Bijlagenboek bij toelichting bestemmingsplan Heemtuinen
Tekst van het document
Gemeente Vlaardingen Bestemmingsplan ‘Heemtuinen’ Toelichting
Juli 2022
Inhoudsopgave van de toelichting 1.
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Leeswijzer 2.
1
1 1 1
Planbeschrijving
2
2.1 Bestaande situatie 2.2 Ontwikkelingen 2.3 Juridische aspecten
2 4 9
3.
Ruimtelijke Ordening
12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
12 13 16 17 19
4
Natuur en landschap
20
4.1 Kader 4.2 Onderzoek 4.3 Conclusie
20 22 23
5
Water
24
5.1 Kader 5.2 Onderzoek 5.3 Conclusie
24 27 29
6
Archeologie en cultuurhistorie
30
6.1 Kader 6.2 Onderzoek 6.3 Conclusie
30 31 31
7
Milieu
31
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9
Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen Duurzaamheid
32 32 33 34 36 38 39 41 41
8
Uitvoerbaarheid
8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.3 Handhavingsaspecten
42
42 42 43
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15
Integraal Programma van Eisen, Gemeente Vlaardingen, november 2019 Verkennend bodemonderzoek, DS Milieu-consult BV, 23 oktober 2020 Aanmeldnotitie m.e.r., KuiperCompagnons, 9 februari 2022 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 24 februari 2022 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 11 februari 2022 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 5 juli 2021 Quickscan flora en fauna, NWC, april 2021 Waterhuishoudingsplan, Aqua Info Management, 18 maart 2022 Archeologisch inventariserend veldonderzoek, Vestigia, 16 februari 2022 Archeologisch proefsleuvenonderzoek, Vestigia, 31 januari 2022 Parkeerberekening, 2 februari 2022 Nota van vooroverlegreacties, 15 februari 2022 Besluit hogere waarden Wet geluidhinder M.e.r.-beoordelingsbesluit Nota van zienswijzen, juni 2022
Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied
Afbeelding 1.2: Ligging plangebied in meer detail
1
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel van het plan Aanleiding Het voornemen bestaat om een plangebied aan de Frank van Borselenstraat in Vlaardingen te herontwikkelen. De twee voormalige woongebouwen op de locatie zijn reeds gesloopt en de bestaande sporthal wordt nog gesloopt. Hiervoor in de plaats wordt een woonprogramma op de locatie gerealiseerd. Voor de ontwikkeling is een visie ontwikkeld: De Heemtuinen. Om deze nieuwe opzet te kunnen realiseren is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een nieuw planologisch kader voor de ontwikkeling. Doel Het nieuw beoogde stedenbouwkundige plan past voor een deel niet binnen de bouwmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de gewijzigde opzet in juridisch-planologische zin mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bevindt zich in de Westwijk en omvat ca. 23.290 m². De Westwijk is een na-oorlogse wederopbouwwijk aan de westkant van Vlaardingen. Het plangebied wordt doorkruist door de Frank van Borselenstraat. Verder wordt het plangebied grofweg begrensd door: - De Floris de Vijfdelaan aan de noordzijde; - de Dirk de Derdelaan aan de westzijde; - bestaande woonbebouwing aan de Jacoba van Beierenstraat in het oosten; - de Jacoba van Beierenstraat met daarachter het Heempark aan de zuidzijde. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 en 1.2 weergegeven.
1.3
Leeswijzer Deze toelichting is als volgt ingedeeld. In dit hoofdstuk, hoofdstuk 1, zijn een aantal algemene planaspecten opgenomen. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats en wordt tevens een toelichting gegeven op de bestemmingsmethodiek. Hoofdstuk 3 tot en met 7 vormt feitelijk de achterliggende onderbouwing voor de wijziging en gaat in op, onder andere, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, mobiliteit, natuur en landschap, water, archeologie en cultuurhistorie en milieu. Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aangetoond en wordt ook ingegaan op het overleg- en inspraaktraject.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
2
2.
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie De Westwijk is een na-oorlogse wederopbouwwijk aan de westkant van Vlaardingen. De wijk wordt gekenmerkt door een heldere buurtopbouw. Er zijn vier buurten rondom een centraal middengedeelte. Elke buurt bestaat uit twee grote woonvelden aan weerszijden van een voorzieningenstrook. Elke voorzieningenstrook wordt beëindigd met een groot appartementenblok waarin een winkelstrip op de begane grond is opgenomen. De Westwijk heeft ongeveer 12.500 inwoners. Er staan circa 6.500 woningen waarvan 75% gestapeld en 25% grondgebonden. Deels zijn de woningen in bezit van de woningbouwcorporatie Waterweg Wonen. De laatste jaren zijn, met name in de voorzieningenstroken, nieuwbouwprojecten opgeleverd. Dit als onderdeel van een grootschalig herstructureringsprogramma tot aan 2030 in het kader van het Actieplan Wonen. De ruimtelijke visie op de Westwijk is in de loop der tijd neergelegd in diverse beleidsstukken en op hoofdlijnen gericht op herstructurering van de oorspronkelijke, verouderde woonwijk. Deze visie is allereerst opgenomen in het (Structuurvisie & Stedenbouwkundig) Plan Westwijk 2005 (uit 1995) en sindsdien ook opgenomen in het Actieplan Wonen (APW) en de bijbehorende Gebiedsvisie West 2030 (uit 2008 / 2009). In september 2013 heeft het college kennis genomen van het Strategisch Programma / Visie Westwijk 2020.
