CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst van ingekomen stukken 7 april t/m 30 mei 2022

Gemeenteraad 16 juni 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken30.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

€

228.700

Stand per 31-12-2021:

€

345.800

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 26 van 46

Bij: toevoeging uit exploitatie

€ 117.100

Langlopende schulden Geldleningen bij binnenlandse banken Saldo geldleningen per 1-1-2021 Af: aflossingen

€

718.200

€

543.600

€ 174.600

Saldo geldleningen per 31-12-2021

Bovenstaande geldlening is bij de Nederlandse Waterschapsbank in 2014 aangetrokken om de verbouwing van het kantoorpand te Schiedam te financieren. Deze lening wordt in 10jaarlijkse annuïteiten afgelost met een rentepercentage van 1,88%. De deelnemers van de Regionale Belasting Groep staan garant voor deze lening (conform artikel 32 van de gemeenschappelijke regeling). De zevende aflossing van deze geldlening bedraagt € 177.800 en vervalt in maart 2022. Van deze geldlening is € 10.900 voor rentekosten toe te rekenen aan 2021, die in deze jaarrekening zijn verwerkt. Netto-vlottende schulden < 1 jaar en overlopende passiva bedragen in €

Netto-vlottende schulden < 1 jr

31-12-2021

31-12-2020

en overlopende passiva

Netto-vlottende schulden < 1 jr Schulden aan leveranciers

575.200

Te betalen belastingen, sociale en pensioenpremies

504.800 1.080.000

704.200 517.600 1.221.800

Overlopende passiva Vooruitontvangen bedragen Nog te betalen bedragen

Totaal

3.726.000

4.254.100

193.700

96.000

3.919.700

4.350.100

4.999.700

5.571.900

Schulden aan leveranciers (crediteuren) De RBG hanteert, conform de algemene inkoopvoorwaarden, een betalingstermijn van 30 dagen. Eind 2021 bedraagt het crediteurensaldo € 575.200, waarvan voor ca. 98% de betaaltermijn niet was verlopen. Het restant was nog niet akkoord voor betaling. Medio februari 2022 was het saldo teruggelopen tot circa € 102.400 met facturen die nog niet akkoord zijn voor betaling. Te betalen belastingafdrachten, sociale- en pensioenpremies Deze post betreft het verschil tussen de berekende en de daadwerkelijke afdrachten loonbelasting en sociale verzekeringspremies van december. Dit bedrag zal in 2022 geëffend worden. Vooruit ontvangen bedragen De bijdrage in de exploitatiekosten van de RBG dient uiterlijk op de eerste dag van ieder kwartaal te zijn overgemaakt. Vier deelnemers hebben de eerste kwartaalbijdrage 2022 vóór eind december 2021 betaald. De totaal vooruit ontvangen deelnemersbijdrage bedraagt € 3.726.000.

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 27 van 46

Nog te betalen bedragen De post nog te betalen (€ 193.700) bestaat uit diverse posten, zoals     

rente geldlening 2021 Hosting Kantoorautomatisering december 2021 Afrekening Post december 2021 Diverse facturen inhuur december 2021 Nog te betalen energiekosten 2021

€ € € € €

8.000 23.100 13.000 50.500 35.900

Niet uit balans blijkende verplichtingen Dit betreft de leasekosten van twee auto’s met een resterende looptijd van respectievelijk 36 en 48 maanden. De jaarlijks te betalen leasekosten bedragen € 30.000. Voor de huur van het kantoorpand Spoorstraat te Schiedam is een meerjarig huurcontract afgesloten. Het contract loopt tot 1 juni 2024. De jaarlijks te betalen huurkosten bedragen circa € 410.000.

Gebeurtenissen na balansdatum - Gevolgen van de oorlog in Oekraïne De Russische inval in de Oekraïne heeft de wereld geschokt. Sinds 24 februari 2022 woedt er binnen Europa een oorlog, waarin de situatie van uur tot uur verandert. De indirecte effecten van deze oorlog kunnen op termijn zorgen voor stijgende energieprijzen of een beperkte beschikbaarheid van energiebronnen. De gevolgen van deze oorlog en de sanctiewetgeving hebben vooralsnog geen impact op de RBG.

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 28 van 46

Exploitatierekening naar programma en kostendrager

Exploitatie naar programma

Begroting 2021 primair Baten

Begroting 2021 na wijziging

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Realisatie 2021 Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Omschrijving programma: Heffen en Invorderen

€

Resultaat voor bestemming

19.230.800

€

18.729.800

€

501.000

€

18.880.800

€ 19.230.800

€ 18.729.800

€

501.000

Mutaties in reserves

€

149.000

€

650.000

€

Subtotaal mutaties reserves

€

149.000

€

650.000

Resultaat na bestemming

€ 19.379.800

€

€ 19.029.800

€

18.379.800

€

501.000

€

18.741.000

€ 18.880.800

€ 18.379.800

€

501.000

-501.000

€

149.000

€

650.000

€

€ -501.000

€

149.000

€

650.000

€

€ 18.890.000

€

17.957.700

€

783.300

€ 18.741.000

€ 17.957.700

€

783.300

-501.000

€

149.000

€

1.445.000

€

-1.296.000

€ -501.000

€

149.000

€

1.445.000

€ -1.296.000

Toevoeging/onttrekking aan reserves:

€ 19.379.800

-

€ 19.029.800

-

€ 19.402.700

€

-512.700

Begroting 2021 Primair

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

Lasten Kostendrager: belastingheffing Kostendrager: invordering Project kwijtschelding HHD+HHSK Totaal Lasten

€ 13.327.200 € 4.952.600 € 450.000 € 18.729.800

€ 13.095.100 € 4.834.700 € 450.000 € 18.379.800

€ 12.641.100 € 4.505.000 € 449.800 € 17.595.900

€ 12.685.600 € 4.772.400 € 443.600 € 17.901.600

€ € € €

454.000 329.700 200 783.900

Baten Kostendrager: belastingheffing Kostendrager: invordering Project kwijtschelding HHD+HHSK

€ € €

€ € €

€ € €

€ € €

15.345.900 2.416.500 450.000

€ € €

6.900 494.700 -

Totaal Baten

€ 19.230.800

Kostendrager

15.519.400 3.261.400 450.000

15.519.400 2.911.400 450.000

15.512.500 2.416.700 450.000

Verschil 2021

€ 18.880.800

€ 18.379.200

€ 18.212.400

€

501.600

Exploitatieresultaat voor bestemming €

-501.000

€

-501.000

€

-783.300

€

-310.800

€

282.300

Onttrekking aan bestemmingsreserve Kostendrager: belastingheffing € Kostendrager: invordering €

-33.600 534.600

€ €

-33.600 534.600

€ €

401.600 894.400

€ €

35.000 566.000

€ €

-435.200 -359.800

Exploitatieresultaat na bestemming * €

-

€

-

€

512.700

€

290.200

€

-512.700

In de volgende paragrafen wordt een toelichting gegeven op de twee kostendragers van de RBG. De verdeling van de kosten en opbrengsten naar de beleidsproducten geschiedt op basis van onderstaande verdeelsleutels: Kostendrager Kostendrager Kostenplaats

Verdeelsleutel

belasting-

Kostendrager

Kostendrager

belasting-

invordering

Invordering

heffing

2021

heffing

Lasten Heffen

percentage

Invorderen

percentage

Gegevensbeheer

percentage

Klanteninformatie Middelen

100%

€

1.089.300

100% €

2.707.500

€

1.089.300

100%

€

7.751.800

€

7.751.800

percentage

50%

o.b.v. fte in %

69%

50% €

1.545.700

€

772.600

31% €

3.967.300

€

2.721.200

Managementteam

o.b.v. fte in %

69%

Project KWS

percentage

31% €

446.300

€

306.100

100% €

449.800

€ 2.707.500 €

773.100

€ 1.246.100 €

140.200

€

449.800

Baten Deelnemersbijdragen

percentage

100%

Invorderingsopbrengst percentage Overige baten

percentage

Financieringsbaten

percentage

Project KWS

percentage

50%

€

15.508.000- €

15.508.000- €

100% €

2.412.300- €

-

€ 2.412.300-

100% €

361.800- €

-

€

50% €

8.900- €

100% € €

450.000783.300- €

361.800-

4.500- €

4.400-

€

450.000-

2.871.500- € 2.088.200

Hierna wordt per kostendrager een toelichting gegeven. Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 29 van 46

Kostendrager: Belastingheffing De kostendrager belastingheffing betreft het opleggen van aanslagen gemeentelijke - en waterschapsbelastingen, waaronder zuiverings-, watersysteem- en wegenheffing, OZBheffing en afvalstoffenheffing, rioolrechten en leges en precariobelasting. Daarnaast behoort ook de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken tot dit product, alsmede het verwerken van verzoek- en bezwaarschriften en het voeren van beroepsprocedures. Gegevensbeheer is een belangrijke taak ten behoeve van belastingheffing. Onder gegevensbeheer worden alle bronnen geschaard die door middel van contracten en overeenkomsten worden gebruikt. Gezien het belang van de kwaliteit van de gegevens worden met gegevensleveranciers afspraken gemaakt over de te leveren en terug te leveren informatie voor het proces. Verder is met de waterschappen en gemeenten afgesproken welke kwaliteitseisen zij stellen aan de registraties, omdat de gegevens die beheerd worden door de RBG, ook tot de kerngegevens van andere waterschaps- en gemeenteprocessen behoren.

De belangrijkste taken, die worden uitgevoerd, zijn:  Verwerking kadastrale informatie, WOZ en BRP;  Verwerking overige basisregistraties en inkomende data;  Opleggen waterschaps- en gemeentebelastingen;  Bepalen en beschikken van WOZ-waarden;  Accountmanagement en contractbeheer;  Buitendienst controle;  Data-analyse, uitvoeren van verbandcontroles;  Systeemanalyse en functioneel applicatiebeheer. Doel  Het juist, volledig en tijdig bepalen van de waarde van onroerende zaken;  Het juist, volledig en tijdig opleggen van de aanslagen;  Het juist, volledig, tijdig, en gemotiveerd afhandelen van verzoeken en bezwaar- en beroepschriften. Effect De klant begrijpt de belastingaanslag en is mede daardoor bereid de aanslag te betalen. Kritische succesfactoren  Juistheid, volledigheid en actualiteit van de brongegevens;  Volledigheid aanslagoplegging;  Doorlooptijd afhandeling bezwaar- en beroepschriften. Financiën Kostendrager belastingheffing

Begroting

Begroting

Jaarrekening

Jaarrekening

2021

2021

2021

2020

Primair

Na wijziging

Lasten

€

13.327.200

Baten

€

15.519.400- €

15.519.400- €

Onttrekking aan reserves

€

33.600- €

33.600- €

Nettolasten

€

2.225.800- €

2.457.900- €

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

Verschil

€

13.095.100

€

12.641.100

€

12.685.600

€

454.000

15.512.500- €

15.345.900- €

6.900-

401.600

35.000

€

435.200-

2.625.300- €

11.900

€

2.469.800- €

pagina 30 van 46

Prestaties

Belastingaanslagen De aanslagoplegging gemeentelijke belastingen en de verzending waardebeschikkingen zijn in 2021 goed verlopen. Voor de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam is voor het jaar 2021 99,9% van de objecten beschikt, grotendeels met dagtekening 28-02-2021. In de loop van 2022 wordt het restant van beschikkingen over 2021 (meestal nieuwbouw) nog opgelegd via een suppletoir kohier. De aangiften toeristenbelasting Delft, Vlaardingen en Schiedam worden in principe per kwartaal verzonden. Zoals gebruikelijk worden de aanslagen van het 4e kwartaal in het eerste kwartaal van het volgende jaar opgelegd. De incidentele aanslagen worden in principe maandelijks verstuurd. Een beperkt aantal incidentele aanslagen wordt nog in het eerste kwartaal 2022 opgelegd. De aanslagregeling voor de waterschappen is in 2021 ook goed verlopen. Van alle inliggende gemeenten zijn de WOZ-waarden verwerkt. Van een aantal inliggende gemeenten moeten nog wel taxaties worden ontvangen voor het belastingjaar 2021. Het betreft veelal nieuwbouwprojecten en bedrijfsobjecten met een hoge WOZ-waarde. Voor een aantal bedrijfsobjecten hebben wij een voorlopige aanslag opgelegd op basis van de waarde van het voorgaande jaar.

De aanslagen zuiveringsheffing bedrijven worden veelal achteraf (na afloop van het belastingjaar) geregeld op grond van aangiften, heffingsadviezen, waterbankgegevens (waterverbruik opgave nutsbedrijven), de gebruikersgegevens bij WOZ-leveringen van de gemeenten en de gegevens van de Kamer van Koophandel/Nederlands Handelsregister. De leegstand van bedrijfspanden is zoals gebruikelijk onderzocht door buitencontroles en vergelijkingen met Kamer van Koophandel/Nederlands Handelsregister. De vervuilingswaarden van de meetbedrijven krijgen wij van de waterschappen aangeleverd en deze worden vervolgens direct in een definitieve aanslag door ons verwerkt. In 2021 hebben wij de definitieve aanslagen van de meetbedrijven over 2019 volledig afgerond en daarnaast is ook grotendeels het belastingjaar 2020 geregeld. Het totaal aantal verstuurde aanslagen particulieren en bedrijven bedroeg 1.034.500. Van het aantal particuliere aanslagen is in 2021 ruim 40% via het digitale kanaal MijnOverheid verstuurd. Waardering Onroerende Zaken - Waarderingskamer Voor het belastingjaar 2021 heeft de Waarderingskamer ingestemd met het versturen van de beschikbare taxatiewaarden van de WOZ-beschikkingen voor de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. Voor de drie deelnemende gemeenten wordt van de Waarderingskamer sinds het jaar 2018 het oordeel “Goed” verkregen.

Voor de woningen van de gemeenten Schiedam en Delft is bij de taxatie van 2021 voor het eerst rekening gehouden met de oppervlakte in m2. Voor Vlaardingen gebeurde dit al in 2020. Vooraankondiging WOZ Eind 2021 hebben 400 (particuliere) woningeigenaren van de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam als pilot een bericht ontvangen van de RBG dat zij (digitaal) inzage kunnen hebben in de objectkenmerken van hun woning. In een beveiligde omgeving kan de woningeigenaar bekijken of de gegevens die wij hebben van de woning correct zijn (oppervlakte, uitbouw, dakkapel en overige kenmerken die van invloed zijn op de waarde). Mochten gegevens niet kloppen, dan kan de klant een bericht sturen met bevindingen. Het lijkt dat dit informatiekanaal goed gebruikt wordt. Daarom wordt in 2022 het project verder uitgevoerd. Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 31 van 46

Bezwaarschriften Alle bezwaarschriften worden beantwoord met inachtneming van de wettelijke termijnen. Voor gemeenten zijn deze in de RBG-praktijk verkort. Immers, de RBG streeft ernaar om alle bezwaarschriften binnen zes weken en dus niet binnen de wettelijke termijn van een kalenderjaar af te handelen. Dit betreft vooral de WOZ-bezwaren. Voor de overige bezwaren wordt een termijn van twaalf weken aangehouden. Bezwaarschriften WOZ Bijna alle 2.658 (in 2020 2.399) WOZ-bezwaarschriften van Delft, Vlaardingen en Schiedam zijn afgehandeld in 2021. Per eind december resteren nog 50 bezwaren die afgewikkeld dienen te worden. De bezwaarschriften die door de klanten zelf zijn ingediend, zijn binnen zes weken behandeld, tenzij het bezwaarschrift niet volledig was ingediend. De bezwaarschriften ingediend door een gemachtigde of een No-cure-no-pay-bureau (NCNP), hebben een langere behandeltermijn i.v.m. hoorzittingen of langlopende correspondentie. No-cure-no-pay-bureaus Het aandeel in de WOZ-bezwaarschriften van deze bureaus is in 2021 gestegen naar 52% (was 50%). Wij voeren periodiek overleg met een aantal samenwerkingsverbanden over hoe wij de bezwaren vanuit de NCNP-bureaus op een effectieve wijze kunnen afhandelen. Voor Delft zijn in 2021 1.200 bezwaarschriften ontvangen.

Hiervan zijn voor 577 objecten bezwaarschriften ingediend door een ‘no-cure-no-pay-bedrijf’ en andere gemachtigden. Voor Vlaardingen zijn in 2021 501 bezwaarschriften ontvangen. Hiervan zijn voor 302 objecten bezwaarschriften ingediend door een ‘no-cure-no-pay-bedrijf’ en andere gemachtigden. Voor Schiedam zijn in 2021 957 bezwaarschriften ontvangen. Hiervan zijn voor 511 objecten bezwaarschriften ingediend door een ‘no-cure-no-pay-bedrijf’ en andere gemachtigden. In totaal is van 681 objecten de waarde (deels) verlaagd als gevolg van gegronde bezwaren. Dit betreft 0,49% van het totaal aantal WOZ-objecten (137.456). Beroepen In totaal is in 2021 in 254 gevallen beroep ingesteld tegen een uitspraak van de RBG. Het aantal ingediende beroepschriften is ten opzichte van 2020 (278) gedaald. Het merendeel van de beroepen betreft WOZ-zaken. Een groot deel van de beroepen is ingediend door nocure-no-pay-bureaus. In 2021 zijn er 254 beroepsprocedures gestart. Door de coronabeperkingen is slechts op 26 procedures uitspraak gedaan. Voor 15 gevallen is er een schikking getroffen en er zijn 5 beroepen ingetrokken. Drie beroepen zijn ongegrond verklaard en drie beroepen niet ontvankelijk. Het restant van de beroepsprocedures moet nog worden afgedaan. De WOZ-procedures hebben het grootste aandeel in het totaal, namelijk 192 (bijna 76%).

