Gewijzigde Voorjaarsnota 2023 (wijzigingen geel gearceerd)
Tekst van het document
De toenemende vraag naar (bouw)materialen en grondstoffen de afgelopen jaren zorgt er echter voor dat de prijzen jaarlijks met circa 10% zijn gestegen. De verwachting is dat dit de komende periode niet anders zal zijn. Het huidige krediet van 1,5 miljoen exclusief btw is onvoldoende. Aanvullend is nog een bedrag van € 180.000 exclusief btw nodig. De geplande restauratiewerkzaamheden zijn onder andere aan het dak zijn. Dit moment willen wij aanpakken om het dak te verduurzamen en deels zonnepanelen op te leggen. Gezien het slechte energielabel (energielabel G) van Markt 11, de hoge energierekening en onze voorbeeldfunctie als gemeente willen we de energiebesparingsmaatregelen gelijk uitvoeren. Daarnaast past het verduurzamen van onze eigen panden binnen de ambities van het stadsprogramma Nieuwe Energie. Hier hebben we aanvullend een bedrag nodig van € 628.000 exclusief btw.
20
Wij zijn voornemens om twee subsidieaanvragen in te dienen: SIM-subsidie (voor monumenten) en DUMAVA (verduurzaming voor maatschappelijk vastgoed). Omdat het nog onzeker is of wij deze subsidies ook daadwerkelijk krijgen toegewezen, is in deze kredietaanvraag geen rekening gehouden met toekenning. Vastgoedportefeuille energiebesparing In de huidige onderhoudsplannen is geen rekening gehouden met het verduurzamen van onze gebouwen. Dit maakt dat onze gebouwen energie inefficiënt zijn. De energiebesparende maatregelen waar geld voor gevraagd wordt, zijn minimaal noodzakelijk en wettelijk verplicht om de landelijke doelstelling van 55% minder CO2 in 2030 te halen. Daarnaast gaan deze maatregelen de energielasten structureel verlagen. Het gevraagde budget kan niet worden gedekt uit het budget van het stadsprogramma Nieuwe Energie, ondanks dat het verduurzamen van onze eigen panden als doelstelling daarin is benoemd. Het budget voor het stadsprogramma is alleen beschikbaar voor personele inzet en niet voor energiemaatregelen. In de loop van dit jaar zal de raad verder worden geïnformeerd over onze verduurzamingskalender tot 2030 en welke consequenties die heeft voor de budgetten.
Verduurzaming meerjarig onderhoudsplan In kader van landelijke doelstellingen, toenemende gasprijzen en onze voorbeeldfunctie hebben we in het vernieuwde MJOP (meerjarenonderhoudsplan) alle logische en minimale energiebesparingsmaatregelen opgenomen die op een natuurlijk moment uitgevoerd moeten worden. Verduurzamen op natuurlijke momenten, in lijn met het regulier onderhoud, betekent dat, dat de investeringen al gedeeltelijk financieel gedekt zijn en er geen risico is op desinvesteringen. Onze MJOP wordt daarmee een DMJOP, een duurzaam meerjarenonderhoudsplan. Met de DMJOP zijn we een stap dichterbij onze landelijke doelstellingen. Vernieuwing Groen van Prinsterer met daarachter een sporthal De afgelopen periode zijn wij in gesprek geweest met Lentiz om met elkaar te komen tot een passende oplossing voor het 75 jaar oude onderwijsgebouw aan de Rotterdamseweg. Deze oplossing hebben wij met elkaar gevonden in een gehele gebiedsontwikkeling, waarbij een impuls gegeven wordt aan onderwijs, sport en andere maatschappelijke functies in de wijk. Het huidige pand gaan wij vernieuwbouwen waarbij we een losstaande sporthal gaan realiseren die naast bewegingsonderwijs ook buiten schooltijden te gebruiken is. Hiermee zetten we een grote stap voorwaarts met het voortgezet onderwijs in Vlaardingen.
