CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst van ingekomen stukken t/m 15-01-2023

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken26.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In 2023 wordt de informatievoorziening geleidelijk verder uitgebouwd, maar zal de focus liggen op:  Stimulering en ondersteuning van gebruik en verdere toepassing van beschikbare dashboards;  Consolidatie en uitbreiding van informatievoorziening in verband met de inkoopwijzigingen per 1-1-23;  Nakoming van maatregelen in het kader van privacybescherming, informatiebeveiliging en aanbevelingen uit IT-audits;  Verbinding informatievoorziening en planning&control (bijvoorbeeld door prognoses op te nemen in het dashboard);  Facilitering van de sturing op de transformatie (met name de ontwikkelopgaven in de nieuwe contracten), aansluiting van de GI’s op de bestaande informatievoorziening, en verdieping van inzicht in het zorglandschap;  Afstemming met informatievraagstukken in de Regio-agenda;  Het kunnen vergelijken van de twee inkoop- en bekostigingsmodellen in de regio met als doel om van elkaar te leren.

4.1.5

P&C-cyclus

De GRJR moet als openbaar lichaam een volledige planning en control cyclus volgen en aan dezelfde eisen voldoen als gemeenten. Speerpunten zijn:  Sterker financieel/begrotingsbeleid: met informatie onderbouwde budgetten, analyse van wat realistisch is, minder tegenvallers achteraf, goed meenemen raden met dilemma’s en onzekerheden;  Gemeenten de mogelijkheid geven om lokale financiële inzichten en verwachtingen te laten verwerken in de GRJR Begroting;  Tijdiger en betrouwbaarder jaarverslaglegging: verbetering van de interne beheersing door structurele inzet van extra capaciteit en herinrichting van rollen, mede gericht op het kunnen afleggen van de rechtmatigheidsverantwoording met ingang van verslagjaar 2023;  Twee bestuursrapportages die compact en actueel zijn: periodeafsluitingen, vollediger inzicht in afgegeven beschikkingen, lopende zorg en te verwachten declaraties, minder verrassingen op bijvoorbeeld LTA, meer niet-financiële informatie over zorggebruik, etc.;  In of bij alle P&C stukken regionaal overzicht én inzicht in de cijfers per gemeente. Door een wijziging in de regelgeving hebben vanaf 2023 gemeenteraden dertien in plaats van acht weken gelegenheid om hun zienswijze te geven op ontwerpbegroting(swijziging)en.

Om dit mogelijk te maken stelt de GRJR de ontwerpbegroting(swijziging) net als voorheen vast in april maar volgt definitieve vaststelling in september (was juli). 4.1.6

Ontwikkeling en verankering taken van de Uitvoeringsorganisatie GRJR

De begroting van de GRJR bevat een budget Organisatiekosten GRJR om de regionale werkzaamheden uit te kunnen voeren. In de begroting 2023 is de systematiek voor verdeling van deze kosten aangepast aan de situatie waarin met twee inkoopmodellen wordt gewerkt. De GRJR-uitvoeringsorganisatie is ondergebracht bij de Gemeente Rotterdam, die het budget Organisatiekosten als vaste vergoeding ontvangt op basis van een dienstverleningsovereenkomst. De hoogte van dit bedrag is in 2020 bepaald op basis van een formatieplanning voor directe personeel plus een standaardopslag voor ondersteuning. Bij de begroting 2022 is de formatieplanning voor direct personeel aangepast. Voor specifieke taken in het primaire proces wordt gebruik gemaakt van andere Rotterdamse organisatieonderdelen, Dit biedt continuïteitswaarborgen maar veroorzaakt ook kwetsbare afhankelijkheden in het primaire proces van de Uitvoeringsorganisatie. Daarom worden de afspraken over positionering van de ondersteunende diensten in 2013 geëvalueerd. Eventuele financiële effecten zijn dus in deze kadernota nog niet verwerkt.

5. Financieel-technische uitgangspunten 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat bestuurlijk relevante, maar tegelijkertijd technische uitgangspunten voor de opstelling van de begroting 2024. Naast de inhoudelijke uitgangspunten zoals benoemd in de vorige hoofdstukken is de indexering van belang voor het financieel perspectief.

5.2 Financieel meerjarenperspectief De uitgangspunten zijn in onderstaand overzicht vertaald in een indicatief meerjarenperspectief. Dit perspectief maakt duidelijk dat er tegenover een eventuele besparing als gevolg van de Hervormingsagenda rekening moet worden gehouden met de ontwikkeling van het prijspeil. Financieel meerjarenperspectief

2023

2024

2025

2026

2027

1: realistische begroting met vertrekpunt 2023

242,4

246,9

250,7

254,7

254,7

2: actualisatie vertrekpunt 2023 o.m. o.b.v. JR22 Zorgkosten structureel

17,2

17,2

17,2

17,2

17,2

Bedragen X € 1 mln

Zorgcontinuïteit MVS

5,4

3. transformatie JH+, driemilieuvoorzieningen

PM

PM

PM

PM

PM

4: gevolgen Hervormingsagenda

PM

PM

PM

PM

PM

PM 265,0

PM 264,1

PM 267,9

PM 271,9

PM 271,9

15,8

15,8

15,8

15,8

14,2

14,2

14,2

12,1

12,1

5: aanpak problemen GI’s 6. indexering 2024 6% 2025 5% 2026 4%

9,4

2027 3% totaal indexering totale lasten incl indexering

265,0

15,8

30,0

42,1

51,5

279,9

297,9

314,0

323,4

Toelichting 1.

Vertrekpunt 2023. In de begroting 2023 is al rekening gehouden met effecten van de inkoop 2023 en maatwerkinschattingen per gemeente, zodat deze begroting als vertrekpunt kan dienen.

2.

Actualisatie vertrekpunt 2023 o.m. o.b.v. jaarrekening 2022. Actuele informatie over de jeugdhulpinzet uit de definitieve jaarrekening 2021 en de bestuursrapportages 2022 maken duidelijk dat de onderbouwing van de begroting 2023 met toenmalige inzichten niet meer actueel is. De jaarrekening 2022 zal dit beeld bevestigen. De volgende aanpassingen zijn nodig om tot een realistische begroting te komen: a.

Zorgkosten A t/m E en overig (met name LTA) minus aandeel MVS is ca +€17,4 mln structureel. Dit is vooral effect aanpassing woonplaatsbeginsel ten opzichte van te lage verwachtingen gemeenten en toename LTA-

gebruik. De bedragen zullen voor de begrotingsopstelling nog worden geactualiseerd op basis van de voorlopige jaarrekening 2022; b.

Zorgkosten MVS zullen in 2023, anders dan begroot, wel als zorgcontinuïteit via de GRJR-contracten als lasten optreden in de GRJR. Hierop wordt de begroting 2023 eenmalig aangepast. Volgens opgave MVS bedragen de kosten ca +€ 5,4 mln. Dit heeft geen gevolgen voor de bijdrage van de andere 12 gemeenten van de GRJR.

3.

Transformatie JH+ en driemilieuvoorzieningen. De gevolgen van de transformatie JH+ en driemilieuvoorzieningen (hogere tarieven vanwege schaalverkleining, frictiekosten, continuïteitsbijdragen) worden verwerkt met de bij begrotingsopstelling beschikbare informatie.

4.

Gevolgen Hervormingsagenda. De gevolgen van de Hervormingsagenda worden pas verwerkt als deze in concrete maatregelen is uitgewerkt die zowel lokale als regionale lastenramingen beïnvloeden, en voor zover de effecten op de regionaal ingekochte hulp onderbouwd zijn met realistische aannames.

5.

Aanpak problemen GI’s. De landelijke afspraken over aanpak van de structurele en de acute problemen van GI’s kunnen leiden tot een hogere subsidie de GI’s voor 2023 en verder. Hiermee wordt in de begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 rekening gehouden.

6.

Indexering. Conform GRJR-beleid en zorgcontracten worden de zorg- en subsidiebudgetten als volgt geïndexeerd: a.

90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex voorgaand jaar

b.

10% verondersteld prijsdeel met PPC -prijsindex voorgaand jaar.

De indexen worden gepubliceerd door de Nederlandse zorg autoriteit. Bij vaststelling van de ontwerpbegroting 2024 (april 2023) zijn de voorlopige indexen bekend. Bij definitieve vaststelling van de begroting 2024 (september 2024) zijn de definitieve indexen bekend. De inflatie loopt de laatste tijd op, waardoor indexering in de begroting 2023 fors achterloopt op de werkelijke ontwikkeling. Dit verschil wordt in de OVA-index het jaar daarop gecorrigeerd. De verwachting is dus dat de indexatiepercentages aanzienlijk zullen stijgen. Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn van gemeenten. die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven door en/of namens colleges van de deelnemende gemeenten. Om een voorlopige indruk te geven wordt in deze kadernota gerekend met in totaal 6% voor 2024, 5% voor 2025, 4% voor 2026 en 3% voor 2027. NB: dit zijn dus nog niet de cijfers van de Nederlandse zorg autoriteit.

5.3 Bijdragenberekening en verrekening realisatieverschillen De regionaal begrote lasten worden gedekt door baten in de vorm van deelnemersbijdragen c.q. inleg in de begroting. Vanaf begroting 2023 wordt als kostenverdeelmethode voor de zorglasten gekozen voor een bijdrageberekening die aansluit op de lastenraming. Deze lastenraming wordt opgebouwd per gemeente en bepaalt de hoogte van de begrote bijdrage van de betreffende gemeente. Gerealiseerde lasten worden bij de jaarrekening vastgesteld. Verschillen per gemeente tussen ingebrachte baten en gerealiseerde lasten worden bij de gemeenten teruggelegd, zodat iedere gemeente alleen betaalt voor zorg aan jeugdigen uit de eigen gemeente. Vanaf 2023 (voor het

eerst over verslagjaar 2022) worden deze verschillen per gemeente direct afgerekend na vaststelling van de jaarrekening.

10 januari 2023

Ga energiearmoede tegen 5 actiepunten voor gemeenten Aan het college van Burgemeesters en Wethouders

Geacht college, Ruim een miljoen mensen in Nederland hebben een laag inkomen. Zij hebben een uitkering of ontvangen een laag loon. Ze hebben vaak geen reserves of weinig financiële veerkracht. Elke maand is het een opgave om de eindjes aan elkaar te knopen. De stijgende energieprijzen en de hoge inflatie houden ons al een tijd in de greep. Een grote groep mensen met een laag inkomen woont in woningen die niet aan de meest moderne standaarden van isolatie voldoen. Dit werkt ongunstig uit op het energieverbruik van deze woningen. De verwarming staat heel laag of zelfs noodgedwongen uit. Hierdoor hebben mensen weer te maken met ongewenste effecten, zoals een vochtige woning, schimmelvorming en een ongezond binnenhuisklimaat. De gestegen energiekosten worden door overheidsmaatregelen ten dele gecompenseerd. Voor een deel van de mensen is dit wel welkom, maar niet voldoende om hen uit de financiële problemen te helpen. De Sociale Alliantie hoopt dat uw gemeente zich volop inzet om deze mensen niet kopje onder te laten gaan. In de bijgevoegde brief vind u een aantal voorstellen van de Sociale Alliantie die u mogelijk hiermee kunnen helpen. Met vriendelijke groet, Voorzitter Sociale Alliantie De Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid – ook kortweg de Sociale Alliantie genoemd - is een initiatief van de vakbeweging, de kerken, de humanisten en uitkeringsgerechtigden.

Het samenwerkingsverband begon in 2000 en is doorgegroeid naar een netwerkorganisatie waarin ruim vijftig landelijke, regionale en plaatselijke organisaties en groepen deelnemen. Samen strijden zij voor een samenleving zonder armoede.

Sociale Alliantie, info@socialealliantie.nl, www.socialealliantie.nl

Bijlage 1: Hoofconclusies

Inzet en waarde MRDH 1. De drie functies die de MRDH vervult ter versterking van het economisch vestigingsklimaat (de strategische, faciliterende en uitvoerende functie), passen bij de rol die overheden hebben in succesvolle economische regio’s. 2. Twee van de drie functies, de strategische functie en de faciliterende functie, hebben de samenwerking in de MRDH bevorderd. De samenwerking heeft geleid tot meer samenhang in beleid en bestuur en vergroting van de kennisuitwisseling tussen gemeenten. Hiermee is vooruitgang geboekt op één van de knelpunten die de aanleiding vormde voor de oprichting van de MRDH: de bestuurlijke versnippering en onderlinge spanningen in de regio. 3. De uitvoerende functie bestaat uit het financieren van activiteiten en projecten. De belangrijkste financiële regeling (de bijdrageregeling) heeft te maken met structurele onderbesteding, is niet doelmatig van opzet en hangt onvoldoende samen met strategische visies en programma’s. doelstellingen MRDH 4. De doelstellingen uit de Strategische Agenda voor verbetering van het economisch vestigingsklimaat zijn breed geformuleerd en gaan over diverse aspecten van het economisch vestigingsklimaat. De MRDH mist door deze breedte een eigen profiel ten opzichte van andere partners in de regio. 5. De inzet in middelen en activiteiten concentreert zich op vier van de zeven doelstellingen van de Strategische Agenda.

Bij de drie overige doelstellingen is de inzet dermate beperkt dat geen impact op het economisch vestigingsklimaat verwacht kan worden. positie raadsleden 6. In de opzet van de gemeenschappelijke regeling MRDH (GR MRDH) zijn relatief veel mogelijkheden gecreëerd om raadsleden te betrekken bij het samenwerkingsverband. De recente wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt nauwelijks mogelijkheden voor verdere vergroting van deze betrokkenheid. De belangrijkste wijzigingen waren al onderdeel van de werkwijze van de GR MRDH. 7. De manier waarop de adviescommissie economische vestigingsklimaat op dit moment wordt ingevuld, past onvoldoende bij de rol, expertise en beschikbare tijd van raadsleden. Daarnaast worden raadsleden onvoldoende geïnformeerd over de voortgang van resultaten van het economisch programma. 8. In Rotterdam is een werkwijze ontwikkeld waarmee raadsleden goed betrokken kunnen worden bij de MRDH. Deze werkwijze wordt voor het economisch vestigingsklimaat beperkt benut.

Aanbeveling 1 Heroverweeg de huidige opzet van de uitvoerende functie waarmee projecten in de regio worden gefinancierd. Voor deze heroverweging ziet de rekenkamer twee scenario’s die in de afweging kunnen worden betrokken 

Het eerste scenario is het programma economisch vestigingsklimaat terugbrengen tot de strategische en facilitaire functie. Daarbij is nog steeds enige financiering nodig ter ondersteuning van deze functies (de huidige procesmiddelen). Ook kan worden overwogen de subsidiëring van InnovationQuarter en YES!Delft te handhaven. Deze subsidies worden gebruikt voor uitvoering van activiteiten op de schaal van de gehele MRDH. Het tweede scenario is het herinrichten van de uitvoerende functie. In dit scenario blijft de MRDH activiteiten in de regio financieren, maar wordt de huidige bijdrageregeling stopgezet. In plaats daarvan moet een nieuwe vorm van financiering worden ontwikkeld met een duidelijke relatie met de strategische doelstellingen en een doelmatige wijze van verstrekking.

Aanbeveling 2 Formuleer concrete en meetbare doelstellingen in de nieuwe Strategische Agenda. Maak duidelijk op welke doelstellingen de MRDH actief inzet, wat de rol van de MRDH daarbij is en wat MRDH gaat bereiken op die doelstellingen. Aanbeveling 3 Besteed als MRDH aandacht aan monitoring en evaluatie van resultaten. Gebruik deze informatie voor het tussentijds informeren van raadsleden over de voortgang van het bereiken van de doelen van de Strategische Agenda. Aanbeveling 4 Optimaliseer de betrokkenheid van de gemeenteraden. Zorg er als MRDH voor dat de inhoud en vorm van de adviescommissie economisch vestigingsklimaat beter aansluit bij de rol van raadsleden. Geef raadsleden meer ruimte om met elkaar van gedachten te wisselen over strategische vraagstukken Aanbeveling 5 Benut als Rotterdamse raad actief en structureel de mogelijkheden om betrokken te blijven bij het regionaal economisch beleid in de regio

Aan de leden

Datum

23 december 2022 Kenmerk

COS/U20220883 Lbr. 22/068 Telefoonnummer

070 3738393 Bijlage(n)

-

Onderwerp

Stand van zaken Hervormingsagenda Jeugd

Geachte leden van college en gemeenteraad, In de ALV van de VNG van 2 december jl. hebben we u voor het laatst geïnformeerd over het overleg met het rijk over de Hervormingsagenda Jeugd en het bijbehorend financieel kader. Daar waar op ‘inhoud’ de afgelopen tijd goede stappen zijn gezet, bleek tot dusverre een grote afstand tussen partijen voor wat betreft het financieel kader. Ook in het bestuurlijk overleg van 5 december is daarover geen consensus bereikt. Daarna heeft het kabinet zich beraden op een bod aan de gemeenten. Het rijk heeft ons op 19 december een bod gedaan. We hebben dit bod getoetst aan onder meer de uitspraak van de Commissie van Wijzen en aan de motie van de gemeente Krimpenerwaard, zoals die in de ALV van 2 december is aangenomen. Meer in het bijzonder gaat het dan om de volgende criteria: -

De agenda vergt een valide onderbouwing van de maatregelen en een reëel tijdpad. Compensatie van gemeenten bij het optreden van tekorten als zij zich afdoende hebben ingespannen bij het treffen van maatregelen. Een onafhankelijke commissie die daarover oordeelt.

De uitkomst van deze weging is dat het bod van het rijk de gemeenten onvoldoende garanties biedt voor de onverhoopte situatie dat ondanks hun inspanningen sprake zou zijn van tekorten op de jeugdhulp. Daarmee voldoet het bod naar onze opvatting niet aan de uitgangspunten die gelden in de interbestuurlijke verhoudingen, de aangehaalde uitspraak en de motie, en geldt bovenal dat gemeenten zo niet in staat zijn de noodzakelijke hervormingen te realiseren die de agenda veronderstelt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202200777

PROD

De bestuurlijke delegatie van de VNG heeft daarom in het bestuurlijk overleg dat op 22 december plaatshad een eigen voorstel gedaan in lijn met de uitspraak van de Commissie van Wijzen en de motie. Over beide voorstellen heeft langdurig en intensief overleg plaats gehad met de delegatie van het rijk. Uitkomst daarvan is dat een breed samengestelde werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de ministeries van BZK, VWS en Financiën en de VNG/gemeenten op korte termijn een aantal scenario’s ontwikkelt die inzicht bieden in de vraag hoe om te gaan met de risico’s die samenhangen met de uitvoering van de Jeugdwet. De uitkomsten van deze verkenning vormen het vertrekpunt voor het bestuurlijk overleg tussen rijk en VNG dat in januari 2023 plaats zal vinden. Het leek ons passend, mede vanwege (verwachte) berichtgeving in de media, u zo spoedig mogelijk te informeren. Uiteraard houden we u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

8 december 2022 Kenmerk

TAZ/U202200843 Lbr. 22/064 Telefoon

Bijlage(n)

1 College voor Arbeidszaken

Onderwerp

Publicatie “STIP op de horizon voor gemeentelijke cao’s”

Samenvatting Bijgaand treft u de publicatie “STIP op de horizon voor gemeentelijke cao’s” aan. Deze publicatie is tot stand gekomen als één van de prioriteiten uit het CvA meerjarenbeleidsplan “Trots” 2019-2022. Het geeft richtinggevende uitgangspunten voor een lange termijn arbeidsvoorwaardelijke koers voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202200843

PROD

Aan de leden

Datum

8 december 2022 Kenmerk

TAZ/U202200843 Lbr. 22/064 Telefoon

Bijlage(n)

1 College voor Arbeidszaken

Onderwerp

Publicatie “STIP op de horizon voor gemeentelijke cao’s”

Geacht college en gemeenteraad, In het VNG-jaarplan voor 2023 staat bij de Werkgeversfunctie dat het nieuwe College voor Arbeidszaken het meerjarenbeleidsplan voor de periode 2023-2026 gaat vaststellen en uitvoeren. Daarnaast staat er dat de VNG cao’s afsluit voor de gemeentesector samen met de WSGO. De VNG en de WSGO vinden het van belang dat in de arbeidsvoorwaardenontwikkeling in de gemeentelijke sector een consistente lijn zit. Daarom heeft het “oude” CvA samen met het “oude” WSGO-bestuur gewerkt aan een arbeidsvoorwaardelijke koers voor de lange termijn. Bijgaand treft u de publicatie “STIP op de horizon voor gemeentelijke cao’s” aan. Deze publicatie is tot stand gekomen als één van de prioriteiten uit het CvA meerjarenbeleidsplan “Trots” 2019-2022. Het geeft richtinggevende uitgangspunten voor een lange termijn arbeidsvoorwaardelijke koers voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO. Samen met de leden is van eind 2021 tot de zomer van 2022 hieraan gewerkt. In diverse digitale bijeenkomsten en sessies is gesproken over welke publieke waarden gemeentelijke werkgevers bindt en welke richting we als gemeentesector op kunnen gaan op een aantal arbeidsvoorwaardelijke onderwerpen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202200843

PROD

Deze publicatie geeft een richting voor een arbeidsvoorwaardelijke koers die moet worden uitgewerkt, passend bij de publieke waarden. Het nieuwe College voor Arbeidszaken en het nieuwe WSGO-bestuur gaan daarmee aan de slag in de beleidsperiode 2023-2026. Meer informatie Meer informatie over de rol van het College en de WSGO in de arbeidsvoorwaardenvorming in de gemeentelijke sector vindt u in de video op deze pagina. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

J. Jongepier Secretaris van het College voor Arbeidszaken

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/3

Aan de leden

Datum

7 december 2022 Kenmerk

TLE/U202200824 Lbr. 22/065 Telefoonnummer

070 373 8393 Bijlage(n)

1

Onderwerp

Ledenbrief Nationale programma's NOVEX, Woningbouw, Water en Bodem Sturend en Landelijk gebied

Geachte leden van college en gemeenteraad, De ruimte in Nederland staat onder druk vanwege de optelsom van vele ontwikkelingen, zoals bevolkingsgroei, klimaatverandering, de energietransitie en economische ontwikkeling. Dat terwijl de draagkracht van de natuur en het water- en bodemsysteem haar grenzen bereikt. Meerdere departementen van het rijk acteren nu door beleidslijnen uit te schrijven over stikstof, landelijk gebied, water en bodem. Dit is gebeurd in een zestal brieven aan de Kamer op vrijdag 25 november. En eerder al presenteerde het rijk een programma Woningbouw en een programma NOVEX. Het rijk legt in deze verschillende beleidslijnen verbindingen tussen thema’s en bekrachtigt te willen werken vanuit regionale gebiedsprocessen. Momenteel worden hierover afspraken gemaakt op landelijk en provinciaal niveau. Deze afspraken hebben impact op lokaal niveau. Dit vraagt inzet van u en van ons. In deze ledenbrief informeren we u daarover. We gaan daarbij in op: 1. wat er gaat gebeuren vanuit de programma’s NOVEX, Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), Water en Bodem Sturend (WBS), en Woningbouw; 2. de gevolgen voor u als gemeente; 3. de VNG-inzet.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202200824

PROD

Wat gaat er gebeuren? Programma NOVEX en de ruimtelijke inpassing – ministerie BZK (De Jonge) De minister voor VRO zal volgens planning op 9 december 2022 een brief sturen aan gedeputeerde staten van alle provincies met het verzoek om te fungeren als regisseur in het ruimtelijk domein. De komende negen maanden krijgen zij opdracht een proces te organiseren waaraan wordt gerefereerd als ‘het leggen van de ruimtelijke puzzel’. Dit moet leiden tot provinciale ruimtelijke voorstellen die vervolgens worden vastgelegd in een bestuursakkoord tussen rijk en elke provincie (ruimtelijk arrangement). De input voor dit proces wordt inhoudelijk gevuld met de doelen en normeringen vanuit twintig nationale programma's. Deze zijn samengevat in één startpakket per provincie. Samenhangend hiermee wordt in 16 NOVEX-gebieden gewerkt aan ontwikkelperspectieven. NPLG en gebiedsprogramma's – ministerie LNV (Van der Wal) Via het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) wil het rijk opgaven in het landelijk gebied in samenhang oppakken. De provincie maakt een gebiedsprogramma 1.0 dat in juli 2023 gereed moet zijn waarin zij doelen benoemt voor water, klimaat en natuur. Daarin staat hoe ze die doelen gaat bereiken. Voor stikstof kan dat concreter dan voor water en klimaat. De provincie is in de lead en werkt samen met gemeenten, waterschappen en diverse stakeholders.

Meekoppelkansen – denk aan sociale en economische gebiedsbelangen die bijdragen aan brede welvaart – kunnen daarin ook worden opgenomen. Het rijk beoordeelt de programma’s en stelt uiteindelijk doelen per gebied vast. Daarna zal een gebiedsprogramma 2.0 worden gemaakt waarin er meer tijd is voor het gebiedsproces. Water en Bodem Sturend – ministerie IenW (Harbers en Heijnen) In de brief over Water en Bodem Sturend (WBS) wil het rijk via een dertigtal structurerende keuzes water en bodem sturend laten zijn bij ruimtelijke inrichting. Daarbij is het uitgangspunt dat wij ons moeten aanpassen aan wat het water- en bodemsysteem aan kan. Hierin staat ook centraal dat er niet afgewenteld moet worden: niet op de volgende generatie, niet naar andere gebieden/functies, en niet van privaat naar publiek. Dit heeft ook gevolgen voor het beleid van gemeenten en regio's. Inhoudelijk gaat dit over bijv. verhoging van grondwaterpeilen, verstandige locatiekeuzes (niet meer ontwikkelen in diepste delen van diepe polders en uiterwaarden van grote rivieren), afspraken over bodemkwaliteit en regie in de ondergrond. In de regio moet WBS toegepast worden via een “pas toe of leg uit”-constructie, bijvoorbeeld via de gebiedsprocessen. Op nationaal niveau zal dit via een uitvoeringsstrategie “interdepartementaal en met de medeoverheden” ontwikkeld worden.

Het is nog onduidelijk hoe dit proces er precies uit gaat zien. Programma Woningbouw – ministerie BZK (De Jonge) In oktober 2022 zijn voor de periode tot en met 2030 woningbouwafspraken gemaakt tussen de minister voor VRO en provincies, o.b.v. het Programma Woningbouw. Deze programmeringsafspraken worden door provincies, samen met gemeenten, uitgewerkt in regioverband naar 37 regionale woondeals. U bent uitgenodigd om toe te werken naar een tekenmoment met de provincie en de minister voor VRO in de periode van december 2022 tot 1 maart 2023. We adviseren u hierbij rekening te houden met uitvoerbaarheid, waarborgen ten aanzien van randvoorwaarden en de uitgangspunten zoals beschreven in de Kamerbrief Water en

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/9

Bodem Sturend. Woondeals kunnen het beste in de context van de ruimtelijke puzzel worden bezien. Kamerbrieven Daarnaast heeft het kabinet op 25 november ook de volgende Kamerbrieven verstuurd: Het ministerie van LNV (mw. Van der Wal) over een aanpak van piekbelasters door middel van een plusregeling voor vrijwillige beëindiging, en het verbeteren en vereenvoudigen van toestemmingsverlening n.a.v. de Porthos uitspraak van de Raad van State (zie brief); Het ministerie van LNV (dhr. Adema) over de toekomst van de landbouw en een brief over het bevorderen van innovatie van emissiearme stalsystemen; Het ministerie van IenW (mw. Heijnen) met een beleidsreactie op het rapport over verbetering effectiviteit emissiearme stallen. In bijlage 1 van deze brief wordt dieper ingegaan op de achtergronden, samenhang en doorwerking van de hiervoor genoemde ontwikkelingen.

Wat betekenen de ontwikkelingen voor u? Bovenstaand overzicht toont dat meerdere departementen apart van elkaar lijnen hebben uitgezet voor verschillende beleidsterreinen. Deze beleidslijnen komen lokaal samen in gebiedsprocessen en moeten hier vertaald worden in een realistische en uitvoerbare aanpak. Uw eigen ruimtelijk beleid en afwegingen zijn cruciale bouwstenen van elk gebiedsproces. We adviseren u om uw beleid proactief in te brengen in de samenwerking uw provincie en/of NOVEX-gebied en hierbij alle benodigde disciplines te betrekken. De VNG adviseert u ook om uw eigen organisatie voor te bereiden op multidisciplinaire samenwerking in gebiedsprocessen, voor zover dit nog niet is opgepakt. Uw betrokkenheid is van belang bij de uitwerking van de nationale programma's, bijvoorbeeld in de woondeals, RES’en, gebiedsprogramma’s voor het landelijk gebied. Daarbij is het goed om er alert op te zijn dat u in gezamenlijkheid met andere overheden zoveel mogelijk zorgt voor een gelijk kennisniveau en gezamenlijke databronnen ten behoeve van besluitvorming. Wij vragen u dus om actief mee te doen in uw eigen regio. Mochten er belemmeringen zijn voor deelname aan het gebiedsproces dan vragen wij u daarover een signaal af te geven bij uw provinciale VNG-afdeling. Zij zullen de signalen verzamelen en delen met de VNG.

Uw praktijksignalen zijn essentieel om op landelijk niveau beleidsbeïnvloeding kracht bij te zetten zodat we komen tot een werkbare en effectieve dagelijkse praktijk. Daarnaast ondernemen wij ook zelf actie om de vinger aan de pols te houden. In het eerste kwartaal van 2023 gaan we met gemeenten van een viertal regio’s in gesprek. Zo horen wij hoe het rijksbeleid bij gemeenten landt, wat de impact is op gemeenten en hoe gemeenten praktisch ondersteund kunnen worden bij hun deelname aan de gebiedsprocessen.

De VNG-inzet De VNG begrijpt de achtergronden van de door het rijk in gang gezette processen. Met name vanwege het erkennen van de noodzaak tot integrale afwegingen van de diversiteit aan

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/9

ruimteclaims. Dit hebben we ook onderschreven in ons recente nieuwsbericht over de brieven1: lokale inbreng is noodzakelijk voor ruimtelijke keuzes. De door het rijk gekozen procesroute roept echter de vraag op of het gemeentelijk perspectief adequaat aandacht krijgt. Want zonder gemeenten geen uitvoering. Daarom wil de VNG dat in de processen die worden of al zijn gestart nadrukkelijk de volgende punten een plek krijgen. Werken aan een compleet verhaal Alle keuzes die nu in de nationale programma's worden gemaakt, moeten uiteindelijk landen in de regio. Het betekent dat de ruimte enorm onder druk komt te staan en dat keuzes regionaal gemaakt moeten worden. Gemeenten moeten weten welke besluiten genomen worden en ervan uit kunnen gaan dat dit in samenhang gebeurt. Dit voorkomt dat gemeenten niet nadien met tegenstrijdigheden of verkeerde verwachtingen een (nieuwe) toekomst opbouwen. Samenwerking en betrokkenheid gemeenten De VNG pleit ervoor dat gewerkt wordt als één overheid, waarbij overheden bij de uitvoering naast elkaar staan en elkaar ondersteunen en faciliteren. De VNG vindt het essentieel dat u als gemeenten actief aan de voorkant als volwaardige partner wordt betrokken en dat u met de provincie complementair kunt samenwerken. Gemeenten staan dicht bij hun inwoners en weten wat er leeft en wat zij nodig hebben.

En ze staan aan de lat voor uitvoering van (verder) te ontwikkelen plannen, herbestemming en vergunningverlening. Helderheid en voldoende middelen Gebiedsprocessen liggen nu soms stil in afwachting van helderheid in beleid en beschikbaarheid van financiële middelen. Voor het landelijk gebied komen uit het Transitiefonds pas in 2024 middelen beschikbaar. De VNG maakt zich daarom al geruime tijd hard om voorfinanciering beschikbaar te stellen voor de uitvoering- en proceskosten van gemeenten. Daarnaast heeft de VNG actief ingezet op voldoende capaciteit (mensen en middelen) en kennis om in de regio goed uitwerking te kunnen geven aan de rijksplannen. Kennisdeling Gemeenten moeten op het juiste moment over de juiste kennis en informatie beschikken om een goede invulling te geven aan het aanpakken van de opgaven in de gebiedsprocessen. De VNG faciliteert en stimuleert kennisontwikkeling en -deling met en tussen u als gemeenten, en heeft een aanjaagfunctie op het gebied van kennis en datagedreven werken. De VNG deelt haar kennis onder andere via het VNG forum, thematische webinars en bijeenkomsten van ambtelijke en bestuurlijke netwerken (bijvoorbeeld omtrent het landelijk gebied). Uitvoeringsondersteuning De VNG ondersteunt gemeenten om te komen tot een goede uitvoeringspraktijk door o.a. het opstellen van handreikingen.

We hebben vanuit de VNG, samen met IPO en UvW een handreiking geschreven om provincies op weg te helpen met regionale uitwerking in gebiedsprocessen. Het is belangrijk om te weten wat de precieze impact is van de inhoudelijke plannen op de uitvoeringskracht van gemeenten. Dat kan bijvoorbeeld inzichtelijk gemaakt worden met een gezamenlijke uitvoeringsstrategie, op basis waarvan dan voor alle overheden blijkt of de opgave en uitwerking met elkaar in verhouding zijn.

1 Zie ook ons nieuwsbericht van 8 juli 2022 over het Programma NOVEX.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/9

Voor de VNG zijn bovenstaande punten leidend in de aanpakken van de genoemde opgaven. Wij brengen dit in via bestuurlijke en ambtelijke overleggen en consultaties bij wet- en regelgeving. Het samenbrengen van de verschillende opgaven in de gebiedsprocessen zal een ingrijpend proces zijn. We blijven graag nauw met u in contact hierover. De VNG blijft u ook de komende tijd op de hoogte houden van de ontwikkelingen op dit onderwerp. Mocht u daarnaast vragen hebben, neemt u dan vooral contact op met de VNG.

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/9

Bijlage 1 Programma NOVEX: op weg naar ruimtelijke arrangementen Bij gemeenten komt alles samen. Ambities op verschillende beleidsvelden moeten beschreven worden in een omgevingsvisie en voor de praktische doorwerking worden regels opgesteld in het omgevingsplan. Veel van de opgaven behoeven regionale afstemming. Provincies krijgen de rol om dit te coördineren en knelpunten op te lossen in een provinciaal ruimtelijk voorstel. Dit betreft een proces van analyse, evaluatie en scenariokeuzes voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de betreffende provincies. Elke provincie zal hierover met het rijk een bestuursakkoord afsluiten. Dit staat beschreven in het Programma NOVEX (juli 2022). Deze akkoorden kunnen daarna leiden tot o.a. actualisatie van de nationale omgevingsvisie (NOVI), nieuwe of aangepaste nationale ruimtelijke omgevingsprogramma’s en/of aanvullende wet- en regelgeving De processtappen, inhoudelijke afwegingen en doelstellingen voor de ‘ruimtelijke arrangementen’ worden toegelicht in de stukken van de minister van VRO (het programma NOVEX en het nog te publiceren startpakket). Hierin worden kaders geschetst en spelregels gegeven.

De ruimtelijke arrangementen bestaan in ieder geval uit de volgende onderdelen: - Kaartbeelden; - Afspraken over ruimtelijk structurerende keuzes tot en met 2030; - Uitvoeringsafspraken over inzet instrumenten (en middelen); - Afspraken over vervolgonderzoeken. IJkmomenten In het proces zijn door het rijk drie ijkmomenten ingepland waarop met betrokkenen wordt stilgestaan of het proces loopt zoals het is beoogd te lopen. De periodes waarin dit zal plaatsvinden staan in het Startpakket dat 9 december uitkomt. 1. Bij het eerste ijkmoment wordt door rijk en provincies gekeken naar de scope: een gezamenlijk beeld van de opgaven voor de provincie in relatie tot de uitwerking in de nationale programma's. Er kan dan een koppeling gelegd worden met woondeals. 2. In het tweede ijkmoment wordt door hen gekeken naar de kansen en denkrichtingen om deze te ijken met de stand van zaken in de nationale programma's. 3. In het derde ijkmoment is beoogd dat vanuit de hiervoor genoemde denkrichtingen contourvoorstellen op tafel liggen met zicht op het type afspraken voor het ruimtelijk arrangement.

Water en Bodem Sturend Gemeenten merken nu al de gevolgen als we ons niet aanpassen aan het water- en bodemsysteem: stijging van onderhoudskosten van de openbare ruimte, funderingsschade bij woningen van particulieren, onzekerheid over de beschikbaarheid van voldoende drinkwater op de middellange termijn, wateroverlast bij neerslagpieken, etc. Gelukkig zijn er nog genoeg mogelijkheden om de gevolgen van de ontwikkeling van het Water- en bodemsysteem in goede banen te leiden. In de WBS-brief worden een dertigtal structurerende keuzes gemaakt. We lichten er hier een aantal uit die impact hebben op de gemeentelijke praktijk:

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/9

•

•

•

•

•

Het kabinet maakt keuzes door te benoemen dat ze wil bouwen op “verstandige locaties”. Dat betekent indirect ook dat er gebieden uitgesloten gaan worden. We kunnen nu nog niet inschatten welke impact dat in de praktijk heeft. De koers van het kabinet is dat er geen bebouwing meer komt in de uiterwaarden voor de gebieden die vallen onder de beleidslijn grote rivieren. Dat heeft consequenties voor de bouwopgave van riviergemeenten. Het kabinet wil met dit programma minder afdekking van de bodem, om meer ruimte te geven aan o.a. het veranderend klimaat. De concept Europese Bodemgezondheidswet koerst hier ook op. Dit heeft gevolgen voor de infrastructuur. Rijk en gemeenten gaan in gesprek over de regierol in de ondergrond. Bij elke gemeente moet de ondergrond meegenomen worden in de integrale afweging bij toekenning van functies in de ruimtelijke ordening. Eveneens wordt bodem en ondergrond meegenomen in de instrumenten van de Omgevingswet. De VNG vindt het belangrijk dat dit vraagstuk serieus wordt aangepakt en pakt hierin haar rol op door met het rijk in gesprek te gaan over de regie op de drukte in de ondergrond. Het kabinet wil toe bewegen naar grondwaterstanden van 20cm tot 40cm onder het maaiveld. Dit moet uitgewerkt worden in de gebiedsprocessen van het NPLG.

Het is ook belangrijk om te kijken naar de doorwerking voor de leefbaarheid voor onze inwoners in de stad en in het landelijk gebied. Dat kan behoorlijke impact hebben. Voor grondwater moet het rijk de verschillende belangen en effecten scherper benoemen.

Belang van een uitvoeringsstrategie Gemeenten concluderen dat voor de structurerende keuzes focus op de uitvoering noodzakelijk is en dan in het bijzonder de samenwerking met medeoverheden. De VNG wil zo snel mogelijk met het ministerie, provincies en waterschappen aan de slag om samen een uitvoeringsstrategie te maken. Wij zien voor ons dat in die uitvoeringsstrategie benoemd wordt welke inzichten nodig zijn om de impact van water en bodem op onze opgaven helder te krijgen. Ook moet er een oplossing komen voor het tekort aan specialisten bij zowel de overheid en de markt. We denken daarbij bijvoorbeeld aan vraagbundeling in de regio, gebruikmaken van elkaars expertise, kantelen van de kennisinstellingen (van nationaal naar deels regionaal). Het gaat om ogenschijnlijk praktische zaken die in de praktijk het verschil kunnen maken tussen een succesvol of een falend gebiedsproces.

