CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Begroting 2023 RBG

Gemeenteraad 16 juni 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2023Regionale Belasting groep (RBG)12.997 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2023

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 1 van 34

Inhoudsopgave Inleiding

3

1 1.1 1.2

Begroting 2023 4 Algemeen 4 Ontwikkelingen en financiële kaders 6 1.2.1 Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid 6 1.2.2 Ontwikkelingen reeds verwerkt in vorige meerjarenbegroting 7 1.2.3 Actuele ontwikkelingen verwerkt in meerjarenbegroting 2023-2027 8 1.2.4 Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2023-2027 8 1.2.5 Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting 11 1.2.6 Financiële kaders 17 1.3 Planning & controlcyclus 20 1.4 Exploitatierekening naar programma en kostendrager 21 1.5 Product: Belastingheffing 22 1.6 Product: Invordering 23 1.7 Begroting naar kosten- en opbrengstensoorten in € 25 2. 2.1

Meerjarenperspectief Meerjarenperspectief 2023-2027 - cijfermatig

26 26

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Paragrafen Financiering Financiële risico’s Reserves Verbonden partijen Incidentele baten en lasten EMU-saldo

27 27 28 30 30 31 31

4. 4.1 4.2

Verdeelsleutel en financiering Verdeelsleutel Financiering door deelnemers

32 32 33

5.

Vaststelling

34

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 2 van 34

Inleiding De voorliggende begroting 2023 RBG is opgebouwd vanuit de jaarschijf 2023 van de meerjarenbegroting 2022-2026, zoals vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 1 juli 2021. De nu doorgevoerde wijzigingen op deze jaarschijf worden in deze begroting nader toegelicht. Bij het opstellen van deze begroting is rekening gehouden met de uitgangspunten van de Kaderbrief 2023, zoals deze is vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 9 maart 2022, alsmede met de uitkomsten van de jaarrekening 2021. Volgens de begrotingsprocedure uit de gemeenschappelijke regeling moet het algemeen bestuur van de RBG vóór 15 juli 2022 de begroting 2023 vaststellen. Om de deelnemers in de gelegenheid te stellen hun zienswijze op de begroting kenbaar te maken, moet de ontwerpbegroting acht weken voor vaststelling aan hen worden toegezonden. Het algemeen bestuur zal de begroting in haar vergadering van 1 juli vaststellen. Daartoe dient het dagelijks bestuur op 7 april in te stemmen met de conceptbegroting 2023. Na vaststelling in het AB wordt de begroting opgestuurd naar de deelnemers en naar de provincie. In eerdere begrotingen alsmede begrotingswijzigingen is rekening gehouden met de effecten van de coronamaatregelen op bijvoorbeeld de opbrengst dwanginvordering.

In de Begroting 2022 is rekening gehouden met de gefaseerde verhoging van de wettelijke invorderingsrente, die door de coronaepidemie op nagenoeg nihil was bepaald. In deze Begroting 2023, zijn de normale ontwikkelingen bij deelnemers, wettelijke en overige ontwikkelingen verwerkt. De oorlogssituatie in Oekraïne is als risico benoemd voor de bedrijfsvoering. Er is geen rekening gehouden met mutaties in budgetten. We zullen bij nieuwe ontwikkelingen onze financiële scenario’s periodiek bijstellen. Indien noodzakelijk zullen wij ook in de vorm van een officiële begrotingswijziging een bijstelling van onze begroting 2023 voorleggen aan ons bestuur en daarmee aan de deelnemers.

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 3 van 34

1

Begroting 2023 1.1

Algemeen

Wat zijn de missie en de visie van de RBG? Missie De RBG is een belastingsamenwerking tussen het hoogheemraadschap van Delfland, het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. De RBG maakt het mogelijk om het heffen en innen van lokale belastingen en waardering van objecten op een betrouwbare, doelmatige en klantgerichte wijze uit te voeren. De medewerkers van de RBG leveren kwaliteit en hebben oog voor vernieuwing. Visie Als organisatie zijn we continu in ontwikkeling. We willen onderscheidend zijn op het gebied van heffen en invorderen van lokale belastingen. Het visiedocument ‘De RBG 2.0 onderscheidend in Belastingen’ vormt voor de periode 2020-2025 de basis voor onze uitvoering van de werkzaamheden. We richten ons op vier veranderlijnen: Wij sturen op kwaliteit en zijn klantgericht. Wij willen op een maatschappelijk verantwoorde, eigentijdse en pragmatische wijze onze taak uitvoeren. Wij hebben bevlogen en vakkundige medewerkers. Wij optimaliseren de schaalvoordelen van de organisatie door samenwerking met andere belastingsamenwerkingen en stimuleren groei vanuit maatschappelijk oogpunt. Klanten en deelnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat de RBG juiste, tijdige en betrouwbare aanslagen oplegt en dat de inning goed verloopt.

Een goede kwaliteit van geleverde diensten is een voorwaarde voor een klantgerichte organisatie. We zullen onze klant altijd centraal stellen. Als klanten vragen hebben, kunnen ze via diverse kanalen contact opnemen met de RBG en worden ze snel en deskundig geholpen. We willen dat klanten een positief gevoel hebben over de dienstverlening van de RBG. Om dit te bereiken, hebben wij continu aandacht voor vernieuwing van onze werkprocessen. We maken gebruik van de mogelijkheden die ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, data en dienstverlening bieden. De mogelijkheden voor selfservice via digitale diensten worden verder uitgebouwd. We zijn op zoek naar beproefde (nieuwe) methoden en technieken die onze uitvoering kunnen verbeteren. Ook investeren we in bevlogen en vakkundige medewerkers, deze zijn voorwaardelijk om tevreden klanten en deelnemers te hebben. We willen een aantrekkelijke werkgever zijn die medewerkers een uitdagende werkomgeving biedt. Daarnaast blijft de intentie van de RBG om te groeien. De intentie bij de groei van de RBG blijft gericht op toetreding van inliggende gemeenten. Als zich kansen voordoen, laten we die niet liggen. Groei is vanuit betrouwbaarheid en robuustheid geen must. Vanuit oogpunt van doelmatigheid is er altijd voordeel te behalen. Uit maatschappelijk oogpunt is uitbreiding van de RBG met nieuwe gemeenten ook een goede zaak.

De totale uitvoeringskosten worden lager en het is voor de klant prettiger. De klant heeft dan immers met één uitvoeringsorganisatie te maken voor zijn lokale belastingen. Hij hoeft dan bijvoorbeeld maar eenmaal te bellen, te betalen, bezwaar te maken of kwijtschelding aan te vragen voor al zijn lokale belastingen. We werken tevens samen met andere belastingorganisaties om investeringen gezamenlijk te dragen. Zo kunnen wij ook profiteren van (elders) ontwikkelde best-practices.

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 4 van 34

De RBG heeft in de afgelopen jaren de nodige activiteiten uitgevoerd, zonder dat daarvoor extra kosten werden opgenomen in de begrotingen. Voorbeelden van dergelijke activiteiten zijn:    

   

het uitbreiden van het aanbod van documenten via MijnOverheid; het aanbieden van betaalgemak (QR-codes, betaallinks, e.d.); de verruimen van het opleidingsaanbod binnen onze eigen RBG-Academie; de verbeteringslagen in de afhandeling van de klantenreacties, bijvoorbeeld door het toepassen van nieuwe technieken in de telefonische opvang en de inrichting van het digitale portal MijnRBG, het opleveren van een nieuwe website en het vergroten van de selfservicemogelijkheden; het samenvoegen van twee telefoonsysteem (klanten- en bedrijfstelefonie) tot één efficiëntere oplossing; het invoeren van een printerdriver bij printservicebureau waardoor efficiëntere postverwerking; de verbetering van de kwaliteit van het bestandsbeheer waardoor de belastinginkomsten van de deelnemers zijn gestegen; de aansluiting op diverse landelijke voorzieningen zoals de LV WOZ, BRK en BRP.