Het onderwijsgebouw Voor de komende 40 jaar bieden wij hiermee onderdak aan toekomstige generaties Vlaardingers die bij het Groen van Prinsterer worden voorbereid op een vervolgopleiding in het mbo, hbo en wo. Een deel van de school wordt vernieuwd, zodat een compacter en efficiënter onderwijsgebouw ontstaat. Het rijksmonumentale gedeelte gaan we in ere herstellen en behoudt de huidige onderwijsfunctie. De verouderde kleine gymzaal aan de voorkant wordt weggehaald, waardoor het rijksmonumentale gebouw beter tot zijn recht komt. De gestapelde gymzalen worden hergebruikt als onderwijsruimtes. Multifunctioneel gebruik van de school Lentiz heeft aangegeven om na de vernieuwbouw hun deuren te willen openen voor maatschappelijke initiatieven, ook buiten schooltijd. We onderzoeken hiervoor de mogelijkheid tot een nieuwe maatschappelijke functie in de wijk. Financiën Op dit moment is voor de school in de begroting rekening gehouden met een investering van € 19.6 miljoen (prijspeil 2022). Om de school te vernieuwbouwen is een aanvullend krediet nodig van € 13,2 miljoen. Onderdeel van deze meerkosten zijn onder andere de VAT-kosten, onvoorziene kosten (10%), indexering van de bouwprijzen voor 2023 (8,77%) en de meerkosten voor het aanpassen van het rijksmonumentale gedeelte (raming €3.5 miljoen).
Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) richt zich op onderwijsruimtes en voorziet niet in gymzalen of sporthallen. Door de gestapelde gymzalen te hergebruiken en als onderwijsruimte geschikt te maken, wordt €1,2 miljoen bespaard ten opzichte van nieuwbouw.
21
Lentiz heeft uitgesproken om een substantiële financiële bijdrage te gaan leveren aan dit project. Het Fonds Schiedam Vlaardingen zal daarnaast met Lentiz in gesprek blijven over hun bijdrage aan deze ontwikkeling. We onderzoeken ook, samen met de betrokken partijen, wat de mogelijkheden zijn om gebruik te maken van subsidies, waaronder het Nationaal Restauratiefonds (NRF). De sporthal achter het Groen van Prinsterer De aanpassing en sloop van de bestaande verouderde gymzalen maakt een nieuwe ruimte voor bewegingsonderwijs noodzakelijk. Deze ruimte wordt gevonden in het vervangen van de oude gymzalen door een sporthal (van drie zaaldelen). De sportaccommodatie wordt achter de school gerealiseerd en kan naast het voortgezet onderwijs ook gebruikt worden voor bewegingsonderwijs in de Babberspolder. Multifunctioneel gebruik van de sporthal Ook buiten schooltijd kan de sporthal worden gebruikt door verenigingen om te trainen en wedstrijden te spelen. Er zijn meerdere sportverenigingen die hun behoefte hierover hebben aangegeven. Daarnaast biedt de sporthal Stichting Vlaardingen in Beweging de kans om met buurtsportcoaches meer aandacht te geven aan de sport- en beweegbehoefte van jongeren en ouderen in Vlaardingen.
Financiën In de begroting is nog niet eerder rekening gehouden met investeringen die nodig zijn voor het realiseren van een losstaande sporthal bij het Groen van Prinsterer. Het gaat in dezen om een bedrag van € 11,9 miljoen, waarin rekening is gehouden met VAT-kosten, onvoorziene kosten (10%) en indexering van de bouwprijzen voor 2023. Stichting Islamitisch College De Stichting Islamitisch College (SIC) heeft in 2021 in het kader van de nieuwe wet: “Meer ruimte voor nieuwe scholen” een verzoek ingediend bij het ministerie om een school te starten in Vlaardingen. Het ministerie heeft de aanvraag getoetst op basis van belangstellingsregistratie en kwaliteit en op basis hier van het besluit genomen dat SIC een school mag starten in Vlaardingen. In het kader van het stads-brede locatieonderzoek is met SIC de afspraak gemaakt om de school te starten per 1 augustus 2024 in plaats van 1 augustus 2023. SIC heeft inmiddels van het ministerie bericht ontvangen dat de aanvraag voor uitstel met een jaar is toegekend. De investering bedraagt in zijn totaliteit € 5.621.000 (inclusief VAT kosten, en 10% onvoorzien en indexatie bouwprijzen).
