Halfjaar Nota 2024 VRR
Tekst van het document
Het plan van aanpak is opgesteld.
Er is een kerngroep ‘inzicht in risico’s gestart die als continu proces de actuele ontwikkelingen in de maatschappij volgt en hieruit trends en ontwikkelingen destilleert die relevant zijn voor de werkzaamheden van de VRR. Er is een model gemaakt om de (nieuwe) typen crises te definiëren en te onderscheiden. Dit model wordt momenteel getoetst. Op het gebied van maatschappelijke ontwikkelingen worden ramp- en incidentbestrijdingsplannen geactualiseerd en/of opgesteld.
Wat mag het kosten? Onderdeel ontwikkelagenda Netwerkfunctie (*€1.000)
Halfjaar Nota 2024
2023
2024 106
2025 198
2026 260
299
29
1.4.4 Beperken maatschappelijke impact digitale verstoring Eén van de nieuwe vormen van crisis is de maatschappelijke impact van digitale verstoringen. Door een steeds verdere digitalisering van de maatschappij zal het aantal digitaal gerelateerde maatschappelijke knelpunten toenemen. Hier zal de VRR zich nadrukkelijk op moeten voorbereiden. Het gaat hierbij niet alleen om expertise voor het beheersen en bestrijden van de gevolgen van cyberincidenten, maar ook om als gesprekpartner aan te kunnen sluiten bij andere betrokken partijen in het kader van pro-actie en preventie. Hiervoor zal de VRR de komende jaren investeren in personeel en opleidingen.
Wat willen we bereiken? Beperken maatschappelijke impact digitale verstoringen De VRR zet zich in om de weerbaarheid tegen digitale dreigingen en verstoringen te verhogen en de gevolgen te bestrijden.
Wat gaan we hiervoor doen in 2024?
Wat hebben wij al bereikt in 2024
De werving wordt voorbereid. In de tweede helft van 2024 zal een profiel opgesteld worden voor de regiehouder. Aanpak bepalen van cybercrises Conform de strategische agenda van het Veiligheidsberaad en de aanbevelingen uit (landelijke) cyberoefeningen wordt o.a. via FERM gewerkt aan een meer proactieve rol qua informatiepositie en netwerk op het gebied van cybergevolgbestrijding. Er zijn vier regionale workshops georganiseerd waarbij ingegaan is op de kwetsbaarheid van de zorg, de wereld van cybercriminelen en statelijke actoren, de rol van de politie, het haven- en industriegebied en hoe om te gaan met een cyberincident in Regionaal Operationeel Team-verband. Aan de workshops hebben 160 multidisciplinaire piketfunctionarissen deelgenomen. Daarnaast is meegewerkt aan de organisatie van een landelijke workshop rond dit thema waaraan zestig deelnemers uit alle veiligheidsregio’s in februari hebben deelgenomen. In juni heeft er een regionale oefening voor cybergevolgbestrijding plaatsgevonden. Tot slot worden in de regio de vitale kwetsbare objecten in kaart gebracht. Sinds begin 2024 is bekend dat de landelijke toezichthouder op voorbereiding van Cybercrisis door bedrijven de Inspectie Leefomgeving en Transport wordt.
De VRR en andere industriële regio's hebben contact met Stimuleren van deelname grote bedrijven aan de Inspectie Leefomgeving en Transport en stichting FERM zullen nog dit jaar aangeven waar de cyberrisico's zitten bij industriële bedrijven daar waar het gaat om incidentbestrijding. Grote bedrijven worden gestimuleerd in dit kader deel te nemen aan stichting FERM. Werven van een regiehouder
Halfjaar Nota 2024
30
Wat mag het kosten? Onderdeel ontwikkelagenda Digitale verstoringen(*€1.000)
2023
2024 42
2025 79
2026 104
119
1.4.5 Creëren veilige en gezonde leefomgeving In aanvulling op de veranderingen binnen de brandweerzorg (zie § 1.3.4.) komt er ook voor de GHOR een nieuwe wettelijke adviestaak bij. In het Besluit Kwaliteit Leefomgeving staat opgenomen dat in een omgevingsplan en bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten rekening gehouden moet worden met geneeskundige hulpverlening aan personen. Hiervoor is ontwikkeling van deskundigheid nodig.
Wat willen we bereiken? (Creëren veilige en gezonde leefomgeving GHOR) De VRR denkt vooraf mee en geeft integrale, uniforme en voorspelbare adviezen om de gemeenten te helpen een veilige leefomgeving te creëren of te behouden.
Wat gaan we hiervoor doen in 2024?
Wat hebben wij al bereikt in 2024
Aanvragen omgevingsplannen en vergunningen beoordelen op consequenties voor geneeskundige hulpverlening
De gevolgen van nieuwe omgevingsvergunningen op de grootschalige hulpverlening aan personen is sinds 1 januari onderdeel van de wettelijke adviestaak van het bestuur van de VRR. Dit is een werkgebied dat zowel landelijk als regionaal in ontwikkeling is. Het doel is om te komen tot een uniform advieskader net als bij het advies op brandveiligheid.
Wat mag het kosten? De kostentabel vindt u bij § 1.3.4.
Halfjaar Nota 2024
31
1.4.6
Versterken van crisisbeheersing en vergroten paraatheid van de samenleving
Vanuit het Rijk is opdracht gegeven tot het versterken van de crisisbeheersing en het vergroten van de paraatheid van de samenleving. Hiervoor krijgt de VRR een bijdrage via de BDuR. Dit geld is bedoeld om te voldoen aan de Rijksbrede Veiligheidsstrategie en aan de prioriteiten zoals gesteld in actielijn 12, gericht op het versterken van crisisbeheersing en het vergroten van de paraatheid van de samenleving. De doelstellingen die horen bij actielijn 12 worden landelijk uitgewerkt door het ministerie van Justitie & Veiligheid in samenspraak met de veiligheidsregio’s. •
•
•
•
1) Het toekomstgericht verder professionaliseren van crisisbeheersing als vak door veiligheidsregio’s door te werken aan: preparatie op en waarborgen bij langdurige crises, (langdurig) bemensen en ondersteunen van crisisteams, interregionale en Rijk-regio samenwerking en risico- en crisiscommunicatie; 2a) De informatiepositie van de veiligheidsregio’s te versterken en te waarborgen door het inrichten van gegarandeerde Veiligheids Informatie Knooppunten per veiligheidsregio. Dit stelt veiligheidsregio’s in staat om gegarandeerd 24/7 inzicht te hebben in een dynamisch risicobeeld, de besluitvorming tijdens crises te ondersteunen en informatie uit te wisselen met netwerkpartners. 2b) Tot slot is er voor de ontwikkeling en beheer van informatiesystemen een impuls nodig. Vanwege de verbinding tussen Regio’s en Rijk en de behoefte om hier eenheid in te organiseren wordt dit gezamenlijk door de veiligheidsregio’s en het Rijk georganiseerd. 3) Het instellen van een hoogwaardig en gegarandeerd informatie-, actie- en coördinatiepunt voor Rijk, Regio’s en partners: KCR2.
Wat willen we bereiken? (Versterken crisisbeheersing en vergroten paraatheid van de samenleving) Uitvoering geven aan de doelstelling van het Rijk om de crisisbeheersing te versterken en de paraatheid van de samenleving te vergroten.
Wat gaan we hiervoor doen in 2024?
Wat hebben wij al bereikt in 2024
Implementeren van het programma Doorontwikkeling Crisisbeheersing waarover in 2023 besluitvorming heeft plaatsgevonden. Dit programma brengt meerdere lopende ontwikkelingen bij elkaar en start met een organisatieontwikkeling om de VRR beter in te richten voor langdurige crises.
De implementatie van de doelstellingen van het Plan Doorontwikkeling Crisisbeheersing is gestart. Er is een multidisciplinaire stuurgroep ingericht die de voortgang bewaakt. Ter ondersteuning is een rapportagemethodiek ontwikkeld. Op basis van het plan is de formatie op het vakgebied Crisisbeheersing uitgebreid en worden vacatures ingevuld.
