Definitieve Jaarstukken 2020
Tekst van het document
Aan van datum betreft
De raden van de deelnemende gemeenten in de GRJR Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 12 juli 2021 Definitieve Jaarstukken 2020
Geachte raad, Uw gemeente werkt in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) samen aan de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp, van jeugdbescherming en jeugdreclassering en van een meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) zenden wij u ter kennisname de Definitieve Jaarstukken 2020 toe. Grondslag en oordeel In het kader van de verbetering van de interne beheersing en de jaarrekeningcontrole zijn de definitieve jaarstukken aangescherpt ten opzichte van de voorlopige stukken die u in april van ons ontving. De aanscherpingen betreffen met name: - de wijze van onderbouwing van de zorgkosten op basis van door de gemeenten afgegeven beschikkingen - opbouw van de jaarrekening op basis van en in aansluiting op de financiële administratie en subadministraties - actualisatie van balansposities uit eerdere jaren, in bijzonder het bestaan en de waarde van openstaande vorderingen. Onze accountant geeft een goedkeurend oordeel over deze stukken. Exploitatieresultaat 2020 (€1,0 miljoen voordeel) Deze begroting 2020 was in juli 2019 nog vastgesteld op €228 miljoen en in 2020 verhoogd naar €248 miljoen.
Er is in feite een structureel tekort van € 2,4 miljoen (met name op pleeghulp en Adolescentenrecht) maar door € 3,4 miljoen incidentele meevallers is er toch een overschot 2020 van € 1,0 miljoen ten opzichte van de gewijzigde begroting. In verband met deze structurele tekorten worden in een ontwerpbegrotingswijziging 2021 en de definitieve begroting 2022 budgetten verhoogd. Negatief resultaat eerdere boekjaren (€7,4 miljoen nadeel) Landelijke aanbieders kunnen nog zorgkosten in rekening brengen over eerdere jaren. Nagekomen facturen die met goedkeuring van de betreffende gemeenten zijn betaald leiden tot een tegenvaller over eerdere jaren van €2,8 miljoen. De GRJR spant zich in om meer grip op deze zogenaamde LTA-kosten te krijgen. In nauw overleg met de accountant zijn de openstaande vorderingen uit eerdere jaren (ca. €26 miljoen) grondig geactualiseerd. Inmiddels zijn met de regionale aanbieders eindafrekeningen vastgesteld. Ook zijn subsidies over eerdere jaren definitief vastgesteld. De definitief te betalen zorgkosten en subsidies zijn in totaal hoger gebleken dan eerder als schatting was opgenomen op de balans. De werkelijke vorderingen waren dan ook lager dan op de balans was geschat. Bij elkaar leveren deze actualisaties van de oude balansposities een nadeel op van €4,6 miljoen.
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond p/a Gemeente Rotterdam Jeugd en Onderwijs Postbus 70014 3000 KS Rotterdam www.jeugdhulprijnmond.nl
1
Van belang is nog om te vermelden dat dit geen materiële verliezen zijn, maar werkelijke kosten voor jeugdhulp die eerder waren onderschat en/of niet goed waren gepresenteerd. Een belangrijk winstpunt van de actualisatie is dat nu ook de invordering van de openstaande bedragen voortvarend kan worden opgepakt. Dit heeft al direct aanzienlijke terugbetalingen en terugbetalingsafspraken opgeleverd. Procesverbetering De totstandkoming van de definitieve jaarstukken van de GRJR inclusief goedkeurende verklaring verloopt niet naar wens. Diverse raden gaven dit ook aan in hun zienswijze bij de begroting 2022. De GRJR werkt aan verdere verbetering van de interne beheersing en samen met aanbieders en gemeenten ook aan meer kwaliteit, tijdigheid en volledigheid van de informatievoorziening. Inzet is om de jaarstukken 2021 voor 15 april 2022 gereed te hebben zonder latere noemenswaardige aanpassingen, zodat deelnemende gemeenten beter weten waar ze aan toe zijn. Conform Wgr zullen die jaarstukken met controleverklaring uiterlijk 15 juli 2022 worden vastgesteld.
Wij nemen aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, namens het Algemeen Bestuur van de GRJR,
J. Bokhove Voorzitter
S. Hammer Secretaris/Directeur
2
Accountants
Baker Tilly (Netherlands) N.V. Bijster 39 Postbus 3814 4800 DV Breda
Aan het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond
T: +31 (0)76 525 00 00 F: +31 (0)76 525 00 50 breda@bakertilly.nl www.bakertilly.nl KvK: 24425560
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT A. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond te Rotterdam gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in de kadernota accountantscontrole jaarrekening Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 2015 e.v. De jaarrekening bestaat uit: 1 het overzicht van baten en lasten over 2020; 2 de balans per 31 december 2020; 3 de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; 4 de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen; en 5 het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld (pagina 47)
Baker Tilly (Netherlands) N.V. trading as Baker Tilly is a member of the global network of Baker Tilly International Ltd., the members of which are separate and independent legal entities.
Alle diensten worden verricht op basis van een overeenkomst van opdracht, gesloten met Baker Tilly (Netherlands) N.V., waarop van toepassing zijn de algemene voorwaarden, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nr. 24425560. In deze voorwaarden is een beperking van aansprakelijkheid opgenomen.
Accountants
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2020 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met de Regeling Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.
Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 2.525.742. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2020. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 100.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn. B.
Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: • de aanbiedingsnota; • jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen; • het vaststellingsbesluit. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Accountants
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. C Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in de kadernota accountantscontrole jaarrekening Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 2015 e.v. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen.
De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, de Regeling Controleprotocol WNT 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s o dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, o dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake
Accountants
•
• •
• •
zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen.
Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico’s niet kan opvangen; het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling, rekening houdend met de invloed daarop van de aard en de significantie van de activiteiten van uitvoeringsorganisaties ten behoeve van de gemeenschappelijke regeling. Op basis hiervan hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden ten aanzien van deze uitvoeringsorganisaties. Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Breda, 15 juli 2021 Baker Tilly (Netherlands) N.V.
Was getekend,
drs. R. Opendorp RA
JAARSTUKKEN 2020 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 12 juli 2021
INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING .........................................................................................................................3 1.1 Voorwoord ......................................................................................................................... 3 1.2 Resultaat 2020 ................................................................................................................. 4 1.3 Leeswijzer .......................................................................................................................... 6 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ...............................................................................9 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR .......................................................... 9 2.2 Resultaten 2020 per opdracht ................................................................................ 17 2.3 Verschillen begroting en realisatie ....................................................................... 29 3. PARAGRAFEN .................................................................................................................... 30 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ....................................................... 31 3.2 Financiering ...................................................................................................................