22
Onzekerheden, risico’s en kansen Onzekerheden Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2024 vragen onderstaande onderwerpen extra aandacht. Het gaat om onderwerpen waarvan nog geen cijfers bekend zijn om de hoogte en kans te bepalen. Deze onderwerpen nemen wij in deze voorjaarsnota op als onzekerheid. Gemeentefonds De verwachte ontwikkeling van het accres in de algemene uitkering is als positieve autonome ontwikkeling opgenomen in deze voorjaarsnota. Het accres is op basis van Centraal Economisch Plan 2023. De definitieve uitkering van het gemeentefonds is echter pas bekend bij de meicirculaire 2023. Deze uitkomst wordt meegenomen bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2024. De in deze voorjaarsnota opgenomen stijging voor een periode van 3 jaar is 19,0 miljoen, in de huidige opstelling is rekening gehouden met € 7,5 miljoen. De kans daalt van 30% naar 20%, omdat de accresontwikkeling is gebaseerd op publicatie van het Centraal Plan Bureau. Ook is er onzekerheid over de nieuwe financieringssystematiek vanuit het Rijk. Hoeveel geld individuele gemeenten uit het gemeentefonds krijgen, hangt af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeenten. Momenteel wordt onderzocht hoe het gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds staat gepland voor 2023.
Ontwerpbegroting 2024 Stroomopwaarts Zoals opgenomen in de toelichting met betrekking tot deze financiële ontwikkelingen, zijn er op dit moment ten aanzien van de ontwerpbegroting 2024 de volgende onzekerheden:
Doorwerking hogere bijstandsuitkeringen (€ 5 miljoen) als gevolg van het hoger minimumloon per 1 januari 2023. De verwachting is dat wij hiervoor gecompenseerd gaan worden door het Rijk, echter is dit nog niet zeker.
De voorlopige verdeelsleutel 2024 voor de MSV-gemeenten is gebaseerd op definitieve verdeelsleutel 2022). We gaan nu uit van een nadelig financieel effect van € 300.000, maar de verdeelsleutel voor 2024 wordt nog herijkt.
Jeugd (Mevis) De contractwaarde van Mevis wordt gebaseerd op de uitkomsten van het kalenderjaar 2022. Dit vraag nog een actualisatie, die in september 2023 staat gepland. Deze uitkomsten hebben een structurele impact en staan los van de prijs- en loonontwikkelingen die er zijn. Vooralsnog zijn er geen cijfers bekend om de hoogte en kans die zijn opgenomen over de risico’s aan te passen. In de risicoinventarisatie is een risico van € 2,1 miljoen met een kans van 40% opgenomen, dit heeft te maken met verwachtingen van het gebruik van jeugdhulpverlening (afspraken met Mevis over het ‘ventiel’). Energielasten Op basis van het nu geldende energiecontract is de verwachte prijsstijging circa € 2,3 miljoen per jaar. Deze stijging wordt bekostigd uit de stelpost loon- en prijscompensatie. Recent is bekend geworden dat de huidige leverancier per 1 januari 2024 stopt. Daardoor moeten wij op zoek naar een nieuwe energieleverancier. We zijn de verschillende mogelijkheden hiervoor aan het onderzoeken. De (financiële) gevolgen hiervan zijn op dit moment nog onzeker. Investeringen Er bestaat onzekerheid over de uitvoerbaarheid van de opgenomen investeringsplanning. Op dit moment loopt er een 213a onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de huidige methodiek van planning en fasering van investeringen. Dit onderzoek verwachten wij uw raad voor het zomerreces aan te bieden.
