Bijlagen
Tekst van het document
deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
14
4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN 4.1 Inleiding op de conclusie
4.4 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten/gebieden
Dit hoofdstuk bestaat uit twee belangrijke onderdelen, namelijk de conclusie (4.1) en de aanbevelingen
Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie
(4.2). Indien de conclusie aangeeft dat er een effect kan plaatsvinden op beschermde soorten, dan zijn
(mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.
er twee mogelijkheden om de voorgenomen ontwikkeling door te laten gaan, namelijk:
•
2.Er is een ontheffing of vergunning verleend voor de overtreding*. Indien een overtreding niet voorkomen kan worden door maatregelen te treffen, zal nader onderzoek worden geadviseerd om overtreding te voorkomen óf om daarmee ontheffing aan te kunnen vragen. Zowel de aanbevelingen als de maatregelen hebben een verplicht karakter.
Vleermuizen: zie Tabel 3 voor de soorten en functies. Dit onderzoek dient globaal plaats te vinden tussen half mei en half oktober volgens het vleermuisprotocol 2017. Er zijn onder andere
1.Er worden maatregelen getroffen die het negatieve effect opheffen.
• • •
veldbezoeken in het voorjaar (mei) en in het najaar (september) benodigd. Huismus: nesten en functionele leefomgeving. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden door het uitvoeren van minimaal twee veldbezoeken in de periode april t/m half mei. Kerkuil, ransuil en steenuil: nader onderzoek is niet nodig, indien aan de maatregelen beschreven in paragraaf 4.5. voldaan kan worden. Ekster. Dit onderzoek dient globaal plaats te vinden tussen maart en juli. Tijdens dit onderzoek
*Een ontheffing kan normaliter enkel verkregen worden indien er vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden volgens de geldende
wordt gekeken of de nesten in gebruik zijn. Als ze in gebruik zijn, wordt er in de omgeving gekeken
onderzoeksprotocollen. Of, indien er geen protocol beschikbaar is, na afstemming met het bevoegd gezag.
hoe de verspreiding van de ekster precies is in deze omgeving, om zo te kunnen bepalen wat de
•
4.2 Conclusie
impact is van het weghalen van de nesten. Er kan een broedvogelinspectie benodigd zijn (zie paragraaf 4.2.2).
De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag (zie paragraaf 1.2): Effecten op beschermde gebieden zijn uitgesloten, indien er buiten het broedseizoen van weidevogels
4.5 Maatregelen
gewerkt kan worden. Bij werkzaamheid 1 en 2 (zie paragraaf 2.2) kan overtreding plaatsvinden. Negatieve
Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de
effecten op beschermde soorten kunnen door maatregelen of vervolgonderzoek worden voorkomen. In
• •
paragraaf 4.3 wordt aangegeven hoe dit mogelijk is.
uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in: 4.5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10) en/of beschermde gebieden 4.5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11).
4.3 Aanbevelingen Als door het nemen van een maatregel een wetsovertreding niet kan voorkomen, wordt nader onderzoek
4.5.1 Maatregelen voor beschermde soorten en/of gebieden
geadviseerd, zie paragraaf 4.4. Indien met een maatregel een bepaalde wetsovertreding wel geheel kan
Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn
voorkomen, is deze opgenomen in paragraaf 4.5.
genomen en/of (indien aan de orde) een ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wel mogelijk
Algemene opmerking: In 4.1 is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de begrenzing van het projectgebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofdstuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 8.
zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 4.7. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest en belangrijke weidevogelgebieden Voorkom vernietiging van vogelnesten of een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Het vernietigen van nesten of het verstoren
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
15
van vogels kan enkel plaatsvinden als er daadwerkelijk broedgevallen aanwezig zijn op of rond de
Tabel 5: indicatieve broedperiode vogels zonder jaarrond beschermd nest per biotoop
projectlocatie. Een broedvogelinspectie geeft hier meer duidelijkheid over. In Tabel 4 zijn de verwachte
Aanwezige biotopen
Voorbeelden van vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn:
Indicatieve broedperiode (bron: sovon)
Afgesloten, open water en oever
meerkoet, wilde eend (in de oever), waterhoen
half februari t/m augustus
Intensief beheerd (gras)land
scholekster, graspieper
vestiging: vanaf half februari broeden: half maart t/m eind juli
Struweel
fitis, grasmus, heggenmus, tuinfluiter, kneu, braamsluiper
half februari t/m juli
Bomen of bos (niet lijnvormig)
tjiftjaf, pimpelmees, houtduif, winterkoning, roodborst, zwartkop
half februari t/m oktober
Lijnvormig, houtig element of
ekster, zwarte kraai, putter, groenling, vink, houtduif
half februari t/m oktober
Bebouwing
spreeuw, holenduif, kauw, zwarte roodstaart, turkse tortel, scholekster
half februari t/m oktober
Verharding algemeen
witte kwikstaart, zwarte roodstaart
half maart t/m juli
vogelsoorten benoemd. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. Maatregel 1: verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode. In Tabel 5 is per biotoop een indicatieve broedperiode opgenomen. Het is ook mogelijk om buiten de broedperiode te starten en door te gaan in het broedseizoen, met als voorwaarde dat de er voortdurende activiteit is en de werkzaamheden niet tijdelijk stil komen te liggen. Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden. Maatregel 2: laat voorafgaande aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog doorgang vinden. Let op: in de aangegeven broedperioden (Tabel 5) is er veelal wel een grote kans op het aantreffen van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is dus vooraf niet te geven. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart Vogelsoorten zoals witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen en broeden in stapels beton/tegels of bouwmateriaal. Als de soort tot broeden komt op het terrein is het nest beschermd en zal hier rekening mee gehouden moeten worden.
Maatregel: voorkom vestiging van deze soorten door in de broedperiode (globaal van half maart t/m eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het projectgebied. Of dek
bomenrij
4.5.2 Zorgplichtmaatregelen Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:
de bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil of doek.
Zoogdieren
Kerkuil, steenuil en ransuil
maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
Voorkom vestiging van de uilen door mogelijke broedplaatsen ongeschikt of ontoegankelijk te maken. Een ecoloog kan aanwijzen welke plekken geschikt zijn voor de uilen en hoe deze ongeschikt gemaakt kunnen worden. Maak de specifieke plekken zo spoedig mogelijk ongeschikt, maar uiterlijk binnen één week nadat de ecoloog heeft uitgelegd welke plekken ongeschikt gemaakt dienen te worden.
In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals huisspitsmuis, egel, haas en/of konijn. De volgende
• • •
Spaar rust- en schuilplekken, zoals holen (muizensoorten, egel en konijn) en legers (haas). Zorg dat er voldoende dekking van bosschages aanwezig blijft voor de egel en diverse muizensoorten. Plant bij voorkeur nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt. Ondanks zorgvuldig handelen is verstoring van vooral fauna niet altijd te vermijden. Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een goede vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke locatie , zoals een woonwijk naar een rustige locatie,
•
zoals het buitengebied. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk niet tussen zonsondergang en zonsopkomst.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
16
•
Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de
>4. Indien uit het totale vervolgonderzoek blijkt dat er geen beschermde functies van beschermde
projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals
soorten aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden zonder verdere beperking doorgang vinden. Wel
bosschages en ruigtes.
dient altijd de zorgplicht in acht genomen te worden (zie 4.5.2) voor zo ver aan de orde.
Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn, dient een nadere effectbeoordeling plaats te vinden.
Indien er wel beschermde functies aangetroffen en effecten niet te voorkomen zijn, zal een ontheffing of vergunning aangevraagd moeten worden om de ontwikkeling doorgang te laten vinden.
Amfibieën In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals bruine kikker, bastaardkikker, meerkikker,
4.7 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies?
gewone pad en kleine watersalamander. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden
De adviezen in deze ecologische quickscan zijn opgesteld om te werken volgens de geldende
met deze soorten:
natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de geplande ontwikkeling zoals aangeleverd door de
• •
Spaar rust- en schuilplekken, zoals takkenhopen, boomstammetjes, losliggende stenen en/of
opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat
boomstronken met holtes.
het projectgebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook
Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek
het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te
buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt.
4.6 Wat betekent de conclusie nu voor uw project? Er is vervolgonderzoek (4.4) geadviseerd of er zijn maatregelen (4.5) opgenomen. Dit betekent dat nog
Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in
niet gestart kan worden met de werkzaamheden tot het vervolgonderzoek is afgerond en de maatregelen
de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd
zijn gerealiseerd. Anders zal mogelijk overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvinden.
onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde
Concreet adviseren wij de volgende stappen te nemen:
planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een
>1.Beoordeel of alle maatregelen in 4.5.1 en 4.5.2 genomen kunnen worden. Zo ja, dan zijn er voor deze
ontheffing benodigd en dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een ecologisch
soort(groep)en geen vervolgacties benodigd. Zo nee, treed dan in overleg met een adviseur (zie colofon)
deskundig persoon met kennis van de betreffende soorten.
en zie stap 2. >2.Vraag zo spoedig mogelijk een offerte aan voor het vervolgonderzoek genoemd in 4.4. Eventueel
Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in deze quickscan benoemd zijn, dient
aangevuld met maatregelen benoemd in 4.5.1 of 4.5.2. Let op: de capaciteit voor vleermuisonderzoek
direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.
is landelijk zeer beperkt door het gebrek aan deskundige onderzoekers en het vele onderzoek. Wij adviseren om niet te wachten met het aanvragen van een offerte, maar dit direct in gang te zetten. >3. Indien er tijdsdruk is van een planningsdeadline die gehaald dient te worden, kan beoordeeld worden of het mogelijk is om te starten met voorbereidende werkzaamheden of te werken in een gedeelte van het projectgebied. Als dit gewenst is, dient contact opgenomen te worden met een adviseur (zie colofon). Deze vervolgvraag maakt geen onderdeel uit van deze quickscan.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
17
5. BOVENWETTELIJKE MAATREGELEN Deze ecologische quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het rapport wordt dus geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk beschermd zijn. Maar ook niet beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast zijn er vaak ecologische of landschappelijke kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook niet beschermde natuurwaarden en ecologische kansen te benoemen. 5.1 Aanwezige niet beschermde natuur- en/of landschapswaarden Binnen het projectgebied zijn de volgende niet beschermde natuur- en landschapswaarden aangetroffen:
• •
Het struweel en de bomen op het terrein bieden broedplaatsen voor vogels zonder jaarrond nest. Oeverzones: deze zones kunnen dienen als nestplaats voor verschillende soorten watervogels. Ook zijn deze zones belangrijk voor waterfauna zoals amfibieën, weekdieren en vissen.
5.2 Ecologische en/of landschappelijke kansen Binnen het projectgebied zijn de volgende ecologische en/of landschappelijke kansen aanwezig:
•
In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuw te bouwen woning voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer
•
Denk aan de huismus en plaats een vogelschroot ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden. Via Stichting de witte mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een goedwerkend model. Mussenflats
•
5.3 Aanbevelingen bovenwettelijke maatregelen
informatie beschikbaar ter inspiratie.
(te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt. In de omgeving komen boerenzwaluwen voor. De boerenzwaluw metselt zelf een nest van klei of leem. Deze grondstof is vaak een limiterende factor. Door het aanleggen van een kleiplaats en/of een
Wij stellen voor om de volgende aanbevelingen uit te voeren:
•
gaan. Herstel of opnieuw ontwikkelen van natuurwaarden is veelal lastiger
•
Kunstnesten zijn half open kommetjes die in een stal of schuur in een donkere hoek op een plankje
•
dan een goede inpasbare oplossing zoeken. Realiseer de aangegeven ecologische- en/of landschappelijke kansen om het projectgebied aantrekkelijker te maken voor flora en fauna.
kunstnest krijgt de boerenzwaluw meer kans om zich te vestigen. Door kleiplaatsen aan te leggen geven we deze ‘metselaar’ de kans om zijn vermogen om zelf te kunnen metselen niet te verliezen.
Zorg dat de aanwezige natuur- en/of landschapswaarden niet verloren
Dit versterkt de algemene omgevingskwaliteit.