Halfjaar Nota 2024
32
Wat mag het programma Risico- en Crisisbeheersing en GHOR kosten? Hieronder vindt u de totale kosten voor het programma Risico- en Crisisbeheersing en GHOR. Een uitgebreide toelichting vindt u in hoofdstuk 3. Risico- en crisisbeheersing ( x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten
Halfjaar Nota 2024
Realisatie tot en met 30-6 8.401 10.255 1.854
2e BW 2024 15.096 16.726 1.630
Wijzigingen 1.762 4.045 2.284
3e BW 2024 16.858 20.771 3.913
Begroting 2025 14.092 15.275 1.182
Wijzigingen
1e BW 2025
1.548 2.234 686
15.640 17.508 1.868
33
2 Paragrafen 2.1 Bedrijfsvoering 2.1.1. Wendbare organisatie Voor de komende jaren heeft de VRR samen met het bestuur afspraken gemaakt om de ontwikkelingen rond ons werk verder te ontwikkelen en te verankeren. Om de doelen uit het beleidsplan de komende jaren te behalen, zal op het gebied van bedrijfsvoering voor een goede ondersteuning gezorgd moeten worden. De wendbaarheid die we van de organisatie vragen, heeft zijn weerslag op het type personeel dat hiervoor nodig is. De vraagstukken op het gebied van o.a. piket, vakbekwaamheid, het Veiligheid Informatie Knooppunt , het aantrekken van medewerkers voor de Brandweer en van verpleegkundigen voor de Ambulancezorg vragen om een meer strategische personeelsplanning. Het personeel dat de VRR hiervoor nodig heeft, is deskundig, benaderbaar, verbindend en onderscheidend. Continue deskundigheidsbevordering moedigt medewerkers hierbij aan om hun prestatie continu aan te passen en te verbeteren. Daarnaast is het belangrijk om als organisatie midden in de maatschappij te staan. De regio Rotterdam-Rijnmond kenmerkt zich door een hoge diversiteit aan culturen, kennis en ervaringen, maar ook zienswijzen. Deze diversiteit willen wij als VRR omarmen, omdat deze verschillen juist bijdragen aan de kwaliteit van onze dienstverlening. Om de wendbare organisatie te bereiken, wordt ingezet op de volgende drie pijlers: 1. 2. 3.
Aantrekkelijk en goed werkgeverschap Leren en ontwikkelen Diversiteit
Wat willen we bereiken? (Wendbare organisatie) De VRR is een wendbare organisatie: zij kan gemakkelijk schakelen tussen het dagelijks werk en de vraagstukken van de toekomst. De VRR geeft talent de ruimte en stimuleert ontwikkeling in een steeds veranderende omgeving.
Wat gaan we hiervoor doen in 2024?
Wat hebben wij al bereikt in 2024
Inzetten op strategische personeelsplanning
Door in te zetten op de implementatie van Strategische Personeelsplanning binnen de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond wordt een stap gezet richting een wendbare organisatie. De strategische personeelsplanning is bij diverse afdelingen geïmplementeerd, waarbij de focus ligt op zowel kwantiteit als kwaliteit.
Halfjaar Nota 2024
34
Wat gaan we hiervoor doen in 2024?
Inzetten op vitaliteit
Werven deskundig personeel mede gezien de krappe arbeidsmarkt
Inzetten op leren en ontwikkelen
Aandacht voor diversiteit en inclusie
Halfjaar Nota 2024
Wat hebben wij al bereikt in 2024 In samenwerking met de Arbodienst wordt vroegtijdig ingespeeld bij arbeidsverzuim om langdurig verzuim waar mogelijk te voorkomen. Ten aanzien van psychisch verzuim/mentale fitheid is het volgende gedaan: - Voor zowel operationele medewerkers als voor operationeel leidinggevenden zijn preventieve trainingen gegeven in het kader van psychische belasting/PTSS. - Er is gestart met het voeren van Mental Check Up gesprekken met zowel het Team Collegiale Ondersteuning als met operationele medewerkers. - Er is een zelfscreener ingezet, waarmee de medewerkers zelf hun mentale fitheid kunnen monitoren. Deze hulpmiddelen worden ingezet, zodat medewerkers tijdig signalen van mentale overbelasting herkennen en hier iets mee kunnen doen. Hiermee streven wij naar het voorkomen/een vermindering van langdurig verzuim. In de afgelopen zes maanden is het recruitmentteam uitgebreid Hiermee kunnen we sneller en adequater inspelen op de wervingsbehoefte. Daarnaast is er gestart met het ontwikkelen van een werkgeversmerk. Het werkgeversmerk is een essentieel instrument, waarmee de VRR zich als aantrekkelijke werkgever aan de arbeidsmarkt presenteert. Naast de al bestaande functionele opleidingen binnen de VRR, is er de afgelopen periode aandacht besteed aan management development en talentontwikkeling in bredere zin.
Sinds de aanstelling van een adviseur talentontwikkeling is er een begin gemaakt met het ontwikkelen van een integrale visie op talentontwikkeling. Daarnaast wordt gewerkt aan een organisatie breed leiderschapsprogramma. In het afgelopen halfjaar heeft de focus bij diversiteit en inclusie voornamelijk gelegen op de werving en selectie processen. Er worden bewuste keuzes gemaakt bij het inzetten van sociale media om een zo breed mogelijke doelgroep te bereiken. Nu worden ook doelgroepen bereikt, die in het verleden minder goed bereikt werden.
35
Vitaliteit:
Uit de cijfers en analyse blijkt dat het langdurig verzuim een lichte daling vertoont. Het verzuim is het hoogst in de leeftijdscategorie 55-64 jaar. Zowel op nationaal niveau als binnen de VRR vormt het psychisch verzuim een groot deel van het totale verzuim. Daarom wordt er volop ingezet op bedrijfsmaatschappelijk werk en de organisatie psycholoog. Verder is er veel aandacht voor preventieve maatregelen met name op het gebied van mentale overbelasting. Agressiemeldingen Aantal meldingen 1e halfjaar Aantal melding van agressiviteit tegen medewekers Waarvan bij de ambulancedienst Waarvan bij de brandweer
2020
2021
2022
2023
2024
28
30
37
32
45
25
25
3
5
35 2
32 0
44 1
Uit analyse blijkt, dat in de meeste gevallen (78%) de patiënten (al dan niet in combinatie met familieleden) de grootste veroorzakers zijn van agressie en geweld. In iets meer dan de helft van het aantal incidenten gaat het om verbaal geweld. Bij een derde van de meldingen gaat het om de combinatie van verbaal en fysiek geweld. Er is wel een verschuiving zichtbaar in het soort meldingen. In voorgaande jaren werd vaker melding gedaan van alleen fysiek geweld. Dit jaar is dit aantal meldingen afgenomen. Helaas is het aantal meldingen waarbij sprake is van de combinatie verbaal en fysiek geweld met dezelfde omvang gestegen. De meeste incidenten vinden plaats in de thuissituatie van de patiënt (47%). De grootste oorzaak van de meldingen blijft net als in voorgaande jaren psychische aandoeningen in combinatie met het gebruik van alcohol en drugs (55%). Bij de overige meldingen is de oorzaak ook vaak alcohol- en/of drugsgebruik (44%).
Halfjaar Nota 2024
36
2.1.2. Doorontwikkeling informatievoorziening en informatiebeveiliging Om de crisis van de toekomst te kunnen beheersen, is beschikbaarheid van de juiste informatie cruciaal. Goede informatievoorziening zorgt ervoor dat de medewerkers van de VRR hun werk effectiever en veiliger kunnen doen. De VRR beschikt op dit moment deels over de benodigde technische voorzieningen om haar hulpverleners van informatie te kunnen voorzien. De manier waarop dit nu is ingericht, is echter nog te weinig professioneel om hierop te kunnen vertrouwen. De huidige voorzieningen zijn heel kwetsbaar terwijl de hulpverleners op straat afhankelijk zijn van deze voorzieningen om effectief en veilig hun werk te kunnen doen. Hiernaast is er ook een grote informatiebehoefte bij bestuurders, burgers en de pers. Zowel real-time tijdens een incident of crisis om de juiste besluiten te kunnen nemen, als na afloop om verantwoording af te leggen. Informatieanalyse is hard nodig om de incidenten van de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Om in deze behoeftes te voorzien, gaan wij stappen zetten in de informatie-huishouding van de VRR. Er zal in de komende jaren geïnvesteerd worden in zowel ICT-ers, functioneel beheerders en professionele technische voorzieningen. Daarnaast gaan wij goede informatiebeveiliging realiseren.