Tegen de aanslag zuiveringsheffing zijn 35 procedures gestart en voor de watersysteemheffing 7 procedures. Van de beroepen 2020 zijn er in 2021 in totaal 215 afgehandeld via een inhaalslag bij de rechtbanken. Er moeten nog 63 beroepen over 2020 in 2022 behandeld worden door de rechtbanken. Bij het gerechtshof Den Haag zijn 17 hoger beroep procedures gestart in 2021. Twee hoger beroepen zijn gegrond verklaard, één is ongegrond verklaard en in de overige zaken is nog geen uitspraak gedaan. Er is éénmaal cassatie ingesteld, hierop moet de Hoge Raad nog uitspraak doen.

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 32 van 46

Kostendrager: Invordering De kostendrager invordering betreft het innen van de belastinggelden bij de klanten en het afhandelen van kwijtscheldingsverzoeken. De belangrijkste taken in dit proces zijn:  Bijhouden belastingdebiteurenadministratie;  Bijhouden financiële administratie/betalingsverwerking en vervullen kasfunctie;  Verzenden van aanmaningen, loon- en overheidsvorderingen;  Betekenen van dwangbevelen;  Beslagleggen en executoriale verkopen;  Behandeling van verzoeken en administratieve beroepschriften kwijtschelding;  Beoordelen invorderbaarheid en het doen van voorstellen t.b.v. oninbaar verklaring. Doel  Het volledig, juist en tijdig incasseren van de belastingaanslagen;  Het volledig, juist, tijdig en gemotiveerd afhandelen van kwijtscheldingsverzoeken en administratieve beroepschriften tegen een afwijzing kwijtschelding. Effect  De klant betaalt de belastingaanslag tijdig en volledig;  De klant die een verzoek tot kwijtschelding heeft ingediend én voor kwijtschelding van de belastingschuld in aanmerking komt, wordt kwijtschelding verleend. Kritische succesfactoren  Volledigheid en tijdigheid incasso/ invordering;  Doorlooptijd afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Financiën: Kostendrager invordering

Begroting

Begroting

Jaarrekening

Jaarrekening

2021

2021

2021

2020

Primair

Verschil

Na wijziging

Lasten

€

4.952.600

€

Baten

€

3.261.400- €

4.834.700

2.911.400- €

€

4.505.000

€

329.700

2.416.700- €

€

4.772.400

2.416.500- €

Project KWS

€

-

€

-

€

494.700-

200- €

6.400- €

Onttrekking aan reserves

€

534.600

€

534.600

€

894.400

€

566.000

€

359.800-

Nettolasten

€

2.225.800

€

2.457.900

€

2.982.500

€

2.915.500

€

524.600-

200

Prestaties Klanten kunnen een verzoek om kwijtschelding indienen zolang de vordering openstaat. In de laatste twee kwartalen van het jaar komen veel verzoeken binnen n.a.v. de invorderingsmaatregelen (bellen/mailen/aanmanen etc.). Het verzoek toetsen wij eerst via het Inlichtingenbureau (ILB). Een positieve toetsing leidt tot een toewijzing van het verzoek om kwijtschelding. Bij een negatieve toetsing krijgen de klanten een informatieformulier toegezonden voor een inkomens- en vermogenstoets. Kwijtschelding in euro's over het belastingjaar 2021 HHD Primaire begroting Verhoging/verlaging

€ 8.260.400

HHSK € 2.880.443

Delft € 1.679.000

Schiedam € 994.450

Vlaardingen € 906.066

-€ 782.000

-€ 37.243

€ 174.500

€ 172.474

€ 176.751

Aangepaste begroting

€ 7.478.400

€ 2.843.200

€ 1.853.500

€ 1.166.950

€ 1.082.817

Verleend over 2021 Nog te verwachten KWS 2021

€ 5.396.094

€ 2.199.668

€ 1.390.161

€ 891.494

€ 893.506

€ 1.248.339

€ 409.000

€ 356.000

€ 237.200

€ 190.000

Jaarrekening 2021

€ 6.644.433

€ 2.608.668

€ 1.746.161

€ 1.128.694

€ 1.083.506

Resultaat +/-

-€ 833.967

-€ 234.532

-€ 107.339

-€ 38.256

€ 689

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 33 van 46

Toelichting nog te verwachten KWS verzoeken 2021 1. De primaire begroting van de waterschappen was voor kwijtschelding in 2021 fors hoger (HHD € 1.2 miljoen, HHSK € 0,3 miljoen) t.o.v. 2020, terwijl die van de gemeenten gelijk zijn gebleven t.o.v. het vorige jaar. De gemeentelijke tariefstijging 2020-2021 voor de afvalstoffenheffing (±4%) was niet opgenomen in de primaire begroting. 2. In de tweede kwartaalrapportage hebben wij de ramingen voor het jaar 2021 gewijzigd. Deze aanpassingen hebben wij in voorgaand overzicht opgenomen onder de post verhoging/verlaging.

Aantallen toe- en afwijzingen kwijtschelding in 2021 Deelnemer

Toetsing Inlichtingenbureau Toew.

HHSK Delft Schiedam Vlaardingen HHD (incl. DVS) Totaal

15.147 2.559 2.156 1.930 32.345 47.492

Nieuw ingediende verzoeken Afw.

4.579 2.341 1.154 940 12.708 17.287

Toetsing na

Totaal

beroep

Toew.

Afw.

Toew.

4.876 2.106 922 935 12.208 17.084

44 43 20 13 122 166

56 48 20 19 159 215

Afw.

Toew.

4.623 2.384 1.174 953 12.830 16.453

20.079 4.713 3.098 2.884 44.712 64.791

Toelichting In het eerste Coronajaar 2020 waren bij de RBG ruim 10.000 kwijtscheldingsverzoeken meer ingediend, die overigens bijna allemaal geen toewijzing kwijtschelding hebben gekregen. In het jaar 2021 zien wij bij de twee waterschappen een kleine afname in de toewijzingen kwijtschelding (HHSK -600 en HHD -800). Rekening houdend met een nog te verwachten aantal kwijtscheldingen 2021, als gevolg van komende invorderingsactiviteiten, komen wij nu uit op een positief resultaat ten opzichte van aangepaste begroting van ca. € 0,8 miljoen bij HHD en ca. € 0,2 miljoen bij HHSK. Bij de drie gemeentelijke deelnemers zien wij, ten opzichte van 2020, wel een kleine toename van het aantal toewijzingen (Delft +100, Vlaardingen +190 en Schiedam +70). Rekening houdend met een nog te verwachten aantal kwijtscheldingen 2021, als gevolg van komende invorderingsactiviteiten, komen wij nu uit op een positief resultaat ten opzichte van aangepaste begroting bij de gemeente Delft van ca. € 107.000 en de gemeente Schiedam op ca. € 38.000. Voor de gemeente Vlaardingen is de uitkomst van de jaarrekening 2021 bijna gelijk aan de aangepaste begroting. Oudere Belastingjaren Kwijtschelding mag aangevraagd worden tot drie maanden na volledige betaling van de belastingaanslag. Ook mag het verzoek meermalen ingediend worden tijdens het invorderingsproces.

Dit betekent dat voor alle vorderingen van oudere belastingjaren ook in 2021 kwijtschelding aangevraagd mocht worden (bijvoorbeeld tegelijktijdig met het verzoek om kwijtschelding voor het belastingjaar 2021). De toetsing hiervan is altijd het huidige inkomen en vermogen.

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 34 van 46

Kwijtschelding in euro’s over voorgaande belastingjaren HHD

HHSK

Delft

Schiedam

Vlaardingen

Balanspost 31-12-20

€ 2.472.059

€ 773.759

€ 519.299

€ 420.675

€ 250.815

Verhoging/verlaging

-€ 143.959

-€ 11.259 -€ 126.399

€ 2.525

€ 15.485

Aanpassing balanspost Verleend in 2021

€ 2.328.100 € 487.487

€ 762.500 € 132.614

€ 392.900 € 142.640

€ 423.200 € 77.830

€ 266.300 € 79.024

Nog te verwachten KWS

€ 582.000

€ 152.000

€ 188.000

€ 192.000

€ 136.000

€ 1.069.500

€ 284.500

€ 330.600

€ 269.800

€ 215.000

-€ 1.258.641

-€ 477.886

-€ 62.300 -€ 153.400

-€ 51.300

Jaarrekening 2021 Verwacht resultaat KWS oudere jaren

Toelichting In de tweede kwartaalrapportage hebben wij de ramingen van de balanspost voor het jaar 2021 gewijzigd. Deze aanpassingen hebben wij in bovenstaand overzicht opgenomen. Onder de post aanpassing balanspost zijn de nieuwe ramingen bij de tweede kwartaalrapportage opgenomen. Net als bij de kwijtschelding over het huidige jaar is het verwachte Corona effect van een stijging van het aantal toewijzingen uitgebleven. Voor de resultaatbepaling van deze balanspost is ook het effect van de kinderopvangtoeslag van invloed. Van een deel van de openstaande vordering over oudere belastingjaren werd verwacht dat deze via het reguliere proces kwijtgescholden zou gaan worden. Door de KOTA-regeling zullen de gedupeerden voor deze aanslagen kwijtschelding krijgen, maar dit wordt door de Rijksoverheid gecompenseerd. Hierdoor kan de post te verwachten kwijtschelding verlaagd worden. Het project TPS (terugdringen problematische schulden) is in 2021 afgerond. Het project leidde tot een hogere belastingopbrengst en er zijn minder posten kwijtgescholden dan was verwacht bij het opmaken van de balansposten in het voorgaand jaar. Alle deelnemers hebben hierdoor een positief resultaat behaald ten opzichte van de aangepaste balanspost 2020. Bij HHD ontstaat het hoogste verschil van ca. € 1,3 miljoen en bij de gemeente Vlaardingen het laagste verschil van ca. € 51.000.

Aantal verzonden invorderingsstukken Verstuurde dwanginvorderingsstukken in aantallen 2021

2020

Aanmaning

91.132

91.174

Dwangbevel per post

40.366

43.037

Totaal verzonden invorderingsstukken

131.498

134.211

Hernieuwde bevelen (via deurwaarder afgegeven)

29.253

5.481

Totaal aantal invorderingsstukken

160.751

139.692

Toelichting Het aantal betekende hernieuwde bevelen in 2021 is hoger dan vorig jaar. Deze stijging is voornamelijk een toename van particuliere klanten voor aanslagen 2020, die door corona niet in 2020 zijn betekend.

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 35 van 46

Ontwikkelingen en stand van zaken klantenreacties BALIEBEZOEKEN EN TELEFONISCHE REACTIES januari t/m december Baliebezoek Waaronder kas- en pinbetalingen Telefonische klantenreacties Totaal aanbod Aantal telefoontjes via zelfservice Aantal telefoontjes beantwoord door medewerkers Totaal beantwoord Aantal zelfservice door klant in % totaal aanbod Servicenorm (norm = 90%) beantwoord

2021

2020

2.514 426

3.910 531

197.178

220.746

70.835 117.126

87.044 127.378

187.961 37,6%

214.422 39%

97%

97%

Baliebezoek Het aantal klanten dat de balie bezoekt is lager (36%) dan vorig jaar. Toch weten onze klanten ons wel te vinden, indien dit voor hen noodzakelijk is. Wij hebben bij de balie diverse maatregelen genomen, zodat de bezoeken veilig (corona-proof) afgelegd kunnen worden voor de klant en onze medewerkers. Telefonische klantreacties We zien dat het aantal telefoongesprekken ten opzichte van vorig jaar daalt met 10%. De zelfservice is ook afgenomen naar 37,6 % van het totaal. In 97% van het aangeboden aantal calls is het gesprek direct beantwoord door de RBG. Het komende jaar wordt de zelfservice (IVR) onder de loep genomen en vernieuwd. Dit zou kunnen leiden tot meer gebruik van de selfservice en minder gesprekken bij het klantenteam. Daarbij is het van belang om direct de telefoon te kunnen beantwoorden, zodat de klant niet doorgezet behoeft te worden naar een andere collega, waardoor vervolgacties en herhaalverkeer (keren dat de klant nog een poging doet terug te bellen) wordt voorkomen. Ook in 2021 is de servicenorm ruim gehaald in combinatie met de 9,3 score bij het TELANonderzoek. Wederom een zeer goede prestatie van ons klantenteam. Website RBG WEBSITE AANTAL BEZOEKERS

2021

Aantal bezoekers Waarvan unieke bezoekers Geslaagde zelfservice acties klanten

516.685 344.025 506.713

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 36 van 46

Bij de RBG ingediende “klachten” 2021 Het aantal ontvangen en afgehandelde klachten in 2021 bedraagt 90 (2020: 136). In 2021 zijn 1.034.501 aanslagen, 81.244 kwijtscheldingsbeschikkingen en 160.751 incasso documenten verzonden (aanmaning, dwangbevel en hernieuwd bevel) en 716.917 klantencontacten afgedaan via de telefoon, balie en website. Aantal klachten in 2021 Deelnemer HHD HHSK Delft Vlaardingen Schiedam Privacy-RBG totaal

beslissing op klacht gelijk 4 6 1

ongelijk 57 16 1 1

1 1

2

Eindtotaal 61 22 2 1 1 3

13

77

90

Van de 90 klachten zijn er 13 (waarvan 1 betreffende de privacy) door de klachtencoördinator als terecht aangemerkt. Hiervan gaan er: - 5 over communicatie (website en onvriendelijk behandeld). - 5 over afhandeling bezwaar - 1 over afhandeling kwijtschelding - 1 over invorderingsactie - 1 over privacy

