van infectieziekten en de controle daarop rond havens en vliegvelden. Voorts regelt de wet de samenhang met de omvang van de veiligheidsregio’s en het hanteren van een meldcode voor huiselijk geweld voor GGD’en.

In 2021 is de tijdelijke wet maatregelen covid-19 in de Wpg opgenomen. Er is daarvoor een nieuw hoofdstuk toegevoegd (artikelen 58a tot en met 58u Wpg) waarin de veilige afstand (artikel 58h Wpg), het groepsvormingsverbod (artikel 58g Wpg), het evenementenverbod (artikel 58i Wpg) en de sluiting van publieke locaties (artikel 58h Wpg) is geregeld. De wet regelt verder nog een aantal bijzondere mogelijkheden, zoals het verplichten van mondkapjes, het reguleren van contactberoepen en de bezettingsgraad van hotels. Deze mogelijkheden staan in artikel 58j Wpg. Tevens is opgenomen dat de burgemeester bevoegd gezag wordt voor handhaving (artikel 58d Wpg). Artikel 58r Wpg maakt het mogelijk om via de Wpg zelf of aangevuld met een ministeriële regeling extra eisen aan de kinderopvang te stellen. De volledige wettekst is in te zien op: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/202402-01 Naar aanleiding van de coronapandemie wordt in 2023 de wet in diverse tranches herzien. Eventuele (financiële) consequenties voor de GGD zijn nog niet duidelijk.

63

Maart 2024

DB aanbiedingsbrief conceptbegroting 2025

Het bestand DB aanbiedingsbrief conceptbegroting 2025 kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://vlaardingen.raadsinformatie.nl/document/14015144/1/DB+aanbiedingsbrief+conceptbegroting+2025

Brief aan de Colleges van BW inzake afschalingen en onderzoek OV-arbeidsmarkt

Het bestand Brief aan de Colleges van BW inzake afschalingen en onderzoek OV-arbeidsmarkt kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://vlaardingen.raadsinformatie.nl/document/13923682/1/Brief+aan+de+Colleges+van+BW+inzake+afschalingen+en+onderzoek+OV-arbeidsmarkt

Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl

Retouradres: Postbus 70012, 3000 KP Rotterdam

Per e-mail verzonden AAN DE RADEN

Van: C. Quak Telefoon: 14 010 E-mail: c.quak@Rotterdam.nl Onderwerp: Reactie zienswijzen aanpassing gemeenschappelijke regeling GGD RR Bijlage: Gewijzigde tekst Gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond Datum: 20 maart 2024

Geachte raden, De Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD Rotterdam-Rijnmond) moet aangepast worden aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. U bent door uw colleges in de gelegenheid gesteld hierover uw zienswijzen naar voren te brengen. Deze zienswijzen hebben wij geïnventariseerd en zoveel mogelijk verwerkt in een definitieve tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. In deze brief lichten wij toe in hoeverre de uitgebrachte zienswijzen zijn overgenomen, en wanneer daarvan af is gezien, en om welke reden. Hierna wordt eerst steeds per onderwerp waarop de regeling is gewijzigd kort worden beschreven waar het punt over gaat, en wat het oorspronkelijke tekstvoorstel voor de gewijzigde regeling was. Daarna volgt een samengevat overzicht van de door de gemeenteraden naar voren gebrachte zienswijzen. Daarop geven wij vervolgens een reactie, waarbij aangegeven wordt in hoeverre de zienswijzen zijn overgenomen. Tot slot wordt – voor zover van toepassing – de nieuwe gewijzigde tekst opgenomen van de bepaling uit de regeling. De integrale tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling is tevens als bijlage opgenomen bij deze brief. a. extra zienswijzemogelijkheid raden bij besluiten De verplichting om een zienswijze te vragen aan de raden gold voorheen enkel voor de begrotingsprocedure.

Daar komt nu bij dat in de regeling een bepaling moet worden opgenomen waarin een keuze wordt gemaakt of er specifieke besluiten – anders dan over de begroting – ter zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden. Er kan ook voor worden gekozen om geen extra besluiten – anders dan over de begroting – voorafgaand aan de raden ter zienswijze voor te leggen.

