Concept Jaarverslag 2021 VRR
Tekst van het document
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
36 / 111
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico’s
Risico s = structureel i = incidenteel Structurele risco's Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico's. Het gaat hier om juridische gevolgrisico's, zoals claims. Personele capaciteit brandweer. Deeltijdregeling brandweervrijwilligers Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg. Financiële gevolgen van schade die niet meer of beperkt verzekerbaar is Alarmering bevolking. Incidentele risco's Vertraagd tempo en of onvoldoende aanpassing bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling. Effecten en kosten als gevolg van grote crises Contract ambulance zorgverzekeraars 2021 Totaalbedrag risico's (bedrag x €1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
s
-
PM
PM
PM
PM
PM
s s s s
-
370
370 3.000 208 PM
370 3.000 208 PM
370 3.000 208 PM
370 3.000 208 PM
s
-
-
-
-
140
140
i
-
1.900
-
-
-
-
10.700 13.178
3.578
3.578
3.718
3.718
i i
208 PM
300 250 550
Structurele risico’s Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s Voor het risico ‘Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s’ was voorheen een bedrag opgenomen. Op advies van de Bestuurlijke Auditcommissie (2018) is dit risico als PMpost opgenomen in de risico-inventarisatie. Bij dit risico gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims. Personele capaciteit brandweervrijwilligers De personele capaciteit van de brandweervrijwilligers staat onder druk. Het wordt het steeds moeilijker om de onmisbare inzet van vrijwilligers te blijven garanderen. Vooral het werven van voldoende vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn, wordt steeds moeilijker. Zeker in kleinere dorpskernen is het steeds lastiger om de paraatheid 24 uur per dag, 7 dagen in de week te garanderen. De dekking staat hierdoor onder druk. De VRR heeft als prioriteit om de dekking op niveau te krijgen en te houden en werkt aan andere vormen en manieren van brandweerzorg. Er is een pilot met het structureel inzetten van beroepspersoneel in de dagdienst op een kazerne en er is gestart met het inzetten van een bevelvoerder in dagdienst op kazernes. Om het probleem van de capaciteit op de kazernes op te lossen zal extra beroepspersoneel ingezet moeten worden. Het inzetten van een beroeps in dagdienst op een kazerne kost € 74k.
Vooralsnog is de inschatting dat dit nodig is op 5 kazernes. De kosten om dit risico op te heffen komen daarmee uit op €370k per jaar. Deeltijdregeling vrijwilligers brandweer De positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn is juridisch niet meer houdbaar. Het onderscheid tussen vrijwilligers en beroeps moet aangescherpt worden. Landelijk is onderzocht of een fundamenteel onderscheid in taken tussen een vrijwilliger en een beroepsmedewerker (taakdifferentiatie) hiervoor een oplossing biedt. Onlangs heeft de minister hierop een finale juridische toets laten doen waaruit blijkt dat voor het behoud van vrijwilligheid bij de brandweer taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht onder voorwaarde dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid. Dit betekent dat het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps verscherpt moet worden en dat niet meer gewerkt kan worden met geconsigneerde en gekazerneerde vrijwilligheid. Inmiddels werkt het veiligheidsberaad aan een implementatieplan hiervoor. Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties hiervan zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties.
De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 31 mln per jaar, en voor de VRR komt het uit op een bedrag van €3 mln. In het implementatieplan is opgenomen dat de nieuwe werkwijze vanaf 2023 wordt ingevoerd. Indien het niet lukt om een vergoeding te krijgen vanuit het Rijk loopt de VRR het risico om de financiële consequenties zelf te moeten betalen.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
37 / 111
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg Jaarlijks wordt onderhandeld met zorgverzekeraars over het budget inzake spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg. De onderhandelingen over de hoogte van het budget 2021 zijn op het moment nog niet afgerond. De onderhandelingen gaan o.a. over de te leveren prestaties en vooral het aantal te leveren diensten. Daaraan gerelateerd zijn afspraken over het aantal ambulancevoertuigen en postlocaties. Het risico bestaat dat de VRR de gemaakte budgetafspraken met de zorgverzekeraars over het te leveren aantal diensten niet kan nakomen, bijvoorbeeld door schaarste aan personeel. Een mogelijk gevolg hiervan is dat de zorgverzekeraars een korting hanteren, waardoor het budget uiteindelijk niet toereikend is voor de VRR. De afspraken die door ARR jaarlijks met de zorgverzekeraars worden gemaakt, moeten dit jaar ook worden gezien in het licht van de COVID-19 crisis die de samenleving en de gezondheidszorg al sinds maart 2020 in zijn greep houdt. Als gevolg van de COVID-19 crisis staat de zorg en dus ook de ambulancezorg onder druk. Zo is het ziekteverzuim onder ambulancepersoneel hoger geweest dan gemiddeld. Ook betekenen de aangescherpte hygiënemaatregelen dat ritten gemiddeld langer duren en intensiever zijn.
De afgelopen jaren, inclusief 2021, zijn de afgesproken te leveren diensten gerealiseerd en wordt geen korting op het budget verwacht. De komende jaren blijft dit risico zich voordoen. In 2022 zal het aantal te leveren diensten stijgen met 4% is de verwachting. Indien de stijging niet wordt gerealiseerd leidt dit tot een korting van het budget van € 208k.
Financiële gevolgen van schade die niet meer of beperkt verzekerbaar is De VRR krijgt steeds meer te maken met extreme premiestijging van verzekeringen. In de afgelopen 2 jaar zijn de premies voor het totale pakket aan verzekeringen met 13% gestegen. Daarnaast bestaat de kans dat een aantal risico’s niet meer verzekerbaar blijven. Deze ontwikkeling geldt voor alle veiligheidsregio’s. In 2021 heeft het veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot oprichting van de stichting expertisebureau risicobeheer en verzekeringen veiligheidsregio’s. Het is de bedoeling dat deze stichting de veiligheidsregio’s gaat adviseren op het thema risicobeheer in relatie tot ongevallen en schade. Daarnaast is het de bedoeling om voor alle veiligheidsregio’s een ongevallenverzekering af te sluiten om zo grote premiestijgingen te voorkomen. Hiernaast zal ook een waarborgfonds worden opgericht voor niet-verzekerbare risico’s waaraan alle veiligheidsregio’s een financiële bijdrage zullen leveren. Deze financiële bijdrage aan de stichting en het waarborgfonds komt dan in de plaats van de verzekeringspremie. De stichting wil beginnen met een ongevallenverzekering in te kopen voor alle veiligheidsregio’s. Deze zal naar verwachting in 2024 van toepassing zijn.