•
Raadpleeg de 'Checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden bij nieuwbouw of renovatie. Daarnaast staat
of balk kunnen worden bevestigd. De zwaluwen werken het nest zelf verder af. Het nest moet dag en
er op de website van het RVO ook veel informatie over natuurinclusief
nacht bereikbaar zijn en de aanwezigheid van klei of leem is een vereiste (zwaluwen.info, 2018) .
bouwen.
Plant in het nieuwe project inheemse planten. Dit is goed voor de biodiversiteit. Voor meer informatie over welke inheemse planten geschikt zijn, kunt u deze folder bekijken.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
18
BRONVERMELDING
•
Dijkstra (2018s). Naakte lathyrus
•
Ravon (z.d.j). Adder
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.b). Buizerd
•
Dijkstra (2018t). Ruw parelzaad
•
Ravon (z.d.k). Gladde slang
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.c). Havik
Boeken
•
Dijkstra (2018u). Schubvaren
•
Ravon (z.d.l). Hazelworm
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.d). Wespendief
•
Dijkstra (2018v). Smalle raai
•
Ravon (z.d.m). Levendbarende hagedis
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.e). Zwarte wouw
•
Dijkstra (2018w). Stijve wolfsmelk
•
Ravon (z.d.n). Muurhagedis
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.f). Gierzwaluw
•
Dijkstra (2018x). Wilde ridderspoor
•
Ravon (z.d.o). Ringslang
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.g). Grote gele
•
Dijkstra (2018y). Wolfskers
•
Ravon (z.d.p). Zandhagedis
•
Dijkstra (2018z). Zandwolfsmelk
•
Ravon (z.d.q). Beekprik
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.h). Huismus
•
EIS Kenniscentrum Insecten (2012). Nieuwe vindplaatsen
•
Ravon (z.d.r). Elrits
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.i). Kerkuil
van de strikt beschermde vermiljoenkever.
•
Ravon (z.d.s). Gestippelde alver
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.j). Ransuil
EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde
•
Ravon (z.d.t). Grote modderkruiper
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.k). Steenuil
vermiljoenkever duikt op in Gelderland.
•
Ravon z.d.u). Kwabaal
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.l). Oeverzwaluw
Huijbrechts, H. (2002). Het vliegend hert - Een
•
Rivierkreeften.be (z.d.) Europese rivierkreeft (Astacus
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.m). Ooievaar
astacus).
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.n). Roek
• •
Chinery, M. (2010). Nieuwe insecten gids (5e druk). Utrecht: Vbk Media. Siebel, H. & H. During (2006). Beknopte mosflora van Nederland en België. Utrecht: KNNV Uitgeverij.
Internetpagina’s en online documenten •
BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone •
dwergvleermuis. •
BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus.
•
BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gierzwaluw.
•
BIJ12 (2017d). Kennisdocument Rugstreeppad Bufo
•
bureaustudie.
kwikstaart
calamita.
•
IUCNredlist (2017). Tursiops truncatus.
•
Stichting Anemoon (z.d.). Zeggekorfslak.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.o). Slechtvalk
•
BIJ12 (2017e). Kennisdocument Buizerd Buteo buteo.
•
IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.
•
Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.p). Sperwer
•
Bouwens, Sander (2017). Handreiking kleine marters
•
Ministerie van Economische Zaken (2017).
•
RVO (2017). Natuurkalender voor broedvogels.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.q). Ekster
Effectenindicator.
•
Verspreidingsatlas (2019). Noordzeehouting
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.r). Eidereend
Ministerie van Economische Zaken (2015). Ecologie
•
Vleermuis.net (2018). Pagina bescherming en pagina
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.s). Brilduiker
ruige dwergvleermuis.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.t). Draaihals
in relatie tot soortbescherming. •
•
BWLG (2007). Tonghaarmuts.
•
Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland:
bataafse stroommossel. •
een eerste inhaalslag. •
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
•
Vlinderstichting (z.d.a). Beekrombout
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.u). Ruigpootuil
(2018). PAS-gebieden.
•
Vlinderstichting (z.d.b). Gevlekte glanslibel
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.v). Tapuit
NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale
•
Vlinderstichting (z.d.c). Gevlekte witsnuitlibel
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.w). Zwarte specht
Databank Flora en Fauna.
•
Vlinderstichting (z.d.d). Groene glazenmaker
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.xxx).
Netwerk Groene Bureaus (2017a). Vleermuisprotocol
•
Vlinderstichting (z.d.e). Kempense heidelibel
2017.
•
Vlinderstichting (z.d.f). Noordse winterjuffer
•
Zoogdiervereniging (z.d.b). Startpagina boommarter
Netwerk Groene Bureaus (2017b).
•
Vlinderstichting (z.d.g). Rivierrombout
•
Zoogdiervereniging (z.d.c). Startpagina bunzing
Soortinventarisatieprotocollen.
•
Vlinderstichting (z.d.h). Sierlijke witsnuitlibel
•
Zoogdiervereniging (z.d.d). Startpagina das
Ottburg, F.G.W.A. & Roessink, I. (2012). Europese
•
Vlinderstichting (z.d.i). Aardbeivlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.e). Startpagina eekhoorn
rivierkreeften in Nederland.
•
Vlinderstichting (z.d.j). Bruine eikenpage
•
Zoogdiervereniging (z.d.f). Startpagina gewone zeehond
Provincie Zuid-Holland (2018). Geodataviewer
•
Vlinderstichting (z.d.k). Duinparelmoervlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.g). Startpagina hermelijn
Natuurnetwerk Nederland.
•
Vlinderstichting (z.d.l). Grote parelmoervlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.h). Startpagina noordse
•
Dijkstra (2018a). Akkerdoornzaad
•
Dijkstra (2018b). Akkerogentroost
•
Dijkstra (2018a1). Blaasvaren
•
Dijkstra (2018c). Blauw Guichelheil
•
Dijkstra (2018d). Brede wolfsmelk
•
Dijkstra (2018e). Dreps
•
Dijkstra (2018f). Drijvende waterweegbree
•
Dijkstra (2018g). Echte gamander
•
Dijkstra (2018h). Glad biggenkruid
•
Dijkstra (2018i). Grote leeuwenklauw
•
Dijkstra (2018j). Groenknolorchis
•
Ravon (z.d.a). Alpenwatersalamander.