De meest recente visie betreft het Centrumplan Westwijk uit 2015. Deze visie wordt nader beschreven in paragraaf 3.4.2. Op de locatie Frank van Borselenstraat stonden twee woongebouwen van Waterweg Wonen; Valkenhof hoog en Valkenhof laag en twee sporthallen. De woongebouwen zijn reeds gesloopt en de sporthallen zullen ook worden gesloopt. In november 2019 is door de gemeente een integraal programma van eisen voor de locatie opgesteld. Eind 2020 is, op basis van een aanbestedingsprocedure, een marktpartij gekozen om de locatie te herontwikkelen.
Afbeelding 2.1: Impressie situatie plangebied medio 2019 (bron: Integraal Programma van Eisen, november 2019) Heemtuinen Toelichting Vaststelling
3
Vigerend bestemmingsplan Westwijk , vastgesteld op 20 mei 2021 door de gemeente Vlaardingen. In de planologische situatie is het plangebied bestemd als Binnen a van categorie 3 Het plangebied kent daarnaast de volgende gebiedsaanduidingen: - geluidzone industrie - overige zone parkeren, laden en lossen en stallen - wetgevingszone wijzigingsgebied 3 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - parkeren, laden en lossen en stallen' dient bij nieuwbouw en functiewijziging te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid (volgens de gemeentelijke parkeernota), voldoende ruimte voor het laden en lossen en voldoende ruimte voor het stallen van fietsen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 3' geheel of gedeeltelijk te wijzigen in de bestemming Wonen - Uit te werken ten behoeve van de realisatie van woningen. De ontwikkeling past net niet binnen de grens van de wijzigingsbevoegdheid en omzetting naar directe bestemmingen heeft de voorkeur boven uit te werken bestemmingen nu er een concreet bouwplan ligt. Er wordt dan ook geen gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. Archeologie - 4 . Omdat de voorziene ontwikkeling niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan een nieuwe planologisch kader gemaakt.
Afbeelding 2.2: Vigerende planologische situatie (in rood de globale begrenzing)
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
4
2.2
Ontwikkelingen
2.2.1 Stedenbouwkundige planopzet Deze woningbouwontwikkeling volgt uit de Centrumvisie Westwijk, waarin het plan is opgenomen. De woongebouwen zijn reeds gesloopt en de twee sporthallen zullen eind 2021 worden gesloopt. Aan het Erasmusplein is inmiddels een nieuwe sporthal in gebruik genomen en aan de Claudius Civilislaan wordt dit jaar een nieuwe sporthal gebouwd. De locatie aan de Frank van Borselenstraat is daarmee beschikbaar gekomen als woningbouwlocatie. Voor de ontwikkeling is een visie ontwikkeld: De Heemtuinen. De Heemtuinen bestaat uit 183 woningen, waaronder grondgebonden woningen en appartementen. Samenkomen en met elkaar een gemeenschap vormen is de kern van het plan. Het aantrekkelijke groenontwerp nodigt uit tot ontmoeten en buiten recreëren. Bouwblokken Het plan bestaat uit twee bouwblokken en één zelfstandig appartementengebouw. De orthogonale planopzet vanuit de naoorlogse stedenbouw wordt vastgehouden binnen het plan. De bouwblokken zijn los geplaatst in de groene ruime leefomgeving. De hoofdopzet bestaat uit streng orthogonale en alzijdig georiënteerde bouwblokken. De gevels volgen niet de rooilijn van de straat maar de oriëntatie op de zon. De historische opzet van het gebied blijft gehandhaafd en zelfs versterkt door een zeer groene en royale opzet.
Centraal De centrale groene vallei verbindt het plangebied met het Heempark, het Marnixpark naar het buitengebied als een doorlopende ecologische structuur. In de centrale groene vallei spelen kinderen en laten mensen hun hond uit, interactie en ontmoeting staan centraal als verbinding naar de omgeving. De centrale groene vallei vervult met haar groene setting en het wonen in de groenzone een urgente rol in het plan, met hoogwaardige ruimtelijke kwaliteiten. In de centrale groene vallei is er ook plaats gemaakt voor een plantsoen met een waterinfiltratiezone die het hemelwater vasthoudt en langzaam laat infiltreren. De bouwblokken begeleiden door middel van een wand de centrale groene vallei. Het solitaire appartementengebouw staat als markant punt in een geheel omringde groene setting, met een alzijdige oriëntatie.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
5
Afbeelding 2.3: Stedenbouwkundige planopzet
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
6
Programma Er wordt ingezet op een duurzame en toekomstbestendige woningbouwprogrammering. Het voorziene programma bestaat uit 183 woningen. Typologisch gezien vallen de woningen in het project onder te verdelen in drie verschillende types; geschakelde grondgebonden woningen met een tuin en/of een (dak)terras, galerijappartementen met een balkon en grote enkelzijdig georiënteerde appartementen. Het plan voorziet daarnaast in een gemeenschappelijke woonkamer voor bewoners in het noordoostelijke bouwblok.