33 3.3 Bedrijfsvoering.............................................................................................................. 33 3.4 Rechtmatigheid ............................................................................................................. 35 3.5 Coronaparagraaf ........................................................................................................... 36 4. JAARREKENING ................................................................................................................ 41 4.1 Overzicht van baten en lasten ................................................................................. 41 4.2 Toelichting op baten en lasten ................................................................................ 43 4.3 Balans ............................................................................................................................... 48 4.4 Toelichting op de balans ........................................................................................... 49 4.5 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ..................................... 56 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................................ 58 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 60
2
1. Aanbieding 1.1 Voorwoord In de Jaarstukken 2020 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) verantwoorden wij het gevoerde beleid en het financieel beheer over het jaar 2020. Het Bestuur wordt met deze stukken in staat gesteld om zijn controlerende taak te vervullen. De regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp blijkt jaar op jaar meer te kosten dan begroot. Na afloop van 2018 werden de deelnemende gemeenten geconfronteerd met extra bijdragen van in totaal circa €15 mln., over 2019 herhaalde dit zich met een bedrag van circa € 11 mln. Dit is overigens een landelijk herkenbaar beeld, dat de minister van VWS aanleiding gaf om bij de Voorjaarsnota 2019 tijdelijke extra middelen voor Jeugdzorg ad € 300 mln. op jaarbasis beschikbaar te stellen, wat ondertussen bij de Miljoenennota 2021 is verlengd tot en met 2022. En er is landelijk onderzoek verricht (AEF) met als eerste hoofdvraag: “Hoeveel budget hebben gemeenten structureel nodig voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de huidige Jeugdwet, binnen de context van de transformatiedoelen van de Jeugdwet?”. Naar aanleiding hiervan kwam er een zwaarwegend arbitrageadvies en ligt er inmiddels een kabinetsbesluit voor 1,3 miljard 2022. Intussen besloot het bestuur van de GRJR naar aanleiding van de jaarcijfers 2019 om de begroting 2020 te verhogen met circa € 18,3 mln.
Dit was noodzakelijk om te kunnen spreken van een realistische begroting 2020 en om er op te kunnen sturen dat over 2020 niet opnieuw achteraf grote tekorten moeten worden gemeld. Overigens werd hiertoe besloten in het besef dat de beheersing van de uitgaven meer maatregelen vergt, zoals de samenwerking tussen zorgaanbieders en gemeenten, transformatie van zorg aan de jeugdigen uit de regio Rijnmond en oplossing van een aantal structurele knelpunten rond de uitvoeringsorganisatie van de GRJR. In voorliggende jaarstukken blijkt in hoeverre deze opzet al over 2020 is geslaagd. In de verantwoording hiervan is niet alleen het financiële resultaat onderaan de streep van
3
belang, maar evenzeer de lengte van wachttijden waarmee jeugdigen worden geconfronteerd en de gevolgen van de in maart 2020 doorgebroken Corona-pandemie.
1.2 Resultaat 2020 Het over 2020 gerealiseerde rekeningresultaat bedraagt € - 6,4 mln. Van dit bedrag is € 1,0 mln. het verschil (overschot) tussen de voor 2020 begrote en lagere gerealiseerde lasten. Het resterende deel van het resultaat is gevolg van de afwikkeling van de contractuele verplichtingen voor in totaal € -7,4 mln. over eerdere jaren. Dit betreft naast nakomende kosten van landelijk gecontracteerde zorgaanbieders (LTA) (€ - 2,8 mln.) voornamelijk de financiële verwerking van definitieve zorgkostenafrekeningen en subsidievaststellingen waardoor nu de inning kan openstaande vorderingen slagvaardig kan worden opgepakt. Tot slot zijn diverse fouten in de administratie rechtgezet. De bijdragen van de gemeenten worden opgehoogd naar rato van de begrotingsinleg. Na deze eindafrekening sluit de jaarrekening 2020 van GRJR op € 0. Beknopt overzicht van het resultaat 2020
Totale Baten Zorgkosten Risico zorgkosten Organisatie en overige kosten Transformatiefonds Totale Lasten Saldo Baten en Lasten Nagekomen kosten LTA Vrijval Balansposities Totaal gerealiseerd resultaat
Primitieve Begroting na begroting wijziging 2020 2020 227.531.466 248.080.536 218.173.078 241.447.570 3.082.046 2.877.380 1.942.239 3.755.586 4.334.103 0 227.531.466 248.080.536 0 0 0 0 0 0 0 0
Realisatie 2020
Verschil begroting vs realisatie 254.764.955 6.684.419 241.103.247 -344.324 2.161.442 -715.938 3.784.388 28.802 258.770 258.770 247.307.846 -772.690 7.457.109 7.457.109 -2.830.457 -2.830.457 -4.626.653 -4.626.653 0 0
In hoofdstuk 4 is bovenstaande tabel ook opgenomen waarbij de extra bijdrage voor het resultaat verwerkt is waardoor het resultaat op nul sluit. Bovenstaand overzicht geeft weer dat in 2020 een positief resultaat op de zorgkosten is gerealiseerd van € 0,3 mln. Dit resultaat is bepaald op basis van de beschikkingen van de gemeenten en de verzilveringsgraad. Een opsplitsing van het verschil in de begrote en gerealiseerde lasten in structurele en incidentele effecten leidt tot het volgende beeld: Verdeling resultaat lasten Structureel 2.442.771 Incidenteel -3.215.461 Verschil -772.690
4
Het verschil van € 0,8 mln. bestaat uit een structureel tekort van € 2,4 mln. (met name op pleeghulp en Adolescentenrecht) en een incidenteel overschot van € 3,2 mln. (onder andere de Gecertificeerde Instellingen en Crisishulp). In hoofdstuk 4 wordt het verschil per onderdeel weergegeven. Door nagekomen LTA-kosten en afwikkeling van oude balansposities is het totale resultaat in 2020 € - 6,4 mln. Dit is onder andere een gevolg van het feit dat landelijk gecontracteerde aanbieders in de gelegenheid zijn om nog lang na levering kosten in rekening te blijven brengen, ondanks aandringen om tijdige informatieverstrekking. Tevens is bij deze jaarrekening veel uitzoekwerk gedaan naar bestaande balansposten. Hieruit zijn verschillen gebleken tussen de bij de vorige jaarrekening opgenomen balanspositie en de afrekening op basis van werkelijk geleverde zorg. Door deze analyse is de balanspositie en verschillende resultaatnemingen is de balans verder opgeschoond. In 2021 wordt deze analyse verder opgepakt. Overzicht van de stappen om tot de realisatie van de opdrachten A t/m E te komen
A B C D E Totaal
Realisatie 2020 verzilveringsobv indicaties graad 23.991.724 -1.439.503 67.792.470 -4.745.473 12.703.236 -2.032.518 17.307.979 -2.942.356 61.163.682 -16.514.194 182.959.091 -27.674.045
Realisatie 2020 na verzilv. 22.552.220 63.046.997 10.670.718 14.365.623 44.649.488 155.285.046
Diversen 996.469 -400.136 -152.016 145.848 -2.354.574 -1.764.408
Totaal per perceel 23.548.689 62.646.861 10.518.702 14.511.471 42.294.914 153.520.638
Op basis van de indicaties van de gemeenten is een realisatie 2020 berekend van € 182,9 mln. Aangezien niet alle indicaties voor 100% leiden tot kosten is een correctie door middel van de verzilveringsgraad toegepast. Per opdracht is een eigen verzilveringsgraad gehanteerd. Na deze aanpassing komt de realisatie 2020 uit op € 155,3 mln. Daarnaast zijn er voor verschillende opdrachten diverse specifieke aanpassingen nodig om tot juiste lasten per opdracht te komen. Hieronder een korte toelichting bij deze aanpassingen.
A B B C C C D E E
Subsidie bijzondere kosten pleegzorg Correctie subsidie ASR Prokino in berichtenverkeer Ontbrekende beschikkingen Correctie subsidie ASR Prokino in berichtenverkeer Ontbrekende beschikkingen Subsidie perceel C4 Ontbrekende beschikkingen Hogere productie dan verleend Ontbrekende beschikkingen Totaal
996.469 -779.956 379.820 -1.132.284 318 979.950 145.848 -2.626.728 272.154 -1.764.408
5
De subsidies voor pleegzorg (A) en kleinschalig wonen opdracht C4 worden niet afgerekend via het berichtenverkeer, maar via de subsidielasten. Om een compleet beeld te krijgen van de kosten per opdracht zijn deze lasten aan de opdrachten toegevoegd. De afrekening van de ASR-subsidie loopt via het berichtenverkeer. Aangezien de ASR lasten apart opgenomen is in de begroting (onder I2) zijn deze kosten uit de opdrachten B+C gehaald. Bij opdracht E is een correctie verwerkt in verband met de budgetplafonds. Uit de productieoverzichten (inclusief accountantsverklaring) van de zorgaanbieders blijkt dat er voor ca. € 0,8 mln. aan beschikkingen ontbreken in de indicaties van de gemeenten. Dit bedrag is aan de diverse opdrachten toegevoegd. Na deze aanpassingen zijn de kosten voor de opdrachten A t/m E € 153,5 mln. Deze bedragen per opdracht zijn terug te zien in het overzicht van baten en lasten in hoofdstuk 4.
1.3 Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag (weer onder te verdelen in programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening. In voorliggende jaarstukken is dat als volgt vorm gegeven: -
De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de beleidsmatige
programmaverantwoording
met
(I)
achtergrond,
kader
en
speerpunten van 2020 en (II) de resultaten per onderdeel van inhoud van de jeugdhulp. Hier wordt uiteengezet in hoeverre de als GRJR samenwerkende gemeenten bereikt hebben wat zij zich tot doel hadden gesteld en wat zij daarvoor hebben gedaan. -
Hoofdstuk 3 bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen voor zover van toepassing.
Voor
de
GRJR
zijn
dit
paragrafen
Weerstandsvermogen
en
risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er twee nietverplichte paragrafen opgenomen: Rechtmatigheid en Corona. De paragrafen geven inzicht in een aantal bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. -
Hoofdstuk 4 is de jaarrekening die financieel inzicht geeft in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting) en de financiële positie (balans met 6
toelichting). Verder zijn er nog enkele verplichte overzichten opgenomen voor zover relevant.
7
Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording
8
2. Programmaverantwoording 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR 2.1.1 Inleiding Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het uitvoeren van de jeugdhulp binnen hun gemeenten. Dit is een lokale verantwoordelijkheid waarbij geldt dat gemeenten op een aantal onderwerpen samen dienen te werken in regionaal verband. De gemeenten in de regio Rijnmond, te weten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne, hebben ervoor gekozen deze samenwerking vorm te geven als gemeenschappelijke regeling met de naam Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond, kortweg aangeduid als GRJR. Doorslaggevend hierbij was onder meer het creëren van voldoende omvang om specialistische zorg en 7/24 crisisopvang beschikbaar te houden en schaalvoordelen te creëren in aanbod en vraag. De GRJR heeft dezelfde samenstelling als de Veiligheidsregio en de GGD-regio. De GRJR heeft tot doel te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken, met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet (artikel 3 van de regeling). De hiertoe opgedragen taken zijn (artikel 4): a. Het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: -
Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; o
De jeugdhulp omvat de uitvoering van gesloten jeugdhulp, crisiszorg, pleegzorg, residentiële, intramurale zorg en/of specialistische zorg voor jeugdigen;
o
De taken worden uitgevoerd met inachtneming van de afspraken die hierover op bovenregionaal of landelijk niveau zijn of worden gemaakt;
-
Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling;
9
b. Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. 2.1.2 Uitvoeringsorganisatie en verbeterplan Voor de uitvoering van de GRJR-taken is een overeenkomst afgesloten tussen het openbaar lichaam en de uitvoerende gemeente, waarbij het bestuur van het openbaar lichaam via het verlenen van mandaten/volmachten ervoor zorgt dat de uitvoerende gemeente voor de uitvoering van de taken ook de benodigde bevoegdheden krijgt. Concreet betekent dit dat de Uitvoeringsorganisatie is ondergebracht bij de Gemeente Rotterdam waarbij het bestuur van de regeling wel eindverantwoordelijk is voor de uitvoering van taken (zie toelichting op de regeling). De verantwoordelijkheid van de GRJR om te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken moet worden gezien als gezamenlijke uitvoering van lokale ambities. De gemeenschappelijke inkoop, contractering en subsidiëring dienen zodanig vorm te krijgen dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De visie en doelen van de GRJR zijn daarmee een optelsom van de beleidsvoornemens van de gemeenten. Het bestuur heeft in 2019 een verbeterplan vastgesteld als leidraad voor verbeteringen die de uitvoeringsorganisatie stap voor stap doorvoert.
De opdracht die het AB in juli 2020 aan de secretaris heeft meegegeven bevat de vier belangrijkste verbeterpunten uit het verbeterplan. Hieronder een update aan de hand van deze vier punten. Inkoop en arrangementenmodel Op 15 december 2020 stelden de wethouders Jeugd tijdens het platform Jeugd de regiovisie ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Hierna is deze voorgelegd aan de raden met de vraag deze vast te stellen vóór 1 mei 2021. Vaststelling van deze regiovisie betekent een trendbreuk met de periode tot nu toe: vanaf dan geldt een gezamenlijke visie als kader voor de GRJR. Met de regiovisie leggen de vijftien samenwerkende gemeenten, in samenwerking met aanbieders en onderwijs, een goede basis voor de toekomstige transformatie van jeugdhulp en voor de inkoopstrategie voor de volgende inkoopronde. Deze inkoopstrategie ligt ter vaststelling voor bij het AB van april 2021. 10
Om binnen de GRJR de gewenste resultaten te kunnen boeken, is het noodzakelijk om de regionale ambities per bouwsteen van de Regiovisie verder te concretiseren. Dit vraagt om een meerjarig programma, dat de samenhang van alle lokale en regionale initiatieven inzichtelijk maakt en de voortgang in transformatie bewaakt. Tegelijkertijd bestaat er ook de wens om de gemeentelijke regie te versterken. Naast het bewaken de lokale vaststelling van de regiovisie (en zo nodig bij te sturen) wordt hier een regioagenda ontwikkeld. Het doel is om in die regioagenda prioriteiten te stellen wat betreft de lopende en nog nieuw te starten transformatie-initiatieven, en om de implementatie van de regiovisie te regisseren. Dit in samenspraak met alle maatschappelijke partners, die hun inhoudelijke expertise inbrengen om de transformatie te laten slagen. Sinds de zomer 2020 werkt de werkgroep Arrangementenmodel aan concrete verbeteringen en verbetervoorstellen. Dit gaat in overleg met wijkteams en andere collega’s uit de vijftien gemeenten en met aanbieders. De verbetervoorstellen zijn met name voor op langere termijn en worden daarom meegenomen in de inkoopstrategie voor de volgende inkoopronde. Ontwikkeling informatievoorziening Elke drie maanden verschijnt een bestuursrapportage (Burap).
Deze rapportage is en wordt elke keer door de uitvoeringsorganisatie aangevuld met meer en verbeterde informatie. In de tweede helft van 2020 is formatie-uitbreiding gerealiseerd voor de informatievoorziening, een dashboard met sturingsinformatie ontworpen en een strategisch informatieplan opgesteld (AB februari 2021). De ontwikkeling van de informatievoorziening wordt langs twee lijnen uitgewerkt. Aan de ene kant wat op korte termijn kan en moet gebeuren om sneller en beter in de behoefte aan sturingsinformatie te voorzien. Een belangrijk onderdeel hierin is het dashboard, dat ook zicht geeft op de kwaliteit van de aangeleverde data. Aan de andere kant gaat het plan in op welke wijze de GRJR op langere termijn de beleids- en sturingsinformatie kan ontwikkelen ter ondersteuning van de ambities met de sturing op en transformatie van de jeugdhulp. Contractmanagement In het vierde kwartaal van 2020 zijn diverse nieuwe collega’s gestart. Dit is deels als vervanging van vrijgekomen posities, deels is dit uitbreiding door het AB besluit in juli 11
2020 waardoor er meer uitvoeringscapaciteit is gekomen voor de uitvoeringsorganisatie. Ook is de nieuwe teamleider in december gestart. Na een goed inwerkprogramma en naast de reguliere contractgesprekken, is een van de volgende stappen het verder professionaliseren van contractmanagement en het accountmanagement gestructureerd vormgeven. Onderdeel hiervan zijn de ambtelijke sub-regionale gesprekken die voor februari en medio juni zijn gepland. Governance Het vierde kwartaal van 2020 stond op het gebied van de governance grotendeels in het teken van de samenstelling van GRJR met 15 gemeenten. In het AB van december is besloten dat er binnen de huidige GRJR gewerkt gaat worden met twee verschillende inkoop- en bekostigingsmodellen. De gevolgen hiervan worden in verschillende lijnen uitgewerkt zoals bijvoorbeeld de gevolgen voor de inkoop en de governance. Een belangrijk onderdeel is ook het onderzoek dat gedaan gaat worden naar het effect op het zorglandschap van deze beslissing. Dit onderzoek moet een goede onderbouwing geven over de voor- en nadelen van de verschillende systematieken. Ook is onderzoek gedaan naar het positioneren van de uitvoeringsorganisatie en de secretaris/directeur. Besluitvorming hierover vond plaats in het AB van februari 2021.
Hierna start de werving van de vaste secretaris voor de GRJR, zodat er een warme overdracht kan plaatsvinden vanuit de secretaris a.i.
2.1.3 Verlening en aanbesteding resultaatgerichte inkoop In februari 2020 besloot het AB om de contracten met jeugdhulpaanbieders te verlengen tot en met 2021. Hieraan waren voorwaarden verbonden ten aanzien van: •
De levering van de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s)
•
Het integraal werken
•
Het meewerken aan een pilot prestatiemeting
Vervolgens is in de periode voor de zomer gesproken over de tweede verlenging, uiteindelijk heeft het AB in juli besloten tot het benutten van ook het tweede optiejaar zodat er verlengd wordt tot en met 2022. Ook aan deze verlenging zijn voorwaarden verbonden: •
De afspraak om in beginsel geen hulp te verlenen voordat er een toewijzing is 12
•
Tijdig te declareren
•
Werk te maken van wachttijden
•
Bij de informatie over de wachttijden het BSN te verstrekken
Met het besluit in juli stond onherroepelijk vast dat er voor 1 januari 2023 opnieuw aanbesteed moet worden en kon het projectplan voor de aanbesteding worden geschreven. Het AB heeft dit projectplan in september vastgesteld. In het najaar is gewerkt aan het opstellen van de algemene inkoopstrategie en de strategie per opdracht. De regiovisie die in concept in oktober beschikbaar kwam, vormde het inhoudelijk kader voor de inkoopstrategie. Belangrijk onderdeel van de regiovisie is de versterking van de lokale infrastructuur en in verband daarmee wordt een substantieel deel van de daghulp/besteding en ambulante hulp niet meer regionaal maar lokaal ingekocht per 2023. Capelle en Krimpen a/d IJssel gaan vooruitlopend op deze beweging al experimenteren in 2021 respectievelijk 2022 met het lokaal organiseren van bepaalde vormen van ambulante hulp. Op basis van de contouren van de inkoopstrategie zijn medio december 2020 mogelijk geïnteresseerde marktpartijen geconsulteerd. De opbrengsten van de consultatie worden betrokken bij het afronden van de inkoopstrategie. De uitkomst van het overleg met de MVS-gemeenten is dat deze gemeenten per 1 januari 2023 met een eigen inkoop- en bekostigingsmodel voor hun sub-regio gaan werken, vanaf dat moment werkt de GR dus met twee inkoopmodellen.