Blad: Datum:

2/9 20 maart 2024

Oorspronkelijk voorstel tekst: Zienswijze Artikel 10a 1. Er zijn geen besluiten aangewezen waarover de raden van de gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het algemeen bestuur kan indien het dat nodig acht een besluit voorafgaand aan het nemen van het besluit ter zienswijze voorleggen aan de raden van de gemeenten, en bepaalt in dat geval tevens de wijze waarop de zienswijze kan worden gegeven. Albrandswaard: akkoord Barendrecht: akkoord Capelle aan den IJssel: zienswijze bij strategische beleidskeuzes en te stellen kaders Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: akkoord Lansingerland: zienswijze bij besluiten tot wijziging basistakenpakket, en mogelijkheid indienen ongevraagde zienswijzen met beschikbaar zijn van een bestuurlijke planning met voorgenomen besluiten Maassluis: akkoord Nissewaard: akkoord Ridderkerk: akkoord Rotterdam: zienswijze bij grote beleids- en/of structuurwijzigingen en bij evaluatie Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: De gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond is een beleidsarme regeling. Tijdens het bestaan van de regeling is ook gebleken dat enkel besluitvorming plaatsvindt over de begroting.

Een aantal gemeenteraden (Capelle aan den IJssel, Rotterdam) geeft aan dat zij graag om zienswijze worden gevraagd voorafgaand aan besluitvorming over belangrijke besluiten die raken aan strategische beleidskeuzes en kaders en/of structuurwijzigingen. Daarnaast verzoekt één gemeenteraad (Lansingerland) om zienswijze gevraagd te worden ten aanzien van besluiten tot wijziging van het basistakenpakket, en ongevraagd zienswijze te kunnen geven waarbij een bestuurlijke planning met voorgenomen besluiten beschikbaar wordt gesteld. Een besluit over de omvang en inhoud van het basistakenpakket – en dus ook besluiten tot wijziging van het basistakenpakket – is gekoppeld aan de tarieven, en is dus alleen aan de orde bij de begroting. De raden worden hierover altijd om zienswijze gevraagd (zie ook art. 35 lid 3 Wgr). Er is dus geen aanleiding om de tekst van de regeling op dit punt aan te passen. Voorts is in de wet geregeld hoe er met zienswijzen moet worden omgegaan. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt er aan de eerder voorgestelde bepaling toegevoegd dat wanneer er sprake is van besluiten over grote beleids- of structuurwijzigingen, deze aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd.

Blad: Datum:

3/9 20 maart 2024

Het voorafgaand aan een evaluatie van de regeling vragen om zienswijze past minder goed bij de bedoeling van dit nieuwe instrument. Hier wordt daarom niet voor gekozen. Wij zien voorts weinig meerwaarde om een bepaling op te nemen over het ongevraagd kunnen indienen van zienswijzen. Er wordt op meerdere wijzen actief en gevraagd informatie verstrekt aan de raden. Het moge voor zich spreken dat het de raden vrij staat om via die wegen input te leveren als zij daar zelf aanleiding toe zien. Nieuw voorstel tekst: Zienswijze Artikel 10a 1. Bij besluiten over grote beleids- of structuurwijzigingen wordt aan de raden van de gemeenten de mogelijkheid geboden een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het bestuur kan voorts indien het dat nodig acht, een besluit voorafgaand aan het nemen van het besluit ter zienswijze voorleggen aan de raden van de gemeenten, en bepaalt in dat geval tevens de wijze waarop de zienswijze kan worden gegeven. b. evaluatie regeling In de regeling moet iets worden opgenomen over evaluatie van de regeling. Er kan o.a. worden gekozen waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Er kan ook voor worden gekozen om de regeling niet te evalueren.