Afbeelding 2.4: Indicatieve impressie bouwblokken
Bouwhoogtes Aan de kop van het noordoostelijke bouwblok is verschil gemaakt in bouwhoogtes, zodat het een stedenbouwkundig markeringspunt vormt en plaats geeft voor speciale woningtypes. Hier is een bouwhoogte van maximaal 17 meter toegestaan. Het noordwestelijke bouwblok kent een maximum bouwhoogte van 13 meter. Het appartementencomplex krijgt een maximale hoogte van 23 meter, vanwege het cultuurhistorische belang van de bouwhoogte op deze plek en vormt daarmee een accent aan het Heempark / Marnixplantsoen. Groen, duurzaamheid en klimaatadaptatie Door compacte bouwblokken te maken en de verharding te minimaliseren, ontstaat er 55% groen in het plan. De binnengebieden van de bouwblokken worden groen ingericht. Hier worden bomen geplaatst, de parkeerplaatsen worden uitgevoerd in open verharding en er is een duurzame pergola ontworpen met zonnepanelen, sedumbeplanting en klimplanten. De woningen hebben groen direct bij de voordeur, zoals een geveltuin, kleine voortuinen en groen aan de gevels. Dit sluit aan op het openbare groen, de groene zoom omranding van de bouwvelden en de koppeling naar de centrale groene vallei, de groenblauwe ruggengraat van het plan. Het plan heeft hoge duurzaamheidsambities. De nieuwbouw wordt uitgevoerd als nul-op-de-meter (NOM) en er wordt ruimschoots aandacht besteed aan biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen.
Tevens is er stilgestaan bij klimaatadaptatie, waaronder waterberging en hittestress. Hier wordt in paragraaf 5.2 nader op ingegaan. Heemtuinen Toelichting Vaststelling
7
2.2.2 Verkeersgeneratie en parkeren In de huidige situatie wordt het plangebied aan drie zijden ontsloten, vanuit het noorden vanaf de Floris de Vijfdelaan en vanuit het oosten en westen vanaf de Jacoba van Beierenstraat/Frank van Borselenstraat. De bestaande noord-zuid en oost-west ontsluiting wordt ingeruild voor een structuur waar drie afzonderlijke ontsluitingen uitkomen bij drie afzonderlijke parkeergebieden voor ieder van de drie blokken. Deze parkeergebieden worden ontsloten op de Dirk de Derdelaan. De ruimte tussen de blokken in wordt daarmee meer geschikt als groen verblijfsgebied. Door het opheffen van de verbinding/ontsluiting Frank van Borselenstraat (gedeelte tussen de Dirk de Derdelaan en Jacoba van Beierenstraat) ontstaat er ruimte in het bouwplan om een sterkere groenverbinding te maken tussen het te bouwen appartementencomplex en het tweede bouwblok. Om te voorkomen dat de ontsluiting van zowel het appartementencomplex en bouwblok 2 en bouwblok 3 alleen via de Jacoba van Beierenstraat mogelijk is, zal er voor het appartementencomplex en voor bouwblok 2 een directe ontsluiting worden gemaakt op de Dirk de Derdelaan. Parkeren uit 2019 is het totaal aantal vereiste parkeerplaatsen voor de woningen bepaald. Vlaardingen wordt als zeer sterk stedelijk aangemerkt.
Het plangebied ligt Het plan bestaat uit een combinatie van koop- en huurwoningen, in verschillende prijsklassen. De complete parkeerberekening is opgenomen als bijlage 11 bij deze toelichting. In totaal zijn er 246 parkeerplaatsen benodigd. Deze worden voor het grootste gedeelte gerealiseerd binnen de bouwblokken en voor een klein deel in de openbare ruimte.
