CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek bij toelichting bestemmingsplan Heemtuinen

Gemeenteraad 15 september 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heemtuinen22.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2.7

ondergrondse bouwdiepte

vanaf het peil tot aan de onderkant van de laagst gelegen vloer, de fundering niet meegerekend.

Regels Vaststelling

10

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 3.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

groenvoorzieningen; plantsoenen en parken; bermen en beplanting; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; geluidafschermende voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - wadi' een wadi;

al dan niet in combinatie met: g. langzaamverkeersverbindingen; h. calamiteitenroutes en opstelplaatsen voor hulpdiensten; i. nutsvoorzieningen; j. speelvoorzieningen; k. straatmeubilair; l. kunstwerken; m. oevers; n. oeververbindingen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

a. Er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd, met een oppervlakte van ten hoogste 12 m 2 per gebouw. b. De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter; c. De bouwhoogte van geluidafschermende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 12 m. 3.2.2

Andere bouwwerken

a. Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd; b. Er mogen geen overkappingen anders dan speelvoorzieningen zijnde, worden gebouwd. c. De bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter. 3.3

Specifieke gebruiksregels

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - wadi' dient een wadi met een minimale inhoud van 176 m³ of oplossing, die vanuit waterhuishoudkundig oogpunt gelijkwaardig is, te worden gerealiseerd en te worden gehandhaafd.

Regels Vaststelling

11

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

tuinen; straatmeubilair; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; ontsluitingen, wegen en paden.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2

Erkers en toegangsportalen

a. Er mogen erkers en toegangsportalen worden gebouwd, uitsluitend ten behoeve van de bebouwing van de aangrenzende woonbestemming; b. Erkers en toegangsportalen mogen aan de voorgevel van een bijbehorend hoofdgebouw worden gebouwd; c. Erkers mogen aan de zijgevel van een bijbehorend hoofdgebouw worden gebouwd, mits er sprake is van een hoekwoning; d. De gezamenlijke breedte van erkers en toegangsportalen mag per gevel niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de betreffende gevel van het hoofdgebouw; e. De diepte van erkers en toegangsportalen mag niet meer bedragen dan 1,5 meter; f. De afstand van erkers en toegangsportalen tot aan de voorliggende perceelgrens mag niet minder bedragen dan 0,5 meter; g. De breedte van een erker per gevel mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de betreffende gevel van het hoofdgebouw; h. De breedte van een toegangsportaal mag niet meer bedragen dan 1/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; i. De bouwhoogte van erkers en toegangsportalen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw. 4.2.3

Andere bouwwerken

Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, mits: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter als de erfof terreinafscheiding voor de voorgevellijn wordt gebouwd; b. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter als de erfof terreinafscheiding op het zijerf dat grenst aan het openbaar gebied wordt gebouwd; c. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter als de erfof terreinafscheiding achter de voorgevellijn of op het zijerf dat niet grenst aan het openbaar gebied wordt gebouwd; d. De bouwhoogte van bouwwerken, geen erf- of terreinafscheiding zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Regels Vaststelling

12

4.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 15.2 ten behoeve van de realisatie van erf- of terreinafscheidingen op het zijerf van een hoekwoning dat haaks is gelegen op het voorerf van de aangrenzende aaneengebouwde woning, waarbij de bouwhoogte van de erf- of terreinafscheiding niet meer mag bedragen dan 2 meter. b. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 15.2 ten behoeve van de realisatie van erf- of terreinafscheidingen op het voorerf van een hoekwoning dat haaks is gelegen op het voorerf van de aangrenzende, aaneengebouwde woning, waarbij de bouwhoogte van de erf- of terreinafscheiding niet meer mag bedragen dan 2 meter.

Regels Vaststelling

13

Artikel 5 5.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ontsluitingen, wegen en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; b. terreinen en pleinen; c. parkeervoorzieningen; al dan niet in combinatie met: d. e. f. g. h. i. j.

nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; straatmeubilair; kunstwerken; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; oevers; oeververbindingen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

a. Er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd, met een oppervlakte van ten hoogste 12 m2 per gebouw; b. De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter. 5.2.2

Andere bouwwerken

a. Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd. b. De bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter.

Regels Vaststelling

14

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; al dan niet in combinatie met: b. beroep en bedrijf aan huis; en de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i. j. k.

geluidafschermende voorzieningen; bergingen; tuinen, erven en terreinen; ontsluitingen, wegen en paden; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; speelvoorzieningen; groenvoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

alsmede voor: I.

ondergeschikte functies in de vorm van een gemeenschappelijke ruimte voor bewoners, met een maximaal oppervlak van 100 m2, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ondergeschikte functies'.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Hoofdgebouwen

Hoofdgebouwen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: a. Hoofdgebouwen mogen slechts binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan is aangegeven; c. bebouwingspercentage niet worden overschreden; d. woningen zijn toegestaan in de vorm van gestapelde woningen en rijwoningen. 6.2.2

Bijbehorende bouwwerken (inclusief overkappingen)

Bij ieder hoofdgebouw mogen bijbehorende bouwwerken (inclusief overkappingen) worden opgericht, met dien verstande dat: a. De gezamenlijke grondoppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 50% van het deel van het perceel buiten het hoofdgebouw, met een maximum gezamenlijke oppervlakte van 50 m2 per bouwperceel; b. Een pergola binnen de bouwvlakken is toegestaan, welke niet meetelt in het maximum bebouwingspercentage; c. Van vrijstaande bijbehorende bouwwerken de goothoogte ten hoogste 2,5 meter en de bouwhoogte ten hoogste 3,5 meter bedraagt; d. Van aangebouwde bijbehorende bouwwerken en/of uitbreiding van hoofdgebouwen, de goothoogte ten hoogste gelijk mag zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; e. Naast de hoofdgebouwen te realiseren bijbehorende bouwwerken moeten worden gebouwd op een afstand van ten minste 3 meter achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw;

Regels Vaststelling

15

f.

Indien de erfgrens grenst aan openbaar toegankelijk gebied moet worden gebouwd op een afstand van ten minste 2 meter achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) het openbaar toegankelijk gebied.

6.2.3

Andere bouwwerken (exclusief overkappingen)

a. Er mogen andere bouwwerken (exclusief overkappingen) worden gebouwd; b. De bouwhoogte van erf- en/of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter als de erf- en/of terreinafscheiding voor de voorgevellijn wordt gebouwd; c. De bouwhoogte van erf- en/of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter als de erf- en/of terreinafscheiding achter de voorgevellijn wordt gebouwd; d. De bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 meter. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1

Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek

Voor het gebruik genoemd in artikel 6.1 geldt dat de gronden pas in gebruik mogen worden genomen als uit bodemonderzoek, conform NEN 5740, blijkt dat de gronden geschikt zijn voor de toekomstige functie of wanneer de gronden hiervoor geschikt zijn gemaakt. Dit is pas het geval wanneer het bevoegd gezag hierover uitsluitsel heeft gegeven middels een beschikking/goedkeuring ten aanzien van een eventueel noodzakelijke bodemsanering. 6.3.2

Voorwaardelijke verplichting waterberging

a. Ter plaatse van de bestemming Wonen is het gebruik van de woningen pas toegestaan als waterbergende voorzieningen van minimaal 345 m3 gerealiseerd zijn en gehandhaafd worden, of; b. indien een oplossing is toegepast die vanuit waterhuishoudkundig oogpunt gelijkwaardig is. 6.3.3

Beroep en bedrijf aan huis

a. Er is beroep en bedrijf (tot maximaal categorie 1 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, voor zover in die lijst niet doorgehaald) aan huis toegestaan, mits dit ondergeschikt is aan de woonfunctie en de bewoner ook het beroep of bedrijf uitvoert. b. Anders dan onder a bepaald, is ook bedrijf tot maximaal categorie 2 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten (voor zover in die lijst niet doorgehaald) aan huis toegestaan, of bedrijvigheid die niet in de lijst genoemd is, mits dit qua milieubelasting richting de omgeving gelijk te stellen is aan categorie 1. c. Het gezamenlijke oppervlak dat wordt gebruikt voor beroep en bedrijf aan huis mag niet meer bedragen dan 25% van de vloeroppervlakte van de wooneenheid, met een maximum van 50 m2.

Regels Vaststelling

16

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

a. De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de aanwezige archeologische waarden. b. Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming Waarde - Archeologie en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, behalve de bestemmingen voor de leidingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming Waarde - Archeologie. 7.2

Bouwregels

a. Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. b. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, én de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorwaarden te verbinden. Het betreft de volgende voorwaarden: de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de bouw te laten begeleiden door een erkende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg. c. Ten behoeve van het bepaalde in lid 7.2 onder b winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijk archeoloog. d.