De wijze waarop de RBG de efficiency realiseert is divers. Voorbeelden daarvan zijn:      

doorlopende aandacht voor procesoptimalisatie; gebruikmaken van klantreacties; efficiënte en flexibele inzet van personeel; samenwerking met andere belastingkantoren, waardoor geprofiteerd wordt van ontwikkelde best-practices; afsluiten van convenanten (zoals met de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, waardoor we onze administratieve lasten rond schuldhulpverlening kunnen verlagen); realiseren van voordelige aanbestedingen en slim inkopen.

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 5 van 34

1.2

Ontwikkelingen en financiële kaders

1.2.1 Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid Dit zijn ontwikkelingen van het belastingbeleid van een deelnemer of de Rijksoverheid, die van invloed kunnen zijn op de uitvoeringskosten van de RBG. Duurzame alternatieven in fiscale verordeningen De noodzaak voor de overheid om de duurzaamheid te bevorderen neemt toe. De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. De Rijksoverheid heeft onderzocht hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Kamer per brief geantwoord dat een WOZwaarderingsuitzondering of ozb-vrijstelling voor bijvoorbeeld zonnepanelen of verduurzamingsmaatregelen op diverse problemen stuit en dat een facultatieve algemene groene heffingskorting of een specifieke subsidieregeling voor verduurzaming van de eigen woning een kansrijker alternatief vormt in dit verband. Het Ministerie van Binnenlandse zaken gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden. Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen. De RBG houdt in de Begroting 2023 geen rekening met eventuele extra werkzaamheden.

Indien de deelnemers op individuele basis behoefte hebben aan aanvullende dienstverlening, dan zal de RBG de kosten doorbelasten aan de betreffende deelnemer(s). Het is belangrijk dat hiertoe op voorhand overleg plaats vindt om de juridische en operationele haalbaarheid te bepalen (uitvoeringstoets). Verruiming/aanpassing van het lokale belastinggebied Gemeenten Het kabinet Rutte III had aangegeven voor een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied te zijn, maar de besluitvorming hierover werd uiteindelijk naar een volgend kabinet door geschoven. In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Rutte IV is opgenomen dat in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt. De financiering van de medeoverheden zal in de huidige kabinetsperiode grotendeels worden vormgegeven via het gemeentefonds. Het zou mogelijk kunnen zijn, dat gemeenten een ingezetenenbelasting en een ozbgebruikersheffing op woningen krijgen, waardoor de belastingopbrengsten met circa 40% kunnen stijgen. Daartegenover zou een verlaging van de uitkering uit het Gemeentefonds staan. Besluitvorming zal plaatsvinden door het nieuwe kabinet Rutte IV. Inwerkingtreding zal vermoedelijk niet plaatsvinden voor 2025. Waterschappen De waterschappen hebben een voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld.

Het voorstel lost een aantal knelpunten op, te weten:  

zuiverings- en verontreinigingsheffing: het gebruik van mens en milieubelastende stoffen; watersysteemheffing: de weeffout en een niet-gelijkmatige tariefontwikkeling ten gevolge van WOZ-waardestijging.

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 6 van 34

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bereidt een wetsvoorstel voor met daarin een pakket aan ontvangen voorstellen vanuit de Unie van Waterschappen. Volgens een recente planning wordt dit voor medio 2022 in consultatie gebracht. In deze consultatie wordt het voorstel voor de tariefdifferentiatie gebouwd als gevolg van de inbreng van VNO-NCW als optioneel gepresenteerd. De eerste aanslagen volgens de nieuwe systematiek kunnen op zijn vroegst in 2025 worden verstuurd.

1.2.2 Ontwikkelingen reeds verwerkt in vorige meerjarenbegroting Een aantal ontwikkelingen dat relevant is voor de uitvoering van het takenpakket van de RBG, zal de komende jaren gevolgen hebben voor de begroting van de RBG. Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding In het voorstel belastingvereenvoudiging 2017 stond dat het administratief beroepschrift kwijtschelding en uitstel van betaling bij het bestuur zal worden vervangen door een bezwaarprocedure, met daarna de mogelijkheid van beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging is onderdeel van de stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingschulden en toeslagschulden door de overheid. Deze wettelijke wijziging is meermalen verschoven en staat nu gepland voor invoering op 1 januari 2023. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, extra kosten met zich mee. De kosten van deze wijziging (€ 300.000) zijn eerder al in de meerjarenbegroting verwerkt. Hybride werken en huisvesting Door het kabinet zijn de afgelopen twee jaren veel maatregelen ingesteld in het kader van de bestrijding van het coronavirus. Het dringende advies om thuis te werken, heeft geleid tot diverse aanpassingen in onze CAO en de effecten ervan zijn reeds verwerkt in onze (meerjaren)begroting.

Zo ook de voorzieningen/middelen om het hybride (deels thuis en deels op kantoor) werken mogelijk te maken. Sinds mei 2014 beschikken wij over ons kantoorpand in Schiedam. Het huurcontract loopt af in 2024. Vanaf het 3e kwartaal 2022 zal de RBG waarschijnlijk starten met het hybridewerken. Na een jaar zal het hybridewerken bij de RBG worden geëvalueerd. Een van de evaluatiepunten zal zijn of bij verlenging van het huurcontract met minder te huren m2 kan worden volstaan. In de te bepalen benodigde m2, wordt ook betrokken het mogelijke groeipotentieel met nieuwe deelnemers.

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 7 van 34

1.2.3 Actuele ontwikkelingen verwerkt in meerjarenbegroting 2023-2027 Opbrengst dwanginvordering Door de beperkende maatregelen in verband met corona (o.a. minder deurwaardersbezoek) en de verlaagde invorderingsrente (vanaf 23 maart 2020 verlaagd van 4% naar 0,01%) is onze opbrengst dwanginvordering de afgelopen jaren gedaald. De komende jaren zal de invorderingsrente fasegewijs weer worden verhoogd. Dit begint vermoedelijk op 1 juli 2022 met een verhoging naar 1%. Vervolgens op 1 januari 2023 naar 2%, op 1 juli 2023 naar 3% en op 1 januari 2024 naar 4%. De verwachting is dat de invorderingsopbrengst zal stijgen door het weer kunnen vervolgen van onze dwanginvorderingsactiviteiten. Deze opbrengst zal echter niet meer op het niveau van voor 2020 uitkomen. Dit is ook het gevolg van onze aanpak in het tegengaan van problematische schulden, waar een nieuwe werkwijze van invorderingswerkzaamheden wordt geïmplementeerd. In deze begroting 2023 is bij de raming van de opbrengst dwanginvordering gerekend met een jaarlijkse stijging van € 50.000 als gevolg van de stijgende invorderingsrente.

1.2.4 Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2023-2027 Samenhangende objectenregistratie (SOR) De samenhangende objectenregistratie (SOR) is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en ook het gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele elementen vanuit de huidige WOZregistratie (zoals objecttypen en eigenschappen) opgaan in de SOR. In juni 2021 is het conceptueel model voor de SOR afgerond en is de architectuurbeschrijving voor de voorzieningen van de SOR gepubliceerd. Deze documenten vormen een belangrijke input voor het verdere besluitvormingsproces over de SOR. Er is nog geen helderheid over de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De VNG heeft hierover overleg met het ministerie van BZK. De insteek is dat er nieuwe financieringsafspraken nodig zijn, die tevens een oplossing bieden voor het feit dat de bronhouders momenteel een groot deel van de kosten dragen. Het nieuwe kabinet dient dit op te pakken. Ondanks invoering per 2025 lijkt vertraging zeer waarschijnlijk.

De SOR heeft gevolgen voor werkprocessen, functieomschrijvingen en de informatieuitwisseling tussen de deelnemers en de RBG. Samenwerking deelnemers De RBG werkt samen met haar deelnemers bij het bepalen van de m² van woningen en voert deze bepaling structureel voor hen. Dat betekent dat de gemeenten dit onderdeel van de BAG-werkzaamheden niet meer zelf hoeven uit te voeren. De levering van deze gegevens door de RBG aan de gemeenten gebeurt kosteloos. Met de gemeenten zijn hierover werkafspraken opgesteld. Ontwikkelingen WOZ Waarderingskamer De Waarderingkamer pleit voor een andere uitvoering voor de WOZ, met name gelet op het bredere gebruik van de WOZ-waarden. Om te zorgen dat het maatschappelijk Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 8 van 34

draagvlak voor en vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden toeneemt, is het van belang dat de WOZ-uitvoering mee blijft ontwikkelen met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen. In haar strategiedocument 2020-2025 schetst de Waarderingskamer de volgende ontwikkelingen die van grote invloed zijn op de WOZ-uitvoering. Regie op eigen gegevens De WOZ-uitvoering moet inspelen op deze ontwikkeling om belanghebbenden meer een rol te geven bij het actueel houden van de objectgegevens. Er moet een landelijk loket worden gemaakt (woningloket), of er moet een bestaand loket worden benut. Hierbij is samenwerking met andere domeinen, zoals Omgevingswet en invoering SOR van betekenis. Nieuw taxatie modellen/ extra taxatie gegevens De komende jaren zal de ontwikkeling van taxatiemodellen in hoog tempo doorgaan. Het toepassen van nieuwe technieken, de Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning en het betrekken van meer gegevens, zoals locatiegegevens vanuit de Geo-registraties en open databestanden, zullen leiden tot een verdere verfijning van de taxatiemodellen en steeds betere WOZ-taxaties. De waarderingsapplicatie OrtaX, die RBG recent heeft aangeschaft, is voorbereid op deze ontwikkeling en kent een toepassing van AI, maar zal ook verder doorontwikkeld worden.

Voor de RBG-taxateurs betekent deze ontwikkeling dat er steeds meer nadruk komt te liggen op analysevaardigheden en het inrichten en verfijnen van de modellen. Verantwoordingsdocument en taxatieverslag Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen 25 jaar (min of meer) gelijk gebleven. Ook moet als gevolg van arresten van de Hoge Raad in de bezwaarfase verplicht aanvullende gegevens worden verstrekt aan de belanghebbende. Daarnaast stelt de RBG bij beroepsprocedures vaak een taxatiematrix met aanvullende gegevens op waarmee wij willen aantonen dat de WOZ-waarde juist is. De Waarderingskamer wil de onderbouwing van de WOZ-taxaties verbeteren door samen met betrokken partijen te werken aan een verantwoordingsdocument en een vernieuwd taxatieverslag. De combinatie van deze twee documenten moet de volledige onderbouwing van de WOZ-waarde zijn. Daarbuiten zouden geen andere gegevens verstrekt hoeven te worden. In 2022 vindt in een aantal gemeenten een pilot plaats met het vernieuwde taxatierapport. Daarnaast wordt het verantwoordingsdocument nader gedefinieerd. Het gemoderniseerde taxatieverslag en verantwoordingsdocument zullen mogelijk vanaf 2023 worden ingevoerd.

De extra werkzaamheden als gevolg van het jaarlijks opstellen van een verantwoordingsdocument kunnen hopelijk worden "terugverdiend" in bezwaar en beroepsprocedures, doordat de waarden zowel door belanghebbenden als door de rechters beter zullen worden geaccepteerd. Koepelvrijstelling BTW De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof. Het kabinet heeft zich ingespannen voor reparatie via Europese regelgeving. Het is duidelijk geworden dat benodigde unanimiteit van alle lidstaten voor de aanpassing van de Europese regelgeving niet waarschijnlijk is. De koepelvrijstelling wordt vooralsnog gedoogd.

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 9 van 34

Indien de koepelvrijstelling verdwijnt, dan wordt de RBG Btw-plichtig en zullen wij BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW compensatiefonds, de extra BTW verrekenen. De waterschappen hebben deze mogelijkheid niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW druk die ontstaat op met name personeelskosten, aangezien de huidige deelnemersbijdrage al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de ingekochte diensten en producten. Het is onduidelijk hoe dit dossier verder gaat verlopen. Er zijn sinds 2019 geen ontwikkelingen meer merkbaar. Wijziging besluit proceskosten bestuursrecht In de afgelopen jaren was er veel aandacht voor de WOZ-bezwaren en de bijbehorende proceskostenvergoeding. In toenemende mate maken belanghebbenden die bezwaar willen maken tegen de WOZ-waarde van hun woning of ander object gebruik van de dienstverlening van bureaus die werken op basis van "no cure no pay" (NCNP-bureaus). Voor de belanghebbenden zijn in de regel geen kosten verbonden voor deze dienstverlening. De bureaus bestaan van de vergoedingen die zij ontvangen van de gemeenten. Wij moeten deze bureaus een proceskostenvergoeding betalen, wanneer een bezwaar gehonoreerd wordt, of wanneer het bureau in een beroepsprocedure in het gelijk wordt gesteld.

In het begin van het jaar verscheen het WODC-rapport over de proceskostenvergoeding bij bezwaren. Op dit rapport is veel kritiek geuit. Op 9 november 2021 verscheen over hetzelfde onderwerp het rapport: “De hoogte en de structuur van de kostenvergoeding voor bedrijven die helpen bij het maken van bezwaar tegen WOZbeschikkingen” van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Het onderzoek van het COELO is interessant, omdat de focus ligt op de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase. Het WODC concludeerde eerder in het jaar 2021 dat er aanwijzingen zijn dat NCNP-bedrijven oneigenlijk gebruik maken van procedures en dat er weinig maatwerk was, maar ook dat niet bleek dat NCNP-bedrijven puur uit zijn op het innen van proceskostenvergoedingen. Die conclusie werd getrokken na gesprekken met rechters, dus gerelateerd aan de beroepsfase. Het gros van de proceskostenvergoeding wordt door de uitvoerende organisaties echter uitgekeerd in de bezwaarfase. In het COELO-rapport wordt de werkwijze van acht verschillende NCNP-bedrijven onder de loep genomen. Zo worden onder andere de mate van motivering, de kosten voor de belanghebbende en de standaard opgevraagde gegevens tegen elkaar afgezet. De conclusie van het COELO is dat de bezwaren van NCNP-bureaus het resultaat zijn van het geautomatiseerd aanmaken van brieven.

Een NCNP-bureau vraagt bijna altijd standaard om een hoorzitting als een bezwaar niet of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard. De hoorzitting bij zo’n bureau duurt gemiddeld 5 minuten per object volgens het onderzoek van het COELO. De proceskostenvergoeding is een forfaitair bedrag waarvan de hoogte is vastgelegd in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) uit 1995. Het COELO constateert dat deze vergoeding niet in verhouding staat met de geleverde inzet bij de bezwaarafhandeling. Ze geven aan dat het Bpb perverse prikkels bevat en daardoor gedrag beloont dat niet strookt met het algemeen belang en zij adviseren het Bpb te moderniseren. Het COELO-rapport bevestigt het gevoel dat bij veel uitvoeringsorganisaties leeft en zal minder positief ontvangen zijn door de NCNP-bureaus. Het rapport zal door de VNG worden benut in de lopende gesprekken met stakeholders waaronder de betrokken ministeries en de belangenvereniging van NCNP-bureaus. De inzet daarbij is om zo snel mogelijk te komen tot een adequate rechtsbescherming zonder perverse prikkels. Een Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 10 van 34

aanpassing van het Bpb lijkt hierbij sneller te realiseren dan een aanpassing van bijvoorbeeld de wet WOZ. De RBG verwacht niet dat er in 2023 al sprake zal zijn van een aanpassing en dat de NCNP-problematiek, ondanks de mitigerende maatregelen van de RBG, in ieder geval in 2023 blijft aanhouden. Vanaf de begroting 2022 is proceskosten een budget opgenomen van € 170.000, gebaseerd op de uitkomsten van de jaarrekeningen 2019-2021.