Bij de meerjarenbegroting 2024 – 2027 nemen wij het meerjaren investeringsplan ter vaststelling door uw raad op. Daarnaast zijn bij het opstellen van het IHP de VAT- en onvoorziene kosten niet in alle gevallen meegenomen. Een aantal kredieten is op dit moment nog niet geactualiseerd naar het juiste prijspeil van de bouwkosten. Gezien de stijging van de bouwkosten (mede veroorzaakt door de stijging van de
23
energieprijzen) is een verhoging van de kredieten noodzakelijk. Daarnaast is bij enkele bestaande kredieten van Sport nog geen rekening gehouden met VAT kosten, onvoorziene kosten en indexeringen. Omdat op dit moment gekeken wordt naar een uniforme aanpassing/actualisatie van de kredieten, zal een verhoging van de kredieten nog niet worden meegenomen in deze voortgangsrapportage. Voor 2024 en verder wordt dit eind 2023 verwerkt in de meerjarenbegroting 2024 – 2027. Informatievoorziening Informatie en data spelen een steeds belangrijkere rol in onze samenleving en dus ook bij de gemeente. Ons doel is om efficiënt en veilig met informatie en data om te gaan, we moeten immers voldoen aan wettelijke kaders, en ook om het zelf te kunnen gebruiken om effectief beleid te ontwikkelen en te monitoren. Dit noemen we datagedreven werken. Om dit doel te bereiken, moeten naast de ICT (de hardware en technische infrastructuur), ook alle applicaties en systemen die we daarop gebruiken, evenals alle data die we opslaan, beheren en gebruiken, voldoende op orde zijn. Dit vraagt vervolgens van de organisatie dat de teams en functies m.b.t. Informatiemanagement, Informatiebeheer, archivering en informatiebeveiliging/privacy verder op orde gebracht en doorontwikkeld worden. Hiermee zijn dus, naast de technische kant van ICT, ook veel organisatorische, personele en procesmatige aspecten gemoeid.
Momenteel wordt geïnventariseerd wat daarvoor nodig is. Deze ontwikkeling is in deze voorjaarsnota opgenomen als onzekerheid, omdat we momenteel hard werken aan een volledig beeld, maar we het wel alvast willen aankondigen. Risico's In deze voorjaarsnota is de risico-inventarisatie (zie volgende pagina) die is opgemaakt ten behoeve van de jaarrekening 2022 als uitgangspunt gebruikt. De jaarstukken ontvangt uw raad begin juni 2023. In deze voorjaarsnota wordt wel stilgestaan bij de risico’s in de gepresenteerde financiële positie. De activiteiten van de gemeente Vlaardingen gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente blootgesteld is aan een groot aantal risico’s. In de aanpak van de risicoinventarisatie is bij het bepalen van de impact rekening gehouden met een structurele component. Voor structurele risico's is een factor van 3 gebruikt om aan te sluiten bij een gemiddelde transitieperiode van 3 jaar voor het implementeren van beleidswijzigingen. De risico-inventarisatie zoals hierna weergegeven is door de organisatie zelf opgesteld, en is besproken en getoetst door een externe deskundige. Op basis van de externe analyse (risicosimulatie) betreffende de risico's moet een totale weerstandscapaciteit van € 27,5 miljoen worden aangehouden. De benodigde weerstandscapaciteit daalt ten opzichte van de berekening voor de begroting 2023.
Bij de begroting 2023 was de noodzakelijke weerstandscapaciteit € 37,6 miljoen. De daling komt vooral doordat er inmiddels meer duidelijkheid is over de gebiedsontwikkeling Rivierzone en het tijdig kunnen in spelen op de inflatie, waardoor dit niet meer als structureel risico is meegenomen.