De ervaringen met deze modellen zullen worden geobjectiveerd en gedeeld door middel van externe ondersteuning om goed van elkaars ervaringen te leren. 2.1.4 Transformatie Met behulp van transformatiesubsidie, door het Rijk beschikbaar gesteld, zijn eind 2019 en in 2020 verspreid over de regio Rijnmond 28 transformatieprojecten in de zorg voor jeugd gestart. In opvolging van de procesafspraken die er destijds in het AB van 15 april en 19 september 2019 zijn gedaan. Het gaat hierbij om projecten van zowel gemeenten (18), zorgaanbieders (9) als verwijzers (2). Projecten die het brede terrein van de zorg voor jeugd bestrijken - van preventie tot gesloten jeugdzorg - met als doel meer passende hulp dichtbij 13
waarbij oog is voor veiligheid. En hierbij zijn de leidende principes die in de regio zijn vastgesteld (AB voorjaar 2020) voor ‘goede’ jeugdhulp als ijkpunt gebruikt. Projectgroep verbetering zorg voor jeugd Ieder project binnen de transformatie heeft een projectleider. Uniek is dat de projecten niet los van elkaar kennis ontwikkelen en ervaring opdoen, maar gedurende het proces kennis delen wat wel en wat niet werkt en van elkaar leren. Projectleiders worden daarbij ondersteund en gestimuleerd door de Projectgroep verbetering zorg voor jeugd regio Rijnmond, waar - niet toevallig – zowel afgevaardigden van gemeenten, zorgaanbieders als verwijzers in zitten. Daarnaast volgt de stuurgroep transformatie de ontwikkelingen op de voet. Indicatoren van de transformatie Een belangrijk uitgangspunt van alle transformatie- aanvragen was het structureel in kaart willen brengen van de effecten van de ingezette beweging: doen we de goede dingen en doen we ze goed. Begin 2020 is er met dit doel gestart met een aantal digitale sessies waarin projectleiders met elkaar de indicatoren hebben vastgesteld die nodig zijn om de voortgang van de transformatie te meten. Deze indicatoren zijn gebaseerd op onder andere de leidende principes.
Dit is de basis van de transformatiemonitor die (als één van de transformatie- aanvragen) door KPMG wordt ingericht (in samenwerking en samenhang met de ontwikkeling van de andere dataplatforms van de GRJR). Een monitor die niet alleen tijdens de projectperiode, maar ook in de periode daarna de voortgang op de transformatie gaat volgen. Kwartaalrapportages Iedere projectleider heeft in 2020 in hetzelfde eenvoudige format gerapporteerd, zowel inhoudelijk als financieel. Uit de voortgangsrapportages van de transformatieprojecten is gebleken dat als gevolg van Corona de voortgang van de meeste projecten vertraging hebben opgelopen, maar wel alle van start zijn gegaan. Doordat, dankzij een AB besluit in september, een deel van de subsidie kan worden overgeheveld naar 2021 kunnen de projecten toch volgens plan worden uitgevoerd en lukt het de meeste projecten om binnen het budget te blijven. 14
Kwalitatief onderzoek Naast de transformatiemonitor en dat projectleiders zelf de voortgang van hun project in kaart brengen wordt er ook bij een vijftal projecten kwalitatief onderzoek uitgevoerd door de academische werkplaats ST-RAW. Doel is om te onderzoeken wat de werkzame elementen en werkzame principes zijn van de transformatieprojecten. Bijkomend doel is om de kennis die wordt verzameld te bundelen en bij te dragen aan kennisdeling en verspreiding in de regio. Duurzame resultaten Dit alles moet ertoe leiden dat na afloop van de projectperiode ook duidelijk is wat belangrijke werkzame principes zijn om te integreren in onze toekomstige werkwijze en inkoop vanaf 1 januari 2023. Dat er niet een aantal zinnige projecten zijn uitgevoerd, maar dat die kennis ook daadwerkelijk wordt gebruikt om stappen te zetten in de transformatie. De projectgroep heeft in 2020 per kwartaal een nieuwsflits uitgebracht om alle stakeholders te blijven informeren over de voortgang, als alternatief voor fysieke bijeenkomsten als gevolg van Corona. 2.1.5 Begrotingswijzigingen In oktober 2019 werd het definitieve indexatiepercentage voor de begroting 2020 vastgesteld, wat een uitgesteld beslispunt was bij de vaststelling van de primaire begroting 2020. Tegelijk sprak het GR-bestuur het voornemen uit om de begroting 2020 te wijzigen.
In april 2020 is de ontwerpbegrotingswijziging voor zienswijzen voorgelegd aan de raden. Bij het opmaken van de (voorlopige) jaarrekening 2019 was gebleken dat de zorgproductie hoger was dan verwacht. Vanuit de noodzaak om realistisch te begroten is besloten tot begrotingswijziging voor het jaar 2020. Ook het verbeterplan voor de uitvoeringsorganisatie gaf aanleiding tot begrotingswijziging. In juli 2020 heeft het AB, na ontvangst van zienswijzen van de raden, de begroting definitief gewijzigd. De vastgestelde begrotingswijzigingen betroffen naast diverse budgettair neutrale verschuivingen ook het apart opvoeren van een budget voor de gecertificeerde instellingen. Verder hebben de volgende ophogingen plaatsgevonden: 15
1. Verhoging budget voor ingekochte specialistische jeugdhulp a. Voor de opdrachten A t/m D en F naar realisatieniveau 2019 b. Voor opdracht E (ambulante jeugdhulp), op basis van een KPMG-rapport over structurele knelpunten in de ambulante jeugdhulp 2. Ophoging
budget
opdracht
I
voor
buitenregionale
plaatsingen
(BRP)
en
adolescentenstrafrecht (ASR) om de verwachte overschrijding op te vangen 3. Hoger budget voor Veilig Thuis en voor Jeugdbescherming a. Op basis van een HHM-rapport over structurele toename van het aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling en b. Op basis van KPMG-onderzoek naar het benodigd budget om de nieuwe werkwijze met de gewenste kwaliteit uit te voeren, en een kostprijsonderzoek 4. Transformatiegelden overheveling uit de begroting naar een voorziening 5. Verhoging van het budget voor organisatiekosten in relatie tot het verbeterplan voor de uitvoeringsorganisatie Dit levert onderstaand financieel beeld op. In de jaarrekening is de nadere verdeling van de budgetten terug te vinden. Begroting 2020
Wijziging
Primair (juli 2019)
Actuele begroting 227.531.467
Eerste wijziging (okt 2019) Verhoging indexatie van 2,33% naar 3,42%
2.214.492
Na eerste wijziging
229.745.959
Tweede wijziging (juli 2020) Jeugdhulp A t/m F ASR/BRP
14.487.782
Ophoging VTRR en JBRR
4.103.321
Voorziening Transformatiefonds
-2.749.007
Organisatiekosten
1.608.681
883.800
Na tweede wijziging
248.080.536
2.1.6 Meerjarenraming Formeel gezien behoort de GRJR volgens de BBV een meerjarenraming op te nemen. Komend jaar wordt onderzocht hoe hier invulling aan wordt gegeven.
16
2.1.7 Beleidsindicatoren Formeel gezien behoort de GRJR volgens de BBV beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in middels hun eigen jaarrekening. De deelnemende gemeenten hebben zicht op de indiatiestellingen.
2.2 Resultaten 2020 per opdracht Hieronder enkele overzichten met informatie over de opdrachten A tot en met E. Daarna volgt een toelichting van de ontwikkelingen per opdracht in 2020. Aantallen toewijzingen, cliënten en in- en uitstroom De informatie is afkomstig uit het dashboard. Het dashboard is nog in ontwikkeling, dus de cijfers hebben nog een definitieve validatie nodig. In de twee grafieken is het verloop van het aantal toewijzingen te zien over 2019 en 2020. In Grafiek 1 is het aantal lopende toewijzingen en het aantal cliënten met een lopende toewijzing per maand te zien (één cliënt kan meerdere toewijzingen hebben). Een lopende toewijzing is een geldige toewijzing voor die periode. De toewijzing hoeft nog niet in zorg geresulteerd te hebben in die periode. In de blauwe en rode balken is respectievelijk de instroom- en uitstroom per maand te zien. De hoge in- en uitstroom in de maand december wordt veroorzaakt door het afsluiten en weer opvoeren van alle lopende indicaties.
17
Grafiek 1. Lopende toewijzingen, aantal cliënten met lopende toewijzing en in- en uitstroom per maand. In Grafiek 2 is het aantal lopende toewijzingen per opdracht te zien.
Grafiek 2. Lopende toewijzingen per maand, per opdracht.
18
Grafiek 3. Ontwikkeling van het gemiddelde weektarief per opdracht in 2019 en 2020
In Tabel 1 is het totaal aantal cliënten in zorg per opdracht te zien, net als het weekbudget en de indicatieduur. Dit is o.b.v. de rapportage zoals deze in eerdere buraps ook stond. Het aantal cliënten in zorg is het aantal jeugdigen per opdracht dat in 2020 zorg heeft gehad. De som van het aantal jeugdigen in de opdrachten is hoger dan het totaal omdat sommige jeugdigen zorg krijgen in verschillende opdrachten en in de totaaltelling slechts 1x meetellen. Het gemiddelde weekbudget is het gemiddelde van de geïndiceerde weekbudgetten per opdracht. Zo is de gemiddelde indicatieduur de gemiddelde geïndiceerde indicatie die door de gemeenten is afgegeven. Tabel 1. Aantal cliënten in zorg in 2020. Aantal cliënten in zorg Gemiddeld weekbudget Gemiddelde indicatieduur (dagen)
A 2.138 247 569
B
C
932 2.540 210
333 1.227 290
D 970 707 215
E Totaal 9.320 12.362 232 290
19
Wachttijden 2020 Jaarrekening 2020 Tabel 2. Percentage geholpen binnen Treeknorm (<14 weken) – 2020 Opdracht Q1 Q2 Q3* Q4* A 84% 88% 97% 94% B 90% 72% 81% 84% C 60% 81% 100% 50% D 80% 86% 78% 60% E 93% 90% 77% 79% Niet ingevuld** 88% 51% 44% 26% Eindtotaal 91% 79% 71% 65% *Vanaf Q3 2020 wordt een andere registratie van wachttijden gehanteerd (vanaf aanmelding tot start behandeling), waardoor de gemeten periode langer is. Zie toelichting onder tabel. ** Vanwege ontbreken van toewijzing is opdracht onbekend. Grafiek 3. Retrospectieve wachttijd 2020
Retrospectieve wachttijd 2020 in weken 18,0 16,0 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 Q1 2020
Q2 2020
Q3 2020*
Q4 2020*
*voor Q3 en Q4 2020 is een nieuwe manier van registreren toegepast die een langere periode van wachten in beeld brengt.
In Tabel 2 staat het percentage jeugdigen dat binnen 14 weken (Treeknorm) is gestart met de hulp. De percentages zijn uitgesplitst naar opdracht. Hierin is te zien dat lopende 2020 in sommige opdrachten minder kinderen binnen de Treeknorm geholpen zijn. Zoals te zien in Grafiek 3 neemt de wachttijd vanaf Q2 2020 toe. Deze toenemende wachttijd heeft onder andere te maken met Corona. Corona kan de impact van wachten vergroten: de nood voor 20
snelle hulp wordt groter, waardoor het aantal spoedcliënten toeneemt. Overige jeugdigen moeten door de toegenomen spoedinstroom langer wachten. Ook worden consulten vaker afgezegd, door Corona-gerelateerde klachten, waardoor de behandelduur toeneemt en nieuwe instroom afneemt. Verder kan de instroom belemmerd zijn door uitval van personeel met aan Corona-gerelateerde klachten. Daarnaast is vanaf Q3 2020 een andere registratie van wachttijden gehanteerd (vanaf aanmelding tot start behandeling). Deze nieuwe meting komt meer overeen met de werkelijke wachttijd, maar reflecteert een langere periode, waardoor een sterkere stijging in de wachttijd te zien is. Bovendien lopen aan het eind van het jaar de wachttijden doorgaans op. Dit kan onder andere te maken hebben met budgetplafonds die bereikt zijn, waardoor jeugdigen langer moeten wachten tot zij kunnen instromen. Vanuit de verschillende zorglandschapstafels lopen er diverse acties om de wachttijd voor jeugdigen te verkorten. Enkele voorbeelden hiervan zijn de wervingscampagne voor extra pleeggezinnen in opdracht A en de zorgbemiddelingstafel voor opdracht E. Hieronder wordt per opdracht de stand van zaken toegelicht, o.a. over de wachttijden. 2.2.1 Gewoon opgroeien buiten gezin (Pleeghulp) Binnen opdracht A (pleegzorg) is vanwege inhoudelijke afwegingen geen budgetplafond ingesteld. Dit maakt groei mogelijk.