In de jaren daarop zal ook voor andere verzekeringen, zoals voertuigen-, brand- en aansprakelijkheidsverzekering onderzocht worden om dit voor alle veiligheidsregio’s in te kopen. Eind 2021 heeft het algemeen bestuur besloten tot deelname aan deze stichting van de VRR en dit voorgelegd aan de gemeenteraden. Voor 2022 en 2023 is er geen risico omdat er nog verzekeringen door de VRR zelf worden afgesloten met dezelfde dekking. Vanaf 2024 doet zich het risico voor dat het waarborgfonds onvoldoende middelen heeft om schade van niet verzekerbare risico’s te dekken. De aangesloten veiligheidsregio’s zullen dan bij moeten storten. De hoogte hangt af van de hoogte van de schade en de voorwaarden van het waarborgfonds over inbreng van de veiligheidsregio’s. De voorwaarden voor dit waarborgfonds, o.a. met betrekking tot de financiële inbreng van de veiligheidsregio’s, worden nu uitgewerkt aan de hand van een business case en het is de verwachting dat in het voorjaar van 2022 hier meer duidelijkheid over komt. Op dat moment zal een inschatting worden gemaakt van de hoogte van het risico.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
38 / 111
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Alarmering bevolking Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer en worden gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Het waarschuwingsstelsel is eigendom van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het ministerie was oorspronkelijk van plan het WAS per 1 januari 2020 op te heffen en te laten vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media. Het definitieve besluit hierover is meermaals uitgesteld en in oktober 2021 heeft de minister aangegeven dat een besluit door het nieuwe kabinet zal worden genomen. Een aantal veiligheidsregio’s, waaronder de VRR, hebben er bij de minister op aangedrongen het WAS in stand te houden op risicolocaties. Het gaat dan om risicolocaties waar sprake is van grote industriële complexen en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Namens het kabinet heeft de minister zich in oktober 2021 uitgesproken voor de instandhouding van het WAS op risicolocaties waarbij het lokaal bestuur verantwoordelijk zal zijn voor het aanwijzen van deze locaties en voor het beheer van de sirenes op die locaties. Een definitief besluit over de toekomst van het WAS zal door het nieuwe kabinet worden genomen.
Eventuele consequenties voor de VRR zullen na dit besluit duidelijk worden. De kosten voor het WAS worden nu door het ministerie van V&J gedragen. Het risico is dat bij instandhouding van WAS op risicolocaties de kosten door de VRR zelf gedragen zullen moeten worden. Op basis van een onderzoek van het WODC van najaar 2021 blijkt dat de kosten op landelijk niveau voor 700 risicolocaties liggen op € 1,7 mln per jaar voor heel Nederland als dit met ingang van 2025 wordt gerealiseerd. Op basis van 25 veiligheidsregio’s zou dat € 69k per veiligheidsregio zijn. Gezien het grote aantal locaties in de regio wordt het risico voor de VRR ingeschat op € 140k per jaar. Incidentele risico’s Vertraagd tempo en of onvoldoende aanpassing bijdragen t.b.v. kostenontwikkeling Er is in 2020 een nieuwe systematiek afgesproken voor de indexering van de kosten brandweerzorg en Risico & Crisisbeheersing. In de systematiek wordt eerst een voorlopig indexpercentage voor een jaar bepaald voor het opstellen van de begroting en zodra de definitieve indexcijfers bekend zijn wordt dat achteraf gecorrigeerd voor de bijdragen van volgende jaren. Op deze wijze is sprake van een compensatie voor verschillen die vanaf de afgifte van de index optreden en werken deze niet door op langer termijn.
Maar als in een jaar het afgegeven percentage dat is gebruikt voor de begroting lager is dan het werkelijke percentage prijsstijgingen dan heeft de organisatie onvoldoende middelen om deze prijsstijging in dat jaar zelf op te vangen. Met de stijgende prijzen van de laatste tijd, de inflatie gestegen naar 5,7% in december 2021, is dit een risico voor de organisatie. Voor 2022 is de indexering die is gebruikt voor het opstellen van de begroting bepaald op 1,36%. De Europese centrale bank verwacht voor 2022 een prijsstijging van 3,2%. Als die verwachte prijsstijging uitkomt betekent dit voor de VRR een risico van € 1,9 mln. Voor 2023 verwacht de ECB nu een inflatie van 1,8%. Dat is vrijwel gelijk aan de voorlopige indexering van 1,9%. Daarmee is voor 2023 het risico 0 op basis van de huidige verwachtingen. Effecten en kosten als gevolg van grote crises Er zijn op het moment 2 grote crises aan de hand waarvoor de VRR kosten maakt: - Als gevolg van de uitbraak van het COVID-19 virus worden nog steeds kosten gemaakt voor de bestrijding van het virus. In 2021 zijn de gemaakte kosten vergoed en is de laatste declaratie ingediend. Totaal gaat het om een bedrag van ruim € 2 mln. Wij gaan ervan uit, dat de kosten die gemaakt worden door het Rijk ook in 2022 zullen worden vergoed.
- In het kader van de noodopvang asielzoekers heeft de minister van binnenlandse zaken in december 2021 de regio Rotterdam-Rijnmond aangewezen om locaties gereed te maken voor de opvang en begeleiding van 500 asielzoekers voor een beoogde periode van 4 maanden. In de brief van de minister staat dat de kosten van deze opvang door het COA zullen worden vergoed. Hierover moeten nog definitieve afspraken worden gemaakt met het COA. Ook zijn er gesprekken gaande met de gemeente waar de opvang plaatsvindt over het moment van overdracht van de opvang naar de gemeenten. De VRR heeft in dit kader in 2021 voor ruim €300k aan kosten gemaakt en voor 2022 wordt ook nog eens voor ruim € 10 mln aan kosten verwacht.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
39 / 111
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Contract 2021 ambulance dienst De onderhandelingen met de zorgverzekeraars over het budget van 2021 zijn nog niet afgerond. De gesprekken hierover zijn nog gaande en zullen naar verwachting op korte termijn worden afgerond. Het risico is dat het budget lager wordt vastgesteld dan nu is opgenomen in de jaarrekening. Het risico wordt ingeschat op maximaal € 250k.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
40 / 111
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze tabel zijn de totaalbedragen van alle risico’s opgenomen die nu zijn voorzien. Totaal risico's 2021 Structurele risico's Incidentele risico's Totaalbedrag verwachte compensatie (bedrag x €1.000)
s i
0 550 550
2022 578 12.600 13.178
2023 3.578 0 3.578
2024 3.578 0 3.578
2025 3.718 0 3.718
2026 3.718 0 3.718
Tegenover de totale risico’s ziet de VRR ook mogelijkheden om de kosten gedekt te krijgen bij andere partijen. Het gaat dan vooral om compensatie van kosten door de overheid in verband met verandering van regelgeving of crises. Het gaat om de volgende 3 risico’s en bijbehorende compensatie: Risico s = structureel i = incidenteel Deeltijdregeling brandweervrijwilligers Alarmering bevolking. Effecten en kosten als gevolg van grote crises Totaalbedrag verwachte compensatie (bedrag x €1.000)
s s i
2021 -300 -300
2022 -10.700 -10.700
2023 -3.000 -3.000
2024 -3.000 -3.000
2025 -3.000 -140 -3.140
2026 -3.000 -140 -3.140
Als de verwachte compensatie wordt gesaldeerd met de verwachte kosten van de risico’s dan blijven de volgende bedragen over: Risico's Totaalbedrag risico's (bedrag x €1.000) Totaalbedrag verwachte compensatie (bedrag x €1.000) Saldo risico's en verwachte compensatie (bedrag x €1.000)
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
2021 550 -300
2022 13.178 -10.700
2023 3.578 -3.000
2024 3.578 -3.000
2025 3.718 -3.140
2026 3.718 -3.140
250
2.478
578
578
578
578
41 / 111
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt om niet voorziene lasten te dekken, zonder dat de begroting en het beleid moeten worden aangepast. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde financiële risico’s en daarmee het benodigde weerstandsvermogen kan vervolgens worden uitgedrukt in een verhoudingscijfer. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waardering weerstandscapaciteit Waarderingscijfer A B C D E F
x≥2 1,4 ≤ x < 2,0 1,0 ≤ x < 1,4 0,8 ≤ x < 1,0 0,6 ≤ x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Wanneer gestreefd wordt naar een gezond weerstandsvermogen (verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit ter dekking van de risico’s) zal, uitgaande van bovenstaande tabel, minimaal sprake moeten zijn van een factor 1. Ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit In het volgende overzicht is de te verwachten ontwikkeling van de algemene reserve van de VRR weergegeven. In de jaren 2022 tot en met 2026 is in de beschikbare weerstandscapaciteit het geprognosticeerde resultaat verwerkt.