24
Risico-Inventarisatie Onderwerp
Risico
Maatregel
Impact Kans op (most risico likely) x € 1.000
(in % )
GEVOLGEN CALAMITEIT/RAMP
Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans Rampenorganisatie, rampenplannen, coördinator dat kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak, personele rampenbestrijding, rampenoefeningen. kosten e.d. voor rekening van de gemeente komen. Deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR.
250
25%
VERBONDEN PARTIJEN (WAARONDER GR)
Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves bij de GR'en. Bij overschrijden van de begroting van een GR zal de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moeten leveren.
Notitie werkwijze Verbonden Partijen. Regie op de verbonden partijen, aansluiting P&C cyclus. Controleverklaringen bij de jaarrekeningen én de accountantsverslagen die gericht zijn aan het algemeen bestuur van de verbonden partijen.
620
20%
AFTREDEN W ETHOUDERS
Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden.
Geen.
FOUTEN INKOOPPROCEDURES
Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures / aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst.
De gemeentelijke organisatie heeft een eigen inkoopafdeling, welke bestaat uit inkoopadviseurs, een contractadviseur en contractbeheerders. Daarnaast kent elke lijnafdeling Inkoopambassadeurs, die gedegen basiskennis hebben van Inkoop- en aanbestedingsprocedures.
LOONSOM
Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat.
De salarisbudgetten in de meerjarenbegroting aan de hand van de uitgangspunten in de meicirculaire gemeentefonds bijstellen.
Discreet
210
10%
180
20%
GEGARANDEERDE LENINGEN Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra, Geen. ZORGCENTRA bestaat de kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra.
125
10%
CLAIMS EN NADEELCOMPENSATIE
Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke.
Deskundigheid voor de afhandeling van verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico.
120
25%
INGEKOMEN SUBSIDIES
Als gevolg van onjuiste interpretatie van subsidievoorwaarden bestaat de kans dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en subsidiegelden lager of op nihil worden gesteld.
Op basis van een subsidie register is er inzicht op de ontvangen subsidies. Het proces wordt verder ingericht ter verbetering van de beheersing.
195
10%
INKOMENSVOORZIENING / MINIMAVOORZIENING (inkomsten)
De gemeente loopt een risico, alvorens in aanmerking te komen voor de "vangnetregeling" van het Rijk.
Stroomopwaarts voert beiden regelingen uit. Lopende de P&C cyclus wordt de ontwikkeling van inkomen en minima voorziening versus BUIG (inkomsten) gemonitord.
3.000
20%
JEUGDHULP (LOKAAL EN REGIONAAL)
Het beroep op specialistische jeugd hulp stijgt meer dan het gemiddelde gebruik van afgelopen jaren.
Investeren op het voorliggend veld en de vernieuwende aanpak. Aanbesteding inkoopmodel jeugd. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord.
2.100
40%
WMO LOKAAL
Het beroep op WMO stijgt meer dan het gemiddelde gebruik van afgelopen jaren.
Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. Op basis van signalen beoordelen welke wijziging mogelijk zijn.
1.500
20%
1.500
1%
30
50%
250
10%
GARANTIESTELLING De gemeente heeft voor een totaalbedrag van € 517,4 De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit WONINGBOUW-CORPORATIES miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € drie lagen: 497,2 miljoen gegarandeerd door het W aarborgfonds 1.Primaire zekerheid: de financiele middelen van Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen de corporatie. van het W SW daalt tot onder de drempel van 0,25% 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het garantievolume, dan treedt de van het W SW. achtervangpositie van het rijk en de gemeente in 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten. werking in de vorm van het verstrekken van renteloze leningen.
VEILIG THUIS
Stijging van het aantal meldingen
Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. Getracht wordt met de nieuwe aanbesteding en de daaruit voortvloeiende transformatie de kosten per persoon omlaag te brengen door meer in te zetten op kwalitatief goede algemene voorzieningen.
VERZEKERINGEN
Beperken grote risico's door het afsluiten van De Uitgebreide gevaren verzekering (UGV) en de verschillende verzekeringen met een zo laag mogelijke Aansprakelijkheids+-verzekering (AVG) zijn premie. opnieuw aanbesteed. De eigen risico's zijn verhoogd om een zo laag mogelijke premie te krijgen. Mogelijk is hierdoor een hoger bedrag nodig voor schadeclaims.
ACHTERSTALLIG ONDERHOUD De laatste jaren wordt minder onderhoud gepleegd bij eventueel af te stoten panden. Hierdoor ontstaan veiligheidsrisico's. Daarnaast is er een opgave voor verduurzamen.
Actualiseren Meerjarenonderhoudsplan met Verduurzaming opgave voor de gemeentelijke panden. In de begroting is een post opgenomen van 0,3 miljoen.
5.600
25%
LEEGSTAND
Minder inkomsten uit huur door wegvallen commerciele huurders door faillissement / verhuizing. Toename leegstaande panden door terug levering panden vanuit de organisatie (scholen, sportfaciliteiten) Waardevermindering door leegstand.
Jaarlijks wordt de lijst af te stoten bezit vastgesteld met als doel de vastgoedportfeuille te beperken tot de kerntaak. Dit leidt tot minder leegstand en een betere inzet van het vastgoed.
100
70%
ASBESTSANERING
Wegens aanscherping van de wetgeving bij verkoop van een pand is een asbest-inventarisatie en een kostenraming nodig. Aanwezigheid van asbest leidt tot: a. lagere verkoopopbrengst; b. afzonderlijk scheiden van asbest bij sloop; c. asbestsanering toepassen bij het reguliere of planmatig onderhoud.
Bij elke verkoop of sloop wordt standaard een asbestinventarisatie uitgevoerd. Het risico van aanwezigheid van asbest dat niet bij de inventarisatie is geconstateerd wordt zoveel mogelijk overgedragen aan de koper.
150
50%
GRONDEXPLOITATIES: VERTRAGING PLANNEN
Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat.
Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d.
338
10%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S
Als gevolg van diverse factoren die bij Continue toetsing grondopbrengsten en kosten grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op (2x per jaar én na elke grondafname), openbare effecten op het financiële resultaat. aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts.
291
33%
INFLATIE
Stijging als gevolg van exogene ontwikkeling boven de Exogene ontwikkelingen volgen lopende begrotingsbedragen.
2.500
20%
FACILITEREND GRONDBELEID De afgesloten anterieurovereenkomsten dekken niet de gemaakte kosten
Inrichting projectadministratie op de anterieuren overeenkomsten.
850
40%
RENTE
Gevolgen van recessie
Bewaking lening portefeuille, monitoren rente ontwikkelingen.
1.650
30%
GEMEENTEFONDS
Onzekerheid over de inkomsten, en gevolg van trap op trap af principe en de compensatie van het Rijk voor jeugd
Monitoren ontwikkeling gemeentefonds. Tijdig signaleren van afwijkingen. Gezonde financiele positie om tijdelijke afwijkingen te kunnen opvangen.
7.500
30%
ARBEIDSMARKT
Krapte op de arbeidsmarkt waardoor hogere apparaatkosten en vertraging van projecten .
P monitor over de volledige capaciteit
500
30%
CYBERCRIME
Schade door cyberaanvallen
Inrichting informatiebeveiliging inhoud en proces
500
40%
TRANSFORMATIE
Ontwikkelen naar een nieuwe aanpak om (nadelige) ontwikkelingen voor te zijn
Investeren in vernieuwing, data gedreven sturing
3.300
30%
GEBIEDSONTWIKKELING RIVIERZONE
Voor het gebied Rivierzone zijn al de nodige stappen gezet. Eind 2022 is de gebiedsexploitatie voorgelegd aan de raad.
Eind 2022 is de gebiedsexploitatie voorgelegd aan de raad.
3.600
40%
25
Kansen Externe financiering Vlaardingen heeft ambities en uitdagingen. In het coalitieakkoord staat dat we op zoek gaan naar mogelijkheden om extra inkomsten te generen. Daarbij richten we onze blik naar buiten toe: we kijken naar de kansen die er regionaal, landelijk en Europees zijn. Het realiseren van ambities gaat gepaard met de nodige uitdagingen. Om deze ambities te realiseren, de uitdagingen te lijf te gaan en Vlaardingen toekomstbestendig te maken én te houden, is externe financiering noodzakelijk. Op dit moment is het verwerven én het beheersen van externe financiering nog niet voldoende ingebed. Door meer vanuit de kracht en ideeën van Vlaardingen en 'van binnen naar buiten' te werken, kan Vlaardingen externe financiering aantrekken op een meer structurele basis. Het meer structureel binnenhalen en beheersen van externe financiering biedt meer zekerheid, meer perspectief en daarmee meer kansen voor Vlaardingen. Om dit te realiseren is het van groot belang dat het ingericht zijn op externe financiering tot in de vezels van de gemeentelijke organisatie is doorgedrongen. Dat vraagt, met andere woorden, om een betere inbedding van externe financiering in de gemeentelijke organisatie, zodat kansen structureel beter gezien én benut worden. Aandacht voor de beheersmatige kant van subsidies is noodzakelijk.
Om voornoemde vorm te gaan geven is het opzetten van een subsidieservicepunt een belangrijke voorwaarde.
26
Kaders en uitgangspunten begroting 2024 – 2027 Kaders en uitgangspunten begroting 2024-2027 In dit onderdeel staan de uitgangspunten en kaders waarbinnen het college de begroting 2023 - 2026 zal opstellen. 1. De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de cao. De laatst afgesloten cao heeft een looptijd tot 1-1-2024. Voor de jaren 2024 - 2027 houden wij rekening met een stijging van de totale loonkosten met 2,1%. Dit is inclusief de ontwikkeling van de werkgeverspremies. 2. Voor de subsidies houden we rekening met een indexatieverhoging van 1,80% in 2024. Indien instellingen zelf een hogere cao-ontwikkeling hebben volgt er geen aanvullende compensatie. Met de instellingen is afgesproken dat voor het lopende jaar niet meer wordt gecompenseerd voor loonkostenstijgingen gekoppeld aan de ambtenaren cao. De jaarlijkse indexatieverhoging vindt plaats bij de verleningsbeschikking voor het subsidie jaar t+1. 3. De kosten van derden zijn goederen en diensten die aan de gemeente worden geleverd. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kosten van energie, kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties. Middels het herverdelen van de stelpost loon- en prijscompensatie verwachten wij de verschillende budgetten omtrent kosten van derden op orde te hebben. Vervolgens gaan we uit van een indexering van 1,5%.
Hiermee onderstrepen we de blijvende inzet om goedkoper en met een hogere kwaliteit in te kopen. Daarnaast verwachten wij dat vanaf het huidige prijsplateau (zoals aangegeven verwerkt op de budgetten) de indexering (inflatie) weer een normaal verloop gaat krijgen. In het geval van excessieve stijgingen kan met onderbouwing aanspraak worden gemaakt op de algemene middelen via de reguliere voortgangsrapportages. Reguliere stijgingen dienen binnen het betreffende programma/beleidsveld te worden opgevangen. 4. Voor de leges, afvalstoffen- en rioolheffing geldt het criterium van 100% kostendekkendheid. Dit betekent enerzijds dat niet meer mag worden geheven dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing. Het betekent anderzijds dat kostenstijgingen bijvoorbeeld als gevolg van CAO ontwikkelingen in deze tarieven worden doorberekend. De hoogte van deze tarieven zijn onder meer afhankelijk van de tijdsbesteding en de kosten van overhead. De opbrengsten worden gebruikt om de kwaliteit van de activiteit te waarborgen en om personeels-, huisvestings- en materiaalkosten te dekken. Van een aantal tarieven wordt het maximaal te heffen bedrag vastgesteld door de Rijksoverheid zoals de tarieven voor reisdocumenten, het rijbewijs en de tarieven voor aktes uit de registers van de burgerlijke stand. 5.
De Onroerende Zaakbelasting en de overige heffingen (precario-, toeristen-, honden-, reclame- en parkeerbelasting en marktgelden) stijgen kunnen jaarlijks nominaal stijgen met de consumentenprijsindex (CPI) zoals gepubliceerd door het CBS in januari van het jaar voorafgaand aan de begroting. Voor 2024 bedraagt de indexering (7,6%) (CPI januari 2023). In de meerjarenraming gaan we voor de jaren na 2024 uit van de relatief gangbare 1,5%. 6. Als gevolg van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt wordt het rente omslagpercentage voor de meerjarenbegroting 2024-2027 gesteld op 1,5%. Dit percentage gebruiken we ook als uitgangspunt voor de berekening van de lasten van (toekomstige) investeringen (kapitaallasten). 7. Voor de doorberekening van rente aan Bouwgronden in Exploitatie (BIE's) is de toegestane toe te rekenen rente gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Hierbij wordt het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille naar de verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen berekend. Om te voorkomen dat de renteparameter jaarlijks fluctueert, kiezen we in de meerjarenprognose voor een stabiel rentepercentage van 1,5%.
27
8. De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordening. De afschrijvingen starten in het jaar na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. Investeringen beneden € 5.000 nemen we rechtstreeks in de exploitatie op, uitgezonderd de jaarlijkse vervanging van kleinere auto’s die samen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. 9. Voor verbonden partijen gaan we uit van dezelfde financiële uitgangspunten als voor de eigen begroting. De budgetten worden dus ook geïndexeerd. De meerjarenbegrotingen van de verbonden partijen worden verwerkt zoals aangegeven in de zienswijze die door uw raad is vastgesteld. Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen zijn de ontwikkelingen die op de gemeente afkomen en waar de gemeente niet zelf (direct) invloed op kan uitoefenen: Niet-autonome ontwikkelingen
Wijzigingen in de kostentoerekening voor wat betreft het effect op de tariefsverhogingen. Tariefswijzigingen zijn afgezien van aanpassing aan de inflatie altijd een keuze.
Voorstellen waarin het beleid wordt gewijzigd of wanneer nieuwe initiatieven ten opzichte van de meerjarenbegroting 2024-2027 worden gedaan.
Dalende rijksinkomsten voor specifieke taken. Het uitgangspunt bij rijksinkomsten is dat het gemeentelijk aandeel in de kosten niet stijgt. Bij een dreigende stijging, is het mogelijk dat een extra ombuiging nodig is. Deze keuze wordt op dat moment aan uw raad voorgelegd.
Gehanteerde indexeringen Gehanteerde indexeringen
2024
2025
2026
2027
Loonpeil en sociale lasten
2,10%
2,10%
2,10%
2,10%
Materiele uitgaven
1,50%
1,50%
1,50%
1,50%
Subsidies
1,80%
1,80%
1,75%
1,75%
Gemeenschappelijke regelingen
1,80%
1,80%
1,75%
1,75%
Verzekeringen
1,50%
1,50%
1,50%
1,50%
Belastingen (lasten)
1,50%
1,50%
1,50%
1,50%
Kapitaallasten
1,50%
1,50%
1,50%
1,50%
Inkomsten
7,60%
1,50%
1,50%
1,50%
28