Afbeelding 2.5: Verdeling huidige parkeerplaatsen binnen het plangebied
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
8
Afbeelding 2.6: Verdeling toekomstige parkeerplaatsen binnen het plangebied
Verkeersgeneratie In de huidige situatie bestaat het plangebied uit twee woongebouwen en twee sporthallen (3.634 m2). De woongebouwen bestonden samen uit 168 woningen met ontmoetingsruimte. Uitgaande van de kencijfers voor een sociale huurwoning (conform de CROW, publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren) kennen deze woongebouwen een verkeersgeneratie van minimaal 470 en maximaal 605 motorvoertuigbewegingen. Uitgaande van kencijfers kennen de sporthallen een verkeersgeneratie van minimaal 309 en maximaal 374 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. De totale verkeersgeneratie in de voorgaande situatie komt dus neer op minimaal 779 en maximaal 979 motorvoertuigen per etmaal op een gemiddelde weekdag. Op basis van de CROW-publicatie is ook de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie bepaald. In het plan worden 105 appartementen gerealiseerd, hiervoor is (worst-case) uitgegaan van de kencijfers voor een koopappartement in de middenklasse. De toekomstige verkeersgeneratie komt voor deze appartementen op minimaal 494 en maximaal 578 motorvoertuigbewegingen. Voor de 78 grondgebonden woningen is aangesloten bij de kencijfers voor een tussen-/hoekhuis in de koopsector. De verkeersgeneratie voor deze woningen bedraagt minimaal 499 en maximaal 562 motorvoertuigbewegingen.
Uit bovenstaande berekening blijkt dat het totale toekomstige programma gepaard gaat met een verkeersgeneratie van minimaal 993 en maximaal 1.140 motorvoertuigbewegingen. Dit is tussen de 161 Heemtuinen Toelichting Vaststelling
9
en 214 verkeersbewegingen meer dan in de huidige situatie. Het omliggende wegennet kan deze lichte toename aan verkeersbewegingen goed verwerken. Omdat twee van de drie blokken direct op de Dirk de Derdelaan ontsluiten zullen de verkeersbewegingen op de Jacoba van Beierenlaan zelfs afnemen. 2.3
Juridische aspecten De gewenste ontwikkeling van het plangebied zoals beschreven in vorige paragrafen, is juridisch vertaald in de planregels en de planverbeelding. In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op deze juridische vertaling.
2.3.1 Planmethodiek Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn opgesteld conform de SVBP 2012. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "wijze van meten" opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Groen Groen het grootste gedeelte van het plan. Binnen deze bestemming vallen alle groenvoorzieningen. Groen zijn ook alle gebieden waar het hemelwater kan infiltreren in de bodem. Bebouwingsmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt en parkeervoorzieningen zijn niet toegestaan. Een calamiteitenroute en opstelplaats voor hulpdiensten is wel toegestaan binnen deze bestemming. Tuin Deze bestemming geldt rondom de woningen.
Binnen deze bestemming zijn in principe geen gebouwen toegestaan, maar wel bouwwerken zoals erkers en toegangsportalen. Ook is ontsluiting in de vorm van wandel- en fietspaden toegestaan, evenals het realiseren van straatmeubilair zoals fietsparkeerplaatsen en voorzieningen voor rolcontainers. Voor de grondgebonden woningen is er een speciale clausule: de in de bouw ontworpen en gerealiseerde levende erfafscheidingen en of levende gevels dienen in stand te worden gehouden door de eigenaar. Verkeer - Verblijfsgebied Deze bestemming geldt voor gronden die voornamelijk een verblijfsfunctie hebben. Deze bestemming geldt voor de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer van de bouwblokken en de openbare parkeerplaatsen.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
10
Wonen . Per bouwvlak is het maximum bebouwingspercentage en de maximale bouwhoogte aangegeven. De bouwregels voor de woningen en de bijbehorende bouwwerken zijn in de bestemming opgenomen. Voor de twee noordelijke bouwvlakken is tevens de onderg bouwvlakken is het mogelijk om een ondergeschikte functie als een gemeenschappelijke ruimte of kantoorruimte voor bewoners te realiseren met een maximaal oppervlak van 100 m2. Waarde - Archeologie Deze gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het behoud en het veiligstellen van de archeologische waarden van deze gronden. Ter plaatse van deze dubbelbestemming mogen geen grondwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 100 cm of die een oppervlakte bedragen van meer dan 100 m2. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels welke op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen. Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel zijn aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden.
Deze hebben betrekking op ondergeschikte bouwdelen en het voorzien in geluidwerende voorzieningen. Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft voor dit plan een beperking met betrekking tot het toegestane gebruik van gronden. Het gaat hierbij om ongewenst gebruik of gebruik dat enige vorm van hinder kan veroorzaken waardoor het woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast. Algemene aanduidingsregels Aanvullend op de regels die bij de bestemmingen zijn gegeven gelden bijzondere bepalingen die met een aanduiding op de geometrische plaatsbepaling zijn weergegeven. Hierbij gaat het om de gebiedsaanduidingen Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden. Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
11
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.3.3 Geometrische plaatsbepaling Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
12
3.
Ruimtelijke Ordening
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Ladder Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt detailhand Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van 183 woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving.
Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is met 183 woningen dus ladderplichtig. Beschrijving behoefte woningen De Zuid-Hollandse Woningbehoefteraming 2019 (WBR2019) geeft voor elke regio inzicht in hoeveel extra woningen er nodig zijn. Voor de periode na 2019 tot 2030 geldt in de regio Rotterdam een gewenste woningvoorraadtoename van 51.310 woningen. Voor de gemeente Vlaardingen geldt een gewenste woningvoorraadtoename van 1.770 woningen. Heemtuinen Toelichting Vaststelling
13
De gemeente Vlaardingen is bezig met een nieuwe Woonvisie voor de periode 2021-2030. De de gemeente Vlaardingen is groeien naar 39.000 woningen in 2030. Dit sluit ook aan bij de ambities uit het Herstelplan om tot 2030 jaarlijks gemiddeld 500 woningen toe te voegen aan de voorraad. De gemeente wil ervoor zorgen dat minimaal 50% van de nieuwe woningen in het duurdere koopsegment wordt gebouwd. Het plan sluit hierbij aan, door zowel grondgebonden woningen als appartementen aan te bieden in het duurdere segment. De gemeente blijft de voorgenomen afname van de sociale woningvoorraad (zowel huur als goedkope koop) uitvoeren. De ambitie is daarnaast om de sociale huurvoorraad in kwaliteit te verbeteren. Er worden afspraken gemaakt met de woningcorporaties dat in de periode 2017-2030 minimaal 600 sociale huurwoningen worden vervangen door nieuwe sociale huurwoningen. Voorliggend plan is hier een concreet voorbeeld van, waarbij twee wooncomplexen zijn gesloopt om plaats te maken voor een meer variërend woonmilieu. Westwijk wordt in de Contourennota concreet benoemd als wijk waar de leefbaarheid het meest onder druk staat. Zowel sociaal als fysiek moet er worden ingegrepen in de wijk. De ambitie is om in de periode 2022-2027 ca. 553 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad in Westwijk. Voorliggend plan bestaat uit 183 woningen, deels appartementen en deels grondgebonden woningen.
De woningbouwontwikkeling volgt uit de Centrumvisie Westwijk, waarin het plan is opgenomen om rondom Plein West een nieuw centrumgebied voor de hele Westwijk te realiseren met bijpassende voorzieningen. Centraal in de opzet is de humane wijkgedachte en een groene omgeving, zoals de Westwijk oorspronkelijk is bedacht. Meer dan de helft van het gebied wordt groen ingericht. Ook worden de woningen duurzaam gebouwd. Op basis van de grote woningbehoefte in de regio en de bijdrage aan de gemeentelijke pijlers, kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 1 april 2019 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
14
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Heemtuinen Toelichting Vaststelling
15
Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, -belei jk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in twee kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied Rivierdeltacomplex aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren ntwikkelingen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand houden en dat waar mogelijk de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar worden gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In de laag van de stedelijk occupatie is het .
Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Voorgenomen ontwikkeling bouwt voort op het bestaande dorpsgebied en sluit aan bij de karakteristieke kenmerken uit de omgeving. Er wordt geen hoogbouw mogelijk gemaakt, de bouwhoogtes sluiten aan bij de mogelijkheden in de omgeving. De ontwikkeling wordt dus ingepast in de bestaande structuren en dragen bij aan de ontwikkeling van de stad. Ad.
4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Heemtuinen Toelichting Vaststelling
16
Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Bodem en ondergrond Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. Energievoorziening Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het Programma Ruimte. 3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018 2030 (januari 2019) Gemeenten, woningcorporaties en de provincie Zuid-Holland tekenden het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018 2030. De veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen maken zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden. De gemeenten en de woningcorporaties zetten zich ook in voor een betere balans van het woningaanbod in de regio. Op basis van deze afspraken worden in Vlaardingen meer dan 2.400 woningen toegevoegd. De gemeenten en de woningcorporaties zetten zich ook in voor een betere balans van het woningaanbod in de regio. Voor Vlaardingen betekent dat een afname van het aantal sociale huurwoningen. 3.3.2 Regionaal afsprakenkader geluid en ruimtelijke ontwikkeling De gemeente Vlaardingen heeft samen met andere gemeenten in de regio, Havenbedrijf Rotterdam, provincie Zuid Holland, Deltalinqs en DCMR het Regionaal afsprakenkader geluid en ruimtelijke ontwikkeling (RAK) ondertekend. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd over ruimtelijke plannen in de omgeving van de gezoneerde industrieterreinen. Het doel van het RAK is een brede afstemming op regionaal niveau in een vroeg stadium van woningbouw en havenontwikkeling om problemen in vergunningprocedures te voorkomen, elkaar niet te verrassen en geen onnodige kosten te maken.