•
Vlinderstichting (z.d.m). Grote vos
•
Dijkstra (2018k). Groot spiegelklokje
•
Ravon (z.d.b). Boomkikker.
•
Vlinderstichting (z.d.n). Grote weerschijnvlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.i). Startpagina otter
•
Dijkstra (2018l). Karthuizer anjer
•
Ravon (z.d.c). Heikikker.
•
Vlinderstichting (z.d.o). Iepenpage
•
Zoogdiervereniging (z.d.j). Startpagina steenmarter
•
Dijkstra (2018m). Kleine wolfsmelk
•
Ravon (z.d.d). Kamsalamander
•
Vlinderstichting (z.d.p). Kommavlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.k). Startpagina tuimelaar
•
Dijkstra (2018n). Kluwenklokje
•
Ravon (z.d.e) Knoflookpad
•
Vlinderstichting (z.d.q). Kleine ijsvogelvlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.l). Startpagina waterspitsmuis
•
Dijkstra (2018o). Knolspirea
•
Ravon (z.d.f). Poelkikker
•
Vlinderstichting (z.d.r). Sleedoornpage
•
Zoogdiervereniging (z.d.m). Startpagina wezel
•
Dijkstra (2018p). Korensla
•
Ravon (z.d.g). Rugstreeppad
•
Vlinderstichting (z.d.s). Teunisbloempijlstaart
•
Zwaluwen.info (2018). Nestgelegenheid voor
•
Dijkstra (2018q). Kruipendmoerasscherm
•
Ravon (z.d.h). Vinpootsalamander
•
Vlinderstichting (z.d.t). Zilveren maan
•
Dijkstra (2018r). Muurbloem
•
Ravon (z.d.i). Vroedmeesterpad
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.a). Boomvalk
• • • •
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina bever
woelmuis
Boerenzwaluwen.
19
BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming (Wnb)
Verbodsartikel
Lid
Toelichting
3.1 Vogelrichtlijn
Lid 1
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
In de Wet natuurbescherming zijn meerdere oude wetten samengevoegd. Relevant
zijn
de
samenvoegingen
van
de
Lid 2
Natuurbeschermingwet
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
1998 die over beschermde gebieden gaat, de Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die
Lid 3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
over de bescherming van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan
Lid 4
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Lid 5
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van
niet aangepast overgenomen in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in een ecologische quickscan aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast is weergegeven waar wij aan toetsen.
instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 3.5 Habitatrichtlijn
Lid 1
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te
Soortbescherming
vangen.
De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet
Lid 2
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
Lid 3
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Lid 4
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen
Lid 5
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag
neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden
van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te
en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend
vernielen.
door het bevoegd gezag. In de tabel hiernaast is weergegeven op welke
Artikel 3.10 andere
beschermingsregimes welke verboden van toepassing zijn.
soorten
Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten zijn in Bijlage 3 weergegeven.
Lid 1
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Omgevingswet Het kabinet heeft besloten dat de natuurbeschermingsregels overgaan
De bron van de wet is hier te vinden.
in het stelsel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet natuur voorziet in deze wijzigingen van de Omgevingswet, zodat die wet straks over de nodige bevoegdheden en instrumenten beschikt om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. Vermoedelijk zal de wet in 2021 in werking treden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
20
Beschermde nesten
Beschermde gebieden
*Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de
In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-
soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn
gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2
jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4 en de nesten van soorten in
verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de
categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.
instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of
• • • • •
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn
de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen
als vaste rust- en verblijfplaats.
hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer
Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect
honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats
kunnen hebben op het gebied (externe werking).
zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen
nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat
natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
De soorten die beschermd zijn staan in Bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen.
In het Natuurnetwerk Nederland liggen:
• • • • •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en
Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere
bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt
nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
uitgewerkt in bestemmingsplannen, conform de Wet Ruimtelijke Ordening.
Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
21
Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Wij beoordelen ook eventuele effecten op beschermde beleidsgebieden. Zuid-Holland: strategische reservering natuur en belangrijke weidevogelgebieden Het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de ‘Strategische reservering natuur’ genoemd. Het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden ‘Belangrijke weidevogelgebieden’ genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f.
uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
22
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN
Nederlandse naam
Categorie
SvI* (als broedvogel)
Nederlandse naam
Categorie
SvI (als broedvogel)
Steenuil
1
matig ongunstig
Gekraagde roodstaart
5
matig ongunstig
Gierzwaluw
2
gunstig
Glanskop
5
matig ongunstig
gekoppeld, namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10
Huismus
2
matig ongunstig
Grauwe vliegenvanger
5
matig ongunstig
andere soorten.
Roek
2
matig ongunstig
Groene specht
5
gunstig
Grote gele kwikstaart
3
gunstig
Grote bonte specht
5
gunstig
Kerkuil
3
gunstig
Hop
5
artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek
Oehoe
3
gunstig
onbekend, vermoedelijk ongunstig
benoemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de
Huiszwaluw
5
matig ongunstig
Ooievaar
3
gunstig
IJsvogel
5
gunstig
Slechtvalk
3
gunstig
Kleine bonte specht
5
gunstig
Boomvalk
4
matig ongunstig
Kleine vliegenvanger
5
Buizerd
4
gunstig
onbekend, vermoedelijk geen broedvogel
Havik
4
gunstig
Koolmees
5
gunstig
Kortsnavelboomkruiper
5
gunstig
Oeverzwaluw
5
gunstig
Pimpelmees
5
gunstig
Raaf
5
gunstig
Ruigpootuil
5
onbekend, vermoedelijk geen vaste broedvogel
Spreeuw
5
matig ongunstig
Tapuit
5
zeer ongunstig
Torenvalk
5
matig ongunstig
Zeearend
5
gunstig
Zwarte kraai
5
gunstig
Zwarte mees
5
matig ongunstig
Zwarte roodstaart
5
gunstig
Zwarte specht
5
matig ongunstig
Tabellen Wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten
Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in
vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.