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 37 van 46

1.7 Exploitatierekening naar kosten- en opbrengstensoorten Begroting

Begroting

2021

2021 na

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

Verschil begroting vs. rekening 2021

wijziging Lasten Rente en afschrijvingen

€

182.000

€

182.000

€

175.300

€

178.500

€

6.700

Lonen, premies en overige personeelslasten

€

8.471.500

€

8.471.500

€

7.344.300

€

7.625.900

€

1.127.200

Reiskostenvergoeding

€

237.900

€

187.900

€

121.900

€

154.800

€

66.000

Opleidingen

€

197.500

€

197.500

€

121.800

€

125.200

€

75.700

Personeel van derden

€

800.000

€

800.000

€

1.150.200

€

1.118.300

€

-350.200

Subtotaal: Personeelslasten

€

9.706.900

€

9.656.900

€

8.738.200

€

9.024.200

€

918.700

37.400

Personeelslasten

Goederen en diensten van derden Druk- en printkosten

€

310.400

€

249.400

€

212.000

€

214.000

€

Onderhoud derden

€

1.233.500

€

1.233.500

€

1.227.200

€

1.295.500

€

6.300

Huur-, service- en facilitaire kosten

€

829.700

€

794.700

€

753.900

€

728.300

€

40.800

Kantoorautomatisering en telefonie

€

721.100

€

721.100

€

842.100

€

629.600

€

-121.000

Portokosten

€

483.400

€

483.400

€

441.900

€

465.800

€

41.500

Woz-kosten

€

2.394.600

€

2.190.600

€

2.120.500

€

2.217.900

€

70.100

Bankkosten

€

342.900

€

342.900

€

338.000

€

333.000

€

4.900

Gegevensverstrekking

€

572.000

€

572.000

€

545.700

€

555.200

€

26.300

Overige diensten en klanteninformatie

€

953.300

€

1.023.300

€

1.819.500

€

1.717.200

€

-796.200

Subtotaal: Goederen en diensten van derden

€

7.840.900

€

7.610.900

€

8.300.800

€

8.156.500

€

-689.900

Bijdragen aan derden

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

144.500

€

-144.500

Incidentele lasten Onvoorzien en toevoeging voorzieningen Onvoorzien

€

550.000

€

480.000

Toevoeging aan voorzieningen

€

-

€

-

€

480.000

€

149.100

€

98.800

€

-149.100

Subtot.: Onvoorzien

€

550.000

€

480.000

€

149.100

€

98.800

€

330.900

Project kwijtschelding HHD+HHSK

€

450.000

€

450.000

€

449.800

€

443.600

€

200

Totaal lasten

€ 18.729.800

€ 18.379.800

€ 17.957.700

€ 17.901.600

€

422.100

€

22.800

€

22.800

€

8.900

€

11.800

€

13.900

Opbrengsten dwanginvordering

€

4.450.000

€

4.100.000

€

3.709.400

€

3.365.500

€

390.600

Toevoeging voorziening dub.debiteuren

€ -1.200.000

€ -1.200.000

€ -1.297.100

€

-954.900

€

97.100

€

€

€

€

2.410.600

€

487.700

-

Baten Financiële baten Personeelsbaten

3.250.000

2.900.000

2.412.300

Bijdrage van deelnemers

€ 15.508.000

€ 15.508.000

€ 15.508.000

€ 15.340.000

€

Bijdrage project kwijtschelding HHD+HHSK

€

450.000

€

450.000

€

450.000

€

450.000

€

-

Incidentele baten

€

-

€

-

€

361.800

€

-

€

-361.800

Totaal baten

€ 19.230.800

€ 18.880.800

€ 18.741.000

€ 18.212.400

€

139.800

Exploitatieresultaat voor bestemming

€

-501.000

€

-501.000

€

-783.300

€

-310.800

€

282.300

Bestemmingsreserve bedrijfsvoering

€

100.000

€

100.000

€

100.000

€

-

Bestemmingsreserve matchingskosten invorderingsopbrengsten

€

550.000

€

550.000

€

550.000

€

550.000

€

-

Bestemmingsreserve tegengaan problematische schulden

€

275.000

€

200.000

€

-275.000

Bestemmingsreserve Aanbestedingen

€

270.000

€

-270.000

Bestemmingsreserve Implementatie Waarderingssysteem

€

250.000

€

-250.000

Toevoeging aan bestemmingsreserves

Onttrekking aan bestemmingsreserves Onttrekking aan bestemmingsreserve huur

€

-149.000

€

-149.000

€

-149.000

€

-149.000

€

-

Exploitatieresultaat na bestemming

€

-

€

-

€

512.700

€

290.200

€

-512.700

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 38 van 46

Begrotingsrechtmatigheid In de begroting 2021 (na wijziging) zijn de geraamde lasten opgenomen. Bestedingen boven het begrotingsbedrag op programmaniveau zijn conform de comptabiliteitsvoorschriften onrechtmatige uitgaven, ook wel begrotingsonrechtmatigheid genoemd. Ook overschrijdingen op eventuele investeringskredieten zijn onrechtmatig. De werkelijke lasten voor het programma heffen en invorderen bedragen € 17.957.700. In de begroting 2021, na wijzigingen, waren de lasten € 18.379.800. In het boekjaar 2021 zijn geen investeringen gedaan. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is begrotingsonrechtmatigheid.

1.8 Toelichting op de kosten- en opbrengstensoorten Hieronder worden diverse posten uit de exploitatierekening nader toegelicht indien er sprake is van significante verschillen. De toelichting is geschreven ten opzichte van de begroting 2021 na interne wijziging. Toelichting verschillen 1e gewijzigde begroting 2021 versus jaarrekening 2021 Personeelskosten voordeel € 918.700 Ook in het jaar 2021 hebben de maatregelen rondom het coronavirus onze werkzaamheden beïnvloed. Net als in 2020 hebben we minder nieuwe activiteiten op kunnen starten. Diverse vacatures hebben we in 2021 niet opengesteld, waardoor we wel de begrote post inleenkrachten hebben overschreden. Begin 2022 hebben we 7 vacatures opengesteld en is de werving van nieuw personeel weer van start gegaan. Verder zijn er diverse opleidingen geannuleerd en zijn er ook minder opleidingen gegeven. Ook hierdoor is er een incidenteel voordeel ontstaan. We hebben onze normale werkzaamheden, gericht op de uitvoering van waardering, heffing en invordering, op een goede wijze gecontinueerd. In 2021 hebben we 2 Europese aanbestedingen voltooid en zijn we ook volop bezig geweest met de voorbereiding van de derde aanbesteding van de kantoorautomatisering. Tevens hebben we het project problematische schulden afgerond.

Wij willen de uitgevoerde werkzaamheden voor de groep van klanten met problematische schulden ook voort gaan zetten in 2022 en hebben eind 2021 een team speciaal beheer met eigen medewerkers van 5 fte ingevoerd, die o.a. ook huisbezoeken zullen gaan uitvoeren. De werkzaamheden m.b.t. de toeslagenaffaire waren nieuw in 2021 en zullen in 2022 en 2023 nog doorlopen. De werving van diverse vacatures hebben we dus eind 2021 hervat. Wij zullen in de loop van 2022 definitief bepalen welke vacatures weer open worden gesteld. Hierbij bepalen we, hoeveel structurele formatie wij nodig hebben voor een goede uitvoering van de groep klanten met problematische schulden. De voordelen op personeelskosten en kosten van opleidingen zijn dus vooralsnog incidentele voordelen. Tegenover de lagere salariskosten € 1.127.200, staan ook hogere inhuurkosten van personeel € 350.200. In de begroting 2023 zal als gevolg van 2 nieuwe vacatures een deel van het voordeel op salariskosten (namelijk € 130.000) vanwege efficiency worden verwerkt als een besparing. Deze besparing zal in de begroting ook verder worden toegelicht. Druk- en printkosten voordeel € 37.400 Ondanks het verlagen van het budget met de gewijzigde begroting 2021 blijven de werkelijke kosten binnen het budget. Het gerealiseerde voordeel is grotendeels het gevolg van minder incasso-activiteiten en de daarbij verstuurde stukken.

Dit voordeel is deels van structurele aard. In de begroting 2023 zal deze post met € 25.000 worden verlaagd. Huur-, service- en facilitaire kosten voordeel € 76.400 Het voordeel op deze post wordt vooral veroorzaakt door het thuiswerken. Onder andere een voordeel van € 15.000 vanwege minder aanschaf kantoorartikelen. De uitgaven m.b.t. servicekosten van ons kantoor zijn ook incidenteel lager (ad. € 42.000) door het

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 39 van 46

thuiswerken. De vervanging van meubels en BHV-materiaal is in 2021 ca. € 20.000 lager dan geraamd. In de begroting 2023 zal worden gerekend met een besparing van € 30.000. Kantoorautomatisering en telefonie nadeel € 121.100  Via onttrekking aan reserves € 206.200  Restant verschil = voordelig € 85.100 Volgens de comptabiliteitsvoorschriften (i.c. de BBVW) dienen uitgaven die betrekking hebben op bestaande reserves in eerste instantie via de exploitatie te worden verantwoord. Onder deze post is dat gebeurd voor  

de aanschaf van laptops t.b.v. thuiswerken de vervanging van beeldscherm t.b.v. hybridewerken totaal

€ € €

151.000 55.200 206.200

Via een resultaatbestemming (zie blz. 46) worden deze kosten ten laste van de bestaande bestemmingsreserves gebracht. Ter overbrugging van de aanbesteding werkplekdienstverlening is vorig jaar het contract verlengd met betrekking tot de werkplekdienstverlening. Deze overbrugging kon tijdelijk onder gunstiger voorwaarden plaatsvinden. Het voordeel bedraagt incidenteel € 85.000. Portokosten voordeel € 41.500 Het voordeel is grotendeels het gevolg van minder incasso-activiteiten en de daarbij de minder verstuurde stukken in coronatijd. Dit voordeel is dus van incidentele aard. Daarnaast is in 2021 een aantal informerende brieven via MijnOverheid aangeboden. WOZ-kosten voordeel € 70.100 Het Ministerie van Financiën heeft, zowel voor het jaar 2020 als 2021, een eenmalige korting op de bijdrage in de WOZ-kosten verleend. De ontvangen creditnota’s waren in totaal € 70.100 hoger dan halverwege het jaar was aangekondigd. Bankkosten voordeel € 4.900 Door de inspanningen om meer klanten aan te laten sluiten bij automatische incasso (met het gewenste resultaat) en het aanbieden van meer betaalgemak (IDeal en QRcodes) zijn de afgelopen jaren de betalingsmomenten toegenomen. Het budget voor bankkosten is een aantal keren opgehoogd. De werkelijke kosten 2021 (€ 338.000) zijn nu bijna gelijk aan de begroting.

Gegevensverstrekking voordeel € 26.300 De totale kosten blijven binnen het budget en zijn de afgelopen jaren ongeveer gelijk. Overige diensten en klanteninformatie nadeel € 778.200  Via onttrekking aan reserves € 860.100  Restant verschil = voordelig € 82.100 Volgens de comptabiliteitsvoorschriften (i.c. de BBVW) dienen uitgaven die betrekking hebben op bestaande reserves in eerste instantie via de exploitatie te worden verantwoord. Onder deze post is dat gebeurd voor    

de kosten tegengaan problematische schulden de matchingskosten invorderingsopbrengst de onderzoekskosten webtoegankelijkheid de kosten van aanbestedingen totaal

€ € € € €

37.900 634.700 7.900 179.600 860.100

Via resultaatbestemming (zie blz. 46) worden deze kosten ten laste van de bestaande bestemmingsreserves gebracht.

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 40 van 46

De resterende significante verschillen binnen deze post zijn te herleiden naar twee grote posten. De post advieskosten heeft een incidenteel voordeel van € 110.000. De kosten van inkoopadvies of projectleiding zijn volgens eerdere rapportages verantwoord op bestemmingsreserves m.b.t. aanbestedingen en implementatie van belastingsystemen. Tevens hebben we in het coronajaar ook minder nieuwe kleine projecten gestart dan gebruikelijk, waardoor we de begrote post niet benut hebben. De post uitbetaalde proceskosten door bezwaar en beroep heeft een nadeel van € 50.000. Ondanks een interne wijziging van de begroting van € 70.000 naar € 140.000 is deze post overschreden met € 50.000. We verwachten ook dat de kosten in 2022 en verder structureel hoger zullen blijven dan tot nu toe in de begroting geraamd. In het belastingjaar 2021 hebben we 259 WOZ-bezwaarschriften meer ontvangen (2.658 versus 2.399) dan over 2020. Het percentage wat is ingediend door de NCNP-bureaus is in vergelijking met 2020 gestegen (52% nu, vorig jaar 50%). De stap om een bureau in de hand te nemen blijkt steeds interessanter te worden voor klanten. De NCNP-bureaus zijn ook veel actiever met advertenties om klanten te werven. Overigens blijft het percentage gegronde WOZ-bezwaren onder de 0,5% zoals afgesproken in het prestatiecontract.

In 2021 hebben we € 190.000 (in 2020: € 125.800 en in 2019: € 103.700 en) aan proceskosten betaald. In totaal hebben we 347 (in 2020: 283 en in 2019: 226) keer betaald met een gemiddeld bedrag van € 548 (in 2020: € 444). Onder proceskosten worden ook de griffierechten, dwangsommen en schadevergoeding gerekend. De kosten kunnen betrekking hebben op de afhandeling van zowel de WOZ/OZB als alle overige belastingsoorten en zowel in de bezwaar- als beroepsfase. Toevoeging aan voorzieningen nadeel € 149.100 De RBG heeft een drietal voorzieningen met arbeidsgerelateerde verplichtingen. Er is een voorziening getroffen voor aanspraken op WW/wachtgelduitkeringen. Een andere voorziening is ingesteld om toekomstige ambtsjubilea te bekostigen. Voor de dekking van vervangingskosten bij het opnemen van IKB-verlof is een derde voorziening ingesteld. In 2021 is € 32.000 toegevoegd aan de voorziening ambtsjubilea. In de voorziening IKBverlof is een bedrag gestort van € 117.100. Aan de voorziening WW-uitkering is geen bedrag toegevoegd. Onvoorzien voordeel € 230.000 In de begroting 2021 waren twee posten onvoorzien beschikbaar. De reguliere post van € 250.000 en de post onvoorziene kosten beroepsprocedure kwijtschelding van € 300.000.

In totaal is vanuit deze geraamde budgetten een bedrag van € 320.000 onvoorzien ingezet voor de volgende posten:  Implementatie Waarderingsysteem In het algemeen bestuur van 2 december 2021 is ingestemd met het inzetten van de reguliere post onvoorzien ter dekking van een te vormen bestemmingsreserve voor de implementatie van het nieuwe Waarderingsysteem van € 250.000.  Proceskosten De proceskostenvergoedingen lijken gestaag te stijgen door een toename van de ingediende bezwaren en beroepen door de zogenaamde NCNP-bedrijven. In 2021 was een budget beschikbaar van € 70.000 terwijl in de jaarrekening 2020, € 125.000 was verantwoord. Bij de prognose van de rapportage t/m september 2021 was de verwachting dat de proceskosten zouden kunnen stijgen tot € 140.000. Derhalve is er via een vastgestelde interne begrotingswijziging in het DB van september een bedrag van € 70.000 gedekt uit het geraamde budget voor onvoorziene kosten beroepsprocedure kwijtschelding.

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 41 van 46

De werkelijke gemaakte proceskosten in het jaar 2021 bedragen € 191.000 zoals ook hierboven reeds is toegelicht. Baten Opbrengst dwanginvordering nadeel € 390.600 In de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2021 was de opbrengst dwanginvordering geraamd op € 4,45 miljoen. Hierbij waren wij uitgegaan van 110.000 aanmaningen, 60.000 dwangbevelen en 30.000 hernieuwde bevelen. Deze raming (van 200.000 invorderingstukken) was nog gebaseerd op de hoeveelheden dwanginvorderingsstukken, die wij gebruikelijk verstuurden voor de coronacrisis. In het afgelopen coronajaar is ons invorderingsproces aanzienlijk gewijzigd. Met name bij de groep ondernemers is dit proces aangepast met het leveren van maatwerk in een minnelijk traject. Wij proberen met de ondernemer in contact te komen door te bellen en/of via bedrijfsbezoeken. Om betaling van de belastingaanslag te verkrijgen, worden waar mogelijk betalingsregelingen afgesproken en ook uitstel van betaling verleend. Maar ook bij de particulieren doen wij belrondes om hen te wijzen op de betalingsverplichting en de mogelijkheden voor AIC of een betalingsregeling, voordat wij dwangbevelen versturen. De bovengenoemde geraamde aantallen invorderingsstukken in de oorspronkelijke begroting voor 2021 hebben wij dus niet behaald. Wij hebben wel in september 2021 een (interne) begrotingswijziging aan ons dagelijks bestuur aangeboden.

Hierin is de geraamde opbrengst van € 4,45 miljoen verlaagd naar € 4,1 miljoen. Overzicht van de werkelijk verstuurde invorderingsstukken in 2021 Verstuurde dwanginvorderingsstukken in aantallen 2021 Aanmaning

91.132

Dwangbevel per post

40.366

Totaal verzonden invorderingsstukken

131.498

Hernieuwde bevelen (via deurwaarder afgegeven)

29.253

Totaal aantal invorderingsstukken

160.751

De werkelijke opbrengst vervolgingskosten over 2021 van €3.709.400 is uiteindelijk € 390.600 lager dan de gewijzigde begroting 2021. Voorziening dubieuze debiteuren nadeel € 97.100 Het risico van dubieusheid van niet betalende debiteuren is voor het jaar 2021 berekend op gemiddeld 58,6%. De toevoeging aan de voorziening is € 97.100 hoger dan geraamd. Dit komt o.a. door het afboeken van vorderingen door afronding van het project tegengaan problematische schulden. De debiteurenpositie is overigens gedaald van € 4,5 miljoen naar € 3,3 miljoen (zie ook blz. 20). De bruto-opbrengst invordering in 2021 is met € 390.600 toegenomen ten opzichte van het coronajaar 2020. Deels veroorzaakt doordat door corona uitgestelde dwanginvorderingsactiviteiten 2020 in 2021 alsnog zijn uitgevoerd Ten opzichte van de netto-begroting 2021 is er dus sprake van een nadeel van € 487.700. (€ 390.600 plus € 97.100)

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 42 van 46

Kosten afschaffing kwijtschelding zuiveringsheffing Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard voordeel € 200 De verenigde vergaderingen van het hoogheemraadschap van Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard hebben besloten om de kwijtscheldingregeling voor de zuiveringsheffing woonruimten af te schaffen vanaf 2017. Voor de aanslag ingezetenenomslag is wel kwijtschelding mogelijk. Voor de RBG levert de afschaffing van kwijtschelding meer werk op. In de begroting is vanaf 2019 een structureel budget opgenomen van € 450.000 voor uitvoering van werkzaamheden (voor communicatie, telefoongesprekken, huisbezoeken en incassoactiviteiten) bij de RBG. Dit budget wordt gefinancierd door de hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard. Mee- en tegenvallers worden ook met deze waterschappen verrekend. De totale kosten in 2021 bedragen € 449.800. Op basis van deze kosten worden de verschillen tussen begroting en jaarrekening met Delfland (€ 100) en met Schieland en de Krimpenerwaard (€ 100) verrekend via de bestemming jaarrekeningresultaat (zie overzicht exploitatierekening 2021 op blz. 7). De specificatie van deze projectkosten is opgenomen in het volgende overzicht.

Financiële rapportage Project KWS Budget

Exploitatie

verschil

2021

t/m december 2021

t.o.v begroting

1 Communicatie en afhandeling klantreacties

€

93.000

€

93.000

€

-

2 Beveiliging aan de balie

€

75.000

€

74.762

€

238

3 Huisbezoeken

€

100.000

€

60.000

€

40.000

4 Incassotraject

€

182.000

€

222.000

€

-40.000

Totaal Kosten KWS

€

450.000

€

449.762

€

238

Bijdrage HHD+HHSK

€

450.000

€

450.000

€

-

Saldo

€

-

€

238

€

238

Onttrekking bestemmingsreserves Via een onttrekking aan de bestemmingsreserve vallen bedragen vrij aan de exploitatie: 

Onttrekking huurcompensatie

€ 149.000

Deze onttrekking is ter gedeeltelijke dekking van de huurkosten van ons pand in Schiedam. Toevoeging bestemmingsreserve In de begroting 2021 zijn de volgende toevoeging geraamd: -

aan de reserve bedrijfsvoering aan de reserve matchingskosten

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

€ 100.000 € 550.000

pagina 43 van 46

Wet normering topinkomens (WNT) De Wet normering topinkomens verbiedt dat bestuurders in de (semi)publieke sector meer verdienen dan 100 procent van het ministersalaris. De WNT-norm voor 2021 is € 209.000. De WNT definieert het begrip topfunctionaris voor instellingen in de (semi)publieke sector als: 1. de leden van de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen; 2. de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en; 3. degene of degenen belast met de dagelijkse leiding. Bij de RBG is er sprake van een directeur en een dagelijks bestuur als hoogste uitvoerende orgaan en een algemeen bestuur als toezichthoudende orgaan. Gegevens 2019 bedragen x € 1

De heer H.B. Sigmond 2021

2020

Functiegegevens

Directeur

Directeur

01/01 – 31/12

01/01 – 31/12

Omvang dienstverband in fte

1,00

1,00

Gewezen topfunctionaris

nee

nee

Fictieve Dienstbetrekking

nee

nee

€ 151.300

€ 148.600

Aanvang en einde functievervulling

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

€ 22.400

€ 20.700

Subtotaal

€ 173.700

€ 169.300

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 209.000

€ 201.000

-/- Onverschuldigd betaald bedrag Totaal bezoldiging Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

N.v.t.