1.2.5 Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting We houden met onderstaande ontwikkelingen rekening in onze dienstverlening en systemen. We zullen deze ontwikkelingen financieren zonder hiervoor extra budgetaanpassingen in de begroting op te nemen. Daarmee continueert de RBG de ingezette lijn om geen extra kosten op te nemen in de begroting, de zogenoemde ‘verborgen efficiency”. Digitalisering De Wet digitale overheid heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid. Publieke dienstverleners worden verplicht om identificatiemiddelen van het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ te gebruiken om toegang te geven tot hun onlinediensten. De wet stelt daarnaast open standaarden verplicht. Hiermee implementeert Nederland de EU-richtlijn over toegankelijkheid van overheidswebsites en apps. De wet biedt ook grondslagen voor de verwerking van persoonsgegevens in het authenticatieproces, waaronder het BSN, bij het geven van de digitale toegang tot publieke dienstverlening voor burgers. De wet digitale overheid zal naar verwachting in 2022 gefaseerd in werking treden. Na vragen van de Eerste Kamer wordt de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding van de wet 1 juli 2022.

RBG is samen met andere belastingkantoren gestart met de voorbereidingen om te kunnen voldoen aan de nieuwe eisen. Informatiebeheer en privacy Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties steeds belangrijker. De RBG zal zijn digitale weerbaarheid op peil dienen te houden. De RBG maakt qua beveiliging en privacy gebruik van de diensten van de informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en de diensten van haar leveranciers. Op dit onderdeel werken we ook nadrukkelijk samen met andere belastingkantoren. Doorontwikkeling van MijnOverheid De afgelopen jaren hebben we er voor gekozen om de digitale dienstverlening rondom MijnOverheid periodiek uit te breiden. Er wordt daarnaast ingezet op uitbreiding van diensten via het eigen MijnRBG kanaal, met name voor bedrijven. De ontwikkeling van MijnOverheid vindt stapsgewijs plaats. In de visie van het kabinet vervult MijnOverheid een belangrijke rol bij het realiseren van de mogelijkheid voor burgers om ‘regie te voeren’ over de eigen gegevens. Het gebruik door burgers zal de komende jaren nog groeien en zij zullen steeds meer verwachten dat zij ook via deze ingang gegevens kunnen inzien of zaken met de overheid kunnen regelen.

MijnOverheid zou in de toekomst ook het startpunt kunnen zijn voor het bezwaar maken tegen de WOZ-waarde van de woning. Het daadwerkelijk bezwaar maken kan op dit moment niet op MijnOverheid, hiervoor moet een belanghebbende gebruik maken van MijnRBG. Daarnaast wordt er gewerkt aan de mogelijkheid om in MijnOverheid ook zelf machtigingen vast te leggen, zodat men een ander kan machtigen om bepaalde gegevens binnen MijnOverheid in te zien of handelingen te laten doen.

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 11 van 34

Dienstverlening Wij sturen op kwaliteit en zijn hierbij klantgericht. Omdat onze klantgegevens in orde zijn met betrouwbare data, kunnen onze klanten zo volledig en juist mogelijk worden geholpen. Wij sluiten aan bij de beleving van de klant met als doel dat de klant in één keer goed wordt geholpen en dat de aanslag wordt betaald. We verdiepen ons in de klant en betrekken hem proactief bij wat we doen. Een pragmatische aanpak staat hierbij steeds voorop, we moeten het niet ingewikkeld maken voor onze klanten. We zetten maximaal in op online gebruikersgemak voor onze klant. Onze website is een toegankelijke, gebruiksvriendelijke en veilige omgeving, waarbij we zelfservice stimuleren. Wij blijven ons innoveren op basis van de klantbehoefte. Verdere ontwikkelingen zullen we zonder verhoging van budgetten bekostigen. Wijziging Invorderingswet Eén op de tien huishoudens heeft schulden. Daarnaast loopt een grote groep risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet is zich hiervan bewust en heeft wetsaanpassingen doorgevoerd die moeten leiden tot het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. Daarnaast is in het Interbestuurlijk Programma afgesproken dat alle overheden zich inzetten om iets te doen aan de problematische schuldenproblematiek. 1.

Betalingsvordering en elektronisch derdenbeslag De Invorderingswet is aangepast met betrekking tot de vereenvoudiging van de dwanginvordering van belastingschulden. De betalingsvordering is een vereenvoudigde procedure van beslag bij de banken. Momenteel heeft alleen de Rijksbelastingdienst de mogelijkheid om de betalingsvordering toe te passen. De verwachting is dat na een positieve evaluatie het middel ook kan worden toegepast door lokale overheden. Grootschalig gebruik door lagere overheden is echter voorlopig nog uitgesteld. 2. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Dit wetsvoorstel regelt de verbetering van de gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. Met dit wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan de breed gedragen maatschappelijke - en politieke wens om het huidige beslagregister te verbreden met overheidspartijen. Het beslagregister zal bij samenloop van incassohandelingen informatie verstrekken over de identiteit van de coördinerend deurwaarder en de hoogte van de vastgestelde beslagvrije voet. Hiermee wordt een volgende stap gezet in het traject om het bestaansminimum van mensen met schulden beter te borgen en om ophoging van schulden met onnodige proces- en executiekosten te voorkomen. De inwerkingtreding is voorzien met ingang van 2023.

Invordering RBG (maatwerk) In 2021 is het betaalgedrag van de klanten ondanks de coronacrisis goed gebleven. De cashflow naar onze deelnemers in 2021 is goed verlopen. Onze inspanningen om de betalingen te blijven ontvangen, zijn steeds gericht geweest op het vroegtijdig benaderen van de klanten en te zorgen voor een passende betalingswijze (het bieden van maatwerk per klant). Het fysieke klantcontact via de deurwaarders is in een lockdownperiode achterwege gebleven. We hebben (proactief) zelf de klanten gebeld en/of gemaild. Dit hebben wij vooral voor de groep ondernemers gedaan. In eerste instantie konden ze ook uitstel van betaling aanvragen. De nieuwe manier van incasseren was arbeidsintensief, maar we konden dit in 2021 uitvoeren binnen de bestaande formatie van de RBG. Voor alle klanten geldt dezelfde betaaltermijn. Over het algemeen is de vervaltermijn voor een aanslag 2 maanden en kunnen aanslagen tot € 5.000 via een automatische incasso in 10 termijnen worden betaald. Voor bedrijven die nog last hebben van de coronacrisis, zijn we soepel met incasseren. We proberen een betalingsregeling te verbinden aan een uitstel van betaling. In de praktijk komt dat erop neer dat iemand een regeling voor 12 kalendermaanden kan afspreken, die dezelfde maand of een maand later kan ingaan. We Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 12 van 34

hanteren in principe voor alle klanten - particulier en bedrijf - een betalingsregeling dat binnen een jaar is afgewikkeld. Immers na 12 maanden volgt de nieuwe (voorlopige) aanslag voor het volgende belastingjaar. De looptijd kan dus korter zijn dan de periode die de Belastingdienst aanhoudt. Tegengaan problematische schulden Eind 2021 is onze pilot afgerond voor de groep van 7.000 klanten, die wij gedurende twee jaar intensief hebben gevolgd en begeleid. Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij/zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn/haar schulden, of waarin hij/zij heeft opgehouden te betalen. De pilot heeft inzicht gegeven dat klanten met meerdere onbetaalde belastingaanslagen vrijwel altijd in een problematische schuldpositie zitten. De oorzaken hiervan zijn divers en vereisen een individuele en soms ook intensieve aanpak. Cruciaal is om met deze klanten in contact te komen. Via huisbezoeken is het mogelijk om schuldbegeleiding te geven, vertrouwen te creëren en afspraken te maken die leiden tot schuldafname (reële betalingsafspraak i.c.m. de betalingscapaciteit). Veelal blijft het niet bij één contact, de begeleiding moet herhaaldelijk plaatsvinden om de betaalafspraken na te komen.

Daarnaast is contact met lokale organisaties die inwoners met financiële problemen begeleiden belangrijk. Integrale aanpak van deze problematiek is de sleutel tot een totaaloplossing. Wij staan open voor initiatieven zoals die plaatsvinden in Delft (EMMA) en Schiedam/Vlaardingen/Maassluis (Stroomopwaarts). Verdere samenwerking en informatie-uitwisseling is ook bepalend voor succes op middellange termijn. De RBG is maar één van de schuldeisers en bovendien niet-preferent. Voortzetting 2022 en verder Op basis van de gebruikte definities van ons vorige project met 7.000 klanten, onderkennen wij nu nog een groep van 3.500 klanten. Dat is dus een halvering van het aantal klanten met problematische schulden ten opzichte van 2019. Daarnaast onderkennen wij nu tevens 3.000 klanten die ook minimaal twee belastingjaren onbetaald hebben openstaan en in de opstartfase van een dwanginvordering zitten. De RBG zal in 2022 de wijze van uitvoering in de pilot van de problematische schulden voortzetten. Het algemeen bestuur heeft in december 2021 voor een goede uitvoering van de werkzaamheden, een projectbudget van € 275.000 gevoteerd. Wij willen de benadering voor de groep klanten met problematische schulden gaan inbedden in de organisatie. Een aantal medewerkers van de RBG zal dit jaar opgeleid en begeleid worden bij de uitvoering van de nieuwe werkzaamheden.

Na afronding van de uitvoering bij deze groep klanten in 2022, verwachten wij dat het aantal van een nieuwe groep problematische schulden eind 2022 weer lager zal zijn. Hierdoor kunnen wij vermoedelijk de gewenste werkzaamheden in het kader van problematische schulden vanaf 2023 zonder extra budget uitvoeren. Kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA) Bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag is in het verleden veel niet goed gegaan. De Belastingdienst heeft daarbij de gevolgen voor en de impact op de betrokken ouders uit het oog verloren. In 2020 is gestart met herstellen van dat wat niet goed is gegaan. Op 18 januari 2021 is door het Kabinet besloten dat de gedupeerden kwijtschelding krijgen van hun belasting-/toeslagenschulden. Ook aan de lagere overheden is verzocht te anticiperen op de Verzamelwet herstelwet toeslagen en te starten met de kwijtschelding van publieke schulden per 1 juli 2021. Door het kabinet is toegezegd dat aan de Invorderingswet 1990 een nieuw artikel 26a wordt toegevoegd, waarin de kwijtscheldingsmogelijkheid in het kader van de hersteloperatie wordt gecodificeerd met terugwerkende kracht. De beoogde inwerkingtreding van deze bepaling volgt in 2022. Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 13 van 34

In onze bestuursvergadering van 2 september 2021 is besloten dat de RBG vóór de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 26a Invorderingswet 1990 over kan gaan tot kwijtschelding. Deze proactieve houding is een gevolg van een oproep vanuit de VNG en de UVW om de gedupeerden niet nodeloos lang in onzekerheid te laten zitten. De Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT) bepaalt wie tot de doelgroep gedupeerden behoort. Vanaf 1 april 2021 is gegevensuitwisseling met de UHT op gang gekomen. Omdat de RBG de incasso verricht voor vijf lokale overheden, heeft dit wetsvoorstel voor ons grote gevolgen. Volgens de laatste informatie van de VNG zijn er bijna 50.000 burgers die zich hebben gemeld als gedupeerde. Hiervan wonen er 12.500 in ons beheersgebied. Door het Ministerie van Financiën is besloten dat het compensatiebedrag van € 30.000 dat gedupeerden ontvangen vanuit de Rijksbelastingdienst, niet zal worden uitgesloten van het vermogensonderdeel bij het aanvragen van kwijtschelding. Dit is omdat alle openstaande schulden door publieke en private schuldeisers zijn kwijtgescholden en er een compensatie voor de geleden schade is uitbetaald, waardoor gedupeerden een ‘schuldenvrije’ start krijgen. Concreet betekent dit dat gedupeerden die eerder recht hadden op kwijtschelding dit in de toekomst mogelijk niet meer zullen krijgen.

Omdat mogelijke gedupeerden zich tot en met 2023 kunnen melden bij de Rijksbelastingdienst, zal de RBG naar verwachting tot en met 2025 bezig zijn met de afhandeling. De kwijtgescholden aanslagen worden evenals de daarmee samenhangende uitvoeringskosten volledig vergoed door de Rijksoverheid. De uitvoering van deze kwijtscheldingsoperatie is niet kostenverhogend voor onze deelnemers. De uitvoeringskosten zullen via de deelnemers in 2022-2023 worden overgemaakt. De ontvangen compensatie zal vermoedelijk via een begrotingswijziging aan een bestemmingsreserve uitvoeringskosten worden toegevoegd. De ontvangen compensatie vergoeding zal gelijkmatig over de jaren 2022-2025 via de exploitatie vrijvallen. Tegenover deze kosten staan de werkelijke jaarlijkse uitvoeringskosten. Voormelding objectgegevens Ieder jaar stellen we de WOZ-waarde vast van alle objecten in de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. Deze WOZ-waarde wordt via het aanslagbiljet gecommuniceerd. De Waarderingskamer heeft de wens geuit de klant (particuliere eigenaren) een voorziening te bieden waarin gegevens van de woning (zoals een dakkapel, aanbouw en zonnepanelen) inzichtelijk zijn en wijzigingen gemeld kunnen worden. Doel is om meer in samenwerking met de klant een juiste WOZ-waarde vast te stellen. In 2021 zijn wij kleinschalig gestart met het voormelden van objectkenmerken.

Eventuele correcties die hieruit voorvloeien, worden meegenomen bij de herwaardering van de WOZwaarden. In 2022 e.v. gaan wij het project voormelding objectgegevens uitbreiden. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 juli 2023. Hugo de Jonge heeft als nieuwe woonminister in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat hij de wet ‘op een verantwoorde manier’ wil invoeren. Met de nieuwe wet neemt het vergunningsvrije bouwen toe en neemt de meldingsplicht af. Bij het bepalen van de WOZwaarde moeten we rekening houden met verbouwingen. Dit betekent dat controlewerkzaamheden beperkt zullen toenemen. Landelijke stelsel van basisregistraties Het gebruik van gegevens uit basisregistraties moet makkelijker worden, zodat de overheid beter data gedreven kan werken aan maatschappelijke opgaven. Het stelsel van basisregistraties krijgt daarvoor een wettelijke basis in de Wet digitale overheid. En de Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 14 van 34

dienstverlening en kwaliteit worden verder verbeterd. Hieronder volgen in het kort ontwikkelingen met betrekking tot een aantal basisregistraties. Landelijke voorziening-WOZ / WOZ-waardeloket Momenteel wordt onder leiding van de waarderingskamer en de VNG aan een nieuw informatiemodel voor de WOZ gewerkt. Dit vormt de basis voor de specificaties van de inhoud van de landelijke voorziening -WOZ. De bedoeling is hierbij om de basisregistraties beter op elkaar af te stemmen. Naar verwachting zullen in 2023 de eerste aanpassingen worden doorgevoerd. Daarnaast wordt er ook gestart met de bouw van een vernieuwd WOZ-waardeloket, waarin gewenste extra functionaliteiten, die onder de huidige wet- en regelgeving mogelijk zijn, worden gerealiseerd. Aanpassingen waarbij wijziging van weten regelgeving nodig zijn, zoals de openbaarheid van de WOZ-waarde van niet-woningen, zijn hierin niet opgenomen. Dit laatste geldt ook voor mogelijke ontwikkelingen omtrent de wens om extra gegevens beschikbaar te maken in de LV WOZ, zoals bijvoorbeeld gegevens over gemachtigden, het taxatieverslag of wanneer er meer sprake zou moeten zijn van een "woningloket", waarin extra gegevens uit andere bronnen worden getoond en meer functionaliteit gewenst is. De softwareleveranciers van de RBG zijn betrokken bij deze ontwikkelingen.

Basisregistratie Kadaster (BRK) BRK is de kadastrale registratie van onroerende zaken en zakelijke rechten. BRK Levering is een dienst van het Kadaster waarmee het in massale vorm gegevens verstrekt met actuele informatie over percelen en rechthebbenden, voor opname in vastgoedsystemen. De aanpassing van Levering 1.0 naar 2.0 is geïnitieerd door het Kadaster. Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023 wordt de BRK levering 2.0 ingevoerd. De werkprocessen zullen hierdoor een andere wijze moeten worden opgezet en mogelijk worden deze in de uitvoering gecompliceerder. Leegstand Volgens het rapport Veerkracht op de proef van Planbureau voor de Leefomgeving, zullen de Coronamaatregelen ertoe leiden dat de leegstand van winkels en kantoorpanden in deze periode kan oplopen. Naast het feit dat dit gevolgen heeft voor de WOZ-waarden en de OZB-opbrengsten, zal dit ook leiden tot meer WOZ-mutaties en afbakeningsonderzoeken als gevolg van mogelijke bestemmingswijzigingen (bijvoorbeeld van winkel of kantoor naar woningen). Wet modernisering elektronisch verkeer Op 1 januari 2023 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. Klanten kunnen digitaal hun belastingzaken regelen via MijnRBG.

De RBG moet de digitale communicatiekanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer. Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. Wet open overheid Op 1 mei 2022 treedt de Wet open overheid (Woo) in werking. De Woo moet de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het belangrijkste verschil tussen de Woo en de huidige Wob is de actieve openbaarmaking. De Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 15 van 34

Woo verplicht overheden zo veel mogelijk informatie in een vroegtijdig stadium actief openbaar te maken. Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt de Woo vrijwel geheel de Wob. Er komt een overheidsbreed meerjarenplan voor de verbetering van de digitale informatiehuishouding, en een binnen de bestuursorganen aan te wijzen contactpersoon die burgers kan informeren over de beschikbaarheid van overheidsinformatie. De omschrijving van actief openbaar te maken documenten is verduidelijkt en meer toegesneden op de uitvoeringspraktijk van bestuursorganen. Bestuursorganen kunnen gefaseerd werken aan verruiming van actieve openbaarmaking. Bij de RBG is al grotendeels sprake van actieve openbaarmaking met uitzondering van de Wob/Wooverzoeken, de besluitenlijsten van het dagelijks bestuur en klachten. Vanaf 1 mei 2022 zal de RBG de verschillende categorieën gefaseerd openbaar moeten maken. Wet verbetering rechtsbescherming WOZ Dit wetsvoorstel moet de rechtsbescherming van de klant bij de WOZ-waarde verbeteren. Die rechtsbescherming is op dit moment niet sluitend geregeld in gevallen waarin klanten tegenstrijdige belangen hebben bij dezelfde WOZ-waarde. Het wetsvoorstel probeert dit te regelen, maar dat heeft ingrijpende gevolgen voor de uitvoering van de Wet WOZ. Er is dan ook veel gereageerd op het voorstel.

Die reacties hebben ertoe geleid dat het Ministerie van Financiën even pas op de plaats maakt met het verder brengen van het wetsvoorstel. Dit heeft instemming van de VNG, mede omdat zich tot op heden weinig praktische problemen voordoen met tegenstrijdige belangen. Wijziging Wet GR Het doel van de wijziging is om:  de democratische legitimiteit van Gemeenschappelijke regelingen (hierna GR) te vergroten en  de controlerende rol van gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen t.a.v. GR-en te versterken. Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In het wetsvoorstel is een implementatietermijn opgenomen van 2 jaar, na inwerkingtreding van de Wet GR. Naar verwachting gaat de Wet op 1 juli 2022 in. Door het uitvoerende karakter van de RBG is de impact van de wijziging niet groot voor onze GR. Een aantal wijzigingen zal nog moeten worden doorgevoerd in de Gemeenschappelijke regeling Regionale belasting Groep. Wij zullen dit vermoedelijk in 2023 doorvoeren. Rechtmatigheidsverantwoording Om het onderscheid tussen getrouwheid en rechtmatigheid verder te benadrukken, zullen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die vallen onder de BBV regels (Besluit Begroting en Verantwoording) van de gemeenten, zelf moeten gaan rapporteren over de rechtmatigheid in de jaarrekening.

Vanaf het verslagjaar 2022 moeten gemeenten vermoedelijk een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in hun jaarrekening. Voor de waterschappen wordt de invoering op een later tijdstip ingevoerd. Aangezien de RBG haar verantwoordingen opstelt conform het BBVW-regels (Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen), hoeft het dagelijks bestuur een dergelijke verantwoording nog niet op te nemen. De verplichting van de waterschappen is op een later moment voorzien.

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 16 van 34

1.2.6 Financiële kaders Onderstaande uitgangspunten zijn gebaseerd op de vastgestelde kaderbrief 2023. Uitgangspunt lonen Het aantal formatieplaatsen is per 1 januari 2023 114. Ten opzichte van de begroting 2022 is de formatie met 2 f.t.e. (€ 130.000) verminderd. Dit is een gevolg van een efficiëntere werkwijze van ons proces gegevensbeheer, door het aansluiten op het berichtenverkeer van de landelijke voorzieningen (zie tevens tekst hierna, bij de post personeelskosten onder rubriek aanpassingen n.a.v. jaarrekening 2021). De CAO voor de waterschappen, die van toepassing is op het personeel van de RBG loopt tot 1 januari 2022. Een nieuwe CAO is niet voor mei 2022 te verwachten. Mogelijke loonaanpassingen, verdere werktijdaanpassingen of wijzigingen in secundaire arbeidsvoorwaarden als gevolg van een nieuw af te sluiten CAO, zijn van invloed op de toekomstige personeelskosten. Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2023-2027 is als stelpost rekening gehouden met een stijging van eigen personeelskosten (loon- en premiestijgingen inclusief pensioenkosten werkgever) van 2,5% per jaar. Door de oplopende inflatie kunnen de personeelskosten van de nieuwe CAO wellicht hoger uitvallen. De post onvoorzien van € 250.000 kan als dekkingsmiddel worden aangewend.

Uitgangspunt prijzen Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten wordt gerekend met de nationale consumentenprijsindex (CPI). De CPI is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2022 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. Voor 2023 wordt uitgegaan van een prognose van 1,9% voor de materiële kosten volgens de CPI (bijlage 9, prijzen en lonen, 1970-2025). In deze begroting 2023 is met 1,9% CPI gerekend, dat is 0,3% hoger dan de vorige meerjarenraming (zie ook paragraaf 3.2. Financiële risico’s punt 2 Oekraïne). De post onvoorzien van € 250.000 kan ook hiervoor als dekkingsmiddel worden aangewend. Financiële mutaties begroting 2023 vergeleken met de meerjarenbegroting 2022-2026, jaarschijf 2023 De begroting 2023 is verlaagd met € 877.300 ten opzichte van de jaarschijf 2023 van de meerjarenbegroting 2022-2026 door: Mutaties uitgangspunten lonen en prijzen  Loonkosten – zie hierboven; geen wijziging ten opzichte van de meerjarenbegroting  Prijsinflatie – zie hierboven; 0,3% hogere prijsinflatie op kosten goederen en diensten ten opzichte van de meerjarenbegroting.

Effecten lonen en prijzen € 21.200 -/Door de onderstaande neerwaartse aanpassingen in het budget voor personeelskosten en voor goederen en diensten met € 185.000, daalt de totale mutatie door loon- en prijsindexatie ten opzichte van de jaarschijf 2023 van de meerjarenbegroting 2022-2026 met € 21.200. Aanpassingen n.a.v. jaarrekening 2021 Subtotaal € 185.000 -/Naast de mutaties van personeelskosten en prijsinflatie zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in de exploitatiebudgetten naar aanleiding van de resultaten uit de jaarrekening 2021 te weten:

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 17 van 34

Personeelskosten € 130.000 -/De afgelopen jaren hebben we voor onze verwerking van belasting gegevens steeds meer gebruik gemaakt van de uitleveringen via de Landelijke Voorzieningen (zoals de LV-WOZ, BRK en het Handelsregister). Hierdoor is ons proces gegevensbeheer en –verwerking efficiënter verlopen. Door deze efficiencyslag zullen we twee vacatures (ontstaan door pensionering van collega’s) niet meer invullen. Goederen en diensten  verlaging kosten voor printen en digitaliseren correspondentie  verlaging facilitaire kosten – stopzetten catering Overige aanpassingen

€ €

25.000 -/30.000 -/-

Subtotaal € 671.100 -/-

WOZ-kosten € 171.100 -/In de jaarrekening 2021 is gemeld dat voor 2021 een incidentele korting op de WOZkosten is verleend door het Ministerie van Financiën. Het betreft de levering van WOZwaarden van de niet deelnemende gemeenten in het gebied van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en van het hoogheemraadschap van Delfland. De verwachting is dat de komende jaren minimaal dezelfde korting wordt verleend op de WOZ-kosten. Derhalve is de begroting 2023 neerwaarts bijgesteld (met € 171.000), gelijk aan de raming van 2021. Toevoeging aan reserves € 400.000 -/Vanwege een aantal grote automatiseringsprojecten, die recent gestart zijn en in de implementatiefase ook voortgang hebben in 2023, zal geen ruimte zijn voor het opstarten van nieuwe kleine projecten in 2023. Voor 2023 verlagen we (incidenteel) de toevoeging aan de in de meerjarenbegroting geraamde reserve bedrijfsvoering met € 100.000. Incidenteel verlagen we in de begroting 2023 tevens de geraamde toevoeging aan de reserve matching met € 300.000. Vanwege de coronabeperkingen in 2020 en 2021 is het aantal dwanginvorderingsactiviteiten lager geweest. De beschikbare reserve per 1-1-2022 plus de in de begroting 2022 opgenomen storting, alsmede de nu voorgestelde (verlaagde) toevoeging zijn voldoende dekkingsmiddelen voor de opvang van de kosten van de werkzaamheden in 2023.

Opbrengst dwanginvordering € 100.000 -/In de jaarschijf 2023 van de meerjarenbegroting 2022-2026 was rekening gehouden met een geraamde dwanginvorderingsopbrengst van € 3.650.000. Vanaf 2023 verwachten we een kleine toename (van € 100.000) van deze opbrengst door de gefaseerde verhogingen van de wettelijke invorderingsrente, die in de coronaperiode nagenoeg nihil (0,01%) was. De komende jaren zal de invorderingsrente weer worden verhoogd. Dit begint op 1 juli 2022 met een verhoging naar 1%. Vervolgens op 1 januari 2023 naar 2%, op 1 juli 2023 naar 3% en op 1 januari 2024 naar 4%. Samenvattend is de begroting 2023 als volgt gemuteerd:  

Effect lonen en prijzen Aanpassing n.a.v. jaarrekening 2021  Overige aanpassingen Totaal mutaties netto-kosten

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

-/-/-

€ 21.200 € 185.000

-/-/-

€ 671.100 € 877.300

pagina 18 van 34

Mutaties in de meerjarenbegroting anders dan loonstijgingen of prijsinflatie In 2024 vervalt de periode van de reeds ontvangen huurcompensatie (nl. einde huurcontract mei 2024). In 2024 wordt nog 5 maanden toegerekend van deze huurcompensatie à € 62.100. Vanaf 2025 is de post huurcompensatie dus in de meerjarenbegroting vervallen. In beginsel is het uitgangspunt dat deelnemersbijdragen bij gelijkblijvende taken een constante lijn laten zien met uitzondering van de doorrekening van de loon- en prijsontwikkelingen. Bovenstaande voorgestelde mutaties in de begroting 2023 hebben voordelige gevolgen voor de berekende deelnemersbijdragen ten opzichte van de meerjarenbegroting 2022-2026. Zie hiervoor ook paragraaf 4.1. Verdeelsleutel. Mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2022-2026 2023 2024 2025 HHDelfland -411 -443 -490 HHSchieland en de Krimpenerwaard -206 -221 -245 Gemeente Delft -106 -114 -126 Gemeente Vlaardingen -80 -85 -94 Gemeente Schiedam -74 -80 -89 -877 -943 -1.043

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

2026 -507 -253 -130 -97 -91 -1.079

pagina 19 van 34

1.3

Planning & controlcyclus

Op basis van de afspraken uit het prestatiecontract met de deelnemers en op basis van de financiële verordeningen van de RBG is de planning & controlcyclus 2022/2023 als volgt:

Onderwerp 4e Kwartaalrapportage 2022 prestatiecontract Specifieke belastingverantwoording 2022 inclusief accountantsverklaring Kaderbrief begroting 2024 1e Kwartaalrapportage 2023 prestatiecontract Jaarrekening 2022 RBG

Begroting 2024 RBG Raming 2023 belastbare eenheden 2e Kwartaalrapportage 2023 prestatiecontract 3e Kwartaalrapportage 2023 prestatiecontract Managementrapportage t/m oktober 2023, alleen financieel Eindrapportage prestatiecontract 2023

RBG

Deelnemers * Uiterlijk 31 januari 2023 Eind februari 2023

Eind februari 2023 Uiterlijk 30 april 2023 Concept cijfers voor 15 april 2023 Vaststelling voor 15 juli 2023 Vaststelling voor 15 juli 2023 Uiterlijk 1 juni 2023 Uiterlijk 31 juli 2023 Uiterlijk 31 oktober 2023 Uiterlijk 15 november 2023

Uiterlijk eind januari 2024

* De stukken aan de deelnemers worden behandeld in het MT of het dagelijks bestuur van de RBG

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 20 van 34

1.4

Exploitatierekening naar programma en kostendrager

Exploitatie naar programma

Begroting 2023 Baten

Lasten

Begroting 2022 Saldo

Baten

Realisatie 2021

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Omschrijving programma: Heffen en Invorderen

€ 19.195.900 € 18.994.900 €

201.000 € 19.204.300 € 19.003.300 €

201.000 € 18.596.500 € 17.813.200 €

783.300

Resultaat voor bestemming

€ 19.195.900 € 18.994.900 € 201.000 € 19.204.300 € 19.003.300 € 201.000 € 18.596.500 € 17.813.200 € 783.300

Toevoeging/onttrekking aan reserves: Mutaties in reserves

€

149.000 €

350.000 € -201.000 €

149.000 €

350.000 € -201.000 €

Subtotaal mutaties reserves

€

149.000 €

350.000 € -201.000 €

149.000 €

350.000 € -201.000 € 1.215.300 € 1.445.000 € -229.700

Resultaat na bestemming

€ 19.344.900 € 19.344.900 €

- € 19.353.300 € 19.353.300 €

1.215.300 €

1.445.000 € -229.700

- € 19.811.800 € 19.258.200 € 553.600

Begroting 2023

Begroting 2022

Jaarrekening 2021

Lasten Kostendrager: belastingheffing Kostendrager: invordering Project kwijtschelding HHD+HHSK Totaal Lasten

€ 13.554.100 € 4.990.800 € 450.000 € 18.994.900

€ 13.560.300 € 4.993.000 € 450.000 € 19.003.300

€ 12.641.100 € 4.505.000 € 449.800 € 17.595.900

Baten Kostendrager: belastingheffing Kostendrager: invordering Project kwijtschelding HHD+HHSK

€ € €

€ € €

€ € €

Totaal Baten

€ 19.195.900

Exploitatieresultaat voor bestemming

€

-201.000 €

-201.000 €

-783.300

Onttrekking/toevoeging aan bestemmingsreserve Kostendrager: belastingheffing Kostendrager: invordering

€ €

-36.100 237.100

-109.900 310.900

€ €

106.700 123.000

Exploitatieresultaat na bestemming

€

- €

-553.600

Kostendrager

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

14.939.900 3.806.000 450.000

15.298.300 3.456.000 450.000

€ 19.204.300

€ €

- €

15.512.500 2.416.700 450.000

€ 18.379.200

pagina 21 van 34

1.5

Product: Belastingheffing

Het product belastingheffing betreft het opleggen van aanslagen gemeentelijke- en waterschapsbelastingen, waaronder zuiverings-, watersysteem- en wegenheffing, OZB-heffing en afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges en precariobelasting. Daarnaast behoort ook de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken tot dit product, alsmede het verwerken van verzoek- en bezwaarschriften en het voeren van beroepsprocedures. Bij het product belastingheffing is ook sprake van veel klantcontacten. Bij bedrijven voor het bepalen van de belastingplicht, het opvragen van additionele gegevens voor de aanslagregeling en het afdoen van bezwaar- en beroepschriften. Bij particulieren met name voor het afdoen van verzoek-, bezwaar- en beroepschriften. De belangrijkste taken die worden uitgevoerd m.b.t. gegevensbeheer, zijn:  verwerking kadastrale informatie, WOZ en Basisregistratie personen BRP;  verwerking overige basisregistraties en inkomende data;  opleggen waterschapsbelastingen;  opleggen gemeentelijke belastingen;  bepalen en beschikken van WOZ-waarden;  opleggen precariobelasting en leges;  accountmanagement en contractbeheer;  buitendienst controle;  data-analyse, uitvoeren crosscontroles;  systeemanalyse en functioneel applicatiebeheer. Gegevensbeheer is een belangrijke taak ten behoeve van belastingheffing.

Onder gegevensbeheer worden alle bronnen geschaard die door middel van contracten en overeenkomsten worden gebruikt. Gezien het belang van de kwaliteit van de gegevens worden met gegevensleveranciers afspraken gemaakt over de te leveren en terug te leveren informatie voor het proces. Met de waterschappen en gemeenten afgesproken welke kwaliteitseisen zij stellen aan de registraties, omdat de gegevens die beheerd worden door de RBG ook tot de kerngegevens van andere waterschaps- en gemeenteprocessen behoren. Doel  Het juist, volledig en tijdig bepalen van de waarde van onroerende zaken;  Het juist, volledig en tijdig opleggen van de aanslagen;  Het juist, volledig, tijdig, en gemotiveerd afhandelen van verzoeken en bezwaar- en beroepschriften. Effect De klant begrijpt de belastingaanslag en is mede daardoor bereid de aanslag te betalen. Kritische succesfactoren  Juistheid, volledigheid en actualiteit van de brongegevens;  Volledigheid aanslagoplegging;  Doorlooptijd afhandeling bezwaar- en beroepschriften. Prestaties  Het percentage onbestelbaar retour aanslagbiljetten particulieren bedraagt maxi maal 0,5 procent;  Het percentage onbestelbaar retour aanslagbiljetten bedrijven bedraagt maximaal 2,0 procent;  Het oordeel van de Waarderingskamer over de uitvoering van de WOZ is minimaal voldoende;

Concept Begroting 2023 Regionale Belasting Groep

pagina 22 van 34

     

Binnen de wettelijke termijn (3 jaar) na het ontstaan van de belastingplicht of het einde van het tijdvak zijn alle nog ontbrekende aanslagen definitief opgelegd; 98% van alle aanslagen wordt in het heffingsjaar opgelegd; 95% van alle volledige WOZ-bezwaren wordt binnen 6 weken na het einde van de bezwaartermijn afgewikkeld. 95% van alle overige binnengekomen volledige bezwaar- en verzoekschriften wordt 12 weken na dagtekening van de aanslag afgedaan, met een mogelijkheid van 6 weken verdaging. Het aantal gegronde WOZ-bezwaren is maximaal 0,5% van de WOZ-beschikkingen. Het aantal gegronde bezwaren (plicht) is maximaal 1% van het aantal aanslagen.

Financiën Product belastingheffing

Lasten Baten Onttrekking/toevoeging reserves Nettolasten

Begroting 2023 € € € €

13.554.100 -14.939.900 -36.100 -1.421.900

Begroting 2022 € € € €

14.010.300 -15.748.300 -109.900 -1.847.900

Rekening 2021 € € € €

12.641.100 -15.512.500 106.700 -2.764.700

Voor toelichting op de mutaties, zie de paragraaf 1.2.6. Financiële kaders.

1.6

Product: Invordering

Het product invordering betreft het innen van de belastinggelden bij de klanten en het afhandelen van kwijtscheldingsverzoeken. De belangrijkste taken in dit proces zijn:  Bijhouden belastingdebiteurenadministratie;  Bijhouden financiële administratie/betalingsverwerking en vervullen kasfunctie;  Verzenden van aanmaningen, loon- en overheidsvorderingen;  Betekenen van dwangbevelen;  Beslagleggen en executoriale verkopen;  Behandeling van verzoeken, bezwaar- en beroepschriften kwijtschelding;  Beoordelen invorderbaarheid en het doen van voorstellen t.b.v. oninbaarverklaring. Vanuit het reguliere invorderingsproces worden de klanten eerst aangemaand en vervolgens via dwanginvordering benaderd om tot betaling over te gaan. Daarnaast vindt binnen dit product het afdoen van kwijtscheldingverzoeken plaats, alsmede het afdoen van beroepschriften tegen een afwijzing kwijtschelding. Binnen dit product zijn ook de werkzaamheden ondergebracht met betrekking tot het tegengaan van problematische schulden bij onze klanten. Doel  Het volledig, juist en tijdig incasseren van de belastingaanslagen;  Het volledig, juist en tijdig en gemotiveerd afhandelen van kwijtscheldingsverzoeken en van bezwaar- en beroepschriften tegen een afwijzing kwijtschelding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11550920/2