Legenda tabel Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil)
Ransuil
4
zeer ongunstig
Sperwer
4
gunstig
kolonie)
Wespendief
4
gunstig
Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest
Zwarte wouw
4
onbekend, vermoedelijk gunstig
Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen
Categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Enkel beschermd bij zwaarwegende ecologische redenen, zoals een zeer
Blauwe reiger
5
matig ongunstig
ongunstige SvI (zie tekst onder kader).
Boerenzwaluw
5
gunstig
Bonte vliegenvanger
5
gunstig
Boomklever
5
gunstig
Boomkruiper
5
gunstig
Bosuil
5
gunstig
toekomstperspectief.
Brilduiker
5
zeer ongunstig
De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie,
Draaihals
5
zeer ongunstig
Eidereend
5
zeer ongunstig
Ekster
5
zeer ongunstig (in het buitengebied)
*SvI: Staat van Instandhouding De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b) ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)
leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.
Vetgedrukte soorten (uit cat. 5) hebben een zeer ongunstige staat van instandhouding en hebben daarom een zwaarwegende ecologische reden om als jaarrond beschermd aangemerkt te worden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
23
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)
Nederlandse naam
Categorie
SvI
Nederlandse naam
Categorie
SvI
Bijeneter
4
onbekend, vermoedelijk gunstig
Blauwe reiger
4
matig ongunstig
Buizerd
4
gunstig
Draaihals
4
zeer ongunstig
Grauwe klauwier
4
gunstig
Grutto
4
matig ongunstig
IJsvogel
4
gunstig
Boerenzwaluw
2
gunstig
Boomvalk
3
matig ongunstig
Bosuil
2
gunstig
Gierzwaluw
2
gunstig
Grote gele kwikstaart
2
gunstig
Legenda tabel
Havik
3
gunstig
Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten
Huismus
2
matig ongunstig
Huiszwaluw
2
matig ongunstig
een specifiek nest
Kerkuil
1
gunstig
Categorie 4: Vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar
Oehoe
1
gunstig
voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig
Ooievaar
2
gunstig
Raaf
3
gunstig
Ransuil
3
zeer ongunstig
Rode wouw
3
matig ongunstig
Roek
1
matig ongunstig
De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b)
Slechtvalk
2
gunstig
ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)
Steenuil
1
matig ongunstig
Torenvalk
3
matig ongunstig
Wespendief
3
gunstig
Zwarte wouw
3
onbekend, vermoedelijk gunstig
Limburg: vogels met een jaarrond beschermd nest Vogels met jaarrond beschermde nesten conform provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg.
Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar
kwetsbaar dat functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag komen.
*SvI: Staat van Instandhouding
toekomstperspectief. De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie, leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.
Kramsvogel
4
zeer ongunstig
Kwartelkoning
4
zeer ongunstig
Oeverzwaluw
4
gunstig
Paapje
4
zeer ongunstig
Ringmus
4
zeer ongunstig
Roerdomp
4
zeer ongunstig
Sperwer
4
gunstig
Spotvogel
4
matig ongunstig
Visdief
4
zeer ongunstig
Wulp
4
matig ongunstig
Zomertortel
4
zeer ongunstig
Zwarte specht
4
matig ongunstig
Vetgedrukte soorten zijn specifiek in Limburg beschermd.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
24
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Apollovlinder
Gestreepte dolfijn
Heikikker
Noordse vinvis
Tijmblauwtje
Bataafse stroommossel
Gestreepte waterroofkever
Heldenbok
Noordse vleermuis
Tuimelaar
Bechsteins vleermuis
Gevlekte witsnuitlibel
Hille
Noordse winterjuffer
Tweekleurige vleermuis
Bever
Gewone baardvleermuis
Houting
Noordse woelmuis
Vale vleermuis
Boomkikker
Gewone dolfijn
Ingekorven vleermuis
Oostelijke witsnuitlibel
Vermiljoenkever
Bosvleermuis
Gewone dwergvleermuis
Juchtleerkever
Orca
Vroedmeesterpad
Boszandoog
Gewone grootoorvleermuis
Kamsalamander
Otter
Walrus
geldt volgens de wettekst artikel 3.5 ook de verbodsbepalingen en het
Brandts vleermuis
Gewone spitsdolfijn
Kemps’ zeeschildpad
Pimpernelblauwtje
Watervleermuis
beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. De MvT van de wet gaf juist
Brede geelrandwaterroofkever
Gewone vinvis
Kleine dwergvleermuis*
Platte schijfhoren
Wilde kat*
Bronslibel
Gladde slang
Kleine hoefijzerneus
Poelkikker
Witflankdolfijn
Bruinvis
Griend
Kleine zwaardwalvis
Potvis
Witsnuitdolfijn
genoemd in Bijlage II van de Conventie van Bern en Bijlage I Conventie
Bultrug
Grijze dolfin
Knoflookpad
Rivierrombout
Witte dolfijn
van Bonn conform art. 3.5 waren beschermd of niet. Onlangs, op 1 juli
Dikkopschildpad
Grijze grootoorvleermuis
Kruipend moerasscherm
Rosse vleermuis
Wolf*
Donker pimpernelblauwtje
Groene glazenmaker
Laatvlieger
Rugstreeppad
Zandhagedis
Drijvende waterweegbree
Groenknolorchis
Lederschildpad
Ruige dwergvleermuis
Zilverstreephooibeestje
Dwergpotvis
Grote hoefijzerneus
Lynx
Sierlijke witsnuitlibel
Zomerschroeforchis
Dwergvinvis
Grote rosse vleermuis
Meervleermuis
Soepschildpad
Oeveraas**
Franjestaart
Grote vuurvlinder
Mopsvleermuis
Spitsdolfijn van Gray
Walrus**
Gaffellibel
Hamster
Muurhagedis
Steur
Geelbuikvuurpad
Hazelmuis
Narwal
Teunisbloempijlstaart
Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten: Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Vogels vallen echter niet* onder artikel 3.5. * In de officiële wettekst, gepubliceerd in het Staatsblad op 19 januari 2016, is in artikel 3.5 verwezen naar de Conventie van Bern, Bijlage I en II en de Conventie van Bonn, Bijlage I. Met betrekking tot de in Bijlage II Conventie van Bern en Bijlage I Conventie van Bonn genoemde vogelsoorten,
aan dat de Vogelrichtijn de rechtsbasis vormt en dat de bescherming van vogels is geregeld in de Vogelrichtlijn, dat is uitgewerkt in art. 3.1. Er is lang verwarring geweest bij de verschillende bevoegde gezagen of de vogels
2018, is echter een verzamelwet inwerking getreden waarin is aangegeven dat art. 3.5 niet van toepassing is op soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
*= niet opgenomen in Bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV. ** = niet genoemd in Bijlage 3 Memorie van Toelichting: Tabel I, staat wel in Bijlage II van de Conventie van Bern.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
25
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG) Artikel 3.10 Andere soorten Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In Bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden. Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Aardbeivlinder
Bruine kikker
Gewone bosspitsmuis
Karthuizeranjer
Naaldenkervel
Veenbesblauwtje
Molmuis
Aardmuis
Bruinrode wespenorchis
Gewone bronlibel
Karwijselie
Ondergrondse woelmuis
Veenbesparelmoervlinder
Oeveraas
Adder
Bunzing
Gewone pad
Kempense heidelibel
Pijlscheefkelk
Veenbloembies
Mercuurwaterjuffer
Akkerboterbloem
Damhert
Gewone zeehond
Kleine ereprijs
Pimpernelblauwtje
Veenhooibeestje
Akkerdoornzaad
Das
Glad biggenkruid
Kleine heivlinder
Ree
Veldmuis
Akkerogentroost
Dennenorchis
Gladde zegge
Kleine ijsvogelvlinder
Ringslang
Veldparelmoervlinder
Alpenwatersalamander
Donker pimpernelblauwtje
Grijze zeehond
Kleine Schorseneer
Roggelelie
Veldspitsmuis
Beekdonderpad
Donkere waterjuffer
Groene nachtorchis
Kleine watersalamander
Rood peperboompje
Vinpootsalamander
Beekkrombout
Dreps
Groensteel
Kleine wolfsmelk
Rosse woelmuis
Vliegend hert
Beekprik
Duinparelmoervlinder
Groot spiegelklokje
Kluwenklokje
Rozenkransje
Vliegenorchis
Beklierde ogentroost
Dwergmuis
Grote bosaardbei
Knollathyrus
Ruw parelzaad
Vos
Berggamander
Dwergspitsmuis
Grote bosmuis
Knolspirea
Scherpkruid
Vroege ereprijs
Bergnachtorchis
Echte gamander
Grote leeuwenklauw
Kommavlinder
Schubvaren
Vuursalamander
Blaasvaren
Edelhert
Grote modderkruiper
Konijn
Schubzegge
Waterspitsmuis
Blauw guichelheil
Eekhoorn
Grote parelmoervlinder
Korensla
Sleedoornpage
Wezel
Bokkenorchis
Egel
Grote vos
Kranskarwij
Smalle raai
Wild zwijn
Boommarter
Eikelmuis
Grote vuurvlinder
Kruiptijm
Speerwaterjuffer
Wilde averuit
Bosbeekjuffer
Elrits
Grote weerschijnvlinder
Kwabaal
Spiegeldikkopje
Wilde ridderspoor
Bosboterbloem
Europese rivierkreeft
Haas
Lange zonnedauw
Spits havikskruid
Wilde weit
Bosdravik
Franjegentiaan
Hazelworm
Levendbarende hagedis
Steenbraam
Woelrat
Bosmuis
Geelgroene wespenorchis
Hermelijn
Liggende ereprijs
Steenmarter
Wolfskers
Bosparelmoervlinder
Gentiaanblauwtje
Honingorchis
Meerkikker
Stijve wolfsmelk
Zandwolfsmelk
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
26
Groningen
Drenthe
Overijssel
Gelderland
Utrecht
N-Holland
Z-Holland
Flevoland
Zeeland
N- Brabant
Limburg
Soort / Provincie
Friesland
BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN
hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die
Aardmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
worden verricht in verband met:
Bastaardkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bruine kikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader
Bunzing
x
x
x
x
x
x
x
x
x
van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen,
Dwergmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken,
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
bosbouw;
Hermelijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
d. bestendig gebruik.
Huisspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ondergrondse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
x
Tweekleurige bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten
a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting;
oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of
Deze vrijstelling geldt dus niet voor (eenmalige) activiteiten, zoals evenementen of (sport)wedstrijden.
Wild zwijn
x
x
x x
Woelrat
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Meerkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
27
CONCEPT
BIJLAGE 4 - KAART TOEKOMSTIGE SITUATIE (CONCEPTVERSIE)
1.
2.
HOOFDGEBOUW RENOVEREN + DE REST SLOPEN
KAVELS INVULLEN MET BOERDERIJ OPSTELLING MET EEN BINNENHOF
Springende
uu
M
ka p
ET
uu
r
' EN W EB OU
'BO E
Interpretatie van de
M
sch
uu
ET
boerderij opstelling
RI J DE
ho
ka p
ge bo ofd
ofd ho
r
uw
sch
uu
BI JG
r
HET HOF
ge bo
uw
sch
RD ER IJ
JG E BI
r uu sch
ET RI JM RD E
HET HOF
BO E
sch
uw ge bo ofd ho
BO U
W O O
W EN
N
HU I
HET HOF
r
BI JG EB OU W
S
EN
'
sch
uu
r
sch
uu
r
indeling
'BO
ER
Woonhuis te slopen
Gerenoveerde Hoofdgebouw
boerderij
Figuur: kaart toekomstige situatie zoals aangeleverd door de opdrachtgever Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
28
BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS Hieronder is de ingevulde vragenlijst weergegeven die door de opdrachtgever is ingevuld.
2.Vragen over de voorgenomen ontwikkeling Vul het formulier zo uitgebreid mogelijk in. Gebruik gerust meer ruimte in het vak als dat nodig is voor een goede onderbouwing.
Formulier ingevuld door: dhr. van Damme op datum: 07-02-2019 1.Waaruit bestaan de werkzaamheden precies? Graag volledig en zo specifiek als mogelijk benoemen. Antwoord: Bestaande opstallen worden gesloopt waarna er woningbouw op de kavels wordt geplaatst. Het gaat om 7 vrijstaande woningen inclusief ontsluiting (verhard terrein). (let op, in het ontwerpboek komen jullie op p16 tegen dat er ook een deel water wordt teruggebracht in het landschap, dit is niet het geval, dit gaat niet door, alleen de woningen) 2.Wat is de planning van de voorgenomen ontwikkeling? Graag zo specifiek mogelijk benoemen, zoals: wanneer vinden welke werkzaamheden plaats, wanneer start de voorbereiding in het veld, waar vindt de eventuele opslag van materialen plaats, welke rij- en werkroutes zijn er? Antwoord: Onbekend, na jullie onderzoek word het nieuwe bestemmingsplan geschreven en deze moet door de gemeente gekeurd worden (tijdsduur niet te voorspellen). Dan wordt het ontwerp verder uitgewerkt (tijdsduur nog niet te voorspellen) en daarna wordt de omgevingsvergunning aangevraagd (duur vergunningsprocedure 6 maanden) in de ideale situatie kunnen we daarna met de bouw starten. Opslag materiaal en aanrijroute zijn ook nog niet te zeggen, dit bepaalt de aannemer maar dat duurt nog wel even voordat die in beeld komt.
3.Ontstaan er trillingen tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling? Zo ja, zijn dit naar verwachting zware trillingen (>10 meter of trillingen buiten de grens van het projectgebied)? Antwoord: Nee, uitgangspunt van de fundering is op staal (d.w.z. geen palen de grond in slaan) 4.Wordt er gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst? Denk hierbij ook aan de korte daglengte in de winter. Antwoord: Ja, ’s winters start bouw 07:00 Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
29
BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS (VERVOLG)
5.Wordt er (extra) licht geplaatst tijdens de uitvoeringsfase of in de gebruiksfase? Antwoord: Ja tijdens uitvoering en in gebruik zal er ook meer licht aanwezig zijn 6.Worden er harde, lage of hoge geluiden verwacht tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling? Antwoord: Geluiden van bijvoorbeeld timmerwerk en machines zullen plaatsvinden 7.Wordt er (grond)water onttrokken of water opgespoten? Antwoord: Nee 8. Wordt er in het water gewerkt en/of in de oeverzone? Antwoord: Nee, de percelen grenzen aan een sloot maar hier zal niet in gewerkt worden 9. Kunnen er zanddepots ontstaan tijdens de werkzaamheden? Antwoord: Nee, uitgegraven grond wordt direct verwerkt 10. Het projectgebied (inclusief gebouwen en stallen e.d.) moet geheel geïnspecteerd kunnen worden voor een correcte beoordeling. Moeten wij voorafgaand aan het veldbezoek contact opnemen voor toegang? Zo ja, met wie en op welk telefoonnummer? Antwoord: Met mij, dan zorgen wij dat het terrein toegankelijk is in samenspraak met de grondeigenaar, graag wel tijdig van tevoren
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
30
BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS (VERVOLG)
11. Het veldbezoek kunnen wij zonder begeleiding uitvoeren, indien toegankelijk. Als het wenselijk is, kan er wel iemand bij aanwezig zijn. Bijvoorbeeld om een toelichting te geven op het plan. Wil je bij het veldbezoek aanwezig zijn? Antwoord: Er zal waarschijnlijk wel iemand bij aanwezig zijn ja, contact kan via mij verlopen.
12. Zijn er nog risico’s aanwezig waar wij rekening mee moeten houden? Denk bijvoorbeeld aan gevaren in het projectgebied, zoals een stier in het land, een gebouw dat (deels) op instorten staat of een open put. Antwoord: Er zijn geen bekende risico’s aanwezig 13. Is er al informatie bekend over beschermde dieren/planten of beschermde gebieden op de projectlocatie? Of heb je zelf wel eens relevante natuurwaarnemingen gedaan? Antwoord: Niet bekend 14. Wij zijn voorstander van openbare informatie. De opdrachtgever is echter de eigenaar van de rapportage (en de inhoud). Het is dus aan jou of wij deze informatie mogen delen met derden. Mogen wij het rapport na oplevering en goedkeuring delen met derden? Antwoord: Nee 15.Is er een bouwtekening van het gebouw aanwezig (indien relevant)? En zijn er andere technische tekeningen die relevant zijn? Kun je deze meesturen? Antwoord: Pagina 10 in de pdf van het ontwerpboek ,verder is alle overige beschikbare info daar te vinden
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
31
BIJLAGE 6 - EFFECTENINDICATOR
De effectenindicator (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is ingevuld voor Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ en voor werkzaamheid ‘Woningbouw’.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
32
BIJLAGE 7 - CV’S BETROKKEN ECOLOGEN Nick Kroese, BSc
Bianca Wijnoltz, MSc
Functie: kwaliteitscontroleur
Functie: veldecoloog en projectleider in opleiding
Relevante opleidingen:
Relevante opleidingen:
- hbo Bos- en natuurbeheer aan Van Hall Larenstein
- wo master Biology aan de Universiteit Wageningen, met
met specialisatie natuur- en landschapstechniek. - mbo-4 Bos- en natuurbeheer aan het Wellantcollege te Gouda.
- wo bachelor Biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen met dubbele specialisatie mariene biologie en ecologie & evolutie.
Ervaring: Nick is sinds 2014 in dienst bij Habitus. Hij voert al sinds 2009 quickscans uit en heeft daardoor ruime ervaring opgedaan met deze dienst. Ook verricht hij al sinds 2009 soortgerichte onderzoeken
specialisatie conservation and systems ecology.
en
fauna-inventarisaties.
Zijn
persoonlijke
aandachtsgroepen zijn planten, libellen, weekdieren en kevers. Van de volgende soortgroepen heeft hij bewezen over voldoende kennis te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit te voeren en deze van anderen te beoordelen: grondgebonden zoogdieren, zeezoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vlinders, libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen. Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Nick doet? Zie
Bianca is sinds juni 2018 in opleiding bij Habitus. Sinds 2018 verricht zij quickscans onder begeleiding van Amber Heitman en Nick Kroese. Tijdens haar opleidingen heeft zij een brede kennis opgedaan over terrestische, aquatische en mariene ecologie Ook heeft ze ervaring met invasieve, en terrestrische landplanten. Ze heeft onder andere interesse in zeezoogdieren en landzoogdieren. Van zeezoogdieren, mossen en kreeften is haar kennis nog te gering en voert zij geen effectenbeoordeling uit. Ook voert zij geen kwaliteitscontroles uit. Haar sterke communicatieve vaardigheden zijn belangrijk in de functie van projectleider.
Richard Notenboom, BSc Functie: veldecoloog Relevante opleidingen: - hbo Landscape & Environment management aan Inholland te Delft met specialisatie Natuur, Landschap en Recreatie. Ervaring: Richard is sinds 2016 in dienst bij Habitus. Direct in het eerste jaar heeft hij bewezen over grote kennis te beschikken van planten en vogels, zijn persoonlijke aandachtsgroepen. In 2016 heeft hij onder begeleiding quickscans én nadere soortgerichte onderzoeken naar planten, vissen, weekdieren, reptielen, vogels en vleermuizen uitgevoerd. Vanaf 2017 voert hij deze onderzoeken zelfstandig uit. Van de volgende soortgroepen heeft hij bewezen over voldoende kennis te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit te voeren: grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, kevers, amfibieën, reptielen, vlinders, libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen. Van zeezoogdieren is zijn kennis nog te gering en voert hij geen effectenbeoordeling
dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemingen
uit. Ook voert hij geen kwaliteitscontroles uit. Naast zijn functie
worden ingevoerd via WrnPro.
als veldecoloog is Richard excursiegids bij Boswachter & Co. Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Richard doet? Zie dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemingen worden ingevoerd via WrnPro.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
33
BIJLAGE 8A - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK In deze tabel zijn de soorten opgenomen die binnen een straal van vijf kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is een periode van vijf jaar aangehouden. Dit zijn arbitraire grenzen die in de meeste situaties toereikend zullen zijn. Wij houden altijd rekening met uitzonderlijke gevallen (bijzondere soorten of biotopen).
Amfibieën
Libellen
Planten
Vissen
Vlinders
Vleermuizen
Vogels jaarrond
Weekdieren
Zoogdieren
Bastaardkikker*
Gevlekte witsnuitlibel
Glad biggenkruid
Noordzeehouting
Grote vos
Gewone dwergvleermuis
Bruine kiekendief
Platte schijfhoren
Gewone zeehond
Bruine kikker*
Laatvlieger
Buizerd
Zeggekorfslak
Bever
Gewone pad*
Rosse vleermuis
Ekster
Boommarter
Kleine watersalamander*
Ruige dwergvleermuis
Havik
Bosmuis*
Meerkikker*
Watervleermuis
Ooievaar
Bunzing
Ransuil
Dwergmuis*
Roek
Dwergspitsmuis*
Sperwer
Egel*
Rugstreeppad
Haas* Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn* Noordse woelmuis Ree* Rosse woelmuis* Veldmuis* Vos* Wezel
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
34
BIJLAGE 8B - RESULTATEN BUREAU- EN VELDONDERZOEK Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek
a/m¹
Te verwachten functies²
Heikikker*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals vochtige heideterreinen, veengebieden, vochtige schraallanden, uiterwaarden of komkleigebieden (met struweel en kruidenvegetatie). Ook is geen geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantingsbiotoop (Ravon, z.d.c).
Kamsalamander*
N.v.t.
N.v.t.
Voortplantingsbiotoop: ongeschikt omdat matig voedselrijk tot voedselrijk stilstaand, onbeschaduwd water met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie ontbreekt. Deze wateren zijn veelal beek- of rivierbegeleidend en permanent waterhoudend. Overwinteringsbiotoop: niet geschikt omdat kleinschalige landschappen ontbreken met essentiële biotoopelementen zoals bospercelen, heggen, struwelen en houtwallen. De soort komt voor in het zuiden, midden en oosten van het land (Ravon, z.d.d). Verder wordt niet in het water of langs de oever van de bestaande watergangen gewerkt.
Poelkikker*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Ook worden geen landschapselementen verwijderd of aangetast, zoals bosschages, struweel of hoger gelegen verlandingsvegetaties, waarin de poelkikker kan overwinteren (Ravon, z.d.f).
Rugstreeppad*
N.v.t.
N.v.t.
De volgende drie eisen worden gesteld volgens de Soortenstandaard rugstreeppad: 1.Recente aanwezigheid (drie jaar) binnen één kilometer van de projectlocatie. 2.Geen barrières aanwezig tussen bekende waarnemingen. 3.Er is een geschikte combinatie van habitats aanwezig: voortplanting- , zomer- en winterverblijfplaatsen (Bij12, 2017d; Ravon, z.d.g). Er zijn geen waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen één kilometer van het projectgebied in de laatste drie jaar. Tussen het projectgebied en de bekende waarneming(en) bestaan onoverbrugbare barrières in de vorm van de A20.
Onderbouwing en locaties ³
Amfibieën
Er is wel geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van (tijdelijke) ondiepe wateren, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes of ondiepe slootjes. Er is geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals tegels die kunnen dienen als zomerverblijfplaats. Verder zijn bosschages of struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats. Vanwege de gestelde eisen is er geen kans op vestiging in nieuw voortplantingsbiotoop en in geschikt winterbiotoop. Vinpootsalamander*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk grotere bos- en heidegebieden in Drenthe, Noord-Brabant en Limburg. Aan de samenstelling van het bos worden weinig eisen gesteld. Ze planten zich voort in heidevennen, bosvijvers en poelen. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4; Ravon, z.d.h).
Gestreepte waterroofkever*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde (EIS, 2005).
Vermiljoenkever*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk recent gestorven bomen (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. De vermiljoenkever leeft vrijwel permanent achter de schors van net gestorven bomen (EIS, 2012). Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en Zuid-Holland aanwezig is (EIS, 2018). Naast de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg.