Bijlagen bij regels bestemmingsplan Westwijk
Tekst van het document
C
C
Z Z
10 10 1500
C
10 30 C
R
Z
R
50 R
LUCHT
CATEGORIE
30
10
-
85 85 8511
BODEM
GROOTSTE AFSTAND
10
GELUID
-
INDICES GEVAAR
AFSTANDEN IN METERS STOF
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008 nummer
SBI-1993
B B
B
L
50 100
D
3.1 3.2
1 G 1 G
2 2
B
L L
300
D
4.2
3 G
3
B
L
30 300
2 4.2
1 G 3 G
1 3
B B
L
300 700 100
4.2 5.2 3.2
2 G 2 G 2 G
2 2 2
B B B
30
Richtafstandenlijst, Versie 2009
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
BODEM
LUCHT
9232 9233 9234 9234.1 9251, 9252 9253.1 9253.1 926 926 926 926 926 926 926 926 926 926 926 926 926
4.1 4.1
3 G 3 G
2 1
B B
L
0 0 0 0
10 30 30 50
1 2 2 3.1
1 2 2 1
P P P P
1 1 1 1
C C
10 0
30 30
2 2
2 G 3 P
1 1
30 300 30 30 10 50 30
C
0 10 0 0 0 0 0
30 300 30 30 10 100 30
2 4.2 2 2 1 3.2 2
3 3 2 2 2 3 1
P P P P P P P
1 3 1 1 1 1 1
50 200 50 30 100 300 30 50 50 10 30
C
10 10 0 0 50 50 0 0 0 0 50
50 200 50 30 100 300 50 50 50 10 50
3.1 4.1 3.1 2 3.2 4.2 3.1 3.1 3.1 1 3.1
3 3 2 2 2 3 2 2 2 2 2
P P P P P P P P P P P
1 1 1 1 1 2 1 2 2 1 2
GEVAAR
9111 9131 9133.1 9133.1 92 92 921, 922 9213
200 200
GELUID
9002.2 9002.2 91 91
INDICES GROOTSTE AFSTAND
AFSTANDEN IN METERS STOF
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008 nummer
SBI-1993
200 200
200 50
100 100
30 100
0 0 0 0
0 0 0 0
10 30 30 50
0 0
0 0
30 30
0 30 0 0 0 100 30
0 10 0 0 0 10 10
10 30 0 0 0 0 50 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 30 0 0 0 0
382 382 94 94
C4 - belucht v.c. > 20.000 ton/jr C5 - GFT in gesloten gebouw - DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties 941, 942 (kantoren) 9491 Kerkgebouwen e.d. 94991 A Buurt- en clubhuizen 94991 B Hondendressuurterreinen 59 59 - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE 591, 592, 601, 602 Studio’s (film, TV, radio, geluid) 5914 Bioscopen Theaters, schouwburgen, 9004 concertgebouwen, evenementenhallen 9321 Recreatiecentra, vaste kermis e.d. 8552 Muziek- en balletscholen 85521 Dansscholen 9101, 9102 Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. 91041 Dierentuinen 91041 Kinderboerderijen 931 0 Zwembaden: 931 1 - overdekt 931 2 - niet overdekt 931 A Sporthallen 931 B Bowlingcentra 931 C Overdekte kunstijsbanen 931 D Stadions en open-lucht-ijsbanen 931 E Maneges 931 F Tennisbanen (met verlichting) 931 G Veldsportcomplex (met verlichting) 931 H Golfbanen 931 I Kunstskibanen 931 0 Schietinrichtingen:
Gemeente Vlaardingen, Bestemmingsplan Marathonweg - Spoorkruising
C
C C C
C C C C C C C
R
R R
R
D
D
31
Richtafstandenlijst, Versie 2009
VERKEER
VISUEEL
931
1
926
931
10
926 926 926 926 926 926 926
931 931 931 931 931 931 931
11 2 3 4 5 6 7
926
931
8
926 926
931 931
9 A
926
931
B
926
931
C
926
931
D
926 926 926 9271 9272.1 9272.4 93 93 9301.1 9301.1 9301.2 9301.3 9301.3 9302
931 931 932 9200 92009 93299 93 96 96011 96011 96012 96013 96013 9602
E F G
A B A B
- binnenbanen: geweer- en pistoolbanen - buitenbanen met voorzieningen: pistoolbanen - buitenbanen met voorzieningen: boogbanen - binnenbanen: boogbanen - vrije buitenbanen: kleiduiven - vrije buitenbanen: schietbomen - vrije buitenbanen: geweerbanen - vrije buitenbanen: pistoolbanen - vrije buitenbanen: boogbanen - buitenbanen met voorzieningen: schietbomen - buitenbanen met voorzieningen: geweerbanen Skelter- en kartbanen, in een hal Skelter- en kartbanen, open lucht, < 8 uur/week in gebruik Skelter- en kartbanen, open lucht, >=8 uur/week in gebruik Autocircuits, motorcrossterreinen e.d., < 8 uur/week in gebruik Autocircuits, motorcrossterreinen e.d., >=8 uur/week in gebruik Sportscholen, gymnastiekzalen Jachthavens met diverse voorzieningen Casino’s Amusementshallen Modelvliegtuig-velden
4.1
2 P
1
200
1000
5.3
1 P
1
30 10 300 1500 1500 1500 200
30 10 300 1500 1500 1500 200
2 1 4.2 6 6 6 4.1
1 1 2 1 2 2 1
P P P P P P P
1 1 1 1 1 1 1
300
500
500
5.1
2 P
1
10 10
0 1000 0 50
1500 10
1500 50
6 3.1
2 P 2 P
1 1
50
30
30
500
5.1
2 P
1
B
50
50 1000
30
1000
5.3
2 P
1
B
100
50
50
700
5.2
3 P
1
B
100 0 10 10 0 10
100 1500 0 30 10 50 0 30 0 30 0 300
50 0 30 0 0 100
1500 30 50 30 30 300
6 2 3.1 2 2 4.2
3 2 3 3 2 1
P P P P P P
1 1 1 1 1 1
B
30 30 30 0 0 0
50 50 30 30 10 10
3.1 3.1 2 2 1 1
2 2 2 1 1 1
G G G G P P
1 1 1 1 1 1
0
200
10
0 1000
0 0 0 0 10 10 0
0 30 0 10 0 200 0 500 0 1500 0 1500 0 10
10
0
OVERIGE DIENSTVERLENING Wasserijen en strijkinrichtingen Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en
Gemeente Vlaardingen, Bestemmingsplan Marathonweg - Spoorkruising
30 30 30 0 0 0
0 0 0 0 0 0
C
C
500 Z
700
50 50 30 30 10 10
Z C C C C
C
R
32
LUCHT
CATEGORIE
200
0
-
926
BODEM
GROOTSTE AFSTAND
10
GELUID
-
INDICES GEVAAR
AFSTANDEN IN METERS STOF
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008 nummer
SBI-1993
L
B
B
L L
Richtafstandenlijst, Versie 2009
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
0 0 10
10 10 100
1 1 3.2
2 P 2 P 2 P
1 1 2
0 0 0
30 100 10
2 3.2 1
1 P 1 P 1 P
1 1 1
0 0 10
10 30 0
0 0 0
30 100 10
LUCHT
GROOTSTE AFSTAND
10 10 30
0 0 100
BODEM
GEVAAR
INDICES GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008 nummer
SBI-1993
schoonheidsinstituten 9303 9303 9303 9303
9603 9603 96031 96032
0 1 2 3
9304 9305 9305
9313, 9604 9609 9609
A B
Begrafenisondernemingen: - uitvaartcentra - begraafplaatsen - crematoria Fitnesscentra, badhuizen en saunabaden Dierenasiels en -pensions Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
Gemeente Vlaardingen, Bestemmingsplan Marathonweg - Spoorkruising
C C C
D
33
L
GEMEENTE VLAARDINGEN
BIJLAGE 2 BIJ DE REGELS
LOCATIEPROFIEL EVENEMENTENTERREIN DIRK DE DERDELAAN
BESTEMMINGSPLAN
WESTWIJK
Locatieprofiel Dirk de Derdelaan
Als u een evenement in Vlaardingen wilt organiseren kan dat op meerdere locaties. Voor deze locaties zijn locatieprofielen opgesteld, zodat u makkelijk kunt zien welke locatie geschikt is voor uw evenement. De profielen zijn opgesteld door de sectie Veiligheid en Ondersteuning van de gemeente Vlaardingen, in nauwe samenwerking met DCMR Milieudienst Rijnmond, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), Brandweer, Politie en diverse afdelingen van de gemeente Vlaardingen. Een locatieprofiel bestaat uit twee onderdelen: de gewenste programmering/ambitie van de stad en de beheersaspecten en fysieke eigenschappen van de locatie. Daarnaast heeft een profiel twee doelen: een profiel biedt informatie en inspiratie aan organisatoren en een profiel biedt organisatoren en de gemeente Vlaardingen de mogelijkheid te beoordelen of een evenement en locatie bij elkaar passen. De profielen worden jaarlijks met alle gebruikers geëvalueerd en zo nodig aangepast.