Beschikbaar (x € 1.000) Algemene reserve VRR Nog te bestemmen resultaat Totaal
Realisatie ultimo 2021
1e BW ultimo 2022
384 -196 188
188 389 577
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Begroting 2023 577 563 1.140
Meerjarenraming (MJR) ultimo 2024 2025 2026 1.140 41 1.181
1.181 116 1.297
42 / 111
1.297 36 1.333
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ontwikkeling weerstandsratio In de volgende grafiek is de weerstandsratio bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het totaalbedrag van de risico’s. Hierbij is geen rekening gehouden met mogelijke compensatie van de kosten van de risico’s.
Met de overname van de ARR is de algemene reserve van de VRR gedaald en de weerstandsratio komt daardoor uit op een niveau dat als ruim onvoldoende wordt gekwalificeerd. Om de weerstandsratio weer richting een niveau van voldoende te krijgen zullen positieve resultaten moeten worden gerealiseerd die dan aan de algemene reserve kunnen worden toegevoegd. De VRR streeft ernaar om de komende jaren elk jaar een positief resultaat te realiseren. De lage ratio van 0.04 in 2022 wordt vooral veroorzaakt door de hoge kosten van de noodopvang asielzoekers waarvoor de VRR een aanwijzing heeft gekregen eind 2021. Indien deze kosten alsnog vergoed worden door de overheid dan komt de ratio op 0.23 uit in 2022.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
43 / 111
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële kengetallen Met ingang van het jaar 2015 dienen in de jaarstukken de volgende vijf kengetallen (art. 11 lid 2, let d. Besluit Begroting en Verantwoording) te worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het Besluit Begroting en Verantwoording heeft geen normen voor de kengetallen. Het gaat hierbij om de volgende vijf kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote wordt berekend inclusief of exclusief doorgeleende gelden. Omdat er onzekerheid is of deze leningen wel allemaal terug zullen worden betaald, is het verstandig om dit onderscheid te maken. Op die manier wordt dit risico in beeld gebracht. De VRR verstrekt geen leningen, daarom zijn de netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen gelijk aan elkaar. 2. De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de decentrale overheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. 3.
Kengetal grondexploitatie Hierin wordt informatie gegeven over de waarde van de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. 4. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een(overheids-)organisatie is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een organisatie in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (conform artikel 17 lid c BBV = exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft de potentiële ruimte aan die een (overheids-)organisatie heeft om haar structurele baten te verhogen om stijgende structurele lasten (zoals kapitaalslasten) op te vangen. Kengetallen jaarverslag 2021 Voor de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond zijn de kengetallen met betrekking tot grondexploitaties en belastingcapaciteit niet van toepassing. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft geen mogelijkheden om belastingen te heffen en heeft geen bouwgronden in bezit.
Jaarverslag jaar 2021 Kengetallen:
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Verloop van de kengetallen Jaarverslag 2020
21% 21% 16% 0,00%
Begroting 2021
Jaarverslag 2021
30% 30% 14% 0,22%
33% 33% 5% -0,59%
44 / 111
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Toelichting op de kengetallen Netto schuldquote: in de handreiking houdbare gemeentefinanciën heeft de VNG aangegeven dat de netto schuldquote van een gemeente zich normaal tussen de 0% en 100% bevindt. In 2021 valt de netto schuldquote van de VRR binnen deze bandbreedte. De VRR leent geen gelden door, daarom is de netto schuldquote gelijk aan de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie is gezond te noemen maar wel gestegen ten opzichte van 2020. Dit wordt vooral veroorzaakt door de overname van de ARR, waardoor de verplichtingen zijn toegenomen ten opzichte van 2020. Hier staat tegenover dat de baten ook zijn toegenomen maar deze zijn minder toegenomen dan dat de verplichtingen zijn gestegen. Solvabiliteitsratio: de solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Doordat het eigen vermogen is gedaald als gevolg van overname van de ARR is ook de solvabiliteit gedaald. De VRR heeft geen streefpercentage voor solvabiliteit afgesproken maar het huidige percentage van 5% wordt op bedrijfseconomische gronden als laag beoordeeld. De komende jaren zal met structurele positieve resultaten het eigen vermogen moeten worden verhoogd waarmee ook de solvabiliteit wordt verbeterd.
De VRR streeft ernaar om de komende jaren elk jaar een positief resultaat te realiseren. Structurele exploitatieruimte: Een negatief percentage betekent dat de structurele baten onvoldoende zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. In 2021 waren de structurele baten niet toereikend. Beoordeling onderlinge verhouding tussen de kengetallen Om de financiële positie van de organisatie te kunnen beoordelen dienen de kengetallen in samenhang te worden bekeken. Alle kengetallen geven aan dat de financiële positie van de VRR in 2021 is verslechterd. De netto schuldquote van de VRR valt binnen de normale bandbreedte (0%-100%) van de VNG maar is wel hoger dan in 2020. De weerstandsratio is ruim onvoldoende, de solvabiliteit is laag en de structurele exploitatieruimte is negatief. Om de financiële situatie te verbeteren heeft de VRR voor 2022 een begroting opgesteld die een positief resultaat heeft van € 389k die aan de algemene reserve wordt toegevoegd. Ook voor de jaren na 2022 worden positieve resultaten begroot om zo het eigen vermogen te verhogen en de financiële positie te verbeteren.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
45 / 111
Paragraaf Financiering Algemeen Het doel van deze paragraaf is om de financiële positie van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond te evalueren. Daarnaast is de paragraaf een belangrijk instrument voor het transparant maken van de financieringsfunctie. De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de organisatie. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden. Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Risicobeheersing Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Financiering Decentrale Overheden. In de navolgende onderdelen wordt ingegaan op de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasury functie. Renterisico’s kunnen vanuit Wet Financiering Decentrale overheden-optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren.
De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturing- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van het kasgeldlimiet voor het jaar 2020 8,2%.
Kasgeldlimiet 2021 (bedragen x € 1.000)
1e kw 136.150
in procenten van de grondslag Toegestane netto vlottende schuld :
3e kw
4e kw
2021
Bedragen in € 1.000,-
Grondslag : Lasten primaire begroting 2021
2e kw 136.150
136.150
136.150
136.150
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
-11.164
-11.164
-11.164
-11.164
-11.164
Toetsing : Omvang vlottende schuld (a.)