Wat willen we bereiken? (Doorontwikkeling informatievoorziening en informatiebeveiliging) De VRR voorziet haar medewerkers van de juiste informatie en tools om hun werk effectief en veilig te kunnen doen en zorgt voor adequate informatiebeveiliging.
Wat gaan we hiervoor doen in 2024?
Wat hebben wij al bereikt in 2024
Informatievoorziening: uitvoering geven aan I-visie
Informatievoorziening: De uitvoering van de I-visie verloopt volgens planning. Ondanks de uitdagingen bij het werven van medewerkers voor de vacatures heeft dit tot op heden nog niet voor vertraging gezorgd. De onlangs geworven Chief Information Security Officer heeft werkzaamheden opgepakt die horen bij de CIO-rol. Hiermee is de versterking vormgegeven en geborgd.
Versterken van de CIO-rol
Ten aanzien van redundant verbonden zijn van bedrijfs-kritische applicaties, vindt besluitvorming en implementatie plaats van het technisch continuïteitsplan
Het technisch continuïteitsplan is vastgesteld en er is begonnen met de implementatie van het plan.
Informatiebeveiliging:
Informatiebeveiliging:
Aanbevelingen uit de PEN-test worden opgevolgd en uitgevoerd.
Deze aanbevelingen pakken we op in de tweede helft van dit jaar. .
Binnen het VRR-netwerk worden beveiligingsschillen aangelegd. Hiermee wordt de nadruk gelegd op het beperken van de interne kwetsbaarheid
Voor de cloudomgeving zijn de beveiligingsschillen grotendeels aangelegd. Voor de lokale omgeving zal dit naar verwachting eind van dit jaar af zijn.
Halfjaar Nota 2024
37
2.1.3. Duurzaamheid Zowel nationaal als internationaal zijn afspraken gemaakt op het gebied van duurzaamheid. Ook de VRR heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Dit blijkt onder andere uit het de ondertekening van het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Deze ondertekening houdt in dat de VRR naast de inkoopsprijs ook nadrukkelijk ook heeft voor de effecten van inkoop op de omgeving (klimaat, milieu, grondstoffen) en sociale aspecten. De VRR-brede duurzaamheidsambitie is om een klimaat neutrale en circulaire organisatie te zijn in 2040. De komende jaren werkt de VRR aan drie aandachtspunten, te weten mens, klimaatbewust en circulair. Met deze aandachtspunten wil de VRR duurzaamheid onderdeel maken van ons DNA en het handelen van de VRR.
Wat willen we bereiken? (Duurzaamheid) De VRR wil dat in 2027 duurzaamheid onderdeel is van ons DNA en ons handelen en in 2040 wil de VRR een inclusieve, circulair en klimaat neutrale organisatie zijn.
Wat gaan we hiervoor doen in 2024?
Wat hebben wij al bereikt in 2024
Inbedden van "duurzaamheidsdenken" in de organisatie en uitvoering geven aan ons programma
In de eerste helft van 2024 is het volgende gerealiseerd: - De aanbesteding voor de laadpalen is afgerond en de technische voorbereidingen voor de plaatsing zijn gestart. - Het duurzaamheids meerjaren onderhoudsplan is meegenomen in de aanbesteding van het nieuwe meerjaren onderhouds plan d Vanaf dat moment wordt het duurzaamheids meerjaren onderhoudsplan op dezelfde manier opgepakt als het reguliere meerjaren onderhoudsplan. - Bij de gemeenten is uitgevraagd wat de status is van de verduurzaming van de panden die we van hen huren. Van een aantal gemeentes hebben wij hier inzicht in gekregen en met de overige gemeentes hebben wij hier structureel contact over om dit inzicht te krijgen.
Halfjaar Nota 2024
38
2.2
Openbaarheidsparagraaf
De Wet open overheid (Woo) zal de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Het doel van de Woo is een meer transparante en actief openbaar makende overheid. Veel meer dan de Wob verplicht de Woo tot het actief, uit eigen beweging, openbaar maken van documenten. Daarnaast is er de verplichting tot het op orde brengen van de informatiehuishouding van het bestuursorgaan
Wat willen we bereiken? (Openbaarheidsparagraaf / WOO) Voldoen aan de Woo
Wat gaan we hiervoor doen in 2024?
Wat hebben wij al bereikt in 2024
Actief openbaar maken besluitenlijst Dagelijks Bestuur
Dit wordt in de 2e helft van het jaar opgepakt.
Jaarlijks actualiseren contactgegevens in het Gemeenschappelijke Regelingen register.
Dit wordt uitgevoerd volgens de daaraan gestelde eisen en is geborgd in de processen.
Publicatie wet- en regelgeving
Dit loopt volgens het standaard proces. Er zal een nieuwe actualisatie plaatsvinden, zodra de nieuwe website van de VRR gereed is, zodat de gepubliceerde documenten op onze nieuwe website ook vindbaar blijven via de WOO – index. Dit proces is ingericht.
Inrichten proces Woo-verzoeken Besluitvorming openbaarmaking en inrichten processen hieromtrent Ontwikkelen plan informatiehuishouding (email, tekstberichten, informatiebeheer) Gepubliceerde toegankelijkheidsverklaring
Woo-verzoeken Aantal ontvangen woo-verzoeken Aantal openbaar gemaakte documenten Aantal ontvangen zienswijze verzoeken Aantal geen bezwaar openbaar making n.a.v. zienwijze verzoeken
Halfjaar Nota 2024
De processen zijn afgerond. Het plan informatiehuishouding is opgesteld en zal in de tweede helft van 2024 ter besluitvorming worden voorgelegd. De toegankelijkheidsverklaring zal in de tweede helft van 2024 gepubliceerd worden.
t/m juni 2023
t/m juni 2024
1
3
6
5
6
5
39
2.3 Weerstandsvermogen en risicomanagement Het doel van risicomanagement is structureel bij te dragen aan het in control zijn van de VRR. De doelstellingen en de kaders van risicomanagement zijn beschreven in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement (vastgesteld door AB 8 februari 2022). In de Auditcommissie is afgesproken om de risicoanalyse daar waar mogelijk op te splitsen naar de 3 grootste stakeholders van de organisatie. De stakeholders zijn op basis van de financiering van de veiligheidsregio bepaald en dat zijn de gemeenten, zorgverzekeraars en het Rijk (bij specifieke uitkeringen). Per stakeholder wordt dan de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op basis van de risico’s die kunnen optreden. Door deze af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit per stakeholder kan de weerstandsratio per stakeholder worden bepaald. Het scheiden van de risico's is niet altijd mogelijk. In het geval dat splitsen niet mogelijk is zijn de risico's opgenomen bij de stakeholder gemeente. 2.3.1 Benodigde weerstandscapaciteit per stakeholder De benodigde weerstandscapaciteit is gebaseerd op de risico’s die kunnen optreden in de periode 2024 tot en met 2028. Deze risico’s zijn opgenomen in onderstaande tabel waarbij ter vergelijking ook de risico’s zijn opgenomen zoals deze in de 1e begrotingswijziging 2024 stonden vermeld. Risico s = structureel i = incidenteel
2e BW 2024
Halfjaarrap portage Raming 2024
Raming 2025
300 1.335
300 1.335
115 511
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
-
-
Risico's stakeholder gemeenten Duurzame piketorganisatie Vakbekwaamheid Claims van onverzekerbare risico's Personele capaciteit brandweer Bouwsteen verplichtend karakter Niet of beperkt verzekerbare schade Fiscale risico's Alarmering bevolking Ontwikkeling GHOR Verlofsparen Totaal Risico's stakeholder gemeenten Risico's Stakeholder Zorgverzekeraar Niet leveren van afgesproken diensten ambulancezorg Niet of beperkt verzekerbare schade Fiscale risico's Totaal Risico's stakeholder zorgverzekeraar Risico's Stakeholder Rijk Fiscale risico's Alarmering bevolking Totaal Risico's stakeholder Rijk Totaalbedrag bruto risico's (bedrag x €1.000)
s s s s s s s s s s
PM
PM
PM
0 0 PM
PM
PM
521 333 100 750 3.340
261 467 100 375 2.837
532 467 100 140 750 600 3.214
532 3.000 467 100 140 750 600 5.589
532 3.000 467 100 140 750 600 5.589
532 3.000 467 100 140 750 600 5.589
s s s
400 167 100 667
233 100 333
400 233 100 733
400 233 100 733
400 233 100 733
400 233 100 733
s s
50 50 4.056
50
50 140 190 4.137
50 140 190 6.512
50 140 190 6.512
50 140 190 6.512
50 3.221
Deze totaalbedragen betreffen de bruto-risico’s van dat jaar. Dat wil zeggen dat dit de verwachte kosten zijn als de risico’s zich voordoen zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Er is een aantal risico’s waarvan wordt verwacht dat hier tegenover een financiële compensatie vanuit het Rijk zal staan. Het gaat om de risico’s: Halfjaar Nota 2024
40
- Bouwsteen verplichtend karakter - Alarmering bevolking - Ontwikkeling GHOR Deze risico’s zijn onderdeel van de risico’s van de stakeholder gemeenten. Als deze verwachte compensatie van het totaalbedrag aan risico’s wordt afgetrokken resteert het nettobedrag aan risico’s: Totaal Risico's Totaalbedrag risico's stakeholder gemeenten (bedrag x €1.000) Totaalbedrag verwachte compensatie (bedrag x €1.000) Totaal netto- risico's stakeholder gemeenten (bedrag x €1.000) Totaalbedrag risico's stakeholder zorgverzekeraar (bedrag x €1.000) Totaalbedrag verwachte compensatie (bedrag x €1.000) Totaal netto- risico's stakeholder zorgverzekeraar (bedrag x €1.000) Totaalbedrag risico's stakeholder Rijk (bedrag x €1.000) Totaalbedrag verwachte compensatie (bedrag x €1.000) Totaal netto-risico's stakeholder Rijk (bedrag x €1.000) Totaal netto- risico's (bedrag x €1.000)
2e BW 2024 3.340 -750
Raming 2024 2.837 -708
Raming 2025 3.214 -1.083
Raming 2026 5.589 -4.083
Raming 2027 5.589 -4.083
Raming 2028 5.589 -4.083
2.590
2.129
2.131
1.505
1.505
1.505
667 -
333 -167
733 -167
733 -167
733 -167
733 -167
667
167
567
567
567
567
50
190 -140 50 2.747
190 -140 50 2.122
190 -140 50 2.122
190 -140 50 2.122
50 50 3.306
50 2.346
De verschillende risico’s zijn hieronder kort omschreven. Duurzame piketorganisatie en vakbekwaamheid Met het aannemen van de Ontwikkelagenda is besloten om te investeren in de piketorganisatie en vakbekwaamheid. De investeringen in het kader van de Ontwikkelagenda zijn in 2023 gestart. Het resterende risico is nu bepaald op basis van het oorspronkelijke bedrag van de risico’s minus de beschikbare gelden vanaf 2024. Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s Op advies van de Bestuurlijke Auditcommissie (2018) is dit risico als PM-post opgenomen in de risicoinventarisatie. Bij dit risico gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims. Personele capaciteit brandweervrijwilligers De personele capaciteit van de brandweervrijwilligers staat onder druk. Zeker in kleinere dorpskernen is het lastig om de paraatheid 24 uur per dag, 7 dagen in de week te garanderen. Om het probleem van de capaciteit op de kazernes op te lossen zal mogelijk extra beroepspersoneel ingezet moeten worden. Het inzetten van een beroeps in dagdienst op een kazerne kost ongeveer € 100k per jaar. Vooralsnog is de inschatting dat dit wellicht nodig is op 5 kazernes. De kosten om dit risico op te heffen komen daarmee uit op €500k op jaarbasis. Voor 2024 is dit bedrag gehalveerd, in de 1e helft van dit jaar heeft het risico zich niet voorgedaan.
Bouwsteen verplichtend karakter (voorheen Deeltijdregeling brandweervrijwilligers) De positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn is op grond van Europese regelgeving juridisch niet meer houdbaar. Om hiervoor een oplossing te vinden is landelijk onderzocht hoe brandweervrijwilligers te onderscheiden zijn van de beroepskrachten. Hieruit is een denkrichting ontstaan die bestaat uit 4 met elkaar samenhangende bouwstenen waarvan de eerste “Verplichtend karakter” is. Halfjaar Nota 2024
41
Dit betekent o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Het veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen een implementatieplan opgesteld dat eind 2022 is gepresenteerd. Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties hiervan zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 31.000k per jaar, en voor de VRR komt het uit op een bedrag van € 3.000k. In het implementatieplan is opgenomen dat de nieuwe werkwijze wordt ingevoerd indien er dekking komt voor de extra kosten vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. Indien het niet lukt om een vergoeding te krijgen vanuit het Rijk loopt de VRR het risico om de financiële consequenties zelf te moeten betalen. Het is niet de verwachting dat het in 2024 en 2025 nog ingevoerd gaat worden en daarmee is het risico voor die jaren op 0 gezet. Niet of beperkt verzekerbare schade De VRR krijgt steeds meer te maken met extreme premiestijging van verzekeringen. Daarnaast bestaat de kans dat een aantal risico’s niet meer verzekerbaar blijven.
Deze ontwikkeling geldt voor alle veiligheidsregio’s. In 2021 heeft het veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot oprichting van de stichting expertisebureau risicobeheer en verzekeringen veiligheidsregio’s. Eind 2021 heeft het algemeen bestuur besloten tot deelname aan deze stichting. Deze stichting adviseert de veiligheidsregio’s op het thema risicobeheer in relatie tot ongevallen en schade. De stichting Waarborgfonds is bedoeld voor niet-verzekerbare risico’s in relatie tot personele verzekeringen waaraan alle veiligheidsregio’s een financiële bijdrage zullen leveren. De financiële bijdrage aan de stichting en het waarborgfonds komt dan in de plaats van de verzekeringspremie. Met ingang van 2024 is de stichting Waarborgfonds in werking en heeft een ongevallenverzekering afgesloten voor alle veiligheidsregio’s. Daarmee is het risico van niet-verzekerbare letselschade bij ongevallen gedekt. Het risico van onverzekerbare schades aan voertuigen blijft nog wel bestaan. De afgelopen jaren is gemiddeld € 500k per jaar aan schade geweest aan voertuigen. De huidige verzekeraar heeft het contract voor de voertuigenverzekering opgezegd en er wordt gezocht naar een nieuwe verzekeraar. Vanwege deze situatie is het risico verhoogd met € 200k omdat de verwachting is dat een nieuwe verzekeraar meer eigen risico bij de veiligheidsregio in rekening zal brengen.
Fiscale risico’s Er is regelmatig overleg met de rijksbelastingdienst over diverse fiscale onderwerpen. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van de BTW voor verschillende wettelijke en niet-wettelijke activiteiten en de vennootschapsbelasting. De VRR beschikt niet over fiscaal specialisten om de juiste toepassing van de regelgeving te waarborgen. Landelijk wordt gekeken of deze functie in gezamenlijkheid met alle regio’s kan worden geleverd. De VRR huurt hier nu expertise voor in of vraagt collegiaal advies bij andere veiligheidsregio’s. Desalniettemin kunnen er verschillen van inzicht blijven bestaan waarin beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis. Daarnaast vinden er regelmatig controles plaats. Zo hebben we de afgelopen jaren controle gehad op de loonheffing en b.v. het gebruik van dienstvoertuigen. Hier zijn naheffingen uit voortgekomen. Ondanks afspraken en goede controles is dit niet altijd te voorkomen. Halfjaar Nota 2024
42
Alarmering bevolking Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer. Het wordt gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Plannen om het WAS op te heffen en te vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media zijn meermaals uitgesteld maar het ministerie van J en V heeft dit jaar aangegeven het WAS per 2025 het WAS uit te faseren. Inmiddels heeft de 2e kamer ingestemd met een motie tot behoud van het WAS. Voor de regio Rotterdam-Rijnmond en met name het effectgebied van het havenindustrieel complex heeft het systeem tot heden een duidelijke toegevoegde waarde gehad als het gaat om bijvoorbeeld het waarschuwen bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. In de kamerbrief geeft de minister aan dat voor hoog risicolocaties er lokaal maatwerk kan worden geleverd. Het is niet duidelijk hoe dit bekostigd gaat worden. Een extra risico dat naar voren is gekomen, betreft het feit dat de huidige leverancier van WAS-palen de productie heeft stopgezet. Dit betekent dat gemeenten geen nieuwe WAS-palen meer kunnen plaatsen. Het risico bij instandhouding van het WAS op risicolocaties is dat de kosten door de VRR zelf gedragen zullen moeten worden.
Gezien het grote aantal locaties in de regio wordt het risico voor de VRR ingeschat op € 140k per jaar vanaf 2025. Dit is gebaseerd op een onderzoek van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) van het najaar 2021. Ontwikkeling GHOR Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen. Uitdagingen die van belang zijn om het openbaar bestuur goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis. Deze uitdagingen zijn ontstaan door een veranderend landschap van wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein en binnen het gezondheidszorgdomein. Er zal versterkt ingezet worden op het thema zorgcontinuïteit en op het ontwikkelen van zorgrisicoprofielen. Daarnaast heeft de Covid-crisis aangetoond, dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in de continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR. Op dit moment vindt een nadere uitwerking hiervoor plaats. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat extra financiële lasten die hiermee gepaard gaan, gedekt zullen worden door het Rijk. Op basis van een verwachte uitbreiding van formatie wordt dit risico nu ingeschat op € 750k per jaar.
Voor 2024 is het risico verlaagd omdat er in de eerste maanden geen extra kosten zijn geweest. Naar verwachting zal in het 3e kwartaal ene besluit worden genomen over de positionering van de GHOR.
Verlofsparen Op grond van de CAO-veiligheidsregio’s kunnen medewerkers bovenwettelijke vakantie uren sparen en deze inzetten op een manier die aansluit bij hun privé-situatie. Voor deze uren moet een voorziening gevormd worden en dit komt ten laste van het resultaat. Nu de regeling meer bekend is geworden binnen de organisatie en op basis van de realisatie in de eerste maanden in 2024 is de verwachting dat de aanvragen voor verlofsparen zullen stijgen. In de 3e begrotingswijziging is rekening gehouden met een dotatie aan de voorziening van € 2.000k in het kader van DOOR010. In 2023 was de realisatie € 1.200k. Voor de komende jaren blijft dit risico bestaan en is jaarlijks een bedrag Halfjaar Nota 2024
43
opgenomen van € 400k in de begroting. Voor de komende jaren wordt een risico opgenomen van € 600k per jaar. Ook bij de ambulancedienst is in de CAO de mogelijkheid van verlofsparen opgenomen. Tot nu toe hebben medewerkers hiervan geen gebruik gemaakt en is nog geen voorziening gevormd. In de exploitatie is hier nog geen rekening gehouden en daarom is het nu opgenomen in de risicoparagraaf. De inschatting is nu € 300k voor 2024. Niet leveren van afgesproken diensten ambulancezorg Jaarlijks wordt onderhandeld met zorgverzekeraars over het budget inzake spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg. Het risico bestaat dat de VRR de gemaakte budgetafspraken met de zorgverzekeraars over het te leveren aantal diensten niet kan nakomen, bijvoorbeeld door schaarste aan personeel. Het leveren van minder diensten kan leiden tot een lager budget. In 2022 en 2023 heeft dit risico zich voorgedaan. De afgesproken aantallen diensten zijn niet volledig gerealiseerd en dit heeft geleid tot een korting op het budget. Op basis van de afgelopen jaren wordt het risico ingeschat op € 400k per jaar. Voor 2024 is het risico verwerkt in de 3e begrotingswijziging.
2.3.2 Ontwikkeling weerstandsvermogen per stakeholder De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve die onderdeel is van het Eigen vermogen. Deze is gesplitst in een deel dat is gefinancierd door de zorgverzekeraars en een deel dat is gefinancierd door de gemeenten. Er is op het moment geen deel van het Eigen vermogen dat is gefinancierd door het Rijk. De ratio weerstandsvermogen (Weerstandsratio) is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico’s). Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie. beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsratio = --------------------------------------------------benodigde weerstandscapaciteit Zoals al in de vorige paragraaf is aangegeven wordt de weerstandsratio bepaald per stakeholder. Dat zijn nu de gemeenten, de zorgverzekeraars en het Rijk. Omdat geen deel van het eigen vermogen door het Rijk gefinancierd wordt is hier geen separate weerstandsratio voor te bepalen. Op basis van de verwachte ontwikkeling van het resultaat de komende jaren (zie hoofdstuk 3) en de inschatting van de netto-risico’s (zie 2.3.1) ontwikkelt de weerstandsratio als volgt:
Halfjaar Nota 2024
44
Halfjaarrap portage Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Totaal VRR Beschikbaar (x € 1.000) Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio netto-risico's
2.950 2.346 1,3
3.457 2.747 1,3
3.457 2.122 1,6
3.457 2.122 1,6
3.457 2.122 1,6
Benodigd, bruto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio bruto risico's
3.221 0,9
4.137 0,8
6.512 0,5
6.512 0,5
6.512 0,5
Stakeholder Gemeente Beschikbaar (x € 1.000) Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio netto-risico's
1.182 2.129 0,6
1.182 2.131 0,6
1.182 1.505 0,8
1.182 1.505 0,8
1.182 1.505 0,8
Stakeholder zorgverzekeraar Beschikbaar (x € 1.000) Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio netto-risico's
1.768 167 10,6
2.275 567 4,0
2.275 567 4,0
2.275 567 4,0
2.275 567 4,0
Weerstandsratio
Ontwikkeling weerstandsratio VRR 1,8 1,6 1,4
1,2 1,0
Weerstandsratio nettorisico's
0,8
Weerstandsratio bruto risico's
Norm = 1,00 0,6 0,4
0,2 2024
2025
2026
2027
2028
De VRR gaat voor de berekening van de weerstandsratio uit van de netto risico’s en hanteert een weerstandsratio van minimaal 1 als norm zoals opgenomen in de beleidsnotitie Weerstandsvermogen vastgesteld op 16 februari 2022.
Halfjaar Nota 2024
45
2.3.3 Kengetallen en beleidsindicatoren Kengetallen 3e BW 2024 1e BW 2025 Plan 2026 Plan 2027 Plan 2028 Netto schuldquote 22,2% 26,9% 26,6% 29,6% 28,9% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 22,2% 26,9% 26,6% 29,6% 28,9% Solvabiliteitsratio 10,1% 9,5% 10,3% 9,4% 8,6% Structurele exploitatieruimte 0,7% 0,1% 0,5% -0,1% -0,3%
Financiële kengetallen Door hogere onttrekkingen aan bestemmingsreserves daalt de solvabiliteitsratio na 2026. Door het incidentele karakter van deze onttrekkingen daalt ook de structurele exploitatieruimte
Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren taakveld Bestuur & Ondersteuning x € 1.000 Apparaatkosten
€
2.148
Externe Inhuur
€
6.068 -
Overhead
€
29.895 -
Beleidsindicatoren taakveld Bestuur & Ondersteuning
3e BW 2024 Totaal
1e BW 2025
per inwoner % van Totaal
per inwoner % van Totaal
2.294
3,8%
€
6.145 -
3,8%
14,1%
€
32.709 -
15,1%
Formatie 2023 Totaal Fte
Totaal €
1,59
1,70
Formatie 2024
Fte per 1.000 inw.
Totaal Fte
Fte per 1.000 inw.
Formatie
2.266
1,67
2.272
1,67
Bezetting
2.245
1,66
2.295
1,68
2.4 Ontwikkeling van de Financiering
Voor de uitvoering van de begroting is het van belang dat de veiligheidsregio voldoende financiële middelen heeft. Naast de inkomsten kunnen hiervoor extra middelen worden aangetrokken. In het treasurystatuut dat wordt gehanteerd zijn uitgangspunten en richtlijnen opgenomen voor het aantrekken van deze financiële middelen. Hierbij is onder andere aangegeven dat alleen financiering kan worden aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak en dat financiering zoveel mogelijk wordt beperkt en wordt afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning. In het volgende overzicht zijn de bestaande leningen gespecificeerd en is tevens een prognose opgenomen van de financiering voor de komende jaren. De verwachting is dat de VRR in de komende jaren deze middelen zal moeten aantrekken ter financiering van de investeringen.
Halfjaar Nota 2024
46
Omschrijving Binnenlandse banken 1 - BNG 2 - BNG 3 - BNG 4 - BNG 5 - BNG 6 - BNG 7 - BNG (2014) 8 - BNG (2015) 9 - BNG (2016) 10 - BNG (2017) 12 - BNG (2020) 13 - BNG (2020) 15 - NWB (2019) 16 - NWB (2021) 17 - Financial Lease RABO 18 - Financial Lease ABN 16 - BNG (2022) Prognose nieuwe lening 2024 Prognose nieuwe lening 2025 Prognose nieuwe lening 2026 Prognose nieuwe lening 2027 Prognose nieuwe lening 2028 Totaal (*€ 1000)
hoofdsom
Rente Saldo 31-12- Saldo 31-12- Saldo 31-12- Saldo 31-12- Saldo 31-12- Saldo 31-12% 2023 2024 2025 2026 2027 2028
1.450 2.340 1.589 2.305 10.000 10.000 7.500 7.500 10.000 5.000 5.000 7.200 8.000 5.000 906 4.130
5,890 3,620 5,400 3,720 2,900 2,930 1,390 1,410 1,195 0,195 0,315 0,585 0,080 0,230 -
387 749 755 1.325 3.333 4.000 3.500 4.000 3.250 3.500 3.500 6.336 5.900 4.000 131 2.403
338 655 715 1.268 2.667 3.333 3.000 3.500 2.250 3.000 3.000 6.048 5.367 3.500 43 1.877
290 562 675 1.210 2.000 2.667 2.500 3.000 1.250 2.500 2.500 5.760 4.833 3.000 0 1.338
242 468 636 1.153 1.333 2.000 2.000 2.500 250 2.000 2.000 5.472 4.300 2.500 784
193 374 596 1.095 667 1.333 1.500 2.000 1.500 1.500 5.184 3.767 2.000 390
145 281 556 1.037 0 667 1.000 1.500 1.000 1.000 4.896 3.233 1.500 -
10.000 5.000 5.000 10.000 5.000
0,755 -
9.000 56.069
8.000 48.562
7.000 5.000 46.085
6.000 4.500 5.000 43.137
5.000 4.000 4.500 10.000 45.599
4.000 3.500 4.000 9.000 5.000 42.315
Rentegevoeligheid De VRR heeft geen derivaat overeenkomsten. Alle bestaande leningen hebben een vaste rente tot het einde van de looptijd. Voor de periode 20252028 wordt rekening gehouden met 4,5% rente voor de nieuw af te sluiten leningen. Voor het saldo liquide middelen wordt rente ontvangen. In de eerste 2 kwartalen in 2024 is € 680.000 aan rente ontvangen. Voor 2024 wordt nu ingeschat dat de renteontvangsten zullen uitkomen op totaal € 1.000k. De verwachting voor de totale rentelasten en rentebaten voor 2024 en 2025 is als volgt:
Rentelasten Rentebaten Rente saldo (*€ 1.000)
2024 -644 1.000 356
2025 -575 400 -175
Kredietfaciliteiten De VRR heeft geen kredietlimiet op haar rekening-courant. Ontwikkelingen schatkistpapier Schatkistbankieren betekent voor decentrale overheden, waaronder de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond valt, dat zij hun overtollige middelen aanhouden bij de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld niet langer bij banken buiten de schatkist mag worden aangehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Halfjaar Nota 2024
47
Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet voor het jaar 2024 en verder 8,2%. Kasgeldlimiet 2024-2028
2024
2025
2026
2027
2028
Grondslag: Lasten Begroting in procenten van de grondslag Toegestane netto vlottende schuld :
203.616 8,2% -16.697
214.028 8,2% -17.550
216.808 8,2% -17.778
218.211 8,2% -17.893
218.527 8,2% -17.919
Toetsing : Omvang vlottende schuld (a.) Af: Vlottende vorderingen (b.) Saldo netto vlottende middelen (a+b)
34.607 34.607
21.215 21.215
18.497 18.497
14.553 14.553
12.730 12.730
Ruimte
51.304
38.765
36.275
32.446
30.649
(bedragen x € 1.000)
Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid.
Halfjaar Nota 2024
48
Renterisiconorm 2024-2028 (bedragen x € 1.000)
Netto renteherziening op vaste schuld (o/g./.u/g) Aflossingen Renterisico
2024
2025
2026
2027
2028
7.406 7.406
7.477 7.477
7.948 7.948
7.538 7.538
8.284 8.284
Lasten begroting Percentage cf. regeling Renterisiconorm
203.616 20% 40.723
214.028 20% 42.806
216.808 20% 43.362
218.211 20% 43.642
218.527 20% 43.705
Renterisiconorm Renterisico Ruimte onder renterisiconorm:
40.723 7.406 33.317
42.806 7.477 35.329
43.362 7.948 35.414
43.642 7.538 36.104
43.705 8.284 35.422
Halfjaar Nota 2024
49
3 Financiën 3.1 Financiële ontwikkelingen Op basis van de realisatie en de ontwikkelingen van de laatste maanden is een 2e begrotingswijziging 2024 en een 1e begrotingswijziging 2025 opgesteld. Hierin zijn alle financiële wijzigingen verwerkt die in maart van dit jaar, bij het opstellen van 1e begrotingswijziging 2024 en begroting 2025, nog niet bekend waren of onvoldoende konden worden ingeschat. In de 2e begrotingswijziging 2024 werd nog een tekort voorzien van €1.800k. Met de laatste wijzigingen van 2024 verbetert het resultaat naar € 1.002k. positief. De Ambulancezorg komt in 2024 uit op een positief resultaat van € 506k., dat opgenomen wordt in de algemene reserve ten gunste van het programma ambulancezorg. Het resultaat van de overige programma’s komt uit op bijna € 500k. Met het positieve resultaat is er naar verwachting geen nacalculatie over de gemeentelijke basiszorgbijdrage nodig. Voor 2025 wordt voor de ambulancedienst een resultaat van € 0 begroot. Voor de overige onderdelen is een resultaat voorzien van € 1.200k. positief, dat was in de begroting 2025 nog € 1.656k. positief. Dit komt o.a. doordat de salarislasten hoger uitvallen dan eerder was voorzien als gevolg van de nieuwe CAO.
De mutaties op het resultaat in beide jaren worden vooral veroorzaakt door: Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR): In juni heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid aangegeven dat voor 2024 deze uitkering wordt geïndexeerd met € 826k. Deze indexering is structureel en daarom is de hoogte van de baten in 2025 ook aangepast. Daarnaast is voor 2025 de volgende tranche van de extra middelen in het kader van de crisisbeheersing toegekend. Dit gaat om ruim € 800k. Deze zijn ook meegenomen in de wijzigingen van 2025. Loonstijging als gevolg van nieuwe CAO: In het voorjaar van 2024 is een akkoord bereikt voor de nieuwe CAO voor de veiligheidsregio’s. In dit akkoord is een loonstijging opgenomen van 6,4% per 1 mei 2024. Voor heel 2024 komt dat neer op 4,27%. De CAO kent een looptijd tot 1 augustus 2025. In deze 3e begrotingswijziging 2024 is rekening gehouden met de CAO per 1 mei. In de 2e begrotingswijziging 2024 was nog rekening gehouden met een nieuwe CAO waarbij de gemiddelde loonstijging was berekend op jaarbasis van 3,48%. Voor de begroting 2025 was rekening gehouden met de doorwerking van de salarisstijging als gevolg van een nieuwe CAO. Doordat de salarisstijging in de CAO hoger is dan eerder was verwacht zijn de salarissen voor de begroting van 2025 aangepast.
Personele inzet: Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is het bij een aantal onderdelen van de organisatie moeilijk om alle functies vervuld te krijgen. Dit wordt deels opgevangen door inzet van tijdelijk personeel. Desondanks is de inschatting dat de kosten voor personele inzet lager zullen uitvallen in 2024 dan in de 2e begrotingswijziging 2024 was opgenomen. Halfjaar Nota 2024
50
FLO-brandweer: In de 2e begrotingswijziging 2024 is opgenomen dat voor de kosten van FLO-brandweer een voorziening gevormd zal worden. Op basis van de laatste begroting van FLO is de verwachting dat de kosten de komende jaren nog zullen stijgen, tot rond de € 4.500k. per jaar, en op dat niveau blijven tot en met 2037. Daarna zullen de kosten gaan dalen, naar uiteindelijk € 0 in 2050. Op basis van regelgeving is besloten om geen voorziening te vormen maar een bestemmingsreserve. Op basis van de laatste begroting van FLO wordt er in 2024 € 1.073k. gedoteerd aan de bestemmingsreserve. De dotatie aan de voorziening die was opgenomen is teruggedraaid. 2e Loopbaanbeleid en verlofsparen Er wordt landelijk gewerkt aan een herijking van het 2e loopbaanbeleid. Uit recentelijk overleg blijkt dat de landelijke initiatieven nog een aantal jaar op zich laten wachten. De veiligheidsregio heeft nu een eigen plan waarbij medewerkers langer kunnen doorwerken in hun eigen functie (DOOR010). Daarnaast is sinds 2022 de regeling verlofsparen in de CAO opgenomen. Deze uren kunnen gebruikt worden om eerder te stoppen met werken en kunnen ook in het kader van 2e loopbaanbeleid ingezet worden. Het verlofsparen is onderdeel van DOOR010. Voor de komende jaren wordt een beperkte instroom verwacht in de regeling voor een 2e loopbaan.
Dit heeft ertoe geleid dat er een actualisatie is gemaakt voor de kosten van het 2e loopbaanbeleid voor de komende jaren. Omdat er minder instroom is, zullen de kosten voor opleidingen dalen. Deze kosten zouden worden gefinancierd uit de daarvoor gevormde reserve. De onttrekking aan de reserve is nu niet nodig. In het kader van de herijking van het 2e loopbaanbeleid is het de verwachting dat er meer gebruik gemaakt zal worden van de mogelijkheid van verlofsparen. Voor 2024 is dan ook rekening gehouden met een extra dotatie aan de voorziening verlofsparen. Nu de regeling bekender wordt binnen de organisatie en medewerkers de mogelijkheid hebben om bij te tekenen zal er naar verwachting ook meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid. Kapitaallasten - afschrijvingen: De afschrijvingslasten zullen lager uitkomen dan eerder was begroot, doordat investeringen later worden gerealiseerd dan gepland of verschuiven naar komende jaren. De investeringen voor 2024 komen nu uit op € 9.627k. In de 2e begrotingswijziging was dit € 13.615k. Door het doorschuiven van investeringen is nu voor 2025 een investeringsbedrag opgenomen van € 20.458k. In de initiële begroting 2025 was dit nog € 16.693k. Als gevolg van de verschuivingen in investeringen dalen per saldo de afschrijvingslasten in 2024 met € 173k. ten opzichte van de 2e begrotingswijziging naar totaal € 8.679k.
In 2025 dalen de afschrijvingslasten met € 218k. naar € 9.953k. Kapitaallasten- Rente: Als gevolg van het uitstel van de investeringen zijn er voor 2024 voldoende beschikbare liquide middelen. Er hoeft dan ook geen nieuwe financiering te worden afgesloten waar in de 2e begrotingswijziging nog wel rekening mee was gehouden. Hierdoor komen de rentelasten € 37k. lager uit. Over de liquide middelen wordt ook rente ontvangen. Er was rekening gehouden met een renteopbrengst in 2024 van € 506k. Op basis van de renteopbrengsten in het eerste halfjaar, totaal € 680k., is dit bijgesteld naar € 1.000k.
Halfjaar Nota 2024
51
Ambulancedienst: De overleggen met de zorgverzekeraars over het definitieve “Wet marktordening Gezondheidszorg"budget (algemene vergoeding ambulance) zijn afgerond en de verwachting is dat de afspraken binnenkort worden ondertekend. In deze rapportage is hiermee rekening gehouden voor 2024. In de afspraken is o.a. opgenomen dat in 2024 het budget van de beschikbaarheid van ambulancezorg wordt gebaseerd op de werkelijke kosten hiervan. Hierdoor wordt er voor 2024 niet afgerekend op het aantal diensten. Per saldo wordt een resultaat voor de ambulancedienst verwacht van € 566k waarbij € 66k zal worden onttrokken aan de bestemmingsreserve voor de pilot van de elektrische ambulance die in 2024 start. Over het “Wet marktordening gezondheidszorg”-budget voor 2025 moeten de onderhandelingen met de zorgverzekeraars nog starten. In afwachting van de uitkomsten hiervan, wordt in de 1e begrotingswijziging 2025 vooralsnog geen rekening gehouden met wijzigingen. Kosten van grote crises: In het kader van de noodopvang asielzoekers en de opvang ontheemden uit Oekraïne is in de 3e begrotingswijziging 2024 voor € 4.570k. aan kosten meegenomen. Dat is bijna € 3.000 meer dan in de 2e begrotingswijziging was opgenomen. Deze kosten zullen volledig worden vergoed en hebben dus geen effect op het resultaat van 2024. Voor 2025 is nog rekening gehouden met € 400k. aan kosten voor deze opvang.
Dit is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2025.
Halfjaar Nota 2024
52
3.2 Overzicht van baten en lasten per programma 2024-2028 Programma's ( x € 1.000)
3e BW 2024
Begroting 2025
Wijzigingen
1e BW 2025
Plan 2026
Plan 2027
Plan 2028
Ambulancezorg
64.504
63.556
0
63.556
63.489
63.357
63.357
Brandweerzorg
100.305
103.579
667
104.246
105.351
106.701
106.857
Risico- en Crisisbeheersing
16.858
14.092
1.548
15.640
14.500
14.500
14.500
Overhead
29.895
32.012
696
32.709
32.724
32.724
32.724
0
0
0
Vennootschapsbelasting Financieringsfunctie
0 644
789
-215
575
744
929
1.089
Ambulancezorg
212.207 69.975
214.028 68.422
2.697 0
216.725 68.422
216.808 68.422
218.211 68.422
218.527 68.422
Brandweerzorg
121.561
130.540
96
130.636
131.879
131.879
131.879
Risico- en Crisisbeheersing
20.771
15.275
2.234
17.508
17.108
17.108
17.108
82
82
82
82
82
Totaal lasten
Overhead
310
Vennootschapsbelasting Financieringsfunctie Totaal baten Resultaat voor bestemming
0 419
-19
400
400
400
400
213.616
214.656
2.393
217.049
217.892
217.892
217.892
1.409
628
-304 0
324
1.084
-319
-635
1.735
596
268
864
973
798
596
Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserve
0
1.000
Ambulancezorg Brandweerzorg
0
0 1.735 66
596 199
268 0
864 199
973 132
798
596
Ambulancezorg Brandweerzorg
1.261
1.426
-458
967
216
1.568
1.784
0
575
575 1.741 1.200
348 459
1.568 451
1.784 552
1.200
459
451
552
Risico- en Crisisbeheersing Onttrekking bestemmingsreserve
1.327
1.624
117
Resultaat na bestemming
1.002
1.656
-455 0
1.002
1.656
-455
Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Resultaat na nacalculatie
Halfjaar Nota 2024
53
3.3 Verschillenanalyse per programma De verschillen in 2024 en 2025 zijn per programma als volgt: Programma's ( x € 1.000)
2e BW 2024
Wijzigingen
3e BW 2024
Begroting 2025
Wijzigingen
1e BW 2025
Ambulancezorg
63.556
949
64.504
63.556
0
63.556
Brandweerzorg
99.053
1.252
100.305
103.579
667
104.246
Risico- en Crisisbeheersing
15.096
1.762
16.858
14.092
1.548
15.640
Overhead
31.198
-1.303
29.895
32.012
696
32.709
Vennootschapsbelasting Financieringsfunctie
0
0
681
-37
644
789
-215
575
Ambulancezorg
209.584 68.422
2.622 1.553
212.207 69.975
214.028 68.422
2.697 0
216.725 68.422
Brandweerzorg
120.756
804
121.561
130.540
96
130.636
Risico- en Crisisbeheersing
16.726
4.045
20.771
15.275
2.234
17.508
310
310
82
82
Totaal lasten
Overhead Vennootschapsbelasting Financieringsfunctie Totaal baten Resultaat voor bestemming
0
0
508
492
1.000
419
-19
400
206.413
7.204
213.616
214.656
2.393
217.049
-3.172
4.581
1.409
628
-304 0
324
661
1.074
1.735
596
268
864
Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserve
0
Ambulancezorg
661 199
1.074 -132
1.735 66
596 199
268 0
864 199
Brandweerzorg
1.844
-584
1.261
1.426
-458
967
0
575
575 1.741 1.200
Risico- en Crisisbeheersing
0
Onttrekking bestemmingsreserve
2.043
-716
1.327
1.624
117
Resultaat na bestemming
-1.789 1.789
2.791 -1.789
1.002
1.656
-455 0
-
1.002
1.002
1.656
-455
Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Resultaat na nacalculatie
1.200
De verschillen worden per programma toegelicht:
Halfjaar Nota 2024
54
Ambulancezorg
Ambulancezorg ( x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten
2e BW 2024 63.556 68.422 4.867
Wijzigingen 949 1.553 604
3e BW 2024
Begroting 2025
64.504 69.975 5.470
Wijzigingen
63.556 68.422 4.867
1e BW 2025
-
63.556 68.422 4.867
Ambulancezorg 2024 Ambulancezorg Dotatie voorziening RVU Personele lasten Overige lasten Kapitaalslasten Totaal wijzigingen op de lasten Afspraken zorgverzekeraars Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
Wijzigingen 2024 106 1.235 -165 -227 949 1.553 1.553 604
Incidenteel
-
Structureel 106 1.235 -165 -227 949 1.553 1.553 604
Toelichting 2024: -
-
Voorziening Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU): In het kader van regelgeving is in de begrotingswijziging een dotatie aan een voorziening opgenomen voor medewerkers die per einde van het jaar gebruik maken van de RVU. Personele lasten en overige lasten: salarisstijgingen 2024. Kapitaalslasten: Doordat investeringen zijn verschoven naar een latere datum komen de afschrijvingslasten lager uit. Afspraken zorgverzekeraars: De baten stijgen als gevolg van de nieuwe afspraken met de zorgverzekeraars.
Ambulancezorg 2025 Toelichting 2025: De onderhandelingen met de zorgverzekeraars voor het “Wet marktordening gezondheidszorg”-budget 2025 worden binnenkort opgestart. Voor de begroting 2025 zijn er nu geen wijzigingen aangebracht.
Halfjaar Nota 2024
55
Brandweerzorg Brandweerzorg ( x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten
2e BW 2024 99.053 120.756 21.703
Wijzigingen 1.252 804 -448
3e BW 2024 100.305 121.561 21.255
Begroting 2025
Wijzigingen
1e BW 2025
103.579 130.540 26.961
667 96 -571
104.246 130.636 26.390
Brandweerzorg 2024 Brandweerzorg FLO Verlofsparen Projecten (incl DVO+) Personele kosten Overige lasten Afschrijvingslasten Totaal wijzigingen op de lasten Projecten (incl DVO+) Overige inkomsten Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
Wijzigingen 2024 -1.800 1.547 244 452 835 -27 1.252 236 569 804 -448
Incidenteel
-
-
Structureel -1.800 1.547 244 452 835 -27 1.252 236 569 804 -448
Toelichting 2024: -
-
FLO: In de laatste prognose komen de kosten voor FLO in 2024 € 800k. lager uit dan eerder werd begroot. Daarnaast was in de 2e begrotingswijziging een dotatie aan een voorziening voor FLO opgenomen van bijna €1.000k. Dit is vanwege regelgeving in deze begrotingswijziging teruggedraaid en in plaats daarvan wordt een dotatie aan een bestemmingsreserve voorgesteld. Verlofsparen: In het kader van DOOR010 is in de begrotingswijziging een dotatie aan een voorziening verlofsparen opgenomen Projecten (inclusief DVO+): Door aanpassingen in de salarissen en door uitbreiding van het aantal wijkbrandweermannen stijgen de kosten. Hier staan ook extra inkomsten tegenover. Personele lasten: CAO stijging Overige lasten: Door extra uitgaven op het gebied van huisvesting (aanpassingen bij locaties) en logistiek (o.a. kazernekleding) stijgen de overige lasten in 2024. Overige inkomsten: Er zijn extra inkomsten vanuit detacheringen van medewerkers en uitkeringen van het UWV.
Halfjaar Nota 2024
56
Brandweerzorg 2025 Wijzigingen 2025 2e Loopbaanbeleid -576 Projecten (incl DVO+) 119 FLO -326 Personele lasten 1.320 Overige lasten 549 Kapitaalslasten -419 Totaal wijzigingen op de lasten 667 Overige inkomsten, overheid (incl. DVO+) 96 Totaal wijzigingen op de baten 96 Saldo verschillen -571
Brandweerzorg
Incidenteel
-
Structureel -576 119 -326 1.320 549 -419 667 96 96 -571
Toelichting 2025: -
-
-
2e loopbaanbeleid: De kosten vallen lager uit doordat medewerkers de mogelijkheid hebben gekregen om bij de VRR te blijven werken in het kader van DOOR010. Er maken daardoor minder medewerkers gebruik van opleidingsfaciliteiten dan eerder werd voorzien. Projecten (inclusief DVO+): Door aanpassingen in de salarissen en door uitbreiding van het aantal wijkbrandweermannen stijgen de kosten. Hier staan ook extra inkomsten tegenover. FLO: In de laatste prognose komen de kosten voor FLO in 2025 lager uit dan eerder werd begroot. Personele lasten: Door stijging van salarissen zullen de personele lasten hoger uitkomen dan eerder werd verwacht. Overige lasten: Deze lasten stijgen door een verschuiving van de kosten van de programma’s Risico &Crisisbeheersing en Overhead naar het programma brandweer. Per saldo blijven de kosten vrijwel gelijk. Afschrijvingslasten: Doordat investeringen zijn uitgesteld worden de afschrijvingslasten lager dan eerder werd verwacht. Overige inkomsten, overheid (incl. DVO+): Door de stijging van kosten van diverse projecten kan naar verwachting ook meer doorbelast worden aan andere partijen.
Halfjaar Nota 2024
57
Risico- en Crisisbeheersing Risico- en crisisbeheersing ( x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten
2e BW 2024 15.096 16.726 1.630
Wijzigingen
3e BW 2024
1.762 4.045 2.284
Begroting 2025
16.858 20.771 3.913
14.092 15.275 1.182
Wijzigingen
1e BW 2025
1.548 2.234 686
15.640 17.508 1.868
Risico- en Crisisbeheersing 2024
Wijzigingen 2024 Inzet Crisisbeheersing (opvang Oekrainers) 2.970 Personele lasten -967 Kapitaalslasten -159 Overige lasten -83 Totaal wijzigingen op de lasten 1.762 Baten Inzet Crisisbeheersing (opvang Oekrainers) 2.970 Overige opbrengsten (incl BDUR) 1.075 Totaal wijzigingen op de baten 4.045 Saldo verschillen 2.284
Risico- en crisisbeheersing
Incidenteel
Structureel
2.970
2.970 2.970 2.970 -
-967 -159 -83 -1.208 1.075 1.075 2.284
Toelichting 2024: -