Definitieve Jaarstukken 2020
Tekst van het document
Tevens verzorgt het KSCD de instemmingsverklaringen voor het realiseren van een gesloten plaatsing. De Corona maatregelen hebben impact op de aanvragen en het goed kunnen uitvoeren
van
Intelligentie
onderzoeken
en
instemmingsverklaringen.
De
beslissingsondersteunende diagnostiek is met 5 aanvragen toegenomen. De UO van de GRJR is met JBRR in gesprek over het verbeterplan voor de inzet van het KSCD. Dit proces is in 2021 vervolgd. 2.2.8 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Opdracht H heeft nog altijd te maken met een groei van de instroom. De stijging is met name zichtbaar in het aantal adviesvragen en het aantal crisissen. De stijging van de adviesvragen is al zichtbaar vanaf de invoering van de verscherpte meldcode in 2019. In juni 2020 26
bedroeg de stijging 30% ten opzichte van het begrote aantal. Ook hebben diverse mediacampagnes tijdens de coronaperiode er mogelijk voor gezorgd dat vaker advies wordt gevraagd. De stijging van het aantal crisissen is vooral zichtbaar in juni. Mogelijk heeft dit te maken met het weer openen van de scholen waardoor meer zicht kwam op de thuissituatie. Overigens is er altijd een stijging van instroom (meldingen en crisissen) zichtbaar vlak voor de zomervakantie. We maken ons wel zorgen over het (landelijke) signaal dat er een toename is van ernstige vormen van geweld dat gemeld wordt. Een situatie waarvoor zoveel mogelijk aandacht wordt gevraagd zowel lokaal als landelijk. Ondanks de hoge instroom lukt het VTRR gedurende het afgelopen jaar steeds beter om het percentage veiligheidsbeoordelingen, onderzoeken en ‘voorwaarden en vervolg’ binnen de wettelijke termijn af te handelen. Echter mede door de hoge instroom zitten de percentages nog niet op het gewenste niveau. Hier wordt vanuit het accountmanagement op gestuurd. Tijdens de coronamaatregelen is in heel Nederland bij Veilig Thuis een chatfunctie ingevoerd. Inmiddels zijn er in de regio Rotterdam Rijnmond chatgesprekken gevoerd. Een chatgesprek is vergelijkbaar met een adviesgesprek. Landelijk wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de chatfunctie permanent in te voeren.
Ook voor VTRR geldt dat er extra investeringen zijn gedaan om de dienstverlening conform de RIVM-richtlijnen voortgang te laten vinden. 2.2.9 Overige onderdelen Buitenregionale plaatsingen Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buitenregionale plaatsingen, namelijk buitenregionale pleegzorgplaatsingen via Enver en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio. Het budget voor buitenregionale plaatsingen is in 2020 overschreden. Dit komt vooral door de maatwerktrajecten.
27
Eind 2020 is het proces van de BRP tegen het licht gehouden. De maatwerkovereenkomsten worden zichtbaar in het reguliere berichtenverkeer met als gevolg een betere monitoring van de daadwerkelijke kosten. Extra ASR Zorgaanbieder Prokino verzorgt de organisatie, coördinatie en bekostiging van residentiële plekken in het kader van het adolescentenstrafrecht. Dit betreft jongvolwassenen die onder het jeugdstrafrecht zijn veroordeeld en/of jeugdreclassering hebben. Vanwege hun leeftijd is plaatsing bij een Wmo-zorgaanbieder of andere zorgaanbieder voor volwassenenzorg aangewezen. Omdat de te bieden zorg jeugdhulp betreft, moet de instelling voldoen aan de eisen die de Jeugdwet hieraan stelt. Prokino sluit hiertoe maatwerkcontracten af met betrokken zorgaanbieders en verzorgt het traject van het zoeken naar de best passende zorgaanbieder, aanmelding, plaatsing, zorg en monitoring tot de doorgeleiding. In 2020 is de verleende subsidie fors overschreden.
Hiervoor zijn vier oorzaken: 1) rechters en (jeugd)reclassering verwijzen meer jongeren naar deze vorm van strafrecht, 2) strafrechtelijke beslissingen duren zeker 2 jaar, waardoor weinig doorstroming plaatsvindt, 3) Prokino en het Zorgbemiddelingsteam signaleren een verzwaring van de problematiek van de doelgroep en 4) jongeren houden soms langer dan nodig een jeugdhulpplek bezet, omdat het voor hen lastig is om eigen woonruimte te vinden. Acute Dienst GGZ Parnassia en GGZ Delfland hebben ieder een acute dienst jeugd-GGZ. Bij GGZ Delfland is het aantal acute beoordelingen fors gedaald, waardoor de kosten daar met ongeveer 2/3e zijn gedaald ten opzichte van 2019. Dit komt vooral door de in 2020 landelijk ingevoerde Generalistische module acute psychiatrie. Kern hiervan is dat voorafgaand aan de acute beoordeling door een psychiater een triage plaatsvindt. Dit had als resultaat dat veel jongeren vanuit de triage naar de spoedhulp in opdracht E zijn verwezen. Doordat Parnassia had geanticipeerd op deze triage en hiermee al een paar jaar geleden was gestart is daar in 2020 geen daling zichtbaar. Parnassia zag juist een toename van het aantal beoordelingen, waarschijnlijk als gevolg van corona.
28
2.3 Verschillen begroting en realisatie Baten
Primitieve begroting 2020
Begroting na wijziging 2020
Exploitatie 1. Programma Bestuur en algemeen management 227.531.466 Bijdrage deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten resultaat 2020 Transformatiefonds Meer samen doen in crisis Totaal Baten 227.531.466 Lasten Exploitatie Gewoon opgroeien buiten gezien A (Pleeghulp) B Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning C (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag D (Daghulp) E Pakket thuis (Ambulante hulp) F Crisishulp G Gecertificeerde instellingen H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Buitenregionale plaatsingen (incl I1 pleegzorg) I2 Extra ASR I3 Landelijke inkoop I4 Acute dienst GGZ Risico's Jeugdhulp Werk en Onderzoek Organisatiekosten J ICT kosten Accountantskosten Bankkosten Transformatiefonds K Meer samen doen in crisis Totaal programma Jeugdhulp Totaal Lasten Saldo
Saldo van baten en lasten
Realisatie 2020
248.080.536
248.080.536 6.425.649 122.088 136.682 254.764.955
21.845.040 62.247.658
23.548.689 62.646.861
9.342.676
10.518.702
14.513.379 43.880.862 9.467.944 48.337.712 16.375.541
14.511.471 42.294.914 8.431.459 44.722.602 16.151.541
1.147.800 12.148.598 400.000 3.082.046 200.000 1.567.239 100.000 75.000
1.736.000 1.147.800 12.148.598 404.360 2.877.380 200.000 3.380.586 100.000 75.000
4.334.103
0
227.531.466 227.531.466
248.080.536 248.080.536
2.485.448 1.912.240 13.532.893 346.425 2.161.442 552.576 3.075.920 83.164 70.427 2.301 122.088 136.682 247.307.846 247.307.846
764.440 1.384.295 -57.935 -715.938 352.576 -304.666 -16.836 -4.573 2.301 122.088 136.682 -772.690 -772.690
0
0
7.457.109
7.457.109
-2.830.457 -4.626.653 -7.457.109
-2.830.457 -4.626.653 -7.457.109
0
0
25.515.828 56.281.147 9.054.793 6.824.516 37.240.158 8.445.592 45.342.921 14.059.444 1.712.281
248.080.536
0
0 6.425.649 122.088 136.682 6.684.419
1.703.649 399.202 1.176.026 -1.908
Resultaat vorige boekjaren Nagekomen kosten LTA Vrijval Balansposities Totaal resultaat vorige boekjaren Totaal resultaat
Verschil begroting vs realisatie
0
-1.585.948 -1.036.485 -3.615.109 -224.000 749.448
In hoofdstuk 4 wordt een toelichting gegeven bij deze baten en lasten.
29
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 3. Paragrafen
30
Met de invoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in 2004 is met betrekking tot de verslaggeving een aantal verplichte paragrafen (beleidsuitgangspunten van beheersmatige activiteiten) voorgeschreven, te weten: lokale heffingen; verbonden partijen; onderhoud kapitaalgoederen; weerstandsvermogen en risicobeheersing; grondbeleid; financiering en bedrijfsvoering. Niet alle paragrafen zijn van toepassing voor Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In 2017 is op verzoek van het AB naar het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de GRJR gekeken. Op basis van de uitkomsten hiervan besloot het AB om geen weerstandsvermogen in te stellen, maar eventuele hogere kosten dan begroot achteraf bij de jaarrekening met de deelnemende gemeenten te verrekenen. De overweging hierbij was dat de deelnemende gemeenten zelf het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven willen beheersen en daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen willen aanhouden. Daartoe worden, in samenwerking met de gemeenten, in de risicoparagraaf van de GRJR begroting de risico’s in kaart gebracht. In de begroting 2020 waren de vier risico’s benoemd met de grootste financiële gevolgen of politieke impact die kunnen optreden ten aanzien van de uitvoering van de GR op basis van de opgestelde begroting. Daarbij werden beheersmaatregelen opgenomen die binnen de bevoegdheid van het GR-bestuur kunnen worden toegepast. Risico genoemd in begroting 2020 Tekort op het totaalbudget door stijgende zorgvraag of door het afgeven van niet passende indicatie (te zwaar en/of te lang) Huidig zorglandschap dekt niet volledig de zorgbehoefte in de regio. Aanbieders van semi-publieke en/of kwetsbare voorzieningen hebben problemen in de bedrijfsvoering en/of hogere productie dan begroot. Het betreft hier met name JBRR en VTRR.
Schommelingen in macrobudget, wijzigingen in landelijk politiek beleid
Realisatie 2020 Er is meer zorg toegewezen en gerealiseerd dan in eerste instantie was begroot. Overschrijding in door tussentijdse verhoging van de begroting goeddeels ondervangen. Dit was in 2020 niet noemenswaardig aan de orde. Dit heeft zich zowel bij JBRR en VTRR voorgedaan en is opgevangen door middel van tussentijdse verhoging van de begroting. De keer op keer stijgende kosten van de jeugdhulp heeft de rijksoverheid ertoe aangezet om aan de
31
gemeenten tijdelijke extra middelen beschikbaar te stellen. De rijksoverheid heeft uit het transformatiefonds aan de regio Rijnmond transformatiemiddelen beschikbaar gesteld om transformatie en sturend vermogen te bevorderen. De financiële vertaling van risico’s was nog niet in de risicoparagraaf in de begroting 2020 opgenomen. Om flexibel te kunnen reageren op optredende risico’s, en om het risico voor de deelnemende gemeenten te verkleinen, bevat de begroting van de GRJR een budget ‘Risico’s Jeugdhulp’ dat in feite een Bedrag Onvoorzien is en daarmee beperkte weerstandscapaciteit biedt. Voor 2020 was een risicobudget van € 3,1 mln. opgenomen, circa 1,5% van de begroting. Dit geldt als richtlijn voor een redelijke omvang van het risicobudget. De risico-inventarisatie is gedurende het jaar enkele malen uitgevoerd. Gedurende het jaar werd op basis van de kwartaalrapportages duidelijk dat er sprake was van te verwachten overschrijdingen op budgetten. In de buraps wordt het risicobudget ingezet om geprognosticeerde tekorten te verkleinen. In de jaarrekening is het risicobudget volledig aangewend. Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling.
Om dit te bereiken wordt voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Kengetallen Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Realisatie 2019 0,00 0,00 0,00 0 nvt nvt
Begroting 2020 0,00 0,00 0,00 0 nvt nvt
Realisatie 2020 0,00 0,00 0,00 0 nvt nvt
32
Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om haar investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2020 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.
3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot het kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Kasgeldlimiet Het kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt het kasgeldlimiet 8,2% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2020, € 20,3 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2020. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk.
De GRJR is in 2020 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.
3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en
33
transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen tevens criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van bovenregionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. Er is sprake van een overlegstructuur als kader om de feitelijke samenwerking in portefeuillehoudersoverleggen vorm te geven. De verantwoordelijkheid voor de organisatie berust primair bij het AB dat gevormd wordt door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met een wethouder uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris/directeur aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie.
Het AB is voor de uitvoering van de taken van de GRJR een uitvoeringsovereenkomst aangegaan met de gemeente Rotterdam. Het betreft hier de taken ten behoeve van en voortvloeiend uit het inkopen en subsidiëren van zorgaanbieders voor bovenlokale jeugdhulp. Van belang hierbij is dat de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt verleend. De organisatie van de toewijzing van jeugdhulp is dus geen onderdeel van de GRJR-bedrijfsvoering. De financiële afhandeling van beschikkingen en declaraties behoort wel de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Door deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. 34
De administratieve werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van deze taken alsook het beheer van de vermogenswaarden en de bewaring van archiefbescheiden conform Gemeentewet zijn door het AB, op basis van de uitvoeringsovereenkomst, opgedragen aan de gemeente Rotterdam. Er is vanaf 2019 een verbeterplan ingezet waarin onder meer het contractmanagement en de ontwikkeling van de informatievoorziening centraal staan. Zie hoofdstuk 2 voor een stand van zaken.
3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening 2020 wordt net als in voorgaande jaren in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. De accountant maakt daar waar mogelijk gebruik van de verbijzonderde interne controles (derdelijns controle) die worden uitgevoerd door de afdeling Financial Audit van de gemeente Rotterdam. Deze interne auditfunctie stelt in samenspraak met de externe accountant jaarlijks een auditprogramma op. In de uitvoering van het auditprogramma wordt gecontroleerd op de getrouwheid en de rechtmatigheid van het door het AB gevoerde financiële beheer. De bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt ten behoeve van een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocol en een toetsingskader.
Het toetsingskader rechtmatigheid 2015 is, met de op 17 oktober 2019 door het AB geactualiseerde lijst met wet- en regelgeving, ook voor het jaar 2020 van toepassing. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria.
35
Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. De accountant heeft in 2020 aanbevelingen gedaan om het budgetbeheer te versterken zodat aankomende overschrijdingen eerder worden gesignaleerd. Deze aanbevelingen zijn door het DB overgenomen en komen ook terug in de verbetering van de informatievoorziening. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf. Op accountantsaanbevelingen om de interne beheersing te versterken zijn, nadat medio 2020 de capaciteit van de uitvoeringorganisatie is uitgebreid, acties in gang gezet die voor de jaarverantwoording 2021 geëffectueerd moeten zijn.
Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De accountant beveelt aan om op termijn ter versterking hiervan een frauderisicoanalyse op te stellen.
3.5 Coronaparagraaf Op advies van de commissie BBV is in dit jaarverslag een afzonderlijke coronaparagraaf opgenomen. In het eerste kwartaal van 2020 werd Nederland opgeschrikt door het zich snel verspreidende coronavirus. Dit virus bleek grote gevolgen te hebben voor de samenleving 36
in zijn geheel en voor besmette patiënten en de verzorgenden in het bijzonder. Ook voor de aanbieders van jeugdhulp, Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en de Gecertificeerde Instellingen hebben de COVID-19 pandemie en de door de rijksoverheid opgelegde maatregelen impact. Maatregelen en gevolgen eerste Coronagolf Snel na het uitbreken van de pandemie zochten aanbieders en gemeenten elkaar op, zowel regionaal als landelijk. In de effecten van de pandemie op de specialistische jeugdhulp werden drie lijnen onderscheiden. Hieronder staat per lijn kort een terugblik, stand van zaken en vervolg. Opvangen liquiditeitsproblemen De GRJR bood de mogelijkheid om (in ieder geval tot 1 juni 2020) een liquiditeitsborg (voorschot) aan te vragen om acute liquiditeitsproblemen te voorkomen. Op een paar aanbieders na verwachtten de aanbieders in onze regio geen acute liquiditeitsproblemen en maakten zij van deze mogelijkheid geen gebruik. Bij de enkele aanbieders die een liquiditeitsborg ontvingen, zal deze worden betrokken bij de reguliere afrekening zorgkosten 2020. Meerkosten bij doorgaande jeugdhulp gedurende maart tot en met december 2020 Jeugdhulp werd waar mogelijk gecontinueerd, zo nodig in aangepaste vorm. In hoofdstuk 2 van de jaarstukken zijn daarvan diverse voorbeelden genoemd.
Om de verantwoording van zorgkosten soepel te houden sloot de GRJR aan bij scenario’s van i-sociaaldomein voor het omgaan met berichtenverkeer tijdens de coronacrisis. Ook werd afgesproken dat GRJR het rechtmatigheidskader waar nodig zou aanpassen. De rijksoverheid geven gemeenten financiële compensatie voor meerkosten. GRJR besloot in oktober 2020 formeel dat voor meerkosten voor de in de periode maart-dec 2020 geleverde zorg, een afzonderlijke declaratie kan worden ingediend. Daarbij zijn de landelijke richtlijnen van toepassing. Aanbieders hebben tot 31 januari 2021 gelegenheid gehad een factuur voor meerkosten corona 2020 bij GRJR in te dienen conform landelijk model. De GRJR zorgde uiterlijk 15 maart voor voorlopige goedkeuring en uitbetaling.
37
De bedragen zijn opgenomen in deze jaarrekening. Definitieve vaststelling van de vergoeding vindt plaats nadat jaarrekeningen van aanbieders inclusief voorgeschreven coronabijlage en controleverklaring zijn ontvangen. Niet doorgaan van jeugdhulp (omzetderving) tijdens de eerste coronagolf Over omzetderving werd, zowel op rijksniveau als in een regionaal overleg (in april 2020) met een vertegenwoordiging van aanbieders, als uitgangspunt genomen dat dit vanuit één landelijke regeling opgelost moet worden. In landelijke berichtgeving was sprake van een mogelijke regeling die omzet Q2 2020 afzet tegen Q2 2019 en van mogelijke compensatie vanuit de rijksoverheid. GRJR wachtte landelijke ontwikkelingen af en deed alleen een voorlopige inventarisatie onder aanbieders. De GRJR besloot in december 2020 formeel om omzetderving van de regionaal gecontracteerde zorgaanbieders niet declarabel te verklaren. Er is geen landelijke regeling tot stand gekomen. De financiële verwachtingen van de GRJR voor 2020 vertoonden geen omzetvermindering. Eventuele vergoedingen zouden tot hogere lasten voor deelnemende gemeenten leiden die daarvoor geen compensatie van de rijksoverheid ontvingen. Aanbieders zouden werkelijk verlies als gevolg van corona moeten kunnen aantonen, wat in de praktijk zeer lastig is. Eén Daanbieder claimt desondanks (vergoeding van) omzetderving tijdens de 1e coronagolf.
Hierover worden momenteel gesprekken gevoerd. Ten aanzien van de zogenaamde LTA-aanbieders, die door tussenkomst van de VNG zijn gecontracteerd en waarmee landelijke afspraken zijn gemaakt, acht de GRJR zich verplicht tot vergoeding van omzetderving over de maanden maart tot en met juni 2020. Deze lasten zijn in de jaarrekening opgenomen. Hieronder een overzicht van de omzetderving en meerkosten als gevolg van de coronacrisis. Coronakosten 2020 Omzetderving LTA-aanbieders Meerkosten RTA-aanbieders Totaal
209.907 1.951.535 2.161.442
Doorwerking van coronamaatregelen in de jeugdhulp Zoals eerder opgemerkt is er geen cijfermatige dip te zien geweest als gevolg van corona. Aanbieders hebben hun hulp veelal door kunnen zetten, hetzij digitaal, hetzij face to face. Wel wordt door aanbieders sinds zomer 2020 een forse toename gemeld van het aantal 38
jeugdigen dat met spoed hulp nodig heeft wegens zeer ernstige, veelal psychiatrische klachten. Deze kinderen zijn veelal voor de regulier wachtende kinderen gegaan. Tevens meldden aanbieders verminderde beschikbaarheid van behandelaren als gevolg van ziekte of quarantaine en verzwaring van de problematiek van de doelgroep over de gehele linie. Hierdoor zijn de wachttijden niet gedaald en hebben aanbieders aan het einde van Q4 de noodklok geluid over de zorg voor de jeugd in coronatijd, in combinatie met de toch al lange wachttijden op hulp. Deze problematiek wordt zowel landelijk als regionaal en lokaal onderkend en staat begin 2021 volop op de agenda.
39
Hoofdstuk 4 JAARREKENING 2020
40
4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten
Omschrijving programma Programma Jeugdhulp Subtotaal programma
Raming begrotingsjaar voor wijziging Lasten Saldo
Raming begrotingsjaar na wijziging Baten Lasten Saldo
Baten
227.531.466 -227.531.466 0 227.531.466 -227.531.466
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
248.080.536 -248.080.536 0 248.080.536 -248.080.536
254.764.955 -254.764.955 0 254.764.955 -254.764.955
Algemene dekkingsmiddelen - Lokale Heffingen - Algemene uitkeringen - Dividend - Saldo van de financieringsfunctie - Overige algemene dekkingsmiddelen
227.531.466
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten
227.531.466 227.531.466
0 248.080.536 248.080.536
0 254.764.955 254.764.955
0
Toevoeging / onttrekking aan reserves Programma Jeugdhulp Subtotaal mutatie reserves Gerealiseerd resultaat
0 0 0 227.531.466 227.531.466
0 0 0 0 0 0 248.080.536 248.080.536
0 0 0 0 0 0 254.764.955 254.764.955
0 0 0
227.531.466 248.080.536
248.080.536 254.764.955
254.764.955
In bovenstaand overzicht is het resultaat vorige boekjaren verrekend met de baten waardoor het saldo aansluit bij het totaal gerealiseerde resultaat. Beknopt overzicht van het resultaat 2020
In bovenstaand overzicht is de extra bijdrage van gemeenten van € 6,4 mln. aan de baten toegevoegd waardoor het resultaat € 0 is.
41
Baten
Primitieve begroting 2020
Begroting na wijziging 2020
Exploitatie 1. Programma Bestuur en algemeen management 227.531.466 Bijdrage deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten resultaat 2020 Transformatiefonds Meer samen doen in crisis Totaal Baten 227.531.466 Lasten Exploitatie Gewoon opgroeien buiten gezien A (Pleeghulp) B Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning C (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag D (Daghulp) E Pakket thuis (Ambulante hulp) F Crisishulp G Gecertificeerde instellingen H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Buitenregionale plaatsingen (incl I1 pleegzorg) I2 Extra ASR I3 Landelijke inkoop I4 Acute dienst GGZ Risico's Jeugdhulp Werk en Onderzoek Organisatiekosten J ICT kosten Accountantskosten Bankkosten Transformatiefonds K Meer samen doen in crisis Totaal programma Jeugdhulp Totaal Lasten Saldo
Saldo van baten en lasten
248.080.536
21.845.040 62.247.658
23.548.689 62.646.861
9.342.676
10.518.702
14.513.379 43.880.862 9.467.944 48.337.712 16.375.541
14.511.471 42.294.914 8.431.459 44.722.602 16.151.541
1.147.800 12.148.598 400.000 3.082.046 200.000 1.567.239 100.000 75.000
1.736.000 1.147.800 12.148.598 404.360 2.877.380 200.000 3.380.586 100.000 75.000
4.334.103
0
227.531.466 227.531.466
248.080.536 248.080.536
2.485.448 1.912.240 13.532.893 346.425 2.161.442 552.576 3.075.920 83.164 70.427 2.301 122.088 136.682 247.307.846 247.307.846
764.440 1.384.295 -57.935 -715.938 352.576 -304.666 -16.836 -4.573 2.301 122.088 136.682 -772.690 -772.690
0
0
7.457.109
7.457.109
-2.830.457 -4.626.653 -7.457.109
-2.830.457 -4.626.653 -7.457.109
0
0
56.281.147 9.054.793 6.824.516 37.240.158 8.445.592 45.342.921 14.059.444 1.712.281
0 6.425.649 122.088 136.682 6.684.419
1.703.649 399.202 1.176.026 -1.908
Resultaat vorige boekjaren Nagekomen kosten LTA Vrijval Balansposities Totaal resultaat vorige boekjaren Totaal resultaat
Verschil begroting vs realisatie
248.080.536 6.425.649 122.088 136.682 254.764.955
25.515.828
248.080.536
Realisatie 2020
0
0
-1.585.948 -1.036.485 -3.615.109 -224.000 749.448
De lasten van Transformatiefonds en Meer samen doen in crisis zijn gedekt uit de overlopende passiva. Deze zijn daarom opgenomen bij de baten.
42
NB 1. Opdracht I1 en I2 zijn in de oorspronkelijke begroting op 1 regel begroot als zijnde opdracht I met één totaal bedrag. In de begroting waren de opdrachten I3 en I4 uit de rekening opgenomen onder opdracht G. Om een goede vergelijking mogelijk te maken tussen de begroting en de realisatie op de opdrachten G en I zijn de kosten in de begroting op passende wijze opgenomen bij de opdrachten waarop deze kosten gerealiseerd zijn. NB2 Een deel van de categorieën in de Opdrachten J en K is pas na de tot stand komen van de begroting toegevoegd om beter inzicht te geven in besteding van middelen. Zo betreft opdracht K tijdelijke subsidieprogramma’s uit de Ministeries. Een verdeling van de zorglasten in structurele en incidentele effecten leidt tot het volgende beeld:
Het verschil van € 0,8 mln. bestaat uit een structureel te kort van € 2,4 mln. (met name op de opdrachten pleeghulp en ASR) en een incidenteel overschot van € 3,2 mln. (onder andere de Gecertificeerde Instellingen en Crisishulp).
4.2 Toelichting op baten en lasten Baten Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten zonder vooraf bepaald bestedingsdoel die de GRJR vrij kan besteden in het kader van de uitvoering van de taken. De gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen zijn € 6,7 mln. hoger dan begroot. Het verschil betreft de extra bijdrage van de gemeenten om het resultaat naar nul te brengen en de onttrekkingen aan de overlopende passiva voor kosten in het kader van het Transformatiefonds en Meer samen doen in crisis.
43
begrote baten werkelijke baten verschil in baten
248.080.536 254.764.955 6.684.419
toelichting verschil Extra bijdragen gemeenten (aan tekort) Transformatiefonds Meer samen doen in crisis totaal verschil
6.425.649 122.088 136.682 6.684.419
Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 2020 en begrotingswijzigingen 2020. Extra bijdrage deelnemende gemeenten Het tekort van 2020 wordt gedekt door middel van een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten.
Deelnemers GR Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Totaal
Bijdrage 2020 Primitieve begroting
Bijdrage 2020 gewijzigde begroting
Extra bijdrage resultaat 2020
1.861.658 5.744.166 1.706.451 11.034.191 4.847.903 4.972.951 6.011.874 7.564.064 4.757.844 18.720.695 7.046.131 117.394.674 15.640.904 15.139.265 2.339.691 224.782.460
2.186.973 6.344.022 1.832.322 12.231.813 5.497.530 5.641.287 6.516.697 8.276.068 5.177.633 20.591.960 7.643.567 130.056.540 17.171.069 16.377.017 2.536.038 248.080.536
71.128 180.850 49.624 349.394 155.540 170.628 161.785 205.367 134.508 496.092 178.714 3.397.613 415.539 395.136 63.731 6.425.649
Lasten Programma Jeugdhulp onderdelen van Pleeghulp tot en met Acute Dienst GGZ Voor de ontwikkelingen binnen deze opdrachten in 2020 wordt verwezen naar de toelichtingen in hoofdstuk 2.
44
Onvoorzien/ Risico’s Jeugdhulp Het budget Risico’s Jeugdhulp kan worden aangemerkt als onvoorzien. Dit is ingezet voor de corona gerelateerde kosten. In hoofdstuk 3.5 is dit toegelicht. Overzicht Overhead Tot de overhead worden die kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten opgenomen die tot de overhead gerekend worden.
Overhead Werk en Onderzoek Organisatiekosten ICT Accountantskosten Bankkosten Totaal overhead
Primitieve Begroting na begroting wijziging 2020 2020 200.000 200.000 1.567.239 3.380.586 100.000 100.000 75.000 75.000 0 0 1.942.239 3.755.586
Risico's Jeugdhulp
3.082.046
2.877.380
Realisatie 2020 552.576 3.075.920 83.164 70.427 2.301 3.784.388 2.161.442
Werk en Onderzoek Onder de post werk en onderzoek vallen de kosten die gemaakt zijn voor het maken van diverse onderzoeken en het inhuren van specialistische kennis. Organisatiekosten De organisatiekosten zijn de kosten die door Rotterdam in rekening gebracht worden voor de personele bezetting van de uitvoeringsorganisatie. Mede door het in gang zetten van het verbeterplan zijn de organisatiekosten hoger dan begroot. ICT De ICT-kosten bestaan hoofdzakelijk uit de kosten die gemaakt zijn voor het ontwikkelen en onderhouden van de Betaaltoolzorg.
45
Accountantskosten Dit zijn de kosten van de accountant gemaakt in het kader van de interim- en jaarrekeningcontrole. Bankkosten Dit betreft de kosten die door de bank in rekening gebracht worden. Structureel/Incidenteel Het nadelig jaarrekeningresultaat 2020 bedraagt € 6,4 mln. voor eindafrekening met gemeenten. Het rekeningresultaat heeft deels een incidenteel karakter (zie tabel ‘Verdeling lasten in structureel en incidenteel’ op pagina 43). Dit heeft te maken met het feit dat er meer zorg geleverd is dan vooraf begroot en een negatief overlopend resultaat voorgaande boekjaren. Verdeling van de gerealiseerde baten en lasten in structureel en incidenteel. Baten Structureel Incidenteel
248.080.536 -772.690
Lasten Structureel Incidenteel
244.335.059 2.972.787
Saldo Structureel Incidenteel
3.745.478 -3.745.478
Specificatie incidentele baten en lasten Incidentele baten Extra bijdrage gemeenten resultaat 2020 6.425.649 Nagekomen kosten LTA -2.830.457 Gerealiseerd incidenteel saldo afrekening voorgaande -4.626.653 jaren totaal incidentele baten -1.031.460 Incidentele lasten Risico's Jeugdhulp Werk en Onderzoek Totaal incidentele lasten
2.161.442 552.576 2.714.018
Saldo incidenteel
-3.745.478
46
Overzicht van baten en lasten in euro’s opgesplitst naar taakveld Taakveld Begroot Baten 6.72 - Maatwerkdienstverlening 18182.675.204 6.82 - Geëscaleerde zorg 1856.069.762 6.83 - Geëscaleerde zorg 18+ 9.335.571 Totaal begroot 2020 248.080.536
Lasten 182.675.204 56.069.762 9.335.571 248.080.536
Saldo
Taakveld Realisatie Baten 6.72 - Maatwerkdienstverlening 18189.610.369 6.82 - Geëscaleerde zorg 1854.675.575 6.83 - Geëscaleerde zorg 18+ 10.102.004 Totaal realisatie 2020 254.387.949
Lasten 189.610.369 54.675.575 10.102.004 254.387.949
Saldo
-
-
Conform de eisen van de BBV zal het overzicht van taakvelden in de jaarrekening 2021 als een aparte bijlage opgenomen worden. Op dit moment is het uitgangspunt dat alle uitvoeringskosten van de GRJR direct of indirect bijdragen aan de taakvelden en daardoor toe te rekenen zijn aan de taakvelden. Zie overzicht bij 4.2.
47
4.3 Balans alle bedragen in € ACTIVA
BALANS PER 31 DECEMBER 2020 2019
VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN 1 JAAR Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant met het Rijk
9.365.832 2.409.227
18.286.718 8.200.314
OVERLOPENDE ACTIVA Te vorderen bedragen van zorginstellingen Overige vorderingen Transformatiefonds
33.126.006 2.014.929 6.796.307
24.261.519 0 0
264.520
100.000
TOTAAL
53.976.820
50.848.550
PASSIVA
2020
2019
0 0
0 0
LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi
VASTE PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Gerealiseerd resultaat VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Overige schulden 7.640.902 771.589 OVERLOPENDE PASSIVA Te betalen bedragen aan zorginstellingen Transformatiefonds *) Meer samen doen in crisis *) Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders *)
38.418.132 7.788.067 46.718 83.000
44.732.413 5.161.148 183.400 0
TOTAAL
53.976.820
50.848.550
*) Conform de BBV zijn deze bedragen opgenomen onder de overlopende passiva. Het valt onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
48
4.4 Toelichting op de balans ACTIVA
31-12-2020 31-12-2019
VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTEN DAN 1 JAAR Vorderingen op openbare lichamen 9.365.832 18.286.718 Rekening courant met het Rijk 2.409.227 8.200.314 OVERLOPENDE ACTIVA Te vorderen bedragen van zorginstellingen Overige vorderingen Transformatiefonds Liquide middelen ABN AMRO bank t.b.v. GRJR (rekening courant) Totaal Activa
33.126.006 24.261.519 2.014.929 0 6.796.307 0
264.520
100.000
53.976.820 50.848.550
Vorderingen op openbare lichamen Dit betreft de nog te ontvangen bedragen van de deelnemende gemeenten. Jaarlijks worden alle lasten van de GRJR verdeeld over de deelnemende gemeenten in deze regeling. Het grootste gedeelte hiervan wordt gedurende het kalenderjaar al bijgedragen. Op de balans staat ultimo 2020 het nog te betalen bedrag per gemeente. Ultimo 2020 staat er bijna € 1 mln. open over 2019 voor zes gemeenten. De verwachting is dat dit in 2021 ontvangen zal worden. In het saldo van 2020 is de aanvullende bijdrage van de gemeenten in het resultaat over 2020 opgenomen.
49
Hieronder een specificatie van de vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2020. Gemeente Gemeente Albrandswaard Gemeente Barendrecht Gemeente Brielle Gemeente Capelle aan den Ijssel Gemeente Goeree-Overflakkee Gemeente Hellevoetsluis Gemeente Krimpen aan den Ijssel Gemeente Lansingerland Gemeente Maassluis Gemeente Nissewaard Gemeente Ridderkerk Gemeente Rotterdam Gemeente Schiedam Gemeente Vlaardingen Gemeente Westvoorne Totaal
2019 41.112 102.187
271.078 91.362 223.371 211.934 941.044
2020 96.507 261.580 57.089 378.178 249.843 985.300 175.787 225.428 454.505 535.613 199.600 3.680.655 452.921 599.213 72.569 8.424.787
Totaal 137.619 363.767 57.089 378.178 249.843 985.300 175.787 225.428 454.505 806.691 290.962 3.680.656 676.292 811.147 72.569 9.365.832
Het bedrag aan vorderingen over 2020 (€ 8,4 mln.) is inclusief de bijdrage in het resultaat 2020 van € 6 mln. Rekening courant met het rijk & Schatkistbankieren Ultimo 2020 heeft de GRJR als saldo van haar rekeningcourantverhouding met het rijk ca. € 2,4 mln. te vorderen op de rijksoverheid. Dit komt doordat ket kabinet in het verleden het schatkistbankieren ingevoerd. Dit betekent voor decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen als die van Jeugdhulp Rijnmond, dat zij hun overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Schatkistbankieren krijgt een wettelijke basis in de wet Financiering decentrale overheden (Fido). Het ministerie vergoedt een rente over de tegoeden die bij de schatkist gestald zijn. Praktisch betekent dit voor GRJR dat alle overtollige liquide middelen boven de drempel van € 1.706.000 (op basis van de primaire begroting 2020) worden gestald bij de schatkist zolang deze niet benodigd zijn. In 2020 zijn geen overschrijdingen geweest. Onderstaand een overzicht van de aangehouden middelen ten opzichte van het drempelbedrag per kwartaal.
50
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
1.706 Kwartaal 1
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
(2)
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1.660
1.118
1.015
1.035
46
588
692
672
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
227.531 227.531 -
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag minimum van €250.000
1.706
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
151.089
101.773
93.359
95.183
91
91
92
92
1.660
1.118
1.015
1.035
Te vorderen bedragen zorginstellingen GRJR maakt gebruik van diverse jeugdzorginstellingen in om dienstverlening op het gebied van jeugdhulp te verlenen aan residenten uit de regio Rijnmond. Na de verrekening van voorschotten en tussentijdse afrekeningen heeft GRJR een bedrag van € 33,1 mln. te vorderen op verschillende zorginstellingen. Dit bedrag bestaat uit: Specificatie vorderingen op zorginstellingen Vorderingen 2020 Vorderingen 2016 - 2019 Totaal
10.366.218 22.759.787 33.126.006
Vorderingen 2020
Deze bedragen € 10,4 mln. en betreft het nog terug te vorderen bedrag voor zorgprestaties en subsidies door zorginstellingen in 2020. Vorderingen 2016 – 2019
In 2020 en 2021 heeft de GRJR meerdere opschoningsacties gedaan om de vorderingen uit de jaren 2016 tot en met 2019 in beeld te brengen, uit te zoeken, te verrekenen of te 51
incasseren. Dit heeft er toe geleid dat € 22,7 mln. op de eindbalans 2020 is komen te staan. Hiervan is in 2021 inmiddels al ruim € 7 mln is ontvangen en voor de nog openstaande vorderingen worden aansluitend aan de uitzoekactie terugbetalingsafspraken gemaakt. Voor een klein resterend deel dat bestaat uit vorderingen op LTA-partijen is de verwachting dat dit bedrag in 2021 uitgezocht of verrekend zal worden. In boekjaar 2020 heeft een afboeking van € 5,2 mln. plaatsgevonden op vorderingen uit 2019. Destijds is deze vordering tot stand gekomen op basis van schattingen met de dan aanwezige informatie. Inmiddels blijkt dat het definitieve bedrag lager uitvalt. Daarom zijn deze vorderingen met het verschil afgeboekt. Praktisch gezien is de vordering verrekend met werkelijk geleverde zorgprestaties door derden. Boekhoudkundig gezien betreft het desalniettemin een afboeking. Overige vorderingen Ultimo 2020 staat er voor € 2 mln. open aan overige vorderingen. Deze bestaan uit ontvangsten van zorginstellingen in 2021 die in de jaarrekening/Balans 2020 (alvast) zijn opgenomen. Transformatiefonds Het transformatiefonds bestaat in het kader van het overdragen van taken van Ministeries aan gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Daarom heeft GRJR subsidies ontvangen. Een deel van dit fonds is in 2020 als voorschot verstrek, maar nog niet afgerekend.
Deze afrekening zal naar verwachting in 2021 afgerond worden. Een toelichting van dit fonds is opgenomen in hoofdstuk 2.
Liquide middelen De liquide middelen bestaan voor de GRJR uit het eindsaldo van de bankrekening. Deze wordt namens de GRJR beheert door de Gemeente Rotterdam. Het saldo van € 0,2 mln. blijft over na het afromen in kader van de wet Fido / schatkistbankieren.
52
Toelichting op de balans per 31 december PASSIVA
31-12-2020 31-12-2019
EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Nog te bestemmen resultaat boekjaar
0 0
0 0
Netto vlottende schulden met rente typische looptijd korter dan één jaar Overige schulden 7.640.902
771.589
VLOTTENDE PASSIVA
Overlopende passiva Te betalen bedragen aan zorginstellingen Transformatiefonds Meer samen doen in crisis Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders
38.418.132 44.732.413 7.788.067 5.161.148 46.718 183.400 83.000 0
Totaal Passiva
53.976.820 50.848.550
Eigen vermogen en continuïteit Aan de GRJR nemen op dit moment 15 gemeentes deel. Zij delen gezamenlijk in de lasten voor het uitvoeren van deze gemeenschappelijke regeling. Drie gemeenten hebben besloten om hun vanaf 2023 een deel van de jeugdhulp zelf in te kopen, maar wel te blijven participeren in de GRJR. Algemene Reserve De GRJR heeft ultimo 2020 geen algemene reserve. Dit komt omdat GRJR Jeugdhulp namens 15 gemeenten in de regio Rijnmond uitvoert en de lasten verdeelt over de 15 gemeenten. GRJR beoogd geen positief resultaat te hebben eventuele te korten of positieve resultaten worden over de 15 gemeenten verdeeld. Nog te bestemmen resultaat boekjaar In 2020 heeft GRJR een negatief resultaat behaald van € 6 mln. Zoals gebruikelijk wordt dit negatieve resultaat verrekend met de deelnemende gemeenten. Het nog te bestemmen resultaat boekjaar is hierdoor nul. Te betalen bedragen aan openbare lichamen 53
Begin 2020 stond er ca. € 0,4 mln. open aan te betalen aan openbare lichamen. Met voortschrijdend inzicht is dit op passende wijze verwerkt waardoor er per saldo eind 2020 op de betreffende gemeentes bedragen te vorderen zijn. Overige schulden Ultimo 2020 staat er voor € 7,6 mln. open aan overige schulden. Bij het opstellen van deze jaarrekening is het grootste deel van dit bedrag betaald. Te betalen bedragen aan zorginstellingen Hieronder een specificatie van te betalen bedragen aan zorginstellingen. Specificatie nog te betalen aan zorginstellingen Verplichtingen 2020 Verplichtingen 2016 - 2019 Totaal
33.678.527 4.739.605 38.418.132
Verplichtingen 2020 Deze bedragen € 33,7 mln. en betreft het nog te betalen bedrag aan zorgprestaties en subsidies aan zorginstellingen in 2020. Verplichtingen 2016 - 2019 In 2020 en 2021 heeft de GRJR meerdere opschoningsacties gedaan om de verplichtingen uit de jaren 2016 tot en met 2019 in beeld te brengen, uit te zoeken, te verrekenen of te betalen. Voor het resterende deel is de verwachting dat dit bedrag in 2021 uitgezocht of verrekend zal worden. Dit betreft vooral verplichtingen aan LTA-partijen. Transformatiefonds Het transformatiefonds bestaat in het kader van het overdragen van taken van Ministeries aan gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Daarom heeft GRJR subsidies ontvangen. Het restant van dit fonds is in 2020 niet geheel aangewend en wordt door verlengde subsidies daarom naar verwachting in 2021 doorgezet en benut. Een toelichting van dit fonds is opgenomen in hoofdstuk 2.
54
Meer samen doen in crisis Van de Rijksoverheid is eind 2019 een subsidie in het kader van “meer samen doen in crisis” ontvangen. De Rotterdamse pilot "Meer samen doen in Crisis" (afgekort: MSD) richt zich op het verbeteren van de samenwerking in crisiszaken en heeft tot doel de jeugdbeschermingsketen op dit vlak te innoveren, te bekorten en effectiever te maken. Het resultaat dat we willen bereiken is een herijking en herschikking van taken en verantwoordelijkheden van de organisaties, betrokken bij de crisisaanpak in de jeugdbescherming. De pilot sluit aan bij de acties van het programma Zorg voor de Jeugd (actielijn 5; Jeugdigen Beter Beschermd). Daarnaast past de pilot bij de oproep van de Regiegroep Jeugdigen Beter Beschermd om de jeugdbescherming te vereenvoudigen, te vernieuwen en te bekorten. In 2021 wordt deze pilot afgerond. Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders In 2020 is een subsidie voor “Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders” ontvangen. Doel van dit project is om de samenwerking tussen medewerkers van lokale teams en de GI te verdiepen/verbeteren vanuit het perspectief van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor ouders en kinderen.
Er wordt samen bedacht en uitgewerkt hoe die gezamenlijkheid er uit zou kunnen zien langs aspecten als visie, eigen opdracht vs gezamenlijkheid, houding en gedrag, verwachtingen, elkaar kennen en vinden en verbinden. Het betreft de brede samenwerking (drang, dwang etc.). Dit proces draagt bij aan kwaliteitsslag in de samenwerking, aan meer werktevredenheid bij medewerkers en aan betere ondersteuning aan gezinnen. Van de bijeenkomsten worden verslagen gemaakt, er wordt een eindrapport opgeleverd en een procesbeschrijving voor een leer-/verbetercyclus t.a.v. gezamenlijkheid en samenwerken tussen GI en lokale teams. Hiervoor zijn in 2020 geen uitgaven gedaan.
Overzicht overlopende passiva (subsidies) Transformatiefonds Meer samen doen in crisis Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders
saldo 31-12-19 5.161.148 183.400 0
ontvangen 2.749.007 0 83.000
uitgaven saldo 31-12-20 122.088 7.788.067 136.682 46.718 0 83.000
Conform de BBV-voorschriften zijn deze bedragen opgenomen onder de overlopende passiva. Het valt onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse 55
overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”. Niet uit balans blijkende verplichten Onder Niet uit balans blijkende verplichten worden die verplichtingen verstaan die in het huidige boekjaar zijn aangegaan en verplichtingen zijn voor volgende jaren. In dit kader zijn de meerjarige gunningen voor de inkoop Jeugdzorg 2021 voor de opdrachten A t/m E bij de 15 reguliere aanbieders en voor het verlengingsjaar 2022 als niet uit balans blijkende verplichting beschouwd. Naar verwachting zal een nieuwe aanbesteding plaatsvinden voor de zorgkosten in 2023. bedragen in € x 1 mln. NUBBV (Niet uit balans blijkende verplichtingen)
2021
2022
156,8
161,6
Op het moment van opstellen van deze jaarrekening waren nog niet alle productiecijfers definitief en beschikbaar. Op basis van bedrijfseconomische gebruiken en ervaringscijfers is door middel van een verzilveringsgraad bepaald hoe de productie verantwoordingen die ten tijde van het opstellen van de jaarrekening beschikbaar waren leiden tot de verwachte lasten in het jaar 2020. Deze berekeningen zijn nauwkeurig uitgevoerd desalniettemin is het mogelijk dat dit bij de definitieve afrekening met zorgaanbieders tot hogere lasten zou kunnen leiden. Op dit moment is de inschatting dat dit verschil maximaal enkele miljoenen zal zijn.
4.5 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen GRJR is een uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten. Vanuit de regiovisie van de deelnemende gemeenten geeft de GRJR vorm aan een “op de lokale infrastructuren aansluitende regionale infrastructuur” en aan het “samen leren wat werkt”. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het jaarverslag.
56
Wettelijke voorschriften GRJR is een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarin vijftien gemeenten op vrijwillige basis samenwerken. Voor de verslaggeving van gemeenschappelijke regelingen is vanaf 2004 het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten van kracht. De jaarrekening is conform deze voorschriften samengesteld. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening wordt opgemaakt met inachtneming van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen Uitzettingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva De kortlopende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor resultaatbepalingen In de exploitatierekening worden de lasten en baten verantwoord die voortvloeien uit de activiteiten van de GRJR. De lasten en baten worden zoveel mogelijk toegerekend naar het boekjaar waarop ze betrekking hebben en waarin de prestaties zijn geleverd. BTW De betaalde btw in het boekjaar wordt na afloop van het boekjaar door de deelnemende gemeente via de doorschuifregeling gecompenseerd.
57
4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Met ingang van 2013 is de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Hieruit volgt de verplichting om in de jaarrekening 2020 melding te maken van: 1. Alle (gewezen) topfunctionarissen en hun bezoldiging 2. Overige medewerkers in dienst van de gemeente welke de norm overschrijden 3. Uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van alle topfunctionarissen en van alle andere medewerkers indien deze uitkering de norm overschrijdt. De maximale bezoldiging mag voor een topfunctionaris zonder dienstverband vanaf het tweede jaar niet meer bedragen dan € 201.000 per kalenderjaar (2020) op fulltime basis. In dit bedrag is inbegrepen de beloning, belastbare kostenvergoedingen, voorzieningen voor beloning op termijn (m.n. pensioenpremie). Toetsing aan de norm vindt plaats naar rato van omvang fte en duur dienstverband in het jaar. Voor het toezichthoudend orgaan gelden de volgende maxima: 15% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 30.150) voor de voorzitter en 10% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 20.100) voor de leden. Voor de GRJR is de functie lid van het algemeen bestuur als topfunctionaris aangemerkt binnen de WNT. De leden van het algemeen bestuur zijn genoemd in onderstaande tabel en hebben vanuit de GRJR geen bezoldiging ontvangen.
Ook waren er geen uitkeringen wegens einde dienstverband. Gemeente
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne
Persoon en functie (na gemeenteraadsverkiezingen) AB = Algemeen Bestuur DB = Dagelijks Bestuur Mevrouw M. van Ginkel (AB en DB) Mevrouw R. Roopram (AB) De heer B. van Ravenhorst (AB) Mevrouw A. Hartnagel (AB) De heer B.J. Bruggeman (AB) De heer H. van der Velde (AB) Mevrouw K. Jaarsma (AB) De heer H. van der Wal (AB) Mevrouw A. van Tatenhove (AB en DB) Mevrouw C. Bronsveld (AB en DB) De heer W. Struijk (AB en DB) De heer L. Franzen (AB) Mevrouw J. Bokhove (AB en DB) Mevrouw P. van Aaken (AB en DB) Mevrouw J. Silos (AB) De heer W. Borgonjen (AB)
Beloning
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Vaste en Voorzieningen variabele t.b.v. beloningen vergoeding betaalbaar op termijn €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
58
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
59
5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 12 juli 2021,
J. Bokhove Voorzitter Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond
Mr. S. Hammer Secretaris Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond
60