Het bepaalde in lid 7.2 onder b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op ver/nieuwbouw van bestaande gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw en/of bouwwerk, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; e. Het bepaalde in lid 7.2 onder b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een diepte onder maaiveld van ten hoogste 100 centimeter; f. Het bepaalde in lid 7.2 onder b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een omvang van minder dan 100 m², voor zover dit ook is toegestaan in de daar voorkomende bestemming(en). 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1

Verbod op werken, geen bouwwerken zijnde, aanlegvergunning

a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden wegen of paden aan te leggen en andere oppervlakte-verhardingen aan te brengen. b. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden diepwortelende beplanting en bomen aan te brengen.

Regels Vaststelling

17

c.

d.

e.

f.

g.

h.

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en bomen te rooien. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden andere kabels en leidingen aan te leggen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur aan te brengen. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden heiwerkzaamheden uit te voeren of het op een andere wijze voorwerpen in de bodem in te graven en te drijven. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden grondbewerkingen uit te voeren, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage.

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden sloten, vijvers en andere wateren aan te leggen, te vergraven, te verruimen of te dempen. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden permanent goederen op te slaan.

7.3.2

Uitzondering

Het verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: a. waarvan de ondergrondse diepte niet meer bedraagt dan 70 cm ten opzichte van het maaiveld of de oppervlakte niet meer dan 100 m2; b. die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; c. die normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; d. die betrekking hebben op reeds in uitvoering zijn op het tijd van het van kracht worden van het bestemmingsplan; e. die nodig zijn voor archeologisch onderzoek. 7.3.3

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het (mogelijk) aanwezige archeologische materiaal en een rapport wordt overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, is onderzocht waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders is gebleken dat het terrein in voldoende mate is vastgesteld. 7.3.4

Adviesprocedure

Alvorens omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld onder lid 7.1 sub a. tot en met h. wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijk archeoloog omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de archeologische waarden van het terrein onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

Regels Vaststelling

18

7.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Waarde - Archeologie geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Regels Vaststelling

19

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Regels Vaststelling

20

Artikel 9 9.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen, worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons, galerijen en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt en ten behoeve van de balkons en galerijen bij flatgebouwen niet meer dan 2,5 meter. 9.2

Voorwaardelijke verplichting geluid

1. Bij het definitieve verkavelingsplan moet met een akoestisch onderzoek worden aangetoond dat wordt voldaan aan het hogere waardenbesluit en het hogere waardenbeleid van de gemeente Vlaardingen. Hiervoor moet tenminste het volgende worden aangetoond: a. Alle woningen in blok 1 beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. De meeste slaapkamers liggen aan de geluidluwe zijde van de woning. b. Alle grondgebonden woningen in blok 2 beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. De meeste slaapkamers liggen aan de geluidluwe zijde. c. Alle appartementen in blok 2 en blok 3 beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte of over een bouwkundige voorziening (loggia, erker, serre of akoestisch vergelijkbaar) waarmee wordt bewerkstelligd dat er een geluidluwe gevel of geluidluw geveldeel aanwezig is. 2. Voor aanvang van de bouw moet door middel van onderzoek worden aangetoond dat de karakteristieke geluidwering van de gevel groter of gelijk is aan het verschil tussen de voor die gevel bepaalde totale hindergewogen geluidbelasting (Ltotaal) en een binnenniveau van 33 dB (als wegverkeer de bepalende bron is) of 35 dB(A) (als industrielawaai de bepalende bron is).

Regels Vaststelling

21

Artikel 10 10.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

a. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. b. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. c. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor seksinrichtingen. d. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerk wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de openbare ruimte voor standplaatsen van ambulante handel zonder standplaats-vergunning krachtens de APV Vlaardingen. e. Tot een strijdig gebruik van bijbehorende bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik als permanente of tijdelijke woning. f. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor kamerbewoning, niet zijnde afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg. g.