Nationaal Programma Landelijk Gebied Een transitie van het landelijk gebied is nodig om te komen tot toekomstbestendige functies. Daarvoor wordt het Nationaal Programma Landelijk Gebied gestart. Het rijk wil de kwaliteit van onze natuur verbeteren, ons watersysteem robuuster en gezonder maken en toewerken naar een klimaatneutraal landelijk gebied. Hiervoor krijgt het landelijk gebied te maken met ingrijpende opgaven voor natuur (waaronder de stikstofaanpak), water en klimaat. Dit is wettelijk vastgelegd in de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering, de Kaderrichtlijn Water en de Klimaatwet. Opgaven in samenhang oppakken De VNG vindt het daarbij van belang dat er voldoende oog is voor ‘brede welvaart’ en sociaaleconomisch perspectief. Dat doet recht aan wat de samenleving nodig heeft en vergroot draagvlak voor het bereiken van doelen uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Op die manier kan vertrouwen worden hersteld. In het landelijk gebied leven immers vragen zoals: Hoe houden we genoeg voorzieningen, werkgelegenheid en betaalbare woningen in de toekomst voor vooral ouderen en jongeren?

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/9

De onrust in de samenleving en vooral in het landelijk gebied van de afgelopen periode is ingrijpend. Het advies van dhr. Remkes – om te luisteren en inhoudelijk te antwoorden – is hierin van waarde en moet naar ons idee worden gevolgd. Tegelijkertijd is het essentieel dat de impact van Water en Bodem Sturend op het landelijk gebied op tijd concreet is. Want het landelijk gebied is ook nodig voor zoetwaterbuffering, opvang van neerslagpieken. En wat te denken van de verziltingsgebieden waarbij nu gedacht wordt dat het nodig is afscheid te nemen van huidig landgebruik. Het is essentieel dat voor die gebieden een uitnodigend sociaal-economisch toekomstperspectief gemaakt kan worden. Het uiteindelijke doel van het NPLG is te komen tot toekomstbestendige functies die gedijen binnen klimaat- en natuurlijke systeemgrenzen (bodem, water), waaronder perspectief voor de agrarische sector. Hiervoor komt een Transitiefonds van € 24,3 miljard beschikbaar per januari 2024. Kenmerken van het programma zijn een integrale gebiedsgerichte en lerende aanpak. Toekomst van de landbouw De heer Remkes heeft in oktober op verzoek van het kabinet een advies uitgebracht naar aanleiding van de onrust in de samenleving die was ontstaan na publicatie van het ‘stikstofkaartje’ als onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied.

Een van de adviezen is om te komen tot een landbouwakkoord waarin perspectief geboden moet worden aan de agrarische sector met betrokkenheid van relevante partijen. In de totstandkoming van het landbouwakkoord moet er plek zijn voor medeoverheden aan de overlegtafel. De vele ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben ervoor gezorgd dat veel ondernemers perspectief voor de toekomst missen. De VNG pleit daarom voor een bedrijfsvoering met perspectief die voldoet aan richtlijnen voor natuur, water en klimaat, maar ook langdurig economisch rendabel is. Hierbij kan innovatie mogelijk ook een rol spelen.

Voortgang integrale aanpak landelijk gebied en opvolging uitspraak Raad van State over Porthos (stikstofbeleid) Minister Van der Wal schets in deze brief de aanpak voor reductie van stikstofuitstoot (middels een beëindigingsregeling voor piekbelasters) en het verbeteren en vereenvoudigen van toestemmingsverlening. Dit laatste naar aanleiding van het schrappen van de bouwvrijstelling door de Porthos-uitspraak van de Raad van State op 2 nov jl.. De VNG heeft breed opgehaald bij gemeenten en omgevingsdiensten wat de impact van het schrappen van de bouwvrijstelling is op toestemmingsverlening en wat gemeenten nodig hebben om verder te kunnen. Gemeenten verwachten dat het vervallen van de bouwvrijstelling gaat leiden tot vertraging van bouwprojecten door vertraging in verlenen van vergunningen en opstellen en aanpassen van bestemmingsplannen. De VNG heeft eerder gecommuniceerd dat gemeenten behoefte hebben aan stabiele wetgeving die juridisch houdbaar en goed uitvoerbaar is, en aan goede afstemming tussen overheden over beschikbare grond en stikstofruimte. En gemeenten willen vertraging door stikstofberekeningen voorkomen. Kengetallen voor stikstof uitstoot van bouwprojecten zijn daarbij behulpzaam, als ook een beter beschikbare AERIUS-calculator. Daarnaast is er behoefte aan het delen van kennis met gemeenten en het goed organiseren van beschikbare capaciteit voor het uitvoeren van

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/9

stikstofberekeningen en beoordelen van vergunningen. Daarbij helpt het gemeenten als emissieloos bouwen verder wordt gestimuleerd. De VNG heeft de belangen van gemeenten zowel ambtelijk als bestuurlijk ingebracht bij ministeries LNV, BZK, IenW en EZK. Wat de VNG nu nog niet terugziet in de brief maar waar zij wel voor blijft pleiten is het goed organiseren van capaciteit en het delen van kennis met gemeenten. Voor dit laatste zet de VNG zich ook zelf in, samen met provincies en andere relevante stakeholders.

Programma Woningbouw en woondeals Samen met provincies werkt iedere gemeente toe naar een woondeal in één van de 37 regio’s. Als hulpmiddel bij het opstellen van de woondeals is door BZK, in samenwerking met de kopgroep regionale woondeals bestaande uit provincies en gemeenten, een woondealformat gemaakt. Het format dient als basis voor de op te stellen regionale woondeals en biedt ruimte voor maatwerk per regio. Ook is dit najaar een specifieke uitkering verstrekt, waarin elke provincie een financiële bijdrage krijgt voor het opstellen en uitvoeren van woondeals. De betrokkenheid van marktpartijen en corporaties wordt in de regionale woondeal nader geconcretiseerd. Dat kan via een ondertekenen/steunverklaring door woningcorporaties en een steunverklaring door bouwende partijen. Daarmee spreken partijen commitment uit, maar leggen ze zich niet vast op een concrete afspraak. De haalbaarheid van afspraken komt hiermee wel duidelijker in beeld. Wij vinden het daarbij vanzelfsprekend dat u rekening houdt met de uitgangspunten zoals beschreven in de Kamerbrief Water en Bodem Sturend.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/9

Gemeenten, met extra gelden Rijk kunt u de cultuursector overeind houden! Geacht college van B&W, geachte raadsleden, De onlangs gepresenteerde Najaarsnota van het kabinet biedt de culturele sector perspectief in financieel donkere tijden. Er is door het Rijk EUR 300 miljoen structureel vrijgemaakt voor gemeenten en provincies om maatschappelijke sectoren waaronder de cultuur tegemoet te komen in de stijgende prijzen. Maar zolang deze middelen niet concreet worden ingezet door gemeenten en provincies dreigen culturele organisaties te bezwijken onder de toegenomen (energie)lasten. Dieprode cijfers De jaarafsluiting 2022 en begrotingen 2023 van vele culturele organisaties laten dieprode cijfers zien en de weerstandsvermogens zijn door de coronacrisis flinterdun. Bureau Berenschot heeft in opdracht van de Taskforce culturele en creatieve sector de gemiddelde lastenstijging geïnventariseerd, die het gevolg is van de energiecrisis, inflatie en een ontwrichte arbeidsmarkt. Culturele organisaties kunnen deze prijsstijgingen nauwelijks opvangen, omdat ticketprijzen dikwijls al lang van tevoren zijn vastgelegd en omdat doorberekening aan het publiek de toegankelijkheid tot cultuur ernstig in het geding brengt. Wat kunt u doen? Kunsten '92 roept u op om de door het Rijk beschikbaar gestelde gelden nu ook daadwerkelijk in te zetten.

We doen daarvoor de volgende suggesties: > Laat culturele organisaties zo spoedig mogelijk weten op welke compensatie zij kunnen rekenen, zodat zij doorkunnen met programmavoorbereidingen voor 2023 en de gehele keten van makers en zzp’ers kunnen inhuren en betalen > Laat de compensatie terecht komen waar de nood het hoogste is. Neem daarbij ook de gestegen energieprijzen over 2022 al in ogenschouw. > Kom met een loon- en prijscompensatie die recht doet aan de nieuwe werkelijkheid en tenminste op het niveau ligt van de kerninflatie. In 2022 is sprake van een gemiddelde inflatie van 10%. > Stel een noodfonds in voor niet-gesubsidieerde culturele organisaties die belangrijke schakels zijn in het lokale cultuurbestel, maar die vanwege een combinatie van sterk stijgende kosten en uitgeputte weerstand failliet dreigen te gaan. Brief met driedubbele oproep In een brief in aanloop naar het Kamerdebat over de Najaarsnota heeft de taskforce een driedubbele oproep gedaan aan gemeentelijke en provinciale besturen, aan de staatssecretaris voor cultuur en media en aan de Tweede Kamer, om de unieke en fijnmazige culturele infrastructuur van dit land overeind te houden. Lees de gehele brief van 12 december jl. Wij rekenen op uw steun! Met vriendelijke groet, Mede namens onze voorzitters

Algemeen secretaris

Wat zijn de ontwikkelingen waar

Achter de schermen bij groengebieden Midden-Delfland

Coöperatief Beheer groengebieden Midden-Delfland (CBG) mee te maken heeft? We lichten enkele onderwerpen uit en bieden zo een kijkje achter de schermen.

Proces speelnatuur Abtswoudse bos > Het ging beslist niet van een leien dakje, de planvorming rond speelnatuur in het Abtswoudse bos. Nu er groen licht is voor het ontwerp, blikken we terug op het proces en benoemen we de lessen die we hebben getrokken. Net als andere gebieden in Coöperatief Beheer groengebieden Midden-Delfland (CBG) kreeg ook het Abtswoudse bos een flinke opknapbeurt. In lijn met de visie van Staatsbosbeheer en CBG op beleefbare natuur en beweegvriendelijke omgeving was er een speelplek voor kinderen gepland. Juist daar begon het te knellen voor omwonenden uit de Delftse wijk Tanthof. “Het natuurgebied grenst direct aan deze wijk en wordt door bewoners vooral gebruikt voor ommetjes en om de hond uit te laten,” vertelt John Verheusen, landschapsontwerper bij Staatsbosbeheer. ”Het beheerteam had een voorstel voor een speelbos gepresenteerd vanuit het idee: een natuurspeelplaats voor de buurtkinderen, dat wil toch iedereen?’ maar het plan ging al gauw een eigen leven leiden. Omwonenden voorzagen één grote speeltuin met flinke parkeerdrukte, overlast van kinderen, hangjongeren en zwervers. En dat in hun rustige ‘achtertuin’. De hakken gingen stevig in het zand.”

Als dat gebeurt, dan sta je met 1-0 achter, weet John. Hij kwam in maart 2022 het team versterken en splitste het ontwerp op in natuurontwikkeling en speelnatuur. “Ik bekijk een gebied altijd in twee delen: eerst de natuurwaarde en daarna welke activiteiten en recreatievormen daarbij mogelijk zijn.” Staatsbosbeheer organiseerde een inloopmarkt, rondleidingen en ‘praattafels’ waar bewoners hun zorgen en ideeën konden delen. “We zijn opnieuw het gesprek aangegaan. We legden uit dat het primair ging om natuurontwikkeling, waarbij de natuur juist dichter bij de woonwijk kwam. Met daarbij een stukje speelnatuur vlakbij de woonwijk zodat de kinderen uit de buurt er veilig konden spelen en kennismaken met natuur. Juist geen grootschalige voorzieningen die mensen van buiten de wijk zouden kunnen aantrekken.”

Waardevolle lessen Dat wierp een ander licht op de zaak. Het ontwerp voor natuurontwikkeling was al gauw akkoord en na enkele inspraakrondes konden de meeste bewoners zich ook vinden in de speelnatuur. Al met al was het een tijdrovend proces, aldus John. Hij kan er wel de nodige lessen uit filteren: “Om te beginnen moet je bij dergelijke trajecten de tijd nemen om van tevoren met stakeholders om tafel te gaan. Denk niet te weten waaraan behoefte is, vraag er gewoon naar. Dat lijkt misschien omslachtig en tijdrovend, maar het betaalt zich later dubbel en dwars terug. Zorg ervoor dat er echt iets te participeren valt en wees eerlijk en open in je communicatie – ook als het betekent dat wensen niet gehonoreerd kunnen worden. Bespreek dilemma’s bij voorkeur niet in een plenaire bijeenkomst. In kleine groepjes kun je veel beter ingaan op zorgen en genuanceerd het gesprek met elkaar voeren.”

Beeld: Floor van Leeuwen

“Denk niet te weten waaraan behoefte is, vraag er gewoon naar”

Ontwerp splitsen

Abtwoudse Bos.

Ruimte voor biodiversiteit > In Midden-Delfland zijn de beheerplannen dit jaar op de schop gegaan. Door voor een ander doeltype te kiezen, is ook het beheer veranderd. Natuurlijker, met meer oog voor biodiversiteit. Minder maaien, meer biodiversiteit en samenwerken met gebiedspartners. Dat was kortgezegd de uitkomst van de inventarisatieronde die Staatsbosbeheer afgelopen 2,5 jaar deed bij de gemeenten van Coöperatief Groenbeheer MiddenDelfland (CBG): Vlaardingen, Delft, Schiedam, Midden-Delfland, Maassluis en Westland. “In de CBG-gebieden ligt de recreatiedruk behoorlijk hoog,” licht Laurens Bonekamp, teamleider Staatsbosbeheer Midden-Delfland, toe. “Geen wonder dus dat het beheer vooral op recreatie gericht was. Tegelijkertijd constateerden we dat het gebruik van bijvoorbeeld speel- en ligweides verandert en dat bood kansen om via simpele aanpassingen in het beheer, meer ruimte te geven aan biodiversiteit. Zonder de recreatieve functie uit het oog te verliezen overigens; op veel plekken kunnen we die zelfs versterken.”

Ecologisch maaibeleid “Kruiden- en bloemrijke bermen en graslanden, en meer variatie in hoogte en soorten begroeiing. Dat trekt insecten, vogels en kleine zoogdieren”, vat Laurens het ecologisch beheer samen. “Het maaibeleid hebben we daarvoor aangepast. Door op sommige plekken minder vaak te maaien en het maaisel ook af te voeren, ontwikkelt zich een grotere variatie aan planten. De focus ligt de komende jaren op bloeiende kruiden. Op sommige plekken gaan we daarvoor al in mei maaien. Een boswachter ecologie van Staatsbosbeheer loopt voor om broedende vogels te beschermen.”

“We werken samen met de omgeving, met agrariërs en gebiedspartners” Gebiedspartners Zo eenvoudig als het lijkt, zo ingrijpend is deze verandering voor het beheerplan en de uitvoering. “In het Terrein Beheer Model zijn gestandaardiseerde beheermaatregelen vastgelegd die horen bij een bepaald doel voor een terrein. Verandert het doeltype, dan veranderen ook de beheermaatregelen en daarmee de afspraken met de aannemers”, legt Laurens uit. Dat leidde tot een nieuw bestek en aanbesteding. “Het past in onze filosofie om samen te werken met de omgeving, met agrariërs en maatschappelijke organisaties. Zo zochten we voor de zuidrand van Midden-Delfland een partij met kennis en ervaring van agrarisch recreatiebeheer en biodiversiteit. We zijn dus heel blij dat er nu een langjarig contract ligt met agrarische natuurvereniging Vockestaert. Deze vereniging kent het gebied en de stakeholders door en door. Hun schaapskudde is een mooie blijvende aanwinst voor het gebied, want we willen juist graag natuur, recreatie en landbouw met elkaar verbinden en zichtbaar maken.”

Maatschappelijke rol Voor de overige CBG-gebieden neemt aannemingsbedrijf A.K. Barendregt de uitvoering van het beheer voor z’n rekening. Laurens: “Deze partij heeft veel aandacht voor biodiversiteit en milieu. Daarnaast stuurt het op inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat past helemaal bij de maatschappelijke doelstelling van Staatsbosbeheer.”

Colofon November 2022 | Staatsbosbeheer

verzorgt het beheer van de groen- en recreatiegebieden in opdracht van het Coöperatief Groenbeheer Midden-Delfland.

Beeld: Marleen Annema Fotografie

“De focus ligt de komende jaren op bloeiende kruiden”

Leden van de Gemeenteraad Vlaardingen Postbus 1002 3130 EB Vlaardingen Rotterdam, 30 november 2022 Betreft: 1920818 (concept-Reflectie EPP - RTHA) Geachte Raadsleden, Gistermiddag ontvingen wij de concept-Reflectie van uw gemeenteraad over het Eindproduct Participatietraject Lhb RTHA (EPP). De BTV is erg kritisch over dit concept. Wij lichten dit hierna kort toe. Het participatietraject is mislukt. De omwonenden zijn doelbewust buiten spel gezet. De andere betrokken gemeenten stellen dit centraal in hun reflectie. U laat dit onvermeld. Zo is de BTV geweerd, nadat ze voorwaarden (o.a. geheimhouding) kreeg opgelegd waaraan ze in rechte nimmer kón voldoen. Als gemeenteraad moet u de belangen behartigen van de inwoners van Vlaardingen. In uw brief legt u echter het lot van uw inwoners in handen van RTHA en andere partijen uit de luchtvaartindustrie. U stelt een paar aanpassingen voor die de luchtvaartindustrie tijdens het participatietraject hebben afgewezen. RTHA zal deze voorstellen negeren. Dat weet u natuurlijk ook. U stelt voorts dat er “onvoldoende inzicht is in de samenhang tussen het geluidsvolume, piekbelasting, de frequentie van het aantal vluchten en het aantal vluchten per uur als het gaat om de ervaren hinder” en dat nader onderzoek nodig is “voor het kunnen beoordelen en representatief kunnen berekenen van de ervaren hinder”.

Deze samenhang interesseert de inwoners die dagelijks hinder ervaren niets. Duidelijk is dat al deze aspecten bijdragen aan de hinder. De mate waarin mensen hinder ervaren wordt niet berekend, maar gemeten. En daar is een hele simpele methode voor: u kunt het ze vragen, zoals het College van B&W deed van Rotterdam (3)! Het verbaast ons dat u nog steeds gelooft dat groei door middel van de inzet van ‘stillere’ (uw aanhalingstekens) vliegtuigen tot minder hinder kan leiden. De bewonersvertegenwoordigers van Rotterdam en de bewoners uit Schiedam en Lansingerland die deel uitmaakten van het participatietraject hebben keer op keer erop gehamerd dat de inzet van nieuwe vliegtuigen met een stillere motor tot meer

Vereniging B.T.V., Postbus 33131, 3005 EC Rotterdam, K.v.K. Rotterdam 40.34.49.55, Bank NL10 INGB0000.33.04.16, website: www.btv-rotterdam.nl

Pagina 1 van 6

geluidshinder leidt, omdat de beoogde vlootvernieuwing bestaat uit grotere vliegtuigen (dus veel meer lawaai) en het aantal vliegbewegingen toeneemt. Waarom schuift u dit terzijde? De inwoners van uw gemeente ervaren deze overlast ook. De luchthavendirectie benoemde het bij een bewonersavond in Lansingerland zo: “u krijgt niet méér overlast maar vaker”. Het EPP voorziet in een uiteindelijke toename van het aantal vliegbewegingen naar 97.793 (tabel 7 rapport ADECS), dat is gemiddeld 1 vliegtuig per 4 minuten bij een bedrijfstijd van 18 uur per dag! Realiseert u zich dit? De bewering in het EPP dat de uitstoot afneemt bij groei van het aantal vliegbewegingen is ook onjuist. LET OP: in het EPP en de Analyse wordt de uitstoot berekend per passagierskilometer. Hierdoor wordt de impact van grotere vliegtuigen buiten beschouwing gelaten! Meer passagiers levert dus nog méér luchtvervuiling op! U stelt dat RTHA van belang is voor het economische vestigingsklimaat van de regio Rotterdam/Den Haag. Dit economische belang is echter zeer beperkt. Slechts 5% van de vluchten vanaf RTHA is zakelijk verkeer. De grote bulk zijn goedkope vakantievluchten zonder toegevoegde waarde voor de regio. De economische waarde voor Vlaardingen is overigens vrijwel nihil te noemen. Het EPP is een advies van de luchtvaartindustrie aan RTHA.

Het is dan ook niet verrassend dat dit pamflet uitsluitend gericht is op het veilig stellen van de noodlijdende verdienmodellen van RTHA en Transavia/KLM. Wij wijzen u erop dat het EPP op alle belangrijke punten in strijd is met de Luchtvaartnota 2020-2050. U moet zich ook realiseren dat de maatregelen die in het EPP worden voorgesteld om de geluidshinder in de nacht en de randen van de dag te reduceren grotendeels flauwekul zijn: RTHA heeft geen invloed op de strak geplande vluchtschema’s van vliegtuigmaatschappijen, de vlootvernieuwing en de uitfasering van bestaande toestellen in de randen van de dag. Het bericht over Maastricht Airport van 11 november jl. is veelzeggend (1). De enige manier om de doelstelling geformuleerd in de Luchtvaartnota (reductie van de geluidsbelasting en de uitstoot van schadelijke stoffen voor mens en klimaat) te behalen is krimp. In dit verband kunt u wellicht kennis nemen van hetgeen het College van B&W van Rotterdam (direct belanghebbende) stelt in het AD van 30-11-2022 (3). Het standpunt van Rotterdam is aanmerkelijk steviger dan dat in uw concept reflectie. Wij vertrouwen erop dat u uw reflectie op het EPP zult aanpassen om recht te doen aan de belangen van de inwoners van uw gemeente. Hoogachtend, Namens het bestuur van de vereniging Bewonersgroep Tegen Vliegtuigoverlast. Voorzitter

Secretaris

1. Omwonenden MAA nu alweer bedonderd met komst oude 747s | SchipholWatch 2. Jaarverslag RTHA 3. Artikel AD 30-11-2022

Vereniging B.T.V., Postbus 33131, 3005 EC Rotterdam, K.v.K. Rotterdam 40.34.49.55, Bank NL10 INGB0000.33.04.16, website: www.btv-rotterdam.nl

Pagina 2 van 6

Bijlage 1 https://schipholwatch.nl/2022/11/11/omwonenden-maa-nu-alweer-bedonderd-met-komst-oude-747s/

Omwonenden MAA nu alweer bedonderd met komst oude 747s Vlak voordat de Provincie Limburg moest beslissen over het lot van vliegveld Beek bij Maastricht, beloofde de directie met een plan te komen om de meest lawaaiige toestellen te weren. Nu, slechts enkele weken later, sluit de directie een contract voor vrachtvervoer met dertig jaar oude 747 Jumbojets. Bewoners zijn furieus.Tweet

De oude 747s zijn veruit de meest lawaaiige toestellen. Met hun verouderde techniek uit de jaren ’80 van de vorige eeuw, hun vier motoren per toestel en hun omvang halen ze makkelijk de 100 decibel in tuinen van omwonenden. Regelrechte “teringherrie”, zoals D66’er Raoul Boucke dit eerder in de Tweede Kamer noemde. Het nieuwe vrachtcontract druist volledig in tegen de afspraken die gemaakt zijn in Provinciale Staten van Limburg. Daar werd onder meer besloten dat Maastricht Aachen Airport (MAA) “al op korte termijn zichtbare en merkbare acties diende te nemen om de ernstige geluidshinder tegen te gaan”. Ook werd afgesproken dat “MAA steviger dient in te zetten op vlootvernieuwing bij haar klanten en op het weren van de meest lawaaiige toestellen”. Het aantrekken van een nieuwe klant die met de sterk verouderde 747-400 op MAA gaat vliegen, past niet binnen die afspraken. Simpel te weren met hogere tarieven “Het is heel simpel om deze toestellen te weren door flink hogere luchthaventarieven te hanteren voor dergelijke herriekisten”, aldus een van de omwonenden. MAA heeft begin september een enquête gehouden onder omwonenden en zou met een plan komen om de grootste lawaaimakers te weren. Daarom werd door burgers in de omgeving uiterst kritisch gereageerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12336636/1