-4.024
-6.528
-2.523
-7.182
-5.064
Af: Vlottende vorderingen (b.)
19.553
27.465
38.400
12.053
24.368
Saldo netto vlottende middelen(a+b)
15.530
20.937
35.877
4.871
19.304
Ruimte
26.694
32.101
47.041
16.035
30.468
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
46 / 111
Paragraaf Financiering Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid.
Renterisiconorm 2021-2024 Netto renteherziening op vaste schuld (o/g./.u/g)
2021
2022
2023
2024
-
-
-
-
Aflossingen
6.029
6.507
6.459
6.471
Renterisico
6.029
6.507
6.459
6.471
136.150
172.017
171.980
172.806
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm
27.230
34.403
34.396
34.561
Renterisiconorm
27.230
34.403
34.396
34.561
Renterisico
6.029
6.507
6.459
6.471
Ruimte onder renterisiconorm:
21.201
27.897
27.936
28.090
Lasten primaire begroting 2021 e.v. Percentage cf. regeling
Ontwikkelingen Schatkistbankieren Vanaf 2013 houden alle provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen hun tegoeden aan bij de Nederlandse schatkist. Decentrale overheden deden dit al vrijwillig, maar schatkistbankieren zonder leenfaciliteit is vanaf 2014 verplicht geworden. Het beoogd doel van schatkistbankieren is de risico’s van beleggen door decentrale overheden tot nul te reduceren en het begrotingstekort van de overheid terug te dringen. Met het systeem van schatkistbankieren zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. De wettelijke term voor schatkistbankieren is “geïntegreerd middelenbeheer”. Ultimo 2021 was een bedrag van € 11.793.436 gedeponeerd bij de schatkist.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
47 / 111
Paragraaf Financiering Lening portefeuille In het volgende overzicht worden de leningen op lange termijn nader gespecificeerd: Omschrijving
Binnenlandse banken 2 - BNG 3 - BNG 4 - BNG 5 - BNG 6 - BNG 7 - BNG (2014) 8 - BNG (2015) 9 - BNG (2016) 10 - BNG (2017) 12 - BNG (2020) 13 - BNG (2020) 14 - BNG (2020) 15 - NWB (2019) 16 - NWB (2021) 17 - Financial Lease RABO 18 - Financial Lease ABN Totaal
Hoofdsom
1.450.000 2.340.000 1.589.000 2.305.000 10.000.000 10.000.000 7.500.000 7.500.000 10.000.000 5.000.000 5.000.000 7.200.000 8.000.000 5.000.000 905.664 4.130.260
Rente
Stand
Rente
Aflossing
Opname
Stand
%
31-12-20
2021
2021
2021
31-12-21
5,890 3,620 5,400 3,720 2,900 2,930 1,390 1,410 1,195 0,195 0,315 0,585 0,080 0,230 * *
531.667 1.029.600 873.950 1.498.250 5.333.333 6.000.000 5.000.000 5.500.000 6.250.000 5.000.000 5.000.000 7.200.000 -
29.180 34.730 45.227 53.591 153.861 157.081 68.921 70.500 67.219 8.775 15.619 41.699 7.360 9.163 95.061 857.986
48.333 93.600 39.725 57.625 666.667 666.667 500.000 500.000 1.000.000 500.000 500.000 288.000 533.333 165.098 486.807 6.045.855
7.466.667 5.000.000 532.686 3.902.075 16.901.428
483.333 936.000 834.225 1.440.625 4.666.667 5.333.334 4.500.000 5.000.000 5.250.000 4.500.000 4.500.000 6.912.000 6.933.334 5.000.000 367.588 3.415.268 60.072.373
49.216.800
Lening 15, 17 en 18 zijn overgenomen van de coöperatie AZRR per 1 januari 2021. Lening 11 is in 2020 vervallen. Voor toelichting zie pagina 89. Kredietfaciliteiten Naast de langlopende doorlopende leningen zijn er geen kredietfaciliteiten afgesloten.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
48 / 111
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Panden Van de vijf in het Besluit Begroting en Verantwoording genoemde categorieën kapitaalgoederen (Wegen, Riolering, Water, Groen en Gebouwen) is de post Gebouwen van toepassing op de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft 63 panden in gebruik. Hiervan zijn er 17 in eigendom en 46 worden er gehuurd van derden (w.o. gemeenten). De conditiemeting van de panden is verwerkt in een meerjaren onderhoudsplan dat voorziet in een overzicht van de benodigde onderhoudsactiviteiten voor de periode 2021-2030. Het uitvoeren van de activiteiten in dit plan zullen er voor zorgen dat de panden op het vereiste onderhoudsniveau blijven. Installaties Ook het onderhoud aan installaties is onderdeel van dit meerjaren onderhoudsplan. Uitgangspunt hierbij zijn o.a. duurzaamheid en energiebesparing. De fluctuatie in de uitgaven voor dit onderhoud aan eigen panden wordt opgevangen door een bestemmingsreserve. Overige kapitaalgoederen De VRR heeft ook een voertuigenbestand bestaande uit o.a. 183 1e lijnsvoertuigen zoals tankautospuiten en ambulances. Het onderhoud hiervan is merendeels uitbesteed aan derden middels onderhoudscontracten.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
49 / 111
Paragraaf Bedrijfsvoering Ontwikkelagenda In 2019 is gestart met de voorbereiding van de bestuurlijke discussie omtrent de ontwikkelagenda van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Hierbij is afgesproken dat er wordt gekeken naar de inhoud (activiteiten) en de daarbij behorende financiën op regionaal niveau (de “omvang van de koek”). In de bestuursconferentie die op 26 mei 2021 heeft plaatsgevonden is met de leden van het Algemeen Bestuur gesproken over diverse nieuwe ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de dienstverlening van de VRR, zoals onder andere hoogbouw, de energietransitie, de komst van nieuwe typen crises en het belang van een robuuste crisisorganisatie. Deze bestuursconferentie heeft een aantal conclusies opgeleverd die meegenomen zijn in de vervolgstappen van het traject van de ontwikkelagenda: - De VRR heeft een hoog risicoprofiel waar nieuwe ontwikkelingen veel invloed op hebben. De VRR heeft daar tot op heden binnen de bestaande mogelijkheden op geanticipeerd, maar heeft nu haar grenzen bereikt. - Uit onderzoek blijkt dat het waar mogelijk anticiperen op nieuwe ontwikkelingen ten koste is gegaan van de capaciteit (waaronder piket) en de vakbekwaamheid in de basiszorg. Deze kwaliteit moet weer op het benodigde niveau komen. In het vervolgtraject heeft de VRR met de portefeuillehouders van het Dagelijks Bestuur een aantal voorstellen uitgewerkt.
Tezamen met het advies van de werkgroep “Toekomstbestendige financieringssystematiek” over een nieuwe kostenverdeelsleutel zijn deze voorstellen besproken in een thematische vergadering op 13 oktober 2021. Daarna heeft een informatieronde voor de gemeenteraden plaatsgevonden waarin de tussentijdse resultaten zijn gepresenteerd. Op 8 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur gekozen voor scenario 2: ‘Basis op orde’. Dit houdt in, dat de basisdienstverlening van de VRR op orde wordt gebracht om te voldoen aan de huidige eisen. Dat betekent dat vakbekwaamheid en de piketorganisatie weer naar het juiste niveau kunnen worden gebracht. Daarnaast betekent uitvoering van dit scenario dat de veiligheidsregio beter toegerust wordt voor het bestrijden van incidenten in hoogbouw en dat de informatievoorziening en informatiebeveiliging op orde worden gebracht. Verder kan de organisatie zich dan aanpassen op de nu al ervaren gevolgen van klimaatverandering en energietransitie en kan de VRR haar coördinerende rol, die tijdens COVID-19 en andere recente crises en incidenten cruciaal bleek te zijn, structureel borgen. Tenslotte kan de VRR zich in dit scenario voorbereiden op de komst van de Omgevingswet. Ten aanzien van de kostenverdeelsleutel heeft het bestuur conform het voorstel van de werkgroep besloten.
De kostenverdeelsleutel wordt vanwege de herverdeeleffecten middels een ingroeimodel de komende jaren geïmplementeerd. De uitkomsten van de Ontwikkelagenda zijn verwerkt in de Kadernota 2023 en worden verwerkt in het Meerjaren Beleidsplan 2023 – 2027 en de Begroting 2023. Rechtmatigheid Op het gebied van rechtmatigheid zijn wij in afwachting van de behandeling in de Eerste en Tweede kamer van de Wet versterking decentrale rekenkamers. Bij het opstellen van de jaarrekening wordt op dit moment een controleverklaring verstrekt door een externe accountant. De accountant geeft in deze verklaring een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid van deze jaarrekening. Als de hierboven genoemde wet wordt aangenomen gaat het Dagelijks Bestuur een ‘rechtmatigheidsverantwoording’ af geven bij de jaarstukken. Het doel van deze wet is de politieke verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur voor de rechtmatigheid van de bedrijfsvoering te onderstrepen. Daarnaast beoogt deze wetgeving de kaderstellende en controlerende rol van het Algemeen Bestuur te versterken. De VRR heeft voor het implementeren van deze wijziging een plan van aanpak opgesteld. De verwachting is, dat deze wet begin april 2022 (week 14) in de Tweede Kamer behandeld zal worden.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
50 / 111
Paragraaf Bedrijfsvoering Human Resources Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) Op 1 januari 2020 is de Wnra in werking getreden voor de medewerkers van de ambulancedienst van de VRR. De rest van de medewerkers van de VRR vallen vooralsnog niet onder de Wnra, omdat wij daarvoor uitstel hebben gekregen. Bij de invoering van de Wnra wordt onder andere de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van toepassing. Deze wet biedt het kader voor Cao-onderhandelingen en stelt eisen aan de onderhandelende partijen. Om een eigen cao af te kunnen sluiten, dient er een werkgeversvereniging opgericht te worden voor de veiligheidsregio’s. In 2020 heeft het Veiligheidsberaad besloten tot op-/inrichting van een zelfstandige werkgeversvereniging voor de 25 veiligheidsregio’s: de Werkgevers Vereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Op 21 mei 2021 is de WVSV notarieel opgericht. De doelstelling van de WVSV richt zich op collectieve arbeidsvoorwaardenvorming. Uitgangspunt is een één op één transitie van activiteiten van de VNG naar de WVSV. De WVSV neemt daarmee het werk van de Brandweerkamer van de VNG over. Naast de brandweerhoofdstukken zal de WVSV voortaan over het totale pakket van de rechtspositie onderhandelen met de vakbonden en heeft daardoor een bredere scope dan de Brandweerkamer. In 2021 stond de oprichting en inrichting van de WVSV centraal.
Voor 2022 is daarom afgesproken om de bestaande Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) leidend te laten zijn en op hoofdlijnen op gelijke voet door te gaan. Wel dient de WVSV haar ambities als werkgeversorganisatie te bepalen en de thema’s te benoemen waarop met de werknemersorganisaties gesproken zou moeten worden. Deeltijdregeling De huidige rechtspositieregeling voor brandweervrijwilligers kan door Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie niet in zijn huidige vorm blijven bestaan. Vanuit een landelijke denktank is er een oplossingsrichting onderzocht die uitgaat van een fundamenteel onderscheid (taakdifferentiatie) in taken tussen een vrijwilliger en een beroepsmedewerker. Onlangs heeft de minister van Justitie en Veiligheid een finale juridische toets laten doen, waaruit blijkt dat voor het behoud van vrijwilligheid bij de brandweer taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht onder voorwaarde dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid. Dit betekent dat het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps verscherpt moet worden. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft.
Personele capaciteit Brandweer In het meerjarenbeleidsplan is aangegeven dat het voor de brandweer steeds moeilijker wordt om de onmisbare inzet van vrijwilligers te blijven garanderen en dat naar mogelijkheden wordt gezocht om de personeelsschaarste te verminderen. Vooral het werven van voldoende vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn, wordt steeds moeilijker. Afgelopen periode is er bewust voor gekozen om ook dagdienstmedewerkers aan te nemen om tekorten op vrijwilligerskazernes aan te kunnen vullen en flexibel te kunnen zijn voor beroepskazernes. De VRR heeft als prioriteit om de dekking op niveau te krijgen en te houden en denkt na over vormen en manieren van brandweerzorg. In 2019 zijn diverse projecten gestart die betrekking hebben op het op orde houden van de basis brandweerzorg in de regio. Deze lopende initiatieven, zoals pilots en proeftuinen zijn gecontinueerd en worden eind van dit jaar en volgend jaar geëvalueerd (zie ook doelstellingen programma Brandweerzorg). Daarnaast spelen diverse externe ontwikkelingen (zoals de Wnra en deeltijdregeling) een rol. Een ander aspect is het tweede loopbaanbeleid en de 20 jarigenregeling. Een brandweermedewerker in een bezwarende functie mag deze functie niet langer dan 20 jaar uitoefenen. Na deze periode volgt een tweede loopbaan in een andere functie.
De VRR moet de medewerkers hierin faciliteren en medewerkers hebben hierin ook verplichtingen. In 2021 hebben vakbonden en werkgevers een communiqué uitgegeven waarin staat dat er vanuit beide kanten behoefte is om het tweede loopbaanbeleid te herijken. Landelijk zijn partijen elkaars uitgangspunten en gedachten voor nieuw beleid bij elkaar aan het brengen. Momenteel wordt onderzocht of de universiteit van Maastricht een onderzoek kan uitvoeren. Dit onderzoek behelst zowel inzicht in de elementen van het zware werk in de huidige situatie, de samenhang tussen (combinaties van) deze elementen en parameters van duurzame inzetbaarheid alsook de daadwerkelijke oorzaak-gevolg relatie tussen bevorderende en belemmerende factoren van duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie door de tijd heen. Dit maakt het onderzoekstraject langdurig van aard (4 jaar) maar is essentieel om te komen tot gerichte preventieve en interventiemogelijkheden om duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie onder het brandweercorps te faciliteren.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
51 / 111
Paragraaf Bedrijfsvoering
Duurzaamheid van personeel Op het gebied van duurzame inzetbaarheid is de herijking van de 20-jarigen regeling en het 2e loopbaanbeleid vooral gericht op de beroepsmedewerkers van de brandweer. Voor alle andere medewerkers is er ook aandacht voor duurzaamheid. Duurzaam inzetbare werknemers zijn werknemers die nu en in de toekomst gezond, gemotiveerd, competent en productief aan het werk kunnen zijn om de eigen ambities en die van de organisatie waar te maken. Het realiseren van de ambities van werkgever en werknemer is een gedeelde verantwoordelijkheid. Van de werknemers mag verwacht worden dat ze ervoor zorgen vitaal, vakkundig en gemotiveerd zijn om de prestaties te leveren die van ze verwacht mogen worden. Van de werkgever mag verwacht worden dat er een omgeving wordt gecreëerd waar de werknemer optimaal kan presteren. Cruciaal in het realiseren van duurzaam inzetbare medewerkers is faciliteren op 4 pijlers te weten: - Gezondheid en energie. - Kennis en vaardigheden - Balans werk – privé - Motivatie en betrokkenheid. Hierbij is de dialoog tussen werkgever en werknemer zeer belangrijk. In deze dialoog gaan leidinggevende (werkgever) en medewerker met elkaar in gesprek over deze vier elementen, die van invloed zijn op de inzetbaarheid van de medewerker in relatie tot hun eigen ambities en die van de organisatie.
Het afgelopen jaar is gewerkt aan een concreet plan van aanpak Duurzame inzetbaarheid/Vitaliteit 2021. Dit heeft geleid tot een plan waarin 4 thema’s nader zijn uitgewerkt in concrete acties te weten: Verzuim, Hybride werken, vitaliteit en Levensfase Bewust beleid. Duurzaamheid van materiaal Op het gebied van duurzaamheid is de VRR toegetreden tot het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Daaruit vloeit voort dat er een actieplan opgesteld moet worden. In dit actieplan worden de ambities van de organisatie op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen goed beschreven en worden de ambities vertaald naar concrete doelstellingen. Denk hierbij aan thema’s als klimaatbewust inkopen, internationale sociale voorwaarden, social return on investment, bio-based inkopen, circulair inkopen en innovatiegericht inkopen. Daarnaast worden in het actieplan kansen voor verduurzaming geïdentificeerd en is er een actielijst opgesteld. Omdat Maatschappelijk Verantwoord inkopen nieuw is binnen de organisatie is dit een gezamenlijk leerproces, waar monitoren, evalueren en bijstellen onderdeel van is. Door de voortgang én de knelpunten periodiek te rapporteren en inzicht te geven in de resultaten ontstaat ook steeds meer draagvlak binnen de organisatie
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
52 / 111
Paragraaf Bedrijfsvoering Diversiteit De VRR heeft diversiteit en inclusie aangemerkt als een belangrijk strategische speerpunt. Aandacht geven aan diversiteit en inclusie binnen de VRR is niet alleen een thema voor de directie, maar voor de hele organisatie. Dat kan door met elkaar van gedachten te wisselen over dit thema en afspraken te maken over hoe dit ingebed kan worden in de organisatie. Als VRR willen wij diversiteit omarmen, zodat verschillen juist worden gewaardeerd, omdat het bijdraagt aan de kwaliteit van onze dienstverlening. De regio Rotterdam-Rijnmond kenmerkt zich door een hoge diversiteit aan culturen, kennis en ervaringen, maar ook zienswijzen. Met een inclusieve cultuur en grote verscheidenheid aan medewerkers kunnen we hier goed op aansluiten en ons ontwikkelen tot een wendbare en initiatiefrijke werkomgeving waarin mensen zich thuis voelen. De VRR heeft een inclusieve organisatiecultuur waarin diversiteit gewoon is. Inclusief betekent dat iedereen zich betrokken en gewaardeerd voelt, niet ondanks maar dankzij de verschillen. Niemand wordt op basis van zijn of haar individuele eigenschappen buitengesloten, impliciet of expliciet. Diversiteit betekent dat er op allerlei aspecten verschillen zijn tussen medewerkers, zoals leeftijd, migratieachtergrond, gender, karaktereigenschappen en geaardheid.
Met andere woorden, een inclusieve cultuur zal ervoor zorgen, dat er bij de VRR een veilige, open en aantrekkelijke werkomgeving is, waardoor een verscheidenheid aan mensen zich thuis voelt en een stem heeft binnen de VRR. Middels bewustwording, kennisdeling en institutionalisering willen wij de diversiteit en inclusiviteit binnen de VRR gewoon laten zijn. Binnen de werkgroep zijn een visie en doelstellingen geformuleerd. De visie is via de website met de hele VRR gedeeld. Daarnaast is op het gebied van werving- en selectie gekeken hoe verschillende doelgroepen aangesproken kunnen worden. Verder is er veel aandacht voor thema’s uit de cultuuragenda en wordt dit via het intranet onder de aandacht gebracht bij de medewerkers. Tot slot is gewerkt aan kennisdeling. Zo worden de best practices gedeeld met het Landelijk HR Netwerk en is er samenwerking gezocht met het platform 010inclusief (een platform tegen arbeidsdiscriminatie dat streeft naar inclusieve organisaties).
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
53 / 111
Paragraaf Bedrijfsvoering Kengetallen personeel Formatie VRR
De stijging in het aantal FTE in 2021 komt door de overgang van de ARR naar de VRR.
Ziekteverzuim
Toelichting Het verzuimpercentage is in 2021 met 0,11% gedaald naar 5,97%. Ook in 2021 heeft COVID-19 invloed op het verzuim gehad. Dit jaar is dat vooral terug te zien in de cijfers bij de operationele diensten, waarbij de grootste impact te zien is in het middellange verzuim vanwege thuisisolatie. De niet-operationele afdelingen hebben nog veel thuisgewerkt, waardoor bij deze afdelingen de impact van COVID-19 op het verzuim minder is. Thuiswerkers met milde klachten van griep en/of verkoudheid melden zich minder snel ziek, omdat zij in geval van thuisquarantaine bij milde klachten (grotendeels) door kunnen werken. Het meeste verzuim zit bij het lange verzuim. Het grootste deel betreft psychisch verzuim. Na het psychisch verzuim volgt ziekten van het ademhalingsstelsel met name (long) COVID-19. Om dit lange verzuim terug te dringen worden een aantal maatregelen genomen: -
-
Binnen de ARR is in 2020 gestart met het programma “Grip op Verzuim” in samenwerking met de Arbo Unie. Het programma bestaat uit drie fases, waarbij de implementatiefase nu is aangebroken. Er is een zelfscreener ter beschikking gesteld voor alle medewerkers. Het invullen geeft zicht op de gezondheid van de medewerker. Op intranet staat informatie over het thema Vitaliteit met o.a. een Zorgwijzer voor medewerkers. Er is regelmatig afstemming tussen de bedrijfsarts, de HR-adviseur en leidinggevende waar zorgen over medewerkers preventief besproken worden. Er worden trainingen gegeven aan leidinggevenden over verzuim.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
54 / 111
Bedrijfsvoering Agressiemeldingen
De VRR accepteert vanuit goed werkgeverschap geen geweld en agressie tegen zijn medewerkers. Door het inzetten van gericht beleid hopen wij dat medewerkers het belang van melden van incidenten en het doen van aangifte inzien, zodat agressie en geweld tegen onze medewerkers kan afnemen. In 2021 is het aantal meldingen ten opzichte van 2020 weer licht toegenomen.
In 2021 is het totaal aantal meldingen 66. Zoals ieder jaar zijn er vanuit ambulancemedewerkers aanzienlijk meer meldingen gedaan dan vanuit de brandweermedewerkers. Dit jaar is er voor het eerst één melding gemaakt van een medewerker van een overige afdeling. Dit had betrekking op een medewerker die in een dienstauto werd bedreigd tijdens de rellen van november 2021. In 35 gevallen bestonden de meldingen uit non verbale en fysieke agressie en in 31 gevallen uit verbale agressie. Bij da ambulancemedewerkers komt fysieke agressie in de vorm van trekken, duwen en spugen vaker voor. Bij de brandweer gaat het voornamelijk om bedreigen en bekogeld worden met voorwerpen. . In 2021 zijn er 17 aangiftes gedaan. Dit is een lichte stijging in vergelijking tot voorgaande jaren. De aangiftes zijn als volgt verlopen: • Bij één aangifte is er een vonnis uitgesproken, waarbij de dader een gevangenisstraf is opgelegd van 2 maanden en daarnaast het betalen van smartengeld en schadevergoeding. • Bij één aangifte is uitspraak voorwaardelijke sepot met als voorwaarde betalen schadevergoeding. • Bij twee aangiftes is er geen dader gevonden waardoor het OM hier verder geen zaak van heeft kunnen maken. • Bij twee aangiftes is de officier in hoger beroep gegaan. • Bij drie zaken is de zaak geseponeerd, wegens redenen als gedrag verdachte niet strafbaar en niet genoeg bewijs.
• Bij één aangifte is dader schuldig verklaard zonder oplegging van straf maar officier overweegt om in hoger beroep te gaan. • Bij 5 aangiftes loopt het onderzoek van de politie naar de daders. Dit betreft een ploeg bij de brandweer die tijdens de rellen op de Coolsingel werd bedreigd door een groep relveroorzakers. • Bij één aangifte is de dader bekend en zijn we in afwachting van wanneer de zaak voor de rechter verschijnt • Bij één aangifte is de zitting verplaats naar een nog nader onbekend datum Het aantal aangiftes blijft echter achter bij de daadwerkelijk gebeurde incidenten. Veel melders geven aan teleurgesteld te zijn in de eerdere uitspraken van eerdere meldingen, waardoor ze minder snel geneigd zijn tot het doen van een aangifte.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
55 / 111
Paragraaf Bedrijfsvoering Uit de Ondernemingsraad: Het jaar 2021 is voor de COR, net als voor iedereen, een jaar geweest dat niet verlopen is zoals we gehoopt hadden. Vanaf de zomer zag alles er weer rooskleurig uit en konden wij weer op locatie bijeenkomen voor de vergaderingen, maar in het najaar kropen wij weer terug achter onze computer om via Teams met elkaar te overleggen. Voor het overleg tussen bestuurder en COR was Corona, en alles wat daarmee te maken had, een bijna permanent agendapunt met onderwerpen als de werkdruk, de maatregelen, het thuiswerken, wijziging van de vaste reiskostenvergoeding, thuiswerkvergoeding, strategische huisvesting en het hybride werken. Maar ook ethische dilemma’s en maatschappelijke discussies, waarover we in een informele vorm met elkaar van gedachte hebben kunnen wisselen. Toch is het afgelopen jaar weer voorbijgevlogen. Een wederom bijzonder jaar waarbij de toekomst er weer iets positiever uitziet. Is Corona met de Omikronvariant op zijn retour en kunnen we straks leven met Corona als een van de vele andere griepvarianten? Laten we het hopen. We kijken terug op een jaar waar wij met z’n allen trots zijn op wat we toch weer voor elkaar hebben gekregen.
Het overleg met de Bestuurder is constructief geweest en gebaseerd op wederzijdse respectvolle en open verhoudingen, waarin de ondernemingsraad steeds beter wordt betrokken bij diverse onderwerpen en maatschappelijke discussies. Tijdens de retraite hebben de directie en de COR uitgebreid met elkaar gesproken over ‘Samen Leren en Ontwikkelen’. Het ingezette beleid wordt ook binnen de Medezeggenschap positief benaderd en over de richting zijn we het onderling eens. Het tempo wordt bepaald door de mate waarin ieder zijn eigen zaken op orde heeft voordat we gezamenlijk zaken kunnen oppakken. We moeten zoeken naar hoe we het gezamenlijk kunnen oppakken. Voor de COR is een logische stap in Samen Leren, het samen gebruiken van één gebouw en middelen; de COR ziet het externe advies hiervoor dan ook met belangstelling tegemoet. Mede door het programma BOOS van Tim Hofman staat grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik weer hoog op de agenda bij vele organisaties en de overheid. De COR streeft ernaar om dergelijk grensoverschrijdend gedrag in de kiem te smoren. Om hier ondersteuning bij te krijgen hebben de vertrouwenspersonen, samen met 2 medewerkers van HR en een lid van de COR afgelopen jaar de training ‘Grip op angst in organisaties’ gevolgd. Waarna de COR, samen met de vertrouwenspersonen, een cursus over angst- en machtscultuur heeft gevolgd.
Eén van de speerpunten voor komend jaar is ‘Een veilige werkplek’, waarbij naast ARBO, ook grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik een plek zal krijgen aan de spreektafel. In december 2020 besloot het Veiligheidsberaad tot oprichting van een zelfstandige werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s, de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Deze vereniging gaat dit jaar namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelen met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maken over het collectief aan arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De COR wil participeren via het Landelijk Overleg Ondernemingsraden Veiligheidsregio’s (LOOV) om de bonden zo goed mogelijk van input te dienen voor de Cao-onderhandelingen. In september 2021 is Maurits de Weerd met pensioen gegaan en in de aanloop naar de overdracht van het voorzitterschap is er vroegtijdig een nieuwe voorzitter gekozen. Dankzij een goede overdracht en ondersteuning van de zittende collega’s en het ambtelijk secretariaat, heeft Rob van Hamersveld het stokje soepel over kunnen nemen. Hij voelt zich op zijn plaats en dat is mede te danken aan alle deelnemers aan de overlegvergaderingen. Dank daarvoor. De verkiezingscommissie organiseerde in 2021 tweemaal tussentijdse verkiezingen, zoals in de ORreglementen staat beschreven.
Er is extra aandacht geschonken aan de campagne om leden te werven en dit heeft tot positieve resultaten geleid. Iedere OR is bij de start van 2022 compleet, op één openstaande zetel in de OR R&C na. De wens is dan ook dat we met z’n allen kunnen blijven bouwen aan een veilige organisatie waarin iedereen zich gehoord voelt en trots kan zijn.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
56 / 111
Paragraaf Bedrijfsvoering Integriteit en omgangsvormen Integriteit is een wezenlijk onderdeel van de kwaliteit van het openbaar bestuur en vormt één van de belangrijkste voorwaarden voor het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur. De bijzondere kenmerken van de overheidstaken, zoals de besteding van publieke middelen en een monopoliepositie op vele terreinen, vereisen van de overheid een extra hoog niveau van integriteit. De VRR, als overheidsorganisatie, moet zich kunnen verantwoorden en zorgen voor doorzichtigheid van het beleid en het handelen. Het is belangrijk, dat iedereen in de organisatie zich daarvan bewust is en daarin wordt ondersteund. Aantal functionarissen integriteit/ongewenste omgangsvormen Voor beleidszaken, overleg en coördinatie heeft VRR 1 integriteitsfunctionaris (0,5 fte). De organisatie beschikte in 2021 over 4 vertrouwenspersonen: 3 vanuit de VRR en 1 externe vertrouwenspersoon. Tussen de VRR en de Gezamenlijke Brandweer is een dienstverleningsovereenkomst gesloten voor de beschikbaarstelling van een van de vertrouwenspersonen ten behoeve van de medewerkers van de Gezamenlijke Brandweer. Midden december 2021 is één van de vertrouwenspersonen gestopt met zijn werkzaamheden. In januari 2022 is de vacature intern opengezet. Er staan momenteel 2 vacatures open. Tot de taken van de functionarissen behoren: 1.
Opvangen, begeleiden informeren van de melder 2. Voorlichten informeren en inspireren van de organisatie 3. Adviseren van bestuur en management Advisering en meldingen door vertrouwenspersonen Onderstaande tabel geeft het aantal meldingen en intakegesprekken weer. Om herleidbaarheid naar personen, teams of casussen te voorkomen, wordt slechts in algemene zin gerapporteerd over de aard van de meldingen. De vertrouwenspersonen registreren via een formulier1. Soort melding / advies
2017
2018
2019
2020
2021
Ongewenste omgangsvormen
6
24
13
13
4
Integriteit
0
6
0
1
1
Combinatie ongewenste omgangsvormen en integriteit
1
0
1
0
0
Arbeidsgeschil
4
6
7
13
14
Overig
1
1
3
2
Totaal
12
37
24
29
19
In 2021 waren er in totaal 19 meldingen. Van het jaar 2020 waren 4 meldingen meegenomen naar 2021.Twee meldingen van 2021 zijn nog niet afgerond en worden meegenomen naar 2022. Medewerkers kunnen zelf kiezen welke vertrouwenspersoon zij benaderen. In sommige gevallen heeft een vertrouwenspersoon zelf een melder naar een andere vertrouwenspersoon verwezen. Dit gebeurt in situaties waar de melder en vertrouwenspersoon nabije collega’s zijn of vanwege de complexiteit van de casus. De melders zijn eenmalig als melding geregistreerd.
1
Bij het opstellen van dit formulier is uitgegaan van het Besluit Melden vermoeden van een misstand, Staatsblad 572, dat geldt voor Rijk en Politie.
Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
57 / 111
Paragraaf Bedrijfsvoering De meeste meldingen in 2021 gaan over de relatie tussen de leidinggevende en de medewerker. De aard van de meeste meldingen betreft een arbeidsgeschil: In eerste instantie gaat het over de arbeidsrelatie met de werkgever en over de taken, bevoegdheden en scholingsmogelijkheden van medewerkers. In de kern zijn het arbeidsconflicten, maar door de bejegening en toon in de communicatie worden het meldingen van ongewenst gedrag (intimidatie, discriminatie, pesten etc.). Zo wordt een verandering in taken, in zienswijze t.a.v. het functioneren op directieve wijze medegedeeld waardoor melders geen ruimte voelen om zich te verweren of het gesprek aan te gaan. Opvallend is ook dat de verandering in taak en/of verwachting bij medewerkers als onaangekondigd of onbesproken wordt ervaren. Melders ervaren het als een feit dat neergelegd wordt. Zij ervaren dat zij als persoon niet gezien, gehoord of gewaardeerd worden. “Ik heb jarenlang goede beoordelingen gehad en wordt ineens als onvoldoende beoordeeld”. De stap van de medewerker naar de vertrouwenspersoon heeft dan te maken met het gevoel van sociale onveiligheid. Het gaat hierbij om “hoe wordt de boodschap gebracht” en “hoe heeft de melder de boodschap beleefd”. Melders hebben zich geïntimideerd gevoeld door hun leidinggevenden.
Medewerkers hebben zowel bij de Ambulance als bij de Brandweer en bij 3 andere afdelingen zich onheus bejegend gevoeld door de leidinggevenden. Melden buiten de organisatie Medewerkers kunnen extern een misstand melden bij het Huis voor Klokkenluiders (HvK). Er zijn via deze route voor zover bekend geen meldingen gedaan. Voor klachten over ongewenste omgangsvormen is de VRR aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de Decentrale Overheid (LKOG). Er is in 2021 één klacht formeel afgehandeld door de Landelijke Klachtencommissie Ongewenste omgangsvormen LKOG). De klacht is gegrond verklaard en het advies van de klachtencommissie is door de VRR overgenomen. Onderzoek In 2021 zijn er 5 interne onderzoeken gedaan binnen de VRR. Daarnaast is er 1 extern onderzoek afgerond, welke was gestart in 2020. 4 van deze onderzoeken hebben geleid tot ontslag, waarvan één van deze gevallen een ontslag op eigen initiatief is geweest. Eén medewerker heeft voorwaardelijke strafontslag gekregen. Disciplinaire trajecten In 2021 is er bij VRR 3 keer een disciplinaire maatregel opgelegd. Dit betrof 2 keer een schriftelijke berisping en 1 keer het inhouden van periodieken. In 2021 is er bij ARR in totaal 3 keer een disciplinaire maatregel opgelegd: 2 keer een officiële waarschuwing en 1 keer beëindiging van dienstverband.
Ambtseed Voor nieuwe medewerkers wordt kort na hun indiensttreding een integriteitsbijeenkomst georganiseerd. In 2021 heeft één bijeenkomst plaatsgevonden. Dit was een grote bijeenkomst op 28 september 2021 georganiseerd in de Laurenskerk, in Rotterdam. Hierbij zijn in totaal 142 medewerkers beëdigd. Ook in het jaar 2021 hebben we te maken met ‘bijzondere omstandigheden’: het coronavirus. Het kabinet heeft besloten tot verscherping van de coronamaatregelen. Dit betekende ook dat thuiswerken weer verplicht werd gesteld om de contacten zo veel mogelijk te beperken, zodat het virus zich minder snel kon verspreiden. De directie heeft daarom vanaf november het besluit genomen de reguliere integriteitsbijeenkomsten en ambtseedceremonie uit te stellen totdat het fysiek weer mogelijk is (eventueel in aangepaste vorm). Om het inzicht over integriteit te vergroten en nieuwe medewerkers toch bekend te maken met het integriteitsbeleid van de VRR sturen we hen informatie over de ambtseed, de gedragscode, informatie over melden van integriteitskwesties en ongewenst gedrag en de gegevens van onze vertrouwenspersonen. Daarbij wordt benadrukt dat ook al is de eed of belofte nog niet afgelegd, de overige (integriteit)bepalingen van de Ambtenarenwet 2017 en de Gedragscode gewoon gelden.