Inhoud 1. Startpunt (ambitie van de stad) ............................................................................................................ 3 2. Profiel vanuit kracht van de plek .......................................................................................................... 3 3.Fysieke kenmerken van de plek ........................................................................................................... 3 4. Tijden ................................................................................................................................................... 4 4.1 Op- en afbouwtijden ....................................................................................................................... 4 4.2 Eindtijden evenement ..................................................................................................................... 4 5. Toegankelijkheid (bereikbaarheid voor hulpdiensten) ........................................................................ 4 7. Beheersaspecten ................................................................................................................................. 4 8. Bouwactiviteiten / herinrichting ............................................................................................................ 5 9.
Geluid ................................................................................................................................................... 5
2
1. Startpunt (ambitie van de stad) Vlaardingen staat bekend om haar groene omgeving waar veel mensen in recreëren. Onder deze recreatie worden ook festiviteiten verstaan, die met enige regelmaat gehouden worden in de groene omgevingen van de stad. De Broekpolder, het Oranjepark en het Buitengebied West (de Krabbeplas) vormen de drie grootste groene gebieden van Vlaardingen, die ook erg gewild zijn onder festivalorganisatoren. De gemeente is erg trots op deze recreatiegebieden en wil deze behouden. De ambitie is om de gebieden levendig te houden door gebruik te maken van deze gebieden. De gebieden moeten een toevoeging zijn en blijven voor de leefbaarheid van Vlaardingen. De locatie Dirk de Derdelaan is de hele parkeerplaats bij de winkelstrook. De Dirk de Derdelaan ligt in de Westwijk van Vlaardingen. Aan de Dirk de Derdelaan zijn zowel bewoners, ondernemers als horeca gevestigd, waar rekening mee gehouden moet worden.
1.1 Locatieprofiel Dit locatieprofiel is bedoeld om een organisator van een potentieel evenement in Vlaardingen inzicht te geven in een locatie. Aan de hand van het locatieprofiel moet de organisator een inschatting kunnen maken of de locatie past bij zijn of haar evenement. Een locatieprofiel kan echter geen volledig beeld geven. Veel zaken zijn afhankelijk van de invulling en indeling van het evenement: bezoekersaantallen, geluidsvolume, vluchtwegen, vergunningen etc. Om dit te bepalen moet overleg gevoerd worden met de verschillende diensten die in dit locatieprofiel genoemd worden. Aan de informatie uit dit locatieprofiel kunnen geen rechten worden ontleend. Ook al worden de locatieprofielen gebruikt, moet er alsnog een evenementenvergunning worden aangevraagd. Elke aanvraag voor het houden van een evenement, wordt inhoudelijk beoordeeld door de gemeente. De profielen kunnen alleen als hulpmiddel worden gezien om een (mogelijk) passende locatie te bepalen, alvorens een aanvraag voor een evenementenvergunning in te dienen.
2. Profiel vanuit kracht van de plek De Dirk de Derdelaan kan als evenemententerrein gebruikt worden voor bijvoorbeeld markten, braderieën, culturele evenementen of een kermis. Het maximale aantal bezoekers dat tegelijkertijd op de locatie aanwezig kan zijn, is 1000.
3.Fysieke kenmerken van de plek De bruto totaaloppervlakte bedraagt 5.000 m2. De netto oppervlakte voor evenementen zal beperkt worden door aanwezige voorzieningen. In de bijlage vindt u een tekening van het evenemententerrein Ondergrond: Elektra: Riolering: Water: Straatverlichting: Ankers: Brandkraan:
verhard nee nee ja ja nee ja, straal van 1,8 meter rondom de brandkraan moet vrijgehouden worden
3
4. Tijden 4.1 Op- en afbouwtijden Categorie evenement
Opbouw vanaf
Afbouw tot
A evenement B evenement
zo 08.00 uur ma-za 07.00 uur
C evenement
Gehele week tot 24.00 uur Aparte voorwaarde in de vergunning
4.2 Eindtijden evenement Categorie evenement A evenement – klein B evenement – middel
Begintijd
Eindtijd muziek
Zo 13.00 uur Ma- za 09.00 uur
Gehele week 22.00
C evenement – groot
Eindtijd evenement Gehele week 23.00 uur Zo- do 23.00 uur Vrij- za 01.00 uur (sluiting tap)
Zo- do 22.00 uur Vrij- za 24.00 uur
5. Toegankelijkheid (bereikbaarheid voor hulpdiensten) In afwijking van de standaardregel, moet op deze locatie een rijloper van 4,5 meter aan de zijde van de winkels en woningen aangehouden worden, in verband met de toegankelijkheid voor hulpdiensten. Crowdmanagement moet in samenwerking met de politie voorbereid worden. Het vaststellen van de aanrijroutes voor hulpdiensten moet in samenspraak met Brandweer, Politie en GHOR gebeuren.
6. Openbaar vervoer / parkeren Deze locatie is goed te bereiken met openbaar vervoer: Bushalte: aan de Dirk de Derdelaan Treinstation: 950m lopen (Vlaardingen-West) Bezoekers die met de auto komen kunnen het best parkeren op het parkeerterrein Plein West, dit is op vijf minuten loopafstand van het evenemententerrein.
7. Beheersaspecten Als voor een evenement de openbare weg moet worden afgezet, mag dit niet conflicteren met andere werken en / of evenementen in de stad. Daarom moet een verkeersplan worden opgesteld (conform CROW 96B) dat vervolgens ter goedkeuring aan de gemeente wordt voorgelegd. Als er voor een evenement een parkeerverbod geldt, moeten de paaltjes met daarop de datum waarop het verbod geldt, 10 werkdagen voor aanvang van het evenement worden geplaatst. Dit parkeerverbod moet deel uitmaken van het verkeersplan. Auto’s die hinderlijk op het evenementengebied staan en de veiligheid in gevaar brengen, kunnen op verzoek van organisator door de gemeente (in samenwerking met een erkend bedrijf) worden verplaatst. Dit gebeurt alleen conform de APV. De gemaakte kosten komen op rekening van de organisator.
4
Het terrein en de directe omgeving, in een straal van 100 meter, moet na afloop van de festiviteiten bezemschoon worden opgeleverd. Als dat niet gebeurt, worden de kosten van het schoonmaken in rekening gebracht bij de aanvrager. Na afloop van een evenement waar geflyerd wordt, moeten ook afval, verpakkingsmateriaal en dergelijke worden opgeruimd. Verankering van materialen op het maaiveld, in de grond, is alleen toegestaan met toestemming van de gemeente. Het is niet toegestaan zonder toestemming van de beheerder in de grond te verankeren in verband met kabels en leidingen. Het is niet toegestaan obstakels onder bomen te plaatsen die de boom of de boomwortels kunnen beschadigen. Bij elk evenement moet een vrij berijdbare weg van minimaal 3,5 meter breed en 4,20 meter hoog voor de hulpdiensten (18 ton) vrijgehouden worden (‘rijloper’). De bereikbaarheid van woningen, bedrijven en brandkranen moet altijd gegarandeerd zijn. De organisatie is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid van het eigen evenement.
8. Bouwactiviteiten / herinrichting Bij het voorbereiden van een evenement moet rekening gehouden worden met eventuele openbare werkzaamheden die problemen kunnen opleveren voor de bereikbaarheid van het evenement, zoals bussen die niet rijden etc. Bovendien kan het ook voorkomen dat er op het evenement overlast is van werkzaamheden die buiten het evenement plaatsvinden. Wij raden de organisator aan om tijdig contact op te nemen met de gemeente Vlaardingen om zich in te laten lichten over bouwactiviteiten en herinrichtingen in Vlaardingen.
9. Geluid Categorie evenement
Soort evenement
0 evenement
vergunningvrije buiten evenementen kleinschalige evenementen
A evenement B evenement
Geluidsniveau [dB(A)] 70
Afstand geluidsbron (m)
70
5
5
- feesten in buitenlucht of tent 95 25 - sportevenementen: vast 85 5 omroepinstallatie - sportevenementen: 90 5 achtergrondmuziek - optochten: mobiele 85 5 omroepinstallaties - optochten: muziek op auto’s 90 5 - markten en braderieën: 70 5 achtergrondmuziek - markten en braderieën: 80 10 kleinschalige live muziek C evenement - feesten in buitenlucht of tent 100 25 - kermis: versterkte muziek 95 5 - kermis: aggregaten en 70 5 koelmachines - markten en braderieën: 70 5 achtergrondmuziek - markten en braderieën: 80 10 kleinschalige live muziek Vergunningen moeten aangevraagd worden bij de gemeente Vlaardingen. Het geluidsvolume van geluidsbelastende evenementen wordt in overleg met DCMR vastgesteld. 5
GEMEENTE VLAARDINGEN
BIJLAGE 3 BIJ DE REGELS
PROFIELEN DAKOPBOUWEN
BESTEMMINGSPLAN
WESTWIJK
1.00
5. 70
6. 20
8. 60
9. 00
1.00
[sba-1] 9.90
1.00
5. 80
5. 80
8. 35
2. 55
1.00
6.60
[sba-2] 8.60
1.00
5. 80
8. 95
1.00
6.20
[sba-3] 9.90
4.74
6. 50
5. 63
8. 16
[sba-4] 8.75
0.45
6. 00
1.10
8. 80
5.00
[sba-5] 8.15
7.40
voorgevel
0.45
5. 80
8. 90
1.00
[sba-6] 8.20
voorgevel
7.42
5. 70
5. 70
8. 00
1. 00
1.07
[sba-7] 7.66
5.00
voorgevel
5. 28
7. 88
1.00
[sba-8] 9.10
6.00
9.30
5.40
voorgevel
6. 90
8. 40
1.70
[sba-9]
voorgevel
8. 80
7. 00
2.70
5. 70
8. 60
1.20
[sba-10] 9.30
5.40
2.30
5. 60
5. 60
8. 10
0.65
[sba-11] 8.25
6.05
4.25 3.75
5. 47
5. 71
8. 09
8. 65
3.35
[sba-12] 7.90
6.50
6. 54
8. 29
5. 64
8. 29
1.05
[sba-13] 6.90
7.90
6. 54
8. 18
5. 64
8. 18
1.05
[sba-14] 6.90
7.90
6. 54
7. 96
5. 64
7. 96
1.05
[sba-15] 6.90
voorgevel
7.90
4.50 3.70
5. 68
7. 41
8. 41
3.40
[sba-16] 8.00
6.00
0.60
5. 38
8. 17
0.50
[sba-17] 8.50
6.28
voorgevel
5.00
7. 30
8. 80
5.60
[sba-18] 10.60
5.40
7.80
8. 10
8. 90
2.80
[sba-19] 10.60
5.40
8. 43
1.00
[sba-20] 8.70
1.00
6. 00
1.00
8. 80
6.10
[sba-21] 8.70
5.00
5. 50
7. 20
2.60
[sba-22]
6. 70
6.20
5. 45
8. 25
8.30
[sba-23] 9.60
5.30
6. 65
0.10
5. 45
8. 00
1.30
[sba-24] 9.50
5.00
voorgevel
3.20
6. 80
0.30
5. 45
8. 25
0.65
[sba-25] 8.30
6.30
1.50 0.30
5. 45
8. 25
0.30
[sba-26] 8.30
5.60
voorgevel
6. 00
7. 00
9. 00
3.00
[sba-27] 8.20
6.00
6. 60
5. 45
8. 20
2.80
[sba-28] 8.00
6.00
6. 60
5. 45
8. 20
3.00
[sba-29] 8.25
6.00
6. 70
5. 75
8. 64
2.40
[sba-30] 9.00
6.00
5. 40
8. 45
1.50
[sba-31] 12.50
5.40
voorgevel
5. 40
8. 45
2.00
[sba-32] 12.50
5.40
voorgevel
5. 40
8. 45
1.50
[sba-33] 10.20
5.40
voorgevel
6. 27
5. 32
8. 22
2. 90
2.30
[sba-34] 9.00
5.00
6. 70
5. 50
8. 13
2. 63
2.00
[sba-35] 9.00
5.00
6. 40
5. 40
8. 00
2. 60
2.50
[sba-36] 9.00
5.00
1.25
1.70
8. 50
2. 20
7.80
[sba-37] 9.50
2.40
1.50
5. 69
10. 03
1.00
5.40
[sba-38] 10.10
5.40
voorgevel
1.00
5. 70
8. 60
1.00
[sba-39] 8.00
7.00
6. 30
5. 45
8. 20
2.63
[sba-40] 8.25
6.00
6. 25
5. 50
8. 30
2.45
[sba-41] 8.00
6.10
GEMEENTE VLAARDINGEN
BIJLAGE 4 BIJ DE REGELS BELEIDSREGEL PARKEERNORMEN 2019
BESTEMMINGSPLAN
WESTWIJK
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
November 2019 Versie 1.1
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
Inhoudsopgave 1
Deel 1 Bestuurlijke toelichting ................................................................................ 4
1.1
Waarom parkeernormen? ...................................................................................... 4
1.2
Aanleiding voor het opstellen van de beleidsregel Parkeernormen 2019 .............. 5
1.3
Parkeernormen en parkeerbeleid ........................................................................... 6
1.4
Wat houdt de beleidsregel in? ................................................................................ 7
2
Deel 2 De parkeernormen en hun toepassing ....................................................... 8
3
Fase 1a: Vaststellen van de parkeerbehoefte: normen als basis ........................ 11
3.1
Mate van stedelijkheid en gebiedsindeling........................................................... 11
3.2
Woningen ............................................................................................................. 11
3.3
Parkeernormen voor woningen ............................................................................ 11
3.4
Parkeernormen overige functies .......................................................................... 12
3.5
Aanvullende voorwaarden .................................................................................... 12
3.6
Normen voor fietsparkeren ................................................................................... 13
3.7
Loopafstanden ...................................................................................................... 15
4
Fase 1b: Het toepassingskader ........................................................................... 16
4.1
Bepaling normatieve parkeerbehoefte ................................................................. 16
4.1.1
De relevante gegevens ........................................................................................ 16
4.1.2
De benodigde parkeercapaciteit .......................................................................... 17
4.1.3
Gelijktijdige aanwezigheid (dubbelgebruik) .......................................................... 17
4.1.4
Verrekening parkeerbehoefte bestaande situatie ................................................ 17
4.1.5
Resultaat: het minimale aantal ............................................................................. 18
4.2
Bepaling parkeereis .............................................................................................. 18
5
Fase 2: Invullen van de parkeereis ...................................................................... 19
5.1
Stap 1: Realiseren parkeerplaatsen eigen terrein ................................................ 19
5.2
Stap 2: Gebruik van particuliere parkeervoorzieningen ....................................... 19
5.3
Stap 3: Gebruik openbare parkeervoorzieningen ................................................ 20
6
Fase 3: Maatwerk ................................................................................................. 22
6.1
Vrijstelling parkeereis ........................................................................................... 22
6.2
Norm in bepaalde gevallen gewijzigd toepassen ................................................. 22
6.3
Speciale maatregelen met betrekking tot automobiliteit ...................................... 22
6.4
Centrum/Stadshart + ............................................................................................ 24
6.5
Gebieden waarin parkeerregulering van kracht is ............................................... 24
Pagina 2 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
6.6
Resterende parkeerbehoefte niet in te vullen bij een uitzonderlijk gemeentelijk of maatschappelijk belang ........................................................................................ 24 Begrippenlijst ............................................................................................... 26 Parkeernormen auto .................................................................................... 30 Parkeernormen fiets .................................................................................... 40 Voorbeeldtekst............................................................................................. 43
Pagina 3 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
1 Deel 1 Bestuurlijke toelichting
1.1
Waarom parkeernormen?
De Gemeente Vlaardingen wil de vraag naar parkeergelegenheid goed faciliteren, maar wel op een zodanige wijze dat de bereikbaarheid van de stad kan worden gewaarborgd en de kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijft. Parkeernormen zijn ontwikkeld om dit streven te concretiseren. De parkeernormen die thans in Vlaardingen worden gebruikt zijn opgenomen in de Nota Parkeerbeleid 2008. In de nota Herijking Parkeerbeleid (vastgesteld in oktober 2017) en in het Actieplan Mobiliteit (vastgesteld 29 november 2018) is aangegeven dat een nota Parkeernormen zal worden opgesteld waarin de beleidsregel voor parkeereisen voor het oprichten van een bouwwerk/gebouw, verandering van een functie en uitbreiding of wijziging van bestaand gebruik zijn vastgelegd. Visie Openbare Ruimte De gemeente Vlaardingen heeft in 2014 de Visie Openbare Ruimte opgesteld. Het stellen van realistische parkeereisen heeft effect op de openbare ruimte. Door bij nieuwe ontwikkelingen een parkeereis te stellen, wordt geborgd dat voldoende parkeergelegenheid gefaciliteerd wordt. Daarmee worden parkeerproblemen in de openbare ruimte voorkomen. Dit draagt bij aan een goede en bruikbare leefomgeving. De parkeereis bij nieuwe ontwikkelingen is echter ook een potentieel grote ruimtevrager en kan daardoor op gespannen voet staan bij ambities ten aanzien van groen en een klimaatadaptieve openbare ruimte.
Tegelijkertijd is er landelijk een grote verstedelijkingsopgave die ook Vlaardingen raakt. Gezien de beperkte ruimte is het noodzakelijk om bij het verder verdichten van de stad tot verstandige en afgewogen keuzes ten aanzien van de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte en dus ook de parkeerbehoefte te komen. Deze afwegingen vragen om een toegesneden parkeereis die leidt tot een realistisch aantal parkeerplaatsen, zonder daarbij een overmaat aan parkeerplaatsen te realiseren. Bovendien kunnen externe factoren, zoals de nabijheid van een station of alternatieve vormen van mobiliteit leiden tot een lagere parkeerbehoefte. Dat biedt kansen om de (openbare) ruimte op een andere manier in te richten. Onderhavige beleidsregel Parkeernormen 2019 voorziet in toegesneden parkeernormen en flexibiliteit om te komen tot een realistische parkeereis. Dit draagt bij aan de kwaliteit van de openbare ruimte en kan een stimulans vormen voor andere vormen van mobiliteit.
Pagina 4 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
1.2
Aanleiding voor het opstellen van de beleidsregel Parkeernormen 2019
Per 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften in de gemeentelijke bouwverordening van rechtswege komen te vervallen. Hierdoor is er geen rechtsgrond meer voor het kunnen opleggen van parkeernormen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een reeds voorziene ontwikkeling. Deze wijziging vloeit voort uit de op 29 november 2014 in werking getreden Reparatiewet BZK 2014. Het paraplubestemmingsplan parkeren voorziet in het opnemen van een algemene parkeerregel in alle geldende bestemmingsplannen. Deze parkeerregel is opgesteld als een open norm ‘voorzien in voldoende parkeergelegenheid’ waarbij wordt verwezen naar de als beleidsregel vastgestelde parkeernormen. Deze beleidsregel kan afzonderlijk worden herzien zodra daar aanleiding voor is en werkt dan rechtstreeks door, zonder wijzigen van het bestemmingsplan. In de nota Herijking Parkeerbeleid (oktober 2017) en in de in het Actieplan Mobiliteit opgenomen mobiliteitsagenda (vastgesteld 29 november 2018) is een herziening van de parkeernormen aangekondigd. De aanleiding voor de beleidsregel wordt mede gevormd door: A. De noodzaak voor een parkeerfondsverordening waarin is bepaald hoe het inmiddels opgerichte parkeerfonds wordt gebruikt. B. In 2018 zijn nieuwe kencijfers voor het bepalen van de parkeerbehoefte verschenen (CROW publicatie 381, december 2018). C.
Er is voortschrijdend inzicht omtrent de vertaling van de parkeernormen in een parkeereis. D. De behoefte om normen voor fietsparkeren op te nemen. A. Parkeerfonds In 2014 heeft de raad besloten tot het instellen van een parkeerfonds, dat tot doel heeft om, in gevallen waarin er zwaarwegende omstandigheden zijn die het onmogelijk maken om voldoende parkeerplaatsen te realiseren, deze verplichting over te dragen aan de gemeente. Het parkeerfonds wordt gevuld door bijdragen van initiatiefnemers die niet (volledig) kunnen voldoen aan de parkeereis. Ten behoeve van het parkeerfonds wordt een fondsverordening opgesteld. De basis voor een storting in het parkeerfonds ligt in het gegeven dat een initiatiefnemer van een bouwplan niet of niet geheel aan de parkeereis kan voldoen. Of hiervan sprake is, vloeit voort uit de in deze beleidsregel Parkeernormen 2019 opgenomen parkeernormen en het bijbehorend toepassingskader. De parkeerfonds–verordening is een separaat document. B. Nieuwe parkeerkencijfers In 2018 heeft het CROW, het landelijke kenniscentrum op gebied van onder andere verkeer en vervoer, nieuwe parkeerkencijfers uitgebracht. In de beleidsregel Parkeernormen 2019 worden deze nieuwe kencijfers als basis voor
Pagina 5 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
de parkeernormen gebruikt. Voor wonen is naar de specifieke omstandigheden in Vlaardingen gekeken, in het bijzonder het autobezit. Daarmee past Vlaardingen actuele normen toe. C. Van parkeernormen naar parkeereis Om te kunnen bepalen hoeveel parkeerplaatsen voor een plan beschikbaar moeten zijn of komen (de parkeereis), moeten de parkeernormen vertaald worden naar een parkeereis. Daarvoor moet een berekening uitgevoerd worden. Deze berekening verloopt volgens een aantal regels. De afgelopen jaren heeft Vlaardingen deze regels ontwikkeld en in de praktijk gebracht. Ze waren echter nog niet in een beleidsregel gevat. Deze nota voorziet daarin. Tevens zijn deze regels geactualiseerd in het bijzonder waar het gaat om onderbouwde afwijkingen van de verwachte vraag naar parkeerplaatsen, bijvoorbeeld door inzetten van alternatieve vormen van mobiliteit. D. Normen voor fietsparkeren De bereikbaarheid van een bestemming per fiets en het kunnen stallen van de fiets is minstens zo belangrijk als per auto. Zowel voor wonen als voor andere bestemmingen zoals winkels en horeca, zijn daarom eisen gesteld aan parkeerruimte voor fietsen. Hierbij heeft Vlaardingen zich gebaseerd op de landelijke kencijfers van het CROW.
1.3
Parkeernormen en parkeerbeleid
De uitgangspunten van het parkeerbeleid zijn de kaders voor de parkeernormen. Dat wil zeggen: · Vlaardingen streeft naar het bieden van voldoende parkeercapaciteit op een redelijke loopafstand van de bestemming voor bezoekers, bewoners, ondernemers en werknemers. Dit betekent dat er voldoende parkeercapaciteit moet zijn om de parkeervraag van huidige doelgroepen te faciliteren binnen de loopafstand die voor de doelgroep als acceptabel wordt beschouwd. · Duurzame vervoerswijzen worden gestimuleerd. Als door het inzetten hiervan de parkeerbehoefte wordt beperkt, kan langs deze weg aan de parkeereis worden voldaan. · Vlaardingen zet in op een optimale bezetting van de parkeercapaciteit. Van de initiatiefnemer wordt verwacht dat in de eigen parkeerbehoefte op eigen terrein wordt voorzien. Pas nadat aangetoond is dat niet (geheel) in de parkeerbehoefte voorzien kan worden, wordt gekeken naar mogelijkheden om (een deel van) de nieuwe parkeervraag onder te brengen in en op bestaande parkeervoorzieningen. · In dicht bebouwde gebieden heeft gebouwde parkeerruimte de voorkeur boven parkeren aan de straat. Dit betekent dat in dicht bebouwde gebieden het gebruik van de openbare ruimte om aan de parkeereis te voldoen zo veel mogelijk wordt beperkt.
Pagina 6 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
Nota Herijking Parkeerbeleid (2017), Actieplan Mobiliteit (2018) Bij de herijking van het parkeerbeleid zijn de bovengenoemde uitgangspunten van het parkeerbeleid vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn ook in lijn met het Actieplan Mobiliteit. Parkeernormen worden gebruikt voor het bepalen van de parkeerbehoefte bij (ver)bouwplannen. De parkeernormen zijn voor heel Vlaardingen. Ze zijn toepasbaar in gebieden met en zonder parkeerregulering.
1.4
Wat houdt de beleidsregel in?
In de beleidsregel is omschreven hoe de parkeerbehoefte voor een ontwikkeling moet worden berekend en hoe die behoefte moet worden vertaald in parkeerplaatsen die voor die ontwikkeling moeten worden aangelegd of beschikbaar moeten zijn (de parkeereis). De parkeernormen voor zowel auto- als fietsparkeernormen zijn alleen van toepassing op bouwontwikkelingen en vormen niet de oplossing voor huidige vraagstukken rondom parkeren. De parkeernormen garanderen dat er bij bouwontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Er is ook beschreven in welke gevallen en onder welke condities het College van B&W vrijstelling kan verlenen van de parkeereis en wanneer een bijdrage in het parkeerfonds moet worden gestort. Dit fonds wordt gevuld door bijdragen van initiatiefnemers die niet (volledig) kunnen voldoen aan de parkeereis. In voorliggende beleidsregel wordt geregeld onder welke omstandigheden aan de invulling van (een deel van) de parkeereis kan worden voldaan door een bijdrage aan het parkeerfonds. Er bestaan geen landelijk voorgeschreven normen voor de parkeerbehoefte. Wel zijn er landelijke richtlijnen voor de hoogte en het toepassen van parkeerkencijfers. Deze zijn opgenomen in Publicatie met de titel ‘Toekomstbestendig parkeren’, in 2018 opgesteld door het CROW.
De gemeente Vlaardingen hanteert deze richtlijnen, in combinatie met haar eigen onderzoek en inzichten naar de parkeervraag als insteek voor een genuanceerde vaststelling van haar parkeernormen.
Pagina 7 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
2 Deel 2 De parkeernormen en hun toepassing In de schema’s hierna is aangegeven hoe in drie fasen wordt gekomen van het vaststellen van de parkeerbehoefte, het voorzien daarin in de vorm van parkeerplaatsen en de mogelijkheden om via maatwerk te komen tot een aangepaste parkeerbehoefte of invulling daarvan.
3 4
Figuur 1: Fase 1 - Stap 1, 2 en 3 berekening parkeereis
Pagina 8 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
5
Figuur 2: Fase 2 - Stap 1, 2 en 3 berekening parkeereis
Pagina 9 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
6
6.2
Figuur 3: Fase 3 - Stap 1, 2 en 3 berekening parkeereis
Pagina 10 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
3 Fase 1a: Vaststellen van de parkeerbehoefte: normen als basis Bouwprojecten of functiewijzigingen (of het nu nieuw- of verbouwactiviteiten zijn) creëren in principe een parkeerbehoefte. Het is mogelijk om deze parkeerbehoefte vooraf te berekenen op basis van zogenaamde ‘parkeernormen’. In dit hoofdstuk gaan we nader in op de verschillende parkeernormen, afhankelijk van het soort en type functie, en hoe om te gaan met bezoekers van die functies, parkeerplaatsen op eigen terrein (opritten e.d.) en loopafstanden.
3.1
Mate van stedelijkheid en gebiedsindeling
Aangezien de parkeerbehoefte afhankelijk is van de locatie van de voorziening en van het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen wordt bij de toepassing van parkeernormen onderscheid gemaakt naar stedelijkheid en de zone waarin de voorziening gelegen is. De mate van stedelijkheid wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid, dit is het aantal adressen per km 2 binnen de bebouwde kom. Binnen Vlaardingen geldt een omgevingsadressendichtheid van 2.7631 adressen/km2. Daarmee wordt Vlaardingen als zeer sterk stedelijk aangemerkt. Bij de indeling worden de volgende normgebieden gehanteerd: · Centrum/ Stadshart+; · Schil centrum; · Woonwijken; · Rest bebouwde kom; · Buitengebied. In bijlage 2 is een kaart met de gebiedsindeling opgenomen. De gebiedsindeling is een resultante van de dominant aanwezige functies in het gebied. Dat brengt met zich mee dat, als door ontwikkeling de dominante functies wijzigen, de gebiedsindeling kan veranderen.
3.2
Woningen
3.3
Parkeernormen voor woningen
De gemeente Vlaardingen wil met de parkeernormen zoveel mogelijk aansluiten bij de daadwerkelijke parkeerbehoefte in de stad. Hiermee wordt de aanleg van teveel capaciteit voorkomen. Daarbij wordt niet uitgegaan van een verder toenemend autobezit. De gemeente gaat ervan uit dat het autobezit de komende jaren niet verder zal groeien en baseert de parkeernormen daarom op de 1 CBS, cijfers 2016
Pagina 11 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
daadwerkelijk gemeten situatie in de stad. Bovendien wordt de mogelijkheid geboden om de parkeernormen naar beneden bij te stellen, wanneer daar aanleiding toe is (zie paragraaf 6.2). De parkeernorm voor wonen is samengesteld uit en houdt rekening met: · het gemiddeld autobezit per huishouden (incl. gebruik van leaseauto’s); · de verwachte ontwikkeling van het autobezit; · de niet-buurtgebonden voertuigen (‘bezoekers’). Op basis van het voorgaande is een overzicht opgesteld van de parkeernormen voor wonen in en buiten het centrum (zie Bijlage 2). Hierbij is rekening gehouden met bezoekers.
3.4
Parkeernormen overige functies
Bij ontwikkelingen voor bedrijven, winkels, kantoren, voorzieningen en overige functies is met name het mobiliteits- en bereikbaarheidsprofiel van een nieuwe ontwikkeling of functie van belang bij het bepalen van de hoogte van de normen. Ook de verkeersaantrekkende werking speelt hierbij een rol. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de parkeernormen voor de overige functies in en buiten het centrum. Daar waar de lijst niet voorziet in een parkeernorm wordt verwezen naar de parkeerkencijfers zoals opgenomen in de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, CROW-publicatie 381, december 2018.
3.5
Aanvullende voorwaarden
Onderstaande aanvullende voorwaarden gelden zowel voor parkeerplaatsen bij woningen als overige functies: · Bij publieke voorzieningen moet minimaal 2% van de parkeerplaatsen worden uitgevoerd als parkeerplaats voor gehandicapten. · Parkeerplaatsen voor bezoekers moeten in principe openbaar toegankelijk zijn. · Parkeerplaatsen met een oplaadpunt voor een elektrische auto in het publieke domein worden beschouwd als openbare parkeerplaatsen. · Voor woningen met een aan huis gebonden bedrijf wordt in principe geen extra parkeernorm toegevoegd, tenzij het bedrijfsdeel een substantieel onderdeel uitmaakt van de woning. In dat geval moet de geldende parkeernorm worden toegepast. Kiss & Ride zones De functies kinderdagverblijf en basisschool kennen naast een reguliere parkeernorm ook een parkeernorm voor halen en brengen (Kiss&Ride). Voor de dimensionering van Kiss&Ride-zones wordt aangesloten bij het CROWrekenprogramma dat is opgenomen in de CROW publicatie 182. Bij de omvang van de Kiss&Ride-zone moet ook het te verwachten mobiliteitsgedrag betrokken worden. Bij deze afweging kan het stimuleren van andere vervoerswijzen, zoals de fiets, ook een rol spelen. Wanneer voor Kiss&Ride gebruik wordt gemaakt van
Pagina 12 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
openbare parkeerplaatsen, mag de parkeerdruk op piekmomenten niet hoger liggen dan 90%. Laad- en losvoorzieningen Indien de functie van een bouwontwikkeling aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen (met name van toepassing op detailhandel- en horecavoorzieningen), dan is een initiatiefnemer verplicht om deze ruimte te faciliteren op eigen terrein. Uitsluitend in die gevallen dat op grond van bijzondere omstandigheden de initiatiefnemer aannemelijk maakt dat de logistieke aan- en afvoer van producten geen specifieke laad- en losplaatsen behoeft, dan wel dat op een andere wijze kan worden voldaan aan de eis om voldoende laad- en losmogelijkheden beschikbaar te hebben, kan toepassing worden gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid uit de Paraplubestemmingsplan Parkeren.
3.6
Normen voor fietsparkeren
Vlaardingen heeft de ambitie om bij uitstek een fietsstad te zijn. 2 Naast een goed netwerk van fietsverbindingen horen daar goede, veilige stallingsmogelijkheden bij herkomst en bestemming bij. Het Actieplan Mobiliteit geeft ook aan dat rekening gehouden zal worden met elektrische fietsen en “buitenmodel” fietsen zoals bakfietsen. Artikel 4.31 van het Bouwbesluit 2012 stelt eisen aan de aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen van de buitenberging bij woningen. Om deze reden zijn in deze beleidsregel geen fietsparkeernormen voor de functie wonen opgenomen. Het Bouwbesluit stelt echter geen prestatie-eisen aan bergruimtes voor studentenwoningen, aanleunwoningen/serviceflats en verpleeg- en verzorgingstehuizen. Daardoor kan het voorkomen dat op basis van het Bouwbesluit bergruimtes niet geschikt zijn voor het stallen van fietsen en bevat deze beleidsregel specifieke fietsparkeernormen voor deze woningtypen (zie Bijlage 3). Mochten er op enig moment geen voorschriften voor een (fietsen-)berging meer zijn opgenomen in de regeling die het Bouwbesluit 2012 opvolgt, dan geldt bij nieuwbouw van woningen, transformatie of herbestemming tot woningen de parkeereis voor fietsen, bedoeld in Bijlage 3 van deze beleidsregel. In appartementsgebouwen moeten de fietsparkeerplaatsen in een gezamenlijke stalling uitgevoerd worden.
Wat er onder een fietsparkeerplaats wordt verstaan Fietsparkeerplaatsen dienen zich in veel verschillende hoedanigheden aan. In deze beleidsregel wordt onder een fietsparkeerplaats een ruimte verstaan die
2 Actieplan Mobiliteit 2018
Pagina 13 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
gereserveerd is voor het parkeren van een fiets. Deze reservering van (openbare) ruimte kan op twee manieren vormgegeven worden: ·
·
expliciet: reservering van (openbare) ruimte voor fietsparkeerplaatsen met behulp van bijvoorbeeld fietsenrekken, fietsennietjes, fietskluizen of markering; impliciet: reservering van (openbare) ruimte voor fietsparkeerplaatsen zonder dat hier voorzieningen voor getroffen worden. Een voorwaarde hierbij is dat de geparkeerde fietsen geen belemmering voor de vrije doorgang mogen vormen.
In een omgevingsvergunningsaanvraag dient een initiatiefnemer inzichtelijk te maken waar de expliciete en/of impliciete fietsparkeerplaatsen voor de bouwontwikkeling gepositioneerd worden. Voor alle functies geldt een maximale loopafstand zoals opgenomen in Tabel 4 in Bijlage 2, tussen de functie en de fietsparkeerplaatsen. Om tegemoet te komen aan het (toenemend) aantal “buitenmodel” fietsen zoals bakfietsen en om ook scooters te kunnen accommoderen, moet 10% van het aantal plaatsen hiervoor voldoende ruimte bieden. Gebiedsgerichte aanpak bij toepassing van fietsparkeernormen In de Bijlage 3 is voor een groot aantal functies fietsparkeernormen opgenomen. Binnen het toepassen van deze fietsparkeernormen staat voorop dat een gebiedsgerichte aanpak vereist is om tot een goede afstemming te kunnen komen tussen de vraag naar en het aanbod van fietsparkeerplaatsen. Er zijn drie richtlijnen om tot deze gebiedsgerichte aanpak te kunnen komen. 1. De vraag naar fietsparkeerplaatsen verschilt per locatie en per doelgroep. Bij het bepalen van het aantal fietsparkeerplaatsen en de positionering van deze fietsparkeerplaatsen dient altijd rekening gehouden te worden met de beoogde gebruikersgroepen. 2. Realiseer bij bouwontwikkelingen fietsparkeerplaatsen op dusdanige locaties dat fietsers hier ook daadwerkelijk gebruik van gaan maken.
Verkeerd gepositioneerde fietsparkeerplaatsen kunnen tot een situatie leiden waarin er feitelijk voldoende fietsparkeerplaatsen aanwezig zijn, echter worden deze parkeerplaatsen niet of nauwelijks gebruikt. 3. De gemiddelde fietser wil zijn fiets het liefst zo dicht mogelijk bij zijn bestemming parkeren. Fietsparkeerplaatsen op meer dan 50 meter afstand zijn voor fietsers minder aantrekkelijk. In het autoluw gebied in de binnenstad wordt voor andere functies dan wonen wel een loopafstand voor fietsen gehanteerd van maximaal 100 meter, omdat op bepaalde locaties binnen 50 meter geen mogelijkheden zijn tot het realiseren van fietsparkeerplaatsen.
Pagina 14 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
3.7
Loopafstanden
Normen gelden in combinatie met een maximale loopafstand om te voorkomen dat parkeerders een bepaalde voorziening niet gebruiken. De loopafstand is de werkelijke afstand (dus niet hemelsbreed) van de bestemming tot de parkeerplaats. Bewoners en werknemers moeten bereid zijn om deze maximale afstand dagelijks af te leggen. Voor parkeerplaatsen voor fietsen gelden andere loopafstanden dan voor auto’s. De loopafstanden zijn op genomen in Tabel 4 in Bijlage 2.
Pagina 15 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
4 Fase 1b: Het toepassingskader Uitgangspunt voor de gemeente is dat: 1. de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt gerealiseerd; 2. binnen de grenzen van het plangebied gerealiseerd worden (gebruik makend van reeds gebouwde parkeervoorzieningen); 3. aangevuld met mogelijk gebruik van reeds bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte. In dit hoofdstuk is weergegeven hoe de gemeente Vlaardingen tot een parkeereis komt. De parkeereis wordt stapsgewijs berekend en wordt, naar mate meer projectgegevens bekend zijn steeds concreter. Het proces dat leidt tot benoeming van de parkeereis is weergegeven in Figuur 1. Dit proces wordt hierna stap voor stap toegelicht. Het uitgangspunt hierbij is altijd dat de initiatiefnemer zelf haar eigen parkeereis berekent, deze berekening ter toetsing voorlegt aan de gemeente en de gemeente die berekening toetst. Het proces wordt in dit hoofdstuk verduidelijkt aan de hand van een rekenvoorbeeld, iedere stap wordt aan de hand van dit rekenvoorbeeld toegelicht.
4.1
Bepaling normatieve parkeerbehoefte
Zodra een aanvraag wordt gedaan, wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte van de ontwikkeling op basis van de in deze beleidsregel Parkeernormen 2019 genoemde parkeernormen. Het betreft de basis van de berekening van het aantal parkeerplaatsen waarvan de initiatiefnemer tijdens het ontwerpproces kan uitgaan. Dit aantal moet hij realiseren op de ontwikkelingslocatie of vinden binnen de benoemde loopafstanden (afhankelijk van de te faciliteren doelgroepen).
4.1.1
De relevante gegevens Om een goede parkeerbalans op te kunnen stellen zijn de juiste invoergegevens nodig. Dit zijn de gegevens op basis waarvan de parkeernormen kunnen worden toegepast. Voor een project met grondgebonden woningen is dit bijvoorbeeld het aantal woningen per woningtype, voor campings is dit het aantal standplaatsen. Hoe meer gegevens, hoe beter Bij het berekenen van de normatieve parkeerbehoefte zijn verschillende gegevens nodig (type functie, omvang, beoogd gebruik etc.). Het is van belang om zo concreet mogelijk te benoemen om wat voor een ontwikkeling het gaat en/of hoe het gebouw gebruikt zal gaan worden. Ook de omvang van de totale ontwikkeling moet worden aangegeven. Bij onzekerheden gaat de gemeente altijd uit van functies en omvang welke leiden tot de hoogste parkeerbehoefte (“worstcaseberekening”).
Pagina 16 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
Binnen Vlaardingen zijn zowel voor woningen als overige functies vier verschillende zones met parkeernormen gedefinieerd. Het is noodzakelijk te bepalen in welke zone het plangebied ligt. In de tabellen met parkeernormen in Bijlage 3 is aangegeven welke invoergegevens zijn benodigd.
4.1.2
De benodigde parkeercapaciteit Wanneer de gegevens van het bouwplan bekend zijn, wordt de bijbehorende norm gekozen. Deze wordt vermenigvuldigd met het aantal woningen, met het vloeroppervlak (bijvoorbeeld bij kantoren, bedrijven) of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen (bij een schouwburg). Bij een gecombineerde ontwikkeling, wordt de berekening voor iedere functie uitgevoerd en worden de uitkomsten bij elkaar opgeteld. Dit wordt de normatieve parkeerbehoefte genoemd.
4.1.3
Gelijktijdige aanwezigheid (dubbelgebruik) De parkeernorm geeft aan wat de maximale parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een ontwikkeling meerdere functies worden gebouwd, is het mogelijk dat de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet op hetzelfde moment vallen. Bij woningen is de behoefte aan parkeercapaciteit bijvoorbeeld ’s avonds en ’s nachts maximaal; bij een bedrijf of kantoor zal die behoefte vooral overdag optreden. Dit noemen we de maatgevende momenten voor de parkeerbehoefte van die functies. Door het combineren van die functies kan een deel van de parkeercapaciteit mogelijk dubbel gebruikt worden. In dergelijke gevallen zijn daarom minder parkeerplaatsen nodig dan de complete optelsom van de parkeerbehoeftes. Alleen parkeerplaatsen die feitelijk beschikbaar zijn en blijven voor dubbelgebruik komen in aanmerking voor toepassing van dubbelgebruik. Parkeerplaatsen die daar niet voor in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld plaatsen voor bewoners op eigen terrein of parkeerplaatsen die worden verkocht of verhuurd aan specifieke gebruikers. In Tabel 6 in Bijlage 2 staan de aanwezigheidspercentages per functie per moment van de week. Hiermee wordt voor deze momenten de parkeerbehoefte per voorziening berekend. Het moment in de week waarop de totale parkeerbehoefte het grootst is, wordt het maatgevende (drukste) moment genoemd.
De netto of normatieve parkeerbehoefte wordt bepaald door de parkeerbehoefte op dit maatgevende moment te vermeerderen met het aantal parkeerplaatsen dat niet in aanmerking komt voor dubbelgebruik.
4.1.4
Verrekening parkeerbehoefte bestaande situatie Bij vervangende nieuwbouw, verbouw en functiewijziging wordt rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de bestaande situatie.
Pagina 17 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
Uitgangspunt is dat de normatieve behoefte van het laatste legale gebruik van de bestaande situatie wordt afgetrokken van de te berekenen normatieve parkeerbehoefte van de nieuwe situatie. Dit geldt alleen indien de parkeerplaatsen die in de bestaande situatie gebruikt werden, blijven bestaan en beschikbaar komen voor de nieuwe ontwikkeling. Als een gebouw of terrein vijf jaar of langer ongebruikt of ’tijdelijk’ gebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. Tijdelijk gebruik ter overbrugging van een permanent gebruik wordt (als het niet langer dan vijf jaar heeft geduurd) buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het laatste legale gebruik. Het is ter beoordeling van de gemeente of er sprake is van tijdelijk gebruik. Bij het verrekenen van de parkeerbehoefte van de bestaande situatie dient ook altijd gekeken worden naar het maatgevende moment. Ook voor de bestaande situatie dient derhalve een analyse op basis van aanwezigheidspercentages plaats te vinden. Bij het bepalen of de parkeerplaatsen in de bestaande situatie beschikbaar komen voor de ontwikkeling, wordt tevens de bestaande parkeerdruk betrokken. Bij een parkeerdruk hoger dan 90%, kan de gemeente het gebruik van bestaande parkeerplaatsen voor de ontwikkeling beperken. De invulling hiervan wordt beschouwd als maatwerk en zal per geval worden uitgewerkt.
4.1.5
Resultaat: het minimale aantal Voor de parkeernormen geldt dat gemeente Vlaardingen werkt met minimumeisen. Dit zijn de minimaal te realiseren hoeveelheid parkeerplaatsen. Wanneer een initiatiefnemer meer parkeerplaatsen wenst te realiseren is maatwerk mogelijk, maar minder mag niet (tenzij er redenen zijn voor de gemeente om gemotiveerd hiervan af te wijken).
4.2
Bepaling parkeereis
De parkeereis is de som van de deeloplossingen die benoemd worden voor het faciliteren van de normatieve parkeerbehoefte. Een zorgvuldige afweging is van groot belang om overdimensionering van het parkeerareaal en dus onnodig ruimtegebruik te voorkomen. De zorgvuldige afweging bestaat uit de beantwoording van een aantal deelvragen. De vragen zijn: 1. Welk deel van de normatieve behoefte kan gefaciliteerd worden binnen de contouren van de ontwikkellocatie? 2. Welk deel van de normatieve behoefte kan niet gefaciliteerd worden en moet, onderbouwd, in of op private parkeervoorzieningen gerealiseerd worden? 3. Welk deel van de normatieve behoefte kan gefaciliteerd worden in of op openbare parkeervoorzieningen?
Pagina 18 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
5 Fase 2: Invullen van de parkeereis In dit hoofdstuk is beschreven hoe de in hoofdstuk 4 berekende parkeereis ingevuld kan worden. Het proces dat leidt tot invulling van de parkeereis is weergegeven in Figuur 2.
5.1
Stap 1: Realiseren parkeerplaatsen eigen terrein
Bij grondgebonden woningen is vaak parkeerruimte op eigen terrein aanwezig, in de vorm van een garage, oprit of carport. Omdat deze voorzieningen niet altijd voor parkeren gebruikt worden, telt niet het volledig aantal parkeerplaatsen mee voor het bepalen van de parkeercapaciteit. In Tabel 3 in Bijlage 2 staan de berekeningsaantallen weergegeven van de parkeervoorzieningen op eigen terrein. Aan de hand hiervan kan de gecorrigeerde parkeercapaciteit van parkeren op eigen terrein worden bepaald. Bij de dimensionering van het aantal parkeerplaatsen veronderstelt deze beleidsregel dat parkeerplaatsen op eigen terrein in stand gehouden moeten worden (een andere bestemming is niet toegestaan). Voor woningen en overige functies waarvan in de parkeerbehoefte is voorzien op eigen terrein (eigen oprit of collectieve parkeerplaatsen in een appartementencomplex) geldt dat deze niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning op openbaar gebied. De adressen van deze woningen en functies worden opgenomen in het “parkeren op eigen terrein”-bestand van de gemeente, het zogenaamde POET-bestand. Deze regeling geldt ook indien later (na oplevering van de functies) gereguleerd parkeren ingevoerd zou worden.
De reden van deze regel is om ervoor te zorgen dat de voor de functie bestemde parkeerplaatsen ook daadwerkelijk worden gebruikt en de parkeerdruk niet (alsnog) wordt afgewenteld op de openbare ruimte. Bij aan een ontwikkeling verbonden gemeenschappelijke parkeerplaatsen die niet direct aan een woning, bedrijf of andere functie zijn gebonden, geldt vanuit het perspectief van deze beleidsregel geen afnameplicht. Wie bijvoorbeeld geen auto heeft, wordt niet gedwongen een parkeerplaats te huren of te kopen. Wel geldt dat de verplichting tot parkeren op eigen terrein van toepassing is indien in het gebied waarin het gebouw ligt, gereguleerd (betaald) parkeren van toepassing is of zou worden (de zogenaamde POET-verplichting). Er bestaat dan geen recht op een parkeervergunning.
5.2
Stap 2: Gebruik van particuliere parkeervoorzieningen
Indien particuliere parkeervoorzieningen die zich binnen de toegestane loopafstand bevinden capaciteit hebben om (een deel van) de parkeerbehoefte op te vangen, kan deze parkeercapaciteit worden gebruikt om (een deel van) de parkeerbehoefte te faciliteren.
Pagina 19 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
Het gaat hier dus om het gebruik van reeds bestaande private parkeerterreinen of -garages, bijvoorbeeld een parkeergarage waar nog parkeerplaatsen beschikbaar zijn of een parkeerterrein behorende bij een kantoorgebouw waarop na kantoortijden parkeerplaatsen te benutten zijn. Het is aan de initiatiefnemer om een (contractuele) afspraak met een eigenaar van een private parkeervoorziening te maken, zodat het door hem benodigde gebruik langdurig (minimaal 10 jaar) is verzekerd. Wanneer de mogelijkheid van benutting van private parkeerplaatsen er is, moet dit door de initiatiefnemer worden aangetoond. De initiatiefnemer dient daarbij een bewijsstuk aan te leveren in de vorm van een koop- of huurovereenkomst met daarop het overeengekomen gebruik van het aantal plaatsen en de daarbij behorende gebruikstijden. Daarnaast heeft de initiatiefnemer de plicht om de toekomstige gebruikers door middel van een kettingbeding actief te informeren. Hierin moet blijken dat gebruikers geen recht hebben op een parkeervergunning voor openbaar gebied voor het deel van de parkeerbehoefte waarin het project zelf dient te voorzien. Dit geldt voor gebieden waarin parkeerregulering al van kracht is, of in de toekomst nog van kracht wordt. De gemeente beoordeelt of de afspraken juridisch houdbaar en duurzaam zijn geborgd. Zie Bijlage 4 voor concept teksten.