Oorspronkelijk voorstel tekst: Evaluatie Artikel 31a Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie, alsmede de wijze van evalueren vast. Daarbij worden de colleges gehoord. Albrandswaard: akkoord Barendrecht: evaluatie elke bestuursperiode van vier jaar, in derde jaar (eerste in 2024) Capelle aan den IJssel: evaluatie elke bestuursperiode van vier jaar, in derde jaar (eerste in 2024) Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: evaluatie ook op verzoek van deelnemende gemeente Lansingerland: akkoord Maassluis: akkoord Nissewaard: evaluatie moet aansluiten op begrotingscyclus, opnemen hoe resultaten evaluatie worden verwerkt en gedeeld met gemeenteraad Ridderkerk: evaluatie elke bestuursperiode van vier jaar, in derde jaar (eerste in 2024) Rotterdam: periodiek evalueren (bijvoorbeeld iedere 7 jaar) Schiedam: periodiek evalueren, gelijktijdig met het besluit van de nieuwe begrotingscyclus in het AB, door een onafhankelijke partij, waarbij in ieder geval het wettelijke basistakenpakket wordt geëvalueerd Vlaardingen: onafhankelijke tweejaarlijkse evaluatie, met als doel eventuele problemen – zoals discussies over prijsstijgingen en inhoud basistakenpakket, in vroeg stadium te kunnen signaleren en tijdig kunnen handelen Voorne aan Zee: akkoord

Blad: Datum:

4/9 20 maart 2024

Vanuit een groot aantal gemeenteraden is duidelijk het signaal gekomen dat zij graag concreter in de regeling opgenomen zien dat een periodieke evaluatie plaatsvindt, en dat zij op de hoogte willen worden gesteld van de uitkomsten. Een kleiner aantal gemeenteraden (Schiedam, Vlaardingen) verzoekt dat de evaluatie wordt uitgevoerd door een onafhankelijke partij. Een enkele gemeenteraad (Krimpen aan den IJssel) verzoekt om op te nemen dat kan worden verzocht door een deelnemende gemeente om te evalueren. Er wordt tegemoetgekomen aan de zienswijzen door alsnog een periodieke evaluatie op te nemen in de regeling. Daarbij wordt er niet gekozen dat de evaluatie moet worden uitgevoerd door een onafhankelijke partij, omdat dit onnodig een aanzienlijk kostenverhogend effect met zich mee zou brengen. Er is gekozen voor een evaluatie elke vier jaar, na afloop van het derde jaar van een raadsperiode. Dit sluit het beste aan bij de verschillende naar voren gebrachte zienswijzen, en hiermee wordt een goede balans getroffen tussen inspanning en kosten enerzijds en te verwachten opbrengsten en resultaten anderzijds. Vaker evalueren is niet passend gelet op het extra beslag op de organisatie en ondersteuning dat zou vergen. Zeker als het doel is om discussies over prijsstijgingen en inhoud basistakenpakket vroegtijdig te kunnen signaleren; hiervoor is evaluatie niet het geschikte instrument.

Over deze onderwerpen vindt vanzelfsprekend voortdurend overleg plaats, waarbij vroegtijdig wordt geïnformeerd en ruimte is om hierover van gedachten te wisselen. Indien een (of meerdere) gemeente(n) meent/menen dat er tussentijds reden is om te evalueren, kan dat in het AB worden ingebracht, en kan het AB daarover een besluit nemen. Nieuw voorstel tekst: Evaluatie Artikel 31a 1. Het functioneren van de regeling wordt elke vier jaar, na afloop van het derde jaar van een raadsperiode, door het algemeen bestuur geëvalueerd. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie, alsmede de wijze van evalueren vast. Daarbij worden de colleges gehoord. De evaluatie heeft in ieder geval betrekking op het basistakenpakket. 2. Het algemeen bestuur kan voorts besluiten het functioneren van de regeling te evalueren op elk ander moment als daartoe aanleiding bestaat. 3. De raden worden op de hoogte gesteld van de uitkomsten van een evaluatie. c. participatie In de regeling moet iets worden bepaald over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling. Er kan ook voor worden gekozen van deze vorm van participatie af te zien, maar ook dan moet dat worden bepaald in de regeling.

Oorspronkelijk voorstel tekst: Participatie Artikel 31b De mogelijkheid tot participatie als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt niet geopend.

Blad: Datum:

5/9 20 maart 2024

Albrandswaard: akkoord Barendrecht: spreekrecht in vergaderingen AB over geagendeerde onderwerpen, reglement van orde regelt aanmelding, toelating en spreektijd Capelle aan den IJssel: spreekrecht in vergaderingen AB over geagendeerde onderwerpen, reglement van orde regelt aanmelding, toelating en spreektijd Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: waar wettelijk vereist of AB het wenselijk acht betrekken belanghebbenden bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid; spreekrecht in vergaderingen AB, nader geregeld in reglement van orde Lansingerland: akkoord Maassluis: akkoord Nissewaard: meerwaarde integreren burgerparticipatie in beleidscyclus, concrete afspraken maken over wijze waarop belanghebbenden worden betrokken bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid Ridderkerk: spreekrecht in vergaderingen AB over geagendeerde onderwerpen, reglement van orde regelt aanmelding, toelating en spreektijd Rotterdam: akkoord Schiedam: spreekrecht in vergaderingen AB, duidelijke route voor participatie in regeling Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: Een flink aantal gemeenteraden ziet als invulling van participatie graag een mogelijkheid opgenomen in de regeling voor spreekrecht van belanghebbenden in vergaderingen van het AB. In principe bestaat die mogelijkheid in de huidige situatie ook al.

Er wordt echter tegemoetgekomen aan de zienswijzen van de raden, door hier nu expliciet iets over op te nemen in de regeling. Hoe er aan het spreekrecht invulling wordt gegeven – denk aan wijze van aanmelden, spreektijd, en eventuele beperkingen – moet nog nader worden uitgewerkt in het reglement van orde. Nieuw voorstel tekst: Participatie Artikel 31b 1. Belanghebbenden hebben een spreekrecht in elke openbare vergadering van het algemeen bestuur over geagendeerde onderwerpen. 2. Het reglement van orde bepaalt op welke wijze invulling gegeven wordt aan het spreekrecht. d. actieve informatieplicht Het bestuur van het openbaar lichaam moet de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen geven die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken; in de regeling moet iets worden bepaald over de wijze waarop deze inlichtingen worden verstrekt. Voorstel tekst: Artikel 12 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden en de colleges van de gemeenten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De betreffende inlichtingen aan de raden worden

Blad: Datum:

6/9 20 maart 2024

schriftelijk verstrekt via de griffies van de gemeenten of via bijeenkomsten waarvoor alle raadsleden van alle deelnemers zullen worden uitgenodigd. Albrandswaard: akkoord Barendrecht: opnemen dat verslagen AB, vastgestelde begroting, jaarrekening en accountantsrapportage in ieder geval behoren tot inlichtingen die worden verstrekt aan de raden Capelle aan den IJssel: akkoord Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: akkoord Lansingerland: vergaderstukken AB gelijktijdig beschikbaar stellen voor raad; raad ontvangt graag tijdig informatie over ontwikkelingen die overschrijding begroting kunnen veroorzaken, raken aan cruciale zorg voor inwoners, of ontwrichtende werking kunnen hebben op functioneren GGD; jaarlijkse raadsinformatieavond Maassluis: akkoord Nissewaard: akkoord Ridderkerk: opnemen dat verslagen AB, vastgestelde begroting, jaarrekening en accountantsrapportage in ieder geval behoren tot inlichtingen die worden verstrekt aan de raden Rotterdam: akkoord Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: De stukken voor het AB staan altijd twee weken van tevoren op Notubiz. Notubiz is voor wat betreft het AB gedeelte openbaar toegankelijk, waarmee de stukken voor raadsleden op hetzelfde moment beschikbaar zijn als voor bestuurders. De link naar de GGD-site van Notubiz is GGD Rotterdam-Rijnmond (notubiz.nl).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14026166/1