In het RAK wordt afgesproken met welke werkwijze de partners rondom haven en omgeving, binnen de geldende geluidkaders, samenwerken om zowel haven als omgeving te blijven ontwikkelen. Voor het plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, welke verder zal worden toegelicht in paragraaf 7.4.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
17
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040 In de toekomstvisie beschrijft de gemeente wat voor stad zij in 2040 wil zijn. De ambities die de gemeente hierbij stelt zijn als volgt: Ambitie 1: Vlaardingen is sociaal en veilig Ambitie 2: Vlaardingen een woonstad voor iedereen Ambitie 3: Vlaardingen als innovatieve opleider Ambitie 4: De Vlaardingse binnenstad leeft Vlaardingen is in 2040 dé inclusieve woonstad in de metropoolregio. Er zijn woningen voor iedereen: bij de bouw van extra woningen en het opknappen en transformeren van bestaande woningen is ingezet op een gedifferentieerd en evenwichtig woningaanbod. Daarnaast is groen belangrijk in de gemeente. Ook bij de bouw van nieuwe woningen wordt hier rekening mee gehouden, bijvoorbeeld door de aanleg van groene daken en groene gevels. Voorliggend plan sluit aan bij deze ambitie, voegt woningen toe in verschillende prijsklassen en voor verschillende doelgroepen. Het plangebied grenst direct aan het Heempark en sluit hier qua groene structuren op aan. 3.4.2 Ontwikkelvisie Centrumplan Westwijk 2015 In mei 2015 heeft het college kennis genomen van de Ontwikkelingsvisie Centrumplan Westwijk.
In de ontwikkelvisie staat de opgaven centraal om het nieuwe centrum van de Westwijk, gevormd door het Plein West en het Erasmusplein, stedenbouwkundig af te maken door het Erasmusplein af te ronden met bebouwing, met meerdere functies, aan de westzijde. Bij die invulling spelen marktpartijen een belangrijke rol. Dit gebied moet ruimtelijk verbonden worden met de winkelstrook aan de Dirk III-laan, in bezit van Waterweg Wonen. Hieronder valt ook de transformatie van de openbare ruimte inclusief de Heemtuin. In de Ontwikkelingsvisie Centrumplan Westwijk is besloten om een sporthal te realiseren aan het Erasmusplein en een aan de Claudius Civilislaan, waardoor voorliggende locatie vrij is gekomen voor herontwikkeling met woningbouw. Het doel van de ontwikkelvisie is om de diverse acties en onderzoeken te bundelen en als bestuurlijk vastgestelde visie vervolgens als basis te laten dienen ten behoeve van vervolgstappen.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
18
Afbeelding 3.1: Ontwikkelvisie Centrumplan Westwijk, deelgebieden en (destijds) mogelijke sloop
3.4.2 Actieplan Wonen (maart 2017), Woonvisie Vlaardingen 2008-2030 Het Actieplan Wonen is een uitwerking van de (geactualiseerde) Stadsvisie, op het onderwerp wonen. Er worden de kaders, doelstellingen en mogelijke maatregelen voor de periode tot 2030 gegeven. Vlaardingen zal de komende jaren moeten werken aan de volgende doelen: Maken van een kwaliteitsslag, waardoor de toekomstwaarde van woningen in de bestaande woningvoorraad wordt verbeterd. Beter afstemmen van vraag en aanbod (goed woningaanbod in gewenst woonmilieu en leefstijlen). Bevorderen van de doorstroming, door vooral nieuwbouw te realiseren en de betaalbaarheid tussen de grens bereikbaar en middeldure huur- of koopwoningen te verbeteren. Vergroten van het woongenot (sociale woonomgeving/voorzieningen). Leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de positie van de huidige bewoners. Realiseren van een meer evenwichtige bevolkingsopbouw. Voor de realisatie van de visie is een trendbreuk ten aanzien van nieuwbouw nodig: werkelijk bouwen voor de vraag in plaats van bouwen voor een maximale opbrengst of een maximum woningaantal. Er is een grootschalige herstructurering gewenst, waarbij verouderde wijken geleidelijk worden omgevormd naar een groenstedelijk woonmilieu met meer eengezinswoningen in lagere dichtheden. Belangrijke randvoorwaarde daarbij is dat de aandachtsgroep niet in de knel komt.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
19
De gemeente Vlaardingen is inmmiddels bezig met een nieuwe Woonvisie voor de periode 2021-2030. De co Zoals beschreven in paragraaf 3.2.1 is de ontwikkeling passend binnen de kaders en uitgangspunten van het gemeentelijke woonbeleid. 3.4.3 Gebiedsgericht milieubeleid Vlaardingen (ambitiedocument, 2013) Het ambitiedocument Gebiedsgericht milieubeleid Vlaardingen biedt de basis voor duurzame gebiedsontwikkeling in de gemeente Vlaardingen. Beschreven is welke milieu en duurzaamheidsambities Vlaardingen heeft voor de verschillende deelgebieden in de gemeente en hoe deze ambities input zullen gaan vormen bij ruimtelijke planontwikkeling. Het projectgebied maakt onderdeel uit van deelgebied stedelijk wonen. Hiervoor gelde de volgende ambities.
Het project voldoet aan de gestelde ambities voor stedelijk wonen. In de verschillende deelparagrafen van hoofdstuk 7 is de ontwikkeling nader getoetst per milieuthema. 3.5
Conclusie Gezien het voorgaande vormen het rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
20
4
Natuur en landschap
4.1
Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN.
4.1.1 Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.
Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing is, en geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Heemtuinen Toelichting Vaststelling
21
3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: er geen andere bevredigende oplossing is, en indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Vlaardingen is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb).
Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.1.2 Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen den, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. 4.1.1 Natuurnetwerk Nederland en overige bos- en natuurgebieden Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan.
Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
22
4.2
Onderzoek
4.2.1 Soortenbescherming De ontwikkeling gaat samen met de sloop van de bestaande bebouwing en begroeiing. Deze activiteit kan effect hebben op beschermde planten- en diersoorten. Door onderzoeksbureau NWC is een ecologische quickscan uitgevoerd, welke is opgenomen als bijlage 7 bij deze toelichting. De belangrijkste resultaten zijn beschreven in deze paragraaf. Vleermuizen In de te slopen bebouwing bevinden zich een aantal openingen waar gebouwbewonende vleermuissoorten gebruik van kunnen maken. Daarnaast is de vegetatie rondom de sport-hal geschikt als vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. In 2020 is echter uit aanvullend vleermuisonderzoek gebleken dat er zich geen verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden binnen het plangebied en dat het gebied slechts in beperkte mate wordt gebruikt als vliegroute en foerageergebied. Deze gegevens zijn tot en met 2023 geldig. Wanneer de voorgenomen plannen na april 2023 uitgevoerd zullen worden, dient het vleermuisonderzoek geactualiseerd te worden volgens het dan geldende vleermuisprotocol. Vogels met een vaste verblijfplaats Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten of andere sporen van vogelsoorten met een vaste verblijfplaats of andere broedvogelsoorten aangetroffen in het plangebied. De aanwezige bebouwing is niet geschikt als vaste rust- en/of verblijfplaats voor de Huismus en de Gierzwaluw.
Het plangebied is geschikt als (onderdeel van de) functionele leefomgeving voor de Huismus, maar significante negatieve effecten op deze soort als gevolg van de voorgenomen plannen kunnen met voldoende zekerheid worden uitgesloten. De voorgenomen plannen zullen niet leiden tot verstoring en/of vernietiging van vaste nest- en rustplaatsen of essentiële functionele leefomgeving van vogelsoorten met een vaste verblijfplaats. Het is daarom niet nodig om aanvullend onderzoek uit te voeren. Vanuit de Wet natuurbescherming bestaan er, op de zorgplicht na, geen verdere verplichtingen ten aanzien van deze soortgroep. Grondgebonden zoogdieren Verschillende soorten marterachtigen kunnen worden verwacht in (de omgeving van) het plangebied. Het kan echter met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat het plan-gebied onderdeel uitmaakt van de essentiële functionele leefomgeving van deze soorten en/of dat er zich binnen het plangebied vaste verblijfplaatsen bevinden. De voorgenomen plannen zullen niet leiden tot verstoring en/of vernietiging van vaste verblijfplaatsen of essentiële functionele leefomgeving van strikt beschermde grondge-bonden zoogdieren. Het is niet nodig om aanvullend onderzoek uit te voeren naar deze soortgroep, en er bestaan vanuit de Wet natuurbescherming, op de zorgplicht na, geen verdere verplichtingen.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
23
4.2.2 Gebiedsbescherming Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. De notitie inclusief complete berekeningen is opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting. Rondom het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Voor de gebieden Oude Maas (circa 4,8 km afstand) en Haringvliet (circa 12,4 km afstand) geldt dat binnen deze gebieden geen stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn, zodat het onderzoek geen betrekking heeft op deze natuurgebieden. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn Solleveld & Kapittelduinen (circa 11,3 km afstand) en Voornes Duin (circa 17,6 km afstand). In deze notitie is de stikstofdepositie in de gebruiksfase voor het gebruik van de nieuwe woningen beschouwd. De aanlegfase hoeft niet langer beschouwd te worden. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000gebieden in de omgeving van het plan. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door het gebruik van de 183 woningen in het plan. 4.3
Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek naar beschermde flora en fauna kan worden gesteld dat negatieve effecten op beschermde planten- en diersoorten zijn uitgesloten. Uit de stikstofberekeningen blijkt dat er door het plan geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt binnen de Natura 2000gebieden. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit plan.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
24
5
Water
5.1
Kader Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet.
5.1.1 Europees en rijksbeleid Nationaal Waterplan Het 2e Nationaal Waterplan (NWP2) beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Het Nationaal Waterplan 20162021 is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen.
In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in de wetgeving en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn Water is opgesteld om de waterkwaliteit im Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden.
Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Heemtuinen Toelichting Vaststelling
25
5.1.2 Provinciaal beleid Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016 2021 In het Regionaal Waterplan wordt verwezen naar de Visie Ruimte en Mobiliteit, vastgesteld op 7 juli 2014. Provinciale staten van Zuid-Holland hebben echter op 20 februari 2019 nieuw beleid vastgesteld, namelijk het Omgevingsbeleid. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het waterbeleid komt op diverse plekken voor in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening zijn voor bestemmingsplannen in hoofdstuk 6 instructieregels opgenomen. Hier komen onder andere de Keur, legger en peilbesluit aan bod. Verder wordt in het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 verwezen naar de Voortgangsnota KRW en het Provinciaal Waterplan 2010 2015. Voortgangsnota KRW In de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021, vastgesteld op 14 oktober 2015, zijn de doelen en maatregelen voor waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater vastgelegd. Deze nota fungeert als een regionaal waterplan conform de Waterwet, voor het thema waterkwaliteit. Provinciaal Waterplan 2010 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 2015 blijft ongewijzigd van kracht. Dit heeft betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie.
5.1.3 Beleid waterbeheerder Keur Hoogheemraadschap van Delfland Voor werkzaamheden en activiteiten aan het water of aan waterkeringen geldt een aantal regels, zodat het hoogheemraadschap zijn taken goed kan uitoefenen. Deze regels zijn vastgelegd in een verordening, genaamd Delflands Algemene Keur. In deze Keur staan gedoogplichten, geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. In de Keur is geregeld dat kern- en beschermingszones voor waterkeringen (en watergangen) in acht dienen te worden genomen. Het komt erop neer dat binnen deze zones niets zonder meer gebouwd en opgeslagen mag worden, waarbij voor de kernzone een strenger regime (bouwen binnen de kernzone is niet toegestaan) geldt dan voor de aangrenzende beschermingszone. Deze bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast dan wel het onderhoud wordt gehinderd. De breedte en maatvoeringen Voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem, zoals bouwen binnen de kernof beschermingszone van een waterkering, dient bij het hoogheemraadschap ontheffing te worden aangevraagd op grond van de Keur (ex artikel 77 en 80 van de Waterschapswet). Voor eventuele lozingen op het oppervlaktewater dient toestemming verkregen te worden in het kader van de Waterwet. Ten slotte is in 2012 de Handreiking Watertoets vastgesteld.
Deze handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking bestaat uit een procesdeel en een inhoudelijk deel. In het procesdeel wordt ingegaan op het watertoetsproces voor ruimtelijke planvorming. Het inhoudelijk deel bevat de vertaling van het actuele beleid van Delfland in ruimtelijke zin.
Heemtuinen Toelichting Vaststelling
26
5.1.4 Beleid gemeente Randvoorwaarden/uitgangspunten Integraal Programma van Eisen In het programma van eisen zijn randvoorwaarden en uitgangspunten opgenomen voor wat betreft de waterhuishouding in het gebied. De volgende randvoorwaarden zijn beschreven: Aan de hand van het grondwaterbeleidsplan wordt gestreefd om nieuwbouw en de inrichting van de openbare ruimte zoveel mogelijk bestand te maken tegen de (geo)hydrologische situatie in Vlaardingen (zakkende polder met hoge grondwaterstanden) en de gevolgen van klimaatverandering (hevige neerslag, toename van kwel, droogte) en maaivelddaling. De ontwikkelende partij dient een onderbouwing voor het vloer- en bouwpeil aan te leveren. Het hemelwater dient zoveel mogelijk op eigen terrein vastgehouden te worden. Indien blijkt dat het verwerken van hemelwater op eigen terrein niet mogelijk of doelmatig is, dan dient het water zo veel mogelijk te worden vastgehouden en vervolgens middels een gescheiden stelsel of maaiveld vertraagd te worden afgevoerd naar het oppervlaktewater (Singel). Hierdoor wordt de riolering, het transportsysteem en de waterzuiveringssysteem ontlast. Daarnaast neemt de klimaatbestendigheid van het totale gebied toe. Uitgangspunten: De gemeente hanteert een streefwaarde voor de grondwaterstand onder maaiveld (de ontwateringsdiepte).
Er is sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien de representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) voor een gebied tijdens een periode van minstens drie aaneengesloten jaren hoger is dan de streefwaarde van 0,7 meter onder openbare ruimtes (of uit grondwateronderzoek blijkt dat dit het geval zal zijn). Als representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) geldt de meetwaarde die 10% van de tijd wordt overschreden. Er dient onderzocht te worden of het openbaar groen gecombineerd kan worden met waterberging. Afwatering kan plaatsvinden op de Singel. Voor de verkaveling van het plan dient de watersleutel van het Hoogheemraadschap Delfland te worden ingevuld. Dit is een vergelijking tussen de oude en nieuwe situatie voor wat betreft verhard en doorlaatbaar oppervlak. Uit deze watersleutel volgt een te compenseren aantal m2 wateroppervlak (en volume). Dit is sterk afhankelijk van de verkaveling, de benodigde verharding en evt. andere manieren van waterberging in het plan. Randvoorwaarde is dat het eventueel benodigde wateroppervlak binnen het plangebied wordt gerealiseerd, in overleg met de gemeente kan hier beargumenteerd van worden afgeweken. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 beschrijft hoe de gemeente Vlaardingen invulling geeft aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater.