Concept Begroting 2023 RBG
Tekst van het document
Effect De klant betaalt de belastingaanslag tijdig en volledig; De klant die een verzoek tot kwijtschelding heeft ingediend én voor kwijtschelding van de belastingschuld in aanmerking komt, wordt kwijtschelding verleend.
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
pagina 23 van 34
Kritische succesfactoren Volledigheid en tijdigheid incasso/invordering; Doorlooptijd afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Prestaties De binnengekomen kwijtscheldingsaanvragen worden binnen 8 weken na ontvangst afgedaan, indien de aanvraag volledig is. De beroepschriften tegen de afwijzing kwijtschelding worden binnen een termijn van 16 weken na ontvangst afgedaan. Het toewijzingspercentage naar aanleiding van de beroepschriften kwijtschelding is minder dan 2% van alle kwijtscheldingsverzoeken. Hierbij worden niet de toewijzingen meegerekend, die ontstaan doordat bij eerdere behandeling geen, of onvoldoende informatie is verstrekt door de klant.
Financiën: Product invordering
Lasten Baten Project KWS Onttrekking/toevoeging reserves Nettolasten
Begroting 2023 € € € € €
4.990.800 -3.806.000 237.100 1.421.900
Begroting 2022 € € € € €
4.993.000 -3.456.000 310.900 1.847.900
Rekening 2021 € € € € €
4.505.000 -2.416.700 -200 123.000 2.211.100
Voor toelichting op de mutaties, zie de paragraaf 1.2.6. Financiële kaders.
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
pagina 24 van 34
1.7
Begroting naar kosten- en opbrengstensoorten in € Begroting
Begroting
2023
2022
Rekening 2021
Lasten €
182.000
€
182.000
€
175.300
Lonen, premies en overige lasten
€
8.668.000
€
8.586.600 €
7.344.300
Reiskostenvergoeding
€
197.400
€
192.600 €
121.900
Opleidingen
€
204.500
€
Personeel van derden
€
835.600
€
200.700 € 820.000 €
Subtotaal: Personeelslasten
€
9.905.500
€
Rente en afschrijv ingen Personeelslasten
9.799.900
€
121.800 1.150.200 8.738.200
Goederen en diensten v an derden Druk en bindw erk
€
245.000
€
Onderhoud derden
€
1.277.000
€
1.227.200
€
265.400 € 1.253.200 € 818.000 €
Huur, service en facilitaire kosten
€
803.000
Kantoorautomatisering en telefonie
€
746.500
€
732.600 €
Portokosten
€
842.100
500.400
€
€
2.190.600
€
491.100 € 2.361.700 €
W oz-kosten
2.120.500
Bankkosten
€
355.000
€
€
592.200
€
348.400 € 581.200 €
338.000
Gegevensverstrekking Overige diensten incl. klanteninformatie
€
1.497.700
€
1.469.800 €
1.819.500
Subtotaal: Goederen en diensten van derden
€
8.207.400
€
Bijdragen aan derden
€
-
8.321.400
€
-
€ €
212.000 753.900 441.900
545.700 8.300.800 -
Toev oeging v oorzieningen / onv oorzien Onvoorzien
€
250.000
€
Toevoeging voorziening
€
-
€
250.000 -
€
149.100
Subtot.: Toevoeging voorzieningen / Onvoorzien
€
250.000
€
250.000
€
149.100
Project kw ijtschelding HHD+HHSK
€
450.000
€
450.000
€
449.800
Totaal lasten
€
18.994.900
€
19.003.300
€
17.813.200
Financiële baten
€
22.800
€
22.800
€
8.900
Incidentele baten
€
€
217.300
Baten
-
€
-
Opbrengsten dwanginv ordering
€
3.800.000
€
3.450.000
€
3.709.400
Toevoeging voorzieningen dub. Debiteuren
€
-900.000
€
-900.000
€
-1.297.100
Bijdrage v an deelnem ers
€
16.273.100
€
16.631.500
€
15.958.000
Totaal baten
€
19.195.900
€
19.204.300
€
18.596.500
Exploitatieresultaat voor bestemming
€
-201.000
€
-201.000
€
-783.300
Toevoeging reserve bedrijfsvoering
€
100.000
€
100.000
Toevoeging reserve tegengaan problematische schulden
€
-
€
-
€
275.000
Toevoeging reserve matching invorderingsopbrengst
€
250.000
€
350.000
€
550.000
Toevoeging reserve aanbestedingen
€
-
€
-
€
270.000
Toevoeging reserve implementatie w aarderingsysteem
€
-
€
-
€
250.000
Toevoeging aan bestemmingsreserves
Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Onttrekking aan reserve huur
€
-149.000
Onttrekking aan reserve aanbestedingen
€
€
-161.900
Onttrekking aan reserve implementatie w aard.systeem
€
-17.700
Onttrekking aan reserve bedrijfsvoering
€
-63.100
Onttrekking aan reserve problematische schulden
€
-37.900
Onttrekking aan reserve matching
€
-634.700
Onttrekking aan reserve thuisw erkvoorziening
€
-151.000
€
-553.600
€
471.306.000
Exploitatieresultaat na bestemming
€
Netto-belastingopbrengsten
€
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
-149.000
490.346.700
€
€ €
-149.000
480.732.100
pagina 25 van 34
2.Meerjarenperspectief In deze paragraaf is een doorrekening gemaakt van de opgestelde exploitatiebegroting in meerjarenperspectief. Hierin is een jaarlijkse doorrekening van 2,5% voor de personele en 1,9% voor de materiële kosten opgenomen (zie ook paragraaf 1.2). In 2023 is de invorderingsopbrengst nagenoeg gelijk gehouden aan het niveau van de jaarrekening 2021 (nl. € 3.709.400). Vanaf 2023 verwachten we vooralsnog een toename van deze opbrengst à € 50.000 per jaar door de gefaseerde verhoging van de wettelijke invorderingsrente die in de coronaperiode (nagenoeg) nihil was.
2.1 Meerjarenperspectief 2023-2027 – cijfermatig Meerjarenperspectief RBG 2023-2027 Lasten
bedragen in €
Gewijzigde
Primaire
Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
begroting
begroting
Totaal
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Personeel & Organisatie Loonkosten
8.377.200
8.586.600
8.668.000
8.884.700
9.106.818
9.334.488
9.567.850
Reiskostenvergoeding
187.900
192.600
197.400
202.335
207.393
212.578
217.893
Opleidingen
197.500
200.700
204.500
208.386
212.345
216.379
220.491
Personeel van derden
800.000
820.000
835.600
851.476
867.654
884.140
900.939
9.562.600
9.799.900
Subtotaal
9.905.500 10.146.897 10.394.210 10.647.585 10.907.172
Goederen en diensten van derden Druk- & bindwerk
249.400
265.400
245.000
249.655
254.398
259.232
264.157
Onderhoud derden
1.233.500
1.253.200
1.277.000
1.301.263
1.325.987
1.351.181
1.376.853
Portokosten
483.400
491.100
500.400
509.908
519.596
529.468
539.528
Huur-, service- en facilitaire kosten
794.700
818.000
803.000
818.257
833.804
849.646
865.789
Kantoorautomatisering en telefonie
721.100
732.600
746.500
760.684
775.136
789.864
804.871
WOZ-kosten
2.190.600
2.361.700
2.190.600
2.232.221
2.274.634
2.317.852
2.361.891
Bankkosten
342.900
348.400
355.000
361.745
368.618
375.622
382.759
Gegevensverstrekking
572.000
581.200
592.200
603.452
614.917
626.601
638.506
Overige diensten incl. klanteninformatie
1.348.200
1.469.800
1.497.700
1.526.156
1.555.153
1.584.701
1.614.811
Subtotaal
7.935.800
8.321.400
8.207.400
8.363.341
8.522.244
8.684.167
8.849.166
Onvoorzien Onvoorzien
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
1.200.000
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
Toevoeging aan reserve bedrijfsvoering
100.000
0
100.000
200.000
200.000
200.000
200.000
Toevoeging reserve matching invordering
550.000
350.000
250.000
550.000
550.000
550.000
550.000
2.100.000
1.500.000
1.500.000
1.900.000
1.900.000
1.900.000
1.900.000
Toevoeging aan voorziening dubieuze debiteuren
Subtotaal Totaal exploitatielasten
19.598.400 19.621.300
19.612.900 20.410.238 20.816.454 21.231.752 21.656.338
Rente en afschrijving
182.000
182.000
182.000
182.000
182.000
182.000
182.000
Kwijtschelding HHD en HHSK
450.000
450.000
450.000
450.000
450.000
450.000
450.000
Totaal lasten
20.230.400 20.253.300
20.244.900 21.042.238 21.448.454 21.863.752 22.288.338
Bijdrage van deelnemers
15.958.600
16.631.500
16.323.100
17.157.338
17.575.654
17.940.952
18.315.538
Opbrengst vervolging
4.100.000
3.450.000
3.750.000
3.800.000
3.850.000
3.900.000
3.950.000
Onttrekking aan reserve huurcompensatie
149.000
149.000
149.000
62.100
0
0
0
Financiële baten
22.800
22.800
22.800
22.800
22.800
22.800
22.800
Totaal baten RBG
20.230.400 20.253.300
Saldo programma
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
0
0
20.244.900 21.042.238 21.448.454 21.863.752 22.288.338 0
0
0
0
pagina 26 van 34
0
3. Paragrafen 3.1 Financiering Liquiditeit De exploitatiekosten worden voor een belangrijk deel gefinancierd uit de bijdragen van de deelnemers. Deze bijdragen worden per kwartaal ontvangen van de deelnemers. Hieronder is een liquiditeitsprognose weergegeven, gebaseerd op het uitgavenpatroon van de RBG. Liquiditeitsprognose
Raming
Kwartaal
x € 1.000
1
2
3
4
personeelslasten
9.906
2.460
2.469
2.463
2.515
goederen en diensten van derden
7.545
1.886
1.886
1.886
1.886
WOZ-bijdrage
2.191
onvoorzien rente en aflossing
2.191
250 182
63 46
63 46
63 46
61 44
20.073
4.455
4.464
6.648
4.506
invorderingsopbrengst
3.750
375
1.125
1.125
1.125
inkomsten
3.750
375
1.125
1.125
1.125
saldo liquide middelen
-16.323
-4.080
-7.419
-12.942
-16.323
bijdragen van deelnemers
16.323
4.080
3.339
5.523
3.381
0
0
0
0
uitgaven
overschot / tekort liquide middelen
De piek van de jaarlijkse uitgaven ligt in het 3e kwartaal van enig jaar, omdat de bijdrage in de WOZ-kosten van circa € 2,1 miljoen in juli in één termijn moet worden betaald aan het Ministerie van Financiën. In de kwartaalbijdrage van de deelnemers wordt hiermee rekening gehouden. Belastingopbrengsten van de deelnemers De RBG ontvangt belastingopbrengsten voor haar deelnemers. Op basis van de werkelijke cijfers van 2021 int de RBG in 2023 netto circa € 490 miljoen aan belastingen. Deze gelden komen binnen op de inningsrekeningen van de RBG. De gelden worden dagelijks afgedragen aan de deelnemers. Kasgeldlimiet Op grond van de Wet FIDO is bepaald hoeveel maximaal met kort geld gefinancierd mag worden. De norm voor gemeenschappelijke regelingen is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de bruto kosten van de begroting. Voor het begrotingsjaar 2023 is dit: 8,2% van € 20.244.900 = € 1.660.100 (afgerond). Vermogensbehoefte In maart 2014 is de RBG een lening aangegaan van € 1,7 miljoen met een looptijd van 10 jaar tegen een rente van 1,88%.
Renterisiconorm Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
pagina 27 van 34
De renterisiconorm bindt de looptijd van leningen aan een minimum. De Wet FIDO omschrijft deze norm als maximale herfinanciering van bestaande leningen van 20% per jaar voor gemeenschappelijke regelingen. Voor de RBG is dit in 2023 € 340.000 (nl. 20% van € 1,7 miljoen. De lopende geldlening heeft een looptijd van 10 jaar. In 2022 zal de maximale aflossing € 172.000 zijn. Dit blijft ruim onder de renterisiconorm. Schatkistbankieren Eind 2013 is de Wet houdbare overheidsfinanciën in werking getreden. Deze wet voorziet in een wettelijk instrument voor het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën. Onderdeel van de wet vormt het verplicht schatkistbankieren, waarbij de saldi van de bankrekeningen van lagere overheden, onder bepaalde voorwaarden, verplicht aan de schatkist moeten worden gestort. Met de deelnemers zijn afspraken gemaakt om die verplichte afstorting tot een minimum te beperken.
3.2 Financiële risico’s Met betrekking tot de hiervoor gepresenteerde begroting onderkennen wij de volgende financiële risico’s: 1. Effecten van beperkende maatregelen m.b.t. het COVID-19 virus Bij het opstellen van deze meerjarenbegroting is de bestrijding van het coronavirus bijna ten einde. De bedrijfsvoering van de RBG is goed op orde gebleven blijkens de resultaten gepresenteerd in de rapportages prestatiecontract over 2021 en in de jaarrekening 2021. Eventuele nadelige Corona-ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de bedrijfsvoering van de RBG. 2. Gevolgen van de oorlog in Oekraïne De Russische inval in de Oekraïne heeft de wereld geschokt. Sinds 24 februari 2022 woedt er binnen Europa een oorlog, waarin de situatie van uur tot uur verandert. De indirecte effecten van deze oorlog zorgen voor stijgende energieprijzen en een beperkte beschikbaarheid van energiebronnen. De gevolgen van deze oorlog en de sanctiewetgeving hebben vooralsnog geen grote impact op de begroting 2023 van de RBG. Zie hiervoor ook paragraaf 1.2.6 (financiële kaders). 3. Opbrengst dwanginvordering De opbrengst voor de dwanginvordering is een belangrijk dekkingsmiddel voor de uitgaven van de RBG.
De invorderingsopbrengst blijft naast onze eigen tijdige incassoactiviteiten sterk afhankelijk van het betaalgedrag van de klanten en externe ontwikkelingen, zoals het economisch klimaat of wijzigingen in het belastingstelsel. De hoogte van de opbrengst is daardoor ongewis. Daarnaast bestaat het risico dat deze opbrengst niet volledig wordt gerealiseerd (betaald) in 2023. Om dit risico op te vangen wordt jaarlijks bij de jaarrekening de stand van de voorziening dubieuze debiteuren bepaald. Tevens zijn er wijzigingen doorgevoerd in wet- en regelgeving met betrekking tot maatschappelijk invorderen. Deze wijzigingen kunnen ook van invloed zijn op de hoogte van de opbrengst dwanginvordering. 4. Loon, prijs- en rentestijgingen Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2023-2027 is rekening gehouden met een stijging van de jaarlijkse loonkosten van 2,5%. Een nieuwe CAO per 1 januari 2022 moet nog worden afgesloten. Mogelijke loonaanpassingen, verdere werktijdaanpassingen of wijzigingen in secundaire arbeidsvoorwaarden als gevolg van een nieuwe af te sluiten CAO, kunnen van invloed zijn op de personeelskosten. Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten is gerekend met een stijging van 1,9%. De huidige inflatie ligt ver boven dit percentage. De post onvoorzien van € 250.000 kan als dekkingsmiddel worden aangewend voor hogere kosten ten opzichte van de geraamde mutaties.
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
pagina 28 van 34
5. Uitbesteding van niet-kernactiviteiten Niet-kernactiviteiten zijn waar mogelijk uitbesteed. Het risico is dat afspraken niet, of niet tijdig worden nagekomen, of dat de kwaliteit van dienstverlening onvoldoende is. Door middel van algemene leveringsvoorwaarden, contracten, dienstverleningovereenkomsten, stuurinformatie en controlemaatregelen houdt de RBG grip op de dienstverlening die is uitbesteed. Via het afsluiten van verwerkersovereenkomsten wordt ook rekening gehouden met bijvoorbeeld bescherming persoonsgegevens. 6. Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden Correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben extra kosten tot gevolg. In het kader van het uitvoeringsprotocol zijn goede afspraken met deelnemers gemaakt maken over beheer, verantwoordelijkheid, gebruik en uitwisseling van gegevens. Door middel van een stelsel van periodieke verbandcontroles worden de juistheid en volledigheid van de administraties geborgd. Foutieve en/of onvolledige gegevens van derden worden conform protocol terug gemeld aan de bronhouder van de betreffende (landelijke) basisregistraties. 7. Fraude Onder frauderisico verstaan we: het risico dat met opzet handelingen worden verricht, door eigen personeel of derden, waardoor de RBG en daarmee de deelnemers financiële schade oplopen.
Er zijn grofweg een tweetal onderdelen in de RBG-organisatie waar fraude aan de orde zou kunnen zijn: het belastingproces en de financiële administratie. De RBG heeft mogelijke situaties waarin fraude zich voor zou kunnen doen geïnventariseerd en maatregelen beschreven om de risico’s op fraude tot een minimum te beperken. De frauderisico-analyse is onderdeel geworden van het risicomanagement. 8. Risicomanagement De RBG is bekend met de risico’s (bijvoorbeeld financiële of imago) die gelopen worden bij de uitvoering van de werkprocessen. Op een groot aantal onderdelen zijn maatregelen getroffen om deze risico’s tot een minimum te beperken. Dat is vooral gebeurd waar de risico’s het grootst (kans en impact) zijn. Op basis van een risico-inventarisatie wordt per jaar een top vijf van processen nader onderzocht om verdere verfijning van beheersmaatregelen door te voeren om de risico’s verder af te dekken. 9. Integriteit De RBG besteedt nadrukkelijk aandacht aan het thema integriteit. De (her)invoering van de ambtseed heeft vanaf 2015 plaatsgevonden en maakt nu vast onderdeel uit van het integriteitsprogramma. Alle medewerkers doen jaarlijks mee aan workshops of e-learning waar diverse dilemma’s worden besproken en de medewerkers worden geconfronteerd met fraudegevoelige situaties. 10. Claims van derden De RBG is verzekerd tegen aansprakelijkheid door derden.
Daarnaast kunnen in bepaalde gevallen ook claims door derden worden ingediend die niet onder de aansprakelijkheidsverzekering vallen. Claims van derden kunnen betrekking hebben op claims wegens aansprakelijkheid door onzorgvuldig handelen. 11. Informatiebeveiliging en privacy Vanwege de grote afhankelijkheid van een goed functionerende ICT-infrastructuur en de eisen (ook door derden) die aan de betrouwbaarheid daarvan worden gesteld, heeft de RBG het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld. In dit plan zijn maatregelen opgenomen die noodzakelijk zijn (en soms ook wettelijk verplicht) om een betrouwbare werking van onze informatiesystemen zoveel mogelijk te garanderen. In het plan komen onderwerpen aan de orde zoals: beveiliging van de toegang, privacy persoonsgegevens, DigiDbeveiligingscertificaat en certificering van onze leveranciers. Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
pagina 29 van 34
In het privacybeleid is rekening gehouden met de bepalingen uit de Wet Meldplicht Datalekken en de Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
3.3 Reserves In de begroting 2023 is rekening gehouden met de “Bestemmingsreserve uitbreiding samenwerking gemeenschappelijke regeling”. De stand van de reserve per 1 januari 2022 wordt geraamd op € 50.000. De uitgaven in 2023 zijn afhankelijk van geïnteresseerde partijen die willen toetreden tot de RBG. Daarnaast is rekening gehouden met de “bestemmingsreserve huurcompensatie kantoorpand Schiedam”. Jaarlijks valt een evenredig deel van deze reserve vrij ter compensatie van de huurkosten. De stand van deze reserve wordt op 1 januari 2023 geraamd op € 211.200. Andere bestemmingsreserves die door het algemeen bestuur zijn ingesteld en waarvan wordt verwacht dat deze per 1-1-2023 nog een saldo hebben, zijn de volgende reserves (hiervan is de raming van de stand per 1-1-2023 moeilijk in te schatten): a) Bedrijfsvoering Deze reserve is ingesteld om kleinschalige projecten te kunnen uitvoeren. De RBG stelt de klant centraal en hanteert daarbij het principe, digitaal waar het kan en persoonlijk waar nodig. De gedachte is het klantvriendelijker en efficiënter plannen en innen van de aanslagen met opbrengstmaximalisatie als leidraad. Vanwege de bijzondere omstandigheden door het COVID-virus hebben we in de jaren 2020-2022 minder tijd kunnen besteden om nieuwe projecten in de bedrijfsvoering op te gaan starten.
In deze begroting 2023 hebben we net als in de begroting 2022 de toevoeging aan de in de meerjarenbegroting geraamde reserve bedrijfsvoering verlaagd met € 100.000. Vanaf 2024 ramen we weer de originele jaarlijkse toevoegingen. b) Aanbestedingen De implementatie van de kantoorautomatisering en de bijbehorende opleidingen voor de nieuwe werkplekdienstverlening zal in 2022 starten en ook nog in 2023 doorlopen. De kosten van dit traject worden bekostigd uit deze reserve. c) Matchingskosten Het betreft een reserve m.b.t. de vervolgacties van vooral dwangbevelopbrengsten die in een toekomstig belastingjaar plaatsvinden: het zogenaamde „matching-principe”. In de tariefstelling van de kosten (waaronder die van het dwangbevel per post) is hier rekening mee gehouden. Immers, het versturen van het dwangbevel is eenvoudig administratief te realiseren. Vanuit deze opbrengst moet ook het werk ter voorbereiding en uitvoering van een hernieuwde betekeningsronde gedekt worden. Jaarlijks wordt € 550.000 aan deze reserve toegevoegd om deze werkzaamheden te bekostigen. In de begroting 2023 is deze toevoeging (incidenteel) verlaagd naar € 250.000.
3.4 Verbonden partijen Vanuit het publiek belang kunnen banden worden aangegaan met derden, de zogenaamde verbonden partijen. De RBG heeft hierbij een bestuurlijk en/of een financieel belang.
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
pagina 30 van 34
De RBG is lid geworden van de werkgeversvereniging waterschappen om de cao voor waterschappen van toepassing te kunnen verklaren. Het lidmaatschap is ingegaan per 1 januari 2019. Lid worden van de werkgeversvereniging is een keuze van elk waterschap en elke sectorvolger (de RBG is een sectorvolger). Een vereniging wordt gevormd door leden die ambitie en doelstellingen delen en verwachten deze gezamenlijk beter te kunnen realiseren dan ieder voor zich. De vereniging heeft tot taak te verbinden, draagvlak onder haar leden te verwerven en zo het samen sterker staan te realiseren.
3.5 Incidentele baten en lasten Voor het jaar 2023 verwachten we mogelijk nog incidentele lasten en baten die betrekking op de hersteloperatie kinderopvang toeslagaffaire 2021.
3.6 EMU-saldo De RBG is niet gehouden aan de EMU-regels. De effecten van de RBG behoren tot uitdrukking te komen via de individuele bijdragen aan de RBG in de begrotingen van de deelnemers.
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
pagina 31 van 34
4. Verdeelsleutel en financiering 4.1 Verdeelsleutel De financiële consequenties voor de deelnemers worden in deze paragraaf benoemd. De verdeling van de kosten is gebaseerd op paragraaf 6.2 “Verdeelsleutel en bijdrage per deelnemer” uit het Bedrijfsplan RBG 2015. Dit bedrijfsplan is opgesteld in het kader van de samenwerking tussen de gemeente Schiedam en de RBG per 1 januari 2015. De verdeelsleutel is in 2023 niet gewijzigd ten opzichte van 2022. Verdeelsleutel 2023 in % Hoogheemraadschap van Delfland Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam
47,0% 23,5% 12,3% 8,5% 8,7%
Voor de gemeente Delft, de gemeente Vlaardingen en de gemeente Schiedam geldt dat zij garant staan voor de meerkosten van salarisgarantie van enkele medewerkers, die zijn overgegaan naar de RBG. Deze meerkosten worden jaarlijks getoetst en op basis van vertrek/pensionering zijn de specifieke toegerekende meerkosten voor het jaar 2023 aan Vlaardingen gedaald en zijn de aan Schiedam en Delft toegerekende meerkosten inmiddels nihil. Daarnaast wordt in deze begroting 2023 de specifieke kosten voor het gewijzigd kwijtscheldingsbeleid (afschaffing kwijtschelding zuiveringsheffing) toegerekend aan Delfland (€300.000) en Schieland en de Krimpenerwaard (€ 150.000). Op basis van deze exploitatiebegroting 2023 van de RBG wordt de bijdrage per deelnemer aan de RBG als volgt geraamd: 2021 15.958
2022 16.632
2023 2024 2025 2026 2027 16.323 17.157 17.576 17.941 18.316
7.547 3.773 1.915 1.382 1.341 15.958
7.879 3.939 2.002 1.409 1.403 16.632
7.737 7.925 8.090 8.259 8.432 3.868 3.963 4.045 4.130 4.216 1.964 2.012 2.054 2.097 2.141 1.377 1.411 1.440 1.470 1.501 1.377 1.410 1.439 1.470 1.500 16.323 16.721 17.069 17.425 17.790
HHDelfland
7.547
7.879
8.148
8.368
8.580
8.766
8.933
HHSchieland en de Krimpenerwaard
3.773
3.939
4.074
4.184
4.290
4.383
4.466
Gemeente Delft
1.915
2.002
2.070
2.126
2.180
2.227
2.269
Gemeente Vlaardingen
1.382
1.409
1.457
1.496
1.534
1.567
1.597
Gemeente Schiedam
1.341
1.403
1.451
1.490
1.528
1.561
1.591
15.958
16.632
17.200
17.664
18.112
18.504
18.856
2023 -411 -206 -106 -80 -74 -877
2024 -443 -221 -114 -85 -80 -943
2025 -490 -245 -126 -94 -89 -1.043
2026 -507 -253 -130 -97 -91 -1.079
2027 -500 -250 -128 -96 -90 -1.065
Totale netto-kosten RBG x € 1.000 Bijdragen deelnemers HHDelfland HHSchieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam
Bijdragen deelnemers was
Mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2022-2026 2021 2022 HHDelfland 0 0 HHSchieland en de Krimpenerwaard 0 0 Gemeente Delft 0 0 Gemeente Vlaardingen 0 0 Gemeente Schiedam 0 0 0 0
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
pagina 32 van 34
BTW compensatie Bovenstaande bijdragen betreffen de kosten inclusief btw. Voor de deelnemende gemeenten schuift de RBG jaarlijks, op basis van de btw-transparantiemethode, de btw die is betaald ter uitvoering van werkzaamheden voor de gemeentelijke deelnemers door naar de gemeenten. De gemeenten compenseren deze doorgeschoven btw vervolgens bij het BTW compensatiefonds. De jaarlijkse vast te stellen procentuele omvang van de door te schuiven btw is gelijk aan het procentuele aandeel in de kosten per deelnemer. Gemiddeld kan de gemeente Delft per jaar € 130.000 compenseren, de gemeente Vlaardingen €89.000 en de gemeente Schiedam kan gemiddeld ook € 91.000 aan BTW compenseren. Door deze compensatie zijn de werkelijke kosten in de RBG voor de gemeenten lager dan bovengenoemde bijdragen.
4.2 Financiering door deelnemers De exploitatiekosten van de RBG worden gefinancierd door de twee deelnemende Hoogheemraadschappen Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. De deelnemers betalen jaarlijks in 4 kwartaalvoorschotten hun bijdrage overeenkomstig hetgeen is geregeld in het prestatiecontract. De voorschotten 2023 worden afgeleid uit de liquiditeitsprognose van de RBG, zoals opgenomen in paragraaf 2.1. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2023 wordt de definitieve bijdrage per deelnemer bepaald.
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
pagina 33 van 34
5. Vaststelling Ingevolge artikel 31 van de Gemeenschappelijke Regeling RBG, en artikel 5 en artikel 6, eerste lid, van de Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie RBG, opgemaakt door het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep. Rotterdam, 7 april 2022. Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, directeur,
voorzitter,
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep in de openbare vergadering van 1 juli 2022.
Het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep, directeur,
Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep
voorzitter,
pagina 34 van 34