CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan Westwijk

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Bestemmingsplan Westwijk24.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

13

Samenvatting verlag Marktconsultatie Westwijk 1 oktober 2014, 13.00 – 17.00 uur, Burgerzaal, Markt 11 te Vlaardingen

pagina 26

4

Visie en programma Plein West Het detailhandelsaanbod in de Westwijk functioneert over het algemeen naar behoren. Ondernemers zijn verankerd in de wijk en zijn overwegend tevreden met hun vestigingslocatie maar zien hun omzetten de afgelopen jaren wel afnemen. De grote herontwikkelingsopgave in de wijk, de overlast rondom de opwaardering van Plein West en de verslechtering van de sociaal-economische positie van de Westwijk dragen bij aan het negatieve sentiment. Toenemende leegstand aan de Van Baerlestraat als gevolg van herontwikkeling van Plein West en de aanstaande grootschalige herstructurering van de wijk (sloop en nieuwbouw) doen daar nog een schepje bovenop. Toch is men over het algemeen tevreden over de ontwikkeling van het aanbod op Plein West, het sterke supermarktcluster voorop, en de toekomst van de onderneming, omzetontwikkeling en de Westwijk zelf wordt overwegend positief beoordeeld. Er zijn dan ook kansen voor verdere versterking van Plein West, waarbij het wijkcentrum vooral een compleet aanbod moet bieden, waar men voor al de boodschappen (zowel dagelijks als frequent benodigd niet-dagelijks) terecht kan. Daarnaast dient Plein West zich te ontwikkelen tot het ‘hart van de wijk’ en dus een centrale aantrekkingskracht uit te stralen, met bijbehorende functies. Figuur 11 Speerpunten voor toekomstige ontwikkeling Plein West

4.1

Visie Plein west dient zich primair te richten op alle inwoners uit de Westwijk en de Indische Buurt (16.000) zowel allochtoon als autochtoon, jong en oud, met een beperkt budget en wat beter gevulde portemonnee. Secundair vervult het een functie voor inwoners uit de buurwijken die functioneel en prettig boodschappen willen doen met gratis parkeren.

 

De ambitie is om deze inwoners en doelgroepen zo optimaal mogelijk te bedienen voor hun dagelijkse boodschappen, te weten; Een vol uitgerust supermarktaanbod vormt de basis. Aanvulling vindt plaats met ander dagelijks en frequent benodigd aanbod. Ook hybride concepten, een kleine weekmarkt, verkoopwagens of kramen behoren tot de mogelijkheden voor de (tijdelijke) verkoop van bepaalde producten zoals vis, kaas en noten, oriëntaalse snacks (Vietnamese loempia’s, Turkse pizza’s) of oliebollen.

pagina 27

Het verlevendigt de openbare ruimte, terwijl deze activiteiten tevens een aanvulling kunnen vormen op het reguliere assortiment in de supermarkten en de winkels.

 

4.2

Plein West dient ook als ook als ontmoetingsplek (‘Hart van de wijk’) te fungeren door: Een functioneel, doch ook uitnodigend winkelgebied te creëren, waar mensen elkaar graag ontmoeten en waar ze graag verblijven, even weg van de dagelijkse praktijk. Een aantrekkelijk palet aan (specifieke) services voor de doelgroep te bieden waaronder nieuwe media en technieken (denk aan click & collect, website en social media), attractieve horeca met terras als ook bijvoorbeeld een speelplek voor kinderen (het liefst met toezicht vanuit horeca met terras). Zoveel mogelijk wijkvoorzieningen in de directe nabijheid te projecteren, wat zorgt voor extra aanloop en het ‘hart van de wijk’-gevoel. Denk aan eerstelijns zorg, cultuur en maatschappelijke voorzieningen (buurthuis), onderwijs (de permanente school) en kinderopvang. Aantrekkelijk te zijn in de avonduren. Voorzieningen die open zijn in de avonduren dragen hiertoe bij. Denk naast de supermarkt met ruime openingstijden aan daghoreca en het buurthuis. Ook goede verlichting is hierbij van belang.

Programma Met betrekking tot de marktmogelijkheden bieden de uitkomsten van de marktanalyses (Winkeldichtheden, DPO-berekening en Benchmark) enige ruimte (circa 1.000 m² wvo) voor toevoeging aan niet-dagelijks detailhandelsaanbod, vooral in de discountsfeer en met betrekking tot de geregelde aankopen (Action, Big Bazar, Zeeman). Ondernemers uit Westwijk zien mogelijkheden in discount, kleding en speelgoed. Daarnaast zijn er mogelijkheden op het gebied van (dag)horeca, ambacht, financiële en particuliere dienstverlening. Ondernemers in de wijk achten medische voorzieningen en commerciële ruimte het meest kansrijk als aanvulling op het detailhandelsaanbod. Ook kinderopvang, een lunchroom en specifieke voorzieningen voor ouderen, vrouwen en/of allochtonen en worden (deels) kansrijk geacht Een toevoeging van een weekmarkt wordt door betrokken partijen het meest kansrijk gezien. Het zal ook aantrekkingskracht uitoefenen op consumenten buiten de Westwijk (dit verhoogt de omzettoevloeiing). Ook kiosken, verkoopwagens, kramen en andere hybride concepten behoren tot de mogelijkheden voor de (tijdelijke) verkoop van bepaalde producten. Andere type maatschappelijke voorzieningen (o.a. zorg) zijn op dit moment verspreid over de wijk. Clustering rondom Plein West ligt voor de hand.

Tot slot zijn er beperkt mogelijkheden voor vergroting van bestaande aanbieders op Plein West en voor relocatie van bestaande aanbieders vanuit elders in de Westwijk.

4.3

Ruimtelijk-funtionele structuur Plein West Plein West ligt enigszins decentraal in de wijk. De vindbaarheid is niet optimaal. Goede routing met bewegwijzering vanaf de toevoerwegenwegen in de wijk (Marnixlaan en Floris de Vijfdelaan) en de Marathonweg, als hoofdverkeersader, draagt bij aan de vindbaarheid.

pagina 28

De ruimtelijk-functionele structuur van Plein West is het meest gebaat bij: Concentratie van detailhandel en aanverwante functies (zoals horeca) op het Plein aan de Dr. Wiardi Beckmansingel. Toevoeging van beperkt aanvullend detailhandel in de nietdagelijkse sfeer (niet meer van hetzelfde!) aan westkant van het plein aan de Dr. Wiardi Beckmansingel. Aan deze zijde is het ook gewenst kiosken en andere hybride concepten (de bakker die ook een coffee corner heeft met een zitje) te laten landen. Hier ligt tevens ook ruimte voor het toevoegen van daghoreca. Ook kan een weekmarkt hier landen. Het posteren van wijk- en commerciële voorzieningen in de schil rondom het Plein. Hiermee ontstaat een levendig ‘Hart van de wijk’, dat voor extra traffic voor ondernemers aan het Plein en een langere verblijfsduur (lees meer bestedingen) zorgt. Hierin past een herpositionering van de Van Baerlestraat, het betrekken van het Heempark en de ontwikkeling van een multifunctionele accommodatie (sporthal+) aan het Erasmusplein. Figuur 12 Ruimtelijk-functioneel wensbeeld Plein West

Bron: Bureau Stedelijke Planning

Tot slot: Meer ruimte voor rustpunten, plekken waar de gelegenheid is om te pauzeren, soms in de vorm van horeca (ook in bestaande winkels) of kiosk, soms in de vorm van meer serene plekken die als rustpunt kunnen fungeren (een zitje). Duidelijke relatie en fysieke en digitale (social media) verbinding tussen verschillende type functies van Plein West.

pagina 29

4.4

  

Effecten op bestaande winkelstructuur In de hiervoor voorgelegde visie pleitten wij voor een beperkte toevoeging van 14 reguliere niet-dagelijks detailhandelsaanbod . Een toevoeging van maximaal 1.000 m² zal bijdragen aan een toekomstbestendig Plein West. In ruimtelijk opzicht heeft deze beoogde toevoeging een aantal positieve effecten: Het betekent een opwaardering van de westzijde van het plein aan de Dr. Wiardi Beckmansingel en een concentratie van publieksfuncties in de Westwijk. Een dergelijke ontwikkeling fungeert vaak als katalysator voor nieuwe investeringen in de directe omgeving (opwaardering onroerend goed en openbare ruimte). Ruimtelijk-functionele versterking van het wijkcentrum. Plein West is door de gemeente aangewezen als het wijkcentrum van de Westwijk. Versterking van het winkelaanbod binnen de Westwijk vindt logischerwijs plaats op deze bestaande winkellocatie. Behalve positieve ruimtelijk-economische effecten zijn er ook verdringingseffecten. Met verdringing wordt gedoeld op negatieve omzeteffecten voor het gevestigde aanbod. Hoe meer overlap (in functie, branche, metrage, formule, prijsstelling, doelgroep), des te groter het verdringingseffect. In de onderstaande analyse behandelen we de verdringingseffecten op de niet-dagelijkse sector.

Daarbij maken we onderscheid tussen effecten die van invloed zijn op het economisch functioneren van het aanbod en in effecten op de huidige en beoogde winkelstructuur.

Voor de niet-dagelijkse sector geldt een maximale omzetclaim van circa € 2,7 15 miljoen. Ongeveer de helft (dus € 1,35 miljoen) hiervan te herleiden tot het verlies van de gevestigde niet-dagelijkse detailhandel. Van dit te herleiden verlies komt ongeveer tweederde (€ 0,9 miljoen) voor rekening van een hogere binding van inwoners van de Westwijk aan het niet-dagelijkse winkelaanbod in Plein West. Dit gaat primair ten koste van het aanbod in het centrum van Vlaardingen, omdat dit de belangrijkste niet-dagelijkse aankoopplaats is (en blijft) van de inwoners van de Westwijk. In theorie is de resterende € 0,45 miljoen van de omzetclaim te beschouwen als omzetderving voor zittende winkeliers in de niet-dagelijkse sfeer in het verzorgingsgebied (de Westwijk). Geprojecteerd op het totale niet-dagelijkse winkelaanbod in het verzorgingsgebied gaat het om een theoretisch 16 verdringingseffect van 8% . Dit cijfer valt lager uit naarmate er: Meer zittende winkeliers uitbreiden. Uitbreidingsmeters hebben in de regel een lagere omzet per vierkante meter dan nieuwe meters. Dit staat ook wel bekend als de wet van de afnemende meeropbrengsten. Nieuwe branches/segmenten/formules worden toegevoegd die uniek zijn voor het marktgebied, een brede doelgroep aanspreken en niet volwaardig vertegenwoordigd zijn in het centrum en de andere winkelconcentraties in Vlaardingen. 14

Toevoeging van regulier dagelijks aanbod, bijvoorbeeld een extra supermarkt is niet distributief te verantwoorden. Wel mogelijk zijn hybride concepten, kiosken, marktkramen, e.d., die niet onder reguliere detailhandel worden verstaan. 15 Uitgaande van een gemiddelde vloerproductiviteit van € 2.690,- per m² wvo per jaar voor de niet-dagelijkse sector (HBD) en een toevoeging van 1.000 m² wvo niet-dagelijkse detailhandel in Plein West. 16 Berekening: € 0,45 miljoen / € 5,53 miljoen (=totaal niet-dagelijks wvo in Westwijk van 2.054 m² * gemiddelde vloerproductiviteit van € 2.690,- per jaar per m² wvo.

pagina 30

Een verdringingseffect van 8% is voelbaar. Het valt daarom niet uit te sluiten dat aanbieders in de niet-dagelijkse sector de deuren moeten sluiten. Dit zullen vooral de matig functionerende winkels zijn, in de meest kwetsbare delen en zwakke deelgebieden van de Westwijk. Verplaatsing van bestaande aanbieders in andere delen van de Westwijk naar Plein West geniet de voorkeur boven nieuwvestiging van aanbieders in branches die al vertegenwoordigd zijn in de Westwijk.

Effecten op de binnenstad In de niet-dagelijkse sfeer zullen er beperkt effecten optreden voor het aanbod in de binnenstad. Als we uitgaan van een omzetclaim van circa € 1,35 miljoen en we becijferen dat hier tweederde (€ 0,9 miljoen) van ten koste gaat van de niet-dagelijkse aanbieders in het centrum van Vlaardingen, dan gaat het om een theoretisch 17 verdringingseffect van 1,0%. Dit effect is erg klein omdat het aanbod in het centrum van Vlaardingen, met circa 29.500 m² wvo niet-dagelijks, van veel grotere orde is dan de toevoeging aan niet-dagelijkse winkelmeters in de Westwijk. Het verdringingseffect is daarmee dusdanig laag dat de toevoeging aan m² in de nietdagelijkse sfeer niet ten koste gaat van het toekomstperspectief van (het nietdagelijkse winkelaanbod in) de binnenstad. Daarnaast geldt ook hier dat de effecten op de binnenstad worden verkleind wanneer er op Plein West branches/segmenten/formules worden toegevoegd die maar in beperkte mate concurreren met het meer recreatieve niet-dagelijkse aanbod in het centrum van Vlaardingen. Aangezien Plein West ook in aard en bezoekdoel zo verschilt met het recreatieve winkelen in de binnenstad zullen de verdringingseffecten van de uitbreiding van niet-dagelijkse detailhandel in Plein West op het centrum minimaal zijn.

4.5

(Her)invulling Van Baerlestraat Bureau Stedelijke Planning en alle andere betrokken adviseren detailhandel en aanverwante functies als horeca te concentreren op het Plein aan de Dr. Wiardi Beckmansingel. Detailhandel en aanverwante functies aan de Van Baerlestraat zijn niet gewenst, omdat daardoor loopstroom en bestedingen versnipperd raken, waardoor het functioneren van ondernemers aan het Plein verstoort. Onze suggestie is de plint aan de van Baerlestraat (in totaal 3.370 m² bvo) te herontwikkelen en benutten voor (specifieke) wijk- of commerciële voorzieningen die zorg dragen voor meer levendigheid, extra traffic en een langere verblijfsduur. Naast detailhandel en horeca is geen enkele bestemming uitgesloten. Mogelijk dat niet alle meters in de plint te transformeren zijn naar wijk- of commerciële voorzieningen. In dat geval is ook een combinatie van wonen en werken of eventueel alleen wonen een optie. Zonder ons op voorhand vast te willen liggen op functies en metrages zijn de volgende programmaonderdelen denkbaar.

17

Berekening: € 0,9 miljoen / € 87,3 miljoen (niet-dagelijkse wvo in centrum Vlaardingen 29.500 m² * gemiddelde nietdagelijkse vloerproductiviteit van € 2.690,- per jaar per m² wvo op basis het HBD

pagina 31

Tabel 8 Programmaonderdelen (her)invulling Van Bearlestraat Programmaonderdeel

Indicatief metrage (m² bvo)

Eerste lijns zorg

500

Huisarts(en), apotheek, fysiotherapeut, tandarts, maatschappelijk werk Ambacht en commerciële dienstverlening

750

Kledingreparatie, stomerij, tweedehands, financiële en particuliere dienstverlening, bedrijvigheid Maatschappelijke en culturele dienstverlening

250

(Werk)atelier, buurtsteunpunt, bieb, podium Fitness

750

Woon-werk-eenheden

1.000

Wonen

1.000

Bron: Bureau Stedelijke Planning

4.6

1. 2.

Op naar een toekomstbestendig Plein West! Een succesvolle verdere ontwikkeling van Plein West vereist meer dan alleen een aantrekkelijke functie- en branchemix. Inzet van: alle betrokken partijen (eigenaren, ondernemers, gemeente) op alle fronten (functie/branchemix, communicatie & marketing en het fysiek domein) is cruciaal voor een toekomstbestendig (winkel)hart. Dit alles met gedegen organisatie en financieringstructuur als voorwaarde en een gezamenlijke visie en positionering als vertrekpunt. Voor de gezamenlijke visie en positionering kan dit rapport als basis fungeren. Figuur 13 Randvoorwaarden voor een toekomstbestendig Plein West

pagina 32

Tot slot: in het actieprogramma is het van belang zowel ‘quick wins’ als middellange termijnmaatregelen op te nemen. Doel van actieprogramma is om het ruimtelijkeconomisch functioneren te verbeteren, passend (in ieder geval niet conflicterend) binnen de visie. In het werkatelier en de consultatieronde zijn diverse verbetersuggesties geopperd. Bureau Stedelijke Planning heeft deze suggesties aangevuld en een top 5 geformuleerd.

Quick wins (1-2 jaar) ‘Quick wins’ zijn maatregelen die binnen één jaar aanzienlijke resultaten opleveren in het waarmaken van de ambitie. Het beste resultaat ontstaat met een verspreide uitvoering over de komende twee jaar en door successen te communiceren naar (potentiële) bezoekers, ondernemers en bewoners. Tabel 9 Top 5 Quick wins Verbetermaatregel  1 Opzetten/stroomlijnen organisatie

Peiler

Wie?*

Organisatie

O, E

winkeliersvereniging en eigenaren.  2 Vaste aanspreekpunten bij ondernemers én

O, G

gemeente, over en weer, op drie vlakken:

‐ ‐ ‐

branchering en functiemix fysiek domein communicatie & marketing

3 Attractieve herinvulling Van Baerlestraat

Functiemix

E (=G)

Communicatie

O

Fysieke domein

G, O, E

met wijk- en commerciële voorzieningen.  4 Marketing: positief en collectief, gericht op sterke punten van Plein West. Duidelijke bewegwijzering en aansprekende collectieve communicatie-uitingen. Opzet website, ondersteund door de inzet van ‘social media’.  5 Beter en collectief beheer van fysiek domein: openbare ruimte en gevelbeeld. De basis schoon, heel en veilig dient uiteraard op orde te zijn,

Bron: Bureau Stedelijke Planning *E = eigenaar, O = Ondernemers, G = Gemeente Vet gedrukt is kartrekker/probleemeigenaar

(Middel)lange termijn maatregelen (2-5 jaar) Voor de middellange termijn zijn eveneens een aantal verbetersuggesties geformuleerd. Hoewel ze daadwerkelijk pas over 2 tot 5 jaar te realiseren zijn, vraagt het in de regel wel dat de voorbereidingen nu al moeten worden getroffen.

pagina 33

Tabel 10 Top 5 (Middel)lange termijn maatregelen Verbetermaatregel 1 Het toevoegen van nieuwe, attractieve concepten

Peiler

Wie?*

Functiemix

E, O

Functiemix

E, O

Functiemix

E, O

Fysieke domein

G, O, E

Communicatie

O, E

op/aan het Plein West. Denk aan weekmarkt, hybride concepten, horeca, kiosk, verkoopwagen passend bij ambitie (boodschappen, hart van de wijk) en profiel bevolking. 2 Het toevoegen van een nieuwe trekker in reguliere niet-dagelijkse detailhandel circa 1.000 m² op aan/het Plein. 3 Het toevoegen van wijk- en commerciële voorzieningen in de schil. Denk aan het betrekken van het Heempark en de ontwikkeling van een multifunctionele accommodatie (sporthal+) aan het Erasmusplein. 4 Afmaken openbare ruimte en gevelbeeld: (her)bestrating (geen drempels), kunstwerken, straatmeubilair, uniformiteit in gevelbeeld. 5 Opzetten solide organisatie- en financieringsmodel. Continueren positieve communicatie.

Bron: Bureau Stedelijke Planning *E = eigenaar, O = Ondernemers, G = Gemeente Vet gedrukt is kartrekker/probleemeigenaar

Tot slot: een expliciete keuze voor de verdere ontwikkeling van Plein West tot het ‘Hart van de wijk’ impliceert dat uiterst terughoudend worden omgegaan met (detailhandels)ontwikkelingen elders in Westwijk en waar mogelijk afbouw plaats vindt.

pagina 34

Bijlage: Winkelaanbod de Westwijk Tabel 11 Detailhandel en aanverwante functies per winkelgebied WINKELGEBIED

NAAM

BRANCHE

STRAAT

Vlaardingen Westplein

Het Groente Paleis

11.010.012-Groente/Fr

Dr. Wiardi Beckmansingel

60

Halkin

11.010.309-Minisuper

Dr. Wiardi Beckmansingel

138

Paleis Eren

11.010.309-Minisuper

Dr. Wiardi Beckmansingel

85

Wapenaar

11.010.471-Slagerij

Dr. Wiardi Beckmansingel

56

Dirck III

11.010.477-Slijter

Dr. Wiardi Beckmansingel

150

Albert Heijn

11.010.519-Supermarkt

Dr. Wiardi Beckmansingel

1092

ALDI-Markt

11.010.519-Supermarkt

Dr. Wiardi Beckmansingel

832

Dirk

11.010.519-Supermarkt

Dr. Wiardi Beckmansingel

1355

CIGO

11.010.522-Tabak/Lect

Dr. Wiardi Beckmansingel

93

Wiardi Beckman

11.020.024-Apotheek

Dr. Wiardi Beckmansingel

40

DA

11.020.156-Drogist

Dr. Wiardi Beckmansingel

106

Dirx Drogist

11.020.156-Drogist

Dr. Wiardi Beckmansingel

197

Kruidvat

11.020.156-Drogist

Dr. Wiardi Beckmansingel

340

Blokker

22.070.240-Huishoud Art

Dr. Wiardi Beckmansingel

280

Wollerlei

35.110.227-Handvaardigh

Van Baerlestraat

95

Sandra

37.130.087-Bloem/Plant

Dr. Wiardi Beckmansingel

75

Vergeet-mij-niet

37.130.087-Bloem/Plant

Van Baerlestraat

45

Kledingbank

38.200.013-2Eh Kleding

Van Baerlestraat

503

De Rutger

59.210.123-Café

Professor Rutgersstraat

0

't Record

59.210.171-Fastfood

Van Baerlestraat

0

Mi Casa

59.210.180-Bezorg/Halen

Dr. Wiardi Beckmansingel

0

Luxor

59.210.215-Grillroom/Sh

Van Baerlestraat

0

China

59.210.434-Restaurant

Van Baerlestraat

0

De Kapper

65.260.230-Kapper

Dr. Wiardi Beckmansingel

0

Eveline's Hairparadise

65.260.230-Kapper

Professor Rutgersstraat

0

Nazar

65.260.294-Kledingrep

Dr. Wiardi Beckmansingel

0

Jac Herweijer

11.010.111-Bakker

Dirk De Derdelaan

30

NCD

11.010.309-Minisuper

Dirk De Derdelaan

65

Sklep Halinka

11.010.309-Minisuper

Dirk De Derdelaan

65

MCD Slijterij

11.010.477-Slijter

Dirk De Derdelaan

10

MCD

11.010.519-Supermarkt

Dirk De Derdelaan

950

Primera

11.010.522-Tabak/Lect

Dirk De Derdelaan

65

Visboetiek Emous

11.010.588-Vis

Dirk De Derdelaan

43

Westwijk

22.060.770-Optiek

Dirk De Derdelaan

46

Tristell

37.130.087-Bloem/Plant

Dirk De Derdelaan

60

Jumper

37.130.147-Dibevo

Dirk De Derdelaan

528

Electro-Telecom Westwijk

37.150.537-Telecom

Dirk De Derdelaan

46

De Driesprong

59.210.171-Fastfood

Dirk De Derdelaan

0

Headline

65.260.230-Kapper

Dirk De Derdelaan

0

Kyshbo

65.260.501-Dierentrimsalon

Dirk De Derdelaan

0

Westwijk

11.020.024-Apotheek

Floris De Vijfdelaan

48

Bike Totaal

37.160.177-Fietsen

Floris De Vijfdelaan

376

J van Toorn

45.203.242-Autodealer

Dirk De Derdelaan

0

Eetcafé All-In

59.210.123-Café

Dirk De Derdelaan

0

59.210.123-Café

Floris De Vijfdelaan

0

Ka Sing

59.210.180-Bezorg/Halen

Floris De Vijfdelaan

0

De Vreemde Vogel

59.210.235-Hotel-Rest

Van Baerlestraat

0

La Porta

59.210.434-Restaurant

Floris De Vijfdelaan

0

Kapsalon Valkenhof

65.260.230-Kapper

Frank Van Borselenstraat

Dirk 3 Laan

Bebouwde kom

Eindtotaal

Wvo

0 7874

Bron: Locatus, 2014

pagina 35

Tabel 12 Horeca en andere voorzieningen in de Westwijk, naar winkelgebied WINKELGEBIED BRANCHE NAAM Vlaardingen Westplein

Bebouwde kom

Dirk 3 Laan

Café

De Rutger

Fastfood

't Record

Bezorg/Halen

Mi Casa

Grillroom/Shoarma

Luxor

Restaurant

China

Kapper

De Kapper

Kapper

Eveline's Hairparadise

Kledingrep

Nazar

Autodealer

J van Toorn

Café

Eetcafé All-In

Café

Westwijk

Bezorg/Halen

Ka Sing

Hotel-Rest

De Vreemde Vogel

Restaurant

La Porta

Kapper

Kapsalon Valkenhof

Fastfood

De Driesprong

Kapper

Headline

Dierentrimsalon

Kyshbo

pagina 36

GEMEENTE VLAARDINGEN

BIJLAGE 5 NOTITIE EXTERNE VEILIGHEID

BESTEMMINGSPLAN

WESTWIJK

Notitie

Aan

Gemeente Vlaardingen t.a.v. Marc Zieltjens

Kopie aan

Datum

Documentnummer

2 september 2015

22008198

Project

Auteur

L.C. Luijendijk

Onderwerp

Externe veiligheid Westwijk

Inleiding De gemeente Vlaardingen is bezig met de actualisatie van bestemmingsplan Westwijk. De gemeente heeft de DCMR verzocht te adviseren over het aspect Externe veiligheid. In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven.

Blad 1 van 10

Uitgangspunten Het plan is grotendeels consoliderend, maar maakt een paar ontwikkelingen mogelijk. Voor de berekeningen van de groepsrisico’s van de verschillende risicobronnen is gebruik gemaakt van de BAG-populatieservice. Deze gegevens zijn aangevuld met bekende ontwikkelingen van eerdere adviezen (bijvoorbeeld Samuel Esmeijerstraat) en de ontwikkelingen bij Spirit-2 en De Eilanden. Ook is er vanwege de horecabestemming bij de Vreemde Vogel extra populatie toegevoegd.

Toetsingskader Het toetsingskader voor het aspect externe veiligheid wordt onderscheiden in een toetsingskader voor inrichtingen en een toetsingskader voor transport. Inrichtingen Voor inrichtingen, die op grond van hun activiteiten relevant zijn voor de externe veiligheid, is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Dit besluit is per 26 oktober 2004 in werking getreden. Het Bevi stelt onder andere dat het aspect externe veiligheid moet worden betrokken bij het vaststellen van bestemmingsplannen en afwijkingsbesluiten. In het Bevi wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Voor het PR is een maximaal toelaatbaar -6 niveau van 10 per jaar vastgesteld, dat in nieuwe situaties niet mag worden overschreden. -6 Kwetsbare functies mogen in principe niet voorkomen binnen de PR 10 contour. Het gaat dan om functies en objecten waar zich personen gedurende een langere tijd kunnen bevinden.

Het GR drukt de theoretische kans per jaar uit dat een groep mensen van een bepaalde omvang komt te overlijden als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het groepsrisico toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Tegelijkertijd met het Bevi is de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) in werking getreden waarin onder meer veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn opgenomen voor categoriale bedrijven zoals LPG-tankstations. Voor bedrijven die niet onder de Revi vallen worden de veiligheidsafstanden bepaald in een kwantitatieve risicoanalyse (QRA). Transport Voor transport van gevaarlijke stoffen (wegtransport, watertransport, spoortransport en buisleidingtransport) gelden het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Bevt is sinds november 2013 van kracht, maar pas in april 2015 werking getreden. Het Bevt vormt het wettelijk kader voor het Basisnet weg, water en spoor. In het Bevt zijn grens- en richtwaarden opgenomen voor het PR. In nieuwe situaties is de -6 grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10 per jaar; voor beperkt -6 kwetsbare objecten in nieuwe situaties geldt een richtwaarde van 10 per jaar.

Voor routes die tot het basisnet behoren, moet de basisnetafstand in acht worden genomen. Deze afstand -6 geeft de maximale 10 contour voor het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen weer. In de Bevt is vastgelegd dat in de toelichting bij een besluit moet worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding en bestrijding van rampen en de mogelijkheden voor personen 1 om zichzelf in veiligheid te brengen, indien dit besluit is gelegen binnen het invloedsgebied 1

In de Rijnmondregio wordt hiervoor in overleg met de VRR de zogenaamde C-zone gehanteerd, die door de VRR is aangeleverd.

Blad 2 van 10

van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Een verantwoording van het groepsrisico is nodig voor het gebied dat op minder dan 200 meter van een route of tracé ligt (het groepsrisico-inventarisatiegebied), tenzij het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde en het groepsrisico niet meer dan 10% toeneemt. Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht geworden. Dit besluit geeft milieukwaliteitseisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en regelt onder andere het actualiseren van ruimtelijke reserveringen voor buisleidingen in bestemmingsplannen en de voorbereiding op calamiteiten. In het Bevb worden plaatsgebonden risicocontouren en groepsrisico verantwoording gedefinieerd voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen. In het Bevb is sprake van drie groepen buisleidingen te weten aardgasleidingen, vloeibare brandstof leidingen en de overige leidingen. In het Bevb is een verplichting opgenomen om buisleidingen in bestemmingsplannen op te nemen. Ook is een verplichting opgenomen dat buisleidingen binnen 5 jaar in alle bestemmingsplannen van Nederland opgenomen dienen te worden. Op basis van artikel 13 wordt een belemmeringenstrook voorgeschreven van 5 meter waarin het oprichten van nieuwe bouwwerken wordt verboden en waarbinnen een vergunningenstelsel van toepassing moet zijn.

Beleid Rotterdam-the Hague Airport (RtHA) De Wet luchtvaart (WLV) geeft regels met betrekking tot het gebruik van luchthavens. Volgens de WLV is RtHA een burgerluchthaven van nationale betekenis. Voor dit type luchthavens -6 moet de minister van I&M een luchthavenbesluit vaststellen, als de PR 10 -contour buiten het terrein van de luchthaven ligt. Voor RtHA is dat het geval. In een luchthavenbesluit worden onder meer vastgelegd: -6 -5  de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren 10 en 10 ,  de normen die van toepassing zijn op deze risicocontouren Omdat voor RtHA nog geen luchthavenbesluit is vastgesteld, is het oude Aanwijzingsbesluit luchthaven Rotterdam Airport nog van toepassing, tezamen met de Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport. Hierin zijn echter geen bepalingen opgenomen voor externe veiligheid. De Provinciale Structuurvisie besteed aandacht aan het voorzien in een gezonde leefomgeving. Hierbij wordt ondermeer aandacht geschonken aan de fysieke veiligheid. Eén van de specifieke risicobronnen die hierbij zijn genoemd is het RtHA. Voor RtHA is in dit verband aanvullend provinciaal beleid opgesteld: het Beleidskader Groepsrisico in de omgeving van Rotterdam – The Hague Airport dat in 2012 is vast gesteld.

Blad 3 van 10

Inventarisatie risicobronnen In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de risicokaart weergegeven.

Uit de afbeelding blijkt dat er in het plangebied slechts twee risicobronnen aanwezig zijn, namelijk twee hogedruk aardgasleidingen in het zuiden van het plangebied. Daarnaast bevinden zich nog een aantal risicobronnen rondom het plangebied, die hier invloed op 2 hebben . In onderstaande tabel zijn alle relevante risicobronnen opgenomen.

2

Niet alle relevante risicobronnen zijn op de afbeelding te zien

Blad 4 van 10

Naam

Inrichtingen BP station Aalkeet BP station A20 BP Marathonweg DL Freight management Aliphos Rotterdam BV Shell Raffinaderij Wegtranspoort A20 Marathonweg Buisleidingen A517 A613 W521-38 W521-28 Luchthaven Rotterdam-the Haque airport

Invloedsgebied/ inventarisatieafstand (meter)

Afstand tot plangebied

150 150 150 1.500 970 1.500

200 70 210 400 650 > 3.000

200 200

0 95

380 230 70 140

95 0 0 0 0

3

Inrichtingen LPG-stations Langs de A20 aan de noordkant van het plangebied bevinden zich drie LPG-tankstations. Van deze stations reikt alleen het invloedsgebied van BP-station A20 over het plangebied. Binnen dit invloedsgebied vinden geen ontwikkelingen plaats als gevolg van het bestemmingsplan. Er is daarom geen sprake van een toename van het groepsrisico. Ook in de huidige situatie bevindt zich vrijwel geen populatie binnen het invloedsgebied. Het groepsrisico als gevolg van dit station is derhalve verwaarloosbaar. Een verantwoording is niet noodzakelijk. DL Freight management DL Freight Management (Rotterdam) B.V.aan de Trawlerweg 22 is een op- en overslagbedrijf voor koopmansgoederen en gevaarlijke stoffen. Het groepsrisicoinventariisatiegebied wordt bepaald door het scenario “brand in opslagloods”. Dit bedraagt 1.500 meter. Sinds 2014 heeft DL Freight management een nieuwe milieuvergunning. Ten opzichte van de oude situatie is zowel het plaatsgebonden risico als het groepsrisico fors toegenomen. De plaatsgebonden -6 risicocontour PR 10 valt echter niet over het plangebied. Er zijn onderhandelingen gaande met DL Freight management om de hoeveelheden opgeslagen stoffen te verlagen en daarmee het risico weer te verlagen.

Voor dit advies is echter uitgegaan van de vergunde situatie, waardoor het berekende groepsrisico beduidend hoger is dan in eerdere adviezen (bijvoorbeeld voor de ontwikkelingen in de Samuel Esmeijerstraat). Het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie 0,77 maal de oriëntatiewaarde. In onderstaande fN-curve is het groepsrisico weergegeven voor de situatie zonder (blauwe lijn) en met (rode lijn) de ontwikkelingen in Westwijk. Er is een lichte toename te zien in het deel van de grafiek met de lagere kansen. Dit heeft echter geen invloed op de maximale waarde, die juist in het deel met de hogere kansen (maar lagere slachtofferaantallen) ligt. De gemeente moet het groepsrisico verantwoorden. De VRR moet worden geconsulteerd over de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en rampvoorbereiding.

3

Het groepsrisicoverantwoordingsgebied vanwege de aanvliegroutes loopt over Westwijk

Blad 5 van 10

Aliphos Rotterdam BV Aliphos Rotterdam BV produceert fosfaathoudende producten. Het risico wordt bepaald door het toxisch scenario. Het groepsrisicoinventarisatie gebied bedraagt 970 meter. De -6 plaatsgebonden risicocontour PR 10 valt niet over het plangebied. Het groepsrisico bedraagt 0,88 maal de oriëntatiewaarde. Dit is in onderstaande fN-curve weergegeven. De ontwikkelingen in Westwijk hebben geen invloed op de hoogte van het groepsrisico. . De gemeente moet het groepsrisico verantwoorden. De VRR moet worden geconsulteerd over de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en rampvoorbereiding.

Shell Nederland Shell Nederland is een raffinaderij voor brandstoffen. Volgens de meest recente inzichten is het groepsrisicoinventarisatie gebied 1.500 meter. Dit reikt niet tot het plangebied, zodat de inrichting verder buiten beschouwing wordt gelaten.

Blad 6 van 10

Wegtransport A20 Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de A20. Er behoeft ter hoogte van het plangebied geen veiligheidszone in acht te worden genomen en er is (in de huidige situatie) geen sprake van een plasbrandaandachtgebied. Na realisatie van de Blankenburgverbinding wordt een toename van het transport van brandbare vloeistoffen verwacht. In die situatie is er wel sprake van een plasbrandaandachtgebied van 30 meter vanaf de rand van de weg. Binnen deze zone is geen bebouwing in het plangebied, zodat dit geen praktische consequenties heeft voor dit plan. Het invloedsgebied bedraagt 880 vanwege het transport van toxische stoffen (LT2). Deze afstand loopt ruwweg tot halverwege het plangebied. Ontwikkelingen binnen deze afstand, zoals het Centrumplan moeten worden voorgelegd aan de VRR voor advies over zelfredzaamheid en rampenbestrijding. Het groepsrisicoinventarisatiegebied is 200 meter. Binnen deze afstand vindt één ontwikkeling plaats namelijk fase 2 van woningbouwlocatie de Eilanden. Voor deze ontwikkeling is een verantwoording van het groepsrisico nodig. De bebouwing als gevolg van dit plan ligt op 80 meter van het hart van de weg. Binnen het invloedsgebied van de A20 bedraagt de populatiedichtheid (plangebied) circa 100 personen per hectare.

Toepassing van de vuistregels van het HART levert op dat het groepsrisico op basis van 1000 transporten GF3 (vervoersplafond) minder is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (< 10% van oriëntatiewaarde). Een berekening is derhalve niet nodig. Marathonweg De Marathonweg maakt deel uit van de gemeentelijke route voor gevaarlijke stoffen. Het invloedsgebied bedraagt 880 vanwege het transport van toxische stoffen (LT2). Deze afstand loopt over het grootste deel van het plangebied. Ontwikkelingen binnen dit gebied zijn onder meer het Centurmplan en de Samuel Esmeijerstraat. Het groepsrisicoinventarisatiegebied is 200 meter. Binnen deze afstand vinden geen relevante ontwikkelingen plaats die gevolgen hebben voor het groepsrisico. In het kader van een eerder uitgevoerde MER voor de Marathonweg is het groepsrisico berekend. In onderstaande afbeelding is de fN-curve weergegeven. Het groepsrisico is 0,49 maal de oriëntatiewaarde.

Blad 7 van 10

Buisleidingen A517 De hogedruk aardgasleiding A517 loopt ten oosten van het plangebied langs de Marathonweg. Het invloedsgebied bedraagt 380 meter. Binnen deze afstand vindt één ontwikkeling plaats aan de Samuel Esmeijerstraat. De invloed van deze ontwikkeling is al eerder berekend (notitie 21667842 van 10 december 2013). In onderstaande afbeelding is de fN-curve weergegeven. Het groepsrisico bedraagt 1,4 maal de oriëntatiewaarde.

A613 De hogedruk aardgasleiding A613 loopt ten westen en ten zuiden langs het plangebied. De -6 leiding heeft ter hoogte van het plangebied geen plaatsgebonden risicocontour 10 . Er moet wel een belemmeringenstrook van 5 meter uit het hart van de leiding op de verbeelding worden aangegeven. Binnen de belemmeringsstrook is geen bebouwing toegestaan. Dit moet in de regels worden vastgelegd. Het invloedsgebied bedraagt 230 meter. Binnen het invloedsgebied vinden meerdere ontwikkelingen plaats. In onderstaande afbeelding is de fN-curve van de leidingkilometer met het hoogste groepsrisico weergegeven. Dit is het zuidwestelijke deel (bij de bocht) van de leiding. Het groepsrisico bedraagt 0,38 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt niet toe als gevolg van dit plan.

W521-38 De hogedruk aardgasleiding W521-38 loopt (grotendeels) over hetzelfde traject als de A613. Het invloedsgebied is 70 meter. De leiding heeft ter hoogte van het plangebied geen -6 plaatsgebonden risicocontour 10 . Er moet wel een belemmeringenstrook van 4 meter uit het hart van de leiding op de verbeelding worden aangegeven. Binnen de belemmeringsstrook is geen bebouwing toegestaan. Dit moet in de regels worden vastgelegd. In onderstaande afbeelding is de fN-curve van de leidingkilometer met het hoogste groepsrisico weergegeven. Dit is het zuidwestelijke deel (bij de bocht) van de leiding. Het

Blad 8 van 10

groepsrisico bedraagt 0,12 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt niet toe als gevolg van dit plan.

W521-28 De hogedruk aardgasleiding W521-28 in het noorden van het plangebied langs de A20. De -6 leiding heeft ter hoogte van het plangebied geen plaatsgebonden risicocontour 10 . Er moet wel een belemmeringenstrook van 4 meter uit het hart van de leiding op de verbeelding worden aangegeven. Binnen de belemmeringsstrook is geen bebouwing toegestaan. Dit moet in de regels worden vastgelegd. Het invloedsgebied bedraagt 140 meter. In onderstaande afbeelding is de fN-curve van de leidingkilometer met het hoogste groepsrisico weergegeven. Het groepsrisico bedraagt 0,02 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt niet toe als gevolg van dit plan.

Rotterdam-the Hague airport Het plangebied ligt voor een deel binnen het verantwoordingsgebied van de luchthaven Rotterdam-The Hague Airport (RtHA). Er is een groepsrisico berekening gemaakt van de relevante kavels met behulp van de ART. Het groepsrisico is in onderstaande afbeelding weergegeven. Uit de afbeelding blijkt dat het groepsrisico voor het plangebied per kavel varieert. Het hoogste groepsrisico bedraagt 0,67 maal de oriëntatiewaarde en wordt gevonden nabij de Claudius Civilislaan. Dit wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van een zorginstelling en een school. Het groepsrisico neemt niet toe als gevolg van de realisatie van dit plan. Conform het provinciale beleid is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk.

Blad 9 van 10

Conclusie Nabij het plangebied Westwijk zijn diverse risicobronnen aanwezig. Geen van deze -6 risicobronnen heeft een plaatsgebonden risicocontour PR 10 die reikt tot het plangebied. Wel moet op de verbeelding een belemmeringstrook worden gereserveerd aan weerszijden van de buisleidingen voor zover deze door het plangebied lopen. Er is een berekening (of een inschatting) gemaakt van het groepsrisico als gevolg van de risicobronnen. Het groepsrisico van de hogedruk aardgasleiding A517 bedraagt 1,4 maal de oriëntatiewaarde. Van de overige risicobronnen ligt het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde. De berekende waarde van het groepsrisico neemt niet toe, als gevolg van de realisatie van dit plan. Er moet een verantwoording van het groepsrisico worden opgesteld en het plan moet worden voorgelegd aan de VRR voor advies over zelfredzaamheid en rampenbestrijding.

Blad 10 van 10

GEMEENTE VLAARDINGEN

BIJLAGE 6 GROEPSRISICO VERANTWOORDING

BESTEMMINGSPLAN

WESTWIJK

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10106734/1