Plaatsing van een jeugdige in pleegzorg heeft de voorkeur boven plaatsing in een instelling. In 2020 is opdracht A financieel licht gegroeid. Dit komt door de combinatie van een kleine toename van het aantal jeugdigen dat in een pleeggezin geplaatst is en doordat jeugdigen langer in pleegzorg blijven. Een andere ontwikkeling is dat pleegzorgaanbieders steeds meer inzetten op het voorkomen van het voortijdig beëindigen van een pleegzorgplaatsing. Toch groeit opdracht A niet sterk. Dit komt o.a. door een tekort aan pleeggezinnen. Meer pleeggezinnen zijn nodig om meer jeugdigen in pleegzorg te kunnen helpen. Daarom wordt door aanbieders, gemeenten en de uitvoeringsorganisatie een campagne uitgevoerd om de werving van pleegouders een impuls te geven. Zorgaanbieders melden al een duidelijke stijging in het aantal opgevraagde informatiepakketten. Daarnaast wordt actief ingezet op het behoud van pleegouders. Binnen pleegzorg is bovendien behoefte aan het versterken van pleegouders om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding te voorzien. Zo kan pleegzorg voor meer
21
jeugdigen mogelijk gemaakt worden. Hiertoe is in 2020 een transformatiesubsidie uitgevoerd. In 2021 wordt dit geëvalueerd. 2.2.2 Weer naar huis (Opname) + 2.2.3 Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurige zorg) In 2019 is gekozen om de druk op opdracht B te laten afnemen is extra budget beschikbaar gesteld voor opdracht C. Hiermee is extra capaciteit beschikbaar gekomen. De realiteit blijft dat uitstroom vanuit opdracht C lastig te realiseren is door onvoldoende (passende) Wmocapaciteit en door het ontbreken van passende en betaalde huisvesting en mogelijk door stagnatie in doorstroom naar opdracht E. De wachttijden liepen richting het eind van 2020 dan ook op in opdracht C. We zien over Q4 dat de weekbudgetten voor opdracht B (stijging van € 90,- per week) en C (stijging van € 197,- per week) opnieuw stijgen. Daarnaast zien we ook dat de instroom van nieuwe cliënten groter is dan de uitstroom. Dit zorgt ervoor dat de uitgaven op opdracht B en C groeien. De uitbreiding aan capaciteit op opdracht C2 leidde er wel toe dat meer cliënten in deze opdracht geholpen konden worden, maar de verlaging van de druk op opdracht B is niet gerealiseerd. Vanuit de historie zijn de aantallen in Q1 en Q4 altijd hoger dan in de tussenliggende kwartalen. Over het algemeen kan gezegd worden dat het slechter gaat met de jeugd.
De jeugdigen die een indicatie voor opdracht B of C hebben, kunnen niet geholpen worden met een indicatie voor Pleegzorg of een ambulant traject. Op dit moment is het onduidelijk of er sprake is van een corona effect voor de opdrachten B en C. Er is een krimp zichtbaar op opdracht B2, dat is een landelijke tendens en niet voor 100% veroorzaakt door corona. Mogelijk is er een indirecte link door de hoeveelheid kinderen in crisis en de wachtlijsten bij opdracht E. 2.2.4 Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Voor opdracht D is geen budgetplafond ingesteld, dus aanbieders zijn niet gebonden aan een contractvolume. Corona heeft aanbieders gestimuleerd alternatieve (lees: digitale) vormen van hulpverlening te ontwikkelen als aanvulling op het traditionele aanbod. 22
Ervaringen en lessons-learned worden toegepast. Met de aanbieders in deze opdracht wordt besproken welke vormen van jeugdhulp verder gewenst zijn. Zo is in september het zorg-onderwijscentrum geopend dat een speciaal programma biedt voor thuiszitters om hen terug te begeleiden naar school. Dit is een samenwerkingsverband tussen Timon en Horizon in co-creatie met Koers VO. Ook vinden aan de zorglandschapstafel gesprekken plaats tussen aanbieders en gemeenten over de inmiddels gelanceerde regiovisie en de ambitie van gemeenten om delen van opdracht D lokaal in te kopen. Al deze (gezamenlijke) acties dienen de verbinding van specialistische zorg met het lokale veld en het onderwijs. Deze ontwikkelingen moeten op termijn een effect hebben op versnelde uitstroom (kortere zorgduur) en vermindering van de instroom (omdat de gemeenten lokale oplossingen inzetten en vooral ook invulling geven aan het leidende principe en de visie dat iedere jeugdige een (t)huis heeft en naar school gaat. 2.2.5 Pakket Thuis (Ambulante hulp) N.a.v. een toenemende vraag naar ambulante hulp in 2019 en aanbevelingen vanuit het onderzoek van KPMG, is de begroting 2020 opgehoogd voor opdracht E. De ophoging tot € 43,9 mln. is gebaseerd op de prognose van KPMG. De extra gelden zijn in 2020 stapsgewijs vrijgekomen voor de aanbieders, te weten in Q1, eind van Q2 en in Q3.
Van de extra gelden is begin 2020 een eerste tranche ingezet om de algehele druk op opdracht E te verlagen. Vanuit de tweede tranche is, in navolging van 2019, ingezet op het garanderen van de meest urgente zorg aan jeugdigen, te weten spoedhulp en forensische hulp. Voor de hulp richting het Omgangshuis is een discretionaire route ingesteld om de continuïteit te waarborgen. Deze discretionaire toekenningen zouden vanuit het risicobudget gedekt worden. Na gewijzigde afspraken tussen hoofd- en onderaannemer is het niet nodig gebleken deze buiten het reguliere budget te bekostigen; het risicobudget is dan ook niet aangesproken voor de hulp vanuit het Omgangshuis. De laatste tranche van het extra budget, € 0,6 mln. is ingezet voor de bekostiging van hulp aan de meest urgente jeugdigen op de wachtlijsten van de aanbieders. In 2020 is er voortvarend gestart met een analyse van de hoge wachtlijst van de verschillende aanbieders, om zo meer inzicht te krijgen in de aard van deze wachtenden. De samenwerking tussen aanbieders is in de loop van 2020 steeds verder verbeterd. Er is 23
gezamenlijk integraal hulpaanbod ontwikkeld (start 2021), er is betere samenwerking op individuele casuïstiek en verdeling van de meest urgente wachtende jongeren. Tevens zijn er drie werkgroepen aan de slag met de opbrengsten van de analyse, zoals verdere verdieping in de doelgroep 6-12 jaar en een afwegingskader om de scheidslijn specialistische jeugdhulp-lokale jeugdhulp beter te benutten. Deze werkgroepen hebben een vertegenwoordiging van aanbieders, uitvoeringsorganisatie en gemeenten. De activiteiten zullen in 2021 voortgezet worden. De gemiddelde indicatieduur laat geheel 2020 een dalende lijn zien; zowel aanbieders als gemeenten geven aan hier bewuster mee om te gaan. De gemiddelde weekbudgetten zijn het gehele jaar constant gebleven. Er is geen cijfermatige dip te zien geweest als gevolg van Corona. Aanbieders hebben hun hulp veelal door kunnen zetten, hetzij digitaal, hetzij face to face.
Wel wordt door
aanbieders sinds zomer 2020 een forse toename gemeld van het aantal jeugdigen dat met spoed hulp nodig heeft wegens zeer ernstige, veelal psychiatrische klachten. Deze kinderen zijn veelal voor de regulier wachtende kinderen gegaan. Tevens melden aanbieders verminderde beschikbaarheid van behandelaren als gevolg van ziekte of quarantaine en verzwaring van de problematiek van de doelgroep over de gehele linie. Hierdoor zijn de wachttijden niet gedaald en hebben aanbieders aan het einde van Q4 de noodklok geluid over de zorg voor de jeugd in Coronatijd, in combinatie met de toch al lange wachttijden op hulp. 2.2.6 Crisis Opdracht F betreft een beschikbaarheidsvoorziening, waarbij de hoofdaannemer verplicht is permanent capaciteit aan crisishulp beschikbaar te hebben om te voorkomen dat wachtlijsten ontstaan. Daarom ontvangt de opdrachtnemer bij een realisatie van ten minste 80% 100% bekostiging. In 2020 heeft Enver deze 80% bereikt. Crisishulp is enkel toegankelijk via het crisisinterventieteam (JBRR) of de acute dienst (GGZ). Het aantal kinderen in crisishulp daalt sinds 2018. Naast deze op zichzelf al positieve ontwikkeling maakten de kleinere groepen het in 2020 voor de crisismedewerkers mogelijk om jongeren met zeer ingewikkelde problematiek op te vangen die voorheen bij onderaannemers (ver) buiten de regio moesten worden geplaatst.
Afgelopen jaar liep wel de doorlooptijd van 24
jeugdigen in de crisisopvang op. Dit vooral omdat het lastig bleek te zijn om doorstroom naar jeugdhulp in andere opdrachten te realiseren. 2.2.7 Gecertificeerde Instellingen 1. JB/JR-maatregelen dwang en drang en Crisis Interventie Team a. JB/JR-maatregelen dwang & drang (gecertificeerde instellingen (GI’s)) De geraamde onderproductierealisatie in Q2 en Q3 van -8% heeft zich ook in het vierde kwartaal doorgezet Er is sprake van een lagere realisatie bij OTS-en (onder toezicht stellingen), Voogdijzaken, Drang zonder VTO (verzoek tot onderzoek) en Verlengde drang. Daarentegen is een lichte toename zichtbaar van Jeugdreclassering. Ook is sprake van een toename van Drang met Verzoek tot Onderzoek. De afname van OTS-en gaat geleidelijk, maar is al enige tijd gaande. Doordat er een toename is van Drang met VTO en er wachttijden zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) kan er nog een toename van OTS-en plaatsvinden wanneer de RvdK deze onderzoeken heeft afgerond. Eind 2020 zien we over het jaar heen een onderproductie van ruim 8%. Per 2020 heeft JBRR de opdracht om zich te focussen op de uitvoering van dwangproducten (OTS, jeugdreclassering (JR) en voogdij). De GI heeft daardoor minder formatie beschikbaar voor drangtaken. Er ontstaat daardoor ook meer druk op de lokale teams.
In Q3 is aan het AB het eindrapport opgeleverd “Samenwerken in vrijwillig kader tussen lokale teams en GI’s”. In dit rapport wordt geadviseerd op welke wijze gemeenten de uitvoering van Drang meer in het lokale veld kunnen beleggen. Gemeenten informeren de GRJR per 1 november over hun ambities t.a.v. deze beweging. De verdere uitwerking van de ambities wordt door JBRR en in samenspraak met de OU en gemeenten verder gedaan. Gedurende 2021 zal gemonitord worden hoe hieraan lokaal een invulling gegeven wordt. Zolang een drangtraject lokaal nog niet (volledig) belegd kan worden blijft JBRR hierop de regietaak uitvoeren. b. Crisis Interventie Team 25
Kinderen die acuut in hun veiligheid bedreigd worden krijgen ondersteuning van het Crisis Interventie Team (CIT). Politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners, maar ook ouders en kinderen zelf kunnen contact opnemen met het CIT. Het CIT treedt op in crisissituaties en kan direct de noodzakelijke hulp inzetten. Bij de start van de Coronamaatregelen in Q1 nam het aantal meldingen af. In Q2 zette dit door. In Q3 was er echter weer sprake van en toename van het aantal crisismeldingen. Over 2020 heen zien we een daling van crisismeldingen met 28% Daar tegenover zien we een stijging van 5% op het aantal huisverboden in de regio. 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) Buitenregionale plaatsingen betreffen plaatsingen van kinderen bij niet regulier gecontracteerde aanbieders. In de meeste gevallen gaat het om kinderen die op basis van het woonplaatsbeginsel bij één van de gemeenten in de regio horen, maar die niet in de regio verblijven. JBRR is opdrachtgever en financier voor jeugdigen die onder toezicht van een andere GI vallen, maar tot de verantwoordelijkheid van een gemeenten in de regio Rijnmond behoren. 3. KSCD Het Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) voert diagnostisch onderzoek uit op verzoek van de medewerkers van Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond (JBRR) (Incl. WSS) en Leger de Heils Jeugdbescherming- en reclassering (LJ&R).