5.3
Stap 3: Gebruik openbare parkeervoorzieningen
Nadat de initiatiefnemer heeft aangetoond niet te kunnen voorzien in de additionele parkeerbehoefte op eigen terrein (stap 1), noch in reeds aanwezige gebouwde parkeervoorziening (stap 2) kan de initiatiefnemer beschouwen of in de directe omgeving van de betreffende ontwikkeling nog parkeercapaciteit beschikbaar is in de openbare ruimte. Het is essentieel dat deze parkeerplaatsen ook daadwerkelijk beschikbaar en toegankelijk zijn voor alle doelgroepen waarvoor ze zijn bedoeld én dat deze zich binnen de acceptabele loopafstand bevinden (zie tabel loopafstanden in bijlage 2). Dit mede om het beoogde dubbelgebruik te kunnen realiseren. Daarnaast mag de bezetting van de betreffende parkeerplaatsen, inclusief het beoogde gebruik van de door de initiatiefnemer te realiseren functies, nooit hoger uitkomen dan 90%. Het is aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen door middel van een parkeerdrukmeting. Het percentage van 90% houdt rekening met de gewenste leegstand van parkeerplaatsen zodat onnodig zoekgedrag wordt voorkomen en geen stagnatie van wachtende auto’s om te parkeren optreedt. Anders gezegd: zonder rekening te houden met deze zogenaamde ‘frictieleegstand’ neemt de zoektijd naar een parkeerplaats sterk toe, de bereikbaarheid van een locatie af en wordt verkeersoverlast voor de omgeving veroorzaakt, hetgeen ongewenst is.
Pagina 20 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
Bij het beoordelen of gebruik gemaakt kan worden van parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden de resultaten van het door de initiatiefnemer uit te voeren parkeeronderzoek vergeleken met de in Tabel 6, Bijlage 2 genoteerde aanwezigheidspercentages voor dubbelgebruik. De beschikbare parkeercapaciteit in de openbare ruimte wordt vergeleken met de berekende parkeerbehoefte per moment van de dag. De initiatiefnemer voert de volgende onderzoeken uit: een 0-meting en een herhaalonderzoek/monitoringsonderzoek. De gemeente Vlaardingen stelt eisen een de onderzoekmethode. De initiatiefnemer kan verzoeken gebruik te maken van door de gemeente Vlaardingen uitgevoerde parkeeronderzoeken (indien deze recent zijn uitgevoerd). Het is vervolgens aan de gemeente Vlaardingen om aan te geven of de door de initiatiefnemer benoemde parkeerplaatsen geschikt en beschikbaar zijn om (een deel van) de normatieve parkeerbehoefte te faciliteren. De gemeente heeft daarbij altijd het recht om het toekennen van bestaande overcapaciteit op openbare parkeerplaatsen niet als oplossing voor de parkeereis van de initiatiefnemer te accepteren, bijvoorbeeld in relatie tot andere voorziene ontwikkelingen (overige projectontwikkelingen, verkeerskundige argumenten, ontwikkeling van autobezit en -gebruik van reeds bestaande functies e.d.).
De gemeente kan aan het gebruik van de openbare ruimte voor het opvangen van de parkeerbehoefte nadere voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld het door de ontwikkelaar voldoen van een financiële bijdrage in reconstructie en beheerskosten van parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
Pagina 21 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
6 Fase 3: Maatwerk De werkelijkheid van het parkeren blijkt vaak weerbarstiger dan de theorie. En uiteindelijk gaat het er om dat ontwikkelingen mogelijk zijn zonder dat de leefbaarheid en bereikbaarheid er onder lijden. Niemand heeft wat aan projecten met in de toekomst leegstaande parkeerfaciliteiten, maar ook andersom dienen er geen projecten gerealiseerd te worden die leiden tot een tekort aan parkeergelegenheid, waardoor overlast ontstaat in de directe (woon)omgeving en het openbaar gebied. Dit hoofdstuk beschrijft de maatwerkmogelijkheden die er zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Maatwerk is mogelijk wanneer de kaders goed bekend zijn bij zowel initiatiefnemer als gemeente en wanneer er een open discussie, argumentatie en bewijsvoering mogelijk is. Zie voor de maatwerkmogelijkheden ook Figuur 3.
6.1
Vrijstelling parkeereis
Wanneer bij (ver)bouwplannen het verschil tussen parkeerbehoefte van de oude functie en de nieuwe functie voor de totale ontwikkeling kleiner is dan 3 parkeerplaatsen, verleent de gemeente in principe en in beginsel vrijstelling van de parkeereis. Dit geldt bijvoorbeeld bij een beperkte uitbreiding van het vloeroppervlak van een supermarkt (van ca. 120m2 ). De in deze paragraaf genoemde vrijstellingen gelden niet voor ontwikkelingen met de functie “wonen”.
6.2
Norm in bepaalde gevallen gewijzigd toepassen
Wanneer er een concrete aanleiding is om de berekende parkeerbehoefte voor auto’s bij te stellen is het aan de initiatiefnemer om aan te tonen op grond waarvan dat zou moeten gebeuren. Mogelijke argumenten zijn: · Speciale maatregelen met betrekking tot automobiliteit · Uitzonderlijke gebieden en situaties; · Uitzonderlijk gemeentelijk of maatschappelijk belang Onderstaand worden deze gronden voor afwijkingen nader toegelicht. In sommige gevallen is een separaat besluit van B&W vereist om de reductie van de parkeereis vast te stellen.
6.3
Speciale maatregelen met betrekking tot automobiliteit
Wanneer een initiatiefnemer in zijn ontwikkeling speciale maatregelen treft waardoor de autoafhankelijkheid significant vermindert, kan eventuele bijstelling tot de mogelijkheden behoren. Voorstellen hiertoe dienen door de initiatiefnemer ter toetsing en goedkeuring aan de gemeente te worden voorgelegd. Een voorbeeld is wanneer bij de ontwikkeling van woningen voldoende deelauto's beschikbaar worden gesteld waarvan de gebruiksvoorwaarden aantoonbaar marktconform zijn en de oplossing toekomstvast is.
Pagina 22 van 44
Gemeente Vlaardingen Beleidsregel Parkeernormen 2019
Bij toetsing houdt de gemeente rekening met het volgende. Inzet deelauto-concept Deelauto(‘s) moeten duurzaam beschikbaar zijn voor de gebruikers van de betreffende ontwikkeling. Dat wil zeggen dat er een overeenkomst voor ten minste 10 jaar is, waarin deze beschikbaarheid is geregeld en de kosten vanuit de betreffende ontwikkeling worden gedragen, bijvoorbeeld in de vorm van een langjarige overeenkomst met de VVE. Met de mate waarin een deelauto een of meerdere privé-auto’s vervangt, zijn ten tijde van de totstandkoming van deze beleidsregel nog weinig ervaringsgegevens. Als richtlijn geldt dat 1 deelauto 3 privé auto’s vervangt. (een netto effect van 2 parkeerplaatsen per deelauto). Mobility as Service (MaaS) Mobility as a Service staat voor een transitie in mobiliteit, waarbij de consument mobiliteit inkoopt, in plaats van te investeren in transportmiddelen. Een deelautoconcept is één aspect van MaaS, maar ook vormen van openbaar vervoer, of deelfietsen maken deel uit van het concept. Het aanbieden van MaaS zal naar verwachting leiden tot minder behoefte aan parkeerplaatsen. Om die reden biedt de gemeente de ruimte om als MaaS in het kader van een ontwikkeling wordt toegepast, een reductie in het aantal aan te leggen parkeerplaatsen te geven. Daarbij geldt dat er altijd sprake moet zijn van een duurzame beschikbaarheid van MaaS.