Lijst van ingekomen stukken 23 juni t/m 31 augustus
Tekst van het document
Wij verzoeken u de stijgende prijzen te onderzoeken en hier naar te handelen. Het lijkt ons daarbij goed om samen met de regiogemeenten en de uitvoeringsorganisatie van de GRJR te bezien of de conclusies uit het AEF-rapport naar de landelijke stijging van kosten voor de jeugdhulp ook voor onze regio geldt, of dat ook andere factoren een rol spelen. Waar mogelijk verzoeken we u de bevindingen te vertalen in de scenario’s voor de begroting.
Ook merken wij op dat het risicopercentage niet is aangepast, terwijl uit de tekst blijkt dat de te verwachten risico’s het gereserveerde budget overschrijden (onder andere vanwege de te verwachten effecten van Covid-19) en wordt dit neergelegd bij de gemeenten. Wij kunnen ons niet vinden in deze werkwijze.
Wij verwachten dat u daarnaast een coalitie aangaat met maatschappelijke partners en/ of de VNG om bij het ministerie onze regionale transformatiestrategie onder de aandacht te brengen. De regiovisie is een belangrijk instrument in het doorontwikkelen van de jeugdhulp, waarmee onze raad laat zien aan het stuur te zitten. Wij verwachten dus ook dat de keuze om middelen te verdelen via de SPUK-regeling eenmalig is.
Daarnaast stellen we voor om binnen het kader van de regiovisie afspraken te gaan maken met alle maatschappelijke partners over de reikwijdte van de jeugdhulp en daar concrete doelstellingen per bouwsteen van de regiovisie aan te koppelen. Dat doen we om, naast de gebruikelijke zorgzaamheid, ook meer zakelijkheid in de jeugdhulp te introduceren. In lijn met het AEF-rapport willen we binnen afzienbare termijn niet alleen maatschappelijke effecten, maar ook concrete financiële effecten bereiken door de schaarse middelen voor (specialistische) jeugdhulp slimmer te besteden. Dat kan als we zichtbaar maken dat met effectieve jeugdhulp bijvoorbeeld het aantal herhaalde beschikkingen daalt of de trajecten korter worden. Zo laten we aan VWS zien dat we onze stelselverantwoordelijkheid serieus nemen.
Een doorbraakplan voor wachtlijsten heeft daarom alleen zin, als het de rol van onze lokale teams als spelverdeler bekrachtigt. Anders blijft het dweilen met de kraan open. We verwachten dan ook van specialistische jeugdhulpaanbieders en de veiligheidsketen dat ze in hun bedrijfsvoering meegroeien met de uitgangspunten van de regiovisie en dat hier in het contractmanagement door de uitvoeringsorganisatie van de GRJR op gestuurd wordt. Dat stelt ons op De introductie van jeugdhulp op school voor onze eilanden staat onnodig onder druk door Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee namelijk in staat om een brede het tekort aan middelen. Laat staan dat we flexibele expertiseteams kunnen eerstelijns zorgfunctie in te richten, met flexibel inzetbare voorzieningen, die de voorfinancieren, Wij verwachten daarom dat de GRJR blijft aandringen bij VWS op triage in onze lokale teams ondersteunen. De specialistische aanbieders en de voldoende middelen voor de jeugdhulp. Anders stokt de transformatie. veiligheidsketen mogen dan van ons verwachten dat we onze lokale werkwijze op elkaar afstemmen. Dit vooruitlopend op de nieuwe contracten per 2023 (met een mogelijke uitloop naar 2025)
9 VPGO/Goeree-Overflakkee 10 BAR/Barendrecht
Zie Nissewaard Zie Nissewaard Wij constateren dat de GRJR structureel de Wgr Zie Ridderkerk overtreedt. De jarstukken zijn de afgelopnen jaren nl. pa (ruim) na 15 april 2021 aan de deelnemende gemeenten verzonden. Bovendien volgen er op de conceptstukken nog significante wijzigingen tijdens en nadat wij deze stukken in onze raadscommissie behandelen. Wij begrijpen de complexiteit van de jeugdzorg. Echter, deze gang van zaken is onacceptabel. Wij vragen van het bestuur van de GRJR daarom zich te commiteren aan de doelstelling om voor 15 april de door de extern accountant gecontroleerde jaarstukken te verzenden. En zorg te dragen voor het inrichten van een zodanig administrtatief-organisatorische bedrijfsvoering dat deze doelstelling ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Zie Nissewaard Zie Ridderkerk
Zie Nissewaard Zie Ridderkerk
11 BAR/Albrandswaard 12 BAR/Ridderkerk
Zie Ridderkerk
Zie Ridderkerk Wij zijn blij dat de voorzitter van het Algemeen Bestuur de lobby naar het Rijk is gestart en wij benadrukken het voortzetten hiervan. Alleen als 15 gemeenten en met de VNG zijn we in staat om structurele inzet van extra middelen vanuit het Rijk voor de jeugdhulp te realiseren.
Zie Ridderkerk Wij constateren dat u in de conceptbegroting 2022 die voorligt rekening houdt met de taakstelling die in de kadernota is opgenomen, wij stellen voor om deze lijn vast te houden. Wij benadrukken het belang van realistisch begroten en zien dat hierin stappen zijn gezet, wij veronderstellen dat dit in de toekomst zal resulteren in minder begrotingswijzigingen en meer sluitende jaarrekeningen. Wij veronderstellen dat u daarbij rekening houdt met de korte en lange termijn effecten van de Coronacrisis en deze opneemt in de kadernota 2023 en verder. En ons bij een eventuele begrotingswijziging 2022 betrekt voor een zienswijze.
SPECIFIEKE INBRENG Vooruitlopend op de zienswijze vraagt de raad om bij de eerste herziening aandacht te besteden aan: - hoe de gemeenteraden meer sturing op de kwaliteit van de dienstverlening kunnen uitoefenen
22 april jl. heeft het Rijk landelijk € 613.000.000,- beschikbaar gesteld om de knelpunten in de jeugdhulp aan te pakken. Hierbij is nog niets bekend gemaakt betreffende een compensatie voor stijgende jeugd-hulpkosten 2022. Maassluis zal met de beschikbaar gestelde rijksmiddelen de in maart toegekende extra middelen compenseren en zal het restant inzetten voor de huidige knelpunten binnen de jeugdhulp in Maassluis. Dit draagt zorg voor een sterke basis aan goede zorg in de eigen omgeving van het kind en zal bijdragen de druk op de kosten 'zorggebruik 2022' verminderen. Wij vragen u dit mee te nemen binnen de uit te werken scenario's voor de definitieve begroting. We verwachten -ondanks alle inspanningen- dat het zorggebruik echter nog altijd eerder toe dan af zal nemen. Wij verzoeken u daarom om de definitieve begroting 2022, m.b.t. de specialistische ambulante hulpverlening (de GGZhulp) realistisch te begroten; bij voorkeur gebaseerd op het, zorggebruik van 2020 tot en met het eerste kwartaal 2021. De uit te werken scenario's moeten hierbij recht doen aan een juiste verdeling van het jeugdhulpbudget, met kennisname van onze intentie om zoveel mogelijk lo-kale (GGZ)-hulp te bieden, van onze wens om specialistische GGZ te bieden wanneer lokale hulp geen optie blijkt.
Deze beweging naar voren, de transformatie van de jeugdhulp, beantwoord de afspraken als vastgelegd in de 'Regiovisie' welke wij in maart dit jaar vast hebben gesteld. Het is spijtig dat het te kort dag is gebleken om een Met de beschikbaar gestelde rijksmiddelen wil Vlaardingen de kosten van de in maart toegekende extra middelen vertaling van deze landelijke ontwikkelingen op te over 2021 compenseren (extra 4 mln. euro voor het onder meer aanpakken van de wachttijden voor de GGZ-hulp) . nemen in de ontwerpbegroting 2022. Het is goed te zien Verder wil Vlaardingen de extra middelen onder meer inzetten om de druk op de wachtlijsten voor de GGZ-hulp te dat uw bestuur voorstelt om in nauwe samenwerking verminderen en jeugdigen zoveel mogelijk zorg lokaal te bieden. met de regiogemeenten scenario's uit te werken die Wij verzoeken u om voor het de ontwerpen scenario's voor de begroting 2022, realistisch te begroten voor de recht doen aan deze ontwikkelingen. specialistische ambulante hulpverlening (de GGZ-hulp) gebaseerd op het zorggebruik van voorgaand jaar 2020 en het zorggebruik tot en met het eerste kwartaal 2021. De scenario's moeten hierbij recht doen aan een juiste verdeling van het jeugdhulpbudget van Vlaardingen waarbij zoveel mogelijk eerder lokale (GGZ)-hulp geboden kan worden, in de eigen omgeving van het kind in het gezin, op school of bij de huisarts.
En waar de specialistische GGZ pas dan geboden wordt als lokaal niet mogelijk blijkt. Na het lezen van de ontwerpbegroting 2022 zijn wij Er zal in dit lopende jaar gekeken moeten worden hoe we de middelen voor 2021 aanwenden, met een goede mix teleurgesteld dat in deze ontwerpbegroting niet meer van lokale en regionale inzet. Voor het Schiedamse deel van de deze toegekende middelen zullen wij zelf een plan inzicht wordt gegeven bij dit thema, maar dat dit pas maken. Gedacht wordt aan het compenseren van de in maart toegekende extra middelen over 2021 (€ 4 miljoen duidelijk wordt als de definitieve begroting in juli wordt voor het onder meer aanpakken van de spoedzorg en hieraan gekoppelde wachttijden voor de GGZ-hulp. Verder wil vastgesteld. Het baart ons zorgen dat er geen indicatie is Schiedam de extra middelen onder meer inzetten om de druk op de wachtlijsten voor de GGZ-hulp te verminderen gegeven wat het verschil tussen de ontwerpbegroting en en jeugdigen zoveel mogelijk zorg lokaal te bieden. de definitieve begroting kan gaan worden. Voor ons is op Wij dringen er nogmaals op aan dat de definitieve begroting over 2022 realistisch moet zijn.
Van belang is dat alle dit moment niet te beoordelen in hoeverre het kosten, die nodig zijn voor het uitvoeren van het werk en de organisatie van de GRJR, ook daadwerkelijk in de “realistisch begroten” waaraan wij zeer veel waarde begroting zijn opgenomen en waarbij de besparingsambitie wordt verhoogd zodat de daadwerkelijke financiële hechten nu ook daadwerkelijk is toegepast. opgave zichtbaar wordt en recht doet aan ontwikkelingen die we recent zien optreden. We noemen hier dan met name de almaar toenemende druk op de ambulante hulpverlening (perceel E), de stijgende wachtlijsten en de gevolgen van Covid-19. Voor een structurele oplossing verwachten wij in de uit te werken scenario’s een realistisch beeld met de uitgaven. De gemeenten op Voorne-Putten en Goeree Overflakkee Met de incidentele middelen die VWS ons levert, kunnen we de wachtlijsten in de specialistische jeugdhulp terug gaan onder voorbehoud akkoord met de brengen naar de Treeknorm en deels de stijgende vraag door Corona opvangen. Zonder zekerheid over de ontwerpbegroting voor 2022. structurele middelen voor de jeugdhulp kunnen we echter niet meerjarig bijramen. We verzoeken u daarom voor 2 juli a.s. een scenario te ontwikkelen, waarbij helder is wat de (meerjarige) risico’s zijn en tegelijkertijd zorgvuldig af te wegen in welke mate het in dit stadium mogelijk is om de begroting voor 2022 op te hogen.
We kunnen namelijk niet meer geld aan jeugdhulp uitgeven dan we hebben. Dat betekent dat we niet bereid zijn om een begroting voor de GRJR goed te keuren, die ervoor zorgt dat we onze gemeentelijke begroting voor 2022 (en verder) niet rondkrijgen. Voor een meerjarige raming van autonome groei is een degelijke, cijfermatige onderbouwing nodig, anders gaat investeren in (specialistische) jeugdhulp ten koste van onze lokale voorzieningen. Vanwege dit dilemma willen we zelf de regie hebben. We zien dus graag in de kadernota voor 2023 een realistische planning terug, die evenwichtig is in de wens om budgetten te beheersen en de kwaliteit van zorg te borgen.
3 MVS/Vlaardingen
INFORMATIEVOORZIENING RADEN
Wij verzoeken u voor het inzicht een kolom toe te voegen met de (definitieve) deelnemersbijdrage per gemeente op basis van de jaarrekening. Verder zouden wij het op prijs stellen als u in toekomstige jaarstukken een meerjarige ontwikkeling kunt opnemen van de historische werkelijke deelnemersbijdrage per jaar per deelnemende gemeente (excl vlaktaks verschuivingen). Zoda de werkelijke trendmatige kostenontwikkeling inzichtelijker wordt.
De vlaktaks systematiek maakt inzicht in de ontwikkeling van kosten voor deelnemers aan de GRJR onnodig complex, terwijl zuiver inzicht in de realistische meerjarige kostenontwikkeling zeer belangrijk is. Wij willen uw bestuur met klem verzoeken om zo snel mogelijk te besluiten af te stappen vna deze vlaktaks systematiek. En de nog resterende te verrekenen bedragen uit het verleden in één keer te verrekenen met de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeenten.
Zie Ridderkerk
Zie Ridderkerk Stappen gemaakt betreffende de informatievoorziening (bestuursrapportages) en inhoudelijke duiding van trends en analyses van het zorggebruik en waarderen deze inzet. Wij zien graag dat deze focus de komende tijd wordt voortgezet om te komen tot concreet en precies inzicht in alle Ridderkerkse jeugdigen die op de wachtlijst staan voor specialistische GGZ, zodat we lokaal wachtlijstbeheer kunnen inzetten.
Zie Ridderkerk In de jaarrekening 2021 zien we graag terug hoe om is gegaan met het kwaliteitskader BVKZ (Branchevereniging Kleinschalige Zorg) , effectieve interventies zoals opgenomen in de databank van het Nederlands Jeugd Instituut, de LVG-thematiek (licht verstandelijke beperking) en cultuur sensitief handelen.
Wij ondersteunen de beweging naar het versterken van de lokale infrastructuur en het daarop aansluiten van de regionale structuren. Wachtlijsten bij de specialistische zorg geven ook een behoorlijke druk op die lokale structuur. Het terugdringen van de wachtlijsten moet de allerhoogste prioriteit hebben. Een goede screening aan de voorkant is daarbij essentieel. Wij vragen van de GRJR bij het terugdringen van de wachtlijsten dit in nauwe samenwerking met het CJG te Capelle aan den IJssel te doen. Hierbij vinden wij dat kritisch bekeken moet worden of hiervoor lokaal ingekochte jeugdhulp nodig is of specialistische jeugdhulp. Zorgen over de Coronapandemie en de gevolgen hiervan voor jeugdigen die in de knel zitten en jeugdhulp nodig hebben. Wij verwachten van de GRJR dat zij hier samen met de gemeenten aan werkt. En we verwachten dat de GRJR dat zij onderzoekt wat lokaal met het CJG Capelle georganiseerd kan worden om deze problematiek op te lossen.
Wij vragen de GRJR om de gemeenteraad adequaat en tijdig te informeren over actuele ontwikkelingen waaronder de besteding van de door het Rijk ter beschikking gestelde extra middelen, sturing op wachtlijsten, verwachte resultaten en eventuele tekorten. En ons aan te geven welke mogelijkheden de gemeenteraden hebben om bij te sturen. Wij stellen dan ook voor om in het najaar van 2021 samen met de GRJR opnieuw een vergelijkbare informatiebijeenkomst te organiseren.
Zorgen over de Coronapandemie en de gevolgen hiervan voor jeugdigen die in de knel zitten en jeugdhulp nodig hebben. Wij verwachten van de GRJR dat zij hier samen met de gemeenten aan werkt. En we verwachten dat de GRJR dat zij onderzoekt wat lokaal met het CJG Capelle georganiseerd kan worden om deze problematiek op te lossen.
Wij stellen voor om de tarieven niet te indexeren, en daarbij alleen een uitzondering te maken als indexatie volgt uit een wettelijke verplichting. Ook volgt de voorgestelde indexatie al twee jaar niet de brief van de kring van gemeentesecretarissen. 13 CLK/Capelle ad Ijssel
Wij begrijpen dat het bestuur van de GRJR heeft afgesproken om vóór 1 juli 2021 naar aanleiding van de financiële ontwikkelingen scenario's uit te werken die recht doen aan de gewenste opbouw van de lokale zorg zoals de transformatie zoals die nader uitgewerkt is in de Regiovisie. Wij vragen de GRJR ons na vaststelling van de Begroting 2022 door het algemeen bestuur op 2 juli 2021 te informeren over deze te ontwikkelen scenario's in een meerjarenbegroting GRJR 2022 en verder.
Samen met de GRJR willen wij graag zoeken naar andere en juiste prikkels om de kosten te beheersen zonder dat dit tot ongewenste effecten leidt. Wij constateren dat voor de Capelse kinderen/jongeren geen of niet tijdig zorg beschikbaar is omdat het budgetplafond van aanbieders in de regio bereikt is maar er op Capelse schaal soms sprake is van onderbenutting waarmee zorg mogelijk wel geleverd kan worden. De gemeenteraad van Capelle aan den IJssel bepleit dan ook het opheffen van de budgetplafonds op lange termijn.
14 CLK/Lansingerland
Er spelen een aantal factoren die maken dat de Ontwerpbegroting 2022 bepaalde onzekerheden met zich meebrengt. De eerste factor is de Covid19 pandemie. Er klinken geluiden dat de gevolgen hiervan zeker nog twee tot drie jaar doorwerken. Dit effect zullen we dan waarschijnlijk ook terug zien in de financiële cijfers. Daarnaast maakte het Rijk onlangs bekend dat zij voor 2021 incidenteel extra middelen toekennen voor de Jeugdhulp. Onduidelijk is of het Rijk ook met structurele middelen over de brug komt. Dit is dus ook een onzekerheid bij de begroting. In combinatie met de twee eerder genoemde onzekerheden versterkt dit de opvatting dat de eerdere taakstelling zoals opgenomen in de Kadernota 2022 niet realistisch is. Wij vragen u daarom om deze taakstelling te heroverwegen. Daarnaast dringen we erop aan dat een taakstelling niet voorbijgaat aan de aanpak van de twee grootste problemen van dit moment: toename van het aantal jeugdigen met zeer ernstige problematiek en de hoge wachtlijsten. Wij stellen voor een realistische begroting op te stellen voor de regionale jeugdhulp, uitgaande van het principe dat verwoord is in de regionale visie: lokaal waar het kan, regionaal waar nodig.
Wij bedanken u voor uw inzet om de juiste zorg voor alle jeugdigen in onze regio te realiseren. Daarnaast waarderen wij uw inzet bij VWS waar u regelmatig mee in gesprek bent om de problematiek in onze regio aan te kaarten. Wij denken dat het zeker van belang is om dit te blijven agenderen.
15 CLK/Krimpen ad Ijssel
Bij de vaststelling van de begroting moet rekening gehouden worden met de regiovisie. Wij ondersteunen de beweging naar het versterken van de lokale infrastructuur en het daarop aansluiten van de regionale. Op dit moment constateren wij echter dat hier nog de nodige inspanningen voor nodig zijn. Wachtlijsten bij de specialistische zorg geven ook een behoorlijke druk op die lokale structuur. Het gevolg is dat én kinderen/jongeren veel te lang wachten op zorg én dat ons Krimpens Sociaal Team te veel onder druk komt te staan. Het terugdringen van de wachtlijsten moet de allerhoogste prioriteit hebben. Een goede screening aan de voorkant is daarbij essentieel. We dienen als gemeenten niet star vast te houden aan budgetplafonds, maar te zoeken naar andere juiste prikkels om de kosten te beheersen zonder dat dit tot ongewenste effecten leidt. Wij constateren dat voor de Krimpense kinderen/jongeren geen zorg beschikbaar is omdat het budgetplafond voor de regio bereikt is maar er op Krimpense schaal sprake is van onderbenutting. Ons inziens is dit een negatief gevolg van de budgetplafonds mede in relatie tot de vlaktaks systematiek.
Tot slot willen wij u de suggestie meegeven de opbouw van de begroting te baseren aan de hand van de methode Zero Based Budgetting, de gemeente Brielle heeft daar goede ervaring mee.
Wij vragen u om ons regelmatig op de hoogte te brengen van de situatie, de verwachtingen en ontwikkelingen en de ingezette acties vanuit de GRJR. Wij vragen u om openheid en transparantie in de dilemma’s die spelen en daarbij tijdige informatievoorziening.
Wij zijn er van overtuigd dat een goede aansluiting van de lokale en regionale inzet cruciaal blijft om jeugdhulp effectief en efficiënt in te kunnen zetten, alleen dan kunnen we de cliënten een adequate ondersteuning bieden. Wij vinden het onverantwoord dat kinderen, die jeugdhulp nodig hebben, langer dan de gestelde normen moeten wachten op hulp. Hierbij vinden wij dat wel kritisch bekeken moet worden of hiervoor lokaal ingekochte jeugdhulp nodig is of specialistische jeugdhulp.
Wij ondersteunen de inzet van wethouder Hugo van der Wal om de budgetplafonds deels los te laten en de vlaktaks systematiek af te schaffen per 1 januari 2023 en over te stappen op een systeem, waarbij de inleg gebaseerd wordt op het gebruik, waarmee onzes inziens meer recht gedaan wordt aan de uitgangspunten van de recent vastgestelde regiovisie ‘Nabij en passend’.
Van alle gemeenten, zorgaanbieders en uitvoeringsorganisatie vraagt het effectief en efficiënt inzetten van jeugdhulp veel daadkracht om de gestelde ambities daadwerkelijk te realiseren. Van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling vraagt dit een proactieve inzet.
In de concept begroting die nu voorligt is slechts zeer beperkt rekening gehouden met de wijziging van het woonplaatsbeginsel. Wij willen u oproepen meer de regie te nemen bij het inzichtelijk maken van de gevolgen van de wijziging van het woonplaatsbeginsel en het effect op de inleg per gemeente. De gevolgen van het woonplaatsbeginsel voor onze gemeente is een tweede argument om de vlaktaks systematiek versneld af te schaffen.
ONTWERP BEGROTINGSWIJZIGING 2021 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Inleiding Voor u ligt de (eerste) begrotingswijziging 2021 van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond beter bekend als Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Dit is een ontwerpbegrotingswijziging waarop de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze kunnen geven. Pas daarna zal het bestuur van de GRJR hierover definitief besluiten. Deze begrotingswijziging is als volgt opgebouwd: 1. Wijziging begrote baten en lasten 2021 2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2021 3. Aanpassingen risicoparagraaf 4. Besluit
2
1. Wijziging baten en lasten 2021 In de periode tot juli 2021 heeft de GRJR te maken met diverse ontwikkelingen die het realiteitsgehalte en evenwicht in de vastgestelde begroting 2021 beïnvloeden. Het gaat hierbij om: - Een check hoe reëel de begroting is - Druk op spoedhulp en oplopende wachttijden mede als gevolg van Coronamaatregelen. Reële begroting tegen het licht van realisatie 2020, rekening houdend met de taakstellingen De vastgestelde begroting 2021 is gebaseerd op de aanname dat de hoeveelheid in 2019 geleverde zorg constant blijft, en dat daarnaast een besparingseffect optreedt van taakstellingen (met name transformatieplannen). Om na te gaan of de hierop gebaseerde begroting voldoende reëel is, is gekeken naar de getalsmatige ontwikkeling van de jeugdhulpverlening. Overigens is deze cijferexercitie met de nodige slagen om de arm gedaan; de informatievoorziening is immers een onderdeel van het verbeterplan van de GRJR. Opdracht A Pleeghulp In 2019 ontvingen ca 1.840 jeugdigen met pleeghulp. De budgetten in de begroting ‘21 is berekend op ditzelfde aantal (uitgaand van gelijkblijvende gemiddelde kosten en prijspeil ‘21). - Daar komt bovenop dat de taakstelling in de begroting ‘21 voorziet in extra pleeghulp, omdat daarmee een besparing mogelijk wordt op hulp met verblijf.
Dit is vertaald in extra budget voor pleeghulp; voor 2021 genoeg voor ca 30 extra, in totaal 1.870 jeugdigen. - Uit de voorlopige jaarcijfers 2020 blijkt dat meer dan 2.100 unieke jeugdigen zijn bereikt met pleeghulp. De gerealiseerde kosten zijn ca. €23,4 miljoen. Omdat in 2021 een grote campagne gaande is om meer pleeggezinnen te werven, moet worden aangenomen dat het aantal pleegkinderen, en de feitelijke uitgaven, minimaal op dit niveau zullen komen. Deze wenselijke ontwikkeling komt daarmee hoger uit dan het geraamde taakstellingseffect. Voorgesteld wordt om voorzichtigheidshalve de begroting ’21 voor pleeghulp minstens te verhogen naar het realisatieniveau 2020, waarbij om hetzelfde aantal jeugdigen te blijven bereiken dient te worden geïndexeerd naar prijspeil ’21. Dit betekent een verhoging met €2,2 miljoen. Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de geraamde baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
Subsidiëring voor jeugdhulptrajecten in het kader van het adolescentenstrafrecht (ASR) Bij deze vorm van jeugdhulp is de instroom van casuïstiek is niet beïnvloedbaar door de gemeenten en de GRJR. Voor 2020 was extra subsidietoekenning noodzakelijk. In de jaarrekening 2020 is dan ook een overschrijding van €0,77 miljoen zichtbaar. Op dit moment is al zeker dat voor 2021 minimaal eenzelfde overschrijding onvermijdelijk is. Het budget is voor 2021 slechts geïndexeerd, voorgesteld wordt om de begroting ’21 met de onvermijdelijke extra uitgaven op te hogen (met geïndexeerde bedragen). Dit komt neer op €0,78 miljoen extra.
3
Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
Spoedhulp - Onder meer in onze regio zijn al langere tijd zorgen over de wachttijden met name in de specialistisch ambulante jeugdhulp (opdracht E) en meer recent de grote druk op de ambulante spoedhulp. Oorzaak van de stijging van de druk is een combinatie van maatschappelijke gevolgen van Covid-19, de al langer bestaande wachttijden en een gelimiteerd budget voor ambulante hulp door het sturen op het budgetplafond. Deze trend zet zich vooralsnog voort in 2021. Voor onze regio verwachten de aanbieders dat het aantal jeugdigen dat spoedhulp nodig heeft – en noodzakelijke vervolghulp - met circa 250 jeugdigen zal stijgen ten opzichte van 2020. Dit is instroom die wij niet kunnen opvangen met het huidige budget. - De ontstane situatie heeft het GRJR-bestuur doen besluiten om voor 2021 het budgetplafond in opdracht E met € 4 miljoen te verhogen en via de kwartaalrapportages te monitoren hoe de uitnutting van de budgetten in E zich ontwikkelt. Er is gerekend op ca. 200 kinderen extra met een gemiddeld bedrag van ca €20.000 per spoedtraject (6 weken stabilisatie plus gemiddeld 43 weken behandeling). Deze verhoging van het budgetplafond is in maart per brief aan de gemeenteraden kenbaar gemaakt.
- Inmiddels is bekend dat het Ministerie van VWS extra geld beschikbaar stelt voor “tijdelijke uitbreiding (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-GGZ zodat aan de grote zorgvraag mede als gevolg van corona tegemoetgekomen wordt (specifieke uitkering € 50 mln).” VWS heeft aangegeven “deze middelen te verstrekken via een specifieke uitkering aan een beperkt aantal coördinerende gemeenten op basis van een ingediend plan. Daarin worden specifieke bestedingsdoelen opgenomen zodat de middelen beschikbaar komen voor aanbieders en jongeren. De kern is een tijdelijke uitbreiding crisiscapaciteit zodat aan de grote extra zorgvraag tegemoetgekomen kan worden.” - Voorgesteld wordt de begroting 2021 voor spoedhulp in lijn met te brengen met het AB-besluit van maart 2021 door het budget voor E met €4,0 miljoen te verhogen. Dekking: Om deze incidentele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om voor hetzelfde bedrag baten te ramen uit beschikbaarstelling van specifieke uitkering (via coördinerende gemeente). Het aandeel voor de regio Rijnmond zal naar verwachting ca €4 miljoen bedragen maar het risico dat dit lager uitpakt moet worden opgenomen in de risicoparagraaf. De opgenomen bijdrage uit specifieke uitkering (SPUK) is gebaseerd op de brief van de Minster van VWS aan de Tweede Kamer. Op 23 april heeft het kabinet besloten om voor 2021 €613 miljoen beschikbaar te stellen.
Hiervan is €50 miljoen specifiek voor de tijdelijke uitbreiding (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-ggz (hierna: acute jeugd-ggz) zodat aan de grotere zorgvraag mede als gevolg van corona tegemoet gekomen kan worden. Deze €50 miljoen wordt, conform afspraak tussen het Rijk en de VNG verstrekt middels een specifieke uitkering (SPUK) aan medeoverheden op grond van de Kaderwet VWS. Samen met de VNG, de Nederlandse GGZ en de NVvP wordt uitgewerkt op welke wijze deze middelen terecht komen bij de aanbieders die deze zwaardere zorg verlenen én die nu acute problemen ervaren. Momenteel wordt op rijksniveau concreet uitgewerkt welke aanbieders hierin betrokken zijn en welke gemeenten dan als coördinerende gemeenten zal worden aangewezen. (Dit gaat niet rechtstreeks via de GRJR omdat niet in iedere regio een GR voor jeugdhulp bestaat.) Het ligt voor de hand dat dit voor de regio Rijnmond de gemeente Rotterdam zal zijn en de
4
door de GRJR gecontracteerde aanbieders in perceel E Ambulante hulp die spoedhulp verlenen. Over de precieze omvang en financieel-technische handelwijze zal afstemming tussen gemeente Rotterdam en GRJR plaatsvinden.
Aanpak wachttijden - Met name voor ambulante hulp zijn de wachttijden al langer hoog. Sinds eind 2020 zien we een stijging van de wachttijd en het aantal wachtenden. Dit is mogelijk ook een effect van de tweede lockdown in verband met Corona. Dit leidt tot andersoortige en zwaardere problematiek (zoals eetstoornissen, suïcide), meer spoed/nood op de wachtlijst, langere trajecten door afzeggen consulten (dus minder ruimte voor nieuwe instroom) en tot slot uitval van personeel (waardoor nog minder ruimte voor instroom). - Deze ontwikkelingen waren het afgelopen halfjaar aanleiding tot diverse acties en maatregelen. In de eerste plaats blijven we de gezamenlijke aanbieders van ambulante hulp verantwoordelijk houden voor maximale benutting van de capaciteit. We ontwikkelen samen met de aanbieders een nieuwe aanpak om de wachttijden naar beneden te brengen waarin triage en trajectregie centraal staan. Daarnaast geven we vorm aan een doorbraakaanpak voor kinderen met jeugdbeschermingsmaatregel. Ondertussen sturen we erop dat gegevens over kinderen op de wachtlijst bekend zijn bij de betreffende gemeente, zodat waar mogelijk alternatieve oplossingen worden ingezet. Ter ondersteuning van de sturing op de wachttijden verbeteren we met voorrang de informatievoorziening hierover.
- Als gemeenten en aanbieders in de regio hebben we in februari 2021 een gezamenlijke brief aan het Ministerie van VWS gestuurd met een oproep voor extra budget. VWS heeft inmiddels bekend gemaakt dat via de Algemene Uitkering extra geld beschikbaar komt voor zowel regionale inzet (255 miljoen) als lokale inzet (238 miljoen): “Dit deel richt zich op meer regie op het beperken van de oplopende onverantwoorde wachttijden i.c.m. de escalatie van de wachtlijsten a.g.v. de toegenomen en geëscaleerde zorgvraag door corona. Daarmee heeft dit bedrag twee dimensies: o Daar waar bij specialistische jeugdhulp wachttijden zijn die boven een redelijke norm stelt het de (samenwerkende) gemeenten in staat de wachtlijsten terug te brengen naar de norm. Dit vereist een actieve inzet van gemeenten in een goede samenwerking met zorgaanbieders. o Daar waar bij de specialistische jeugdhulp de wachttijden reeds zijn teruggebracht tot op of onder de norm is dat veelal ten koste gegaan van andere noodzakelijke uitgaven dan wel lastenstijgingen en bieden de extra middelen soelaas om die verdringing te compenseren. De raming is gebaseerd op het bedrag dat nodig is voor het in zorg nemen van de kinderen die bij regionaal ingekochte specialistische jeugdzorg onnodig lang wachten op zorg.
Aangezien er geen landelijk beeld is, is dat cijfer gebaseerd op een extrapolatie van de via de VNG door gemeenten aangeleverde input.” - De bedragen en extrapolaties die VWS noemt zijn in overwegende mate afkomstig van de regio Rijnmond. In de lobby hebben wij de omvang van de wachtlijst uitgedrukt als voorraad ‘onderhanden werk’ waarvan de omvang uitkomt op circa €15 miljoen euro per jaar. Dit is
5
gebaseerd op het aantal kinderen dat langer wacht dan de zgn. Treeknorm (14 weken), vermenigvuldigd met de gemiddelde kosten per jaar voor hulp waarop wordt gewacht. - Voor de acute aanpak van de wachttijden voor de regionale hulp worden momenteel concrete plannen uitgewerkt. Deze projectmatige aanpak met de huidige regionaal gecontracteerde zorgaanbieders is erop gericht om binnen de huidige contracten meer wachtenden te helpen zodat de gemiddelde wachttijd weer onder de Treeknorm komt. Deze projectmatige aanpak komt náást de ingezette structurele maatregelen (transformatie, nieuwe inkoop, uitwerking regiovisie) en moet ook leiden tot een structurele aanpak om het opnieuw oplopen van de wachttijden vanaf 2023 te voorkomen. - Voor de aanpak van de wachttijden is in samenspraak met de aanbieders een periode van drie jaar (steeds met €15 miljoen op jaarbasis) ingeschat. In de projectaanpak kunnen voor 2023 nog geen verplichtingen worden aangegaan omdat de huidige contracten lopen tot 31 december 2022. Ook is het wenselijk om eerst preciezer te bepalen welke projectdoelen binnen de lopende contractperiode moeten worden bereikt. Een en ander komt terug in de Kadernota 2023 en wordt in de meerjarenbegroting nu nog als PM opgenomen.
Voorgesteld wordt om voor 2021 (en 2022 (de lopende contractperiode)) tweemaal incidenteel €15 miljoen op jaarbasis extra in te zetten om het project Aanpak wachttijden uit te voeren. Voor 2021 komt dit neer op extra investering in het tweede halfjaar van €7,5 miljoen. Extra budget E Project Aanpak Wachttijden (X € 1 miljoen) Begroting 2021
Te begroten bedrag
Er was begroot
Verschil
7,5
0 (def)
+7,5 (wijz)
Dekking: Ter dekking van deze incidentele lastenstijging wordt voorgesteld om de baten uit inleg van de deelnemende gemeenten voor 2021 en voor 2022 met €7,5 miljoen te verhogen. In de separate agendapost vaststelling begroting 2022 wordt voorgesteld om de begroting 2022 met een incidenteel tekort van €7,5 miljoen vast te stellen. Gezien de concrete toelichting op de extra middelen van VWS wordt voor dekking hiervan een beroep gedaan op de in 2021 incidentele extra algemene uitkering van €15 miljoen.
De beschreven mutaties leiden tot de volgende gewijzigde begroting:
6
Begroting 2021
Begroting 2021 vastgesteld
Ontwerp 1e wijziging
Begroting 2021 na wijziging
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten
246.686.158
Bijdrage uit specifieke uitkering (SPUK)
10.480.000
257.166.158
4.000.000
4.000.000
Bijdrage Rijksoverheid transformatiefonds
0
Bijdrage Rijksoverheid "meer samen doen in crisis"
0
Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
0 246.686.158
14.480.000
261.166.158
A Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp)
21.845.040
2.200.000
24.045.040
B Weer naar huis (Opname)
62.247.659
LASTEN
C
Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)
62.247.659
9.342.676
9.342.676
D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)
14.513.379
14.513.379
E Pakket thuis (Ambulante hulp)
43.880.862
F Crisishulp
9.467.944
9.467.944
G Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI)
48.637.712
48.637.712
11.500.000
55.380.862
-
3. KSCD
-
H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
16.375.541
I Overige
15.436.758
1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)
1.736.000
2. Extra ASR
1.147.800
3. Landelijke inkoop
12.148.598
16.375.541 780.000
16.216.758 1.736.000
780.000
1.927.800 12.148.598
4. Acute dienst GGZ
404.360
404.360
Uitvoeringskosten
7.623.284
7.623.284
Risico's Jeugdhulp
3.626.839
3.626.839
io Organisatiekosten GR
3.521.445
3.521.445
ic Specifieke ICT-kosten
100.000
100.000
ia Accountantskosten
75.000
75.000
iw Werk en Onderzoek
300.000
300.000
i
tl Transformatiefonds/Innovatie
U Overige kosten z Totaal lasten Taakstelling (zie plan van aanpak)
249.370.855
14.480.000
263.850.855
2.684.697-
2.684.697-
246.686.158
261.166.158
Nog in te vullen taakstelling z Totaal lasten na Taakstelling
SALDO Totaal resultaat
-
0
0
7
2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2021 Op basis van de in de begroting 2021 opgenomen systematiek leidt de bijstelling van de begroting tot hieronder genoemde aangepaste bijdragen per gemeente. Onderstaande verhoging van de inleg is gebaseerd op de begroting 2021 (de vlaktaks). Het gedeelte van €7,5 miljoen waarvoor de GR een beroep doet op geld dat het rijk via het gemeentefonds (AU) beschikbaar stelt, moet nog op basis van de AU worden toebedeeld. Zodra de details van deze verdeling bekend zijn, zal een erratum worden gemaakt van onderstaande tabel. Deelnemers Inleg 2021 Oud GR Albrandswaard 2.665.847 Barendrecht 6.309.958 Brielle 1.418.286 Capelle aan den IJssel 11.308.565 Goeree-Overflakkee 7.247.118 Hellevoetsluis 6.005.701 Krimpen aan den IJssel 5.764.823 Lansingerland 9.521.757 Maassluis 5.791.041 Nissewaard 18.390.391 Ridderkerk 7.055.819 Schiedam 16.261.017 Vlaardingen 15.934.555 Westvoorne 1.409.587 Rotterdam 131.601.693 Totaal 246.686.158
Extra inleg 118.049 288.352 68.706 533.510 291.668 276.809 259.781 374.117 237.111 797.637 300.543 690.938 652.564 84.462 5.505.753 10.480.000
Inleg 2021 Nieuw 2.783.896 6.598.309 1.486.992 11.842.075 7.538.786 6.282.510 6.024.603 9.895.874 6.028.152 19.188.028 7.356.362 16.951.955 16.587.119 1.494.049 137.107.446 257.166.158
3. Aanpassingen risicoparagraaf Op basis van een risico-inventarisatie die in samenwerking met de gemeenten is opgesteld was in de begroting 2021 geconcludeerd dat de omvang van het gewogen risico beheersbaar is en dat er geen apart weerstandsvermogen gevormd hoeft te worden. Wel werd er voor 2021 een risicobudget opgenomen ter hoogte van € 3,6 mln. In de begroting waren vijf risico’s benoemt met de grootste financiële gevolgen of politieke impact die kunnen optreden ten aanzien van de uitvoering van de GRJR op basis van de opgestelde begroting. Gezien de realisatiecijfers 2020 en de ontwikkelingen is aanvullend aandacht voor de volgende risico’s: - Taakstellingseffect op uitgaven B en C valt tegen doordat snellere uitstroom naar andere voorzieningen niet of later optreedt. - Tegenvallende uitgaven LTA en BRP door moeilijke voorspelbaarheid en beheersbaarheid van het gebruik. - Extra subsidienoodzaak JBRR indien overgang drangtaken en ontwikkeling ondersteuningsproduct moeilijker verlopen dan voorzien. - Extra subsidienoodzaak VTRR indien mede door Corona het aantal meldingen en uit te voeren adviezen en onderzoeken in aanzienlijke mate stijgt. - Het ontstaan van een dekkingstekort doordat het aandeel in de specifieke uitkering voor spoedhulp lager is dan de verwachte €4,0 miljoen. 8
4. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 2 juli 2021,
J. Bokhove Voorzitter Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond Rijnmond
Mr. S. Hammer Secretaris Openbaar Lichaam Jeugdhulp
9
Aan t.a.v. van
Raden van de deelnemende gemeenten
datum onderwerp bijlage
2 juli 2021 Reactie op zienswijzen Ontwerpbegroting 2022 Samenvatting zienswijzen en afzonderlijke zienswijzen
Algemeen Bestuur GRJR
Per brief van 28 april jl. heeft het bestuur van de GRJR u gelegenheid gegeven uw zienswijze te geven op de Ontwerpbegroting 2022. Wij danken u voor uw zienswijze. De definitieve begroting 2022 is in lijn met de ontvangen zienswijzen vastgesteld. Als bijlage vindt u een overzicht van de ingebrachte punten en onderstaand geven wij onze reactie. Terugblik op het begrotingsproces Voor ons is van groot belang aansluiting te houden op de ontwikkelingen en behoeften van de deelnemende gemeenten. Om die reden legden wij u al eerder onze kadernota voor met uitgangspunten voor de begroting 2022. We stelden de ontwerpbegroting 2022 op vanuit die uitgangspunten, maar constateerden dat zich ondertussen belangrijke ontwikkelingen voordoen die invloed hebben op de GR-begroting. Enerzijds zagen we oplopende wachttijden mede door Corona, anderzijds was een intensieve lobby voor meer rijksmiddelen gaande. Mede omdat uw raden ons bij de kadernota opriepen realistisch te begroten, besloten we om scenario’s uit te zoeken die uiteindelijk bij de definitieve begrotingsvaststelling in juli zouden worden betrokken. Gezien de grote onduidelijkheden, het benodigde uitzoekwerk en de vereiste afstemming was dit voor ons de best haalbare aanpak. De zienswijzeprocedure kreeg door deze omstandigheden een bijzonder karakter.
Uw zienswijzen zijn tegelijk een reactie op onze handelwijze én een toetssteen voor de definitieve begroting. Wij krijgen van meerdere raden terug dat deze situatie het niet gemakkelijk maakt om een zienswijze te geven. De raad van Barendrecht wijst er daarbij op dat wij zo ook niet voldoen aan de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wij erkennen dat en danken u voor uw begrip voor en flexibiliteit. De definitieve begroting wijkt op punten af van de ontwerpbegroting. Het gevolgde scenario houdt de impact voor de deelnemende gemeenten zo beperkt mogelijk (zie verderop). Wij wijzen u op voorhand op de mogelijkheid in de Wet gemeenschappelijke regelingen om desgewenst uw zienswijze over de door ons vastgestelde definitieve begroting kenbaar te maken aan Gedeputeerde Staten. Realistische begroting In nagenoeg alle zienswijzen wordt het belang van realistisch begroten benadrukt. De gestelde doelen en begrote middelen moeten met elkaar kloppen om te voorkomen dat doelen niet kunnen worden behaald en/of dat achteraf grote tegenvallers blijken. De ontwerpbegroting is hierop getoetst.
We hebben geconstateerd dat zeker extra budget nodig is voor pleeghulp (hulp die we sterk stimuleren) en voor hulpverlening in het kader van adolescentenrecht (hulp op last Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond p/a Gemeente Rotterdam Jeugd en Onderwijs Postbus 70014 3000 KS Rotterdam www.jeugdhulprijnmond.nl
1
van rechter) omdat daar anders onvermijdelijk een tekort zal ontstaan. Deze budgetten zijn onderbouwd opgehoogd in de definitieve begroting 2022 (en in een ontwerpbegrotingswijziging 2021). Veel andere budgetten staan ook onder druk, maar een eventuele overschrijding hangt af van de verdere ontwikkelingen. Voor deze budgetten is de risicoparagraaf aangevuld. Indexering In de ontwerpbegroting was aangegeven dat we de laatst bekende index voor loonkosten in de zorg (de zogenaamde OVA) toepassen. Het definitieve indexpercentage is nu bekend. Dit ligt met 2,01% aanzienlijk lager dan het voorlopige percentage van 3,24% in de ontwerpbegroting 2022. Met dit voordeel worden de eerdergenoemde budgetverhogingen 2022 opgevangen. De raden van Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk bepleiten om niet te indexeren tenzij wettelijk verplicht. De raad vraagt ook om minder begrotingswijzigingen en meer sluitende jaarrekeningen. Ons bestuur heeft in de Kadernota en begroting als overweging voor indexatie aangegeven dat dit bijdraagt aan een realistische begroting. Het gaat immers om een reële en autonome stijging van kosten gegeven eenzelfde noodzakelijke omvang van de dienstverlening.
Juist door passend te indexeren wordt voorkomen dat door onvermijdelijke kostenontwikkeling achteraf tekorten ontstaan of, erger nog, onvoldoende zorg wordt geleverd.1 Begrotingsscenario in verband met Corona-impact en wachttijdenproblematiek Verschillende raden geven aan hoe met de extra rijksmiddelen voor jeugdhulp om te willen gaan. Zo vraagt bijvoorbeeld de raad van Rotterdam te kijken naar effecten van corona en inzet van de extra toegekende middelen. Het gaat dan in eerste instantie over de extra incidentele €613 miljoen die inmiddels officieel bekend is gemaakt, en om structurele extra middelen naar aanleiding van de arbitrage tussen gemeenten en rijk waarover nog nadere informatie moet komen. De gemeenten op Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee geven aan dat zij zonder zekerheid over de structurele middelen voor de jeugdhulp niet meerjarig kunnen bijramen. Wij constateren dat we een balans moeten vinden tussen noodzakelijke extra inzet van regionaal ingekochte jeugdhulp en behoedzaamheid met een beroep op lokale middelen. Met name ook omdat lokale inzet van die middelen de eerste voorkeur heeft.
Op basis van de op dit moment beschikbare informatie is de begroting 2022 nu aangepast zodat: - enerzijds reeds beschikbare middelen kunnen worden ingezet voor de problematiek van acute hulp en wachttijden (vooral in de ambulante specialistisch hulp), - anderzijds de gemeenten hier zo min mogelijk budgettaire nadelen van ondervinden door aan te sluiten op de mate en wijze van beschikbaar komen van die extra dekkingsmiddelen. Concreet is dit als volgt uitgewerkt:
1 De raad van Ridderkerk merkt nog op: “Ook volgt de voorgestelde indexatie al twee jaar niet de brief van de kring van
gemeentesecretarissen”. Dit lijkt ons een misverstand: de richtlijn gaat specifiek over de apparaatskosten en deze worden conform de richtlijn geïndexeerd. Overigens liggen deze percentage in de begroting 2022 heel dicht bij elkaar (1,90% ambtelijke apparaatskosten, 2,01% voor loongevoelig deel zorgkosten).
2
-
-
-
-
De eerder dit jaar door ons bestuur gegeven ruimte om voor de acute hulp eenmalig €4 miljoen extra te mogen uitgeven is een ontwerpbegrotingswijziging 2021 vervat. De dekking hiervan wordt gevonden in een specifieke uitkering binnen de totale €613 miljoen. Om de wachttijdenproblematiek aan te pakken zetten we voor maximaal drie jaar een project op dat €15 miljoen op jaarbasis kost. Voor de tweede helft 2021 €7,5 miljoen in een ontwerpbegrotingswijziging 2021, voor heel 2022 €15 miljoen in de definitieve begroting en voor 2023 nog PM op basis van projectvoortgang in 2022 en nieuwe inkoopcontracten 2023. Voor deze aanpak van de oplopende wachttijden bij regionaal ingekochte hulp zit in de €613 miljoen incidentele middelen van het rijk een component van ca €15 miljoen. Deze €15 miljoen komt via de algemene uitkering naar de gemeenten in regio Rijnmond (náást een vergelijkbaar bedrag voor lokale wachttijden en lokale verdringingsseffecten). Op deze €15 miljoen doet de GRJR een beroep in twee stappen: €7,5 miljoen in een ontwerpbegrotingswijziging 2021 en €7,5 miljoen in de definitieve begroting 2022. Het gevolg van deze begrotingskeuzes is dat de definitieve begroting 2022 een incidenteel tekort van €7,5 miljoen bevat (€15 miljoen projectbudget versus €7,5 miljoen dekking uit de incidentele €613 miljoen).
Dit incidentele begrotingstekort achten wij voorlopig verantwoord, omdat het om projectmatige extra uitgaven gaat (die nu geautoriseerd doorgang kunnen vinden) en omdat inmiddels bekend is geworden dat er nog extra rijksmiddelen naar de gemeenten volgen (maar die nog niet zijn vastgesteld zodat daar nu nog geen beroep op kan worden gedaan). Wij nemen ons voor te zijner tijd van de gemeenten een extra bijdrage voor de nog ongedekte €7,5 miljoen te vragen met een ontwerpbegrotingswijziging 2022.
Ontwikkeling van de jeugdhulp De raden van Ridderkerk en Lansingerland spreken waardering uit voor onze inzet bij VWS om de problematiek in onze regio aan te kaarten. Net als de raad van Lansingerland denken wij dat het zeker van belang is om dit te blijven agenderen. Dat zullen wij zeker doen. De raden op de eilanden vullen hierop aan, dat zij verwachten dat we een coalitie aangaan met maatschappelijke partners en/ of de VNG om bij het ministerie onze regionale transformatiestrategie onder de aandacht te brengen. De regiovisie is een belangrijk instrument in het doorontwikkelen van de jeugdhulp, waarmee de raden laten zien aan het stuur te zitten. Zij verwachten ook dat de keuze om middelen te verdelen via de SPUK-regeling eenmalig is. Westvoorne noemt in dit kader nog de mogelijke inzet van rijksmiddelen voor proeftuinen. Het bestuur van de GRJR werkt, uiteraard vanuit de nieuwe regiovisie, aan de invulling van de regionaal ingekochte jeugdhulp in aanvulling op de lokale infrastructuur. Vanuit de gedeelde visie behartigen wij in onze rol de belangen van de gemeenten, onder meer in de wijze waarop we de inkoop 2023 aanpakken. Voor het breed uitdragen van de transformatiestrategie achten wij overigens de regioagenda en gezamenlijke inzet van de vijftien gemeenten leidend.
De raden van Schiedam, Vlaardingen en Maassluis verzoeken om de stijgende prijzen te onderzoeken en hiernaar te handelen. Het lijkt hen daarbij goed om te bezien of de conclusies uit het AEF-rapport naar de landelijke stijging van kosten voor de jeugdhulp ook voor onze regio gelden, of dat ook andere factoren een rol spelen. Capelle ad IJssel wil graag samen met de GRJR zoeken naar andere en juiste prikkels om de kosten te beheersen zonder dat dit tot ongewenste effecten leidt. De raad bepleit opheffing van de budgetplafonds aangezien voor de Capelse kinderen/jongeren geen (tijdige) zorg beschikbaar is als het budgetplafond van
3
aanbieders in de regio bereikt is terwijl op Capelse schaal soms onderbenutting is. De raad van Krimpen aan den IJssel wijst op hetzelfde probleem. Wij constateren dat in vervolg op diverse landelijke rapporten, de regiovisie op de jeugdhulp en de regioagenda van de vijftien gemeenten een beleidsmatige discussie op gang is gekomen over de reikwijdte van de specialistische jeugdhulp en de beste (‘lokale’ en/of ‘regionale’) inzet van middelen om jeugdigen (die altijd ‘lokaal zijn’) te helpen. De GRJR is volgend op het beleid van de gemeenten maar faciliteert de discussie en afstemming hierover. Dit is een belangrijk doel van de regionale inkoopaanpak 2023 en van het strategisch informatieplan. Bij de inkoop 2023 houdt de GRJR in nauw overleg met de gemeenten zo goed mogelijk rekening met deze discussies en met de diverse vraagstukken die door de diverse raden worden aangekaart, zoals de beheersing van de kosten, de ontwikkeling van kosten/tarieven, het gebruik van budgettaire kaders/plafonds, de aansluiting op lokale inzet, enzovoorts. Regionaal contractmanagement en lokale teams De raden van de MVS-gemeenten spreken hun zorg uit over de stijgende tendens in wachtlijsten voor specialistische GGZ-hulp en de zwaarte en complexiteit van zorgvragen. We zijn blij dat in dit verband onze verhoogde aandacht voor goed opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap wordt opgemerkt.
We stimuleren daarin goede samenwerking tussen aanbieders en gemeenten bij het bepalen van juiste hulp en op orde hebben van administraties. De raden op de eilanden benadukken ‘de rol van de lokale teams als spelverdeler’. Wij sturen er in ons contractmanagement ook op dat specialistische jeugdhulpaanbieders en de veiligheidsketen in hun bedrijfsvoering meegroeien met de uitgangspunten van de regiovisie. Terecht merken deze raden op dat afstemming van lokale werkwijzen evengoed van belang is. De raden van Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel geven aan dat in het bijzonder voor het terugdringen van wachtlijsten kritisch bekeken moet worden of hiervoor lokaal ingekochte jeugdhulp nodig is of specialistische jeugdhulp. In de projectmatige aanpak van de wachttijdenproblematiek speelt inderdaad het samenspel met de lokale partners een grote rol. Wij benadrukken dat de lokale toegang tot de specialistische jeugdhulp hierin ook voor ons bepalend is. Informatievoorziening en betrokkenheid raden De raden van Ridderkerk, Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland staan in hun zienswijzen stil bij onze informatievoorziening aan hen. We zijn blij dat de stappen die we hierin zetten worden opgemerkt door de raad van Ridderkerk. We gaan daar mee verder.
We zien en begrijpen de toenemende behoefte aan gemeente-specifieke informatie (Ridderkerk: “concreet en precies inzicht in alle Ridderkerkse jeugdigen op de wachtlijst”), dat past helemaal bij de regiovisie om in toenemende mate de regionale inzet op de lokale infrastructuur aan te sluiten. De raden van Capelle aan den IJssel en Lansingerland maken expliciet, dat zij adequaat en tijdig willen worden geïnformeerd over actuele ontwikkelingen en ingezette acties, verwachtingen en eventuele tekorten. Wij vermoeden dat alle raden deze behoefte zullen herkennen zodat zij mogelijkheden hebben om bij te sturen. Gezien de complexe opgaven en grote dynamiek is dit niet altijd eenvoudig. Wat ons betreft terecht, nodigt de raad van Lansingerland ons hierbij uit tot openheid en transparantie in de dilemma’s die spelen en daarbij
4
tijdige informatievoorziening. Wij zijn daarbij overigens altijd bereid om een bijdrage te leveren aan raadsbijeenkomsten. De raad van Barendrecht vraagt ons onszelf te committeren aan de doelstelling om voor 15 april de door de extern accountant gecontroleerde jaarstukken te verzenden. En zorg te dragen voor het inrichten van een zodanig administratief-organisatorische bedrijfsvoering dat deze doelstelling ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. In het verbeterplan voor de GRJR staan de P&C cyclus en de informatievoorziening als hoofdthema’s centraal. Daaraan wordt hard gewerkt teneinde beter in control te komen. Dit verbeterproces is in 2021 in een versnelling gebracht met als ultieme (maar zeer ambitieuze) doelstelling om de volgende jaarrekening voor 15 april kant en klaar te hebben zonder forse bijstellingen daarna. In de ideale situatie beschikken we dan ook al over een accountantsoordeel. Wij wijzen er wel op dat dit gegeven de voorgeschiedenis uiterst ambitieus is en dat Wet gemeenschappelijke regelingen verplicht stelt, om voorlopige jaarstukken voor 15 april en de definitieve jaarstukken voor 15 juli vast te stellen. Voor definitieve vaststelling is een accountantsoordeel een vereiste. De raad van Barendrecht verzoekt verder om voor het inzicht een kolom toe te voegen met de (definitieve) deelnemersbijdrage per gemeente op basis van de jaarrekening.
En om in toekomstige jaarstukken een meerjarige ontwikkeling op te nemen van de historische werkelijke deelnemersbijdrage per jaar per deelnemende gemeente (excl vlaktaks verschuivingen). In lijn met ons verbeterplan werken bij aan de ontwikkeling van de P&C stukken; aan deze waardevolle verbeterpunten geven we daarin vervolg. Specifieke aandachtpunten Sturing op kwaliteit - De raden van Rotterdam en Ridderkerk stellen de sturing op kwaliteit aan de orde. Op de vraag van Rotterdam hoe de gemeenteraden meer sturing op de kwaliteit van de dienstverlening kunnen uitoefenen, is ons primaire antwoord dat hiervoor de gemeentelijke beleidskaders en de gemeentelijke toegang tot de jeugdhulp de belangrijkste middelen waarover zijn de raad beschikt. Daarnaast besteden we in de nieuwe inkoopaanpak uitgebreid aandacht aan de inhoudelijke kwaliteit van hulp en de sturing daarop. De raad van Ridderkerk geeft heel specifiek aan in de jaarrekening 2021 graag terug te zien, hoe om is gegaan met het kwaliteitskader BVKZ (Branchevereniging Kleinschalige Zorg), effectieve interventies zoals opgenomen in de databank van het Nederlands Jeugd Instituut, de LVG-thematiek (licht verstandelijke beperking) en cultuur sensitief handelen. Wij zullen over deze wens concreet overleggen met vertegenwoordigers van de gemeente Ridderkerk.
Zero Based Budgetting - De raad van Brielle geeft vanuit goede ervaringen de suggestie mee om de opbouw van de begroting te baseren aan de hand van de methode Zero Based Budgetting. Deze waardevolle suggestie betrekken wij bij de uitgangspunten voor de begroting 2023, die in zekere zin toch al een herdefiniëring zal moeten zijn vanwege de doorwerking van de nieuwe inkoop 2023. Risicopercentage - De raad van Schiedam kan zich niet vinden in de werkwijze dat het risicopercentage niet wordt aangepast, terwijl de te verwachten risico’s het gereserveerde budget overschrijden; door deze werkwijze ligt het restrisico bij de gemeenten. Wij volgen hierin 5
een bestendige beleidslijn die is ingegeven door de gedachte dat deelnemende gemeenten geen voorstander zijn van reservevorming bij GR-en ten koste van de vrije inzetbaarheid van reserves van de gemeenten. Het risicopercentage wordt in de begroting 2022 gebruikt voor berekening van de post onvoorzien en niet voor het aanleggen van eigen weerstandsvermogen. Wij begrijpen dat hieraan ook nadelige kanten zitten, voordeel is echter dat iedere gemeente de beschikking houdt over de eigen middelen en de eigen ruimte voor risico-afweging. Vlaktakssystematiek – De raad van Barendrecht merkt op dat de vlaktaks systematiek inzicht in de ontwikkeling van kosten voor deelnemers aan de GRJR onnodig complex maakt, terwijl zuiver inzicht in de realistische meerjarige kostenontwikkeling zeer belangrijk is. De raad wil uw bestuur met klem verzoeken om zo snel mogelijk te besluiten af te stappen van deze vlaktaks systematiek. En de nog resterende te verrekenen bedragen uit het verleden in één keer te verrekenen met de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeenten. De raad van Krimpen aan den IJssel stelt voor de vlaktaks systematiek af te schaffen per 1 januari 2023 en over te stappen op een systeem, waarbij de inleg gebaseerd wordt op het gebruik, waarmee meer recht gedaan wordt aan de uitgangspunten van de recent vastgestelde regiovisie ‘Nabij en passend’.
Ons bestuur onderkent de ongewenste neveneffecten van de vlaktaks. De vlakstaks moet sowieso tegen het licht worden gehouden vanwege de nieuwe inkoopsituatie (twee modellen) per 1-1-2023. Wij zullen de verzoeken en voorstel betrekken bij de Kadernota 2023 die komend najaar wordt besproken. Woonplaatsbeginsel - De raad van Krimpen aan den IJssel roept ons op meer de regie te nemen bij het inzichtelijk maken van de gevolgen van de wijziging van het woonplaatsbeginsel en het effect op de inleg per gemeente. Wij onderkennen de impact van deze wijziging. Echter de afstemming over de overdracht van jeugdigen kan echt alleen op gemeentelijk niveau en voor de overall aanpak zijn onder landelijke regie convenanten en werkwijzen voorbereid. Wij sluiten hierop aan om tot een doelmatige inzet te komen. Het was eenvoudigweg onmogelijk om nu al in de begroting 2022 op een verantwoorde manier te anticiperen, in de komende kadernota zullen wij voorstellen doen om de impact voor 2022 op te vangen. Afspraken over reikwijdte van de jeugdhulp - De raden van de gemeenten op Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee stellen voor, om binnen het kader van de regiovisie afspraken te gaan maken met alle maatschappelijke partners over de reikwijdte van de jeugdhulp, en daar concrete doelstellingen per bouwsteen van de regiovisie aan te koppelen.
De gemeenten laten daarmee aan VWS zien dat zij hun stelsel-verantwoordelijkheid serieus nemen. Als bestuur van de GRJR onderschrijven we nut en noodzaak van deze discussie en het maken van afspraken over de reikwijdte van de jeugdhulp. We zien hierin een belangrijke rol voor de samen optrekkende (bestuurders van) gemeenten; de taken en bevoegdheden van het GRbestuur zijn immers gelimiteerd. Flexibel en slagvaardig samenspel komt in de uitwerking van de governance (GRJR-verbeterplan) terug. Tot slot Omdat de ontwikkelingen die zijn verwerkt in de definitieve begroting 2022 al impact hebben op het huidige begrotingsjaar, hebben wij ook een ontwerpbegrotingswijziging 2021 voorbereid. Inhoudelijke onderbouwing daarvan is in lijn met de begroting 2022. De begrotingswijziging 2021 leggen wij conform de Wet gemeenschappelijke regelingen voor zienswijze aan u voor. Ten aanzien van de definitieve begroting 2022 merken wij nogmaals op dat u desgewenst uw 6
zienswijze over de kenbaar kunt maken bij Gedeputeerde Staten. Wij zijn te allen tijde en van harte bereid tot het geven van nadere toelichting.
7
BEGROTING 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (AB 2 juli 2021)
INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING ......................................................................................................................... 1 1.1 Voorwoord ......................................................................................................................... 1 1.2 Leeswijzer .......................................................................................................................... 4 1.3 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen ................ 4 2. PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................ 6 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ................................................................. 6 2.2 Verwerking Kadernota 2022 ...................................................................................... 8 2.3 Beoogde resultaten per opdracht ...........................................................................14 3.PARAGRAFEN .....................................................................................................................
24 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................24 3.2 Financiering ....................................................................................................................28 3.3 Bedrijfsvoering...............................................................................................................28 3.4 Rechtmatigheid ..............................................................................................................30 4. FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................. 34 4.1 Overzicht baten en lasten ..........................................................................................34 4.3 Financieel perspectief .................................................................................................43 4.3 Overige toelichtingen en overzichten ...................................................................45 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 49