€ 173.700

€ 169.300

N.v.t.

N.v.t.

De leden van het algemeen/dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep zijn voor onbepaalde tijd benoemd: Samenstelling algemeen

Functie

Salaris

Periode

- drs. A.J.B. van der Klugt

Voorzitter

Onbezoldigd

Geheel 2021

- P. Ouwendijk

Plaatsvervangend voorzitter

Onbezoldigd

Geheel 2021

- B. Bickers

Lid

Onbezoldigd

Vanaf 14-10-2021

- J. Bijl

Lid

Onbezoldigd

Tot 14-10-2021

- S. Brandligt

Lid

Onbezoldigd

Geheel 2021

- Dr. J. Verdoold

Lid

Onbezoldigd

Geheel 2021

- D.C.G. Ruseler

Lid

Onbezoldigd

Geheel 2021

- R. Egas

Lid

Onbezoldigd

Geheel 2021

- drs. A.J.B. van der Klugt

Voorzitter

Onbezoldigd

Geheel 2021

- P. Ouwendijk

Plaatsvervangend voorzitter

Onbezoldigd

Geheel 2021

- S. Brandligt

Lid

Onbezoldigd

Geheel 2021

bestuur

Samenstelling dagelijks bestuur

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 44 van 46

Controleverklaring

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

pagina 45 van 46

Vaststelling Het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep; gelet op de artikelen 34 t/m 36 van de Gemeenschappelijke regeling RBG en artikel 10 van de Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie RBG;

besluit ■

het Jaarrapport 2021 vast te stellen;

■

Jaarresultaat 2021

■

de volgende toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves te doen vanuit het negatief resultaat voor bestemming ad € 512.700

-

onttrekking aan de bestemmingsreserve o o

o o

o o ■

€ 512.700

de reserve aanbestedingen de reserve implementatie waarderingsysteem de reserve bedrijfsvoering de reserve tegengaan problematische schulden de reserve matching skosten de reserve thuiswerkvoorziening

-/-/-/-/-/-/-

€ € € € € €

161.900 17.700 63.100 37.900 634.700 151.000

het positief resultaat na toevoegingen en onttrekkingen ad € 553.600 als volgt terug te storten: aan het hoogheemraadschap van Delfland aan het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard aan de gemeente Delft aan de gemeente Vlaardingen aan de gemeente Schiedam

€ 263.500; € 131.800; € 66.400; € 45.400; € 46.500.

Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep in de openbare vergadering van 12 mei 2022.

Het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep, directeur,

Jaarrapport 2021 Regionale Belasting Groep

voorzitter,

pagina 46 van 46

Aan:

De raden van de deelnemende gemeenten van de GRJR

Van:

Algemeen Bestuur GRJR

Datum: Onderwerp:

14 april 2022 Aanbieding P&C stukken GRJR en gelegenheid voor zienswijze

Bijlagen:

1. Ontwerp-Begroting 2023 2. Ontwerp-Begrotingswijziging 2022 3. Voorlopige Jaarstukken 2021 4. Kader financieel beleid en beheer GRJR

Geachte raadsleden, Voor u ligt de aanbiedingsbrief voor de Ontwerp-Begroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR), de eerste Ontwerp-Begrotingswijziging 2022 en de Voorlopige Jaarstukken 2021. In deze aanbiedingsbrief geven wij een beeld van de belangrijkste ontwikkelingen in de GRJR die in deze stukken zijn uitgewerkt. Ontwikkelingen in de Jeugdhulp Rijnmond De GRJR heeft tot doel te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp. Dit aanbod moet aansluiten op de vraag (de noodzaak om hulp in te zetten) en op de ‘lokale infrastructuur’ waarmee uw gemeente zorgdraagt voor gezinnen en jeugdigen. De GRJR zorgt voor passend aanbod door specialistische jeugdhulp in te kopen en subsidiëren. In de Begroting 2023 kunt u meer informatie vinden over de taken van de GRJR en de wijze waarop deze taken ingevuld worden. Er zijn veel ontwikkelingen die de regionale uitgaven sterk beïnvloeden. Sinds de decentralisatie van de jeugdhulp in 2015 naar gemeenten is er jaarlijks sprake van stijgende zorgkosten. Een belangrijk deel komt eenvoudig door indexatie van budgetten en tarieven om loon- en prijsstijgingen op te vangen. Maar er is ook een complex van kostenopdrijvende inhoudelijke factoren in de jeugdproblematiek, het jeugdhulpstelsel en de bredere samenhang tussen jeugdhulp, onderwijs en maatschappelijke ondersteuning.

De afgelopen jaren zijn door onze regio een Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond (met een beweging naar meer lokale sturing) en een aangescherpte inkoopstrategie voor 2023 tot stand gebracht. Deze beleidslijnen werken sterk door in de financiële verhoudingen en de uitgavenramingen voor 2023 en verder. Landelijk is erkend dat de gemeenten te weinig middelen van het rijk ontvangen om de oplopende uitgaven op te vangen. Voor 2022 en 2023 is er extra geld beschikbaar gesteld maar dat is nog geen structurele oplossing. Tot begin 2022 werd landelijk en regionaal gewerkt aan een Hervormingsagenda Jeugd waarmee de kwaliteit en betaalbaarheid van jeugdhulp moet worden verbeterd. Omdat het kabinet € 500 miljoen extra wil bezuinigen op de jeugdhulp, hebben gemeenten het overleg met het rijk over de Hervormingsagenda opgeschort.

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond p/a Gemeente Rotterdam Jeugd en Onderwijs Postbus 70014 3000 KS Rotterdam www.jeugdhulprijnmond.nl

1

Voorlopige Jaarstukken 2021 Voor duiding van de ontwikkeling van de doorgaande kostenstijging is het goed om eerst een toelichting te geven op de Voorlopige Jaarstukken 2021. Sinds de decentralisaties zien we de kosten van jeugdhulp steeds stijgen. Voor een belangrijk deel komt dat door inflatie, maar ook door toename van de (zwaarte van de) zorgvraag. Dat was ook in 2021 het geval en daarom is halverwege het jaar de begroting verhoogd met ca. €15,5 mln. De voorlopige jaarstukken laten zien dat de opgehoogde exploitatiebudgetten op dit moment maar beperkt worden overschreden; de begroting 2021 was door ophoging dus (vooralsnog) realistisch. We maken hier nadrukkelijk nog een voorbehoud vanwege de definitieve cijfers die rond 1 april binnenkomen. De voorlopige jaarstukken tonen desondanks nu al een tekort van €12,7 mln. Dat komt vooral door nagekomen kosten over eerdere jaren met tegelijkertijd lagere inkomsten en uitgaven voor Ambulante hulp (inclusief acute GGZ) en tegenvallende uitgaven voor Hulp met langdurig verblijf en Daghulp. Wij merken op dat doordat de definitieve productiecijfers (met accountantsverklaringen) van onze zorgaanbieders en subsidieontvangers pas per 1 april beschikbaar komen, en omdat de toewijzingsdata van gemeenten nog aangevuld worden, het definitieve rekeningresultaat nog aanzienlijk kan afwijken.

Daarnaast blijft een onzekere factor wat de omvang is van de zorglevering door landelijk gecontracteerde zorgaanbieders. De jaarstukken worden op 1 juli 2022 na controle door onze accountant definitief vastgesteld. Het nakomen van onvoorziene kosten over eerdere jaren (dus ná definitieve vaststelling van jaarstukken) en onvolledigheid van data bij de opstelling van de voorlopige jaarstukken zijn niet volledig uit te sluiten. Echter de mate waarin dit zich voordoet achten wij zeer onwenselijk. De GRJR werkt daarom samen met gemeenten en aanbieders aan tijdiger, juister en vollediger informatiedeling. Doel daarvan is om nakomende kosten ná vaststelling van de definitieve jaarstukken te verminderen, en om bij de volgende voorlopige jaarstukken al eerder een grotere mate van volledigheid te kunnen presenteren. Kaders Financieel beleid en beheer GRJR Het financiële beheer van de jeugdhulp wordt gaandeweg beter en dat is ook nodig. De gemeenten en de GRJR hebben vanuit de Regiovisie een nieuwe inkoopstrategie ontwikkeld. Daarop aansluitend zijn nieuwe en strakkere afspraken gemaakt over het tijdiger en beter begroten, beheersen en verantwoorden van de uitgaven. Deze afspraken zijn beschreven in de notitie ‘Kader financieel beleid en beheer’ die u bijgaand ter kennisname aantreft.