Het gebruik van gronden en bouwwerken zonder het bepaalde artikel 10.2 onder a, b en c in acht te nemen, wordt als gebruik in strijd met dit bestemmingsplan aangemerkt. 10.2

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsregels omtrent het gebruik van gronden en gebouwen, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 10.3

Algemene bepalingen over afwijkend gebruik

Voor een hoofdgebouw, dat krachtens een bouw- of omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkintreding van het bestemmingsplan aanwezig is, maar waarvan het bestaande gebruik afwijkt van de bepaling in de gebruiksregels ten aanzien van het toegestane gebruik (van het hoofdgebouw) ten behoeve van (maximaal) één woning, geldt dat het bestaande aantal woningen, dat meer bedraagt dan is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar wordt aangehouden.

Regels Vaststelling

22

Artikel 11 11.1

Algemene aanduidingsregels

Geluidzone - industrie

a. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt een zone vanwege een gezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. b. Nieuwe geluidgevoelige objecten zijn slechts toegestaan indien de geluidbelasting vanwege de gezoneerde industrieterreinen op de betreffende gevels niet hoger is dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verleende hogere grenswaarde. 11.2

Overige zone - parkeren, laden en lossen en stallen

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - parkeren, laden en lossen en stallen' geldt het volgende: a. Bouwen en gebruik Een omgevingsvergunning voor het bouwen of het gebruik van gronden of bouwwerken wordt slechts verleend indien bij de aanvraag is aangetoond dat voorzien is in voldoende parkeergelegenheid, daar onder begrepen parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden, overeenkomstig de geldende Beleidsregel Parkeernormen 2019 of de rechtsopvolger daarvan. b. Afwijken Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden genoemd in de geldende Beleidsregel Parkeernormen 2019, of de rechtsopvolger daarvan, voor zover geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de parkeersituatie in de openbare ruimte en de woon- en leefsituatie. c.

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de aard, plaats en inrichting van de parkeergelegenheid, daar onder begrepen parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden, indien dit noodzakelijk is voor het in stand houden dan wel tot stand brengen van een verkeersveilige situatie of van een in stedenbouwkundig opzicht samenhangend straat- en bebouwingsbeeld. d. Voorwaardelijk gebruik Het gebruik van gronden en bouwwerken is slechts toegestaan indien voorzien is in voldoende parkeergelegenheid, daar onder begrepen parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden, overeenkomstig de geldende Beleidsregel Parkeernormen 2019 of de rechtsopvolger daarvan. e. Beleidsregel Burgemeester en wethouders passen deze parkeerregel toe met inachtneming van de beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Regels Vaststelling

23

Artikel 12 12.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken van voorgeschreven maatvoering

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning bestemmingsregels voorgeschreven maatvoering, met ten hoogste 10%. 12.2

afwijken

van

de

Aanpassen van wegen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. 12.3

Overschrijden van bouwgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft. 12.4

Vergroten bouwhoogte van andere bouwwerken

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van andere bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van andere bouwwerken wordt vergroot tot maximaal 10 meter. 12.5

Vergroten bouwhoogte van zend-, ontvang- en/of sirenemasten

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere bouwwerken, en toestaan dat de hoogte van andere bouwwerken ten behoeve van zend-, ontvangst- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m, onder de hierna genoemde voorwaarden: a. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. niet zijn toegestaan. b. installaties op of aan een gebouw alleen zijn toegestaan op hoge gebouwen, bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand; met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien; afwijken hiervan is zonodig mogelijk in overleg met de monumentencommissie en alleen wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doet aan de aanwezige kwaliteiten. 12.6

Toestaan van gebouwtjes voorzieningen van algemeen nut

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsregels ten aanzien van het realiseren van gebouwtjes voor voorzieningen van algemeen nut, zoals abri's, nutsvoorzieningen, dienstgebouwen ten behoeve van het onderhoud of gebruik van openbaar groen, wegen en speelplaatsen, mits deze gebouwtjes geen grotere inhoud hebben dan 50 m3.

Regels Vaststelling

24

Artikel 13 13.1

Algemene wijzigingsregels

Overschrijding van bouw- en/of bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. 13.2

Overschrijding van de bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen, ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. 13.3

Wijzigen van Staat van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van het wijzigen van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven. 13.4

Aanpassing van bepalingen die verwijzen naar wettelijke regelingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen regels, waarbij verwezen wordt naar regels in wettelijke regelingen, te wijzigen indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp van het plan worden gewijzigd.

Regels Vaststelling

25

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 14 14.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd. b. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd. c. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. d. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a., een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. e.

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Regels Vaststelling

26

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Heemtuinen.

Regels Vaststelling

27

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

Regels Vaststelling

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

nummer

GEUR STOF GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11723184/1