In het Kader financieel beleid en beheer GRJR is ook uitgewerkt hoe we in het vervolg realistisch begroten en hoe meer verbinding wordt gelegd met de lokale inzet van afzonderlijke gemeenten. Ook de wijze waarop we gezamenlijk komen tot verbetering van de datakwaliteit is een hoofdpunt in deze afspraken. Dit moet niet alleen uitmonden in eerdere signalering van uitgavenstijgingen en in minder tegenvallers, maar ook in minder nakomende kosten uit eerdere jaren. Centraal in de aanpak staat het werken met ‘kwartaalafsluitingen’ waarmee we tussentijds gaan sturen op meer volledigheid van informatie. De kaders zijn toegepast bij de opstelling van de Ontwerp-Begroting 2023 en de Ontwerp-Begrotingswijziging 2022.

2

Ontwerpbegroting 2023 en Ontwerp-Begrotingswijziging 2022 Wij hebben de begrotingsstukken opgesteld vanuit de uitgangspunten in de Kadernota 2023 van de GRJR. Deze nota hebben wij u in november vorig jaar toegezonden om u goed mee te nemen in de ontwikkelingen. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen stellen wij u nu acht weken in de gelegenheid om uw zienswijze te geven op deze begrotingsstukken. Graag ontvangen wij uw zienswijzen uiterlijk 12 juni 2022. Op uw verzoek komen onze secretaris/directeur en controller graag een toelichting geven op de stukken. Wij zullen op 1 juli 2022 de begroting en begrotingswijziging definitief vaststellen, rekening houdend met uw inbreng. De belangrijkste ontwikkelingen in deze begrotingsstukken zijn: • Realistisch begroten: de meeste raden hebben in eerdere zienswijzen bij herhaling aangedrongen op meer realistisch begroten om tegenvallers achteraf te beperken. Uit de ervaring in 2021 blijkt dat de begroting minstens op het niveau van de uitgaven van het vorige jaar moet zijn om realistisch genoemd te kunnen worden. In zowel de OntwerpBegrotingswijziging 2022 als de Ontwerp-Begroting 2023 trekken we daarom de uitgavenraming op naar het uitgavenniveau van de voorlopige jaarcijfers 2021. Dat betekent voor de begroting 2022, die nog op realisatie 2020 was gebaseerd, een verhoging van ca. € 16,8 mln.

en voor 2023 een verhoging van ca €17,1 mln. De gemeenten krijgen hiervoor grotendeels extra geld van het rijk. De eerdergenoemde onvolledigheid van informatie bij de voorlopige jaarstukken heeft tot gevolg, dat deze begrotingsaannames nog een onderschatting kunnen zijn. Dit is als risico aangemerkt in de risicoparagraaf en kan aanleiding zijn tot een volgende begrotingswijziging op basis van de definitieve jaarstukken. • Indexatie: In 2022 moet rekening gehouden worden met € 2,7 mln. extra kosten omdat de lonen in de zorg op verzoek van de Tweede Kamer dit jaar extra worden verhoogd. Het voor 2023 benodigde hulpaanbod kan alleen worden gegarandeerd als rekening wordt gehouden met inflatie. De kosten hiervan zijn naar schatting € 14,1 mln. Voor indexatie ontvangen gemeenten overigens compensatie in het accres van de Algemene Uitkering. • Meer lokale inkoop: vanaf 2023 geven de gemeenten uitvoering aan de Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond door meer te investeren in de lokale infrastructuur en een deel van de jeugdhulp niet meer samen in te kopen. Dit betekent ca. € 20,9 mln. minder regionaal te ramen uitgaven. Deze uitgaven worden door gemeenten op basis van lokaal beleid overgenomen. • Twee inkoopmodellen: vanaf 2023 kopen de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de specialistische jeugdhulp zelf in. Dit betekent ca € 25 mln. minder regionaal te ramen uitgaven.

• Gevolgen aanpassing woonplaatsbeginsel: volgens inschattingen van het rijk zouden de gemeenten in onze regio per saldo ca. €14 mln. meer zorgkosten krijgen door aanpassing van het woonplaatsbeginsel, en daarvoor zijn gemeenten gecompenseerd in de algemene uitkering. De opgaven van gemeenten zijn verwerkt in de uitgavenraming. De bedragen zijn tot nu toe echter veel later: € 1,7 mln. (2022) en € 1,8 mln. (2023). Het risico is wel dat dit een onderschatting zal blijken als alle overdrachten tussen gemeenten en aanbieders volledig in beeld zijn.

3

Tot slot De begroting 2023 en begrotingswijziging 2022 voorzien dus een doorgaande stijging van de regionale uitgaven. Belangrijk is om te onderkennen dat een belangrijk aandeel van de stijgingen inflatie betreft, waarvoor gemeenten in de algemene uitkering worden gecompenseerd. Daarnaast is realistisch begroten belangrijk om tegenvallers te voorkomen. Voor 2022 ontvangen gemeenten daarvoor ook extra middelen. Voor de langere termijn zijn echter ombuigingsmaatregelen nodig om de uitgaven te beperken omdat de rijksoverheid naar verwachting niet de doorgaande stijging zal compenseren. Waar mogelijk is in de begroting 2023 al rekening gehouden met gemeentelijke maatregelen. Nadat in de loop van 2022 meer bekend is over de landelijke Hervormingsagenda Jeugd kunnen aanvullende maatregelen van rijk en gemeenten worden betrokken bij een wijziging van voorliggende begroting. Uw zienswijze kunt u per post en/of per mail indienen via: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond T.a.v. Postbus 70014 3000 KS Rotterdam info@jeugdhulprijnmond.nl Wij nemen aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, namens het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

Voorzitter

Secretaris/Directeur

4

Regionale Belasting Groep Spoorstraat 7 3112 HD Schiedam Postbus 4083 3100 AX Schiedam

T. 088 291 10 00 I. www.derbg.nl

Aan de gemeenteraad van Vlaardingen Postbus 1002 3130 EB Vlaardingen

Onderwerp Bijlage Datum

: Verzoek kenbaar maken zienswijze ontwerpbegroting RBG 2023 : Ontwerpbegroting 2023 RBG : 13 april 2022

Geacht bestuur, Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep (RBG) heeft op 7 april 2022 de ontwerpbegroting 2023 opgemaakt. De gemeenschappelijke regeling bepaalt dat het algemeen bestuur van de RBG de begroting voor 15 juli moet vaststellen. Bovendien is bepaald dat de algemene besturen van de deelnemers in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun zienswijze op de begroting te geven. Hierbij bieden wij u de ontwerpbegroting RBG 2023 aan, met het verzoek uw zienswijze daarom uiterlijk 10 juni 2022 aan ons kenbaar te maken. Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, namens dezen,

Parallelweg 1

De raad van de gemeente Vlaardingen

Postbus 843 3100 AV Schiedam T

griffie@vlaardingen.nl

010 - 246 80 00

F

010 - 246 82 83

E

info@dcmr.nl

W www.dcmr.nl

Ons kenmerk

Uw Kenmerk

Bijlagen

Datum

22335038

-

2

14 april 2022

Contactpersoon

Doorkiesnr.

Afdeling

010-2468115

Directie

Onderwerp

Zienswijze conceptbegroting DCMR Milieudienst Rijnmond 2023

Geachte leden van de raad, Hierbij doe ik u de conceptbegroting 2023 van DCMR Milieudienst Rijnmond toekomen. Zoals is vastgelegd in artikel 27 van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond stel ik u in de gelegenheid bij het dagelijks bestuur van DCMR uw zienswijze kenbaar te maken. Begroting 2023 Het dagelijks bestuur van DCMR heeft op 14 april 2022 ingestemd met de conceptbegroting 2023. De begroting 2023 zal ter vaststelling worden aangeboden aan het algemeen bestuur op 30 juni 2022. De begroting is gebaseerd op de financiële uitgangspunten die in het dagelijks bestuur van 16 februari 2022 zijn vastgesteld. Deze uitgangspunten, waaronder de indexering van de gemeentelijke bijdragen, zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de conceptbegroting. In de Gemeenschappelijke regeling DCMR (artikel 27) is vastgelegd dat de begroting door de participanten voor een ieder ter inzage wordt gelegd. Jaarrekening 2021 Tevens zend ik u conform de Wet gemeenschappelijke regelingen ter informatie de jaarrekening 2021. Het dagelijks bestuur heeft op 14 april 2022 ingestemd met de jaarrekening 2021. De controlerend accountant is voornemens een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening te verstrekken. De jaarrekening wordt ter vaststelling aangeboden aan het algemeen bestuur op 30 juni 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11554635/2